RIS313164 Bijlage 2
Tekst van het document
Maatregel 8
Niet door solidariteit beschermde afnemers afschakelen (administratief en/of technisch)
Beschrijving maatregel
Als met de voorgaande maatregelen nog onvoldoende bereikt is om het gastekort op te vangen, worden individuele niet door solidariteit beschermde afnemers afgeschakeld. Deze afnemers vallen wel onder de definitie van ‘beschermde afnemers’, maar niet onder de definitie van ‘door solidariteit beschermde afnemers’. In de praktijk betreft het hier de kleine en middelgrote ondernemingen en specifiek segmenten van essentiële sociale diensten (bijv. onderwijs). Soortgelijk als het afschakelen bij maatregel 7, kan dit ofwel technisch, ofwel administratief plaatsvinden. Ook hier geldt dat het technisch afschakelen van deze groep afnemers veel tijd/mankracht kost. Ook zullen onder deze maatregel de als cruciaal aangemerkte gasgestookte elektriciteitscentrales worden afgeschakeld.
Belangrijkste betrokken actoren
•
Beoordeling noodzaak
Deze maatregel wordt alleen overwogen wanneer alle voorgaande maatregelen (markt- en niet-marktgebaseerd) onvoldoende effect op het gastekort hebben gesorteerd. Daarmee is de gascrisis/noodsituatie van dien aard om deze maatregel te overwegen. De maatregel is alleen gericht op niet-beschermde afnemers. Bij deze maatregel worden cruciale gasgestookte energiecentrales en de vitale infrastructuur volgens de rangschikking van de vitaliteitsbeoordeling rekening houdend met de categorieën A en B zoveel mogelijk ontzien.
• • • • • •
Minister van EZK Landelijk Netbeheerder GTS Niet door solidariteit beschermde afnemers Producenten van elektriciteit / TenneT RNB’s NCC NKC
72
Maatregel 8
Niet door solidariteit beschermde afnemers afschakelen (administratief en/of technisch)
Uitvoeringsprocedure
Uitvoering De uitvoering van de maatregelen ligt bij GTS, gecoördineerd door het SCT en bij de RNB’s. Maatregelen die uitgevoerd moeten worden om de gasvoorziening te reguleren, worden uitgevoerd door de afdelingen Gastransport en Operations van GTS en door de RNB’s. In geval van een noodsituatie worden de maatregelen door GTS en de RNB’s in opdracht van het ministerie van EZK uitgevoerd. Dit betreft zowel het technisch afsluiten vanuit de CCP als ook handmatig technisch afsluiten van bepaalde afnemers. Het technisch afsluiten van niet door solidariteit beschermde afnemers gebeurt aan de hand van voorbereide lijsten met niet door solidariteit beschermde beschermde afnemers. Het technisch afschakelen gebeurt door medewerkers van de regionale netbeheerders of GTS. Besluit Tot deze maatregel wordt besloten door de minister van EZK, voorbereid door de voorzitter van het DBT van het ministerie van EZK in zijn rol als CGE. Toezicht Op een later moment zal worden bezien hoe de toezichthoudende rol wordt ingevuld.
Verwachte bijdrage
Omvang van het effect De gasvraag van niet door solidariteit beschermde afnemers (exclusief de afnemers die in de voorgaande maatregel worden beperkt) in Nederland is beperkt, omdat de categorie bedrijven die wél beschermd, maar niet door solidariteit beschermd, klein is. Zekerheid van het effect Het te verwachten effect op deze vraag is groot, met het oog op het dwingende karakter van de maatregel.
Andere effecten
Het verminderen van de afname van aardgas door niet-beschermde afnemers, zal in veel gevallen neerkomen op het stilleggen van bedrijfsmatige processen. Dit leidt tot economische schade. Gezien het dwingende karakter kan de economische schade uitzonderlijk groot zijn (zie ook voorgaande maatregel).
Aansluiting bij artikel 11, zesde lid, van de EU-verordening
De interne markt wordt niet onnodig beperkt, omdat marktgebaseerde en vrijblijvende maatregelen reeds overwogen zijn voordat deze maatregel genomen wordt. Deze maatregel heeft geen invloed op de gaslevering in een andere lidstaat of grensoverschrijdende toegang tot infrastructuur.
73
Maatregel 8
Niet door solidariteit beschermde afnemers afschakelen (administratief en/of technisch)
Informatiestromen
Deze maatregel wordt genomen op basis van informatie over de datum en tijdstip van de start van de ongewenste gebeurtenis, de beschrijving, oorzaak, context en effecten van de ongewenste gebeurtenis, de betrokken teams en partijen, de genomen besluiten maatregelen en adviezen, en de prognoses. Deze gegevens leveren RNB’s, NNO’s, programmaverantwoordelijken en producenten bij GTS aan. Deze informatie zal via de crisisorganisatie van GTS doorgegeven worden aan het DCC-EZK en, via deze, aan de DG K&E. Het DCC verzamelt in zijn rol als informatiecoördinator de informatie van GTS en de verschillende onderdelen van EZK en verwerkt dit tot een departementaal totaalbeeld van de situatie. Dit totaalbeeld ondersteunt enerzijds de departementale besluitvorming en dient anderzijds als input voor interdepartementale besluitvorming in het IAO, de ICCb en de MCCb.
Maatregel 9
Inroepen van onderlinge solidariteit tussen EU-lidstaten
Beschrijving maatregel
Wanneer voorgaande maatregelen onvoldoende blijken, treedt het ministerie van EZK in contact met de Europese Commissie en met de bevoegde instanties in de EU-landen waarmee het Nederlandse gastransportnet direct is verbonden (thans: België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk; in het geval van een noodsituatie op het gebied van laagcalorisch gas zal ook contact worden opgenomen met Frankrijk) om hun te vragen geen gas uit Nederland af te nemen voor hun eigen nietbeschermde afnemers. Hoewel dit een situatie is waarin EU-verordening niet voorziet kan daarin wel worden gelezen dat andere landen moreel verplicht zijn gehoor te geven aan dit verzoek.
Belangrijkste betrokken actoren
•
Beoordeling noodzaak
Deze maatregel wordt alleen overwogen wanneer alle voorgaande maatregelen (markt- en niet-marktgebaseerd) onvoldoende effect op de gaslevering hebben gesorteerd. Daarmee is de gascrisis/noodsituatie van dien aard om deze maatregel te nemen. Als de voorgaande maatregelen zijn uitgevoerd en onvoldoende bereikt is om het gastekort op te vangen, is in Nederland alles gedaan om niet door solidariteit beschermde afnemers af te sluiten van de gasvoorziening. Wanneer de crisis dusdanig groot is dat de gasvraag van door solidariteit beschermde afnemers nog steeds niet gedekt wordt door het aanbod, kan een beroep gedaan worden op de onderlinge solidariteit van landen binnen de EU voor de gasvoorziening van door solidariteit beschermde afnemers door hen te vragen geen gas uit Nederland af te nemen.
• • • • •
Minister van EZK Landelijk Netbeheerder GTS Aangrenzende netbeheerders (NNO’s) Europese Commissie Lidstaten van de Europese Unie NKC
74
Maatregel 9
Inroepen van onderlinge solidariteit tussen EU-lidstaten
Uitvoeringsprocedure
Uitvoering Dit beroep op onderlinge solidariteit is voorbereid in contacten van EZK met buitenlandse overheden, met ondersteuning van de betrokken TSO’s. Het daadwerkelijk oproepen tot solidariteit is aan het ministerie van EZK, in de persoon van de CGE. Om onderlinge solidariteit te bewerkstelligen treedt het ministerie van EZK in de persoon van de CGE in contact met de Europese Commissie en met de betreffende bevoegde instanties in EU-landen. De EU-landen zullen vervolgens communiceren over hun mogelijkheden tot solidariteit en de verdere nodige acties. Besluit Tot deze maatregel wordt besloten door de minister van EZK, voorbereid door de voorzitter van het DBT van het ministerie van EZK in zijn rol als CGE.
Verwachte bijdrage
Omvang van het effect De bijdrage en omvang van deze maatregel kan groot zijn. De export kan een groot deel van de gasvraag betreffen. Zekerheid van het effect De zekerheid van het te verwachten effect op deze vraag is moeilijk in te schatten. Formeel gezien valt een verzoek om af te zien van import uit Nederland niet onder de solidariteitsbepaling van de EU-verordening.
Andere effecten
Het verminderen van de afname van aardgas door niet-beschermde afnemers in het buitenland, zal in veel gevallen neerkomen op het stilleggen van bedrijfsmatige processen. Dit leidt tot economische schade. Gezien het dwingende karakter kan deze economische schade aanzienlijk zijn (zie ook voorgaande maatregelen).
Aansluiting bij artikel 11, zesde lid, van de EU-verordening
Deze maatregel, genomen op in de geest van de solidariteitsregelingen uit EU-verordening, heeft geen onnodige invloed op de interne markt of grensoverschrijdende toegang tot infrastructuur. De gaslevering in een andere lidstaat wordt niet onnodig beperkt, omdat in Nederland reeds alle maatregelen tegen niet door solidariteit beschermde afnemers zijn genomen.
Informatiestromen
Deze maatregel wordt genomen op basis van informatie over de datum en tijdstip van de start van de ongewenste gebeurtenis, de beschrijving, oorzaak, context en effecten van de ongewenste gebeurtenis, de betrokken teams en partijen, de genomen besluiten maatregelen en adviezen, en de prognoses. Deze gegevens leveren RNB’s, NNO’s, programmaverantwoordelijken en producenten bij GTS aan. Deze informatie zal via de crisisorganisatie van GTS doorgegeven worden aan het DCC-EZK en, via deze, aan de DG K&E. Het DCC verzamelt in zijn rol als informatiecoördinator de informatie van GTS en de verschillende onderdelen van EZK en verwerkt dit tot een departementaal totaalbeeld van de situatie. Dit totaalbeeld ondersteunt enerzijds de departementale besluitvorming en dient anderzijds als input voor interdepartementale besluitvorming in het IAO, de ICCb en de MCCb.
75
Maatregel 10
Door solidariteit beschermde afnemers administratief afschakelen
Beschrijving maatregel
Als bovenstaande maatregelen zijn genomen, is in Nederland en de EU alles gedaan om de gaslevering aan door solidariteit beschermde afnemers in stand te houden. Mocht de crisis dusdanig groot zijn dat de gasvraag van deze door solidariteit beschermde afnemers niet gedekt wordt door het aanbod, dan zijn er maatregelen nodig gericht op door solidariteit beschermde afnemers. In deze fase zullen door solidariteit beschermde afnemers een aanwijzing krijgen geen/minder gas af te nemen (administratief afsluiten). De door solidariteit beschermde afnemers zullen in de volgende volgorde verordend worden om af te sluiten: a. Stadsverwarming voor zover deze levert aan huishoudens en niet op een andere energiebron kan overstappen (alle andere stadsverwarming is al afgeschakeld) en huishoudelijke afnemers (en daaraan gelijkgesteld: voorzieningen met een woonfunctie zoals gevangenissen). b. Gezondheidszorg. c. Huishoudens: Met het oog op het grote aantal kleine aansluitingen, is het technisch afschakelen van deze door solidariteit beschermde afnemers uitsluitend een optie als hele gebieden technisch worden afgeschakeld (zie maatregel 11).
Belangrijkste betrokken actoren
•
• • •
• •
Beoordeling noodzaak
Minister van EZK Landelijk Netbeheerder GTS RNB’s Beschermde afnemers NCC NKC
Door solidariteit beschermde afnemers zijn huishoudelijke afnemers, specifiek essentiële sociale diensten en stadsverwarmingsinstallaties voor zover zij leveren aan huishoudens en specifieke essentiële sociale diensten. Deze maatregel wordt alleen overwogen wanneer alle voorgaande maatregelen (markt- en niet-marktgebaseerd) onvoldoende effect op de gaslevering hebben gesorteerd. Daarmee is de gascrisis/noodsituatie van dien aard om deze maatregel te overwegen. Als een dergelijke aanwijzing wordt gegeven, is er een groot tekort aan gas. Dat zal grote ontwrichtende gevolgen hebben in de maatschappij. De argumentatie voor deze volgorde is dat gaslevering aan de gezondheidszorg op deze manier zo lang mogelijk in stand blijft, zodat kwetsbare bevolkingsgroepen het langst beschermd blijven. Daarnaast is dit een laatste redmiddel om het afsluiten van een deel van het hoofdnet gas te voorkomen, wat de herstelperiode na de gascrisis/noodsituatie verkort, en daarmee de gevolgen inperkt.
76
Maatregel 10
Door solidariteit beschermde afnemers administratief afschakelen
Uitvoeringsprocedure
Uitvoering De uitvoering van de maatregelen ligt bij GTS, gecoördineerd door het SCT, en RNB’s. Het geven van de aanwijzingen aan beschermde afnemers gebeurt namens de minister van EZK aan de hand van categorieën van beschermde afnemers. In de uitvoering van deze maatregel zullen RNB’s nauw betrokken worden. Besluit Tot deze maatregel wordt besloten door de minister van EZK, voorbereid door de voorzitter van het DBT van het ministerie van EZK in zijn rol als CGE. Toezicht Op een later moment zal worden bezien hoe de toezichthoudende rol wordt ingevuld.
Verwachte bijdrage
Omvang van het effect Verwachten effect op de vraag is onzeker. De vraag naar gas kan relatief groot zijn, zeker wanneer kleinverbruikers gas vragen voor verwarming op een koude winterdag. Zekerheid van het effect De gevolgen van het afsluiten van gas kunnen groot en mogelijk levensbedreigend zijn. Het is derhalve onzeker hoe kleinverbruikers zullen reageren op een aanwijzing om geen gas af te nemen.
Andere effecten
Een dergelijk tekort aan gas zal grote ontwrichtende gevolgen hebben in de maatschappij. Door het tekort aan gas zullen bedrijven moeten afschakelen, wat leidt tot economische schade, en zullen kleinverbruikers zonder aardgas komen te zitten, wat leidt tot risico’s voor de volksgezondheid.
Aansluiting bij artikel 11, zesde lid, van de EU-verordening
De interne markt wordt niet onnodig beperkt, omdat marktgebaseerde en maatregelen tegen beschermde afnemers (vrijblijvend en gedwongen) reeds overwogen zijn voordat deze maatregel genomen wordt. Deze maatregel heeft geen invloed op de gaslevering in een andere lidstaat of grensoverschrijdende toegang tot infrastructuur.
Informatiestromen
Deze maatregel wordt genomen op basis van informatie over de datum en tijdstip van de start van de ongewenste gebeurtenis, de beschrijving, oorzaak, context en effecten van de ongewenste gebeurtenis, de betrokken teams en partijen, de genomen besluiten maatregelen en adviezen, en de prognoses. Deze gegevens leveren RNB’s, NNO’s, programmaverantwoordelijken en producenten bij GTS aan. Deze informatie zal via de crisisorganisatie van GTS doorgegeven worden aan het DCC-EZK en, via deze, aan de DG K&E. Het DCC verzamelt in zijn rol als informatiecoördinator de informatie van GTS en de verschillende onderdelen van EZK en verwerkt dit tot een departementaal totaalbeeld van de situatie. Dit totaalbeeld ondersteunt enerzijds de departementale besluitvorming en dient anderzijds als input voor interdepartementale besluitvorming in het IAO, de ICCb en de MCCb.
77
Maatregel 11
Een deel van het hoofdnet gas inclusief export technisch afsluiten
Beschrijving maatregel en actoren
Bij een ernstige verstoring in de gaslevering zal het nodig zijn om in vervolg op eerder genoemde maatregelen de gaslevering naar bepaalde delen van het hoofdnet gas en het buitenland te stoppen, ook al raakt dat alle afnemers, beschermd en onbeschermd. Om een deel van het hoofdnet gas af te sluiten is het mogelijk om afsluiters in doorgaande leidingen dicht te zetten, of dit te doen op het niveau van meet- en regelstations of Gasontvangststations. De keuze welk deel van het hoofdnet gas af te sluiten, hangt af van mogelijke effecten voor de nationale veiligheid. Een deel van het hoofdnet gas met relatief veel gaslevering aan de vitale infrastructuur wordt daarom later afgesloten dan andere delen. De effecten van afsluiting worden door deze keuze zoveel mogelijk proportioneel verdeeld over Nederland. Bij de keuze van af te sluiten delen van het hoofdnet gas is ook afsluiting van export een mogelijkheid.
Belangrijkste betrokken actoren
•
Beoordeling noodzaak
Deze maatregel wordt alleen overwogen wanneer alle voorgaande maatregelen (markt- en niet-marktgebaseerd) onvoldoende effect op de gaslevering hebben gesorteerd. Daarmee is de gascrisis/noodsituatie van dien aard om deze maatregel te nemen. Een dergelijke maatregel is bijvoorbeeld verstandig bij een groot gastekort om de druk in het landelijk gastransportnet op peil te houden – een voorwaarde voor een tijdige herstart van de gaswinning en gaslevering.
Uitvoeringsprocedure
Uitvoering De uitvoering van de maatregelen ligt bij GTS, gecoördineerd door het SCT. Maatregelen die uitgevoerd moeten worden om de gasvoorziening te reguleren, worden uitgevoerd door de afdeling Operations van GTS. In geval van een noodsituatie worden de maatregelen door GTS in opdracht van het ministerie van EZK uitgevoerd. Dit betreft zowel het technisch afsluiten vanuit de CCP als ook handmatig technisch afsluiten van bepaalde afnemers, overdrachtspunten naar de netten van Regionale Netbeheerders, NNO’s, leidingsecties of delen van het GTS gastransportnet. Het technisch afsluiten van een deel van het hoofdnet gas in Nederland gebeurt (zo mogelijk) aan de hand van voorbereide lijsten. Het technisch afschakelen gebeurt door GTS op het niveau van meet- en regelstations of Gasontvangststations.
• • • • • •
Minister van EZK Landelijk Netbeheerder GTS Regionale netbeheerders NNO’s NCC NKC LOCC
Besluit Tot deze maatregel wordt besloten door de minister van EZK, voorbereid door de voorzitter van het DBT van het ministerie van EZK in zijn rol als CGE.
78
Maatregel 11
Een deel van het hoofdnet gas inclusief export technisch afsluiten
Verwachte bijdrage
Omvang van het effect De grootte van de gasreductie is afhankelijk van het gebied dat wordt afgesloten. Zekerheid van het effect Door technische afschakeling is het effect hierna vervolgens gegarandeerd.
Andere effecten
Een dergelijk tekort aan gas zal grote ontwrichtende gevolgen hebben in de maatschappij. Door het tekort aan gas zullen bedrijven moeten afschakelen, wat leidt tot economische schade, en zullen kleinverbruikers zonder aardgas komen te zitten, wat leidt tot risico’s voor de volksgezondheid en de veiligheid. Een mogelijk ander gevolg is het verplaatsen van de gasvraag door evacuatie, of doordat mensen naar een andere locatie worden gebracht. Deze effecten zijn op dit moment niet gekwantificeerd.
Aansluiting bij artikel 11, zesde lid, van de EU-verordening
De interne markt, de gaslevering naar een andere lidstaat en grensoverschrijdende toegang tot de infrastructuur worden niet onnodig beperkt, omdat alle andere maatregelen reeds overwogen zijn voordat deze maatregel genomen wordt;
Informatiestromen
Deze maatregel wordt genomen op basis van informatie over de datum en tijdstip van de start van de ongewenste gebeurtenis, de beschrijving, oorzaak, context en effecten van de ongewenste gebeurtenis, de betrokken teams en partijen, de genomen besluiten maatregelen en adviezen, en de prognoses. Deze gegevens leveren RNB’s, NNO’s, programmaverantwoordelijken en producenten bij GTS aan. Deze informatie zal via de crisisorganisatie van GTS doorgegeven worden aan het DCC-EZK en, via deze, aan de DG K&E. Het DCC verzamelt in zijn rol als informatiecoördinator de informatie van GTS en de verschillende onderdelen van EZK en verwerkt dit tot een departementaal totaalbeeld van de situatie. Dit totaalbeeld ondersteunt enerzijds de departementale besluitvorming en dient anderzijds als input voor interdepartementale besluitvorming in het IAO, de ICCb en de MCCb.
79
Bijlage 2. Scenariodrivers B2.1 Algemeen Deze bijlage biedt een generiek handvat om een gascrisis/noodsituatie te classificeren en om te bepalen hoe dan te handelen, dit omdat iedere gascrisis/noodsituatie uniek is. Om toch algemene uitspraken te kunnen doen, wordt in deze bijlage gesproken in termen van scenariodrivers. Deze scenariodrivers zijn elementen aan de hand waarvan een gascrisis/noodsituatie kan worden getypeerd. In deze bijlage orden eerst de scenariodrivers geïntroduceerd. Hierna wordt per scenariodriver beschreven wat de invloed van de drivers is op een gascrisis. Tot slot wordt geconcludeerd wat de invloed is van de verschillende drivers op het handelen bij een gascrisis/noodsituatie. Een gasstoring en gasincident vallen buiten het bereik van deze bijlage. Het identificeren en handelen bij deze typen gastekorten is immers reeds ingebed in de gebruikelijke marktmechanismen.
B2.2 Scenariodrivers Om een gascrisis/noodsituatie te classificeren zijn acht bepalende scenariodrivers geïdentificeerd (tabel 5).
Driver
Omschrijving van de driver
Typische schaal
Volume
Deze driver geeft aan hoe groot het tekort aan aardgas is. Hierbij gaat het om de resterende schaarste, nadat alle marktgebaseerde mechanismen zijn ingezet. Het volume wordt zowel beïnvloed door de omvang van het de verstoring als door de omvang van de momentane gasvraag.
Een beperkt tot totaal tekort aan aardgas
Urgentie
Deze driver geeft aan hoeveel tijd er is om maatregelen te nemen voordat de gascrisis zich manifesteert.
Uren tot weken totdat het tekort zich manifesteert
Type verstoring
Deze driver geeft aan welk onderdeel van de voorzieningsketen ervoor zorgt dat een gastekort zich manifesteert.
Productie, import, conversie en/of transport
Type aardgas
Deze driver geeft aan op welke kwaliteit de verstoring van initieel toepassing is. Het kan zo zijn dat een verstoring in de ene kwaliteit gas, doorwerkt in de andere kwaliteit.
Hoog- en/of laagcalorisch gas
Duur
Deze driver geeft aan hoe lang de gascrisis zich zal manifesteren. Hierbij wordt gemeten van het eerste tot het laatste moment dat een fysiek tekort aan aardgas zich zou manifesteren als crisismaatregelen niet getroffen worden.
Uren tot een gehele winter totdat het tekort niet meer optreedt
Bron
Deze driver geeft aan wat de oorsprong van de gascrisis is.
Binnenlands of buitenlands
Seizoen
Deze driver geeft aan in welk seizoen de gascrisis zich manifesteert.
Lente, zomer, herfst of winter
Timing
Deze driver geeft aan op welk moment van de dag de gascrisis zich manifesteert.
Binnen of buiten kantooruren
Tabel 5. Definitie en typische schaal van de scenariodrivers
B2.3 Effect per driver Deze paragraaf gaat in op de invloed van de scenariodrivers op een gascrisis/noodsituatie. Scenariodrivers kunnen op twee manieren van invloed zijn, namelijk op gevolgschade en/of het handelen bij een gascrisis/noodsituatie. Drivers die bepalend zijn voor de gevolgschade van een
80
crisis, leiden tot een verschillende economische en/of maatschappelijke impact van de crisis/noodsituatie. De precieze impact van een gascrisis/noodsituatie is echter beperkt op voorhand in te schatten. Daarom wordt in dit hoofdstuk de impact van een scenariodriver slechts kwalitatief omschreven. Drivers kunnen ook bepalend zijn voor het handelen bij een gascrisis/noodsituatie en aanleiding vormen om verschillende maatregelen te overwegen. Deze invloed wordt beschreven aan de hand van de maatregelen binnen de maatregelenladder (paragraaf 7.3). Er zijn drie mogelijke effecten die een scenariodriver kan hebben op het handelen conform deze maatregelenladder, namelijk: 1. Invloed op de hoeveelheid maatregelen die wordt genomen, 2. Invloed op de afnemers waarvoor de maatregelen worden genomen, 3. Invloed op de volgorde waarin de maatregelen worden genomen. In de beschrijving van drivers is gekozen voor een selectie drivers die de impact en het handelen bepalen. De acht gepresenteerde drivers zijn hierdoor niet geheel onafhankelijk van elkaar. Zo heeft het seizoen heeft invloed op het volumetekort dat zich manifesteert. Slechts vier drivers zijn op zichzelf bepalend voor het handelen, de overige drivers kunnen een indirect effect hebben op het handelen.
Voor het handelen bij een gascrisis/noodsituatie zijn slechts vier van de drivers bepalend voor het handelen, namelijk het volume, de urgentie, het type verstoring en het type aardgas. In het geval van een gascrisis/noodsituatie wordt op basis van deze drivers bepaald welke crisismaatregelen moeten worden genomen. De overige drivers zijn bepalend voor de impact van de gascrisis.
B2.3.1 Volume Deze driver is bepalend voor het handelen bij een gascrisis/noodsituatie, omdat dit bepaalt hoeveel maatregelen er moeten worden genomen. Bij een groter volumetekort aan aardgas zijn immers meer maatregelen van de maatregelenladder noodzakelijk dan bij een kleiner volumetekort aan aardgas. Hierdoor heeft deze driver ook invloed op de gevolgschade van een crisis/noodsituatie. De opzet van de ladder is immers dusdanig dat maatregelen met grotere gevolgschade later worden overwogen dan maatregelen met een kleinere impact. De driver ‘volume’ heeft geen invloed op welke afnemers worden geraakt of op de volgorde waarin maatregelen worden genomen.
B2.3.2 Urgentie De urgentie kan gevolgen hebben voor het handelen bij een gascrisis/noodsituatie. Dit kan namelijk een reden zijn om maatregelen uit de maatregelenladder over te slaan, ondanks dat deze maatregelen hoger op de ladder staat. De volgende maatregelen kunnen worden overgeslagen bij een zeer hoge urgentie: •
Maatregel 4 - Opleggen van een extra heffing voor aardgas; De markt heeft namelijk tijd nodig om op deze maatregel te reageren, en het duurt daarom enige tijd voordat deze maatregel effect kan sorteren.
•
Maatregel 5 - Gedwongen brandstofomschakeling van industrieën; De uitvoer van deze maatregel vraagt zowel om voldoende implementatietijd als om tijd voor de markt om hierop te reageren, en het duurt daarom enige tijd voordat deze maatregel effect kan sorteren.
81
•
Maatregel 7 - Niet-beschermde afnemers afschakelen; Het technisch afsluiten van afnemers is zeer arbeidsintensief, en vergt daarmee een grote implementatietijd. Het technisch afsluiten van afnemers vergt weken (orde van grootte). Daarom zal bij grote urgentie deze maatregel beperkt worden tot alleen administratief afschakelen.
•
Maatregel 8 - Niet door solidariteit beschermde afnemers afschakelen (administratief en/of technisch); Het technisch afsluiten van afnemers is zeer arbeidsintensief, en vergt daarmee een grote implementatietijd. Het technisch afsluiten van afnemers vergt weken (orde van grootte). Daarom zal bij grote urgentie deze maatregel beperkt worden tot alleen administratief afschakelen.
•
Maatregel 10 – Beschermde afnemers administratief afschakelen; De implementatie van deze maatregel kost tijd, en het duurt daarom enige tijd voordat deze maatregel effect kan sorteren.
De overige maatregelen zijn op korte termijn te nemen. Randvoorwaardelijk hierbij is dat deze maatregelen in de koude fase voorbereid zijn en dat voldoende menskracht en middelen beschikbaar zijn om deze maatregelen te effectueren. Indien bepaalde maatregelen niet mogelijk zijn, worden er relatief snel vergaande maatregelen genomen. Hierdoor kan de urgentie ook effect hebben op de gevolgschade van een gascrisis/noodsituatie.
B2.3.3 Type verstoring Het type verstoring is bepalend in de overweging voor welke afnemers maatregelen van kracht zijn. Een algemeen uitgangspunt is dat maatregelen gericht op bepaalde afnemers alleen worden overwogen als dit bijdraagt aan het oplossen van de gascrisis/noodsituatie. Drie typen storingen zijn te onderscheiden: 1. Bij een verstoring van de productie of import is er aan algemeen tekort aan gas. Bij een dergelijke verstoring worden derhalve maatregelen gericht op alle afnemers overwogen. 2. Bij een verstoring in het transport zal een geografisch bepaald gebied worden geraakt. Maatregelen zullen dan alleen gericht zijn op afnemers in dat getroffen gebied. 3. Een verstoring bij een conversiestation heeft tot gevolg dat er een tekort aan laagcalorisch gas kan optreden. Dit komt verder aan de orde in paragraaf B2.3.4 waar wordt geschreven hoe het type gas invloed heeft op de maatregelen gericht op bepaalde afnemers. Het type verstoring heeft geen invloed op de volgorde waarin maatregelen worden overwogen. Bij een conversie- of transportprobleem zal vrij snel worden overgegaan naar maatregelen met grote gevolgen, doordat maatregelen slechts voor een deel van de afnemers overwogen kunnen worden. Derhalve kunnen de effecten van de gascrisis bij deze typen verstoringen groot zijn.
B2.3.4 Type aardgas Het type aardgas is bepalend voor welke afnemers worden geraakt door een gascrisis/noodsituatie. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee typen aardgas: hoogcalorisch en laagcalorisch aardgas. Uiteraard worden maatregelen alleen genomen als dit een effect sorteert op het gastekort. Wanneer een maatregel effect heeft, is geïllustreerd in figuur 18. Maatregelen worden verder onafhankelijk van het type aardgas genomen. Zo kan het voorkomen dat bij een tekort aan laagcalorisch aardgas er maatregelen worden getroffen om de vraag naar hoogcalorisch aardgas in te perken, om zo meer conversie van hoogcalorisch naar laagcalorisch aardgas mogelijk te maken.
82
Type tekort aan aardgas
Laagcalorisch gas Hoogcalorisch gas
Type maatregelen
Laagcalorisch gas
Hoogcalorisch gas Heeft alleen effect als hierdoor minder conversie plaatsvindt
Heeft altijd effect
Begrensd door het moment dat er geen conversie plaatsvindt
Heeft alleen effect als hierdoor meer conversie mogelijk is Begrensd door maximum conversiecapaciteit
Heeft altijd effect
Figuur 18. Begrenzing van maatregelen in het geval van een tekort aan laag- of hoogcalorisch gas Het type gas heeft geen invloed op de volgorde waarin maatregelen worden genomen. Echter, bij een tekort aan laagcalorisch aardgas zullen beschermde afnemers vrij snel geraakt worden, omdat dit het type gas is wat huishoudens in Nederland gebruiken.
B2.3.5 Duur De duur van een gascrisis/noodsituatie heeft grote invloed op de hoeveelheid gevolgschade. Bij een kortstondig tekort zijn de gevolgen van een gascrisis minder ingrijpend dan bij een langdurig tekort. Voor industriële afnemers geldt bijvoorbeeld dat hoe langer crisismaatregelen van kracht zijn, hoe groter de economische schade zal zijn. Voor huishoudens geldt dat hoe langer crisismaatregelen van kracht zijn, hoe groter de maatschappelijke effecten zijn. Uitzondering hierop is het drukloos worden van bepaalde gebieden. Hier speelt namelijk het risico op inwatering: de perforatie van lagedrukgasleidingen en derhalve instroom van grondwater. Met het oog hierop zal het gevolg direct groot zijn, ook bij een kortstondige gascrisis/noodsituatie. Daarnaast leidt het drukloos worden van bepaalde gebieden ook tot risico’s bij het weer aansluiten van afnemers. De duur van de gascrisis/noodsituatie heeft geen gevolgen voor het handelen bij een gascrisis/noodsituatie.
B2.3.6 Bron De locatie van de bron heeft geen invloed op het handelen bij een gascrisis/noodsituatie. Echter, bij een crisis/noodsituatie met buitenlandse oorsprong is minder te verwachten van solidariteit vanuit het buitenland. Het effect van de volgende maatregelen zal hierdoor worden beperkt: •
Maatregel 2 – Europese Commissie verzoeken om regionale noodsituatie uit te roepen,
•
Maatregel 9 - Inroepen van onderlinge solidariteit tussen EU-lidstaten.
De bron van de gascrisis/noodsituatie kan hierdoor een invloed op de gevolgen van de gascrisis hebben. De bron heeft geen invloed op de getroffen afnemers of de volgorde waarin maatregelen worden overwogen.
B2.3.7 Seizoen Het seizoen waarin de gascrisis/noodsituatie plaatsvindt, heeft invloed op de gevolgen van een gascrisis. Immers, in een periode van koude wordt veel aardgas gebruikt voor de verwarming van
83
huishoudens, welke beschermd zijn onder de Europese verordening. Een tekort aan aardgas gedurende een dergelijke periode van koude heeft derhalve een groter maatschappelijk effect dan eenzelfde tekort in de zomer. Het seizoen heeft geen direct effect op de volgorde waarin maatregelen worden overwogen. In de winter is de gasvraag wel hoger, waardoor het volume van het gastekort hoger wordt. De driver ‘volume’ heeft wel een bepalende invloed op het handelen bij een gascrisis/noodsituatie.
B2.3.8 Timing Bij een gascrisis/noodsituatie buiten kantooruren zal het langer duren voordat de crisisstructuur uit hoofdstuk 5 in stelling is gebracht. Hierdoor zal het in de regel ook langer duren voordat maatregelen worden genomen en/of effect sorteren. Bij een crisis/noodsituatie met een zeer hoge urgentie kan de timing derhalve bepalend zijn voor de gevolgschade. De timing heeft geen bepalend effect op het handelen bij een gascrisis/noodsituatie.
84
Bijlage 3. Voorbeeldscenario’s In deze bijlage zijn de crisismaatregelen voor een aantal voorbeeldscenario’s uitgewerkt. Doel hiervan is om de werking van hoofdstuk 7 en 8 te illustreren. In dit hoofdstuk worden geen nieuwe crisismaatregelen, of afwegingen hiertussen uitgewerkt. In deze bijlage zijn vijf voorbeeldscenario’s uitgewerkt: •
Stroomuitval in Groningen
•
Importproblemen door politiek-bestuurlijke onrust
•
Groot tekort aan conversie Ommen
•
Leidingbreuk laagcalorisch gas
•
Leidingbreuk hoogcalorisch gas
85
86
87
88
89
90
Bijlage 4. Afkortingen ACM
Autoriteit Consument en Markt
bcm
billion cubic meters
BH-G
Bescherm- en Herstelplan Gas
BRZO
Besluit risico zware ongevallen
CCP
Centrale Commandopost van GTS, bestuurt het gastransport en monitort de balans tussen vraag en aanbod.
CGE
Crisismanager Gas en Elektriciteit. Wordt ingevuld door de directeur-generaal Klimaat en Energie van het ministerie van EZK
CoPI
Commando Plaats Incident. Onderdeel van de gecoördineerde regionale incidentbestrijdingsprocedure waarin de hulpdiensten samenwerken.
DAT
Departementaal Adviesteam. Onderdeel van de departementale crisisstructuur van het ministerie van EZK.
DBT-EZK
Departementaal Beleidsteam. Onderdeel van de departementale crisisstructuur van het ministerie van EZK.
DCC-EZK
Departementaal Crisiscentrum. Onderdeel van de departementale crisisstructuur van het ministerie van EZK.
DCO
Directie Communicatie
DCT
Departementaal Communicatieteam. Onderdeel van de departementale crisisstructuur van het ministerie van EZK.
DG B&I
Directoraat-Generaal Bedrijfsleven en Innovatie
DG K&E
Directoraat-Generaal Klimaat & Energie
EU
Europese Unie
EZK
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
GTS
Gasunie Transport Services
IAO
Interdepartementaal Afstemmingsoverleg. Onderdeel van de nationale crisisstructuur.
ICCb
Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing. Onderdeel van de nationale crisisstructuur.
91
JenV
Ministerie van Justitie en Veiligheid
LNG
Liquefied natural gas
LOCC
Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum
MCCb
Ministeriële Commissie Crisisbeheersing. Onderdeel van de nationale crisisstructuur.
NCC
Nationaal Crisiscentrum
NKC
Nationaal Kernteam Crisiscommunicatie
NNO’s
Neighbouring Network Operators, netbeheerders in (aangrenzende) buurlanden.
OCT
Operationeel Crisisteam. Onderdeel van de crisisstructuur van GTS.
(R)BT
(Regionaal) Beleidsteam. Onderdeel van de gecoördineerde regionale incidentbestrijdingsprocedure waarin de hulpdiensten samenwerken.
RIE
Richtlijn industriële emissies
RNB’s
Regionale netbeheerders, binnen Nederland.
ROT
Regionaal Operationeel Team. Onderdeel van de gecoördineerde regionale incidentbestrijdingsprocedure waarin de hulpdiensten samenwerken.
SCT
Strategisch Crisisteam. Onderdeel van de crisisstructuur van GTS.
SodM
Staatstoezicht op de Mijnen
SSO’s
Storage System Operators
TCT
Tactisch Crisisteam. Onderdeel van de crisisstructuur van GTS.
TSO’s
Transmission System Operators (transmissiesysteembeheerders)
92
Bijlage 5. Definities Marktgebaseerde maatregel
Maatregel waartoe besloten wordt door een marktpartij.
Niet-marktgebaseerde maatregel
Maatregel waartoe besloten wordt door een nietmarktpartij (namelijk door de minister van EZK).
Beschermde afnemer
Huishoudelijke afnemers, essentiële sociale diensten, kleine en middelgrote ondernemingen en stadsverwarmingsinstallaties voor zover zij verwarming leveren aan voornoemde afnemers en op voorwaarde dat deze installaties niet kunnen omschakelen op andere brandstoffen dan gas.
Door solidariteit beschermde afnemer
Huishoudelijke afnemers, stadsverwarmingsinstallaties, essentiële sociale diensten.
Niet beschermde afnemer
Alle overige afnemers naast (door solidariteit) beschermde afnemers. Hieronder valt bijvoorbeeld industrie.
Programmaverantwoordelijken
Degene op wie programmaverantwoordelijkheid berust als beschreven in artikel 17b van de Gaswet.
93
Bijlage 6. Concordantietabel model noodplan en BH-G Het model noodplan (bijlage VII EU-verordening 2017/1938) komt op de volgende plaatsen terug in dit bescherm- en herstelplan Onderdeel model noodplan
Waar in BH-G?
1
2.2. Crisisniveaus 4.4 Minister van Economische Zaken en Klimaat
Definitie crisisniveaus
6. crisisprocessen 2
Maatregelen per crisisniveau
8 maatregelen 2.1. Vroegtijdige waarschuwing
6.3 Vroegtijdige waarschuwing
2.2. Alarmniveau
6.4 Alarmering
8.3 Vroegtijdige waarschuwing/gasincident met noodzaak tot “vroegtijdige waarschuwing”
8.4 Alarmering/gasincident met noodzaak tot “alarmering” 2.3. noodsituatieniveau
6.5 Afkondiging noodsituatie 8.5 Maatregelenladder bij een noodsituatie/ gascrisis Bijlage 1. Niet-marktgebaseerde maatregelen
3
Specifieke maatregelen voor elektriciteit en stadsverwarming
8.7 Specifieke maatregelen voor elektricitiet en stadsverwarming
4
Crisismanager of team
5.2 Crisismanager Gas en Elektriciteit
5
Taken en a. Aardgasverantwoordelijkheden bedrijven van de verschillende Industriële actoren afnemers
4.7 Overige crisispartners in de gasketen
Relevante elektriciteitsproducenten
5.7 Taken en verantwoordelijkheden van de verschillende actoren 6.8 Informatievoorziening 8.3 Vroegtijdige waarschuwing/gasincident met noodzaak tot “vroegtijdige waarschuwing” 8.4 Alarmering/gasincident met noodzaak tot “alarmering” 8.5 Maatregelenladder bij een noodsituatie/ gascrisis Bijlage 1. Niet-marktgebaseerde maatregelen
94
b. taken en verantwoordelijkheden bevoegde instantie en entiteiten waaraan taken zijn gedelegeerd
4.4 Minister van Economische Zaken 4.5 Landelijk netbeheerder GTS 4.6 Regionale netbeheerders 4.8 Crisispartners buiten de gasketen 5.7 Taken en verantwoordelijkheden van de verschillende actoren
6 Maatregelen inzake onnodig verbruik door afnemers die nietbeschermd zijn
8.5.1 Maatregelen inzake vermindering verbruik door afnemers die niet beschermd zijn
7 Noodsituatietests
9
Bijlage 1 maatregel 7 Borging van de crisisbeheersing
Bijlage 3. voorbeeldscenario’s
8 Regionale dimensie
8.1 Maatregelen per cisisniveau
10 Regionale dimensie
8.1.1 Vroegtijdige waarschuwing
10.1 Measures to be adopted per crisislevel
8.1.2 Alarmniveau 8.1.3. Noodsituatieniveau 8.2 Samenwerkingsmechanismen
10.2 Cooperation mechanisms
8.3 Solidariteit tussen de lidstaten
10.3 Solidarity among Member States
95