RIS313830 Bijlage
Tekst van het document
Wettelijke consequenties Er is geen sprake van een wettelijke consequentie.
4.4 Slotconclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Zuid-Holland. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied op voorhand uitgesloten worden.
11
Hoofdstuk 5
Soortenbescherming
5.1 Verwachting en bureauonderzoek Het plangebied bestaat uit ruigte en grasland en wordt omgeven door stedelijk gebied. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een potentieel geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde diersoorten. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het plangebied mogelijk tot functioneel leefgebied van sommige algemene en weinig kritische diersoorten uit onderstaande soortgroepen: • vogels; • vleermuizen; • grondgebonden zoogdieren; • amfibieën;
Overige soorten Het onderzoeksgebied is niet onderzocht op het voorkomen van beschermde faunasoorten als reptielen, libellen, vissen, dag- en nachtvlinders, bladmossen, sporenplanten, haften en kreeftachtigen omdat het onderzoeksgebied geen geschikte habitat vormt voor deze soorten of omdat het plangebied buiten het normale verspreidingsgebied van deze soortgroepen ligt. Het is niet aannemelijk dat soorten, of soortgroepen, die moeilijk nieuwe leefgebieden koloniseren, zich spontaan buiten het normale verspreidingsgebied vestigen. Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige kleine grondgebonden zoogdieren, reptielen en voor planten.
5.2 Methode In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 4 november 2020 tijdens de daglichtperiode (middag) bezocht. Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Het gebied is visueel en auditief onderzocht. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker (Swarovski 12x50), zaklamp en zijn de in dit rapport opgenomen afbeeldingen gemaakt.
Bij het bepalen van de mogelijke aantasting van beschermde soorten is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: • veldbezoek door ervaren ecoloog; • aanvullend bronnenonderzoek (o.a. internet);
Specifieke relevante literatuurbronnen zijn o.a. • Atlas van de amfibieën en reptielen van Nederland; • Atlas van de zoogdieren van Nederland; • Nieuwe atlas van de Nederlandse flora; • NDFF Verspreidingsatlas; Het weer tijdens het veldbezoek Vrijwel onbewolkt, droog, temperatuur 6°C, wind 2 Bft Vogels Het gebied is visueel en auditief onderzocht op het voorkomen van (broed)vogels. De onderzoeksperiode is matig geschikt voor onderzoek naar (broed)vogels. Sommige vogels vertonen in deze tijd van het jaar nog wel territorium-indicerend gedrag (zingen/balts) of hebben een bezet nest (zoals houtduif en Turkse tortel), maar de meeste broedvogels hebben geen bezet nest meer en zomergasten hebben de broedplaats reeds verlaten. Standvogels, zoals steenuil, kerkuil en huismus bevinden zich doorgaans nog wel op of in de directe omgeving van de nestplaats. In het plangebied is gekeken naar vogels, oude nesten en sporen die op de aanwezigheid van nesten in het plangebied duiden, zoals prooiresten (roofvogels), schijtsporen, braakballen, ruiveren (roofvogels), 12
eierdoppen en zichtbaar nestmateriaal. Op basis van een beoordeling van de landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het onderzoeksgebied voor vogels en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar vogels. Grondgebonden zoogdieren Het onderzoeksgebied is visueel onderzocht op het voorkomen van beschermde grondgebonden zoogdieren. De onderzoeksperiode is geschikt voor verspreidingsonderzoek en matig geschikt voor onderzoek naar voortplantingslocaties. Sommige grondgebonden diersoorten bezetten de voortplantingsplaats nog omdat ze nog zogende jongen hebben, maar de meeste grondgebonden zoogdieren hebben al zelfstandige jongen die de voortplantingsplaats verlaten hebben.
Er is in het onderzoeksgebied gezocht naar grondgebonden zoogdieren, verblijfplaatsen en sporen die op de aanwezigheid van grondgebonden zoogdieren in het onderzoeksgebied duiden zoals holen, nesten, graaf-, krab- en bijtsporen, haren, prooiresten, pootafdrukken en uitwerpselen. Vleermuizen De onderzoeksperiode is geschikt voor onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen. Er is in het onderzoeksgebied gezocht naar vleermuizen en naar potentiële rust- verblijfplaatsen van vleermuizen in bomen.
Het onderzoek is uitgevoerd inde periode van het jaar dat vleermuizen inactief zijn en de winterverblijfplaats bezetten. Sommige vleermuissoorten bezetten de winterverblijfplaats op enige afstand (>100km) van de zomerverblijfplaats. Sommige vleermuizen in winterrust zitten diep weggekropen in gebouwen of bomen, maar er zijn ook vleermuizen die open en bloot aan de binnenzijde van gebouwen hangen. Het plangebied is bezocht op een moment op de dag dat vleermuizen niet foerageren en geen lijnvormige landschapselementen benutten als vliegroute. De mogelijke betekenis van het onderzoeksgebied als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen is bepaald op basis van een visuele beoordeling van de landschappelijke karakteristieken van het plangebied. Amfibieën De onderzoeksperiode is matig geschikt voor verspreidingsonderzoek naar amfibieën en ongeschikt voor onderzoek naar voortplantingswateren. Amfibieën bezetten de winterrustplaats in deze tijd van het jaar en zitten dan weggekropen in de sliblaag van open water of diep weggekropen in holen en gaten in de grond, of onder strooisel, bladeren, takken, rommel of opgeslagen goederen.
Op basis van een beoordeling van landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het onderzoeksgebied voor amfibieën en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar deze soorten. Daarbij is tevens rekening gehouden met de ligging van het plangebied ten opzichte van het (normale) verspreidingsgebied van verschillende amfibieënsoorten
5.3 Resultaten In deze paragraaf worden de resultaten van het veldbezoek gepresenteerd. Alleen soorten die in het onderzoeksgebied vastgesteld zijn, zeer waarschijnlijk in het onderzoeksgebied voorkomen of soorten waarvan het onderzoeksgebied een (essentieel) onderdeel van het functionele leefgebied vormt, worden in deze paragraaf besproken.
Vogels Het plangebied wordt als functioneel leefgebied voor verschillende vogelsoorten beschouwd. Vogels benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels in de houtige opgaande beplanting (solitaire populier en natuurlijke opslag) en riet. Soorten die mogelijk in het plangebied nestelen zijn merel, houtduif, vink, kleine karekiet, grasmus en bosrietzanger. Op het terrein bevindt zich geen bebouwing, waardoor nestplaatsen van huismus en gierzwaluw uitgesloten kunnen worden.
13
Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten tijdens de voortplantingsperiode wordt mogelijk een vogelnest of nestplaats beschadigd en/of vernield. Als gevolg van het vernielen van een bezet vogelnest worden mogelijk eieren beschadigd of vernield of worden (jonge) vogels gedood. De functie van het plangebied als foerageergebied, voor de in het plangebied foeragerende vogels, wordt aangetast.
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: Weghalen beplanting tijdens de voortplantingsperiode; Grondgebonden zoogdieren Er zijn in het plangebied geen beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat grondgebonden zoogdieren een rust- en/of voortplantingslocatie bezetten in het plangebied, maar gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het plangebied vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende beschermde grondgebonden zoogdiersoorten als dwergmuis, aardmuis, bosmuis en egel. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten soorten als dwergmuis, bosmuis en aardmuis er een vaste rusten/of voortplantingsplaats. Deze soorten kunnen een rust- en voortplantingsplaats bezetten in holen en gaten in de grond en in ruigte (dwergmuis). Er is in het plangebied geen potentiële vaste rust- of voortplantingsplaats van de egel vastgesteld
Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en voortplantingsplaats beschadigd en vernield. De functie van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied foeragerende grondgebonden zoogdieren, wordt aangetast als gevolg van het bebouwen en verharden van het plangebied.
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: Uitvoeren grondverzet; Verwijderen ruigte; Bebouwen en verharden plangebied; Vleermuizen
Verblijfplaatsen Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een rust- of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten. Het plangebied bevat geen bebouwing of bomen met holtes of losse schors. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield.
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: Geen; Foerageergebied Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als een geschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Vermoedelijk foerageren soorten als laatvlieger, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en ruige dwergvleermuis rond de houtige beplanting en boven de ruigte in het plangebied en vliegen ze over het plangebied tijdens het foerageren rond de bomen die net buiten get plangebied staan. Gelet op de inrichting, het gevoerde beheer en de kleine oppervlakte, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Door het bebouwen en verharden van het plangebied wordt de functie van het plangebied als foerageergebied aangetast.
14
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: Bebouwen en verharden plangebied; Vliegroute Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij lantarenpalen en gevels van woningen. Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen.
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: Geen; Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, wordt een deel van de buitenruimte van het plangebied als functioneel leefgebied voor sommige algemene en weinig kritische amfibieënsoorten beschouwd. Amfibieën als bastaardkikker, gewone pad en bruine kikker en kleine watersalamander, benutten het plangebied mogelijk als foerageergebied en mogelijk bezetten ze er een (winter)rustplaats. Geschikt voortplantingsbiotoop ontbreekt in het plangebied. Amfibieën kunnen een (winter)rustplaats bezetten in holen en gaten in de grond en onder strooisel. Het plangebied wordt niet als functioneel leefgebied van de poelkikker of rugstreeppad beschouwd.
Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd amfibie gedood en wordt mogelijk een (winter)rustplaats beschadigd en vernield. Door het bebouwen en verharden van het plangebied wordt de functie van het plangebied als foerageergebied aangetast.
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: Uitvoeren grondverzet; Bebouwen en verharden plangebied; Overige soorten Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen. Het gevoerde beheer en de inrichting maken het onderzoeksgebied tot een ongeschikt functioneel leefgebied voor deze soorten.
5.4 Toetsingskader Sinds 1 januari 2017 isde Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Verder is het verboden om plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Voor sommige in de Wet natuurbescherming genoemde soorten geldt een ontheffing voor het opzettelijk doden en vangen en het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste rust- en voortplantingsplaats, als gevolg van werkzaamheden die uitgevoerd worden in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling. In voorliggend geval is de vrijstellingsregeling van de Provincie Zuid-Holland van kracht.
Ook gelden er bepaalde vrijstellingen voor het verbod op doden mits er gewerkt wordt volgens een door de Minister goedgekeurde Gedragscode. Dit kan de Gedragscode Ruimtelijke Ontwikkeling en Inrichting zijn van Stadswerk (2016). 15
Zorgplicht Artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11. In het tweede lid wordt de zorgplicht iets geconcretiseerd door te bepalen dat de zorgplicht in elk geval inhoudt dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten: 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Wettelijk kader Voorgenomen activiteit wordt gezien als 'ruimtelijke ontwikkeling'. In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming is het toegestaan om sommige soorten opzettelijk te doden en te vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. In het kader moet zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Dit betreft maatwerk. Indien het mogelijk is om zinvolle concrete maatregelen m.b.t. de zorgplicht te benoemen, zijn deze opgenomen in dit rapport.
5.5 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep Vogels Als gevolg van het verwijderen van beplanting tijdens de voortplantingsperiode, wordt mogelijk een bezet vogelnest beschadigd en vernield met als gevolg dat mogelijk vogels gedood worden of eieren beschadigd of vernield worden. Van de in het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen/vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen ontheffing van de verbodsbepalingen verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt de functionaliteit van een jaarrond beschermde nestplaats van een vogel niet aangetast. Het aantasten van de functie van het plangebied, als foerageergebied, leidt daarom niet tot wettelijke consequenties.
Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: Weghalen beplanting buiten de voortplantingsperiode; Vleermuizen
• Verblijfplaatsen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. 16
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: Geen;
• Essentieel foerageergebied Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen essentieel foerageergebied van vleermuizen aangetast. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: Geen;
• Vliegroute Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen essentiële vliegroute van vleermuizen aangetast. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: Geen; Grondgebonden zoogdieren Mogelijk wordt een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt een vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd en vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren, die een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, en die mogelijk gedood worden, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden' en het 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen'.
Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om te voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: Geen; Amfibieën Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd amfibie gedood en wordt een (winter)rustplaats beschadigd of vernield. Voor de beschermde amfibieën, die een (winter)rustplaats in het plangebied bezetten, en die mogelijk gedood worden, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden' en het 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen'.
Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: Geen; Overige soorten Het onderzoeksgebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.
17
In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven.
Functie
Soortgroep
Beschermde
Verbodsbepalingen
soorten
(Wet natuurbescherming)
planlocatie Diverse soorten
Aandachtspunt
Vaste rust en voortplantingsplaats Doden van dieren
Diverse soorten
Foerageergebied
Diverse soorten
Vogels
Bezette nesten (niet jaarrond beschermd)
Diverse soorten
Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing; er wordt geen jaarrond beschermd nest aangetast Art. 3.1 lid 2
Vogels
Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Doden van dieren
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Diverse soorten
Art. 3.1 lid 1
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Vleermuizen
Rust- of voortplantingsplaats Foerageergebied
Diverse soorten
Geen
Vleermuizen Vleermuizen
Vliegroute Doden van dieren
Amfibieën
Foerageergebied
Niet aanwezig Niet van toepassing Diverse soorten
Er wordt geen essentieel foerageergebied aangetast Niet van toepassing Niet van toepassing
Geen
Amfibieën
Vaste rustplaats
Diverse soorten
Amfibieën
Voortplantingsplaats
Niet aanwezig
Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing
Amfibieën
Doden van dieren
Diverse soorten
Geen
Overige soorten
Dieren en overige functies
Niet aanwezig
Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing
Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Vogels
Foerageergebied
Vogels
Vleermuizen
Diverse soorten
Geen Geen Geen Geen
Werken buiten voortplantingsperiode of broedvogelscan uitvoeren Geen Werken buiten voortplantingsperiode of broedvogelscan uitvoeren Geen
Geen Geen
Geen Geen
Geen
Samenvatting van de wettelijke consequenties.
Soortgroep
Vaste rust
Voortplan-
Vliegroute
Essentieel
Wettelijke
Nader
Ontheffing
plaats
tingsplaats
(vleermuizen)
foerageer-
consequenties
onderzoek
vereist
gebied
vereist
Grondgebonden zoogdieren
ja
ja
n.v.t.
nee
nee
nee
Nee, vrijstelling
Vogels
nee
ja
n.v.t.
nee
Ja, mogelijk
nee
Nee, tenzij vogels gedood, bezette nest verstoord, beschadigd of vernield wordt
Vleermuizen
nee
nee
nee
nee
nee
nee
nee
Amfibieën
ja
nee
n.v.t.
nee
nee
nee
Nee, vrijstelling
Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per diergroep.
5.6 Historische gegevens en overige bronnen Er zijn geen historische gegevens van het plangebied bekend.
5.7 Volledigheid van het onderzoek Het onderzoek is volledig uitgevoerd met geschikte weersomstandigheden.
18
Hoofdstuk 6 Conclusies De voorgenomen activiteiten worden gezien als 'ruimtelijke ontwikkeling'. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Zuid-Holland een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden', en het opzettelijk 'verstoren, beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats', als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingsl ijst staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren ofte doden en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied.
Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Zuid-Holland. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied op voorhand uitgesloten worden.
De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezet een beschermd grondgebonden zoogdier er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats, bezet een amfibie er een vaste (winter)rustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied en amfibieën bezetten er geen voortplantingsplaats.
Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Mogelijk wordt een beschermd grondgebonden zoogdier en/of amfibie gedood en wordt een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats beschadigd en vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën, die een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, en die mogelijk gedood worden, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden' en het 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen'. De betekenis van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied foeragerende grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën en vogels neem af, als gevolg van het bebouwen en verharden van het plangebied, maar deze afname leidt niet tot wettelijke consequenties.
19
Bijlagen
Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Wet natuurbescherming Bijlage 3. Fotobijlage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Bijlage 1
Natuurkalender jan
feb
mrt
houtopstanden_______________ afzetten / hakhoutbeheer________ dunnen verwijderen opslag / exoot, nazorg heg afzetten__________________ knotten opsnoeien / opkronen___________ hoogstam wintersnoei__________ hoogstam zomersnoei
apr mei jun
jul
T
I
aug sep lokt Inov' dec
T
bomen met winterslaapplaats vogels vleermuisbomen zomerverblijf_____ vleermuisbomen paarplaats
das
hazelmuis struweel en hakhoutbeheer boomkikker struweel
Grazige vegetaties_________ maaien vochtig/nat grasland maaien droog schraalgrasland
Wateren______ poel opschonen boomkikker wateren
—
■ ■■I
geelbuikvuurpad kleinschalig geelbuikvuurpad grootschalig Gebouwen m.b.t. vleermuizen zomerverblijf________________ winterverblijf Optimale periode voor werkzaamheden.
[
periode voor werkzaamheden. 1 Acceptabele De werkzaamheden verrichten onder voorwaarden zoals beschreven in protocol. Geen werkzaamheden in deze periode. Wanneer er wel gewerkt moet worden is een ontheffing verplicht.
20
Bijlage 2 Toelichting Wet Natuurbescherming Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode.
Soortenbescherming en het 'nee, tenzij principe' De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort.
Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: "De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd". Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening.
Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. 21
Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring. Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming.
Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor 'andere soorten' waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn
Art3.1 I ld 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid ia Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid rb Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen ofte vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid ic Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzenelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming
Tl
Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet is het toegestaan de onderstaande soorten opzettelijk te doden, en te vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten:
[AMvB RN art 3.31
Ministerie EZ
X
Zuid-Holland
Utrecht
X
Zeeland
Overijssel
Noord-Holland
Limburg
Noord-Brabant
Groningen
Gelderland
Friesland
Wetenschappelijke Naam Drenthe
Nederlandse Naam
Flevoland
de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.
lieren
Aardmuis
MKrptus ogrestts
Bosmuis*
Apodemus syfvotkus
Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis
Sorex minutus
X
Egel
tnnoceus europaeus
x
Eekhoorn
Sciunis njlgoris
x
X
X
X
X
Mustek! putorius
X
X
Mxromys minutus
I
X
Gewone bosspitsmuis
Sorex araneus
Haas
Lepus europeus
Huisspitsmuis"
Croctdura ruisuia Oryctologus cunicului
Molmuis
ArvKokj scherman
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X1
X
Mustela ermmeu Konijn
X
X
X
X
X
X
X
X
X,
X
X
X
X
X
X
X
X
X
x
X
X
X
X
X
X
X
M
X
X
X
X
X
X
X
X
x
K
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Ondergrondse woelmuis
Prtymys subterroneui
Ree
Copreolus copreolus
Rosse woelmuis
Ctethrfonomys glareolui Martes foina
K
Steenmarter
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
x2
X
Tweekleurige bos spitsmuis
Sorex coronatus
x
X
X
X
Veldmuis* Vos
M^rotus arvalrs
X
X
X
X
Wezel
Mustelo nrvalts
x
X
Wild zwijn
Sus strofa
Woelrat
An/KOla terrestns
Vulpes vuipes
X
X
X
X
X X X
X
X
X
K
Amfibieën en reptielen
Bruine kikker
Rona temporarn
x
X
Gewone pad
Bufo bufo
X
X
Hazelworm
Anguis frogilis
Kleine watersalamander
Triturus vulgaris
Levendbarende hagedis
Zootor o vixipora
Meerkikker
Peiophylax ndtbundus (Rano
X X
X
X
X
X
X
X
X
x3 X
X
x
X
X
X
X
X
X
x4 X
X
X
ridibundo) Middelste groene kikker/
Peiophylax klepton escuientus (Rana
Bastaardkikker
esculento)
X
X
X
23
Svoor deze soorten daarnaast algemene vrijstelling in/op gebouwen en bijbehorende erven Wnb3.10 3e lid
xl = vrijstelling geldt in de periode maart- april en juli tot en met november x2 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met februari x3 = vrijstelling geldt in de periode juli, augustus en september X4 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus toten met 15 oktober
Opmerking bij Friesland: in de stukken wordt ook vrijstelling gegeven voor de mol, maar deze is niet beschermd onder de Wnb.
wettelijke belangen:
3 10.2.a/Rnb 3.31.d
ikv RO en gebruik van gebieden
3 10 2 d
voorkomen onnodig lijden
3.1O.2.O/Rnb 3.31.b
ikv beheer of onderhoud landbouw of
bosbouw
3 10.2.f/Rnb 3.31 a
ikv beheer of onderhoud overig
3 1O2.g
ikv beheer of onderhoud landsch kwali teiten bepaald gebied
3.10.2. /Rnb 3.31,c
bestendig gebruik
(geldt alleen voor amfibieën) ikv bescherming wilde flora, fauna & habitats
x
x
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
x
Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Op basis van door PS vastgestelde verordeningen d.d. 4 maart 2019.
24
Bijlage 3. Fotobijlage. Impressie van het plangebied en de directe omgeving.
,5go?
541 4-
. 2
3-
b
i
t
V
..1A ... wimüBhae
wI 2**},
7* ‘a
È”
1,
M
e3
5, “
fg;
LKe-gd, 05 78 a
32 ‘a
38
243:
0
7.
-
82 82-2
a,
r ' #
4 Lam
-- aSem • ~u.,
I
%44 2
F2
s.
2301 -2
,32e
3-
3 2ëg
.e.
ccaa
823
a%5 a
21
N
,
taar H8M8M8" ' 2 ---r . 03ET5 -SE La , 224 36 22-.-lsxs,, 6 gec6 /v- •
158
8
*-.6- .
.5
2,2
ke8 2 "
-
1-Ahöef-aR
r
cg
miapd-hmam gb E i
2293 N
. ./
9
: 11,
d e.
*
9:
3ë0 2-
3-4
28 a3
~-,3
' Md)
22 ën
4
,8 2.2
.e% 23*
3*
2jëee-*
8 A&
4;8
2 a $22jë
-e 32.10.-1
15
1
2
8222/269
*e
■»
■ ,g” i s’
—1
M#ë
35
e
35
8 : V326 "a1 È]
2
1 Set aE
—e
=E
,4
4 c -2
,,24
8<
,9
25
BkehBau..
Yi
~~02 afha.e8
' "ae 0-tc e-l"
■y
I
gbcrte! "9 Fgf ex g9, 4 1-62 #,"500 8 7.20 gne } es-Mat* x :. • 5,4 622. '; 21. jë 3
c2z;
- —2 g
K.—,--,0,3-,3 ' 1 .0-- "w ga 031 Enskjo 0.6 pcnoe *,2M225 p-i 4163-82 620 ,*3: s3e ’ “65
I ’*
---#, a "g" *S 2.
24kjad
)
2 -mese )
eës, '',
e
3'.
ll
*
ce.. H-aE 04 be 5 3 ? 6373- 3 2
•-
’
42
sn ■
im
ei
9
Lt_/S
j jan E3F
-p 3C18
g
2.
2
M4e-
-Wl gg23 o"eam. -3
• ;4259 2 J => 13
26 gs,g 322a •g
8 Sg *e 20 53 *2 7a
-icsh M.0ë kardeë .8 B0ik2e -öa5 BB-r’dgim Etiaq 0
9
; 63
3
29
85*4,28%
a-
2
18
i
22
I
K.
EA
Fsë - 98 A
,032
g
s “zu 20
.
-
30
22
S%NuR0N
g2M,- # lm
3185
1 — -,d*s2M.16.3, ae ■ ‘ ? , . ■ ' TAKe3-*822 .G sae3455 *' ■
e,
ë,s2,a
•E
IBi
g, 34,3
Sc
n,a
■ 3 ■
2039
3e3x 3256 :
8018—-3/8
E0 L29NM:9 S
sle ■
;
35 dgm
I
4 2=-4*
a- ‘ ------
„
.
'
-ge:
2,e B
eg--
226" ‘ -2e 13-
cesae:
-
9 -Le
-o.
-
3
26
Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen:
Internet: https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/
https://www.regelink.net/kenniscentrum/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/ http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol (vleermuisprotocol)
https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl
https://pdokviewer.pdok.nl/
Tl