CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315261 Bijlage 2 - Nota van Beantwoording Structuurvisie en MER Den Haag Zuidwest

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Gewijzigd voorstel van het college inzake Ontwerp Structuurvisie Den Haag Zuidwest 2040; Groen, stedelijk en vitaal Zuidwest (RIS315261)57.330 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 7

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest Februari 2023

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest

1. Inleiding De ontwerp-structuurvisie Den Haag Zuidwest en milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest hebben van 24 mei 2022 tot en met 8 juli 2022 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode kon eenieder een zienswijze indienen. Er zijn in totaal 34 zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn in hoofdstuk 3 samengevat en van een antwoord voorzien. Een groot aantal van de ingediende zienswijzen hebben betrekking op terugkerende thema’s, zoals mobiliteit of voorzieningen. Daarom is bij de beantwoording van de zienswijzen gekozen voor een thematische aanpak. Bij zienswijzen die over dat thema gaan, wordt voor de beantwoording verwezen naar het desbetreffende thema. Zienswijzen, of onderdelen van een zienswijze, die niet onder een thema vallen zijn in de paragraaf 2.2 van een antwoord voorzien. Voor de volledigheid wordt hierbij vermeld dat de complete zienswijzen, zoals deze zijn ingediend, zijn betrokken bij de opstelling van het commentaar. Ook worden de zienswijzen, zoals deze zijn ingediend, volledig ter inzage gelegd en betrokken in het kader van de (verdere) besluitvorming.

2

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest

2. Zienswijzen Binnen de eerdergenoemde termijn van zes weken zijn 34 zienswijzen ingediend. In de tabel hieronder worden de zienswijzen samengevat weergegeven (kolom 4) en voorzien van een beantwoording van de gemeente (kolom 5). Elke reactie eindigt met een conclusie waarin inzichtelijk wordt gemaakt in hoeverre hetgeen naar voren is gebracht gevolgen heeft voor de structuurvisie en/of de milieueffectrapportage. 2.1 Thematische beantwoording Thema 1 Aanleiding, doel en reikwijdte van de structuurvisie In de Agenda Ruimte voor de Stad (RIS 295016, 2016) is Zuidwest opgenomen als één van de gebiedsontwikkelingen waar Den Haag de groei van de stad wil inzetten. Den Haag groeit namelijk snel: de laatste vijf jaar groeide de stad met circa 4.600 inwoners per jaar. Deze groei heeft een grote ruimtelijke impact en raakt ook andere opgaven, zoals bereikbaarheid, energietransitie, economie en leefbaarheid. Zuidwest wordt in de Agenda gezien als een kansrijk gebied. Er is een grote noodzaak te komen tot woningverbetering, veel naoorlogse bouw is aan het einde van de levensduur (gezien de soms tekortschietende kwaliteit).

Verdichting biedt de kans om mensen in hun eigen wijk een betere woning te bieden, passend bij de portemonnee en tevens een bijdrage te leveren aan de sociale en economische positie van inwoners, het versterken van de leefbaarheid van de wijken, het verbeteren van het voorzieningenniveau, mobiliteitsopgaven en duurzaamheidsopgaven. Er is in Zuidwest veel woningbezit van de woningcorporaties. Dit maakt grootschalige planvorming beter mogelijk. Een aspect om Zuidwest aan te wijzen als herstructureringsgebied is het feit dat het een ruim opgezette wijk is, waar veel openbare ruimte is en veel collectief groen aanwezig is. Dit biedt daarmee flexibiliteit om de verdichting ruimtelijk goed te kunnen opvangen en inpassen. Zodoende is Zuidwest in de Agenda Ruimte voor de Stad benoemd als herstructurerings- en verdichtingsgebied. De eerste stappen in deze verdichtingsopgave zijn gezet door een verkenning uit te voeren. In de brief van 9 oktober 2018 (RIS300674) aan de commissie Ruimte over de gebiedsontwikkeling Den Haag Zuidwest is een voorlopige ruimtelijke kaart opgenomen en is er benoemd dat er kansen liggen voor verdergaande intensivering en differentiatie boven op de eerder geformuleerde verdichtingsambitie van 4.200 woningen uit de Agenda Ruimte voor de Stad.

Om invulling te geven aan deze ambities heeft het college in 2019 door middel van de gebiedsverkenning ‘Bestemming Zuidwest’ (RIS 302569) uitgesproken dat de ambitie geformuleerd voor een toename van ca. 10.000 woningen. Naast de fysieke ruimte is er in deze gebiedsverkenning ook onderzocht dat er voldoende ruimte is voor andere leefomgevingsaspecten zoals voorzieningen, groen en duurzaamheid bij een toename van 10.000 woningen. Vervolgens is nader onderzoek uitgevoerd, waaronder een rapport van RIGO (2020). Het rapport geeft antwoord op de vraag of er voldoende behoefte is om 10.000 woningen toe te voegen in Zuidwest, niet alleen qua woningaantallen maar ook qua doelgroepen en type woningen. Eén van de conclusies van het rapport is dat de prognoses aangeven dat Den Haag groeit, waardoor er voor het voorziene programma van 10.000 woningen naar verwachting voldoende vraag is. Door de verdichting ontstaan meekoppelkansen voor belangrijke opgaven in Zuidwest (zoals het versterken van sociale samenhang, verbeteren veiligheid, betere gezondheid, het versterken van het draagvlak voor voorzieningen en economische functies, het meer differentiëren van de woningvoorraad, het toevoegen van de groenstructuren en verbeteren van de openbare ruimte, aanpassingen op mobiliteit, energietransitie en klimaat).

De verdichting in Zuidwest draagt daarmee tevens bij aan de stedelijke woningbouwopgave, maar ook aan andere stedelijke beleidsopgaven. De structuurvisie Zuidwest beschrijft hoe de gemeente Den Haag de ontwikkeling van Den Haag Zuidwest over een langere periode voor zich ziet. Hiermee wordt de Wet ruimtelijke ordening gevolgd, in artikel 2.1 wordt namelijk bepaald dat ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening een structuurvisie de hoofdzaken van het door een gemeente te voeren ruimtelijk beleid vastlegt. Dit artikel beperkt dus de mogelijke reikwijdte van een structuurvisie tot het ruimtelijk spoor. Zoals waar verdichting kan plaatsvinden en welke voorzieningen wenselijk zijn. Ingrepen op het ruimtelijke spoor hebben ook invloed op het functioneren van Zuidwest, zoals bijvoorbeeld op het aspect leefbaarheid of bewegen. De structuurvisie gaat echter niet over onderdelen als hoe vaak wordt er gehandhaafd, hoe gaan buren met elkaar om of welke programma’s op scholen worden geven. De structuurvisie gaat dus over hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. Dit uit zich in de Structuurvisie Den Haag Zuidwest door het maken van keuzes op hoofdlijnen, zonder heel gedetailleerd aan te geven waar bijvoorbeeld precies (op bouwplanniveau) welk aantal woningen wordt toegevoegd. Deze zaken worden nader uitgewerkt in Plan Uitwerkingskaders en Nota’s van Uitgangspunten.

Daarbij moet vanzelfsprekend wel worden voldaan aan de keuzes die in de Structuurvisie zijn gemaakt. Omdat de reikwijdte van een Structuurvisie zich richt op de hoofdzaken, is ook op vergelijkbaar niveau milieuonderzoek uitgevoerd. Voor de structuurvisie Den Haag Zuidwest vindt dat plaats in de m.e.r.. Nadere onderzoeken, vinden plaats in de verdere uitwerking van de plannen, ten tijde van de juridisch – planologische procedure (bijvoorbeeld een bestemmingsplan). In artikel 2.1 wordt ook aangehaald dat een structuurvisie ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening wordt vastgesteld. Aan de structuurvisie Zuidwest liggen verschillende analyses ten grondslag, in combinatie met de M.e.r. en reeds vastgesteld beleid. Aan de hand daarvan zijn afwegingen gemaakt waarbij ruimtelijke, stedenbouwkundige, maatschappelijke, milieu, groenaspecten en dergelijke een rol hebben gespeeld. Daarom kan gesteld worden dat bij de gemaakte keuzes in de structuurvisie sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Vanzelfsprekend wordt dit nader geconcretiseerd op het moment dat er zich concrete projecten voordoen. De Wro stelt geen vormeisen aan een structuurvisie, elke gemeente kan dus zelf bepalen hoe deze visie eruit komt te zien en hoe zij tot die visie komt. Een structuurvisie is ook geen document van wetenschappelijke aard en bijpassende eisen gelden dan ook niet.

Het is natuurlijk wel belangrijk dat aan een structuurvisie grondig, en passend, onderzoek plaatsvindt. Voor de structuurvisie Zuidwest heeft dat plaatsgevonden door middel van de verschillende bijlagen en de M.e.r. Thema 2 Mobiliteit (parkeren, deelmobiliteit) De stedelijke verdichting in Den Haag Zuidwest heeft verschillende en ingrijpende gevolgen voor verkeer en vervoer. Mobiliteit en bereikbaarheid hebben echter ook een voorwaardenscheppende functie, niet alleen voor het bouwen, maar ook voor andere opgaves. Denk aan de ‘bredere leefbaarheid’, sociaaleconomisch, duurzaamheid en energietransitie. Mobiliteit en de mobiliteitstransitie zijn daarmee geen doel maar middel. De gemeente heeft dat omschreven in de Strategie Mobiliteitstransitie, welke begin 2022 door de gemeenteraad is vastgesteld RIS 310664). De keuze om te verdichten in Den Haag Zuidwest is ook een keuze vanuit mobiliteitsperspectief. Ten eerste ligt het gebied tegen het centrumgebied aan, en ook andere concentraties van werkgelegenheid zijn nooit echt ver weg. Nabijheid is de beste bereikbaarheid, wat vooral van belang is voor het stimuleren van lopen en (deel)fietsen. Om deze reden hebben we in het Ruimtelijk Raamwerk (bijlage van de Structuurvisie) een loop- en fietsnetwerk opgenomen om alle dagelijkse voorzieningen binnen een kwartier te kunnen bereiken.

Ten tweede: omdat er relatief veel openbaar vervoer in het gebied is. In het kader van de ZuidWestlandCorridor gaat de gemeente, samen met relevante partners, in 2023 verkennen welke maatregelen in het OV het beste bijdragen aan de genoemde bredere opgaven; meer specifiek dan in de Structuurvisie is weergegeven. 3

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest Natuurlijk blijft het gebied ook bereikbaar per auto, maar de auto staat niet meer op 1 in de inrichting van de openbare ruimte. Het netwerk wordt ingrijpend herzien om doorgaand verkeer uit de woongebieden te bannen. Daarvoor blijft voldoende doorstroming op de stedelijke hoofdwegen om het gebied heen natuurlijk belangrijk. Niet in de laatste plaats gaan er zaken veranderen rond parkeerbeleid. De kwaliteit van de openbare ruimte die de structuurvisie voorstaat, in combinatie met de verdichting, leidt tot minder parkeren in de openbare ruimte en meer inpandig parkeren, bij voorkeur op eigen terrein. In 2021 heeft de raad twee belangrijke plannen vastgesteld, te weten de Parkeerstrategie (RIS 308711) en de Nota Parkeernormen (RIS 309940). Voor een uitgebreide motivering van de keuzes achter de parkeernormen en deelmobiliteit verwijzen we naar deze beleidsnota’s. De Nota Parkeernormen wordt gebruikt als instrument om te toetsen of een ontwikkeling voorziet in voldoende parkeergelegenheid, en is dus leidend voor alle nieuw- en verbouwplannen in Den Haag. De parkeernorm waaraan getoetst is afhankelijk van de locatie, het soort woning en de woninggrootte. Er is dus niet sprake van één parkeernorm voor alle woningen.

De normen lopen uiteen van 0,4 plaats per woning voor kleine huurwoningen, tot 1,5 of meer voor grote koopwoningen van boven de 160 m2. Ieder bouwplan moet een sluitende parkeerbalans hebben. In het ruimtelijk raamwerk is een kaart opgenomen met daarop de indicatieve locaties van parkeergarages. Ook is vastgelegd welke percentages deelmobiliteit gehanteerd mogen worden, en onder welke voorwaarden. Dit kan dus per project verschillen. Op dit moment zijn de eerste plannen met hogere percentages deelmobiliteit in uitvoering. De ervaring hiermee is nu nog beperkt. Een belangrijk laatste punt is dat in de komende tijd in het gehele gebied stapsgewijs vergunninghoudersparkeren wordt ingevoerd. Dat is nog eens bevestigd in het Coalitieakkoord 2022 – 2026 (RIS 313189). Dit is nodig om de resterende parkeerruimte in de openbare ruimte voor te behouden aan belanghebbenden en wijkvreemd parkeren tegen te gaan. Ook is het nodig om grip te krijgen op excessief autobezit en stimuleren deelmobiliteit. Met de structuurvisie kiest de gemeente ervoor om nu in te zetten op alternatieven om de stad leefbaar en bereikbaar te houden. Zo draagt de Mobiliteitstransitie naar duurzame en ruimte-efficiënte vervoerswijzen ook bij aan de woningbouw en de leefbaarheid in Den Haag Zuidwest.

Thema 3 Voorzieningen Bij de structuurvisie Zuidwest is een bijlage opgenomen ‘Voorzieningenprogramma Den Haag Zuidwest’. In dit document wordt op basis van de Haagse Referentienormen Maatschappelijke voorzieningen (RIS 307513) een inschatting gemaakt van de behoefte aan voorzieningen, rekening houdend met de toevoeging van 10.000 woningen in Zuidwest. Voor werkgelegenheid is gebruik gemaakt van de economische referentienorm uit de Economische Visie Den Haag+ 2030 (RIS 303550) en verschillende onderzoeken. De voorzieningen waarnaar is gekeken betreffen leren (domein onderwijs), zorg krijgen en meedoen (domein zorg en welzijn), creëren (domein kunst en cultuur), sporten en bewegen (domein sport), consumeren en ontspannen (domein winkels, horeca en Leisure) en werken (domein bedrijfsruimten en kantoren). Voor de analyse en verdere toelichting daar op wordt integraal verwezen naar de bijlage ‘Voorzieningenprogramma Den Haag Zuidwest’. In de voorgenoemde bijlage is ook een uitwerking opgenomen die ingaat op de aspecten: • waar (kansenkaart): de kansenkaart toont waar het toevoegen van woningen gunstig is voor de omgeving. Voor veel voorzieningen geldt dat bewoners ze graag dichtbij hebben. Waardoor ze ook beter worden benut. De kansenkaart toont daarom ook de logische plekken voor een deel van de voorzieningen.

Daarbij wordt onderscheid gemaakt in kansen voor wijkvoorzieningen en kansen voor bovenwijkse voorzieningen (zoals een middelbare school of een museum). Voor de ruimte voor bedrijvigheid wordt clustering van bedrijvigheid rondom specifieke sectoren (bijv. Maakindustrie of zorg) als uitgangspunt genomen. Daarnaast is bereikbaarheid een belangrijke factor en wordt aangesloten op wat er nu al is (bijv. Rondom ZKD, Sportcampus, Station Moerwijk). • wanneer: (maatschappelijke) voorzieningen houden gelijke tred met de realisatie van woningen en het aantal en soort mensen dat ergens gaat wonen. Een aantal van de projecten in Zuidwest zijn al bekend. Deze beslaan slechts een deel van de beoogde 10.000 woningen die worden toegevoegd. Nu inzichtelijk is gemaakt wat de behoefte aan voorzieningen is, is de volgende stap het opstellen van een gebiedsuitwerking. Met die uitwerking wordt er voor gezorgd dat de voorzieningen gelijke tred houden met de woningbouwontwikkeling, zodat een goed functionerend voorzieningenprogramma geborgd blijft. Voor de werkplekken is de correlatie tussen het aantal woningen en de te realiseren ruimte voor bedrijvigheid belangrijk, juist om de maatschappelijke doelstellingen te behalen. Ook de economische functies krijgen in de gebiedsuitwerking een plek.

Thema 4 Groen en ecologie In de structuurvisie wordt het vastgestelde beleidsdocument de Haagse Referentienormen Maatschappelijke voorzieningen (RIS 307513) als basis genomen. Hierin is ook de groennorm een belangrijke pijler. De norm heeft betrekking op de totale oppervlakte aan openbaar gebruiksgroen (bestaand en nieuw te realiseren) in relatie tot het totale aantal woningen (bestaand en nieuw te realiseren). In de structuurvisie wordt ingegaan op hoeveel openbaar gebruiksgroen er per inwoner van Zuidwest aanwezig is in de bestaande en nieuwe situatie. Groen is van belang voor het behouden en versterken van de leefbaarheid, biodiversiteit en aantrekkelijkheid van de wijken, voor mens, plant en dier. Hierdoor worden de grote groenstructuren zo veel mogelijk versterkt. Op pagina 14 en 15 van het Ruimtelijk Raamwerk wordt ingegaan op de hoeveel openbaar gebruiksgroen er op dit moment in Zuidwest aanwezig is. Dat is 26 m2 per woning. In Zuidwest is dus meer groen aanwezig dan de door de gemeenteraad/ college vastgestelde referentienorm van 16m2. In het Ruimtelijk Raamwerk is berekend dat met de toevoeging van 10.000 woningen er 22 m2 openbaar gebruiksgroen per woning in Zuidwest aanwezig is. Dat is ruim boven de Haagse referentienorm.

4

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest 2.2 Beantwoording per zienswijzen Datum zienswijze 8-7-2022

Indiener

Nr.

Paragraaf zienswijze

1

1

Zienswijze

Beantwoording gemeente

1.1

Inleiding: Is het erover eens dat er betere woningen nodig zijn in Zuidwest. Wil echter – wanneer er 10.000 woningen bijkomen - de voorzieningen aankaarten. Merkt op dat vrijwel alle bewoners die men gesproken heeft zich zorgen maken over het achterblijven van de bijbehorende voorzieningen (zorg, sport, onderwijs, mobiliteit, sociale veiligheid), en begrijpt deze zorgen. Adviseert wethouder en college nadrukkelijk om over de benodigde – en gewenste – specifieke voorzieningen concretere garanties te geven, al dan niet via deze structuurvisie, en daarin de bewoners per buurt nadrukkelijker een stem te geven via de inzet van een onafhankelijk orgaan, zodat gemeente, woningbouwcoöperaties, maatschappelijke organisaties en inwoners daadwerkelijk samen de buurten in Zuidwest kunnen verbeteren de komende jaren. Vindt het dus belangrijk om een team aan te duiden dat niet eenmalig maar ook gedurende het proces feedback geeft over de discrepantie tussen de plannen en de daadwerkelijke ontwikkeling.

1.2

M.E.R.: Merkt op dat in de M.E.R. op verschillende plaatsen “spelregels” worden opgesomd - o.a. m.b.t. de Dreven, Gaarden en Zichten (samenvattend overzicht), de Venen en het Voorkeurs-alternatief – maar dat de tekst deze spelregels definieert als “aandachtspunten” die “nader dienen te worden uitgewerkt”. (Bijv. 7.20 op blz. 279.) Vindt dat deze “spelregels” nochtans voorwaarden zijn waaraan absoluut voldaan dient te worden. Is van mening dat als Zuidwest groeit, de voorzieningen sowieso mee moeten groeien. Verwijst hiervoor naar de Haagse maatschappelijke voorzieningen als minimale maatstaf. Vindt dat daarentegen alle gewenste voorzieningen onderdeel horen te zijn van de spelregels, zodat ze gegarandeerd kunnen worden. Adviseert de gemeente om de “spelregels” te definiëren als voorwaarden om aan te voldoen. Vindt dat de Haagse maatschappelijke referentienormen integraal thuis horen in deze spelregels. Eerstelijns zorg: Is van mening dat de nu nog in Moerwijk bestaande eenmanspraktijken van huisartsen in de toekomst onhoudbaar zullen zijn, en dus moet worden uitgekeken naar multifunctionele huisartsenpraktijken: mét wondbehandeling, mét psycholoog etc. Dit in de eerste plaats omdat de algemene gezondheid van de bewoners in Zuidwest laag is t.o.v. het Haagse gemiddelde.

Heeft de indruk dat in de structuurvisie geen inbreng is gedaan vanuit zorg, of dat hiervoor in elk geval weinig aandacht is. Verwijst naar de bijlagen bij het projectdocument Dreven, Gaarden en Zichten waarin zorgvoorzieningen worden verwezen naar de plint o.b.v. marktwerking, en vindt dit risicovol. Vindt dat de gemeente Den Haag hier een plicht in heeft gezien de genoemde Haagse referentienormen. Wijst er hierbij op dat de huisartsen in Zuidwest meer werk hebben dan elders, en in dat opzicht de norm van 1/2500 hier voor discussie vatbaar is. Adviseert de gemeente om in de structuurvisie uitdrukkelijk op te nemen hoe de gemeente in Zuidwest wil voorzien in aantrekkelijke, doeltreffende zorg(voorzieningen).

Het is inderdaad van belang om het voorzieningenniveau mee te laten groeien met de vooraanstaande verdichting. Hierdoor is dit ook als besluit verwoord in het raadsvoorstel voor de vaststelling van de structuurvisie. Om ervoor te zorgen dat bij het toevoegen van extra woningen het voorzieningenprogramma meegroeit is een Voorzieningenprogramma opgesteld, welke aan de structuurvisie is toegevoegd en ter inzage heeft gelegen. In de verdere uitwerking krijgen deze voorzieningen een plek en d.m.v. monitoring op verschillende aspecten, waaronder voorzieningen, kan worden gecontroleerd of de ontwikkeling in de woningbouw ook daadwerkelijk gelijke tred houdt met de ontwikkeling van voorzieningen. De Partnerraad Zuidwest stelt zich als onafhankelijk gesprekspartner van de gemeente ten doel om de inwoners, ondernemers en lokale professionals van Zuidwest een serieuze stem te geven in de ontwikkelingen van Zuidwest in de komende 20 jaar. Dat doet de Partnerraad door het college te adviseren over onderwerpen die aan de orde zijn binnen de brede aanpak Den Haag Zuidwest. Jaarlijks stelt de Partnerraad in overleg met de gemeente een tweejaarprogramma op, met daarin in ieder geval een overzicht en planning van de gevraagde en ongevraagde adviezen. De gemeente onderschrijft het belang van leefbaarheid binnen de stad en in het bijzonder Zuidwest.

Daarom heeft de gemeenteraad een Nota Haagse maatschappelijke referentienormen vastgesteld om ervoor te zorgen dat de voorzieningen meegroeien met de opgave van de verdichting. Het spelregelkader is opgesteld om de beoogde transformatie van Den Haag Zuidwest te kunnen realiseren en de ambities waar te maken. Het spelregelkader bevat verschillende spelregels die randvoorwaardelijk zijn voor de transformatie van Zuidwest vanuit het belang van de gezonde leefomgeving. De toekomstige ontwikkelingen/plannen binnen Zuidwest dienen te voldoen aan de spelregels die in de M.E.R. zijn opgenomen. Het opnemen van de Haagse Maatschappelijke referentienormen als spelregel heeft geen toegevoegde waarde omdat dit stuk al is vastgesteld door de gemeenteraad. Ofwel: de ontwikkeling in Zuidwest moet voldoen aan deze notitie.

1.3

De gemeente ziet een groot voordeel in een multifunctionele huisartsenpraktijk. Deze wordt als gezondheidscentrum in het Voorzieningenprogramma beschreven op pagina 29: Om de samenwerking tussen zorgverleners te vereenvoudigen en drempels te verlagen zullen we zoveel mogelijk zorg- en welzijnsvoorzieningen dicht bij elkaar moeten realiseren. Een goed integraal aanbod geeft bovendien aanleiding voor ontmoetingen en daarmee meer gelegenheid voor sociale binding en ondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan de huisarts, de fysiotherapeut en de apotheker dicht bij elkaar, zogenoemde gezondheidscentra. Wanneer daaraan ook een buurtkamer wordt toegevoegd is de drempel voor bewoners om naar een huisarts te gaan lager. In de gezondheidscentra zal naast de ziekte- en klachtenbestrijding de gezondheidsbevordering meer centraal komen te staan. Mogelijk is extra ruimte nodig voor voorlichting over een gezonde leefstijl door bijvoorbeeld diëtisten en sportcoaches. Het ruimtebeslag voor eerstelijnszorg en welzijnsfuncties dat wordt voorzien in Den Haag Zuidwest staat benoemd in het Voorzieningenprogramma. De oppervlaktes zijn gebaseerd op de Nota Haagse Referentienormen Maatschappelijke Voorzieningen. Hierin wordt uitgegaan van 1 huisarts per 2095 patiënten.

Deze verhouding komt overeen met de normpraktijk, een landelijk gemiddelde dat de Nederlandse Zorgautoriteit berekent en benut bij het onderbouwen en vaststellen van huisartsentarieven. Huisartsen in Zuidwest hebben te maken met een complexe zorgvraag en een hoge werklast. Om te voorkomen dat de beschikbaarheid van de huisartsenzorg in achterstandswijken in gevaar zou komen, zijn in 1997 op initiatief van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en in samenwerking met Zorgverzekeraars Nederland

5

Gevolgen voor de structuurvisie/ bijlagen Geen aanpassing

Gevolgen voor de M.E.R. Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest Datum zienswijze

Indiener

Nr.

Paragraaf zienswijze

1.4

1.5

1.6

Zienswijze

Mobiliteit: Maakt zich zorgen over de overbelasting van uitvalswegen vanuit Zuidwest richting de snelwegen of richting randgemeenten. Vindt dat het gemeentelijk beleid nu autogebruik ontmoedigt. Vindt dat de gemeente in Zuidwest de parkeernorm historisch laag maakt - zoals in de Stede en de Zichten - en deelmobiliteit op ongeziene wijze wil ontwikkelen. Vindt dat er echter weinig gegevens uit het verleden zijn op basis waarvan beleid inzake deelmobiliteit – een recent fenomeen - kan worden ontwikkeld. Vraagt of er plaatsen zijn waar een vergelijkbaar percentage deelmobiliteit daadwerkelijk wordt gehaald, en of een plan B is bedacht als het deelmobiliteitscijfer niet wordt gehaald. Is van mening dat ook de parkeerdruk hiermee te maken heeft. Wijst erop dat de stad geen ervaring heeft met een zo lage parkeernorm (0,4 auto per woning), en dat op verschillende plaatsen in de wijk bovenlokale voorzieningen zijn of komen. Vindt dat als de gemeente experimenteert met het verlagen van de parkeernorm, daar tegenover meer openbaar vervoer hoort te staan. Merkt op dat er nu binnenstedelijk vervoer is, hoofdzakelijk richting het centrum, maar dat voor ontsluiting van een wijk met binnenkort meer dan 100.000 inwoners ook dwarsverbindingen en ‘bovenstedelijk’ OV nodig zijn richting Westland, Rotterdam, Delft etc.

Vraagt het college samen op te trekken inzake de financiering en ontwikkeling van (betaalbaar!) openbaar vervoer om Zuidwest uit de huidige isolatie te halen. Adviseert de gemeente in gesprek te gaan met externe partners over het ontwikkelen van OV (zo kunnen investeringen volgen). Is - zolang dit niet gebeurt - benieuwd naar een plan B inzake (deel)mobiliteit en parkeerdruk. Veiligheid en handhaving: Vindt dat in de structuurvisie geen aandacht wordt besteed aan de fysieke veiligheid van mensen, zoals goede verlichting, inpandige camerabewaking en de aanwezigheid van politiebureau(s) in de hele wijk. Vraagt of bij de structuurvisie ook inbreng is geweest vanuit de politie c.q. de wijkagenten. Vindt dat die inbreng noodzakelijk is en dat deze het beste vooraf kan gaan aan de goedkeuring van het plan. Vraagt of politie en handhaving en de calamiteitendiensten op een of andere manier hun goedkeuring hebben gegeven aan dit plan. Verzoekt de gemeente in aansluiting hierop om van meet af aan voldoende aandacht te hebben voor handhaving om de leefbaarheid te verbeteren en/of op peil te houden. Vraagt of in de structuurvisie aan de voorwaarden is voldaan om deze handhaving mogelijk te maken. Noemt als actueel voorbeeld dat veel inwoners afval nu als een probleem ervaren, en bang zijn dat het met tienduizenden extra bewoners nog erger wordt.

Wijst er ter illustratie op dat mensen in Zuidwest vaak verhuizen en er hele inboedels achter blijven op straat, en dat er dus veel groot en klein afval op straat belandt. Is ervan overtuigd dat het organiseren van betere en meer handhaving onderdeel is van de oplossing. Vraagt hoe de gemeente dit onderwerp in de structuurvisie wil borgen. Adviseert de gemeente zoveel mogelijk aspecten van veiligheid en handhaving in de structuurvisie te borgen. Duurzaamheid: Merkt op dat wordt ingezet op duurzame woningen in termen van milieu en klimaat. Adviseert om ook in de flats aandacht te hebben voor

Beantwoording gemeente (ZN) de Achterstandsfondsen opgericht. De Achterstandsfondsen ondersteunen huisartsenpraktijken in achterstandswijken om de kwaliteit van huisartsenzorg te bevorderen. In de verdere uitwerking van de structuurvisie in deelgebieden zullen voorzieningen aan de verschillende deelgebieden worden toegewezen, waarna deze voorzieningen in de projecten kunnen worden opgenomen. Er wordt verwezen naar het antwoord onder thema 2.

Gevolgen voor de structuurvisie/ bijlagen

Gevolgen voor de M.E.R.

Geen aanpassing

Geen aanpassing

De structuurvisie is een visie op hoofdlijnen voor de ruimtelijke ontwikkeling. Schoon, heel en veilig en de basis op orde zijn belangrijke onderwerpen, maar worden niet met een structuurvisie geregeld. In de brede aanpak Zuidwest (nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid) en de Regiodeal Zuidwest is aandacht voor de “niet-ruimtelijke” aspecten en is nadrukkelijk aandacht voor dit soort aspecten. Bij het opstellen van zowel de structuurvisie als het Programma Zuidwest zijn collega's vanuit veiligheid betrokken. In de bijlage van de structuurvisie, het Ruimtelijk Raamwerk, is aandacht besteed aan veiligheid in de openbare ruimte. Denk aan bijvoorbeeld veilige oversteekplaatsen, inderdaad voldoende verlichting bij fietspaden en veilige OV-haltes. Bij de uitwerking van de gebieds- en planontwikkelingen inclusief inrichting van de openbare ruimte krijgt veiligheid ook de benodigde aandacht. Het onderwerp woonoverlast is meegenomen in de Haagse aanpak van woonoverlast RIS 311866, in een samenwerkingsverband tussen gemeente en woningbouwcorporaties.

Geen aanpassing

Geen aanpassing

De structuurvisie Den Haag Zuidwest is geen op zichzelf staand product. Op de door indiener genoemde onderwerpen is flankerend beleid, bijvoorbeeld de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS30875) en de Kadernota duurzaamheid - schone energie in een groene

Geen aanpassing

Geen aanpassing

In het parkeerbeleid is ook ruimte opgenomen voor deelmobiliteit. Op dit moment zijn de eerste plannen met hogere percentages deelmobiliteit in uitvoering, dus de ervaring hiermee is inderdaad beperkt. Aan de andere kant moeten we wel inzetten op alternatieven om de stad leefbaar en bereikbaar te houden. Ook verbetering van het OV hoort hierbij. Dwarsverbindingen en 'bovenstedelijk’ OV zijn ook in de structuurvisie opgenomen. De gemeente Den Haag probeert door het mobiliteitsbeleid het autogebruik in de stad terug te dringen. In Den Haag is er sprake van relatief veel autogebruik voor korte afstanden. Dit is ook uit het oogpunt van gezondheid/bewegen, veiligheid en luchtkwaliteit onwenselijk. De gemeente probeert voor deze vervoersbewegingen alternatieven aan te bieden.

6

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest Datum zienswijze

Indiener

Nr.

Paragraaf zienswijze

Zienswijze

Beantwoording gemeente

duurzaamheid, degelijkheid en een hoogwaardige afwerking en voor onderhoudscontracten. Vindt dat dit in hoge mate bijdraagt aan de leefbaarheid. Vindt dat de gemeente, door op dit vlak voorwaarden te stellen aan de ontwikkeling, voorkomt dat de flats snel weer achteruitgaan. Adviseert de gemeente voorwaarden te stellen inzake duurzaamheid, onderhoud en hoogwaardige afwerking, om zo bij te dragen aan de consistentie van de leefbaarheid in de wijken.

stad RIS 301829). Bij de uitwerking van de structuurvisie, bijvoorbeeld bij een woningbouwontwikkeling, zal niet alleen getoetst worden aan de structuurvisie maar ook aan dat beleid. Naast duurzaamheid heeft de gemeente ook oog voor kwaliteit van de buitenruimte en de woningen. Dit wordt geborgd in een kwaliteitsplan en verschillende beeldkwaliteitsplannen voor deelgebieden binnen Zuidwest. Er zijn ook al beeldkwaliteitsplannen vastgesteld in o.a. Dreven, Gaarden en Zichten, waardoor gemeente en Welstand kunnen sturen op de toekomstige kwaliteit. Bezonning en wind zijn in de M.E.R. genoemd als één van risico's die bij deelontwikkelingen in Zuidwest ondervangen moeten worden. De verwachting is dat op plekken waar met hoogbouw verdicht zal worden de situatie qua schaduwwerking en wind mogelijk kan verslechteren ten opzichte van de bestaande situatie. Bij de uitwerking van de plannen zal gezocht worden naar de meest optimale positie en vormgeving van de bouwblokken, waardoor deze risico’s beperkt en binnen de gestelde normen zullen blijven. In het spelregelkader van de M.E.R. en de structuurvisie is daarom opgenomen dat plannen getoetst moeten worden aan de Haagse Bezonningsnorm en de NEN 8100.

Tevens is als optimaliserende spelregel opgenomen dat het voor windgevoelige functies, waaronder gebouwentrees maar ook plantsoenen, wenselijk is om windafschermende maatregelen te treffen. Met de woningbouwcorporaties spreken we af dat we extra inzet plegen om, als huurders willen terugkeren in het gebied/de buurt/de wijk, dat mogelijk te maken met inachtneming van de wettelijk voorwaarden van het passend toewijzen. Samen met de corporaties kijken we naar mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting in en buiten Zuidwest. Dat is maatwerk per ontwikkeling. Indien de huurder huurt van een corporatie zijn in het Sociaal Plan van de corporatie allerlei maatregelen geborgd met betrekking tot verhuiskosten, urgentie en dergelijke.

1.7

Bezonning en wind: Vindt het belangrijk dat er bij de bouw voldoende zicht op is dat er geen problemen ontstaan met bezonning, geluid en wind, zodat bewoners hiervan op termijn geen hinder ondervinden. Wijst erop dat in de M.E.R. vele cijfers in het rood gaan waar het gaat om schaduw, windhinder en geluidsoverlast. Vraagt wat er nu verder gebeurt met deze rode cijfers. Adviseert de gemeente voor de nieuwbouw v.w.b. geluidshinder, schaduw en windhinder de juiste resultaten te garanderen en deze inzichtelijk te maken in deze structuurvisie.

1.8

Huurders: Vraagt of er voor de bewoners van de flats die gesloopt, herbouwd of gerenoveerd worden concrete plannen zijn voor tijdelijke huisvesting. Wijst erop dat deze plannen niet in de structuurvisie staan, maar tijdelijke huisvesting nochtans noodzakelijk is. Vraagt of huurders van te slopen of te verbouwen flats die tijdelijk gehuisvest worden binnen het actiegebied hun oorspronkelijke status behouden. Verzoekt de gemeente dit te garanderen. Adviseert de gemeente concreet werk te maken van monitoring van en onderzoek naar het verhuizen van de oorspronkelijke bewoners; wil er namelijk zicht op hebben dat dit verhuizen op een goede manier verloopt. Adviseert de gemeente inzichtelijk te maken hoe ze op een zorgzame manier omgaat met de oorspronkelijke bewoners, om het vertrouwen van de inwoners in deze plannen niet te dwarsbomen. Sportterreinen: Merkt op dat er geen sportterreinen meer ingeleverd mogen worden voor woningbouw, maar dat dit nu al gebeurt op de Steenwijklaan (voormalige HMC-terrein) en in Morgenstond bij het opschuiven van de bouwzone richting voetbalvelden (ontwikkeling Zichten). Vindt dat het voormalig honkbalveld ADO-Lakers behouden dient te blijven voor sportvoorzieningen. Verwijst naar een schema op blz.

77 van de voorzieningennota waaruit zou blijken dat 60.000 m2 (= zes voetbalvelden) wordt gefaciliteerd, maar waarin wordt gesteld dat er slechts voorwaardelijk velden bijkomen. Begrijpt de wens dat velden maximaal bespeeld worden, maar vindt dat uit een bevolkingstoename vanzelfsprekend ook een toename aan animo naar dergelijke speelvelden volgt. Wijst op de huidige uittocht en verloop naar de sportaccommodaties in Rijswijk, zoals Celeritas. Heeft daarnaast vernomen dat de rugbyclub overweegt te verhuizen. Verzoekt de gemeente ervoor te zorgen dat de Haagse sportverenigingen binnen de Haagse grenzen kunnen blijven sporten. Vraagt of de adviesraad Sport direct betrokken is bij de plannen. Wijst erop dat sport niet genoemd wordt onder gezondheidsbevordering, terwijl dit hiervan natuurlijk een essentieel onderdeel is. Adviseert de gemeente om sportterreinen en verenigingen te behouden voor onze stad.

1.9

In de verdichtende stad wordt de uitdaging steeds groter om de ruimte voor buitensport evenredig mee te laten groeien met het aantal inwoners. Om in de schaarste aan ruimte toch voldoende buitensport te realiseren hebben het Integraal Huisvestingsplan Sport en de referentienorm als uitgangspunt gediend. Deze zijn vertaald in het Voorzieningenprogramma. Om te komen tot het Integraal Huisvestingsplan Sport zijn vele (data)analyses gedaan en onderzoeken uitgevoerd. Sportverenigingen hebben via enquêtes gevraagd naar de toekomstige behoefte aan accommodaties (uitgevoerd in het onderzoek van het Mulier instituut in 2019). De onderzoeken uit 2018 en 2019 van het Mulier instituut en Drijver & Partners zijn bijgesteld op basis van geactualiseerde bevolkingsprognoses. De resultaten zijn besproken met relevante partijen zoals de Adviesraad voor Sport. Ook zijn er Stadsdeelsessies georganiseerd met sportconsulenten en wijkmanagers. Omdat de ruimte schaars is worden ook intensiveringsmaatregelen ingezet, bijvoorbeeld voor aanleg van kunstgrasvelden. Daar waar dat niet lukt geldt het compensatieregime volgens het Integraal Huisvestingsplan Sport (RIS 311895) om zo de sportbehoefte te kunnen faciliteren.

Op dit moment wordt samen met de sportverenigingen gewerkt aan een ontwerp om het sportcomplex Escamp I te optimaliseren, meerdere sporten te huisvesten, toegankelijker en toekomstbestendig te maken en een openbare sportieve invulling te geven. Bij deze planuitwerking worden ook buurtorganisaties en de Adviesraad voor Sport betrokken. Uitgangspunt is dat het voormalige honk- softbalcomplex voor sport behouden blijft en wordt heringericht voor een Haagse sportvereniging.

7

Gevolgen voor de structuurvisie/ bijlagen

Gevolgen voor de M.E.R.

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest Datum zienswijze

Indiener

Nr.

Paragraaf zienswijze

1.10

Onderwijs: In de structuurvisie worden Brede buurtscholen niet genoemd. Vindt nochtans dat een brede buurtschool een mooie plek kan vormen voor participatie, ontmoeting en vrijetijdsbesteding. Vraagt bij het ontwikkelen van nieuwe scholen nadrukkelijk aandacht voor dit concept. Vindt dat, als externen gebruik maken van faciliteiten van de school, de (beheers)kosten hiervan niet ten laste kunnen komen van de school. Merkt op dat dit nu niet goed is geregeld. Adviseert de gemeente om (nieuwe) scholen tot brede buurtscholen te ontwikkelen en hen hiertoe de nodige middelen te verschaffen.

1.11

Tussentijds meten en dus weten: Merkt op dat, omdat de structuurvisie een enorm lange periode van twintig jaar beslaat, het extreem belangrijk is dat de gemeente tussentijds op vooraf besloten momenten opnieuw gaat meten. Vindt dat de gemeente alleen zo kan weten of ze op het juiste pad is en of er “plannen B” ontwikkeld moeten worden. Vindt dat de gemeente best concreet kan maken hoe en wanneer deze monitoring zal plaatsvinden. Stelt voor om niet alleen te monitoren m.b.t. meetbare aspecten zoals stikstofdepositie, energievoorziening en mobiliteit, maar niet in het minst ook m.b.t. de voorzieningennota. Vindt dat daarin concreet zou moeten staan waarin wanneer wordt voorzien, zodat dit bij de monitoring kan worden afgevinkt. Vraagt of bewoners en andere samenwerkingspartners worden betrokken bij deze monitoring en zo ja hoe. Adviseert de gemeente vooraf momenten vast te stellen waarop de gemeente samen met de bewoners gaat meten waar de plannen staan, in het bijzonder inzake het creëren van voorzieningen in brede zin. Systematisch uitvoeren van voorzieningennota: Verwacht dat de voltooide voorzieningennota – als bijlage bij de structuurvisie - een lijst bevat met vastgestelde, benodigde voorzieningen, en dat de gemeente bij elk afzonderlijk toekomstig bouwplan (t.t.v. het bestemmingsplan) nagaat welke voorzieningen daar kunnen worden toegevoegd.

Is van mening dat enkel op het ogenblik dat de grond bestemd wordt de gemeente eisen kan stellen aan de projectontwikkelaars. Wijst erop dat de gemeente in Zuidwest quasi geen grond in eigendom heeft die vrij is van erfpacht. Vindt het noodzakelijk dat de genoemde spelregels en de Haagse maatschappelijke referentienormen consequent worden gehandhaafd, en dat bij elk bouwplan een deel van de vastgestelde voorzieningen gerealiseerd wordt. Adviseert de gemeente om bij elk bouwplan systematisch een deel van de voorzieningennota uit te voeren.

1.12

8-7-2022

Indiener 2a

2a

Zienswijze

2a.1

Samenvattend: Stel eerst het doel scherp. Dat doel is een goede wijk om in te leven voor de toekomstige maar in de eerste plaats voor de huidige bewoners. Ontwikkel een visie op de toekomst van de stad en van Zuidwest.

Beantwoording gemeente In het Voorzieningenprogramma wordt het belang van een gezonde leefomgeving onderschreven op pagina 29: De inzet op preventie betekent ook dat de leefomgeving uitnodigt om te bewegen, te sporten en elkaar te ontmoeten. De voorzieningen die daarvoor nodig zijn komen in het hoofdstuk ‘sporten en bewegen’ aan de orde. In de structuurvisie Den Haag Zuidwest is de ambitie van een gezonde leefomgeving verder uiteengezet. De gemeente ziet ook de meerwaarde van een basisschool als belangrijke plaats in het wijknetwerk voor participatie, ontmoeting en vrijetijdsbesteding. In het Voorzieningenprogramma wordt daarom op pagina 23 en 70 aangegeven dat nieuwe basisscholen als integrale kindcentra (IKC) worden uitgevoerd. Dit zijn voorzieningen voor kinderen waarin bijvoorbeeld kinderopvang, onderwijs, buitenschoolse opvang of welzijnsvoorzieningen gecombineerd zijn in één organisatie. Door de kindcentra zo veel mogelijk te combineren met sport-, zorg- en culturele voorzieningen ontstaat de gewenste kruisbestuiving. Hiermee ontstaat een optimale samenwerking t.b.v. de ontwikkeling van het kind. Een structuurvisie geeft de gewenste ruimtelijke ontwikkeling voor een periode van 20 jaar.

De ontwikkelstrategie die gelijktijdig met de structuurvisie wordt vastgesteld geeft inzicht in welke stappen gezet moeten worden en welke instrumenten ingezet kunnen worden om de ambities op het terrein van de voorzieningen te realiseren. De structuurvisie dient te worden uitgewerkt voor deelgebieden en vervolgens in projecten. Door deze verdere uitwerking kunnen o.a. voorzieningen een plek krijgen en kan verder op deze ontwikkeling gestuurd worden. Er zal een monitoringssysteem worden opgezet om de belangrijkste aspecten te kunnen volgen. Ook de gemeenteraad vindt dit belangrijk en heeft hiertoe bijvoorbeeld in het CID al besloten. In Zuidwest zal tevens monitoring worden voorgesteld aan de raad.

De lijst met benodigde voorzieningen staat in het voorzieningenprogramma vermeld. De gemeente heeft inderdaad nauwelijks eigen grond in vol eigendom. De gemeente werkt echter nauw samen met de woningbouwcorporaties. Ook de corporaties hebben als doel tot een mooi leefbaar Zuidwest te komen en ook zij zien de noodzaak tot het realiseren van voldoende voorzieningen. In de verdere uitwerking van de structuurvisie in deelgebieden zullen voorzieningen aan de verschillende deelgebieden worden toegewezen, waarna deze voorzieningen in de projecten kunnen worde.n opgenomen. Er zal voor het gebied Zuidwest een monitoringsysteem dienen te worden opgezet om te toetsen of de beoogde doelen worden gehaald en om tussentijds te kunnen bijsturen. Deze periodieke monitor bevat de stand van zaken met betrekking tot de projecten en biedt inzicht in het geplande, vergunde en gerealiseerde programma wonen, werken en voorzieningen in relatie tot de gestelde ambities. Het bevat daarnaast een overzicht van de voorgenomen en gerealiseerde ingrepen in buitenruimte en infrastructuur. Uiteraard heeft ook de gemeente het doel goede en leefbare wijken te creëren voor de huidige (w.o. de huurders) en toekomstige bewoners.

8

Gevolgen voor de structuurvisie/ bijlagen

Gevolgen voor de M.E.R.

Geen gevolgen

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest Datum zienswijze

Indiener

Nr.

Paragraaf zienswijze -

Zienswijze

Beantwoording gemeente

Voorzie in echte inspraak op de politieke beslissingen en de ambtelijke vertaling daarvan. Concreet: o Voeg niet te veel extra woningen toe. o Wees bekommerd om de sociale huurders. o Zorg voor voldoende voorzieningen.

In de Agenda voor de Stad is al een visie voor de gehele stad neergelegd. Inmiddels wordt door de gemeente gewerkt aan een Omgevingsvisie in het kader van de nieuwe Omgevingswet. Verschillende (structuur)visies die zijn opgesteld dienen als input voor deze omgevingsvisie. Voor deze omgevingsvisie zal een participatietraject volgen. De structuurvisie Zuidwest heeft haar eigen participatietraject gehad en dat geldt ook voor gebiedsuitwerkingen zoals bijvoorbeeld Dreven, Gaarden, Zichten, gebiedsagenda Morgenstond en verschillende projecten binnen Zuidwest. Het toevoegen van woningen is juist onderwerp van onderzoek geweest in de structuurvisie. Voor de voorzieningen is een Voorzieningenprogramma Zuidwest opgesteld. Het college heeft n.a.v. de visie “Agenda Ruimte voor de Stad” en een ruimtelijke verkenning van Zuidwest de ambitie uitgesproken om 10.000 woningen in Zuidwest toe te voegen. Zie Verkenningen en vervolgstappen Den Haag Zuidwest (RIS 302569). Tevens heeft het RIGO een rapport opgesteld om te verkennen of er behoefte is vanuit demografische groei (tot 2035) en verschillende woonwensenbehoeften naar type woningen en woonmilieus in Zuidwest voor bestaande bewoners, doorstromers binnen Zuidwest en nieuwe bewoners. Conclusie van het rapport is dat er voldoende behoefte is aan woningen in alle wooncategorieën (RIS 309055). In de structuurvisie (en bijlagen) en de M.E.R.

is de ambitie van het toevoegen van 10.000 woningen verder verkend en onderzocht. Er wordt verwezen naar het antwoord onder thema 1.

2a.2

Is van mening dat het college al lang heeft besloten dat in Zuidwest 10.000 extra woningen komen, via diverse projecten al met de uitvoering van dit besluit bezig is, en met de concept structuurvisie dit besluit achteraf beoogt te rechtvaardigen.

2a.3

Als aan de structuurvisie een analyse ten grondslag ligt, dan lijkt deze gebrekkig en vaak onnaspeurbaar. De gekozen oplossingen hebben niet altijd een relatie met de vastgestelde problemen. Tips • Vermeld altijd de bronnen van gegevens en aannames. • Vermeld waar data gehaald zijn. Maak statistische analyses. • Benoem de problemen van de huidige bewoners. Benoem de oplossingen. Zorg dat de gekozen oplossingen in relatie staan tot de problemen. Geef redenen waarom je deze oplossing kiest. • Schrijf eerst de visie. Neem dan de beslissing en niet andersom.

2a.4

De visie voor Zuidwest is niet samenhangend in de tijd. Terwijl de visie voor Zuidwest van 2004 wordt gepleit voor vermindering van het aantal woningen in Zuidwest, wordt in de huidige concept-visie gepleit voor verdichting. Niet duidelijk is waarop de visiewijziging is gebaseerd. Tip: Beargumenteer waarom de visie op bouwen in Zuidwest evolueerde van “verdunning” naar “verdichting”.

De gemeente is het niet eens met indiener dat er onvoldoende analyse ten grondslag ligt aan de visie. Voor de structuurvisie en voor het tevens lopende Programma Zuidwest zijn ambities en opgaven o.a. gebaseerd op het document ‘Zuidwest in cijfers’, bijlage RIS 308973. Op pagina 32 van de structuurvisie Zuidwest zal verwezen worden naar de bron van 'Zuidwest in cijfers’. De bijlage “Kansenkaart” bij de structuurvisie is tevens een bron aan van informatie en data (in kaart en cijfers) en bevat verwijzingen naar de bron van de data. De (data)analyse uit de kansenkaart en de factsheet vormen een onderbouwing van de beschrijving van de bestaande situatie in de structuurvisie (hoofdstuk 2 en 3). De structuurvisie beschrijft verder de ambities en opgaven (doelen) en de ruimtelijke uitwerking.. In de ontwikkelstrategie is opgenomen hoe de gemeente wil gaan toetsen of met de gestelde opgaven de doelen worden behaald. Voor het gebied Zuidwest zal een monitoringsysteem dienen te worden opgezet om te toetsen of de beoogde doelen worden gehaald en om tussentijds te kunnen bijsturen wanneer dat mogelijk is. Deze periodieke monitor bevat de stand van zaken met betrekking tot de projecten/afspraken met ontwikkelaars en biedt inzicht in het geplande, vergunde en gerealiseerde programma wonen, werken en voorzieningen in relatie tot de gestelde ambities. Daarbij laten we o.a.

zien hoe we het tempo van de ontwikkelingen afstemmen op de benodigde groei van de voorzieningen. De monitor bevat daarnaast een overzicht van de voorgenomen en gerealiseerde ingrepen in buitenruimte en infrastructuur. Ook geeft de rapportage een stand van zaken van relevante besluitvormingstrajecten zoals beeldkwaliteitsplannen, bestemmingsplannen, Planuitwerkingskaders (PUK’s) en Nota’s van Uitgangspunten (NvU’s). In het verleden zijn er appartementencomplexen gesloopt en in plaats daarvan zijn er grondgebonden woningen toegevoegd, met als doel ook andere doelgroepen in Zuidwest aan te trekken. De woningvoorraad is daardoor afgenomen. In het huidige tijdsgewricht van woningnood en op basis van de ambities van het college (Woonagenda 2020-2023) worden er jaarlijks 4.500 woningen in Den Haag toegevoegd. Er zijn veel ruimteclaims voor de huisvesting van allerlei groepen, en de ruimte in Den Haag waar dat realiseerbaar is, is schaars. Daarom kijkt de gemeente samen met partners waar woningen kunnen worden toegevoegd, mede op basis van de op 15 december 2016 vastgestelde “Agenda Ruimte voor de Stad". Door verdichting en differentiatie van woningen worden er, naast het aantrekken van nieuwe doelgroepen, kansen en mogelijkheden gecreëerd voor de huidige bewoners om door te stromen binnen de wijk en

9

Gevolgen voor de structuurvisie/ bijlagen

Gevolgen voor de M.E.R.

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Wel aanpassing (Op pagina 32 van de Structuurvisie Zuidwest zal verwezen worden naar de bron van 'Zuidwest in cijfers’.)

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest Datum zienswijze

Indiener

Nr.

Paragraaf zienswijze

Zienswijze

2a.5

Sinds begin jaren ’90 heeft de gemeente vele studies en plannen voor Zuidwest gepubliceerd; het bevreemdt dat hieraan geen vervolg is gegeven of conclusies uit getrokken zijn. Daarnaast zijn in Zuidwest diverse vervangings- en vernieuwingsexperimenten uitgevoerd. Niet bekend is of deze zijn geëvalueerd en zo ja wat hiervan de conclusies zijn. Tips: Trek conclusies uit studies en plannen, evalueer pilots en proeftuinen, en ontwikkel vervolgens een samenhangende, tijdsbestendige visie.

2a.6

Er ontbreekt een visie voor de ontwikkeling van Den Haag, als kader voor o.a. de structuurvisie voor Zuidwest (Welk leven biedt Den Haag de inwoners?). Het door de gemeente beoogde groeiscenario (50.000 extra woningen tot 2040) wordt niet gestaafd met argumenten. In de structuurvisie wordt niet ingegaan op de relatie van Zuidwest met de omgeving. Tips: Geef aan wat de visie is op een grote stad als Den Haag, leg uit hoe Zuidwest hierin past, en trek vervolgens conclusies voor de structuurvisie. Bepaal de relatie van Zuidwest met de omringende gebieden v.w.b. mobiliteit, voorzieningen etc. Een visie op toekomstbestendig bouwen (i.r.t. o.a. de klimaatcrisis, CO2reductie etc.) ontbreekt in de ontwerp-structuurvisie.

2a.7

2a.8

2a.9

In het proces om te komen tot de structuurvisie is te weinig sprake geweest van participatie of tenminste inspraak. De opkomst tijdens de infobijeenkomsten was laag en bovendien niet representatief voor de bevolking van Zuidwest. Op vragen en zorgen van bewoners werd onvoldoende ingegaan. Ook de terugblik op de participatiebijeenkomsten in de visie bevat geen antwoorden op vragen en zorgen van bewoners. De gemeente blijkt bewoners geen middelen te kunnen bieden voor de inzet van deskundige ondersteuning. Bewoners hebben behoefte aan duidelijke en eerlijke informatie waarmee de ambities in de structuurvisie inzichtelijk worden gemaakt; gebruik van moderne communicatiemiddelen als 3D filmpjes en virtual reality is daarbij essentieel. Tips: • Versterk de bewoners om tot echte inspraak te komen, o.a. via middelen waarmee zij experts kunnen raadplegen. • Verstrek informatie op maat over alle bouwprojecten, de agenda van de gemeente (via RSIS) en de vergunningencyclus. • Organiseer in de resterende tijd voorafgaand aan de goedkeuring van de ontwerp-structuurvisie eerlijke gesprekken tussen wethouders, raadsleden en bewoners. • Geef als gemeente eerlijke, niet verhullende informatie. • Gebruik eigentijdse middelen in de voorlichting (bijv. virtual reality).

Vindt toevoeging van 10.000 extra woningen een bijzonder grootschalige operatie in Zuidwest waarvan de huidige bewoners decennia hinder zullen

Beantwoording gemeente een wooncarrière te maken. Bovendien kunnen de huidige bewoners in Zuidwest blijven wonen. De eerdere plannen in Zuidwest zijn ontwikkeld in een tijd met een andere context en andere opgaven. De sloop/nieuwbouw projecten van de jaren '90 en '00 hielden verdunning in, en het vervangen van sociaal voor duurdere woningen. Hierdoor kwamen nieuwe doelgroepen en een vertrek van de toenmalige bewoners. Inmiddels zijn een aantal doelstellingen gewijzigd; de huidige huurders moeten de mogelijkheid hebben om te kunnen terugkeren in de wijk (dus terugbouwen van de sociale woningbouw) en een aanzienlijk deel van de toe te voegen woningen moet plaats vinden in de betaalbare sector. Hierdoor hebben de huidige bewoners meer kans in de wijk te blijven en zo mogelijk door te stromen. Tevens ontstaat de mogelijkheid voor andere doelgroepen om in de wijk te komen wonen. De gemeenteraad heeft op 15 december 2016 de “Agenda Ruimte voor de Stad” vastgesteld. Deze agenda vormt de onderlegger voor opvolgende visies en beleid. De agenda toont onder meer aan dat Den Haag groeit, en de stad stelt zich de opgave ruimte voor 50.000 woningen te reserveren tot 2040.

Gevolgen voor de structuurvisie/ bijlagen

Gevolgen voor de M.E.R.

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Wel aanpassing. (zie tekst hoofdstuk 5.7 Structuurvisie)

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Momenteel wordt er een omgevingsvisie opgesteld voor Den Haag, de huidige planning is om deze in 2024 vast te stellen.

Er zijn verschillende beleidsstukken - onder andere de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS 308745) en het Stedelijk EnergiePlan (RIS306869) - die ingaan op het toekomstbestendig bouwen. Deze maken geen onderdeel uit van de structuurvisie maar zijn wel leidende beleidstukken waaraan toekomstige ontwikkelingen in Den Haag en daarmee ook Zuidwest moeten voldoen. De gemeente stelt voor op basis van dit punt van de indiener, en op basis van zienswijze 29.2, om de uitgangspunten voor de uitwerking, zoals de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig, nadrukkelijker in de tekst te benoemen. Fijn dat de indiener meedenkt en verschillende tips geeft in de zienswijze. Deze tips neemt de gemeente ter harte. Bij de Ontwerp structuurvisie Zuidwest 2040 is als bijlage een Notitie Bewonersparticipatie gevoegd. Hierin blikt de gemeente uitvoerig terug op het participatieproces voor de structuurvisie en benoemt zij conclusies en aanbevelingen om de bewonersparticipatie te blijven verbeteren mede aan de hand van het programma Haags Samenspel, de inrichting van een digitaal participatieplatform voor Zuidwest en een fysieke participatiewerkplaats in Zuidwest. Voor de inspraak hebben de ontwerp structuurvisie, de bijlagen en de M.E.R. van 24 mei 2022 tot en met 8 juli 2022 zes weken ter inzage gelegen. Belanghebbenden konden in die periode reageren met een zienswijze.

Voor de inspraak is een uitgebreid communicatietraject opgetuigd, zodat bewoners alle gelegenheid hadden om kennis te nemen van de inhoud en vragen konden stellen. Via een advertentie en een huis-aan-huisbrief zijn bewoners geïnformeerd over de terinzagelegging. Verder werden ze uitgenodigd om één van de drie inloopbijeenkomsten te bezoeken, of de tentoonstelling over de structuurvisie in de bibliotheek in het stadsdeelkantoor Escamp te bezoeken. Deze tentoonstelling was de hele inzageperiode van zes weken te bezoeken. Elke woensdagmiddag waren hier medewerkers van de gemeente aanwezig om de inhoud van de structuurvisie toe te lichten en vragen te beantwoorden. In de afdoening van de motie 'Participatie mag lonen' (RIS 311662) gaat het college nader in op hoe het bewoners wil ondersteunen bij hun participatie.

Zie thema antwoord 1 en 2a.1

10

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest Datum zienswijze

Indiener

Nr.

Paragraaf zienswijze

2a.10

2a.11

Zienswijze

Beantwoording gemeente

ondervinden en velen van hen gedwongen zullen zijn de wijk te verlaten. Vindt dat de gemeente de noodzaak van de beoogde verdichting onvoldoende onderbouwt. In de visie wordt niet verwezen naar enig onderzoek waaruit zou blijken dat toevoeging van 10.000 extra woningen mogelijk is. Bovendien wordt in college- en raadsstukken tot 2019 vermeld dat niet zonder meer verdicht mag worden in Zuidwest. Heeft de indruk dat de gemeente sec op basis van het volkshuisvestingsvraagstuk heeft besloten tot toevoeging van 10.000 woningen, en daarbij geen rekening heeft gehouden met de belangen van de huidige bewoners. Is van mening dat het onmogelijk is om mét een Goede Ruimtelijke Ordening 10.000 woningen toe te voegen aan Zuidwest.

Verdichting en herstructurering in Zuidwest zal op verschillende manieren uitgewerkt worden. In de structuurvisie worden een aantal verdichtingsprincipes genoemd, waarvan optoppen er één is. Welke gebieden voor welke vorm van verdichting in aanmerking komen wordt aangegeven in de structuurvisie en de kansenkaart. Daarnaast is het mede afhankelijk van de plannen van de corporaties. Bij elke ontwikkeling wordt een analyse gemaakt van de bestaande situatie en welke ruimte er zit voor verdichting. De verdichtingsprincipes uit de kansenkaart bieden richting waar verdichting het meest passend en logisch is. Ook moet er een analyse gemaakt worden of het mogelijk en haalbaar is bestaande gebouwen te handhaven en te verduurzamen. Optoppen biedt in sommige situaties ook kansen. De bouwkundige staat van bebouwing en mogelijkheden tot optopping verschilt per type gebouw.

Tips: • Geef aan op basis van welke data er een behoefte aan 10.000 woningen in Zuidwest zou bestaan. • Vermeld specifiek aan hoeveel koopwoningen c.q. duurdere huurwoningen er behoefte is. • Bewijs dat het mogelijk is om mét een Goede Ruimtelijke Ordening 10.000 woningen toe te voegen aan Zuidwest. • Vermeld daarbij de studies en voorbeelden waarop dit bewijs gebaseerd is. • Kies voor oplossingen die binnen de bestaande structuur van buurten en woonblokken het toevoegen van woningen toelaten. Tegelijkertijd kan zo differentiatie komen in de types woningen. • Renoveer of herbouw flats en kies daarbij voor het “optoppen” met één verdieping. Vindt de machtspositie van grote projectontwikkelaars bij de projectuitvoering een groot risico vanwege de kans dat de ontwikkelaars in hun eigen financieel belang bouwplannen alsnog aanpassen, wat ten koste kan gaan van de plankwaliteit. Daarnaast maken kleinere partijen minder kans op een projectontwikkelopdracht. Tips: • Geef aan waarom principieel wordt gekozen voor projectontwikkelaars. Inventariseer daarbij eerlijk de risico’s en zet ze af tegen voor- en nadelen van andere werkwijzen. • Beargumenteer per project de keuze voor een specifieke projectontwikkelaar. Geef aan waarom steeds dezelfde ontwikkelaars gekozen worden. • Onderzoek concreet de mogelijkheden van een publieke ontwikkeling/oprichting van een publieke ontwikkelaar.

Of geef argumenten waarom dit niet kan of moet. • Maakt de gemeente de keuze om samen te werken met ontwikkelaars? Geef dan nieuwe ontwikkelaars een kans. • Stel je open op voor collectief particulier opdrachtgeverschap en voor nieuwe wooncorporaties. Concludeert o.b.v. de kansenkaart dat niet op beperkte locaties maar overal in Zuidwest zou mogen worden verdicht. Geef aan waar precies woningen worden toegevoegd en beargumenteer die keuze. Geef aan waar geen woningen worden toegevoegd en beargumenteer die keuze.

Er zijn slechts een zeer beperkt aantal kavels in volle bezit van de gemeente. De gemeente heeft zich bij de uitgifte van deze gronden te houden aan de daarvoor geldende regels. Bij particuliere projecten is het niet aan de gemeente om een ontwikkelaar te kiezen. De gemeente heeft daar geen invloed op, en mag daar ook geen invloed op uitoefenen. De gemeente stelt wel de kaders op waarbinnen een plan ontwikkeld mag worden. De instrumenten die de gemeente daarvoor heeft zijn vooral het bestemmingsplan, maar ook (gebieds-)Nota’s van uitgangspunten of Planuitwerkingskaders. Daarin worden kwaliteitseisen, het programma en zaken als de bouwmassa aan de voorkant van het proces vastgelegd en door de gemeenteraad vastgesteld. Op het moment dat de initiatiefnemer haar definitieve plan indient, wordt dit langs de voornoemde documenten gelegd.

Gevolgen voor de structuurvisie/ bijlagen

Gevolgen voor de M.E.R.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12654933/1