CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS313830 Bijlage

Gemeenteraad 9 februari 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Verklaring van geen bedenkingen (Wabo) ten aanzien van aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfsgebouw aan de Singel ongenummerd naast nummer 21 (Y-Catch, kavel III) (RIS313830)23.375 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4

ad fontem

24

Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwbouw CarwashPlus

Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties.

Toets Het plangebied is volgens de archeologische verwachtingenkaart van de gemeente Den Haag gelegen binnen een zone waar geen archeologische verwachting geldt. Derhalve is aanvullend archeologisch onderzoek niet noodzakelijk Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden te onderscheiden, evenals cultuurhistorische elementen of monumenten.

Geconcludeerd kan worden dat de aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' geen belemmeringen opleveren voor de uitvoering van onderhavig plan.

4.9

Water

Initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het projectgebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van het project wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de voorgestane ontwikkeling Op 17 november 2020 is het project kenbaar gemaakt bij het Hoogheemraadschap van Delfland. In het kader van vooroverleg wordt het ingediende plan door het Hoogheemraadschap beoordeeld en hier is een advies uit voortgekomen. Dit advies zal bij de uitvoering van het project overgenomen worden.

Europees en Rijksbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is december 2000 in werking getreden. De richtlijn heeft tot doel de chemische en ecologische kwaliteit van al het oppervlakte- en grondwater in Europa te verbeteren. De richtlijn stelt daartoe eisen aan het waterbeheer in alle lidstaten. Streefdatum voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit is 2015, met eventueel uitstel tot 2027. De doelstellingen worden uitgewerkt in (deel)stroomgebiedsbeheerplannen. In deze plannen staan de ambities en maatregelen beschreven. De Europese Kaderrichtlijn heeft, waar het de gemeente betreft, consequenties voor riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid (inrichting van watergangen en oevers). Het nationaal waterbeleid is vastgelegd in het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2). Dit plan vervangt het Nationaal Waterplan 2009-2015 inclusief alle tussentijdse wijzigingen. Het NWP2 geeft het integrale kader voor het waterbeleid van het Rijk voor de komende zes jaar en geeft uitvoering aan de Europese richtlijnen voor waterkwaliteit, de mariene strategie en de overstromingsrisico's. De Stroomgebiedbeheerplannen, het Programma van maatregelen mariene strategie, de Beleidsnota Noordzee en de Overstromingsrisicobeheerplannen maken onderdeel uit van het NWP2.

Tegelijk met het NWP2 is het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren 2016-2021(Bprw) vastgesteld met daarin de operationele uitwerking van het NWP2 voor de rijkswateren: de rollen en taken van Rijkswaterstaat en de hoofdlijnen van het beheer en onderhoud. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 wordt een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van het landelijke watersysteem,

4

ad fontem

25

Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwbouw CarwashPlus

gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Hierbij wordt gestreefd naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Provinciaal beleid

Het beleid van de Provincie Zuid Holland is gebaseerd op het besluit van 29 juni 2016 waarin is aangegeven dat het Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016 - 2021 bestaat uit: de onderdelen van de Visie Ruimte en Mobiliteit voor wat betreft de onderdelen die behoren tot het regionale waterbeleid, waaronder specifiek paragraaf 4.2: 'Water: versterking van de samenhang in identiteit, kwaliteit, en veiligheid', inclusief de kaarten 11 (Waterveiligheid) en 12 (Zoetwater-voorziening en oppervlaktewater); inclusief bijbehorende bijlagen.; de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2015 inclusief bijlagen, vastgesteld door PS van Zuid-Holland d.d. 14 oktober 2015 en het provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010-2015, op de onderdelen: Waarborgen waterveiligheid, Regionale keringen (Normen compartimenteringdijken en voorlandkeringen(paragraaf 4.4.3 doelstelling 4) en Realiseren mooi en schoon water: het thema 'Water en natuur': opstelling beheerplannen voor Natura2000 gebieden, inclusief aanpak van verdroging (paragraaf 5.4.3, doelstelling 1) en het thema 'Vismigratie': opheffen vismigratieknelpunten (paragraaf 5.6.3).

Hoogheemraadschap van Delfland

Waterbeheerplan 2016-2021 Strategie richting een toekomstbestendig en samenwerkingsgericht waterschap" [7] In het Waterbeheerplan heeft Delfland de ambities en doelstellingen voor de komende jaren vastgelegd. Voor de zorgplicht voor 'droge voeten', 'stevige dijken' en 'schoon water' zijn meerjarenprogramma's opgesteld die doorlopen in de planperiode tot 2027. Delfland zet in op stedelijk waterbeheer en samen met gemeenten werken zij aan klimaatadaptatie. Een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem is vertaald naar zelfvoorzienendheid door het sluiten van kringlopen van water, energie en grondstoffen. Om doelen te bereiken werkt Delfland samen met gebiedspartners en werken we aan het waterbewustzijn om draagvlak te vergroten. Ambities:

Zoet water is van levensbelang en daarom is het belangrijk dat iedereen zuinig omgaat met water en zorgt dat het water schoon blijft. Gezuiverd afvalwater hergebruiken en zorgen dat water langer in het gebied bewaard blijft voor droge tijden. Klimaatverandering leidt vaker tot langdurige droogte en heftiger regenbuien. Om de stad klimaatbestendig te maken wordt met partijen gezorgd naar slimme manieren om water langer vast te houden zonder dat het tot overlast leidt. Om de waterkwaliteit te verbeteren neemt Delfland verschillende maatregelen en controleert nog beter op illegale lozingen. Het water in zwemplassen moet tijdens warme dagen vrij zijn van lauwalgen en bacteriën. Door samen te werken kunnen ook kosten worden bespaart. Bij elke ontwikkeling wordt gekeken welke kansen er zijn om het watersysteem toekomstbestendiger te maken.

Watertoets

Eén van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is de watertoets. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Delfland heeft de Handreiking Watertoets voor gemeenten opgesteld. In de Handreiking Watertoets (www.hhdelfland.nl/watertoets) worden de

4

ad fontem

26

Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwbouw CarwashPlus

randvoorwaarden en uitgangspunten voor een plan per thema toegelicht en op welke wijze deze in het plan dienen te worden verwerkt.

Toekomstbestendiq Haags water! In de visie 'Toekomstbestendig Haags water!' is aangeven hoe het watersysteem in Den Haag anno 2014 functioneert, welke knelpunten er zijn en hoe het systeem robuust te houden. Het Haagse watersysteem is op dit moment grotendeels op orde. Door kansen te benutten die zorgen voor een robuuster watersysteem en die ook bijdragen aan de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de stad, wordt het stedelijke gebied bestand tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte. In het stedelijke gebied is beperkte ruimte voor de traditionele opvang van water. Daarom is inzetten op onderzoek naar meer creatieve en innovatieve maatregelen belangrijk. Samenwerking tussen gemeente Den Haag en Delfland is daarvoor essentieel. De ambitie is: "Den Haag heeft een goed functionerend en toekomstbestendig watersysteem dat de gevolgen van klimaatverandering en verstedelijking kan opvangen en dat bijdraagt aan een aantrekkelijke stad." Samengevat zijn de drie belangrijkste strategische pijlers om te komen tot een toekomstbestendig Haags watersysteem:

1.

2.

3.

De basis op orde: zorgen dat het systeem goed blijft functioneren. Eventuele negatieve effecten op de waterhuishouding moeten worden voorkomen of dienen te worden gecompenseerd. Pak kansen door samen te werken en door slimme combinatie te zoeken: Als overheden het goede voorbeeld geven, tijdig kansrijke initiatieven en projecten herkennen en optrekken met partijen in de stad. Kennis, onderzoek en innovatie: Kennisontwikkeling, onderzoek en innovatie is van belang om creatieve oplossingen te vinden in het voorkomen van wateroverlast en het leefbaar en aantrekkelijk houden van de stad.

Riolerinqsplan

Uitgangspunt voor het rioleringsbeleid is "het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 (RIS 289287). Opgave voor dit vijfde plan (2016-2020) is de behaalde winst vast te houden en gedegen voor bereid te zijn op uitdagingen in de toekomst. In de nieuwe planperiode wordt extra nadruk gelegd op verdere verbetering van de service, op de communicatie en de samenwerking met de partners in de openbare ruimte. Daarnaast krijgt duurzaamheid extra aandacht. Als gevolg van de klimaatverandering nemen de jaarlijkse hoeveelheid neerslag en het aantal hevige regenbuien toe. Die lijn zal zich in de toekomst verder voortzetten. Den Haag kan klimaatverandering niet voorkomen. We kunnen wel maatregelen nemen die de gevolgen ervan beperken. Het vasthouden van regenwater is belangrijk en dat lukt het best in gebieden waar groen en water aanwezig is. Door aandacht bij plannen voor ontwikkeling en herstructurering van de openbare ruimte kan de stad geleidelijk meer klimaatbestendig worden gemaakt zonder dat dit extra geld kost De klimaatverandering zal er onder meer toe leiden dat het vaker en harder zal regenen. Tegelijkertijd worden ook langere periodes van droogte verwacht. Dit zal effect hebben op de grondwaterstand. Vooral gebieden met relatief weinig oppervlaktewater zijn kwetsbaar. Met behulp van metingen en scenariostudies zijn aandachtsgebieden bepaald voor grondwater.

In deze gebieden komt de gemiddelde ontwateringsdiepte in 2050 in een natte periode op een niveau waarbij hinder en overlast zou kunnen optreden. In deze aandachtsgebieden wordt intensiever gemeten en vindt bij meldingen van overlast onderzoek plaats. Bij nieuwbouwprojecten wordt in samenwerking met het hoogheemraadschap Delfland de (verplichte) watertoets uitgevoerd waarbij nu ook het grondwatersysteem wordt beschouwd. Met de uitkomsten dient dan rekening te worden gehouden bij het bepalen van de bestemming van de gronden, bijvoorbeeld met het oog op het bebouwen en daarna beheren van de openbare ruimte.

Bewoners en ondernemers zijn belangrijke partners bij het realiseren van de doelstellingen die in het Gemeentelijk Rioleringsplan worden beschreven. Eigenaren kunnen naast hun wettelijke verantwoordelijkheid, op eigen initiatief maatregelen nemen om regenwater beter vast te houden en/of vertraagd af te voeren, zoals door het aanleggen van groene daken en door het verminderen van verharding in tuinen en op binnenterreinen. Het is belangrijk dat eigenaren en ondernemers goed op de hoogte zijn van de verdeling van verantwoordelijkheden, zodat zij weten wat zij zelf

4

ad fontem

27

Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwbouw CarwashPlus

moeten doen en waarvoor zij bij de gemeente terecht kunnen. De komende periode spant de gemeente zich in om die groeiende bewustwording verder te faciliteren.

Betekenis van het beleid voor het plangebied Delfland streeft naar een duurzame, robuuste waterstructuur. Dat wil zeggen: er moet voldoende ruimte zijn voor waterberging, goede waterkwaliteit, waterkeringen en waterzuivering. Belangrijk uitgangspunt voor Delfland is dat de waterhuishouding door ruimtelijke veranderingen niet mag verslechteren (standstillbeginsel). Indien bij het realiseren van een ontwikkeling de waterhuishouding verslechtert, dient gezamenlijk te worden gezocht naar een oplossing. Dit kan door compensatie, bijvoorbeeld in de vorm van nieuw oppervlaktewater toevoegen in het plan, of nabij de locatie. Kansen om de waterhuishoudig te verbeteren worden beschreven en overlegd en zo mogelijk benut

Veiligheid en waterkeringen Bij het onderwerp veiligheid/waterkering is de vraag of de locatie ligt in de kernzone of beschermingszone van een waterkering: een zeewering, boezemkade, polderkade of de landscheiding. In het gebied is geen regionale waterkering aanwezig. Waterkwantiteit

Voor de ontwikkeling geldt een wateropgave ter compensatie van de toename van verharding (circa 4.500 m2). De wateropgave kan ingevuld worden middels het aanleggen van oppervlaktewater of een waterberging. Bij de verdere planvorming wordt rekening gehouden met de wateropgave. Het plangebied is gelegen in een laag gebied, waardoor het advies wordt gegeven om minimaal 1,2 meter drooglegging te realiseren. Bij de planvorming wordt dit advies in acht genomen en er wordt voldoende hoog gebouwd. Grondwater

De effecten op het grondwater zijn meegenomen in het bodemonderzoek. Het bodemrapport is aangeleverd bij de aanvraag omgevingsvergunning. Er zal in de toekomstige situatie geen water rechtstreeks in de bodem geloosd worden, waardoor vervuiling van het grondwater niet aan de orde is. De planvorming heeft geen verdere effecten op het grondwater. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ecologische doelen ten aanzien van de kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen zijn gevat in een ecologisch streefbeeld, dat voor de Delflandse watertypen officieel een 'goed ecologisch potentieel' genoemd wordt. Het streefbeeld verschilt per waterlichaam. In 2009 stelde Delfland, samen met de provincie en gemeenten, voor de eerste keer een KRW-programma op. De uitvoering van dit programma werd gespreid over drie planperioden van elk zes jaar (2010-2015, 2016-2021, 20222027). In het plangebied bevinden zich geen KRW-waterlichamen (op basis van de KRWprogramma Delfland 2016-2021) en ook geen achterliggende wateren op hetzelfde peilniveau. Het plangebied ligt nabij een ecologische verbindingszone van de gemeente. Bij de inrichting van het gebied worden de uitgangspunten met betrekking tot ecologie en de watersysteemkwaliteit in acht genomen. Afvalwater en riolering Bij de aanleg van het industrieterrein Y-Catch Den Haag is een gescheiden rioolsysteem aangelegd.

Hierbij wordt het hemelwater in het oppervlaktewater geloosd. Afvalwater komt terecht in het rioolstelsel. Bij de uitvoering van onderhavig plan zal het autowascentrum aangesloten worden op het gescheiden stelsel.

Klimaatadaptatie

Voor het plangebied wordt de hoeveelheid verharding zoveel mogelijk beperkt en daar waar mogelijk zodanig gedimensioneerd dat het afwater op plekken waar water kan infiltreren in de

4

ad fontem

28

Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwbouw CarwashPlus

ondergrond. Het dak van de carwash wordt ecologisch ingericht en hierbij wordt rekening gehouden met infiltratie.

Conclusie Vooralsnog worden de uitgangspunten van het lokale en regionale waterbeleid aangehouden. Bij de volledige uitwerking van de planvorming wordt nadere invulling gegeven aan de volledige wateropgave.

4.10

Verkeer en parkeren

Verkeer Het bedrijfsperceel wordt ontsloten via de Singel, een brede ontsluitingsweg van een bedrijventerrein met een maximumsnelheid van 50 km/u. Een carwash is een verkeersaantrekkend bedrijf. Volgens de 381e CROW uitgave 'Toekomst bestendig parkeren' kan de maximale verkeersgeneratie bepaald worden. In deze uitgave is het kerncijfer verkeersgeneratie voor een dienstverlenende commercieel bedrijf bepaald op 17,7 per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlakte (BVO) per etmaal. Voor de autowasstraat in onderhavig plan komt de totale maximale verkeersgeneratie in dat geval uit op 443 per etmaal (berekening: 2.500 m2 BVO/100 m2 x 17,7). Bij de ingang van het autowascentrum is voldoende opstelruimte voor auto's gecreëerd, indien een wachtrij ontstaat. Het verkeer wordt vervolgens in een continue stroom door het carwashgebouw heen geleid en zal via de uitgang uitrijden. Na de uitgang is voldoende ruimte om het vertrekkende verkeer af te voeren richting de Singel. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'verkeer' geen belemmering oplevert voor onderhavig plan.

Parkeren

In het geval van het autowascentrum is structureel en langdurig parkeren enkel nodig ten behoeve van het personeel. Voor bezoekers van de autowascentrum geldt dat er een gelegenheid aanwezig is om het interieur te reinigen. Parkeren ten behoeve van deze reiniging zal niet voor lange duur zijn, aangezien het stofzuigen van een auto weinig tijd in beslag neemt. Bij interieurreiniging is een continue doorstroom en hiervoor zijn voldoende parkeervakken beschikbaar. In het geval van het autowascentrum in onderhavig plan hoeft dus enkel rekening gehouden worden met benodigde parkeerplekken voor het personeel. Voor een commerciële dienstverlening geldt het een aandeel bezoekers van 20%. Het aandeel werkenden kan in dat geval gesteld worden op 80%. Het parkeercijfer uit de CROW uitgave voor een commerciële dienstverlening is 1,1 parkeerplaatsen per 100 m2 BVO. Het BVO voor de autowasstraat in onderhavig plan wordt gesteld op 2.500 m2. Derhalve geldt volgens de CROW uitgave 'Toekomstbestendig parkeren' in een worse case scenario een parkeerbehoefte van 22 parkeerplaatsen (berekening: 80% x 1,1 x 2.500 m2/100 m2). Hierbij kan opgemerkt worden dat CarwashPlus een arbeidsextensief bedrijf is, dat voornamelijk werkt met machinaal reinigen. Verwacht wordt dat per dag maximaal 10 werknemers tegelijk op de locatie aanwezig zijn.

In de praktijk zal het aantal benodigde parkeerplaatsen dus lager uitvallen dan berekend middels de CROW uitgave. Het parkeren vindt plaats op eigen terrein, waar meer dan voldoende ruimte is om in de benodigde parkeerplekken te voorzien en aan de parkeerbehoefte tegemoet te komen. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'parkeren' geen belemmering oplevert voor onderhavig plan.

4

ad fontem

29

Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwbouw CarwashPlus

5

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

De kosten voor de vestiging van de carwash aan de Singel te Den Haag zijn vanzelfsprekend voor de initiatiefnemer. Ook de kosten voor de aanleg van de in- en uitrit alsmede de legeskosten voor de aanvraag van de omgevingsvergunning worden in rekening gebracht bij de initiatiefnemer. Omdat het bestemmingsplan bedrijven tot en met milieucategorie 3.1 toestaat (artikel 4.4 onder c) en een carwash binnen deze milieucategorie valt, is niet te verwachten dat er voor omliggende objecten waardevermindering optreedt als gevolg van het verlenen van de omgevingsvergunning. Desalniettemin wordt er tussen de gemeente en de initiatiefnemer toch een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten waarin wordt afgesproken dat eventuele planschade als gevolg van de te verlenen omgevingsvergunning voor rekening is van de initiatiefnemer. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd.

4

ad fontem

30

Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwbouw CarwashPlus

6

Conclusie

Zoals reeds is benoemd mag de toestemming tot het afwijken van het bestemmingsplan in per AMvB aangewezen gevallen niet in strijd mag zijn met een goede ruimtelijke ordening. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft aangetoond dat de ontwikkeling binnen het beleid past en dat de milieu- en omgevingsaspecten geen belemmering vormen voor het initiatief om een carwash te vestigen op het bedrijventerrein aan de Singel te Den Haag. Uit de onderbouwing blijkt dat er geen onevenredige negatieve milieueffecten worden veroorzaakt voor de omgeving.

Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het vigerende bestemmingsplan met toepassing van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3° Wabo, is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.

4

ad fontem

31

Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwbouw CarwashPlus

Bijlagen

1. AERIUS-berkening 2. Quickscan Natuurwaarden

ad fontem

xuimrttj* AOVItS

32

AERIUS Calculator 2021 stikstofberekening

CarwashPlus Den Haag BV Singel Den Haag

40

ad fontem RUIMTELIJK ADVIES

Plangegevens Naam: Plantype: Status:

AERIUS berekening CarwashPlus Den Haag BV AERIUS Calculator 2021 Definitief

Datum:

10 juni 2022

Projectnummer:

20AF219

Opdrachtgever:

CarwashPlus Den Haag BV t.a.v. Oudeweg 155 2031 CC Haarlem

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) E) info@ad-fontem.nl

Contactpersoon:

LLB

40

ad fontem RUIMTELIJK ADVIES

1. Inleiding en voornemen CarwashPlus Den Haag BV is voornemens om een nieuw carwashcentrum op het bedrijventerrein YCatch te bouwen. Het zal een energieneutraal, circulair en natuurinclusieve omgeving voor het autowassen worden. De beoogde locatie voor het carwashcentrum is nabij Singel 21 te Den Haag, op het kruispunt van de Singel en de Rijkswijkse Landingslaan. Het plangebied is gelegen op het bedrijventerrein in de wijk Ypenburg, in het zuidoosten van Den Haag. Het gebied is gelegen langs de rijksweg A13 en tussen de Singel en Rijswijkse Landingsbaan. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente 's-Gravenhage, sectie BI, perceelnummers 3063. In de directe omgeving bevinden zich bedrijven en diverse groenstroken. In figuur 1.1 is een luchtfoto opgenomen, waarin de begrenzing van het plangebied rood is omkaderd. In figuur 1.2 is een indicatieve situatieschets van de begane grond van CarwashPlus Den Haag BV opgenomen. In figuur 1.3 een buitenaanzicht van CarwashPlus Den Haag BV.

Figuur 1.1: planlocatie CarwashPlus Den Haag BV (bron: PDOK viewer).

Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt zowel stikstof als ammoniak uitgestoten, zoals bij de verbranding van fossiele brandstof, welke kan neerslaan in kwetsbare natuur. CarwashPlus Den Haag BV heeft Ad Fontem gevraagd om de effecten van deze emissie op kwetsbare Natuur 2000 gebied te onderzoeken. In dit kader is een AERIUS berekening uitgevoerd.

- 1 -

40

ad fontem RUIMTELIJK ADVIES

p

Q

p

Q

p

p

p

'9

O

I

é , 22

4Z

7

7 72

48

mm—

5

322.

p

\

p

—£ .

o

-

O

Hkh I

+ FiFf L

C0)

013

p

112

g gr22

Z

p

o

o o

#

5

7

J

?

ë

6

! /

!

/

7 ll J STUYT

6

Figuur 1.2: Situatietekening CarwashPius Den Haag BV (bron: Stuyt Architecten).

L=

STUYT

Figuur 1.3: Impressies buitenaanzicht CarwashPius Den Haag BV (bron: Stuyt Architecten).

- 2 -

i

40

ad fontem RUIMTELIJK ADVIES

2. Programma Aanpak Stikstof en de AERIUS berekening 2.1 Programma Aanpak Stikstof (PAS) Volgens de Wet natuurbescherming is een vergunning nodig voor activiteiten die kunnen leiden tot schade aan Natura 2000-gebieden, bijvoorbeeld als gevolg van stikstofdepositie (uitstoot en neerslag van stikstof). Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Te veel stikstof is slecht voor planten die leven op voedselarme grond. Als deze planten verdwijnen, kan dat ook slecht zijn voor dieren die in dat gebied leven. Daarnaast leidt stikstof tot verzuring van de bodem. In sommige delen van de Natura 2000-gebieden is de hoeveelheid stikstof te hoog. De overheid wil de hoeveelheid stikstof in de natuur (stikstofdepositie) terugdringen. Daarvoor introduceerde zij in 2015 het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Dit programma was ook gericht op het versterken van de natuur en het maakte tegelijkertijd economische ontwikkeling mogelijk. Op 29 mei 2019 heeft het hoogste bestuursorgaan van ons land, de Raad van State, de vergunningen op basis van het PAS ongeldig verklaard omdat dit in strijd is met de Europese natuurwetgeving. De overheid werkt nu aan een nieuwe aanpak stikstof.

De depositie van stikstof vindt plaats in de vorm van NOX (stikstofoxide) en NH3 (ammoniak). De depositie van NOX vindt onder meer plaats bij de verbranding van fossiele brandstoffen. De depositie van NH3 is voor het overgrote deel afkomstig van de landbouw.

Om voor afzonderlijke projecten aan te tonen wat het effect is op Natura 2000-gebieden is het rekeninstrument AERIUS in het leven geroepen. Op 13 januari 2022 is de AERIUS Calculator geactualiseerd. De nieuwe versie is de AERIUS calculator 2021. De belangrijkste verandering ten opzichte van de oude calculator is de'afkapgrens'van 25 km voor stikstofdepositie bij alle projecten. De aanleiding hiervoor is het eindrapport van het adviescollege 'Meten en berekenen Stikstof'(ook wel de 'Commissie Hordijk') en de uitspraak van de Raad van State over de A15 van begin dit jaar. Eventuele deposities voorbij deze afkapgrens werden voorheen niet in beeld gebracht. De nieuwe afkapgrens van 25 km zal vooral voor grotere projecten consequenties hebben. Hoewel in de AERIUS 2020 ook een afkapgrens was opgenomen, gold deze slechts voor wegverkeer en was de afstand veel korter (5 km). 2.2 Besluit stikstofreductie en natuurverbetering Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Deze wet regelt onder meer drie resultaatverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura-2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%.

De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om die reductie te bereiken en de natuur te herstellen. Ook regelt de wet de tussentijdse monitoring en zo nodig bijsturing. Voor de zogeheten PAS melders en initiatiefnemers die onder het PAS vergunningvrij waren is in de wet bepaald dat zij alsnog gelegaliseerd worden.

De wet maakt een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsector. Het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering werkt de stikstofwet verder uit, waaronder de bouwvrijstelling. De vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd. Dat betekent bijvoorbeeld dat nog steeds een natuurvergunning nodig kan zijn voor de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door het verkeer op een aan te leggen weg. 2.2 AERIUS Calculator 2021 Het rekeninstrument AERIUS Calculator 2021 berekent zowel de stikstof- als ammoniakdepositie als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden. Met het rekeninstrument kan de uitstoot van stikstof/ammoniak en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden worden berekend. De uitkomst van de berekening geeft inzicht in de uitvoerbaarheid van het plan voor wat betreft stikstof en ammoniak.

- 3 -

40

ad fontem RUIMTELIJK ADVIES

3. Toetsing ontwikkeling CarwashPlus Den Haag BV 3.1 Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebied Het plangebied ligt op het bedrijventerrein in de wijk Ypenburg, in het zuidoosten van Den Haag. Het gebied is gelegen langs de rijksweg A13 en tussen de Singel en Rijswijkse Landingsbaan en behoort niet tot een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Westduinpark & Wapendal) ligt op een afstand van circa 8,8 km ten westen van het plangebied. Een ander Natura 2000-gebied (Meijendel & Berkheide) ligt op een afstand van circa 9,0 km ten noorden van het plangebied. In figuur 3.1 is een fragment opgenomen van de AERIUS Calculator, waarin de onderlinge afstand tussen het plangebied en de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden is weergegeven. Het plangebied is aangegeven door middel van een ster. Op grotere afstand liggen echter meerdere Natura 2000-gebieden die niet zichtbaar zijn. De calculator berekent de depositiebijdrage van het wegverkeer met een implementatie uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 tot een afstand van 25 km van de weg. De stikstof- en ammoniakemissie voor de Natura 2000-gebieden die niet op onderstaande kaart zichtbaar zijn maar wel binnen de 25 km van het plangebied liggen, worden automatisch meegenomen in de berekening. 8 Berkheide

(, Belgisch

Scheveningen Bei 100/ r

.1

Mariahoeve

Archipelbuurt

Kmpa §

la

hom

Zeeheldenkwartier

J laai

«0

Station'

Valkenboskwartier

, o

Voorburg

9

‘s-Gravenhage

Leidschenveen

Laakkwartier

Waldeck

Leidschendam

Leyent -■

&e 4, «

~Spoorwik

Morgenster‘

Kraayenstein

Nootdorp Ypenburg Vrederust

"I

Rijswijk

Wateringse Veld

Bocidik Wateringen

Vrijenban

Kwintsheul

Hof van Delft

Honselersdijk

Voordijkshoom

' 1 __

Figuur 3.1: Planlocatie in relatie tot Natura 2000-gebied (bron: AERIL/S Calculator 2021).

3.2 Methode

3.2.1 Referentiesituatie De stikstofemissie die gepaard gaat met de voorgenomen ontwikkeling moet bezien worden in relatie tot de referentiesituatie. Ingevolge de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht­ spraak van de Raad van State geldt als referentiesituatie bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan ter vervanging van het vigerende bestemmingsplan: de huidige - legale - feitelijke situatie ten tijde van de vaststelling van het nieuwe plan. In onderhavige situatie is uitgegaan dat er geen depositie plaatsvindt in de huidige feitelijke legale situatie (worst-case).

-4 _

40

ad fontem RUIMTELIJK ADVIES

3.2.2 Beoogde situatie Op basis van Het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering geldt er een vrijstelling voor de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten van nieuwe projecten. Voor de gebruiksfase geldt geen vrijstelling. Tijdens de gebruiksfase kan er op een aantal mogelijke manieren stikstof vrijkomen: 1.

Gebruik van het carwashcentrum: in het voorliggende geval wordt er gasloos gebouwd. Daarmee zal er geen sprake zijn van de uitstoot van NOx. Er vindt geen emissie plaats als gevolg van het verwarmen van het centrum. Dit onderdeel wordt dan ook verder buiten beschouwing gelaten.

2.

Verkeersbewegingen gebruiksfase: betreft de verkeersbewegingen die de voorgenomen ontwikkeling te weeg brengt tijdens de gebruiksfase. Zoals hiervoor reeds beschreven ligt de planlocatie op circa 8,8 km van een Natura 2000-gebied. De calculator berekent de depositiebijdrage van het wegverkeer met een implementatie uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 tot een afstand van 25 km van de weg. De verkeersbewegingen dienen derhalve meegenomen te worden in de berekening. Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is dit het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden.

3.3 Uitgangspunten

3.3.1 Referentiesituatie In onderhavige situatie is uitgegaan dat er geen depositie plaatsvindt in de huidig feitelijk legale situatie (worst-case). 3.3.2 Gebruiksfase Dit betreft de verkeersgeneratie die door het gebruik van het carwashcentrum teweeg wordt gebracht. Als uitgangspunt zijn de kengetallen van CROW, het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte, aangehouden. Het plangebied ligt in de wijk 'Wijk 41 Hoornwijk'. Voor deze wijk geldt een matig stedelijke stedelijkheidsgraad (1.000 - 1.500 adressen per km2).1 Een carwash is een verkeersaantrekkend bedrijf. Volgens de CROW-publicatie 381 kan de maximale verkeersgeneratie bepaald worden. In de publicatie is het maximale kerncijfer verkeersgeneratie voor een dienstverlenende commercieel bedrijf bepaald 14,8 per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlakte (BVO) per etmaal.2 Voor de autowasstraat in onderhavig plan komt de totale maximale verkeersgeneratie in dat geval uit op 370 verkeersbewegingen per etmaal (berekening: 2.500 m2 BVO/100 m2 x 14,8). Bij de verkeersgeneratie werken geldt nog een belangrijke vuistregel volgens de CROW-publicatie 381. Een weekdag kan worden omgerekend naar werkdag door de kencijfers te vermenigvuldigen met 1,33. Dit komt neer op afgerond 492 lichte verkeersbewegingen.

De ontsluiting van het carwashcentrum vindt plaats via de Singel, waar men zowel vanaf de zuidoostelijke als noordwestelijke richting het carwashcentrum kan bereiken. De verkeersbewegingen worden geacht in het heersende verkeersbeeld te zijn opgenomen, wanneer men de ter plaatse geldende maximumsnelheidsregime van 50 km/u heeft bereikt. Geacht wordt dat dit in ieder geval aan de orde is, wanneer de verkeersbewegingen de eerst

1 CBS StatLine 2021. Kerncijfers wijken en buurten. CROW-publicatie 381. Kerncijfers wonen, werken en voorzieningen. Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie), matig stedelijk, rest bebouwde kom.

2

- 5 -

40

ad fontem RUIMTELIJK ADVIES

volgende kruispunt op de Singel hebben bereikt. In de AERIUS calculator is dienovereenkomstig een lijnbron opgenomen.

Ook is een extra lijnbron opgenomen met hetzelfde aantal verkeersbewegingen ten behoeve van bezoekers die op het terrein van het carwashcentrum met hun voertuig manoeuvreren. Daarbij is rekening gehouden met een file percentage van 75%, omdat auto's stationair draaien wanneer deze door het carwashcentrum rijden.

3.4 Uitkomsten AERIUS Calculator 2021 3.4.1 Rekenresultaten De berekening is uitgevoerd met het programma AERIUS Calculator 2021. Voor de beoogde situatie is gerekend voor het rekenjaar 2023, omdat geacht wordt dat de ontwikkeling dan pas is uitgevoerd. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden is in alle gevallen berekend voor een vergunning Wet natuurbescherming. In de bijlage is een uitdraai van de resultaten van de AERIUS Calculator opgenomen. Gebruiksfase De totale NOx-emissie als gevolg van de beoogde ontwikkeling bedraagt in totaal 57,6 kg/j. De totale NH3-emissie bedraagt 3,8 kg/j. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j.

3.4.2 Conclusie Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling komt er zowel NOx als NH3 vrij. Door uitvoering van de voorliggende AERIUS berekening is aangetoond dat dit niet leidt tot een meetbare depositie van NOx of NH3 in Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor stikstof en ammoniak. In de gebruiksfase ligt de emissie dan ook niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. Als gevolg van de berekende emissie, tijdens de gebruiksfase, vindt er dan ook géén meetbare verhoging van de depositie NOx of NH3 plaats in Natura 2000-gebieden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling.

De ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit van Natura 2000-gebieden.

Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden.

- 6 -

40

ad fontem RUIMTELIJK ADVIES

AERIUS analysebestand Als bijlage bij deze rapportage behoort het AERIUS analysebestand opgenomen in pdf-bestand.

- 7 -

Projectberekening AERIUS CALCULATOR

Dit document geeft een overzicht van de invoeren rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Pt

•a

o

I

I

I

421

7

42:

4

12

-

■ ■ ■ ■

3

421

I

1

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Détailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www. aerius. nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening AERIUS CALCULATOR

Contactgegevens Rechtspersoon

Ad Fontem Ruimtelijk Advies

Inrichtingslocatie

Stationsstraat, 37, 7622 LW Borne

Activiteit Omschrijving

20AF219

Toelichting

Gebruiksfase carwashcentrum

Berekening AERIUS kenmerk

RNn6ZUDNpBGR

Datum berekening

10 juni 2022,12:36

Rekenconfiguratie

Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH3

Emissie NOx

Situatie 1 - Beoogd

2023

3,8 kg/j

57,6 kg/j

Resultaten

Hoogste depositie Hexagon

Gebied

Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha)

0,00 ha

Gekarteerd oppervlak met afname (ha)

0,00 ha

Grootste toename van depositie

0,00 mol/ha/j

Grootste afname van depositie

0,00 mol/ha/j

RNn6ZUDNpBGR (10 juni 2022)

2/6

Projectberekening AERIUS CALCULATOR

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023

Emissiebronnen Verkeersnetwerk

RNn6ZUDNpBGR (10 juni 2022)

Emissie NH3

Emissie NOx

3,8 kg/j

57,6 kg/j

3/6

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Bam40

$

%

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

N

9

<9

«8

8

(»9g

28® e4

500 m

Habitatrichtlijn

Vogelrichtlijn

<*® Vogelrichtlijn,

4490

l

anselaan

VtBs,

6‘ens

4 8 9

X

0

48

Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie

Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RNn6ZUDNpBGR (10 juni 2022)

4/6

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie

Totaal

RNn6ZUDNpBGR (10 juni 2022)

Berekend (ha gekarteerd)

Hoogstetotale Mettoename Grootste depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

0,00

0,00

0,00

0,00

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

0,00

0,00

5/6

Projectberekening AERIUS CALCULATOR

Disclaim er

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie Database versie

2021.0.5_20220328_855771c674 2021.0.5_855771c674

Voor meer informatie over de gebruikte methodieken data zie: https://www.aerius.nl/

RNn6ZUDNpBGR (10 juni 2022)

6/6

Quickscan natuurwaardenonderzoek Singel 21 Den Haag In het kader van de Wet natuurbescherming

ATUURBANK

OVERIJSSEL

Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Singel 21 Den Haag In het kader van de Wet natuurbescherming

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RRAalten

TUURBANK

OVERIJSSEL

BTW-ID: E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever: Contactpersoon:

Ad Fontem Ruimtelijk Advies Stationsstraat 37 7622 LW Borne

Projectnummer en versie: 2981 versie 1.0_________ Veldmedewerker(s):

Auteur:

&

Status: definitief Rapportdatum: 27-11-2020

Singel 21 Den Haag

1

Inhoudsopgave Samenvatting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding

5

Hoofdstuk 2

6

Het plangebied

2.1 Situering

6

2.2 Beschrijving van het plangebied

6

Hoofdstuk 3

Voorgenomen activiteiten

7

3.1 Algemeen.......................................................................................................................................

7

3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of -gebieden

7

3.3 Vaststellen van de invloedsfeer

7

3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied

8

Hoofdstuk 4

Gebiedsbescherming

8

4.1 Algemeen

8

4.2 Natuurnetwerk Nederland

8

4.3 Natura 2000

9

4.4 Slotconclusie

11

Hoofdstuk 5

Soortenbescherming

12

5.1 Verwachting en bureauonderzoek

12

5.2 Methode

12

5.3 Resultaten

13

5.4 Toetsingskader

15

5.5 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep

16

5.6 Historische gegevens en overige bronnen

18

5.7 Volledigheid van het onderzoek

18

Hoofdstuk 6 Conclusies

19

2

Samenvatting Er zijn concrete plannen voor de nieuwbouw van Carwash Plus aan de Singel 21 te Den Haag. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven.

Het plangebied is op 4 november 2020 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties en andere beschermde functies, zoals foerageergebied en vliegroute van vleermuizen. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura2000 en het Natuurnetwerk Nederland.

Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Zuid-Holland. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied op voorhand uitgesloten worden. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezet een beschermd grondgebonden zoogdier er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats, bezet een amfibie er een vaste (winter)rustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen vaste rusten/of voortplantingsplaats in het plangebied en amfibieën bezetten er geen voortplantingsplaats.

Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Mogelijk wordt een beschermd grondgebonden zoogdier en/of amfibie gedood en wordt een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats beschadigd en vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën, die een vaste (winter)rust- of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, en die mogelijk gedood worden, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden' en het 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen'. De betekenis van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied foeragerende grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën en vogels neem af, als gevolg van het bebouwen en verharden van het plangebied, maar deze afname leidt niet tot wettelijke consequenties.

3

Samen vattende conclusie: Het plangebied bestaat uit onbebouwd perceel met een grazige en ruige vegetatie en wat jonge natuurlijek houtige opslag. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde diersoorten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd dier gedood en een vaste rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd dier beschadigd en/of vernield. Met uitzondering van vogels en bezette vogelnesten, geldt voor deze soorten een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden' en het 'beschadigen/vernielen van een vaste rust- en voorplantingsplaats'. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling.

Mits er geen bezet vogelnest verstoord, beschadigd of vernield wordt, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Vanwege de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en beschermd (natuur)gebied, leiden de voorgenomen activiteiten, in het kader van gebiedsbescherming, niet tot wettelijke consequenties.

4

Hoofdstuk 1 Inleiding Er zijn concrete plannen voor de nieuwbouw van Carwash Plus aan de Singel 21 te Den Haag. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

Doel van deze rapportage: De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.

5

Hoofdstuk 2

Het plangebied

2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd nabij Singel 21 te Den Haag. Het ligt in de stad in de stad en wordt omgeven

door stedelijk gebied. Het grenst aan de zuid- west- en noordzijde aan een drukke doorgaande weg en aan

de oostzijde aan bedrijventerrein. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart. Manahoeve

Duindorp Duinoord

Bezuidenhout

Stationsbuur

Heesterbuurt

Leidschendam

Voorburg

De ’s-Gravenhage

Buytenpark

Forepark Leid schen veen

Laakkwartier

Morgenstond

venstein

Zoe

Westerpark

Roeleveen

Moerwik Ypenburg

Vrederust

Nootdorp Rokkeveen Noukoop

Rijswijk

Katwijkerlaan

Wateringse Veld Wateringen Vrijenban

Kwintsheul

Pijnacker

dijk

Den Hoorn

Delft

Delfgauw

r 'A.'o. <11

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid (bron:

ruimtelijkeplannen.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit verruigd grasland en voor een klein deel uit ruigte, zoals brandnetels

en riet. Plaatselijk staat jonge, natuurlijke opslag van wilg. In het plangebied staat één jonge populier. Open water, bebouwing of andere bouwwerken ontbreken. Voor een verbeelding van het plangebied wordt

verwezen

naar

de fotobijlage.

Onderstaande

afbeelding

wordt

de

begrenzing van

het

plangebied

weergegeven.

Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).

6

Voorgenomen activiteiten

Hoofdstuk 3 3.1 Algemeen

Het voornemen bestaat het plangebied te bebouwen en te verharden. In het plangebied wordt een vestiging van een Carwash Plus gerealiseerd. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, dient de jonge populier gerooid te worden. Op de onderstaande afbeeldingen wordt het wenselijke eindbeeld weergegeven.

//S 79

S;.

/o /9 /.

E EEE} L

ï ,) T

/ ê» I / 1>

7

E

o

/ Verbeelding van het wenselijke eindbeeld (bron: Ad Fontem).

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Bouwrijp maken bouwplaats; • Weghalen beplanting; • Bouwen carwash; • Aanleggen erfverharding;

3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of -gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; • Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten;

3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. 7

In deze studie wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals bouwwerkzaamheden.

Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: De invloedsfeer van de voorgenomen fysieke activiteiten is lokaal. Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden geluid, stof en trillingen waarneembaar in een gebied rondom het plangebied, maar deze effecten zijn echter incidenteel en kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingsplaatsen buiten het plangebied.

3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied wordt gelijk gesteld aan het plangebied.

Hoofdstuk 4

Gebiedsbescherming

4.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteit op beschermd natuurgebied (Natura 2000) en het Natuurnetwerk Nederland.

4.2 Natuurnetwerk Nederland Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (verder NNN genoemd). De beoordeling of de voorgenomen activiteit past in het NNN, dient met name uitgevoerd te worden in de afweging van een 'goede ruimtelijke ordening' als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing. De aanwezigheid van beschermde planten en dieren is daarbij niet direct van belang. Vanwege het grote belang voor de biodiversiteit en de betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving en regionale economie geldt een beschermingsregime voor het gehele NNN. Voor het NNN geldt de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. In de verordening is het "nee, tenzij"-regime vast gelegd. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Er kan echter aanleiding zijn om toch ontwikkelingen toe te staan. De mogelijkheid om een uitzondering te maken op de algemene lijn van behoud en duurzame ontwikkeling van wezenlijke kenmerken en waarden, is aan strikte voorwaarden gebonden.

Uiteraard geldt ook hier dat de generieke regeling van toepassing blijft (zoals de toepassing van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken) Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op 'behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN' waarbij tevens zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn.

De kernkwaliteiten binnen het NNN zijn natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteiten en beleving van rust. Voor grootschalige ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan. Daarbij worden de zogenaamde NNN-spelregels gehanteerd: her-begrenzing van het NNN, saldering van negatieve effecten en toepassing van het compensatiebeginsel. Het 'nee, tenzij'-principe en de overige spelregels hebben is opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening van Zuid-Holland. Er is door toepassing van de spelregels ruimte voor het aanpassen van de begrenzing als daarmee de doelen op een betere manier kunnen worden bereikt. Ligging t.o.v. het Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op een afstand van circa 1,2 kilometer van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven.

8

Nootdorp Ypenburg Circa 1,2 kilometer afstand tussen het plangebied en de gronden die tot NNN

Rijswijk

♦

O,(/de

3rassernout

t Haantje Vrijenban

Klein-Delfgauw

Ligging van Natuumetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt aangeduid door de rode marker. Gronden die tot het Natuumetwerk Nederland behoren worden met de groene arcering op de kaart aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl). Effectbeoordeling De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal. De voorgenomen activiteiten hebben geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuumetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied.

Wettelijke consequenties Het plangebied ligt buiten het Natuumetwerk Nederland. Omdat de bescherming van het Natuumetwerk Nederland geen externe werking kent in Zuid-Holland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties.

4.3 Natura 2000 De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Beschermingsregime De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: • de leefgebieden van vogels; • de natuurlijke habitats of habitats van soorten (art. 2.1 Wet natuurbescherming);

9

De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op (art. 2.3 Wet natuurbescherming). In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt.

Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door provincies of door de Minister van EZ. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf óf in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een 'voortoets'. Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste werkzaamheden/ontwikkelingen een (significant) negatief effect hebben (op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten). Voor alle Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijk zijn in en nabij die gebieden. Als gevolg van het opschorten van de PAS-systematiek, mogen plannen die leiden tot een verhoogde depositie van NOx/NH3 op Natura2000-gebied, niet in uitvoering gebracht worden zonder Wet natuurbeschermingsvergunning. Per 1-1-2020 is de Spoedwet stikstof van kracht.

Het doel van deze tijdelijke wet is om projecten op het gebied van woningbouw, infrastructuur en landbouw door te laten gaan. Projecten worden daartoe van 'dringend openbaar belang' verklaard.

Ligging van het plangebied t.o.v. Natura-2000 Het plangebied ligt op minimaal 8,6 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Stompwijk

Leidschendam Voorburg

Br

IS-Gravenhage Zoetermeer

$

Nootdorp

Rijswi] Monster

Poeldijk

Wateringen

Circa 8,6 kilometer afstand tussen het plangebied en de gronden die tot Natura 2000 behoren

s-Gravenzande Naald' 7—

Heenweg

Katwijkerlaan

Pijnacker

Delft Delfgauw

Blei

Berkel en Rodenrijs Bergschenhoek De Lier

Ro

Zweth

Maasdijk

De Kapel Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de okergele kleur aangeduid (bron: pdok.nl).

Stikstofgevoelige Habitattypen Niet alle habitattypen in Natura 2000-gebied zijn even gevoelig voor verzuring, als gevolg van stikstofdepositie, maar het Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal bestaat voor een aanzienlijk deel uit stikstofgevoelige habitattypen. 10

Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten De uitvoering van fysieke activiteiten in een plangebied zou kunnen leiden tot een negatief effect op instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied in de omgeving van een plangebied. Als gevolg van bouwwerkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden, zoals een toename van geluid, trillingen, kunstlicht, visuele verstoring, areaalverlies en aantasten hydrologie.

Gelet op de aard, omvang en duur van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, wordt in voorliggend geval een negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied uitgesloten. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal en gelet op de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal is een negatief effect uitgesloten. Beoordeling Stikstof Ten behoeve van de totale ontwikkeling van de nieuwbouwlocatie, wordt materieel met een verbrandingsmotor ingezet en vindt er een tijdelijke toename plaats van verkeersbewegingen als gevolg van de aan- en afvoer van bouwmaterialen, materieel en personeel. Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal ligt op een minimaal 8,6 kilometer afstand van het plangebied. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, en de afstand tussen plangebied en Natura 2000-gebied, kan een negatieve op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000, als gevolg van de activiteiten die uitgevoerd worden tijdens de ontwikkelfase en het gebruik van de Carwash uitgesloten worden. Deze conclusie wordt getrokken op basis van ervaring met stikstofberekeningen voor soortgelijke projecten, zowel qua omvang, als afstand tussen plangebied en stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12147428/1