RIS313612 Bijlage 1 - PUK de Venen
Tekst van het document
Voor het aanbieden en ophalen van afval wordt een uitwerking verwacht die de ruimtevraag voor opstelplekken en aanrijroutes rondom bouwblokken of stempels inzichtelijk maakt. Deze opstelplekken en aanrijroutes moeten voldoen aan de daarvoor geldende randvoorwaarden, zoals geformuleerd in de vastgestelde parkeerstrategie (RIS 308711) en het handboek openbare ruimte (RIS 268741). Uitgangspunt hierbij is telkens systemen en middelen zo effectief mogelijk in te zetten en het bewoners zo makkelijk mogelijk te maken hun afval te scheiden en kwijt te kunnen, zonder daarbij gebruik te maken van de schaarse openbare ruimte. Ook bestaande gebruikers van het gebied moeten zoveel mogelijk kunnen aanhaken op deze nieuwe structuur. Ook de inzamelmiddelen voor bedrijfsafval mogen niet in de openbare ruimte worden geplaatst anders dan voor de inzameling door de afvalinzamelaar. Toetsing moet plaatsvinden bij de HMS om bereikbaarheid van de voorgestelde locaties te controleren.
PUK DE VENEN - NOVEMBER 2022
57
Ondergrond kabels en leidingen Er dient rekening te worden gehouden met de aanwezige kabels en leidingen in het gebied. Kabels en leidingen tracés moeten te allen tijde bereikbaar zijn voor de netbeheerder voor beheer en onderhoud. Bij het realiseren van een ondergrondse constructie dient onderzocht te worden of kabels & leidingen (tijdelijk) moeten worden verlegd. De inrichting van de buitenruimte moet afgestemd zijn op de ondergrondse infrastructuur. Toevoegen van bomen en klimaatadaptieve maatregelen voor het vasthouden of vertragen van water kunnen beperkt worden door locaties van de bestaande ondergrondse infrastructuur. Herindeling van de ondergrondse infrastructuur kan daardoor noodzakelijk zijn om zo de benodigde ruimte te creëren voor bijvoorbeeld groeiplaatsen voor bomen. Er dient ook rekening te worden gehouden met een grotere ruimte vraag voor kabels en leidingen door het toenemen van het aantal gebruikers en in relatie tot de energietransitie. Dit dient vroegtijdig te worden afgestemd. Trafo’s en andere ondersteunende bouwwerken dienen inpandig te worden gerealiseerd en vanaf de openbare ruimte bereikbaar conform de eisen van de netbeheerders.
Riolering De huidige riolering betreft een gemengd stelsel dat is aangelegd in de jaren zestig van de vorige eeuw. De huidige riolering heeft op zich voldoende capaciteit voor de bestaande situatie en is nog niet persé aan vervanging toe, maar in het kader van ‘werk met werk maken’ is het raadzaam en logisch om de riolering in dit geval vervroegd af te schrijven en het huidige gemengde rioolsysteem te vervangen door een gescheiden rioolsysteem. Dat maakt het gebied klimaatrobuuster ten aanzien van wateroverlast, omdat het regenwater direct naar het oppervlaktewater kan worden geleid. Mogelijk hoeft dan de gemaal- en zuiveringscapaciteit niet te worden vergroot omdat het regenwater niet langer naar de zuiveringsinstallatie gaat. Andere maatregelen zoals genoemd onder duurzaamheid, groen en klimaatadaptatie (zie hoofdstuk 5.5) helpen hierbij. Uitgangspunt is om nog voor de start van de nieuwbouw en renovatie de hoofdstructuur van het gescheiden rioolstelsel aan te leggen. Het rioleringsbeleid is vastgesteld in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 (RIS 306620, vastgesteld 17-112020). Duurzaamheid speelt hierin een belangrijke rol. Ook hierin speelt duurzaamheid een belangrijke rol.
Voor de afvoer van hemelwater zijn hierin de volgende tritsen opgenomen: • schoonhouden, scheiden en zuiveren (waterkwaliteit) • vasthouden, bergen en afvoeren (waterkwantiteit) Bij afkoppelen wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: vergroenen - afvoeren naar groen – bodemvoorziening - afvoeren naar oppervlaktewater. Ook draagt het bij aan het vastgehouden van het water op de plaats waar het valt. Afkoppelen draagt hier niet per definitie aan bij maar het scheiden van het water maakt het mogelijk om het vast- en schoon te houden.
58
PUK DE VENEN - NOVEMBER 2022
Duurzaam denken en doen komt terug in het ontwerp, de aanleg, het beheer en het gebruik van riolering. Afkoppelen van hemelwater is een voorbeeld van een aanpak, waarmee zoveel mogelijk bij de bron wordt voorkomen dat water vuil wordt. Ook draagt het bij aan het vastgehouden van het water op de plaats waar het valt. Voor de nieuwbouw geldt in ieder geval, dat hemelwater en vuilwater gescheiden opgevangen moeten worden. Op basis van de concrete bouwplannen zal in afstemming met de afdeling Stedelijk Beheer van de Gemeente nader moeten worden onderzocht wat de consequenties zijn voor het rioolsysteem.
Buitenruimte beheer Voor beheerders van de buitenruimte is het van belang dat de openbare ruimte duidelijk is gedefinieerd, zodat zij weten wat ze wel en niet moeten beheren. Uitgangspunt is dat de ruimte buiten de bouwblokken in Hoogveen en de stempels in Mosveen met uitzondering van eventuele voortuinen of Delftse stoepen, openbaar is. De ruimte binnen de bouwblokken in Hoogveen is eigendom van een VvE. Uitgangspunt is dat de ruimte binnen de blokken in de stempels in Mosveen openbaar wordt. Dit betekent niet dat dit onwrikbaar is. Een belangrijk middel om eigenaarschap ook over de openbare ruimte te bevorderen is de invulling en het onderhoud deels samen met de bewoners te bepalen of nog een stap verder, door mede- of zelfbeheer te stimuleren. Het groen binnen en buiten de bouwblokken en stempels moet zowel bijdragen aan verblijfskwaliteit, bewegen en ontmoeten als aan biodiversiteit, klimaatadaptiviteit en hittestress. Het uitgangspunt is daarom verder te denken dan de kosten van aanleg. Er moet gezocht worden naar de mogelijkheid om binnen de economische levensduur te voldoen aan al deze functie-eisen. Dat vraagt om ontwikkelend beheer, niet om statisch in stand te houden wat er is.
PUK DE VENEN - NOVEMBER 2022
59
5.4
Logistiek, parkeren en mobiliteit
Mobiliteitstransitie De mobiliteitstransitie (Strategie Mobiliteitstransitie Den Haag 2022-2040, RIS 310664) zet in op de stadsvriendelijke mobiliteit volgens zes criteria: veilig, efficiënt, schoon, ‘op maat’, betaalbaar en verbonden (met de stad en verder). Daarvoor is een systeemverschuiving nodig op drie niveaus: • De ruimte voor infrastructuur wordt beter benut door
•
•
60
voorrang te geven aan lopen, fietsen, deelmobiliteit en openbaar vervoer. De verschillende mobiliteitsoplossingen worden meer integraal en van deur-tot-deur georganiseerd, ondersteund door digitale technologie. Een verandering in reisgedrag wordt gestimuleerd, door de mobiliteitsbehoefte van reizigers centraal te stellen en hen vervolgens te verleiden tot veilige, efficiënte en schone keuzes.
PUK DE VENEN - NOVEMBER 2022
Bij een succesvolle mobiliteitstransitie komt er ruimte vrij voor andere zaken die de leefbaarheid zowel ruimtelijk, sociaal als economisch kunnen verhogen. Door mobiliteit bovendien actiever, schoner en stiller te maken, verbetert het welzijn van inwoners, bezoekers en gebruikers van kantoren, bedrijven en voorzieningen in de stad. STOMP-principe Om de mobiliteitstransitie te laten slagen moet daar in zowel het ontwerp van de openbare ruimte als van de gebouwen rekening mee worden gehouden. Dat doen we onder andere door te ontwerpen volgens het ‘STOMP-principe’: stappen, trappen, Openbaar vervoer, MaaS (mobility as a service: een verzamelnaam voor mobiliteitsdiensten als deelmobiliteit) en privéauto. Dit betekent dat bij elke ontwerpstap de prioriteit uitgaat naar de volgorde voetganger, fietser, het openbaar vervoer en ‘MaaS’. Het faciliteren van de privéauto vormt het sluitstuk.
Voetganger Kwalitatief goede, prettige en veilige looproutes naar belangrijke functies en voorzieningen zoals winkelcentra, OV-haltes, scholen, maatschappelijke functies en groenvoorzieningen. Deze routes Moeten voldoende ruimte hebben voor verblijf en ontmoeting voor alle doelgroepen en leeftijden. Op korte afstand van de woning met name voor de allerjongsten, de ouderen en de kwetsbaren. Voor andere doelgroepen moeten goede looproutes naar de ontmoetingsplekken worden gecreëerd. Daarnaast moeten er looproutes zijn naar maatschappelijke voorzieningen (vlakke routes, met voldoende rustpunten en plek voor ontmoeting en verblijf). Ook moeten er looproutes zijn voor de iets oudere kinderen naar speelplekken en sportvoorzieningen in de omgeving. Richting het OV moeten fijne directe vlakke looproutes worden ingepast. Voor De Venen betekent dat we kwalitatief goede, prettige en veilige looproutes naar bijvoorbeeld de tramhalte van lijn 4 en naar de Anne Frankschool. Verblijfsgebieden worden ingericht als 30 km/uur straten zodat de oversteekbaarheid van de straten goed is. Bij hoofdwegen sluiten de belangrijke looproutes aan op oversteekvoorzieningen. Fietser Het moet makkelijker zijn voor bewoners om de fiets te pakken dan de auto. De fietsroutes naar voorzieningen moeten verbeterd worden.
Fietsenstallingen in de woonblokken en bij voorzieningen moeten daarom op logische en goed bereikbare plekken liggen en zeer laagdrempelig toegankelijk zijn. Er is apart beleid voor fietsparkeren (RIS294386). Het fietsparkeren voor bewoners wordt op eigen terrein opgelost. Dit mag via een berging of collectieve fietsenstalling. Uitgangspunt voor het oplossen van bezoekers fiets parkeren is op eigen terrein. Waar dit redelijkerwijs niet past is er overloop mogelijk in de verharde ruimtes tussen de parkeerplekken. Groen of parkeerplekken opofferen voor fiets parkeren kan alleen wanneer er nog steeds wordt voldaan aan beleid. Ruimte voor bezoekers fiets parkeren gaat niet ten koste van bestaande bomen of ruimte voor de
voetgangersgebied Fietspaden Langzaam verkeersnetwerk voetganger. Bij de torens is dit niet altijd mogelijk en kan het bezoekersparkeren in beperkte mate worden opgelost in de openbare ruimte. Het bezoekersparkeren wordt dan zo dicht mogelijk bij de entree opgelost. Vanuit beheer is het wenselijk om dit zoveel mogelijk in de parkeerstrook (voor auto’s) onder te brengen. Naast het privé parkeren voor fietsen zetten we ook in op deel(bak)fietsen. Deze zijn bedoeld voor bewoners en worden dus op eigen terrein opgelost. Voor deelscooters zoeken we een plek in de openbare ruimte, deze worden namelijk zowel door bewoners als bezoekers gebruikt.
Openbaar vervoer Haltevoorzieningen moeten comfortabel zijn, denk hierbij aan voldoende fietsnietjes waar fietsers hun fiets kunnen parkeren. Routes voor voetgangers en fietsers naar haltes moeten voldoende breed, sociaal veilig en aantrekkelijk zijn. De routes moeten bij voorkeur langs voorzieningen leiden, waarbij er rekening dient te worden gehouden met de directe verbinding richting de haltes. Een geplande ‘schaalsprong OV’ zet in op een betere verbindingen door bijvoorbeeld door versnelling, verlenging en uitbreiding van het openbaar vervoer-netwerk en het beter aanbieden van voor- en natransport richting de haltevoorziening. Het mobiliteitsaanbod wordt hierdoor vergroot
PUK DE VENEN - NOVEMBER 2022
61
en de auto-afhankelijkheid verminderd. Om de verbinding met het Westland te verbeteren is de intentie om op lange termijn tramlijn 4 door te trekken naar het Westland en op middellange termijn het aanleggen van de tangent Kijkduin-Rijswijk. Mobility as a Service Het aanbieden van fijnmazig netwerk van (deel-) mobiliteit in de buurten kan de noodzaak voor het bezitten van een privéauto verkleinen als deze past bij de verschillende doelgroepen en reismotieven. Hierbij kan gedacht worden aan zowel (elektrische) deelfietsen, deelbakfietsen, deelscooters en deelauto’s die op straat staan geparkeerd, binnen de bouwblokken en/of in ‘mobiliteitshubs’ in de buurt in combinatie met bijvoorbeeld een fietsenmaker en pakketafleverpunt. Privéauto De infrastructuur voor de rijdende auto neemt veel ruimte in beslag en daarnaast is er in het openbaar gebied veel ruimte nodig om een privéauto te kunnen parkeren. Deze privéauto vormt daarom het sluitstuk in het ontwerpen van zowel het stedenbouwkundig plan als de bouwblokken. Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten: • Het aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte neemt af ten opzichte van de huidige situatie en wordt in de nieuwe situatie maximaal 262 parkeerplaatsen. • Er wordt in de huidige planvorming gerekend met een bezoekersnorm van 0,15 parkeerplaats per appartement en 0,20 parkeerplaats per eengezinswoning.
Dit sluit aan bij het recent vastgestelde parkeerbeleid (RIS 294386). • Het aantal parkeerplaatsen voor bewoners is conform de recent vastgestelde Nota Parkeernormen. Een nieuwbouwontwikkeling voorziet op eigen terrein in de parkeerbehoefte. Er is reductie mogelijk door de inzet van deelmobiliteit en het toepassen van dubbelgebruik tussen woningen en voorzieningen.
62
PUK DE VENEN - NOVEMBER 2022
Gebouwde parkeervoorzieningen Ontsluitingswegen •
•
Per bouwplan-ontwikkeling moet een sluitende parkeerbalans zijn. Voor De Venen betekent dit dat voor Hoogveen, Beresteinlaanblok en Mosveen afzonderlijk een sluitend parkeerbalans moet zijn. Op basis van de huidige planvorming zijn de BEBO-woningen uit het Mosveen hierop een uitzondering, zij gaan parkeren in de parkeergarage onder het Beresteinlaanblok. Binnen de planontwikkeling is er gekozen om twee autovrije woongebouwen in Mosveen te realiseren. Dit is een pilot, die later in dit hoofdstuk verder wordt toegelicht.
Ontsluitingsroutes en gebouwde parkeervoorzieningen Parkeren en deelmobiliteit In de parkeerstrategie Den Haag 2021-2030 (RIS308711) is de mogelijkheid opgenomen om in verdichtingsgebieden zoals Den Haag Zuidwest een parkeerregime in te voeren. Voor de ontwikkeling van De Venen is de invoering van een parkeerregime het uitgangspunt.
De Nota Parkeernormen (RIS309940) is leidend. Hierin zijn parkeernormen opgenomen voor verschillende functies, ook de spelregels voor het hanteren van deelmobiliteit zijn hierin vermeld. Deelmobiliteit wordt alleen toegepast voor het parkeren op eigen terrein, dus alleen voor Hoogveen en het Beresteinlaanblok. Bij de toepassing van deelmobiliteit wordt rekening gehouden met de betaalbaarheid voor de bewoners. Omdat het één van de eerste grootschalige ontwikkelingen is met hoge percentages deelmobiliteit, is het noodzakelijk om de effecten van de inzet van deelmobiliteit te monitoren (ook conform de Nota Parkeernormen). Dit is een gezamenlijke taak van de gemeente en de WOM DHZW. Pilotblok mobiliteitstransitie Voor een tweetal renovatieblokken starten we een pilot. De bewoners van deze twee blokken komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning op openbare straat en hebben ook geen beschikking over parkeerplaatsen op eigen terrein. Daarvoor in de plaats zorgt de WOM DHZW voor mobiliteitsalternatieven. Er wordt minimaal ingezet op meerdere vormen van deelmobiliteit en een goed toegankelijke fietsenberging. Om de loopafstanden te beperken worden voor de pilot de twee renovatieblokken gekozen die het dichtst bij de tramhalte van lijn 4 liggen. Omdat er sprake is van een pilot is monitoring van de situatie noodzakelijk.
Indien het bij de uitwerking van de pilot blijkt dat niet voldoende kan worden ingezet op duurzame mobiliteitsalternatieven, dan gaan partijen op zoek naar andere oplossing.
Parkeerregime Een parkeerregime is nodig om af te dwingen dat bewoners de gebouwde parkeervoorzieningen gaan gebruiken voor het parkeren van hun auto’s, in plaats van de plekken in de openbare ruimte. Hiermee wordt de parkeerdruk op straat beperkt en is het mogelijk om een kwaliteitsverbetering in de openbare ruimte te realiseren en wordt leegstand in parkeergarages voorkomen. Bewoners van nieuwbouwwoningen komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning op straat. Parkeren op straat is primair bedoeld voor bezoekers, deelauto’s, speciale plekken (invalide, artsen, ect.) en voor de te handhaven bestaande en renovatiewoningen, die geen gebouwde parkeervoorzieningen tot hun beschikking hebben. Daarnaast komen de bewoners van de pilot in Mosveen niet in aanmerking voor een parkeervergunning op straat.
Uitgangspunt is om entrees naar parkeergarages van woonblokken zo dicht mogelijk bij de ontsluiting van de buurt te leggen. Op wijkniveau ontstaat hierdoor meer exclusieve verkeersruimte voor langzaam verkeer en voor openbaar groen, speel- en ontmoetingsruimte. Bij Mosveen is dit niet te realiseren omdat hier de woningen hoofdzakelijk worden gerenoveerd.
Ontsluiting van de wijk Een verdichtende stad betekent meer mobiliteit en logistieke bewegingen (woon-werkverkeer, bevoorrading, pakketbezorging, bouw, ect.). Om de luchtkwaliteit en de verkeersveiligheid in de wijk te verbeteren vraagt het genoemde STOMP-principe om een andere inrichting van zowel bouwblokken als de buurt.
Bij het blok Hoogveen wordt een ventweg aan de Meppelweg gerealiseerd om te voorzien in de verkeersafwikkeling van de voorzieningen en ontsluiting van de parkeergarages. Op de ventweg voorzien we in een paar laad- en losplaatsen (met tijdvenster) zodat logistiek verkeer geen belemmering vormt voor de doorstroming.
De bouwblokken zijn in de meeste gevallen slechts vanaf één zijde bereikbaar met de auto. Aan die kant bevindt zich dan de entree naar de parkeergarage maar ook een afvalpunt waar de vuilniswagen haar afval ophaalt en een pakketpunt waar de pakketbezorgers hun pakketjes kunnen achterlaten in een pakketautomaat. Zware spullen zoals een wasmachine ect. zullen met een steekwagen o.i.d. tot aan de voordeur moeten worden gereden.
PUK DE VENEN - NOVEMBER 2022
63
5.5
Duurzaamheid
Duurzaamheidskader De Nota Duurzaamheid “Schone energie in een groene stad” (RIS301829) beschrijft op hoofdlijnen hoe Den Haag de energievoorziening, leefomgeving, mobiliteit en het grondstoffengebruik toekomstbestendig wil maken. Voor de herontwikkeling van De Venen betekent dit dat er gebouwen omgevingsmaatregelen nodig zijn. Voor de verschillende thema’s (energie, groen, water, mobiliteit, circulariteit, etc.) zijn specifieke beleidsnota’s opgesteld. In volgorde van de Nota Duurzaamheid wordt de betekenis van de relevante beleidsnota’s voor de herontwikkeling van De Venen onderstaand beschreven. Het team Duurzame Leefomgeving (S&P) is beschikbaar voor advies op projectniveau. Duurzame energievoorziening Den Haag heeft de ambitie om in 2030 een klimaatneutrale stad te zijn. Daarvoor moet de Haagse energievoorziening aangepast worden. De energievoorziening van nieuwbouw dient daarom gelijk toekomstbestendig, zonder aardgasaansluiting (wettelijk), ontwikkeld te worden. De gekozen energievoorziening moet passen bij de oplossingsrichting die in het Stedelijk EnergiePlan (RIS306869) en het ontwerp van de Transitievisie warmte (RIS310442) vastgesteld is voor dit deel van de stad. Omdat nieuwbouw vanwege de goede isolatie met lage temperaturen verwarmd kan worden is het gebruik van hoge temperatuur stadsverwarming onwenselijk.
Die warmte is nodig voor de verwarming van bestaande woningen en gebouwen. Voor de nieuwbouw dienen de (ondergrondse) warmtevoorzieningen afgestemd te zijn op omliggende projecten en de ODH. Platte daken op de locatie dienen optimaal gebruikt te worden voor energievoorziening (elektriciteit, warm water) in combinatie met groene, blauwe en/of witte daken.
64
PUK DE VENEN - NOVEMBER 2022
Den Haag voert duurzaambouwenbeleid met de integrale prestatie-instrumenten GPR of BREEAM. De ambitie voor GPR is minimaal een 8 voor de thema’s milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde en 9 voor energie. Wordt gekozen voor BREEAM dan is de norm minimaal vier sterren. Veel nieuwbouw in Den Haag en Nederland laat zien dat dit gangbaar is. Deze instrumenten helpen om duurzaam te bouwen met een maximale vrijheid voor ontwikkelende partijen. Bij een hogere prestatie kan korting gegeven worden op legeskosten (zie Nota Duurzaamheid “Schone energie in een groene stad” (RIS301829)).
Duurzame leefomgeving Stadsnatuur In Den Haag zien we de natuur als belangrijk onderdeel van onze stad. Een stad met een vitale stadsnatuur is een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (RIS 305824) zijn handvatten opgenomen waarmee we werken aan een gezond stadsecosysteem met meer biodiversiteit. Een groene stad heeft veel te bieden aan inwoners. Bomen en planten zorgen immers voor verkoeling tijdens warme zomers en bieden een aangename plek voor bewoners om te verblijven. Een groene stad is ook beter toegerust om mee te bewegen op veranderingen in het klimaat, zoals uitschieters in temperaturen en neerslag. Een stad waar veel verschillende planten- en diersoorten zoals vlinders en vogels voorkomen, blijkt positief te zijn voor het welzijn van mensen. Een hoge biodiversiteit zorgt ervoor dat lastige soorten minder kans krijgen en er genoeg natuurlijke vijanden zijn om plaagsoorten in toom te houden. Een belangrijke voorwaarde voor een gezond stadsecosysteem is de aanwezigheid van een uitgebreid netwerk van groengebieden die onderling met elkaar verbonden zijn. De groengebieden zijn de belangrijke kerngebieden voor allerlei planten- en diersoorten. De ecologische verbindingszones zorgen als robuuste brede groenblauwe structuren voor de verbinding van deze gebieden. Zo kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen en functioneren deze daarnaast ook als belangrijke leefgebieden.
In deze nota wordt de nadruk gelegd op een optimale ecologische inrichting door middel van vuistregels voor biotopen en -beheer, behoud en de mogelijke uitbreiding van de ecologische verbindingszones. Is extra ruimtebeslag van een niet-ecologische functie onvermijdelijk dan moet de inpasbaarheid hiervan worden onderzocht. Uitgangspunt is om bomen en groen te behouden. Wanneer dit niet mogelijk is wordt er gekeken naar compensatie.
Naast het behoud en de ontwikkeling van bovengenoemd netwerk, wordt aandacht besteed aan het rekening houden met leefomstandigheden van planten en dieren bij beheer en inrichting van groen in brede zin. We werken aan een natuurinclusieve stad met een ecologisch gezond stadswatersysteem, het beheersbaar houden van overlast gevende planten en dieren en zetten we in op monitoring van onze stadsnatuur. Bij elke (her)inrichting en omvorming van de openbare ruimte stellen we een natuurkansenscan verplicht. Ontwerpen die ter beoordeling worden voorgelegd aan de Adviescommissie Openbare Ruimte worden, mede op basis van de natuurkansenscan, ook beoordeeld op het gebied van stadsnatuur. Natuurinclusief denken én werken wordt zo steeds meer een vanzelfsprekend onderdeel van het ontwerpproces. De Natuurkansenscan is opgenomen in bijlage 6 van de Nota Stadsnatuur. Stadsbomen In Den Haag vinden we onze bomen van oudsher belangrijk. Alle stadsbomen vormen samen een stadsbomennetwerk, wat parken, bossen, tuinen, lanen en groengebieden tot in de haarvaten met elkaar verbindt. Dit netwerk is uiteraard voor planten en dieren belangrijk. Maar het Haagse stadsbomennetwerk vervult in totaliteit verschillende functies en ecosysteemdiensten, en draagt bij aan de gezondheid en leefkwaliteit van een ieder in Den Haag, mens en dier.
In de Nota Stadsbomen (RIS307827) zijn concrete doelen geformuleerd om de leefkwaliteit te verbeteren: we werken aan de toekomstbestendigheid van ons stadsbomennetwerk en we willen 5% meer kroonoppervlak in onze stad in 2030.
De bijdrage van bomen aan de leefkwaliteit hangt af van de maat van de kroon. Dit is te meten met het kroonoppervlak. Met het opstellen het bomenbeleid heeft de gemeente een methode gekozen die uitgaat van kroonoppervlak. Het beleid is +5% toe te voegen om zodoende het totale kroonoppervlak in de stad te vergroten. Om meer kroonoppervlak te maken zijn goede groeiplaatsen voor bomen essentieel (Handboek Openbare Ruimte). De boom groeit anders niet goed, kan niet goed presteren, sterker nog, hij kan overlast veroorzaken. Meer kroonoppervlak is ook te realiseren door extra bomen te planten en bestaande bomen goed te beheren. Ook op particulier terrein liggen hiervoor kansen. Het behoud van bomen is van groot belang voor de leefkwaliteit in de stad. Dit is het uitgangspunt voor de programmering en het ontwerp van de gebouwen en openbare ruimte. De kwaliteit van de bomen speelt mee in de afwegingen. Wanneer bomen zeer waardevol zijn, is het nog belangrijker ze te behouden. Ook in De Venen is/wordt de waarde van bomen en bomengroepen geïnventariseerd (Planbeoordeling Haagse Bomen). In de ontwerpfase wordt rekening gehouden met de bestaande bomen en wordt een BomenEffectAnalyse (BEA) opgesteld. Wanneer het behoud van bomen dit niet mogelijk is, gaan we uit van verplanten naar bij voorkeur een nieuwe plek nabij de locatie waar de boom stond.
Wanneer verplanten onmogelijk is en kappen onvermijdelijk, dan is de afspraak om de bomen op een goede wijze te compenseren waarbij bomen in het plangebied terugkomen met dezelfde orde van grootte. In de bestuurlijke besluitvorming dient altijd een bomenbalans met toelichting te worden opgenomen (Routeboek Stadsbomen in Projecten, bijlage van de Nota Stadsbomen RIS307827).
Duurzame grondstoffen Circulair bouwen Het Rijk heeft een forse ambitie: Nederland 100% circulair in 2050 (met als tussenstap 50% circulair in 2030). Den Haag zet in het Grondstoffenplan (RIS310284) stappen uiteen om te komen van afval tot grondstof, o.a. op het gebied van bouw- en sloopafval. Alles wat we nu weggooien kan de grondstof zijn voor iets nieuws. Dat vraagt om een andere aanpak, o.a. op het gebied van inkoop, ontwerp en bouw. Gemeente Den Haag doet daarnaast mee in het Programma Samen Versnellen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, en is één van de mede-ondertekenaars van de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen. Er wordt daarbij o.a. ingezet op biobased bouwen (gebruik maken van materiaal dat CO2 opslaat en hernieuwbaar is) en geïndustrialiseerd conceptueel bouwen (bouwproductie versnellen en milieu-impact verlagen). De sloop en nieuwbouw die bij deze herontwikkeling gaat plaatsvinden biedt grote kansen qua circulariteit. Maak in een vroeg stadium een sloopplan en inventariseer welke (bouw)materialen geschikt zijn voor hergebruik. Hierbij wordt o.a. gekeken naar de kwaliteit van de materialen als ook de losmaakbaarheid. Deze lijst van herbruikbare materialen kan als input dienen voor het nieuwbouwproces. Voor nieuwe bouwmaterialen dienen materiaalpaspoorten te worden opgesteld, zodat deze in de toekomst hergebruikt kunnen worden.
Zet in op gebruik van materialen met een zo laag mogelijke CO2-uitstoot of zelfs klimaatneutraal of –positief zijn (bijvoorbeeld duurzaam hout).
Als je aan toekomstbestendigheid denkt dan is het allereerst van belang om de basis goed te behouden en deze basis daarnaast te versterken. Wanneer we een ontwerp voor (her) inrichting maken met bomen dan doen we dat primair met behoud van bestaande bomen en met aandacht voor diversiteit, ecologie en het maken van diverse microklimaten in onze stad.
PUK DE VENEN - NOVEMBER 2022
65
Natuurinclusief bouwen Voor deze ontwikkeling geldt het Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen. Dat betekent dat dit project een aantal punten moet halen volgens dit puntensysteem. Er moeten maatregelen toegepast worden uit drie categorieën: groene daken/groene gevels, verblijfplaatsen en omgevingsmatregelen. Verder is het verplicht om een ecoloog te betrekken bij de planontwikkeling en om een beheer-en onderhoudsplan te maken. Het puntensysteem is in de naastgelegen tabel te zien en is ook via volgend risnummer in te zien in het raadsinformatiesysteem: RIS313059. Den Haag wil hiermee groen- en natuurinclusief bouwen in de stad bevorderen. Dit levert een bijdrage aan de biodiversiteit, aan de klimaatopgave door vermindering van hittestress en wateroverlast, aan de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend aan het welzijn en de gezondheid van mensen. Alle grootschalige nieuwbouwprojecten in Den Haag moeten voldoen aan het Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen. Bij fasering en deelprojecten zal er opnieuw een beoordeling plaatsvinden op basis van de omvang van het deelplan.
66
PUK DE VENEN - NOVEMBER 2022
Ecologie, natuurinclusiviteit flora en fauna Het groen in de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (RIS300506) heeft vele functies, één daarvan is de functie als stedelijk natuurnetwerk. Wat wil zeggen de drager van de stedelijke natuur en verbindingsstructuur voor de omliggende natuur. Het plangebied ligt niet binnen deze Stedelijke Groene Hoofdstructuur. Op basis van de Wet Natuurbescherming (met ingang van 1 januari 2017, voorheen de Flora- en faunawet) geldt er een beschermingsplicht voor planten- en diersoorten. De wet bevat verbodsbepalingen voor het verwijderen van beschermde plantensoorten van hun groeiplaats en het beschadigen of verstoren van voortplantings- of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten. Voor deze ontwikkeling is het noodzakelijk om de Natuurkansenscan uit te laten voeren. Onderdeel hiervan is bovendien een flora- en fauna-onderzoek om te achterhalen of er beschermde soorten in of rond het ontwikkelingsgebied aanwezig zijn. Deze scan is bij elke herinrichting en omvorming van de openbare ruimte verplicht. Een ander uitgangspunt is om gezonde bomen zoveel mogelijk te handhaven of te verplanten of, als het echt niet anders kan, te herplanten. In dat geval is een boomwaardetaxatie verplicht, ook voor een eventuele kapvergunningsprocedure. In de planontwikkeling is handhaving van de straatbomen in de openbare ruimte het uitgangspunt.
De impact van de bouwactiviteiten is echter dermate groot dat nader onderzoek nodig is om te beoordelen of dit in alle situaties realistisch is. Door de combinatie van nieuwbouw en profielaanpassing is er voor de noord-west zijde van Hoogveen al op voorhand voor gekozen om de bestaande bomenrij niet als te handhaven aan te geven, maar een nieuwe bomenrij in een groene berm op grotere afstand van de nieuwe gevel als uitgangspunt voor de verdere planvorming op te nemen. Uitgangspunt voor de ontwikkelingen in De Venen is dat waar kappen van bomen op eigen/uitgegeven terrein niet te voorkomen is de herplant binnen het uitgegeven terrein plaatsvindt.
Duurzame leefomgeving Klimaatadaptatie Volgens de laatste scenario’s van het KNMI zal klimaatverandering ertoe leiden dat we in Nederland vaker te maken krijgen met hevige regenbuien, meer dagen met tropische temperaturen, langere droge perioden en een verdere stijging van de zeespiegel. Dergelijke weersextremen kunnen veel schade en overlast veroorzaken, ook op het gebied van gezondheid. De Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS308744) biedt ontwerpprincipes om gebouwen en de (directe) omgeving klimaatbestendig te ontwerpen en in te richten. De sponswerking van de stad moet vergroot worden om wateroverlast, droogte en hittestress tegen te gaan. Bij een regenbui van 70mm/u mag er geen schade ontstaan aan gebouwen en infrastructuur vanuit de openbare ruimte. De routes voor nood-en hulpdiensten moeten bij deze bui begaanbaar blijven. Ook in de omgeving van De Venen komen hittestress en wateroverlast voor (zie de Klimaatatlas van Den Haag). Naast maatregelen op en aan gebouwen die gericht zijn op het buitenhouden van de zomerse zon of verkoeling (overstekken, groene daken, verticaal groen, geveltuintjes) bieden bomen schaduw en verkoeling in de zomer. Samen met extra groen houden ze ook regenwater vast. Bomen vormen daarom ons groene kapitaal.
Uitgangspunt is een omkering in het denken over de openbare ruimte zodat deze klimaatadaptiever wordt: • Groen tenzij: In principe is alle openbare ruimte onverhard tenzij er een goede reden is voor verharding. • Wateroverlast/ droogte: Houd hemelwater vast, berg het, hergebruik en/of infiltreer het en voer het eventueel vertraagd af. • Hittestress: Voeg schaduw toe, verdamp middels groen en water en gebruik warmtewerende materialen. De Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig biedt handvatten en kaders voor de concrete vertaling van deze ontwerpprincipes.
PUK DE VENEN - NOVEMBER 2022
67
Plan- MER Zuidwest Den Haag Zuidwest staat voor grote opgaven. Door demografische ontwikkelingen en volkshuisvestingsbeleid is de wijk veranderd in een wijk met relatief veel sociaalmaatschappelijke achterstanden. De ambitie is om Zuidwest te transformeren naar een vernieuwd en eigentijds deel van de stad, met een groene, stedelijke leefomgeving, waar mensen met verschillende achtergronden kunnen groeien en ontwikkelen en waar het prettig samenleven is. Om ervoor te zorgen dat in Zuidwest voldoende mensen woonruimte kunnen vinden en tegelijkertijd de leefbaarheid op peil wordt gebracht, stelt de gemeente een Structuurvisie voor Zuidwest op. De m.e.r.-plicht houdt in dat een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen, met als resultaat een milieueffectrapport (plan-MER) dat met de ontwerp-Structuurvisie ter inzage wordt gelegd. Het MER is naast een plan-MER bij de Structuurvisie Zuidwest, een project-MER bij de ontwikkeling in Dreven, Gaarden en Zichten en als basis te gebruiken bij de m.e.r.-beoordeling voor andere vervolgbesluiten binnen het plangebied, zoals de voorliggende ontwikkeling van De Venen.
68
PUK DE VENEN - NOVEMBER 2022
Het ruimtelijk besluit bij het uiteindelijke plan voor De Venen moet gepaard gaan met een toets aan de effectbeoordeling uit dit MER, waarmee onderbouwd wordt of het plan voor De Venen past binnen de onderzochte effecten. Om deze toets gemakkelijker te maken zijn verwachte effecten voor specifiek De Venen beschreven in dit MER. Daarnaast is het plan van De Venen getoetst aan de ambities voor Zuidwest. Voor diverse (milieu)thema’s zijn de effecten beschreven. Per thema heeft dit geresulteerd in een effectbeoordeling voor de ontwikkeling van De Venen. Door voortschrijdend inzicht kunnen bijvoorbeeld de woningtypen, aantal parkeerplaatsen en verkeersafwikkeling nog wijzigen. Er is daarom bewust gekozen om voor zowel het woningbouwprogramma als het voorzieningenprogramma voor De Venen bandbreedte mee te nemen. Door deze bandbreedte leiden dergelijke wijzigingen van het plan naar verwachting niet tot wezenlijke veranderingen ten aanzien van de beschreven effecten.
Het uiteindelijke plan wordt niet alleen getoetst aan de effectbeoordeling uit het plan-MER maar ook aan de spelregels die volgen uit het plan-MER. Eén van de resultaten van het plan-MER is dat er een spelregelkader wordt vastgesteld waar alle toekomstige ontwikkelingen binnen Zuidwest dienen te voldoen. Dit spelregelkader wordt vastgesteld samen met de structuurvisie en plan-MER. Het uiteindelijke plan zal moeten worden getoetst aan deze spelregels.
Wind en bezonning + beleidsaspect Wind en zon zijn medebepalend voor de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte. Wind en zon hoeven niet altijd te worden benaderd als hinderfactoren, maar kunnen ook worden gezien als kansen voor het programmeren van de openbare ruimte en het modelleren van de architectuur, bijvoorbeeld met zon- en schaduwactiviteiten of het ontwerpen van luifels of arcades voor beschutting. Uitgangspunt is dat de openbare ruimte onder alle weersomstandigheden een passende inrichting krijgt en uitnodigt om te verblijven, te bewegen en elkaar te ontmoeten. De inrichting van de openbare ruimte en architectuur werken hier samen en versterken elkaar zo dat er zowel voldoende zon als (half)schaduw is. Het streven is dat er in de collectieve of openbare ruimte voldoende capaciteit is voor de hoeveelheid bewoners in een buurt om een koele plek te vinden binnen 100 meter van de woning, dat hier beschaduwde of juist zonnige routes naartoe leiden en dat er variatie is in beplanting. Voor het stedenbouwkundig schetsontwerp is een bezonningsstudie en windonderzoek verricht om te kunnen beoordelen wat de invloed van de nieuwbouwontwikkelingen is op windklimaat en bezonning. Hierbij moet voor de omliggende woningen worden voldaan aan de Haagse bezonningsnorm (RIS170509).
Afhankelijk van de te doorlopen procedure moet bij de aanvraag van de omgevingsvergunning worden onderbouwd dat aan deze norm wordt voldaan. Voor windhinder wordt als uitgangspunt een kwalificatie ‘goed,voldoende, matig of slecht’ gehanteerd, zoals genoemd in de NEN8100 voor de betreffende activiteit. Als ondergrens moet minimaal een ‘matig’ (zoals gekwalificeerd in NEN 8100) windklimaat worden nagestreefd. Rond de entrees van gebouwen wordt daarbij uitgegaan van slenteren, op ontmoetingsplakken in de openbare ruimte wordt uitgegaan van verblijven.
PUK DE VENEN - NOVEMBER 2022
69
Water De Venen valt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland. Delfland zet hiertoe in op stedelijk waterbeheer (maatregelen bij de bron) en werkt samen met gemeenten aan klimaatadaptatie om de zorgplicht ‘droge voeten’, ‘stevige dijken’ en ‘schoon water’ te kunnen waarmaken. In de ‘Handreiking watertoets voor gemeenten’ is aan de hand van de verschillende aspecten van de waterhuishouding alle relevant beleid opgenomen. Belangrijk uitgangspunt voor Delfland is dat de waterhuishouding door ruimtelijke veranderingen niet mag verslechteren (‘standstill beginsel’). Daarnaast geldt dat elke ruimtelijke ontwikkeling zelf een bijdrage moet leveren aan de klimaatopgave op watergebied. Dat betekent dat de waterhuishouding door ruimtelijke veranderingen bovenop het ‘standstill beginsel’ in een extra buffer moet voorzien om heviger buien op te kunnen vangen. In het kader van het Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland (RIS 300633) ondertekend door o.a. gemeente, Hoogheemraadschap van Delfland en Heijmans, is het uitgangspunt afgesproken om op de bouwvelden minimaal 50 mm van piekbuien (70 mm in 1 uur) op privaat terrein te bergen en vertraagd af te voeren (min. 24 – max. 48 uur) middels bijvoorbeeld groene daken of waterbassins in combinatie met ondergrondse parkeerkelders.
De gemeente Den Haag heeft een vertaling in de “Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig” gemaakt. Uitgangspunt is om de eisen vanuit de “Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig” in het plan te verwerken.
70
PUK DE VENEN - NOVEMBER 2022
Uitgangspunt is om de wateropgave ten gevolge van de toename van verharding volledig in oppervlaktewater te realiseren. De wateropgave ten gevolge van de klimaatverandering tot 2050 wordt ook bij voorkeur in oppervlaktewater aangelegd in het plangebied/ poldergebied. Als dat laatste aantoonbaar niet mogelijk is, zal het ontbrekende deel van de wateropgave worden aangevuld met vasthoudmaatregelen in de openbare ruimte en op gebouwen. Deze vasthoudmaatregelen moet voldoen aan de prestatievoorwaarden volgens de Richtlijnen voor vasthoudmaatregelen zoals gesteld door het Hoogheemraadschap Delfland. De totale wateropgave komt voor rekening van de ontwikkelaar. Bij de verdere planuitwerking zal de optimale combinatie van maatregelen op gebieds- en gebouwniveau worden bepaald om te voldoen aan de waterhuishoudkundige opgave vanuit het beleid van Delfland enerzijds. En anderzijds aan de provinciale en de gemeentelijke ambities op het gebied van klimaatadaptatie als invulling van de afspraken vanuit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen dat door alle betrokken partijen worden onderschreven.
Luchtkwaliteit en stikstof Voor de bouwplannen en eventuele bestemmings/ omgevingsplannen dienen onderzoeken voor luchtkwaliteit uitgevoerd te worden en dienen berekeningen te worden gemaakt in het kader van de stikstofproblematiek. In de verdere uitwerking richting een bouwplan zal hieraan worden gerekend en worden bekeken hoe hiermee om te gaan (salderen per kavel/buurt/wijk/programma). De onderzoeksresultaten en eventuele knelpunten zullen bepalend zijn voor de maatregelen om aan de gestelde eisen te kunnen voldoen. Externe veiligheid Met de landelijke risicokaart kan onderzocht worden of er relevante risicobronnen in de directe nabijheid van de projectlocatie liggen. Hierbij moet zowel gekeken worden naar de plaatsgebonden risico-contouren groter dan 10–6/ jaar als individuele risico-elementen, te weten risicovolle inrichtingen (bedrijfsactiviteiten) en transport van gevaarlijke stoffen. Volgens de verwachtingskaart ligt het plangebied niet binnen het NGE-risicogebied en worden er geen “niet geëxplodeerde explosieven” verwacht.
Bodem Vanaf 1 januari 2006 geldt de wijziging van Wet bodembescherming (Wbb). Hierbij geldt dat bij het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht. De gewijzigde wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im-) mobiliteit van de verontreiniging. Op de ontwikkellocatie zal bodemonderzoek moeten plaatsvinden om onder andere te uit te sluiten dat de bodem is verontreinigd met PFAS (Polyen perfluoralkylstoffen). Voor al het grondverzet binnen het plangebied is de Nota bodembeheer 2013-2023 (RIS260571) van toepassing. Sinds 2022 is hier tevens de aanvulling op de Nota inzake PFAS van toepassing. Op de ontwikkellocatie zal bodemonderzoek moeten plaatsvinden om onder andere te uit te sluiten dat de bodem is verontreinigd met PFAS. Archeologie Het plangebied ligt in een zone met archeologische verwachting (Waarde 2) op de gemeentelijke Archeologische Waarden en Verwachtingenkaart. Met de afdeling Archeologie van Den Haag zal over het vervolg afgestemd moeten worden. Geluid Wonen is een geluidsgevoelige functie, waarop de Wet geluidshinder (Wgh) van toepassing is. Ten behoeve van de aanvraag omgevingsvergunning zal een akoestisch onderzoek moeten worden uitgevoerd.
Indien er sprake is van hogere geluidsbelastingen dan de voorkeursgrenswaarde, zullen hiervoor geluidwerende maatregelen aan de gebouwen moeten worden getroffen. Aan de overzijde van de Meppelweg ligt op het ZKD-terrein een HTM-tramremise. In verband met boog- en piekgeluid is het van belang om vroegtijdig geluidsonderzoek uit te voeren.
PUK DE VENEN - NOVEMBER 2022
71
6. FINANCIERING EN UITVOERINGSASPECTEN 6.1
Financiële uitvoerbaarheid en planschade
De Venen is een wijk in Bouwlust Vrederust aan de rand van Den Haag Zuidwest, waar grote sociaalmaatschappelijke en fysieke opgaven liggen. Zoals in de inleiding van dit PUK staat toegelicht, heeft de gemeente Den Haag afspraken gemaakt met woningcorporatie Vestia om dit gebied te herstructureren en renoveren. De gebiedsontwikkeling wordt uitgevoerd door de WOM DHZW b.v., die eigenaar is van de woningen. De gemeente is voor 42% aandeelhouder in deze vennootschap en woningcorporatie Vestia voor 58%. In de ontwikkeling is een deel van de woningen die worden herontwikkeld eigendom van Vestia (en niet de WOM DHZW). De ontwikkeling van de woningen vindt volledig voor rekening en risico van de initiatiefnemers, de WOM DHZW en Vestia, plaats. De WOM DHZW en Vestia zullen naar verwachting geen erfpachtsuppletie verschuldigd zijn, er dient echter wel een erfpachtsuppletieberekening gemaakt te worden op basis van de definitieve plannen. Met Vestia zullen dus ook nadere afspraken gemaakt moeten worden met betrekking tot kostenverhaal en erfpachtsuppletie. De WOM DHZW zullen de deelprojecten middels een tender op de markt zetten. Het totale bouwplan, een grootschalig sloopnieuwbouwontwikkeling en renovatie, resulteert op dit moment in 1.344 nieuwe woningen. Waarvan circa 1221 woningen voor de WOM DHZW en 123 woningen voor Vestia.
Voor de ontwikkeling is begin 2021 een Woningbouwimpuls (WBI) subsidie verkregen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken (Min BZK). Om aan de randvoorwaarden te voldoen dient in de financiële administratie de scheiding tussen de diverse kosten en opbrengsten en de betreffende kostenplaats goed geregistreerd te worden. Ook zijn aan de subsidievoorwaarden verbonden voor wat betreft o.a. programma, woningaantallen en start bouw.
72
PUK DE VENEN - NOVEMBER 2022
Het oorspronkelijke plan voor De Venen zoals in het ondernemingsplan WOM DHZW in 2015 is vastgelegd, behelsde een verdunning van het woningaantal. Als gevolg van de grote vraag naar woningen in Den Haag en de daaruit voortkomende verdichtingsopgave, zoals geformuleerd o.a. de Agenda Ruimte voor de Stad (RIS295016) en de Woonagenda (RIS305711), is voor De Venen ingezet op substantiële verdichting. Waar het oorspronkelijke verdunningsplan binnen de kavelgrenzen en zonder aanpassing van de openbare ruimte kon worden gerealiseerd, is nu de verdichtingsopgave en de aanpassing van de openbare ruimte noodzakelijk. De kosten als gevolg van de verdichtingsvraag voor de aanpassing van de openbare ruimte komen voor rekening van de gemeente. Dit vloeit voort uit een afspraak tussen de gemeente en de WOM DHZW, doordat de gemeente Den Haag een ander (betaalbaarder en meer verdicht) woninbouwprogramma (met hogere kosten) dan was voorzien in het bestaande ondernemingsplan (2015) van de WOM DHZW en dat al wel financieel was afgedekt door beide partijen. De aansluiting op de bestaande openbare ruimte komt voor rekening van derden en moet conform het “Handboek Openbare Ruimte” worden uitgevoerd.
6.2
Kostenverhaal
Bij de vaststelling van een omgevingsvergunning voor een particuliere ontwikkeling dient de gemeente te borgen dat de kosten die de gemeente maakt voor o.a. de planologische procedure, de aanleg van bovenwijkse voorzieningen, ondergrondse-en bovengrondse infrastructuur, plankosten en planschade worden verhaald op de initiatiefnemer(s) volgens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
Bij het planologisch mogelijk maken van de voorgestelde ontwikkeling van zowel het deel van de WOM DHZW als het deel van Vestia met totaal circa 1.350 wooneenheden is er sprake van een bouwplan conform artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Ook betreft het een ontwikkeling op gronden in particulier eigendom en gronden in erfpacht waarmee afdeling 6.4 Wro van toepassing is en de gemeente verplicht is het kostenverhaal te verzekeren. Het betreft hierbij zowel gemeentelijke plankosten als ook uitvoeringskosten die zij maakt om het gebied te transformeren. De gemeente kan deze kosten verhalen door een exploitatieplan op te stellen, maar het sluiten van een anterieure overeenkomst geeft vooraf zekerheid voor alle partijen en heeft sterk de voorkeur. Hierover is reeds gesproken in de overleggen tussen gemeente en WOM DHZW. Een samenwerkingsovereenkomst zal worden gesloten met zowel de WOM DHZW als Vestia. Met de tenderpartijen zal een anterieure overkomst afgesloten worden. Het betreft hier een ontwikkeling welke voor rekening en risico van de private initiatiefnemers wordt uitgevoerd. Ook eventuele planschade komt voor rekening van deze initiatiefnemers conform artikel 6.1 Wro. Wat de gemeentelijke inzet betreft worden alle kosten gedekt uit de bijdrage van derden (d.w.z. de WOM DHZW en Vestia) en zullen aanvullende kosten verhaald worden via de anterieure overeenkomst.
Het uiteindelijke bedrag van de bij de ontwikkelaar te verhalen kosten leggen wij – zoals hierboven is beschreven – met de ontwikkelaar vast via een anterieure overeenkomst en via de legesverordening. Na het maken van afspraken in een anterieure overeenkomst is het bouwplan hiermee financieel uitvoerbaar voor de gemeente.
6.3
Vervolgproces
Het PUK geeft de ontwikkelaar de kaders om het plan verder te ontwikkelen. Voor de uiteindelijke realisatie van het plan dient de ontwikkelaar de verdere procedure te volgen via het Omgevingsloket. De ontwikkelaar dient dan een aanvraag voor een omgevingsvergunning in. Het plan wordt vervolgens beoordeeld op een goede ruimtelijke onderbouwing, de aanpassing van het bestemmingsplan en de bijbehorende verzekering van het kostenverhaal. De gemeente brengt hiervoor separaat de kosten bij de ontwikkelaar in rekening. De verzekering van het kostenverhaal is de verrekening van kosten voor het mogelijk maken van de ontwikkeling, die de gemeente op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht is de ontwikkelaar in rekening te brengen bij het opstellen van een nieuw juridisch-planologisch kader.
6.3
Voorbehoud Gemeente Den Haag
Wij benadrukken dat tegen vaststelling van bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen en alle andere besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht belanghebbenden bestuursrechtelijke rechtsmiddelen van bezwaar en/of beroep kunnen instellen. Eventuele gerechtelijke procedures, (gewijzigd) bestuurlijk besluitvormingsproces en externe omstandigheden kunnen, ondanks de ambtelijke inspanningen ten behoeve van uw planvorming, de totstandkoming en de inwerkingtreding van het nieuwe juridisch-planologische regime beïnvloeden. Hiervoor is de gemeente nimmer aansprakelijk.
De uiteindelijk te voeren planologische procedure kan aanleiding zijn voor een anterieure overeenkomst. Is er sprake van een omgevingsvergunning/bestemmingsplanprocedure (o.g.v. de Wet ruimtelijke ordening), exploitatieplan, coördinatie regeling of kostenverhaal gebied (Wro) dan wordt een anterieure overeenkomst ook noodzakelijk. Zelfs als er geen ingrepen in het openbare gebied plaatsvinden. Het heeft onze voorkeur om in een vroegtijdig stadium van de uitwerking van de planvorming met de ontwikkelaar de anterieure overeenkomst te sluiten. De gemeente treedt hierover dan graag met de ontwikkelaar in overleg. Indien de gemeente niet met de ontwikkelaar tot overeenstemming komt over het sluiten van een anterieure overeenkomst, is de gemeente verplicht een exploitatieplan op te stellen waarbij deze kosten bij de ontwikkelaar in rekening worden gebracht.
PUK DE VENEN - NOVEMBER 2022
73
A. BIJLAGE - STAAT VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN FUNCTIEMENGING Bijlage 4
Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging
definitief maart 2009
OMSCHRIJVING
Bijlage 4
Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging
OMSCHRIJVING
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Slachterijen en overige vleesverwerking: - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken, p.o. < 200 m² Consumptie-ijsfabrieken, p.o. < 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen, charge-ovens, v.c.< 7.500 kg meel/week Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: - Cacao- en chocoladefabrieken- vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 200 m² - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden, p.o. < 200 m² Vervaardiging van wijn, cider e.d.
B B B B B B
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Vervaardiging van textielwaren Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen
B B
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)
B C
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
B B
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen Grafische afwerking Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media
A B A B B B A
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN Farmaceutische produktenfabrieken: - verbandmiddelenfabrieken VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN Glasbewerkingsbedrijven Aardewerkfabrieken: - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW Natuursteenbewerkingsbedrijven: - zonder breken, zeven en drogen p.o. < 2.000 m² Slijp- en polijstmiddelen fabrieken
74
B B B
C B B B B
VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.) - gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2 Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2 Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2
B B B B
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie
B
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie
B
PUK DE VENEN - NOVEMBER 2022
CATEGORIE
CATEGORIE LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven), b.o < 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven, b.o. < 500 m² KI-stations
definitief maart 2009
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sociale werkvoorziening PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: - < 10 MVA Gasdistributiebedrijven: - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: - blokverwarming
A B B B
B A B B
WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: - < 1 MW
B
BOUWNIJVERHEID Aannemersbedrijven met werkplaats, b.o. < 1000 m 2
B
HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven Autobeklederijen Autowasserijen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires
B A B B
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige consumentenartikelen Grth in vuurwerk en munitie: - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton Grth in hout en bouwmaterialen: - algemeen - indien b.o. =< 2000 m2 zand en grind: - indien b.o. =< 200 m² Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: - algemeen - indien b.o. =<2.000 m² Grth in overige intermediaire goederen Grth in machines en apparaten, exclusief machines voor de bouwnijverheid Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.
A C C C C C C C B B C B C C C
DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Detailhandel voor zover n.e.g. Supermarkten, warenhuizen Detailhandel vlees, wild, gevogelte, met roken, koken, bakken Detailhandel brood en banket met bakken voor eigen winkel Apotheken en drogisterijen Detailhandel in vuurwerk tot 10 ton verpakt Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
A B A A A A A
LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra
A
Bijlage 4
Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging
definitief maart 2009
OMSCHRIJVING
Bijlage 4
Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging
A A B A B
VERVOER OVER LAND Taxibedrijven Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks), b.o. =< 1.000 m² Pomp- en compressorstations van pijpleidingen
B C B
VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)
A
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Autoparkeerterreinen, parkeergarages Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren)
C A A A C A B
FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen
B
VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED Verhuur van en handel in onroerend goed
A
VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's) Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.
B C C C
COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. Datacentra
A B
SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
A
CATEGORIE
CATEGORIE
OMSCHRIJVING
Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d. Café's, bars Discotheken, muziekcafé's Kantines Cateringbedrijven
POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten Telecommunicatiebedrijven zendinstallaties: - FM en TV
definitief maart 2009
Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven Consultatiebureaus Verpleeghuizen Kinderopvang
A A B B
MILIEUDIENSTVERLENING rioolgemalen
B
DIVERSE ORGANISATIES Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren) Kerkgebouwen e.d. Buurt- en clubhuizen
A B B
CULTUUR, SPORT EN RECREATIE Bioscopen Theaters, schouwburgen, concertgebouwen, evenementenhallen Muziek- en balletscholen Dansscholen Bibliotheken, musea, ateliers, e.d. Zwembaden: overdekt Sporthallen Bowlingcentra Schietinrichtingen: - binnenbanen: boogbanen Sportscholen, gymnastiekzalen Casino's Amusementshallen OVERIGE DIENSTVERLENING Wasverzendinrichtingen Wasserettes, wassalons Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten Begrafenisondernemingen: uitvaartcentra Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
C C B B A C B B A B C B B A A A B A
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING A
Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor huisraad, kunst e.d.
C A
OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE VERZEKERINGEN Openbaar bestuur (kantoren e.d.) Brandweerkazernes
A C
ONDERWIJS Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs Scholen voor beroeps-, hoger en overig onderwijs
B B
GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG
PUK DE VENEN - NOVEMBER 2022
75
Colofon Gemeente Den Haag Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling Stedenbouw & Planologie
Dit document is tot stand gekomen in samenwerking met: KCAP architects&planners
November 2022