CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS313310 Stel Haags Coördinator tegen Discriminatie en Racisme in Bijlage

Commissie Samenleving 15 december 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken27.565 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme 2022

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme 2022

Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme

Onze aanbiedingsbrief 30 augustus 2022

Aan de leden van het Kabinet T.a.v. de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties H.G.J. Bruins Slot, coördinerend minister voor de aanpak van discriminatie en racisme Datum Betreft

30 augustus 2022 Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

Excellentie, Het is onacceptabel als mensen gediscrimineerd worden of als zij niet openlijk zichzelf kunnen zijn. Daarom moet er een sterke vuist gemaakt worden tegen discriminatie en racisme. Te vaak worden mensen in Nederland gediscrimineerd. Te vaak hebben mensen het gevoel niet mee te tellen. Ruim een kwart van de Nederlanders heeft recent discriminatie ervaren. Al meerdere jaren op rij is er een toename te zien van het aantal meldingen van discriminatie en racisme. Dat vraagt om een stevige aanpak van elke vorm van uitsluiting. Een aanpak die onderstreept dat gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid en inclusiviteit in Europees en Caribisch Nederland de norm is. Die aanpak is vervat in het bijgevoegde Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme, dat ik u hierbij aanbied. Opdracht NCDR en draagvlak Mijn opdracht was om op basis van gesprekken met de samenleving te onderzoeken welke extra maatregelen en ideeën wenselijk zijn en vervolgens met de verschillende departementen te bezien welke maatregelen en ideeën door het kabinet kunnen worden overgenomen en geïmplementeerd. Bijgaand Nationaal Programma kan – conform uw opdracht – op instemming rekenen van de betrokken departementen.

De afgelopen maanden ben ik met tientallen maatschappelijke organisaties en vele honderden burgers – vaak slachtoffers van discriminatie – in gesprek gegaan, middels persoonlijke gesprekken en 22 groepsbijeenkomsten in het hele land, de zogenoemde ‘Townhallsessies’. Ik heb geluisterd naar hun verhalen en signalen en naar hun ideeën om de aanpak te versterken. Het heeft mij

geraakt hoe pijnlijk de ervaringen zijn van mensen die slachtoffer werden van uitsluiting. En ook hoe ervaren uitsluiting leidt tot wantrouwen tegen de overheid, toenemende polarisatie en uiteindelijk tot mensen die helemaal afhaken. Evengoed zijn we samen met alle gesprekspartners op zoek gegaan naar kansen om de aanpak van het antidiscriminatie- en antiracismebeleid te versterken. De meerwaarde van de keuze van het kabinet om de Regeringscommissaris tegen Discriminatie en Racisme niet als onafhankelijk adviesorgaan te positioneren, maar als coördinator tussen samenleving en departementen, is dat de maatregelen die uiteindelijk een plek hebben gekregen in het Nationaal Programma ook daadwerkelijk geïmplementeerd zullen worden. Dat levert een belangrijke bijdrage aan de aanpak van discriminatie en racisme. Het nadeel van deze werkwijze is echter dat sommige ideeën uit de samenleving al in een vroeg stadium stuitten op financiële of bestuurlijke obstakels en daardoor geen plek hebben gekregen in het Nationaal Programma. Op sommige onderdelen ben ik er echter van overtuigd dat verdergaande maatregelen of aanpassingen van beleid wenselijk en haalbaar zijn om versneld te kunnen komen tot een inclusieve samenleving.

Ik neem graag de vrijheid om – in aanvulling op het Nationaal Programma – enkele van deze punten expliciet onder uw aandacht te brengen: • In aansluiting op mijn pleidooi om van 1 juli een nationale feestdag te maken, onderschrijf ik de breed gedragen wens tot het aanbieden van formele excuses door de Nederlandse overheid voor het slavernijverleden. Het is van grote betekenis voor de nazaten van de tot slaaf gemaakten, die tot op de dag van vandaag de doorwerking hiervan ervaren. Ik deel de conclusies van het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden dat erkenning gepaard moet gaan met excuses, dat het helpt bij de heling van historisch leed, maar vooral ook dat het gericht is op het bouwen van een gezamenlijke toekomst. • Het gesprek over de vraag in hoeverre religieuze uitingen (zoals een hoofddoek, keppeltje of tulband) in de kleding van politieagenten zouden moeten worden toegestaan, is nog verre van uitgekristalliseerd. In de Tweede Kamer is in moties aangegeven dat de seculariteit van de overheid met zich meebrengt dat bij het uniform geen uitingen van geloofsovertuigingen passen. Tijdens de door mij georganiseerde Townhallsessies en gesprekken met betrokken instanties heb ik echter veelvuldig de wens gehoord dat religieuze uitingen in de kleding van politieagenten (en BOA’s) worden toegestaan.

Daarbij werd het standpunt gehuldigd dat dat niet afdoet aan de professionaliteit en neutraliteit van de overheid. Ik deel dit standpunt. De politie is er voor iedereen en van iedereen en dient de gehele samenleving.

Nu nog worden bepaalde groepen mensen uitgesloten om onderdeel te zijn van deze belangrijke organisatie. Neutraliteit betekent echter dat politieagenten hun werk objectief en onpartijdig doen. De gedachte dat politieagenten door het dragen van een religieus symbool hun functie niet onpartijdig kunnen uitoefenen, vind ik onjuist en onnodig stigmatiserend. Hiermee laten we de kans liggen om de politie te versterken, met name met een grote groep vrouwen. • In mijn gesprekken in de samenleving, zowel met individuele burgers als belangenorganisaties, heb ik gemerkt dat de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (de zogenoemde ‘Rotterdamwet’) door haar selectieve woningtoewijzing ingrijpende gevolgen heeft voor individuele woningzoekenden. Mensen worden ongelijk behandeld op grond van diverse criteria waarvan migranten bovengemiddeld de dupe worden. De wet werkt dus onbedoeld discriminerend. Mijn voorstel is om het meest omstreden artikel van de wet (artikel 8, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen nieuwkomers en mensen die al langer in de regio wonen) in zijn geheel te schrappen om elke vorm van onbedoelde discriminatie te voorkomen. Tot slot U heeft mij de opdracht meegegeven de rol van de NCDR werkendeweg vorm te geven. Terecht gaf u aan dat het eerste jaar vooral in het teken zou staan van ‘pionieren’.

Ik kijk ernaar uit om het komende jaar nader invulling te geven aan deze rol en aan de verdere groei van het Nationaal Programma. Het gesprek met maatschappelijke organisaties en burgers zal daarbij opnieuw van grote betekenis zijn. Mijn voornemen is dat gesprek de komende jaren te blijven voeren en zelfs te intensiveren. Ik zie het Nationaal Programma als een groeimodel en streef ernaar om in het najaar van 2023 te komen met een nieuw, geactualiseerd programma met aanvullende - en eveneens door het kabinet gedragen - versterkingen. Het is mijn voornemen om jaarlijks een Nationaal Programma uit te brengen in een voortdurend streven naar een Nederland waarin iedereen gelijk wordt behandeld en niemand wordt uitgesloten. Hoogachtend,

Rabin S. Baldewsingh Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme

1. Inleiding

Inhoudsopgave

1. Inleiding 7 1.1 Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme 12 2. Erkennen en Voorkomen 17 2.1 Inleiding 18 2.2 Lopend beleid en beleidsversterkingen - Algemeen 22 2.3 Lopend beleid en beleidsversterkingen - Discriminatiegronden 30 2.4 Lopend beleid en beleidsversterkingen - Domeinen 37 3. Herkennen en Melden 53 3.1 Inleiding 54 3.2 Lopend beleid en beleidsversterkingen - Algemeen 58 3.3 Lopend beleid en beleidsversterkingen - Discriminatiegronden 61 3.4 Lopend beleid en beleidsversterkingen - Domeinen 63

Zie ook: np2022.bureauncdr.nl

4. Bijstaan en Beschermen 69 4.1 Inleiding 70 4.2 Lopend beleid en beleidsversterkingen - Algemeen 71 4.3 Lopend beleid en beleidsversterkingen - Discriminatiegronden 75 4.4 Lopend beleid en beleidsversterkingen - Domeinen 81 4.5 Lopend beleid en beleidsversterkingen - Caribisch Nederland 88

5

Gedreven door gelijkwaardigheid. Samen voor inclusie. 6

1. Inleiding

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

Artikel 1 van de Nederlandse Grondwet luidt:

‘ Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie […] op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’ Het eerste artikel van de Nederlandse Grondwet is gewijd aan het recht op gelijke behandeling van iedereen die zich in Nederland bevindt en benoemt onomwonden dat discriminatie niet is toegestaan. Het is een opdracht aan de wetgever, het bestuur, de rechterlijke macht en de samenleving om bij het stellen van regels of het nemen van beslissingen mensen in gelijke gevallen op een gelijke manier te behandelen. Er is formeel juridisch geen rangorde tussen de artikelen van de Grondwet. Toch is gelijke behandeling de basis, het beginpunt en de eerste voorwaarde van een rechtvaardige samenleving. In de zomer van 2020 vonden overal ter wereld grote Black Lives Matter-protesten plaats. De mensen die de straat op gingen werden daartoe gedreven door de brute dood van George Floyd in de Verenigde Staten. De dood van Floyd werd een symbool van intolerantie en onrecht, ook in Nederland. Op de Dam in Amsterdam waren in juni 2020 duizenden mensen op de been om racisme als institutioneel probleem onder de aandacht te brengen. Ook het toeslagenschandaal, waarbij burgers werden bestempeld als

8

fraudeur enkel op basis van arbitraire kenmerken als nationaliteit, geloof of etniciteit, heeft Nederland wakker geschud voor het veelkoppige monster dat discriminatie is. De Nederlandse overheid hoorde deze roep vanuit de samenleving. Er volgden gesprekken met de samenleving en debatten in de Tweede Kamer. Deze resulteerden onder andere in de aanstelling van een Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. Die aanstelling is geen eindpunt, maar een beginpunt. De Nederlandse overheid neemt haar verantwoordelijkheid en zet stappen om te komen tot een breed gedeelde visie op de aanpak van discriminatie en racisme. Een aanpak die de samenleving en de Nederlandse burger centraal zet en die de betrokken ministeries en andere belanghebbenden verbindt en versterkt. De opdracht om discriminatie en racisme tegen te gaan is groot en vraagt om een aanpak op vele fronten. Tegelijkertijd ligt het risico op verkokering van de aanpak op de loer. Het Nederlandse antidiscriminatiebeleid is belegd bij verschillende ministeries. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is coördinerend met betrekking tot het antidiscriminatiebeleid in den brede en specifiek voor de aanpak op lokaal niveau.

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) coördineert het emancipatiebeleid, gericht op lhbtiq+ en gendergelijkheid, en werkt aan burgerschap en sociale veiligheid in het onderwijs. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) spant zich in tegen discriminatie op de arbeidsmarkt en voor de preventieve aanpak van discriminatie op

1. Inleiding

1. Het SCP adviseerde de overheid recent om overheidslagen, beleidskokers en ingerichte systemen los te durven laten als startpunt van redeneren, en opgavegericht samen te werken. Het advies was om daarbij niet de bestaande structuren leidend te laten zijn, maar juist de specifieke kenmerken van de opgaven die er voor ons liggen. Een onderdeel daarvan is het betrekken van burgers en andere partijen (publiek en privaat) die nodig zijn om te komen tot oplossingen (Reflectie op het regeerakkoord 2021-2025 vanuit het burgerperspectief, Sociaal Cultureel Planbureau, p.5). 2.  Ervaren discriminatie in Nederland II, Sociaal Cultureel Planbureau, 2020, p.11 en 12. 3. Zie onder meer het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag en het rapport Gelijk recht doen van de door de Eerste Kamer ingestelde Parlementaire Onderzoekscommissie effectiviteit discriminatiewetgeving.

grond van herkomst, religie en huidskleur. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) coördineert de inzet voor een onbelemmerde participatie aan de samenleving van mensen met een beperking en zet zich in tegen discriminatie in de sport en in de (gezondheid)zorg. Daarnaast is dat ministerie verantwoordelijk voor de herinnering aan WOII, waaronder de Holocaust. En het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) is verantwoordelijk voor de rechtsbescherming van eenieder in Nederland. De aanstelling van de Nationaal Coördinator die in samenwerking met een interdepartementale stuurgroep deze departementen en thema’s nadrukkelijker met elkaar moet verbinden, sluit aan op een advies van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) dat de overheid oproept om ‘gangbare beleidskokers te ontstijgen’.1 Uit onderzoek van het SCP2 blijkt dat ruim een kwart van de Nederlandse bevolking recent discriminatie heeft ervaren. Dat hoge percentage staat in schril contrast tot het belang dat wij, getuige onze Grondwet, als samenleving hechten aan gelijke behandeling. Discriminatie leidt niet alleen tot groot persoonlijk leed. Ook als samenleving lijden we eronder, zoals het SCP eveneens aangeeft. ‘Wanneer mensen discriminatie ervaren, doet dat iets met hen.

Sommigen trekken zich wat terug uit de samenleving: ze voelen zich daar minder bij betrokken en voelen zich minder gemotiveerd om aan die samenleving bij te dragen. Andere mensen worden onzeker, voelen zich onveilig, raken gestrest of trekken zich terug in een omgeving waar ze verwachten niet te maken te krijgen met discriminatie. Ervaren discriminatie heeft daarmee niet alleen gevolgen voor individuen,

maar ook voor de bredere samenleving.’ Discriminatie en racisme hebben een directe invloed op de gezondheid, het welzijn en de waardigheid van mensen. Dat staat een volwaardige en gelijkwaardige deelname aan de samenleving in de weg. In de afgelopen jaren hebben we in Nederland wet- en regelgeving gemaakt die gebaseerd is op geïnstitutionaliseerd wantrouwen vanuit de politiek en overheid jegens de burgers. Dit is bijvoorbeeld het geval op het gebied van belastingen, sociale zekerheid, (jeugd) zorg, onderwijs, maar bleek soms ook impliciet gericht op bepaalde groepen mensen in onze samenleving.3 Dit heeft bijgedragen aan een groeiende vertrouwensbreuk in de samenleving tussen grote groepen burgers en de politiek en de overheid. De vraag is hoe de menselijke maat weer toe te passen en hoe het systeem te veranderen in plaats van de burgers door een mal te laten gaan.

Hoe kan de overheid er weer zijn voor de burgers in plaats van andersom? Hoe zetten we weer de mens centraal en niet het systeem? Hoe krijgen we de menselijke waardigheid centraal in het contact tussen burgers en overheid? Hoe krijgen we een inclusieve samenleving waarin de meerderheid ook zorg draagt voor minderheden? Hoe krijgen we meer vertrouwen in de instituties van onze democratische rechtsstaat en onze grondrechtsbeginselen, waar we procedures hebben die zijn bedoeld om partijdigheid en willekeur te voorkomen, en er niet toe leiden dat de menselijke maat uit zicht raakt? Waar de checks and balances tussen onze instituties werken en waar er een fundamentele dialoog is om te komen tot

9

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

zorgvuldige en transparante afwegingen in wet- en regelgeving tussen soms schurende doelen, maar altijd met oog voor de rechten van minderheden. Samenleven in verscheidenheid kent verschillende uitdagingen waar de overheid, en ook andere actoren en individuen een rol in kunnen pakken om dit een succes te maken. De rol van de overheid komt voort uit de inspanningsverplichting die zij heeft om te zorgen dat burgers kunnen samenleven in verscheidenheid. Hierbij dient de overheid de verbondenheid en het wederzijdse begrip tussen groepen mensen in de samenleving te stimuleren en polarisatie en onderlinge verwijdering te voorkomen. De overheid heeft een harde verplichting als het gaat om alle burgers te beschermen tegen discriminatie en racisme. Hierbij dient de overheid ook te kijken naar het eigen handelen en de effecten van de uitvoering van bepaalde wetten op bepaalde groepen burgers. De overheid dient het goede voorbeeld te geven als het gaat om het voorgaande. Hierin moet verbondenheid en vertrouwen tussen burgers en overheid centraal staan. Dit Nationaal Programma is het eerste programma dat de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) aanbiedt aan het kabinet en daarmee aan de Nederlandse

10

samenleving. Dit Nationaal Programma weerspiegelt een mensgerichte aanpak. Dat betekent dat de ervaring van de mens centraal staat. Te vaak denken we in Nederland in termen van bureaucratische processen, terwijl het bij racisme en discriminatie juist zo belangrijk is om oog te hebben voor de geleefde ervaring van mensen en de doorwerking ervan. Discriminatie en racisme uitbannen vergt een lange adem. Dit programma is de eerste in een reeks en is een aanzet tot meerjarige coördinatie van de aanpak van discriminatie en racisme. Met dit programma zijn we er nog niet, het is een eerste stap in een groeimodel. De NCDR beoogt in dit proces een brede en blijvende verbinding met de samenleving en de betrokken ministeries als het gaat om de versterking van de aanpak van discriminatie en racisme. De vele gesprekken en bijeenkomsten die de NCDR in de afgelopen maanden heeft gehad laten zien dat er nog een wereld te winnen valt op dit vraagstuk. Dit vraagt om een lange adem en geduld, hoe moeilijk dat soms ook is. De NCDR zal daarbij blijven signaleren, aanjagen, agenderen en de verbinding blijven stimuleren tussen samenleving en overheid.

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

1.1 Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme Motto Gedreven door gelijkwaardigheid. Samen voor inclusie.

Missie De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme verbindt, jaagt aan en treedt op als waakhond als het gaat om de bestrijding van discriminatie en racisme. De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme gaat voor gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid en inclusiviteit in Europees en Caribisch Nederland.

Visie Wij willen een inclusieve samenleving waar niemand buitengesloten wordt. Wij streven naar een betere samenwerking en verbinding tussen overheid, politiek en samenleving in de aanpak van discriminatie en racisme. Wij zetten ons in tegen discriminatie en racisme op alle gronden en binnen alle domeinen en voor de gelijkwaardigheid van iedereen die zich in Europees en Caribisch Nederland bevindt.

12

De NCDR heeft drie rollen, te weten verbinder, aanjager en waakhond. Als verbinder gaat de NCDR het gesprek aan met de samenleving, organisaties en betrokken ministeries. Vanuit de rol van aanjager blijft de NCDR het thema discriminatie en racisme agenderen bij het kabinet en houdt hij de samenleving een spiegel voor. Als waakhond zal de NCDR toezien op het behalen van de doelen uit het Nationaal Programma. Opdracht De NCDR valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van BZK en werkt daarnaast samen met de ministeries van JenV, SZW, VWS en OCW. De ministers van deze departementen blijven verantwoordelijk voor het ontwikkelen, uitzetten en uitvoeren van het beleid. De NCDR heeft als opdracht: • het voeren van overleg met en het onderhouden van relaties met maatschappelijke initiatieven, bewegingen en belangengroepen, alsmede met betrokken bestuursorganen en bedrijven; • het opstellen van een Nationaal Programma dat bestaat uit een meerjarig deel en een jaarlijks actieprogramma; • het aanjagen van alle belanghebbenden om de doelen uit het Nationaal Programma te halen.

In de profielschets en taakopdracht die eerder met de Tweede Kamer is gedeeld stond onderstaand stroomschema ter illustratie van de opdracht van de NCDR. Het schema weerspiegelt de complexiteit van de opdracht.

NCDR

Verticale coördinatie

Nationaal Programma

De NCDR valt onder ministeriële verantwoordelijkheid

1. Inleiding

Townhallsessies De NCDR heeft in samenwerking met maatschappelijke partners4 in maart, april en mei 2022 ruim twintig townhallsessies georganiseerd. Het doel van deze sessies was om de samenleving en experts mee te laten denken over welke mogelijke versterkingen ingezet kunnen worden als aanvulling op het bestaande antidiscriminatiebeleid. Deze versterkingen worden in dit Nationaal Programma uiteengezet en toegelicht. De sessies vonden zowel online als fysiek, verspreid over Nederland, plaats. Talloze mensen en organisaties, van onderwijsinstellingen tot belangenbehartigers, en van beleidsmakers tot (ervarings)deskundigen praatten mee.

Horizontale coördinatie

Verantwoordelijke ministers Ambtelijke stuurgroep

SZW

OCW

JenV Departementen

4. De NCDR bedankt alle maatschappelijke organisaties die hebben bijgedragen aan de organisatie van de townhallsessies. Zonder hun inzet was het niet mogelijk geweest om in zo’n kort tijdsbestek zo veel mensen te bereiken.

VWS

BZK

Maatschappelijke initiatieven, bewegingen, organisaties, belangengroepen

Het Nationaal Programma Een eerste concrete opdracht aan de NCDR was het opstellen van dit Nationaal Programma. In dit programma staat de geleefde ervaring van de mens centraal. Dit programma volgt in zijn opbouw de situaties waarin een persoon in de samenleving in contact kan komen met discriminatie en racisme. Allereerst wordt stilgestaan bij alle inzet op het erkennen en voorkomen van discriminatie en racisme. Daarna wordt ingezoomd op beleid dat het herkennen en melden van ervaren discriminatie en racisme moet versterken.

13

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

Tot slot wordt stilgestaan bij het bijstaan en beschermen van slachtoffers, zowel via empowerment, als via juridische middelen. Discriminatie moet op alle fronten worden bestreden en dus wordt in dit programma aan de verschillende discriminatiegronden en domeinen waar discriminatie in de samenleving plaatsvindt, aandacht besteed. Mede op basis van gesprekken in de samenleving constateert de NCDR dat extra aandacht nodig is voor discriminatie op de arbeidsmarkt, op de woningmarkt en in de zorg. Ook heeft de NCDR dit eerste jaar speciale aandacht voor antizwart-racisme en moslimdiscriminatie waarbij een nadruk ligt op etnisch profileren en institutioneel racisme, alsmede speciale aandacht voor discriminatie van lhbtiq+ personen. Dit Nationaal Programma moet worden gezien als een groeimodel. Het is het eerste Nationaal Programma, dat ook nog eens werkendeweg moest worden vormgegeven. Daarom konden nog niet alle onderwerpen uitputtend worden behandeld. De ambitie blijft om alles wat met discriminatie en racisme te maken heeft op termijn integraal op te nemen in dit Nationaal Programma.

14

1. Inleiding

Vooruitkijkend De vele gesprekken en townhallsessies die de afgelopen periode hebben plaatsgevonden, benadrukken het belang om continue in dialoog te blijven met de samenleving. De NCDR zal deze gesprekken en townhallsessies daarom voortzetten in de tweede helft van 2022 en verder. De NCDR onderzoekt op welke wijze dit overleg een vaste vorm kan krijgen, bijvoorbeeld in de vorm van een maatschappelijke adviesraad. Kortom, de NCDR heeft zich ten doel gesteld om de advisering voort te zetten op basis van de inbreng uit verschillende bronnen in de samenleving.

Leeswijzer Het Nationaal Programma geeft een totaaloverzicht van lopend beleid dat door de betrokken ministeries van BZK, SZW, OCW, VWS en JenV wordt ingezet tegen discriminatie en racisme. Daarnaast komt de lezer in de tekst van het Nationaal Programma tekstdelen in kaders tegen. Dit zijn voorgestelde versterkingen van beleid; nieuwe initiatieven die nieuw elan moeten geven aan het bestrijden van dit onrecht in de Nederlandse samenleving.

15

‘Niet alles waarmee we worden geconfronteerd kan worden veranderd, maar niets kan worden veranderd totdat het wordt geconfronteerd.’ James Baldwin

16

2. Erkennen en Voorkomen

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

2.1 Inleiding

5. Ervaren discriminatie in Nederland II, Sociaal Cultureel Planbureau, 2020.

18

In Nederland is iedereen voor de wet gelijk. Maar in de praktijk zien we dat dat niet altijd het geval is. Niet iedereen heeft dezelfde kansen en meer dan een op de vier Nederlanders heeft discriminatie ervaren.5 Mensen of groepen worden op basis van (persoonlijke) kenmerken anders behandeld, achtergesteld of uitgesloten van volledige deelname aan de samenleving. Dat kan in onderlinge interactie tussen burgers zijn, maar soms ook vanuit de overheid jegens burgers.

nemen. Erkennen getuigt van groei van onze samenleving en is de eerste stap in het aanpakken van discriminatie.

Als de overheid hierop wil bijsturen en discriminatie wil voorkomen, dan moet zij eerst erkennen dat, en in welke mate, er sprake is van discriminatie in al haar vormen: racisme, seksisme, xenofobie, homofobie, transfobie, validisme, antisemitisme, antizwartracisme, en moslimdiscriminatie en alle andere vormen van uitsluiting.

We moeten ook oog hebben voor en erkennen dat geschiedschrijving niet altijd objectief is en wordt gedaan vanuit een voorondersteld ‘objectief’ academisch perspectief. Dit geeft een eenzijdig en onvolledig beeld en doet geen recht aan de ervaringen van verschillende groepen in de Nederlandse samenleving. Dit vraagt om ruimte en aandacht voor geschiedenissen van verschillende groepen mensen in Nederland en om kennis van onze gedeelde geschiedenis om daadwerkelijk gelijkwaardig te kunnen zijn en als zodanig behandeld te worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het slavernijverleden, de Holocaust, en aan Roma en Sinti, de Molukse gemeenschap, de gastarbeiders, de lhbtiq+ gemeenschap, Aziatische gemeenschap, emancipatie van vrouwen en van mensen met een beperking.

Te lang heeft de Nederlandse overheid en de Nederlandse samenleving gezegd dat institutionele discriminatie niet bestaat en gehoopt dat, door weg te kijken, problemen zich vanzelf op zouden lossen. Tegelijkertijd waren mensen ook bang om zich over racisme uit te spreken. Nederland is een polderland; dat zorgt ervoor dat verandering tijd kost. Maar wegkijken levert ons als samenleving niets op. Het moment om dit van ons af te werpen en vaker te erkennen dat discriminatie ook in onze samenleving leed en schade veroorzaakt, is nu. Hiermee laten we zien dat we als samenleving volwassen worden en dat we het non-discriminatiebeginsel waarop onze Grondwet en onze samenleving gestoeld zijn, serieus gaan

Een groot deel van de samenleving eist die erkenning ook, met het organiseren van demonstraties, het opzetten van belangenorganisaties en -initiatieven en het opstellen van manifesten. Achtergestelde groepen worden vocaler en eisen hun gerechtvaardigde plek in onze samenleving op.

Ook de bredere politieke aandacht groeit. De Nationaal Coördinator Antisemitisme werd aangesteld in april 2021. Eind 2021 volgde de aanstelling van de NCDR. En in april 2022 werd de Regeringscommissaris Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag en Seksueel Geweld

2. Erkennen en Voorkomen

aangesteld. Het kabinet zal in het najaar van 2022 het nationaal actieplan seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld presenteren. De uitwerking van de contouren van dat actieplan is op 27 juni 2022 gedeeld met de Tweede Kamer.6 Onlangs heeft het kabinet ook ingestemd met de instelling van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme. Die gaat onderzoek doen naar de stand van discriminatie en racisme in Nederland. Het onderzoek richt zich op alle sectoren van de samenleving, inclusief een doorlichting op etnisch profileren en discriminatie binnen de overheid. De Staatscommissie stelt een eigen werkprogramma op en treedt daarvoor in overleg met alle relevante actoren, waaronder de NCDR. De NCDR ontvangt signalen vanuit de samenleving en deelt zijn inzichten en suggesties voor onderzoek met de Staatscommissie. Het kabinet laat hiermee zien deze thema’s langdurig te willen borgen binnen de overheid, en het op een integrale manier te willen aanpakken.

6.  Kamerstukken II 2021-2022 34 843 nr.58.

In het coalitieakkoord wordt het probleem van discriminatie ook erkend als maatschappelijk probleem: ‘We willen dat iedereen in Nederland vrij kan zijn. Vrij om te zijn wie je bent. Vrij van discriminatie en racisme. En vrij om jezelf te ontwikkelen. Nog te vaak krijgen Nederlanders minder kansen of worden zij uitgesloten op grond van afkomst, geslacht, kleur, ras, leeftijd, geloof, seksuele geaardheid of beperking. Dat is onacceptabel.7’

7.  Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst, Coalitieakkoord 2021 - 2025 - VVD, D66, CDA en ChristenUnie, p.25.

Erkennen kan vele vormen aannemen. In Nederland is er bijvoorbeeld een sterke traditie van herdenken. Leed en schade

‘ We willen dat iedereen in Nederland vrij kan zijn. Vrij om te zijn wie je bent. Vrij van discriminatie en racisme. En vrij om jezelf te ontwikkelen.’ Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst, Coalitieakkoord 2021 - 2025

uit het verleden erkennen kan de samenleving helpen om dit collectief een plek te geven. Denk hierbij aan 4 en 5 mei, de Holocaustherdenking en de viering en herdenking van de afschaffing van slavernij tijdens Keti Koti. Soms is het nodig om echt verantwoordelijkheid te nemen, namelijk als de overheid de veroorzaker was van leed en schade. Dit was bijvoorbeeld het geval bij de onvrijwillige sterilisatie van transgenderpersonen tot 2014. Hiervoor heeft het kabinet op 27 november 2021 excuses aangeboden voor de oude Wet Wijziging Geslacht die van 1985 tot 2014 van kracht was. Toenmalig minister Dekker van Rechtsbescherming zei toen: ‘Ik hoop dat onze excuses bijdragen aan bredere maatschappelijke erkenning voor dit leed.’ Er is een maatschappelijke beweging gaande voor het nadrukkelijker erkennen van het slavernijverleden van Nederland. Zo maakten de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Utrecht excuses voor actieve betrokkenheid van de stadsbesturen bij het commerciële systeem van koloniale slavernij en wereldwijde handel in personen die tot slaaf

19

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

waren gemaakt. ‘Alleen als we aandachtig naar elkaar luisteren, kunnen we tot een nieuw perspectief komen op ons gezamenlijke verleden. Een nieuw narratief, waarin werkelijk plaats is voor iedereen en waarmee we sámen verder bouwen aan een gelijkwaardige samenleving,’ zei Linda Nooitmeer (Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis) in reactie op de excuses die burgemeester Halsema maakte in naam van het stadsbestuur van Amsterdam. Ook Den Haag overweegt om excuses aan te bieden. In het buitenland maakten steden als Londen, Liverpool, Chicago en Charleston reeds excuses. Ook andere overheidslagen zoals de provincies kijken kritisch naar hun rol in de geschiedenis. Zo heeft de provincie Noord-Holland als eerste provincie in Nederland op 1 juli jl. tijdens de regionale viering en herdenking van Keti Koti in Haarlem excuses aangeboden voor de rol van de provincie in het slavernijverleden.8

8. https://www.noord-holland.nl/ Actueel/Archief/2022/Juli_2022/ Excuses_provincie_Noord_ Holland_voor_slavernijverleden. 9. https://nos.nl/artikel/2434845-de-nederlandsche-bank-biedt-excuses -aan-voor-slavernijverleden. 10. https://www.eerstekamer.nl/ overig/20220614/hoofdrapport_ gelijk_recht_doen_een/f=/ vltshvc8s7zo_opgemaakt.pdf.

20

met de erkenning hiervan. Dit kan alleen als de overheid ook echt ontvankelijk is voor de signalen uit de samenleving. Vervolgens moet er de wil zijn tot kritische zelfreflectie. Dit betekent kritisch kijken naar wetten en naar beleid, naar processen, naar het werkklimaat. Daarbij moet de vraag worden gesteld of bepaalde wetten en beleid wellicht het effect hebben dat sommige mensen of groepen mensen worden uitgesloten of dat die groepen juist onevenredig worden getroffen. De eerste stappen zijn daar inmiddels in gezet. Het kabinet is in februari een consultatieronde gestart om meer inzicht te krijgen in knellende wetten en regels. Elk ministerie onderzoekt de wetten en regels waar het over gaat. Dat doen de ministeries op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door in gesprek te gaan met organisaties die de wetten en regels uitvoeren. En ook de door de Eerste Kamer ingestelde Parlementaire Onderzoekscommissie effectiviteit discriminatiewetgeving heeft inmiddels op 14 juni 2022 haar onderzoeksrapport ‘Gelijk recht doen’ gepubliceerd over de mogelijkheden van de wetgever om discriminatie effectiever tegen te gaan.10

Buiten steden die deze stap zetten of overwegen, zijn er meer maatschappelijke en commerciële actoren die deelnemen aan deze beweging richting erkenning. De Nederlandsche Bank heeft dit jaar tijdens de landelijke viering en herdenking van Keti Koti excuses aangeboden voor haar rol in het slavernijverleden en onder andere een fonds opgericht voor meerjarige projecten die de doorwerking van het slavernijverleden helpen verminderen.9 Verder maakte ABN AMRO als eerste commerciële bank haar excuses.

Onder andere het gemis van tegenmacht en reflectie heeft ervoor kunnen zorgen dat groepen mensen in onze samenleving in de problemen kwamen als gevolg van de effecten van bepaalde wetten en beleid die uitsluiting en systemische discriminatie in de hand werkten.

De NCDR hoorde veel reacties op de toeslagenaffaire. In townhallsessies waar werd besproken hoe de overheid institutionele discriminatie moet aanpakken, was het antwoord vaak dat dit begint

In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij lopend beleid en beleidsinterventies die zijn gericht op het erkennen en voorkomen van discriminatie en racisme.

2. Erkennen en Voorkomen

Alleen als we aandachtig naar elkaar luisteren, kunnen we tot een nieuw perspectief komen op ons gezamenlijke verleden. 21

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

2.2 Lopend beleid en beleidsversterkingen - Algemeen

Racisme Het zou goed zijn als in Nederland nadrukkelijker wordt stilgestaan bij de viering van 21 maart, de door de Verenigde Naties uitgeroepen ‘Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie’. Tal van landen over de hele

Intersectionele benadering Een effectieve aanpak van discriminatie en racisme vraagt om een intersectionele benadering. Discriminatie en racisme manifesteert zich op verschillende momenten en op verschillende manieren, waarbij uitsluiting en achterstelling op basis van verschillende gronden, zoals herkomst, huidskleur, gender, klasse, seksualiteit, religie en handicap zich vermengen en kunnen leiden tot specifieke vormen van discriminatie en uitsluiting in de samenleving. Bijvoorbeeld als iemand wordt uitgesloten omdat iemand zwart en moslim is, of zwart en queer, of als een moslimvrouw negatief wordt bejegend op straat omdat zij vanwege haar religie en gender een hoofddoek draagt.

wereld staan op 21 maart stil bij het onrecht dat mensen elkaar aandoen door te discrimineren. De NCDR zal hierin ook zelf het voortouw nemen door jaarlijks – zo mogelijk in samenwerking met alle Antidiscriminatievoorzieningen – meerdere activiteiten rond deze dag te organiseren. Het kabinet is voornemens om te onderzoeken wat de gevolgen zijn van een herijking van de term ‘ras’ in de Grondwet. De minister van BZK heeft een advies gevraagd aan het College voor de Rechten van de Mens over de juridische definitie van de term ‘racisme’. Dit advies is begin juli met de Tweede Kamer gedeeld.11 Naar aanleiding van dit advies zullen samen met het College verdiepende gesprekken gevoerd worden met allerlei partijen over de termen ‘ras’ en ‘racisme’. Het kabinet geeft daarmee invulling aan het advies van het VN Committee on the

11. Zie brief minister BZK van 7 juli 2022 inzake juridische definitie van racisme.

22

Mede naar aanleiding van het Zwart Manifest en het Manifest tegen islamofobie zijn acties in gang gezet rond het thema intersectionaliteit. Om de mogelijkheden te verkennen waarop partijen, waaronder het Rijk, aan de slag kunnen met een zogenoemde intersectionele benadering om discriminatie en racisme aan te pakken, zijn in opdracht van het Ministerie van SZW kennistafels rondom het thema georganiseerd met wetenschappers, vertegenwoordigers en (ervarings-)deskundigen vanuit verschillende gemeenschappen en vertegenwoordigers uit het anti-discriminatie – en racisme werkveld. De uitkomsten van deze kennistafels geven aanleiding om handelingsperspectief op intersectionaliteit te vergroten.

Elimination of Racial Discrimination over het onderwerp. Dit voornemen sluit aan bij signalen en verhalen die de NCDR heeft gehoord in de samenleving. De NCDR ondersteunt dit voornemen omdat voor veel Nederlanders het woord ‘ras’ een beladen woord is. De term ras in Artikel 1 van de Grondwet kent een juridische definitie die staat voor een verzameling van noties als huidskleur en etniciteit. Het refereert juridisch gezien niet aan de term ras als ‘sociaal construct’, maar maatschappelijk voert het ons terug naar tijden en situaties waarbij op basis van ‘ras’ onderscheid werd gemaakt tussen mensen en dit gebruikt werd om ongelijke behandeling te legitimeren.

2. Erkennen en Voorkomen

Slavernijverleden Interdepartementaal wordt er op verschillende manieren (onder meer door middel van het herdenkingsjaar 2023 en de ontwikkeling van een Nationaal Slavernijmuseum) gewerkt aan meer kennis en bewustwording over (de doorwerking van) het slavernijverleden en het koloniale verleden, alsook de gevolgen daarvan op de maatschappelijke positie en inclusie van personen van Afrikaanse, Afro-Surinaamse en Afro-Caribische afkomst. Het adviescollege dialooggroep Slavernijverleden heeft in zijn eindrapport ‘Ketenen van het verleden’ uitgesproken dat erkenning een belangrijke stap is voor Nederland als geheel. Het adviescollege geeft aan dat erkenning aan de ene kant genoegdoening geeft aan degenen die onder de slavernij hebben geleden, en aan de andere kant een kritische kijk op de Nederlandse geschiedenis in bredere zin bevordert. De NCDR kan dit alleen maar onderstrepen. In kennismakingsgesprekken en tijdens townhallsessies heeft de NCDR veel mensen gesproken over het belang dat zij hechten aan erkenning. Om die reden wordt ook veel waarde gehecht aan het herdenkingsjaar 2023.

verleden en de periode van contractarbeid daarna willen herdenken. Dat zijn (niet uitputtend) de oorspronkelijke bewoners van Suriname en de eilanden, die als eersten slaafgemaakt zijn, de Chinese gemeenschap die vóór de afschaffing van de slavernij (1858) naar Suriname is gehaald voor contractarbeid, en de SurinaamsHindo-staanse en de Javaanse gemeenschappen die vanaf respectievelijk 1873 en 1890 naar Suriname zijn gekomen. Ook deze groepen maken deel uit van dit gedeelde verleden.’. De Nederlandse overheid beoogt een jaar vol verbinding, waarin ruimte is voor herdenken en vieren, en dat zorgt voor structureel meer kennis en bewustwording over het slavernijverleden en de doorwerking daarvan in het heden. De NCDR heeft in kennismakingsgesprekken en tijdens townhallsessies veel mensen gesproken die van de Nederlandse regering verwachten dat deze over zal gaan tot het aanbieden van formele excuses, mede geïnspireerd door de eerder genoemde voorbeelden van lokale overheden en de private sector.

Het herdenkingsjaar 2023 is een belangrijk moment voor de Nederlandse overheid om te markeren dat Nederland zich bewust is van fouten in het verleden en van de schadelijke gevolgen van het systeem van slavernij en de commerciële handel in tot slaaf gemaakte personen. Het vertrekpunt ligt qua reikwijdte bij het Trans-Atlantische slavernijverleden. Daarnaast is er in het Herdenkingsjaar ruimte voor alle gemeenschappen die het slavernij-

23

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

Het kabinet is bereid om een kosteloze naamswijziging mogelijk te

over en de toegang tot dit verleden te vergroten. Dit in navolging

maken voor nazaten van tot slaafgemaakte personen.

van wat onder andere de gemeente Hoorn en Rotterdam doen met betrekking tot standbeelden en monumenten.

Het kabinet zal in samenspraak met betrokken partijen, rekening houdend met de uitkomsten van een wetenschappelijk onderzoek en de uitvoeringsopgave, eind 2022 besluiten op welke wijze dit wordt gerealiseerd. Het slavernijverleden krijgt nu vaak nog weinig aandacht in onze samenleving. Terwijl er zoveel te vertellen is. Mensen zijn getekend door dat verleden. Momenteel heeft de jaarlijkse herdenking slavernijverleden op 1 juli in het Oosterpark weliswaar een nationale uitstraling (met een speech van een bewindspersoon) en wordt het sinds 2019 structureel gefinancierd door het Rijk, toch roept de NCDR op tot een nationale

Institutionele discriminatie en etnisch profileren In het coalitieakkoord geeft het kabinet aan te willen strijden tegen institutioneel racisme. Het is een belangrijke stap dat in het coalitieakkoord wordt erkend dat er ingebakken vormen van racisme en discriminatie bestaan. Het kabinet geeft aan dat overheids- en uitvoeringsorganisaties het goede voorbeeld moeten geven. Afgelopen mei heeft de staatssecretaris van Financiën erkend dat institutioneel racisme heeft kunnen plaatsvinden binnen de Belastingdienst, waaronder het DG Toeslagen.

feest- en herdenkingsdag om de bevrijding van de slavernij te vieren in aanwezigheid van het staatshoofd. Het is van grote betekenis voor mensen die hierdoor zijn geraakt. Dit zou een nationale feestdag moeten zijn. Ook zou deze dag volgens de NCDR een keer in de vijf jaar een vrije dag moeten zijn, ingaande vanaf 2023.

Voor de definities van etnisch profileren en institutioneel racisme wordt door het kabinet aangesloten bij definities van het College voor de Rechten van de Mens (CRM). In december 2021 heeft het CRM zowel een mensenrechtelijk toetsingskader over etnisch profileren, als een visienota over institutioneel racisme opgesteld.12

Een beperkt, of eenzijdig wit perspectief op het slavernijverleden vinden we ook terug in ons straatbeeld. Straatnamen en standbeelden van personen die een actieve rol hebben gespeeld in dit verleden zijn, veelal 12. Zie voor een beschrijving van institutioneel racisme de brief van de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst van 30 mei 2022 over Nadere verzoeken Fraude signalering Voorziening.

24

zonder verdere toelichting, deel van onze openbare ruimte. De NCDR pleit ervoor dat door middel van bijvoorbeeld een QR-code bij het betreffende beeld of de straatnaam informatie beschikbaar komt over de rol van deze personen in het slavernijverleden, om zo het bewustzijn

Om het bewustzijn te vergroten en te zorgen dat etnisch profileren en institutioneel racisme niet plaatsvinden, de minister van BZK zal samen met het CRM zorgdragen voor een rijksbrede uitrol van het toetsingskader Discriminatie door risicoprofielen. In dat kader worden verschillende activiteiten ontplooid, zoals een werkgroep met uitvoeringsorganisaties om het toetsingskader om te zetten in

2. Erkennen en Voorkomen

13. Kamerstukken II, 2019-2020, 35510 nr. 33. 14. Kamerstukken II, 2020-2021, 30 950 nr. 237. 15. Kamerstukken II, 2021-2022, 30 950, nr. 293. 16. Bij motie van het lid Marijnissen (SP) c.s. van 19 januari 2021 is de regering verzocht om een voorstel te doen hoe overal binnen overheidsinstellingen vervuilde data, risicomodellen en het gebruik van nationaliteit kunnen worden opgeruimd. Dit naar aanleiding van de risicomodellen en discriminatoire selectieregels die naar voren zijn gekomen uit het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvang.

een werkbaar kader en het organiseren van webinars over de toepassing van het kader. Ook is er een handboek ‘constitutionele toetsing van nieuwe wet- en regelgeving’ ontwikkeld, is er een invoeringstoets en zullen er voor juristen cursussen ontwikkeld worden om de kennis over discriminatie te vergroten. Verder wordt in het interdepartementale netwerk van klachtbehandelaars aandacht besteed aan de aanbevelingen van de Nationale ombudsman uit het rapport ‘Verkleurde beelden’ over klachtbehandeling bij etnisch profileren. Ook zal de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme een brede doorlichting doen op discriminatie en etnisch profileren bij de overheid, conform de motie-Azarkan c.s.13 Meer specifiek zal de Staatscommissie de regering adviseren over de mogelijkheid en wenselijkheid van een verbod voor overheidsinstanties om etniciteit te gebruiken om fraude te bestrijden, ter uitvoering van de motie Belhaj c.s.14 en over de mogelijkheid om onderscheid op grond van ras en nationaliteit in risicoprofielen alleen toe te passen ter bescherming dan wel ter ondersteuning van mensen, ter uitvoering van de motie Mutluer c.s.

15 Volgens het CRM kan etnisch profileren gedefinieerd worden als het gebruik door overheidsinstanties van selectiecriteria als ras, huidskleur, taal, religie, nationaliteit of nationale of etnische afkomst bij de uitoefening van toezichts-, handhavings- en opsporingsbevoegdheden, zonder dat daarvoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Dit kan voorkomen bij het gebruik van een

risicoprofiel. Een risicoprofiel is een verzameling van één of meer selectiecriteria op basis waarvan een bepaald risico op normovertreding wordt ingeschat en een selectiebeslissing wordt gemaakt. Een risicoprofiel kan een algoritme zijn. Discriminatie, zoals bedoeld in Artikel 1 van de Grondwet, dat het gevolg is van het gebruik van risicomodellen dient te allen tijde te worden voorkomen. Het kabinet is niet voor het volledig beëindigen van het gebruik van risicomodellen door de overheid, omdat het een te grote impact heeft op alle vormen van dienstverlening, toezicht en handhaving – en andere overheidstaken. Het kabinet kijkt naar de rechtmatigheid (of het gebruik op basis van de geldende wet- en regelgeving is toegestaan) en naar oneigenlijk gebruik (of behalve een juridische basis er ook een objectieve rechtvaardiging bestaat). Niet alleen wordt het onrechtmatige en/of oneigenlijke gebruik van deze risicomodellen beëindigd, ook vervuilde data die dit oplevert worden verwijderd. De departementen en uitvoeringsdiensten zijn momenteel onder coördinatie van het ministerie van BZK bezig met onderzoeken op hun beleidsterreinen naar het onrechtmatig of oneigenlijk gebruik van afkomst gerelateerde indicatoren in risicomodellen.

Uiterlijk eind 2022 volgt het eindverslag.16 Voor algoritmische verwerking van persoonsgegevens zijn aanvullende instrumenten ontwikkeld om te waarborgen dat een algoritme op een verantwoorde manier wordt ontworpen en ingezet.

25

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

Zo is door de Universiteit Utrecht de impact assessment mensenrechten en algoritmen ontwikkeld,17 een instrument dat kan worden gebruikt voordat gestart wordt met de ontwikkeling van een algoritmische toepassing. Daarnaast is door Tilburg University, de Handreiking non-discriminatie-by-design ontwikkeld,18 een instrument dat kan worden gebruikt bij de ontwikkeling van een algoritmische toepassing.

17. Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes | Rapport | Rijksoverheid.nl. 18. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/ rapporten/2021/06/10/handreiking-non-discriminatie-by-design. 19. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/ richtlijnen/2021/09/24/ richtlijnen-voor-het-toepassen-van-algoritmen-door-overheden-en-publieksvoorlichting-over-data-analyses. 20. https://www.digitaleoverheid.nl/ overzicht-van-alle-onderwerpen/ nieuwe-technologieen-data-en-ethiek/het-led/toolbox/ en https://www.digitaleoverheid.nl/ overzicht-van-alle-onderwerpen/ nieuwe-technologieen-data-en-ethiek/publieke-waarden/ toolbox-voor-ethisch-verantwoorde-innovatie/.

26

Voor het toepassen van ontwikkelde algoritmen heeft het ministerie van JenV ten slotte de ‘Richtlijnen voor het toepassen van algoritmen door overheden en publieksvoorlichting over data-analyses’ opgesteld.19 In lijn met de motie Bouchallikh-Dekker-Abdulaziz kiest het kabinet ervoor om het gebruik van de impactassessment mensenrechten en algoritmen verplicht te stellen bij de ontwikkeling van algoritmische hoog-risico toepassingen binnen de rijksoverheid. Deze instrumenten zijn een aanvulling op het Integraal Afwegingskader (IAK) en de Data protectie impact assessment (DPIA). Omdat algoritmen ook onbedoeld of onvoorzien ongelijke effecten kunnen hebben, is het verder van belang dat er naast preventieve instrumenten ook periodiek onderzoek gedaan wordt naar de effecten van in werking genomen algoritmen. Er zal ook worden onderzocht in hoeverre de Handreiking non-discriminatie by design bekend is bij relevante overheidsdiensten en lokale overheden en in hoeverre de aanbevelingen worden geïmplementeerd. Het ministerie van BZK heeft alle beschikbare instrumenten verzameld in de toolbox datagedreven werken en in de toolbox ethisch verantwoorde innovatie.20

Het ministerie van OCW heeft in het voorjaar van 2021 de verkenning naar de belanghebbenden en mogelijke interventies op het gebied van kunstmatige intelligentie (artificial intelligence- AI), gender en de arbeidsmarkt ontvangen. Hierin zijn interventies op het macro-, meso- en microniveau geïdentificeerd. Het ministerie van OCW zet zich in op het mesoniveau, onder andere door de subsidiering van het congres over dit onderwerp op 18 mei jl. en door in gesprek te blijven over het faciliteren van bewustwording en gesprekken het komende najaar. Verder heeft het ministerie van OCW dit jaar een verkenning uitgezet naar mogelijke interventies op het gebied van AI: AI en lhbtiq+ emancipatie. Dit rapport wordt na de zomer verwacht. Op basis van dit rapport zal de minister besluiten over vervolgacties op dit specifieke thema. Tot slot verleent het ministerie van OCW expertise op het gebied van sekse, gender- en seksuele diversiteit aan verschillende gremia waar overkoepelend beleid over AI en non-discriminatie wordt gemaakt, bijvoorbeeld door input te geven op de Handreiking non-discriminatie van BZK. Het kabinet gebruikt risicoprofielen met bepaalde specifieke kenmerken van mensen niet of zo min als mogelijk. Publieke en private organisaties die gebruik maken van datasets en algoritmen moeten deze herhaaldelijk toetsen op discriminatoire uitwerking en inclusiviteit.

Er komt zo spoedig mogelijk een algoritme-toezichthouder die controleert op transparantie, discriminatie en willekeur.

2. Erkennen en Voorkomen

Lokaal beleid Gemeenten spelen een belangrijke rol in de aanpak van discriminatie. Als lokale overheidsorganisatie weet een gemeente het beste wat er lokaal speelt. Vanuit het kabinet worden gemeenten gestimuleerd om antidiscriminatiebeleid te ontwikkelen en wordt aanbevolen om zowel in te zetten op apart beleid als een koppeling met bestaand beleid. Een beleid dat zichtbaar en merkbaar is voor de burger. Juist ook als er weinig meldingen worden gedaan van discriminatie, want ervaren discriminatie wordt te vaak niet gemeld.

landelijke dag voor alle gemeenten. Hier zullen knelpunten meegenomen worden die naar voren komen uit het lopende onderzoek van KIS naar het lokaal antidiscriminatiebeleid. Elke gemeente zou expliciet een antidiscriminatiebeleid moeten hebben. Als onderdeel van de versterking van het lokaal beleid heeft de rijksoverheid enkele handreikingen ontwikkeld. Alle gemeenten zullen worden gewezen op deze handreikingen die goede voorbeelden bevatten van lokaal antidiscriminatiebeleid. Daarnaast worden gemeenten momenteel bevraagd naar de stand van hun lokale

Hiervoor is allereerst van belang in kaart te hebben wat de huidige stand van zaken is van het lokaal antidiscriminatiebeleid. Het Kennisinstituut inclusief samenleven (KIS) is een onderzoek gestart hoe gemeenten hiermee omgaan.

antidiscriminatiebeleid. Dat gebeurt via twee onderzoeken; een onderzoek van het Kennisplatform Inclusief Samenleven en een onderzoek van BZK waarbij gemeenten, waarvan de lokale antidiscriminatievoorziening niet vindbaar is op hun website, gebeld worden met het verzoek om een gesprek.

Om gemeenten te ondersteunen bij het ontwikkelen van beleid zijn vanuit het Rijk verschillende handreikingen ontwikkeld, die specifieke kennis en handelingsperspectief bieden. De geactualiseerde ‘handreiking antidiscriminatiebeleid voor gemeenten’ en de handreiking ‘Geen ruimte voor discriminatie’ worden door de minister van BZK onder de aandacht gebracht van gemeenten. Daarbij wordt het belang van het versterken van de aanpak van discriminatie benadrukt. Het doel is om deze informatie op een centrale plek samen te brengen; een kennispunt ter ondersteuning van de aanpak van discriminatie door gemeenten. Ook gaat het ministerie van BZK in dit kader masterclasses aanbieden aan gemeenten en het lokale beleid in de schijnwerpers zetten op een

In de genoemde handreiking zijn vele voorbeelden opgenomen van lokale aanpakken, bijvoorbeeld het opstellen van een kadernota of een meerjarige agenda, het opnemen van de aanpak in het coalitieakkoord of het reserveren van geld op de begroting. De NCDR zou verder een verplichting voor het College van Burgemeesters en Wethouders aan de gemeenteraad, om jaarlijks verslag uit te brengen over het gevoerde discriminatiebeleid, vinden passen in het verder borgen van het beleid. Een sterk lokale aanpak van discriminatie kan echter niet zonder sterke antidiscriminatie-

27

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

voorzieningen (ADV’s) die als volwaardige partner in die aanpak worden betrokken. De gemeenten dragen volgens de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (WGA) zorg voor het bieden van toegang tot een ADV. Iedere gemeente moet hieraan voldoen. De ADV is lokaal dé expert op het gebied van discriminatie. ADV’s zijn de spin in het web tussen gemeenten en de strafrechtketen en andere instanties. Om deze rol in de lokale aanpak goed te kunnen vervullen is het van belang dat ingezet wordt op sterke ADV’s met voldoende middelen en deskundigheid, die goed vindbaar en toegankelijk zijn voor de burger.

ZSM-aanpak?21 Naast het onderzoek naar aanleiding van de motie Belhaj loopt er in opdracht van het ministerie van Justitie een project waarbij het gehele ketenproces en de rollen in kaart worden gebracht om zo het proces te kunnen verbeteren. Daarnaast loopt in dit kader een onderzoek vanuit het ministerie van BZK naar de vraag hoe het meldproces zo kan worden ingericht dat het vertrouwen van de burger hierin groeit en dat het melden een duidelijke meerwaarde heeft voor de melder. Zodra het onderzoek in het najaar is afgerond gaat het ministerie van BZK samen met alle partijen aan de slag met de bevindingen en wordt er een dag georganiseerd met alle partijen die betrokken zijn bij de lokale aanpak en meldingen. De ADV’s dienen te worden versterkt. De ADV’s hebben volgens de Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen de taak om klachten te registreren en klagers te begeleiden. Hiernaast zou ook een preventieve

21. De ZSM-aanpak is een aanpak binnen de strafrechtketen. ZSM staat voor: Zorgvuldig Snel Maatwerk. Bij ZSM wordt in elke zaak maatwerk geleverd via een aanpak die recht doet aan de belangen van de dader, het slachtoffer en de maatschappij. Voor meer informatie over ZSM-aanpak: ZSM-aanpak bij veelvoorkomende criminaliteit | Strafrechtketen.

28

Ook wordt gekeken naar het takenpakket van de ADV’s. Volgens de WGA heeft de ADV twee wettelijke taken, te weten (1) onafhankelijke bijstand verlenen aan personen bij de afhandeling van hun discriminatieklachten en (2) registratie van klachten. Bij een mogelijke uitbreiding van taken zal gekeken worden naar een rol in preventie of beleidsadvisering. Ook de verhouding van de rol van de ADV tot de andere organisaties die in de lokale aanpak acteren, zoals de gemeente, het College voor de Rechten van de Mens, de politie en het Openbaar Ministerie zal bezien moeten worden. Daarbij zet het ministerie van BZK in op de ADV als spin in het web. Een van de vragen die beantwoord moeten worden is: hoe kan een ADV een relevante rol spelen op meer plekken in de ketenaanpak, zoals bij

taak in de aanpak van discriminatie expliciet bij de ADV’s belegd moeten worden. BZK pakt dit op met de VNG en de ADV’s.

2. Erkennen en Voorkomen

Als lokale overheidsorganisatie weet een gemeente het beste wat er lokaal speelt. 29

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

2.3 Lopend beleid en beleidsversterkingen - Discriminatiegronden Antizwart racisme Er zijn door de overheid in het kader van het VN decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst al veel acties in gang gezet om racisme te bestrijden, maar op veel fronten is een verdere versterking van de aanpak wenselijk.22 Zo is er in reactie op de BLM-demonstraties van 2020 en de daaropvolgende Catshuisgesprekken, een interdepartementaal traject tot stand gekomen om bottom-up de aanpak van discriminatie en racisme te versterken. Binnen dit traject worden onderwerpen en aandachtspunten, zoals opgebracht tijdens de Catshuisgesprekken en het nadien uitgebrachte Zwart Manifest, met verschillende belanghebbenden verder verkend en - waar nodig en mogelijk - opgepakt. 22. De VN heeft de periode 1 januari 2015 – 31 december 2024 uitgeroepen tot VN Decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst. De Nederlandse invulling van dit Decennium richt zich op het versterken van de aanpak van discriminatie en (anti-zwart) racisme. Zie voor meer informatie: Kamerstukken II, 2015-2016, 30950, 80, blg-610762. 23. Kenmerk 3314219/21/DP&O. 24. Het werkplan van de NCAB zal geplaats worden op www.antisemitismebestrijding.nl.

30

Verder is het ministerie van SZW van plan te starten met een verkenning naar handelingsperspectief bij het bespreekbaar maken van racisme in de eigen omgeving. Deze verkenning volgt uit onderzoek naar oorzaken en triggerfactoren bij discriminatie van personen van Afrikaanse afkomst (2021) en betreft een verkenning naar mogelijke (bestaande) handvatten en instrumenten die ingezet kunnen worden om binnen de eigen ‘bubbel’ racistische en discriminatoire uitlatingen en gedragingen bespreekbaar te maken. Op deze wijze worden bystanders geactiveerd om in te grijpen bij racisme, wordt er bewustwording bij (potentiële)

daders gecreëerd en wordt er een sociale norm uitgedragen dat racisme en discriminatie niet acceptabel zijn. Antisemitisme De Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB) is op 1 april 2021 ingesteld door de minister van JenV.23 De NCAB adviseert de minister van JenV en treedt op als adviseur, aanjager en verbinder. De positie brengt expertise op het gebied van antisemitisme binnen de overheid en coördineert en ondersteunt samenwerking tussen verschillende ministeries en maatschappelijke organisaties. Hiermee bevordert NCAB de infrastructuur voor de aanpak van antisemitisme zowel binnen de overheid als daarbuiten. Daarnaast heeft de NCAB een signaleringsfunctie voor de Joodse gemeenschap en bewaakt hij welke maatregelen de beveiliging van Joodse gemeenschappen effectief waarborgen. Van 2019 tot 2021 is elk jaar 1 miljoen euro beschikbaar gesteld voor antisemitismebestrijding. De NCAB heeft als opdracht advies te geven over het vervolg dat gegeven kan worden aan projecten die in het kader van de besteding van de gelden antisemitisme zijn uitgevoerd. In het coalitieakkoord is de positie van de NCAB structureel gemaakt en is een half miljoen euro structureel budget toegewezen.

In 2022 publiceert de NCAB een Nationaal Werkplan.24 In het Nationaal Werkplan zijn concrete, nieuwe acties opgenomen ter bestrijding van antisemitisme in Nederland op basis van drie pijlers: 1) Monitoren en opvolgen; 2) Onderwijs en preventie; 3) Herdenken en vieren. In navolging van het werkplan zal de NCAB zich toeleggen

2. Erkennen en Voorkomen

op de totstandkoming van een Nationale Strategie voor antisemitismebestrijding. Daarnaast wordt in het werkplan van de NCAB lopend nationaal en internationaal beleid belicht. Onder lopend beleid vallen onder meer projecten die voortkomen uit de antisemitismegelden van de rijksoverheid, uitwisseling met de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) en de EU-strategie voor antisemitismebestrijding. Departementen blijven daarnaast ook inzetten op het bestrijden van antisemitisme. Het ministerie van VWS subsidieert het educatieprogramma van de Anne Frank Stichting (AFS) ‘Leren van de oorlog‘ voor educatie ter bestrijding van antisemitisme en racisme vanuit het perspectief van de Tweede Wereldoorlog (WOII). De AFS adviseert vrijwilligers om het gedrag binnen hun eigen kring te beïnvloeden: docenten, jongeren op school, fans(-coaches) in voetbalclubs en verschillende overheidsorganisaties waaronder de politie. Daarnaast subsidieert VWS de vijf Nederlandse herinneringscentra WOII waar het verhaal van WOII verteld wordt, verbonden met hedendaagse maatschappelijke vraagstukken als het belang van de rechtsstaat en het tegengaan van antisemitisme, antiziganisme en racisme. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei verzorgt educatieproducten voor het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11899091/1