RIS312905 Bijlage 1 Stukken Maanplein Hoekblok (Elara)
Tekst van het document
20
Deltavormgroep, Maanplein, Toelichting terreininrichting, maatregelen klimaat adaptatie en groen en natuurinclusief bouwen, van 12 februari 2021, p. 6 21 Beleidsregels omgevingsplan Binckhorst, p. 8
B.2.21.1353.001 t/m 040
28
4.22 Creatieve industrie Op grond van artikel 7.2.16, onder b, van het omgevingsplan Binckhorst, is het verrichten van nieuwe activiteiten in de creatieve industrie toegestaan met dien verstande dat het totale bruto vloeroppervlak ten behoeve van creatieve industrie niet meer mag bedragen dan 27.000 m2. In de “Ruimtelijke onderbouwing - Toetsing regels Omgevingsplan Binckhorst” van 11 december 2020 (processtuk J16) is op pagina 32 aangegeven, dat in het Hoekblok geen activiteiten in de creatieve industrie worden gerealiseerd, zodat dit artikel niet van toepassing is. 4.23 Bezonningseffecten In opdracht van vergunninghouder heeft LBP Sight een bezonningsstudie verricht naar de gevolgen van het onderhavige nieuwbouwproject (processtuk K4). Hierbij is onderzocht of met het bouwplan wordt voldaan aan de Haagse bezonningsnorm (RIS170509, d.d. 9 februari 2010). Hierbij is gebruik gemaakt van het programma Sketchup, waarmee schaduwdiagrammen zijn gemaakt. Hoewel er geen wettelijke regels zijn met betrekking tot bezonning, heeft de gemeente Den Haag wel normen ten aanzien van bezonning opgesteld, aangevuld met een excessenregeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de rechtbank hebben al diverse malen uitgesproken dat wij voor de beoordeling van de gevolgen van de realisering van een bouwplan voor de bezonning deze normen mogen toepassen.22 Volgens de Haagse norm moeten de gevels van omliggende woningen op 19 februari bij een zonhoogte van meer dan 10 graden, minimaal twee uur zon ontvangen. Het meetpunt ligt op 0,75 meter hoogte, op het midden van de gevel. Bij het stellen van de norm mag de bezonning op voor- en achtergevels bij elkaar worden opgeteld. De excessenregeling houdt in dat een eventuele afname van de bezonningsduur (op de gevel) in beginsel minder dan vijftig procent dient te bedragen. De Haagse bezonningsnorm is niet van toepassing op ondergeschikte aan- en uitbouwen en buitenruimten bij woningen (balkons en particuliere tuinen). Wel is de bezonning van de buitenruimtes, bij een aanvraag om een omgevingsvergunning met planologische afwijking een van de relevante belangen die wordt meegewogen in het kader van de algemene belangenafweging op grond van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Relevante criteria die een rol spelen bij de beoordeling in dat verband zijn onder meer de ligging van de buitenruimte en het bestaande hoofdgebouw, de bezonning van de buitenruimte in de bestaande situatie, de grootte van de buitenruimte en de daar aanwezige bebouwing.
22
ABRS, 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1727 en ABRS, 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6767
B.2.21.1353.001 t/m 040
29
LBP Sight concludeert dat door de nieuwbouw bij de omliggende woningen wordt voldaan aan de bezonningsrichtlijn van de gemeente. “Alle woningen in het beoordeelde gebied hebben ten gevolge van de nieuwbouw van het Hoekblok ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari t/m 21 oktober. Door de nieuwbouw neemt de bezonningsduur voor de omliggende woningen maximaal tussen de 0 en 1 uur en 30 minuten per dag af in de periode tussen 19 februari en 21 oktober. Dit vindt bij de woningen gelegen aan het Maanplein plaats in de ochtend en bij de woningen gelegen in Voorburg in de avond en tijdens de zomermaanden.”23 Wij zien geen reden om aan deze conclusies te twijfelen. 4.24 Windhindereffecten Het onderzoeksbureau Actiflow is door vergunninghouder gevraagd om voor de ontwikkeling van de nieuwbouw het windklimaat inzichtelijk te maken met behulp van de berekeningen op basis van de Computational Fluid Dynamics (CFD). Bij deze studie is gebruik gemaakt van de normstelling omtrent windhinder en windgevaar, de Nederlandse norm NEN 8100:2006 ‘winhinder en windgevaar in de gebouwomgeving’. Tevens is getoetst aan de Haagse ‘actualisering van de normen ten aanzien van bezonning en windhinder’ van 9 februari 2010 (RIS170509).
In de CFD-studie windhinder en windgevaar Hoekblok te Den Haag van 11 december 2020 zijn de resultaten van het onderzoek opgenomen (processtuk K10). De conclusie is, dat de aanvraag voldoet aan deze normen. “De toevoeging van Hoekblok heeft in de ruime omgeving geen en op diverse locaties zelfs een positief effect op het windklimaat. In de zone direct rond de nieuwbouw is vrijwel uitsluitend windhinderklasse A aanwezig. Na toevoeging van Hoekblok ontstaat een acceptabel windklimaat in relatie tot de functie van het gebied en de aanwezige entreegebieden. Er is geen (beperkt) risico op windgevaar in de nabijheid en ruime omgeving van de nieuwbouw.”24 Team Bouwfysica van de afdeling Vergunningen en Toezicht heeft het onderzoek beoordeeld en akkoord bevonden. Ook de voorzieningenrechter ziet geen reden om aan de uitkomsten van de windstudie te twijfelen. Zie hiervoor rechtsoverweging 15.3. 4.25 Openbare ruimte geen residentiekwaliteit In 2012 is de Kadernota Openbare Ruimte 2012 geactualiseerd (RIS249315. In deze kadernota zijn opnieuw drie kwaliteitsstandaarden benoemd voor inrichting en onderhoud: Residentiekwaliteit, Hofstadkwaliteit en Maatwerkkwaliteit. Voor de Binckhorst is residentiekwaliteit van toepassing. Dit betreft een genormeerde inrichting die beginsel geldt voor alle woon- en werkgebieden.
De ontwerpen kenmerken zich door dienstbaarheid, ingetogenheid en tijdloosheid. Dit is het basisniveau voor de stad.25 Specifiek voor de Binckhorst is een aanvulling op het Handboek Openbare Ruimte opgesteld. “Om bestaande en toekomstige initiatieven op een positieve manier te laten bijdragen aan de doelstellingen en ambities van de Binckhorst, is binnen het prijsniveau voor Residentie Kwaliteit dit Handboek uitgewerkt en 23
LBP Sight, Bezonningsstudie Maanplein fase II - Hoekblok, 5 november 2020, p. 6 Actiflow, CFD-studie windhinder Hoekblok te Den Haag, 11 december 2020, p. 17 25 Kadernota Openbare Ruimte 2012, RIS249315, p. 2 24
B.2.21.1353.001 t/m 040
30
aangevuld met typische Binckhorst elementen. Het Handboek Openbare Ruime Binckhorst is verbonden aan het Omgevingsplan Binckhorst en zal na vaststelling betrokken worden bij de beoordeling van vergunningaanvragen.”26 Het Handboek is op 30 september 2019 voor inspraak vrijgegeven. Naar aanleiding van de hierop ingekomen zienswijzen, hebben wij besloten om het Handboek Openbare Ruimte Binckhorst gewijzigd vast te stellen. Dit is gebeurd op 15 december 2020 (RIS307337). Het Handboek Openbare Ruimte Binckhorst geeft gedetailleerd aan hoe materialen, kleuren en maatvoeringen in de openbare ruimte afwijken van de Haagse standaard Residentiekwaliteit. “Deze afwijkingen zijn gebaseerd op de specifieke kenmerken van de Binckhorst, onder te verdelen in sfeergebieden, openbare ruimte netwerk en Binckplekken. In de basis vertaalt zich het stoere, industriële karakter en de aanwezigheid van bedrijven in de maatvoering van de straten en de toepassing van een grotere klinker. De geplande hoogstedelijkheid vraagt om een meubilair en kleurstelling behorende bij het centrum. Voor dit handboek zijn dan ook enkele objecten overgenomen uit het Handboek Hofstad Kwaliteit. Daarnaast zal de programmering van invloed zijn op de materialen in inrichting.”27 In opdracht van vergunninghouder, heeft het onderzoeksbureau Deltavormgroep een inrichtingsplan voor de buitenruimte gemaakt (processtuk J21).
Ook is een rapport opgesteld waarin de terreininrichting, de maatregelen klimaatadaptatie en het groen en natuurinclusief bouwen worden toegelicht (processtuk J22). Hierin is onder meer toegelicht welke (bestratings)materialen worden toepast. Niet valt in te zien dat de openbare ruimte geen residentiekwaliteit zou bevatten en daardoor niet zou voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in het Handboek, zoals bezwaarmakers stellen. 4.26 Stikstofdepositie In opdracht van vergunninghouder heeft LBP Sight een onderzoek uitgevoerd Het rapport “onderzoek stikstofdepositie bouw- en gebruiksfase Maanplein Fase II - Hoekkavel” van 29 oktober 2020. Dit betreft processtuk M. De Omgevingsdienst Haaglanden heeft geconcludeerd, dat conform hetgeen beschreven is in het onderzoek, geen sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op Natura 2000-gebieden. Dit betekent dat de beoogde activiteit niet vergunningplichtig is op grond van de Wet natuurbescherming.
4.27 Risico van schade aan omliggende panden De toets van de aanvraag aan het Bouwbesluit is een zogenaamde ‘aannemelijkheidstoets’: de aanvraag en de daarbij aangeleverde gegevens moeten het voor het bevoegd gezag aannemelijk maken dat de activiteit voldoet aan de voorschriften uit het Bouwbesluit.28 Toelichting op het besluit om “in te stemmen met het hoofdstuk Binckhorst van het Handboek Openbare Ruimte en dit besluit op grond van de inspraakverordening vrij te geven voor inspraak” van 16 juli 2019 27 Handboek Openbare Ruimte Binckhorst, RIS307337, bijlage 2, p. 8 28 A. Franken van Bloemendaal en H. Koolen, Overzichtskroniek omgevingsrecht voor bouwen, TBR 2020/2; ABRS, 8 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1596, rechtsoverweging 4.2 en ABRS, 26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2821, rechtsoverweging 8.1 26
B.2.21.1353.001 t/m 040
31
Artikel 8.1, eerste lid, van het Bouwbesluit stelt dat de uitvoering van bouw- en sloopwerkzaamheden zodanig is dat voor de omgeving een onveilige situatie of voor de gezondheid of bruikbaarheid nadelige hinder zoveel mogelijk wordt voorkomen. “Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling” (artikel 8.1, tweede lid). Artikel 8.2 van het Bouwbesluit luidt: “Bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden worden maatregelen getroffen ter voorkoming van (…) c. beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere al dan niet roerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen.” In de Nota van Toelichting bij het Bouwbesluit (Staatsblad 2011, 416) staat dat de functionele eis van artikel 8.1, eerste lid, van het Bouwbesluit duidelijk maakt dat onveilige situaties niet volledig voorkomen kunnen worden. Volgens de toelichting op artikel 8.2 moeten, om onveilige situaties tijdens bouw- of sloopwerkzaamheden te voorkomen, maatregelen worden getroffen om letsel van personen of beschadiging van al dan niet roerende zaken te voorkomen. Blijkens deze toelichting bestaat de onveiligheid er ten aanzien van al dan niet roerende zaken in dat daaraan schade wordt toegebracht.
Dergelijke onveilige situaties kunnen weliswaar niet altijd worden voorkomen, maar om die zoveel als mogelijk te voorkomen, moeten in ieder geval de in artikel 8.2 bedoelde maatregelen worden getroffen, zodat deze maatregelen als minimumeisen hebben te gelden. De aanvraag is ter advisering voorgelegd aan het team Bouwconstructies en Bouwfysica, van de afdeling Vergunningen en Toezicht, van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling. Deze heeft het bouwplan getoetst en akkoord bevonden. Zoals onder 4.8 is toegelicht, zijn er wel voorschriften aan de omgevingsvergunning verbonden. Zo moeten, voordat wordt begonnen met de bouwwerkzaamheden, nadere constructieve gegevens worden aangeleverd, evenals een funderingsplan en de uitvoeringswijze. Het funderingsplan moet afgestemd zijn op de funderingen van de aangrenzende percelen op het moment van de aanvang van de werkzaamheden. Ook moet een bouwveiligheidsplan moet worden ingediend. Deze moet minimaal de volgende aspecten bevatten: een inventarisatie van de funderingen in de omgeving; een rapport over de trillingsinvloed op de belendingen; een rapport over het geluidsniveau bij belendingen en een uitvoeringsplan voor de bouwmethodiek.
Ten aanzien van afdeling 8.1 van het Bouwbesluit is als voorschrift aan de besluiten verbonden, dat de invloed van trillingen op de belendingen moet worden bepaald volgens de SBR-richtlijn Trillingen, deel A “Schade aan gebouwen, meet- en beoordelingsrichtlijn”. In de in te dienen monitoringsplannen zal een overzicht moeten worden gegeven van de maatregelen die gedurende alle fases van de werkzaamheden nodig zijn om het project te monitoren en om aan alle richtlijnen en het Bouwbesluit te kunnen voldoen. Bij die maatregelen horen de inzet van speciale monitoringsapparatuur en alle metingen die nodig zijn om de omgevingsrisico’s te beperken.
B.2.21.1353.001 t/m 040
32
Het genoemde team Bouwconstructies en Bouwfysica beoordeelt alle gegevens en moet deze eerst goedgekeurd hebben, voordat met de werkzaamheden mag worden begonnen. Naar vaste jurisprudentie kan te verwachten schade als gevolg van de uitvoering van een bouwplan in de belangenafweging in het kader van vergunningverlening slechts een rol spelen voor zover op voorhand vaststaat dat de uitvoering van bouwwerkzaamheden onvermijdelijk leidt tot schade aan de omgeving. Op voorhand staat hier niet vast dat de uitvoering van de bouwwerkzaamheden onvermijdelijk tot (zodanige) schade zouden leiden dat de omgevingsvergunningen niet hadden mogen worden verleend.29 Wij achten het voldoende aannemelijk dat, indien de bouwwerkzaamheden met toepassing van de in de omgevingsvergunning opgenomen voorschriften worden uitgevoerd, als gevolg van de heiwerkzaamheden geen onaanvaardbaar risico op schade aan de omliggende panden te verwachten is.30 Bij de heiwerkzaamheden worden zogenoemde HEK-combi schroefpalen toegepast. Dit betreft een relatief trillingsarm en geluidsarm heisysteem.
Vergunninghouder heeft aangegeven dat in een ruime straal rondom de ontwikkellocatie de gevels van de woningen zullen worden opgenomen, vooruitlopend op het aanbrengen van de schroefpalen en dat op maatgevende posities trillingenmeters zullen worden aangebracht, om het heien te kunnen monitoren en scheurvorming te voorkomen. 4.28 Verlies aan groen en te weinig buitenvoorzieningen voor recreatief gebruik In opdracht van vergunninghouder, heeft het onderzoeksbureau Deltavormgroep een inrichtingsplan voor de buitenruimte gemaakt (processtuk J21) en een rapport opgesteld waarin de terreininrichting, de maatregelen klimaatadaptatie en het groen en natuurinclusief bouwen worden toegelicht (processtuk J22). In het rapport is vermeld, dat de open ruimtes op het Maanplein altijd een groene inrichting hebben gehad. “Deze groene inrichting wordt als een belangrijke kwaliteit (ook voor de nieuwe woonfunctie) gehandhaafd en waar mogelijk versterkt en uitgebreid. Daarmee voldoet het project ruimschoots aan de in de nota Haagse hoogbouw: Skyline en Eyeline gestelde randvoorwaarde dat 100% van de footprint van de stedelijke laag terugkomt als horizontale buitenruimtes.
Hierbij is 40% ingericht met groen.”31 Aan de bestaande ruimtelijke structuur wordt een nieuwe, meer op de woonfunctie gerichte “laag” toegevoegd met een reeks verschillende tuinen met een gedetailleerde en afwisselende beplanting. “Afhankelijk van de situatie is hierbij gekozen voor een schaduwtuin, een grassentuin, of een sterk bloeiende tuin.”32 Het plan staat door zijn grote variatie ook garant voor een sterke verbetering van de biodiversiteit.”33 Het Haagse beleid is erop gericht, dat voor iedere boom die wordt gekapt een nieuwe boom wordt terug geplant. Dat is ook hier het geval. “De nieuwe bomen worden verspreid in het gebied geplaatst.” “Om het 29
Zie bijvoorbeeld: ABRS, 11 januari 2017, zaaknummer 201508927/1/A1, ECLI:NL:RVS:2017:43, rechtsoverweging 14 30 Vergelijk ABRS, 11 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3124, rechtsoverweging 9.6 31 Deltavormgroep, Maanplein, Toelichting terreininrichting, maatregelen klimaat adaptatie en groen en natuurinclusief bouwen, van 12 februari 2021, p. 6 32 Idem, p. 7 33 Idem, p. 8
B.2.21.1353.001 t/m 040
33
parkachtige karakter van het gebied te versterken is zowel bij de bomen als de heesters gekozen voor een gevarieerd beplantingsbeeld. Hiermee wordt bovendien goed aangesloten op de duurzaamheidsprincipes zoals die door de gemeente zijn geformuleerd.”34 Rondom het Hoekblok worden speel- en sportvoorzieningen voor de buurt toegevoegd. 4.29 Hitte-stress Op grond van artikel 7.2.1, onder y, van het omgevingsplan Binckhorst, moet rekening worden gehouden met de gevolgen van de klimaatverandering op de waterhuishoudkundige situatie. In het bovengenoemde onderzoeksrapport van Deltavormgroep (processtuk J22) is tevens toegelicht op welke wijze ten aanzien van het bouwproject wordt omgegaan met aspecten rondom waterberging en klimaatadaptatie (watersleutel, waterberging en extreme regenval). Het onderzoeksrapport is voorgelegd aan de Beleidsafdeling Stadsbeheer, van de dienst Stadsbeheer en aan het Hoogheemraadschap van Delfland en deze hebben hun akkoord gegeven. 4.30 Bodemonderzoek In opdracht van vergunninghouder heeft SGS Search een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Op 24 april 2019 heeft dit adviesbureau een rapport uitgebracht (processtuk L).
Op basis van de uitkomsten van het onderzoek worden er vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien geen belemmeringen verwacht met betrekking tot de voorgenomen realisatie van het bouwproject.35 De Omgevingsdienst Haaglanden heeft het rapport akkoord bevonden. 4.31 Plangebied flora en fauna te beperkt In opdracht van vergunninghouder heeft het ecologisch adviesbureau ECOquickscan beoordeeld of de nieuwbouw van het hoekblok effect heeft op de flora en fauna op en rond de locatie. In het quick scan flora en fauna rapport van 2 november 2020 zijn de effecten op de aanwezige flora en fauna beschreven en is inzicht gegeven in de doorwerking van de natuurwetgeving op deze locatie (processtuk K6). Vermeld is dat voor de vergunningaanvraag van het Maanplein 110 een separate rapportage is opgesteld. Op pagina 11 van het rapport zijn de conclusies opgenomen. Geconcludeerd is dat negatieve effecten op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende natuurgebieden uit te sluiten is. “Ook op de stedelijk ecologische verbindingszone Laakzone zijn geen negatieve effecten te verwachten en is geen gebiedsbescherming nodig.” Op basis van de verspreidingsgegevens, de aanwezige habitattypen, eerder uitgevoerd onderzoek (Burgt van der, 2017) en biotoopeisen van de mogelijk in de omgeving voorkomende soorten worden er geen nationaal of internationaal beschermde planten- en of diersoorten verwacht.
“Nader onderzoek naar eventueel binnen het plangebied voorkomende beschermde soorten is dan ook niet nodig.”
34 35
Idem, p. 39 SGS Search, Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740, Maanplein 20 te Den Haag, 24 april 2019, p. 14
B.2.21.1353.001 t/m 040
34
Het rapport is voorgelegd aan de Omgevingsdienst Haaglanden en deze heeft met het rapport ingestemd. 4.32 Externe veiligheid In opdracht van vergunninghouder heeft LBP Sight onderzoeken uitgevoerd naar de externe veiligheid van de buisleidingen (processtuk J19) alsmede van de transportroutes (processtuk K5). Op 9 januari 2021 heeft LBP Sight een notitie uitgebracht waarin de resultaten van de onderzoeken naar de invloed van het plan op de externe veiligheid van buisleidingen zijn opgenomen. De conclusie is dat de externe veiligheid door de buisleidingen in het plangebied ten aanzien van de risiconormering geen knelpunt vormt voor de transformatie van het Maanpleincomplex Fase 2. “Aanvullende (kwalitatieve) verantwoording van het groepsrisico is voor de transformatie niet noodzakelijk. Op 30 oktober 2020 heeft LBP Sight een zeer omvangrijk onderzoeksrapport uitgebracht, waarin is aangetoond dat voldaan wordt aan de randvoorwaarden van het omgevingsplan voor wat betreft de invloed van het plan op externe veiligheid van de transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Geconcludeerd is, dat het plan voor de nieuwbouw voor het Hoekblok geen knelpunt vormt ten aanzien van de normstelling voor externe veiligheid.36 De Omgevingsdienst Haaglanden heeft de beide onderzoeken bestudeerd en akkoord bevonden.
4.33 Maatschappelijke voorzieningen Op 12 november 2019 is besloten om het Voorzieningenprogramma Binckhorst (van 9 juli 2019) als richtinggevend kader te hanteren bij de planontwikkeling en gemeentelijke grondposities in te zetten mede ten behoeve van het realiseren van het voorzieningenprogramma (RIS303870). Het doel van het vaststellen van dit voorzieningenprogramma is het zorgdragen voor tijdige ruimtereservering voor vooral de grootschalige voorzieningen zoals scholen. Er wordt op toegezien dat er een evenredige verdeling over de wijk volgt. De fasering van de voorzieningen wordt afgestemd op de woningbouwontwikkelingen. Het bouwproject bevat ook zelf 235 m2 bestemd voor maatschappelijke dienstverlening. 4.34 Vuilcontainers Artikel 7.2.1 sub ad van het omgevingsplan Binckhorst schrijft voor dat voorzieningen ten behoeve van het gescheiden inzamelen van huishoudelijk afval inpandig worden aangebracht, met uitzondering van eengezinswoningen en woningen gerealiseerd via particulier en kleinschalig opdrachtgeverschap. Op pagina 20 van de “Ruimtelijke onderbouwing - Toetsing regels Omgevingsplan Binckhorst, Maanplein fase II - Hoekkavel”, van LBP Sight van 11 december 2020 (processtuk J16) is toegelicht, dat in het toekomstige gebouw een inpandige ruimte is opgenomen waar containers geplaatst worden voor het gescheiden inzamelen van afval.
Deze ruimte is te zien op de plattegrond van de begane grond. In totaal betreft het 19 containers.
36
LBP Sight, Externe veiligheid transportroutes Maanplein fase II - Hoekkavel, 30 oktober 2020, p. 19
1