RIS313198 Bijlage
Tekst van het document
DSP-groep
RAPPORT ─ De effectiviteit van de groepsaanpak jeugdoverlast Den Haag
29
het soms maar om een laag aantal overlastmeldingen gaat, waardoor bij een verandering al snel een relatief grote procentuele stijging of daling optreedt. Bovendien kan het effect van de straatcoach niet volledig geïsoleerd worden, omdat er mogelijk ook effecten zijn van andere interventies die gelijktijdig lopen of liepen. Wel wijzen de cijfers erop dat er reden is om aan te nemen dat de inzet van straatcoaches effectief is.
4.4
Slotbeschouwing Er is een (sterke) indicatie dat de groepsaanpak van midden risicogroepen effectief is. In de meerderheid van de gebieden waar een groepsaanpak is ingezet, heeft dit geleid tot een minder sterke toename van de jeugdoverlast of een sterkere afname van de overlast. Waar de groepsaanpak minder effectief lijkt te hebben, spelen knelpunten in de uitvoering én hardnekkige sociale problematiek een rol. Tevens is er een positief effect zichtbaar van de inzet van straatcoaches op de jeugdoverlast in die wijken.
Verder is het belangrijk om de jeugdoverlast cijfers van Den Haag in een breder perspectief te plaatsen. In het algemeen scoort Den Haag wat betreft jeugdoverlast vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde en bovendien vergelijkbaar of beter dan andere G4-gemeenten.
DSP-groep
RAPPORT ─ De effectiviteit van de groepsaanpak jeugdoverlast Den Haag
30
5
Doorontwikkeling Uit de voorgaande hoofdstukken blijkt dat in de regel positief wordt geoordeeld en dat er een positieve relatie bestaat tussen de Haagse aanpak en de afname van de jeugdoverlast. Ook levert de uitvoeringspraktijk nog enkele punten op die voor verbetering vatbaar zijn. Tijdens de leerbijeenkomst met de kernpartners is vastgesteld welke van deze punten de meeste aandacht behoeven en welke mogelijkheden voor doorontwikkeling opportuun zijn. In dit hoofdstuk wordt nader op deze punten ingegaan en mogelijkheden benoemd voor door ontwikkeling. Hierbij worden de ervaringen van de vijf andere gemeenten waar een groepsaanpak is, meegenomen.21
Van offline naar online Zoals gezegd is er een verschuiving gaande van de offline naar de online wereld. Dit betekent dat jongeren steeds meer online contact onderhouden waardoor het lastiger wordt voor de ketenpartners om zicht te krijgen wie tot een groep behoren en wat de onderlinge verhoudingen zijn. Hier wordt zowel in Den haag als in de andere vijf gemeenten die zijn geïnterviewd aangelopen. In Den Haag wordt met het aanstellen van een medewerker jeugd, wijk en web bij Bureau Hoefkade een start gemaakt om vanuit de politie online activiteiten van jongeren te gaan monitoren. Deze medewerker zal zowel fysiek aanwezig zijn in de wijk en online monitoren. Hij is een digitaal agent en kan op verzoek van de officier van justitie in gesloten groepen monitoren. De hoeveelheid informatie die online gemonitord moet worden in combinatie met fysieke aanwezigheid in de wijk, is volgens geïnterviewde ketenpartners wel een uitdaging. Wil je meer grip krijgen op wat er online gebeurt, zodat je weet waar we offline in de groepsaanpak op moet inzetten? Dan is aanmerkelijk meer capaciteit bij met name de politie – vanwege de benodigde bevoegdheden – een vereiste, aldus respondenten. In één van de andere gemeenten wordt ook een digitaal agent aangesteld. Hier zijn vooralsnog nog geen ervaringen mee opgedaan.
Naast politie, zijn jongerenwerkers zowel in Den Haag als in de andere vijf gemeenten online veel actief. In een van de gemeenten levert een van de jongerenwerkers elke maand een rapportage aan ten behoeve van de groepsaanpak, waarin de laatste online ontwikkelingen worden gedeeld.
Lastig zicht krijgen op onderlinge verhoudingen Uit de evaluatie komt voren dat sommige ketenpartners informatie missen over de groepsverhoudingen. Wenselijk zou zijn als er een TDGA (tactische dadergroep analyse) van iedere aan te pakken groep zou worden opgesteld door de politie. In een van de andere vijf gemeenten wordt die standaard gedaan, wat
21
Bij de vergelijking met andere gemeenten is het belangrijk op te merken dat in de andere vijf gemeenten geen expliciet onderscheid gemaakt wordt tussen een laag, midden en hoog risicogroep. Indien sprake is van strafbare feiten wordt iemand bij het Zorg- en Veiligheidshuis besproken, maar als dat niet het geval is of het om lichte vergrijpen gaat wordt de groep en de individuen lokaal besproken. Doordat de midden risicogroep elders niet als zodanig wordt onderscheiden, is het niet mogelijk een een-op-een vergelijking tussen de aanpakken te maken. We beperken ons daarom tot een aantal generieke ervaringen.
DSP-groep
RAPPORT ─ De effectiviteit van de groepsaanpak jeugdoverlast Den Haag
31
ketenpartners helpt om de strategie voor de groepsgerichte aanpak en het doorbreken van de groepsdynamiek te bepalen. Door capaciteitsproblemen lukt het in de Haagse aanpak niet altijd om deze analyse uit te voeren. Deze informatie is volgens hen nuttig omdat daarmee duidelijk wordt wie de leiders zijn van een groep en wie de meelopers, zodat beter prioritering aangebracht kan worden in welke jongeren uit een groep als eerste worden aangepakt. Door beter zicht te krijgen op de groepsverhoudingen wordt de aanpak bovendien meer groepsgericht, waar de aanpak soms nog te veel een optelsom is van meerdere persoonsgerichte aanpakken.
Meer fluïde groepen en netwerken Zoals gezegd lopen ketenpartners in Den Haag ertegenaan dat de groepen en netwerken tussen groepen steeds meer fluïde worden. Jongeren zijn minder gebiedsgebonden. Dit hangt grotendeels samen door meer online contacten tussen jongeren, ook met jongeren buiten hun eigen wijk. Ook in de andere gemeenten loopt men ertegen aan dat de groepsaanpak vaak gebiedsgebonden is terwijl de problematiek dat steeds minder is. Omdat jongeren zich minder houden aan hun eigen wijk en buurt, bemoeilijkt dit de aanpak, zo blijkt in de vijf gemeenten. In alle gemeenten lopen ketenpartners ertegenaan dat het onduidelijk is van wie de jongeren ‘zijn’. Een idee is om een stedelijke regiegroep in te richten die zich richt op dit soort groepen en netwerken, zo wordt door een van de respondenten uit een van de vijf andere gemeenten genoemd. In een andere gemeente worden trainingen gegeven over gebiedsoverstijgend werken. In die betreffende gemeente is bovendien één keer een gebied geprioriteerd in plaats van een groep, omdat het met de groepsscan van de politie niet lukte om te bepalen wie er in de groep zat doordat de samenstelling constant veranderde. In dat geval waren er meerdere veiligheidsregisseurs betrokken en was het erg belangrijkom duidelijke afspraken te maken over wie regie voert en wie wat doen.
De ervaring met deze manier van werken is echter in alle gesproken gemeenten nog beperkt.
Signalering door en betrokkenheid van scholen Ketenpartners van de groepsaanpak missen het onderwijs bij de groeps- en gebiedsgerichte aanpak. Bij de persoonsgerichte aanpak sluit de afdeling Leerlingzaken aan bij de overleggen, waardoor in die aanpak informatie over de schoolloopbaan aanwezig is. In de afgelopen paar jaar zijn scholen – mede door coronaminder bij de groeps- en gebiedsgerichte aanpak betrokken geweest. Dit wordt door de ketenpartners als een gemis ervaren. Er is een scholengemeenschap die onderdeel uitmaakt van een regiegroep, maar idealiter zouden ketenpartners deze samenwerking met scholen vaker zien. Hier wordt door een andere respondent tegenin gebracht dat scholen aansluiten bij de regiegroep indien nodig, maar dat het afhankelijk is van de problematiek en de vraag die er ligt of de betrokkenheid van een school nodig is. Als de overlast bijvoorbeeld veel rondom een school wordt ervaren, ligt het voor de hand de school bij de aanpak te betrekken. Ondanks dat het gaat om maatwerk, neemt het niet weg dat het volgens geïnterviewde ketenpartners meerwaarde heeft om de link tussen onderwijs en de groepsaanpak weer te stimuleren.
DSP-groep
RAPPORT ─ De effectiviteit van de groepsaanpak jeugdoverlast Den Haag
32
Hulp bij het zoeken van bijbaan Om te voorkomen dat jongeren doorgroeien in de criminaliteit, is het van belang dat hen een passend alternatief wordt geboden waarlangs zij geld kunnen verdienen. Tijdens de leerbijeenkomst komt naar voren dat steeds meer jongeren naar school willen én kunnen werken. Voor fulltime banen kunnen de jongeren terecht bij het Jongerenpunt 070, maar een portaal voor een parttime bijbaan is er niet. Door meer aanbod te creëren voor parttime banen, wordt de jongeren mogelijkheden geboden om naast hun school een reguliere baan te nemen.
Van evalueren kan je leren Een eindevaluatie van een groepsaanpak wordt niet altijd gedaan waardoor mogelijk waardevolle lessen gemist worden en successen niet gevierd worden. Dit vraagt om een aanscherping van het werkproces en de werkafspraken.
Gebrek aan capaciteit Capaciteit komt het meest naar voren als ervaren knelpunt. Hierbij wordt politie in het bijzonder genoemd. Door capaciteitsgebrek bij de politie en de werkdruk die daardoor wordt ervaren, komen bepaalde stappen in het gedrang. Zo kwam aan bod dat bij de recherche rest-informatie uit strafrechtelijke onderzoeken niet in processen-verbaal genoteerd wordt, terwijl die informatie juist relevant is voor een wijkagent of operationeel specialist die betrokken is bij de groepsaanpak. Ook is er vanuit de politie niet altijd voldoende capaciteit om in te zetten op het effectief monitoren van onlineactiviteiten én daarnaast ook nog fysiek in de wijk aanwezig te zijn. Maar ook bij andere partners speelt het probleem van capaciteit. Bij de reclassering moet bijvoorbeeld de groepsaanpak naast het reguliere werk worden gedaan zonder dat daarvoor extra tijd beschikbaar is.
DSP-groep
RAPPORT ─ De effectiviteit van de groepsaanpak jeugdoverlast Den Haag
33
6
Conclusie De aanpak van jeugdoverlast en de ontwikkeling van de overlastcijfers worden nauwgezet gemonitord. Door de directie Veiligheid is geconstateerd dat het jeugdoverlast de afgelopen jaren is toegenomen. Deze stijging was tevens aanleiding voor raadsvragen. Door DSP-groep is daarom onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de groepsaanpak van overlast door jeugdgroepen. In het onderzoek stonden de volgende onderzoeksvragen centraal: “Hoe effectief is de Haagse aanpak van problematische (jeugd) groepen in het tegengaan van jeugdoverlast en welke verbeterpunten zijn er te onderscheiden?”
De centrale vraagstelling is verder uitgewerkt in de volgende deelvragen: 1.
Welke factoren vergroten de effectiviteit van de aanpak? En welke factoren belemmeren de effectiviteit van de aanpak?
2.
Welke invloed hebben de coronamaatregelen op de jeugdoverlast en de effectiviteit van de aanpak?
3.
Hoe verloopt de samenwerking met de ketenpartners?
4.
Welke verbeterpunten worden gesignaleerd?
In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen. Allereerst wordt ingegaan op de effectiviteit van de aanpak, gevolgd door de succes- en belemmerende factoren. Vervolgens wordt ingegaan op de samenwerking en de punten voor doorontwikkeling van de aanpak.
Effectiviteit In het algemeen is in Den Haag – maar ook in Nederland in het geheel en de andere G4 – gemeenten – de afgelopen jaren een stijging van het jeugdoverlast zichtbaar. Ten opzichte van 2017 lag het aantal meldingen van jeugdoverlast per 1000 inwoners in Den Haag in 2021 80% hoger (7,1 per 1000 inwoners). Echter, deze stijging vraagt om nuancering omdat er sterke aanwijzingen zijn dat deze trend nauw samenhangt met de coronamaatregelen die 2020 en 2021 werden getroffen. 2020 en 202i waren dermate uitzonderlijke jaren dat deze niet als representatief kunnen worden beschouwd voor de effectiviteit van de groepsaanpak.
Wat meer zegt over de effectiviteit van de Haagse aanpak, is de vergelijking tussen gebieden waar een groepsaanpak voor de midden risicogroep is ingezet en gebieden waar geen aanpak is ingezet, maar die demografisch en sociaaleconomisch wel vergelijkbaar zijn. De effectiviteit van de Haagse aanpak van midden risicogroepen is immers de focus van dit onderzoek geweest. Deze analyse laat zien dat in de meeste wijken waar de Haagse aanpak op een midden risicogroep is ingezet, het jeugdoverlast sterker is afgenomen of minder sterk is toegenomen dan in de referentiegebieden. Dit wijst erop dat de Haagse aanpak in deze wijken effectief is. In een aantal wijken werd dit effect niet gevonden, maar zijn er aanwijzingen dat hier
DSP-groep
RAPPORT ─ De effectiviteit van de groepsaanpak jeugdoverlast Den Haag
34
seizoenseffecten een rol spelen waardoor de overlast niet (uitsluitend) door de ‘eigen’ jongeren wordt veroorzaakt. Ook langdurige problematiek speelt in deze wijken een rol, in combinatie met personele capaciteit en persoonswisselingen, waardoor de groepsaanpak hier minder goed van de grond is gekomen. Specifiek wordt verwezen naar het breed maatschappelijk geaccepteerde gebruik van drugs onder jongeren (en volwassenen) in deze buurten en een sterk levend vijandsbeeld bij bewoners van de politie. Een groepsaanpak moet in deze buurten gezien worden als een onderdeel van een bredere aanpak, waarbij integraal wordt ingezet op de veiligheid, leefbaarheid en sociale samenhang.
Daarnaast blijkt in de negen gebieden waar straatcoaches sinds augustus 2021 actief zijn, over het algemeen een positief effect op te treden. In de gebieden waar een straatcoach actief is, is het aantal overlastmeldingen sterker door jongeren sterker gedaald dan in referentiegebieden, respectievelijk -24% en -15%, ten opzichte van een jaar vóór de implementatie.
Succesfactoren en belemmerende factoren in de uitvoering De samenwerking tussen en de commitment van de betrokken ketenpartners zijn belangrijke elementen die maken dat de groepsaanpak in grote lijnen efficiënt en effectief verloopt. Partners hebben geen 9 tot 5 mentaliteit en zijn bereid om een stapje extra te zetten voor de jongeren in de Haagse aanpak. Dit leidt ertoe dat in de meeste gebieden waar de Haagse aanpak voor midden risicogroepen wordt ingezet, succesvol is. De jongeren worden met succes teruggeleid naar school en/of werk, ze hebben meer dagbesteding in hun vrije tijd door voorzieningen die worden getroffen in hun wijk en ze krijgen hun leven meer op de rit door de (praktische) ondersteuning.
Er is echter ook een aantal belemmerende factoren. In de signaleringsfase van de aanpak, is het betrekken van het onderwijs is een aandachtspunt. Daarnaast wordt ook mogelijk waardevolle informatie bij de politie niet altijd geregistreerd of komt deze niet bij de juiste afdeling terecht, waardoor zorgsignalen soms in het voortraject gemist worden. Dit kan ertoe leiden dat de problematiek van de jongeren al is verergerd tegen de tijd dat de individuele jongeren voor een aanpak in beeld komen. Capaciteitsgebrek speelt hierbij een belangrijke rol.
In de volgende fasen – de duidingsfasen – brengt de groepsscan van de politie de nodige uitdagingen met zich mee. Dit heeft ermee te maken dat het steeds lastiger om zicht te krijgen op wie tot een groep behoort en wie niet. Dit heeft grotendeels te maken met de toenemende verschuiving naar online contact tussen jongeren. Om snel in te kunnen grijpen op de jongeren is het zaak om in ieder geval de kerngroep te identificeren, zodat met hen gestart kan worden en van daaruit de groep uitgebreid en/of aangescherpt kan worden. Dit pleit voor een TDGA bij iedere aanpak van een groep. Dit zou helpen om meer prioritering aan te brengen in de groepsaanpak, waardoor de nadruk tevens minder komt te liggen op de persoonsgerichte aanpak.
DSP-groep
RAPPORT ─ De effectiviteit van de groepsaanpak jeugdoverlast Den Haag
35
Daarnaast zorgt de terughoudendheid van sommige jongerenwerkers om informatie te delen met partners voor een belemmering in de duiding en uitvoering van het plan van aanpak. Jongerenwerkers hebben een lastige positie, met enerzijds een vertrouwelijke band met jongeren en anderzijds een samenwerkingsband met de ketenpartners van de groepsaanpak. Hierbij speelt ook mee dat jongerenwerk niet onder het convenant van de PGA-lokaal valt, waardoor alleen informatie op persoonsniveau met de politie gedeeld kan worden, doorgaans via de wijkagent. Echter, omdat de wijkagent niet standaard aansluit bij de overleggen op persoonsniveau, wordt de informatie van de ogen en oren uit de wijk – jongerenwerkers en de wijkagent – gemist aan tafel. Momenteel wordt er landelijk aan een nieuw convenant groepsaanpak gewerkt en binnen Den Haag wordt op dit moment de laatste hand gelegd aan het herziene convenant jongerenwerk/politie. Dit biedt mogelijkheden om de informatiedeling met jongerenwerk te verbeteren.
In de uitvoerende en afrondende fasen worden de interventies op persoonsniveau, groepsniveau en gebiedsniveau uitgevoerd. Een aantal aspecten van de uitvoering zijn hierbij succesfactoren te zijn; de betrokkenheid van ouders, zorgvuldige bejegening van de jongeren, wederkerigheid, een match tussen jongerenwerk en de jeugdgroep en een vast honk voor jeugdgroepen.
Tot slot worden waardevolle lessen van groepsaanpakken nog te weinig meegenomen naar de volgende groepsaanpakken. Hiermee blijven mogelijke verbeteringskansen onbenut.
Samenwerking De samenwerking tussen de betrokken ketenpartners verloopt over het algemeen goed. De betrokkenheid van ketenpartners is hoog. Zij zetten een extra stap voor de jongeren en ondersteunen hen bij allerhande zaken. Daarnaast wordt de directie Veiligheid gezien als actiegericht en is de regierol goed belegd.
Daarnaast zijn de afspraken over rollen en taken heldere afspraken gemaakt, maar dit neemt niet weg dat explicieter stil gestaan kan worden bij elkaars rollen, taken en bevoegdheden zodat ketenpartners beter van elkaar weten wat ze van elkaar kunnen verwachten. Dit speelt in het bijzonder daar waar personele wisselingen optreden. Dit betekent ook dat regelmatig stil moet worden gestaan bij wat de groepsaanpak inhoudt, welke ketenpartners wanneer worden betrokken en wat de werkwijze inhoudt. Dit draagt eraan bij dat men beter op de hoogte is van wat de groepsaanpak an sich omvat, want uit de interviews blijkt dat het beeld over de groepsaanpak niet altijd eenduidig is.
Voorts wordt geconstateerd dat niet altijd alle relevante partners bij de tussentijdse afstemmingsoverleggen aanwezig zijn. Met name wanneer de wijkagent en het jongerenwerk bij de persoonsgerichte aanpak aan tafel ontbreken wordt dat als een gemis ervaren. Op die manier ontbreekt het aan de ‘oren en ogen van de straat’ aan tafel.
DSP-groep
RAPPORT ─ De effectiviteit van de groepsaanpak jeugdoverlast Den Haag
36
Doorontwikkeling Al met al levert de evaluatie een sterke indicatie op dat de Haagse aanpak van midden risicogroepen effectief is. Uit de evaluatie komt naar voren dat de verbeterslag van de aanpak vooral ligt bij de volgende punten: Meer capaciteit en inzet om online gedrag van jongeren te monitoren, bijvoorbeeld door het aanstellen van meer digitaal agenten met een focus op jeugd. Meer inzet op het inzichtelijk maken van onderlinge verhoudingen tussen jongeren uit een jeugdgroep, om zo meer strategische keuzes te kunnen maken om in te spelen op de groepsdynamiek, bijvoorbeeld door standaard gebruik van de TDGA. Inrichten van een gebiedsoverstijgend(e) proces en structuur om in te kunnen spelen op de fluïde groepen en netwerken. Samenwerking met de scholen stimuleren bij de groepsgerichte- en gebiedsgerichte aanpak. Meer inzet op het creëren van een passend werkaanbod voor parttimebanen voor jongeren. Meer focus op het evalueren van groepsaanpakken om waardevolle lessen niet onbenut te laten.
DSP-groep
RAPPORT ─ De effectiviteit van de groepsaanpak jeugdoverlast Den Haag
37
Bijlage 1: vergelijking andere gemeenten22 Aspect Niveaus van overlastgevende groepen
Den Haag Er wordt onderscheid gemaakt tussen laag, midden en hoog risicogroep.
Gemeente 1 Er wordt anders onderscheid gemaakt tussen verschillende niveaus.
Gemeente 2 Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen verschillende niveaus.
Gemeente 3 Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen verschillende niveaus.
Gemeente 4 Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen verschillende niveaus.
Toelichting: voorheen werd wel onderscheid gemaakt tussen hinderlijk, overlastgevend en crimineel. Dit werd echter als een te sterke scheidslijn gezien en soms werd een groep als zwaarder gewogen zodat het OM mee kon kijken. Daarom is besloten hiervan af te steppen en meer te richten op het aantal risicofactoren. Bij ‘teveel’ risicofactoren wordt opgeschaald van stadsniveau, naar stedelijk niveau naar het ZVH.
Toelichting: in de praktijk lopen de drie niveaus (laag, midden, hoog) door elkaar en daarom is besloten deze niet meer te onderscheiden.
Toelichting: Op basis van de handreiking problematische jeugdgroepen wordt een beeld van het overlast gevormd en bepaald wat de ernst is en welke partners betrokken zijn.
PGA-regisseurs Directie Veiligheid (persoonsgerichte aanpak) en accounthouder Directie Veiligheid (gebieds- en groepsgerichte aanpak) Gebiedsniveau
Projectleider groepsaanpak/J&V (gemeente)
Gebiedsmanager (team Wijkveiligheid OOV)
Toelichting: op basis van de handreiking problematische jeugdgroepen wordt bepaald of er sprake is van een criminele groep of dat individuen uit de groep criminele feiten plegen. Het kan zijn dat er een groepsaanpak loop waarbij door de jongeren steekincidenten, bedreigingen en High impact-delicten zoals straatroven zijn/worden gepleegd, kan er lokaal een groepsaanpak worden gedaan. Als er strafrechtelijke trajecten lopen of mogelijk gaan spelen, zal het zwaartepunt bij het OM komen te liggen. Als er sprake is van domeinoverstijgende problematiek die te zwaar/complex is of waarop men lokaal vastloopt, wordt iemand aangemeld bij het Zorg- en Veiligheidshuis. Veiligheids-regisseur (directie Veiligheid gemeente)
Stadsdeel, cluster J&V
Wijkniveau
Gebiedsniveau
Stadsdeelniveau
Toelichting: Per district (drie districten)
Toelichting: Binnen elk stadsdeel is een cluster J&V actief. 7 stappenmodel wordt gehanteerd.
Toelichting: er zijn meerdere gebiedsmanagers per wijk. De gebiedsmanager voert de regie. 7 stappenmodel wordt gehanteerd.
Toelichting: ieder gebied heeft een eigen veiligheidsregisseur. Een gebied bestaat uit meerdere wijken.
Toelichting: er zijn 4 stadsdelen met elke een eigen Veiligheidsmanager (VM). De VM werkt gebiedsgericht (breder dan jeugd). De Jeugd Interventie Teams (JIT’s) werken volgens het 7 stappenmodel, aan de hand van de volgende onderdelen: • Signaleren • Informatie delen • Analyseren • Duiden • Vormgeven aanpak
Toelichting: De midden-risico groep is een nadrukkelijk aanwezige groep, maken zich weleens schuldig aan vernielingen en diefstal, hun justitiële documentatie is doorgaans beperkt.
Regie
Niveau van bespreking
Groepsaanpak
7 stappenmodel wordt gehanteerd. 1. Signalering 2. Weegmoment. 3. Duiding van groep en individuen. 4. Ontwikkelen van plan van aanpak op drie niveaus: Persoonsgericht (PGA lokaal), groepsgericht (regiegroep),
Veiligheidsmanager van stadsdeel (gemeente) Het Zorg- en Veiligheidshuis en de GGD voeren de persoonsgerichte aanpakken uit
1. Doorlopende afstemmingscyclus 2. Weegmoment 3. (geprioriteerde) aanpak van overlast Toelichting: in de aanpak worden drie onderdelen doorlopen. Eerste stap is het beoordelen van signalen en meldingen. Na signalering van problematiek worden reguliere interventies ingezet (o.a. aanspreken door straatcoaches, gesprek met ouders, etc.). Indien deze reguliere
7 stappenmodel wordt gehanteerd. Toelichting: Binnen de groepsaanpak wordt op drie domeinen ingezet: omgeving, groep en individu. Inzet op elk van die domeinen is maatwerk en kan per groep verschillen. Leiders worden wel onderscheiden van de meelopers, waarbij meer inzet (door bijv. politie) wordt gedaan op de leiders.
22 Voor het onderzoek is met vijf gemeenten gesproken. Een van de gemeenten is echter niet in de tabel opgenomen omdat er niet expliciet toestemming is gegeven voor het opnemen van de informatie in de
tabel.
DSP-groep
RAPPORT ─ De effectiviteit van de groepsaanpak jeugdoverlast Den Haag
38
Aspect
Den Haag gebiedsgericht (regiegroep). Toelichting: er wordt gestart met de persoonsgericht aanpak. Er is een constante afstemming en uitwisseling tussen de niveaus. De aanpak is grotendeels afhankelijk van ‘zachte’ informatie uit de wijk.
Belangrijkste betrokken partners
De Driehoek (wordt ingelicht bij start) Standaard • Gemeente (regisseur en accounthouder, SZW, leerlingzaken) • Politie
Succesfactoren
DSP-groep
Overige (afhankelijk van problematiek): • Jeugdbescherming West • Jongerenwerk • Halt • Middin • Parnassia Groep • Willem Schrikker Groep • Jeugdreclassering • Gerards en Benard Succesfactoren: • Goede, efficiënte samenwerking. • Duidelijke regierol en taakverdeling. • Directie Veiligheid is actiegericht. • Hoge mate van commitment bij ketenpartners.
Gemeente 1 inzet niet meer voldoet en de problematiek onvoldoende verbetert, volgt een weegmoment. Sommige jeugdgroepen hebben echter een ‘plusje’: ze zijn ofwel te zwaar crimineel, of er is sprake van een zorgaspect, of sprake van een ‘fenomeen’ of ze zijn ouder dan 23 jaar. Dan wordt er doorverwezen of opgeschaald naar stedelijk niveau, bijvoorbeeld het Zorg- en Veiligheidshuis). De afspraken rondom doorverwijzen dan wel opschalen van deze doelgroepen zijn momenteel (mei, 2022) gemeentelijk ter bespreking in verband met de doorontwikkeling van de (landelijke en lokale) aanpak op jeugdoverlast dan wel -criminaliteit. Kernteam • Gemeente • Politie (wijkagent) • OM Volgende schilpartijen zijn op regelmatige basis betrokken: • Straatcoaches • Jongerenwerkorganisaties met verschillende specialisaties (zoals sport) • Welzijnsorganisaties • RvdK • Jeugdbescherming • William Schrikker • Jeugdreclassering • Halt • Jeugdhulporganisaties • GGZ-instelling Succesfactoren: • Hoge mate van betrokkenheid van convenantpartijen. Het belang van de aanpak wordt onderschreven. • Borging van privacy • Merendeel is positief over de afspraken over het bereiken van de doelen, de inrichting en de uitvoering van de groepsaanpak
RAPPORT ─ De effectiviteit van de groepsaanpak jeugdoverlast Den Haag
Gemeente 2
Gemeente 3
Gemeente 4
Partners worden niet expliciet genoemd, maar volgende partners komen wel aan bod in interview: • Gemeente • Politie, o.a. (jeugd)wijkagent • Jongerenwerk
Standaard overleg: • Gemeente • OM • Politie • Jongerenwerk • Jeugdhandhaving
In de driehoek wordt de groep geprioriteerd.
Daarnaast kunnen signalen uit andere gremia worden gedeeld, bijv. overleggen met sleutelfiguren (wijkteam, stadsmarinier)
Succesfactoren: • Jongeren notificeren op het wijkbureau samen met hun ouders. • Actieve betrokkenheid jongerenwerk. • Samenwerking tussen wijkagent/jeugdagent en jongerenwerk in de wijken Zuid en Zuidwest.
Succesfactoren: • Goede uitwisseling tussen kernpartners • Betrokkenheid van jongerenwerk
39
Operationeel overleg: • Jongerenwerk • BOA • Wijkagent • Jeugdagent Tactisch/strategisch overleg (vergelijkbaar met regiegroep): • Teamchef politie • Manager jongerenwerk • Teamleiding handhaving Dit overleg is belegd in een reeds bestaand overleg (regiegroep Veiligheid binnen het stadsdeel).
Succesfactoren • Korte lijnen tussen partners • Actiegericht (m.n. politie): problemen worden bij de horens gevat. • Jeugdgezondheidszorg is toegevoegd aan het JIT en heeft toegevoegde waarde, zij kennen de sociale kaart en kunnen de link zijn naar verdere hulpverlening indien nodig.
Aspect
Den Haag • Ketenpartners zijn bereid extra stappen te zetten voor de jongeren.
Gemeente 1 • Er is integrale samenwerking tot stand gekomen • Brede vertegenwoordiging van expertises en specialismen
Gemeente 2
Gemeente 3
Gemeente 4
Uitdagingen
Uitdagingen: • Meer capaciteit en inzet om online gedrag van jongeren te monitoren, bijvoorbeeld door het aanstellen van meer digitaal agenten met een focus op jeugd. • Meer inzet op het inzichtelijk maken van onderlinge verhoudingen tussen jongeren uit een jeugdgroep, om zo meer strategische keuzes te kunnen maken om in te spelen op de groepsdynamiek, bijvoorbeeld door standaard gebruik van de TDGA. • Inrichten van een gebiedsoverstijgend(e) proces en structuur om in te kunnen spelen op de fluïde groepen en netwerken. • Samenwerking met de scholen stimuleren bij de groepsgerichte- en gebiedsgerichte aanpak. • Meer inzet op het creëren van een passend werkaanbod voor parttimebanen voor jongeren. • Meer focus op het evalueren van
Uitdagingen: • Tegenwoordig is niet altijd meer duidelijk wat wordt verstaan onder een ‘problematische jeugdgroep’ • Als gevolg van bovenstaand punt: in de praktijk ontstaat het risico om het convenant in te zetten voor niet in het convenant opgenomen doelen of doelgroepen • Behoefte aan nieuwe (m.n. lokale) uitvoerende samenwerkingspartners • Behoefte aan instrumentarium voor nieuwe fenomenen (gelieerd aan problematische jeugdgroepen) • Verbeteren van kennis en wensen rondom informatie-uitwisseling • Gebrek aan stedelijk gremia met een adviserende en signalerende rol
Uitdagingen: • Netwerken worden meer fluïde en groepen zijn steeds minder op straat. Hierdoor zijn jongeren minder snel in beeld. Er wordt meer ingezet op de aanpak van individuele jongeren, onder andere door vanuit het individu te kijken of hij/zij onderdeel is van een groep. • Verschuiving naar online Meer online. Vraagt om meer inzet op straat om verbinding te krijgen zodat je ook online in contact kan komen en blijven. O.a. digitale wijkagent. Vanwege capaciteitsproblemen wel lastig. • PGA vraagt om gespecialiseerde kennis en die ontbreekt vaak bij gebiedsmanagers niet hebben. Vanwege hun uitgebreide takenpakket en gebrek aan tijd, zien zij liever dat PGA-experts de regie voeren. • Jongeren zijn minder gebiedsgeboden. Ze komen vaker uit andere wijken of andere steden. Dit vraagt om gebiedsoverstijgende regie. • Lastig om scholen te betrekken en hun te wijzen op signalen van gedragsveranderingen bij jongeren. • AVG: niet-convenantpartners moeite om informatie te delen en onduidelijkheid over wat wel/niet gedeeld kan worden.
Uitdagingen: • Voorheen ontbrak ambulant jongerenwerk aan tafel. Sinds kort is naast regulier jongerenwerk ook ambulant jongerenwerk actief in de gebieden waar een groepsaanpak speelt. Hoe deze samenwerking moet zich nog verder ontwikkelen. • Privacywetgeving belemmert uitwisseling tussen domeinen en afdelingen.. • Privacywetgeving belemmert uitwisseling tussen domeinen en afdelingen.
Uitdagingen: • Inzet op de online wereld van jongeren. • Meer betrokkenheid van scholen in de aanpak. • Passend vorm voor inzet op fluïde netwerken.
DSP-groep
RAPPORT ─ De effectiviteit van de groepsaanpak jeugdoverlast Den Haag
40
Aspect
DSP-groep
Den Haag groepsaanpakken om waardevolle lessen niet onbenut te laten.
Gemeente 1
RAPPORT ─ De effectiviteit van de groepsaanpak jeugdoverlast Den Haag
Gemeente 2
Gemeente 3
Gemeente 4
41
DSP-groep
RAPPORT ─ De effectiviteit van de groepsaanpak jeugdoverlast Den Haag
42
DSP-groep BV Van Diemenstraat 410 1013 CR Amsterdam +31 (0)20 625 75 37
dsp@dsp-groep.nl KvK 33176766 www.dsp-groep.nl
DSP-groep is een onafhankelijk bureau voor onderzoek, advies en management, gevestigd aan de IJ-oevers in Amsterdam. Sinds de oprichting van het bureau in 1984 werken wij veelvuldig in opdracht van de overheid (ministeries, provincies en gemeenten), maar ook voor maatschappelijke organisaties op landelijk, regionaal of lokaal niveau. Het bureau bestaat uit 40 medewerkers en een groot aantal freelancers.
Dienstverlening Onze inzet is vooral gericht op het ondersteunen van opdrachtgevers bij het aanpakken van complexe beleidsvraagstukken binnen de samenleving. We richten ons daarbij met name op de sociale, ruimtelijke of bestuurlijke kanten van zo’n vraagstuk. In dit kader kunnen we bijvoorbeeld een onderzoek doen, een registratie- of monitorsysteem ontwikkelen, een advies uitbrengen, een beleidsvisie voorbereiden, een plan toetsen of (tijdelijk) het management van een project of organisatie voeren.
Expertise Onze focus richt zich met name op de sociale, ruimtelijke of bestuurlijke kanten van een vraagstuk. Wij hebben o.a. expertise op het gebied van transitie in het sociaal domein, kwetsbare groepen in de samenleving, openbare orde & veiligheid, wonen, jeugd, sport & cultuur.
Meer weten? Neem vrijblijvend contact met ons op voor meer informatie of om een afspraak te maken. Bezoek onze website www.dsp-groep.nl voor onze projecten, publicaties en opdrachtgevers.