CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315523 Bijlage 1 Verenigingsmonitor Den Haag 2022 - rapportage

Commissie Samenleving 28 september 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder van Onderwijs, Jeugd en Sport inzake Eindevaluatie Go Go Den Haag10.952 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor de meeste clubs (85%) vormt de ontwikkeling van het ledental geen bedreiging voor het voortbestaan. Voor 2022 verwacht een derde van de verenigingen een ledenstijging en de helft een gelijk blijvend ledental. Om hun groeiambitie te realiseren richten Haagse verenigingen zich op ledenwerving (36%) en ledenbehoud (27%).

Zeven op de tien Haagse verenigingen (69%) hebben voldoende vrijwilligers. Een vijfde heeft vacatures op cruciale posities. Verenigingen komen het vaakst vrijwilligers tekort voor sponsoring/werving, andere bestuursfuncties dan voorzitter/secretaris/penningmeester en de organisatie van wedstrijden/toernooien. De functies van voorzitter/secretaris/penningmeester zijn bij 83 procent van de verenigingen vervuld.

Grote verenigingen zijn beduidend vaker actief bezig met een positieve sportcultuur dan kleine verenigingen. De grotere verenigingen hebben ook vaker een VCP, een gedragscode en/of VOG’s voor vrijwilligers. Toch is de behoefte aan ondersteuning op thema’s binnen positieve sportcultuur bij kleine verenigingen beperkt. Grote verenigingen hebben hier vaker behoefte aan.

Verenigingen in de gemeente Den Haag zijn relatief goed maatschappelijk georiënteerd in vergelijking

34

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

met het landelijke gemiddelde. De helft van de verenigingen scoort voldoende of goed op maatschappelijke oriëntatie. Dat komt voor een deel doordat sommige verenigingen voornamelijk hoog scoren op maatschappelijke intentie. Aangezien er veel animo is voor sportstimuleringsprojecten, biedt dit kansen om de maatschappelijke intentie van verenigingen om te zetten in maatschappelijke activiteit. Tegelijkertijd hebben ruim vier op de tien verenigingen geen of weinig maatschappelijke intentie. Het zou goed zijn om te inventariseren op welke manier deze verenigingen wél bereid zijn meer maatschappelijk actief te worden.

88 procent van de sportverenigingen in de gemeente Den Haag heeft het afgelopen jaar met één of meer organisaties samengewerkt. Het meest werken ze samen met de gemeente, andere sportverenigingen en sportbonden. Twee derde van de verenigingen is het afgelopen jaar betrokken geweest bij projecten/regelingen in de gemeente, veelal bij verenigingsondersteuning. Verenigingsondersteuning is ook het project waar de meeste belangstelling voor is om in de toekomst aan deel te nemen, gevolgd door de investeringssubsidie accommodaties (IAS), wijksport en sportstimuleringsprojecten.

Drie kwart van de verenigingen in de gemeente Den Haag organiseerde afgelopen jaar activiteiten voor leden buiten het reguliere aanbod, bijvoorbeeld een kamp of bingoavond. Zeven op de tien Haagse verenigingen organiseerden afgelopen jaar aanbod waaraan niet-leden konden deelnemen. Dit gebeurde veelal een of twee keer per seizoen.

Vier op de vijf Haagse verenigingen vinden dat sportverenigingen een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben. De daadwerkelijke activiteit op maatschappelijke thema’s is minder groot. Haagse clubs zijn het meest actief met (sociale) veiligheid en normen en waarden. Meer dan de helft (55%) heeft een vast sportaanbod voor een of meerdere specifieke doelgroepen, veelal voor ouderen (55+) en mensen met een beperking.

De coronacrisis, die gepaard ging met verschillende lockdowns, heeft bij verenigingen de meeste negatieve invloed gehad op de organisatie van activiteiten voor niet-leden (56%), de ontwikkeling van het ledental (33%) en de ontwikkeling van het aantal vrijwilligers (38%). Drie kwart van de verenigingen acht zich veerkrachtig genoeg om de gevolgen van de coronacrisis te overleven.

Twee vijfde van de verenigingen in de gemeente Den Haag is te beschouwen als vitale vereniging. Dat is het dubbele van het landelijke gemiddelde. Tegelijkertijd scoort ruim een kwart op zowel organisatiekracht als maatschappelijke oriëntatie onder de maat: dit zijn kwetsbare verenigingen. Dit is vergelijkbaar met het landelijke gemiddelde. Met name kleine verenigingen, verenigingen zonder eigen accommodatie en binnensportverenigingen zijn kwetsbaar.

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

35

Een kwart van de verenigingen blijkt op basis van dit onderzoek een kwetsbare vereniging te zijn. Om de vitaliteit van deze verenigingen te vergroten is het belangrijk met deze clubs het gesprek aan te gaan over de specifieke problemen (organisatiekracht en maatschappelijke oriëntatie) en over de mogelijkheden om hun vitaliteit te vergroten. (Extra) inzet van een buurtsportcoach en/of verenigingsondersteuner kan bij deze verenigingen wenselijk zijn.

Er zijn weinig verenigingen die accommodatie als een groot probleem ervaren, maar toch scoort ruim een derde onvoldoende op het organisatiekrachtcriterium accommodaties. Een deel van de verenigingen maakt zich zorgen of de staat van de accommodatie wel toekomstbestendig is en of de accommodatie nu en in toekomst voldoende beschikbaar is. Bijna de helft van de verenigingen die zeer grote problemen ervaart met de beschikbaarheid van de sportaccommodatie(s) (46%) geeft aan dat die ontwikkeling het voortbestaan van hun vereniging bedreigt. Aangezien met name kleine verenigingen en binnensportverenigingen aanlopen tegen te weinig beschikbare uren en de kleine verenigingen ook het kwetsbaarst zijn, is het goed om te bekijken of voor deze verenigingen meer ruimte beschikbaar kan worden gesteld.

Een kwart van de verenigingen scoort onvoldoende op het criterium financiën. Deze verenigingen hebben een zwakke financiële positie, hebben niet of nauwelijks mogelijkheden om onvoorziene uitgaven op te vangen en denken bij financieel beleid nauwelijks vooruit. Bij deze verenigingen lijkt de financiële rek eruit te zijn. Na de coronacrisis volgt de energiecrisis, die voor sommige verenigingen een flinke verhoging van de lasten betekent. Tijdens de coronacrisis was er veel aandacht voor financiële steun voor verenigingen. Het is belangrijk om bij de energiecrisis ook aandacht te hebben voor de financiële veerkracht van verenigingen.

Ondersteuning bij het verbeteren van hun maatschappelijke oriëntatie kan helpen om de vitaliteit van sportverenigingen te verbeteren. Drie op de tien verenigingen zijn matig maatschappelijk actief. Het is raadzaam zich (ook) op deze groep verenigingen te richten, omdat zij met een stimulans relatief gemakkelijk voldoende maatschappelijk actief kunnen worden. Zij kunnen hun maatschappelijke oriëntatie bijvoorbeeld vergroten door andere of kwetsbare doelgroepen te betrekken en door sportactiviteiten en/of ander aanbod voor potentiële nieuwe leden te ontwikkelen. Haagse verenigingen zijn beperkt actief in het (door)ontwikkelen van sportaanbod voor leden en nietleden. Wellicht liggen hier mogelijkheden om hun maatschappelijke oriëntatie te verbreden, eventueel in samenwerking met andere organisaties. Een groep van dertig verenigingen heeft maatschappelijke intenties, maar is nog niet maatschappelijk actief. Deze verenigingen kan hulp worden geboden om hun intenties om te zetten in daden, zodat de mate van maatschappelijke activiteit toeneemt. Bij veel maatschappelijke thema’s of projecten zijn er veel meer verenigingen die aangeven dat dit een aandachtspunt voor de komende jaren is dan verenigingen die hier al actief mee bezig zijn. Zo geven verenigingen aan op korte termijn aandacht te hebben voor normen en waarden, activiteiten voor kwetsbare groepen en leefbaarheid van de wijk.

36

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

De meeste verenigingen in Den Haag (79%) zijn actief bezig met het creëren/borgen van een positieve sportcultuur. Maar er zijn grote verschillen in hoe actief verenigingen hiermee bezig zijn en tot welke uitkomsten dit al heeft geleid. Grote verenigingen en verenigingen met jeugdleden hebben vaker de sociale basis (VOG, VCP, gedragsregels) op orde dan kleine verenigingen en verenigingen zonder jeugdleden. Toch hebben juist die kleine verenigingen en verenigingen zonder jeugdleden minder vaak behoefte aan ondersteuning. Uit eerder onderzoek1 in Den Haag is gebleken dat verenigingen diverse redenen kunnen hebben om niet actief bezig te zijn met het onderwerp positieve sportcultuur en/of geen behoefte te hebben aan ondersteuning vanuit de gemeente of de Werkgever Sportclubs Den Haag (WSDH). Zo zijn er verenigingen die door de coronacrisis andere prioriteiten hebben, verenigingen die al samenwerken met hun sportbond aan een positieve sportcultuur en verenigingen die niet weten wat de gemeente en WSDH aan ondersteuning bieden. Door met individuele verenigingen in gesprek te gaan kan worden achterhaald welke reden(en) een vereniging heeft om niet actief met positieve sportcultuur bezig te zijn of geen gebruik te maken van ondersteuning vanuit de gemeente of WSDH.

Dergelijke gesprekken kunnen leiden tot bewustzijn en inspiratie bij een vereniging om (mogelijk met ondersteuning) met dit thema aan de slag te gaan. De gemeente en WSDH kunnen aan de hand van een dergelijk gesprek de vereniging laten aansluiten bij bestaande ondersteuning of eventueel ondersteuning op maat aanbieden. Het verplicht stellen van basisvoorwaarden voor een positieve sportcultuur (VOG, VCP, gedragsregels) leidt tot uiteenlopende reacties bij Haagse sportverenigingen.2 Met name de verenigingen die dit al op orde hebben steunen verplichtstelling. Onder experts lijkt er consensus te bestaan dat het verplichten van sociale basisvoorwaarden op sportverenigingen altijd gepaard moet gaan met beschikbare ondersteuning om deze voorwaarden op orde te krijgen.

1

Stevens, V., & Geurink, N. (2022). Positieve sportcultuur Den Haag. Mulier Instituut.

2

Ibid.

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

37

Populatie*

Responsgroep*

Aantal

Percentage

Aantal

Percentage

T/m 100 leden

54

33

31

29

101 t/m 250 leden

36

22

33

31

Meer dan 250 leden

72

45

43

40

Totaal

162

100

107

100

* Op basis van gegevens van de gemeente Den Haag.

Populatie*

Responsgroep*

Aantal

Percentage

Aantal

Percentage

Binnensport

163

55

70

51

Buitensport

135

45

66

49

Totaal

298

100

136

100

* Op basis van gegevens van de gemeente Den Haag.

38

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

Organisatiekracht bestaat uit vijf criteria: beleid, leden, kader, accommodatie en financiën. Elk criterium van organisatiekracht bestaat uit vragen van de MI Verenigingsmonitor waarop verenigingen een score halen. De verenigingen kunnen op elk criterium maximaal 100 punten behalen. Verenigingen scoren een onvoldoende wanneer ze minder dan 40 procent van de punten voor een criterium halen. Een score ‘matig’ staat voor 40 tot en met 59 procent van het totaalaantal punten, een score ‘voldoende’ voor 60 tot en met 79 procent en een score ‘goed’ voor 80 procent of meer van de punten. De totaalscores van alle vijf de criteria bepalen de totaalscore voor organisatiekracht, waardoor verenigingen op deze totaalscore maximaal 500 punten kunnen behalen. Deze totaalscore delen we vervolgens opnieuw in onvoldoende, matig, voldoende en goed in, volgens de hierboven genoemde indeling.

De maatschappelijke oriëntatie bestaat uit twee criteria: maatschappelijke intentie en maatschappelijk actief. Maatschappelijk actief staat voor de mate waarin verenigingen actief een maatschappelijke rol vervullen: wat ondernemen en organiseren verenigingen in het kader van een bredere maatschappelijke oriëntatie? Maatschappelijke intentie staat voor de houding van verenigingen ten opzichte van een actieve bredere maatschappelijke rol: zijn verenigingen van plan een bredere maatschappelijke oriëntatie op zich te nemen? Verenigingen kunnen op het criterium maatschappelijk actief maximaal 100 punten en op het criterium maatschappelijke intentie maximaal 70 punten behalen. Ze scoren een onvoldoende als ze minder dan 40 procent van de punten voor een criterium halen. Een score ‘matig’ staat voor 40 tot en met 59 procent van het totaalaantal punten, een score ‘voldoende’ voor 60 tot en met 79 procent en een score ‘goed’ voor 80 procent of meer van de punten. De scores op de beide criteria bepalen de uiteindelijke totaalscore op de index maatschappelijke oriëntatie. Dit betekent dat verenigingen maximaal 170 punten kunnen behalen. Deze totaalscore delen we vervolgens in dezelfde indeling van onvoldoende, matig, voldoende en goed in.

De totaalscores voor zowel organisatiekracht als maatschappelijke oriëntatie zijn een optelsom van de onderliggende criteria. Dit betekent dat een vereniging die een onvoldoende op de totale organisatiekracht haalt, niet per definitie op elk criterium een onvoldoende heeft gehaald. Een vereniging kan drie keer een onvoldoende, één keer een voldoende en één keer een goed hebben gescoord.

De gemiddelde score staat voor het gemiddelde aandeel van het maximaal te behalen aantal punten. De gemiddelde score is te vergelijken met het geven van een cijfer: een gemiddelde score van 75 betekent dat verenigingen gemiddeld een cijfer van 7,5 scoren op dat criterium en daarmee een voldoende halen (> 8 is een ‘goed’). De gemiddelde score kan aanvullend werken bij de interpretatie van de scores.

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

39

40

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12928245/1