CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315523 Bijlage 1 Verenigingsmonitor Den Haag 2022 - rapportage

Commissie Samenleving 28 september 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder van Onderwijs, Jeugd en Sport inzake Eindevaluatie Go Go Den Haag10.952 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verenigingsmonitor Den Haag 2022

Janine van Kalmthout Nathan Geurink

In opdracht van de gemeente Den Haag

© Mulier Instituut Utrecht, februari 2023

Mulier Instituut sportonderzoek voor beleid en samenleving Postbus 85445 | 3508 AK Utrecht Herculesplein 269 | 3584 AA Utrecht T +31 (0)30 721 02 20 | I www.mulierinstituut.nl E info@mulierinstituut.nl | T @mulierinstituut

1.

Inleiding

4

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

Organisatiekracht Accommodatie Beleid Financiën Leden Kader Positieve sportcultuur Conclusie organisatiekracht

6 7 9 14 14 16 18 21

3. 3.1 3.2 3.3 3.4

Maatschappelijke oriëntatie Samenwerking Aanbod Maatschappelijke betrokkenheid Conclusie maatschappelijke oriëntatie

23 24 26 27 29

4.

Invloed coronacrisis

30

5.

Vitaliteit

32

6.

Conclusies

34

7.

Aanbevelingen

36

Bijlage 1 Responsoverzicht

38

Bijlage 2 Methodiek

39

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

3

De doelstelling van dit verenigingsonderzoek is om de vitaliteit van de sportverenigingen in de gemeente Den Haag in kaart te brengen, zodat de gemeente op lange termijn een duurzaam beleid voor sportverenigingen kan voeren. Met deze verenigingsmonitor maken we inzichtelijk hoe sportverenigingen een bijdrage kunnen leveren aan de uitvoering van het lokale sportbeleid in Den Haag. De monitor geeft de gemeente en de sportverenigingen zelf inzicht in het functioneren van de sportverenigingen, de maatschappelijke rol die zij (willen) vervullen en eventuele bedreigingen voor hun toekomstbestendigheid. De resultaten van dit onderzoek vergelijken we met landelijke cijfers, zodat we de situatie van de verenigingen in de gemeente Den Haag kunnen afzetten tegen landelijke ontwikkelingen. De resultaten van dit onderzoek kunnen de gemeente helpen bij het maken van keuzes in het ondersteuningsbeleid dat zij voor de sportverenigingen voert. De afgelopen jaren voerde de gemeente Den Haag zelf een vitaliteitsonderzoek onder sportverenigingen uit. De gemeente heeft er nu voor gekozen het onderzoek door het Mulier Instituut uit te laten voeren. Hierdoor voert een onafhankelijke partij het onderzoek uit en hoeft de gemeente dus geen onderzoek te doen naar haar eigen beleid.

Daarnaast biedt de onderzoeksopzet van het Mulier Instituut de mogelijkheid om de situatie van de Haagse verenigingen te vergelijken met landelijke cijfers. Door de nieuwe opzet en andere vraagstellingen in het huidige vitaliteitsonderzoek kunnen we de resultaten niet direct vergelijken met eerdere onderzoeken in Den Haag naar de vitaliteit van verenigingen.

Voor de lokale monitor in de gemeente Den Haag hebben we aansluiting gezocht bij de vitaliteitsindex van de landelijke MI Verenigingsmonitor van het Mulier Instituut. In de lokale monitor is aandacht voor deze kernthema’s: het ledenbestand, de ervaren knelpunten, de samenwerkingspartners, het beleid, de financiën, het (vrijwilligers)kader en de accommodatie. Deze punten bepalen mede de vitaliteit van de sportverenigingen. Uitgangspunt is het basismodel vitale sportclubs (Lucassen & Van Kalmthout (Reds.), 2015). Deze vitaliteit bestaat uit de organisatiekracht en de maatschappelijke oriëntatie van de verenigingen. De vragenlijst is afgenomen in de vorm van een webenquête. De gemeente heeft in samenwerking met het Mulier Instituut in totaal 301 sportverenigingen in de gemeente Den Haag voor dit onderzoek uitgenodigd. De dataverzameling vond plaats van 12 mei t/m 14 juli 2022. In de vragenlijst stond een aantal vragen om een indruk te krijgen van de mate waarin de sluiting van de verenigingen vanwege het coronavirus in de afgelopen twee jaar van invloed is geweest op de organisatie van de sportvereniging en de mogelijke doorwerking daarvan op de vitaliteit van de verenigingen.

Daarnaast heeft de gemeente Den Haag een aantal vragen aan de vragenlijst toegevoegd, onder andere over het beheer van sportaccommodaties, sportaanbod voor verschillende doelgroepen, invulling van kaderfuncties en positieve sportcultuur. Van 138 sportverenigingen hebben we de resultaten geanalyseerd, een nettorespons van 46 procent. Op basis van beschikbare populatiegegevens naar het type sport (binnen/buiten) en de grootte van de vereniging vormt de responsgroep een redelijke afspiegeling van alle sportverenigingen in de gemeente Den Haag (zie bijlage 1). De middelgrote verenigingen lijken wat oververtegenwoordigd in de responsgroep.

4

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

In deze rapportage beschrijven we de vitaliteit van de sportverenigingen in de gemeente Den Haag. Dit doen we door eerst de organisatiekracht en vervolgens de maatschappelijke oriëntatie van de verenigingen te beschrijven. Daarna schetsen we aan de hand van de organisatiekracht en de maatschappelijke oriëntatie een totaalbeeld van de vitaliteit van de verenigingen in de gemeente Den Haag. De rapportage eindigt met enkele conclusies en aanbevelingen die voortvloeien uit het onderzoek.

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

5

De organisatiekracht van de sportvereniging definiëren we als de mate waarin de vereniging in staat is haar sportaanbod voor de (potentiële) leden te organiseren. Deze index bestaat uit vijf criteria: leden, kader, accommodatie, financiën en beleid. De score per criterium delen we in onvoldoende, matig, voldoende of goed in. De scores op alle criteria bepalen samen de uiteindelijke organisatiekracht van de vereniging. Zie bijlage 2 voor meer uitleg over de methode.

Bijna twee derde van de verenigingen in de gemeente Den Haag scoort ‘voldoende’ tot ‘goed’ op de index organisatiekracht (64%, figuur 2.1). Deze verenigingen zijn in staat het sportaanbod voor de (potentiële) leden te organiseren. In vergelijking met het landelijke beeld beschikt een vergelijkbaar deel van de verenigingen in Den Haag over voldoende organisatiekracht: in heel Nederland scoort 61 procent van de verenigingen voldoende tot goed. Ruim een derde van de Haagse verenigingen heeft moeite met het organiseren van hun sportaanbod (36%). Met name kleine verenigingen (56%) en in mindere mate binnensportverenigingen (49%) en verenigingen die niet beschikken over een eigen accommodatie (52%) hebben moeite om het sportaanbod te organiseren.

100 19

13 25

9 20

31

60

39

39

80

42

39

42

52

40

38

41

37

38 20

0

29

27

9

9

Nederland

Den Haag

19

28

3 ≤ 100 leden

101-250 leden

> 250 leden

Aantal leden Onvoldoende

Matig

Voldoende

17

17 11

7

Binnensport

Buitensport

Binnen-/buitensport Goed

Op het gebied van organisatiekracht scoren verenigingen in Den Haag het hoogst op het criterium leden (figuur 2.2). De meerderheid (85%) scoort voldoende tot goed op dit criterium. Landelijk is dit 71 procent. De Haagse verenigingen scoren het laagst op het criterium accommodatie. Drie op de tien verenigingen scoren hierop onvoldoende (31%) en een vijfde scoort matig (18%). In vergelijking met de landelijke cijfers (14% matig en 17% onvoldoende) scoren verenigingen in de Den Haag met name vaker onvoldoende op het

6

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

criterium accommodatie. Verenigingen zonder eigen accommodatie (42%) scoren vaker onvoldoende dan verenigingen met een eigen accommodatie (23%). Het criterium financiën vormt een tweede aandachtspunt voor verenigingen in Den Haag: vier op de tien verenigingen scoren hierop onvoldoende of matig (41%). Landelijk is dat 36 procent. In Den Haag scoren kleine verenigingen (≤ 100 leden; 65%), verenigingen zonder eigen accommodatie (55%) en binnensportverenigingen (58%) vaker matig of onvoldoende op financiën dan de andere verenigingen.

100

80

32

60

43

73

28

36

48

41

38

65

65

44 72

67 62

60

60

63

58

28

37

30 28

40

18

16

20 9

13

7 DH

NL Leden

13

Voldoende

20

Matig

17

18

14

DH

NL

DH

Beleid

19 NL Kader

25

Onvoldoende

Gemiddelde score

14

17

19

Goed

60

18 22

25

21

22

15

0

31

14 26

26

DH

NL

31 17

Financiën

DH

NL

Accommodatie

Verenigingen scoren relatief vaak goed op het criterium leden. Met name de kleine verenigingen (≤ 100 leden) scoren matig of onvoldoende. Ook op de criteria financiën en beleid scoren kleine verenigingen vaker matig of onvoldoende dan de grotere verenigingen. Binnensportverenigingen en verenigingen zonder eigen accommodatie scoren vaker lager op organisatiekracht. Zij scoren met name op de criteria leden, financiën en beleid lager dan de buitensportverenigingen en de verenigingen met een eigen accommodatie.

Bijna de helft van de deelnemende sportverenigingen in de gemeente Den Haag (47%) beschikt over een eigen sportaccommodatie en kantine; 9 procent heeft alleen een eigen sportaccommodatie, 4 procent alleen een kantine. Vier op de tien verenigingen (39%) hebben geen eigen sportaccommodatie of -complex en eigen kantine.

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

7

De verenigingen in de gemeente Den Haag zijn over het algemeen tevreden over de accommodatie waar zij gebruik van maken. Zes op de tien geven aan dat ze met de beschikbaarheid in de huidige accommodatie op de huidige locatie nog jaren vooruit kunnen. Een op de vijf vindt dat niet (20%, figuur 2.3). Grote verenigingen (25%) geven dit vaker aan dan middelgrote (16%) en kleine verenigingen (17%).

Met (het aantal beschikbare uren in) de huidige accommodatie op de huidige locatie kunnen we nog jaren vooruit.

20

De vereniging kan op elk gewenst moment over de accommodatie beschikken conform de behoefte.

20

30

60

14

56

Zaken als financiering, huur, onderhoud, beheer, exploitatie en privatisering van de accommodatie verlopen naar wens en zijn helder.

15

22

63

De accommodatie is in goede staat.

15

25

59

0

20

40

(Helemaal) niet

60

Enigszins

80

100

(Helemaal) wel

Vooral grote verenigingen (20%) en buitensportverenigingen (24%) vinden dat de accommodatie niet in goede staat is. Kleine verenigingen (39%) en binnensportverenigingen (41%) geven het vaakst aan dat ze de accommodatie niet conform de behoefte kunnen gebruiken.

Drie kwart van de verenigingen met een eigen accommodatie (al dan niet in samenwerking met andere verenigingen) is verantwoordelijk voor het meerjarenonderhoud van een of meer onderdelen van de sportaccommodatie. Twee derde is verantwoordelijk voor het meerjarenonderhoud van het clubgebouw met horeca (67%, figuur 2.4). Bij de kleedkamers is meer dan de helft verantwoordelijk voor het meerjarenonderhoud (51%). Voor het meerjarenonderhoud van andere voorzieningen zijn ze minder vaak verantwoordelijk.

Clubgebouw met horeca

67

Kleedkamers

51

Materiaalgebouw

36

Buitensportaccommodatie, zoals een sportveld

24

Binnensportaccommodatie, zoals een sporthal

13

Anders

9

Niet verantwoordelijk voor het meerjarenonderhoud van een accommodatie

26 0

8

20

40

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

60

80

100

Zeven op de tien verenigingen die verantwoordelijk zijn voor het meerjarenonderhoud van minimaal een voorziening geven aan dat ze daar een meerjarenonderhoudsplan voor hebben (69%, niet in figuur).

Bij 85 procent van de verenigingen met een eigen accommodatie en/of kantine maken andere organisaties gebruik van de sport-, club- of kleedaccommodaties van de vereniging. Vooral scholen (43%, figuur 2.5) en andere sportverenigingen (42%) maken veel gebruik van verenigingsaccommodaties.15 procent van de verenigingen met een eigen accommodatie geeft aan dat andere organisaties dan de genoemde opties in de vragenlijst gebruik maken van hun accommodatie. Hierbij geven ze diverse toelichtingen, waaronder buurtbijeenkomsten, huiswerkbegeleiding, een beweeggroep en gebruik van de accommodatie als stembureau. De verenigingen waarvan de accommodatie niet door andere organisaties wordt gebruikt zijn relatief vaak middelgrote verenigingen, verenigingen voor individuele sporten en verenigingen met alleen een eigen kantine.

School (basis- of voorgezet onderwijs)

43

Andere sportverenigingen

42

Naschoolse opvang/peuteropvang

20

Buurt-/wijk-/welzijnsorganisaties

20

Commerciële dienstverleners

15

(Sport)fysiotherapeut/huisartsen/zorginstellingen

12

Sportschool/fitnesscentrum

6

Jeugdorganisaties (scouting)

2

Anders

15

Geen andere organisatie

15

0

20

40

60

80

100

Zes op de tien verenigingen in de gemeente Den Haag (60%) hebben in de afgelopen vier jaar nieuwe voornemens of plannen op papier gezet voor het functioneren van de vereniging (niet in figuur). Dit is meer dan landelijk (46%). Met name de grote verenigingen (>250 leden) en de buitensportverenigingen werken met beleidsplannen.

Voor Haagse verenigingen die met beleidsplannen werken, zijn werving en behoud van vrijwilligers/kader en leden de meeste genoemde onderwerpen (beide 67%, figuur 2.6). Na werving en behoud van leden en

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

9

vrijwilligers/kader nemen verenigingen landelijk financiën het vaakst als onderwerp op in hun beleidsplannen. In Den Haag staan veel andere onderwerpen vaker in beleidsplannen van verenigingen dan financiën. Sportiviteit en respect (60%) is daar na werving en behoud van leden en vrijwilligers/kader het meest genoemde onderwerp. Samenwerkingen met andere partijen hebben verenigingen de afgelopen vier jaar relatief weinig in hun beleid opgenomen.

Werving/ behoud vrijwilligers/kader

67

Ledenwerving en/of ledenbehoud

67

Sportiviteit en respect/veilig sportklimaat

60

Communicatie/PR/publiciteit

45

Beheer en onderhoud accommodatie

41

Opleiding verenigingskader

36

Realiseren van (top)sportambities

31

Financiën

30

Samenwerking andere sportverenigingen

24

Samenwerking niet-sportorganisaties

24

Samenwerking met onderwijs

17

Anders

13 0

20

40

60

80

100

Behoud en werving van leden is komend jaar het belangrijkste thema waar bestuursleden zich voor willen inzetten: bij meer dan de helft van de verenigingen in de gemeente Den Haag staat dit thema het komende jaar op de agenda (61%, figuur 2.7). Vrijwilligers werven en behouden heeft bij ruim vier op de tien Haagse verenigingen (42%) komend jaar de aandacht. De beleidsmatige inzet op samenwerking met niet-sportorganisaties (bijv. school, wijk-/buurtorganisatie, revalidatie- en/of zorginstelling) is beperkt bij verenigingen in de gemeente Den Haag (1%). Verder zet geen enkele Haagse vereniging in op sportmedische zaken. De speerpunten voor komend jaar komen aardig overeen met de onderwerpen in de beleidsplannen van verenigingen. De nadruk ligt op de korte en langere termijn op werving en behoud van vrijwilligers en leden en op sportiviteit en respect. Communicatie/PR/publiciteit en het verenigingskader opleiden noemen verenigingen vaak in beleidsplannen, maar nauwelijks als speerpunt voor het komende jaar. Dat zijn meer aandachtspunten voor de langere termijn.

10

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

Ledenbehoud en/of ledenwerving

61

Werving en behoud vrijwilligers

42

Sfeer en cultuur op en van de vereniging

26

Sportiviteit en respect/veilig sportklimaat

19

Beheer en onderhoud accommodatie

14

Jeugd

12

Realisatie nieuwe/eigen accommodatie

12

Publiciteit, PR, communicatie

10

Realiseren van (top)sportambities

9

Ontwikkelen van nieuw sportaanbod

9

Professioneel kader (werven, behouden)

9

Financiën

9

Opleiding kader

8

Samenwerking met sportvereniging(en)

7

Kwaliteit verbeteren bestaand aanbod

6

Competitie

6

Activiteitenaanbod

4

Specifieke doelgroepen

4

Samenwerking met onderwijs

4

Sporttechnische zaken

4

Verhuizing andere locatie

4

Opzetten van aanvullende diensten

3

Samenwerking met niet-sportorganisaties

1

Anders

2 0

20

40

60

80

100

Een op de vijf Haagse verenigingen heeft te maken met ten minste één zeer groot probleem (20%). Bij de helft van deze verenigingen gaat het om een enkel zeer groot probleem, terwijl de andere helft aangeeft met meerdere zeer grote problemen te kampen. De middelgrote verenigingen (101 t/m 250 leden) geven het minst vaak aan dat ze met een zeer groot probleem kampen (12%), en als dit het geval is, blijft het beperkt tot één zeer groot probleem.

Een kwart van de Haagse verenigingen ervaart de ontwikkeling van het aantal vrijwilligers als een (zeer) groot probleem (27%, figuur 2.8). Twee op de tien verenigingen geven aan hier geen probleem te ervaren. Ook de ontwikkeling van het aantal trainers (21%) en de beschikbaarheid van de sportaccommodatie(s) (22%) ervaren verenigingen vaak als (zeer) groot probleem. De beschikbaarheid van de sportaccommodatie(s) bestempelen ze het vaakst als zeer groot probleem (12%). Financiën en een veranderende samenstelling van de bevolking in de regio ervaren verenigingen minder vaak als een (groot) probleem. Verenigingen die een veranderende bevolkingssamenstelling als een zeer groot probleem ervaren, noemen hierbij voornamelijk vergrijzing en de toename van het aantal inwoners met een migratieachtergrond. Het probleem bij die laatste groep is dat mensen niet bekend zijn met de sport of niet gewend zijn aan de Nederlandse verenigingscultuur. Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

11

Bijna de helft van de verenigingen die zeer grote problemen ervaren met de beschikbaarheid van de sportaccommodatie(s) (46%) geeft aan dat die ontwikkeling het voortbestaan van hun vereniging bedreigt. Dit ligt behoorlijk hoger dan bij de andere thema’s, waarbij maximaal 21 procent aangeeft dat dit het voortbestaan van de vereniging bedreigt.

Ontwikkeling aantal vrijwilligers

8

Ontwikkeling aantal trainers/instructeurs/lesgevers

5

Ontwikkeling ledenbestand

4

De beschikbaarheid van sportaccommodatie(s)

Financiële situatie van de vereniging

19

16

9

16

Veranderingen in de bevolkingssamenstelling in 2 6 de regio

12

Een zeer groot probleem

Een groot probleem

39

18

13

43

16

49

20

59

12 20

Een matig probleem

21

17

23

42

20

23

12

12

0

33

69 40

60 Een klein probleem

80

100

Geen probleem

De knelpunten die de verenigingen in de gemeente Den Haag ervaren, komen grotendeels overeen met de speerpunten en beleidsplannen die ze opstellen op het gebied van ledenbehoud en/of –werving en de werving van vrijwilligers/verenigingskader. Opvallend is dat de verenigingen in Den Haag goed scoren op het organisatiecriterium leden (figuur 2.2), ondanks dat dit voor 16 procent van de verenigingen een (zeer) groot probleem is. De zorgen van verenigingen over de beschikbaarheid van de accommodatie(s) lijken terecht. Op het organisatiecriterium accommodatie scoren Haagse verenigingen relatief laag (figuur 2.2).

Ruim de helft van de verenigingen in de gemeente Den Haag geeft aan dat zij van een of meerdere partijen concurrentie ervaren (62%). De verenigingen hebben het meest te maken met concurrentie van andere vereniging(en) in de buurt in dezelfde sporttak (44%), gevolgd door verenigingen in een andere tak van sport (17%) en commerciële aanbieders (17%). De concurrentie van andere sportaanbieders ervaren verenigingen over het algemeen niet als heel problematisch (figuur 2.9). Van de verenigingen die concurrentie ervaren van andere sportverenigingen in de buurt in een andere sporttak ervaart 14 procent dat als een (zeer) groot probleem (figuur 2.9).

12

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

Andere vereniging(en) in de buurt in dezelfde sporttak (n=61)

5

5

Andere vereniging(en) in de buurt van een andere sporttak (n=24)

4

9

Commerciële sportaanbieders (n=24)

4

Ongeorganiseerde sportbeoefening (n=11)

44

48

15

26

13

61

9

Een groot probleem

30

64

0 Een zeer groot probleem

31

20

9

40

Een matig probleem

60

18

80

Een klein probleem

4

100

Geen probleem

Verenigingen in Den Haag waarderen de samenwerking binnen hun vereniging. 86 procent vindt dat sprake is van een goede samenwerking tussen bestuur, commissies, vrijwilligers en andere betrokkenen (figuur 2.10).

De vereniging beschikt over een duidelijke missie en visie voor de lange termijn.

12

Het bestuur peilt ieder jaar wat er leeft onder de leden.

16

Er bestaat een goede samenwerking tussen bestuur, commissies, vrijwilligers en andere betrokkenen.

5

0

21

67

29

55

9

86

20 Niet

40 Enigszins

60

80

100

Wel

Bij de meerderheid van de sportverenigingen in Den Haag blijken de bestuurders in goed contact te staan met de leden van hun vereniging. De helft van de verenigingen geeft aan ieder jaar hun leden te bevragen over wat er bij hen leeft (55%); een kwart doet dit enigszins (29%). Dat is vergelijkbaar met landelijk (resp. 56% en 32%).

Twee derde van de verenigingen in de gemeente Den Haag (67%) geeft aan over een duidelijke missie en visie voor de lange termijn te beschikken waar zowel het bestuur als de leden achter staan (figuur 2.10). Dit is hoger dan het landelijke percentage (55%). Met name buitensportverenigingen (76%) en grote verenigingen (78%) in Den Haag beschikken over een duidelijke missie en visie.

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

13

Een kwart van de verenigingen in Den Haag scoort onvoldoende op het criterium financiën (26%, figuur 2.2). Ruim zeven op de tien verenigingen omschrijven hun financiële positie als (zeer) gezond (72%; landelijk 72%). 5 procent noemt de financiële positie minder gezond en 3 procent ziet deze als zorgwekkend. Kleine verenigingen beschrijven hun situatie beduidend vaker als minder gezond of zorgwekkend (15%) dan middelgrote (8%) en grote verenigingen (2%).

3 5

Zorgwekkend

24 20

Minder gezond Redelijk Gezond

48

Zeer gezond

Zes op de tien verenigingen geven aan bij het financieel beleid een aantal jaren vooruit te denken (63%, figuur 2.12). 10 procent heeft jaarlijks geen positief financieel resultaat. Dit is vergelijkbaar met het landelijke cijfer (11%). Het gaat in Den Haag voornamelijk om kleine en middelgrote verenigingen (≤ 250 leden). De meeste verenigingen (86%) kunnen jaarlijks aan hun financiële verplichtingen voldoen. Ruim twee vijfde heeft niet of nauwelijks ruimte binnen de begroting voor onverwachte uitgaven zonder de reserveringen aan te spreken. Dit zijn met name kleine verenigingen (≤ 100 leden).

De vereniging heeft jaarlijks een positief financieel resultaat.

10

22

De vereniging denkt bij het financieel beleid een aantal jaren vooruit.

8

29

De vereniging heeft (zonder reserveringen aan te spreken) altijd ruimte binnen haar begroting voor onverwachte uitgaven. De vereniging kan jaarlijks aan alle financiële verplichtingen voldoen.

16

4 0

68

63

28

57

10

86 20

40

60

(Helemaal) niet

Enigszins

80

100

(Helemaal) wel

Een derde van het ledenbestand van verenigingen in de gemeente Den Haag bestaat uit minderjarige leden (< 18 jaar, figuur 2.13). Grote verenigingen hebben in verhouding een groter aandeel minderjarige leden (41%) dan middelgrote (26%) en kleine verenigingen (26%). Gemiddeld bestaat 18 procent van het

14

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

ledenbestand van de verenigingen uit leden van 65 jaar en ouder. Bij kleine en middelgrote verenigingen ligt dit percentage relatief hoog (26%).

Totaal

2

18

Klein (≤ 100 leden)

2

14

9

14

19

15

26

Middel (101-250 leden) 1

15

9

14

19

15

26

18

20

Groot (> 250 leden) 2

22

0 0-5 jaar

13

20 6-11 jaar

16

20

40

12-17 jaar

18-29 jaar

14

18

20 60

30-49 jaar

12 80

50-64 jaar

7 100

65+ jaar

Hoewel de verenigingen in de gemeente Den Haag relatief goed scoren op het criterium leden, vormt de ontwikkeling van het ledenaantal voor 15 procent een bedreiging voor de toekomst van de vereniging (figuur 2.14). Daarmee maken in Den Haag procentueel aanzienlijk minder verenigingen zich zorgen dan landelijk (38%). Verenigingen zien de ontwikkeling van het ledental met name als een bedreiging op de langere termijn (over twee of meer jaar). Vijf verenigingen maken zich zorgen over de ontwikkeling voor het komende jaar.

4 11 28

Ja, op korte termijn (binnen 1 jaar) Ja, op langere termijn (over 2 jaar of later) Nee, voorlopig niet

Nee 57

Drie op de tien verenigingen zagen hun ledenaantal in de afgelopen twee jaar (sterk) dalen (31%, figuur 2.15). Dit is minder dan landelijk (40%). Bij drie op de tien verenigingen is het ledenaantal gestegen (30%). Kleine (52%) en binnensportverenigingen (47%) zagen hun ledental relatief vaak dalen, terwijl grote (49%) en buitensportverenigingen (40%) juist te maken hadden met een ledenstijging.

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

15

Afgelopen twee jaar

9

Verwachting komend jaar

10

22

40

24

56

0

20

33

40 Sterke daling

60 Daling

Gelijk

80 Stijging

6

1

100

Sterke stijging

Het totale aantal aanmeldingen van nieuwe leden lag in de gemeente Den Haag hoger dan het aantal afmeldingen (niet in figuur). Ruim de helft van de Haagse verenigingen verwacht komend jaar geen veranderingen in het ledenaantal (56%, figuur 2.15). Slechts een klein aantal verwacht een (verdere) daling (10%). In vergelijking met de landelijke cijfers (26%) verwachten minder verenigingen in Den Haag een ledendaling.

83 procent van de verenigingen in de gemeente Den Haag (niet in figuur) geeft aan voor 2022 een groeiambitie te hebben. Een derde van de verenigingen (36%) wil groeien door voornamelijk nieuwe leden te werven; 27 procent wil groeien door voornamelijk te focussen op ledenbehoud. Een op de vijf verenigingen (20%) wil wel groeien, maar hanteert hiervoor geen speciale strategie.

Iets meer dan de helft van de Haagse verenigingen heeft vrijwilligers die een belastingvrije vrijwilligersvergoeding ontvangen (55%, figuur 2.16). Vier op de tien verenigingen hebben geen betaalde medewerkers of vrijwilligers met een vrijwilligersvergoeding (38%). Ook vier op de tien verenigingen hebben betaalde medewerkers (38%).

Vereniging zonder betaalde medewerkers en belastingvrije vrijwilligersvergoeding

31 38

Vereniging met betaalde medewerkers

Vereniging met belastingvrije vergoediging voor vrijwilligers

24

16

7

Vereniging met betaalde medewerkers en een vrijwilligersvergoeding

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

Zes op de tien verenigingen beschikken over voldoende trainers (instructeurs, docenten, leraren) (59%, figuur 2.17). Dit is vergelijkbaar met het landelijke percentage (58%). Van de verenigingen met trainers heeft twee vijfde voldoende gekwalificeerde, opgeleide trainers. Een vijfde heeft te weinig kwalificeerde trainers. Zeven op de tien verenigingen (69%) geven aan over voldoende vrijwilligers te beschikken (figuur 2.17). Dit is minder dan landelijk (85%). Bijna de helft van de verenigingen in Den Haag geeft aan over voldoende vrijwilligers te beschikken, maar ook nog op zoek te zijn naar nieuwe vrijwilligers (43%, niet in figuur). Gemiddeld geven de verenigingen in de gemeente Den Haag aan over 63 vrijwilligers te beschikken.

100 80

69 59

60

44 40 20 0 Vrijwilligers

Trainers

Gekwalificeerde, opgeleide trainers/coaches

Vier op de tien verenigingen (39%) geven aan vacatures voor betaalde medewerkers en vrijwilligers te hebben (figuur 2.18). Een vijfde (20%) heeft vacatures op cruciale posities. Verenigingen die op zijn zoek naar vrijwilligers komen het vaakst vrijwilligers tekort voor sponsoring/werving (52%), trainer/coach (49%), andere bestuursfuncties dan voorzitter/secretaris/penningmeester (42%) of de organisatie van wedstrijden/toernooien (42%, niet in figuur).

4 We hebben geen enkele vacature

14

Enkele vacatures maar niet op cruciale posities 20

61

Enkele vacatures en op cruciale posities Te veel vacatures

Bij 83 procent van de verenigingen zijn momenteel de functies van voorzitter, penningmeester en secretaris allemaal vervuld. Bij een op de zes zijn één of twee van deze functies vervuld. Bij een enkele vereniging zijn deze drie functies allemaal niet vervuld. De meeste verenigingen waar ze niet allemaal vervuld zijn, geven aan dat ze op zoek zijn naar iemand die de vacante functie(s) wil vervullen of dat ze

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

17

hiervoor geen kandidaten hebben gevonden. Enkele verenigingen geven aan dat het vanwege de aard of grootte niet nodig is dat alle drie de functies zijn vervuld.

Een vijfde van de verenigingen heeft voor werving en behoud van vrijwilligers een actueel plan op papier en voert dat uit (20%, niet in figuur); 31 procent heeft een plan in ontwikkeling. De helft van de verenigingen heeft op dit moment geen actueel plan (46%). 16 procent van de verenigingen heeft geen taakomschrijving voor de kaderfuncties. De helft heeft taakomschrijvingen voor vrijwel alle functies (47%), een derde voor enkele functies (35%).

Acht op de tien Haagse verenigingen (79%) zijn bezig met een of meer onderwerpen binnen het thema positieve sportcultuur. Meer dan de helft van de verenigingen geeft aan actief bezig te zijn met het bevorderen van inclusie en respect (56%, figuur 2.19). Daarnaast zijn verenigingen bezig met het tegengaan van discriminatie (49%), het professionaliseren van het kader en pedagogisch sportklimaat (48%) en het vergroten van ouderbetrokkenheid (45%). Ook voor het tegengaan van grensoverschrijdend gedrag is bij Haagse verenigingen aandacht. Iets meer verenigingen zijn bezig met het tegengaan van fysiek, discriminerend of emotioneel grensoverschrijdend gedrag (45%) dan met het tegengaan van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksuele intimidatie (42%). Met het bevorderen van sportdeelname van mensen met een beperking en/of chronische ziekte zijn beduidend minder verenigingen actief bezig (23%). Veel grote verenigingen (97%, niet in figuur) en verenigingen met jeugdleden (88%) zijn actief bezig met een of meerdere onderwerpen binnen het thema positieve sportcultuur. Kleine verenigingen (63%) en verenigingen zonder jeugdleden (51%) zijn minder vaak actief bezig met minimaal een van deze onderwerpen.

18

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

Het bevorderen van inclusie en respect op de vereniging (iedereen is welkom)

56

Het tegengaan van discriminatie naar seksuele voorkeur, etnische herkomst, huidskleur en/of geloofsovertuiging

49

Het professionaliseren van het trainingskader en pedagogisch sportklimaat

48

Het tegengaan van fysiek, discriminerend of emotioneel grensoverschrijdend gedrag

46

Het vergroten van ouderbetrokkenheid

45

Het tegengaan van seksuele intimidatie of seksueel grensoverschrijdend gedrag

42

Het bevorderen van sportdeelname van mensen met een beperking en/of chronische ziekte

23

Anders

3

Er is geen beleid op zaken binnen positieve sportcultuur

21 0

20

40

60

80

100

Zes op de tien Haagse verenigingen beschikken over een centrale vertrouwenscontactpersoon (hierna: VCP; 62%, niet in figuur). Grote verenigingen (86%) en verenigingen met jeugdleden (71%) hebben vaker een VCP dan kleine verenigingen (39%) en verenigingen zonder jeugdleden (34%). Een gedragscode of gedragsregels zijn bij acht op de tien Haagse verenigingen aanwezig (80%, niet in figuur). Met name verenigingen met jeugdleden (85%), grote verenigingen (92%) en middelgrote verenigingen (86%) hebben normen voor gedrag vastgesteld. De verschillen tussen (middel)grote en kleine verenigingen en tussen verenigingen met en zonder jeugdleden zijn hier minder groot dan bij de VCP. Twee derde van de verenigingen (66%, figuur 2.20) vraagt een Verklaring omtrent het Gedrag (VOG) aan voor vrijwilligers. Meer dan de helft van de verenigingen vraagt deze aan voor trainers (57%). Grote verenigingen (90%, niet in figuur) en verenigingen met jeugdleden (81%) vragen beduidend vaker VOG’s aan voor minimaal één functie dan kleine verenigingen (48%), middelgrote verenigingen (48%) en verenigingen zonder jeugdleden (23%).

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

19

Trainers

57

Bestuursleden

39

Coaches

39

Teambegeleiders

36

Anders

14

Geen van bovenstaande

34 0

20

40

60

80

100

54 procent van de Haagse verenigingen geeft aan ondersteuning te willen op een of meer thema’s binnen positieve sportcultuur. Ouderbetrokkenheid (25%, figuur 2.21) noemen ze met afstand het vaakst, gevolgd door pedagogisch sportklimaat (16%) en respect en inclusie (11%).

Ouderbetrokkenheid

25

Het pedagogisch sportklimaat

16

Respect en inclusie

11

Het aanvragen van VOG’s voor vrijwilligers of werknemers

9

Agressief of discriminerend grensoverschrijdend gedrag

9

Het aanstellen van een centrale vertrouwenscontactpersoon

8

Het opstellen van normen en waarden en gedragsregels

8

Seksueel grensoverschrijdend gedrag of seksuele intimidatie

5

Anders

5

Wij willen geen ondersteuning op positieve sportcultuur

46 0

20

40

60

80

100

Grote verenigingen (68%) en verenigingen met jeugdleden (64%) hebben beduidend vaker behoefte aan ondersteuning bij een of meerdere onderwerpen met betrekking tot een positieve sportcultuur dan kleine verenigingen (37%) en verenigingen zonder jeugdleden (23%). Dit is opvallend, aangezien grote verenigingen en verenigingen met jeugdleden vaker bezig zijn met dit onderwerp en vaker beschikken over een VCP, gedragscode en VOG’s voor vrijwilligers dan kleine verenigingen en verenigingen zonder jeugdleden.

20

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

Bijna twee derde van de verenigingen in de gemeente Den Haag (64%) scoort ‘voldoende’ tot ‘goed’ op de index organisatiekracht. Verenigingen die onvoldoende scoren zijn relatief vaak kleine verenigingen, binnensportverenigingen en verenigingen zonder eigen accommodatie. Financiën en de accommodatie vormen de belangrijkste aandachtspunten onder Haagse verenigingen. Met name bij de accommodatie gaat het met Haagse verenigingen beduidend minder goed dan landelijk. Op het gebied van leden en kader gaat het bij Haagse verenigingen over het algemeen duidelijk beter dan gemiddeld in Nederland.

Op stellingen over hun accommodatie antwoorden de meeste verenigingen positief. Maar ze hebben ook zorgen. Drie op de tien Haagse verenigingen geven aan (helemaal) niet op elk gewenst moment over de accommodatie te kunnen beschikken. Met name kleine verenigingen en binnensportverenigingen kunnen de accommodatie niet naar behoefte gebruiken. Grote verenigingen zijn relatief vaker bezorgd over de staat van de accommodatie en hoe lang ze nog met de huidige accommodatie vooruit kunnen. Drie kwart van de verenigingen met een eigen accommodatie is verantwoordelijk voor het meerjarenonderhoud van een of meerder onderdelen. Ze zijn het vaakst verantwoordelijk voor het onderhoud van het clubgebouw en/of de kleedkamers. Van de verenigingen die verantwoordelijk zijn voor het meerjarenonderhoud van (een deel van) hun accommodatie hebben zeven op de tien een meerjarenonderhoudsplan. Bij 85 procent van de Haagse verenigingen met een eigen accommodatie en/of kantine wordt de accommodatie en/of kantine multifunctioneel gebruikt. Met name scholen en andere sportverenigingen maken ook gebruik van de accommodatie.

Relatief veel Haagse verenigingen (60%) hebben in de afgelopen vier jaar plannen voor het functioneren van de vereniging op papier gezet. Landelijk is dat 46 procent. In twee derde van deze recente plannen staat beleid voor werving/behoud van vrijwilligers/kader en beleid voor ledenwerving/ledenbehoud. Een veilig sportklimaat komt in meer dan de helft van de beleidsplannen voor. Voor komend jaar is behoud en werving van leden het belangrijkste aandachtspunt, gevolgd door werving en behoud van vrijwilligers. Een op de vijf Haagse verenigingen geeft aan minstens één zeer groot probleem te hebben. Bij de helft hiervan betreft dit een enkel zeer groot probleem. Middelgrote verenigingen (101 t/m 250 leden) kampen het minst vaak met zeer grote problemen. De meest voorkomende problemen zijn de ontwikkeling van het vrijwilligersaantal, het aantal trainers en de beschikbaarheid van de sportaccommodatie(s). De beschikbaarheid van de sportaccommodatie is het vaakst een ernstig probleem. Meer dan de helft van de Haagse verenigingen ervaart concurrentie. Deze komt het vaakst van andere verenigingen in de buurt in dezelfde sporttak. Sportverenigingen in de gemeente Den Haag zijn positief over de interne samenwerking: 86 procent geeft aan dat bestuur, commissies, vrijwilligers en andere betrokkenen goed samenwerken.

Twee derde van de verenigingen heeft een duidelijke langetermijnvisie en missie.

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

21

Drie kwart van de Haagse verenigingen is financieel gezond. Grote verenigingen beschrijven hun financiële positie vaker als gezond dan middelgrote en kleine verenigingen. Ruim zes op de tien verenigingen denken met het financieel beleid een aantal jaren vooruit. Een tiende geeft aan niet jaarlijks een positief resultaat te hebben. 86 procent van de verenigingen kan jaarlijks aan hun financiële verplichtingen voldoen. Ruim twee vijfde heeft (zonder reserveringen aan te spreken) niet of nauwelijks ruimte binnen de begroting voor onverwachte uitgaven. Dit zijn met name kleine verenigingen.

Voor de meeste clubs (85%) is de ontwikkeling van het ledental geen bedreiging. Hiermee scoren Haagse clubs duidelijk hoger dan het Nederlands gemiddelde (62%). Over het algemeen hebben zich in 2021 meer leden aangemeld dan afgemeld bij Haagse verenigingen. Voor 2022 verwachten beduidend meer verenigingen een ledenstijging dan een ledendaling. Dit past bij de ambities van de verenigingen: 83 procent heeft een groeiambitie voor 2022. De focus ligt hierbij iets vaker op ledenwerving dan op ledenbehoud.

Zeven op de tien Haagse verenigingen (69%) hebben voldoende vrijwilligers. Dit is minder dan landelijk (85%). Een vijfde heeft vacatures op cruciale posities. Net als landelijk heeft bijna de helft van de Haagse verenigingen een gebrek aan trainers. Twee vijfde heeft voldoende opgeleide trainers. Verder komen verenigingen het vaakst vrijwilligers tekort voor sponsoring/werving, andere bestuursfuncties dan voorzitter/secretaris/penningmeester en de organisatie van wedstrijden/toernooien. De functies van voorzitter/secretaris/penningmeester zijn bij 83% van de verenigingen vervuld. Voor het behoud en de werving van vrijwilligers heeft een vijfde van de verenigingen een actueel plan op papier dat ze uitvoeren.

Acht op de tien Haagse verenigingen zijn bezig met activiteiten in het kader van een positieve sportcultuur. 62 procent heeft een vertrouwenscontactpersoon (VCP). Acht op de tien verenigingen hebben een gedragscode of gedragsregels. Twee derde vraagt VOG’s aan voor vrijwilligers. Grote verenigingen en verenigingen met jeugdleden hebben de sociale basis (VCP, gedragsregels, VOG’s) beduidend vaker op orde dan kleine verenigingen en verenigingen zonder jeugdleden. Grote verenigingen en verenigingen met jeugdleden hebben relatief vaker behoefte aan ondersteuning bij het realiseren van een positieve sportcultuur dan kleine verenigingen en verenigingen zonder jeugdleden.

22

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

Om meer inzicht te krijgen in de bredere maatschappelijke oriëntatie van sportverenigingen buiten het aanbieden van regulier sportaanbod hebben we de index maatschappelijke oriëntatie ontwikkeld. Deze index bestaat uit twee criteria: maatschappelijke activiteit en maatschappelijke intentie. Maatschappelijke activiteit staat voor de mate waarin verenigingen actief een maatschappelijke rol vervullen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om in hoeverre verenigingen samenwerken met andere organisaties of actief bezig zijn met maatschappelijke onderwerpen, zoals sociale veiligheid, duurzaamheid of een gezonde leefstijl. Maatschappelijke intentie staat voor de houding van verenigingen ten opzichte van een actieve bredere maatschappelijke rol. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om in hoeverre verenigingen de intentie hebben om in de toekomst activiteiten te organiseren of voorzieningen/activiteiten aan te bieden voor niet-leden. De score per criterium delen we in onvoldoende, matig, voldoende of goed in. De scores van de twee criteria bepalen de mate van brede maatschappelijke oriëntatie van een vereniging. Zie bijlage 2 voor meer uitleg over de methode.

In Den Haag scoort de helft van de verenigingen voldoende of goed op maatschappelijke oriëntatie (49%). Dat is hoger dan landelijk (30%). Grotere verenigingen, buitensportverenigingen en verenigingen met een eigen accommodatie zijn het sterkst maatschappelijk georiënteerd. Een vijfde van de verenigingen in Den Haag scoort onvoldoende op de index maatschappelijke oriëntatie (figuur 3.1). Dit is minder dan landelijk (38%).

100

80

5

4 16

24

28

32

33 60

33

32

20

29

24

25

40

6

12

42

29

22

37

32

28 39

38

24

22 Den Haag

≤ 100 leden

101-250 leden

> 250 leden

Aantal leden

Onvoldoende

Matig

Voldoende

28

10

7

0 Nederland

39

Binnensport

Buitensport

Binnen-/buitensport

Goed

Vier op de tien verenigingen (42%) blijken, volgens de criteria, voldoende/goed maatschappelijk actief (figuur 3.2); landelijk is dit 36 procent. Drie op de tien (29%) scoren onvoldoende op het criterium

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

23

maatschappelijke activiteit; landelijk is dit 42 procent. Deze verenigingen zijn niet of nauwelijks actief in het uitvoeren van maatschappelijke activiteiten. Met name kleine verenigingen, binnensportverenigingen en verenigingen zonder eigen accommodatie scoren onvoldoende.

100 16

8 22

80

14 35 20

26 60

29 51

40

29

64 22

43

Goed 51

Voldoende

37

Matig Onvoldoende

25 20

Gemiddelde score

42 29

18

29

0 DH

NL

Maatschappelijk actief

DH

NL

Maatschappelijke intentie

Iets meer dan de helft van de verenigingen heeft plannen voor activiteiten of een positieve houding tegenover een bredere maatschappelijke oriëntatie voor hun vereniging (57%, figuur 3.2). Zij scoren voldoende tot goed op het criterium maatschappelijke intentie. De verenigingen in Den Haag scoren hoger op dit criterium dan landelijk (34% voldoende/goed). Met name grote verenigingen en verenigingen met een eigen accommodatie scoren voldoende/goed op maatschappelijke intentie.

De meeste sportverenigingen (88%) in de gemeente Den Haag hebben het afgelopen jaar met één of meer organisaties samengewerkt (figuur 3.3). Verenigingen werken vooral samen met de gemeente (62%), andere sportverenigingen (59%) of sportbonden (56%). De verenigingen in Den Haag zijn positief gestemd over hun samenwerkingspartners. Verenigingen willen de samenwerking met de betreffende organisaties meestal behouden en soms intensiveren. Van de 585 samenwerkingen is slechts in zes gevallen sprake van het voornemen deze stop te zetten.

24

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

Gemeente Andere sportvereniging Sportbond School WSDH Buurt-/wijk-/welzijnsorganisatie Na- en buitenschoolse opvang Bedrijven Lokale sportraad Politie/Justitie Lokale sportservice (Sport)fysiotherapeut/huisarts Jeugdorganisatie Commerciële dienstverlener Sportschool/fitnesscentrum Provinciale sportservice/sportraad Lokale jeugdsportfondsen Revalidatie- en/of zorginstelling GGD Instellingen voor kunst en cultuur MEE(-instelling) Andere instantie Geen

0

20 Samengewerkt

40

60

80

100

Belangstelling

Als een vereniging niet met een bepaalde organisatie samenwerkt, hebben we gevraagd of zij daar in de toekomst mogelijk interesse in heeft. De meeste verenigingen blijken interesse te hebben om hun samenwerkingen te verbreden (73%, figuur 3.3). De partners die ze het vaakst noemen zijn buurt-, wijken/of welzijnsorganisaties (17%), lokale jeugdsportfondsen (17%) en jeugdorganisaties (17%). Dit biedt mogelijkheden om de maatschappelijke oriëntatie van sportverenigingen in de gemeente Den Haag te verbreden.

Twee derde van de sportverenigingen (64%) is het afgelopen jaar betrokken geweest bij sportprojecten/-functionarissen (figuur 3.4). Drie kwart van de verenigingen geeft aan belangstelling te hebben om deel te nemen aan een project of regeling (74%). De meeste belangstelling hebben ze voor verenigingsondersteuning (43%), investeringssubsidie (31%), wijksport (29%) en sportstimuleringsprojecten (28%).

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

25

Verenigingsondersteuning Investeringssubsidie Accommodaties Sportverenigingen Den Haag (IAS) Sportstimuleringsprojecten Buurtsportcoach Lokaal sportakkoord Wijksport Gezonde sportkantine GOGO Den Haag Anders Geen van deze activiteiten/projecten 0 Betrokken bij geweest

20

40

60

80

100

Belangstelling

Met name grote verenigingen en verenigingen met jeugdleden zijn betrokken bij projecten en regelingen. Dat zijn ook de verenigingen die belangstelling hebben om deel te nemen. De kleinere verenigingen en verenigingen zonder jeugdleden hebben minder belangstelling om betrokken te raken. Niet alleen de bereidheid van verenigingen om deel te nemen aan projecten, maar ook het aanbod aan (sport)projecten binnen de gemeente speelt een rol. Hierbij is het zaak dat voldoende projecten worden geïnitieerd en georganiseerd die aansluiten bij de behoefte van verenigingen en dat de mogelijkheid bestaat om bestaande projecten uit te breiden.

Vier op de tien Haagse verenigingen (42%, niet in figuur) bieden faciliteiten en voorzieningen aan voor niet-leden en andere organisaties. Zij bieden voornamelijk multifunctionele inzet van de sportruimte van de vereniging (47%), werk-, huiswerk- of vergaderruimtes (29%), kantoorfaciliteiten (o.a. internet, 28%) en kinderopvang (26%) aan. Met name grote verenigingen, veldsportverenigingen en verenigingen met een eigen accommodatie bieden dergelijk faciliteiten en voorzieningen aan. Vier op de tien verenigingen willen in de toekomst hun faciliteiten en voorzieningen aan anderen aanbieden (41%).

Driekwart van de verenigingen (76%) in de gemeente Den Haag organiseerde afgelopen jaar naast reguliere activiteiten andere activiteiten voor leden, zoals een kamp, clinic of bingoavond (niet in figuur). Zeven op de tien verenigingen organiseerden afgelopen jaar aanbod waarbij niet-leden welkom waren (71%, figuur 3.5). Bij vier op de tien verenigingen blijft dit aanbod beperkt tot één of twee keer per jaar/seizoen (41%).

26

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

Ja, 1-2 keer per jaar/seizoen 29 41

Ja, ongeveer een keer per kwartaal

Ja, 5 of meer keer per jaar/seizoen 22 8

Nee

De helft van de Haagse verenigingen is actief met het vernieuwen van hun aanbod om nieuwe leden te werven (53%, figuur 3.6), 48 procent introduceert nieuw aanbod voor de eigen leden. Bijna de helft zet zich in voor het ontwikkelen van activiteiten voor specifieke doelgroepen (48%). Dit percentage is iets hoger dan het landelijke gemiddelde (43%). Kleine verenigingen in Den Haag (34%) zijn hierin minder actief dan middelgrote (48%) en grote (61%) verenigingen.

Introduceren van nieuwe sport- en spelactiviteiten voor de eigen leden

20

Introduceren van (nieuwe) sport- en spelactiviteiten voor nieuwe/potentiële leden

20

Flexibiliseren van lidmaatschappen/contributievormen

18

Introduceren van (nieuwe) sport- en spelactiviteiten voor specifieke doelgroepen

20 0

28

38

33

20 Zeer actief

14

34

12

32

39

11

28

40

12

40 Beperkt actief

60

80 Niet actief

100 N.v.t.

De meeste verenigingen in de gemeente Den Haag (80%) onderschrijven dat sportverenigingen een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben (niet in figuur). Dit is iets meer dan landelijk (78%). Ondanks dat de verenigingen in Den Haag een sterke maatschappelijke functie voelen, zijn zij beperkt actief op het gebied van maatschappelijke thema’s (figuur 3.7). Wel zijn deze thema’s vaak een aandachtspunt op de korte of lange termijn. De meeste maatschappelijke activiteiten zijn gericht op

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

27

sociale veiligheid (45%, landelijk 30%), normen en waarden en een veilig sportklimaat (43%, landelijk 30%), duurzaamheid (21%, landelijk 16%) en activiteiten voor kwetsbare doelgroepen (19%, landelijk 16%). Figuur 3.7 Betrokkenheid bij maatschappelijke thema’s en/of projecten (% verenigingen, n=138) (Sociale) veiligheid

45

20

13

7

16

Normen en waarden, veilig sportklimaat

43

24

12

7

14

Duurzaamheid, milieu

21

15

Activiteiten voor kwetsbare doelgroepen

19

19

Bevorderen sportdeelname van andere (doel)groepen dan reguliere leden

15

14

33

Gezondheid, gezonde leefstijl

14

17

27

Leefbaarheid in de wijk/buurt/omgeving van de club

12

19

Werkgelegenheidsproject/arbeidsreïntegratie

6

9

Andere projecten

5

6 4

Voeren activiteiten uit

0 Aandachtspunt korte termijn

20

12

22

22

18

33 14

26

13

25

12

30

17 27

8

30 41

78

20 40 60 80 Aandachtspunt lange termijn Geen belangstelling

100 N.v.t.

In de gemeente Den Haag organiseren sportverenigingen in beperkte mate activiteiten voor werkgelegenheidsprojecten (6%). Wel ziet een kwart van de verenigingen dit als aandachtspunt voor de korte of lange termijn. Verder valt op dat op dat bij alle thema’s een relatief groot aantal verenigingen aangeeft dat deze niet van toepassing zijn, terwijl thema’s zoals (sociale) veiligheid in principe bij elke vereniging van toepassing zijn.

Meer dan de helft van de Haagse verenigingen heeft een vast sportaanbod voor een of meerdere specifieke doelgroepen (55%, figuur 3.8). Een derde heeft aanbod specifiek voor mensen van 55 jaar of ouder. Voor mensen met een beperking (19%), studenten (13%), de jongste jeugd (12%) en niet-westerse Hagenaars (11%) heeft ruim een op de tien verenigingen een vast sportaanbod.

Ouderen (55+)

30

Mensen met een beperking

19

Studenten

13

Jongste jeugd (2- tot 4-jarigen)

12

Niet-westerse Hagenaars

11

Volwassenen met overgewicht

7

Kinderen met overgewicht

6

Ouders/begeleiders tijdens sporten van kind

6

Statushouders

4

Werkzoekenden

1

Anders

11

Geen aanbod voor bepaalde doelgroepen

45 0

28

20

40

60

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

80

100

De helft van de Haagse verenigingen scoort voldoende of goed op maatschappelijke oriëntatie. Landelijk scoren drie op de tien verenigingen minimaal voldoende. Over het algemeen scoren grotere verenigingen beter op maatschappelijke oriëntatie dan kleinere. De maatschappelijke activiteit van Haagse verenigingen zal naar verwachting toenemen, aangezien een groep van dertig verenigingen maatschappelijk nog niet (heel) actief is, maar wel maatschappelijke intenties heeft.

88 procent van de sportverenigingen in de gemeente Den Haag heeft het afgelopen jaar met één of meer organisaties samengewerkt. Met de gemeente, andere sportverenigingen en sportbonden werken de meeste verenigingen samen. Verenigingen willen samenwerkingen met andere organisaties vrijwel altijd behouden of intensiveren. Daarnaast blijkt drie kwart interesse te hebben om met andere organisaties (nieuwe) samenwerkingen aan te gaan. Hierbij denken ze het vaakst aan buurt-, wijk- en/of welzijnsorganisaties, lokale jeugdsportfondsen en jeugdorganisaties. Twee derde van de verenigingen is het afgelopen jaar betrokken geweest bij (verenigingsoverstijgende) projecten/regelingen. Twee vijfde was betrokken bij verenigingsondersteuning. Verenigingsondersteuning is ook het project waar de meeste belangstelling voor is om in de toekomst aan deel te nemen, gevolgd door de investeringssubsidie accommodaties (IAS), wijksport en sportstimuleringsprojecten. Met name grote verenigingen en verenigingen met jeugdleden zijn al betrokken bij projecten en regelingen. Deze verenigingen hebben ook het vaakst belangstelling om in de toekomst bij projecten betrokken te raken. Vier op de tien verenigingen bieden faciliteiten en voorzieningen aan voor niet-leden en andere organisaties. Met name grote verenigingen, veldsportverenigingen en verenigingen met een eigen accommodatie doen dit.

Ze bieden vooral de sportruimte, (huis)werk- of vergaderruimtes, kantoorfaciliteiten en kinderopvang aan.

Drie kwart van de verenigingen in de gemeente Den Haag organiseerde afgelopen jaar activiteiten voor leden buiten het reguliere aanbod, bijvoorbeeld een kamp of bingoavond. Zeven op de tien organiseerden afgelopen jaar aanbod waaraan niet-leden konden deelnemen. Bij de meeste verenigingen blijft dit beperkt tot één of twee keer per seizoen. Met het introduceren van activiteiten voor eigen leden, nieuwe/potentiële leden en/of specifieke doelgroepen is ongeveer de helft van Haagse verenigingen actief bezig. Ongeveer de helft flexibiliseert lidmaatschappen/contributievormen.

Vier op de vijf Haagse verenigingen vinden dat sportverenigingen een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben. De daadwerkelijke activiteit op maatschappelijke thema’s is minder groot. Wel staan maatschappelijke thema’s vaak op de agenda voor de korte of lange termijn. Haagse clubs zijn het meest actief met (sociale) veiligheid en normen en waarden. Op deze thema’s zijn Haagse clubs actiever dan het landelijke gemiddelde.

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

29

Van begin 2020 tot begin 2022 hebben sportverenigingen te maken gehad met maatregelen tegen het coronavirus. Dit heeft invloed gehad op de organisatie en vitaliteit van sportverenigingen. Haagse verenigingen hebben deze verenigingsmonitor ingevuld tussen 12 mei en 14 juli 2022. Tijdens het invullen van de vragenlijst waren de coronamaatregelen die invloed hadden op sportverenigingen al enkele maanden niet meer van kracht. In de vragenlijst hebben we de invloed van de coronacrisis op de Haagse verenigingen gepeild. Op het gebied van leden, kader, financiën en maatschappelijke activiteiten heeft de coronacrisis bij beduidend meer verenigingen een negatieve dan een positieve invloed gehad (figuur 4.1).

Financiële situatie

6

Ontwikkeling vrijwilligersaantal

6

Ontwikkeling ledenaantal

9

Organiseren activiteiten waarbij deelname openstond voor niet-leden

25

54

12

32

60

33

17

0 Zeer negatief

11

46

39

20 Negatief

8

36

40

60 Neutraal

3

Positief

4

6 1

80

100

Zeer positief

Bij een derde van de verenigingen heeft de coronacrisis een (zeer) negatieve invloed gehad op de financiële situatie. 15 procent geeft aan dat de coronacrisis een positieve invloed heeft gehad op de financiën. Met name grote verenigingen (> 250 leden) en buitensportverenigingen hebben een positieve invloed van de coronacrisis op de financiën gemerkt. Bij vier op de tien verenigingen heeft de coronacrisis een negatieve impact gehad op het aantal vrijwilligers (38%). Grote verenigingen en buitensportverenigingen hebben relatief vaak deze negatieve impact gevoeld. Bij ruim vier op de tien verenigingen had de coronacrisis een (zeer) negatieve invloed op de ledenontwikkeling (42%). Bij kleine verenigingen (54%) en binnensportverenigingen (52%) was dit vaker het geval dan bij buitensportverenigingen (33%) en middelgrote (32%) en grote verenigingen (36%). Kleine (52%) en binnensportverenigingen (47%) zagen hun ledental relatief vaak dalen, terwijl grote (49%) en buitensportverenigingen (40%) juist te maken hadden met een ledenstijging. Zich oriënteren op de bredere omgeving dan de eigen club is voor verenigingen vaak lastiger dan hun eigen organisatie op peil houden. Zeker door de gevolgen van de coronacrisis ligt de focus van verenigingen veelal bij hun eigen aanbod en leden.

56 procent van de verenigingen geeft aan dat corona een negatieve impact heeft gehad op hun aanbod voor niet-leden.

30

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

Bij kleine verenigingen en binnensportverenigingen heeft de coronacrisis relatief vaak een negatieve invloed gehad op de ontwikkeling van het ledenaantal en de financiële situatie. Bij grote verenigingen en buitensportverenigingen lijkt de ontwikkeling van het vrijwilligersaantal relatief vaak negatief te zijn beïnvloed door de coronacrisis. Het percentage verenigingen dat een negatieve invloed van de coronacrisis heeft ervaren op het gebied van aanbod voor niet-leden is vergelijkbaar voor binnen- en buitensportverenigingen en voor kleine en (middel)grote verenigingen. Verenigingen die aangeven dat de coronacrisis een positieve invloed heeft gehad op een van deze onderwerpen zijn relatief vaak grote verenigingen en buitensportverenigingen. Met name bij de financiële situatie valt op dat het aandeel grote verenigingen en buitensportverenigingen dat een positieve invloed van de coronacrisis heeft ervaren net zo groot is als het aandeel dat een negatieve invloed heeft ervaren. Bij kleine verenigingen en binnensportverenigingen is dat absoluut niet het geval. Daar hebben relatief veel minder verenigingen een positieve invloed van de coronacrisis op de financiële situatie ervaren en veel meer verenigingen een negatieve invloed.

Hoewel een deel van de verenigingen aangeeft dat corona nadelige gevolgen heeft op het gebied van leden (32%), kader (38%), financiën (33%) en/of maatschappelijke activiteiten (56%), denkt ruim drie kwart (78%) veerkrachtig genoeg te zijn om de gevolgen van de coronacrisis te overleven. Met veerkracht bedoelen we het vermogen van de vereniging om de impact van de coronacrisis te absorberen en terug te veren naar de situatie van voor de coronacrisis. Drie verenigingen denken deze crisis niet te overleven en geven aan op het punt van omvallen te staan.

Onze vereniging is voldoende veerkrachtig om de gevolgen van de recente coronacrisis te overleven.

7 2

8 14

78

Onze vereniging staat op het punt van omvallen.

(Helemaal) niet

(Helemaal) niet

Enigszins

Enigszins

(Helemaal) wel 91

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

(Helemaal) wel

31

Door organisatiekracht en maatschappelijke oriëntatie te combineren brengen we in beeld hoe vitaal verenigingen zijn. Een vitale vereniging is een organisatiekrachtige vereniging die maatschappelijk georiënteerd is. De matrix die zo ontstaat kan een hulpmiddel zijn voor segmentatie van verenigingen en maatwerk bieden bij ondersteuning. Met de vitaliteitsindex zijn globaal vier soorten verenigingen te onderscheiden: de zogeheten kwetsbare verenigingen, maatschappelijke verenigingen, krachtige verenigingen en vitale verenigingen.

Twee vijfde van de verenigingen in Den Haag (41%) is te beschouwen als vitale vereniging (figuur 5.1) en scoort ‘goed’ of ‘voldoende’ op beide indexen. Deze verenigingen zijn krachtig in hun organisatie en zijn maatschappelijk georiënteerd. Landelijk is een vijfde van de verenigingen (20%) als vitale vereniging te beschouwen. Grote verenigingen (66%), verenigingen met een eigen accommodatie (58%) en buitensportverenigingen (58%) zijn het vaakst vitaal. Een kwart van de verenigingen scoort op zowel organisatiekracht als maatschappelijke oriëntatie onder de maat (27%, landelijk 29%): dit zijn kwetsbare verenigingen. Kleine verenigingen (43%), verenigingen zonder eigen accommodatie (42%) en binnensportverenigingen (38%) zijn het vaakst kwetsbaar. Een kwart van de verenigingen behoort tot het segment krachtige verenigingen (24%, landelijk 41%). Deze verenigingen hebben voldoende organisatiekracht, maar zijn (nog) nauwelijks maatschappelijk georiënteerd. Deze verenigingen kunnen vitale verenigingen worden. Wanneer de organisatie goed en sterk is, hebben de verenigingen mogelijkheden om buiten de vereniging te kijken. 9 procent van de Haagse verenigingen is een maatschappelijke vereniging (landelijk 10%): een vereniging die een maatschappelijke oriëntatie heeft, maar onvoldoende organisatiekracht.

Deze verenigingen hebben kansen om vitale verenigingen te worden door de organisatiekracht te versterken. Zelf geeft 78 procent van de verenigingen aan zichzelf als een (zeer) sterke vereniging te zien; 21 procent vindt zichzelf niet zo sterk (niet in figuur). Alle verenigingen die zichzelf als zeer sterk beschouwen vallen in het segment krachtig of vitaal. Van de verenigingen die zichzelf als sterk zien valt de helft in het segment vitaal.

Maatschappelijke oriëntatie

Organisatiekracht

32

Onvoldoende

Matig

Voldoende

Goed

1

12

7

2

6

8

8

7

1

5

17

10

Onvoldoende ‘Kwetsbaar’ Matig Voldoende

‘Krachtig’

‘Vitaal’

‘Maatschappelijk’ Goed

0

2

7

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

7

In eerder vitaliteitsonderzoek van Den Haag was een van de voorwaarden om een vitale vereniging te zijn: een algemeen bestuur waarbij minimaal de functies van voorzitter, penningmeester en secretaris zijn vervuld. Bij 93 procent van de vitale verenigingen zijn alle drie de functies in het algemeen bestuur vervuld.

Verenigingsmonitor Den Haag 2022 | Mulier Instituut

33

Twee derde van de verenigingen in de gemeente Den Haag is organisatiekrachtig. Zij zijn voldoende tot goed in staat hun sportaanbod te organiseren (64%). De overige verenigingen slagen daarin matig of onvoldoende (36%).

Accommodatie en financiën vormen de grootste aandachtspunten voor sportverenigingen in Den Haag. Met name de beschikbaarheid (nu en in de toekomst) van de accommodatie in het algemeen en op de gewenste momenten vormen twee punten van zorg. Vooral kleine verenigingen en binnensportverenigingen lijken wat ontevreden over de beschikbaarheid van de sportaccommodatie op gewenste momenten. Grote verenigingen zijn minder vaak positief over het toekomstperspectief van de huidige accommodatie. Zij geven vaker aan dat de accommodatie niet in goede staat verkeert en dat ze met de huidige beschikbaarheid niet jaren meer vooruit kunnen.

Drie kwart van de verenigingen (72%) beschrijft de eigen financiële positie als (zeer) gezond. Daarnaast heeft 57 procent altijd ruimte binnen haar begroting voor onverwachte uitgaven en denkt 63 procent bij het financieel beleid zeker een aantal jaren vooruit.

Drie vijfde van de Haagse verenigingen heeft plannen voor het functioneren op papier gezet. De belangrijkste onderwerpen daarin zijn werving/behoud van vrijwilligers en leden. De verenigingen ervaren de meeste problemen met de ontwikkeling van het vrijwilligersaantal, het aantal trainers en de beschikbaarheid van de sportaccommodatie(s). Meer dan de helft van de Haagse verenigingen ervaart concurrentie, met name van andere verenigingen in de buurt in dezelfde sporttak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12928245/1