RIS314944 Nationaal Park Hollandse Duinen bijlage
Tekst van het document
Inrichting van de verbinding kan mogelijk gecombineerd worden met verruiming van de boezemcapaciteit en andere infrastructurele plannen. Doelsoorten Zoogdieren: waterspitsmuis, bunzing, hermelijn. Vlinders: argusvlinder, koevinkje, groot dikkopje, hooibeestje, oranjetipje, bruin zandoogje, bruin blauwtje. Libellen: vroege glazenmaker, glassnijder, bloedrode heidelibel, vuurjuffer, grote keizerlibel. Sprinkhanen: wekkertje. Vissen: bittervoorn, kleine modderkruiper, snoek, kroeskarper, vetje, zeelt, paling. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: moeras-, struweel-, en watervogels als fuut, dodaars, blauwborst, rietzanger, kneu, graspieper. Knelpunten Geen.
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
Blz. 21 van 84
B. Noordduinen - Leeuwenhorst - Offem (2,4) Status: prioriteit 2 Type: moeras- en bosverbinding.
Lengte: ca. 11,5 kilometer. Beoogde breedte: bos 100-250 meter, moeras 25-50 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) Bosverbinding: N15.02 Dennen-, Eiken-, en Beukenbos (30%), N15.01 Duinbos (30%), N12.06 Ruigteveld (10%), N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (20%), N05.01 Moeras (10%) . Moerasverbinding: N05.01 Moeras (30%), N04.01 Zoete plas (40%), N10.02 Vochtig hooiland (10%), N12.06 Ruigteveld (10%), N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (10%). Ambitie en streefbeeld Deze ecologische verbinding is gelegen ten noordoosten van de bebouwde kom van Noordwijk en verbindt na afronding de Noordduinen – Landgoed Leeuwenhorst – Landgoed de Offem – Coepelduynen (Natura 2000). De corridor bestaat uit twee delen. Tussen de Noordduinen (Natura 2000 gebied Kennemerland Zuid)- Leeuwenhorst en Offem – Coepelduynen ligt een bosverbinding (ca. 3,8 km). Tussen Leeuwenhorst en Offem een moerasverbinding (ca. 800 m). Het bosgedeelte wordt minimaal 25 meter breed, maar bij voorkeur meer dan 100 meter en bestaat uit verschillende inheemse boomsoorten waaronder eiken, met hierlangs een zoom van struweel en kruiden. Het nectaraanbod (boswilg, vlier, wilde kers) in combinatie met geschikte waardplanten (brandnetel, pinksterbloem) zijn van belang voor insecten en vlinders. Voor verschillende soorten is het van belang (voorplanting, drink- en badplaats) dat poelen aanwezig zijn en plaatselijk aansluiting wordt gezocht op bestaande watergangen.
De laatste 650 meter richting de Coepelduynen is reeds ingericht met struweel en poelen. De moerassige verbinding tussen de twee landgoederen loopt deels door agrarisch en deels door stedelijk gebied. De beoogde breedte is tussen de 25 en 50 meter. Als fundament van de verbinding dient een watergang aanwezig te zijn; hierlangs worden natuurvriendelijke oevers gerealiseerd. De begroeiing bestaat uit een kruidenrijke moerasvegetatie met rietland en plaatselijk bosjes met wilgen en elzen. Een deel van ongeveer 500 meter is reeds ingericht met flauwe oevers en bosjes. Doelsoorten (combinatie van bos- en moerassoorten) Zoogdieren: boommarter, eekhoorn, rosse woelmuis, bunzing, hermelijn, wezel. Amfibieën: rugstreeppad. Libellen: bloedrode heidelibel, variabele waterjuffer, vuurjuffer, grote keizerlibel, glassnijder, vroege glazenmaker. Vlinders: argusvlinder, groot dikkopje, oranjetipje, bruin zandoogje, koevinkje, bruin blauwtje. Vissen: bittervoorn, kleine modderkruiper, snoek, kroeskarper, vetje, zeelt, paling. Overige ongewervelden: nauwe korfslak Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: moeras-, bos-, en struweelvogels als boomvalk, ransuil, fuut, blauwborst, grote bonte specht, groene specht, rietzanger. Na inrichting geschikt als vliegroute en later (als de bomen ouder zijn) mogelijk als verblijfplaats voor vleermuizen.
Knelpunten - N206 bij Noordwijk is nog niet ontsnipperd.
Blz. 22 van 84
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
G1. Lageveense Polder – Leeuwenhorst Status: gerealiseerd. Type: moerasverbinding.
Lengte: ca. 4,5 kilometer. Breedte: variërend van 30-50 meter.
Beheertypen N05.01 Moeras, N04.02 Zoete plas. Kenschets Een van noord naar zuid lopende moerasverbinding, die is gerealiseerd door een strook tussen de Leidse Vaart (later Haarlemmer Trekvaart) en het spoortracé op een ecologische manier in te richten. Hiertoe zijn langs het traject de oevers flauw afgegraven en zijn plas-drasbermen gemaakt. De vegetatie in de (vochtige) oeverzone bestaat voornamelijk uit riet en verschillende soorten moeraskruiden. Er groeien plaatselijk al moerasmelkdistel, rietorchis, gevleugeld hertshooi en dotterbloemen. Op de iets drogere plekken groeien ruigtekruiden als braam en koninginnenkruid. Op meerdere plekken is struweel (braam) met incidenteel hoog opgaande bomen (wilg en els) aanwezig. Idealiter zou hier ook kruiden- en faunarijk grasland beoogd worden. Het beheer van de smalle strook is echter lastig, materieel en maaisel moeten via het water aan- en afgevoerd worden en personeel moet gecertificeerd zijn door pro-rail omdat het in de spoorzone ligt. De corridor is gelegen aan de oostzijde van de Leidse vaart, die richting het zuiden overgaat in de Haarlemmer Trekvaart. Door deze schakel wordt het landgoed de Keukenhof verbonden met het landgoed Leeuwenhorst.
Dit gerealiseerde stuk van 4,5 km maakt deel uit van de nog grotendeels te realiseren verbinding Haarlemmer Trekvaart-Leidsche TrekvaartMaandaghse Watering (1, 1a, 3 ged), welke na afronding een lengte van circa 15 kilometer heeft. Doelsoorten Zoogdieren: waterspitsmuis, bunzing, hermelijn. Vlinders: argusvlinder, koevinkje, groot dikkopje, hooibeestje, oranjetipje, bruin zandoogje, bruin blauwtje. Libellen: vroege glazenmaker, glassnijder, bloedrode heidelibel, vuurjuffer, grote keizerlibel. Sprinkhanen: wekkertje. Vissen: bittervoorn, kleine modderkruiper, snoek, kroeskarper, vetje, zeelt, paling. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: moeras-, struweel-, en watervogels als fuut, dodaars, blauwborst, rietzanger, kneu, graspieper. Knelpunten Geen.
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
Blz. 23 van 84
M. Lentevreugd – De Horsten (114) Status: prioriteit 2 Type: moeras-, (vochtig) hooiland- en bosverbinding.
Lengte: ca. 6 kilometer. Beoogde breedte: 25-50 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) N05.01 Moeras (30%), N04.02 Zoete plas (30%), N10,02 Vochtig hooiland (10%), N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (10%), N12.06 Ruigteveld (5%), bos overig (15%). Ambitie en streefbeeld Dit betreft een verbinding tussen de duinen (Meijendel) en de landgoederenzone Wassenaar, Voorschoten, Leidschendam. Één van de beoogde doelen is de, in de loop der jaren, versnipperde bosstukken weer met elkaar te verbinden. Hiertoe worden langs het tracé verschillende percelen beplant met inheemse boomsoorten als zomereik en gewone es. Deze bosjes fungeren als stapstenen voor soorten als eekhoorn en boommarter. Rond de stapstenen zal een zoom van struweel en nectarhoudende kruiden komen. De stapstenen worden verbonden door middel van bomen in laanverband. Hierdoor heeft de verbinding tevens een functie als vliegroute voor vleermuizen. Naast een droge connectie wordt tevens een natte verbinding beoogd. Hierdoor worden de plassen en moerassige stukken in Lentevreugd verbonden met het weidegebied ten zuiden van de N44. Deze natte verbinding komt tot stand door langs bestaande watergangen natuurvriendelijke oevers te realiseren. Hier dienen ook bloemrijke graslandjes gerealiseerd te worden. Een deel van de verbinding valt binnen de landgoederenzone; deze is aangemerkt als kroonjuweel.
Bij de inrichting moet daarom extra rekening gehouden worden met cultuurhistorische elementen. Dit kan bijvoorbeeld door de oorspronkelijke kavelpatronen aan te houden en de bosschages op de strandwal te plaatsen waar deze van oudsher stonden. De verbinding loopt ten noorden van Wassenaar en wordt gekruist door de N44. Op korte termijn wordt een nieuw kruispunt aangelegd bij Maaldrift; hierbij wordt de N44 tevens voorzien van een faunapassage. Belangrijk is het definitieve ontwerp te laten aansluiten op deze passage. Doelsoorten Zoogdieren: boommarter, eekhoorn, dwergmuis, bunzing, hermelijn, wezel, waterspitsmuis. Amfibieën: rugstreeppad. Libellen: bloedrode heidelibel, variabele waterjuffer, vuurjuffer, grote keizerlibel, glassnijder, vroege glazenmaker. Vlinders: bruin blauwtje, oranjetipje, koevinkje, hooibeestje, groot dikkopje. Vissen: bittervoorn, kleine modderkruiper, snoek, kroeskarper, vetje, zeelt, paling. Overige ongewervelden: nauwe korfslak Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: moeras-, bos-, en struweelvogels als slobeend, boomvalk, ransuil, fuut, blauwborst, grote bonte specht, groene specht, rietzanger. Geschikt als vliegroute en later (als de bomen ouder zijn) mogelijk als verblijfplaats voor vleermuizen. Knelpunten N44 is nog niet ontsnipperd; dit is wel in voorbereiding.
Blz. 24 van 84
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
J. Elfenbaan – Bodegraven-noord (20 ged.) Status: prioriteit 2 Type: moerasverbinding.
Lengte: ca. 1,7 kilometer. Beoogde breedte: 25-50 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) N05.01 Moeras (40%), N04.02 Zoete plas (40%), N10.02 Vochtig hooiland (10%), N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (5%), N12.06 Ruigteveld (5%).
Ambitie en streefbeeld Deze verbinding komt tot stand door langs bestaande watergangen natuurvriendelijke oevers of plasdrasbermen te realiseren. De vegetatie in deze vochtige zones bestaat uit riet en moeraskruiden. Op het traject dienen meerdere grotere oppervlakken moerasnatuur gerealiseerd te worden; deze fungeren als stapstenen voor de meer kritische soorten (waterspitsmuis, noordse woelmuis). Hier worden poelen gegraven en is ruimte voor bloemrijke graslanden en meer ruigere stukken met struweel en opslag van onder andere wilg. Wanneer blijkt dat het niet mogelijk is om het gehele traject ecologisch in te richten volstaan de stapstenen. Deze moeten dan wel van voldoende formaat zijn en liggen niet meer dan 500 meter van elkaar verwijderd. De verbinding loopt ten noorden van Bodegraven door het agrarisch landschap. Het doel van deze verbinding is het koppelen van de Elfenbaan (N11) met de Nieuwkoopse Plassen. Doelsoorten Zoogdieren: otter, noordse woelmuis, waterspitsmuis, dwergmuis, hermelijn, wezel. Reptielen: ringslang. Amfibieën: rugstreeppad. Libellen: groene glazenmaker, vroege glazenmaker, bloedrode heidelibel, grote keizerlibel, glassnijder. Vlinders: zilveren maan, oranjetipje, argusvlinder, zwartsprietdikkopje. Sprinkhanen: moerassprinkhaan, wekkertje. Vissen: bittervoorn, kleine modderkruiper, snoek, kroeskarper, vetje, zeelt, paling.
Overige ongewervelden: platte schijfhoren, zeggekorfslak, gestreepte waterroofkever. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: struweel-, moeras- en watervogels als slobeend, dodaars, fuut, blauwborst, rietzanger, snor, kneu, grasmus, putter. Knelpunten - De verbinding wordt doorkruist door de Oude Rijn. Aangezien er geen in- en uittreedplaatsen zijn ter hoogte van de verbinding vormt deze een knelpunt.
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
Blz. 25 van 84
a. De Vlietlanden – Polderpark Cronesteyn Status: prioriteit 3 Type: moerasverbinding.
Lengte: ca. 2,5 kilometer. Beoogde breedte: 25-50 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) N05.01 Moeras (40%), N04.02 Zoete plas (40%), N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (10%), N12.06 Ruigteveld (10%). Ambitie en streefbeeld Door langs de bestaande watergangen de oevers te verflauwen of plas-drasbermen te realiseren ontstaat een moerasverbinding die geschikt is voor verschillende soortgroepen. In de oeverzone is een kruiden- en soortenrijke vegetatie aanwezig met veel nectarhoudende planten en waardplanten als pinksterbloem en brandnetel. Verspreid zijn grotere oppervlakken met moerasnatuur aanwezig. Hier worden poelen gegraven en zijn (vochtige) bloemrijke graslandjes aanwezig. Her en der zijn overhoeken waar ruimte is voor struweel en ruigte. De verbinding is gelegen in de Hofen Oostvlietpolder tussen Voorschoten en Leiden en voorziet in een koppeling tussen de Vlietlanden via het Polderpark Cronesteyn met de Elfenbaan. Het westelijke deel is deels uitgevoerd, het middenstuk is in uitvoering en voor het oostelijke restant zijn nog geen concrete plannen. Doelsoorten Zoogdieren: bunzing, hermelijn, wezel, dwergmuis. Amfibieën: rugstreeppad. Libellen: glassnijder, vroege glazenmaker, vuurjuffer, bloedrode heidelibel, grote roodoogjuffer, grote keizerlibel. Vlinders: bruin zandoogje, oranjetipje. Vissen: bittervoorn, kleine modderkruiper, snoek, kroeskarper, vetje, zeelt, paling.
Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: moeras- en watervogels als slobeend, fuut, dodaars, graspieper, blauwborst, rietzanger, snor. Knelpunten - N206 (Europaweg) is niet ontsnipperd.
Blz. 26 van 84
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
b. Starrevaart – Zoetermeerse Meerpolder (25) Status: prioriteit 3 Type: moerasverbinding.
Lengte: 1 kilometer. Beoogde breedte: 25-50 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) N05.01 Moeras (30%), N04.02 Zoete plas (40%), N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (20%), N12.06 Ruigteveld (10%). Ambitie en streefbeeld Deze korte verbinding wordt gerealiseerd door een nu nog agrarisch perceel om te vormen naar moerasnatuur. Om een ecologische inrichting te verkrijgen dienen de slootkanten flauw afgegraven te worden. Indien dit niet mogelijk is worden plas-drasbermen gerealiseerd. Over de lengte van het tracé worden enkele poelen gegraven. Binnen de verbinding worden stukken bloemrijk grasland gerealiseerd (insecten) en is ruimte voor een meer ruigere begroeiing van struweel met enkele hogere bomen (diverse broedvogels). De verbinding loopt globaal van het plassengebied de Vlietlanden ten zuiden van Voorschoten in zuidelijke richting naar de NNN-natuur ten noorden van Zoetermeer. Door de verbinding wordt de vochtige natuur van de Vlietlanden via de Groote Westeindse Polder verbonden met de Drooggemaakte Geer- en Kleine Blankaardpolder en de daar gelegen plassen (Noord Aa, Zoetermeerse Plas, De Plas). Doelsoorten Zoogdieren: bunzing, hermelijn, wezel, dwergmuis, Amfibieën: rugstreeppad. Libellen: glassnijder, vroege glazenmaker, bloedrode heidelibel, vuurjuffer, grote roodoogjuffer, grote keizerlibel. Vlinders: bruin zandoogje, oranjetipje, argusvlinder.
Vissen: bittervoorn, kleine modderkruiper, snoek, kroeskarper, vetje, zeelt, paling. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: moeras- en watervogels als slobeend, fuut, dodaars, graspieper, blauwborst, rietzanger, snor. Knelpunten - N206 (Burgemeester Detmersweg) vormt een barrière.
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
Blz. 27 van 84
g. Noord-Aa – Oude Rijn (17 ged. 18 ged.) Status: prioriteit 3 Type: moerasverbinding.
Lengte: 7,5 kilometer. Beoogde breedte: 25-50 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) N05.01 Moeras (30%), N04.02 Zoete plas (40%), N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (20%), N12.06 Ruigteveld (10%). Ambitie en streefbeeld De verbinding bestaat uit een wetering met hierlangs grotendeels natuurvriendelijke oevers of rietbegroeiing. Langs het traject worden meerdere brede stapstenen met moeras, ruigte, poelen en bloemrijk grasland gerealiseerd. Door deze verbinding worden de natuurgebiedjes rond de Noord Aa verbonden met de noordoostelijk gelegen gebieden De Wilck (N2000), de Elfenbaan en de Oude Rijn. De Oostbroeker Wetering en de Zwetsloot fungeren als fundament voor de inrichting. De N11 is ter hoogte van de kruising met deze verbinding voorzien van een faunapassage. Er is zowel een aquatische (Zwetsloot) als terrestrische onderdoorgang van totaal ca 5 meter breed. Doelsoorten Zoogdieren: bunzing, hermelijn, wezel, dwergmuis. Amfibieën: rugstreeppad. Libellen: glassnijder, vroege glazenmaker, bloedrode heidelibel, grote roodoogjuffer, vuurjuffer, grote keizerlibel. Vlinders: bruin zandoogje, oranjetipje. Vissen: bittervoorn, kleine modderkruiper, snoek, kroeskarper, vetje, zeelt, paling. Overige ongewervelden: platte schijfhoren. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: moeras- en watervogels als slobeend, fuut, dodaars, graspieper, snor, blauwborst, rietzanger.
Knelpunten - De verbinding wordt doorkruist door de Oude Rijn. Aangezien er geen in- en uittreedplaatsen zijn ter hoogte van de verbinding vormt deze een knelpunt.
Blz. 28 van 84
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
h. Oude Rijn - Mijdrecht Status: prioriteit 3 Type: moerasverbinding.
Lengte: 25 kilometer. Beoogde breedte: 25-50 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) N05.01 Moeras (40%), N04.02 Zoete plas (40%), N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (20%),
Ambitie en streefbeeld Deze moerasverbinding komt tot stand door langs bestaande waterlopen natuurvriendelijke oevers te realiseren of plas-drasbermen te graven. Langs het tracé komen meerdere stapstenen met open plasjes en bloemrijke graslanden voor. Daarnaast is er ook ruimte voor kleine oppervlakten struweel en ruigte met opgaande bomen. De vegetatie in de oeverzone zal bestaan uit rietzomen en een gevarieerde begroeiing van moeraskruiden. In de bloemrijke graslanden zullen veel nectarhoudende planten staan, alsook soorten die als waardplant kunnen dienen voor vlinders. Als blijkt dat niet over de hele lengte een ecologische inrichting mogelijk is, kan volstaan worden met de stapstenen. Deze dienen wel maximaal 500 meter van elkaar te liggen. Deze verbinding loopt globaal van de Oude Rijn bij Leiden in noordoostelijke richting langs de natuurgebieden Plaspolder, Oeverlanden Braassemermeer naar de Geerpolderplas. Ten oosten van de Geerpolderplas wordt aansluiting gezocht op het Natuurnetwerk in de provincie Utrecht om zo een doorgang naar Botshol en de Vinkeveense plassen te creëren. Doelsoorten Zoogdieren: bunzing, hermelijn, wezel, noordse woelmuis, dwergmuis. Amfibieën: rugstreeppad. Reptielen: ringslang. Libellen: glassnijder, vroege glazenmaker, bloedrode heidelibel, grote roodoogjuffer, grote keizerlibel.
Vlinders: bruin zandoogje, oranjetipje, argusvlinder, zwartsprietdikkopje. Vissen: bittervoorn, kleine modderkruiper, snoek, kroeskarper, vetje, zeelt, paling. Overige ongewervelden: platte schijfhoren. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: moeras- en watervogels als slobeend, fuut, dodaars, graspieper, snor, blauwborst, rietzanger. Knelpunten - De verbinding wordt doorkruist door de Oude Rijn. Aangezien er geen in- en uittreedplaatsen zijn ter hoogte van de verbinding vormt deze een knelpunt; - Bebouwing en bruggen langs Leidsche Vaart tussen Braassemermeer en Langeraarse Plassen. (Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
Blz. 29 van 84
j. Krimpenerwaard – Bentwoud (34, 35 A,B) Status: prioriteit 3 Type: moeras- en schraallandverbinding.
Lengte: ca. 13 kilometer. Beoogde breedte: 25-50 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) N05.01 Moeras (35%), N10.01 Nat schraalland 15%), N201.02 Vochtig hooiland (15%) N04.02 Zoete plas (30%), N12.06 Ruigteveld (5%). Ambitie en streefbeeld Op dit traject komt een moeras- en schraallandverbinding. Deze wordt gerealiseerd aan de hand van het stapsteen/corridor-principe. Op regelmatige afstanden worden stapstenen aangelegd; deze zijn verbonden middels watergangen met een ecologische oeverzone. Binnen de stapstenen worden poelen gegraven, hieromheen wordt het maaiveld verlaagd (of grondwaterstand opgehoogd) waardoor ontwikkelingsmogelijkheden ontstaan voor natte bloemrijke graslanden. Ook zijn bosjes met onder andere boswilg en zwarte els aanwezig. Langs de bestaande watergangen worden de oevers flauw afgegraven; hierdoor ontstaat een gevarieerde moerasvegetatie met tevens ruimte voor rietkragen. Deze verbinding is geschikt voor verschillende kritische soorten van moeras- en schraallandnatuur zoals de groene glazenmaker en de noordse woelmuis. Voor het goed functioneren van de verbinding is het belangrijk dat de stapstenen niet te ver uit elkaar liggen en dat de corridor niet over >100m onderbroken wordt. Kan hier niet aan voldaan worden dan is de verbinding enkel functioneel voor de meer mobiele soortgroepen (vogels, vlinders, libellen, grote zoogdieren) en niet voor amfibieën en muizen.
Het beoogde tracé loopt van de Krimpenerwaard in noordwestelijke richting naar het Bentwoud. De verbinding loopt door het botanisch zeer interessante gebied Restveen/Groene waterparel. Door specifieke bodemeigenschappen ontstaat kwelvorming, waar bepaalde zeldzame planten voorkomen. Doelsoorten Zoogdieren: waterspitsmuis, dwergmuis, hermelijn, wezel, otter. Reptielen: ringslang. Amfibieën: rugstreeppad, heikikker. Libellen: groene glazenmaker, vroege glazenmaker. Vlinders: zilveren maan, oranjetipje, argusvlinder. Sprinkhanen: moerassprinkhaan. Vissen: kleine modderkruiper, snoek, kroeskarper, vetje, zeelt, paling. Overige ongewervelden: platte schijfhoren, zeggekorfslak. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: moeras- en watervogels als roerdomp, slobeend, fuut, dodaars, graspieper, snor, blauwborst, rietzanger. Knelpunten - Spoorlijn, A20, A12, N219.
Blz. 30 van 84
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
G3. Westergouwe Status: gerealiseerd. Type: moerasverbinding.
Lengte: ca. 2,5 kilometer. Breedte: variërend van 25-400 meter.
Beheertypen N05.01 Moeras, N04.02 Zoete plas, N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Kenschets Deze korte moerasverbinding is onderdeel van de beoogde regionale verbinding tussen het Bentwoud en de Krimpenerwaard. Een gebied van ongeveer 45 ha is/wordt ingericht met natuurvriendelijke oevers, moerassen, plas-draszones, riet, houtsingels en bosschages. Het gebied is zeer recent aangelegd en moet zich nog ontwikkelen. Een belangrijke nevenfunctie is waterberging. De verbinding is gelegen ten zuidwesten van Gouda en loopt van de Hollandsche IJssel in noordwestelijke richting langs de Vijfde Tocht tot de N456. Hier moeten nog faunavoorzieningen getroffen worden om de N456, het spoortracé (NieuwerkerkGouda) en de A20 te ontsnipperen. Doelsoorten Zoogdieren: waterspitsmuis, dwergmuis, hermelijn, wezel, otter. Reptielen: ringslang. Amfibieën: rugstreeppad, heikikker. Libellen: groene glazenmaker, vroege glazenmaker. Vlinders: zilveren maan, oranjetipje, argusvlinder. Sprinkhanen: moerassprinkhaan. Vissen: kleine modderkruiper, snoek, kroeskarper, vetje, zeelt, paling. Overige ongewervelden: platte schijfhoren, zeggekorfslak. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: moeras- en watervogels als roerdomp, slobeend, fuut, dodaars, graspieper, snor, blauwborst, rietzanger. Knelpunten - Spoorlijn en N456.
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
Blz. 31 van 84
8 WESTLAND EN DELFLAND
8. Vlaardingse Vlietlanden – Akkerdijkse Plassen (72) Status: prioriteit 1. Type: Moeras- en schraallandverbinding.
Lengte: ca. 16 kilometer. Beoogde breedte: 50 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) N10.01 Nat schraalland/N10.02 Vochtig hooiland (20%), N12.02 (vochtig) Kruiden- en faunarijk grasland (10%), N05.01 Moeras (30%), N12.06 Ruigteveld (10%), Zoete plas (30%).
Ambitie en streefbeeld Deze ecologische verbinding maakt deel uit van een lange verbinding tussen Vlaardingse Vlietlanden en Ackerdijkse Plassen. Grotendeels loopt zij door de bestaande NNN- en recreatiegebieden die tussen beide natuurgebieden gelegen zijn. Hier wordt alleen het deel dat buiten deze bestaande gebieden ligt besproken, binnen de rode omcirkeling. Bekend is dat in het overige deel nog wel inrichtingsmaatregelen moeten plaatsvinden ten behoeve van de verbindende functie. Het betreffende gedeelte is ingericht met moerasnatuur en een strook vochtig hooiland en fungeert als geleidende schakel tussen het ecoduct en het tracé ten oosten van de A4. In het moerasdeel zijn natuurvriendelijke oevers aanwezig. Het vochtig hooiland is omgevormd door het afgraven van de voedselrijke bovenlaag. De werkzaamheden zijn vrij recent uitgevoerd, de vegetatie is daarom nog niet voldoende ontwikkeld om functioneel te zijn voor alle doelsoorten. Door een gevarieerd maaibeheer kunnen bloemrijke graslanden ontstaan in combinatie met wat ruiger begroeide slootkanten. Op termijn kan dit als geleidend element voor verschillende kritische (doel)soorten (zoals noordse woelmuis en waterspitsmuis) functioneren. Na afronding van de totale verbinding ontstaat een connectie tussen het riet- en moerasgebied De Vlaardingse Vlietlanden en het moerasgebied de Ackerdijkse Plassen.
Midden-Delfland wordt hierdoor verbonden met het Groene Hart. Doelsoorten Zoogdieren: waterspitsmuis, noordse woelmuis, dwergspitsmuis, hermelijn, bunzing, wezel. Vlinders: argusvlinder, bruin zandoogje, zwartsprietdikkopje, grootdikkopje, oranjetipje. Libellen: vroege glazenmaker, glassnijder, gewone pantserjuffer, grote roodoogjuffer. Vissen: bittervoorn, kleine modderkruiper, paling, driedoornige stekelbaars, snoek. Slakken: platte schijfhoren. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: rietbroeders als roerdomp, blauwborst, snor. Struweelbroeders als sprinkhaanzanger, grasmus, roodborsttapuit. Weide- en graslandvogels als grutto, tureluur, gele kwikstaart, graspieper en watersnip. Knelpunten - Rijn-Schiekanaal, A13 en Gemaal Noord-Kethelpolder (wordt passeerbaar in 2016-2027).
Blz. 32 van 84
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
I. Staelduinse Bos – Oranjeplassen (71) Status: prioriteit 2. Type: Moeras- en bosverbinding.
Lengte: ca. 4,5 kilometer. Beoogde breedte: 25-50 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (10%), N10.02 Vochtig hooiland (10%), N05.01 Moeras (30%), N14.02 Hoog- en laagveenbos (20%), N04.02 Zoete plas (30%). Ambitie en streefbeeld Dit wordt een gevarieerde verbinding met zowel bos-, moeras-, als graslandelementen. Verspreid langs het tracé worden ecologische stapstenen ingericht; hier komen onder andere poelen en bosjes. De poelen worden voorzien van een natuurvriendelijke oever, waardoor een moerassige verbinding ontstaat. Rondom de poelen is ruimte voor bloemrijk grasland. De bosjes zijn verspreid aanwezig en hebben een zoom- en mantelstructuur die bestaat uit overjarige ruigtekruiden en struweel. Door deze structuurvariatie vormen de stapstenen geschikt leefgebied voor een verscheidenheid aan insecten, broedvogels en kleine zoogdieren als noordse woelmuis, waterspitsmuis en hermelijn. De stapstenen worden met elkaar verbonden door de oeverzone van de doorgaande watergang op een ecologische manier in te richten. Dit kan door het verflauwen van de oevers waardoor natuurvriendelijke oevers ontstaan. Is dit niet mogelijk dan zijn plasdrasbermen een geschikt alternatief. Deze verbinding loopt vanaf het Staelduinsebos in oostelijke richting via de Bonnenpolder en de Oranjebuitenpolder; hier sluit hij aan op de Oranjeplassen.
Tussen het Staelduinse bos en de verbinding ligt een stuk zogenoemde “strategische reservering natuur”. Als dit t.z.t. niet wordt ingericht, wordt aanbevolen om de verbinding door te trekken tot het Staelduinsebos. De bestaande waterlopen van de Rel en Oude Spui (waarlangs de verbinding komt) fungeren als corridor voor de ecologische inrichting. Er zijn reeds twee maatregelen uitgevoerd: de aanleg van een vispaaiplaats van ca. 1.1 ha en een brug met faunarand over het Oranjekanaal. Doelsoorten Zoogdieren: waterspitsmuis, dwergspitsmuis, hermelijn, bunzing, wezel. Amfibieën: rugstreeppad. Vlinders: argusvlinder, bruin zandoogje, hooibeestje, zwartsprietdikkopje, groot dikkopje, bruin blauwtje. Libellen: vroege glazenmaker, glassnijder, gewone pantserjuffer, grote roodoogjuffer. Vissen: bittervoorn, kleine modderkruiper, paling, driedoornige stekelbaars, snoek. Slakken: platte schijfhoren. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: moerasbroeders als blauwborst, snor, rietzanger en bos/parkbroeders zoals groene specht, nachtegaal, ransuil, boomvalk. Knelpunten Geen.
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
Blz. 33 van 84
c. Stadslandschap Rijswijk – Naaldwijk (29) Status: prioriteit 3. Type: Moeras- en bosverbinding
Lengte: ca. 12 kilometer. Beoogde breedte: 25-50 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) N05.01 Moeras (30%), N04.02 Zoete plas (35%), N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (15%), N14.03 Haagbeuken- en essenbos (20%).
Ambitie en streefbeeld Deze bos- en moerasverbinding heeft als doel het verbinden van verschillende natuur- en recreatiegebieden in het Westland. De verbinding wordt gerealiseerd langs de Zweth en het Oranjekanaal. De oevers worden (waar mogelijk) afgegraven en omgevormd tot natuurvriendelijke oevers; langs het Oranjekanaal is dit al deels gedaan. Waar onvoldoende ruimte is (bijvoorbeeld door een dijk) wordt parallel aan de watergang een ecologische inrichting gerealiseerd. Hier wordt een strook moeras met rondom bloemrijk grasland ingericht en zijn verspreid bosjes met struweel en hogere bomen aanwezig. In de stapstenen zijn gevarieerde bosjes aanwezig met een goed ontwikkelde zoom-, en mantelovergang naar bloemrijk grasland. Ook worden hier poelen gegraven. Deze verbinding loopt van de parken Elsenburgerbos en Wilhelminapark in noordwestelijke richting via het Rods-gebied de Zwethzone langs de Zweth en het Oranjekanaal naar de Nieuwe Waterweg. Hier is gemaal Westland aanwezig, dat voorzien is van een vispassage. Langs het beoogde tracé ligt het natuurgebied De Zeven Gaten. Doelsoorten Zoogdieren: waterspitsmuis, dwergspitsmuis, hermelijn, bunzing, wezel. Amfibieën: rugstreeppad. Vlinders: argusvlinder, bruinzandoogje, zwartsprietdikkopje, groot dikkopje. Libellen: vroege glazenmaker, glassnijder, gewone pantserjuffer, grote roodoogjuffer.
Vissen: bittervoorn, kleine modderkruiper, paling, driedoornige stekelbaars, snoek. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: moerasbroeders als blauwborst, snor, rietzanger en op termijn bos/parkbroeders zoals groene specht, nachtegaal, ransuil, boomvalk. Knelpunten - De brughoofden van bruggen die in de verbinding liggen kunnen een barrière vormen als deze niet voorzien zijn van een faunarand.
Blz. 34 van 84
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
d. Solleveld / Westduinpark – Stadslandschap Rijswijk (28, 112) Status: prioriteit 3. Type: Moeras- en bosverbinding
Lengte: ca. 7 kilometer. Beoogde breedte: 25-50 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) N14.02 Hoog- en laagveenbos (20%), N05.01 Moeras (30%), N04.02 Zoete plas (30%), N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (20%). Ambitie en streefbeeld Dit wordt een gevarieerde verbinding met zowel bos-, moeras-, als graslandelementen. Het beoogde tracé is voorzien door vrij dicht bebouwd (kassen)gebied. De mogelijkheden zijn hierdoor beperkt. De ambitie is om toch een aaneengesloten verbinding te krijgen die geschikt is voor verschillende soort(groep)en. Mogelijk is de corridor op sommige plaatsen smal. De verbinding wordt grotendeels aangelegd langs watergangen; het aansluiten op bestaande lijnvormige structuren biedt de meeste kansen voor realisatie. De oevers worden waar mogelijk afgegraven en omgevormd tot (smalle) natuurvriendelijke oevers. Waar de corridor breed genoeg is worden stroken bloemrijk grasland ingericht en zijn verspreid bosjes met struweel en hogere bomen aanwezig. In de stapstenen zijn gevarieerd bosjes aanwezig met een goed ontwikkelde zoom-, en mantelovergang naar bloemrijk grasland. Ook worden hier poelen gegraven of kan de moeraszone wat breder worden. Deze verbinding loopt globaal van de N2000duingebieden Solleveld en Westduinpark in zuidoostelijke richting.
Hier loopt hij achtereenvolgens langs de (natuur- en) recreatiegebieden Madestein en De Uithof, dan loopt hij een stuk door het glastuinbouwgebied bij Wateringen om vervolgens aan te sluiten op verbinding c, waardoor aangesloten wordt op de recreatiegebieden Elsenburgerbos, Wilhelminapark en Hoekpolder. Ter hoogte van Madestein en De Uithof is de verbinding reeds ingericht met natuurlijke waterpartijen, en bosjes. Doelsoorten Zoogdieren:, dwergspitsmuis, hermelijn, bunzing, wezel. Amfibieën: rugstreeppad. Vlinders: argusvlinder, bruinzandoogje, zwartsprietdikkopje, grootdikkopje, kleine parelmoervlinder. Libellen: vroege glazenmaker, glassnijder, gewone pantserjuffer, grote roodoogjuffer. Vissen: bittervoorn, kleine modderkruiper, paling, driedoornige stekelbaars, snoek. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: moerasbroeders als fuut, waterhoen, blauwborst, rietzanger en op termijn bos/parkbroeders zoals boomkruiper, ransuil, boomvalk. Knelpunten Geen.
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
Blz. 35 van 84
e. Kapittelduinen – Maasdijk (109) Status: prioriteit 3 Type: Moeras- en bosverbinding.
Lengte: ca. 7 kilometer. Beoogde breedte: 25-50 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) N14.02 Hoog- en laagveenbos (20%), N05.01 Moeras (30%), N04.02 Zoete plas (30%), N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (20%). Ambitie en streefbeeld Dit wordt een gevarieerde verbinding met zowel bos-, moeras-, als graslandelementen. Verspreid langs het tracé worden ecologische stapstenen ingericht met moeras- en bosselementen als poelen en grotere bosjes. De poelen worden voorzien van een natuurvriendelijke oever waardoor een moerassige verbinding ontstaat. Rondom de poelen is ruimte voor bloemrijk grasland. De bosjes zijn verspreid aanwezig en hebben een zoom-mantel structuur die bestaat uit overjarige ruigtekruiden en struweel. Door deze structuurvariatie vormen de stapstenen geschikt leefgebied voor een verscheidenheid aan insecten, broedvogels en kleine zoogdieren als noordse woelmuis, waterspitsmuis en hermelijn. De stapstenen worden met elkaar verbonden door de oeverzone van de doorgaande watergang op een ecologische manier in te richten. Dit kan door het verflauwen van de oevers, waardoor natuurvriendelijke oevers ontstaan. Is dit niet mogelijk dan zijn plasdrasbermen een geschikt alternatief. Deze verbinding loopt globaal van het N2000duingebied Solleveld & Kapittelduinen in zuidoostelijke richting naar Maasdijk.
Vanaf de Kapittelduinen is de eerste twee kilometer reeds ingericht in het kader van project Poelzone (G2). Hier zijn onder andere vispaaiplaatsen, rietzomen, bosjes en een vleermuisbrug gerealiseerd. Verder in zuidoostelijke richting loopt de verbinding langs de Poelwatering en het Nieuwe Water door de tuinen landbouwzone tussen Naaldwijk en s’-Gravenzande. Door de verbindingen wordt het Westland (via verbinding c) verbonden met de natuur in Midden-Delfland. Doelsoorten Zoogdieren: waterspitsmuis, dwergspitsmuis, hermelijn, bunzing, wezel. Amfibieën: rugstreeppad. Vlinders: argusvlinder, bruin zandoogje, hooibeestje, zwartsprietdikkopje, groot dikkopje, kleine parelmoervlinder, bruin blauwtje. Libellen: vroege glazenmaker, glassnijder, gewone pantserjuffer, grote roodoogjuffer. Vissen: bittervoorn, kleine modderkruiper, paling, driedoornige stekelbaars, snoek. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: riet- en struweelbroeders als blauwborst, sprinkhaanzanger, kneu, roodborsttapuit en bos/parkbroeders zoals groene specht, nachtegaal, ransuil, boomvalk. Knelpunten - De brughoofden van bruggen die in de verbinding liggen kunnen een barrière vormen als deze niet voorzien zijn van een faunarand.
Blz. 36 van 84
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
n. Vlinderstrik - Rottemeren Status: prioriteit 3 Type: Moeras- en graslandverbinding.
Lengte: ca. 0,8 kilometer. Beoogde breedte: 25-50 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) N05.01 Moeras (40%), N04.02 Zoete plas (30%), N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (30%).
Ambitie en streefbeeld De te overbruggen afstand is kort (800 meter); het is desalniettemin belangrijk dat met de inrichting rekening gehouden wordt met meer en minder mobiele soortgroepen als (kleine) zoogdieren, amfibieën, libellen en vlinders. Binnen het beoogde tracé zijn reeds watergangen aanwezig; deze worden voorzien van brede natuurvriendelijke oevers en ondiepe inhammen die in de zomer snel opwarmen. Beide fungeren zo als leef- en voortplantingshabitat voor diverse vissen, amfibieën en libellen. In de oeverzone zal lage moerasvegetatie afgewisseld worden met hogere helofyten als gele lis, egelskop en (overjarig) riet. Omdat het een korte belangrijke schakel is tussen twee recreatiegebieden wordt vooral gestreefd naar korte moerasvegetatie en moet de opslag van struweel beperkt zijn. De nu nog monotone agrarische graslandpercelen die rond de watergangen liggen worden door aangepast maaibeheer (zie paragraaf 4.3.1) omgevormd naar bloemrijke graslanden. Hierdoor ontstaat geschikt leefgebied voor verschillende soorten vlinders. In de verbinding wordt minimaal één stapsteen ingericht met een combinatie van moeras, bloemrijk grasland, struweel en een poel. Door een hoge structuurvariatie na te streven wordt de verbinding geschikt voor kritische soorten als noordse woelmuis, waterspitsmuis en glassnijder.
Deze verbinding is gelegen ten noorden van het Rotterdamse stedelijk gebied. Het doel is een moerasverbinding met stukken bloemrijk grasland te realiseren tussen de (natuur- en) recreatiegebieden de Lage Bergse Plas en het veenpoldergebied Vlinderstrik. Na afronding zal een doorgaande verbinding tussen Midden Delfland en het Groene Hart ontstaan. Doelsoorten Zoogdieren: waterspitsmuis, wezel, hermelijn. Reptielen: ringslang. Amfibieën: rugstreeppad. Libellen: glassnijder, vroege glazenmaker, bruine glazenmaker. Vlinders: hooibeestje, argusvlinder, oranjetipje, bruin blauwtje, groot dikkopje. Vissen: bittervoorn, kleine modderkruiper, paling, driedoornige stekelbaars, snoek. Slakken: platte schijfhoren. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: riet- en struweelbroeders als blauwborst, snor, kneu, sprinkhaanzanger. Knelpunten - N209 en de Grindweg aan de oostkant van de verbinding.
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
Blz. 37 van 84
G2. Poelzone Status: Gerealiseerd Type: Moeras- en graslandverbinding.
Lengte: 2,5 kilometer. Breedte variërend van: ca. 25 tot 150 meter.
Beheertypen N05.01 Moeras, N04.02 Zoete plas, N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Kenschets Deze moeraszone is gelegen tussen de dorpen Naaldwijk, Monster en ’s-Gravenzande en is geprojecteerd langs de Vlotwatering en de Monsterse vaart. De verbinding is ingericht met natuurvriendelijke oevers, vispaaiplaatsen en overhoeken met kruiden- en faunarijk grasland. Her en der zijn solitaire bomen geplant. Verspreid door de verbinding zijn meerdere faunavoorzieningen aanwezig. Een fietsbrug op het tracé is voorzien van spleten en holle ruimten, zodat de brug gebruikt kan worden als verblijfplaats door vleermuizen. Ook zijn een ooievaarsnestpaal en een torenvalknestkast geplaatst. Door de recent ingerichte verbinding loopt een fietspad. In de natuurvriendelijke oevers zal een gevarieerde moerasbegroeiing tot ontwikkeling komen met verspreid rietzomen en struweel. Hier komen insecten op af en broeden verschillende soorten riet- en struweelvogels. In de vispaaiplaatsen zal een structuurrijke onderwatervegetatie ontstaan die geschikt is als paaisubstraat voor verschillende vissoorten, waaronder de snoek. Deze oost-westverbinding zorgt voor de aansluiting van het Natura 2000-gebied de Kapittelduinen op het beoogde tracé van verbinding e. Kapittelduinen – Maasdijk. De verbinding loopt dwars door het kassengebied van het Westland.
Na inrichting van dit tracé zal een koppeling ontstaan tussen Zuid-Hollandse duinnatuur, de andere verbindingen in het Westland en enkele natuur- en recreatiegebieden zoals de Oranjebuitenpolder en De Zeven Gaten. Doelsoorten Zoogdieren: waterspitsmuis, dwergspitsmuis, hermelijn, bunzing, wezel. Amfibieën: rugstreeppad. Vlinders: argusvlinder, bruin zandoogje, hooibeestje, zwartsprietdikkopje, groot dikkopje, kleine parelmoervlinder, bruin blauwtje. Libellen: vroege glazenmaker, glassnijder, gewone pantserjuffer, grote roodoogjuffer. Vissen: bittervoorn, kleine modderkruiper, paling, driedoornige stekelbaars, snoek. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: riet- en struweelbroeders als blauwborst, sprinkhaanzanger, kneu, roodborsttapuit en bos/parkbroeders zoals groene specht, nachtegaal, ransuil, boomvalk. Knelpunten - De steile oevers van getijderivier De Noord zijn niet voorzien van in- en uittreedplaatsen.
Blz. 38 van 84
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
9 KRIMPENER- EN LOPIKERWAARD
1. Boezem van Bergambacht – Buitenlanden langs de Lek (40) Status: prioriteit 1. Type: Moeras- en schraallandverbinding.
Lengte: ca. 8,5 kilometer. Beoogde breedte: 25-50 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) N10.01 Nat schraalland/N10.02 Vochtig hooiland (10%), N12.02 (vochtig) Kruiden- en faunarijk grasland (30%), N05.01 Moeras (25%), N12.06 Ruigteveld (5%), Zoete plas (30%). Ambitie en streefbeeld Door langs bestaande watergangen vochtige, moerasachtige zones in te richten ontstaat een ecologische verbinding die geschikt is voor (onder meer) zoogdieren, vogels, vlinders, libellen en vissen. De verbinding bestaat uit een combinatie van natuurvriendelijke oevers (corridors) en ecologische stapstenen. De oevers worden flauw afgegraven; door de vochtigheidsgradiënt ontstaat een grote diversiteit aan plantensoorten. In de oever zal een goed ontwikkelde, kruidenrijke moerasvegetatie ontstaan die afgewisseld wordt met rietland. Ten behoeven van de groene glazenmaker wordt in de inrichting en het beheer specifiek gestuurd op de ontwikkeling van krabbenscheervelden. In de stapstenen worden verspreid vochtige/natte (schrale) omstandigheden gecreëerd door de voedselrijke toplaag af te graven. Hier zullen bloemrijke graslanden ontstaan. In het noordelijke deel van dit tracé (Bilwijk) zijn de hoogste potenties voor het ontwikkelen van het meest kritische type, nat schraalland. Dit blijkt uit een ecologische verkenning.
In de stapstenen worden tevens meerdere poelen gegraven en is ruimte voor ruigere omstandigheden met struweel. Om predatie van roofvogels op nesten en jongen van weidevogels te voorkomen moet opslag van bomen worden tegengegaan. Door deze verbinding wordt het moerasgebied Buitenlanden langs de Lek verbonden met de noordelijk gelegen boezem van Bergambacht en het N2000-gebied Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein. Doordat de verbinding aansluit op het netwerk van verbindingen in de Krimpenerwaard wordt de nieuw te ontwikkelen natuur binnen de Krimpenerwaard aangesloten op bestaande natuur. Langs de Bergvliet is het tracé over een lengte van 2,5 kilometer reeds ingericht. Voor het noordelijke stuk van het tracé (Bilwijk) is een verkenning uitgevoerd en zijn inrichtingsvoorstellen gedaan. Doelsoorten Zoogdieren: noordse woelmuis, waterspitsmuis, dwergmuis, otter, bever. Reptielen: ringslang. Amfibieën: kamsalamander, heikikker, rugstreeppad. Libellen: groene glazenmaker, glassnijder, vroege glazenmaker, smaragdlibel, bruine korenbout. Vlinders: zilveren maan, argusvlinder, oranjetipje. Sprinkhanen: moerassprinkhaan, wekkertje. Slakken: platte schijfhoren. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: weide-, grasland- en struweelvogels als grutto, tureluur, gele kwikstaart, watersnip, sprinkhaanzanger, kneu, roodborsttapuit.
Knelpunten - N228 is nog niet ontsnipperd, Hollandse IJssel, Provinciale weg Bergambacht-Schoonhoven.
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
Blz. 39 van 84
3. Slingerkade, Reekade (41A, 42A ged.) Status: prioriteit 1. Type: Moeras- en vochtig hooilandverbinding.
Lengte: ca. 5 kilometer. Beoogde breedte: 25-50 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) N10.02 Vochtig hooiland (10%), N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (30%), N12.06 Ruigteveld (5%), N05.01 Moeras (25%), N04.02 Zoete plas (30%). Ambitie en streefbeeld Op dit tracé wordt een moeras- en (vochtig) hooilandverbinding nagestreefd. De verbinding wordt gerealiseerd aan de hand van het stapsteen-, en corridorprincipe. Verspreid worden ecologische stapstenen ingericht; door verlaging van het maaiveld ontstaan hier geschikte omstandigheden voor de ontwikkeling van vochtig hooiland. Ook worden poelen gegraven en is ruimte voor natte ruigte. Een bloemrijke vegetatie wordt beoogd zodat verschillende soorten insecten zich er thuis voelen. Door langs de bestaande watergangen natuurvriendelijke oevers of, indien dit niet mogelijk is, plas-drasbermen te realiseren worden de stapstenen onderling verbonden. De begroeiing in de oeverzone zal bestaan uit goed ontwikkelde, kruidenrijke moerasvegetatie afgewisseld met rietland. Om predatie van roofvogels op nesten en jongen van weidevogels te voorkomen moet opslag van bomen tegengegaan worden. Deze bieden namelijk nestgelegenheid en uitkijkposten. Deze verbinding zal in combinatie met andere verbindingen in de Krimpenerwaard, verschillende (o.a. nieuwe) veenweide-natuurgebieden met elkaar verbinden.
Specifiek door deze verbinding wordt het natuurgebied Kadijk verbonden met de nieuw te realiseren natuur bij Bjlwijk en de bestaande en nieuwe natuur bij de Berkenwoudse driehoek. Verspreid langs het beoogde tracé zijn reeds enkele kleine oppervlakten moeras en bloemrijk grasland gerealiseerd, bijvoorbeeld ten noorden van het natuurgebied Kadijk. Doelsoorten Zoogdieren: waterspitsmuis, dwergmuis, otter, bever. Reptielen: ringslang. Amfibieën: kamsalamander, heikikker, rugstreeppad. Libellen: groene glazenmaker, glassnijder, vroege glazenmaker, bruine korenbout. Vlinders: aardbeivlinder, zilveren maan, argusvlinder, oranjetipje. Sprinkhanen: moerassprinkhaan, wekkertje. Slakken: platte schijfhoren. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: weide-, grasland- en struweelvogels als grutto, tureluur, gele kwikstaart, watersnip, sprinkhaanzanger, kneu, roodborsttapuit. Knelpunten - N207 is nog niet ontsnipperd.
Blz. 40 van 84
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
9. Slingerkade - Kattendijksblok Status: prioriteit 1. Type: Moeras- en vochtig hooilandverbinding.
Lengte: ca. 3,5 kilometer. Beoogde breedte: 25-50 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) N10.02 Vochtig hooiland (20%), N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (30%), N12.06 Ruigteveld (5%), N05.01 Moeras (25%), N04.02 Zoete plas (20%).
Ambitie en streefbeeld Op dit tracé wordt een moeras- en vochtig hooilandverbinding nagestreefd. De verbinding wordt gerealiseerd aan de hand van het stapsteen-, en corridorprincipe. Verspreid worden ecologische stapstenen ingericht. Door verlaging van het maaiveld in combinatie met het opzetten van het waterpeil ontstaan hier geschikte omstandigheden voor de ontwikkeling van vochtig hooiland. Ook worden poelen gegraven en is ruimte voor natte ruigte. Een bloemrijke vegetatie wordt beoogd waar verschillende soorten insecten zich er thuis voelen. Door langs de bestaande watergangen natuurvriendelijke oevers of, indien dit niet mogelijk is, plas-drasbermen te realiseren worden de stapstenen onderling verbonden. De begroeiing in de oeverzone zal bestaan uit goed ontwikkelde, kruidenrijke moerasvegetatie afgewisseld met rietland. Om predatie van roofvogels op nesten en jongen van weidevogels te voorkomen moet opslag van bomen tegengegaan worden. Deze verbinding loopt van de Slingerkade bij Berkenwoude in noordwestelijke richting langs de Molenvliet en Stolwijkervliet naar het uitgestrekte veenweidegebied Polder Kattendijksblok. Deze verbinding zal, in combinatie met andere verbindingen in de Krimpenerwaard, bestaande en nieuwe veenweidenatuur in de Kimpenerwaard met elkaar verbinden.
Door specifiek deze verbinding wordt het recent aangelegde natuurcompensatiegebied Elzerkade (vochtig hooiland) aangesloten op het Natuurnetwerk, Doelsoorten Zoogdieren: waterspitsmuis, dwergmuis, otter, bever. Reptielen: ringslang. Amfibieën: kamsalamander, heikikker, rugstreeppad. Libellen: groene glazenmaker, glassnijder, vroege glazenmaker, bruine korenbout. Vlinders: aardbeivlinder, zilveren maan, argusvlinder, oranjetipje. Sprinkhanen: moerassprinkhaan, wekkertje. Slakken: platte schijfhoren. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: weide-, grasland- en struweelvogels als grutto, tureluur, gele kwikstaart, watersnip, sprinkhaanzanger, kneu, roodborsttapuit. Knelpunten Geen. (Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
Blz. 41 van 84
f. Boezem van Haastrecht / Dovegat - Hoonaard Status: prioriteit 3. Type: Moeras- en (vochtig) hooilandverbinding.
Lengte: ca. 1,3 kilometer. Beoogde breedte: 25-50 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) N05.01 Moeras (30%), N04.02 Zoete plas (35%), N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (15%), Ruigteveld (10%), N10.02 Vochtig hooiland (10%). Ambitie en streefbeeld Dit betreft een moeras- en (vochtig) hooilandverbinding die gerealiseerd wordt langs bestaande poldersloten. Verspreid langs het traject worden percelen door maaiveldverlaging omgevormd tot natte/vochtige bloemrijke graslanden. De plaatselijke omstandigheden bepalen de maximaal haalbare ecologische kwaliteit van deze graslanden. In de stapstenen is ruimte voor kleinschalige landschapselementen als poelen en kleine hakhoutbosjes. De poelen moeten geschikt worden als voortplantingshabitat voor kritische amfibieën als kamsalamander en/of rugstreeppad en diverse soorten libellen en juffers. De bosjes zijn geschikt als winterhabitat voor amfibieën en als broedbiotoop voor verschillende broedvogels. De oevers van de watergang worden flauw afgegraven, of indien dit niet mogelijk is, worden plas-drasbermen gerealiseerd. Hierdoor worden de stapstenen verbonden en ontstaat een ecologische verbinding die geschikt is voor verschillende soort(groep)en waaronder mobiele (otter, bever) en minder mobiele (noordse woelmuis, waterspitsmuis) kritische zoogdieren. Door middel van beheer moet gezorgd worden dat de poelen niet verlanden.
De verbinding is voorzien langs de Tiendweg in het landelijk gebied ten oosten van Haastrecht. Het doel van de verbinding is een koppeling tussen het natuurcompensatiegebied Hoonaard en het nieuwe en nog deels te ontwikkelen natuurlijke graslandcomplex Bilwijk. Doelsoorten Zoogdieren: waterspitsmuis, dwergmuis, otter, bever. Reptielen: ringslang. Amfibieën: kamsalamander, heikikker, rugstreeppad. Libellen: groene glazenmaker, glassnijder, vroege glazenmaker. Vlinders: aardbeivlinder, zilveren maan, argusvlinder, oranjetipje. Sprinkhanen: moerassprinkhaan, wekkertje. Slakken: platte schijfhoren. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: weide-, grasland- en struweelvogels als grutto, tureluur, gele kwikstaart, watersnip, sprinkhaanzanger, kneu, roodborsttapuit. Knelpunten Geen.
Blz. 42 van 84
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
G4. Bergvliet (40) Status: Gerealiseerd Type: Moeras- en graslandverbinding.
Lengte: 2,5 kilometer. Breedte variërend van: 25-70 meter.
Beheertypen N05.01 Moeras, N04.02 Zoete plas, N12.02 Kruiden- en faunarijkgrasland. Kenschets Deze moerasverbinding is gerealiseerd langs en parallel aan de Bergvliet. De Bergvliet zelf is voorzien van een smalle natuurvriendelijke oever waar een begroeiing van ruige moerasplanten aanwezig is. Ten oosten van het water loopt een elzen-hakhoutwal met een voetpad. Aan de andere zijde van het pad ligt Polder VlistWestzijde; het kavelpatroon van de polder ligt haaks op de Bergvliet. De poldersloot die parallel aan de Bergvliet loopt is verbreed en voorzien van een flauw talud. De kopse kanten van de polderkavels die tegen de houtsingel liggen zijn verlaagd. Hierbij is de voedselrijke toplaag verwijderd en zijn vochtige. minder voedselrijke graslanden ontstaan. Verspreid zijn groepjes struweel aangeplant (meidoorn); deze zijn echter nog erg klein. Dit tracé vormt een schakel in de verbinding van de Boezem van Bergambacht met de Buitenlanden langs de Lek en is gelegen ten oosten van Stolwijk langs de Bergvliet. Pas als de beoogde delen ten zuiden en noorden van dit stuk ook zijn gerealiseerd ontstaat een aaneengesloten functionele verbinding. Doelsoorten Zoogdieren: noordse woelmuis, waterspitsmuis, dwergmuis, otter, bever. Reptielen: ringslang. Amfibieën: kamsalamander, heikikker, rugstreeppad.
Libellen: groene glazenmaker, glassnijder, vroege glazenmaker, smaragdlibel, bruine korenbout. Vlinders: zilveren maan, argusvlinder, oranjetipje. Sprinkhanen: moerassprinkhaan, wekkertje. Slakken: platte schijfhoren.
Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: weide-, grasland- en struweelvogels als grutto, tureluur, gele kwikstaart, watersnip, sprinkhaanzanger, kneu, roodborsttapuit. Knelpunten Geen.
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
Blz. 43 van 84
10 ALBLASSERWAARD
4. Zijdeweg, Achterwaterschap, Ammersche Boezem, Ottolandsche Vliet, Dwarsgang (49,50,51) Status: prioriteit 1. Type: Moeras- en (schraal)graslandverbinding.
Lengte: ca. 16 kilometer. Beoogde breedte: 25 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) N10.01 Nat schraalland (20%), N10.02 Vochtig hooiland (20%), N12.02 (vochtig) Kruiden- en faunarijk grasland (10%), N05.01 Moeras (25%), Zoete plas (25%). Ambitie en streefbeeld De ambitie is om deze ecologische verbinding zo in te richten dat deze geschikt is voor kritische soorten van moeras en nat/droog (schraal) bloemrijk grasland. De verbinding bestaat uit stapstenen die verbonden zijn middels een corridor. Bij het Achterwaterschap is al natuurkwaliteit aanwezig, hier gaat het meer om het versterken van de verbinding door de aanleg van stapstenen en natuurvriendelijke oevers. De verbindingen worden gerealiseerd langs bestaande boezemwatergangen (Ottolandse Vliet, Ammersche Boezem, Achterwaterschap). In de boezems zelf is weinig ruimte; hier zijn hooguit smalle natuurvriendelijke oevers mogelijk. De inrichting concentreert zich dan ook meer op het dijktalud en de poldersloten parallel aan de boezem. Hier worden brede natuurvriendelijke oevers en vispaaiplaatsen langs gerealiseerd. Tussen de voet van de dijk en de poldersloot wordt de voedselrijke toplaag afgegraven en ontstaat, in de meest gunstige situatie, nat schraalland. Hierdoor ontstaat een geleidelijke overgang van de natte flauwe oever naar het drogere bloemrijke grasland op de dijk. Veel soorten insecten vinden hier geschikt leefgebied.
Stapstenen kunnen gerealiseerd worden door de voedselrijke toplaag af te graven; hierdoor ontstaan kansen voor nat schraalgrasland. Deze oost-west verbinding vormt de ruggengraat van het netwerk van verbindingen in de Alblasserwaard. Globaal ontstaat een koppeling tussen de N2000-gebieden Boezems van Kinderdijk en de Donkse Laagten, en worden de reeds aanwezige schraallanden in de Uitstekken NieuwLekkerland, bij de Zijdebrug, langs de Peulwijkse kade en in de Smoutjesvlietlanden met elkaar veronden. De twee zijtakken (die in noordelijke richting gaan) voorzien daarnaast in een verbinding met de oeverlanden langs de Lek en richting Krimpenerwaard. Belangrijk leefgebied (N2000-gebied Boezems Kinderdijk en Achterwaterschap) van de zeggekorfslak wordt door deze verbinding ontsloten en uitgebreid. Doelsoorten Zoogdieren: otter, bever, dwergmuis, waterspitsmuis, noordse woelmuis, hermelijn, wezel, bunzing. Amfibieën en reptielen: heikikker, kamsalamander, rugstreeppad, ringslang. Libellen: bruine korenbout, vroege glazenmaker, bruine glazenmaker, glassnijder, groene glazenmaker, plasrombout. Vlinders: argusvlinder, zwart sprietdikkopje, oranjetipje. Sprinkhanen: moerassprinkhaan. Vissen: bittervoorn, grote modderkruiper, snoek, kroeskarper, zeelt. Slakken: Platte schijfhoren, zeggekorfslak.
Vogels die deze verbinding als broed- of voedselbiotoop (kunnen) benutten zijn: moeras-, water en weidevogels als slobeend, zomertaling, purperreiger, roerdomp, fuut, porseleinhoen, kievit, watersnip, grutto, tureluur, gele kwikstaart, blauwborst, grote karekiet, snor, graspieper. Knelpunten - N228, Hollandse IJssel, Provincialeweg Bergambacht-Schoonhoven.
Blz. 44 van 84
(Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017
C. Alblasserbos - Slingeland (52) Status: prioriteit 2. Type: Moeras- en bosverbinding
Lengte: ca. 7 kilometer. Beoogde breedte: 25-50 meter.
Beheertypen (de procentuele verdeling geeft globaal de ambitie weer) N05.01 Moeras (25%), N04.02 Zoete plas (30%), N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (20%), N14.02 Hoog- en laagveenbos (25%).
Ambitie en streefbeeld Op dit tracé wordt een bos- en moerasverbinding beoogd. Over de gehele lengte is een watergang aanwezig. Door de oevers te verflauwen (of plas-drasbermen in te richten) en ondiepten te realiseren ontstaat een doorgaande moeraszone die onder andere geschikt is voor libellen en vissen. Op bredere stukken en in de stapstenen worden poelen aangelegd. In de moeraszone wordt een afwisselende soortenrijke moerasvegetatie nagestreefd met riet en ruigtekruiden. Op de drogere delen zijn smalle stroken bloemrijk grasland aanwezig, die in de stapstenen en bredere delen overgaan in overjarige ruigte, struweel en uiteindelijk bos met boomsoorten als zwarte els en verschillende soorten wilg. Deze oost-westverbinding ligt langs de N214 en loopt door het agrarisch landschap ten noorden van de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Met realisatie ontstaat een koppeling tussen het natuurgebied Alblasserbos en het recreatiegebied Slingeland en worden de ecologische stapstenen Elzenweg en Kraaiebos ontsloten. Daarnaast is zij onderdeel van een netwerk van verbindingen die de verschillende moeras-, bos- en schraallandgebieden in de Alblasserwaard onderling verbind. Aan de westzijde wordt aangesloten op de al gerealiseerde verbinding langs de Elzenweg (G6). Doelsoorten Zoogdieren: otter, bever, rosse woelmuis, waterspitsmuis, noordse woelmuis, hermelijn, wezel, bunzing.
Amfibieën en reptielen: heikikker, kamsalamander, rugstreeppad, ringslang. Libellen: vroege glazenmaker, bruine glazenmaker, glassnijder, groene glazenmaker, smaragdlibel. Vlinders: argusvlinder, zwart sprietdikkopje, oranjetipje. Sprinkhanen: moerassprinkhaan. Vissen: bittervoorn, grote modderkruiper, snoek, kroeskarper, zeelt. Slakken: platte schijfhoren. Vogels die deze verbinding als broedbiotoop (kunnen) benutten zijn: moeras-, struweel- en bosvogels als purperreiger, fuut, waterhoen, blauwborst, rietzanger, snor wielewaal, spotvogel, matkop, kneu en grauwe vliegenvanger. Diverse soorten vleermuizen kunnen de verbinding tevens gebruiken als foerageergebied en vliegroute. Knelpunten - N214 voor aansluiting op Kraaiebos. (Herziene) Nota Ecologische Verbindingen in de provincie Zuid-Holland Kenmerk: 20160402/rap01, versie 2, 28 augustus 2017