CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS314322 Notulen van de raad van 1 december 2022

Gemeenteraad 19 januari 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 1 december 202260.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

Bent u zelf van mening dat de informatie die de raad heeft ontvangen, voldoende was? Wat is uw eigen oordeel daarover? Daar ben ik wel benieuwd naar. Wethouder Balster (PvdA). Ik blijf mezelf herhalen. Ik heb daar zojuist echt verschillende keren antwoord op gegeven en dat heb ik in de commissie ook gedaan. Daar wil ik het graag bij laten. Adeel Mahmood (DENK). De wethouder heeft steeds gezegd dat hij het, terugkijkend, anders zou hebben gedaan. Maar erkent hij daarmee ook dat de informatie die de raad heeft ontvangen, onvoldoende was? Erkent hij dat expliciet? Wethouder Balster (PvdA). Ik heb daarover gezegd wat ik daarover wilde zeggen. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). We hebben heel veel sorry's en mea culpa's gehoord, een mooi interview met Omroep West - 'het gaat allemaal beter worden' - en toen werd het 5 oktober. Wat ging er mis? 49

Wethouder Balster (PvdA). Daar wilde ik zo meteen op ingaan. Een aantal van u heeft gerefereerd aan de beslissing op bezwaar die het college heeft genomen naar aanleiding van de uitspraak van de Adviescommissie bezwaarschriften. In dit geval ging het om een raadsvoorstel. Dat vraagt, als de adviescommissie daar tegen ingaat of iets van vindt, een collegereactie en een manier om daarmee om te gaan. Het eerste wat het college gedaan heeft, is dat dus ook doen. We wilden daar bij u op terugkomen met een grondig en gefundeerd voorstel. Er is heel hard aan gewerkt om dat zo snel mogelijk bij u te krijgen. Ik ben er ook blij mee dat het college dat afgelopen dinsdag heeft kunnen vaststellen. Ik heb het onverwijld naar uw raad gestuurd. Zo moet het ook, wat het college betreft. We hebben dat dus zo snel mogelijk proberen te doen, maar omdat het vroeg om een nieuw, aangepast besluit, heeft het even tijd gekost om het grondig te doen. Maar we hebben het zo snel mogelijk en zo zorgvuldig mogelijk willen doen. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Dat onverwijlde laat ik voor rekening van de wethouder, want we hebben hier vorige week tot diep in de nacht over vergaderd in een commissie. Als we onverwijld de informatie op orde hebben en de raad goed informeren, dan had dat voor het commissiedebat moeten gebeuren. Is de wethouder dat met Hart voor Den Haag eens? Wethouder Balster (PvdA).

We hebben dat echt zo snel mogelijk willen doen, maar het heeft ook wel even tijd gevergd om daar een goed besluit over te kunnen nemen en dat ook grondig te kunnen onderbouwen. Op het moment dat het er was, hebben we het onverwijld naar uw raad gestuurd. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Maar dan is het toch vreemd dat we hier een commissievergadering hebben tot diep in de nacht, terwijl op dat moment de wethouder iets weet wat de raad niet weet? Dan is toch die informatievoorziening niet op orde? Dan was het misschien een idee geweest om te zeggen: we werken nog aan een reactie, we stellen het commissiedebat uit. Hoe serieus neemt de wethouder de raad als hij dingen weet die de raad niet weet? Dat is niet echt hoopgevend voor de toekomst. Dus help ons nou een beetje om dat anders te gaan doen. Wethouder Balster (PvdA). Dat er een uitspraak was van de Adviescommissie bezwaarschriften en dat daar een zaak liep, kwam in de inspraak nog aan de orde. Zodra het college een besluit had genomen over hoe daarmee om te gaan, hebben we u direct geïnformeerd. Ik vind ook dat het zo moet. Als u zegt dat maximale snelheid betracht moet worden, dan ben ik dat volledig met u eens. Dat heeft het college dan ook gedaan. Sebastian Kruis (PVV). Ik vind het wel een beetje irritant dat als een collega twee vragen stelt, er gewoon geen antwoord op wordt gegeven.

De wethouders moeten eens in de zoveel tijd hier opdraven omdat ze verantwoording moeten afleggen aan de raad. Als de heer Mahmood dan twee vragen stelt en er gewoon twee keer geen antwoord komt, vind ik dat dat echt niet kan. Ik vond het namelijk echt goede vragen. De voorzitter. Oké, maar dat is een mededeling. Wilt u daarop reageren? Dat moet u dan zeggen door de microfoon. Wethouder Balster (PvdA). Ik ben me er niet van bewust dat ik vragen niet heb beantwoord. Ik wil alle vragen uiteraard beantwoorden. Lesley Arp (SP). Ik vind het opmerkelijk dat de wethouder verwees naar de inspraak van vorige week, want dat maakt het volgens mij des te relevanter om de informatie over de uitspraak van de Acb wel eerder met ons te delen. Is de wethouder verplicht om die informatie pas met de raad te delen zodra hij zelf een reactie daarop heeft geformuleerd? Of is er ook een mogelijkheid om de raad te informeren met een kort briefje van: 'Weet dat deze uitspraak is gedaan. Wij gaan daar een maand of twee maanden de tijd voor nemen om daar een zorgvuldige reactie op te formuleren. Dan komen we erop terug.'?

50

Wethouder Balster (PvdA). Heel vaak krijgt uw raad überhaupt geen informatie over uitspraken van de Adviescommissie bezwaarschriften, maar omdat het hier om een raadsbesluit gaat, vraagt het ook een besluit van het college. Zodra het college dat besluit heeft genomen, hebben we u direct geïnformeerd. Dat is zoals we het altijd doen. Lesley Arp (SP). Ik snap wel dat het een besluit van de raad vraagt. Ik vind het ook heel goed dat het gewoon weer in de commissie komt en dat we het er weer over gaan hebben. Maar volgens mij staat het het college wel gewoon vrij om de raad een kattenbelletje te sturen van 'weet dat dit speelt', zeker in aanloop naar dat commissiedebat. Bovendien is het rapport van KWINK klip-en-klaar: deel liever meer dan weinig en deel liever snel dan laat. Dan is toch gewoon de logische conclusie dat je daar een klein briefje over naar de raad had moeten sturen begin oktober? Wethouder Balster (PvdA). Dat is precies de reden waarom het college, direct nadat het een besluit erover genomen heeft, u heeft geïnformeerd en daar niet langer mee heeft gewacht dan nodig. Judith Klokkenburg (CU/SGP). Ik wil ook het rapport van KWINK aanhalen, want volgens mij draait het daar precies om en volgens mij gaat het nu weer mis.

De wethouder zegt: er komen vaker geen adviezen van de Acb naar de raad, maar ja, er moet nu een raadsbesluit komen, dus moet het wel een keer naar de raad, als we er een voorstel bij maken. Maar juist in deze zaak, als we dit rapport aan het bespreken zijn, als in het rapport van KWINK ook staat dat het gaat om een duidelijk politiek belang dat zo gevoelig ligt, dan moet je als college toch de antennes hebben - ik had bijna een antenne mee willen nemen - om het dan rechtstreeks naar de raad te sturen, met dat kattenbelletje: er komt nog een reactie, maar dit ligt er? Wethouder Balster (PvdA). De antenne aanzettend hebben we zo snel mogelijk geprobeerd om met een collegebesluit te komen dat ook recht doet aan de uitspraak van de Acb. Dat heeft u dus ook zo snel mogelijk ontvangen. Want ik ben het met u eens: u heeft er recht op om zo snel mogelijk te weten hoe het college met zo'n uitspraak omgaat. Judith Klokkenburg (CU/SGP). Dit is echt de flashback waar mevrouw Van Doorn het over had, naar een jaar terug: 'Ja, we hadden het anders moeten doen. We hebben de formele procedures gevolgd. Sorry dat het zo is gegaan.' Dat is eigenlijk nu weer. 'Formeel hebben we de procedures gevolgd. We hebben het zo snel mogelijk gedaan.' Ik verwacht alleen dat er dit keer geen excuus komt.

Maar ik ben dus heel benieuwd hoe het college invulling gaat geven aan die actieve informatieplicht, want blijkbaar is er echt een heel groot gat tussen hoe het college daarover denkt en hoe de raad daarover denkt. Kan de wethouder eens op dat gat ingaan? Wethouder Balster (PvdA). Ik denk dat het terecht is dat de vooronderzoekscommissie oproept tot een blijvende dialoog tussen raad en college over de informatievoorziening en wat daarbij gewenst is. Als we terugkijken op hoe de informatievoorziening over de preadvisering is gegaan ten aanzien van een beschermd stadsgezicht, een situatie die overigens niet vaak voorkomt, zie je ook dat je met terugwerkende kracht moet reflecteren op hoe procedures en reguliere werkwijzen in elkaar zitten en dat daar ook nieuwe en andere beelden over kunnen ontstaan in de loop der tijd, als je de ervaring hebt en daarmee werkt. Ik denk dat die dialoog ongelooflijk belangrijk is en dat het debat van vandaag ook weer laat zien dat dat noodzakelijk is. Daar gaat het college in ieder geval graag mee aan de slag. Ik begrijp dat er ook binnenkort over gesproken wordt met het presidium. Ik denk dat dat heel erg belangrijk is. Judith Klokkenburg (CU/SGP). Ik denk dat de uitspraak van de Acb een heel mooi begin was geweest van het debat hierover, van de dialoog, als de wethouder had gezegd: 'Raad, ik heb hier iets. Daar moet een raadsbesluit over komen.

Weer iets wat niet zo vaak gebeurt, net als dat preadvies. Wat gaan we daarmee doen?' Is de wethouder dat met mij eens? Wethouder Balster (PvdA). Er zijn ontzettend veel reacties in mandaat van het college op uitspraken van de Adviescommissie bezwaarschriften die u nooit ziet, en gelukkig maar. Maar eens, we moeten 51

over elke situatie kunnen spreken. Informatievoorziening is wat dat betreft een heel breed begrip. Ik denk dat die dialoog ongelooflijk belangrijk is en dat de aanbeveling die de vooronderzoekscommissie daarover doet, dus ook heel belangrijk is. Hinke de Groot (CDA). We hebben het vorige week in de commissie uitgebreid gehad over hoe we als raad goed met elkaar het debat voeren. Het onderzoek van KWINK is duidelijk: het niet actief delen van informatie was ongelukkig. Ik snap dat dit collegebesluit even tijd kost, maar is überhaupt overwogen, toen dat stuk op tafel lag, om al een briefje naar de raad te sturen, wetende hoe gevoelig dit ligt? En zo ja, waarom is er toen voor gekozen om dat niet te doen? Wethouder Balster (PvdA). Dat heb ik net, denk ik, aangegeven. We hebben u zo goed mogelijk willen bedienen door met een reactie te komen op het besluit van de Adviescommissie bezwaarschriften waarmee we ook recht kunnen doen aan de inhoud ervan. Er is heel hard aan gewerkt om dat zo snel mogelijk bij u te krijgen. Dat is de manier waarop we daarmee om zijn gegaan. Hinke de Groot (CDA). Ik waardeer dat er hard aan wordt gewerkt, maar volgens mij is er ook een duidelijk signaal vanuit de raad dat er behoefte aan is dat informatie eerder wordt gedeeld.

Als er behoefte aan is om in zo'n situatie eerder een briefje eruit te doen, zodat we ook even die zorgen en dat wantrouwen uit de lucht halen, is de wethouder dan bereid om dat in de toekomst te gaan doen? Wethouder Balster (PvdA). Ik ben altijd bereid om naar aanleiding van elke discussie lessen te trekken over hoe we zaken aanpakken, maar het vraagt ook een goed gesprek met elkaar over hoe de procedures zijn, hoe je normaal gesproken werkt, wat wanneer wordt gedeeld. Daarom ook mijn oproep, in lijn met de vooronderzoekscommissie wat mij betreft, om een blijvende dialoog te hebben over wat goede informatievoorziening is en wat dan op welk moment wordt gedeeld. De voorzitter. Laatste keer, mevrouw De Groot. Hinke de Groot (CDA). In ieder geval dank voor de reactie. Ik constateer dat we door moeten blijven gaan met die dialoog, want er moeten nog veel zorgen uit de lucht worden gehaald en de dialoog moet worden verbeterd. Er is dus nog flink wat werk aan de winkel. Laten we daarmee aan de slag gaan als raad. De voorzitter. Ik zie nog drie mensen die willen interrumperen, die ook allemaal al een beurt hebben gehad bij ditzelfde agendapunt. Daar zou ik terughoudend mee willen omgaan. Maar ik ga ervan uit dat mevrouw Gerritsen ons verrast met een nieuw gezichtspunt. Gaat uw gang. Leonie Gerritsen (PvdD). De wethouder zegt: we hebben u zo goed mogelijk willen bedienen.

Ik denk dat daar ergens echt wel een van de problemen zit. Het college heeft blijkbaar een ander idee van 'ons goed willen bedienen' dan de rest van de raad. We hebben nu al meerdere keren gezegd dat we zo snel mogelijk informatie willen; niet een reactie van het college zo snel mogelijk, maar informatie. Dat is ook letterlijk een van de aanbevelingen uit het rapport, die u onderschrijft. Maar het gebeurt niet. Dat is nou juist het probleem hier. Dit was hét moment geweest waarop de wethouder welwillendheid had kunnen tonen. Hij had kunnen zeggen: 'Dit ligt er nu. Zal ik het nu sturen of mogen we eerst een collegebesluit formuleren?' Dan had hij dat met de raad kunnen bespreken. Nu besluit het college wat blijkbaar zijn idee is van 'ons zo goed mogelijk willen bedienen'. Snapt de wethouder dat daar de fout zit? Wethouder Balster (PvdA). Ik heb hier echt nu al een paar keer op gereageerd. Ik wil het nu echt bij het antwoord laten dat ik daarop gegeven heb. Leonie Gerritsen (PvdD). Het is heel vervelend dat u dat zegt, want zoals u al merkt, zijn er veel partijen die hier echt over struikelen. U blijft het steeds een soort van ombuigen: het is bijzonder, dit komt niet zo vaak voor, we hebben u zo goed mogelijk willen bedienen. Maar er zijn hier oppositie- en coalitiepartijen die zeggen: wij vinden dat het niet goed gegaan is. Net nadat u de aanbevelingen heeft 52

overgenomen, wordt exact dezelfde fout gemaakt. Dat vinden we vervelend. U zegt nu: daar kan ik me niet in vinden. Dat is nou juist het issue. Wethouder Balster (PvdA). Daarom heb ik net ook aangegeven dat we van elke situatie moeten leren en dat die blijvende dialoog over wat goede informatievoorziening is, cruciaal is. Adeel Mahmood (DENK). Ik wil een poging doen om de aangezette antenne te testen met een simpele vraag. Was het volgens u een goede afweging geweest, gezien de discussie over de informatiepositie en de informatievoorziening, om vóór de commissiebehandeling van 23 november met een brief te komen? Was dat volgens uw antenne een goede afweging geweest? Wethouder Balster (PvdA). Zoals aangegeven heeft het college erop aangestuurd om zo snel mogelijk dat besluit te kunnen nemen. U heeft dat onverwijld gekregen afgelopen dinsdag. Adeel Mahmood (DENK). Mijn vraag was wat specifieker en doelde vooral op de discussie over de informatievoorziening. Was het volgens uw antenne een goede afweging geweest om die brief vóór 23 november, dus een week eerder, met de raad te delen? Wethouder Balster (PvdA). Voor de goede orde: dit vroeg om een collegebesluit. Wij kunnen dat natuurlijk pas delen wanneer er een collegebesluit is genomen. Nadat wij dat collegebesluit hebben genomen, hebben we u ook gelijk geïnformeerd. De voorzitter. Meneer Mahmood, laatste keer.

Adeel Mahmood (DENK). Daar gaat dus de hele discussie over. Collega's hebben er net ook op gehint. U hoeft ons niet per se altijd te informeren met een collegebesluit. U kunt ons ook gewoon informeren dat er een uitspraak ligt, wetende dat we op 23 november een uitgebreid commissiedebat hierover kunnen verwachten en wetende dat er al kritiek is op de informatievoorziening. Al die discussies lopen nu al zo lang. Dan vraag ik me echt af: was het volgens u een goede afweging geweest, los van het collegebesluit, om ons vóór 23 november te informeren over de gang van zaken en de uitspraak van de Acb? Wethouder Balster (PvdA). Zoals ik net heb aangegeven, is de afweging geweest om u direct te informeren toen het college een besluit had genomen over het besluit van de Adviescommissie bezwaarschriften. Fatima Faïd (HSP). Ik vroeg me af of de wethouder het met ons een is dat je, voordat je kan leren van fouten, eerst je fouten moet erkennen. Ik vind het prima dat de wethouder in de commissie van alles en nog wat heeft geroepen, maar we zitten hier in de raad. Het zou heel fijn zijn als de wethouder nogmaals, hier in de raad, zou zeggen: dingen zijn niet goed gegaan en ik wil daarvoor mijn excuses aanbieden. Dat hoeft niet heel moeilijk te zijn. Wethouder Balster (PvdA). Dat wil ik. Ik ben daar ook mee begonnen.

Ik wil absoluut - dat wil ik nog een keer herhalen - mijn excuses aanbieden voor hoe de informatievoorziening is verlopen. Lesley Arp (SP). Ik wil nog even ingaan op de vraag die mevrouw De Groot stelde. Er is inderdaad een collegebesluit genomen. De wethouder zegt: nadat het besluit was genomen, zijn we zo snel mogelijk naar u toe gegaan. Maar dat betekent ook dat het college al enige tijd wist dat het dat besluit moest gaan nemen. Ik ben toch wel benieuwd of, toen de Acb-uitspraak kwam op 5 oktober, het college met elkaar heeft gesproken van: 'O, dit raakt eigenlijk wel dat KWINK-rapport en die informatievoorziening. Wat zegt dat over hoe we hier mee om moeten gaan?' Is die discussie gevoerd binnen het college? Wethouder Balster (PvdA). Er moet uiteraard bij zo'n uitspraak goed gestudeerd worden op wat die betekent. Om dat te doen, is ook de nodige deskundigheid nodig, ook om ervoor te zorgen dat u 53

uiteindelijk een voorstel krijgt dat recht doet aan de uitspraak van de Adviescommissie bezwaarschriften, dat recht doet aan de inhoudelijke argumentatie. Dat heeft even tijd nodig. Daar heeft het college op het moment dat het kon, ook direct een besluit over genomen. Lesley Arp (SP). Maar er is dus niet gesproken over wat voor weerslag de aanbevelingen uit het KWINK-rapport zouden hebben op hoe de raad hierover geïnformeerd wordt, of dat de raad hier misschien in delen over geïnformeerd had moeten worden? Daar is geen discussie over gevoerd in het college? Wethouder Balster (PvdA). In het college zijn en waren we het er zeer over eens dat het nodig is om zo'n uitspraak goed te bestuderen en daar de nodige deskundigheid bij te betrekken, om er zo goed mogelijk recht aan te doen. Dat heeft even tijd nodig. Die zorgvuldigheid en die kwaliteit hebben even tijd nodig. Zodra we daar uitsluitsel over hadden, hebben we daar een besluit over kunnen nemen in het college en bent u daarover direct geïnformeerd. De voorzitter. Dan zet de wethouder zijn betoog voort. Wethouder Balster (PvdA). Voorzitter. Ik denk dat daarmee wel de meeste vragen uit de raad zijn beantwoord. Ik ga naar de ingediende moties en amendementen. Op één motie zal de burgemeester zo meteen reageren. Ik begin met de motie van de SP, Ga niet het schip in met staatssteun. Wij hebben hier uitvoerig over gesproken.

We gaan de beide juridische visies tegenover elkaar zetten. Pas bij de gronduitgifte zijn er onomkeerbare stappen. We hopen voor de jaarwisseling al uitsluitsel te hebben over het staatssteunrisico. We kunnen ook in de gronduitgifteovereenkomsten ontbindende voorwaarden opnemen om te voorkomen dat er stappen worden gezet die niet terug te draaien zijn. In dat licht hebben we dus eigenlijk alle waarborgen al ingebouwd en ontraadt het college deze motie. Voorzitter: de heer Groenewold. Lesley Arp (SP). Ik heb hier natuurlijk al een interruptiedebatje met de heer Ahraui over gehad. Ik gaf aan dat de motie enkel vraagt om een licht te schijnen op die ontbindende voorwaarde, zodat het voor de raad duidelijk is dat inderdaad je blijkbaar wel een geldelijke overeenkomst kunt sluiten met een bedrijf zonder dat het staatssteun is; dus om dat nog even toe te lichten en dan pas over te gaan tot die overeenkomst. Wat is er mis mee om dat zo te doen? Wethouder Balster (PvdA). Zoals mevrouw Arp het verwoordt en met wat zij zegt over het u informeren na de juridische analyse, kan ik redelijk meegaan. Maar het dictum dat ik me voor heb in ieder geval, vraagt om überhaupt geen overeenkomsten aan te gaan, terwijl ik heb aangegeven dat we op een eventueel staatssteunrisico kunnen inspelen met een ontbindende voorwaarde. Dat zullen we ook doen.

Ik heb in de brief die u gisteren heeft ontvangen, aangegeven dat we de overeenkomsten ook willen delen met u. Dat was ook nog een vraag, geloof ik, van de heer De Vuyst. Lesley Arp (SP). Heel goed dat men overeenkomsten wil delen, maar dan zijn ze natuurlijk al getekend. Dan hebben we er dus niet zoveel meer over te zeggen. Volgens mij gaan we nu toch al met meerdere partijen van juristen in gesprek. Dan is het toch helemaal niet zo moeilijk om dit kleine deelaspect van wat nou actief staatssteun verlenen is en wat niet er even uit te lichten, daar een brief over te maken en die naar de raad te sturen voordat er iets wordt getekend? Wethouder Balster (PvdA). Grote kans dat dat ook gewoon gebeurt. Ik heb aangegeven, ook in de commissie, dat we de beide juridische inzichten met elkaar gaan vergelijken. Ik hoop daar ook misschien al eind dit jaar bij u op terug te komen. Dat is dan ook ver voordat we daar overeenkomsten over sluiten. We gaan u daar in ieder geval goed van op de hoogte brengen.

54

Maarten De Vuyst (GroenLinks). Die ontbindende voorwaarde in de contracten geldt zowel voor grond als privaatrechtelijk? Hoe zit dat? Excuus, ik heb het in de brief van gisteren niet zo snel teruggevonden. Wethouder Balster (PvdA). Dit gaat over de privaatrechtelijke overeenkomsten, de grondreserveringsovereenkomsten, waarvan mevrouw Arp benadrukt: zorg ervoor dat er geen onomkeerbare stappen worden gezet voordat er zekerheid is verkregen over een eventueel staatssteunrisico. Daar spelen we dus op deze manier op in. Lesley Arp (SP). Ik heb toch een verhelderende vraag. Volgens mij zei de wethouder net: we gaan waarschijnlijk niets tekenen voordat we die analyse hebben. Dus wat is dan het probleem nog met die motie? Ik snap er werkelijk waar helemaal niks meer van. Wethouder Balster (PvdA). Het zou kunnen dat we eind december horen dat er toch een uitgebreider proces nodig is om een staatssteunanalyse te toetsen - dat weet u - bij de Permanente Vertegenwoordiging van de EU. We gaan er niet van uit, maar het zou kunnen. Dan kunnen we met een ontbindende voorwaarde in de grondreserveringsovereenkomsten aan de slag en nemen we verder geen risico op dat vlak. Dat zou een oplossing kunnen zijn. Maar zoals aangegeven doet het college echt zijn uiterste best om die juridische analyse, die vergelijking tussen die twee inzichten, zo snel mogelijk met u te delen.

Dat is misschien ook al ruim voordat er sprake is van de eerste gronduitgifteovereenkomsten. Adeel Mahmood (DENK). Ik wil toch wel doorgaan hierop en op de vraag in hoeverre de raad serieus wordt genomen. Ik weet niet hoelang het duurt om zo'n brief met een juridische analyse te maken. Waarom is het een probleem, als u waarschijnlijk al in december nieuws verwacht, om die brief naar de raad te sturen voordat u overeenkomsten tekent? Want die brief kan in principe binnen twee à drie weken naar de raad gestuurd worden. Mevrouw Arp vraagt met deze motie om gedurende die tijd geen overeenkomsten af te sluiten. Wethouder Balster (PvdA). Waar het, denk ik, om gaat, is dat we geen onomkeerbare stappen zetten ten aanzien van geoorloofde staatssteun totdat we zekerheid hebben verkregen dat daar geen risico over bestaat. Met de procedure die we nu volgen is dat risico er ook niet. Daar hebben we het ook uitgebreid in de commissie over gehad. Die analyse voeren we dus zo snel mogelijk uit en we informeren u dan over het resultaat. De motie van Hart voor Den Haag, Informatie- en deskundigheid bevorderende trainingen grote dossiers, vraagt een uitspraak van de raad. Daar wil ik me niet in mengen. Het amendement Duidelijkheid over risico's Didam-arrest van de ChristenUnie/SGP kan ik ontraden op dezelfde grond als de motie zojuist van de SP.

Dan heb ik alle moties en amendementen gepreadviseerd. Adeel Mahmood (DENK). Een van de vragen die nog is blijven liggen, is mijn vraag over de procedure bij de EC. Ik ben benieuwd naar het antwoord daarop. Ik lees in het rapport van NautaDutilh dat het drie maanden kan duren, maar ook 26 maanden. U heeft er steeds op gehamerd dat het waarschijnlijk zes maanden duurt. Op basis waarvan heeft u die uitspraak gedaan? Is het ook zo dat zo'n procedure 26 maanden kan duren of langer? Wethouder Balster (PvdA). Excuus, deze vraag was inderdaad blijven liggen. Wij gaan ervan uit dat we voor de kerst weten of een wat uitgebreidere procedure noodzakelijk is - er is veel afstemming met het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat ons hierbij adviseert - omdat de Europese Commissie in het kader van stadsvernieuwingsprojecten en het belang daarvan meer tempo maakt met het toetsen op ongeoorloofde staatssteun. Mocht er een uitvoeriger analyse noodzakelijk zijn, dan hebben we de verwachting op basis van het juridisch advies dat het college heeft, dat die voor de zomer afgerond kan zijn. Dat hebben we ook in de brief die u heeft ontvangen, met u gedeeld.

55

Adeel Mahmood (DENK). Dat is uw verwachting, maar het zou ook kunnen dat het 26 maanden of langer duurt. Dat is ook mogelijk, als ik het goed heb. Wethouder Balster (PvdA). Zoals aangegeven is onze inschatting dat het niet zo lang hoeft te duren. Maar niets is zeker in het leven. De voorzitter. Die laatste toevoeging deed het 'm voor meneer Mahmood. Mevrouw Klokkenburg heeft wel nog een vraag aan de wethouder. Judith Klokkenburg (CU/SGP). Ja, naar aanleiding van het eerder gevoerde debat en wat de wethouder zojuist zei. Als die brief komt, gaat die dan direct naar de raad toe? Wethouder Balster (PvdA). Dat heb ik in de commissie al aangegeven. We zullen het u direct melden als dat zo is. De voorzitter. Mevrouw Klokkenburg heeft daar toch nog een vervolgvraag op. Judith Klokkenburg (CU/SGP). Ja, omdat ik na die brief van gisteren niet helemaal goed weet hoe ik het 'direct' van het college moet inschatten, wilde ik toch wel even zeker weten dat er dus niet nog een hele ambtelijke periode overheen gaat, maar dat die direct komt. De voorzitter. Volgens mij heeft de wethouder dat net gezegd en bevestigd dat hij dat ook in de commissie heeft gezegd. Leonie Gerritsen (PvdD). Volgens het projectdocument sluiten we nog een privaatrechtelijke overeenkomst voor de grondreserveringsovereenkomsten, namelijk de projectrealisatieovereenkomst.

Is dat mogelijk voordat er duidelijkheid is over de uitspraak van de EC over staatssteun? Wethouder Balster (PvdA). Daar hebben we het uitgebreid over gehad in de commissie. We kunnen ontbindende voorwaarden opnemen in de overeenkomsten die we sluiten om daar verder geen risico op te lopen. Daar heb ik zojuist ook op gereageerd in de richting van de SP onder andere. De heer Van Zanen. Voorzitter. Ik zal namens het college reageren op motie J.3 van Hart voor Den Haag. We vinden optimale informatievoorziening richting de raad van groot belang. Dat geldt voor het college en ook voor mijzelf. Het uitgangspunt is altijd tijdig van informatie te voorzien. Dat dit af en toe niet lukt, staat ook vast. Daar kunt u het college op aanspreken. Dat is ook zo wettelijk vastgelegd. Artikel 169 van de Gemeentewet geeft aan dat het college en elk van zijn leden - en elk van zijn leden - verantwoording schuldig is aan een raad over het gevoerde bestuur. Daarin is ook vastgelegd dat het college de raad alle inlichtingen verstrekt die hij nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Die verantwoordelijkheid kan dus niet alleen bij mij liggen, maar ligt bij het gehele college. Om die reden wijs ik de motie af. Ik zeg er ook nog wel een paar andere dingen bij.

Toen ik hier kwam, heeft met name de heer Dubbelaar - een keer of drie, zeg ik uit mijn hoofd, vanaf die plek - mij gevraagd: voorzitter van het college, wil druk uitoefenen op het tijdig afdoen van schriftelijke vragen en moties. Ik heb hem gezegd: dat gaan we doen. Ik heb een bepaalde vorm van zweep, maar niet zoveel. Het belangrijkste is dat iedere portefeuillehouder zich ervan bewust is dat als dat niet gebeurt, hij of zij dat hier mondeling moet vertellen. Dat is geen aantrekkelijk vooruitzicht. Dat zijn de middelen waar ik en soms ook de gemeentesecretaris over beschikken. Het maakt iedere week onderdeel uit van onze bespreking in het college. Zijn we op tijd en als het niet lukt, want soms lukken gewoon dingen niet, omdat ze ingewikkeld zijn, zorgen we dan voor een net en tijdig briefje van hoe het zit? Tijdig, dat is een. Daar neem ik niet de verantwoordelijkheid voor, maar wel voor dat we daarachteraan zitten. De collega's in het college doen ook hun best. Twee. De voorzitter. Voordat u punt twee maakt, heeft de heer De Mos op punt één nog een vraag aan u.

56

Richard de Mos (Hart voor Den Haag). De burgervader zegt dat het allemaal al gebeurt en dat we allemaal middelen hebben. Het feit is dat we hier een heel rapport hebben besproken over Dreven, Gaarden, Zichten waarin staat dat het toch allemaal niet zo lekker loopt. Dus waarom niet dat extra slot op de deur? Feit is ook dat we te maken hebben met 5 oktober, waar wethouder Balster nog niet heeft geleerd van zijn mea culpa. De heer Van Zanen. U had het net over het vierogenprincipe of zesogenprincipe. Het is eigenlijk een twintigogenprincipe: iedereen moet ernaar kijken. Over tijdigheid heb ik het gehad. Maar dan: volledig, of kwalitatief juist op de inhoud. Ja sorry, hoor, maar dat kun je niet aan een gemeentesecretaris of aan de burgemeester vragen. Dat is echt een verantwoordelijkheid van de portefeuillehouder. Als je denkt dat dat gaat werken: dat gaat niet werken. Wij moeten ervan uitgaan, ook als collega's, dat wat wij aangeleverd krijgen, volledig is en tijdig. Daar gaan we als collega's gewoon van uit. We consulteren elkaar ook weleens: wat vind je, kan dat, kan dat niet, hoe zullen we dat doen? Dan is altijd de lijn van het college: doe het maar zo snel mogelijk en liefst meteen, want beter te veel dan te weinig. U krijgt ook heel veel dingen op blauw of op geel. Het gaat me erom of dit werkt als slot.

Bij tijdigheid niet helemaal, maar bijna wel, maar bij volledigheid? Alles wat we niet zien als collega's, dat weten we natuurlijk niet. Maar als het wordt besproken wel. Dan gaat het ook altijd de goede kant op. En drie, kwalitatief en inhoudelijk, ja, dat is echt aan de portefeuillehouders. Dat is het slot op de deur. Het slot op de deur is dat u de portefeuillehouder - dat kan ik ook zijn - ter verantwoording roept. Maar de motie moet ik afwijzen. De voorzitter. Dan is nu het woord aan de voorzitter van de voorbereidingscommissie, de heer Barker. Robert Barker (PvdD). Voorzitter. Dank voor de complimenten en de waardering voor ons werk. Ik hoop dat Chris meekijkt en die ook in ontvangst kan nemen. Ik wil beginnen met de inbreng van D66, want die verbaasde me wat. Het is de keuze van de hele raad om de onderzoekscommissie in te stellen. Alle partijen in de raad hebben ingestemd met dit punt op de besluitenlijst van 19 mei. Het is dus apart dat wordt afgegeven dat dit een soort van politiek vehikel is, terwijl de hele raad hiermee heeft ingestemd. Het is ook onwenselijk om het zo voor te stellen, want zo ondergraaf je een instituut van de raad, namelijk een voorbereidingscommissie.

Als het gaat om het oordeel dat er politieke oordelen in zitten, zou ik aan de D66-fractie willen vragen waar dat dan in zit, want we hebben er juist voor gekozen om daarvan weg te blijven door onafhankelijke partijen onderzoek te laten doen. Samir Ahraui (PvdA). Ik hoor de heer Barker net zeggen dat de hele raad heeft ingestemd met de voorbereidingscommissie. Dat klopt voor het instellen en het benoemen. Maar we hebben natuurlijk wel een discussie gehad in de raad over of een voorbereidingscommissie überhaupt nodig was. Ik weet dat daar de meningen in de raad in ieder geval op dat moment over verdeeld waren. Robert Barker (PvdD). Dat klopt. De vorige raad heeft een motie aangenomen om de voorbereidingscommissie in te stellen. In mei heeft de hele raad ingestemd met het instellen van de voorbereidingscommissie en de leden ervan. Voorzitter. D66 vroeg: wat is er nieuw? Er is specifiek gevraagd om te kijken naar de informatievoorziening en of die bijvoorbeeld in strijd was met de wet. De onderzoekers hebben gezegd dat de handelwijze van het college twijfelachtig is. We hebben de conclusies van de onderzoekers samengevat. Het is gek dat D66 zegt dat het verwijtbaar is dat we dat woord gebruiken, want we hebben onafhankelijke partijen gevraagd ernaar te kijken. Die hebben dat gezegd. Dat hebben wij in ons stuk samengevat.

Het perspectief of de informatievoorziening in strijd is met de wet en in hoeverre je überhaupt objectief vast kan stellen of de raad volledig en juist is geïnformeerd, is volgens mij nieuw. Het was duidelijk, niet alleen achteraf, maar ook op het moment zelf, dat het college de raad over het welstandspunt beter had moeten informeren. Als je kijkt naar het staatssteunrisico, zijn de conclusies van de onafhankelijke onderzoeken duidelijk dat het risico groter is en anders dan het college aan de raad heeft geïnformeerd. Hetzelfde geldt voor aanbesteding. Hetzelfde geldt voor de financiële risico's, die door de GAD onderzocht zijn. De risico's lijken groter te zijn. Volgens mij is 57

dat genoeg nieuwe informatie, genoeg waardevolle informatie. Uiteindelijk is het aan de raad om te bepalen wat hij met deze informatie doet. Maar ik denk dat het verwijt niet terecht is dat er geen nieuwe informatie uit dit stuk komt. De PvdA vroeg of er lessen getrokken worden rond hoor en wederhoor. Een voorbereidingscommissie heeft geen mandaat om mensen te verhoren of informatie te vorderen. Je kan er zeker een keer over debatteren en vragen over stellen, maar ik denk dat het op zich ook best logisch is. Er is namelijk ook een heel groot verschil tussen een voorbereidingscommissie, die meer een initiële inventarisatie doet, en een onderzoekscommissie. Kijk ook naar het perspectief van geld. D66 noemde dat. De raadsenquête rond Amare kost meer dan € 1 mln. Dat komt doordat het een heel ander type onderzoek is dan een voorbereidingscommissie doet. Daarom is een belangrijke weging die vandaag gemaakt wordt of je wel of niet een vervolg geeft aan dit voorbereidingsonderzoek. Samir Ahraui (PvdA). Dank voor dit antwoord. Het komt overeen met wat we in de commissie besproken hadden. Het klopt dat een voorbereidingscommissie niet het mandaat heeft om onder ede te verhoren en dat soort dingen. Dat is ook niet wat ik met mijn vraag bedoel. Wat ik wel met mijn vraag probeer te bereiken, is het volgende.

Ik kan me voorstellen dat de voorbereidingscommissie of een van de onderzoekers aan de gemeente had gevraagd: wij zijn dit onderzoek aan het doen, hoe kijkt u hier tegenaan? Of: gemeente, als we het hebben over staatssteun, hoe kijken uw juristen hier dan tegenaan? Want nu sturen we het college op pad om het NautaDutilh-rapport te vergelijken met wat haar eigen juristen stellen. Daar gaan we dan later nog over geïnformeerd worden. Maar bent u het met me eens dat je het formeel kunt doen, onder ede en dat soort dingen, maar ook gewoon concreet: gemeente, wat vindt u hiervan? De voorzitter. Dank voor uw vraag. Volgende keer liefst ietsje korter, meneer Ahraui. Robert Barker (PvdD). Het verzoek van de raad was heel erg duidelijk om snel met iets te komen. De druk zat er ook op vanuit het college natuurlijk, vanwege de planning. Dat is heel duidelijk. Als je ervoor kiest om allerlei extra vragen uit te zetten naar het college, kost dat heel veel tijd. Dat hebben we ook gemerkt. Een van de meest bepalende factoren in ons onderzoek was bijvoorbeeld het wachten op documenten van het college. Op de specifieke punten waar u naar verwijst, bijvoorbeeld de staatssteun- en aanbestedingsrisico's, lagen al heel veel stukken. Daar was al een debat over geweest. Er waren al onderzoeken van twee externe juristen. Die waren er allemaal al. Die documenten lagen dus al op tafel.

Als je kijkt naar tijd en efficiëntie, is het volgens mij heel logisch dat je niet nog een extra ronde doet als je al die hele discussie in de raad hebt gehad. Samir Ahraui (PvdA). De heer Barker noemt het aspect tijd. De GAD werkt met haar eigen processen en doet wel aan hoor en wederhoor. Daar heeft het wel plaatsgevonden en is het wel gelukt binnen de tijd. Ik kan me niet voorstellen dat je in dat traject niet ook wil weten wat de zienswijze is van bijvoorbeeld de juristen van de gemeente Den Haag, omdat uit diezelfde documenten blijkt dat die een andere mening of invalshoek hebben dan in dit rapport terugkwam. Robert Barker (PvdD). Ik heb het al geprobeerd duidelijk te maken, maar ik wil het wel nog een keertje doen. Er lagen al heel veel documenten. De hoor en wederhoor had dus al in de raad plaatsgevonden. Er waren al twee externe juridische onderzoeken geweest. U geeft het voorbeeld van de GAD. Juist het onderzoek van de GAD was de vertragende factor. Anders waren we weken en weken eerder geweest met het uitbrengen. Dat principe van hoor en wederhoor vonden we belangrijk, omdat het bij hun principes hoort, maar ook omdat juist over het GAD-onderzoek niet al heel veel informatie op tafel lag of er heel veel externe onderzoeken op tafel lagen. Dat is dus wel een belangrijk verschil tussen de verschillende onderzoeken.

Over het staatssteunaspect en het aanbestedingsaspect lagen er al enorm veel stukken. De voorzitter. Meneer Ahraui, voor de laatste maal. Samir Ahraui (PvdA). Denkt u niet dat het geholpen had en dat we ook duidelijker dit debat hadden kunnen voeren als die hoor en wederhoor van tevoren beter was toegepast? Dan hadden we niet pas in 58

dit debat hoeven te vragen hoe het college tegen het rapport aankijkt en of het zijn eigen juristen nog wil laten kijken naar wat een andere jurist hierover te zeggen had. Dat hadden we nu al in het debat kunnen meenemen. Robert Barker (PvdD). Als ik een bespiegeling moet geven op het debat van zonet, is de kern die ik eruit haal niet dat we eerder hoor en wederhoor hadden moeten doen. Wij hadden het als onderzoekscommissie fijn gevonden als de wethouder in was gegaan op de analyse en de conclusies. Volgens mij hebben de wethouder en het college ruim de tijd gehad om dat te doen. Dat zou dus eerder mijn analyse zijn dan hetgeen de heer Ahraui zegt. Voorzitter. Volgens mij was ik dan door alle vragen heen. Ik ga in op de amendementen en moties. De ChristenUnie had een amendement over duidelijkheid over de risico's van het Didamarrest. Ze voegen een aantal zinnen toe die al in de conclusies van ons onderzoek stonden. Het is dus helemaal in lijn met de analyse en conclusies. Het specificeert het dictum in lijn met de onafhankelijke onderzoeken. Het biedt juist extra handvatten. Daarom zouden we het een goed idee vinden om het amendement over te nemen. De SP-motie Ga niet het schip in met staatssteun verzoekt om eerst een juridische analyse te maken waarin wordt ingegaan op aspecten van staatssteun. Dat sluit aan bij onze punten over juridische risico's.

We begrijpen ook de wens van een aantal raadspartijen voor een duidelijke deadline. De keuze die is verwoord in de motie, begrijpen we dus. De twee Hart voor Den Haag-moties bouwen voort op de zorgen over de complexe dossiers en informatievoorziening. De punten die gemaakt worden, of trainingen wel werken en of we de burgemeester en gemeentesecretaris een rol geven, hebben wij echter niet specifiek onderzocht. Dat oordeel zouden we dus volledig bij de raad willen laten. Lesley Arp (SP). Mevrouw Klokkenburg en ik hebben beiden een voorstel ingediend dat ziet op het verstevigen van de informatievoorziening. Het valt mij op dat de voorzitter van de voorbereidingscommissie er anders over oordeelt dan de wethouder. Hoe kijkt de voorzitter naar de preadvisering van de wethouder, ook in het licht van het rapport? Robert Barker (PvdD). Ik probeer ernaar te kijken, los van politieke meningen. Wij hebben in ons stuk een heel duidelijke analyse gegeven van wat niet goed is gegaan. Dat zag op de informatievoorziening. Een van de dingen was specifiek het aspect van staatssteun. Daarvan is de analyse dat de risico's groter zijn dan verwacht. Ik begrijp dat als ons advies is om er nog eens naar te kijken, de raad zegt: doe dat voordat je een stap zet die mogelijk staatssteun zal zijn. Ik denk dat uw motie genoeg ruimte geeft voor zowel het college als uw behoefte.

Daarom zouden wij deze prima kunnen omarmen. De voorzitter. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Of heeft mevrouw Arp behoefte aan een tweede termijn? Lesley Arp (SP). Ik denk eigenlijk dat ik maar ook sommige collega's behoefte hebben aan een schorsing. De voorzitter. Dat wilde ik voorstellen als er geen behoefte is aan een tweede termijn. O, u wilt een schorsing en dan daarna een tweede termijn? Dan gaan we eerst schorsen. Zullen we een halfuur schorsen of gelijk tot 18.30 uur? Mevrouw Faïd wil er iets over zeggen. Fatima Faïd (HSP). Allereerst wil ik toch even zeggen dat u mijn naam niet goed uitspreekt. Het is Fa-i-d en niet Fa-ie-d. Niet alleen u, hoor, er zijn meer collega's. De voorzitter. Excuus, mevrouw Faïd. Fatima Faïd (HSP). Maar ik zou voorstellen tot 18.30 uur.

59

De voorzitter. Dat was mijn eerste voorstel. Toen hoorde ik wat gemopper. Maar we doen gewoon 18.30 uur, omdat ik uw naam niet goed uitsprak. De vergadering wordt van 17.47 uur tot 18.35 uur geschorst. De voorzitter. We willen allemaal op tijd klaar zijn. We hebben de afspraak dat wij om twaalf uur stoppen, ongeacht hoe ver wij zijn met de agenda, maar we moeten ook stemmen over zaken. Ik wil voorstellen, met uw welnemen, dat wij om elf uur stoppen, zodat alles klaar kan worden gezet en we een halfuur schorsing hebben om de moties door te nemen, zodat we om half twaalf kunnen gaan stemmen. Als ik kijk naar wat er allemaal nog op de agenda staat, denk ik dat we het niet gaan redden om dat allemaal te behandelen. Mijn voorstel zou zijn, aangezien bij de beraadslagingen een aantal stukken termijngebonden is of echt juridische consequenties heeft als we er geen besluit over nemen, om een van de beraadslagingen door te schuiven naar de volgende raad - dat is 'Schoon op papier!', het Rekenkamerrapport - en om bij de afrondingsdebatten in ieder geval de jaarwisseling te behandelen, als de burgemeester dan al terug is. Het zou namelijk een beetje gek zijn als we dat nog gaan doen op de laatste dagen voor de jaarwisseling. Dan kijken we hoever we komen met de overige afrondingsdebatten. Volgens mij zitten daar verder geen onderwerpen tussen die per se vanavond nog moeten.

Maar ik zie dat mevrouw Arp daar wel een mening over heeft. Lesley Arp (SP). Ik heb een aantal moties bij het onderwerp enkelglas die ingaan op de lopende onderhandeling over de prestatieafspraken. Ik zou graag willen weten of die onderhandeling voor de komende raad al afgelopen is of dat die dan nog loopt. De voorzitter. Dat weet ik niet uit mijn hoofd. Ik zie dat de wethouder die daarover gaat, toevallig hier zit. Wethouder Balster (PvdA). De prestatieafspraken zijn al bijna gereed, maar de verhoogde ambitie die de SP wenst, wordt al meegenomen in die gesprekken. We handelen dus al een beetje in die lijn. De voorzitter. U krijgt een soort toezegging op een motie die u nog niet eens heeft ingediend. Zullen we deze dan als een van de eerste afrondingsdebatten proberen te behandelen? Dan slaan we bij de beraadslagingen 'Schoon op papier!' over en doen we bij de afrondingsdebatten in ieder geval de jaarwisseling en het enkelglasonderwerp dat mevrouw Arp net noemt. Ik zie dat de heer Barker er ook nog een heeft. Robert Barker (PvdD). Wat ons betreft zijn het bouwplan en het geven van de omgevingsvergunning ook spoedeisend. Wij komen met een verzoek om een juridische analyse, terwijl het college nu al ruim buiten de tijd is. Dat duldt dus ook geen uitstel. De voorzitter. U doelt op de Duinpaviljoens. Ik heb het de wethouder even gevraagd, want over deze twijfelde ik.

Hij heeft in de commissie toegezegd dat hij nog wat onderzoeken zou laten doen en dat hij, voordat die zijn afgerond, geen vergunning zou afgeven. Robert Barker (PvdD). Ik ben benieuwd welke dat dan zijn. De motie die wij willen indienen, ziet erop toe dat er echt een juridisch onderzoek plaatsvindt. Als dat moet plaatsvinden, moet dat natuurlijk gebeuren voordat de vergunning wordt verleend. Als we nog een maand wachten, is het te laat om nog een juridisch onderzoek te doen. De voorzitter. De reactie daarop is dat het volgens mij geen juridisch onderzoek was, maar meer een onderzoek naar de risico's voor de kosten. Zo heb ik het onthouden. Als u toch de motie wilt indienen, dan is dat het derde afrondingsdebat dat ik toevoeg aan de lijst die we in ieder geval vanavond nog gaan bespreken. Akkoord, meneer Barker?

60

Robert Barker (PvdD). Wat u zei, had ik niet mogen zeggen, omdat dat geheim was, maar fijn dat u dat zegt. Maar inderdaad, mijn juridisch onderzoek is wat anders dan hetgeen hij in de geheime vergadering heeft gezegd. De voorzitter. Dat klopt. Dat had ik misschien niet mogen zeggen, maar hoe ga je een toezegging noteren die we toch moeten bespreken hier om dit debat niet door te laten gaan? Bij dezen is er vast iets gewit. Fatima Faïd (HSP). Wat doen we met de afrondingsdebatten die nu niet worden gedaan? Doen we die nooit meer? Dan wil ik ze toch weer terug op de agenda. De voorzitter. U heeft mij door! Nee, het rapport 'Schoon op papier!' gaat sowieso naar een andere raad. De drie afrondingen gaan we sowieso doen. Dan kijken we of we nog ruimte hebben voor andere afrondingsdebatten vanavond. Degene die we dan niet hebben gedaan, schuiven we door naar 21 en 22 december. Die verdwijnen dus niet ergens, maar worden alsnog behandeld in de eerstvolgende raad wanneer daar ruimte voor is. Is dit akkoord zo? Is het überhaupt helder? Zo niet, dan zorg ik ervoor dat het helder wordt op het moment dat we daar zijn. Dan gaan we nu verder met de tweede termijn van het debat over de voorbereidingscommissie Dreven, Gaarden en Zichten. Ik ga de sprekerslijst af. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Ik wil in tweede termijn alleen een motie indienen namens meerdere collega's.

Die zal ik volledig voorlezen. 'Constaterende dat: - de voorbereidingscommissie Dreven, Gaarden en Zichten concludeert dat de raad in het dossier Dreven-Gaarden-Zichten ten aanzien van de onderwerpen beschermd stadsgezicht, risico's met betrekking tot staatssteun en aanbesteding en financiële risico's onvoldoende is geïnformeerd; - het college in haar schriftelijke reactie spijt heeft betuigd ten aanzien van het te laat informeren van de raad met betrekking tot het welstandsadvies over de Dreven, maar niet ten aanzien van het onvolledig informeren van de raad over de juridische en financiële risico's van het project DrevenGaarden-Zichten; - de voorbereidingscommissie bovendien concludeert dat een actieve informatieplicht van het college altijd het uitgangspunt dient te zijn en de raad liever eerder dan later dient te worden geïnformeerd; - een dag voor de behandeling van het raadsvoorstel van de voorbereidingscommissie in de raad een raadsvoorstel met de raad is gedeeld, waaruit blijkt dat de Adviescommissie bezwaarschriften al op 5 oktober 2022 heeft geadviseerd om een besluit van de raad omtrent het opheffen van het beschermd stadsgezicht in de Dreven in te trekken.

Overwegende dat: - dit advies pas bijna twee maanden na dato met de raad is gedeeld, wat sterk de indruk wekt dat het college weinig lering heeft getrokken uit de aanbevelingen van het rapport van de voorbereidingscommissie; - de wethouder VWZ ook in het raadsdebat op 1 december 2022 over dit rapport nauwelijks zelfreflectie heeft getoond naar aanleiding van het laat informeren van de raad hierover; - hij eveneens nauwelijks zelfreflectie heeft getoond over het onvoldoende informeren van de raad over de juridische en financiële risico's van het project Dreven-Gaarden-Zichten tot op heden. Keurt het onvolledig en laat informeren van de raad inzake het dossier Dreven-Gaarden-Zichten af.' De motie dien ik in namens de SP, Hart voor Den Haag, DENK, Partij voor de Dieren, Haagse Stadspartij, ChristenUnie/SGP en PVV. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door de heer De Mos, de heer Mahmood, mevrouw Gerritsen, mevrouw Faïd, mevrouw Klokkenburg en de heer Kruis, wordt de volgende motie (J.4 SP) ingediend:

61

Motie J.4 SP Motie van afkeuring De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 1 december 2022, ter bespreking van Raadsvoorstel van de voorbereidingscommissie Dreven, Gaarden en Zichten (RIS313614) Constaterende, dat: • de voorbereidingscommissie Dreven, Gaarden en Zichten concludeert dat de raad in het dossier Dreven-Gaarden-Zichten ten aanzien van de onderwerpen beschermd stadsgezicht, risico’s met betrekking tot staatssteun en aanbesteding en financiële risico’s onvoldoende is geïnformeerd; • het college in haar schriftelijke reactie spijt heeft betuigd ten aanzien van het te laat informeren van de raad met betrekking tot het welstandsadvies over de Dreven, maar niet ten aanzien van het onvolledig informeren van de raad over de juridische en financiële risico’s van het project Dreven- Gaarden-Zichten; • de voorbereidingscommissie bovendien concludeert dat een actieve informatieplicht van het college altijd het uitgangspunt dient te zijn en de raad liever eerder dan later dient te worden geïnformeerd; • een dag voor de behandeling van het raadsvoorstel van de voorbereidingscommissie in de raad een raadsvoorstel met de raad is gedeeld, waaruit blijkt dat de Adviescommissie bezwaarschriften al op 5 oktober 2022 heeft geadviseerd om een besluit van de raad omtrent het opheffen van het beschermd stadsgezicht in de Dreven in te trekken.

Overwegende, dat: • dit advies pas bijna twee maanden na dato met de raad is gedeeld, wat sterk de indruk wekt dat het college weinig lering heeft getrokken uit de aanbevelingen van het rapport van de voorbereidingscommissie; • de wethouder VWZ ook in het raadsdebat op 1 december 2022 over dit rapport nauwelijks zelfreflectie heeft getoond naar aanleiding van het laat informeren van de raad hierover; • hij eveneens nauwelijks zelfreflectie heeft getoond over het onvoldoende informeren van de raad over de juridische en financiële risico’s van het project Dreven-Gaarden-Zichten tot op heden. Keurt het onvolledig en laat informeren van de raad inzake het dossier Dreven-Gaarden-Zichten af. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Er zijn geen andere sprekers die het woord willen voeren in tweede termijn. Het college wil ook niet reageren op de motie. Dank aan de heer Barker voor het voeren van het woord namens de voorbereidingscommissie. De beraadslaging wordt gesloten.

Aan de orde is: K.

Voorstel van het college inzake PUK De Venen (Den Haag Zuidwest) (RIS313612).

De beraadslaging wordt geopend. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Ik ga mijn tekst aanzienlijk inkorten, gezien mijn spreektijd. In een korte tijd hebben we het alweer over een ingrijpend sloop-nieuwbouwplan voor Zuidwest. Het plan bevat enkele goede elementen, maar slaat de plank ook flink mis met een roekeloos parkeerexperiment en 62

veel minder sociale huur dan we hebben afgesproken voor projecten waar flink wat woningen worden toegevoegd. De SP heeft een viertal voorstellen waarin we vooral de rechten van huidige bewoners die wensen terug te keren, willen versterken. Ik zal ze een voor een oplezen. Allereerst een voorstel over de parkeerkosten: verzoekt het college voor de nieuwbouw- en renovatiecomplexen in De Venen ten aanzien van de kosten van een inpandige parkeerplek en de kosten en voorwaarden voor het deelvervoer erop toe te zien dat de uitwerking recht doet aan de aangenomen moties van de raad zoals hierboven genoemd; en de raad te informeren over de uitwerking van de afspraken die de WOM hierover heeft gemaakt en de wijze waarop rekening is gehouden met deze moties. Dan een motie over de terugkeerregeling als mensen twee keer moeten verhuizen. Die verzoekt het college binnen een half jaar een regeling bekend te maken voor Haagse corporatiehuurders die na sloop-nieuwbouw of renovatie twee keer moeten verhuizen om terug te kunnen keren naar hun eigen buurt, maar hier onvoldoende financiële middelen voor hebben; en erop toe te zien dat alle (voormalige) huurders in lopende herstructureringsprojecten, bijvoorbeeld in de Zichten, actief worden geïnformeerd over deze regeling. Deze is mede ingediend door de heer Barker van de Partij voor de Dieren.

Ik had nog een motie over de mogelijkheden om terug te keren, gegeven het feit dat er in het plan enkel sociale huurwoningen en koopwoningen worden gerealiseerd en kopen niet voor iedereen een optie is, maar ook mogelijk niet iedereen terug kan keren naar een sociale woning, bijvoorbeeld als je wat meer bent gaan verdienen in de afgelopen jaren. De motie verzoekt het college de WOM te laten inventariseren welke van de huidige huurders na de sloop-nieuwbouw en renovatie niet meer in aanmerking komen voor een sociale huurwoning, maar ook niet willen of kunnen kopen; met de WOM te bezien of huurders die net iets te veel verdienen voor een sociale huurwoning toch nog sociaal kunnen blijven huren in het gebied, op basis van de vrije ruimte die corporaties hiervoor hebben; en te zorgen dat de overige huurders in deze groep voorrang krijgen op een middenhuurwoning in het beheer van een Haagse woningcorporatie. Dan heb ik nog een amendement, mede ingediend door mevrouw Klokkenburg en de heer Barker, over de plinten. Dit besluit om aan dictumpunt V toe te voegen: Het college rapporteert binnen een half jaar richting de raad welke instrumenten uit de Plintenstrategie worden ingezet om tot een goede invulling van de plinten in De Venen te komen.

Hierbij wordt in ieder geval gestuurd op de volgende doelen: het voorkomen van een anonieme en eenzijdige invulling van de plint van de woonwerkwoningen en de overige bedrijfsruimten aan de Meppelweg, bijvoorbeeld door middel van branchering; het maximaal waarborgen van de komst van een eerstelijns zorgvoorziening. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg en de heer Barker, wordt het volgende amendement (K.A SP) voorgesteld:

Amendement K.A SP Houd grip op de plinten De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 1 december 2022, ter bespreking van Voorstel van het college inzake PUK De Venen (Den Haag Zuidwest) (RIS313612) Besluit om na dictumpunt V toe te voegen: • het college rapporteert binnen een half jaar richting de raad welke instrumenten uit de Plintenstrategie worden ingezet om tot een goede invulling van de plinten in de Venen te komen. Hierbij wordt in ieder geval gestuurd op de volgende doelen: − het voorkomen van een anonieme en eenzijdige invulling van de plint van de woonwerkwoningen en de overige bedrijfsruimten aan de Meppelweg, bijvoorbeeld door middel van branchering; − het maximaal waarborgen van de komst van een eerstelijns zorgvoorziening. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door mevrouw Arp worden de volgende moties (K.1 SP en K.2 SP) ingediend:

63

Motie K.1 SP Houd kosten parkeren en deelvervoer binnen de perken De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 1 december 2022, ter bespreking van Voorstel van het college inzake PUK De Venen (Den Haag Zuidwest) (RIS313612). Constaterende, dat: • het nog onduidelijk is wat de hoogte van de van de kosten van het inpandig parkeren en hetdeelvervoer zullen zijn na de nieuwbouw en renovatie in De Venen. Overwegende, dat: • de raad bij de behandeling van de Nota Parkeernormen op 7 oktober 2021 de motie ‘Garandeer toegankelijkheid deelconcepten’ heeft aangenomen, maar deze tot op heden niet nog is afgedaan; • de raad bij de behandeling van de Parkeerstrategie 2021 op 15 juli 2021 de motie ‘Betaalbare inpandige parkeerplekken bij geplande (sociale) huur en (sociale) koopwoningen’ is aangenomen, maar deze tot op heden nog niet is afgedaan; • de raad dus nog niet weet hoe het college concreet uitvoering gaat geven aan deze moties, maar deze wel zeer relevant zijn voor de toekomstige bewoners van De Venen die in grote mate tot de sociale doelgroep behoren.

Verzoekt het college: • voor de nieuwbouw- en renovatiecomplexen in De Venen ten aanzien van de de kosten van een inpandige parkeerplek en de kosten en voorwaarden voor het deelvervoer erop toe te zien dat de uitwerking recht doet aan de aangenomen moties van de raad zoals hierboven genoemd; • de raad te informeren over de uitwerking van de afspraken die de WOM hierover heeft gemaakt en de wijze waarop rekening is gehouden met deze moties. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie K.2 SP Kom met regeling voor tweede verhuizing De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 1 december 2022, ter bespreking van Voorstel van het college inzake PUK De Venen (Den Haag Zuidwest) (RIS313612) Constaterende, dat: • de raad op 21 januari 2021 de motie ‘Tweede verhuiskostenvergoeding voor terugkeerders’ (RIS307289) heeft aangenomen bij de bespreking van het Ambitiedocument Dreven-GaardenZichten; • het college in de afdoening van deze motie aangeeft dat een wettelijke grondslag voor een tweede verhuiskostenvergoeding ontbreekt, maar de mogelijkheden voor een subsidieregeling voor heel Den Haag en de mogelijkheden van maatwerk voor schrijnende gevallen te gaan onderzoeken (zie RIS307689); • de raad hier tot op heden geen duidelijke terugkoppeling van heeft gekregen, terwijl de eerste bewoners van de Dreven-Gaarden-Zichten al zijn uitgeplaatst en ook bewoners van de Venen die wensen terug te keren twee keer zullen moeten verhuizen. Overwegende, dat: • het college vaak heeft aangegeven dat het belangrijk is dat bewoners naar hun vertrouwde buurt kunnen terugkeren bij ingrijpende bouwplannen, zodat sociale netwerken behouden blijven; • dit alleen mogelijk is als bewoners ook financieel in staat zijn om twee keer te verhuizen; 64

•

het college heeft aangegeven bewoners hierin te willen ondersteunen, maar dat het om willekeur te voorkomen belangrijk is dat helder gecommuniceerd wordt op welke wijze het college en de woningcorporaties dit gaan doen.

Verzoekt het college: • binnen een half jaar een regeling bekend te maken voor Haagse corporatiehuurders die na sloop-nieuwbouw of renovatie twee keer moeten verhuizen om terug te kunnen keren naar hun eigen buurt, maar hier onvoldoende financiële middelen voor hebben; • erop toe te zien dat alle (voormalige) huurders in lopende herstructureringsprojecten bijvoorbeeld in de Zichten - actief worden geïnformeerd over deze regeling. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door mevrouw Faïd, wordt de volgende motie (K.3 SP) ingediend:

Motie K.3 SP Lever bewoners De Venen niet over aan vastgoedcowboys De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 1 december 2022, ter bespreking van Voorstel van het college inzake PUK De Venen (Den Haag Zuidwest) (RIS313612) Constaterende, dat: • een aantal huurders in de Venen waarschijnlijk niet zal kunnen terugkeren naar het gebied op basis van de regels van het passend toewijzen, omdat hun inkomen in de loop der jaren is gestegen; • kopen niet voor iedereen een optie is en de gemeente bovendien geen rol heeft bij het bemiddelen naar een hypotheek; • het plan voor de Venen geen middenhuur bevat. Overwegende, dat: • het onwenselijk is dat huidige bewoners van de Venen die op basis van de regels niet meer sociaal kunnen huren maar ook niet kunnen kopen worden overgeleverd aan vastgoedcowboys. Verzoekt het college: • de WOM te laten inventariseren welke van de huidige huurders na de sloop-nieuwbouw en renovatie niet meer in aanmerking komen voor een sociale huurwoning, maar ook niet willen of kunnen kopen; • met de WOM te bezien of huurders die net iets te veel verdienen voor een sociale huurwoning toch nog sociaal kunnen blijven huren in het gebied, op basis van de vrije ruimte die corporaties hiervoor hebben; • te zorgen dat de overige huurders in deze groep voorrang krijgen op een middenhuur-woning in het beheer van een Haagse woningcorporatie.

en gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Constant Martini (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Woningbouw is de topprioriteit van de fractie van Hart voor Den Haag, maar wonen is meer dan alleen maar een woning. Kun je ook gelukkig en prettig leven in je huis, in de straat, met je buren? Kun je spelen op straat, is er levendigheid en kun je je hond laten rennen? Een van de belangrijkere elementen die daar ook bij horen, is de vrijheid om je te kunnen bewegen zoals je dat wil. Met dit voorstel wordt die vrijheid ingesnoerd. De heer Noorlander, die ik natuurlijk het allerbeste wens terwijl hij natuurlijk naar mij zit te kijken, zei in de 65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12308753/3