CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS313611 Bijlage

Commissie Samenleving 8 december 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder Onderwijs, Jeugd en Sport inzake Uitvoeringsrapportage 2021 HEA9.466 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitvoeringsrapportage Onderwijs 2021 Behorend bij Ontwikkel kansen in Den Haag

DE HAAGSE EDUCATIEVE AGENDA 2018-2022

Uitvoeringsrapportage Onderwijs 2021

Colofon Uitgave Gemeente Den Haag Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Stad en Bestuur, Onderwijs November 2022 Vormgeving Ontwerpwerk, Den Haag

Inhoudsopgave Voorwoord4 Inleiding5 3.  Ambitie 1: Meer kansengelijkheid in het Haagse onderwijs6 4. Ambitie 2: Voldoende, bekwame en innoverende onderwijsprofessionals11 5. Ambitie 3: Leren samenleven op school15 6.  Ambitie 4: Onderwijs dat bijdraagt aan de economie van de stad16 7. Ambitie 5: Een brede leer- en ontwikkelomgeving20 8. Ambitie 6: Voor iedere leerling een passende plek22 Noten25

3

Voorwoord Net als in 2020 had de coronapandemie in 2021 een grote impact op het onderwijs in Nederland, zo ook op Haagse scholen en onderwijsinstellingen. Naast dat scholen hun deuren tijdelijk moesten sluiten, kregen zij te maken met quarantaines voor onderwijspersoneel en leerlingen. Ik heb dan ook met veel bewondering gekeken naar de getoonde veerkracht van het onderwijsveld en ik ben trots op de enorme inspanningen die kinderopvang- en onderwijsprofessionals hebben geleverd om alle peuters, leerlingen en studenten in beeld te houden en (online) onderwijs te geven. Doordat onderwijs online georganiseerd kon worden bleef het voor de meeste leerlingen en studenten gelukkig mogelijk om onderwijs te blijven volgen. Voor sommige leerlingen en studenten met bijvoorbeeld fysieke beperkingen of leerlingen die een hoge mentale druk op school ondervinden, geldt zelfs dat zij het thuisonderwijs als positief hebben ervaren1. Helaas zijn de keerzijdes van het bieden van onderwijs ten tijde van de coronapandemie vele malen groter en ook daar moet ik bij stilstaan. Werken onder deze lastige omstandigheden heeft bijvoorbeeld geleid tot een hogere werkdruk en meer stress bij onderwijsprofessionals. Bovendien zijn er consequenties voor kinderen en jongeren waaronder het oplopen van leervertragingen en een toename van eenzaamheid en somberheid onder jongeren.

De coronapandemie heeft de verschillen tussen groepen uitvergroot en pijnlijk zichtbaar gemaakt. Zo groeien niet alle kinderen op in een thuisomgeving waarin ouders bij machte zijn om hen te ondersteunen of waarin de benodigde faciliteiten aanwezig zijn om op een goede manier deel te kunnen nemen aan online onderwijs. Het zijn juist deze kinderen in kwetsbare situaties die extra hard getroffen zijn. Dit alles maakt het des te belangrijk om de komende jaren in het Haagse onderwijs te blijven investeren en kansenongelijkheid te bestrijden. Gelukkig zie ik ook lichtpunten. Doordat scholen extra inzetten op het inhalen van opgelopen achterstanden is een deel van de leervertragingen inmiddels ingelopen. Daarnaast hebben de Haagse schoolbesturen, de kinderopvang en de gemeente gezamenlijk de HEA 2022-2026 met als titel ‘Kiezen voor kansen’ ontwikkeld. In deze nieuwe HEA is heeft het realiseren van gelijke (onderwijs)kansen topprioriteit. Voor u ligt de inhoudelijke uitvoeringsrapportage over het HEA-uitvoeringsjaar 2021. Deze uitvoeringsrapportage maakt op hoofdlijnen inzichtelijk welke activiteiten door de gemeente in samenwerking met de HEA-partners zijn uitgevoerd om de gestelde HEA-ambities te realiseren.

Bij het lezen wil ik u vragen stil te staan bij de weerbarstige omstandigheden waarbinnen alles heeft plaatsgevonden en oog te hebben voor zowel de mooie als de zorgelijke verhalen achter de cijfers.

Hilbert Bredemeijer Wethouder van Onderwijs, Jeugd en Sport

4

Inleiding Elke vier jaar maken de Haagse kinderopvangorganisaties2, de schoolbesturen voor primair en voortgezet onderwijs (po en vo), het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), het hoger onderwijs (ho) en de gemeente Den Haag samen de beleidsagenda voor het Haagse onderwijs: de Haagse Educatieve Agenda (HEA). De HEA vormt de basis voor een structurele samenwerking gericht op het realiseren van goed onderwijs met bekwame professionals en effectieve ondersteunende voorzieningen. Met behulp van jaarplannen en beleidskaders wordt de concrete uitwerking van de HEA vormgegeven. Hierin staan beschreven welke inspanningen worden geleverd, wie waarvoor verantwoordelijk is en wat de beoogde opbrengsten zijn. De gemeente levert op verschillende manieren een bijdrage aan de realisatie van de HEA. Enerzijds door het beschikbaar stellen van financiële middelen, grotendeels door subsidies voor Haagse schoolbesturen, de kinderopvang en andere organisaties die samen met het onderwijsveld werken. Anderzijds door het leveren van inspanningen zoals het deelnemen aan netwerken, het monitoren van projecten en het agenderen van belangrijke onderwijskundige en maatschappelijke thema’s. Om de realisatie van de HEA-ambities te volgen is de HEA-monitor op Den Haag in Cijfers3 in samenwerking met het Urban Data Center4 ontwikkeld.

Dit is het online dashboard van de gemeente Den Haag waarop kengetallen over het Haagse onderwijs worden gepresenteerd en de ontwikkelingen per HEA-ambitie op stadsniveau en soms ook wijkniveau inzichtelijk worden gemaakt. Waar mogelijk worden vergelijkingen getrokken met andere G4-steden5. De onder­ liggende data zijn afkomstig van o.a. het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), Dienst Publieke Zaken (DPZ) van de Gemeente Den Haag en relevante (onderzoeks)rapportages. De voorliggende rapportage is een terugblik op het Haagse gemeentelijk onderwijsbeleid richting de gemeenteraad, de inwoners van de stad en andere geïnteresseerden over het kalenderjaar 2021 en gaat daarmee in op het derde uitvoeringsjaar van de HEA-2018-2022. In beschrijvende vorm wordt inzicht gegeven in verschillende projecten en activiteiten om zo kleur te geven aan de data op Den Haag in Cijfers. Daarbij is gebruik gemaakt van verschillende bronnen zoals jaarverslagen, verantwoordingsrapportages en een bevraging van scholen en schoolbesturen via het Onderwijs­ loket. Indien eerder relevante informatie met de Raad is gedeeld, wordt hiernaar verwezen door het vermelden van RIS-nummers. Tot slot moet de volgende kanttekening worden geplaatst: De impact van corona was in 2021 (schooljaren 2020-2021, 2021-2022) groot.

Scholen en onderwijsinstellingen werden door de gevolgen van de coronapandemie belemmerd bij de uitvoer van onderwijsactiviteiten. Dit geldt zowel voor de uitvoer van het reguliere onderwijsprogramma als projecten die in het kader van de HEA zijn gestart. Waar voor sommige projecten slechts kleine aanpassingen nodig waren om doorgang te vinden moesten andere projecten geheel geannuleerd worden. Hierdoor zijn de inzichten die zijn opgedaan in dit onstuimige onderwijsjaar soms lastig te vergelijken met inzichten uit eerdere jaren. Daarom is in deze rapportage de keuze gemaakt om bij projecten waar geen recente of relevante informatie voor handen is, niet te verwijzen naar gegevens uit eerdere jaren.

5

3. Ambitie 1: Meer kansengelijkheid in het Haagse onderwijs Het realiseren van gelijke onderwijskansen heeft in de HEA 2018-2022 topprioriteit. HEA-partners vinden het belangrijk dat alle leerlingen gedurende hun gehele onderwijsloopbaan het onderwijs krijgen dat hen helpt het beste uit zichzelf te halen. Onderzoek laat echter zien dat doelgroep­ leerlingen6 vaker op scholen zitten waar, om verschillende redenen zoals het tekort aan bevoegde leraren, het bieden van goed onderwijs vaker onder druk staat ten opzichte van scholen met een kleinere populatie doelgroepleerlingen.

Tabel 1. percentage peuters en basisschoolleerlingen met kans op onderwijsachterstanden per wijk Wijk

Percentage

Den Haag: 1 Loosduinen

18%

Den Haag: 2 Escamp

37%

Den Haag: 3 Segbroek

10%

Den Haag: 4 Scheveningen

8%

Den Haag: 5 Centrum

48%

Den Haag: 6 Laak

42%

Den Haag: 7 Haagse Hout

13%

Den Haag: 8 Leidschenveen-Ypenburg

11%

Bron: Den Haag in Cijfers – Centraal Bureau voor de Statistiek (peildatum, 2020)

Extra investeringen coronapandemie De coronapandemie heeft de kansenongelijkheid in de samenleving en zeker in het onderwijs uitvergroot. Vanuit het rijk en de gemeente zijn daarom aanvullende middelen beschikbaar gesteld om juist de leerlingen en studenten die het hardst worden getroffen door de corona­ pandemie extra ondersteuning te bieden. Deels komen deze middelen voort uit het Sociaaleconomisch Herstelplan voor Den Haag. Met de aanvullende middelen zijn verschillende activiteiten georganiseerd zoals: het organiseren van huiswerkbegeleiding in bibliotheken, het beschikbaar stellen van zelfstudieplekken voor studenten, een extra educatief buitenschools programma voor leerlingen uit wijken waarin veel kwetsbare kinderen wonen en activiteiten gericht op beroepsoriëntatie en stages (zie Ambitie 4). Ook zijn vanuit Studenten Voor Educatie7 extra studenten ingezet voor het bieden van onder­ steuning aan leerlingen.

3.1 Voor alle jonge kinderen toegankelijke voorschoolse voorzieningen Om de kans op een goede start in het basisonderwijs te vergroten, is in 2021 ingezet op zowel de kwaliteit als het bereik van de voorschoolse educatie (ve)8. De gemeente Den Haag telt in 2021 ruim 9.000 kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar, waarvan ongeveer de helft behoort tot de doelgroep voor de ve. Tabel 2 toont het aantal en het percentage doelgroepkinderen dat in aanmerking komt voor ve en het bereik van de ve in Den Haag.

6

Tabel 2. Deelname doelgroepkinderen aan ve Deelname doelgroepkinderen aan ve

2019

2020

2021

Aantal Haagse doelgroepkinderen dat in aanmerking komt voor ve

4.081

4.506

4.505

Aantal Haagse doelgroepkinderen dat ve volgt (bereik)

2.201

2.684

2.734

Percentage Haagse doelgroepkinderen dat ve volgt

53%

59%

61%

Bron: Den Haag in Cijfers

Het aantal doelgroepkinderen dat ve volgt neemt ieder jaar toe. In 2021 volgt 61% van de doelgroepkinderen ve. Daarmee is het bereik ten opzichte van 2020 met ongeveer 2% gestegen. Om de voorschoolse voorzieningen van een kwaliteitsimpuls te voorzien, heeft de gemeente naast de basissubsidie ve, aanvullende subsidie beschikbaar gesteld om de samenwerking tussen voorscholen en basisscholen te versterken. Deze specifieke subsidie is door 19 kinderopvang­ organisaties, verantwoordelijk voor 130 kinderopvanglocaties die ve aanbieden, onder andere ingezet om pedagogisch medewerkers en leraren deel te laten nemen aan kenniskringen waarin wordt nagedacht over hoe het aanbod beter op elkaar kan worden afgestemd. Daarnaast zijn intern begeleiders in de gelegenheid gesteld om de zorgstructuur van de voorschool beter te laten aansluiten op die van de basisschool. In de evaluatie geven organisaties aan dat de subsidie de samenwerking tussen de ve en de basisschool heeft bestendigd en daarmee heeft bijgedragen aan het tot stand komen van een doorgaande lijn tussen voorschool en basisschool.

3.2 Meer kansengelijkheid bij de overgangen en meer flexibiliteit in schoolroutes Overgangen in het onderwijs zijn kwetsbare momenten in de schoolloopbaan voor met name leerlingen van laagopgeleide ouders en leerlingen die specifieke zorg behoeven. Goede samenwerking tussen scholen is voor deze groep extra belangrijk. Daarbij is het belangrijk dat zij zowel worden voorbereid op de overgang als goed worden opgevangen na de overgang. Om de instroom in het basisonderwijs en de overgang naar het voortgezet onderwijs goed, eerlijk en transparant te laten verlopen zijn in Den Haag de aanmeldprocedure Aanmeldbeleid Primair Onderwijs Den Haag (AanmeldenPO) en de BOVO-procedure ingericht. 3.2.1

Aanmeldproces basisonderwijs

Het aanmeldproces is vastgelegd in de aanmeldprocedure Aanmeldbeleid Primair onderwijs Den Haag (AanmeldenPO), opgesteld door de Haagse schoolbesturen en de gemeente. Daarbij zijn schoolbesturen verantwoordelijk voor de uitvoer van de procedure. De dagelijkse uitvoer en coördinatie hebben de schoolbesturen belegd bij het programmabureau van AanmeldenPO. De gemeente is verantwoordelijk voor de communicatie richting ouders. Ouders ontvangen vanuit de gemeente twee keer een informatiekaart (in meerdere talen). De eerste kaart ontvangen ouders wanneer hun kind bijna twee wordt en moet ouders aanzetten om zich te oriënteren op een schoolkeuze. Een jaar later ontvangen zij een tweede kaart met daarop het bericht dat zij hun kind bijna moeten aanmelden bij een basisschool.

7

Aanmeldgegevens Ouders kunnen hun kinder(en) aanmelden op een basisschool met of zonder leerlingplafond9. In 2021 hebben 76 basisscholen in Den Haag aangegeven alle kinderen aan te nemen tenzij een kind ondersteuning behoeft waarin de school niet kan voorzien. Daarnaast hanteren 67 basis­ scholen een leerlingplafond. Kinderen die als gevolg van een leerlingplafond niet direct op de school van de eerste keuze geplaatst kunnen worden, nemen deel aan een centrale lotingsronde waarin wordt bepaald op welke andere school het kind wel geplaatst kan worden. Deze loting wordt georganiseerd door AanmeldenPO en uitgevoerd onder toezicht van een notaris. Tabel 3 toont het aantal aanmeldingen op basisscholen in Den Haag met een leerlingplafond en het aantal kinderen dat geplaatst is op de school van de eerste keuze of op een school uit de top 3 van de voorkeurslijst.

Tabel 3. Aantal aanmeldingen per aanmeldjaar Aantal aanmeldingen per aanmeldjaar

2018-2019

2019-2020

2020-2021

Aanmeldingen totaal op scholen met leerlingplafond

2.771

2.666

2.680

Geplaatst op eerste keuze

2.424

2.315

2.357

Geplaatst in top 3 van voorkeurslijst

2.558

2.517

2.616

8

26

18

Leerlingen geplaatst na extra lotingsronde geplaatst Leerlingen niet geplaatst na extra lotingsronde

5

1

3

Onbekend of geen deelname aan extra lotingsronde

38

16

12

BRON: evaluatie AanmeldenPO 2020-2021

In het schooljaar 2020-2021 hebben 2.680 kinderen zich aangemeld op één van de 67 basisscholen met een leerlingplafond. Daarvan is ruim 87% van alle leerlingen geplaatst op de school van de eerste keuze en ruim 97% op een school uit hun top drie. Evaluatie AanmeldenPO AanmeldenPO is het aanspreekpunt voor scholen en ouders met betrekking tot het aanmeld­ proces. Zij bieden bijvoorbeeld ondersteuning bij het plaatsen zorgleerlingen, inventariseren en behandelen klachten van ouders en coördineren de Ouderservicedesk10. Jaarlijks zet de gemeente een ouderenquête uit om het aanmeldbeleid te evalueren. In 2021 is de ouderenquête ingevuld door 613 ouders. Uit de enquête blijkt onder meer dat ouders de Ouder­servicedesk steeds beter weten te bereiken. De hulp die wordt geboden, wordt door ouders overwegend als duidelijk en prettig ervaren. In toenemende mate hebben de vragen die bij de Onderwijs­service­desk worden ingediend betrekking op zij-instromers en nieuwkomers11 De informatiekaarten die ouders vanuit de gemeente ontvangen vormen de belangrijkste bron van informatie over het aanmeldproces. Tot slot werd duidelijk dat de beperkende coronamaatregelen het aanmeldproces voor ouders hebben bemoeilijkt. Met name het niet fysiek kunnen bezoeken van scholen werd als een belemmering ervaren.

Toch zijn verschillende scholen creatief omgegaan met de situatie en hebben bijvoorbeeld digitale rondleidingen en spreekuren georganiseerd.

8

3.2.2

Overstap basisonderwijs naar voortgezet onderwijs

In de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk is de overgangsprocedure vastgelegd in de BOVO-procedure. Om zorg te dragen voor een goede uitvoer verstrekt de gemeente jaarlijks subsidie aan het programma BOVO-Haaglanden12. BOVO-Haaglanden ontwikkelt in overleg met de bestuurlijke platformen en de gemeente het stedelijk beleid rondom de overstap van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs. Om scholen en schoolbesturen van kennis te voorzien en uitwisseling tussen basisonderwijs en voortgezet onderwijs te stimuleren organiseert BOVO-Haaglanden gedurende het schooljaar meerdere informatiebijeenkomsten en twee uitwisselingsmarkten. Hier ontmoeten basisscholen en vo-scholen elkaar om informatie uit te wisselen over leerlingen die de overstap naar het voortgezet onderwijs maken of net hebben gemaakt. Deze uitwisseling draagt bij aan de warme overdracht en vergroot daarmee de kans op een succesvolle overstap naar het vo. In 2021 namen ongeveer 700 deelnemers (bijv. leraren) uit het basisonderwijs en een kleine 900 uit het voort­ gezet onderwijs deel aan de bijeenkomsten. Voor basisscholen die worstelen met ingewikkelde casuïstiek met betrekking tot de overstap van leerlingen naar het voortgezet onderwijs, werden ook in 2021 casusoverleggen georganiseerd.

Tijdens deze multidisciplinaire overleggen kunnen scholen met medewerkers van het Samen­ werkingsverband Zuid-Holland West (SWVZHW (vo)) en Stichting Passend Primair Onderwijs (SPPOH) in gesprek om dilemma’s te bespreken. Doordat basisscholen de casusoverleggen steeds beter weten te vinden, zijn in 2021 meer overlegmomenten ingepland dan eerdere jaren. In het afgelopen jaar zijn met 81 basisscholen 96 casussen besproken. Tevens ondersteunt BOVO-Haaglanden het scholenveld bij de informatievoorziening richting ouders. Zij voorzien scholen bijvoorbeeld van informatiemateriaal voor ouderbijeenkomsten. BOVO-Haaglanden is daarnaast beheerder van de website Scholenwijzer. De Scholenwijzer biedt informatie over alle scholen in de regio Haaglanden, over het aanmeldproces en geeft tips voor maken van een goede schoolkeuze. Evaluatie BOVO-procedure Jaarlijks wordt de BOVO-procedure geëvalueerd. Daarbij richt de gemeente zich op de ouder­ evaluatie en BOVO-Haaglanden zich op het scholenveld. Zowel het scholenveld als de ouders zijn overwegend positief over de wijze waar op de procedure is ingericht en de manier waar BOVOHaaglanden hen ondersteunt bij eventuele vragen. De coronamaatregelen hadden ook hun weerslag op het overgangsproces.

Zo was bijvoorbeeld de animo voor de informatiebijeenkomsten in 2021 aanzienlijk lager dan in voorgaande jaren en zagen schoolbesturen zich genoodzaakt om wervingsactiviteiten digitaal te organiseren. Op verzoek van de gemeenteraad is nagedacht over hoe ouders en leerlingen meer ruimte geboden kon worden om zich ook tijdens de coronaperiode goed te oriënteren. Dit heeft geleid tot een tijdelijke aanpassing in de procedure waardoor ouders meer tijd kregen voor oriëntatie en het aanmelden bij de vo-school. Ondanks alle beperkende en wisselende maatregelen gedurende het schooljaar, is het in ­gezamenlijkheid gelukt om de BOVO-procedure te doorlopen en ruim 7.000 basisschoolverlaters te plaatsen in het voortgezet onderwijs. Daarvan zijn ruim 6.700 leerlingen in de eerste ronde geplaatst en bijna 96% daarvan op de school van hun eerste keuze.

9

3.3

Versterken van de rol van ouder en leraar

Naast leraren hebben ouders grote invloed op de schoolloopbaan van leerlingen. Daarbij spelen het kennisniveau over het Nederlandse onderwijssysteem en het bewustzijn over hun invloed als ouder op de schoolloopbaan een belangrijke rol. Vanaf de geboorte tot aan school is het de taak van het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) om ouders ondersteuning en voorlichting te bieden. Daarna ligt deze rol bij de scholen en schoolbesturen. 3.3.1

Bewustwording ouders

In 2021 hebben de HEA-partners geïnvesteerd in het organiseren van stedelijke netwerken voor ouders, leraren en schoolleiders waarin zij kennis en ervaringen met elkaar uit kunnen wisselen. Sommige netwerken worden hierbij ondersteund door experts van universiteiten, hogescholen en andere kennisinstellingen. Naast het stimuleren en faciliteren van onderlinge kennisuitwisseling zijn trainingen voor onderwijsprofessionals georganiseerd gericht op het stimuleren van ouderbetrokkenheid. Voorbeelden van trainingen zijn: • de training gesprekstechnieken t.b.v. de ouderbetrokkenheid; • de training intensievere begeleiding en investering in de ouderraad; • de training start- en mentorgesprekken met ouders; • de training verzuimgesprekken met ouders. 3.3.2

Haags Onderwijs Anders

In het project Haags Onderwijs Anders (HOA) wordt ingezet op het vergroten van kennis bij onderwijsprofessionals en het realiseren van eigentijdser onderwijs. Het anders organiseren van het onderwijs moet niet alleen bijdragen aan gelijke onderwijskansen, maar tegelijkertijd de aantrekkelijkheid van het leraarschap vergroten en daarmee het lerarentekort terugdringen. In het kader van HOA zijn drie deelprojecten gestart waarin de samenwerking met de Universiteit Leiden is gezocht. De focus binnen deze deelprojecten ligt op elementen die evidence informed werken versterken zoals het vergroten van de onderzoekende houding op scholen, het opleiden van leraar-onderzoekers en het vertalen van wetenschappelijke inzichten naar praktische handvatten voor de onderwijspraktijk.

10

4. Ambitie 2: Voldoende, bekwame en innoverende onderwijsprofessionals Het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en de kinderopvang hebben in toenemende mate moeite om bekwame en bevoegde leraren en pedagogisch medewerkers te vinden. In het basisonderwijs is het lerarentekort in oktober 2021 opgelopen naar ruim 16%. De groei van de Haagse bevolking, het aantal leerlingen en de diversiteit en toenemende zorgbehoefte van leerlingen maakt de roep om goed opgeleide en bekwame onderwijsprofessionals des te urgenter. Verschillende programma’s zijn opgezet of voortgezet die het kwantitatieve en kwalitatieve lerarentekort tegen moeten gaan. Deze programma’s richten zich op de werving van nieuwe leraren, professionalisering en het creëren van een prettige werkomgeving, waardoor zowel startende als meer ervaren leraren behouden blijven voor het Haagse onderwijs. In december 2021 is een update (RIS310883) geven over het lerarentekort in het primair onderwijs.

4.1 Een hoogwaardige en complete regionale opleidingsinfrastructuur Schoolbesturen en gemeente werken samen aan het realiseren van een regionale opleidings­ infrastructuur voor onderwijsprofessionals in Den Haag. Deze infrastructuur voorziet in de behoefte aan het opleiden van jongeren, het bij- en nascholen van onderwijsprofessionals en het omscholen van zij-instromers. 4.1.1

Opleidingsscholen

Opleidingsscholen zijn partnerschappen tussen scholen en lerarenopleidingen die in gezamenlijk­ heid toekomstige leraren opleiden op de werkplek. Hierbij is het doel het opleiden van meer en beter opgeleide leraren voor de Haagse onderwijspraktijk. Den Haag kent in 2021 vier (aspirant) opleidingsscholen in het voortgezet onderwijs. De afgelopen vijf jaar is verder geïnvesteerd in het samen opleiding voor het Haagse onderwijs door de ontwikkeling van drie nieuwe aspirant opleidingsscholen. In 2021 heeft NOD-Haaglanden als tweede Haagse opleidingsschool het predicaat opleidingsschool ontvangen waardoor zij structurele subsidie van het rijk ontvangen. In 2021 hebben de opleidingsscholen in totaal 558 nieuwe leraren opgeleid waarvan 327 hbostudenten, 113 wo-studenten en 118 leraren in opleiding. Inmiddels nemen nagenoeg alle Haagse vo-scholen deel aan één van de vier opleidingsscholen. 4.1.2

Haags Inductie Programma

Het ministerie van OCW heeft in 2021 extra middelen beschikbaar gesteld om de aanpak van het lerarentekort op regionaal niveau te versterken. Vo-schoolbesturen hebben De Rode Loper13 de opdracht gegeven een programma op te stellen en zorg te dragen voor de uitvoering. Dit heeft geresulteerd in de start van het Haags Inductieprogramma (HIP), bedoeld om gezamenlijk voldoende gekwalificeerde eerste- en tweedegraads leraren op te leiden, verder te professionaliseren en te behouden voor de Haagse regio. Daartoe biedt het HIP professionaliseringstrajecten op maat en begeleiding op de werkplek voor beginnende leraren, leraren die nieuw starten op

11

een school in de Haagse regio, onderwijsgevenden zonder bevoegdheid, zij-instromers, studenten met een onderwijs aanstelling en hun begeleiders in het voortgezet onderwijs. In september 2021 hadden in totaal 52 deelnemers zich aangemeld voor het programma waarvan 38 startende leraren en 14 begeleiders.

4.2

Een gezamenlijke arbeidsmarktstrategie

Om voldoende en bekwame leraren voor het Haagse onderwijs te krijgen hebben de HEA-partners een gezamenlijke regionale arbeidsmarktstrategie ontwikkeld. Hierbij wordt ingezet op het; • verleiden en enthousiasmeren van jongeren voor leraarschap; • ondersteunen van professionals uit andere sectoren die overwegen een carrièreswitch naar het onderwijs te maken; • aanbieden van extra opleidings- en scholingsfaciliteiten voor zowel startende als meer ervaren leraren; • verzorgen van passende begeleiding voor zittende en startende leraren; • faciliteren van tijd en ruimte voor innoveren en leren; • verhogen van de instroom bij de lerarenopleidingen door middel van campagnevoering. 4.2.1

Imagocampagne gericht op scholieren

In de bovenbouw van het voortgezet onderwijs zijn verschillende activiteiten uitgevoerd om leerlingen te enthousiasmeren voor het leraarschap om daarmee de instroom bij de pabo of de lerarenopleidingen te verhogen. De campagne ‘Word leraar in Den Haag’ richt zich op deze doelgroep door het inzetten van influencers op social media. In 2021 is het team van influencers uitgebreid en het bereik van de campagne vergroot. Dit is te zien aan het toegenomen aantal volgers van de social media­kanalen en het aantal reacties op de geplaatste berichten. Daarnaast is een game gelanceerd waarmee op speelse wijze kennis gemaakt kan worden met het leraarschap. In het programma ‘Uurtje voor de klas’ krijgen leerlingen met belangstelling voor het leraarschap de mogelijkheid om een lesuur te verzorgen aan leerlingen van een andere school. Hierbij ontvangen zij professionele hulp in de voorbereiding en de uitvoering. Helaas heeft de coronacrisis de uitvoering van het programma bemoeilijkt. 4.2.2

Werving statushouders

In 2020 en 2021 heeft De Rode Loper het initiatief genomen om te onderzoeken of er in de groep van statushouders met een onderwijsachtergrond geschikte kandidaten zitten om in Den Haag als leraar aan de slag te gaan. Dit heeft geleid tot een plan van aanpak waaraan alle vo-school­ besturen zich hebben gecommitteerd. In de zomer van 2021 is de eerste groep van 13 statushouders gestart. Inmiddels zijn zij allemaal geplaatst op één van de Haagse vo-scholen en hebben twee deelnemers een aanstelling als leraar aangeboden gekregen. 4.2.3

Leraar van buiten

In de campagne Leraar van buiten werken schoolbesturen uit de gemeenten Den Haag, Rotterdam, Rijnmond en het Groene Hart samen aan het aantrekken van nieuwe leraren voor het voortgezet onderwijs en mbo. Daartoe zijn 30 basisvoorlichtingsbijeenkomsten over het leraarschap georgani­ seerd waar in totaal 343 deelnemers aan deel hebben genomen. 12

Na een verdiepende oriëntatie op het beroep (gesprekken, snuffelstages, cursussen) hebben 60 kandidaten een profiel aangemaakt op de website van Leraar van Buiten en zijn ten minste 33 kandidaten benoemd tot leraar. 4.2.4

Haagse lerarenbeurs

De Haagse lerarenbeurs is bedoeld om het aantal onbevoegd gegeven lessen terug te dringen. Leraren en potentiële leraren uit Den Haag, Rijswijk of Leidschendam-Voorburg, die studeren voor een (tweede) bevoegdheid en niet (meer) in aanmerking komen voor de landelijke lerarenbeurs kunnen de Haagse lerarenbeurs aanvragen. In 2021 werd aan 25 leraren de eenmalige Haagse Lerarenbeurs toegekend. 4.2.5

Ondersteuning binnen de school

Naast het werven van bekwame onderwijsprofessionals is het van groot belang om de huidige en de nieuwe onderwijsprofessionals te behouden voor het Haagse onderwijs. Werkdruk door de hoeveelheid niet lesgebonden taken is één van de factoren waardoor onderwijsprofessionals het onderwijs verlaten. Om de werkdruk te verlichten en onderwijsprofessionals zoveel mogelijk bezig te laten zijn met hun kerntaak moeten niet lesgebonden taken bij andere onderwijsprofessionals in de school worden belegd. Daarom heeft de gemeente subsidie beschikbaar gesteld voor het aanstellen van conciërges op basisscholen. Met behulp van deze subsidie zijn voor ten minste 114fte 14 conciërges op basisscholen ingezet. Deze conciërges voerden ondersteunende taken uit waaronder het houden van toezicht, het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden en het verrichten van administratieve taken. Ook konden middels subsidie voormalig ID-werknemers worden behouden voor scholen. Zij zijn o.a. aan de slag gegaan als administratief medewerker of klassenassistent. 4.2.6

Programma mbo

Het lerarentekort beperkt zich niet tot het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Ook in het mbo is behoefte aan gekwalificeerde leraren. De komende jaren wordt dat steeds lastiger door pensionering, concurrentie met andere werkgevers en de onbekendheid om als zij-instromer aan de slag te gaan in het mbo. Daarom heeft het ROC Mondriaan in 2021 een actieprogramma ontwikkeld gericht op de werving en selectie van nieuwe leraren en het goed laten landen van startende onderwijsprofessionals. Vanuit de gemeente is subsidie verstrekt voor de project­ coördinatie. Dit heeft onder ander geleid tot een communicatiecampagne om het leraarschap in het mbo in de spotlights te zetten. Hiertoe hebben ROC-medewerkers vlogs opgenomen voor ‘Word leraar in Den Haag’. Om het mbo nog meer te profileren is tevens een podcast opgenomen met zij-instromers uit de zorg. Voor zij-instromers heeft het ROC Mondriaan een online informatie­ avond georganiseerd en is een maandelijks sollicitatiespreekuur geïntroduceerd.

13

4.3

Leren en innoveren in netwerken

Om de kwaliteit van het onderwijs verder te verbeteren moeten onderwijsprofessionals zich kunnen blijven ontwikkelen. Daarom zijn kennisnetwerken, professionele leergemeenschappen en werkplaatsen opgericht, waar leraren formeel en informeel van en met elkaar leren. Enkele voorbeelden hiervan zijn de Kenniswerkplaats Diversiteit en het Platform Urban Education 070. Kenniswerkplaats Diversiteit De Kenniswerkplaats Diversiteit is een samenwerkingsverband tussen de Opleidingsschool Netwerk Opleiden Docenten (NOD) Haaglanden, Haagse vo-scholen, universiteiten, instellingen voor hoger onderwijs en de gemeente Den Haag. Binnen de kenniswerkplaats wordt praktijk­ gericht onderzoek uitgevoerd met als doel het creëren van kennis over hoe om te gaan met diversiteit, om zo de kansengelijkheid in het onderwijs voor alle leerlingen te vergroten. De samenwerking heeft zich vertaald naar verschillende publicaties en de ontwikkeling van de toolbox Diversiteit. Deze toolbox is opgenomen in het boek Omgaan met diversiteit en biedt leraren handvatten aangaande hoe om te gaan met diversiteit in de klas. Platform Urban Education 070 Binnen de kenniswerkplaats Platform Urban Education 070 (PUE070) werken scholen uit verschillende sectoren samen aan het thema ‘onderwijs in grootstedelijke context’. Daarbij is veel aandacht voor de Transformatieve school (dr. Iliass El Hadioui).

Leraren, schoolleiders en andere onderwijsprofessionals delen binnen het netwerk kennis en ervaringen met elkaar over uitdagingen waar zij tegenaan lopen. In 2021 namen twee basisscholen, vier vo-scholen en één mbo-instelling deel aan het PUE070. Helaas hadden de coronamaatregelen flinke impact op het netwerk met als gevolg dat verschillende bijeenkomsten geannuleerd moesten worden. Wel heeft een werk­bijeenkomst over woordenschatonderwijs plaatsgevonden en is een themamiddag over taalbeleid georganiseerd. Leernetwerken po In 2021 hebben vijf leernetwerken in het primair onderwijs hun activiteiten voortgezet. Onder begeleiding van een hogeschool of universiteit zijn deze basisscholen met verschillende onderwijs­ kundige thema’s aan de slag gegaan. Samen met de Hogeschool Windesheim hebben tien basis­ scholen ingezet op leesonderwijs. Veertien andere basisscholen zijn samen met de Thomas More Hogeschool gericht aan de slag gegaan met het thema ‘meertaligheid als talent’. In totaal hebben 41 basisscholen deelgenomen aan één van de vijf leernetwerken. Voor nagenoeg alle netwerken geldt dat de deelnemende scholen en onderwijsinstellingen vanwege de coronapandemie genoodzaakt waren om prioriteit te geven aan het primaire proces. Hierdoor zijn de beoogde doelstellingen van de netwerken soms niet of slechts gedeeltelijk behaald.

14

5. Ambitie 3: Leren samenleven op school In een stad met een grote verscheidenheid aan opvattingen en culturen is de ontwikkeling van een moreel kompas bij leerlingen en studenten extra belangrijk. De school is een belangrijke plek waar leerlingen zich op gemeenschappelijke waarden oriënteren en kunnen ontdekken hoe die een rol spelen in de omgang met elkaar. Het ontwikkelen van competenties die bijdragen aan wereldburgerschap vormen een belangrijk uitgangspunt in de HEA. Meerdere scholen hebben activiteiten uitgevoerd die bijdragen aan inclusie en school­veiligheid. Zo telt Den Haag in 2021 zeven Queer-vriendelijke scholen. Dit zijn scholen die aandacht besteden aan de bespreekbaarheid van seksuele- en genderdiversiteit en een Gender and Sexuality Allicance15 (GSA) hebben. Daarnaast beschikken 76 scholen over het Certificaat Veilige School. Dit certificaat toont aan dat scholen succesvolle inspanningen hebben verricht om de schoolveiligheid (verder) te verbeteren en beschikken over een schoolveiligheidsplan.

5.1

Burgerschap

De lesmethode De Vreedzame School (DVS) wordt op een groot aantal scholen in Den Haag gebruikt. DVS is een lesprogramma voor basisscholen gericht op het verwerven van sociale competenties en democratisch burgerschap. DVS is opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut (NJI). Het NJI benoemt DVS als een preventief programma tegen radicalisering.

5.2

Sociale veiligheid

De toename van geweldsincidenten onder jongeren in Den Haag heeft geleid tot extra aandacht voor schoolveiligheid en de urgentie om het jongerengeweld terug te dringen vergroot. Om hier uitvoering aan te geven is het actieplan Aanpak Schoolveiligheid 2020-2021 (RIS308006) opgesteld. In de Aanpak Schoolveiligheid 2021-2022 worden langs twee sporen concrete acties ondernomen: het verminderen van het aantal geweldsincidenten en het bevorderen van het sociale en fysieke veiligheidsgevoel op scholen. Om de doelstellingen uit het actieplan te realiseren zijn door de gemeente subsidies beschikbaar gesteld voor professionaliseringsactiviteiten rondom thema’s als het tegengaan van fysiek geweld, het aanpakken van (cyber)pesten en het omgaan met sociale media. In december 2021 is de voortgangsrapportage Schoolveiligheid 2021-2022 (RIS311079) met de Raad gedeeld.

15

6. Ambitie 4: Onderwijs dat bijdraagt aan de economie van de stad Verschillende beroepssectoren hebben in toenemende mate behoefte aan gekwalificeerd personeel. Om een mismatch tussen werkgelegenheid, arbeidspotentieel en de wijze waarop studenten worden voorbereid op toetreding tot de arbeidsmarkt te voorkomen, zet de HEA in op het stimuleren van meer samenwerking tussen de gemeente, onderwijs en het bedrijfsleven. Hiertoe worden o.a. inspanningen verricht om de beroeps- en taalvaardigheden van Hagenaars te vergroten en om van Den Haag een aantrekkelijke kennis- en studentenstad te maken.

6.1

Investeren in beroepsvaardigheden van Hagenaars

De veranderingen in de samenleving en op de arbeidsmarkt vragen van (toekomstige) professionals soms andere vaardigheden dan enkele jaren geleden. Om hier invulling aan te geven zijn meer­ jarige trajecten en programma’s gestart om o.a. de beroepsopleidingen een vernieuwings­impuls te geven. In het driejarige programma SPOOR 22 (opgestart in 2018), werken het beroepsveld en beroepsonderwijs (mbo en hbo) samen aan de verbetering van de arbeidsmarktpositie voor sociaal werkers, de doorstroom tussen mbo en hbo en de aansluiting opleiding-arbeidsmarkt. Ondanks de coronapandemie heeft SPOOR 22 het projectplan conform de planning afgerond. Voorbeelden van opbrengsten voortkomend uit SPOOR 22 zijn de ontwikkeling van eigentijdse modules en trainingen, de actieagenda De kracht van de mbo-sociaal werker16 en de verbreding en vernieuwing van het opleidingsprofiel sociaal werker zodat afgestudeerden meer kans maken op een passende baan. Binnen de programma’s STRONG, gericht op de zorg(opleidingen) en het Digital Operations Centre met de focus high tech en de ICT-sector, wordt eveneens gewerkt aan het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en de beroepspraktijk. Beide projecten voelden zich vanwege de coronapandemie genoodzaakt om uitstel aan te vragen. Deze verzoeken zijn gehonoreerd waardoor beide projecten een langere looptijd kennen. 6.1.2

Stages en beroepsoriëntatie

In het (voorbereidend) beroepsonderwijs zijn stages en beroepsoriëntatie belangrijke onderdelen van de opleiding. Vanwege de coronamaatregelen konden veel fysieke stages geen doorgang vinden. Dat maakt het voor jongeren lastiger om zich een realistisch beroepsbeeld te vormen en praktijkopdrachten uit te voeren. Daarom zijn in 2021 (extra) inspanningen geleverd om toch zoveel mogelijk stagemogelijkheden voor leerlingen en studenten uit verschillende onderwijssectoren te creëren. Voor ongeveer 1000 vmbo-leerlingen heeft JINC Den Haag17 bliksemstages georganiseerd. Bliksem­stages zijn bedoeld om te ontdekken welke sectoren en beroepen er bestaan en vervolgens na te gaan wat past bij de interesse. Daarnaast heeft JINC voor ongeveer 300 kwetsbare jongeren Carrière coaching verzorgd. Dit zijn bijvoorbeeld jongeren die opgroeien in een omgeving met armoede of geen ouders hebben die intensief betrokken zijn bij hun schoolloopbaan. Deze jongeren hebben vaak onvoldoende zicht op opleidings- en arbeidsmarktmogelijkheden. Een Carrière Coach ondersteunt de jongeren in de zoektocht naar waar hij of zij goed in is en biedt begeleiding bij het kiezen van een passende vervolgopleiding. 16

Om de stagemogelijkheden voor mbo-studenten te vergroten is extra subsidie beschikbaar gesteld voor acquisitiewerkzaamheden door stagebureaus. Voor de werving van stageplekken voor mbostudenten die een Entreeopleiding18 volgen is de Leerwerkmakelaar voor het schooljaar 2021-2022 met 1 fte uitgebreid. De LeerWerkmakelaar helpt jongeren om via werken en leren een mbo-­ diploma te halen. Voor leerlingen uit het praktijkonderwijs (Pro) en voortgezet speciaal onderwijs (VSO) is eveneens ingezet op het vinden van geschikte stageplekken. Daartoe is het Pro/VSO-team van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) met 2,5 fte uitgebreid. Om te voorkomen dat hbo-studenten hun studie niet naar behoren af kunnen ronden vanwege onvoldoende stage­ mogelijkheden is vanuit de gemeente een appel gedaan op de internationale werkgevers en organisaties in de stad om stageplaatsen beschikbaar te stellen voor een zestal internationale opleidingen van de Haagse Hogeschool (HHS). Ook Spirit4you19 heeft evenals voorgaande jaren inspanningen geleverd om leerlingen en studenten zo breed mogelijk kennis te laten maken met de opleidings- en beroepsmogelijkheden in de regio Haaglanden. Daartoe heeft Spirit4You meerdere projecten binnen twee programma’s, vo – mbo en havo-mbo-hbo, opgestart of gecontinueerd.

Voorbeelden daarvan zijn: Platform Bekijk Je Toekomst Nu Op het Platform Bekijk Je Toekomst Nu wordt informatie en lesmateriaal voor zowel scholen als leerlingen aangeboden over de doorstroom van het voortgezet onderwijs naar vervolgopleidingen in het mbo. Sterker naar het mbo: Student Skills Team Het Student Skills Team (STT) bestaat uit studenten van de opleiding HRM van de Haagse Hogeschool met een mbo-achtergrond. Deze studenten bieden ondersteuning aan vmbo-leerlingen maar worden bijvoorbeeld ook ingezet op ouderavonden om ouders te informeren over het mbo. In 2021 hebben twee scholen zich aangemeld voor het SST en zijn daardoor 80 leerlingen bereikt. Het bereik is lager dan in 2020 (zeven scholen, 450 leerlingen). Dat heeft met name te maken met het overschakelen op online onderwijs. Kennisnetwerk havo-hbo Het netwerk havo-hbo bestaat uit ongeveer 30 onderwijsprofessionals uit het vo (havo) en hbo. Binnen het netwerk worden kennis en good practices uitgewisseld over met name de thema’s: studiekeuzeactiviteiten binnen hbo-sectoren, het voorbereiden van leerlingen op de overstap naar het hbo en hoe leerlingen het beste begeleid kunnen worden tijdens de eerste 100 dagen in het hbo. 6.1.3

Sterk Techniekonderwijs Haaglanden

Binnen het programma Sterk Techniekonderwijs Haaglanden (STOHA) werken 24 vmbo-scholen en 26 bedrijven en bedrijvenkoepels samen aan het bedenken van oplossingen voor zowel de kwalitatieve als de kwantitatieve uitdagingen in het technisch vmbo. In maart 2022 heeft het college de Raad geïnformeerd over het technisch onderwijs in de regio (RIS311773). Hierin werd een update gegeven over de voortgang van STOHA. Geconcludeerd kan worden dat de deelnemende scholen en bedrijven zich in 2020/2021 genoodzaakt voelden hun plannen aan te passen aan de realiteit. Vanuit het scholenveld werd aangegeven dat dit deels te maken had met de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Het algehele beeld in 2020/2021 is dat scholen en bedrijven nog volop energie steken in STOHA, maar dat de gevolgen van de coronapandemie de voortgang op korte termijn bemoeilijken.

17

6.2

Investeren in taalvaardigheid van Hagenaars

De HEA stelt dat alle Hagenaars deel moeten kunnen nemen aan de samenleving. De beheersing van de Nederlandse taal speelt daarbij een belangrijke rol. Daarom investeren de HEA-partners in projecten en programma’s die bijdragen aan de taalvaardigheid van Hagenaars. Daarbij wordt ingezet op alle leeftijdscategorieën, van de voorschoolse periode (2,5 – 4 jaar) tot aan volwasseneducatie. 6.2.1

De Haagse Kopklas

De Haagse Kopklas is één van de initiatieven in het basisonderwijs. De Kopklas is bedoeld voor leerlingen die van groep 7 naar groep 8 gaan en voor leerlingen die na groep 8 een extra jaar nodig hebben om hun taalachterstand in te lopen. Onderwijs gericht op de beheersing van de Nederlandse taal heeft dan ook de focus in de Kopklas. Doordat Kopklassen uit maximaal 15 leerlingen bestaan, is er in de klas veel tijd voor individuele aandacht van de leraar voor de leerlingen. Den Haag kent in 2021 vier Kopklassen waaraan ruim 50 leerlingen hebben deelgenomen: • één Kopklas vmbo kader- vmbo theoretische leerweg (vmbo-tl); • twee Kopklassen vmbo-theoretische leerweg – havo; • één Kopklas havo – vwo. 6.2.2

Educatief taalaanbod voor volwassenen

De Taal+ school van ROC Mondriaan verzorgt in de regio Haaglanden cursussen Nederlands voor volwassen anderstaligen (NT2) en voor Nederlandstaligen (NT1). In het kader van de Wet educatie en beroepsonderwijs (Web) hebben in 2021 in de Arbeidsmarktregio Haaglanden ruim 3.100 personen deelgenomen aan een opleidingstraject Nederlands, rekenen en/of digitale vaardigen. Daarvan waren 2.278 deelnemers afkomstig uit Den Haag. Het aantal deelnemers is ten opzichte van vorig jaar met ruim 1000 deelnemers gedaald. Deze afname wordt vooral veroorzaakt door de angst voor corona, de lockdowns of het ontbreken van een device om deel te kunnen aan online lessen. Op verzoek van de gemeenteraad heeft de Haagse Taalketen in 2021 een plan van aanpak opgesteld voor een wijkgerichte aanpak met als focus het signaleren en bereiken van laaggeletterden en andere Hagenaars met een taalbehoefte. Deelnemers hebben vanuit deze aanpak taalonderwijs aangeboden gekregen dat zoveel mogelijk aansloot op het eigen niveau en werd georganiseerd binnen de eigen wijk. In totaal namen 1.860 Hagenaars verspreid over elf wijken (waaronder Vrederust, Transvaal en Laak) deel aan het project. Ook werd een ruim taalaanbod voor specifieke doelgroepen gerealiseerd.

Taal aan zee biedt een laagdrempelig en gedifferentieerd educatief aanbod voor geïsoleerde anderstalige vrouwen, vluchtelingen, asielzoekers en andere migranten en/of laaggeletterden. Dit met als doel de zelfredzaamheid te vergroten en de drempel om mee te doen in de samenleving te verlagen. Het overgrote deel van het aanbod wordt verzorgd door ruim 350 vrijwilligers. Taal aan zee heeft in 2021, 108 projecten georganiseerd waarmee zij 1.139 deelnemers hebben weten te bereiken. De gemeente Den Haag heeft aanvullend op de verschillende taalactiviteiten subsidie beschikbaar gesteld voor het versterken van digitale vaardigheden bij volwassenen. Deelnemers aan taal­ trajecten bij Haagse aanbieders konden daardoor gebruik maken van de website Oefenen.nl.

18

In 2021 is 70% actief gebruik op Oefenen.nl gerealiseerd. Dat is meer dan in 2019 (55%) en 2020 (65%). Deze toename heeft o.a. te maken met de lockdowns en het afstandsleren. Landelijk gezien heeft Den Haag het hoogste percentage actieve gebruikers op Oefenen.nl.

6.3 Investeren in een aantrekkelijke internationale kennis- en onderwijsstad Evenals in voorgaande jaren is in 2021 fors ingezet op de ontwikkeling van de kennisinfrastructuur en het studentenklimaat in Den Haag. Met enige regelmaat heeft er afstemming plaatsgevonden tussen de gemeente en de verschillende Haagse hogescholen en universiteiten over de aanwezig­ heid en ontwikkeling van deze kennisinstellingen in de stad. Universiteit Leiden heeft in 2021 haar strategie Campus Den Haag Universiteit Leiden 2020-2030 formeel vastgesteld. Dit zal in 2030 leiden tot een verdere groei van opleidingen en studenten in Den Haag. Ook de Technische Universiteit Delft (TU Delft) is dit jaar gestart met een interne verkenning van de uitbreidingsmogelijkheden in Den Haag. De gemeente heeft verschillende subsidies uitgezet die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van hoger onderwijs in aansluiting bij het profiel van Den Haag als internationale stad van vrede en recht en aan onderzoek naar grootstedelijke vraagstukken. Zo heeft het International Institute of Social Studies in samenwerking met de Haagse Hogeschool onderzoek gedaan naar het effect van hittegolven op kwetsbare groepen in Den Haag.

Ook heeft de Universiteit Leiden het Telders International Law MOOT court en het ICC MOOT court georganiseerd waar studenten ervaring op hebben kunnen doen met internationaal recht door middel van rechtbanksimulaties. Binnen het platform Student&Stad heeft de gemeente Den Haag samen met de hoger onderwijs­ instellingen en studenten intensief gewerkt aan diverse thema’s om het studentenklimaat in Den Haag verder te verbeteren. Enkele opbrengsten hiervan zijn: • de oprichting van het Students Sports Board The Hague: een bestuur van studenten dat de studentensportverenigingen in Den Haag ondersteunt en studentensportdagen organiseert; • de realisatie van start Studar: een app voor en door Haagse studenten gericht op social & fun activiteiten; • HI The Hague: een introductieprogramma voor Haagse studenten waarbij activiteiten ­verspreid over het studiejaar worden georganiseerd; • het uitbouwen van studentenhuisartsenpraktijk De Doc: een huisartsenpraktijk die zich specifiek toelegt op gezondheid en welzijn van (internationale) studenten. Tot slot heeft de gemeente Den Haag zich in 2021 aangesloten bij het landelijk Netwerk Kennissteden Nederland. Binnen dit netwerk vindt afstemming en kennisuitwisseling plaats tussen Nederlandse universiteitssteden.

Met betrekking tot internationaal primair en voortgezet onderwijs heeft periodiek afstemming plaatsgevonden binnen het netwerk van internationale scholen in de regio en is onderzoek gedaan naar de (toekomstige) vraag naar internationaal onderwijs. Via The Hague International Centre is informatie verstrekt aan internationals over primair en voortgezet onderwijs in Nederland en de aanwezigheid van internationale scholen.

19

7. Ambitie 5: Een brede leeren ontwikkelomgeving Een intensieve samenwerking tussen school, opvang, ouders en omgeving vergroot en verbreedt de onderwijs- en ontwikkelingskansen van kinderen en jongeren. Voorbeelden waar op een intensieve en integrale manier wordt samengewerkt zijn brede buurtscholen Binnen brede buurtscholen realiseren samenwerkende organisaties een onderwijsaanbod dat past bij de visie van de school en aansluit bij de behoeften van leerlingen, ouders en de wijk. Doordat brede buurt­ scholen zoveel mogelijk aansluiten op de lokale context wordt binnen Den Haag op verschillende manieren invulling gegeven aan het concept. Wel hebben brede buurtscholen als overeenkomst dat zij een aanbod realiseren dat aanvullend is op het reguliere onderwijsaanbod van de school door bijvoorbeeld het organiseren van weekend- en zomerscholen, het leerkansenprofiel (LKP) en verlengde schooldag activiteiten (VSD). Bij de uitvoer ontvangen scholen vaak ondersteuning vanuit Stichting Brede Buurtschool (SBB). SBB werkt samen met partners aan de brede en optimale ontwikkeling van alle kinderen in Den Haag. De activiteiten van SBB richten zich o.a.

op het afdekken van personele en financiële risico’s voort­komend uit brede buurtschool ontwikkelingen en het bevorderen van de samen­ werking tussen de betrokken organisaties vanuit een gemeenschappelijke visie op de brede buurtschool in de gemeente Den Haag.

7.1 Een grote diversiteit aan brede (buurt)scholen in het voortgezet onderwijs Het aantal brede buurtscholen in het vo is ondervertegenwoordigd ten opzichte van het basis­ onderwijs. Daarom is in de HEA de ambitie uitgesproken om van alle vo-scholen, brede buurtscholen te maken. Voor vo-scholen die hun leerlingen meer ontwikkelkansen willen bieden heeft de gemeente in 2021 subsidie beschikbaar gesteld voor het organiseren van brede buurtschoolactiviteiten. Daarbij werd als voorwaarde gesteld dat actief de verbinding moest worden gelegd tussen onderwijs, ouders en de omgeving. Vo-scholen hebben op allerlei manieren invulling gegeven aan de brede buurtschoolactiviteiten waaronder het organiseren van huiswerkbegeleiding, het aanbieden van extra taal- en rekenlessen en het inzetten van vakdocenten voor praktijkvakken zoals techniek, horeca en ondernemen en gym. 7.1.1

Weekend- en zomerscholen

In 2021 zijn verschillende zomer- en weekendscholen georganiseerd gericht op het verhogen van leerprestaties en het stimuleren van brede talentontwikkeling. De weekendschool Escamp University is daar een voorbeeld van. De Escamp University is bedoeld voor leerlingen uit groep zes, zeven of acht van het basisonderwijs die naast het reguliere onderwijsaanbod extra uitdaging nodig hebben.

20

Het aanbod van de Escamp University is daarmee aanvullend op het reguliere onderwijsaanbod en zet vooral in op de ontwikkelingsgebieden ICT, kunst, maatschappij en wetenschap. Daarbij wordt zoveel mogelijk ingespeeld op de nieuwsgierigheid van leerlingen en worden leerlingen aangezet tot onderzoekend en ontdekkend leren. Ook hebben de leerlingen van de Escamp University deelgenomen aan verschillende projecten zoals BinnenBuiten in samenwerking met de Cultuurschakel, de Energie Ontwerp Challenge van Smart Circulair en is een bezoek gebracht aan het NEMO science museum in Amsterdam. In totaal hebben 25 leerlingen van drie basisscholen deelgenomen aan de Escamp University. Extra leertijd was er ook tijdens de zomervakantie. Met behulp van gemeentelijke subsidies zijn in Den Haag meerdere zomerscholen georganiseerd. De zomerscholen kenden een looptijd van twee tot drie weken en hadden een onderwijsaanbod gericht op het voorkomen of verkleinen van leerachterstanden en dan met name op het gebied van taal. Dit moest wel in combinatie met het aanbieden van activiteiten gericht op brede talentontwikkeling. Door de subsidie en de inzet van scholen konden ruim 1.500 leerlingen tussen de vier en twaalf jaar deelnemen aan één van de 16 zomerscholen. Hier kregen zij gemiddeld 16 uur per week les. 7.1.2

Leerkansenprofiel

Het LKP wordt voornamelijk aangeboden op basisscholen met veel leerlingen met een taalachter­ stand. Daarom is er tijdens de LKP-lessen veel aandacht voor taalstimuleringsactiviteiten. Wel worden de lessen vaak op een andere manier aangeboden dan de reguliere lessen. Daarnaast biedt het LKP mogelijkheden om te werken aan talentontwikkeling. Uit de evaluatie blijkt dat de middelen vooral zijn besteed aan de inhuur van extra personeel (grotendeels vakleerkrachten). De vakleerkrachten waren met name verantwoordelijk voor het verzorgen van het niet-cognitief aanbod zoals fotografie, theater, ICT en dans. In 2021 hebben ruim 20 scholen subsidie ontvangen ten behoeve van het LKP. Hierdoor kregen ten minste 6.000 leerlingen zes extra lesuren per week.

7.3 Integrale kindcentra: integrale voorzieningen voor kinderen van 0 t/m 12 jaar HEA-partners streven naar de vorming van integrale voorzieningen voor 0 tot en met 12-jarigen, de zogeheten IKC. Hier werken school, kinderopvang en eventueel peuterspeelopvang (ve) als één organisatie aan de optimale ontwikkeling van kinderen. Kenmerkend voor een IKC is dat er een totaalpakket wordt aangeboden op het gebied van onderwijs, welzijn, sport, cultuur en opvang. In de meest verregaande variant gaan de betrokken organisaties op in een nieuwe organisatie, met één team onder één aansturing. Om stevige voortgang in de (door)ontwikkeling van IKC te bewerkstelligen heeft de gemeente subsidie beschikbaar gesteld voor het tijdelijk inzetten van extra personeel en om met de verschillende partners een gezamenlijke visie (door) te ontwikkelen. Met behulp van deze subsidie hebben ruim 20 basisscholen en kinderopvangorganisaties o.a. hun programma’s en activiteiten inhoudelijk en organisatorisch op elkaar afgestemd en is gewerkt aan een gezamelijke zorgstructuur. Hiertoe zijn bijvoorbeeld intervisiemomenten, studiedagen en werkgroepen georganiseerd.

21

8. Ambitie 6: Voor iedere leerling een passende plek HEA-partners hebben de ambitie uitgesproken dat alle kinderen en jongeren veilig op moeten kunnen groeien en deel moeten kunnen nemen aan het onderwijs op hun eigen niveau. Soms is daarvoor extra inzet en ondersteuning nodig van onderwijs, kinderopvang, ouders en jeugdhulp. In Tabel 4 wordt het percentage jongeren dat jeugdhulp ontvangt per leeftijdscategorie weergegeven.

Tabel 4. Percentage Haagse jongeren met jeugdzorg naar leeftijdscategorie Percentage Haagse jongeren met jeugdzorg naar leeftijdscategorie

2019

2020

2021

4 t/m 11 jaar

19%

19%

19%

12 t/m 17 jaar

26%

24%

25%

18 t/m 22 jaar

10%

9%

9%

Bron: Den Haag in Cijfers – Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Over de jaren is het percentage kinderen en jongeren dat jeugdzorg ontvangt nagenoeg gelijk gebleven. Daarbij is het percentage het hoogst in de leeftijdscategorie 12 tot en met 17 jaar.

8.1

Passend onderwijs en jeugdhulp

Ook dit jaar is ingezet op het bieden van passend onderwijs en jeugdhulp aan alle Haagse kinderen en jongeren. Dat betekent dat zij onderwijs krijgen op hun eigen niveau en indien nodig passende hulp en ondersteuning ontvangen. In partnerschap met de samenwerkingsverbanden passend onderwijs is binnen het programma Samenwerking Passend Onderwijs en Jeugd geïnvesteerd in een betere samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. Vanuit het programma zijn verschillende initiatieven gestart om te komen tot een beter ondersteuningsaanbod voor kinderen en jongeren, zodat er voor ieder kind een passende plek is. Zo wordt op scholen sociale en psychosociale ondersteuning aan kinderen en jongeren die dat nodig hebben aangeboden. Ook hebben alle voorscholen, basisscholen, vo-scholen en mbo-instellingen een schoolmaatschappelijk werker (SMW) die meerdere uren per week ondersteuning in de school biedt en de schakel vormt met het Centrum voor Jeugd en Gezin. Voor kinderen die speciaal onderwijs nodig hebben, zijn drie integratieklassen in het basis­ onderwijs opgezet en gestart. Hierdoor kunnen deze leerlingen onderwijs volgen op een reguliere school, maar wel in een speciale setting met passende begeleiding. Tot slot zijn vier onderwijsjeugdhulparrangementen ontwikkeld.

Hierin zijn veel voorkomende ondersteuningsbehoeften vanuit onderwijs en jeugdhulp gecombineerd, namelijk individuele begeleiding, ambulante begeleiding, jeugdcoaching en flexcoaching.

22

8.2

Thuiszitters

In het schooljaar 2020 – 2021 waren er 540 geregistreerde thuiszitters in Den Haag. Dat zijn 34 leerlingen meer dan in het schooljaar daarvoor (506). Tegelijkertijd nam het aantal ongeoorloofd thuiszitters waarvoor gedurende het schooljaar een passende onderwijs- en of zorgplek werd gevonden toe. Hierdoor nam het aantal thuiszitters waarvoor nog geen passende plek was ten opzichte van het jaar daarvoor af. De belangrijkste oorzaken voor het thuiszitten van kinderen en jongeren zijn: het wachten op screening, advies over een passend aanbod en wachten op een passende onderwijs- of jeugdhulpplek. De gemeente is, onder andere via de jeugdartsen, ook betrokken bij leerlingen die geoorloofd thuiszitten vanwege bijvoorbeeld langdurige ziekte. Hierbij wordt nauw samengewerkt met het onderwijsveld en de GGD om vóór het afgeven van vrijstelling op medische gronden eerst goed te onderzoeken of er toch kansen zijn om fysiek onderwijs te volgen. In 2021 is tevens het routeboek Verzuim en Thuiszitters geïntroduceerd op alle basisscholen. In dit routeboek wordt de aanpak en vooral het voorkomen van verzuim beschreven. Het routeboek is door scholen positief ontvangen. In navolging op het routeboek voor het basisonderwijs is ook het Routeboek Verzuim en thuiszitters VO dit jaar vastgesteld.

In februari 2022 heeft het college het voortgangsbericht aanpak voortijdig schooluitval en thuis­ zitters (RIS 311685) met de Raad gedeeld. Hierin is de Raad geïnformeerd over de voortgang op beide onderwerpen.

8.3

Voortijdig schoolverlaters

Niet alle jongeren verlaten het onderwijs met een diploma of startkwalificatie. Op 1 oktober 2021 kende Den Haag 873 jongeren die voortijdig en zonder startkwalificatie (minimaal een havo/vwo diploma of mbo niveau 2) zijn gestopt met het volgen van onderwijs. Dit aantal is weliswaar lager dan in de pre-coronaperiode maar blijft onverminderd de aandacht hebben van de HEA-partners. Vanuit het Jongerenpunt070 zijn daarom vsv-casemanagers en vanuit SZW de LeerWerkmakelaar ingezet. Beiden werken preventief voor jongeren die (potentieel) dreigen uit te vallen en curatief voor jongeren die geen onderwijs meer volgen of nog geen startkwalificatie hebben maar weer willen starten met een opleiding. Daarnaast zijn in 2021 vier TOP Academies gestart. TOP Academies zijn vormen van duaal leren voor het praktijk- en voortgezet speciaal onderwijs waarbij leerlingen in het laatste jaar van hun opleiding aan de slag gaan bij een werkgever. Hierdoor kan een leerling bij goed functioneren een arbeidscontract door de werkgever aangeboden krijgen of worden geplaatst bij collega’s in het netwerk van de werkgever. Leerlingen die hiervoor niet in aanmerking komen worden geplaatst bij een andere werkgever in een andere branche of sector.

23

8.4

Perspectief op werk voor kwetsbare jongeren

De HEA-partners streven ernaar dat alle jonge Hagenaars over voldoende basiscompetenties beschikken om een voor hen passende plek op de arbeidsmarkt te vinden. Met name kwetsbare jongeren uit het praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of die een Entree-opleiding volgen, lopen het risico uit te vallen als zij de arbeidsmarkt opgaan. Daarom zet de gemeente in op het registeren van jongeren in kwetsbare posities en het bieden van maatwerktrajecten indien nodig. In 2021 zijn alle jongeren in een kwetsbare positie geregistreerd. Het aantal ‘risico-overstappers’ is lager dan vorig jaar (54 ten opzichte van 73 leerlingen vorig jaar). Hiermee is er een daling in het aantal aangemelde risicoleerlingen. Jongeren die op school zijn uitgevallen of dreigen uit te vallen worden benaderd door casemanagers ‘voortijdig schoolverlaten’. In het schooljaar 2020-2021 hebben de vsv-casemanagers 4.390 jongeren benaderd. In dat schooljaar zijn 1.047 jongeren na ondersteuning door de vsv-casemanager weer gestart met onderwijs. De gemeente heeft subsidie beschikbaar gesteld voor het ontwikkelen van begeleidingsmethoden en vaardigheidstrainingen voor leerlingen op praktijkscholen en vso-scholen.

Met behulp van deze subsidie hebben leerlingen extra ondersteuning ontvangen ter voorbereiding op stages, is extra nazorg aan leerlingen geboden na afloop van een stageperiode en hebben scholen leerlijnen gericht op praktijkvakken (door)ontwikkeld.

8.5

Nieuwkomers

Den Haag kent verschillende initiatieven en projecten voor nieuwkomers, waaronder de Internationale Schakelklassen (ISK) in het voortgezet onderwijs en opvanggroepen voor nieuw­ komers in het basisonderwijs. In de ISK worden nieuwkomers gedurende één tot twee jaar voorbereid op de instroom in het reguliere voortgezet onderwijs, het behalen van een einddiploma of de doorstroom naar het mbo. In het ISK-programma wordt extra ingezet op taalonderwijs maar is tevens aandacht voor rekenen, wiskunde en kennismaking met de Nederlandse cultuur. Met behulp van gemeentelijke subsidie zijn in 2021 op drie vo-scholen internationale schakelklassen georganiseerd voor ruim 1.000 nieuwkomers. Ook hebben meer dan 200 ISK-leerlingen dit jaar een einddiploma behaald, variërend van praktijkonderwijs tot en met vwo, of zijn doorgestroomd naar het mbo. Voor de opvang van nieuwkomers in de basisschoolleeftijd heeft de gemeente subsidie beschikbaar gesteld voor opvanggroepen. In deze groepen wordt evenals in de ISK extra geïnvesteerd in taalonderwijs zodat leerlingen uiteindelijk door kunnen stromen naar het reguliere onderwijs. In 2021 zijn door vijf schoolbesturen meerdere opvanggroepen voor nieuwkomers gerealiseerd. Om deze leerlingen in de klas passende begeleiding te kunnen bieden zijn specifieke kennis en leerkrachtvaardigheden nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12030758/1