CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS313994 Bijllage bij vraag 6

Gemeenteraad 25 mei 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Den Haag dreigt Natuurnetwerk Nederland gebied te verliezen (RIS313994)13.827 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Vogels

havik

Cat. 4

< 5km

Vogels

huismus

Cat. 2

< 2km*

Vogels

huiszwaluw

Cat. 5

< 5km

Vogels

ijsvogel

Cat. 5

< 4km*

Vogels

kerkuil

Cat. 3

< 3km*

Vogels

koolmees

Cat. 5

< 1km*

Vogels

ooievaar

Cat. 3

< 5km

Vogels

pimpelmees

Cat. 5

< 1km*

Vogels

ransuil

Cat. 4

< 5km*

Vogels

slechtvalk

Cat. 3

< 3km*

Vogels

sperwer

Cat. 4

< 4km*

Vogels

spreeuw

Cat. 5

< 5km*

Vogels

tapuit

Cat. 5

< 4km*

Vogels

torenvalk

Cat. 5

< 5km

Vogels

wespendief

Cat. 4

< 5km

Vogels

zwarte kraai

Cat. 5

< 2km*

vogels

zwarte roodstaart

Cat. 5

< 5km

26

Soortgroep

Naam

Bescherming

Afstand

Zoogdieren

boommarter

Wnb A

< 4km*

Zoogdieren

bosmuis1

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

bunzing1

Wnb A

< 1km*

Zoogdieren

dwergmuis1

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

eekhoorn

Wnb A

< 4km*

Zoogdieren

egel1

Wnb A

< 2km*

Zoogdieren

haas1

Wnb A

< 3km*

Zoogdieren

huisspitsmuis1

Wnb A

< 5km*

Zoogdieren

konijn1

Wnb A

< 2km*

Zoogdieren

ree1

Wnb A

< 2km*

Zoogdieren

rosse woelmuis1

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

veldmuis1

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

vos1

Wnb A

< 3km*

Zoogdieren

wezel1

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

woelrat1

Wnb A

< 5km

* = op basis van eerdere waarnemingen van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. 1 = Vrijstelling

27

Tweede toevoer bergingsgebied Vlietzone Den Haag Aanvullend onderzoek vleermuizen

25 juni 2020 - Versie 1.0

Autorisatieblad

Tweede toevoer bergingsgebied Vlietzone Den Haag Aanvullend onderzoek vleermuizen

Naam

Akkoord

Datum

Opgesteld door

Schie FM van (Femke)

25-06-2020

Gecontroleerd door

Seip, TP

25-06-2020

Vrijgegeven door

Schie, FM van

25-06-2020

Op dit autorisatieblad ontbreken de handtekeningen wegens de digitale verwerking van ons vrijgaveproces. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Versie historie

Versie

Naam

Datum

Korte toelichting

B85-FSC-KA-2000321 / Proj.nr. RM003012 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 25 juni 2020

Inhoudsopgave Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Wettelijk kader 1.3 Doel

3 3 3 3

2

Locatie en activiteiten 2.1 Locatie 2.2 Activiteiten

4 4 5

3

Methoden 3.1 Bepalen geschikte bomen 3.2 Deelgebieden 3.3 Werkwijze batdetectoronderzoek

6 6 7 7

4

Resultaten 4.1 Vliegroutes en foerageergebied 4.2 Verblijfplaatsen

11 11 11

5

Conclusies en aanbevelingen 5.1 Foerageergebied en vliegroute 5.2 Verblijfplaatsen

13 13 13

6

Bronnen

14

Colofon

B85-FSC-KA-2000321 / Proj.nr. RM003012 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 25 juni 2020

15

2/15

Inleiding 1.1 Aanleiding

De gemeente Den Haag werkt aan de realisatie van de Rotterdamsebaan, als nieuwe verbindingsweg tussen knooppunt Ypenburg en de stad. Deze weg moet leiden tot een betere verkeersdoorstroom tussen Den Haag en de omliggende regio. Een belangrijk onderdeel bij het ontwerp van de Rotterdamsebaan is de inpassing van de nieuwe weg in het deelgebied Vlietzone. Ter compensatie van verandering in de waterhuishouding rondom het plangebied Vlietzone wordt daarom het Molenvlietpark aangelegd, waar waterberging een belangrijke rol gaat spelen. Om te zorgen dat de waterberging zich snel kan vullen is de aanleg van een tweede toevoer naar de waterberging benodigd. Deze toevoer komt langs het Molenslootpad te liggen en sluit, na onderdoorgang van de Jan Thijssenweg, aan op de Vliet.

1.2 Wettelijk kader

Bij een dergelijke ruimtelijke ontwikkeling is het vanuit Natuurwetgeving van belang om na te gaan of de werkzaamheden mogelijk effect hebben op beschermde natuurwaarden. In 2015 is door Movares een quickscan ecologie uitgevoerd, waarin is gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten die vallen onder de Wet natuurbescherming. In 2018 heeft een update van deze quickscan plaatsgevonden. Uit de quickscan (Movares, 2018) is naar voren gekomen dat binnen het plangebied Vlietzone aanvullend onderzoek benodigd is naar verblijfplaatsen van vleermuizen ter hoogte van de Jan Thijssenweg. Dit is ook weergegeven in tabel 1. Tabel 1: Verwachte soorten en de noodzaak tot aanvullend onderzoek en of vergunningen in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortgroep Aanwezig Nader Vergunning/ontheffing onderzoek Wet natuurbescherming nodig? Vleermuizen Mogelijk Ja Indien verblijfplaatsen verblijfplaatsen verblijfplaatsen van worden aantroffen is een boombewonende ontheffing nodig soorten

1.3 Doel

In de voorliggende rapportage worden de resultaten van het aanvullend onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen beschreven. Er wordt duidelijkheid gegeven over de uitkomsten van het aanvullend veldonderzoek. Daarnaast wordt aangegeven of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is.

B85-FSC-KA-2000321 / Proj.nr. RM003012 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 25 juni 2020

3/15

2 2.1 Locatie

Locatie en activiteiten

Het plangebied ligt tussen de stad Den Haag en de snelweg A4 (zie figuur 1). De locatie waar de tweede toevoer voor waterberging wordt gerealiseerd ligt nabij het Molenslootpad en de Jan Thijssenweg. Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit bomen en oppervlaktewater. De omgeving van het plangebied bestaat uit de Vliet, een bedrijventerrein en een golfvereniging. Het plangebied van Nieuw Vredenoord is globaal weergegeven in onderstaande figuren 1 en 2.

Figuur 1: Globale aanduiding plangebied Nieuw Vredenoord (rode lijn)

B85-FSC-KA-2000321 / Proj.nr. RM003012 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 25 juni 2020

4/15

Figuur 2: Plangrens Nieuw Vredenoord (rode lijn).

Figuur 3: Impressie van het bos in het plangebied op 5 maart 2018 2.2 Activiteiten

Ten behoeve van de aanleg van de tweede toevoer waterberging worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:  Kappen van bomen  Graven waterbergingstoevoer

B85-FSC-KA-2000321 / Proj.nr. RM003012 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 25 juni 2020

5/15

3

Methoden

Naar aanleiding van de bevindingen uit de quickscan is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar verblijfplaatsen en leefgebied van vleermuizen binnen het plangebied. 3.1 Bepalen geschikte bomen

Ten behoeve van de quickscan uit 2018 zijn de bomen in (de omgeving van) het plangebied in maart 2018 onderzocht op de aanwezigheid van geschikte locaties voor mogelijke verblijfplaatsen van boombewonende soorten vleermuizen. Najaar 2018 zijn deze bomen nogmaals geïnspecteerd op de aanwezigheid van geschikte holten, spleten, boomoksels, takwonden, holle takken, gleuven en los hangend schors die als verblijfplaats kunnen worden gebruikt. Beide onderzoeken zijn uitgevoerd in de periode dat er geen bladeren aan de bomen zitten (maart en najaar). Hierdoor konden de bomen goed onderzocht worden op aanwezige potentiële verblijfplaatsen. In figuur 4 en tabel 2 is het resultaat van deze visuele inspecties weergegeven. Het hele gebied binnen de zwarte stippellijn in figuur 4 is onderzocht op de aanwezigheid van bomen met structuren die geschikt zijn als mogelijke verblijfplaats voor vleermuizen (in de figuur aangegeven als ‘gebied onderzoek vleermuizen’). Binnen dit gebied is met een rode lijn het plangebied aangegeven. Dit is gebied waar de bomen worden gekapt en waarvoor een kapvergunning is aangevraagd (in de figuur aangegeven als ‘gebied aanvraag kapvergunning’).

Figuur 4: Aanwezige bomen in het plangebied. De bomen die mogelijk geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen zijn rood weergegeven. De nummers bij de bomen komen overeen met de nummers op kaptekening bij de aanvraag voor de kapvergunning .

B85-FSC-KA-2000321 / Proj.nr. RM003012 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 25 juni 2020

6/15

Tabel 2: Overzicht van de bomen die mogelijk geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. De boomnummers van de bomen binnen het plangebied komen overeen met de nummers van de bomen in de kapvergunning. Voor de bomen die zijn opgenomen in de kapvergunning is ook de soort boom vermeld. Boomnummer Soort Bomen binnen plangebied E23 Wilg F6 Grauwe abeel F9 Grauwe abeel G24 Italiaanse populier I7 Wilg G5 Wilg G32 Wilg A26 Gewone es Bomen buiten het plangebied 0 Wilg 12 Gewone es 3.2 Deelgebieden

Om de bomen goed te kunnen onderzoeken zijn ze verdeeld over 5 deelgebieden. In tabel 3 is de verdeling van de bomen over de deelgebieden weergegeven. De deelgebieden zijn zo gekozen dat de bomen in elk deelgebied dicht genoeg bij elkaar liggen om door één persoon vanuit één positie te kunnen overzien en te horen. Tabel 3: Indeling plangebieden. De boomnummers komen overeen met de nummers in figuur 4 en tabel 2. Nr Deelgebied Nr bomen Deelgebied 1 E23, F9, F6 Deelgebied 2 A26 Deelgebied 3 G24, G32 Deelgebied 4 G5, I7 Deelgebied 5 0, 12

3.3 Werkwijze batdetectoronderzoek

Beschrijving onderzoek zomer- en kraamverblijfplaatsen In juni en juli 2019 zijn de zomer- en kraamverblijven in twee ronden onderzocht. Elk deelgebied is per ronde in één keer onderzocht. Voor de watervleermuis dient het onderzoeksgebied, zoals aangegeven in het vleermuisprotocol, tot één uur voor zonsopkomst onderzocht te worden. Voor de andere soorten, is dit tot zonsopgang. De ochtendbezoeken zijn daarom ruimer ingestoken dan de gebruikelijke 2 uur, namelijk van drie uur voor zonsopgang tot zonsopgang. Het plangebied betreft grotendeels een particulier terrein waarvoor toegang moest worden geregeld. De bezoeken zijn zodanig ingepland dat kon worden voldaan aan het vleermuizenprotocol én de mogelijkheden van terreinbezoek. Dit houdt in dat de bezoeken zijn ingepland met een tussenliggende periode die groter is dan 10 dagen, maar kleiner dan 30 dagen. Zoals aangegeven in het vleermuisprotocol is dit de suboptimale periode. Het was niet mogelijk de bezoeken in te plannen met een optimale periode van meer dan 30 tussenliggende dagen. Het protocol is zelf echter geen doel op zich, maar een middel om richtlijnen en handvatten te geven aan gedegen B85-FSC-KA-2000321 / Proj.nr. RM003012 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 25 juni 2020

7/15

ecologisch onderzoek. De genoemde optimale periode van 30 dagen is geenszins een harde grens. In de dagen rond de genoemde 30 kan er nog steeds optimaal onderzoek uitgevoerd worden, mits voldaan wordt aan de gevraagde weersomstandigheden. Hieraan is voldaan. In alle gevallen is de tijd tussen twee bezoeken meer dan 10 dagen geweest, namelijk 14 (deelgebied 1), 16 (deelgebied 2), 15 (deelgebied 3) en 13 dagen (deelgebied 4 en 5) (zie tabel 4). Hiermee wordt voldaan aan het vleermuisprotocol. Om voor een grotere spreiding te zorgen is aanvullend iedere locatie met een extra onderzoeksronde in augustus 2019 nogmaals 3 uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst onderzocht op de aanwezigheid van zomer- en paarverblijven. Hiermee geldt voor iedere locatie dat er voor zomerverblijven zowel 2 onderzoeksronden zijn uitgevoerd binnen de kraamperiode (met ruim 10 dagen tussen de bezoeken) en dat er tevens op iedere locatie 2 bezoeken zijn uitgevoerd met een periode van meer dan 30 dagen tussen de bezoeken. Beschrijving onderzoek paarverblijfplaatsen In augustus en september 2019 zijn de paarverblijven onderzocht. Voor de paarverblijven is in augustus en september elk deelgebied per ronde in één keer onderzocht door één onderzoeker. Inclusief de gecombineerde onderzoeksronde van zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er 3 onderzoeksrondes naar paarverblijfplaatsen uitgevoerd.

Tussen de eerste ronde paarverblijfplaatsen (bezoek 3) en de laatste ronde paarverblijfplaatsen (bezoek 5) zitten er voldoende dagen tussen de bezoeken om aan de optimale periode uit het vleermuisprotocol te voldoen (zie tabel 4). Dit geldt voor deelgebied 2 t/m 5. In geval van deelgebied 1 is dat 18 dagen. Hiermee wordt net niet voldaan aan de 20 dagen uit het vleermuisprotocol. Het aantal dagen is echter wel ruim meer dan de 10 minimale dagen. Daar staat tegenover dat er op iedere locatie drie bezoeken zijn uitgevoerd naar paarverblijven. Data In tabel 4 is aangegeven wanneer elk deelgebied is onderzocht en wat de omstandigheden tijdens het veldonderzoek waren. Bij een aantal bezoeken was er sprake van een korte bui. Deze buien hebben geen invloed gehad op de onderzoeksresultaten. Het ging in de eerste plaats om een korte bui. Bovendien vonden de buien plaats in het midden en eind van de onderzoeksperiode. Hierdoor waren de vleermuizen al uit hun verblijfplaats op het moment dat het ging regenen. Dit wordt bevestigd door het feit dat er tijdens de bezoeken met neerslag nog steeds door divers soorten uitvoerig werd gefoerageerd. Door de korte bui is het aantreffen van een verblijfplaats zelfs makkelijker, als door de bui de aanwezige vleermuizen weer hun verblijfplaatsen gaan opzoeken.

Door dit extra moment van invliegende en mogelijk daarna weer uitvliegende dieren wordt de kans op het vaststellen van verblijfplaatsen verder vergroot. Daarnaast is in het vleermuisprotocol 2017 aangegeven dat onderzoek onder meerdere verschillende condities juist wenselijk is. Andere omgevingscondities leiden tot ander gebruik van het gebied. Bij regenachtig winderig weer bijvoorbeeld wordt op andere plaatsen gefoerageerd dan bij warm en rustig weer.

B85-FSC-KA-2000321 / Proj.nr. RM003012 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 25 juni 2020

8/15

Tabel 4: Overzicht onderzoeksdata per deelgebied. Datum DeelTijdstip Onderzoek gebied naar 23-06-2019 1 02:22Zomer- en 05:22 kraamverblijven 07-07-2019 1 02:31Zomer- en 05:31 kraamverblijven 26-08-2019 1 22:00Paarverblijven 01:00 12-09-2019 1 23:00Paarverblijven 01:00 13-09-2019 1 04:13Zomer- en 07:13 paarverblijven 28-06-2019 2 22:06Zomer- en 00:06 kraamverblijven 14-07-2019 2 02:38Zomer- en 05:38 kraamverblijven 24-08-2019 2 22:00Paarverblijven 01:00 27-08-2019 2 03:42Zomer- en 06:42 paarverblijven 14-09-2019 2 23:00Paarverblijven 01:00 27-06-2019 3 02:22Zomer- en 05:22 kraamverblijven 12-07-2019 3 02:36Zomer- en 05:36 kraamverblijven 25-08-2019 3 22:00Paarverblijven 01:00 27-08-2019 3 03:42Zomer- en 06:42 paarverblijven 15-09-2019 3 22:30Paarverblijven 01:30 29-06-2019 4 02:23Zomer- en 05:23 kraamverblijven 12-07-2019 4 02:36Zomer- en 05:36 kraamverblijven 25-08-2019 4 22:00Paarverblijven 01:00 26-08-2019 4 03:42Zomer- en 06:42 paarverblijven 15-09-2019 4 22:30Paarverblijven 01:30 26-06-2019 5 22:05Zomer- en 00:05 kraamverblijven 12-07-2019 5 02:36Zomer- en 05:36 kraamverblijven 24-08-2019 5 22:00Paarverblijven B85-FSC-KA-2000321 / Proj.nr. RM003012 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 25 juni 2020

Weersomstandighed en 15°C, droog, 2Bft 13°C, droog, 2Bft 18°C, droog, 1Bft 18°C, droog, 4Bft 18°C, Korte bui, 3Bft 20°C, droog, 3Bft 15°C, droog, 2Bft 19°C, droog, 1Bft 20°C, droog, 1Bft 14°C, droog, 1Bft 15°C, droog, 2Bft 17°C, Korte buien, 2Bft 21°C, droog, 1Bft 20°C, droog, 1Bft 16°C, droog, 1Bft 16°C, droog, 2Bft 17°C, Korte buien, 2Bft 21°C, droog, 1Bft 18°C, droog, 1Bft 16°C, droog, 1Bft 17°C, droog, 3Bft 17°C, Korte buien, 2Bft 19°C, 9/15

Datum

Deelgebied

25-08-2019

5

14-09-2019

5

Tijdstip 01:00 03:4206:42 23:0001:00

Onderzoek naar Zomer- en paarverblijven Paarverblijven

B85-FSC-KA-2000321 / Proj.nr. RM003012 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 25 juni 2020

Weersomstandighed en droog, 1Bft 14°C, droog, 1Bft 16°C, droog, 1Bft

10/15

4

Resultaten

Tijdens het onderzoek is binnen het plangebied een verblijfplaatsen van de rosse vleermuis aangetroffen. Direct buiten het plangebied is een tweede paarverblijf van de rosse vleermuis aangetroffen. Daarnaast zijn foeragerende en overvliegende vleermuizen aangetroffen. Het ging hierbij met name om ruige en gewone dwergvleermuizen. Daarnaast zijn enkele laatvliegers en rosse vleermuizen aangetroffen. In de volgende paragrafen worden de bevindingen nader toegelicht en wordt nader ingegaan op de gebiedsfuncties. 4.1 Vliegroutes en foerageergebied

In het laatste uur voor zonsopgang zijn regelmatig overvliegende en foeragerende vleermuizen gezien in de zone bij het Molenslootpad. Het betroffen 20 ȧ 40 individuen. Het ging voornamelijk om gewone en ruige dwergvleermuizen. Af en toe werd ook een rosse vleermuis en laatvlieger waargenomen. De overvliegende vleermuizen kwamen van het oosten en vlogen langs het Molenslootpad de Vliet over. De bomen ten zuiden van het Molenslootpad blijven staan (zie figuur 5). Hierdoor wordt de vliegroute niet aangetast. Ook treden er geen negatieve effecten op essentieel foerageergebied op. De bomen langs het Molenslootpad blijven staan, in de directe omgeving blijven voldoen de bomen staan en het plangebied zelf is na aanleg van de tweede toevoer weer geschikt als foerageergebied.

4.2 Verblijfplaatsen

Bij het onderzoek naar vleermuizen zijn geen kraam- en zomerverblijfplaatsen aangetroffen. Wel zijn twee paarverblijfplaatsen van de rosse vleermuis aangetroffen. Eén van deze paarverblijven bevindt zich binnen het plangebied in één van de bomen die zal worden gekapt (boomnr G32). Hierdoor wordt deze verblijfplaats vernietigd. Het andere paarverblijf bevindt zich in een boom buiten het plangebied (boomnr 0) (zie figuur 5).

B85-FSC-KA-2000321 / Proj.nr. RM003012 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 25 juni 2020

11/15

Figuur 5: Ligging bomen met paarverblijfplaats rosse vleermuis. Het betreft boom G32 uit de kapvergunningaanvraag en boom 0 buiten het plangebied.

B85-FSC-KA-2000321 / Proj.nr. RM003012 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 25 juni 2020

12/15

5

Conclusies en aanbevelingen

In het plangebied zijn verschillende soorten vleermuizen waargenomen. Het plangebied wordt gebruikt als foerageergebied, vliegroute en verblijfplaats. 5.1 Foerageergebied en vliegroute

Ter hoogte van het Molenslootpad zijn een groot aantal foeragerende en overvliegende dieren waargenomen. Het ging voornamelijk om gewone en ruige dwergvleermuizen. Daarnaast werden enkele rosse vleermuizen en laatvliegers waargenomen. De bomen langs het Molenslootpad blijven staan. Daarnaast blijven bomen in de directe omgeving van het plangebied staan, waaronder de bomen direct te noorden van het plangebied. Door de kap van de bomen in het plangebied verdwijnt daarom geen essentiële vliegroute of foerageergebied. Bovendien komt er na de uitvoering weer geschikt foerageergebied terug in de vorm van oppervlaktewater en nieuw geplante bomen. Mogelijk kunnen bij de uitvoering negatieve effecten optreden door verstoring door verlichting. Dit kan worden voorkomen door te werken tussen zonsopgang en zonsondergang. Indien dit niet mogelijk is dient gebruik te worden gemaakt van gerichte verlichting waarbij opgaande groenstructuren en oppervlaktewater onverlicht blijft. Dit geldt met name ook voor de bomen langs het Molenslootpad, waar grote aantallen gewone en ruige dwergvleermuizen zijn waargenomen.

5.2 Verblijfplaatsen

Binnen het plangebied is een paarverblijfplaats van de rosse vleermuis aangetroffen. De boom met de verblijfplaats zal worden gekapt waardoor het paarverblijf wordt vernietigd. Het vernietigen van een verblijfplaats is een overtreding van de Wet natuurbescherming artikel 3.5 lid 4. Voor deze werkzaamheden is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Buiten het plangebied is nog een paarverblijf van de rosse vleermuis aangetroffen. Deze boom wordt niet gekapt. Het verblijf wordt niet vernietigd. Mogelijk kan er wel verstoring door verlichting optreden door de voorgenomen werkzaamheden. Dit kan voorkomen worden door te werken tussen zonsopgang en zonsondergang. Indien dit niet mogelijk is dient gebruik te worden gemaakt van gerichte verlichting waarbij deze boom onverlicht blijft. Dit geldt ook voor de bebouwing in de directe omgeving van het plangebied.

B85-FSC-KA-2000321 / Proj.nr. RM003012 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 25 juni 2020

13/15

6

Bronnen

[1] Movares, 12 april 2018. Nieuw Vredenoord; update quickscan ecologie. Effecten op beschermde soorten en gebieden. Versie 1.0. Kenmerk: B85-EWO-KA-1800199.

B85-FSC-KA-2000321 / Proj.nr. RM003012 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 25 juni 2020

14/15

Colofon Opdrachtgever

Uitgave

Gemeente Den Haag DSB/Verkeer & Inf

Movares Nederland B.V. Kennislijn Omgeving en Processen groep Omgeving en Conditionering:Omgeving en Conditionering Daalseplein 100 Postbus 2855 3500 GW Utrecht

Telefoon

030 265 55 55

Ondertekenaar

drs. F.M. van Schie Adviseur ecologie

Projectnummer

RM003012

Kenmerk

B85-FSC-KA-2000321

 2020, Movares Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Movares Nederland B.V.

B85-FSC-KA-2000321 / Proj.nr. RM003012 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 25 juni 2020

15/15

Memo

Aan Van Telefoon Kenmerk Projectnummer Onderwerp Datum

Gemeente Den Haag drs. F.M. van Schie 0302653276 B85-FSC-KA-2000342 RM003012 Omwaaien boom met vleermuisverblijf 2 juli 2020

Inleiding

De gemeente Den Haag werkt aan de realisatie van de Rotterdamsebaan, als nieuwe verbindingsweg tussen knooppunt Ypenburg en de stad. Deze weg moet leiden tot een betere verkeersdoorstroom tussen Den Haag en de omliggende regio. Een belangrijk onderdeel bij het ontwerp van de Rotterdamsebaan is de inpassing van de nieuwe weg in het deelgebied Vlietzone. Ter compensatie van verandering in de waterhuishouding rondom het plangebied Vlietzone wordt daarom het Molenvlietpark aangelegd, waar waterberging een belangrijke rol gaat spelen. Om te zorgen dat de waterberging zich snel kan vullen is de aanleg van een tweede toevoer naar de waterberging benodigd. Deze toevoer komt langs het Molenslootpad te liggen en sluit, na onderdoorgang van de Jan Thijssenweg, aan op de Vliet. Ten behoeve van deze ruimtelijke ontwikkeling is in 2019 ecologisch onderzoek uitgevoerd naar verblijfplaatsen van vleermuizen in de bomen in het plangebied (Movares 2020). Hierbij zijn twee paarverblijfplaatsen van de rosse vleermuis aangetroffen (zie figuur 1). Eén van deze paarverblijven bevindt zich binnen het plangebied in een dode wilg die wordt gekapt t.b.v. de aanleg van de tweede toevoer. Het gaat om de boom met nr G32 in de kapvergunning.

B85-FSC-KA-2000342 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 2 juli 2020 Movares Nederland B.V. / Utrecht Kamer van Koophandel 30124367

1/4

Memo Kenmerk

B85-FSC-KA-2000342

Figuur 1: Locatie paarverblijfplaatsen rosse vleermuis binnen en buiten het plangebied. Het boomnr. van de boom binnen het plangebied komt overeen met het nr. in de kapvergunning. Stand van zaken paarverblijf G32 in 2020

In 2020 is het plangebied nogmaals bezocht door de projectcoördinator van de tweede toevoer (gemeente Den Haag) en de ecoloog die het betreffende onderzoek in 2019 heeft uitgevoerd. Hierbij zijn de bomen met de aangetroffen verblijfplaatsen gecontroleerd. Bij deze controle bleek de top van boom G32 te zijn afgebroken. Dit is het gedeelte van de boom waar de holte in zat die door de rosse vleermuis als paarverblijfplaats werd gebruikt. De verblijfplaats van de rosse vleermuis die is vastgesteld tijdens het ecologisch onderzoek van 2019 (Movares, 2020), is niet meer aanwezig. In de onderstaande figuren zijn foto’s van boom G32 weergegeven tijdens het veldbezoek in 2019 en 2020 (figuur 2). In figuur 3 is ingezoomd op de holte zoals deze aanwezig was in 2019.

B85-FSC-KA-2000342 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 2 juli 2020 Movares Nederland B.V. / Utrecht Kamer van Koophandel 30124367

2/4

Memo Kenmerk

B85-FSC-KA-2000342

Figuur 2: Links de boomgroep in 2019, rechts dezelfde bomen in 2020. Ter oriëntatie zijn de nummers van de bomen, zoals aangegeven in de kapvergunning, weergegeven. De locatie van de holte is rood omcirkeld.

B85-FSC-KA-2000342 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 2 juli 2020 Movares Nederland B.V. / Utrecht Kamer van Koophandel 30124367

3/4

Memo Kenmerk

B85-FSC-KA-2000342

Figuur 3: De boomgroep met de boom met de met de paarverblijfplaats. De verblijfplaats is links aangegeven met een rode pijl, rechts met een rode cirkel. Ter oriëntatie hebben de bomen in de linker foto dezelfde nummers uit de kapvergunning gekregen als de bomen in figuur 2. Bronnen

 Movares, 25 juni 2020. Tweede Toevoer bergingsgebied Vlietzone Den Haag. Aanvullend onderzoek vleermuizen. drs. F.M. van Schie adviseur

B85-FSC-KA-2000342 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 2 juli 2020 Movares Nederland B.V. / Utrecht Kamer van Koophandel 30124367

4/4

Aanvullend onderzoek vleermuizen Tweede toevoer bergingsgebied Vlietzone Den Haag

Oktober 2022

Pagina 2

Colofon Titel: Subtitel:

Aanvullend onderzoek vleermuizen Tweede toevoer bergingsgebied Vlietzone Den Haag

Auteur: Datum: Versie:

drs. T.P. Seip 27-10-2022 2.0 vrijgegeven

Opdrachtnemer:

Tiko Seip Ecologisch Advies Delflandstraat 60 2631 HE Nootdorp

Opdrachtgever:

Gemeente Den Haag Tweede watertoevoer t.a.v. Mattijs Hehenkamp Laan van Hoornwijck 80 2495 AK Den Haag

Aanvullend onderzoek vleermuizen - Tweede toevoer bergingsgebied Vlietzone Den Haag

Pagina 3

Inhoudsopgave 1. Inleiding

4

1.1 Aanleiding

4

1.2 Locatie

5

1.3 Activiteiten

5

2. Methode

6

3. Resultaten

8

4. Conclusie

9

4.1 Effecten

9

4.2 Vervolgstappen

9

Bronnen

Aanvullend onderzoek vleermuizen - Tweede toevoer bergingsgebied Vlietzone Den Haag

10

Pagina 4

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Den Haag werkt aan de realisatie van de Rotterdamsebaan, als nieuwe verbindingsweg tussen knooppunt Ypenburg en de stad. Ter compensatie van verandering in de waterhuishouding rondom het plangebied Vlietzone wordt het Molenvlietpark aangelegd, waar waterberging een belangrijke rol gaat spelen. Om te zorgen dat de waterberging zich snel kan vullen is de aanleg van een tweede toevoer naar de waterberging benodigd. Deze toevoer komt langs het Molenslootpad te liggen en sluit, na onderdoorgang van de Jan Thijssenweg, aan op de Vliet. Ten behoeve van deze toevoer wordt een deel van een perceel aan de Jan Thijssenweg 10 te Den Haag heringericht. Naar aanleiding van dit voornemen is 2015 door Movares een quickscan uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde natuurwaarden binnen het plangebied, welke in 2018 door Movares is geüpdatet (Movares 2018). In 2021 is door Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. wederom een quickscan uitgevoerd om de mogelijke aanwezigheid van beschermde natuurwaarden in beeld te krijgen (E.C.O. Logisch, 2021). Uit deze laatste quickscan kwam naar voren dat ten behoeve van de realisatie van de tweede watertoevoer geen aanvullend onderzoek nodig is aangezien het benodigde onderzoek naar vleermuizen reeds is uitgevoerd (E.C.O. Logisch, 2021).

Het onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen in de te kappen bomen is inmiddels echter ruim 3 jaar geleden uitgevoerd (in 2019) en is daarom in 2022 geactualiseerd. Met oog op andere voorgenomen ontwikkelingen binnen het perceel zijn bij het vleermuisonderzoek ook holtebomen buiten het plangebied van het hier besproken project onderzocht (zie figuur 2). Het onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen in de gebouwen op het perceel is in 2020 uitgevoerd en is daarmee op het moment van schrijven nog actueel genoeg. In de voorliggende rapportage worden de resultaten van het aanvullende vleermuisonderzoek in 2022 beschreven. Het betreft onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuisverblijven (zomerkraam- en paarverblijven) in de te kappen bomen en is in het bijzonder gericht op de soorten: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis en watervleermuis.

Aanvullend onderzoek vleermuizen - Tweede toevoer bergingsgebied Vlietzone Den Haag

Pagina 5

1.2 Locatie Het plangebied betreft een deel van een perceel aan de Jan Thijssenweg in Den Haag. De begrenzing van het plangebied is weergegeven in figuur 1.

Figuur 1: Plangebied Nieuw Vredenoord (rood omlijnd).

1.3 Activiteiten De voorgenomen activiteiten betreffen:  Het kappen van bomen  Het graven van de waterbergingstoevoer De planning van de werkzaamheden is nog niet bekend.

Aanvullend onderzoek vleermuizen - Tweede toevoer bergingsgebied Vlietzone Den Haag

Pagina 6

2. Methode Voor het onderzoek naar vleermuizen wordt op basis van de aanwezigheid van bomen met holtes het plangebied opgedeeld in 5 deelgebieden. Deze deelgebieden zijn op de kaart weergegeven in figuur 2. Afhankelijk van het te onderzoeken type verblijfplaats zijn per onderzoeker meerdere deelgebieden tegelijk onderzocht.

dg 1 dg 4 dg 3 dg 2

dg 5

Figuur 2: Plangebied Nieuw Vredenoord (rood omlijnd). Met hierop aangegeven de te onderzoeken boomholtes (bron Movares, 2020) en de voor het onderzoek in 2022 gehanteerde deelgebieden (dg 1 tm dg 5). Het onderzoek naar zomer- en kraamverblijven van vleermuizen is uitgevoerd in de periode 15 mei15 juli van 2022. Het onderzoek naar paarverblijven van vleermuizen is uitgevoerd in de periode augustus tot en met september 2022. In tabel 1 zijn de data, onderzochte typen verblijfplaatsen en de weersomstandigheden bij de uitgevoerde onderzoeksronden aangegeven. Het onderzoek is gericht op de aanwezigheid van kraamverblijven, zomerverblijven en paarverblijfplaatsen. Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van een batdetector met time-expansion (Petterson D240x en Batlogger M2 van Elekon) en een warmtebeeldcamera (FLIR SCION OTM266). Het onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen van het vleermuisprotocol van 2021 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur). Bij de bezoeken in de kraamperiode is per deelgebied 1 persoon ingezet. In de paarperiode is de baltsactiviteit vaak verspreid over de hele nacht is waar te nemen hierdoor kon in de paarperiode

Aanvullend onderzoek vleermuizen - Tweede toevoer bergingsgebied Vlietzone Den Haag

Pagina 7

voldoende dekking worden behaald met de inzet van 1 persoon voor 2 deelgebieden samen (zie tabel 1). Tabel 1: Overzichtstabel met de datum, tijd, onderzochte typen verblijfplaatsen en weersomstandigheden voor de uitgevoerde onderzoeksronden. Datum

Tijd

Onderzoeker (deelgebied)

Onderzoek naar

Weer

Zon op/onder

20-05-2022

2137u-0037u

Tiko (dg 2)

0231u-0531u

Tiko (dg 5)

03-06-2022

0227u-0527u

Lex (dg 1)

07-06-2022

0224u-0524u

19-06-2022

0221u-0521u

Tiko (dg 3) Lex (dg 4) Lex (dg 2)

27-06-2022

2206u-0106u

Tiko (dg 1)

01-07-2022

0226u-0526u

Tiko (dg 5)

08-07-2022

0232u-0532u

21-08-2022

2200u-0100u

Tiko (dg 3) Lex (dg 4) Tiko (dg 4 en 5)

22-08-2022

2200u-0000u

Tiko (dg 3)

22-08-2022

2200u-0100u

Lex (dg 1 en 2)

09-09-2022

2200u-2330u

Tiko (dg 4 en 5)*

11-09-2022

2200u-0000u

Tiko (dg 3)

12-09-2022

0000u-0130u

Tiko (dg 4 en 5)*

12-09-2022

2200u-0100u

Lex (dg 1 en 2)

12℃, 3 Bft, bewolking 0/8, droog 11℃, 1 Bft, bewolking 7/8, overwegend droog (alleen rond 0508u ca. 5 min. lichte motregen) 11℃, 2 Bft, bewolking 4/8, droog 14℃, 3 Bft, bewolking 6/8, droog 15℃, 4 Bft, bewolking 8/8, droog 16℃, 3 Bft, bewolking 4/8, droog 14℃, 3 Bft, bewolking 2/8, droog 13℃, 2 Bft, bewolking 1/8, droog 19℃, 2 Bft, bewolking 1/8, droog 19℃, 2 Bft, bewolking 1/8, droog 19℃, 2 Bft, bewolking 1/8, droog 15℃, 2 Bft, bewolking 8/8, droog tot 2330u 15℃, 1 Bft, bewolking 1/8, droog 15℃, 1 Bft, bewolking 1/8, droog 19℃, 0 Bft, bewolking 0/8, droog

2137u

29-05-2022

vleermuizen (zomer- kraamverblijven) vleermuizen (zomer- kraamverblijven)

vleermuizen (zomer- kraamverblijven) vleermuizen (zomer- kraamverblijven) vleermuizen (zomer- kraamverblijven) vleermuizen (zomer- kraamverblijven) vleermuizen (zomer- kraamverblijven) vleermuizen (zomer- kraamverblijven) vleermuizen (paarverblijven) vleermuizen (paarverblijven) vleermuizen (paarverblijven) vleermuizen (paarverblijven) vleermuizen (paarverblijven) vleermuizen (paarverblijven) vleermuizen (paarverblijven)

0531u

0527u 0524u 0521u 2206u 0526u 0532u 2054u 2052u 0517u 2012u

2007u 0711u 2005u

*Dit bezoek is vanwege de start van een regenbui om 2330u (1,5u na de start van het bezoek) afgebroken. Om ervoor te zorgen dat de minimale onderzoeksduur van 2 uur wordt behaald is het onderzoek op de nacht van 11 op 12 september voortgezet.

De onderzoeken zijn uitgevoerd onder leiding van Tiko Seip. Tiko Seip heeft meer dan 10 jaar ervaring onderzoek naar vleermuizen. Een deel van de onderzoeken is uitgevoerd door Lex van Lith. Ook Lex heeft meerdere jaren ervaring met vleermuisonderzoek.

Aanvullend onderzoek vleermuizen - Tweede toevoer bergingsgebied Vlietzone Den Haag

Pagina 8

3. Resultaten Er zijn tijdens het onderzoek vijf vleermuissoorten waargenomen. Het betreft: Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), de laatvlieger (Eptesicus serotinus), de rosse vleermuis (Nyctalus noctula) en de watervleermuis (Myotis daubentonii). Verblijfplaatsen Er zijn binnen het plangebied geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied is daarmee uitgesloten. Vliegroute en foerageergebied Het plangebied werd tijdens alle bezoeken vrijwel continu als foerageergebied gebruikt door enkele gewone dwergvleermuizen. Tijdens de vroege ochtendbezoeken was vaak een duidelijke doortrek van ca 20-40 gewone dwergvleermuizen aanwezig die in de periode van ca 50 tot 10 minuten voor zonsopkomst diffuus verdeeld over het plangebied vanuit het zuiden uit het gebied doortrokken richting het noorden. Tijdens de avondbezoeken was een verglijkbare doortrek de van noord naar zuid waarneembaar. Dit beeld kwam sterk overeen met de waarnemingen tijdens het onderzoek in 2019 (Movares, 2020). Naast gewone dwergvleermuis zijn met enige regelmaat ook foeragerende ruige dwergvleermuizen, laatvliegers en rosse vleermuizen waargenomen. De waarnemingen van watervleermuizen betroffen uitsluitend passerende, soms kort foeragerende watervleermuizen.

Aanvullend onderzoek vleermuizen - Tweede toevoer bergingsgebied Vlietzone Den Haag

Pagina 9

4. Conclusie 4.1 Effecten Binnen de te kappen bomen zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Directe effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen zijn daarmee uitgesloten. Effecten op de vliegroute worden niet verwacht, mits rekening wordt gehouden met verlichting tijdens en na de realisatie. De bomen ten zuiden van het plangebied blijven staan. Ook in de verdere omgeving blijven voldoen de bomen staan, waardoor zowel de verbindingsfunctie (diffuus gebruikte vliegroute) als de foerageerfunctie in de omgeving behouden blijven. Het plangebied zelf is na aanleg van de tweede toevoer, door de voorgenomen groene inrichting, weer geschikt als foerageergebied. Wel kunnen werkzaamheden bij gebruik van nachtelijke verlichting leiden tot verstoring van foeragerende en passerende vleermuizen rond het plangebied. Door het treffen van de juiste maatregelen kan verstoring vleermuizen worden voorkomen.

4.2 Vervolgstappen Aanvraag ontheffing of vergunning Op grond van de quickscan (E.C.O. Logisch, 2021) en het uitgevoerde aanvullende onderzoek kan worden vastgesteld dat de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder overtreding van verbodsbepalingen. Mits de volgende maatregelen worden aangehouden hoeft voor dit project geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Maatregelen In aanvulling op de maatregelen zoals beschreven in de quickscan (E.C.O. Logisch, 2021) dienen de volgende maatregelen te worden getroffen om effecten op aanwezige fauna in (de omgeving van) het plangebied te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken: 

Gebruik van gerichte verlichting: Om verstoring van foeragerende of passerende vleermuizen of van vleermuisverblijven in de omgeving te voorkomen dient eventuele werkverlichting zodanig te worden gericht dat verhoogde lichtval op boomkronen, oppervlaktewater en gebouwen in de omgeving wordt voorkomen.

Voorzichtig werken: Tijdens de uitvoer van de werkzaamheden dient zodanig te worden gewerkt dat schade aan flora en fauna (zowel beschermd als onbeschermd) zo veel mogelijk wordt beperkt (zorgplicht). Dit houdt onder meer in dat: o Werkzaamheden aan beplanting richting te handhaven groenstructuren dienen te worden uitgevoerd zodat eventueel aanwezige dieren de gelegenheid hebben om weg te komen; o Bij werkzaamheden aan gebouwen rekening moet worden gehouden met mogelijk aanwezige dieren zodat eventueel aanwezige dieren niet bekneld of ingesloten kunnen raken; o Bij de uitvoer van werkzaamheden schade aan te behouden vegetatie zo veel mogelijk dient te worden voorkomen.

Aanvullend onderzoek vleermuizen - Tweede toevoer bergingsgebied Vlietzone Den Haag

Pagina 10

Bronnen Nieuw Vredenoord; update quickscan ecologie. Effecten op beschermde soorten en gebieden. Movares, 2018, versie 1.0 Tweede toevoer bergingsgebied Vlietzone Den Haag. Aanvullend onderzoek vleermuizen. – Movares, 2020, versie 1.0 Quickscan boezemwatergang de tweede toevoer Den haag. - Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V., 2021. Vleermuisprotocol van 2021. - Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur. www.bij12.nl www.verspreidingsatlas.nl

Aanvullend onderzoek vleermuizen - Tweede toevoer bergingsgebied Vlietzone Den Haag

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12325489/2