RIS314887 bijlage 2 arbeidsmarktscan
Tekst van het document
Aantal Haagse gediplomeerden Voortgezet Onderwijs, Den Haag in Cijfers (DHIC)
35
Ontwikkeling aantal HBO-/WO-studenten
Bron: CBS
Aantal HBO-WO studenten, bron: CBS
Ontwikkeling aantal HBO-studenten, Den Haag in Cijfers (DHIC)
36
MBO
Ontwikkeling aantal MBO-studenten
25000 20000 15000 10000
5000 0 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Amsterdam
s-Gravenhage
Rotterdam
Utrecht
Bron: CBS
Aantal studenten per afstudeerrichting MBO-studenten woonachtig in Den Haag 0
1000
2000
3000
4000
5000
6000
Studenten bij ROC Mondriaan (inclusief vestigingen Delft, Leiden, Naaldwijk en Voorburg) 0
7000
5000
10000
Zorg en welzijn Economie en administratie Zorg en Welzijn
Horeca en bakkerij Veiligheid en sport Techniek en procesindustrie Handel en ondernemerschap
Economie
Mobiliteit en voertuigen Informatie en communicatietechnologie AKA, Entree Uiterlijke verzorging
Techniek
Bouw en infra Toerisme en recreatie Transport, scheepvaart en logistiek Cross-over
Groen (Landbouw)
Afbouw, hout en onderhoud
Ambacht, laboratorium en gezondheidstechniek 2016
2017
2018
2019
2020
2021
Voedsel, natuur en leefomgeving 2016
2017
2018
2019
2020
2021
Bron: Den Haag in Cijfers, o.b.v. DUO / Ministerie van OCW
37
Ontwikkeling aantal studenten ROC Mondriaan naar opleidingsrichting – deel 1, Den Haag in Cijfers (DHIC)
Ontwikkeling aantal studenten ROC Mondriaan naar opleidingsrichting – deel 2, Den Haag in Cijfers (DHIC)
38
HBO-studenten woonachtig in Den Haag 0
2000
4000
6000
8000
Studenten bij HBO-instellingen in Den Haag 0
10000
Economie
Economie
Techniek
Techniek
Gedrag en maatschappij
Gedrag en Maatschappij
8000
12000
16000
Gezondheidszorg
Onderwijs
Onderwijs
Gezondheidszorg
Taal en Cultuur
Taal en cultuur
2016
4000
2017
2018
2019
2020
2021
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Bron: Den Haag in Cijfers, o.b.v. DUO / Ministerie van OCW
Ontwikkeling aantal student HBO Den Haag naar sector, Den Haag in Cijfers (DHIC)
39
WO-studenten woonachtig in Den Haag 0
500
1000
1500
Studenten aan WO-instellingen in Den Haag 2000
2500
0
3000
500
1000
1500
2000
2500
2019
2020
2021
3000
3500
Gedrag en Maatschappij Sectoroverstijgend
Sectoroverstijgend
Gedrag en Maatschappij
Techniek
Taal en cultuur Natuur
Recht
Natuur
Techniek
Economie Gezondheidszorg
Gezondheidszorg
Landbouw en natuurlijke omgeving
Recht
Onderwijs 2016
2016
2017
2018
2019
2020
2017
2018
2021
Bron: Den Haag in Cijfers, o.b.v. DUO / Ministerie van OCW
40
2.7 Stay rate alumni Woonregio Alumni hoger onderwijs 2022, 30% van TU Delft afgestudeerden woont in Den Haag.
Woonregio’s alumni hoger onderwijs, bron: Birch Bron: Birch (2023) op basis van LinkedIn & Nuffic. In: startup en scale-up monitor MRDH
Stayrate jongeren: gemiddeld gezien woont 51% van de jongeren die op hun 16e wonen in een bepaalde gemeente ook op hun 28e in die gemeente.
Bron: Talentinderegio.com
41
Bron: Talentinderegio.com
Bron: Talentinderegio.com
42
Bron: Talentinderegio.com
43
2.8 Groengrijze druk Groene (links*) en grijze (rechts**) druk 2022
Bron: CBS - AZW-StatLine - Bevolking; groene en grijze druk, regio & AZW dashboard *Grijze druk: De verhouding tussen het aantal personen van 65 jaar of ouder en het aantal personen van 20 tot 65 jaar. Dit cijfer geeft inzicht in de verhouding van de ouderen tot het werkende deel van de bevolking. **Groene druk: De verhouding tussen het aantal personen van 0 tot 20 jaar en het aantal personen van 20 tot 65 jaar. Dit cijfer geeft inzicht in de verhouding van de jeugd tot het werkende deel van de bevolking.
Grijze druk
Bron: UWV, Haaglanden in Beeld 2022
44
Aantal werkenden ouder dan 55 jaar
Bron: Aad van der Werf, MSE Advies & Strategie
Uitstroom uit zorg en welzijn
85.800 werknemers RegioPlus arbeidsmarkt Haaglanden en nieuwe waterweg Noord Bron: CBS - AZW-StatLine - Netto verloop op de arbeidsmarkt; AZW (breed), regio
45
3 Arbeidsmarkt: aansluiting vraag en aanbod 3.1 Analyse -
-
-
-
In het voorgaande zijn weliswaar cijfers over het aantal vacatures getoond, maar dit zegt nog niets over hoe groot de krapte is. Dat hangt immers samen met het aanbod: als er veel vraag is (vacatures) maar er is ook veel aanbod dan is er alsnog sprake van een goede balans. De UWVspanningsindicator geeft een beeld van deze balans tussen vraag en aanbod. Sinds het 3e kwartaal van 2017 is de arbeidsmarkt in de regio Haaglanden volgens de UWVspanningsindicator al “krap”: de vraag is veel groter dan het aanbod. In 2021 nam de spanning, na een dip als gevolg van corona, snel toe en kwam in 2022 op een recordhoogte uit (“zeer krap”). Het aantal werkzoekenden (WW en bijstand) daalt nog steeds en de vacaturevraag is nog steeds groot. De piek is inmiddels bereikt en er treedt een langzame daling van de arbeidsmarktkrapte in, maar blijft vooralsnog steken op “zeer krap” en hoewel er iets meer lucht ontstaat zal de markt waarschijnlijk ook op de langere termijn structureel “krap” blijven. Alleen agrarische en creatieve beroepen zijn minder krap geworden. Naast de spanningsindicator heeft het UWV ook een indicator voor “structureel kansrijke beroepen”: beroepen die al meer dan 4 jaar als “kansrijk21” zijn gedefinieerd op basis van het aantal vacatures en het aantal werkzoekenden. Deze zijn minder conjunctuurgevoelig.
Momenteel is de arbeidsmarkt namelijk voor bijna alle beroepsgroepen krap. Wanneer de “spanningsindicator voor krapte” en het aantal “structureel kansrijke beroepen” wordt gecombineerd ontstaat respectievelijk (knelpunt hoog naar minder hoog) het volgende sectorale beeld voor Haaglanden: o ICT-beroepsgroep: met het hoogste aantal openstaande vacatures (2.200), de hoogst mogelijke score op de spanningsindicator (score 16: op een schaal van 0-16) en gegeven de relatief veel structureel kansrijke beroepen (#12), zijn “databank- en netwerkspecialisten” en “software en applicatieontwikkelaars” en in mindere mate “gebruiksondersteuning ICT” beroepsklassen waar enorm veel vraag naar is. Voorbeelden van structureel kansrijke beroepen binnen deze beroepsklassen zijn: ▪ ontwerpers & architecten ICT-systemen, programmeurs & developers ICT en securityspecialisten ICT. o Technische (bouw, industrie, techniek) beroepsgroep: deze beroepsgroep kent een groot aantal openstaande vacatures (2.950), wordt geclassificeerd als “zeer krap” (score 5) en heeft maar liefst 58 structureel kansrijke beroepen toegerekend gekregen. Er is een grote diversiteit binnen de technische beroepsgroep waardoor de score van 5 als geheel veel lager is dan de ICT-beroepsgroep (16), maar dus wel nog steeds zeer krap (score 416 valt binnen “zeer krap”).
Binnen deze diverse beroepsgroep springen er een aantal beroepsklassen uit, respectievelijk de spanningsindicator: Machinemonteurs (16); Productieleiders industrie en bouw (14); Productcontroleurs (13); Elektrotechnisch ingenieurs (12); Elektriciens en elektronicamonteurs (11); Ingenieurs (geen elektrotechniek) (9); Technici bouwkunde en natuur (9); Loodgieters en pijpfitters (8); Bouwarbeiders afbouw (7); Metaalbewerkers en constructiewerkers (7); Timmerlieden (7); Automonteurs (6). Voorbeelden van structureel kansrijke beroepen zijn: ▪ Bouw en installatie: Werkvoorbereiders en calculators bouw en installatietechniek, Elektriciens en installateurs/ monteurs elektrische installaties (incl. zonnepanelen en laadpalen), Loodgieters, installateurs/ monteurs gas, water, sanitair, verwarming (incl. warmtepompen)
21 Kansrijke beroepen worden geïdentificeerd op basis van de spanningsindicator (krap/zeer krap) en de verhouding CV’s op
werk.nl versus de vacatures. Zie: toelichting.
46
▪
o
o
o
o
Industrie en overig: Monteurs, elektriciens & installateurs, productieplanners en medewerkers technische dienst (elektro). ▪ Specifieke klimaatberoepen Gebouwde omgeving: Werkvoorbereiders en calculators bouw en installatietechniek, Ingenieurs werktuigbouwkunde, Elektriciens en monteurs elektrische bedrijfsinstallaties, Loodgieters, installateurs gawalo, Timmerlieden burgerlijke utiliteit, Tekenaars en constructeurs bouwkunde, Ingenieurs civiele techniek, Uitvoerders bouw en installatiewerk, Timmerlieden werkplaats en interieur ▪ Specifieke klimaatberoepen Energiesystemen: Ontwerpers, architecten, analisten ICT-systemen, Electriciens/installatiemonteurs E, Werkvoorbereiders en calculatoren bouw en installatie, Medewerkers technische dienst (elektrotechnisch), Netwerkspecialisten ICT, Projectleiders, adviseurs, ontwerpers en constructeurs grond-, weg- en waterbouw, Tekenaars bouwkunde en BIM modelleurs, Assemblagemonteurs, Ontwerpers en ingenieurs elektrotechnische installaties, Beleidsadviseurs ruimtelijke ordening / planologie. Zorg- en welzijnsberoepsgroep: zorg en welzijn scoort een 6 op de spanningsindicator (zeer krap), kent 2.100 openstaande vacatures en er zijn 9 structureel krappe beroepen bekend bij het UWV.
Hierbinnen vallen de volgende beroepsklassen op: gespecialiseerde verpleegkundigen (16), verpleegkundigen (mbo) (16), medische vakspecialisten (11), fysiotherapeuten (10), verzorgenden (6). Voorbeelden van structureel kansrijke beroepen zijn: ▪ Woonbegeleiders gehandicaptenzorg, verzorgenden IG, verpleegkundigen en huishoudelijk medewerkers. Bedrijfseconomische en administratieve beroepsgroep: de spanninsindicator staat op 7, hier zijn de meeste vacatures (6.950; maar dus ook relatief iets meer aanbod) en er zijn 9 structureel kansrijke beroepen. Beroepsklassen met veel krapte: Beleidsadviseurs (16), Financieel specialisten en economen (16) Transportplanners en logistiek medewerkers (16) Specialisten personeels- en loopbaanontwikkeling (13) Accountants (12) Boekhouders (10) Bedrijfskundigen en organisatieadviseurs (8) Directiesecretaresses (8). Voorbeelden van structureel kansrijke beroepen zijn: ▪ AA-, assistent- en registeraccounts, controllers, auditors & compliance officers en juristen Daarnaast zijn er binnen de overige beroepsgroepen zeer krappe beroepen, terwijl de beroepsgroep als gehaal minder als zeer krap te classificeren is. Ook zijn er binnen deze beroepsgroepen minder structureel kansrijke beroepen vergeleken met bovengenoemde.
De volgende krappe beroepen / structureel kansrijke beroepen vallen daarbinnen op: Managers: Mangers detail- en groothandel, ICT, productie, zorginstellingen; Bestuur, Veiligheid, Juridisch: Overheidsbestuurders, Juristen en Overheidsambtenaren, Beleidsadviseurs ruimtelijke ordening/ planologie (beroepsklasse); Pedagogische beroepen: Leerkrachten basisonderwijs en docenten vo en mbo voor zowel taalkundige als exacte vakken; Docenten hoger onderwijs en hoogleraren ; Docenten beroepsgerichte vakken secundair onderwijs; Commerciële beroepen: Adviseurs marketing, public relations en sales, Medewerkers klantcontact/ klantenservice; Dienstverlenende beroepen: Keukenhulpen, Kelners en barpersoneel, Medewerkers fastservice (in o.a. snackbars, ijssalons, lunchrooms), Verkoopmedewerkers woninginrichting (keukens/ badkamers); Transport en logistiek beroepen: Vuilnisophalers en dagbladenbezorgers, Vrachtwagenchauffeurs. Wat betreft creatieve en taalkundige beroepen en agrarische beroepen is de krapte minder hoog en is deze iets afgenomen. 47
3.2 Krappe en kansrijke beroepen
Bron: UWV, https://www.werk.nl/arbeidsmarktinformatie/datasets
Structureel kansrijke beroepen Haaglanden
Bron: UWV, Regionale nieuwsflits, januari 2023
48
Beroepsgroepen met hoge spanningsindicator* (krapte) Haaglanden Q3 2022; inclusief aantal vacatures, aantal Structureel Kansrijke Beroepen (SKB) en voorbeelden van Structureel Kansrijke Beroepen (SKB) Beroepsklasse /-groep ICT beroepen
Spanning Vacatures SKB 16,0
2200
Databank- en netwerkspecialisten
16,0
700
Software- en applicatieontwikkelaars
16,0
1150
Gebruikersondersteuning ICT
8,8
350
Technische beroepen
4,9
2950
Machinemonteurs
16,0
300
Productieleiders industrie en bouw
13,5
150
Productcontroleurs
12,6
50
Elektrotechnisch ingenieurs
12,2
150
Elektriciens en elektronicamonteurs
11,0
350
Ingenieurs (geen elektrotechniek)
9,3
350
Technici bouwkunde en natuur
8,9
350
Loodgieters en pijpfitters
7,9
100
Bouwarbeiders afbouw
7,2
100
Metaalbewerkers en constructiewerkers
7,1
50
Timmerlieden
6,5
100
Automonteurs
6,4
100
6,0
2100
Gespecialiseerd verpleegkundigen
16,0
250
Verpleegkundigen (mbo)
16,0
200
Medisch vakspecialisten
10,7
100
Fysiotherapeuten
10,2
100
Verzorgenden
6,3
350
Zorg en welzijn beroepen
Bedrijfseconomische en administratieve beroepen
7,4
5950
Beleidsadviseurs
16,0
750
Financieel specialisten en economen
16,0
250
Transportplanners en logistiek medewerkers
16,0
700
Specialisten personeels- en loopbaanontwikkeling
13,3
450
Accountants
11,5
350
Boekhouders
9,6
400
Bedrijfskundigen en organisatieadviseurs
8,1
450
Directiesecretaresses
7,9
600
6,6
2150
Managers detail- en groothandel
15,7
200
Managers ICT
15,3
350
Managers productie
15,2
150
Managers zorginstellingen
11,7
50
Managers gespecialiseerde dienstverlening
6,9
50
Managers logistiek
6,8
200
9,1
850
Overheidsbestuurders
13,2
50
Juristen
12,4
300
Managers
Openbaar bestuur, veiligheid en juridische beroepen
Voorbeelden SKB
12 Ontwerpers & architecten ICT-systemen, programmeurs & developers ICT en securityspecialisten ICT
58
Bouw en installatie: Werkvoorbereiders en calculators bouw en installatietechniek, Elektriciens en installateurs/ monteurs elektrische installaties (incl. zonnepanelen en laadpalen), Loodgieters, installateurs/ monteurs gas, water, sanitair, verwarming (incl. warmtepompen) Industrie en overig: Monteurs, elektriciens & installateurs, productieplanners en medewerkers technische dienst (elektro)
9 Woonbegeleiders gehandicaptenzorg, verzorgenden IG, verpleegkundigen en huishoudelijk medewerkers.
9
AA-, assistent- en registeraccounts, controllers, auditors & compliance officers en juristen
<9
Managers ICT, Productie, Logistiek; afdelingsmanager detailhandel
<9
Beleidsadviseurs ruimtelijke ordening/ planologie
49
Overheidsambtenaren
10,3
300
Commerciële beroepen
7,1
2300
Adviseurs marketing, public relations en sales
9,7
750
Callcentermedewerkers outbound en overige verkopers
7,5
400
Vertegenwoordigers en inkopers
7,0
450
Verkoopmedewerkers detailhandel
6,0
500
6,4
800
Leerkrachten basisonderwijs
14,0
150
Docenten hoger onderwijs en hoogleraren
13,2
100
Docenten beroepsgerichte vakken secundair onderwijs
9,3
50
Docenten algemene vakken secundair onderwijs
6,2
150
Leidsters kinderopvang en onderwijsassistenten
6,0
250
5,2
1650
Keukenhulpen
12,6
250
Kelners en barpersoneel
10,3
550
Transport en logistiek beroepen
5,1
1250
Vuilnisophalers en dagbladenbezorgers
12,8
100
Vrachtwagenchauffeurs
10,7
300
2,6
250
5,3
50
1,3
200
1,8
50
Pedagogische beroepen
Dienstverlenende beroepen
Creatieve en taalkundige beroepen Journalisten
Agrarische beroepen Land- en bosbouwers
<9 Medewerkers klantcontact/ klantenservice
<9 Leerkrachten basisonderwijs en docenten vo en mbo voor zowel taalkundige als exacte vakken
<9
Medewerkers fastservice (in o.a. snackbars, ijssalons, lunchrooms); Verkoopmedewerkers woninginrichting (keukens/ badkamers)
<9
Vrachtwagenchauffeurs
<9
(Voorman) hoveniers/ groenonderhoud, boomverzorgers, greenkeepers
*De indeling en typering van de spanningsindicator is als volgt:
Bron: UWV: https://www.werk.nl/arbeidsmarktinformatie/datasets; Regionale nieuwsflits, januari 2023
50
Lerarentekort primair onderwijs Den Haag, Den Haag in Cijfers 1 okt 2022
Lerarentekort primair onderwijs Den Haag, Den Haag in Cijfers 1 okt 2022
51
3.3 Klimaatberoepen Gebouwde omgeving Nederland
Bron: UWV (2022): Klimaatbanen in de gebouwde omgeving Vactures Haaglanden 3e kwartaal
openstaand
Ontstaan
8.000
8.000
6.000
6.000
4.000
4.000
2.000
2.000
0 Haaglanden
Groot Amsterdam 2021
Midden-Utrecht
Rijnmond
0 Haaglanden
2022
Groot Amsterdam
Midden-Utrecht
ontstaan 2021
ontstaan 2022
Rijnmond
Bron: UWV (2022)
52
Energiesysteem Nederland
Bron: UWV (2022): Klimaatbanen in energiesystemen Vacatures Haaglanden 3e kwartaal
Openstaand
Ontstaan
14.000
14.000
9.000
9.000
4.000 -1.000
4.000 Haaglanden
Groot Midden-Utrecht Amsterdam
openstaand 2021
openstaand 2022
Rijnmond
-1.000
Haaglanden
Groot Amsterdam Midden-Utrecht ontstaan 2021
Rijnmond
ontstaan 2022
Bron: UWV (2022)
53
4 Toekomst 4.1 Analyse Prognoses arbeidsmarkt - Voor het volledige beeld is het goed om bovenstaande te vergelijken met de verwachtingen voor de nabije toekomst. Zijn bovenstaande beroepen en bijhorende opleidingen ook krap/kansrijk in de komende periode voor 2030? Hiervoor maken we ten eerste gebruik van de Arbeidsmarktprognose ROA 2021-202622 voor Nederland als geheel. Deze is (vooralsnog) niet beschikbaar voor (de regio) Den Haag. Daarnaast zijn er regionale arbeidsmarktprognoses voor specifieke beroepsgroepen zoals het Prognosemodel Zorg en Welzijn die door ABF Research23 is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van VWS en Prognoses primair en secundair onderwijs door Centerdata24 in opdracht van het ministerie van OCW. - Op basis van de Arbeidsmarktprognose ROA 2021-2026 komt als eerste naar voren dat er minder economische groei zal zijn dan in de voorgaande jaren (overeenkomstig het beeld hiervoor geschetst beeld in voorliggende arbeidsmarktscan). De vergrijzing zorgt voor veel uitstroom en vormt zelfs een rem op de economische groei. Tussen 2021 en 2026 worden 2,3 miljoen baanopeningen verwacht, maar liefst 80% van de baanopeningen ontstaat doordat mensen de arbeidsmarkt verlaten, met name voor pensionering en een deel (tijdelijk) als gevolg van arbeidsongeschiktheid.
De overige vraag wordt veroorzaak door economische groei en dynamiek (baancreatie en baanvernietiging). De derde factor is instroom: die is vaak beperkt. - Met name de knelpunten in onderwijs, de zorg, ICT en techniek blijven groot, ook dit komt overeen met de huidige krappe en structureel kansrijke beroepen zoals eerder beschreven. Veiligheid en openbaar bestuur springt er ook uit. Specifieke beroepen waar veel (of nog meer) knelpunten ontstaan zijn voor onderwijs: docenten, leidsters kinderopvang en onderwijsassistenten; ICT en techniek: Specialisten ICT, Ingenieurs wis-, natuur- en technische wetenschappen, vakspecialisten natuur en techniek, voedselverwerkende beroepen en overige ambachten, elektriciens en elektromonteurs; zorg: Artsen, therapeuten en gespecialiseerd verpleegkundigen, Sociaal werkers, groeps- en woonbegeleiders, Vakspecialisten gezondheidszorg, Specialisten op maatschappelijk gebied; Veiligheid en openbaar bestuur: Beveiligingswerkers, Overheidsambtenaren en -bestuurders, Juristen. - Er is een tweedeling binnen de technische beroepen in knelpunten: voor de bouwberoepen worden na 2026 geen knelpunten meer verwacht, voor de overige beroepen in de techniek wel. De reden is de conjunctuurgevoeligheid van de bouw.
Er is flink wat tegenwind zoals de terugvallende woningmarkt, stikstofproblematiek, hoge bouwprijzen, tekort aan grond, complexe projectontwikkeling en capaciteitsproblemen bij gemeenten om de aanvragen te verwerken. Bouwbedrijven hebben daarentegen nog goed gevulde orderboeken en de verduurzamingsopgave van vastgoed wordt versneld door de hoge energieprijzen.25 De vraag naar technici vanuit de energietransitie vaak specifiek van technische aard en specifiek voor enkele bouwberoepen (zie verderop meer over specifieke vraag als gevolg van energietransitie). Opvallend is dat vooruitzichten voor opleidingen in de bouw aanzienlijk gunstiger zijn dan voor beroepsgroepen in de bouwnijverheid. De reden hiervoor is dat gediplomeerden met een bouwopleiding niet alleen in de bouw gaan werken, maar ook in andere sectoren en in de huidige prognoses is er ook vraag naar deze personen vanuit deze andere sectoren (zoals de industrie en
22 https://cris.maastrichtuniversity.nl/ws/portalfiles/portal/65781455/ROA_R_2021_5_ANOB2026.pdf ;
https://www.nwo.nl/projecten/405-17-900-0 23 https://www.prognosemodelzw.nl/ 24 Centerdata (2022) 25 https://www.ing.nl/zakelijk/sector/building-and-construction/outlook-bouw
54
-
-
-
handel). Er worden weinig knelpunten voor economische en administratieve en commerciële beroepen verwacht. Over het algemeen geldt dat de arbeidsmarktperspectieven voor hoger opgeleiden gunstiger zijn dan voor lager opgeleiden. Specifiek ten aanzien van Zorg- en Welzijnsberoepen zien we op basis van het het tekort (verschil tussen vraag en aanbod) in Haaglanden oplopen van -400 in 2024, -2.200 in 2028 tot 3.500 in 2031. Met de grootste toename (dus niet per se tekort) in de branches: Verpleging en verzorging, thuiszorg, kinderopvang, gehandicaptenzorg en overige zorg en welzijn. o Verplegingen, verzorging en thuiszorg: zoals verzorgende (niveau 3), zorghulp (niveau 1), verpleegkundige (niveau 4), verlos- en verpleegkundige (niveau 6), helpende zorg & welzijn (niveau 2) o Welzijn: zoals pedagogisch werker (niveau 3,4), pedagogiek (niveau 6,7), maatschappelijke hulp en dienstverlening (niveau 6,7), sociaal maatschappelijke dienstverlening (niveau 4) medewerker maatschappelijke zorg (niveau 3, 4) Primair onderwijs: veel groei van banen, veel uitstroom en te weinig instroom om aan groei van banen te voldoen. Den Haag springt er landelijk uit vanwege het grote verwachte tekort. Secundair onderwijs: ook hier springt Den Haag er landelijk gezien het grote tekort in de prognoses.
Wat betreft de vakgebieden wijzen de landelijk prognoses de grootste tekorten aan voor natuur en techniek (Informatica, Natuurkunde, Scheidkunde en Wiskunde) en leraren talen (Nederlands, Duits, Frans en Klassieke talen). Voortgezet onderwijs: o De instroom vanuit het onderwijs bedraagt naar verwachting 1,6 miljoen instromers tot 2026, volgens het ROA prognosemodel. Opleidingen met de beste perspectieven bevinden zich vooral in techniek, bouw en zorg. ▪ MBO3: Laboratorium en gezondheidstechniek, landbouw en dierverzorging, mediatechniek ▪ MBO4: Bouw en infrastructuur, werktuigbouwkunde en metaalbewerking, elektro- en installatietechniek ▪ Bachelor: Elektrotechniek, Werktuigbouwkunde, Bouwkunde, Civiele techniek en architectuur ▪ Master: Werktuigbouwkunde, taal en cultuur, (dier)geneeskunde en tandheelkunde
Energie- en circulaire transitie -
-
26
Grote investeringen ten behoeve van het Klimaatakkoord zullen gevolgen hebben voor de arbeidsmarkt. Het PBL en ROA (2022)26 berekenden deze gevolgen onlangs voor twee scenario’s op basis van een inschatting van de meer-investeringen die nodig zijn voor het behalen van het reductiedoel uit het akkoord: de uitstoot van broeikasgassen van 49 procent in 2030 en 95 procent in 2050 ten opzichte van het niveau in 1990. De twee scenario’s bestaan uit een additioneel en een budgetneutraal scenario. Additioneel betekent dat de investeringen boven op de huidige investeringen komt, dus dat het totale budget, dat wil zeggen het budget van alle bedrijven, huishoudens en de overheid samen, voor bestedingen in Nederland stijgt. Dat is bijvoorbeeld het geval als bedrijven en huishoudens meer gaan lenen en/of als de overheid ervoor kiest om het begrotingstekort in deze periode op te laten lopen. Het tweede scenario veronderstelt budgetneutraliteit: de investeringen die in de komende vijf jaren als gevolg van het klimaatbeleid plaatsvinden leiden dan tot een verschuiving in het bestedingspatroon van bedrijven, huishoudens en de overheid. De klimaatinvesteringen gaan dus ten koste van andere bestedingen. Dat betekent ook dat in andere sectoren de werkgelegenheid zal teruglopen.
Bron: PBL/ROA (2022); Inzicht in arbeidsmarktknelpunten voor de uitvoering van het klimaatbeleid
55
-
-
-
-
-
-
Investeringen die worden doorberekend zijn bijvoorbeeld: energienetwerken, duurzame mobiliteit, landbouw (warmte), energiebesparing industrie, gebouwde omgeving, hernieuwbare energieproductie, fossiele energieproductie (desinvesteringen). Zowel in het scenario additioneel als budgetneutraal ontstaat een extra vraag in de sectoren: machine-, apparaten en metaalindustrie, bouwnijverheid, specialistische en overige zakelijke diensten. In de budgetneutrale variant zal de vraag door verschuiving van investeringen afnemen in de detailhandel, horeca, informatie en telecommunicatie, financiële diensten, cultuur, sport en recreatie en overige dienstverlening. Dat komt omdat huishoudens en bedrijven minder geld overhouden voor bijvoorbeeld kleding, uit eten gaan en dure telefoons. In Zuid-Holland zal het aantal banen door de investeringen in de klimaatdoelen in het additionele scenario met zo’n 15.000 toenemen en in het budgetneutrale met zo’n 2.500 afnemen tot 2026. Opvallend is dat in beide scenario’s extra vraag ontstaat naar (beroepen): o Technische beroepen waar zonder investeringen in klimaatdoelen al veel knelpunten verwacht werden tot 2026: zoals elektrotechnische ingenieurs, ingenieurs (geen elektrotechniek), technici bouw en natuurkunde, elektriciens en elektronicamonteurs.
o Ambachtsberoepen waar enige tot geen knelpunten verwacht werden, maar door de investeringen in klimaatdoelen wel knelpunten ontstaan: met name Automonteurs, Metaalbewerkers en constructiewerkers, Productiemachinebedieners, Lassers en plaatwerkers Verschil tussen de scenario’s wat beroepen betreft is daarnaast dat in het additionele scenario in bijna alle beroepen knelpunten ontstaan – naast voorgenoemde ook Zakelijke diensten en ICT en in mindere mate zorg en overheid – en in het budgetneutrale scenario enkel in bovengenoemde – door de verschuiving van investeringen ontstaan daar meer baanopeningen en in andere sectoren juist minder. Opvallend is dat in beide scenario’s extra arbeidsmarktperspectief ontstaat voor (opleidingen): o Techniek, bachelor/master: met name Werktuigbouwkunde (M en B), Bouwkunde, civiele techniek, en architectuur (M en B) o Techniek, MBO: met name Werktuigbouwkunde en metaalbewerking (n4, n3), Bouw en infra (n4), Elektro en installatietechniek (n4, n3).
o ICT, MBO: met name Techniek en ICT (n2) Verschil tussen de scenario’s wat beroepen betreft is daarnaast dat in het additionele scenario in bijna alle opleidingen het arbeidsmarktperspectief verbetert – naast voorgenoemde ook Economie en maatschappij en ICT en in mindere mate Zorg, onderwijs, dienstverlening – en in het budgetneutrale scenario enkel in bovengenoemde – door de verschuiving van investeringen ontstaat daar extra arbeidsmarktperspectief en in andere sectoren juist minder.
Digitalisering, automatisering en robotisering -
Door verdergaande digitalisering, automatisering en robotisering verdwijnen bepaalde taken die eerder door mensen werden gedaan. Maar tegelijkertijd ontstaan er door nieuwe technologie ook aanzienlijk veel nieuwe taken voor werkenden. Per saldo komen er ongeveer evenveel taken voor werkenden bij als dat er verdwijnen (CPB, 2023)27: o De toepassing van technologie betekent vaak dat het inkomensaandeel binnen een sector afneemt: een deel van de arbeidskosten wordt vervangen door (minder kosten voor) automatisering. o Tegelijkertijd komen er door de toepassing van technologie nieuwe taken bij. o In veel sectoren neemt per saldo het inkomensaandeel van arbeid af: vooral in de bouw, de detailhandel, de horeca en de financiële dienstverlening de automatisering groter is dan de creatie van nieuwe taken voor werkenden.
27 CPB (2023): Technologie, de arbeidsmarkt en de rol van de overheid
56
o
-
-
Tegelijkertijd nemen de uitgaven voor werkenden in arbeidsintensieve sectoren toe: het aantal taken dat door arbeid wordt verricht is juist toegenomen in het onderwijs, zorg en zakelijke dienstverlening. o Op macroniveau is het inkomensaandeel van werkenden daarom relatief stabiel, en daarmee ook het saldo van taken voor werkenden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de VS, waar het inkomensaandeel sinds medio jaren 90 van de vorige eeuw trendmatig lijkt te dalen. o En tegelijkertijd is de productiviteitsgroei relatief laag. De oorzaak hiervan zijn de hiervoor genoemde relatief grote arbeidsintensieve sectoren in Nederland die ook relatief steeds groter worden (zoals onderwijs en zorg). In andere sectoren, zoals elektriciteits- en gassector, elektronica en de financiële dienstverlening, is veel nieuwe technologie toepast en is de productiviteit sterk gegroeid. o Ten aanzien van beleid concludeert het CPB (2023, p1): “Beleid kan de samenwerking tussen mens en machine verder verbeteren. Enerzijds door het stimuleren van technische en sociale vaardigheden in het initieel onderwijs en het stimuleren van leven lang ontwikkelen door werkenden.
Anderzijds door het stimuleren van nieuwe technologie die nieuwe taken voor werkenden oplevert en het voorkomen van excessieve automatisering die werkenden vervangt.” Het ontstaan en verdwijnen van taken is niet gelijk verdeeld over groepen op de arbeidsmarkt, vooral het middensegment is in de gevarenzone (CPB, 2015 & 2023). Met name routinematige taken zijn verdwenen. o Routinematige taken zijn daarbij gedefinieerd als taken die ook door een computergestuurde technologie gedaan kunnen worden Sinds het begin van de 21e eeuw is het aandeel routinematige taken in Nederland afgenomen met ruim 7 procentpunt. o Zowel “routinematig cognitief (bijvoorbeeld een boekhouder)” als “routinematig handmatig (bijvoorbeeld een fabrieksmedewerker)” is afgenomen. o Veel van de beroepen met routinematige taken bevinden zich in het middensegment van de loonverdeling op de arbeidsmarkt (denk aan financiële dienstverlening). Het middensegment wordt daarom bovenmatig blootgesteld aan automatisering. Vooral de bovenkant heeft geprofiteerd van het ontstaan van nieuwe taken (zoals data science en management), en in mindere mate ook de onderkant (persoonlijke dienstverlening). De zorgsector: in lijn met voorgaande beschreven prognoses verwacht Gupta (2022) grote tekorten in de zorg: in 2031 verwachten zij een tekort van bijna 100.000 werknemers in ziekenhuis- en ouderenzorg.
Medische technologie heeft potentie bij het oplossen van het personeelstekort. Alleen al bestaande technologie zou 110.000 zorgmedewerkers vrij kunnen spelen, meer dus dan het verwachte tekort in 2031. Wel zijn er implementatieproblemen in Nederland: het ontbreken van urgentiegevoel, kennis, schaalgrootte en financiële prikkels. o Technologie kan preventief werken door zorg te voorkomen en het kan veel taken van zorgpersoneel verlichten en versnellen waardoor tijd wordt vrijgespeeld. Voorbeelden in de verschillende categorieën van medische technologie zijn: ▪ Medische apparaten en hulpmiddelen: hoortoestellen, slimme verbandmiddelen, MRI-scanners ▪ Mobiele communicatie en telehealth: Intercollegiaal consult op afstand, telemonitoring bij (chronisch) zieken, videoconsult (via videobellen) ▪ Internet-of-Things: biosensoren, robotica, wearables. ▪ Artificial Intelligence: analyseren medische beeldvorming, chatbots, realtime prioritering en triagering ▪ Registratie van informatie: online registratie, planning & capaciteitsmanagement, spraakgestuurd rapporteren. 57
-
-
Uit onderzoek van TNO (2022) naar dagstructuur- en multifunctionele robots in verpleeghuis- en thuiszorg blijkt dat robots vooralsnog weinig worden toegepast en dit ook de komende 5 jaar niet wordt verwacht; en dat ze nu nog weinig werk besparen, het werk ook nog niet verlichten en dat ze (techno)stress veroorzaken bij mensen met een baan onder tijdsdruk. Er wordt de komende 5 jaar meer verwacht van datasystemen op basis van het Elektronisch Patientdossier (EPD) en/of het werken met sensoren en domotica. Daarnaast spreekt zorgpersoneel over sociale- en huishoudrobots maar die hebben geen duidelijke plaats in de discussie over robots. Ook in dit onderzoek komen de hierboven genoemde implementatieproblemen naar voren: veel zorgpersoneel, met name die al langer in de zorg werken en lager opgeleiden, zijn kwetsbaar in het adoptieproces. Daartegenover staat een kleine groep Early-adopters en Techno-adapten die positief worden geactiveerd in het werken met robots. Brede onderwijsvernieuwing op digivaardigheden is noodzakelijk waarbij MBO de meeste aandacht nodig heeft en er moet een digitale mindset worden gecreëerd onder zorgmedewerkers anticiperend op de digitale toekomst. De onderwijssector: er bestaat nog weinig duidelijkheid over de potentie van technologie in het onderwijs in relatie met de tekorten in het arbeidsaanbod.
o In een Kamerbrief over lerarentekort pleiten Dennis Wiersma en Robbert Dijkgraaf voor het op tafel leggen van onorthodoxe maatregelen voor de aanpak van het lerarentekort. Eén van de aspecten daarin is het beter benutten van techniek en digitalisering. Een veel genoemd argument, ook in andere studies, is dat door de ondersteuning van techniek en automatisering leraren meer tijd hebben om zich te richten op activiteiten waar persoonlijk contact centraal staat. Dat kan helpen om taken te verlichten en tegelijkertijd de kwaliteit te verbeteren door persoonlijk contact. Of het ook bijdraagt aan de oplossing van het lerarentekort blijft onduidelijk. o De onderwijsraad constateert dat intelligente technologie kan helpen, soms ter aanvulling van de leraar/docent of ter vervanging. Echter, eerdere toepassingen van intelligente technologie waren vooral gericht op vervanging van de leraar of docent en een-op-een-instructie, terwijl veel van de huidige toepassingen zijn bedoeld om leraren en docenten die klassikaal lesgeven aan te vullen dan wel te ondersteunen, of onder hun begeleiding leerlingen en studenten zelfstandig laten te werken. Technologie dient dan dus meer ter ondersteuning en verrijking. o Tijdens corona is veel geëxperimenteerd met hybride onderwijs28. De potentie van hybrid en blended learning als bijdrage aan het lerarentekort is er.
Hybride onderwijs is onderwijs dat op een mix van locaties wordt verzorg, school, thuis, of op de stage- of werkplek. Augmented reality (AR), zoals een simulatie-app op natuurkundeproefjes uit te voeren, Virtual Reality (VR), zoals een VR-toeapassing in een techniekles, en Artificial Intelligence (AI), zoals een spraakanalysetool in webconferencing of een chatbot, kunnen dit proces versnellen en verbeteren. Obstakels zitten er in het vinden van een goed afwegingskader tussen de inzet van technologie versus persoonlijk contact en toezicht, dat laatste zal meer een obstakel zijn naarmate de leerling jonger is (primair onderwijs).
Internationalisering - Op dit moment lopen er onderzoeken naar de internationalisering van de arbeidsmarkt in opdracht van de gemeente. Zodra de resultaten bekend zijn worden deze benut bij het analyseren en bijsturen van bestaand en het ontwerpen van nieuw beleid. - Algemeen beeld is dat de Haagse expat zoals we die 5 à 10 jaar geleden kenden eerder uitzondering dan regel is: deze is niet meer per definitie de “veel verdienende diplomaat”, “highly skilled worker”, uitgezonden door een grote organisatie waarvoor alles is geregeld bij aankomst, zoals huisvesting en scholing en opvang voor de kinderen. Of aan de andere kant van het 28 https://www.kennisnet.nl/publicaties/de-toekomst-van-technologie-in-hybride-onderwijs/
58
-
-
-
-
-
spectrum de statushouder of laagopgeleide arbeidsmigrant. Een steeds grotere verscheidenheid vestigt zich vanuit het buitenland in Den Haag, ook “startup founders”, internationale studenten (die zich na studie langer of permanent vestigen), de EU-middenklasse en middelbaar opgeleide arbeidsmigranten, onder meer versterkt door de krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt. Dit type (kennis)werker doet meer dan de traditionele expat een beroep op algemene voorzieningen, zoals die op de woningmarkt, primair onderwijs voor de kinderen en kinderopvang, in plaats van specifieke expatwoningen, internationaal onderwijs en andere voorzieningen binnen de “expat community”. Dit zorgt ook voor een extra vraag naar onderwijs en kinderopvang en een andere en bredere vorm van dienstverlening bij de gemeente. De bevolkingsgroei door buitenlandse migratie is bovendien in toenemende mate vlottend. Dat houdt in dat mensen vaker tijdelijk in de stad of een wijk verblijven, en dat naast hun doel te migreren naar Den Haag ook hun verblijfsduur varieert (WRR, Samenleven in Verscheidenheid, 2020). Het aantal buitenlandse studenten neemt toe. In dit kader is van belang het lopende debat hierover te benoemen.
In een in april 2023 verwachte Kamerbrief van Minister Dijkgraaf over internationalisering beschrijft de minister met welke maatregelen hij de instroom van internationale studenten in de toekomst wil beheersen. Mogelijk omvatten die maatregelen beperkte en gerichte werving van internationale studenten voor opleidingen die zich richten op regionale tekortsectoren in de zorg, de bètatechniek en het onderwijs. Daarbij verwacht Dijkgraaf van de onderwijsinstellingen een inspanning om deze internationale studenten te faciliteren na afstuderen hun weg te vinden naar de Nederlandse arbeidsmarkt in deze tekortsectoren. Hoewel het aantal buitenlandse studenten vanuit alle landen toeneemt in Nederland, neemt het aantal vanuit Europa sneller toe dan vanuit buiten Europa. Alleen het aantal studenten uit de UK neemt na de Brexit minder snel toe. De provincie Zuid-Holland kent de meeste internationale studenten. In Den Haag was in 2021 15% van de studenten afkomstig uit het buitenland. Procentueel gezien zijn de meeste internationale studenten op Hogescholen te vinden bij de studiecategorie Taal en Cultuur. In absolute termen is dit Economie. Op Universiteiten is procentueel het interdisciplinaire programma het meest populair. In absolute termen is dit gedragswetenschappen, economie en engineering.
Eén jaar na afstuderen woont nog zo’n 46% van de internationale alumni in Nederland, na 5 jaar is dit nog 24% (cohort afstudeerjaren 2006-2007 en 2015-2016). Er zijn vooral hoge stayrates voor onderwijs en techniek. Mogelijk ligt hier het verschil in kansen op de arbeidsmarkt aan ten grondslag. De hoogste stayrates na 5 jaar liggen bij educatie (84%), engineering (40%), natuurkunde (36%). In deze disciplines blijven dus relatief veel meer studenten dan in economie (21%) en gedragswetenschappen (17%), terwijl dit in absolute termen de meest gevolgde studierichtingen zijn. Voor het hoger onderwijs ziet de top 3 stayrates er als volgt uit: Educatie (54%), Engineering (30%), taal en cultuur (30%). Niet-Europese studenten blijven na afstuderen vaker in Nederland wonen, na vijf jaar woont 38% nog in Nederland. Van de Europese studenten is de stayrate een stuk lager: 19%. In absolute aantallen zijn er wel meer Europese blijvers (18.000) dan niet-Europese (15.000). Na 5 jaar werkt 73% van de internationale alumni, 5% studeert door en 21% werkt niet. In Den Haag ligt de participatiegraad op 76%. Na 5 jaar werkt van alle internationale afgestudeerden in Nederland 10% in de regio Haaglanden. De regio staat daarmee op plek twee, achter Amsterdam waar 30% werkt.
59
4.2 Vraag en aanbod Vooruitzichten ontwikkeling aantal werkenden, meest recent (tot 2026) en eerder (tot 2024)
Bron: ROA (2022): Arbeidsmarktprognose 2021-2026
Bron: ROA (2022): Arbeidsmarktprognose 2021-2026
60
4.2.1 Inzoomen: zorg en welzijn Verschil vraag en aanbod in de labels (rood)
Totaal zorg en welzijn 115.000 110.000 -3.500 -3.000
105.000
-2.200
-1.500
100.000
-2.700
-1.300
95.000 200
90.000 2021
-400 2022
-400
300
2023
2024
-800
2025
Arbeidsvraag
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Personeelsaanbod
Bron: https://www.prognosemodelzw.nl/ Aantal werknemers per branche 0
20000
40000
60000
80000
Verpleging en verzorging
Kinderopvang (incl. peuterspeelzaalwerk)
Thuiszorg
Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg
Overige zorg en welzijn
Gehandicaptenzorg
Geestelijke gezondheidszorg
Huisartsen en gezondheidscentra
Jeugdzorg
Universitair medische centra
Sociaal werk
100000
120000
2021
2031
Saldo
Bron: https://www.prognosemodelzw.nl/
61
Aantal zorgberoepen in 2021 en 2031 Zorgberoepen 25.000
20.000
15.000
11.700
9.100 8.000
10.000
4.800 4.600
5.000
2.200
0 Verzorgende (niveau 3)
Zorghulp (niveau 1)
Verpleegkundige (niveau Verlos- en verpleegkunde Helpende zorg & welzijn 4) (niveau 6) (niveau 2) 2021
Doktersassistent (niveau 4)
2031
Bron: https://www.prognosemodelzw.nl/ Aantal welzijnsberoepen in 2021 en 2031 Welzijnsberoepen 14.000 12.000 10.000 8.000
6.300 5.300
6.000 4.000
4.300
2.700
2.400
2.000
2.300 1.200
0
2021
1.200
800
700
500
2031
Bron: https://www.prognosemodelzw.nl/
Bron: Gupta (2022)
62
4.2.2 Inzoomen: onderwijs Primair onderwijs
Bron: Centerdata (2022) Relatieve onvervulde werkgelegenheid leraren primair onderwijs Zuid-Holland Noord
Bron: Centerdata (2022)
63
Prognose tekort aantal leraren primair onderwijs Den Haag (fte), Den Haag in Cijfers (DHIC)
Voortgezet onderwijs
Bron: Centerdata (2022)
64
Relatieve onvervulde werkgelegenheid leraren voortgezet onderwijs Zuid-Holland Noord
Bron: Centerdata (2022) Prognose tekort aantal leraren voortgezet onderwijs Den Haag (fte), Den Haag in Cijfers (DHIC)
Visuele weergave onverhulde werkgelegenheid voor leraren in Nederland naar vak: groen is laag tekort, rood is hoog tekort.
Bron: Centerdata (2022)
65
4.3 Digitalisering, automatisering en robotisering Binnen sectoren domineert automatisering van taken het ontstaan van nieuwe taken voor werkenden. Op macroniveau is het aantal taken voor werkenden echter stabiel doordat sectoren met veel arbeidsintensieve taken in omvang zijn toenemen – zoals zorg, onderwijs en zakelijke diensten-, met name in Nederland.
Bron: CPB (2023), Technologie, de arbeidsmarkt en de rol van de overheid
Aandeel routinematige vaardigheden binnen beroepen neemt af:
Bron: CPB (2023), Technologie, de arbeidsmarkt en de rol van de overheid
66
Het aandeel gewerkte uren van middenberoepen in de totale gewerkte uren neemt af: technologische verandering leidt tot polarisatie op de arbeidsmarkt:
Bron: CPB (2023), Technologie, de arbeidsmarkt en de rol van de overheid
Lager opgeleide personen volgen tijdens het werkzame leven minder vaak formeel in informeel onderwijs:
Bron: CPB (2023), Technologie, de arbeidsmarkt en de rol van de overheid
67
Infographic van de CPB-studie (2015) Baanpolarisatie in Nederland29
29 CPB (2015): Baanpolarisatie in Nederland
68
De zorgsector Illustratie dat medische technologie zorg voorkomt waardoor minder medewerkers nodig zijn én personeel ondersteunt om zorg efficiënter te leveren, waardoor minder medewerkers nodig zijn
Bron: Gupta (2022)
Definitie van medische technologie in Gupta (2022) onderzoek
Bron: Gupta (2022)
69
Case studie naar robots in de zorg door TNO:
Bron: TNO (2022)
Voorbeelden van de toepassing van intelligente technologie in het hybrid en blended learning Technologie
Voorbeeld toepassing
Artificial intelligence bron: Kennisnet
Virtual reality bron: Kennisnet
Augmented reality bron: Kennisnet
Elektronische leeromgeving (ELO) bron: Kennisnet Bron: Kennisnet.nl
70
4.4 Energietransitie
Bron: PBL/ROA (2022)
Bron: PBL/ROA (2022)
71
Bron: PBL/ROA (2022)
72
Bron: PBL/ROA (2022)
73
Bron: PBL/ROA (2022)
74
4.5 Internationalisering Op dit moment lopen er onderzoeken naar de internationalisering van de arbeidsmarkt in opdracht van de gemeente. Zodra deze bekend zijn zullen de resultaten worden benut bij het analyseren en bijsturen van bestaand en het ontwerpen van nieuw beleid. Algemeen beeld is dat de Haagse expat zoals we die 5 à 10 jaar geleden kenden eerder uitzondering dan regel is: deze is niet meer per definitie de “veel verdienende diplomaat”, “highly skilled worker”, uitgezonden door een grote organisatie waarvoor alles is geregeld bij aankomst, zoals huisvesting en scholing en opvang voor de kinderen. Of aan de andere kant van het spectrum de statushouder of laagopgeleide arbeidsmigrant. Een steeds grotere verscheidenheid vestigt zich vanuit het buitenland in Den Haag, ook “startup founders”, internationale studenten (die zich na studie langer of permanent vestigen), de EU-middenklasse en middelbaar opgeleide arbeidsmigranten, onder meer versterkt door de krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt. Dit type (kennis)werker doet meer dan de traditionele expat een beroep op algemene voorzieningen, zoals die op de woningmarkt, primair onderwijs voor de kinderen en kinderopvang, in plaats van specifieke expatwoningen, internationaal onderwijs en andere voorzieningen binnen de “expat community”.
Dit zorgt ook voor een extra vraag naar onderwijs en kinderopvang en een andere en bredere vorm van dienstverlening bij de gemeente. De bevolkingsgroei door buitenlandse migratie is bovendien in toenemende mate vlottend. Dat houdt in dat mensen vaker tijdelijk in de stad of een wijk verblijven, en dat naast hun doel te migreren naar Den Haag ook hun verblijfsduur varieert (WRR, Samenleven in Verscheidenheid, 2020) . Er is wel informatie over in de instroom van het aantal internationale studenten bij onderwijsinstellingen afkomstig van het Nuffic30. Let wel: gegevens over (internationale) studenten zijn op instellingenniveau, waardoor studenten aan nevenvestigingen van TU Delft en Universiteit Leiden in Den Haag worden toegeschreven aan Delft en Leiden en niet aan Den Haag. Om die reden tonen we ook het aantal internodiale studenten van de TU Delft en de Universiteit Leiden. Het aantal buitenlandse studenten in Nederland neemt toe. In dit kader is van belang het lopende debat hierover te benoemen. In een in april 2023 verwachte Kamerbrief van Minister Dijkgraaf over internationalisering beschrijft de minister met welke maatregelen hij de instroom van internationale studenten in de toekomst wil beheersen.
Mogelijk omvatten die maatregelen beperkte en gerichte werving van internationale studenten voor opleidingen die zich richten op regionale tekortsectoren in de zorg, de bètatechniek en het onderwijs. Daarbij verwacht Dijkgraaf van de onderwijsinstellingen een inspanning om deze internationale studenten te faciliteren na afstuderen hun weg te vinden naar de Nederlandse arbeidsmarkt in deze tekortsectoren.
30
https://www.nuffic.nl/taxonomy/term/109
75
Aantal (linker as staafdiagram) en aandeel (rechter as staafdiagram) internationale studenten aan en de verdeling over (cirkeldiagram) Haagse instellingen: Haagse Hogeschool (HHS), Hogeschool van de Kunsten (HvdK), Hotelschool The Hague (HTH) 17%
23% 60%
HHS
HvdK
HTH
Bron: Nuffic dashboard
Aandeel buitenlandse studenten per instelling 80%
67%
60% 40% 20%
31% 12%
0% HHS
HvdK
HTH
Aantal (linker as staafdiagram) en aandeel (rechter as staafdiagram) internationale studenten aan de Universiteit Leiden
76
Aantal (linker as staafdiagram) en aandeel (rechter as staafdiagram) internationale studenten aan de TU Delft
Bron: Nuffic dashboard
Aantal internationale studenten neemt sneller toe dan aantal binnenlandse studenten
Bron: Birch (2023) op basis van Nuffic, In: startup en scale-up monitor
77
Internationale studenten naar land van herkomst (cohort 2006-2007 en 2021-2022)
Bron: Nuffic dashboard
78
Bron: Nuffic (2022)
79
Bron: Nuffic (2022)
80
Bron: Nuffic dashboard
In welke regio internationale alumni werken na afstuderen?
Bron: Nuffic
81