CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS314740 Bijlage 1 Bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 geamendeerd gewijzigd vastgesteld

Commissie Ruimte 20 september 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsvoorstel: Bestemmingsplan Kop Assumburgweg36.634 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Vanaf die datum zijn de venstertijden voor het vervoer van routeplichtige stoffen (zoals LPG en propaan) op de Utrechtsebaan en de Benoordenhoutseweg komen te vervallen. Doorgaand vervoer van routeplichtige stoffen is niet meer mogelijk behoudens voor het bevoorraden van de LPG-tankstations aan de Prof. B.M. Teldersweg en de Rijksstraat 447 (Wassenaar) door middel van een ontheffing. Buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking (Bevb) getreden. Voor nieuwe situaties is de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare objecten 10-6 per jaar; voor beperkt

66

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

kwetsbare objecten geldt dan een richtwaarde van 10-6 per jaar. Langs buisleidingen moeten belemmeringenstroken in acht worden genomen waarbinnen geen bebouwing (zowel boven- als ondergronds) of ondergrondse tanks zijn toegestaan. Daarnaast hanteert de Gasunie de Algemene VELIN voorwaarden voor grondroer- en overige activiteiten. De noodzaak voor het verantwoorden van het groepsrisico wordt beoordeeld op grond van de inventarisatieafstanden zoals deze zijn vastgelegd in bijlage 6 van het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen - Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen van maart 2010. Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico onderscheidt het Bevb situaties waarin een 'volledige' verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Er zijn twee situaties waarin volstaan, kan worden met een beperkte verantwoording: 1. Indien het bestemmingsplan betrekking heeft op het gebied tussen de 100% letaliteitszone en de 1% letaliteitszone van de buisleiding, of 2. Wanneer het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde (OW) bedraagt of het groepsrisico (uitgedrukt in relatie tot de OW) met minder dan 10% toeneemt en tevens onder de oriëntatiewaarde blijft.

Gemeentelijk beleid De Nota externe veiligheid Den Haag is op 27 juni 2013 door de gemeenteraad vastgesteld (raadsvoorstel, RIS259485 en besluitenlijst, RIS260481, onder E.1). De belangrijkste uitgangspunten zijn hieronder vermeld: 1. De gemeente richt zich op het vasthouden en bieden van ontwikkelingsmogelijkheden voor de bestaande bedrijvigheid en het ontwikkelen van nieuwe bedrijvigheid. 2. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op vier gebiedstypen: woongebieden, buitengebieden, gemengde gebieden, risicoarme bedrijventerreinen (inclusief buitengebieden) en bedrijventerreinen met risicovolle bedrijven/inrichtingen. 3. Bij nieuwe ontwikkelingen in woongebieden staat de veiligheid voorop. In woongebieden worden dan ook geen nieuwe risicobronnen van betekenis, zoals LPG-tankstations, toegelaten. 4. Op de bedrijventerreinen hanteert de gemeente een minder streng veiligheidsregime en is de komst van inrichtingen met enige risicobelasting (lichtere vorm van risicovolle bedrijven) onder voorwaarden mogelijk. 5. Bij externe veiligheidsknelpunten, besteedt de gemeente eerst aandacht aan bronmaatregelen om het risico te verkleinen. Pas daarna komen effectmaatregelen aan de orde.

In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen worden in de nota 3 niveaus onderscheiden met elk hun eigen ambitieniveau: Structuurvisieniveau: --> Veiligheidsgeïntegreerd ontwikkelen Bestemmingsplanniveau: --> Veiligheidsgeïntegreerd ordenen Bouwplanniveau: --> Veiligheid geïntegreerd ontwerpen Wanneer beoogde ruimtelijke ontwikkelingen een overschrijding van het groepsrisico tot gevolg kunnen hebben, wordt het gemeentebestuur in een vroeg stadium actief bij het proces betrokken. Er is een expliciet collegebesluit ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico waarbij de kosteneffectiviteit van maatregelen in beschouwing wordt genomen. Inventarisatie Uit de gegevens die beschikbaar zijn via de provinciale risicokaart blijkt dat binnen het plangebied en in de omgeving daarvan geen bedrijven zijn gelegen die vanuit het oogpunt van externe veiligheid relevant zijn. Er vindt binnen het plangebied of de omgeving daarvan geen vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor plaats. Ook zijn er binnen het plangebied geen buisleidingen gelegen voor het transport van gevaarlijke stoffen. Wel is er een aardgastransportleiding (W-059-06, diameter: 324 mm, druk: 40 bar) op 68 meter afstand (afstand aardgastransportleiding tot rand plangebied), aan de westtzijde van het plangebied gelegen. Onderstaande afbeelding geeft een indicatie van de ligging van de leiding.

67

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

Afbeelding 4.3.1: ligging leiding W-059-06 ten opzichte van het plangebied (bron: SPA WNP ingenieurs) Het plangebied ligt buiten de voor het groepsrisico relevante 100% letaalzone. Wel ligt het plangebied binnen de 1% letaalzone. Nader onderzoek naar het groepsrisico is zodoende noodzakelijk. Het plangebied is daarnaast op circa 3 kilometer van de rijkswegen A4 en A12 gelegen. Deze wegen zijn in de regeling Basisnet opgenomen. Nader onderzoek In opdracht van Stebru heeft SPA WNP ingenieurs nader onderzoek uitgevoerd (zie ook hoofdstuk 3 in Bijlage 4 bij de toelichting). Plaatsgebonden risico Uit de berekeningen blijkt dat de buisleiding geen plaatsgebonden risicocontour 10-6 heeft. Het plaatsgeboden risico vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Groepsrisico Uit de berekeningen volgt dat ter plaatse van het plangebied de oriëntatiewaarde van het groepsrisico in de huidige- en toekomstige situatie niet wordt overschreden. Het groepsrisico is ter plaatse van het plangebied wel hoger dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. In het aangrenzende gebied wordt de oriëntatiewaarde voor de hoge druk aardgastransportleiding wel overschreden. De overschrijding in het aangrenzende gebied heeft geen invloed op voorliggende ontwikkeling. Als gevolg hiervan dient een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico gedaan te worden.

Verantwoording groepsrisico In hoofdstuk 4 van het rapport van SPA WNP ingenieurs (Bijlage 4 van de toelichting) is de uitgebreide verantwoording van het groepsrisico opgenomen. In deze paragraaf is een samenvatting opgenomen. Voor de volledige verantwoording, wordt naar het rapport verwezen. Maatregelen aan de bron Doordat er geen sprake is van een knelpuntsituatie zijn er geen maatregelen aan de bron noodzakelijk.

68

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

Ruimtelijke maatregelen Binnen het plangebied kan met de invulling rekening gehouden worden met de vluchtroutes, zodat een vluchtroute van de risicobron af ontstaat Het plangebied ligt niet binnen de 100% letaliteitscontour, waardoor vluchten vanuit het plangebied mogelijk is. Voorbereiden, bestrijden en beperkten van de omvang Voor de gebouwen in het plan kunnen bouwtechnische maatregelen worden genomen. Zo kan overwogen worden om de gebouwen te voorzien van afschakelbare (mechanische) ventilatie. De initiatiefnemer van het plan is verantwoordelijk voor het treffen van eventuele maatregelen. Het optreden van de brandweer zal zich in eerste instantie beperken tot het evacueren van mensen en het afzetten van het gevarengebied. Daarna wordt overgegaan tot het beperken van de omvang van de calamiteit in de omgeving. Bij een eventuele fakkelbrand en daardoor calamiteit in het plangebied zijn de personen in eerste instantie op zichzelf aangewezen, doordat een fakkelbrand niet geblust kan worden door de brandweer. Het plangebied is voor de hulpdiensten goed bereikbaar. De hulpdiensten bevinden zich aan de Waldorpstraat op minder dan 1 kilometer afstand. In geval van een calamiteit kan tevens NL-Alert worden ingezet. NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon.

Met NL-Alert kan de overheid mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht informeren. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen. Zelfredzaamheid De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Binnen het plangebied zullen geen en/of minder zelfredzame personen aanwezig zijn. Minder zelfredzame personen kunnen vluchten onder begeleiding. Vluchten van de bron af is in beginsel de beste manier om de calamiteit met het scenario fakkelbrand te overleven. Het snel vluchten van de bron af is voor de binnen het plangebied aanwezige personen goed mogelijk. Alternatieven Alternatieve wijzen van inrichting van het plangebied leiden niet tot een verandering van het groepsrisico ten opzichte van het nu beoogde plan. Het groepsrisico ter plaatse van het plangebied is relatief laag en er is geen stijging van het groepsrisico voor de voorgenomen ontwikkeling. Advies Veiligheidsregio Haaglanden Per brief van 17 april 2020 heeft de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) gereageerd op de rapportage van SPA WNP ingenieurs van 24 maart 2020 en het bestemmingsplan “Kop Assumburgweg”.

Het advies van de VRH is als Bijlage 5 bij deze toelichting opgenomen en is – nu er in het bestemmingsplan “Kop Assumburgweg 2023” geen sprake is van voor het aspect externe veiligheid relevante wijzigingen – nog onverkort van toepassing en bruikbaar. In aanvulling op het rapport van SPA WNP ingenieurs adviseert de veiligheidsregio het volgende: Maatregelen ter bevordering van de zelfredzaamheid A. Bij de realisatie van de appartementen, commerciële ruimten en andere objecten voor het verblijf van personen, wordt onafhankelijk van de locatie van het incident een vluchtweg vanuit de objecten, via de tuin/gevel(s) aan de afgekeerde zijde van de risicobron geadviseerd. B. Geadviseerd wordt om het personeel, de BHV-organisatie en/of de begeleiding van groepen personen en/of verminderd- tot niet zelfredzame personen binnen het invloedsgebied van een incident met de met de hoge druk aardgasleiding voor te bereiden op eventuele incidenten met de

69

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

hoge druk aardgasleiding. C. Geadviseerd wordt om bewoners en vaste gebruikers binnen het invloedsgebied van de hoge druk aardgasleiding te informeren over de verschillende risico's en gevaren van de hoge druk aardgastransportleiding. Daarbij dient met tevens geïnformeerd te worden over de wijze van alarmeren en de wenselijke manier van reageren tijdens incidenten (risicocommunicatie). Dergelijke informatie dient op gezette tijden herhaald te worden, zodat het onderwerp onder de aandacht blijft. D. De bereikbaarbaarheid van het plangebied voor de hulpdiensten en de bluswatervoorziening dienen zodanig te zijn dat tijdig bluswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd, hulpverlening kan worden geboden en dat een brand binnen een redelijke tijd kan worden bestreden. Conclusie Uit het oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

4.4

Verkeer en parkeren

4.4.1

Algemeen

Auto parkeren Het parkeren en stallen van auto's neemt een belangrijke plaats in binnen het verkeer- en vervoerbeleid van de gemeente Den Haag. Het algemene parkeerbeleid is vastgelegd in parkeerstrategie Den Haag 2021-2030 (RIS 308711) Dit beleid gaat vooral over het faciliteren van de parkeerbehoefte en het benutten van schaarse ruimte maar moet ook automobilisten prikkelen om meer met het openbaar vervoer te reizen of de fiets te pakken. Hoge stedelijke bebouwingsdichtheden zonder adequate parkeervoorzieningen leiden vaak tot een te zware belasting van de openbare ruimte. Dat geldt zowel voor woon- als werkfuncties maar ook voor locaties die veel bezoekers trekken. Behalve de noodzaak tot de verdeling van schaarse (openbare) parkeergelegenheid in een aantal gebieden in de stad, zijn mobiliteitsoverwegingen gericht op het streven naar een bereikbare en leefbare (woon)omgeving voor de gemeente aanleiding tot het stellen van parkeereisen bij nieuwe ontwikkelingen De Parkeerstrategie Den Haag 2021 - 2030 (RIS308711) is de uitwerking van het parkeerbeleid. Autoparkeernormen De parkeernormen voor het autoparkeren en het toepassingskader ervan zijn uitgewerkt in de “Nota Parkeernormen Den Haag 2021” (RIS309940). Nieuwbouw- en verbouwplannen worden aan dit beleid getoetst. Aan de hand van de parkeernormen wordt de parkeerbehoefte berekend.

Het resultaat van de autoparkeernorm en het bouwprogramma leidt tot een aantal autoparkeerplaatsen dat moet worden aangelegd voor de parkeervraag bij een ontwikkeling. Onder voorwaarden kan dat aantal naar boven of naar beneden worden bijgesteld. In sommige gevallen kan een ontwikkeling worden vrijgesteld van de parkeernorm. Fiets parkeren De aantrekkelijkheid van een reis per fiets wordt mede bepaald door de beschikbaarheid en kwaliteit van de fietsparkeervoorziening bij herkomst en bestemming. Daarnaast wil de gemeente voorkomen dat de kwaliteit van de buitenruimte onder druk komt te staan doordat fietsen teveel geparkeerd worden op plaatsen met een intensief gebruik van de openbare ruimte. Om die reden gaat de gemeente uit van het faciliteren en sturen op het stallen van fietsen bij belangrijke bestemmingen of bestemmingsgebieden, zoals NS-stations en de binnenstad. Daarnaast hanteert de gemeente fietsparkeernormen bij nieuwbouw en verbouw van kantoren, bedrijven en voorzieningen. Het gemeentelijke beleid ten aanzien van het stallen van fietsen is vastgelegd in de “Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016”

70

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

(RIS294386). Fietsparkeernormen De gemeente heeft in de “Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016” normen vastgesteld voor de aanwezigheid van fietsparkeerplaatsen bij kantoren, bedrijven en voorzieningen. Deze fietsparkeernormen worden toegepast bij nieuwbouw en verbouw waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. Het hanteren van fietsparkeernormen is nodig om het fietsen in Den Haag te stimuleren en het beslag van het fietsparkeren op de schaarse openbare ruimte te kunnen reguleren. Bij de bepaling van de fietsparkeernormen is het faciliteren van het groeiende fietsgebruik het uitgangspunt geweest. Voor het fietsparkeren bij woningen is de eis uit het bouwbesluit van toepassing, waarin is aangegeven dat bij woningen een berging aanwezig is. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor een woongebouw kan in de aanvraag verzoeken om afwijking van de prestatie-eisen die het Bouwbesluit stelt aan buitenbergingen, anders genoemd verzoeken om toepassing van gelijkwaardigheid. In de “Beleidsregels Bergingen nieuwe woongebouwen Den Haag 2017” (RIS297288) staat aangegeven onder welke voorwaarden collectieve fietsstallingen kunnen worden gebouwd in plaats van afzonderlijke fietsbergingen per woning. De fietsparkeerbehoefte van een ontwikkeling met een niet-woonfunctie wordt berekend aan de hand van het bouwplan en de daarbij behorende parkeernorm.

Voor het vaststellen van de fietsparkeereis wordt vervolgens de berekende parkeerbehoefte afgezet tegen de specifieke kenmerken en grootte van het bouwplan en tegen de omgeving van het bouwplan. Indien er concrete aanleiding bestaat om de berekende fietsparkeerbehoefte bij te stellen, is het aan de ontwikkelaar om aan te tonen op grond waarvan dat nodig is. Dubbelgebruik kan daar bijvoorbeeld een aanleiding voor zijn. Aan de parkeereis kan op eigen terrein worden voldaan of door middel van een storting in het fietsparkeerfonds (of een combinatie). Fietsparkeerplaatsen die op eigen terrein worden gerealiseerd dienen goed bereikbaar en comfortabel te zijn. Bij afkoop van de fietsparkeereis door middel van een storting in het parkeerfonds, dient de gemeente te voorzien in de behoefte van fietsparkeerplaatsen door realisatie en exploitatie van (openbaar toegankelijke) fietsparkeervoorzieningen. Tenslotte worden de afspraken tussen ontwikkelaar en gemeente vastgelegd voor de nieuw- en verbouwplannen waarmee het beoogde gebruik van de fietsparkeeroplossingen kan worden bewaakt. 4.4.2

Onderzoek

4.4.2.1 Programma Voor het berekenen van het aantal benodigde parkeerplaatsen is uitgegaan van het volgende programma: 548 woningen, waarvan: 1. 255 kleiner dan 70m2; 2. 293 tussen de 70m2 en 100 m2. maximaal 500 m2 BVO horeca; maximaal 1.480 m2 BVO kantoor; maximaal 1620 m2 BVO dagbesteding (zorg); maximaal 900 m2 BVO bedrijf. Waarbij het totaal van alle niet-woonfuncties samen niet meer dan 4500m2 betreft. Op basis van de parkeernormen en aanwezigheidspercentages uit de Nota parkeernormen Den Haag 2021 betreft dit programma ten aanzien van parkeren de maximale invulling. 4.4.2.2 Fietsparkeren Voor het bepalen van het aantal fietsparkeerplekken voor de woningen worden de parkeernormen uit de beleidsregel 'Beleidsregels Bergingen nieuwe woongebouwen Den Haag 2017' gehanteerd. Voor de berekening van het aantal fietsparkeerplekken voor de commerciële voorzieningen worden de parkeernormen uit 'Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016' gebruikt. Voor het plan zijn op basis van het beleid in totaal 1.728 fietsparkeerplekken voor het wonen nodig. Het

71

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

bestemmingsplan biedt voldoende ruimte om in dit aantal te kunnen voorzien. Op basis van de fietsparkeernormen en berekeningsmethode, zoals opgenomen in de Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016, is de parkeerbehoefte voor fietsen voor de commerciële functies berekend. De fietsparkeerbehoefte is afgerond 71 fietsparkeerplaatsen op het maatgevend moment werkdag ochtend. Conform artikel 4.3.1 van de Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016 ligt de ondergrens voor het bepalen van de fietsparkeereis op 30 fietsparkeerplaatsen. De fietsparkeerbehoefte ligt boven deze grens. Er is daarmee sprake van een fietsparkeereis van 71 fietsparkeerplaatsen voor de commerciële functies. Het plan voorziet in 28 fietsnietjes (56 fietsparkeerplekken) in de openbare ruimte. De overige plekken worden op eigen terrein opgelost. Parkeren scootmobielen Op basis van de beleidsregel 'Bergingen nieuwe woongebouwen Den Haag 2017' moet, wanneer uitgegaan wordt van onderstaande tabel, ongeveer 110 m2 aan scootmobielbergingen gerealiseerd worden (548/15*3).

In het plan wordt 168m2 scootmobielberging gerealiseerd. Het plan voldoet hiermee aan de beleidsregel 'Bergingen nieuwe woongebouwen Den Haag 2017'. 4.4.2.3 Autoparkeren Zoals in paragraaf 3.5.1.3 is toegelicht zijn de parkeernormen en het toepassingskader ervan uitgewerkt in de Nota parkeernormen Den Haag 2021 (RIS309940). Nieuwbouw- en verbouwplannen worden aan dit beleid getoetst. Aan de hand van de parkeernormen wordt de parkeerbehoefte berekend en vergeleken met de voorzieningen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Daarbij is het uitgangspunt dat de parkeerbehoefte die een ontwikkeling genereert, op eigen terrein wordt opgelost. Ten behoeve van het bestemmingsplan "Kop Assumburgweg 2023" is onderzoek gedaan naar de parkeerbehoefte die het bestemmingsplan met zich meebrengt. De uitkomsten zijn neergelegd in het rapport Parkeerbehoefte Levels van 25 januari 2023 (Bijlage 7 bij de toelichting). Uit dit onderzoek blijkt dat de parkeerbehoefte die de ontwikkeling genereert, op eigen terrein kan worden opgevangen. Dit wordt als volgt toegelicht. De normatieve parkeerbehoefte die het bestemmingsplan genereert voor de woningen (bewoners én bezoekers) bedraagt 378 parkeerplaatsen. Voor de overige functies (inclusief bezoekers) bedraagt de normatieve parkeerbehoefte 117 parkeerplaatsen.

Bewoners, gebruikers en bezoekers parkeren niet allemaal gelijktijdig dus dubbelgebruik van parkeerplaatsen is mogelijk. Hiervoor bevat de Nota parkeernormen Den Haag 2021 aanwezigheidspercentages. Omdat de woonfunctie het zwaartepunt vormt van de ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt, is het maatgevende moment de werkdagavond. Wanneer de daarvoor geldende aanwezigheidspercentages worden toegepast, dan komt de totale parkeerbehoefte voor de woningen en de overige functies (inclusief bezoekers) uit op 361 parkeerplaatsen. Bij deze berekening van de totale parkeerbehoefte is echter nog geen rekening gehouden met reductiepercentages voor mobiliteitsalternatieven (OV alternatief, deelauto's en deelbakfietsen) die in de Nota parkeernormen Den Haag 2021 zijn opgenomen. Hiermee wordt de totale parkeerbehoefte gereduceerd. Voor deze ontwikkeling mag gezien de ligging binnen 500 meter van station Moerwijk een reductie

72

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

worden toegepast van 25% van de totale parkeerbehoefte (90 parkeerplaatsen). Daarnaast mag een (maximale) reductie worden toegepast van 100 parkeerplaatsen voor deelauto's en 27 voor deelbakfietsen. Bij maximale toepassing van de reducties wordt de totale parkeerbehoefte verlaagd met 217 parkeerplaatsen. Er moeten bij maximale toepassing van reductiepercentages minimaal (361 - 217 =) 144 parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. In de ontwikkeling is een parkeergarage met 205 parkeerplaatsen voorzien. Dit is voldoende om binnen de kaders van de Nota parkeernormen Den Haag 2021 (en hierin toegestane reductiepercentages) te blijven en te voorzien in de parkeerbehoefte. Parkeerregulering Wanneer er reductie wordt toegepast, komen bewoners en bedrijven binnen de ontwikkeling niet in aanmerking voor een bewonersvergunning of een bedrijfsvergunning als bedoeld in de Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting (RIS311076). Het gebied Moerwijk-oost wordt als gereguleerd gebied aangewezen. Bewoners en bedrijven komen dus niet in aanmerking voor een vergunning zodat hun parkeerbehoefte zo bezien niet wordt afgewenteld op het openbaar gebied. 4.4.3

Verkeersaantrekkende werking

Om de consequenties van het bouwplan op de omgeving te toetsen is er gekeken naar de verkeersontsluiting en de parkeervoorziening, zie Bijlage 8. Hierbij is er onderzoek gedaan naar de verkeersgeneratie die voortvloeit uit het bouwplan. Bij bepaling van de verkeersgeneratie is uitgegaan van het planprogramma met de daarbij behorende kengetallen. Bij de combinatie van wooneenheden en overige functies bedraagt de verkeersgeneratie 812 motorvoertuigen per etmaal (mvt). De piekbelasting in de ochtend bedraagt 139 mvt en in de avond 145 mvt. De verkeersgeneratie van het bouwplan is dusdanig miniem dat de effecten voor de doorstroming verwaarloosbaar zijn en een goede doorstroming tot gevolg zal hebben.

4.5

Geluid

De 'Wet geluidhinder' (Wgh) stelt eisen met betrekking tot de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten. Als geluidsgevoelige gebouwen dan wel terreinen zijn aangewezen: woningen onderwijsgebouwen m.u.v. gymnastieklokalen; ziekenhuizen en verpleeghuizen; verzorgingstehuizen; psychiatrische inrichtingen; medisch centra; poliklinieken; medische kleuterdagverblijven; kinderdagverblijven terreinen die behoren bij andere gezondheidszorggebouwen dan algemene, categorale en academische ziekenhuizen, alsmede verpleeghuizen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg; woonwagenstandplaatsen. De Wgh onderscheidt drie verschillende geluidsbronnen: industrie, spoorwegverkeer en wegverkeer: Wegverkeers- en spoorweglawaai Op grond van de Wet geluidhinder hebben wegen en spoorwegen een geluidszone, waarbinnen bepaalde normen gelden voor de geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen, en waarbinnen bij het opstellen van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Die verplichting geldt niet indien op het tijdstip van de vaststelling van een bestemmingsplan de (spoor)weg reeds aanwezig of in aanleg is, met betrekking tot de daarbij in het

73

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

plan of in de zone van de betreffende weg opgenomen geluidsgevoelige gebouwen die op dat tijdstip reeds aanwezig of in aanbouw zijn. Daarnaast maakt de wet een uitzondering voor wegen waar de maximaal toegelaten snelheid 30 km/uur is. Deze wegen hoeven niet in het onderzoek te worden betrokken. De Wet geluidhinder kent een voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai. Voor nieuwe situaties kunnen hogere waarden worden vastgesteld. Deze bedraagt voor wegverkeerslawaai maximaal 63 dB. Een uitzondering wordt gemaakt als het gaat om vervangende nieuwbouw langs wegen. De gevelbelasting mag dan maximaal 68 dB bedragen. De wet bepaalt hierbij dat de vervanging niet zal leiden tot: een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige structuur of functie; een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen. In het plangebied of in de directe omgeving zijn spoorwegen aanwezig. Met lawaai van railverkeer dient dan ook rekening mee te worden gehouden. Reconstructie van wegen Binnen het plangebied worden twee straten gereconstrueerd, de Assumburgweg en de Parallelweg. De Assumburgweg wordt in relatie tot de beoogde planontwikkeling onttrokken voor al het verkeer, behalve voor voetgangers. De ventweg van de Erasmusweg wordt onttrokken voor autoverkeer met uitzondering van laden en lossen en hulpdiensten.

Industrielawaai In en rond het plangebied zijn geen industrieterreinen aanwezig waarop aangewezen inrichtingen zijn of kunnen worden gevestigd. Procedure hogere waarden Doormiddel van een hogere waarde kan door het bevoegd gezag een hogere geluidsbelasting (hogere waarde) worden toegestaan. Deze verhoging is mogelijk tot een maximaal toelaatbare waarde. De hoogte van deze maximaal toelaatbare waarde is afhankelijk van verschillende factoren, zoals bijvoorbeeld de ligging van de geluidsgevoelige bestemming in binnenstedelijk gebied. Voor woningen in stedelijk gebied bedraagt de maximale ontheffingswaarde 63 dB ten aanzien van wegen en 68 dB ten aanzien van spoorwegen. Indien gevelbelastingen boven deze ontheffingswaarde optreden is een geluidsgevoelige bestemming alleen mogelijk indien deze gevels doof worden uitgevoerd. Een blinde gevel, een dove gevel, een geluidsscherm dat bouwkundig is verbonden met het gebouw en de geluidswalzijde van geluidswalwoningen worden in de Wet geluidhinder namelijk specifiek benoemd als zijde geen gevel. Op een gevel waarin geen te openen delen, zoals ramen, deuren en ventilatievoorzieningen zitten hoeft vanuit de Wet geluidhinder niet getoetst te worden. Wanneer de voorkeursgrenswaarden worden overschreden, is parallel aan de bestemmingsplanprocedure een procedure ontheffing hogere waarden ingevolge de Wet geluidhinder noodzakelijk.

De hogere waarde procedure moet zijn afgerond alvorens het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Het plangebied is gelegen binnen zones van omliggende wegen en de spoorlijn Den Haag-Delft. Op basis van de geluidsbelasting ter plaatse van het plangebied afkomstig van weg- en railwegverkeerslawaai. Onderzoek In opdracht van Stebru heeft Wolf+Dikken akoestisch onderzoek uitgevoerd. In onderstaande tekst wordt een samenvatting van dit onderzoek gegeven. Het volledige onderzoek is opgenomen als Bijlage 6 bij de toelichting. Het bouwplan ligt binnen de zone van de volgende wegen: Erasmusweg; Hildebrandplein; Troelstrakade.

74

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

Voor deze wegen geldt een maximale snelheid van 50 km/uur. Voor de volgende wegen geldt een maximale rijsnelheid van 30 km/uur: Assumburgweg; Erasmusweg (parallelweg); Rechterenstraat. Voor deze wegen geldt dat zij niet in aanmerking komen voor akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder. De geluidbelasting van deze wegen is desondanks toch bepaald in verband met een goede ruimtelijke ordening. Het bouwplan ligt binnen de zone van het spoortraject Den Haag - Rotterdam. Op basis van de uitgevoerde berekeningen blijkt dat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden ten gevolge van het verkeer op de Erasmusweg, het verkeer op het Hildebrandplein en het railverkeer. De maximaal te ontheffen waarde wordt niet overschreden. De optredende geluidbelasting ten gevolge van deze wegen bedraagt maximaal 57 dB ,inclusief aftrek art. 110g Wgh. De optreden geluidbelasting ten gevolge van het railverkeer bedraagt maximaal 67 dB. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt maximaal 64 dB exclusief aftrek conform art. 110g Wgh. De maximaal aanvaardbare geluidbelasting wordt niet overschreden. Het wegverkeer op de Erasmusweg veroorzaakt een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. De hoogst optredende geluidbelasting bedraagt 57 dB, incl. aftrek art. 110g Wgh.

Het treffen van maatregelen ter verlaging van de geluidsbelastingen is niet doeltreffend en stuit op bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige of financiële aard. Burgemeester en wethouders worden verzocht hogere grenswaarde aan de gevels van de woningen en de onderwijsfunctie vast te stellen. In onderstaand overzicht in tabel 4.5.1 is aangegeven voor hoeveel woningen en onderwijsfuncties dit geldt.

75

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

Tabel 4.5.1 Overzicht hogere grenswaarden Het ontwerp besluit hogere grenswaarden Wet geluidhinder wordt gelijktijdig met het ontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd.

4.6

Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is de Wet tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) in werking getreden. De luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de 'Wet milieubeheer' (Wm). De luchtkwaliteit in een bepaald gebied wordt bepaald door de achtergrondconcentratie van fijn stof (PM10, deeltjes <10 µm) en stikstofdioxide (NO2) plus de bijdragen van lokale bronnen die bij de achtergrondconcentratie opgeteld worden. Bij de besluitvorming over bouw- en bestemmingsplannen dient te worden onderzocht of een project 'in

76

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

betekenende' mate van invloed is op de luchtkwaliteit: in artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is aangeven dat een bestuursorgaan bevoegdheden kan uitoefenen of wettelijke voorschriften kan toepassen indien aannemelijk kan worden gemaakt dat de uitoefening of toepassing niet 'in betekenende mate' bijdraagt aan de concentraties in de buitenlucht. De definitie van 'in betekenende mate' is vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur. Projecten die de concentratie NO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. In concentraties uitgedrukt betekent dit een verslechtering van 1,2 µg/m3 voor beide stoffen. De 3%-grens geldt sinds 1 augustus 2009, de datum waarop het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht werd. De 3%-grens is voor een aantal categorieën van projecten in een ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen. Zo gaat het bij woningbouw om de toevoeging van 1.500 woningen netto bij één ontsluitingsweg, of 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Het bestemmingsplan "Kop Assumburgweg 2023" maakt de volgende ontwikkelingen mogelijk: De bouw van circa 548 woningen bestaande uit 142 sociale huurwoningen en 406 middel dure/vrije sector huurwoningen.

Maximaal 4.500 m² bruto vloeroppervlakte aan bedrijvigheid en/of commerciële ruimte, zoals horeca en kantoren en zorg (naast algemene ruimten en bergingen ten behoeve van de woonfunctie) worden daarin tevens opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling zal leiden tot een wijziging van de verkeersintensiteiten op de omliggende wegen (zie paragraaf 4.2) en daarmee tot wijzigingen in de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Berekend is dat de verkeersaantrekkende werking van het project 812 mvt/ etmaal bedraagd. Met de NIBM-tool is op een eenvoudige en snelle manier bepaald worden in hoeverre een plan niet-in-betekenende-mate bijdraagt (NIBM). Het aantal motorvoertuigbewegingen per etmaal door het voorgenomen initiatief bedraagt 812. Aangezien enkel lichte bedrijvigheid wordt toegestaan zal het aandeel vrachtverkeer minimaal zijn, worst-case is uitgegaan van 5 procent.

De bijdrage van het plan aan stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) bedraagt respectievelijk 0,84 en 0,15 ìg/m3. Hiermee draagt het plan niet in betekenende mate bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling de toenames in stikstofdioxide en fijn stof zeer beperkt zijn. Er zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit.

77

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

4.7

Natuurbescherming

4.6

Groene waarden

De wet- en regelgeving voor de groene waarden betreft de Wet natuurbescherming, de Wet milieubeheer, de Gemeentewet en de Wet ruimtelijke ordening. De bescherming van de groene waarden kent in de wet- en regelgeving verschillende invalshoeken: gebiedsbescherming, soortenbescherming, bomenbescherming areaalbescherming en netwerkbescherming. Op elk wordt ingegaan. 4.7.1

Gebiedsbescherming

In de Wet natuurbescherming (Wnb) is de gebiedsbescherming van bijzondere natuurgebieden, de zogenoemde Natura2000-gebieden, overgenomen uit de Natuurbeschermingswet 1998. Hieraan voorafgaand is in januari 2006 de formele aanwijzingsprocedure van Natura 2000-gebieden gestart. Na deze aanwijzing is de gebiedsbescherming uit de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn geïmplementeerd in de Natuurbeschermingswet 1998 en sinds 1 januari 2017 in de Wet natuurbescherming. Daarmee vervalt de rechtstreekse werking van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn in Nederland. In het bestemmingsplan dient aangegeven te worden in hoeverre de uitvoering van het plan onder de verplichtingen vanuit deze wet valt, zie hiervoor hoofdstuk 4 paragraaf 4.1 van de toelichting. In Den Haag dient rekening te worden gehouden met de Natura2000-gebieden: Meijendel & Berkheide (inclusief Harstenhoek, Oostduinen en Vlakte van Waalsdorp), Westduinpark & Wapendal (inclusief Bosjes van Poot) alsmede Solleveld & Kapittelduinen (inclusief landgoed Ockenburgh, Hyacintenbos, van Leydenhof en Westduinen). Dit betreft Habitatrichtlijngebieden. Er zijn geen Vogelrichtlijngebieden in de gemeente Den Haag. Indien ontwikkelingen en activiteiten in het plangebied een significant negatief effect kunnen hebben op een Natura 2000-gebied, dient een habitattoets uitgevoerd te worden, mogelijk gevolgd door een passende beoordeling.

Het Natura 2000-gebied Westduinpark&Wapendal ligt op ruim vier kilometer afstand van het plangebied. De Natura 2000-gebieden Meijendel&Berkheide en Solleveld&Kapittelduinen liggen op ruim vijf kilometer afstand. 4.7.1.1 Stikstofdepositie gebruiksfase In opdracht van Stebru heeft MBH consult onderzoek verricht naar de stikstofdepositie als gevolg van de herontwikkeling op de projectlocatie in nabijgelegen natuurgebieden gedurende de gebruiksfase. In deze paragraaf wordt een samenvatting van dit onderzoek gegeven. Het volledige onderzoek is opgenomen als Bijlage 12 bij deze toelichting. De bijbehorende berekening is als Bijlage 13 opgenomen. De projectlocatie betreft de kadastrale percelen Gemeenden 's-Gravenhage, sectie AI, nrs 9575,9576, 9854 (gedeeltelijk), 2189 (gedeeltelijk) en 6714 (gedeeltelijk). Het totale plangebied beslaat circa 1,8 hectare, waarvan circa 1 hectare ten behoeve van het bouwkavel/ uitgeefbaar gebied (kavel A en B). Het overige deel (kavel C en D) blijft of wordt openbaar gebied.

78

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

In de huidige situatie is binnen het projectgebied bebouwing aanwezig in de vorm van een voormalige brandweerkazerne, die sinds 2011 tijdelijk wordt verhuurd voor wijkgebonden bedrijvigheid en een woongebouw met 48 sociale huurappartementen. De beoogde bebouwing in het plangebied bestaat uit 548 woningen en maximaal 4.500 m2 commerciële ruimte. Emissie gebruiksfase In de gebruiksfase zal het gebruik van fossiele brandstoffen met name gelegen zijn in het autoverkeer van de gebruikers en bezoekers van gebouwen. De gebouwen worden gasloos aangesloten, waardoor er geen emmissiebron voor gasgebruik is opgenomen. Ze worden aangesloten op een bestaand warmtenet en in het geval van piekbelasting wordt gebruik gemaakt van een kleinschalige WKO. Voor de ontsluiting wordt uitgegaan van twee routes. Route 1: Erasmusweg - Rotonde S105/S106. Route 2: Hildebrandplein - Hildebrandplein - Kruising S105/ Hildebrandstraat/ Waaldorpstraat. Na berekening van de stikstofdepositie concludeert de AERIUS-calculator dat er voor de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. 4.7.1.2 Stikstofdepositie bouwfase In opdracht van Stebru heeft MBH consult B.V. onderzoek verricht naar de stikstofdepositie als gevolg van de herontwikkeling op de projectlocatie gedurende de bouwfase, zie Bijlage 12 bij deze toelichting. De bijbehorende berekeningen zijn opgenomen in bijlage 13, 14, 15 en 16.

De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) in de beoogde gebruiksfase vinden plaats door verkeersbewegingen van en naar het plan. Hieruit volgt een verkeersgeneratie van 812 mvt/ etmaal. Relevante emissies tijdens de bouwfase ontstaan door de inzet van mobiele werktuigen en vervoersbewegingen van- en naar het plan.

79

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

Berekend is dat het projecteffect op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Bij een dergelijke projectbijdrage treedt er geen stikstofdepositie op binnen omliggende Natura 2000-gebieden en treedt er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. 4.7.1.3 Conclusie Er worden geen significante effecten op Natura 2000-gebieden verwacht.

4.7.2

Natuurnetwerk Nederland

Om het nationale ruimtelijke beleid te borgen in bestemmingsplannen is op grond van de Wet ruimtelijke ordening door het Rijk het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (BARRO) van kracht. Daarin wordt de mogelijkheid geboden om stelsels van natuurgebieden van internationaal of nationaal belang aan te wijzen dat strekt tot de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten - het natuurnetwerk Nederland. Deze gebieden moeten bij provinciale verordening worden aangewezen en hun ligging geometrisch vastgelegd. Ook de Wnb kent een gelijke bepaling voor dit netwerk. De door Provinciale Staten van Zuid-Holland vastgestelde Verordening Ruimte 2014 vervult deze functie. In artikel 2.3.2.1 van deze verordening wordt gesteld dat een bestemmingsplan voor gronden binnen dit netwerk, met bestaande natuur, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op Kaart 8 van de provinciale verordening en in dit bestemmingsplan opgenomen in figuur 4.3, geen bestemmingen aanwijst die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden.

80

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

Figuur 4.3: Plangebied ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland Het plangebied is op ruim 900 meter gelegen van het dichtsbijzijnde Natuurnetwerk Nederland waardoor de ontwikkeling geen invloed heeft op het natuurnetwerk Nederland. 4.7.3

Soortenbescherming

Soortenbescherming vindt plaats via de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt planten- en diersoorten en komt voort uit de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming gaat ervan uit dat zonder uitdrukkelijke toestemming geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. Dit betekent dat het gaat om het effect van een handeling op beschermde soorten. De wet kent een drie aparte beschermingsregimes voor: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn; 3. andere soorten' die vanuit nationaal oogpunt zijn beschermd. Hierbij hebben enkele wijzigingen plaatsgevonden in de soorten die beschermd zijn. De wet legt een zorgplicht op voor alle dieren en planten in Nederland, bijvoorbeeld door eisen te stellen aan de wijze en het tijdstip van uitvoering van bouwplannen waarbij men rekening houdt met het voortplantingsseizoen en met winterverblijfplaatsen en waardoor dieren niet onnodig worden verontrust. Ook legt de wet een beschermingsplicht op voor een groot aantal met name genoemde soorten. De wet bevat verbodsbepalingen voor het verwijderen van beschermde plantensoorten van hun groeiplaats, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde diersoorten en het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort.

Voor de algemene beschermde soorten geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen een algemene vrijstelling, voor andere soorten die strenger zijn beschermd (vleermuizen, vogels, eekhoorns) kan onder voorwaarden een ontheffing worden aangevraagd. 4.7.4

Stedelijke ecologische verbindingen en natuurbescherming plangebied

De voorgenomen herinrichting van de locatie Assumburgweg leidt niet tot negatieve effecten op beschermde gebieden (Natura 2000). Het plangebied is geen onderdeel van deze gebieden en ligt ook niet in de nabijheid van een Natura 2000-gebied. Vanwege het de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en het soort werkzaamheden met betrekking tot de nabij gelegen NNN, worden effecten op beschermde natuurgebieden door de ruimtelijke ingreep niet verwacht. Groenstructuren en bosschages die van belang zijn om de NNN met parken en andere groenstructuren te verbinden zijn binnen het plangebied niet aanwezig. Nader onderzoek naar effecten en externe werking van de geplande werkzaamheden op natuurgebieden is niet nodig. Het plangebied locatie Assumburgweg is gelegen naast de Erasmuszone. De Erasmuszone is een langgerekte groene strook met een watergang langs de Erasmusweg, tussen de Lozerlaan en station Moerwijk. Deze groen /blauwe zone zorgt ervoor dat kleine zoogdieren, vogels en insecten kunnen migreren binnen het stedelijk gebied. De herontwikkeling van het plangebied Assumburgweg heeft invloed op de Erasmuszone, omdat deze zone beschouwd als essentieel foerageergebied en vaste vliegroute voor vleermuizen. Daarnaast wordt een deel van deze Erasmuszone meegenomen in de herontwikkelingen van het terrein van de oude brandweerkazerne en de portiekflat aan de Rechterenstraat.

In deze stedelijke ecologische verbindingszone komt de rooilijn van de nieuwbouw meer naar de ecologische zone te liggen waardoor er enige meters ecologische zone verdwijnt, maar door het opofferen van de Assumburgweg wordt ook weer groen toegevoegd en gecompenseerd aan de ecologische verbindingszone.

81

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

Figuur 4.4 Aanpassing ecozone (rood eraf, groen erbij)

Figuur 4.5 Aangepaste ecozone

82

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

Het gedeelte tussen de bebouwing en de huidige grens tussen weg en ecozone wordt in het kader van de bouwplanontwikkeling toegevoegd aan de ecologische zone. Daarnaast wordt de ecozone kwalitatief verbeterd door de huidige beschoeiing te wijzigen in natuurvriendelijke oevers. In dit deel van de ecozone komt een pad voor voetgangers. Met de verlichting dient daarbij rekening te worden gehouden dat deze niet uitstraalt naar de ecozone en deze geen overlast veroorzaakt voor diersoorten in de stedelijke ecologische verbindingszone, waaronder mogelijke vleermuizen. Per saldo levert het kwantitatief meer ecozone op of is het neutraal, zie figuren 4.4. en 4.5. Onderzoek In 2017 heeft Aqua-Terra Nova een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd (217120/AQT301FF/MK d.d. 14 juli 2017) binnen het plangebied "Kop Assumburgweg" te Den Haag. Hieruit kwam naar voren dat onderzoek naar gierzwaluw en vleermuis noodzakelijk was. In de periode van september 2017 tot en met juli 2018 is onderzoek gedaan naar de beschermde leefgebieden van gierzwaluw en vleermuis (217120/AQT302FF/LvdS d.d. 27 augustus 2018). Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 9 bij de toelichting.

Uit het onderzoek is het volgende gebleken: Er zijn twee paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis in de portiekflat aan de Rechterenstraat aanwezig; Er is een paarverblijfplaats aanwezig in de portiekflat aan de Rechterenstraat van een gewone dwergvleermuis; Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig in de brandweerkazerne; Er zijn geen verblijfplaatsen van gierzwaluwen aanwezig in het plangebied. De aangrenzende Erasmuszone wordt beschouwd als essentieel foerageergebied en vaste vliegroute voor vleermuizen. In bovengenoemde rapportage is ervan uitgegaan dat de ontwikkelingen in het plangebied de Erasmuszone niet zullen raken. Een deel van deze Erasmuszone wordt meegenomen in de herontwikkelingen van het terrein van de oude brandweerkazerne en de portiekflat aan de Rechterenstraat. Middels het onderzoek 'Actualisatie Eco-effectscan Herinrichting locatie Assumburgweg' d.d. 23 februari 2022, Bijlage 10 bij deze toelichting heeft er een actualisatie plaatsgevonden. Vaatplanten zijn niet aangetroffen, waardoor de aanwezigheid van beschermde flora kan worden uitgeslopten. Op basis van verspreidingsgegegevens is gebleken dat gierzwaluw en huismus in de omgeving van het plangebied voorkomen. Het plangebied is echter niet geschikt voor deze soorten.

Ook zijn ze tijdens het onderzoek uit 2018 (Bijlage 9) en tijdens het voor dit onderzoek uitgevoerde veldbezoek niet aangetroffen. Ook kan de aanwezigheid van roofvogels en uilen worden uitgesloten. Verschillende vogelsoorten zoals koolmees, spreeuw, zwarte kraai, ekster en pimpelmees zijn binnen het plangebied te verwachten. Het plangebied wordt gebruikt als foerageergebied en als nestgelegenheid (in holtes in het groen nestelen naar verwachting holtebroeders en de ekster en zwarte kraai broeden in kronen van bomen). In de omgeving is er voldoende alternatief en is er geen reden om nesten jaarrond te bescherming. Wel zijn nesten beschermd tijdens het broeden. Ook zijn in en rondom het plangebied algemene volgelsoorten te verwachten. Al deze vogels zijn tijdens het broeden beschermd en mogen niet verstoord worden. In en in de omgeving van het plangebied komen geen strikt beschermde grondgebonden zoogdieren voor. Wel is het plangebied geschikt voor nationaal beschermde zoogdiersoorten zoals egel en gewone bosspitsmuis. Voor deze soorten geldt binnen de provincie Zuid-Holland een vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming. De gebouwen in het plangebied zijn potentieel geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen. Ook zijn de bomen in potentie geschikt voor boombewonende vleermuizen.

Het plangebied is geschikt als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen. Doordat een lijnvormig element behouden blijf is er geen negatief effect op de vliegroute aanwezig. Ook is rond het plangebied voldoende alternatief aanwezig zoals de groenstrook en een brede watergang aan de oostkant van het plangebied.

83

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

Nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen in de gebouwen en bomen is noodzakelijk. De aanwezigheid van strikt beschermde amfibiesoorten kan worden uitgesloten. De groenstroken in het plangebied zijn geschikt voor nationaal beschermde soorten als gewone pad en bruine kikker. Voor deze soorten geldt in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming. Ook wordt de aanwezigheid van (strikt)beschermde reptielen uitgesloten en worden, door het ontbreken van watergangen of ander open water negatieve effecten op vissen uitgesloten. Het voorkomen van beschermde ongewervelden kan redelijkerwijs worden uitgesloten. In 2018 is er soortgericht onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen (kenmerk 217120/AQT302/LvdS d.d. 27 augustus 2018, Bijlage 9 bij deze toelichting. Op 13 september 2021 is door de Omgevingsdienst Haaglanden een beschikking (zaaknummer 005988413) afgegeven voor de gevraagde ontheffing Wet natuurbescherming - Soortenbescherming.

Figuur 4.6 Inrichting openbare ruimte plangebied "Kop Assumburgweg" Kwantitatieve compensatie Er wordt met het inrichtingsplan openbare ruimte in het plangebied Assumburgweg 1 m² wateroppervlak en 59 m² groene zone erbij gerealiseerd. Daarnaast wordt via de (positieve) bomenbalans gezocht naar mogelijkheden van de aanplant van kleine bomen op de daktuin. Kwantitatief is er een positieve groenbalans door de inrichting van de openbare ruimte. Kwalitatieve compensatie Aan de hand van de herinrichtingsplannen wordt bekeken of de nieuwe beplanting het essentiële foerageergebied en de vliegroute van vleermuizen in de Erasmuszone ondersteunen. Daarbij wordt een voorstel gedaan voor aan te planten soorten in de oeverzone, rond het wandelpad en een muurplantvriendelijke kademuur. Bij de inrichting zijn de volgende aspecten van belang voor de inrichting van de openbare ruimte:

84

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

Gebruik inheems groen; Afwisseling in hoogtes (gradiënten); Verschillende bloeiers; Gebruik wintergroene beplanting; Voldoende schuilgelegenheid voor fauna. Daarnaast heeft de gemeente Den Haag aangegeven de intentie te hebben om nieuw te bouwen panden natuurinclusief te willen bouwen. Aan de panden wordt gevelgroen aangebracht en er komen groene daken. In Den Haag komen verschillende gebouwbewonende, kwetsbare soorten voor als de huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Voor al deze soorten zijn tal van voorzieningen als inbouwnestkasten en -stenen beschikbaar die in of aan de gevels van panden geplaatst kunnen worden. Gebouwbewonende vleermuizen als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger maken gebruik van een netwerk van meerdere verblijven in onder andere spouwmuren, achter dakbeschot en betimmering en andere kleine holtes en spleten in bebouwing. Op basis van weersomstandigheden en temperatuur verhuizen ze regelmatig tussen hun vaste verblijfplaatsen. Vleermuizen jagen op insecten. In de nabijheid van hun verblijfplaatsen hebben ze dan ook (inheems) groen nodig als jachtterrein en beschutting. Om natuurinclusief te bouwen voor vleermuizen zijn er verschillende opties mogelijk. Bij voorkeur worden er vleermuisvriendelijk spouwmuren, ruimte achter gevelbetimmering, boeiboorden of sierlijsten gerealiseerd.

Wanneer het niet mogelijk is om bovenstaande opties toe te passen, kan er ook voor gekozen worden om inbouwstenen te plaatsen. Daarnaast worden opties voor vleermuisvriendelijke verlichting voorgesteld vanwege de aanwezige vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen in de Erasmuszone: Voorkom uitstraling van verlichting tijdens de bouwfase naar de beide foerageergebieden boven de wateren rond het plangebied; Voorkom in de gebruiksfase lichtuitstraling van de woontorens en appartementen op de foerageergebieden langs de Assumburgweg; Voorkom lichtuitstraling van de beoogde horeca op de punt van het plangebied naar de Erasmuszone. Hier ontstaat namelijk een relatief groot gat, waardoor verlichting een storende factor kan spelen; Maak gebruik van gerichte verlichtingsarmaturen en bij voorkeur lagere armaturen; Lampen in een groen/blauw spectrum zijn het meest verstorend voor vleermuizen. Er kan gewerkt worden met vleermuisvriendelijk warm wit LED-licht (max. 3000K, UV-vrij) of amberkleurige verlichting; Plaats lage verlichtingspaaltjes met gerichte LED-verlichting op de daktuin; Zorg ervoor dat verlichting van rijdend autoverkeer vanaf de Assumburgweg naar de Rechterenstraat de Erasmuszone niet verlicht; Plaats bij voorkeur geen verlichting langs het wandelpad door de Erasmuszone en maak anders gebruik van lage verlichtingspaaltjes met LED-verlichting.

Deze kwalitatieve aanbevelingen kunnen niet gewaarborgd worden in dit bestemmingsplan, maar zijn meer een aanbeveling voor de uitvoering van de openbare ruimte. Voor verdere advisering betreffende de inrichting groene stadsruimte wordt verwezen naar de aanvullende notitie, opgenomen in Bijlage 11 van de toelichting.

85

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

4.8

Bodem

4.8.1

Wettelijk kader

Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (hierna: Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. 4.8.2

Wet Bodembescherming

Op 1 januari 2006 is de wijziging van de 'Wet bodembescherming' (Wbb) in werking getreden. Vertrekpunt van de nieuwe Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is voortaan functiegericht. Vroeger moesten alle functies van de bodem worden hersteld maar dit bleek in de praktijk lastig haalbaar. Hoge kosten en langdurige saneringen zorgden van stagnatie. De gewijzigde wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: a. het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik; b. het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging; c. het wegnemen van actuele risico's. Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico's die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. De uitvoering van deze verplichte saneringen wordt een stuk flexibeler. Het is niet meer altijd nodig de hele locatie aan te pakken. Er kan ook sprake zijn van deelsaneringen of een gefaseerde aanpak. Wanneer economische of maatschappelijke omstandigheden rond de vervuilde locatie uitstel vragen, kunnen tijdelijke maatregelen worden genomen, op voorwaarde dat risico's voldoende worden beheerst.

4.8.3

Situatie in het plangebied

Verkennend bodemonderzoek In opdracht van gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling, afdeling Grondzaken is door Buro S/L een verkennend bodemonderzoek en een historisch bodemonderzoek uitgevoerd voor de locatie Assumburgweg te Den Haag. De oppervlakte van de locatie is circa 10.280 m2. De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Doel van het onderzoek is het vaststellen of potentieel bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden en of gegevens over de bodemkwaliteit bekend zijn. Op de onderzoekslocatie is van 1970 tot circa 2010 een brandweerkazerne actief geweest. In de huidige brandweerkazerne zijn sinds 2011 bedrijven aanwezig voor reparatie en onderhoud aan auto’s. Deze activiteiten vinden allen plaats boven (vloeistofdichte) betonvloeren en worden om die reden niet als bodembedreigend beschouwd. In het verleden hebben wel bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden op de onderzoekslocatie. Aan de noordoostzijde van de onderzoekslocatie hebben een ondergrondse benzinetank en een ondergrondse gasolietank (beide met een inhoud van 6.000 l) gelegen. De afleverpompen stonden ervoor. Deze tankinstallaties zijn vermoedelijk in 1989 verwijderd. Aan de zuidzijde van de brandweerkazerne is sprake geweest van stalling van autowrakken.

Aan weerszijden (zijde Erasmusweg en zijde Assumburgweg) van de kazerne zijn verschillende olie-benzineafscheiders aanwezig. Verder zijn geen specifieke bodembedreigende activiteiten bekend. Uit eerder op het noordelijke deel van de locatie (brandweerkazerne) uitgevoerd bodemonderzoek is wat betreft de algemene bodemkwaliteit gebleken dat zowel in de bovengrond als de ondergrond sprake is van lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK en minerale olie. Het grondwater is licht

86

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

verontreinigd met arseen. Het zuidelijke deel van de locatie (portiekwoningen met groenstroken en speelterreinen) is niet eerder onderzocht. Direct ten zuiden van de onderzoekslocatie is vastgesteld dat de grond licht verontreinigd is met lood, het grondwater is licht verontreinigd met barium. Er zijn binnen een afstand van 25 m geen gevallen van ernstige verontreiniging bekend. Gebleken is dat de locatie van de twee tanks (met 2 pompen) en de locaties van de olieafscheiders in het verleden nog in onvoldoende mate zijn onderzocht. Mogelijk is hier sprake van verontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten. Met het oog op de beoogde planontwikkeling op de locatie dient er rekening mee gehouden te worden dat een (actualiserend) verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5740 voor de gehele locatie moet worden uitgevoerd, waarbij ook inpandig onderzoek moet worden verricht. Verder zal de bodem ter plaatse van de niet eerder onderzochte verdachte activiteiten (voormalige tankinstallaties en olieafscheiders) moeten worden onderzocht. Het bodemonderzoek wordt als voldoende beoordeeld. Uit de resultaten blijkt dat er mogelijk sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging op de locatie. Het huidige bodemonderzoek geeft hierin onvoldoende inzicht. Er moet nader bodemonderzoek worden uitgevoerd om alsnog voldoende inzicht in de bodemkwaliteit te verschaffen.

Nader onderzoek In opdracht van de Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling, afdeling Grondzaken is door Buro SL B.V. een aanvullend nader onderzoek uitgevoerd naar de ernst en omvang van de verontreiniging met PFOS en PFOA in de grond en het grondwater op en rond het terrein van de voormalige brandweerkazerne aan de Assumburgweg te Den Haag. Uit de resultaten van het aanvullend onderzoek 2019013/RAP01, 25 maart 2019 (en voorgaand onderzoek) en opgenomen in Bijlage 17 van de toelichting is gebleken dat de grond en het grondwater op het achterterrein, op de grens met de Assumburgweg, sterk verontreinigd is (gehalten groter dan de bovengrens) met PFOS. PFOA is niet in sterk verhoogde mate aangetroffen in de grond en het grondwater. Met de uitvoering van onderhavig aanvullend nader onderzoek is de sterke verontreiniging met PFOS in zowel de grond als het grondwater afgeperkt. De ernst en de omvang van de verontreiniging is vastgesteld. De sterke verontreiniging in de grond is aangetroffen in het bodemtraject van 1,0 tot 5,0 m-mv, waarbij de hoogste (niet gecorrigeerde) gehalten worden aangetroffen in de veenlaag (tussen 2,0 en 3,0 m-mv). In de bovengrond zijn geen sterk verhoogde gehalten aan PFOS aangetroffen. De omvang van de sterke verontreiniging in de grond is vastgesteld en wordt geschat op 1.850 m3.

Ook de sterke verontreiniging in het grondwater reikt tot circa 5 m-mv. De omvang van de sterke verontreiniging in het grondwater is vastgesteld en wordt geschat op 1.350 m3 (325 m2 x 4 m1). Er is sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging op de locatie, maar omdat er geen onaanvaardbare risico’s voor de mens en het milieu zijn vastgesteld, is een spoedige sanering niet noodzakelijk. De resultaten van het aanvullend nader onderzoek bevestigen het conceptueel model. De sterke verontreiniging bevindt zich op het achterterrein, op de grens met de Assumburgweg. De sterke verontreiniging in grond en grondwater reikt tot circa 5 m-mv. De bovengrond (tot circa 1 m-mv) is slechts licht verontreinigd. Verondersteld wordt dat de verontreinigingen in de bovengrond in de loop der tijd zijn uitgespoeld naar de diepere grond- en grondwaterlagen. Conclusie Uit nader bodemonderzoek is gebleken dat de bodem geschikt te maken is voor de functies die met de herontwikkeling worden beoogd. Hiermee is aangetoond dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de beoogde herontwikkeling in het bestemmingsplan "Kop Assumburgweg 2023".

87

bestemmingsplan Kop Assumburgweg 2023 (vastgesteld)

4.9

Archeologie

4.9.1

Archeologische waarden na onderzoek

Op grond van de archeologische verwachting (zie paragraaf 2.3.3.2) zijn in het kader van de ontwikkelingsplannen in het bestemmingsplangebied "Kop Assumburgweg 2023" diverse archeologische onderzoeken uitgevoerd. In het zuidelijke deel is in 2017 een booronderzoek (Haagse Archeologische Rapportage 1736, zie Bijlage 18) uitgevoerd. Strandwallen of zandkopjes zijn hierbij niet aangetroffen en ook indicatoren (bijvoorbeeld aardewerk) voor de aanwezigheid van archeologische resten ontbraken. Het landschap is onder natte omstandigheden tot stand gekomen en was onaantrekkelijk voor bewoning. De archeologische verwachting is naar laag bijgesteld. Al in 2008 is booronderzoek (afdeling Archeologie rapport 0921, zie Bijlage 19) uitgevoerd op het perceel van de brandweerkazerne. Bij dit onderzoek zijn evenmin strandwallen, zandkopjes of archeologische indicatoren aangetoond. Ook voor dit deel van het plangebied is destijds de archeologische verwachting naar laag bijgesteld. Op basis van genoemde onderzoeken, de hoogteligging en de aanwezigheid van diepe leidingen is de archeologische verwachting voor de Assumburgweg, de groenstrook en het aangrenzende water binnen het bestemmingsplangebied eveneens laag. Naar aanleiding van bovenstaande is geen dubbelbestemming waarde-archeologie opgenomen in het bestemmingsplan "Kop Assumburgweg 2023".

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13701654/1