CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS314740 Bijlage 1 Bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 geamendeerd gewijzigd vastgesteld

Commissie Ruimte 20 september 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsvoorstel: Bestemmingsplan Kop Assumburgweg36.634 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

4.10

Windhinder en bezonning

Als onderdeel van de toetsing voor stedenbouwkundige plannen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen worden de door de gemeenteraad vastgestelde normen voor windhinder en bezonning gehanteerd (RIS 170509). 4.10.1 Algemeen Indien het project niet voldoet aan de normen dan kan het project worden geweigerd dan wel desalniettemin worden besloten dat onder voorwaarden met de planontwikkeling wordt ingestemd. Naast bezonning en wind weegt de gemeente immers nog vele andere aspecten af zoals architectonische vormgeving, functies, verkeer, parkeren, financiën, volkshuisvesting, sociale veiligheid etcetera. Onderdeel van de afweging is ook dat er voorwaarden (financieel en materieel) kunnen worden opgelegd aan de initiatiefnemer om maatregelen te nemen aan de vormgeving van het project en/of in de openbare ruimte met het oog op de reductie van windhinder. Overeenkomstig de nieuwe Wet ruimtelijke ordening kunnen deze eisen worden vastgelegd in een grondexploitatieplan of in een overeenkomst met de initiatiefnemer. De gemeente heeft als taak om al deze aspecten op een evenwichtige wijze tot gelding te laten komen. Het spreekt voor zich dat het aspect veiligheid/gevaar en een slecht klimaat bij wind een hard punt moet zijn. Indien hiervan toch wordt afgeweken dan moeten daarvoor zwaarwegende redenen zijn. De overige aspecten t.a.v.

wind en bezonning maken deel uit van de genoemde bredere afweging. Afwijking van die normen is in concrete gevallen mogelijk als de totale belangenafweging daartoe noopt.

88

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

4.10.2 Windhinder Van windhinder is sprake als gedurende een te groot aantal uren per jaar een bepaalde windsnelheid wordt overschreden. Dit treedt op rond hoge gebouwen wanneer er sprake is verhoogde windsnelheden, die het verblijf in de directe omgeving van deze gebouwen onaangenaam of zelfs gevaarlijk maken. In Nederland bestaat tot op heden geen wetgeving ter voorkoming van windhinder. Over het algemeen wordt gesteld dat voor gebouwen hoger dan 30 meter windonderzoek noodzakelijk is. De gemeente Den Haag sluit zich wat betreft beleid ten aanzien van windhinder aan op de NEN 8100. Hierin wordt aangegeven wanneer onderzoek naar wind bij bouwwerken nodig is, hoe het onderzoek moet worden uitgevoerd, aan welke eisen moet worden getoetst en hoe rapportage moet plaatsvinden. De gemeente Den Haag hanteert als ondergrens een 'matig' windklimaat. Een 'slecht' windklimaat wordt slechts bij hoge uitzondering en onder nadere voorwaarden toegestaan Windhinderonderzoek Uit het windhinderonderzoek (opgenomen in Bijlage 20 van de toelichting) wordt geconcludeerd en samengevat wat het te verwachten windklimaat zal zijn op en met name rondom het nieuwe bouwplan. Over het algemeen is in de omgeving van het bouwplan op loopniveau geen gevaarlijk windklimaat te verwachten. Ook op de verdiepingen van het bouwplan wordt geen gevaarlijk windklimaat verwacht.

In het onderzoek worden vijf gebieden onderscheiden: 1. Maaiveld: Rondom het bouwplan wordt grotendeels een goed windklimaat verwacht voor de activiteit‘ doorlopen’. Er zijn echter enkele plekken waar dit niet het geval is en waar deze activiteit als matig zal worden ervaren. Dit geldt met name ter plaatse van de commerciële ruimte onder de hoogste toren waar een horeca terras gepland staat. Gezien de functie is het aan te raden het windklimaat rondom de toren te verbeteren. Dit is bijvoorbeeld mogelijk door het plaatsen van bloembakken van ca. 1 meter hoog waarin een verdichte beplanting wordt aangebracht. Om een nog aangenamer windklimaat te realiseren, zullen aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden. Hierbij kan worden gedacht aan het plaatsen van windschermen; 2. Entreegebieden: Door de ligging en het terugspringen in de gevel is voor de entreegebieden van het bouwplan een redelijk tot goed windklimaat te verwachten; 3. Galerijen: Ter plaatse van de galerijen wordt een goed windklimaat verwacht voor de activiteit ‘doorlopen;. 4. Balkons: Het windklimaat op de balkons is door het besloten karakter over het algemeen redelijk tot goed; 5. Daktuin: Op de daktuin van de garage valt het windklimaat in klasse D. Zonder aanvullende maatregelen, zal de activiteit ‘zitten’ over het algemeen als matig worden ervaren.

4.10.3 Bezonning De realisatie van de herontwikkeling Kop Assumburgweg kan gevolgen hebben voor de schaduwwerking in de omgeving. Binnen Nederland worden er geen formele eisen gesteld aan de bezonning van woningen of andere bouwwerken. Gemeenten zijn dus vrij om hun eigen eisen te stellen aan de bezonning. Gemeente Den Haag sluit grotendeels aan op de 'lichte TNO-norm'. De Haagse bezonningsnorm gaat er vanuit dat de ondergrens op tenminste twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot 21 oktober, uitgaande van een zonhoogte die op meer dan 10 graden moet liggen. In afwijking van de lichte TNO-norm is in de Haagse norm de bezonning van gevels maatgevend, onafhankelijk van de plaats van de ramen. De Haagse bezonningsnorm is van toepassing op de omgeving van de te realiseren nieuwbouw en geldt voor bouwwerken vanaf een hoogte van 25 meter of indien de nieuwbouw ten minste 1,5 maal hoger is dan de gemiddelde hoogte van de omgeving. In het bezonningsonderzoek (opgenomen in Bijlage 21 van de toelichting) is inbeeld gebracht in hoeverre de realisatie van het bouwplan van invloed is op de bezonning van de omliggende bebouwing. Bij het onderzoek zijn betrokken: tekeningen van het bouwplan van de architect d.d. 25-03-2019; Actueel Hoogtebestand Nederland; foto’s van de directe omgeving van het bouwplan.

Op basis hiervan is een 3D-model van het te realiseren project en de omliggende bebouwing gemaakt.

89

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

Met behulp van dit 3D-model is de schaduwwerking van het bouwplan in kaart gebracht. In het onderzoek zijn de bestaande situatie en de nieuwe situatie met elkaar vergeleken. Er zijn geen wettelijk vastgelegde eisen voor de bezonning van openbare ruimten, woningen en dergelijke. In het Bouwbesluit zijn wel eisen opgenomen ten aanzien van het benodigde equivalente daglichtoppervlak voor woonfuncties. Hierbij wordt echter beoogd de toetreding van daglicht (en niet van direct zonlicht) te reguleren. Daarbij wordt echter geen rekening gehouden met de oriëntatie en de invloed van belemmeringen en dergelijke, welke zijn gelegen op andere percelen. In de gemeente Den Haag wordt bij de beoordeling van bestemmings- en bouwplannen gebruik gemaakt van de Haagse bezonningsnorm. De in deze norm gestelde eisen zijn als volgt: woningen dienen ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag te hebben in de periode van 19 februari tot 21 oktober; in het onderzoek dient uitgegaan te worden van de maatgevende datum (19 februari).

Hierbij dient op het midden van de gevels het aantal mogelijke bezonningsuren op 0,75 m boven de vloer van de woonfunctie bepaald te worden; de uren dat de zon minder dan 10° boven de horizon staat, mogen niet meegerekend worden; de mogelijke bezonningsuren ter plaatse van verschillende gevels mogen bij elkaar worden opgeteld (hierbij worden zonuren waarbij meerdere gevels zon ontvangen niet dubbel gerekend); indien in de bestaande situatie minder dan twee bezonningsuren mogelijk zijn, is het niet toegestaan dat de mogelijke bezonningsduur in de nieuwe situatie afneemt; het onderzoeksgebied wordt beperkt tot maximaal driemaal de hoogte van het te realiseren project. Deze eisen gelden uitsluitend voor de bestaande omgeving van het te realiseren bouwplan en niet voor het bouwplan zelf. Tevens wordt de invloed van niet-bouwkundige elementen, zoals bomen, niet meegenomen in een bezonningsonderzoek. Conclusie Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat het realiseren van het bouwplan aan de Assumburgweg, Rechterenstraat en parallelweg Erasmusweg op de maatgevende datum (19 februari) bij enkele onderzochte maatgevende woningen een afname van de bezonning veroorzaakt. Deze afname ligt binnen de maximaal toegestane afname conform de eisen van de Haagse bezonningsnorm. Hiermee wordt aan de eisen uit de Haagse bezonningsnorm voldaan.

4.10.4 Trillingshinder onderzoek met reactie van de Omgevingsdienst Haaglanden Door ProRail is geadviseerd om gezien de afstand van de nieuwbouw tot het spoor de eventuele trillingshinder als gevolg van het treinverkeer nader te beschouwen. Conform de "Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen"van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, d.d. mei 2019, is een quick-scan trillingshinder uitgevoerd (Bijlage 24). De doelstelling van de quick-scan trillingshinder is het verkrijgen van een indruk van de mate waarin trillingshinder als gevolg van treinverkeer kan optreden in de toekomstige nieuwebouw. De conclusie uit de quick-scan is: De combinatie van de massa van de nieuwbouw, de paalfundering, de aanwezigheid van ondiepe dempende lagen in de ondergrond en de aanwezige (en te behouden) waterpartij, is reden genoeg om te kunnen veronderstellen dat de nieuwbouw geen hinder van trillingen door treinverkeer zal ondervinden. De beoordeling op de quick-scan van de Omgevingsdienst Het bouwplan bevindt zich op een afstand van minder dan 100 meter tot het spoor, waardoor een trillinghinder onderzoek in het kader van goede ruimtelijke ordening noodzakelijk is. Er zijn voldoende redenen om te concluderen dat er in de nieuwbouw geen hinder zal worden ondervonden van spoortrillingen.

Trillinghinder is echter een subjectieve beleving; in plaats hiervan zou het duidelijker zijn geweest als er uitspraak zou zijn gedaan of aan de streefwaarden voor nieuw- of bestaande bouw uit de SBR-richtlijn B kan worden voldaan. Aanpassing is wenselijk, doch niet noodzakelijk. De onderzochte bodemopbouw en het treinbeeld geven geen aanleiding voor nader onderzoek. In het ontwerp-bestemmingsplan "Kop Assumburgweg 2023" zijn geen bepalingen opgenomen met betrekking tot trillinghinder. De nieuwbouw is niet trilling gevoelig vanwege de massa en stijfheid van de fundering.

90

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

De uitkomsten van de quick-scan maken aannemelijk dat het realistisch is dat de streefwaarden uit de SBR-richtlijnen B niet worden overschreden.

91

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

92

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13701654/1