RIS314311 Bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2
Tekst van het document
32
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
met een snelheid van 50 km/u of hoger ook een toetsing plaats aan wegen met een lagere snelheid. Om die reden wordt ook het oostelijk deel van de Madeploderweg en de Boomaweg beschouwd. De n211 is vanwege de hoge verkeersintensiteit ook beschouwd in het kader van een goede ruimtelijke ordening, ondanks dat de planlocatie buiten de zone van deze weg ligt. 4.2.2
Afgegeven hogere waarde voor de Exporteursbaan
Bij vaststelling van het bestemmingsplan Madestein-Vroondaal in 2015 zijn hogere waarden verleend, respectievelijk 62 dB aan de westzijde en 63 dB aan de oostzijde. Zie ook onderstaande afbeelding
Afbeelding 4.2: eerder verleende hogere waarden 4.2.3
Uitgangspunten onderzoek
Op basis van het vigerende bestemmingsplan Madestein-Vroondaal (2015) geldt dat de afstand van de voorgevelrooilijn van hoofdgebouwen tot de voorste perceelsgrens ten minste 6 meter moet bedragen en de hoogte van de hoofdgebouwen bedraagt niet meer dan twee bouwlagen en een kapverdieping. Voor de mogelijke verkavelingen in de planlocatie ligt de afstand tussen de perceelsgrens en de voorgevelrooilijn nog niet vast. Om deze reden is bij de berekeningen uitgegaan van een afstand van 3 of 6 meter. De in het onderzoek betrokken wegen zijn de Exporteursbaan en de Madepolderweg evenals het oostelijk deel van de Madeploderweg, de Boomaweg en de N211. De verkeersgevens komen uit het meest recente verkeersmodel (aangeleverd door de gemeente Den Haag op 28 december 2021).
33
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
Afbeelding 4.3: deel van het plangebied reeds bestemd als WG-2, maar waarvoor nog geen hogere waarden zijn vastgesteld (rood omk aderd) Het perceel dat in het bestemmingsplan Madestein Vroondaal (2015) al bestemd is voor woningbouw (WG-2), maar waarvoor nog geen hogere waarden zijn vastgesteld, zie ook afbeelding 4.3, wordt alsnog in het akoestisch onderzoek betrokken.
34
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
Afbeelding 4.4: overig deel van het plangebied waarvoor nog geen hogere waarden zijn vastgesteld Het perceel groen dat in het bestemmingsplan Madestein - Vroondaal 1e herziening is bestemd voor woningbouw (WG-2) maar waarvoor nog geen hogere waarden zijn vastgesteld, zie ook afbeelding 4.4, wordt eveneens betrokken in het onderzoek. 4.2.4
UItkomsten onderzoek
Uit het onderzoek is gebleken dat bij enkele toetspunten sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, zowel door de Madepolderweg als door de Exporteursbaan.
Afbeelding 4.5: resultaten Madepolderweg (bron: DGMR) Bij de bovenste 5 toetspunten is sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Binnen een gebied tot 55 meter afstand van de Madepolderweg, zijn hogere waarden nodig (maximaal 53 Lden, na aftrek), zowel bij 3 als bij 6 meter.
35
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
Afbeelding 4.6: resultaten Exporteursbaan (bron: DGMR) De hoogste geluidbelasting als gevolg van de Exporteursbaan bedraagt 65 dB zonder aftrek of 60 dB na afrrek bij een afstand van 3 meter. Voor de afstand van 6 meter bedraagt de geluidbelasting maximaal 63 dB zonder aftrek en 58 dB na aftrek. Voor beide afstanden is een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, maar wordt de maximale ontheffingswaarde (63 dB na aftrek) niet overschreden. 4.2.5
Hogere grenswaarden
Doordat er sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarden is het noodzakelijk een hogere waarde aan te vragen. Ook is onderzoek naar maatregelen noodzakelijk. 4.2.5.1 Bron- en overdrachtsmaatregelen Het toepassen van stil asfalt op de Exporteursbaan geeft een reductie van 2-3 dB. Dit is niet voldoende om de geluibelasting te verminderen tot de voorkeursgrenswaarde. Het plaatsen van schermen langs de Exporteursbaan is vanuit stedenbouwkundig oogpunt en vanuit kostenperspectie niet wenselijk. Het is niet mogelijk om bron- of overdrachtsmaatregelen te treffen. 4.2.5.2 Voorwaarden hogere grenswaarden Een ontheffing hogere grenswaarden is alleen mogelijk onder bepaalde voorwaaden uit het gemeentelijk hogere waardenbeleid. Cumulatieve geluidbelasting
36
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
De maximale cumulatieve geluidbelasting bedraagt 69,5 dB zonder aftrek. Uit figuur 4.7 blijkt dat nergens sprake is van een overschrijding van deze geluidbelasting.
Afbeelding 4.7: cumulatieve geluidbelasting (bron: DGMR) Geluidluwe zijde Woningen met een hogere waarde dienen te beschikken over een geluidluwe zijde. Bij aanvraag van de omgevingsvergunning moet aangetoond worden dat aan deze eis wordt voldaan. De maximale geluidbelasting op de geluidluwe zijnde mag maximaal 53 dB bedragen na aftrek, waarbij uitgegaan wordt van de gecumuleerde geluidbelasting van alle wegen. Uit figuur 4.8 volgt dat het mogelijk is dat om bij alle woningen een of meerdere geluidluwe gevels te realiseren.
37
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
Afbeelding 4.8: gevels waar sprake is van een geluidluwe zijde (bron: DGMR) Binnenwaarde Het bouwbesluit geeft aan dat indien er sprake is van een hogere waarde het binnenniveau bij de woning maximaal 33 dB is, waarbij de gecumuleerde waarde gebruikt moet worden voor de geluidwerende eigenschappen van de gevel. Bij een maximale gecumuleerde geluidbelasting van 66 dB moet de geluidwering van de gevel minimaal 33 dB bedragen. Hogere waarden Met een waarde tot 60 dB (na aftrek 5 dB art. 110 Wgh) wordt voldaan aan de maximaal toelaatbare hogere waarde. Tussen de geluidbelastingen op 3 meter van de kavelgrens of 6 meter van de kavelgrens zit maximaal 1 dB verschil. Voor eventuele woningen in het noordelijke deel van het plangebied (tot 55 meter afstand van de Madepolderweg) zijn hogere waarden tot 53 dB (na aftrek 5 dB art. 110 Wgh) vanwege de Madepolderweg noodzakelijk. 4.2.6
Goede ruimtelijke ordening
Uit de berekening van de gecumuleerde geluidbelasting blijkt dat deze maximaal 64 dB bedraagt. Dit is lager dan de plandrempel van 68 die de gemeente hanteert. Op de achtergevels van eventueel te realiseren woningen zal de cumulatieve geluidbelasting lager zijn als het gevolg van afscherming. Hiermee is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
38
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
4.2.7
Conclusie
Uit de resultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat er een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde is. de overschrijding bedraagt niet meer dan 59 dB. Omdat het niet mogelijk is om bron- of overdracht maatregelen te treffen worden hogere waarden verleend. Het ontwerp hogere waardenbesluit wordt gelijktijdig met met ontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen toont de ontwikkelaar aan dat voor iedere woning voldaan worden aan de eis van het binnenniveau van 33 dB.
4.3
Geur
Rondom de manege aan de Madepolderweg is in het moederplan een aanduiding milieuzone - geurzone opgenomen, zie ook afbeelding 4.9. Doordat de manege ondertussen is gesloopt, komt de aanduiding te vervallen. De aanduiding is daardoor niet meer opgenomen in dit bestemmingsplan.
Afbeelding 4.9: aanduiding milieuzone-geurzone bestemmingsplan Madestein - Vroondaal (bron: gemeente Den Haag)
4.4
Bodem
4.4.1
Algemeen
In en in de directe omgeving van Madestein Vroondaal hebben bedrijven met bodembedreigende activiteiten hun vesting gehad. Hierbij ging het om (glas)tuinbouw, een rioolzuiveringsinrichting, gasdrukregel-en meetstations, autoreparatiebedrijven, kunststoffen ver-en bewerkingsbedrijven, ontsmettingsbedrijf, houtbewerkingsinrichting, petroleum en benzine bewaarplaatsen. Ook waren er verschillende ondergrondse tanks aanwezig.
39
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
Deze zijn vrijwel allemaal verwijderd, buiten gebruik gesteld of onklaar gemaakt. Er zijn in Madestein Vroondaal diverse bodemonderzoeken uitgevoerd in verband met aangetroffen verontreinigingen, herinrichting en/of bouwplannen. Met dit bestemmingsplan worden op percelen aan weerszijden van de Exporteursbaan gronden met de bestemming Water en Groen gewijzigd in een bestemming die woningbouw mogelijk maakt.Zodoende wordt in dit hoofdstuk nader ingegaan op de onderzoeken uitgevoerd in dit deel van Madestein Vroondaal. 4.4.2
Onderzoek
4.4.2.1 Verkennend onderzoek Vroondaal Zuid II In opdracht van GEM Vroondaal is door Buro S/L actualiserend en verkennend bodemondezoek uitgevoerd op de locatie Vroondaal Zuid II. Het volledige onderzoek is als Bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen. In deze paragraaf is een samenvatting van de voor dit bestemmingsplan relevante onderdelen uit het onderzoek opgenomen. Afbeelding 4.10. geeft de onderzoekslocaties uit dit onderzoek weer. Deellocaties 2 en 3 zijn voor dit bestemmingsplan van belang.
Afbeelding 4.10: onderzoek slocatie Vroondaal Zuid II (bron Buro S/L) Uit historisch onderzoek is gebleken dat er in deze deelgebieden een aantal verdachte activiteiten/ verontreinigingen zijn die nog niet voldoende waren onderzocht. Hierbij gaat het om olietanks/ ketelhuis, een gedempte sloot en opslag van bestrijdingsmiddelen/ meststoffen. Zodoende zijn grondboringen uitgevoerd en is de grond bemonsterd. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van deellocatie 2 in de bovengrond lichte verontreinigingen zijn vastgesteld met zware metalen, PAK, PCB en bestrijdingsmiddelen. In de ondergrond zijn drins in licht verhoogde concentraties aangetroffen. De (licht) verhoogde concentraties aan zware metalen en bestrijdingsmiddelen zijn niet uitzonderlijk in (voormalige) tuinbouwgebieden. De bovengrond voldoet aan de kwaliteitsklasse industrie, de ondergrond voldoet aan de kwaliteitsklasse Wonen. Het grondwater is licht verontreinigd met zware metalen. Dit kan worden toegeschreven aan de voormalige aanmaak en gebruik van meststoffen die in het tuinbouwgebied hebben plaatsgevonden. Na beindiging van de bedrijfsactiviteiten herstelt het bodemevenwicht zich over het algemeen weer en neemt het gehalte zware metalen in het grondwater doorgaans af.
40
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van deellocatie 3 in de bovengrond lichte verontreinigingen zijn vastgesteld met zware metalen en bestrijdingsmiddelen. In de ondergrond zijn zware metalen, minerale olie, PAK, PCB en bestrijdingsmiddelen in licht verhoogde concentraties aangetroffen. Zowel de bovengrond als de ondergrond voldoen aan de kwaliteitsklassen industrie. Nader onderzoek naar grondwater is nodig ter hoogte van peilbuizen 201, 221 en 302. Deze staan in onderstaande afbeelding rood omcirkeld.
Afbeelding 4.11: locatie peilbuizen (bron: Buro S/L) Ook wordt geadviseerd om grond uit gedempte sloten te onderzoeken op asbest. Uit het onderzoek blijkt dat op alle vier de deellocaties zowel de bovengrond als de ondergrond voldoet
41
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
aan de kwaliteitsklasse industrie (met uitzondering van de ondegrond ter plaatse van deelgebied 2, die voldoet aan de kwaliteitsklasse wonen). 4.4.2.2 Verkennend onderzoek Weerszijden Van Elswijkbaan In opdracht van Gem Vroondaal is door Buro S/L een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan weerszijden van de Elswijkbaan. De onderzoekslocatie is weergegeven in afbeelding 4.12. In deze paragraaf wordt een samenvatting van het onderzoek gegeven. Het volledige onderzoek is als Bijlage 2 bij deze toelichting opgenomen.
Afbeelding 4.12: onderzoek slocatie weerszijden Van Elswijkbaan (bron: Buro S/L) Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van boring 1 in de bovengrond lichte verontreiniging met zware metalen, minerale olie, PAK en PCB zijn vastgesteld. In de ondergrond is sprake van een lichte verontreiniging met PCB en drins. Het grondwater is licht verontreinigd met zware metalen. In de opgegraven en opgeboorde grond (ter plaatse van de gedempte sloot) zijn geen verontreinigingen met asbest aangetroffen. Alle locaties die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen zijn gesaneerd. 4.4.3
Conclusie
Uit het verkennend onderzoek weerszijden Van Elswijkbaan is gebleken dat er ter plaatse van de gedempte sloot geen verontreinigingen met asbest zijn aangetroffen. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat zowel de onder- als bovengrond, op een enkele plek na, de klasse-indeling industrie heeft. Voor de toets op geschiktheid voor Wonen is de klasse-indeling (achtergrondwaarde, wonen, industrie) niet een criterium. Alleen als sprake is van sterk verontreinigde grond of grondwater is er een belemmering. Daar is hier geen sprake van. De bodem is geschikt voor wonen met tuin.
42
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
4.5
Externe veiligheid
4.5.1
Toetsingskader
Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico's, transport risico's en risico's die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. 4.5.2
Buisleidingen
Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking (Bevb) getreden. Voor nieuwe situaties is de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare objecten 10-6 per jaar; voor beperkt kwetsbare objecten geldt dan een richtwaarde van 10-6 per jaar. Langs buisleidingen moeten belemmeringenstroken in acht worden genomen waarbinnen geen bebouwing (zowel boven- als ondergronds) of ondergrondse tanks zijn toegestaan. Daarnaast hanteert de Gasunie de Algemene VELIN voorwaarden voor grond roer- en overige activiteiten. De noodzaak voor het verantwoorden van het groepsrisico wordt beoordeeld op grond van de inventarisatieafstanden zoals deze zijn vastgelegd in bijlage 6 van het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen - Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen van maart 2010. Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico onderscheidt het Bevb situaties waarin een 'volledige' verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan.
Er zijn twee situaties waarin volstaan, kan worden met een beperkte verantwoording: Indien het bestemmingsplan betrekking heeft op het gebied tussen de 100% letaliteitszone en de 1% letaliteitszone van de buisleiding, of Wanneer het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde (OW) bedraagt of het groepsrisico (uitgedrukt in relatie tot de OW) met minder dan 10% toeneemt en tevens onder de oriëntatiewaarde blijft. 4.5.3
Aardgastransportleiding W-509-02
In en nabij het plangebied bevind zich de hogedruk aardgastransportleiding W-509-02. Om de verdere ontwikkeling van Madestein - Vroondaal mogelijk te maken is een gedeelte van deze leiding verlegd.
43
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
4.5.4
Groepsrisico & Plaatsgebonden risico
Bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 voorziet niet in meer woningbouw of andere nieuwe ontwikkelingen die meer of andere kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maken. Het bestemmingsplan is opgesteld om de uitgewerkte stedenbouwkundige verkaveling in deelplan Zuid II in te passen. Ten opzichte van wat al is mogelijk gemaakt in bestemmingsplan Madestein-Vroondaal en de 1e herziening (de tweede herziening voorziet niet in de ontwikkeling van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten) zijn er geen veranderingen voor wat betreft het aspect Groepsrisico & het aspect Plaatsgebonden risico. Zodoende wordt teruggevallen op de groepsrisicoberekening met bijbehorende verantwoording, uitgevoerd in het kader van het moederplan en de 1e herziening. De groepsrisicoberekening en de plaatsgebondenrisicoberekening zijn integraal overgenomen in dit bestemmingsplan. Via onderzoek, zie verder het bijgesloten rapport 'Milieutechnisch onderzoek bestemmingsplan Vroondaal d.d. 23 januari 2014', Bijlage 10 bij deze toelichting is de mate waarin het groepsrisico de oriëntatiewaarde nadert weergegeven als functie van de plaats langs segmenten van respectievelijk de buisleidingen A-617, A-617-01, W-509-02 en W-509-04.
Uit de risico-screening kan worden opgemaakt dat de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico in de maatgevende leidingkilometer voor alle buisleidingen in de huidige situatie niet wordt overschreden. Het quotiënt van het groepsrisico en de oriëntatiewaarde voor de maatgevende leidingkilometer bedraagt voor de buisleidingen respectievelijk 0,217; 0; 0,041 en 0,000312. Verder blijkt dat uit deze risico-screening dat de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico in de maatgevende leidingkilometer voor alle buisleidingen in de toekomstige situatie niet wordt overschreden. Door de toename van het aantal inwoners door planontwikkeling verandert het quotient van het groepsrisico en de oriëntatiewaarde niet. Dit komt doordat de geplande nieuwbouw met bijbehorende bevolkingstoename niet in de buurt van de maatgevende kilometer ligt. Op grond van de onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat met het bestemmingsplan voldoende waarborgen voor de externe veiligheid worden geboden. Uit de berekening voor het groepsrisico in het kader van bestemmingsplan Madestein Vroondaal 1e herziening bleek dat na verlegging van de leiding het groepsrisico 0.45 de orientatiewaarde zou gaan bedragen. Uit de berekeningen van het plaatsgebonden risico bleek dat er geen sprake zou zijn van een plaatsgebonden risicocontour. Dit onderzoek is als Bijlage 4 bij de toelichting opgenomen. 4.5.5
Verantwoording groepsrisico
Aangezien er geen wijziging van het groepsrisico is, en de orientatiewaarde onder de 1 blijft is een verantwoording van het groepsrisico niet aan de orde.
4.6
Soorten- en gebiedsbescherming Algemeen Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Gebiedsbescherming Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: •alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; •het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van
44
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
sociale of economische aard, en •de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: •soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; •soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; •overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn.
Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. 4.6.1
Onderzoek Exporteursbaan
Om de effecten op beschermde natuurgebieden inzichtelijk te maken is eerder, in 2013, ten behoeve van het bestemmingsplan Madestein Vroondaal, een zogenaamde natuurtoets uitgevoerd waarin de effecten van de voorgenomen bouw van 2150 woningen, de verkeersaantrekkende werking van de woningen en het amoveren van de glastuinbouw onderzocht zijn. Met betrekking tot het aspect gebiedsbescherming werd geconcludeerd dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen en Westduinpark & Wapendal uitgesloten zijn. Het bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 maakt geen extra woningbouw mogelijk. Het doel van dit bestemmingsplan is om verdere ontwikkeling van deelplan Zuid II mogelijk te maken. Er zijn inrichtingsplannen voor de openbare ruimte en verkavelingsplannen gemaakt die worden ingepast in het bestemmingsplan. Om dit mogelijk te maken zijn enkele wijzigingen ten opzichte van het bestemmingsplan Madestein Vroondaal uit 2015 nodig. Het aantal te realiseren woningen neemt niet toe ten opzichte van het bestemmingsplan Madestein Vroondaal, waardoor de conclusies uit de natuurtoets ook voor dit bestemmingsplan gelden. Voor de volledigheid is het onderzoek uit 2013 als bijlage bij de toelichting opgenomen, zie Bijlage 5.
45
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
4.6.1.1 eco-effectscan Exporteursbaan Om inzichtelijk te krijgen of de voorgenomen woningbouw langs de Exporteursbaan, zie afbeelding 4.13 voor de ligging van dit gebied, gevolgen voor de aanwezige flora en fauna heeft, is door Aqua-Terra Nova BV, in opdracht van de Gem Vroondaal een eco-effectscan uitgevoerd.
Afbeelding 4.13: onderzoeksgebied eco-effectscan Aqua-Terra Nova BV In deze paragraaf wordt een samenvatting van het onderzoek gegeven. Het volledige onderzoek is als Bijlage 6 bij deze toelichting bijgesloten. Het onderzoeksgebied beslaat de twee groenstroken aan beide zijden van de Exporteursbaan en heeft een oppervlakte van ongeveer 5.340 m2. De groenstrook aan de westzijde van de weg bestaat aan de noordkant uit een waterlichaam met stijl oplopende oevers met begroeiing. De groenstrook aan de oostkant van de weg bestaat uit grasland. In de noordoosthoek van het onderzoeksgebied ligt een gebied met water en riet. Langs de Exporteursbaan bevinden zich lantarenpalen van circa 8 meter hoog. In het onderzoeksgebied is geen bebouwing aanwezig. Gebiedsbescherming Het onderzoeksgebied ligt op ongeveer 1,4 km van Natura 2000-gebied 'Solleveld en Kapittelduinen en op ongeveer 3,8 km afstand van Natura 2000-gebied 'Westduinpark en Wapendal'. Het onderzoeksgebied ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waardoor negatieve effecten op het NNN kunnen worden uitgesloten. Het onderzoeksgebied maakt ook geen onderdeel uit van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) van Den Haag, waardoor negatieve effecten op de SGH kunnen worden uitgesloten.
Soortenbescherming Uit het onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van beschermde soorten (vaatplanten, volgels, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieen, reptielen, vissen) is uitgesloten.
46
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
Voor wat betreft algemeen voorkomende soorten vogels wordt geadviseerd, wanneer er werkzaamheden in de periode maart t/m oktober moeten worden uitgevoerd, voorafgaand aan de werkzaamheden te controleren op broedende vogels. Indien vogelnesten of broedende vogels aangetroffen worden dienen de werkzaamheden nabij het nest uitgesteld te worden of dient er een verstoringsvrije zone rond de broedplaats opgesteld te worden. Voorgesteld wordt maatregelen te nemen ter voorkoming van de vestiging van de rugstreeppad, door het plaatsen van paddenschermen in de periode december t/m maart. Om overvliegende en fouragerende vleermuizen niet te verstoren wordt geadviseerd werkzaamheden tussen zonsopkomst en zonsondergang uit te voeren of te werken wanneer vleermuizen in winterslaap zijn (november t/m maart). De werkzaamheden aan de watergang moeten buiten de kwetsbare periode voor aquatische fauna uitgevoerd worden. Bij het dempen van de watergang moet het water in een richting uitgedreven worden richting een naastgelegen sloot, zodat soorten zich daarnaartoe kunnen verplaatsen. Te allen tijde dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht uit de Wet natuurbescherming.
Stikstofdepositie Om te bepalen of de voorgenomen woningbouw ter plaatse van het onderzoeksgebied leidt tot een onaanvaardbare toename van stikstofdepostie heeft Aqua-Terra Nova, in opdracht van de GEM Vroondaal een stikstofdepostieberekening uitgevoerd, zie Bijlage 7 en Bijlage 8. Uitgangspunten stikstofdepositieberekening Ter plaatse van het onderzoeksgebied kunnen maximaal 42 woningen worden gerealiseerd. Het onderzoeksgebied ligt op 1,4 km afstand van het Natura 2000-gebied 'Solleveld & Kapitelduinen'. De 42 woningen worden gasloos gebouwd, waardoor stikstofuitstoot enkel uit verkeersbewegingen zal bestaan. Voor de verkeersbewegingen is uitgegaan van 7,5 verkeersbewegingen per dag per woning, wat neer komt op 315 verkeersbewegingen per dag (7,5 keer 42). Resultaten Aeriusberekening De stikstofuitstoot van de verkeersbewegingen van en naar de woningen is op jaarbasis ca. 10,3 kg NOx . Dit leidt niet tot stikstofdepositie in een Natura 2000-gebied.
47
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
48
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
Hoofdstuk 5 Keuze en verantwoording van bestemmingen en toelichting op de regels 5.1
Het digitale bestemmingsplan
Een belangrijk onderdeel van Wet ruimtelijke ordening (Wro) vormt de digitaliseringsverplichting. De Wro bepaalt dat een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar moet zijn. Dit heeft onder meer geleid tot de introductie van twee nieuwe begrippen: 'digitale verbeelding' en de 'analoge verbeelding'. Het bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (plankaart), regels en een toelichting en is digitaal raadpleegbaar. De eerste twee onderdelen zijn juridisch bindend, de toelichting is juridisch niet bindend maar helpt bij de interpretatie van de kaart en de regels. De analoge verbeelding wordt, gelet op de aard en omvang van het plangebied, afgedrukt op een topografische ondergrond met een schaal van 1:1500. De 'digitale verbeelding' is een interactieve raadpleegomgeving via het internet (www.ruimtelijkeplannen.nl) die de gehele inhoud van het bestemmingsplan ontsluit overeenkomstig de SVBP2012: Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 'van de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. Door een muisklik op een bepaalde plek verschijnen de bijbehorende regels voor die plek in beeld. Onder de term digitale verbeelding wordt dan ook niet alleen het ruimtelijk beeld, maar ook de daarbij behorende juridische informatie (regels) verstaan.
Indien de digitale en de analoge verbeelding tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale verbeelding beslissend. Onder analoge verbeelding wordt verstaan: alle te verbeelden informatie van een ruimtelijk plan op papier. De term analoge verbeelding is dus een synoniem voor de tot nu toe altijd gebruikte term plankaart. Op de bij het onderhavige bestemmingsplan behorende verbeelding zijn alle noodzakelijke en op grond van het Besluit ruimtelijke ordening vereiste gegevens ingetekend. De bestemmingen zijn de belangrijkste elementen. Elk stuk grond van het plangebied heeft een bestemming. Deze wordt zichtbaar gemaakt door middel van een kleur, op de digitale verbeelding wordt de informatie in een aparte deel van het scherm zichtbaar, op de analoge verbeelding al dan niet in combinatie met een letter, ter aanduiding van de bestemming en een getal dat de maximale toegestane (goot- en nok)hoogte en/of bebouwingspercentage aangeeft. Op deze wijze is het mogelijk om te zien welke bestemmingen zijn gegeven aan de gronden en opstallen binnen het plangebied. Elke op de verbeelding aangegeven bestemming is gekoppeld aan een bestemmingsartikel in de regels. De regels laten vervolgens bij elke bestemming zien op welke wijze gronden binnen de desbetreffende bestemming gebruikt mogen worden. Daarbij wordt onder meer verwezen naar aanduidingen op de verbeelding.
Voorts wordt de opzet van het bestemmingsplan ingegeven door de relevante beleidskaders en omgevingsfactoren. In onderstaande tabellen (beslissingstabel) is aangegeven op welke onderdelen de in dit bestemmingsplan beschreven beleidskaders en omgevingsfactoren hun vertaling hebben gevonden in het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Deze paragraaf vormt dan ook als het ware de schakel tussen de toelichting van het bestemmingsplan en de daarbij behorende regels en verbeelding.
5.2
Keuze en verantwoording van de bestemmingen
Beleidskader Wonen
Vertaling in het bestemmingsplan
De kern van de Woonvisie 2009-2020 is als Den Haag zich meer op de kaart wil zetten als woonstad, moet de stad zich versterken door meer differentiatie in woonmilieus en woonsferen te creeren en de woonkwaliteit verhogen
Binnen het moederplan Madestein-Vroondaal zijn 2150 woningen mogelijk gemaakt. Door onderhavige bestemmingsplanherziening wijzigt dit aantal niet.
49
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
5.3
Toelichting op de regels
De regels zijn als volgt ingedeeld: Hoofdstuk 1: Inleidende regels. De inleidende regels (artikel 1 en 2) lichten de begrippen toe die in de regels voorkomen en ook de wijze van meten die moet worden gehanteerd. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. De bestemmingsregels (artikel 3 t/m 10) bevatten, voor zover er geen wijzigingen zijn alleen een verwijzing naar de gebruik- en bouwregels van het moederplan Madestein-Vroondaal. In artikel 10, Waterstaat - waterkering, is een bepaling opgenomen, waarbij het mogelijk is te bouwen ter plaatse van de waterkering, onder voorwaarde van een positief advies van het Hoogheemraadschap Delfland. Hoofdstuk 3: Algemene regels. De algemene regels (artikel 12 t/m 15) bevatten naast de Algemene bouwregels (artikel 12), Algemene gebruiksregels (artikel 13) de Algemene aanduidingsregels (artikel 14) en de15 Algemene afwijkingsregels (artikel 15). In artikel 14 Algemene aanduidingsregels wordt, in afwijking van het moederplan, het bouwen binnen de beschermingszone van een waterkering mogelijk gemaakt, onder voorwaarde van een positief advies van Hoogheemraadschap Delfland en alleen ter plaatse van de in de bijlage opgenomen gebieden. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels. Het overgangsrecht is opgenomen in artikel 16, de slotregel in artikel 17.
50
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
Hoofdstuk 6 6.1
Economische uitvoerbaarheid
Algemeen
Indien sprake is van een bouwplan zoals bedoeld in art. 6.12 Wro is de gemeente verplicht een exploitatieplan op te stellen, tenzij kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan via: een gemeentelijke grondexploitatie, waarbij sprake moet zijn van gemeentelijke gronduitgifte; meerwaardesuppletie via de erfpachtcanon; een anterieure overeenkomst met de eigenaar over de ontwikkeling. Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt aangewezen een bouwplan voor: de bouw van een of meer woningen; de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto vloeroppervlakte met een of meer woningen; de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen, die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m².
6.2
Exploitatieplan
De gemeente Den Haag en de Ontwikkelingscombinatie Madestein VOF (bestaande uit Bouwfonds Ontwikkeling en Synchroon) hebben in december 2008 een samenwerkingsovereenkomst getekend ten behoeve van de ontwikkeling van het project Vroondaal. Deze partijen werken na ondertekening van de overeenkomst samen onder de naam 'PPS Vroondaal Ontwikkeling'. De gemeente is voor 50% aandeelhouder. In 2012 heeft de PPS Vroondaal Ontwikkeling in samenwerking met de gemeente Den Haag een nieuw stedenbouwkundig plan uitgewerkt, inclusief vertrouwelijke grondexploitatie (RIS 256696). De uitvoering van het stedenbouwkundig plan wordt mogelijk gemaakt door een herziening van onderhavig bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening (Afdeling 6.4 Grondexploitatie) verplicht gemeenten om tegelijkertijd met een bestemmingsplan een exploitatieplan vast te stellen, tenzij het kostenverhaal van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. Het primaire doel van een exploitatieplan is om kosten te kunnen verhalen bij alle eigenaren in het exploitatieplangebied, zodat zij bij zelfrealisatie een evenredige bijdrage betalen in de exploitatiekosten. Dat betekent dat de gemeente, ten aanzien van situaties waarin eigenaren de ontwikkeling zelf realiseren, geen verlies lijdt op de exploitatiekosten.
Binnen het bestemmingsplangebied van het moederplan bevinden zich grondeigenaren die niet binnen de samenwerkingsovereenkomst vallen en waarmee de gemeente Den Haag nog geen overeenkomst heeft gesloten. Voor het moederplan geldt daarom dat het kostenverhaal niet voor alle bouwplannen als bedoeld in art. 6.12 Wro anderszins verzekerd is. De gemeente voldoet daarom aan de plicht om een exploitatieplan vast te stellen. Blijkens paragraaf 6.3 van het exploitatieplan zijn de geraamde opbrengsten hoger dan de geraamde kosten in het plan. De exploitatiebijdragen zoals opgenomen in het exploitatieplan komen ten gunste aan de grondexploitatie. De vertrouwelijke grondexploitatie van de PPS behorend bij het nieuwe stedenbouwkundig plan is financieel sluitend (zie: RIS 256697). Hierbij is het uitgangspunt van actief grondbeleid gehanteerd, waarbij de gemeente en PPS besluiten tot actief aankopen van gronden ten behoeve van realisatie van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan moederplan is financieel uitvoerbaar. De wijzigingen die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt hebben geen gevolgen voor het
51
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
exploitatiegebied en het exploitatieplan, omdat er geen sprake is van een aangewezen bouwplan of omdat er een overeenkomst is afgesloten. Gem Vroondaal en ROM hebben een overeenkomst gesloten onder meer over kostenverhaal. Gezien de samenwerkingsovereenkomst tussen GEM Vroondaal en Gemeente Den Haag met betrekking tot de gehele ontwikkeling van Vroondaal is kostenverhaal daarmee anderszins verzekerd. Het opstellen van een exploitatieplan is niet aan de orde, omdat het kostenverhaal anderszins is verzekerd.
6.3
Conclusie
Voor de ontwikkelingen die deze herziening mogelijk gemaakt worden, is geen exploitatieplan vereist. Het kostenverhaal alsmede de economische uitvoerbaarheid zijn verzekerd.
52
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
Hoofdstuk 7
Overleg en inspraak
Dit bestemmingsplan betreft het tweede deel van het bestemmingsplan Madestein Vroondaal 3e herziening. Bro overeleg heeft plaatsgevonden voor het eerste deel van dit bestemmingsplan. In het kader van dit bestemmingsplan heeft er overleg en afstemming plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap van Delfland over de wijze van bestemmen van de waterkeringen.
53
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
54
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
Bijlagen bij toelichting
55
bestemmingsplan Madestein - Vroondaal, 3e herziening - Deel 2 (ontwerp)
Bijlage 1 VO Vroondaal Zuid II
56
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Actualiserend en verkennend bodemonder oe Vroond al Zuid II te Den Haag
BuroS/L
Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Buro S/L Breedveldsingel 70 3055 PL Rotterdam tel: 010 - 841 48 82 www.buro-sl.nl info@buro-sl.nl IBAN: NL62 RABO 0122 6483 58 BTW nr: 180886071B01 KvK nr: 24459399
Actualiserend en verkennend bodemonderzoek Vroondaal Zuid II te Den Haag Madepolderweg 43 t/m 45 (oneven), 53 t/m 57 (oneven) en Boomaweg 71 t/m 103 (oneven)
Opdrachtgever:
Vroondaal Ontwikkeling Vroonhoevelaan 2 2553 ES Den Haag Contactpersoon: mevr. S. Hielkema
Rapport: Status: Datum:
2016065/RAP02 Definitief 18 april 2017
Auteur: Gecontroleerd:
Drs. E.P. van Leeuwen Drs. J.P. de Lange
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Inhoudsopgave 1 Inleiding....................................................................................................3 1.1
Achtergronden ..................................................................................................................................... 3
1.2
Voorgaand historisch bodemonderzoek .............................................................................................. 4
1.3
Aanleiding en doel ............................................................................................................................... 4
1.4
Onderzoeksopzet ................................................................................................................................ 5
1.5
Leeswijzer ............................................................................................................................................ 6
2 Veldonderzoek .........................................................................................7 2.1
Algemeen ............................................................................................................................................ 7
2.2
Uitvoering ............................................................................................................................................ 7
2.3
Resultaten ........................................................................................................................................... 8
3 Laboratoriumonderzoek .......................................................................11 3.1
Algemeen .......................................................................................................................................... 11
3.2
Uitvoering .......................................................................................................................................... 11
3.3
Resultaten ......................................................................................................................................... 14
4 Interpretatie............................................................................................15 4.1
Toetsingskader .................................................................................................................................. 15
4.2
Toetsing analyseresultaten ................................................................................................................ 15
4.3
Interpretatie ....................................................................................................................................... 18
5 Samenvatting en conclusies ................................................................21 5.1
Algemeen .......................................................................................................................................... 21
5.2
Kwaliteit asfaltverharding ................................................................................................................... 21
5.3
Kwaliteit funderingsmateriaal ............................................................................................................. 21
5.4
Kwaliteit grond ................................................................................................................................... 21
5.5
Kwaliteit grondwater .......................................................................................................................... 22
5.6
Resumé ............................................................................................................................................. 22
B
u
r
o
S
Actualiserend en verkennend bodemonderzoek Vroondaal Zuid II te Den Haag 2016065/RAP02, 18 april 2017
/
L Pagina 1 van 23
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Bijlagen 1.
Kadastrale gegevens
2.
Fotoreportage
3.
Boorprofielen
4.
Analysecertificaten
5.
Overschrijdingstabellen
Tekeningen 1. Situatie met posities boringen en peilbuizen (deeltekeningen 1-1 en 1-2) 2. Situatie met verhardingen (deeltekeningen 2-1 en 2-2) 3. Verontreinigingssituatie met nikkel in het grondwater (deeltekeningen 3-1 en 3-2)
B
u
r
o
S
Actualiserend en verkennend bodemonderzoek Vroondaal Zuid II te Den Haag 2016065/RAP02, 18 april 2017
/
L Pagina 2 van 23
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
1 Inleiding 1.1
Achtergronden
In opdracht van Vroondaal Ontwikkeling is door Buro S/L een actualiserend en verkennend bodemonderzoek (inclusief asfaltonderzoek) uitgevoerd op de locatie Vroondaal Zuid II te Den Haag. De onderzoekslocatie, bestaande uit vier deellocaties, heeft een totale oppervlakte van circa 6,8 ha en is voor een groot deel braakliggend en voor een kleiner deel bebouwd met kassen en woningen. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de NEN-5740. De ligging van de deellocaties is weergegeven op tekening 1 (1-1 en 1-2) en aangegeven op de onderstaande luchtfoto. Figuur 1: Situering locatie
Locatie 3
Locatie 4
Locatie 2
Locatie 1
Bron: Google Earth
Kadastrale gegevens Deellocatie 1 De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Loosduinen, sectie M, nummers 1015, 1017, 1470, 1707, 1708, 1709, 1710, 1791, 1792 (allen geheel). De Rijksdriehoekscoördinaten van de deellocatie zijn: X: 74.615 en Y: 450.120. Deellocatie 2 De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Loosduinen, sectie M, nummers 1266, 1460, 1504, 1612 (allen geheel). De Rijksdriehoekscoördinaten van de deellocatie zijn: X: 75.005 en Y: 450.255. Deellocatie 3 De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Loosduinen, sectie M, nummer 1508, 1509, 1912 (allen geheel). De Rijksdriehoekscoördinaten van de deellocatie zijn: X: 75.120 en Y: 450.290.
B
u
r
o
S
Actualiserend en verkennend bodemonderzoek Vroondaal Zuid II te Den Haag 2016065/RAP02, 18 april 2017
/
L Pagina 3 van 23
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Deellocatie 4 De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Loosduinen, sectie M, nummer 1415, 1439, 1530, 1531 (allen geheel) en 1417 (gedeeltelijk). De Rijksdriehoekscoördinaten van de deellocatie zijn: X: 75.280 en Y: 450.280. De kadastrale gegevens (kadastrale kaart met omgevingskaart) van de onderzoekslocaties zijn opgenomen in bijlage 1.
1.2
Voorgaand historisch bodemonderzoek
In 2016 is door Buro S/L een historisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied (Historisch bodemonderzoek Plangebied Vroondaal Zuidwest te Den Haag, kenmerk 2016021/RAP01, d.d. 2 juli 2016). Uit dit onderzoek is gebleken dat de bodem in het plangebied in het algemeen licht verontreinigd is. Op diverse locaties zijn plaatselijk sterke verontreinigingen in de bodem aangetoond. Veelal gaat het om kleine spots met verontreiniging in de grond. Verder zijn op meerdere plaatsen binnen het plangebied sterke verontreinigingen met nikkel in het grondwater vastgesteld. Dit is kenmerkend voor (voormalige) tuinbouwgebieden. Doorgaans nemen de gehalten aan nikkel af tot onder de interventiewaarden na beëindiging van de bedrijfsactiviteiten (en toevoer van meststoffen). Actualiserend onderzoek dient hierover uitsluitsel te geven. Uit het historisch onderzoek is verder gebleken dat de meeste verdachte activiteiten in het verleden al zijn onderzocht. Een aantal verdachte activiteiten is niet eerder onderzocht. Verder is op de locatie een aantal (mogelijk met puin) gedempte sloten aanwezig die nog niet allemaal zijn onderzocht. In onderstaande tabel is de situatie samengevat. Tabel 1: Samenvatting voorgaand onderzoek DeelLocatienaam gebied
Verdachte activiteiten
Datum laatste bodemonderzoek
Verdachte activiteiten/verontreinigingen die nog niet voldoende zijn onderzocht
1
Madepolderweg 55a - 57
Ja
2010
- opslag/aanmaak meststoffen (Ni in grondwater) - bestrijdingsmiddelenopslag achter (DDT in grond) - gedempte sloot achter (PAK in puin)
Madepolderweg 55
Ja
2004
- gedempte sloten oost- en westzijde (asbest in puin) - opslag/aanmaak meststoffen (Ni in grondwater) - olietanks en bestrijdingsmiddelenopslag
2
Madepolderweg 45c/d
Ja
2009
- olietank/opslag bestrijdingsmiddelen/meststoffen - olietank - gedempte sloot oostzijde
3
Madepolderweg 43a
Ja
-
- olietank
Madepolderweg 43
Ja
2009
- bestrijdingsmiddelenopslag (drins in grond) - opslag/aanmaak meststoffen (Ni + As in grondwater) - olietank - olietank/ketelhuis - gedempte sloten
Boomaweg 101
Ja
2008
- gedempte sloot - olieverontreiniging in grond en grondwater voldoende onderzocht en beschikt (ernstig, niet spoedeisend)
Boomaweg 91A
Nee
1994
- gedempte sloot
Boomaweg 71
Ja
2009
- gedempte sloot
4
1.3
Aanleiding en doel
Aanleiding voor het bodemonderzoek is de herontwikkeling van de locatie ten behoeve van grondgebonden woningbouw. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) op de onderzoekslocatie. Daarnaast dient de laagopbouw en “teerhoudendheid” van het te verwijderen asfalt te worden vastgesteld.
B
u
r
o
S
Actualiserend en verkennend bodemonderzoek Vroondaal Zuid II te Den Haag 2016065/RAP02, 18 april 2017
/
L Pagina 4 van 23
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
1.4
Onderzoeksopzet
Asfaltonderzoek Het asfaltonderzoek bestaat uit het bepalen van de dikte, laagopbouw en teerhoudendheid van het aanwezige asfalt. Het asfaltonderzoek is uitgevoerd conform de eisen voor acceptatie van asfaltgranulaat ten aanzien van milieuhygiënische eigenschappen (CROW-publicatie 210). In onderstaand overzicht zijn de uitgevoerde werkzaamheden samengevat. Tabel 2: Onderzoeksopzet verhardingsonderzoek Oppervlakte 2
715 m (4 deellocaties)
Strategie
Veldwerk
Analyses
CROWpublicatie 210
5 kernboringen door asfalt
5x laagdikte bepaling + beschrijving constructie 5x indicatieve PAK-bepaling 3x PAK in asfalt (incl. malen/breken)
Verkennend bodemonderzoek Op basis van de beschikbare informatie worden in het algemeen diffuse lichte verontreinigingen verwacht in grond en grondwater. Plaatselijk worden lokale (sterke) verontreinigingen verwacht of zijn eerder sterke verontreinigingen aangetoond. Het onderzoek is uitgevoerd conform de NEN-5740:2016, volgens de strategie VED-HE-NL (onderzoeksstrategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming). Bij het plaatsen van de boringen en peilbuizen is rekening gehouden met de locaties van voormalige puntbronnen en de (met puin) gedempte sloten en de resultaten (sterk verontreinigde spots) uit voorgaande onderzoeken. Om de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de (nog niet eerder onderzochte) verdachte puntbronnen en ter hoogte van de eerder vastgestelde verontreinigingen te kunnen bepalen zijn meer boringen doorgezet tot 2 m-mv, meer peilbuizen geplaatst en meer analyses verricht dan volgens de strategie VED-HE-NL nodig is. Vanwege de ligging in voormalig tuinbouwgebied is daarnaast aanvullend op OCB geanalyseerd. In onderstaand overzicht zijn de uitgevoerde werkzaamheden, per deellocatie, samengevat. Tabel 3: Onderzoeksopzet Deellocatie
Strategie
Oppervlakte
Veldwerk
Analyses
1
VED-HE-NL
2,8 ha
29x boring tot 0,5 m-mv 11x boring tot 2,0 m-mv 4x boring met peilbuis
9x standaardpakket grond + OCB 1x OCB in grond 2x asbest in puin (NEN5897) 4x standaardpakket grondwater
2
VED-HE-NL
1,4 ha
19x boring tot 0,5 m-mv 8x boring tot 2,0 m-mv 2x boring met peilbuis
6x standaardpakket grond + OCB 3x standaardpakket grondwater
3
VED-HE-NL
1,0 ha
14x boring tot 0,5 m-mv 6x boring tot 2,0 m-mv 4x boring met peilbuis
6x standaardpakket grond + OCB 3x standaardpakket grondwater 1x minerale olie/aromaten grondwater
4
VED-HE-NL
1,6 ha
20x boring tot 0,5 m-mv 8x boring tot 2,0 m-mv 3x boring met peilbuis
6x standaardpakket grond + OCB 1x minerale olie in grond 3x standaardpakket grondwater 1x minerale olie/aromaten grondwater
Standaardpakket grond: Standaardpakket grondwater:
B
u
Droge stof, organische stof, lutum, zware metalen, PAK, minerale olie en PCB Zware metalen, minerale olie, BTEXN, VOCl
r
o
S
Actualiserend en verkennend bodemonderzoek Vroondaal Zuid II te Den Haag 2016065/RAP02, 18 april 2017
/
L Pagina 5 van 23
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
1.5
Leeswijzer
In de volgende hoofdstukken worden de resultaten van het onderzoek beschreven, geïnterpreteerd en geëvalueerd. In de diverse hoofdstukken is een indeling per deelgebied (zie figuur 1) gehanteerd. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de uitvoering en de resultaten van het veldonderzoek. Hoofdstuk 3 beschrijft de uitvoering van het laboratoriumonderzoek. De toetsing van de analyses en de interpretatie hiervan worden behandeld in hoofdstuk 4. De samenvatting en conclusies zijn beschreven in hoofdstuk 5.
B
u
r
o
S
Actualiserend en verkennend bodemonderzoek Vroondaal Zuid II te Den Haag 2016065/RAP02, 18 april 2017
/
L Pagina 6 van 23
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
2 Veldonderzoek 2.1
Algemeen
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de heren C. Brussee en J. Brussee van Brussee Milieukundig Veldwerkbureau (B-MKV) volgens de BRL SIKB 2000 – Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, protocollen 2001 en 2002. B-MKV, alsmede de veldmedewerkers, zijn hiervoor gecertificeerd en erkend.
2.2
Uitvoering
Bodemonderzoek De situering van de boringen en de peilbuizen is aangegeven op de tekeningen achterin het rapport (tekening 1-1 en 1-2). Ter plaatse van de vier deelgebieden zijn de volgende werkzaamheden verricht: Deellocatie 1 De boorwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 4 en 11 januari 2017. In deelgebied 1 zijn 44 handboringen (101 t/m 144) verricht tot tenminste 0,5 m-mv. Hiervan zijn 17 boringen doorgezet tot 2,0 m-mv, waarvan 4 boringen zijn doorgezet tot ruim onder grondwaterniveau en afgewerkt met een peilbuis (PB101 t/m PB104). De grondwaterbemonstering heeft plaatsgevonden op 18 januari 2017. De boringen 106 t/m 111 zijn gezet ter plaatse van de met puin gedempte sloten. Deellocatie 2 De boorwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 5 januari 2017. In deelgebied 2 zijn 29 handboringen (201 t/m 229) verricht tot tenminste 0,5 m-mv. Hiervan zijn 10 boringen doorgezet tot 2,0 m-mv, waarvan 3 boringen zijn doorgezet tot ruim onder grondwaterniveau en afgewerkt met een peilbuis (PB201, PB202 en PB221). De grondwaterbemonstering heeft plaatsgevonden op 18 januari 2017. Deellocatie 3 De boorwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 10 en 11 januari 2017. In deelgebied 3 zijn 24 handboringen (301 t/m 324) verricht tot tenminste 0,5 m-mv. Hiervan zijn 10 boringen doorgezet tot 2,0 m-mv, waarvan 4 boringen zijn doorgezet tot ruim onder grondwaterniveau en afgewerkt met een peilbuis (PB301 t/m 304).
De grondwaterbemonstering heeft plaatsgevonden op 19 januari 2017. Deellocatie 4 De boorwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 10 en 11 januari 2017. In deelgebied 4 zijn 31 handboringen (401 t/m 431) verricht tot tenminste 0,5 m-mv. Hiervan zijn 11 boringen doorgezet tot 2,0 m-mv, waarvan 3 boringen zijn doorgezet tot ruim onder grondwaterniveau en afgewerkt met een peilbuis (PB401 t/m 403). Daarnaast is bemonsterd. De grondwaterbemonstering, waaronder een bestaande peilbuis (BPB400), heeft plaatsgevonden op 19 januari 2017. De opgeboorde grond is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige samenstelling en eventuele verontreinigingskenmerken en beschreven in bijlage 3 (boorprofielen). Met behulp van oliewatertesten is de opgeboorde grond beoordeeld op het voorkomen van olieachtige stoffen. Tijdens de werkzaamheden is tevens aandacht besteed aan het voorkomen van asbestverdachte materialen in of op de bodem. Asfaltonderzoek 2 2 2 Op deellocatie 1 (twee opritten van respectievelijk circa 400 m en 190 m plus 50 m ) zijn vier 2 kernboringen (boring 106, 110, 111, en 144) en op deellocatie 3 (een oprit van circa 80 m ) is één kernboring (boring 305) door het asfalt verricht. De situering van de asfaltboringen is aangegeven op tekening 1 (1-1 en 1-2). De locatie van de asfaltverhardingen is daarnaast weergegeven in tekening 2 (2-1 en 2-2).
Het asfalt op deellocatie 1 bevindt zich ter plaatse van (een gedeelte van) de gedempte sloten en
B
u
r
o
S
Actualiserend en verkennend bodemonderzoek Vroondaal Zuid II te Den Haag 2016065/RAP02, 18 april 2017
/
L Pagina 7 van 23
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
fungeert als oprit van de percelen Madepolderweg 55 en 55a. Op deellocatie 3 betreft het een oprit van het perceel Madepolderweg 43a. Het opgeboorde materiaal is zintuiglijk beoordeeld op samenstelling en eventuele verontreinigingskenmerken, bemonsterd en beschreven in bijlage 3 (boorprofielen). Tevens zijn de laagdiktes bepaald. Het uitkomende materiaal is verder zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van asbest.
2.3
Resultaten
Asfaltlaag Het omhoog gebrachte materiaal is in het veld geclassificeerd (zie de boorprofielen in bijlage 3). De dikte van de asfaltlaag bedraagt gemiddeld 8,5 cm. Bodemopbouw Het omhoog gebrachte bodemmateriaal is in het veld geclassificeerd (zie de boorprofielen in bijlage 3). De bodemopbouw is divers van aard. De bodem bestaat tot 2,5 m-mv (=maximaal verkende diepte) over het algemeen grotendeels uit klei. Plaatselijk zijn ook zand- en of veenlagen aangetroffen. De bovengrond op de deellocaties 2, 3 en 4 bestaat deels uit zand. Afwijkingen aan de grond Tijdens de veldwerkzaamheden is bij een aantal boringen bodemvreemd materiaal (puin, baksteen, slakken, slib) aangetroffen in de grond. Deze afwijkende bodemkenmerken kunnen duiden op (nietmobiele) bodemverontreiniging. Er zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen op het maaiveld of in de grond/puin. De afwijkende waarnemingen zijn samengevat in de onderstaande tabel. Tabel 4: Afwijkingen aan de grond Boring
Diepte (m-mv)
Materiaal
Zintuigelijke waarneming
Locatie
Deellocatie 1 102
0,00 – 0,22 0,75 – 1,10 1,10 – 2,00
Beton Klei Klei
Volledig beton Sterk slak- en puinhoudend Matig slibhoudend
T.p.v. gedempte sloot achter/ bestrijdingsmiddelenopslag
105
0,70 – 1,00
Klei
Matig puinhoudend, zwak slibhoudend
T.p.v. gedempte sloot
106
0,06 – 0,50 0,50 – 1,00 1,00 – 1,50
Baksteen Zand Klei
Volledig baksteen Sterk puinhoudend, laagjes baksteen Matig slibhoudend
T.p.v. gedempte sloot west
107
0,00 – 0,50 0,50 – 1,00
Puin Zand
Volledig puin met brokken asfalt en baksteen Laagjes puin
T.p.v. bekende verontreiniging gedempte sloot west
108
0,00 – 0,40 0,40 – 1,40
Puin Zand
Volledig puin met brokken baksteen Laagjes puin
T.p.v. bekende verontreiniging gedempte sloot west
109
0,00 – 0,70 0,70 – 1,20
Baksteen Klei
Volledig baksteen, zwak puinhoudend Sterk slibhoudend
T.p.v. bekende verontreiniging gedempte sloot west (achterzijde)
110
0,11 – 0,30 0,30 – 0,50
Puin Klei
Volledig puin Sporen slib
T.p.v. bekende verontreiniging gedempte sloot oost
111
0,08 – 0,80 0,80 – 1,10 1,10
Puin Klei
Volledig baksteen Brokken puin Gestaakt op beton
T.p.v. bekende verontreiniging gedempte sloot oost
112/112a
0,00 – 1,00
Baksteen
Volledig baksteen, boring gestaakt
Voormalige bovengrondse olietank
118
0,00 – 0,50
Klei
Sporen baksteen
T.p.v. voormalige kas
120
0,00 – 0,50
Klei
Zwak baksteenhoudend
Erf Madepolderweg 55a
144
0,10 – 0,30
Puin
Volledig baksteen, sterk slakhoudend
Naast sloot oost
B
u
r
o
S
Actualiserend en verkennend bodemonderzoek Vroondaal Zuid II te Den Haag 2016065/RAP02, 18 april 2017
/
L Pagina 8 van 23
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Deellocatie 2 204
0,40 – 0,70 0,70 – 1,00
Zand Klei
Zwak baksteenhoudend Sporen baksteen
Erf Madepolderweg 45c
208
0,00 – 0,70
Klei
Sporen kolengruis, sporen slib
T.p.v. gedempte sloot
213
0,00 – 0,50
Klei
Sporen puin
Erf Madepolderweg 45c
Deellocatie 3 303
0,50 – 0,90
Zand
Zwak puinhoudend
T.p.v. gedempte OW-sloot en voormalige bovengrondse olietank
304
0,30 – 1,30
Zand
Uiterst puinhoudend
T.p.v. voormalige ketelhuis
305
0,07 – 0,30 0,30 – 1,00
Zand Klei
Uiterst puinhoudend Sporen puin
T.p.v. voorzijde kas Madepolderweg 43a
309
0,50 – 1,00
Zand
Zwak puinhoudend
T.p.v. gedempte NZ-sloot
313
0,00 – 0,50
Klei
Sporen puin
T.p.v. oprit (onverhard) achterterrein
Deellocatie 4 401
0,40 – 0,70 0,70 – 1,10
Zand Klei
Brokken puin Laagjes puin, sporen slib
T.p.v. gedempte sloot
402
0,30 – 0,70
Zand
Zwak puinhoudend
T.p.v. erf Boomaweg 91
405
0,00 – 0,30 0,30 – 1,00 1,00 – 1,80
Zand Zand Zand
Sterk puin-, slak- en baksteenhoudend Brokken puin Zwak slibhoudend
T.p.v. gedempte sloot
406
0,30 – 0,80
Klei
Zwak baksteenhoudend
T.p.v. erf Boomaweg 91
407
1,20 – 1,70
Klei
Zwak slib- en puinhoudend
T.p.v. gedempte sloot
409
1,80 – 2,00
Klei
Zwak slibhoudend
T.p.v. gedempte sloot
411
0,25 – 0,50
Zand
Zwak puinhoudend
T.p.v. braakliggend terrein Boomaweg 71
413
0,08 – 0,50
Zand
Uiterst puinhoudend, matig baksteenhoudend
T.p.v. erf Boomaweg 101-103
415
0,08 – 0,58
Zand
Sporen puin
T.p.v. erf Boomaweg 101-103
428
0,08 – 0,30
Zand
Sterk puinhoudend
T.p.v. erf Boomaweg 71
429
0,00 – 0,50
Zand
Zwak baksteenhoudend
T.p.v. erf Boomaweg 71
Grondwater Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn de zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU-waarde) gemeten en is de grondwaterstand (GWS) ten opzichte van het maaiveld bepaald. Een overzicht van de in het veld uitgevoerde metingen is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 5: Resultaten grondwatermonstername Peilbuis
Filterdiepte (m-mv)
GWS (m-mv)
pH
EC
Troebelheid (NTU-waarde)
Bijzonderheden
PB101
1,50 – 2,50
0,92
7,70
885
18,4
-
PB102
1,30 – 2,30
0,68
8,50
870
57,1
-
PB103
1,40 – 2,40
0,65
7,86
801
7,44
-
PB104
1,30 – 2,30
0,95
7,56
585
42,8
-
PB201
1,40 – 2,40
1,05
7,76
1162
7,97
-
PB202
1,50 – 2,50
1,03
7,96
1331
9,77
-
PB221
1,50 – 2,50
1,10
7,86
1186
66,7
-
Deellocatie 1
Deellocatie 2
B
u
r
o
S
Actualiserend en verkennend bodemonderzoek Vroondaal Zuid II te Den Haag 2016065/RAP02, 18 april 2017