RIS314687 Bijlage 1 deel 2 Toelichting Bijlagen
Tekst van het document
Bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 Ontwerp
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Plintenstrategie versie 4.2 130323
Bijlage 2
Milieu effect rapportage 221222
Bijlage 3
bijlage MER geluid XVI 071222
Bijlage 4
Externe veiligheid 170921
Bijlage 5
memo luchtkwaliteit 170122
Bijlage 6
Memo bodem 291021 rev 140322
Bijlage 7
memo bedrijven en milieuzonering 140921 rev 010222
Bijlage 8
Quickscan Wet natuurbescherming 020322
Bijlage 9
Bomeninventarisatie 240918
Bijlage 10
Stikstofdepositie 091222
Bijlage 11
Akoestischonderzoek Wgh 110123
Bijlage 12
Akoestischonderzoek industrielawaai 071222
Bijlage 13
Geurhinderonderzoek 040222
Bijlage 14
Windhinderonderzoek 031022
Bijlage 15
Bezonningsonderzoek 180522
Bijlage 16
Watersleutel 230522
Bijlage 17
Effect straalpaden december 2021
Bijlage 18
Onontplofte Oorlogsresten 170921
Bijlage 19
Trillingsonderzoek 260422
Bijlage 20
Monumentale bomen (lijst)
Bijlage 21
Monumentale bomen (kaart)
1
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
Bijlage 1 Plintenstrategie versie 4.2 090123
182
Plintenvisie Anna van Hannoverstraat 4 Algemeen De zogenoemde ‘plint’ is het deel van het gebouw dat vanaf de straat het meest zichtbaar is voor de langslopende voorbijganger en waar interactie plaatsvindt tussen de straat en het gebouw. Dit is de plek waar bedrijvigheid, voorzieningen en woningen zich presenteren aan de stad en waar de dynamiek en levendigheid het meest tot uiting komt. Een goede invulling van de plint is daarom van groot belang voor de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de stad. Specifiek in de intensiveringsgebieden is de druk op de plint enorm. Dit noemen we ‘the battle for the ground floor’: maatschappelijke en commerciële voorzieningen, werkruimtes, entrees van woningen en parkeergarages, ruimte voor technische installaties, inpandige afvalinzameling, etc. moeten allemaal worden ingepast op de begane grond. Binnen een hoog dynamisch ontwikkelingsgebied als het Central Innovation District(CID)is het vraagstuk met betrekking tot de plint dus nog urgenter. De recente vaststelling van de Plintenstrategie leidt tot deze plintenvisie in dit ruimtelijk plan, waarin de gemeente meer stuurt op de invulling van de plint.
Nota Haagse Hoogbouw Eyeline Skyline In de nota Haagse Hoogbouw Eyeline Skyline (RIS 2984448) zijn specifieke regels opgenomen ten aanzien van de plint, waarbij de Haagse hoogbouw zich kenmerkt door de menselijke maat: een aantrekkelijke stedelijke laag en levendige plint (de eyeline). De minimale bouwhoogte van de plinten is 4,5 meter, waarvan minimaal 50% transparant is uitgevoerd. In deze ruimten zijn overwegend publieke voorzieningengevestigd, zoals dienstverlening en werkruimtes, met een duidelijke expressie van verschillende functies. De publieke functies in de plint zijn openbaar
toegankelijk en hebben een zorgvuldige detaillering. Plinten in het Planuitwerkingskader(PUK, vastgesteld 16 december 2021) Als één van de knooppunten in het CID valt het gebied nabij Station Laan van NOI in de categorie ‘reuring’: een gebied met veel mensen op straat, een actieve plint en veel ruimte voor ontmoeting en voorzieningen. Plinten leveren hierbij een belangrijke bijdrage als drager van verblijfskwaliteit. De combinatie met levendige plinten, hogere dichtheden en een grote functiemix zorgt ervoor dat de buitenruimte aantrekkelijk en veilig is voor ontmoeten, bewegen en verblijven. Hoogbouw is onderdeel van een samengesteld bouwblok bestaande uit een stedelijke laag met levendige plint en daarboven torens, zoals in dit plan. De functies in de plint ondersteunen een prettige, geborgen sfeer op straat. De plinten langs de belangrijkste routes worden gevuld met levendige functies die interactie met de straat aan gaan, (deels) publiektoegankelijk zijn en ruimte bieden aan ontmoeting, zoals horeca en co-working-spaces.
Uit het verleden is gebleken dat een succesvolle plintinvulling niet ‘vanzelf’ ontstaat, omdat marktpartijen flexibiliteit willen in hun verkoop- of verhuurmogelijken van deze ruimten. Commerciële en financiële afwegingen spelen daarbij de hoofdrol en niet de plintinvulling die een bijdrage leveren aan een gebied. In Grip op de Haagse Plint (rapport Rebel) is specifiek geadviseerd over een aantal casussen, waaronder de Anna van Hannoverstraat 4 (omschreven in bijlage C van RIS312977). Bij vaststelling van de Plintenstrategie is per amendement besloten om deze casussen niet aan de voorkant als kaderstellend vast te stellen, maar om per casus een plintenvisie vast te stellen. Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt tevens een plintenvisie vastgesteld, waarbij is beoogd vast te leggen wat wenselijk is op welke plek. Op basis van studie van Rebel naar dit gebied zijn de primaire looproutes bepaald, waar reuring aanwezig is en meer publiektrekkende functies nodig zijn. Daarnaast zijn er in het binnengebied meer plekken voor rust en groen. Op basis van dit advies is er verder gewerkt aan een specifieke inzet van de juiste instrumenten die voor dit plangebied namelijk drie strategieën: stimuleren, reguleren en richting geven. De strategieën worden hieronder omschreven.
In die zin zijn alle adviezen van de Rebel groep overgenomen, maar wordt nog nader bestudeerd of de invulling “zelf doen” nog meer waarde kan bieden. Functies moeten zodanig worden ingepast dat het niet ten koste gaat van de kwaliteit van de plint en de leefbaarheid en gebruiksfunctie van de openbare ruimte. Het ontwerp van de gevel van de plinten geeft kansen om utilitaire functies, deuren en roosters etc. op een passende manier ,in het ritme van de plint op te nemen. In de uitwerking van het bouwplan moet in afstemming met (net)beheerders rekening worden gehouden met de toegankelijkheid van o.a. duurzaamheidsvoorzieningen van de gebouwen. De plaatsing van deze utilitaire functies in de plint moet in samenhang met de bereikbaarheid en impact op de leefkwaliteit van de aanliggende openbare ruimte worden afgestemd. Denk daarbij aan bijvoorbeeld routes voor toegankelijkheid en het combineren van logistieke en collectieve of publieksgerichte functies om de levendigheid van de plinten ondersteunen. In het plangebied is rekening gehouden met bovenstaande ambities. Specifieke eisen gesteld in het PUK ten aanzien van functies in de plinten in het plangebied: •
De onderste twee lagen van de stedelijke laag vormen de plint, die zich visueel onderscheid van de rest van de stedelijke laag. Het bouwplan voldoet aan deze eis.
•
Levendige en transparante plinten langs de belangrijkste looproutes dragen bij aan sociale veiligheid en ontmoeting. Hier ligt de nadruk op programma met een publiek karakter (dienstverlening, horeca, commercieel en entrees naar kantoren, woningen). In het plangebied is ruimte voor publieke functies langslooproutes. Deze zijn vastgelegd in bijlage 6 van de regels. Langs deze routes bevinden zich geen woningen op maaiveld (met uitzondering van centrale entrees naar de bovengelegen woningen). Op de hoeken mogen ook geen entrees van de bovengelegen woningen gesitueerd worden. Voor het gehele plangebied geldt dat minimaal 20% van de plintruimten openbaartoegankelijk zijn.
•
Afbeelding impressie plinten in het plangebied, barcode architecten
•
Plinten moeten tenminste worden geactiveerd langs de belangrijkste routes en hoeken, namelijk: Anna van Hannoverstraat, Wilhelmina van Pruisenweg (haaks op het spoor), Hoeken Anna van Hannoverstraat –doorsteek station –Schenkkade, Hoeken Laan van Nieuw Oost-Indië –Anna van Hannoverstraat, Hoek Wilhelmina van Pruisenweg –Anna van Hannoverstraat, Hoek Schenkkade –Wilhelmina van Pruisenweg. In het plangebied worden nieuwe routes toegevoegd die zorgen voor een aangenaam verblijfsklimaat in het gebied. Daarnaast worden door nieuwe functies, de belangrijke langzaam verkeerroutes in het plangebied geactiveerd en vergroend waar mogelijk.
•
Plinten moeten actief aantrekkelijk en flexibel te gebruiken zijn (met aandacht voor onderscheid tussen publiek aantrekkend (langs intensieve looproutes) en autonoom functionerend (waar je doelgericht heen gaat en die meer buiten de loop liggen). De plintruimten zijn qua maat en schaal afgestemd op multifunctioneel gebruik en kunnen adaptief omgaan met veranderingen in de toekomst.
•
In de plint van het plangebied (begane grond en 1e verdieping) zijn geen uitkragende buitenruimtes aanwezig.
•
In het PUK is aangegeven dat de plint een minimale hoogte van 8,10 meter heeft. Vanwege verschillende maaiveldhoogten en programmatische invulling, geldt voorde tweede bouwlaag een andere hoogten, hierbij wordt die minimale hoogte niet overal gehaald. Stedenbouwkundig is deze afwijking van het PUK acceptabel.
•
Beide lagen voor programma met een publiek karakter is gewenst langs de Anna van Hannoverstraat. Het 2e maaiveld op één torens wordt ingericht als publiektoegankelijke, groene en hoogwaardige daktuin en verblijfsruimte (overdag toegankelijk), sluit aan op het peil van de 1e etage van de stedelijke laag.
Horeca is alleen in de plint (begane grond en bijbehorende entresol/eerste verdieping) toegestaan. In bedrijfsruimten is een internet-afhaalpunt toegestaan, deze is gemaximeerd tot 200 m2 BVO (voor niet bewoners) en het afhaalpunt (dus geen verkoop ter plaatse) is gelegen in de plint van de gebouwen of gelieerd is aan de naast de ontwikkeling gelegen brandstofverkoopplaats. Een afhaalpunt mag gecombineerd worden met een mobiliteitsaanbieder in het gebied. In het plangebied is ruimte gecreëerd voor deze functie. Het combineren van een afhaalfunctie met een afleverpunt voor post en pakketjes of een publieke functie zoals café , fietsenmaker of andere collectieve
activiteit, biedt mogelijkheden voor het levendig en publiek aantrekkelijk inpassen van deze functies in de plint gevel. Wonen in de plinten In de hoogbouwvisie ‘EyelineSkyline’ zijn aspecten opgenomen ten aanzien van woningen in de plinten in stedelijk bouwblokken zoals in het plangebied. Uitgezonderd van de aangemerkte looproutes en hoeken (bijlage 6 van de regels), is er een mogelijkheid om woningen op straatniveau te realiseren. Aandachtspunten zijn de aansluiting tot het openbaar gebied en de overgangen van privaat naar publieke ruimten. Bij de uitwerking van het bouwplan moeten er afspraken worden gemaakt over het openbaar gebied en kleine (semi) privé buitenruimte/ eventuele geveltuin bij de voordeuren. In het openbare ruimte plan zal de leefbaarheid en levendigheid op straatniveau verder worden uitgewerkt. Aandachtpunt blijft dat de woonfuncties de benodigde publiek toegankelijke functies in de plint niet mag verdringen of uitsluiten. Voorzieningen in de plinten Met de ontwikkelende partij en de architect is gezocht naar een optimale inrichting van zowel het gebouw als de plintruimten in relatie tot de toekomstig openbare ruimte. De functies betreffen commerciële en maatschappelijke functies met daarbij behorende technische installaties, inpandige afvalinzameling, parkeren, werkruimtes en entrees van woningen.
Aandachtspunt is hierbij om slimme combinaties te maken van functies, zoals een fietsenstalling combineren met een pakketafhaalpunt of een reparatiecafé. In de verdere uitwerking van het bouwplan en de openbare ruimte moet rekening gehouden worden met het toekomstig laden en lossen, een nieuwe fietsverbinding en een aangenaam verblijf voor bewoners, reizigers en bezoekers. In dit bestemmingsplan wordt zoals in het PUK is vastgesteld ruimte geboden voor maximaal 6000m2 aan voorzieningen. In het plangebied is in de plinten ruimte voor horeca, detailhandel, werkruimten, sportvoorzieningen, een zorginstelling (440m2) en kinderopvang. Plintenstrategie 2022 Om een levendige plint te realiseren is het belangrijk om een strategie te bepalen, die nodig is om een levendige plint ook daadwerkelijk te realiseren. De gemeenteraad heeft op 24 oktober 2022 de plintenstrategie vastgesteld. De plintstrategie bevat instrumenten waarop de gemeente op verschillende manieren kan sturen op plintinvulling. Uiteenlopend van actieve sturing, waarbij de gemeentezelf het beheer organiseert tot aan passieve sturing, waarbij richting wordt gegeven op basis van vastgesteld beleid.
Instrumentarium (Plinten-ladder), Haagse Plintenstrategie 2022
In het specifieke geval van de herontwikkeling aan de Anna van Hannoverstraat is een beperkt aantal strategieën die toegepast kunnen worden het feit dat er sprake is van een particuliere herontwikkeling op een niet in erfpacht uitgegeven terrein dat bijna volledig in eigendom van één eigenaar is. Daarmee vallen een heel aantal instrumenten af die in andere delen van de stad wel toepasbaar zijn. Het plangebied betreft dus een particuliere herontwikkeling, waar middels een Planuitwerkingskader (PUK) de ruimtelijke en programmatische kaders van de bebouwing is vastgesteld. Naast dit bestemmingsplan wordt er tevens een Beeldkwaliteitsplan (BKP) vastgesteld, waarin kaders m.b.t. beeldkwaliteit specifieker worden vastgelegd. In het plangebied is er sowieso wel sprake van drie strategieën, namelijk stimuleren, reguleren en richting geven. Deze worden hieronder toegelicht. Stimuleren De gemeente is met de ontwikkelaar in gesprek om een deel van de plintruimte beschikbaar te houden voor een extra fietsparkeervoorziening of een plinten-BV, die de verantwoordelijkheid voor aan-en verhuur van plinten kan overnemen van beleggers of in voorkomende gevallen ook het eigendom van het betreffende vastgoed overneemt. Deze voorziening kan een bijdrage leveren aan de fietsparkeerbehoefte van de bezoekers en reizigers, mogelijk bevat deze ruimte tevens een sociale werkplaats en pakketdienst.
De eventuele uitwerking van deze ruimte en de financiële haalbaarheid zal bij de uitwerking van het bouwplan aan bod komen.
Reguleren In de regels van het bestemmingsplan zijn specifieke gebruiksregels vastgelegd voor de begane grond van het gebouw ten aanzien van detailhandel, horeca en maatschappelijk functies. Op deze manier worden de plintfuncties gereguleerd. Door het opnemen van maximale vestigingsgrootte van detailhandelsvestigingen, kan een fijnmazig winkelaanbod worden gerealiseerd, die bijdraagt aan het leefklimaat in het gebied. Er is tevens opgenomen dat minimaal 20% van de plint moet bestaan uit openbaar toegankelijke functies. Daarnaast is vastgelegd in de regels dat er een eerstelijnszorgvoorziening komt, conform het gewenste voorzieningenniveau. Het plangebied betreft geen gemeentelijke tender of erfpachtgronden en daarmee is het bestemmingsplan een goed instrument om testuren op functies in de plinten. Branchering is wettelijk niet vast te leggen in de regels. Richting geven Met de ontwikkelaar zijn meerdere gesprekken gevoerd over het creëren van een aangename woonen leefklimaat in het gebied. Met betrokken partijen, bewoners en de gemeente is er gezocht naar een juiste mix van functies, waarbij het voorzieningenniveau zowel voor de bewoners als de toekomstige gebruikers, acceptabel zijn. In het PUK, het Beeldkwaliteitsdocument en dit bestemmingsplan komen aspecten samen die moeten leiden tot een levendige plint in het plangebied.
Bij de verdere uitwerking van het bouwplan wordt geadviseerd om bij het kantorenprogramma op de hoek Laan van NOI en Anna van Hannoverstraat op de begane grond ruimte te reserveren voor ontmoeting om een binnen gericht kantoortoren te voorkomen. Bijvoorbeeld co-working-concepten voor startupsmet een horecafunctie, waarbij het innovatieve karakter van het CID zichtbaar wordt en ook de relatie met de openbare ruimte wordt versterkt. De plinten zijn dé plek voor ontmoeting, dit geldt ook voor de bewoners. Vanwege de grote hoeveelheid woningen, kan er ook nog worden nagedacht over meer voorzieningen op hogere verdiepingen passend bij de woonfunctie, zoals ontmoetingsruimten. De detailhandelsfunctie is beperkt tot een maximale grootte van 500 m2, waarbij de mogelijkheid bestaat het oppervlak uit te breiden met 400 m2 mits er een innovatief winkelconcept wordt voorgesteld. Conclusie Met dit bestemmingsplan worden functies mogelijk gemaakt in de plintruimten, die leiden tot een aangenaam verblijfsklimaat in het plangebied. Deze planontwikkeling dient als aanjager van de verlevendiging van het gehele Laan van NOI-gebied. De gemeente maakt gebruik van verschillende sturingsinstrumenten om de gewenste vulling en uitstraling van de plint te bereiken.
Anna van Hannoverstraat 4, Den Haag Milieueffectrapport
VORM Ontwikkeling B.V. 21 december 2022
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Anna van Hannoverstraat 4, Den Haag VORM Ontwikkeling B.V.
Milieueffectrapport Definitief 05 21 december 2022 119623/22-018.694
119623 ir. F.D. Cieraad ir. J.L. Dierx
ir. F.D. Cieraad P.F.M. Fouraschen MSc ir. J.L. Dierx
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Koningin Julianaplein 10, 12e etage Postbus 85948 2508 CP Den Haag +31 (0)70 370 07 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toest emming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
SAMENVATTING
6
Ontwikkeling Anna Hannoverstraat 4
6
Onderzoeksaanpak
7
Samenvatting van effecten
7
1
INLEIDING
11
1.1
De voorgenomen ontwikkeling
11
1.2
Aanleiding voor een onderzoek naar milieueffecten
12
1.3
De m.e.r.-procedure
13
1.4
Leeswijzer
14
2
PARTICIPATIE
15
3
CONTEXT VAN DE ONTWIKKELING
17
3.1
Stedenbouwkundige en programmatische verkenningen
17
3.1.1 3.1.2
17 19
3.2
Inhoud en totstandkoming Milieuoverwegingen
Planuitwerkingskader
21
3.2.1 3.2.2
21 21
Inhoud en totstandkoming Milieuoverwegingen
3.3
Huidig bestemmingsplan
22
3.4
Relatie met structuurvisie en planMER CID
23
3.5
Bestuurlijk en wettelijk kader
26
4
BESCHRIJVING PLANGEBIED EN VOORGENOMEN ONTWIKKELING
28
4.1
Plangebied: Anna van Hannoverstraat 4
28
4.2
Doel en programma voorgenomen ontwikkeling
29
5
AANPAK VAN HET EFFECTENONDERZOEK
32
5.1
Uitgangspunten voor het effectenonderzoek
32
5.2
Kern van de aanpak
32
5.3
Alternatieven
33
5.4
Beoordelingskader
34
5.5
Wijze van beoordelen
35
6
EFFECTBESCHRIJVING EN BEOORDELING VAN DE VOORGENOMEN ONTWIKKELING
36
Leefbaarheid en gezondheid
36
6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4 6.1.5 6.1.6 6.1.7 6.1.8 6.1.9 6.1.10
36 38 40 49 52 54 56 57 58 58
6.1
6.2
6.3
Functiemenging Openbare ruimte Geluid Luchtkwaliteit Milieugezondheidsrisico’s Gezond gedrag Externe veiligheid Ruimtelijke kwaliteit Hinder tijdens de bouw Samenvatting beoordeling leefbaarheid en gezondheid
Mobiliteit en bereikbaarheid
59
6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.5 6.2.6
61 64 66 66 71 72
Vervoerskeuze Bereikbaarheid langzaam verkeer Bereikbaarheid openbaar vervoer Autobereikbaarheid Verkeersveiligheid Samenvatting beoordeling mobiliteit en bereikbaarheid
Duurzaamheid en energietransitie
73
6.3.1 6.3.2 6.3.3 6.3.4 6.3.5 6.3.6
73 80 80 84 90 93
Bodem Water Natuur Stadsklimaat Energie Samenvatting beoordeling duurzaamheid en energietransitie
7
BELANGRIJKSTE INZICHTEN VOOR BESLUITVORMING
94
7.1
Overzicht effecten
94
7.2
Effecten zonder invloed op besluitvorming
96
7.3
Te mitigeren effecten ten behoeve van besluitvorming
97
7.4
Effecten waar besluitvorming over plaats dient te vinden
98
7.5
Conclusie effectbeoordeling
98
8
DISCUSSIE EN AANBEVELINGEN
99
8.1
Leemten in kennis en onzekerheden
99
8.2
Monitoring en evaluatie
100
8.3
Aanbevelingen
101
Laatste pagina
103
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
Referentielijst
1
II
Verwerking advies Commissie m.e.r.
1
III
Verklarende woordenlijst
1
IV
Beleidskader
23
V
Onderzoek luchtkwaliteit
4
VI
Onderzoek bodemkwaliteit
22
VII
Onderzoek externe veiligheid
11
VIII
Onderzoek bedrijven en milieuzonering
6
IX
Onderzoek ontplofbare oorlogsresten
13
X
Onderzoek stikstofpositie
29
XI
Onderzoek ecologie
37
XII
Onderzoek trillingen
15
XIII
Watertoets bestemmingsplan
10
XIV
Geuronderzoek tankstation
21
XV
Bodeminventarisatie
8
XVI
Onderzoek geluidbelasting (los bijgevoegd)
1.920
XVII
Kruispuntanalyse Schenkkade - Laan van NOI
14
XVIII
Windklimaatonderzoek
23
XIX
Bezonningsonderzoek
24
XX
Beoordeling geluidreflecties
2
XXI
Aanvraag hogere waarden
4
SAMENVATTING Voor u ligt de samenvatting van het milieueffectrapport voor de ontwikkeling van Anna van Hannoverstraat 4 te Den Haag. De samenvatting geeft beknopt weer wat de (milieu)effecten zijn van de voorgenomen ontwikkeling van VORM Ontwikkeling B.V. voor het voormalig Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daarmee kan het milieubelang volwaardig meewegen in de besluitvorming over het bestemmingsplan voor Anna van Hannoverstraat 4. Deze samenvatting behandelt de volgende onderwerpen: - ontwikkeling van de Anna van Hannoverstraat 4: wat is het plan? - onderzoekproces: wat is in het MER onderzocht en hoe? - effecten van de alternatieven: wat zijn de belangrijkste effecten? Deze samenvatting maakt onderdeel uit van het MER, maar kan ook zelfstandig worden gelezen om op hoofdlijnen een beeld van de inhoud van het MER te krijgen.
Ontwikkeling Anna Hannoverstraat 4 Naast het station Laan van NOI was tot 2015 het voormalige ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gevestigd. Eind 2016 is het gebouw verkocht. VORM Ontwikkeling B.V. wil het gebouw en de directe omgeving daarvan ontwikkelen tot een nieuwe stadsentree met een mix van wonen en werken. Het totale bovengrondse programma omvat maximaal 120.000 m2 bvo en voor het aantal woningen is in het MER uitgegaan van 1.320 woningen. Naast woningen en werkplekken komt er ruimte voor ontmoetingen, voorzieningen, een volwaardig stationsplein, veel groen en betere verbindingen naar de wijken. Om de beoogde herontwikkeling planologisch mogelijk te maken wordt een bestemmingsplan opgesteld. Vanwege de omvang van de ontwikkeling en de mogelijke milieugevolgen, is de keuze gemaakt voor het doorlopen van een project m.e.r.‐procedure in het kader van het bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4. Voorgenomen activiteit De hoofduitgangspunten voor de herontwikkeling van de locatie Anna van Hannoverstraat 4 zijn de uitkomst van een zorgvuldig proces met de verschillende betrokken partijen. Het onderzoeken van alternatieven met sterk onderscheidende programma’s of grote variaties in de stedenbouwkundige opzet is dan ook niet meer aan de orde.
Wel is er binnen deze uitgangspunten sprake van enige mate van flexibiliteit en zullen op onderdelen nog keuzes moeten worden gemaakt bij de verdere uitwerking van de plannen. De maximale invulling van de beoogde ontwikkelruimte in het bestemmingsplan vormt het vertrekpunt voor de effectbeoordeling. Het plan bestaat uit een stedelijke laag van 28 m met drie woontorens en een kantoortoren met een maximale bouwhoogte van 75 m en een totaal bovengronds functioneel programma van 120.000 m2 bvo. Daarbij komt 15.000 m2 voor parkeren.
Tabel 1 Samenvatting programma voorgenomen ontwikkeling
maximale invulling
1
Woonprogramma 1
Maatschappelijk en/of economisch programma
Mobiliteitsstrategie
1.320 totaal: 165 koop middelduur 155 koop duur 10 koop penthouse 330 huur 260 midden huur 400 sociale huur
30.000 m2 bvo totaal: 4.000 m2 bvo retail 24.000 m2 bvo kantoren 2.000 m2 bvo supermarkt
423 parkeerplekken maximale verkeersgeneratie
In het MER is conform de uitgangspunten in de NRD uitgegaan van maximaal 1.320 woningen. In het ontwerpbestemmingsplan is er uiteindelijk voor gekozen om een maximum van 1.200 woningen vast te leggen.
6 | 103
Witteveen+Bos | 119623/22-018.694 | Definitief 05
Aanleiding MER De beoogde herontwikkeling van Anna van Hannoverstraat 4 past niet binnen het vigerende bestemmingsplan, onder andere omdat bebouwing nu niet hoger dan 31 m mag zijn. Omdat het besluit over het bestemmingsplan een stedelijke ontwikkeling betreft (categorie D11.2 van het Besluit milieueffectrapportage) moet beoordeeld worden of een milieueffectrapport (MER) noodzakelijk is. Gezien de omvang van het plan (tot 1.320 woningen1), de locatie (stedelijk gebied) en de potentiële effecten is de keuze gemaakt direct een projectMER op te stellen.
Onderzoeksaanpak De voorgenomen activiteit maakt onderdeel uit van het CID waarvoor in 2021 een structuurvisie is vastgesteld. Voor deze structuurvisie is een planMER opgesteld. Het MER zal daarom voortborduren op de resultaten van het planMER voor het CID. De onderzoeksaanpak is verder afgestemd op de maximale mogelijkheden zoals die in het bestemmingsplan worden vastgelegd. Met dit MER wordt op die manier de totale bandbreedte aan mogelijke milieugevolgen in beeld gebracht, inzicht gegeven in de randvoorwaarden waaronder de plannen uitvoerbaar zijn en welke mogelijke maatregelen nodig zijn om nadelige effecten te voorkomen dan wel te beperken en kansen te benutten. Het milieuonderzoek is dus niet gericht op het maken van een keuze tussen alternatieven, maar op het in beeld brengen van de maximale bandbreedte aan milieugevolgen, de eventueel daarmee samenhangende randvoorwaarden en maatregelen en de mogelijkheden voor optimalisaties in het uiteindelijke ontwerp. Kijkend naar de potentiële effecten van de ontwikkeling van de locatie Anna van Hannoverstraat 4 voor de omgeving vragen onder andere de mobiliteitsgevolgen en de daaraan gerelateerde effecten de nodige aandacht. Beoordelingsmethode De milieugevolgen van de voorgenomen activiteit zijn vergeleken met de referentiesituatie. Dit betreft de huidige situatie en de eventuele autonome ontwikkelingen.
De referentiesituatie en de voorgenomen ontwikkeling worden beoordeeld aan de hand van een integraal beoordelingskader. Het beoordelingskader is opgebouwd in lijn met de ambities van de gemeente Den Haag zoals beschreven in het Coalitieakkoord 2019‐2022 ‘Samen voor de Stad’. Het zichtjaar voor de effectbeoordeling in het MER is 2032. De referentiesituatie en de voorgenomen ontwikkeling worden beoordeeld op basis van een algemene vijfpuntschaal. Een positieve beoordeling is een indicatie van een (merkbare) verbetering ten opzichte van de referentiesituatie. Bij een negatieve beoordeling vindt een (merkbare) verslechtering plaats ten opzichte van de referentiesituatie en/of komen beleidsdoelen verder buiten bereik te liggen. Een zeer negatieve beoordeling wordt toegekend bij een (dreigende) overschrijding van een wettelijke (harde) norm.
Samenvatting van effecten Op een aantal aspecten draagt de voorgenomen ontwikkeling sterk positief bij, met name aan de doelstelling en ambities van de gemeente Den Haag ten aanzien van: functiemenging, de kwaliteit van de openbare ruimte en de energieprestatie van de bebouwing. Ook op de aspecten verkeersveiligheid, biodiversiteit en hittestress heeft de voorgenomen ontwikkeling een positief effect. Ten aanzien van geluid heeft de voorgenomen ontwikkeling een (sterk) negatief effect. De voorgenomen ontwikkeling heeft een licht negatief effect op luchtkwaliteit. Ten aanzien van hinder tijdens de bouw is te argumenteren dat de bouw van de voorgenomen ontwikkeling voor hinder zal zorgen, maar omdat het bouwplan nog niet is uitgewerkt is een concrete beoordeling van dit aspect niet mogelijk. Bij de analyse van de verkeersafwikkeling autoverkeer op ontsluitende wegen is de conclusie getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een minder goede verkeersafwikkeling. Ook heeft de voorgenomen ontwikkeling de negatieve effecten van een toename van wind- en schaduwhinder. Bij de toename van schaduwhinder is er sprake van normoverschrijding en is daarom een sterk negatief effect geconstateerd.
1
In het MER is conform de uitgangspunten in de NRD uitgegaan van maximaal 1.320 woningen. In het ontwerpbestemmingsplan is er uiteindelijk voor gekozen om een maximum van 1.200 woningen vast te leggen.
7 | 103
Witteveen+Bos | 119623/22-018.694 | Definitief 05
Ten aanzien van de overige criteria zijn geen (significante) milieueffecten geconstateerd en is de beoordeling neutraal (0) toegekend. Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de milieueffecten uit dit MER.
Tabel 2 Overzicht beoordeling van de effecten van de voorgenomen ontwikkeling Aspect
Criterium
Referentiesituatie
Voorgenomen ontwikkeling
Functiemenging
verhouding tussen wonen en overige gebruiksfuncties werken/detailhandel/voorzieningen
redelijk
++
Openbare ruimte
aandeel en kwaliteit publiek toegankelijke ruimte
matig
++
Geluid
verschuiving van het aantal geluidgevoelige objecten binnen geluidsklassen ten gevolge van verkeer
matig tot tamelijk slecht
-
verschuiving van het aantal geluidsgevoelige objecten binnen geluidklassen ten gevolge van railverkeer1
redelijk tot tamelijk slecht
--
verschuiving van het aantal geluidgevoelige objecten binnen geluidklassen ten gevolge van industrielawaai
matig tot tamelijk slecht
-
verschuiving van het aantal geluidsgevoelige objecten binnen geluidklassen in cumulatie
tamelijk slecht
--
Luchtkwaliteit
verandering van blootstelling aan schadelijk stoffen
goed
-
Milieugezondheidsrisico’s
verandering van blootstelling aan gecumuleerde effecten op aspecten van luchtkwaliteit en geluid (MGR‐indicator)
matig
-/0
Gezond gedrag
mate waarin het plan en de inrichting van de publieke ruimte aanzetten tot gezond gedrag
matig
0
Externe veiligheid
verandering van risicocontouren en personendichtheden
goed
0
Ruimtelijke kwaliteit
gevolgen van het plan voor de ruimtelijke kwaliteit in brede zin
redelijk
0
Hinder tijdens de bouw
knelpunten in de leefbaarheid in termen van (cumulatieve) tijdelijke hinder van bijvoorbeeld verkeer, geluid, trillingen, luchtkwaliteit, stof en veiligheid
niet van toepassing
-
Vervoerskeuze
mate waarin het percentage autogebruik wordt teruggedrongen
redelijk
0
robuustheid van het netwerk
goed
0
Bereikbaarheid langzaam verkeer
aantal fietsers op aandacht routes van/naar plangebied
redelijk
0
Bereikbaarheid openbaar vervoer
intensiteiten/capaciteiten per lijn station Den Haag Laan van NOI
overwegend goed
0
Autobereikbaarheid
verkeersafwikkeling autoverkeer ontsluitende wegen
redelijk
-
verkeersafwikkeling autoverkeer op hoofdwegen in schil rond het plangebied (op basis van resultaten verkeersmodel studie planMER CID)
redelijk
0
1
Dit criterium geeft ook een indicatie van de toe‐ of afname van (permanente) trillinghinder.
8 | 103
Witteveen+Bos | 119623/22-018.694 | Definitief 05
Aspect
Criterium
Referentiesituatie
Voorgenomen ontwikkeling
Verkeersveiligheid
mate van concentratie autoverkeer op hoofdwegen
goed
+
oversteekbaarheid omliggende wegen voor voetgangers en fietsers
redelijk
0
robuustheid van het netwerk
redelijk
0
beïnvloeding van de bodemkwaliteit (verontreinigingen)
redelijk
0
bodemopbouw en zettingen
redelijk
0
ruimte voor energietransitie in de ondergrond
overwegend goed
0
Water
beïnvloeding van wateroverlast (inclusief waterberging bij extreme neerslag of droogte)
matig
0
Natuur
effecten op Natura 2000
slecht
0
effecten op NNN
overwegend goed
0
effecten op beschermde soorten
redelijk
0
effect op biodiversiteit
redelijk
+
beïnvloeding van hittestress als gevolg van de stedenbouwkundige inrichting
slecht
+
beïnvloeding van windhinder als gevolg van de stedenbouwkundige inrichting (op basis van windhinderonderzoek)
goed - matig
-
beïnvloeding van schaduwhinder als gevolg van de stedenbouwkundige inrichting (op basis van bezonningsonderzoek)
matig
--
CO2‐uitstoot door verandering in de energieprestatie van bebouwing
slecht
++
CO2‐uitstoot door verandering in de energieprestatie van mobiliteit
matig
0
CO2‐uitstoot van energievoorziening voor openbare voorziening
niet van toepassing
0
Bodem
Stadsklimaat
Energie
Een aantal negatieve effecten zijn belangrijk om aandacht aan te besteden en zoveel mogelijk proberen te mitigeren, maar zijn niet direct aanleiding om de bestemmingsplanwijziging niet toe te staan. Dit zijn de negatieve effecten op luchtkwaliteit, hinder tijdens de bouw, verkeersafwikkeling op ontsluitende wegen en het windklimaat. Geluid Ten aanzien van geluid zullen maatregelen genomen moeten worden omdat hier sprake is van normoverschrijding: op alle vier de beoordelingscriteria van geluid vindt een verslechtering plaats ten opzichte van de referentiesituatie en is op sommige criteria sprake van normoverschrijding. Teneinde de woningbouw mogelijk te maken zijn maatregelen dus noodzakelijk. Initiatiefnemer heeft de intentie om zorgvuldig om te gaan met de potentiële negatieve effecten en wil de negatieve effecten zo veel mogelijk beperken. Daarom overweegt zij de volgende maatregelen ten aanzien van geluid. Een deel van de overschrijding zou kunnen worden weggenomen door maatregelen te nemen op/rond het BP tankstation, bijvoorbeeld uitvoering van geluid reducerende maatregelen aan de technische installaties van de winkel van het tankstation en door het opleggen van een maatwerkvoorschrift met verruimde geluidgrenswaarden. Vooralsnog is het niet bekend of de gemeente Den Haag meewerkt aan het verlenen van een maatwerkvoorschrift.
9 | 103
Witteveen+Bos | 119623/22-018.694 | Definitief 05
Daarnaast zal in het nog volgende ontwerp-traject voor alle beoogde geluidgevoelige gevels (woningen) waar een overschrijding bestaat, of resteert na het verlenen van een maatwerkvoorschrift, noodzakelijke maatregelen beschouwd moeten worden. Vooralsnog zal voor kopgevels van woningen een gevel zonder te openen delen moeten worden toegepast (zogenaamde 'dove gevel'). Voor de langsgevels zal middels een afschermende beglaasde balkonconstructie een afdoende geluidreductie kunnen worden gerealiseerd om normoverschrijding te voorkomen en woningbouw mogelijk te maken. Vaststaat dat de geluidsbelasting op het aantal geluidgevoelige objecten verslechterd ten opzichte van de referentiesituatie. Zoals Tabel 3 toont is het wel aannemelijk dat de beschreven maatregelen in ieder geval zorgen dat normoverschrijding voorkomen wordt en woningbouw mogelijk is.
Tabel 3 Overzicht beoordeling van de effecten van de voorgenomen ontwikkeling inclusief mitigerende maatregelen op geluid Criterium
Referentiesituatie
Voorgenomen ontwikkeling
Voorgenomen ontwikkeling inclusief mitigerende maatregelen
verschuiving van het aantal geluidgevoelige objecten binnen geluidsklassen ten gevolge van wegverkeer
matig tot tamelijk slecht
-
-/0
verschuiving van het aantal geluidsgevoelige objecten binnen geluidklassen ten gevolge van railverkeer 1
redelijk tot tamelijk slecht
--
-
verschuiving van het aantal geluidgevoelige objecten binnen geluidklassen ten gevolge van industrielawaai
matig tot tamelijk slecht
-
-/0
verschuiving van het aantal geluidsgevoelige objecten binnen geluidklassen in cumulatie
tamelijk slecht
--
-
Schaduwhinder Ten aanzien van schaduwhinder is er sprake van normoverschrijding van de door de gemeente Den Haag gestelde norm. Landelijk zijn er geen formele eisen vastgesteld aan de bezonning van woningen of andere bouwwerken: gemeenten zijn vrij hun eigen eisen te stellen aan de bezonning. Het is dus aan de gemeente Den Haag om af te wegen of het belang van het doorgaan van het project in de huidige voorgestelde vorm opweegt tegen het niet meer voldoen of verder achteruitgaan van de bezonning op een aantal woningen.
1
Dit criterium geeft ook een indicatie van de toe‐ of afname van (permanente) trillinghinder.
10 | 103 Witteveen+Bos | 119623/22-018.694 | Definitief 05
1 INLEIDING 1.1
De voorgenomen ontwikkeling
Voor u ligt het milieueffectrapport voor de ontwikkeling van de Anna van Hannoverstraat 4 in Den Haag (voormalig ministerie van Sociale Zaken). Het milieueffectrapport (MER) beschrijft wat de (milieu)effecten zijn van de plannen die VORM Ontwikkeling B.V. (hierna VORM) heeft voor Anna van Hannoverstraat 4.
Afbeelding 1.1 Situering plangebied Anna van Hannoverstraat 4 in Den Haag
Naast het station Laan van NOI was tot 2015 het voormalige ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gevestigd op de Anna van Hannoverstraat 4. Eind 2016 is het gebouw verkocht. VORM wil het gebouw en de directe omgeving daarvan ontwikkelen tot een nieuwe stadsentree met een mix van wonen en werken.
11 | 103 Witteveen+Bos | 119623/22-018.694 | Definitief 05
In het planuitwerkingskader1 (PUK) zijn onder andere programmatische uitgangspunten voor de herontwikkeling van de locatie Anna van Hannoverstraat 4 vastgelegd. Het totale bovengrondse programma omvat maximaal 120.000 m2 bvo: Naast woningen en werkplekken komt er ruimte voor ontmoetingen, voorzieningen, een volwaardig stationsplein, veel groen en betere verbindingen naar de wijken. In dit MER wordt uitgegaan van de ontwikkeling van 1.320 woningen2 (bovengrens van 1.200 woningen uit het PUK + 10 %) om optimaal in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen in de woningmarkt. Daarvoor is enige flexibiliteit ten aanzien van de randvoorwaarden en eisen voor het woonprogramma gewenst en daarom is er voor gekozen om in het MER op dit punt rekening te houden met een mogelijke (beperkte) afwijking van het PUK. De oppervlakte van het totale woonprogramma zal niet toenemen: meer woningen betekent gemiddeld kleinere woningen. In het planvoorstel wordt het bestaande gebouw gesloopt. Twee nieuwe hoogstedelijke samengestelde bouwblokken komen hiervoor terug. Hierdoor vergroot de doorwaadbaarheid van het gebied en wordt het station vanaf de Schenkkade zichtbaar. De Anna van Hannoverstraat wordt heringericht als groene, autovrije ontmoetingsruimte en omgevingsdomein van de Haagse zijde van het station Den Haag Laan van NOI.
De nieuwe doorsteek richting de Schenk vanuit het station is ook onderdeel van het autovrije gebied. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Daarom wordt door de gemeente Den Haag een nieuw bestemmingsplan voorbereid.
1.2
Aanleiding voor een onderzoek naar milieueffecten
In de Wet milieubeheer en het bijbehorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is wettelijk geregeld voor welke projecten en besluiten een vorm van m.e.r.‐verplichting geldt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, waarvoor altijd een m.e.r.‐procedure moet worden doorlopen (m.e.r.‐plicht) en activiteiten waarvoor het bevoegd gezag nader moet beoordelen of een m.e.r.‐ procedure al dan niet nodig is (m.e.r.‐beoordelingsplicht). In bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven voor welk type activiteiten een planm.e.r.‐, project m.e.r.‐ of m.e.r.‐ beoordelingsprocedure moet worden doorlopen en in het kader van welk besluit deze verplichting geldt. Categorie D11.2 (zie tabel 1.1) heeft betrekking op stedelijke ontwikkelingsprojecten.
Tabel 1.1 Uitsnede D-lijst Besluit milieueffectrapportage, categorie D11.2
D11.2
1
Kolom 1 Activiteiten
Kolom 2 Gevallen
Kolom 3 Plannen
Kolom 4 Besluiten
de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen
in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1 een oppervlakte van 100 ha of meer 2 een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3 een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000m2 of meer
de structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet
de vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan bedoeld in artikel 3.1, eerste lid van die wet
Planuitwerkingskader Anna van Hannoverstraat (voormalig Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (2021, 26 mei) Gemeente Den Haag, RIS30878.
2
In het MER is conform de uitgangspunten in de NRD uitgegaan van maximaal 1.320 woningen. In het ontwerpbestemmingsplan is er uiteindelijk voor gekozen om een maximum van 1.200 woningen vast te leggen.
12 | 103 Witteveen+Bos | 119623/22-018.694 | Definitief 05
De oppervlakte van het perceel waar de herontwikkeling plaatsvindt is kleiner dan 2 ha. Dit betekent dat de drempelwaarden zoals opgenomen in de D‐lijst bij het Besluit milieueffectrapportage (100 ha, 200.000 m2 bvo of 2.000 woningen) niet worden overschreden. De drempelwaarden in de D‐lijst bij het Besluit milieueffectrapportage zijn echter niet ‘hard’ waardoor ook in gevallen waarbij de drempelwaarden niet worden overschreden, dient te worden bekeken of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden die aanleiding geven voor het doorlopen van een project-m.e.r.‐procedure. Voor activiteiten onder de drempelwaarde is sprake van een zogenaamde ‘vormvrije’ m.e.r.‐beoordeling. Kijkend naar de potentiële effecten van de ontwikkeling van de locatie Anna van Hannoverstraat 4 voor de omgeving, vragen onder andere de mobiliteitsgevolgen en de daaraan gerelateerde effecten de nodige aandacht. Datzelfde geldt voor belangrijke thema’s zoals energietransitie en klimaatadaptatie en mogelijke invloed van de ontwikkeling op Natura 2000-gebieden door stikstofdepositie. Gezien de omvang van de plannen, de locatie en de potentiële effecten is de keuze te gemaakt voor het doorlopen van een project m.e.r.‐procedure in het kader van het bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4.
1.3
De m.e.r.-procedure
Het bestemmingsplan en het bijbehorende MER worden voorbereid aan de hand van voorgeschreven procedures. Onderstaande tabel toont de belangrijkste stappen en samenhang tussen de procedure van het bestemmingsplan en het MER. De initiatiefnemer voor de herontwikkeling van de locatie Anna van Hannoverstraat 4 is VORM Ontwikkeling B.V.. De gemeenteraad van Den Haag is het bevoegd gezag. Het publiceren van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) (Rho Adviseurs, 2021) was de eerste stap in de m.e.r.‐procedure. De NRD lag van 27 december 2021 tot en met 6 februari 2022 digitaal ter inzage voor zienswijzen. Ook zijn adviezen gevraagd aan wettelijke adviseurs en betrokken bestuursorganen en is de Commissie voor de milieueffectrapportage om advies gevraagd. In bijlage II wordt beschreven hoe dit advies is verwerkt in het voorliggend MER. De NRD en de reacties en adviezen daarop zijn het vertrekpunt geweest voor het opstellen van het voorliggend projectMER.
Tabel 1.2 Koppeling m.e.r. en bestemmingsplanprocedure Milieueffectrapportage
Bestemmingsplan openbare kennisgeving opstellen MER en bestemmingsplan
opstellen Notitie Reikwijdte en Detailniveau NRD gereed en ter inzage zienswijze en advies Notitie Reikwijdte en Detailniveau MER opstellen MER
opstellen ontwerpbestemmingsplan
MER gereed
ontwerpbestemmingsplan gereed Ontwerpbestemmingsplan (inclusief MER) ten inzage zienswijzen
toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. verwerken zienswijzen en adviezen vaststellen bestemmingsplan (inclusief MER)
13 | 103 Witteveen+Bos | 119623/22-018.694 | Definitief 05
Zodra het ontwerpbestemmingsplan en het MER gereed zijn, geeft het college van B&W de stukken vrij voor zienswijzen. Gedurende een periode van zes weken liggen het ontwerpbestemmingsplan en het MER ter inzage voor eenieder, zodat eenieder zienswijzen in kan dienen. Daarnaast vraagt initiatiefnemer de Commissie voor de milieueffectrapportage om advies om te beoordelen of het MER voldoende milieuinformatie bevat om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over het bestemmingsplan. De zienswijzen en adviezen worden beantwoord en gebruikt om tot een definitief bestemmingsplan te komen. Het College van B&W legt het bestemmingsplan en de bijbehorende stukken voor aan de gemeenteraad. De gemeenteraad besluit over het vaststellen van het bestemmingsplan en maakt dit naderhand bekend.
1.4
Leeswijzer
Dit MER beschrijft de hoofdlijnen van de milieueffecten van de ontwikkeling van de Anna van Hannoverstraat 4. Hoofdstuk 2 beschrijft hoe bewoners betrokken worden bij de voorgenomen ontwikkeling. Het inhoudelijke MER begint met een toelichting op de context van de ontwikkeling: in hoofdstuk 3 wordt uiteengezet hoe het voorliggende plan tot stand is gekomen, welke (milieu-) onderzoeken in het voortraject zijn uitgevoerd en dus binnen welke kaders voorliggend milieu effect rapportage is uitgevoerd. Hierna volgt een toelichting op de voorgenomen ontwikkeling in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 beschrijft de aanpak van het effectenonderzoek. Hoofdstuk 6 bevat de beschrijving van de referentiesituatie en de effecten van de voorgenomen ontwikkeling. In hoofdstuk 7 worden de belangrijkste inzichten voor besluitvorming weergegeven en staat uitgewerkt wat in het nadere ontwerp uitgewerkt moet worden om eventuele negatieve effecten van de voorgenomen ontwikkeling tegen te gaan. Hoofdstuk 8 gaat in op de beperkingen en aandachtspunten bij dit MER.
14 | 103 Witteveen+Bos | 119623/22-018.694 | Definitief 05
2 PARTICIPATIE Bijeenkomsten Burgers, bedrijven en overheden zijn en worden op verschillende momenten bij de planvorming betrokken. Volgens de Handreiking Communicatie Particuliere Bouwinitiatieven is een communicatie en participatietraject doorlopen met meerdere fysieke bijeenkomsten en een digitale bijeenkomst voor omwonenden, belangstellenden en belanghebbenden. Deze bijeenkomsten hebben plaatsgevonden in juni 2018, april – juni 2019 en zijn afgesloten met een webinar op 21 april 2020. In de laatste bijeenkomst, die vanwege de coronamaatregelen digitaal plaatsvond, is het aangepaste planvoorstel gepresenteerd. Er is veel belangstelling van betrokkenen om verder mee te denken over de verdere invulling van het woon- en werkaanbod, de daarbij behorende voorzieningen en de openbare ruimte. Een verslag van de communicatie en participatie is opgenomen in het PUK (Gemeente Den Haag, 2021). Klankbordgroep In mei en juni 2022 heeft de klankbordgroep, bestaande uit diverse samenstelling van deelnemers, de bewoners- en wijkberaden en de werkgroep SoZaWe, in vijf bijeenkomsten gesproken over het toekomstige gebouw, het programma (architectuur, woonprogramma en voorzieningen) en de openbare ruimte (zoals het stationsplein, plein aan de Schenkzijde, vergroening en mobiliteit). Andere belangstellenden konden de voortgang volgen via de verslagen op de website.
Daar was ook een virtuele ideeënbox te vinden waar iedereen zijn of haar inbreng kwijt kon. De participatie is afgesloten met een openbare inloopavond op 6 juli 2022 waar iedereen die geïnteresseerd was in de resultaten van de participatie vragen en suggesties kwijt kon. De leden brachten veel uiteenlopende invalshoeken vanuit de omgeving naar voren en gingen daarover ook de discussie aan met de architecten, de ontwikkelaar en de gemeente Den Haag die als toehoorder bij de sessies aanwezig was. De resultaten van de participatie, het ontwerp van de openbare ruimte en het groen rondom de locatie, zijn gedeeld met de gemeente en met de leden van de Haagse gemeenteraad. De resultaten worden meegenomen in het ontwerpbestemmingsplan en worden ook actief gedeeld met andere projecten in de directe omgeving. Het schetsontwerp voor de buitenruimte is door de ontwikkelaar en de landschapsarchitect als gezamenlijke ambitie van de ontwikkelaar en de deelnemers aan de participatie voorgelegd aan de gemeente, HTM (en MRDH), NS en ProRail. Met de resultaten van de participatie stopt het intensieve samenwerkingsproces met de klankbordgroep. VORM wil de omgeving graag blijven betrekken. VORM zal leden van de klankbordgroep zeker periodiek en ad hoc betrekken om de plannen te bespreken. Zo zal de klankbordgroep worden betrokken om te participeren over het Beeldkwaliteitsdocument.
Verder zal VORM deelnemen aan de CID dagen 2022. Ook wordt er door VORM in samenwerking met een professioneel participatiebureau een planning voor de komende participatie opgezet welke gedeeld zal worden met geïnteresseerden en belanghebbenden. Er zal geparticipeerd worden op tenminste twee sleutelmomenten in het ontwerpproces. Deze momenten zullen in 2023 plaatsvinden.
15 | 103 Witteveen+Bos | 119623/22-018.694 | Definitief 05
Indienen zienswijze Het MER dient ter onderbouwing van het ontwerpbestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4, opdat de ontwikkeling op locatie Anna van Hannoverstraat 4 mogelijk wordt. Het is mogelijk een zienswijze in te dienen op dit ontwerpbestemmingsplan tijdens de terinzagelegging hiervan. Belanghebbenden hebben op dan de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op het ontwerpbestemmingsplan. In het ontwerpbestemmingsplan wordt aangegeven hoe u kunt reageren. Wat gebeurt er met uw zienswijze? De binnengekomen zienswijzen worden gebruikt bij de besluitvorming over het bestemmingsplan. In een nota van antwoord krijgt u van de gemeente een reactie op uw zienswijze. De nota wordt bij de vaststelling van het bestemmingsplan vastgesteld door de gemeenteraad.
16 | 103 Witteveen+Bos | 119623/22-018.694 | Definitief 05
3 CONTEXT VAN DE ONTWIKKELING In de onderzoeksopzet voor het projectMER Anna van Hannoverstraat 4 speelt het op 16 december 2021 door de gemeenteraad vastgestelde PUK een belangrijke rol. In het PUK zijn onder andere de programmatische en stedenbouwkundige uitgangspunten voor de herontwikkeling van de locatie vastgelegd en is ook een groot aantal uitgangspunten geformuleerd voor de relevante omgevingsaspecten. Daarmee is er weinig tot geen speelruimte om binnen de kaders van het PUK te komen tot sterk onderscheidende alternatieven die in het projectMER kunnen worden onderzocht op de milieugevolgen. Hier wordt verder op ingegaan in hoofdstuk 4. Ter onderbouwing van de keuze om het geamendeerde PUK als uitgangspunt te hanteren voor dit projectMER, wordt in dit hoofdstuk inzicht gegeven in de totstandkoming van het PUK en in het bijzonder de milieuoverwegingen die daarbinnen een rol hebben gespeeld. Ook de aanvullende beleidskaders worden uitgelicht. In bijlage IV wordt het beleidskader uitgebreid toegelicht.
3.1
Stedenbouwkundige en programmatische verkenningen
3.1.1
Inhoud en totstandkoming
In 2015 is door de gemeente een Nota van uitgangspunten opgesteld voor het Station Laan van NOI (Den Haag Beatrixkwartier) en omgeving. Het doel van de nota was onder andere het vastleggen van de kaders voor transformatie en toekomstige invulling van de locatie Anna van Hannoverstraat 4 in het kader van de SOK en Uitvoeringsagenda afstoot Rijkspanden. De Nota van uitgangspunten ging uit van transformatie van het bestaande pand. In 2016 is de initiatiefnemer gestart met het ontwikkelen van plannen voor Anna van Hannoverstraat 4. Sinds de aankoop van het pand vanaf december 2016, voert de gemeente gesprekken met de ontwikkelaar. In eerste instantie over de realisatie van huisvesting van statushouders in dit pand en daarna over de ontwikkelmogelijkheden van deze locatie. Daarvoor heeft de ontwikkelaar diverse stedenbouwkundige, programmatische en financiële studies gedaan. In 2018 is gestart met een toekomstverkenning, de zogeheten ID sessie: Met elkaar op zoek naar het DNA van de toekomstige ontwikkeling. Tijdens een serie workshops met vertegenwoordigers vanuit de gemeente en de grondeigenaren/ontwikkelende partijen zijn vervolgens mogelijke ruimtelijke raamwerken afgewogen (ruimtelijke structuren). Daarna zijn voortbouwend op deze ruimtelijke raamwerken de stedenbouwkundige modellen uitgewerkt (zie afbeelding 3.1 en afbeelding 3.2).
17 | 103 Witteveen+Bos | 119623/22-018.694 | Definitief 05
Afbeelding 3.1 Stedenbouwkundige modellen (I)
Afbeelding 3.2 Stedenbouwkundige modellen (II)
In eerste instantie waren ook de gronden direct grenzend aan het spoor (in eigendom van NS en ProRail) onderdeel van het projectgebied. Later hebben de MRDH, RET, HTM en ProRail aangegeven voorlopig geen bebouwing direct langs het spoort te willen, omdat eerst onderzocht moest worden in hoeverre deze strook langs het spoor in de toekomst nodig zal zijn voor uitbreiding van de sporen, het station of de bijbehorende voorzieningen. De strook langs het spoor is om deze reden geen onderdeel meer van de plantontwikkeling. Zonder strook aan het spoor is gewerkt aan een gewijzigde stedenbouwkundige visie en ruimtelijk raamwerk door ontwikkelaar in samenwerking met de gemeente. Deze stedenbouwkundige visie en het ruimtelijk raamwerk zijn door de ontwikkelaar uitgewerkt in een eerste schetsontwerp (zie afbeelding 3.3). Dat schetsontwerp is in 2019 tijdens een informatiebijeenkomst gepresenteerd aan omwonenden en andere belangstellenden. Er is vervolgens een plangroep opgericht met vertegenwoordigers vanuit de omliggende wijken, andere belanghebbenden, de ontwikkelende partijen en de gemeente Den Haag. Deze plangroep bestond uit verschillende werkgroepen (‘stedenbouw & landschap’, ‘wonen, werken en voorzieningen’, ‘verkeer, parkeren en mobiliteit’). Op basis van de opbrengst vanuit de werkgroepen is het oorspronkelijke schetsontwerp op onderdelen aangepast.
De participatie heeft onder andere geleid tot een kleiner volume, minder bouwhoogte, minder woningen en meer openbare ruimte.
18 | 103 Witteveen+Bos | 119623/22-018.694 | Definitief 05
Tijdens de verkennende fase is ook onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor transformatie van het bestaande pand/gedeeltelijk sloop. Daaruit bleek dat behoud van het bestaande pand (of delen daarvan) onhaalbaar was. Meer informatie hierover is terug te vinden in de memo ‘toekomst Hertzbergersgebouw (voormalige ministerie van SZ&W)’ (MRP SoZa B.V., 2019).
Afbeelding 3.3 Eerste schetsontwerp
3.1.2
Milieuoverwegingen
De relevante omgevingsaspecten zijn nadrukkelijk onderdeel geweest van de verkenning van de ruimtelijke, stedenbouwkundige en programmatische uitgangspunten. Mobiliteit en duurzaamheid zijn integraal meegenomen in het proces en mede bepalend geweest voor de uitgangspunten en keuzes. Ook zijn er op verschillende momenten tijdens het proces studies uitgevoerd om gevolgen van stedenbouwkundige keuzes voor bezonning, geluidbelasting en windhinder in beeld te brengen. De resultaten van die onderzoeken (zie bijvoorbeeld afbeelding 3.4) zijn van invloed geweest op de uiteindelijk keuzes in de vormgeving: minder hoog en minder volume. Daarnaast is onderzoek uitgevoerd naar de optredende geluidbelastingen door de omliggende bronnen (wegen en spoor) (zie afbeelding 3.5) om zo te bekijken in hoeverre de geldende weten regelgeving van invloed is op de stedenbouwkundige keuzes en de te treffen maatregelen op gebouwniveau. Ook voor andere omgevingsaspecten, zoals de risico’s in verband met het aanwezige tankstation, zijn in een vroeg stadium verkenningen uitgevoerd om zicht te krijgen op de uitvoerbaarheid van de plannen en de eventuele randvoorwaarden en vervolgstappen.
19 | 103 Witteveen+Bos | 119623/22-018.694 | Definitief 05
Afbeelding 3.4 Verkenning windhinder op basis van schetsontwerp
Afbeelding 3.5 Verkenning geluid op basis van schetsontwerp
Op basis van de genoemde overwegingen is het bouwvolume in de zone aan het spoor uit eerdere plannen komen te vervallen. Hierna is er opnieuw gekeken naar de bouwblokken en is het volgende ontwerp tot stand gekomen: vier hoogbouwelementen aan de zijde van het spoor (op zoveel mogelijk afstand van de Schenk en Bezuidenhout): een toren van maximaal 125 m, een toren van maximaal 100 m en twee torens van maximaal 75 m (gemeten vanaf straatniveau). De hogere gebouwen markeren het stationsgebied. Dit volume is komt overeen met wat is opgenomen in het PUK.
20 | 103 Witteveen+Bos | 119623/22-018.694 | Definitief 05
3.2
Planuitwerkingskader
3.2.1
Inhoud en totstandkoming
De uitkomsten van het hiervoor beschreven traject zijn vastgelegd in het Planuitwerkingskader (PUK) (Gemeente Den Haag, 2021). Het doel van het PUK is drieledig: 1 het geeft een ruimtelijke visie op hoofdlijnen voor de ontwikkeling van de SoZa-kavel binnen de ambities van de gebiedsagenda, Ontwerp-Structuurvisie CID en de ruimtelijke context. Daarnaast biedt het ruimtelijke en functionele kaders en randvoorwaarden voor de bouwenveloppe en aangrenzende en tussengelegen buitenruimte. Ook geeft het de daarbij behorende (kwaliteits-)eisen en ambities aan; 2 het PUK is een eerste stap voor het opstellen voor een Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO) voor een nog te volgen juridisch-planologische procedure. In het PUK vindt de eerste toetsing aan gemeentelijk beleid plaats. In aanvulling hierop dient toetsing aan Rijks- en provinciaal beleid plaats te vinden en de uitvoering van diverse onderzoeken in de verdere uitwerking van de plannen, en; 3 het vormt de basis voor afspraken tussen de partijen inzake onder andere, maar niet uitsluitend, toekomstig gebruik, beheer, kostenverhaal en eventuele grondtransacties. De gemaakte afspraken worden onderdeel van een nog te sluiten anterieure overeenkomst of eventueel exploitatieplan. Bij de vaststelling van het PUK door de gemeenteraad is een aantal amendementen aangenomen.
Deze amendementen hebben onder andere consequenties voor de stedenbouwkundige en programmatische uitgangspunten. Zo is de maximale bouwhoogte binnen het gebied verlaagd naar 75 m en het programma omvat maximaal 120.000 m2 bvo bovengronds, functioneel programma. Het gaat om een gemengd programma van wonen, werken en voorzieningen. Daarnaast biedt het geamendeerde PUK de mogelijkheid om maximaal 15.000 m2 bvo parkeren bovengronds en inpandig (uit het zicht) te realiseren (niet-functioneel programma). De ruimte die in het PUK gereserveerd was om ondergronds onder de openbare ruimte een deel van de parkeergarage te bouwen is daardoor niet meer nodig en verdwijnt. In dat deel kunnen grote bomen in de volle grond komen, wat voorheen niet mogelijk was. In het geamendeerde PUK is uitgegaan van maximaal 1.200 woningen en zijn eisen opgenomen waar het gaat om de differentiatie van het woonprogramma. Ook is in het PUK vastgelegd dat binnen het niet‐woon programma sprake mag zijn van maximaal 24.000 m2 bvo kantoor. Verder kan worden gedacht aan horeca, detailhandel of onderwijs (MBO, HBO, WO) en hotel. Het PUK bevat verder een uitgebreide set regels (eisen) voor de gebouwen en de buitenruimte. Daarnaast zijn ook ambities geformuleerd.
Datzelfde onderscheid (eisen en ambities) wordt gemaakt binnen de kaders die in het geamendeerde PUK zijn opgenomen voor ‘ontsluiting en parkeren’ en duurzaamheid.
3.2.2
Milieuoverwegingen
Bij de totstandkoming van de eisen en ambities zoals die zijn vastgelegd in het PUK spelen de (potentiële) milieugevolgen een belangrijke rol, in het bijzonder waar het gaat om de mobiliteitseffecten en de thema’s klimaat en duurzaamheid. In aanvulling daarop is in hoofdstuk 7 van het PUK ingegaan op alle relevante omgevingsaspecten waarbij de beoogde ontwikkeling is getoetst aan de geldende kaders. In de bijlagen bij het PUK (bijlage 5 tot en met 10) zijn verschillende milieuonderzoeken opgenomen (bezonning, windhinder, luchtkwaliteit, geluid). Op basis van de onderzoeksresultaten zijn uitgangspunten geformuleerd voor de verdere uitwerking van de plannen. De onderzoeken bij het PUK zijn gebaseerd op de oorspronkelijke stedenbouwkundige uitgangspunten waarbij sprake is van in hoogte variërende woontorens (tot maximaal 125 m hoog). De verlaging van de maximale bouwhoogte naar 75 m (amendement bij vaststelling van het PUK) heeft geleid tot vier woontorens met dezelfde hoogte. Ten behoeve van het bestemmingsplan zijn de milieuonderzoeken geactualiseerd en afgestemd op de gewijzigde uitgangspunten. De resultaten van de geactualiseerde milieuonderzoeken zijn gebruikt bij de integrale afweging in dit milieueffectrapport.
21 | 103 Witteveen+Bos | 119623/22-018.694 | Definitief 05
3.3
Huidig bestemmingsplan
Binnen de grenzen van het plangebied van het PUK (Gemeente Den Haag, 2021) gelden op dit moment drie bestemmingsplannen: 1 Bezuidenhout (vastgesteld d.d. 24 april 2014); 2 Parapluherziening (fiets)parkeren (vastgesteld d.d. 20 september 2018); 3 Parapluherziening Staat van Bedrijfsactiviteiten (vastgesteld d.d. 20 december 2018). Met afbeelding 3.6 wordt een uitsnede getoond van de ter plaatse geldende bestemmingen. Ter plaatse van de Anna van Hannoverstraat 4 geldt de bestemming ‘Kantoren-1’. Binnen deze bestemming is alleen de functie kantoor toegestaan, en de daarbij behorende bouwwerken (geen gebouwen zijnde), groen, water en overige voorzieningen. Binnen het bouwvlak wordt onderscheid gemaakt in twee bouwhoogten. De maximale bouwhoogte aan de zijde van de Schenkkade is 22 m en aan de zijde van de Anna van Hannoverstraat 31 m. Ondergronds zijn parkeervoorzieningen toegestaan in maximaal twee bouwlagen. Het naastgelegen tankstation heeft een bedrijfsbestemming met een specifieke aanduiding waarmee de verkoop van motorbrandstoffen (zonder LPG) wordt mogelijk gemaakt. Het aansluitende openbare gebied heeft een verkeersbestemming: ‘Verkeer – Verblijfsstraat’ aan de zijde van de Anna van Hannoverstraat, Wilhelmina van Pruisenweg en Schenkkade; ‘Verkeer – Hoofdverkeersweg’ aan de zijde van de Laan van Nieuw Oost‐Indië.