RIS315261 Bijlage 3 - Ontwikkelstrategie Den Haag Zuidwest
Tekst van het document
Groen, stedelijk en vitaal Zuidwest Ontwikkelstrategie Den Haag Zuidwest Januari 2023
Inhoud 1 Inleiding ............................................................................................................................................................. 4 1.1 De Ontwikkelstrategie............................................................................................................................. 4 1.2 Sturing van de gemeente ......................................................................................................................... 4 1.3 De integrale gebiedsopgave ................................................................................................................... 4 1.4 Leeswijzer .................................................................................................................................................. 6 2 Sturing van de gemeente ................................................................................................................................ 7 2.1 De vijf kernboodschappen ...................................................................................................................... 7 2.2 Besluitvormingsstructuur ...................................................................................................................... 9 2.3 Monitoring en regie van de raad tijdens de ontwikkeling .............................................................
10 2.4 Regie vanuit de gemeente op de ambities ......................................................................................... 11 2.5 Uitvoeringsplan ...................................................................................................................................... 11 2.6 Organisatiestructuur ............................................................................................................................. 11 2.7 Uitwerkingsopgaven .............................................................................................................................. 11 3 De Zuidwest-plannen: Generieke en deelgebied-overstijgende opgaven........................................... 13 3.1 Inleiding ................................................................................................................................................... 13 3.2 De woningbouwopgave ......................................................................................................................... 13 3.3 Maatschappelijke en culturele voorzieningen ................................................................................. 15 3.4 Economische voorzieningen ................................................................................................................
15 3.5 Inpassing Maatschappelijke en economische functies in de wijk ................................................. 17 3.6 Duurzame mobiliteit.............................................................................................................................. 19 3.7 Openbare ruimte en groen ................................................................................................................... 22 3.8 Stikstof, waterhuishouding en energietransitie............................................................................... 22 3.9 Conclusie .................................................................................................................................................. 24 3.10 Uitwerkingsopgaven ........................................................................................................................... 25 4 Projecten en opgaven in de deelgebieden ................................................................................................. 27 4.1 Lopende gebiedsontwikkelingen ........................................................................................................ 28 4.2 De huidige opgave ..................................................................................................................................
30 4.3 Uitwerkingsopgaven .............................................................................................................................. 30 5
Investeringsopgave .................................................................................................................................. 32
Bijlage 1: Woningbouw programma .............................................................................................................. 37
2
3
1 Inleiding 1.1 De Ontwikkelstrategie In de Structuurvisie zijn de lange termijndoelen en ambities van de gemeente met betrekking tot Den Haag Zuidwest (hierna DHZW) uiteengezet. De Structuurvisie schetst daarmee de stip op de horizon, waar de komende twintig jaar naar toegewerkt wordt. De Structuurvisie geeft antwoord op de vraag “Wat gaan we doen?”. Deze Ontwikkelstrategie is het uitvoeringsdocument bij de Structuurvisie DHZW en geeft antwoord op de vraag “Hoe gaan we het doen?”. Het is de eerste stap naar de realisatie en is daarmee het kader waarbinnen onderwerpen uit de Structuurvisie gerealiseerd gaan worden. De Ontwikkelstrategie geeft tevens een aanzet voor het nog op te stellen Uitvoeringsplan. Daarin wordt aangegeven welke werkzaamheden de eerste vier jaar plaats gaan vinden. Het uitvoeringsplan zal direct na de vaststelling van de Ontwikkelstrategie gemaakt worden en zal vervolgens op basis van een monitor jaarlijks geactualiseerd worden.
1.2 Sturing van de gemeente De Ontwikkelstrategie gaat in op hoe, wanneer en met wie de gemeente haar doelen en ambities bereikt. De realisatie van de Structuurvisie zal in meer of mindere mate sturing vereisen vanuit de gemeente. Daarbij is de gemeente mede afhankelijk van verschillende partijen in DHZW, waaronder met name de drie aanwezige corporaties in de wijk en een beperkt aantal ontwikkelaars waarmee zij samenwerken. Welke sturingsmiddelen de gemeente hierbij inzet en op welke moment, vormt de basis voor deze ontwikkelstrategie.
1.3 De integrale gebiedsopgave De opgave in DHZW kenmerkt zich door haar integraliteit. De totale opgave bestaande uit de sociale en fysieke opgave is opgenomen in de ‘Visie Programma Leefbaarheid en Veiligheid’ (RIS 310939) en ‘Integraal programma Zuidwest’ (RIS 306942) waarin de sociale en fysieke programma’s gegroepeerd zijn binnen zes thematische allianties: Participatie & Sociale Samenhang, Onderwijs, Werk & Economie, Veiligheid & Leefbaarheid, Gezondheid & Vitaliteit en Wonen & Leefomgeving.
De Structuurvisie en ontwikkelstrategie geven een nadere uitwerking van de fysieke gebiedsopgaven in de DHZW. Deze fysieke opgave is in de Structuurvisie opgedeeld in generieke en thematische ambities voor Zuidwest en een vijftal deelgebieden waarvan drie gebiedsgerichte woningbouw opgaven, zijnde Moerwijk, Morgenstond en Bouwlust/Vrederust en twee niet-woningbouw opgaven zijnde Uithof en Zuiderpark. Integrale opgaven kenmerken zich door de bundeling van vastgoedopgaven, voorzieningen, openbare ruimte, groen en infrastructuur. Herstructureringsopgaven zoals in DHZW kenmerken zich door de integrale opgaven 4
waarbij de fysieke woningbouwopgave van grote invloed is op het beoogde doel, het sociaal sterker maken van de wijk. Daarvoor benaderen we de woningbouw- en niet-woningbouwopgave beide integraal en leggen we in dit uitvoeringsprogramma de prioriteit bij de gebiedsopgaven met het woningbouwprogramma. In deze ontwikkelstrategie wordt de werkwijze beschreven om de uiteindelijke doelen in de Structuurvisie te behalen. Echter veel projecten lopen al. Daarom geven we ook een beschrijving van alle actuele en geplande projecten.
5
1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat in op de wijze van sturing van de gemeente en de 5 kernboodschappen daarbinnen. Hoofdstuk 3 beschrijft de generieke en deelgebied overstijgende opgaven voor Zuidwest. In hoofdstuk 4 worden de deelgebiedsgerichte opgaven beschreven. En in hoofdstuk 5 tenslotte is de (gemeentelijke) investeringsbijdrage opgenomen. Per hoofdstuk is een beschrijving opgenomen van de werkzaamheden. Elk hoofdstuk eindigt met een samenvatting van de uit te werken opgaven. Bijlage 1 is de totaaloptelling van de woningaantallen.
6
2 Sturing van de gemeente Het uitgangspunt tijdens de uitvoering van de plannen in DHZW is stabiliteit, om langjarig efficiënt en effectief te kunnen sturen op de realisatie van de doelen en ambities. Door de lange looptijd van twintig jaar, is het noodzakelijk flexibel genoeg te zijn om veranderingen in de context, randvoorwaarden, kaders waarbinnen de ontwikkeling plaatsvindt, marktomstandigheden of maatschappelijke trends op te vangen. De context betreft zaken die de ontwikkeling van DHZW beïnvloeden, maar waar de gemeente geen (directe) invloed op heeft, zoals macro-economische ontwikkelingen, nieuwe technieken of veranderingen in wet- en regelgeving. De randvoorwaarden, kaders en timing zijn zaken die de gemeente wel kan beïnvloeden, zoals haar sectorale beleid, (politieke) keuzes en inzet van de middelen. Deze strategie geeft inzicht in de grondhouding van de gemeente inzake de ontwikkeling van DHZW. Zoals hierboven aangegeven kan de opgave veranderen op basis van context, randvoorwaarden en ontwikkelingen. De gemeente wenst een betrouwbare partner in de gebiedsontwikkeling DHZW te zijn. Om dit te realiseren zal er vanuit de gemeente een breed en langdurig commitment aanwezig zijn (politiek, bestuurlijk en ambtelijk), zodat de korte en de lange termijn doelen uit de Structuurvisie behaald worden.
De grondhouding van de gemeente voor de ontwikkeling van DHZW bestaat uit vijf kernboodschappen.
2.1 De vijf kernboodschappen 1 Integrale gebiedsontwikkeling door het bundelen van (vastgoed)projecten, voorzieningen, openbare ruimte en infrastructuur: We kiezen voor een gebiedsgerichte aanpak, waarbij de gemeente de regie neemt. De gemeente ziet het in samenhang ontwikkelen van (vastgoed)projecten, voorzieningen, mobiliteitsopgaven, klimaat, energie- en duurzaamheidsopgaven en openbare ruimte opgaven als noodzakelijk om te komen tot een goede leefbare wijk. Niet alleen als einddoelstelling, maar ook, omdat het doorgaans langlopende projecten zijn, tijdens de gebiedsontwikkelingen. Hiervoor vindt afstemming plaats tussen programma, beleidsdoelstellingen, planning en uitvoering, investeringen, besluitvorming en het communicatie/participatieproces. De opgave in DHZW kenmerkt zich door haar integrale opgave. De fysieke opgave is opgedeeld in gebiedsopgaven (de ZuidWest plannen) en deelgebiedsgerichte opgaven (GebiedsNvU’s). Er zijn meerdere thematische gebiedsopgaven voor heel DHZW gedefinieerd, zoals wonen, maatschappelijkeen economische voorzieningen, mobiliteit, stikstof, water, klimaat, energietransitie en groen. Deze gebiedsopgaven voor heel ZuidWest worden uitgewerkt in Zuidwestplannen. Deze Zuidwestplannen bevatten kaders welke randvoorwaardelijk zijn voor de realisatie van de ambities binnen de GebiedsNvU’s.
7
De GebiedsNvU’s gaan over deelgebieden in ZuidWest. Binnen de GebiedsNvU's worden de kaders verder uitgewerkt. In een Uitvoeringsplan worden vervolgens alle opgaven in DHZW voor de eerste vier jaar gebundeld. 2
Ontschotten en bundelen van projecten, die gezamenlijk voldoen aan de beleidsregels:
Het streven is om alle ambities zoals verwoord in de Structuurvisie te realiseren. Binnen DHZW wordt er ingezet op gebiedsontwikkeling binnen deelgebieden, waarbij alle projecten en uitvoeringsmaatregelen tezamen moeten voldoen aan de beleidsregels. Het heeft de voorkeur dat ambities per project worden gerealiseerd, echter dit is vaak te complex, niet effectief en werkt onnodig vertragend. Daarom is het wenselijk om ambities / eisen die op gebiedsniveau goed haalbaar zijn, maar op projectniveau lastig/niet haalbaar zijn, op gebiedsniveau te realiseren. 3
20 jaar koersvastheid m.b.t. beleid en de inzet van middelen als tijd en geld:
De ontwikkeling van DHZW zal naar verwachting minstens 20 jaar duren. Onder invloed van context kan de snelheid in realisatie onder druk komen te staan. Het handelen van de gemeente binnen DHZW moet gedurende deze hele periode gericht zijn op het behalen van de doelen en ambities uit de visie. Het gaat hierbij niet alleen om het gemeentelijke beleid, maar ook de vasthoudendheid met betrekking tot de gestelde ambities en de daarbij benodigde inzet van middelen als tijd en geld. 4 Gemeentelijke sturing en samenwerking op basis van schaal 5 “stimuleren+ verbetering openbare ruimte”, met incidenteel opschaling naar schaal 4 “Strategische Posities” : Het basisniveau van de gemeentelijke sturing in DHZW is “stimuleren + verbetering openbare ruimte”, waarbij indien wenselijk wordt opgeschaald naar schaal 4 “Strategische posities”. Waarbij de gemeente als actieve gesprekspartner samen met alle betrokkenen in het gebied werkt aan het gezamenlijk verwezenlijken van de doelen en ambities uit de visie, maar daarnaast ook actief investeert in de openbare ruimte. De gemeente wil samenwerken met alle betrokkenen; luisteren naar bezwaren en gebruik maken van kennis van bestaande bewoners, gebruikers en ondernemers. Daarnaast werkt de gemeente actief samen met o.a.
woningcorporaties, vastgoedpartijen en andere investeerders, en stemt haar investeringen in de openbare ruimte procesmatig hierop af. Op specifieke opgaven, gebieden of locaties kan de gemeente haar sturingsniveau, bijvoorbeeld in de vorm van actief grondbeleid, verhogen als de realisatie hierom vraagt.
8
Voor de strategie vanuit het ruimtelijk beleid is gebruik gemaakt van de verschillende niveaus van sturing vanuit het grondbeleid. Hiervoor is het model gehanteerd zoals opgenomen in de “Reiswijzer gebiedsontwikkeling 2019” (o.a. Ministerie van Binnenlandse Zaken, blz.36)
5
Gedeeltelijke dekking Investeringsopgave conform de wet- en regelgeving kostenverhaal:
De ontwikkeling van DHZW gaat een significante investering vragen aan zowel marktpartijen, corporaties, als de gemeente. De gemeente zal conform wet- en regelgeving kostenverhaal toepassen, initiatiefnemers dienen hier rekening mee te houden in hun planvorming. Echter de hoge ambities van de gemeente t.a.v. de betaalbaarheid van de te vervangen en toe te voegen woningen, de beoogde parkeeroplossingen, de investeringen in mobiliteit, openbare ruimte en groen en in voorzieningen zullen een sterk dempend effect hebben op de businesscases, waardoor slechts een beperkt aantal positieve businesscases gerealiseerd zullen worden. In de praktijk betekent dit dat het kostenverhaal een zeer beperkte bijdrage zal leveren aan de benodigde financiële middelen voor de gebiedsontwikkeling. De ontwikkeling van DHZW is mede daarom financieel (nog) niet sluitend. Dit is een opgave die nader uitgewerkt moet worden en meerjarig geborgd moet worden. Financiering voor de plannen in Zuidwest kan mogelijk gevonden worden in gemeentelijke financiën. Door een toename van het aantal woningen in Zuidwest nemen de inkomsten vanuit verschillende belastingen en fondsen toe, zoals de OZB en gemeentefonds.
Het financiële resultaat van de ontwikkeling van de grote gebiedsontwikkelingen hangt onder meer af van keuzes die worden gemaakt op gebiedsniveau, de noodzakelijke financiële bijdrage van het Rijk en de noodzakelijke gemeentelijke financiën. Daarbij wordt nauw contact gehouden met het Rijk, dat DHZW heeft aangewezen als een belangrijk investeringsgebied in de Nationale Omgevingsvisie. De aanpak in Zuidwest leidt uiteraard tot een hele reeks van maatschappelijke baten. Zonder hier uitputtend te zijn gaat het onder meer om de toevoeging van nieuwe woningen en renoveren van bestaande woningen welke voorzien in een grote maatschappelijke behoefte, de verbetering van de leefbaarheid in Zuidwest als gevolg van de investeringen in de openbare ruimte en het toevoegen van commerciële en maatschappelijke voorzieningen, lagere energielasten voor bewoners als gevolg van de investeringen in energie- en duurzaamheidsmaatregelen en er zullen met nieuwe voorzieningen en nieuwe bedrijvigheid banen worden gecreëerd waardoor de arbeidsparticipatie in Zuidwest wordt verhoogd. Dit heeft een positief effect op de inkomenspositie en het welzijn van mensen, alsmede een positief effect op de leefbaarheid en de gemeentelijke financiën in de vorm van lagere sociale uitgaven, denk aan zorgkosten, uitkeringslasten, etc.
2.2 Besluitvormingsstructuur Na de Structuurvisie en de Ontwikkelstrategie vindt de uitwerking op deelgebied niveau plaats in de vorm van een GebiedsNvU en Ontwikkelkader. De kaders in de Structuurvisie en bijbehorende Zuidwest plannen worden
9
dan naar het deelgebied vertaald in een fysieke uitwerking. Vervolgens kan een PUK opgesteld worden per bouwplan. Het vervolg is een juridisch-planologische procedure en vergunning.
De besluitvorming vindt plaats op verschillende schaalniveaus: •
Op de schaal van heel ZuidWest de Structuurvisie, de Ontwikkelstrategie en het Kwaliteitsplan.
•
Op de schaal van de deelgebieden GebiedsNvU’s, Ontwikkelkader en Beeldkwaliteitsplannen.
•
Op schaal van projecten PUK’s/ProjectNvU’s/kavelpaspoorten.
Omwonenden, belanghebbenden en de raad worden in een vroege fase van het proces betrokken bij de planvorming, wat de uitwerking van concrete bouwplannen soepeler kan laten verlopen. De komst van de Omgevingswet kan effect hebben op de wijze waarop we onze plandocumenten vormgeven. Het kan zijn dat de plandocumenten NvU of PUK een ander karakter krijgen. Het voorstel blijft echter om ook onder de omgevingswet gebiedsdocumenten te maken die de ruimtelijke kaders bepalen voordat in een later stadium besloten wordt tot een herziening van het Omgevingsplan (nu nog bestemmingsplan).
2.3 Monitoring en regie van de raad tijdens de ontwikkeling In de Structuurvisie schetsen we het perspectief voor DHZW als geheel. Dit is gecommuniceerd met de omgeving en reacties zijn opgehaald. Ook de bijbehorende documenten als het Kwaliteitsplan en de Ontwikkelstrategie worden vastgesteld door de raad. Daarmee wordt de raad vroegtijdig betrokken bij de plannen. De GebiedsNvU’s zijn de verdere uitwerking van deze ambities en worden ter besluitvorming voorgelegd aan de raad. De gemeenteraad wordt in deze langlopende ontwikkeling tot aan 2040 periodiek geïnformeerd via uitvoeringsplan/ voortgangsrapportage Zuidwest, op basis waarvan men kan (bij)sturen. De voortgangsrapportages worden opgesteld op basis van diverse indicatoren, waarbij de voortgang tijdens de gehele herontwikkeling gemonitord wordt. Deze monitor bevat onder andere gegevens over het woningbouwprogramma, de voorzieningen, de ingrepen in de buitenruimte, de infrastructuur en het groen in relatie tot de gestelde ambities. Daarbij laten we o.a. zien hoe we de benodigde groei van de voorzieningen afstemmen op het tempo van de ontwikkelingen. Ook geeft de rapportage een stand van zaken van relevante besluitvormingstrajecten zoals beeldkwaliteitsplannen, bestemmingsplannen en GebiedsNvU’s.
Het Uitvoeringsplan wordt periodiek geactualiseerd op basis van de voortgang en geeft een doorkijk naar de werkzaamheden in de eerstvolgende vier jaar.
10
2.4 Regie vanuit de gemeente op de ambities De gemeente stuurt binnen DHZW integraal, maar is daarbij mede afhankelijk van andere partijen in het gebied. Woningcorporaties hebben veel bezit in DHZW en samen met ontwikkelaars staan zij aan de lat bij de renovatie en ver- en nieuwbouwopgave. De gemeente is in de regie voor de openbare ruimte, de voorzieningen en het verkeer. Maar ook zijn er thema’s waarbij een sterke verwevenheid in belangen speelt zoals de invulling van de plinten, mobiliteit, stikstof en het groen. Om deze complexe opgaven op te lossen is een intensieve samenwerking vereist met per gebied bijpassende samenwerkingsafspraken. Om de beoogde ambities in DHZW uit te voeren voert de gemeente regie. Hiervoor gaat zij: -
-
-
-
De Zuidwest-plannen (infra, groen, klimaat, voorzieningen, werk, etc.) nader uitwerken en kaders opstellen voor de gebiedsopgaven (hoofdstuk 3). De deelgebieden apart, en het totaal aan deelgebiedsopgaven wordt getoetst aan de DHZW gebiedsopgaven. Projecten worden ontwikkeld binnen de kaders van de gebieds- NvU’s en anterieur worden waar nodig aanvullende afspraken gemaakt. Waar nodig wordt actief grondbeleid ingezet voor het verwerven van locaties. Er worden (GebiedsNvU's) opgesteld voor deelgebieden Morgenstond, Moerwijk en Bouwlust/Vrederust, waarbij schaalvoordelen binnen gebieden gezocht worden en de nog aanvullende verdichtingsopgave wordt gerealiseerd. (Hoofdstuk 4). Met betrokken partijen worden prestatieafspraken gemaakt. Voor de fysieke programma’s uit de allianties Nationaal Programma Zuidwest: Participatie & Sociale Samenhang, Onderwijs, Werk & Economie, Veiligheid & Leefbaarheid, Gezondheid & Vitaliteit en Wonen & Leefomgeving is een maatregelenlijst (begroting) opgesteld. Daarbij is/wordt een bundeling gemaakt in maatregelen op deelgebiedsniveau zodat de deelgebiedsopgaven in samenhang opgepakt kunnen gaan worden (als onderdeel van de GebiedsNvU’s) (Hoofdstuk 5 ). Financieel wordt voor de doorlopende investeringen dekking gezocht voor het tekort waarbij o.a. gebruik gemaakt wordt van subsidies. (Hoofdstuk 5 )
2.5 Uitvoeringsplan Vervolg op deze Ontwikkelstrategie is de uitwerking van een Ontwikkelkader. Daarnaast wordt er een uitvoeringsplan opgesteld. Het Uitvoeringsplan betreft een plan voor de werkzaamheden voor de komende vier jaar in DHZW. Daarin zijn projecten opgenomen waar we (zicht op) de middelen hebben. Het uitvoeringsplan zorgt er tevens voor dat de woningbouwplannen gelijk op blijven lopen met de andere noodzakelijke ingrepen op het gebied van groen, infra, voorzieningen, etc. Het betreft een weergave van alle activiteiten vanaf de planvorming tot aan realisatie. Op basis daarvan kan geprognosticeerd worden welke productie op welk moment gerealiseerd kan worden en welke middelen hiervoor benodigd zijn. Het Uitvoeringsplan wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de voortgangsmonitor.
2.6 Organisatiestructuur Het opdrachtgeverschap van het gebied Zuidwest ligt bij het Gemeentelijk Management Team. Zij heeft deze taak gedelegeerd aan de algemeen directeur van de dienst Stedelijke Ontwikkeling. Voor de fysieke ontwikkelingen in het gebied Zuidwest is een directeur aangesteld, waarbij de opgaven integraal worden aangepakt. En een team van directeuren vanuit de verschillende gemeentelijke diensten is betrokken om de integrale kwaliteit te waarborgen. Projecten in DHZW worden op deelgebiedsniveau onder leiding van een projectleider, op basis van een GebiedsNvU, integraal uitgewerkt. De resultaten worden ter goedkeuring voorgelegd aan het gebiedsteam, waarin alle gemeentelijke beleidsdisciplines vertegenwoordigd zijn.
2.7 Uitwerkingsopgaven In voorgaande paragrafen is een aantal plannen/studies benoemd die opgesteld moeten worden. Bijgaand een totaaloverzicht van de studies met bijbehorende planning. Thema Voortgangsrapp ortage/Monitor
11
Opgave Opstellen monitoringssysteem voor de voortgang van de ontwikkeling in DHZW.
Tijdspad Maart-Dec 2023
Opstellen Uitvoeringsplan
12
Het programma voor de eerste 4 jaar zal uitgewerkt worden in een uitvoeringsplan.
Maart-Sept. 2023
3 De Zuidwest-plannen: Generieke en deelgebied-overstijgende opgaven 3.1 Inleiding Binnen dit hoofdstuk richten we ons op de deelgebied-overstijgende opgaven. In Zuidwest is er sprake van meerdere fysieke deelgebied overstijgende opgaven. Dit zijn opgaven die Zuidwest breed opgepakt moeten worden. We onderscheiden daarbij: -
De woningbouwopgave Maatschappelijke voorzieningen Economische voorzieningen Duurzame mobiliteit Openbare ruimte en groen Stikstof, waterhuishouding en energietransitie
De ambities binnen deze Zuidwest opgaven zijn omschreven in de Structuurvisie, maar nog niet in alle facetten in detail uitgewerkt zodat deze kaderstellend meegenomen kunnen worden in de diverse gebiedsopgaven. Dit hoofdstuk behandelt de individuele Zuidwest-opgaven en de nog uit te werken vraagstukken. De uitwerking van deze kaders vindt bij voorkeur op korte termijn plaats, zodat bij de GebiedsNvU’s en de gebiedsuitwerking hiermee rekening kan worden gehouden. Deze kaders worden verwerkt in het bestemmingsplan/omgevingsplan en indien nodig kan hier anterieur aanvullende afspraken voor gemaakt worden.
3.2 De woningbouwopgave De totale woningopgave bestaat uit sloop-nieuwbouw van ca. 6.500 woningen, renovatie van 8.500 woningen en toevoeging van 10.000 woningen. De sloopopgave is een ruwe inschatting en geen doel op zich en staat ten dienste van de vervangings- en nieuwbouwopgave. Naast de (sociale) vervangingsopgave voegen we programma toe welke gedifferentieerd wordt volgens de vigerende woonvisie en woonagenda. Verdichtingsopgave De vervangingsopgave gaat samen met een stevige verdichtingsopgave waarbij extra woningen toegevoegd worden in een bestaand gebied. Van de 10.000 netto toe te voegen woningen zijn circa 7.000 woningen al opgenomen/belegd in lopende projecten (Bijlage 1). Een aantal projecten zit nog in de verkenning of planvormingsfase, dus dit laatste aantal kan ook nog wijzigen. Komende jaren zal de ruimte gezocht worden op basis van de kansenkaart voor de toevoeging van de overige woningen. In de kansenkaart (zie figuur) is op basis van de afwegingsthema’s en ruimtelijke principes voor verdichting bepaald op welke potentiële ontwikkellocatie(s) (kansrijke zones), naast de lopende projecten, de verdere verdichting prioriteit heeft. Hierbij willen we zoveel mogelijk gebiedsgericht ontwikkelen en de focus leggen op een aantal gebieden waar de meeste kansen en opgaven samenkomen, zoals Morgenstond en Knoop Moerwijk.
De verdichtingsopgave vindt plaats aan de hand van de principes, zoals geformuleerd in de Structuurvisie: langs de lange lijnen, de belangrijkste dwarsverbindingen, langs de randen van de grote groengebieden en rondom voorzieningencentra en OV-knopen. Er zit overmaat en flexibiliteit in de kansenkaart voor woningbouw en voorzieningen, maar daar waar verschillende opgaven samenkomen en elkaar versterken, ligt de focus op verdichting.
13
De realisatie van het woningbouwprogramma is in handen van corporaties en ontwikkelaars. Met de corporaties worden prestatieafspraken gemaakt. Met ontwikkelaars worden afspraken gemaakt in de vorm van samenwerkingsovereenkomsten en anterieure overeenkomsten. Periodiek vindt overleg plaats over de voortgang, daarbij wordt de voortgang gemonitord en besproken. Er zal in samenwerking met corporaties en ontwikkelaars onderzocht worden waar kansrijke initiatieven kunnen ontstaan voor de toevoeging van de laatste 3.000 woningen. De woningbouwopgaven wordt in deelgebieden verder opgepakt en uitgewerkt. Uit onderzoek (RIGO, 2020) is gebleken dat er in Zuidwest behoefte is aan allerlei typen woningen voor verschillende doelgroepen. Uitgangspunt is dat er vernieuwende gezinswoningen en innovatieve woonvormen gerealiseerd worden voor gezinnen en woongroepen, met voldoende ruimte om elkaar te ontmoeten, te spelen en te bewegen in de binnentuinen, de buitenruimte en de plinten. Hierop sturen we door aanvullend beleid te ontwikkelen voor woonmilieus en deze te verankeren in de nieuwe woonvisie/woonzorgvisie 2023-2027. Op basis van deze beleidskaders worden met vastgoedpartijen afspraken gemaakt om daarbij op buurt- en wijkniveau een balans met verschillende woningtypen en woonsegmenten te realiseren.
Voorbeeld hiervan zijn de programma-afspraken gemaakt voor Dreven, Gaarden en Zichten en voor de Venen. Woningverbeteringen De woningverbeteringsopgave ligt enerzijds bij particuliere eigenaren en anderzijds bij de corporaties. Het betreft het verbeteren van de isolatie, het wooncomfort en het aardgasvrij maken van wijken. De kosten zijn voor de vastgoedeigenaren ondersteund door Rijks- en gemeentesubsidies. Voor het aardgasvrij maken van de woningen wordt het bestaande warmtenet uitgebreid en een nieuwe warmtenet ontwikkeld. Hiervoor wordt een warmte Overdrachtsstation (WOS) gerealiseerd, waar meerdere buurten op aangesloten kunnen worden. De aanleg van dit netwerk zal afgestemd worden met de voortgang en fasering van de diverse woningbouwprojecten. Met de corporaties worden afspraken gemaakt over de voortgang van de woningverbeteringen en aardgasvrij maken van de woningen.
14
3.3 Maatschappelijke en culturele voorzieningen Voor de Maatschappelijke en culturele voorzieningen zal het voorzieningen programma (blz. 67 Structuurvisie) verder uitgewerkt worden. Binnen het voorzieningenprogramma wordt, samen met de betreffende organisaties bepaald, waar de buurtvoorzieningen en de wijkvoorzieningen ingepast kunnen worden, hoe deze gerealiseerd worden en welke financiële middelen daarvoor beschikbaar zijn. Het uitwerken van het kwalitatief voorzieningen programma gaat als volgt te werk: -
-
-
-
Het aantal, het type en de omvang van het voorzieningen programma uit de Structuurvisie wordt als uitgangspunt gehanteerd. De uitgangspunten en gewenste locatiekenmerken voor de voorzieningen worden opgesteld, Vanuit de uitgangspuntennotitie zal een locatiescan worden uitgevoerd en zullen eveneens gesprekken worden gevoerd met potentiële partners en stakeholders. Dit dient daarna te leiden tot een locatiekeuze en reservering en verdere uitwerking van het plan. Er wordt een vertaling van het voorzieningenprogramma naar wijken en in tijd en fasering gemaakt. Deze wordt afgestemd op de demografische prognoses en geplande woningbouwprojecten. Tevens wordt onderzocht hoe (tijdelijke) voorzieningen elkaar kunnen versterken (clustering van functies) en hoe om te gaan met conflicterende voorzieningen en andere ruimtelijke claims. In een financiële strategie wordt de investeringsopgave inclusief dekking en tekorten uiteengezet. Daarnaast wordt beschreven welke instrumenten ingezet kunnen worden om de ambitie te realiseren (grondbeleid inclusief erfpacht, plintenstrategie, omgevingsplan, vergunningentraject, publiek-private overeenkomsten). In de diverse GebiedsNvU’s worden de kaders uit de gebiedsopgaven, de plintenstrategie en het beeldkwaliteitsplan vertaald in een passende programmering in de bouwplannen.
3.4 Economische voorzieningen Voor de economische functies wordt ten behoeve van de uitwerking in de deelgebieden het (kwantitatief) programma aan economische voorzieningen verder uitgewerkt. In dit programma wordt aangegeven: -
-
Welke concrete economische functies we gaan programmeren in Den Haag Zuidwest (in vierkante meters en (indien relevant) per sector) en wat de (kwalitatieve) randvoorwaarden zijn aan omgeving, locatie en vastgoed. In welke zones binnen de (deel)gebieden dit programma gerealiseerd kan worden. Hierbij spelen bereikbaarheid, mogelijkheden tot functiemenging, clustering volgens het principe van ‘campusontwikkeling’ en de ambitie om werk ‘dichtbij’ te organiseren een rol.
Daarnaast wordt gewerkt aan een aanpak en uitwerking van instrumenten (toolbox) die ingezet kunnen worden om het economische programma te programma te realiseren. Om dit te realiseren voeren we de komende periode de volgende acties uit: -
-
-
15
De plannen, plekken en invulling van de innovatiehubs de clusters rondom zorg en worden verder programmatisch uitgewerkt. Er wordt een ruimtelijke vertaling van het totale economische programma in de verschillende deelgebieden uitgewerkt. Daarin wordt aangegeven welke soort bedrijvigheid, met welke omvang binnen specifieke zones ingepast moet worden. Hierbij worden ook interessante bestaande economische plekken aanpalend aan Zuidwest (zoals ZKD en Fruitweg) betrokken. De indicatie planning is dat deze 1e kwartaal 2023 gereed is. Op basis van de beschikbare beleidsstukken plintenstrategie, bedrijfshuisvestingsstrategie, urgentiebrief bedrijfshuisvesting wordt een ‘toolbox’ instrumenten voor gebiedsontwikkeling in Zuidwest ontwikkeld. Deze toolbox bevat instrumenten op verschillende gebieden: organisatie, juridisch, samenwerking, financieel, beleid en innovatieve ideeën. Deze toolbox is een handvat dat gebruikt kan worden bij de ‘uitvoeringsstrategie’ van de deelgebieden. Er wordt ‘Den Haag breed” een programmaplan bedrijfshuisvesting uitgewerkt, waarin instrumenten als de Haagse investeringsmaatschappij een plek krijgen. Na uitwerking kunnen deze ook ingezet
-
-
16
worden in Zuidwest. Ook bestaande instrumenten zoals het FRED (Fonds ruimte en economie Den Haag) fonds, waarmee ondernemers geholpen worden met passende financiering kunnen ingezet worden. Voor de haalbaarheid worden kansen voor het aantrekken van (externe) fondsen zoals bijvoorbeeld de regiodeal onderzocht. Onderzocht wordt hoe we tijdelijk leegstaande locaties ook kunnen benutten voor het huisvesten van startende bedrijven in ZuidWest.
.
3.5 Inpassing Maatschappelijke en economische functies in de wijk
De inpassingsopgave van voorzieningen en economische functies in DHZW bestaat uit bovenwijkse voorzieningen en wijkvoorzieningen. We kiezen er daarbij voor om: -
-
Wijk- en bovenwijkse voorzieningen waar mogelijk in de onderste verdiepingen (de plinten) van gebouwen te realiseren en hanteren daarbij de principes van de Plintenstrategie. Voor de voorzieningen op wijkniveau zal gekeken worden welke fysieke ruimtes er al beschikbaar zijn die wellicht vanuit dubbelgebruik in combinatie met andere functies benut kunnen worden. Waar dit niet mogelijk is wordt voor de inpassing de samenwerking gezocht met corporaties en ontwikkelaars. Waar nodig wordt actief grondbeleid ingezet voor het verwerven van (onderwijs- / andere maatschappelijke) locaties. Ook wordt bekeken waar in tijdelijkheid – in leegstand of op tijdelijk lege kavels – culturele voorzieningen, ontmoetingsplekken of startende bedrijven zoals broedplaatsen kunnen worden gehuisvest. Zo zijn contractuele afspraken gemaakt over de inzet van beschikbare ruimte in plinten van de gemeente en de corporaties. Daarin zijn gezamenlijke spelregels geformuleerd om tijdelijke branchering met maatschappelijke meerwaarde mogelijk te maken. Voor grotere bovenwijkse programmaopgaven kansrijke locaties te inventariseren, waarbij vroegtijdige ruimtereserveringen worden vastgelegd zodat de realisatie op termijn geborgd wordt en inpasbaar is binnen de wijkgrenzen. Voor de grotere functies zetten we de spaarzame gemeentelijke gronden en vastgoed in en zoeken we naar optimale combinaties.
Verder zullen we mogelijkheden tot uitbreiding van bestaande voorzieningen benutten, zodra de behoefte toeneemt. In de praktijk blijkt dat er weinig gemeentelijke locaties of vastgoed beschikbaar zijn in DHZW. In verband met de beperkte aanwezigheid van gemeentelijke gronden zal actief grondbeleid noodzakelijk zijn om de doelstellingen te behalen. Voor locaties die geschikt zijn voor de inpassing van (wijk overstijgende) voorzieningen doen we een onderzoek naar expirerende erfpachten als onderdeel van de financiële haalbaarheid. Zo anticiperen we op de inpassingsopgave en voorkomen we dat voorzieningen gaan achterlopen bij de woningbouwproductie.
17
-
Om in de beperkte beschikbare ruimte toch voldoende mogelijkheden voor buitensport te realiseren geldt dat de referentienorm (met bijbehorende regels) uitgangspunt is, maar waar dat niet lukt wordt volgens de beslisboom, verwoord in het IHP Sport (RIS 311895), gezocht naar alternatieven.
Voor de economische functies inventariseren we kansrijke locaties. Hierbij spelen bereikbaarheid, mogelijkheden tot functiemenging, clustering volgens het principe van ‘campusontwikkeling’ en de ambitie om werk ‘dichtbij’ te organiseren een rol.
18
Nieuwe instrumenten als een Plint BV en straatmanagement (Plintenstrategie RIS312977) kunnen bijdragen aan het verevenen van de kosten van maatschappelijke voorzieningen en betaalbare bedrijfshuisvesting met de opbrengsten van commerciële voorzieningen. Daarbij kunnen afspraken worden gemaakt over een bepaald percentage van de plint dat voor maatschappelijk tarief of een ‘starters’ huurtarief beschikbaar wordt gesteld, waar zorgfuncties, buurthuizen, servicepunten of startende ondernemers gebruik van kunnen maken. In de grote gebiedsontwikkelingen die voorzien zijn, gaan we hiervoor pilots opstarten. Daarbij onderzoeken we de optie voor bedrijven om hierin mee te investeren, bijvoorbeeld door fondsvorming. Hierover gaan we het gesprek aan met partners (zoals de Economic Board) om de haalbaarheid te toetsen. De locatiekeuze en de fasering van maatschappelijke- en economische voorzieningen zal op elkaar afgestemd worden en in een planning gezet worden gelijk oplopende met welk type woningen/bewoners en bedrijven er komen en wanneer. De resultaten van de maatschappelijke en economische voorzieningen zullen gebundeld worden en in een tabel met een fasering en op een kaart weergegeven met als uiteindelijke doel dat er locaties worden vrijgemaakt en een onderbouwde fasering wordt opgenomen in de gebiedsNvU’s, waarbij de voorzieningen gelijk oplopen met de woningbouwontwikkelingen.
Vanuit grondzaken zal vervolgens een verwervingsstrategie opgesteld worden op basis van grond- en erfpachtposities.
3.6 Duurzame mobiliteit Voor het realiseren van voldoende bereikbaarheid van DHZW en het realiseren van de mobiliteitstransitie in lijn met de planMER DHZW, is het nodig om synchroon met de vastgoedontwikkeling de benodigde ingrepen in de infrastructuur vorm te geven. Daarbij worden de volgende typen ingrepen gerealiseerd: 1.
19
Herinrichtingen volgens het STOMP-principe vanuit de Mobiliteitstransitie: a. In 30 km/uur gebieden: verbreden van trottoirs en vergroenen door het versmallen van de rijbaan of het opheffen van parkeren, het toevoegen van oversteken, het toevoegen van voorzieningen voor fiets parkeren, deelmobiliteit en het stimuleren van ontmoeting. b. Omvormen van het 50 km regime naar een 30 km regime en het herinrichten/ her profileren van rijbanen/ fietspaden.
c.
2.
3.
4. 5.
Bij wegen die 50 km/uur blijven: Aandacht voor een veilige weg. Opheffen van parkeren langs de rijbaan en waar nodig vrij liggende fietspaden en trottoirs verbeteren. Fietsen en lopen: het gebied uit het isolement halen, de barrièrewerking oplossen door het verbeteren van het oversteken of de oversteekbaarheid, al dan niet ongelijkvloers. Verbeteren van loop- en fietsroutes naar belangrijke bestemmingen zoals OV-haltes en voorzieningen. Zorgen voor goede stallingsmogelijkheden van de fiets op eigen terrein en/of centrale fietsenstalling. Hubs en parkeren realiseren zoals: a. Collectieve parkeerhubs, zoals in DGZ (bijv. einde Erasmusweg, Vrederustlaan, Moerweg) b. Mobiliteitshubs, waar naast parkeren ook andere modaliteiten worden aangeboden (bijv. bij station Moerwijk, Zuiderpark) c. 'fiets 'm erin'-stallingen Openbaar Vervoer: Het realiseren van snellere en meer verbindingen, maar relateren aan bredere opgaves zoals de woningbouwverdichting en (nieuwe) economische functies Overige maatregelen, zoals de herontwikkeling van Station Moerwijk. Dichterbij brengen van voorzieningen.
Bovenstaande maatregelen worden meegenomen in de grootschalige herontwikkelingen zoals de gebiedsontwikkelingen, de herinrichting van straten en de herprofilering van de lange verkeerslijnen in DHZW. De concrete uitwerking en financiële dekking voor de eerste 4 jaar wordt weergegeven in het Uitvoeringsplan. Door stedelijke verdichting in een bestaande omgeving ontstaan grotere ruimteclaims. Zo is er meer ruimte nodig voor bijvoorbeeld groen, spelen, sporten, voorzieningen en parkeren. In de openbare ruimte is geen plek om alle ruimteclaims op te vangen en moeten keuzes gemaakt worden. Het parkeren voor nieuwbouwprojecten wordt daarom grotendeels opgelost in de gebouwde omgeving. De verdichtingsopgave drukt hierdoor zwaar op de diverse vastgoedexploitaties. Het parkeren voor bestaande complexen blijft wel in de openbare ruimte. In sommige gevallen kiezen we ervoor om openbare parkeerplaatsen op te heffen, ten behoeve van de kwaliteit van de openbare ruimte en om meer ruimte te maken voor voetgangers en fietsers of groen. Deze parkeerplaatsen moeten in een aantal gevallen gecompenseerd worden, o.a. in centrale parkeergebouwen. In deze gevallen kan het zijn dat bewoners van bestaande complexen toch in een gebouwde voorziening gaan parkeren en niet meer op straat.
Anticiperende op de mobiliteitstransitie en de verdichtingsopgave in DHZW zal de gemeente Den Haag een aantal parkeerhubs realiseren. Deze worden waar mogelijk in combinatie met de nieuwbouwprogramma’s gerealiseerd. Er zal onderzocht worden of, waar en wanneer deze parkeerhubs ingepast kunnen worden in de beoogde woningbouwplannen. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan zal mogelijk actief grondbeleid ingezet worden om hiervoor ruimte te realiseren. De zoektocht en inpassing naar passende ruimte zal daarbij gebundeld worden met de opgave voor de inpassing van maatschappelijke- en economische functies (zie paragraaf 3.5). Om bovenstaande maatregelen mogelijk te maken wordt de komende jaren in het gehele gebied stapsgewijs betaald parkeren ingevoerd. Het vergunninghoudersparkeren wordt fasegewijs ingevoerd waarbij wordt gekeken naar logische gebieden die bijvoorbeeld begrenst worden door hoofdwegen, watergangen en/of hoofdstructuur groen. Omdat in het coalitieakkoord is afgesproken dat in alle woonwijken in Den Haag (met uitzondering van Vinex wijken) een parkeerregime wordt ingevoerd is de handhavingsorganisatie bezig met het maken van een planning. Voor Den Haag Zuidwest wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de geplande oplevermomenten van de woningbouwprojecten.
Dit is nodig om ervoor te zorgen dat de bewoners van de nieuwbouwcomplexen daadwerkelijk op eigen terrein parkeren en er geen onnodige parkeerdruk in de openbare ruimte ontstaat. Op deze wijze is het mogelijk de parkeerruimte in de openbare ruimte voor te behouden aan de belanghebbenden, en wijkvreemd parkeren tegen te gaan. Het is van belang dit goed af te stemmen met de planning van de bouwontwikkelingen, samen met de betreffende afdeling van de Handhavingsorganisatie. Zo kan een geschikte fasering voor de invoering van vergunninghoudersparkeren worden vormgegeven, parallel aan de bouwontwikkelingen, rekening houdend met de al bestaande gebieden met vergunninghoudersparkeren en de inrichting van de openbare ruimte.
20
In het kader van de actuele en geplande vastgoedontwikkelingen zal op korte termijn (binnen 4 jaar) gewerkt worden aan: -
-
21
De invoering van vergunninghoudersparkeren in het gehele gebied. De herinrichting van de Leyweg, de Beresteinlaan, de Vrederustlaan en de Erasmusweg, in relatie met andere projecten in de omgeving (ontwikkeling Wateringen Noord, warmtenet). Een groen- en mobiliteitsplan voor de Melis Stokelaan en Hengelolaan. Ook staat de realisatie van de ongelijkvloerse kruising Erasmusweg/Lozerlaan en het oplossen van de barrièrewerking voor fiets en lopen op de Lozerlaan (Eco/LV-duct) in de planning. MIRT-preverkenning Zuidwestlandcorridor (als opvolging van de reeds gerealiseerde ‘prepreverkenning’). Aanstellen van een bereikbaarheidsregisseur om alle werkzaamheden in Zuidwest goed op elkaar te laten aansluiten.
3.7 Openbare ruimte en groen De sterke groenstructuur vormt de ruimtelijke basis van het gebied. Om deze voor de toekomst te borgen wordt gewerkt volgens de volgende principes: -
-
Er worden geen woningen toegevoegd in of ten koste van de groene hoofdstructuur (grote groengebieden, sportterreinen, ecologische verbindingszones). Deze gebieden worden beter met elkaar verbonden, en met meer diversiteit en kwaliteit ingericht als natuur inclusieve verblijfs-en ontmoetingsplekken. Er wordt niet gebouwd ten koste van de buurtparken, singels en middenbermen die in de buurten beeldbepalend zijn. Bij de herinrichting van de openbare ruimte wordt de openbare ruimte zoveel mogelijk vergroend door o.a. vervangen oppervlakte verharding We werken aan een kwalitatieve impuls van het groen, de ecologische zones en de openbare ruimte door het versterken van groene (langzaamverkeers) netwerken, het maken van voldoende ontmoetingsplekken, verbeteren van waternetwerk en het verbeteren van inrichting en gebruik van de binnentuinen.
De volgende opgaves worden volgens deze principes verder uitgewerkt. Daarbij wordt onderzocht of deze opgaven in delen meegenomen gaan worden met de woningbouw gebiedsopgaven of dat ze solitair een uitwerking krijgen. De planning van de projecten wordt gekoppeld aan de projecten die in de omgeving opgestart worden: -
-
Onderzocht wordt op welke wijze de grote groengebieden Uithof en Zuiderpark en de groene ecologische verbindingen tussen en het Zuiderpark en de Uithof verbeterd kunnen worden, daarin wordt de wateropgaven meegenomen. Tevens worden deze verbindingen aantrekkelijk voor voetgangers en fietsers en worden routes tussen de woonwijken verbeterd. De sportvelden Escamp worden opgeknapt en ontwikkeld tot een ‘sportpark van de toekomst’, waarbij ook informeel sporten in de ruimtes tussen de velden mogelijk is. De verbindingen tussen de wijken en het sportpark worden verbeterd, waardoor het sportpark een toegankelijke en aantrekkelijke plek wordt om te ontmoeten, bewegen, sporten en samen te zijn.
3.8 Stikstof, waterhuishouding en energietransitie Stikstof-depositieopgave De ambitie is om de komende jaren 10.000 nieuwe woningen toe te voegen aan DHZW, 6.500 woningen te slopen en nieuw te bouwen en 8.500 woningen te renoveren. De snelheid van de nieuwbouw opgave wordt beïnvloed door de stikstof-dispositieopgave in de wijk DHZW. Deze wordt bereikt door bestaande corporatiewoningen en particuliere woningen los te koppelen van het gas. Grosso modo dient voor elke nieuw toegevoegde woning een bestaande woning van het gas af te worden gehaald. Daarbij is in de berekening nog geen rekening gehouden met de stikstofbelasting voortkomende uit de bouwwerkzaamheden. De impact van deze aanvullende opgave wordt in beeld gebracht. Voor de stikstofdepositie-opgave zal een DHZW stikstof salderingsplan gemaakt worden. De bedoeling hiervan is dat DHZW als een project gezien wordt waarbij de effecten op de stikstofdepositie, zowel positief als negatief, van alle te nemen maatregelen in beeld worden gebracht. Zo zal het van het gas halen van bestaande woningen een positief hebben, terwijl toename van mobiliteit als gevolg van meer bewoners, een negatief effect heeft. De bedoeling is dat vervolgens “intern” gesaldeerd kan worden, waardoor de negatieve effecten tegen de positieve kunnen worden weggestreept.
Door op wijkniveau de voortgang van het loskoppelen van het gas te stimuleren vindt een positief effect op stikstofdispositie plaats en kan daarmee de productie van de nieuwbouwopgave gerealiseerd worden. De renovatie opgave bestaat uit corporatiewoningen en particulier bezit. De corporatieopgave wordt complexgewijs opgepakt. Voor diverse van deze projecten komt mogelijk cofinanciering door het Rijk beschikbaar (middels het Volkshuisvestingsfonds). Ook particuliere opgave wordt gestimuleerd door subsidiegelden voor particuliere woningverbeteringen. Indien deze subsidie beschikbaar komt zal ingeschreven worden voor zowel de complexaanpak als de individuele aanpak. 22
Daarbij zal de verbeteropgave meegenomen worden in het coördinatie overleg met corporaties en voor de particuliere lopen stimulerings- en subsidieprogramma’s. Jaarlijks zal de voortgang gemonitord worden. Deze voortgang is tevens van belang omdat diverse gemeentelijke subsidies gekoppeld zijn aan de te realiseren woningaantallen. Waterhuishoudingsplan De herontwikkeling van DHZW vraagt om een actieve sturing op de waterhuishouding in het gebied om bestand te zijn tegen extreme neerslag, droogte en hittestress. De bestaande groenblauwe structuur in Zuidwest moet aangepast worden om ook in de toekomst klimaatbestendig te blijven. Deze maatregelen zijn randvoorwaardelijk voor de realisatie van de nieuwbouw opgave, maar deze opgave biedt tevens kansen om extra waterkwaliteit toe te voegen op gebouwniveau, blokniveau of in de openbare ruimte. De wateropgave bestaat uit 3 componenten: -
-
de waterbergingseis van het waterschap voor toename van verharding bestaande uit een aantal m2 extra aan te leggen oppervlaktewater en de waterbergingseis vanuit waterschap en/of gemeente bestaande om de effecten van klimaatverandering te compenseren bij verdichting en herinrichting (toename verharding), bestaande uit een aantal m3 waterberging, en klimaatadaptieve maatregelen op basis van de stresstesten (wateroverlast), bestaande uit het oplossen van een knelpunt, bijv. door ophogen, afkoppelen en infiltreren. Deze maatregelen zijn ook goed op of rond gebouwen te realiseren.
De wateropgave wordt voor heel Zuidwest in beeld gebracht in een op te stellen waterhuishoudingsplan. Hierin worden maatregelen verdeeld over het totale peilgebied, zodat op het schaalniveau van de gehele wijk de beste en meest effectieve oplossingen gekozen en vastgelegd kunnen worden. Deze worden vervolgens vertaald naar deelgebied niveau. Daarbij worden spelregels voor de omgang met water op drie niveaus geformuleerd: gebouw, binnentuin, openbare ruimte (wij denken dat het om 2 niveau’s gaat: privaat terrein en openbare ruimte). De uitgangspunten, de opgave en afspraken over de verdeling hiervan tussen de verschillende partijen worden in het PUK vastgelegd. De aanleg van dit netwerk zal afgestemd worden met de voortang en fasering van de diverse woningbouwprojecten. De afspraken worden vervolgens vastgelegd in de omgevingsvergunning en voor open water in een omgevingsvergunning vanuit het waterschap. Het waterhuishoudingsplan vormt als het ware een boekhouding voor de wateropgave op het schaalniveau van Zuidwest als geheel. Het geeft een overzicht van het totaal aan maatregelen in de deelgebieden en de onderlinge samenhang. Dit overzicht zal voortdurend moeten worden afgestemd en bijgesteld. Ook tijdelijke situaties en fasering van maatregelen worden vastgelegd.
Regulier overleg met Delfland (1x per kwartaal) zal nodig zijn om de plannen te toetsen en het waterhuishoudingsplan te updaten. Energietransitie De energietransitie starten we rondom het bestaande warmtenet. In planning volgt het warmtenet de volgorde van uitvoering van projecten. Hierbij breiden we het warmtenet uit met onder meer het aansluiten van de bestaande bouw. Dit doen we de komende jaren allereerst in de Venen, Oorden, Raden en Morgenstond-West. Daarnaast starten we met de realisatie van warmtenetten in Moerwijk waarbij de WarmtelinQ als bron gaat fungeren. Als onderdeel van de energietransitie zijn de volgende twee aanpakken reeds opgestart en worden deze de komende tijd verder uitgerold: 1.
2.
23
Gebiedsaanpak Energietransitie met corporaties rondom het bestaande warmtenet. Samen met de aanwezige corporaties in Zuidwest (Haag Wonen, Staedion en Vestia/Hof Wonen) zijn de eerste stappen gezet om een gebiedsaanpak Energietransitie te formuleren voor Zuidwest. Het doel is om gezamenlijk op te trekken en samen te werken naar het transitie klaar maken van woningen en het aan te sluiten op een warmtenet. Gestart met de blok voor blok aanpak waarbij eigenaren (particulieren) van grondgebonden woningen in Zuidwest worden benaderd om de woning te verduurzamen en eventueel aan te sluiten op een warmtenet. Nieuwbouwontwikkeling worden aardgasvrij gerealiseerd, hierbij wordt ingezet op het gebruik van lokale bronnen.
3.9 Conclusie Er ligt een grote woningbouwopgave voor Den Haag Zuidwest. Daarbij is de maatschappelijke, financiële en technische voortgang van deze opgave sterk gerelateerd aan diverse kaders uit de Zuidwest opgaven. Door deze opgaven integraal op te pakken en te monitoren kunnen zij tot uitvoering gebracht worden. De volgende onderlinge relaties zijn o.a. geconstateerd: -
-
-
-
-
De voortgang van de nieuwbouwopgave is afhankelijk van (de regelgeving omtrent) stikstofdepositie. De toevoeging van programma en de bouw van het programma zal gecompenseerd moeten worden. Er wordt een gebiedsaanpak geformuleerd zodat de compensatie opgave in beeld wordt gebracht en de voortgang van de compensatie gelijk op ofwel sneller zal verlopen dan de nieuwbouw opgave. De toevoeging van woningen is afhankelijk van technische kaders zoals de waterhuishouding en Nutsvoorzieningen (warmtenet). De realisatie daarvan zal gelijk op lopen met de woningbouwplannen waardoor waterkwaliteit op gebouw, blok en gebiedsniveau wordt toegevoegd. De toevoeging van woningen vraagt om toevoeging van maatschappelijke en culturele voorzieningen en economische functies. Deze groei van voorzieningen zal gelijk op lopen met de woningbouwopgave. Er zal actief gezocht worden naar inpassingslocaties in plinten, ofwel solitair. Op basis van type woningen/bewoners zullen voorzieningen uitgerold worden. Door een vroegtijdige integrale ruimtereservering zal deze inpassing gelijk op kunnen lopen. De verdichtingsopgave gaat gepaard met een groei van de vraag naar passende mobiliteitsoplossingen en aanvullende gebouwde parkeervoorzieningen. Deze zijn kostbaar en hebben een groot ruimtebeslag in de wijk. Daardoor staat de haalbaarheid van projecten onder druk.
De inpassing van Parkeerhubs kunnen daarin een oplossing bieden, waarbij financiering een groot aandachtspunt is. Onderzocht wordt op welke wijze deze parkeerhubs ingepast kunnen worden en welke beheermodellen de voorkeur hebben. De verdichtingsopgave vraagt om aanpassingen in de openbare ruimte en groenvoorzieningen en biedt kansen hier kwaliteit toe te voegen Nog niet alle ruimtelijke plannen voor de openbare ruimte zijn zover uitgewerkt dat ze ingepast kunnen worden in de gebiedsopgaven. Uitwerkingsplannen worden opgesteld voor de lange verkeerslijnen, welke per deelgebied – mogelijk gekoppeld aan nabij gelegen projecten - verder worden opgepakt.
De Zuidwest opgaven zullen op korte termijn verder uitgewerkt worden, zodat de kaders meegenomen kunnen worden in de gebiedsuitwerkingen en de voortgang van de woningbouwopgave geborgd wordt.
24
3.10 Uitwerkingsopgaven In voorgaande paragrafen zijn een aantal plannen/studies benoemd die op korte termijn opgesteld moeten worden. Bijgaand een totaaloverzicht van de studies met bijbehorende planning.
Thema
Opgave
Tijdspad
Woningbouw
Er zal in samenwerking met corporaties de ruimte gezocht worden, om op basis van de kansenkaart, de toevoeging van ca 3.000 woningen te realiseren. Voortgangsoverleg prestatieafspraken corporaties en ontwikkelaars en monitoring: nieuwbouw, vernieuwbouw en woningverbetering. Aanvullend beleid ontwikkelen voor woonmilieus en te verankeren in de woonomgevingsvisie 2050 en in de nieuwe woonvisie/woonzorgvisie 2023-2027. Met vastgoedpartijen afspraken maken en daarbij op buurt- en wijkniveau een balans met verschillende woningtypen en woonsegmenten realiseren. De aanleg van het warmte Overdrachts Station (WOS) met netwerk zal afgestemd worden met de voortgang en fasering van de diverse woningbouwprojecten. Met de corporaties worden afspraken gemaakt over de voortgang van de woningverbeteringen en aardgasvrij maken van de woningen. Uitwerking van het voorzieningenprogramma DHZW opstellen (par. 3.3) Het kwalitatief voorzieningenprogramma DHZW uitwerken naar deelgebieden (par. 3.4) Urgentiebrief bedrijfshuisvesting met o.a. de Haagse investeringsmaatschappij Nieuwe instrumenten als een gebiedsinvesteringszone, Plint BV en straatmanagement kunnen bijdragen aan het verevenen van de kosten van maatschappelijke voorzieningen met de opbrengsten van commerciële voorzieningen. In de grote gebiedsontwikkelingen die voorzien zijn, gaan we hiervoor pilots opstarten.
Voor de voorzieningen op wijkniveau zal gekeken worden welke fysieke ruimtes er al beschikbaar zijn die wellicht vanuit dubbelgebruik in combinatie met andere functies benut kunnen worden. Waar dit niet mogelijk is wordt voor de inpassing de samenwerking gezocht met corporaties en ontwikkelaars. Ook wordt bekeken waar in tijdelijkheid – in leegstand of op tijdelijk lege kavels – culturele voorzieningen zoals broedplaatsen kunnen worden gehuisvest. Voor grotere bovenwijkse programmaopgaven zullen kansrijke locaties geïnventariseerd worden. Waarbij vroegtijdige ruimtereserveringen worden vastgelegd zodat de realisatie op termijn inpasbaar is binnen de wijkgrenzen. Voor de grotere functies zetten we de spaarzame gemeentelijke gronden en vastgoed in en zoeken we naar optimale combinaties. Verder zullen we mogelijkheden tot uitbreiding van bestaande voorzieningen benutten, zodra de behoefte toeneemt De locatiekeuze en de fasering van maatschappelijke en economische voorzieningen zal afgestemd moeten worden op welk type woningen/bewoners en bedrijven komt en wanneer. De resultaten van de maatschappelijke en economische voorzieningen plannen worden gebundeld en in een tabel met fasering en kaart weergegeven. De resultaten zullen ingebracht worden in de gebiedsontwikkelingen. Waar nodig zal een verwervingsstrategie opgesteld worden.
De groei van voorzieningen zal gelijk op moeten lopen met de woningbouwopgave. Op basis van type woningen/bewoners zullen
2023 2026
Woningbouw/Stikst of Woningbouw
Woningverbetering
Maatschappelijke Voorzieningen Economische Voorzieningen Economische voorzieningen Economische voorzieningen
Inpassing wijkvoorzieningen
Inpassing Wijkvoorzieningen
Inpassing voorzieningen in de wijk
Fasering voorzieningen 25
20232026 2023
2023
2023 Jan-Maart 2023 2023 2023
2023 e.v.
2023 2024
2023
2023
Groen
Mobiliteit Mobiliteit
Verwervingsopgave Energietransitie
Stikstof Stikstof
Stikstof Waterhuishoudingsplan
26
voorzieningen uitgerold worden. Op basis van het voorzieningenonderzoek wordt een gewenste fasering in beeld gebracht. Het verbeteren van de ecologische zones, de inrichting van de lange (verkeers) lijnen en de aanpak van de grote groengebieden Uithof en Zuiderpark zullen verder uitgewerkt worden. Daarbij wordt onderzocht of deze opgaven in delen meegenomen gaan worden met de woningbouw gebiedsopgaven of dat ze solitair een uitwerking gaan krijgen. MIRT verkenning zuidwestland corridor als opvolging van de pre verkenning Anticiperende op de mobiliteitstransitie en de verdichtingsopgave in DHZW zal de gemeente Den Haag een aantal parkeerhubs realiseren. Deze hubs worden waar mogelijk in combinatie met de nieuwbouwprogramma’s gerealiseerd. Er zal onderzocht worden: - Hoe groot de hubs moeten zijn en aan welke eisen ze moeten voldoen - Waar deze hubs ingepast kunnen worden (onder nieuw te bouwen programma?) - Hoe de exploitatie van de hubs georganiseerd en gefinancierd gaan worden. Op basis van de uit te werken locatiestudies (economische, maatschappelijke en parkeervoorzieningen), zal een nadere specificatie en uitwerking van het verwervingsplan gemaakt worden. De toevoeging van woningen is afhankelijk van de Nutsvoorzieningen (warmtenet). De realisatie daarvan zal gelijk op moeten lopen met de woningbouwplannen.
De aanleg van dit netwerk zal afgestemd worden met de voortgang en fasering van de diverse woningbouwprojecten. Voor de depositieopgave zal een DHZW Stikstof salderingsplan gemaakt worden, waarbij rekening gehouden wordt met de stikstofbelasting voorkomende uit de bouwwerkzaamheden. Plan van aanpak renovatiewoningen corporaties en particulier bezit. Er zal een procesafspraak geformuleerd moeten worden waarbij de compensatie opgave zal in beeld gebracht wordt en de voortgang van de compensatie gelijk op ofwel sneller zal verlopen dan de nieuwbouw opgave. Met de corporaties worden afspraken gemaakt over de voortgang van de woningverbeteringen en aardgasvrij maken van de woningen. Indien er subsidie vanuit het Volkshuisvestingsfonds beschikbaar komt voor de woningverbeteringen zal ingeschreven worden voor zowel de complexaanpak als de individuele aanpak. De wateropgave voor heel Zuidwest in beeld gebracht in een op te stellen waterhuishoudings-plan. Dit overzicht zal voortdurend moeten worden afgestemd en bijgesteld. De aanleg van dit netwerk zal afgestemd worden met de voortang en fasering van de diverse woningbouwprojecten. Ook tijdelijke situaties en fasering van maatregelen worden vastgelegd. Regulier overleg met Delfland (1x per kwartaal) zal nodig zijn om de plannen te toetsen en het waterhuishoudingsplan te updaten.
20232024
20242025 2023 2024