CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS312778 Notulen van de raad van 9 juni 2022

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de Notulen van 9 juni 202262.578 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 7

Motie AC.1 PvdD Evalueer ook privacy De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 09 juni 2022, ter bespreking van Beantwoording openstaande vragen burgemeester over cameratoezicht en accounthouders veiligheid. Constaterende, dat: • de Haagse gemeenteraad privacynormen voor cameratoezicht heeft opgesteld (RIS134256); • in de Evaluatie vast cameratoezicht 2016 - 2020 alleen het veiligheidselement wordt geëvalueerd en niet het privacy-element; • het college in de brief over cameratoezicht en accounthouders veiligheid niet is ingegaan op de vragen die de raad hierover heeft gesteld. Overwegende, dat: • privacy een groot goed is dat zorgvuldigheid verdient; • cameratoezicht en privacy-issues erg onderhevig zijn aan innovatie en technologische ontwikkeling; • er momenteel geen regelmatig evaluatiemoment is om erop toe te zien dat privacy geborgd blijft.

82

Verzoekt het college: • bij de volgende evaluatie vast cameratoezicht ook de privacy te evalueren; • de Haagse privacynormen voor cameratoezicht hierbij als uitgangspunt te gebruiken; • hierbij ook aandacht te hebben voor criterium 10: kenbaarheidsvereiste. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De heer Van Zanen. Voorzitter. Deze motie kan ik omarmen. Dat is overigens geen aanbeveling, want de vorige keer had ik er ook een paar omarmd en die werden vervolgens afgeschoten door de raad. Ik hoop er het beste van voor u. Bij de inzet van cameratoezicht weegt de privacy altijd mee. Op basis van artikel 151c Gemeentewet moeten proportionaliteit en subsidiariteit worden afgewogen. Privacyaspecten zijn onderdeel van die afweging. Ook bij de inzet van nieuwe, innovatieve technieken weeg ik steeds de privacy zorgvuldig af. Ik ben hierbij gebonden aan de wet- en regelgeving, waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de Algemene wet bestuursrecht. Ook kijkt de privacy officer in dit proces mee. In december heb ik toegezegd dat de evaluatie van het vaste cameratoezicht tegen het licht zal worden gehouden. Ik kan u toezeggen - daarom omarm ik ook deze motie - dat ik bij de volgende evaluatie ook de privacyaspecten bij cameratoezicht zal meenemen en daarbij specifiek aandacht zal hebben voor het kenbaarheidsvereiste.

De evaluatie laat nog wel even op zich wachten, omdat de evaluatie zal plaatsvinden over de periode 21-25. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Ik kijk even of de wethouder er al is voor de beantwoording, maar volgens mij zijn de tien minuten nog niet voorbij. We hebben nog meer tweeminutendebatten staan.

Aan de orde is: AE. Brief van wethouder van Zorg, Jeugd en Volksgezondheid inzake Haags Hitteplan (RIS311683). De beraadslaging wordt geopend. Robin Smit (PvdD). Voorzitter. De hitte stijgt ons naar het hoofd. Daarom kom ik met een verkoelende motie: verzoekt het college in overleg te treden met zorginstellingen om afspraken te maken over het nemen van preventieve maatregelen op en rond gebouwen om hittestress bij bewoners tegen te gaan, zoals isoleren, aanleggen van groene daken en gevels en verstening rond gebouwen verminderen. De voorzitter. Door de heer Smit wordt de volgende motie (AE.1 PvdD) ingediend:

Motie AE.1 PvdD Haags Hitteplan tegen hittestress De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juni 2022, ter bespreking van het Haags Hitteplan (RIS311683), constaterende, dat: • het Haags Hitteplan gericht is op thuiswonende ouderen, dak- en thuisloze mensen en chronisch zieken; • veel ouderen en andere kwetsbare mensen in zorginstellingen verblijven; • stedelijk gebied significant meer opwarmt dan landelijk gebied; 83

•

isolatie, groene daken en gevels de temperatuur significant kunnen verlagen.

overwegende, dat: • hittegolven door klimaatverandering vaker en intenser voor gaan komen in steden, wat leidt tot verhoogde menselijke blootstelling aan hittestress; • het doel van het Haags Hitteplan is om de gezondheidsrisico’s, als gevolg van langdurige hitte voor kwetsbare Hagenaars te beperken, door het maken van afspraken; • veel gebouwen waar zorginstellingen gehuisvest zijn platte daken hebben en een versteende omgeving; • diverse preventieve maatregelen genomen kunnen worden om hittestress bij kwetsbare mensen te beperken (zoals vergroening en isolatie); • het Haags Hitteplan jaarlijks wordt geëvalueerd en geactualiseerd. verzoekt het college: • in overleg te treden met zorginstellingen om afspraken te maken over het nemen van preventieve maatregelen op en rond gebouwen om hittestress bij bewoners tegen te gaan, zoals isoleren, aanleggen van groene daken en gevels en verstening rond gebouwen verminderen, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Voorzitter: de heer Van Zanen. Wethouder Parbhudayal (VVD). Voorzitter. Dank voor de motie. Het college kan deze motie omarmen. Het is een sympathieke motie. We gaan ermee aan de slag. We zien goede mogelijkheden om dit via de duurzaamheidskring zorginstellingen te laten lopen. Daar neemt al een aantal van de zorginstellingen aan deel. We kunnen dit dus verder agenderen.

Er spelen uiteraard meerdere portefeuilles een rol, niet alleen zorg, maar ook de portefeuille waarin klimaatadaptie wordt uitgevoerd. Dit is zeer zeker een sympathieke motie en wij kunnen die omarmen. De beraadslaging wordt gesloten.

Aan de orde is: S. Raadsmededeling inzake WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag: terugkoppeling Wensen & Bedenkingenprocedure (RIS312191). De beraadslaging wordt hervat. Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Voorzitter. De moeilijkheid van het dossier en hoelang we er al mee bezig zijn, uiten zich ook in de hoeveelheid papieren die ik bij mij heb. Ik zal dus zo nu en dan voor de precieze antwoorden daar het juiste blaadje uit moeten halen. Het hele proces is in 2011 begonnen en ook onder vorige colleges in stappen verder deze kant opgebracht. De eerste spreker, raadslid Martinez van Andel, vroeg of het college niet wordt geacht de belangen van de inwoners en de ondernemers te behartigen. Ik denk dat wij als raad en college als één mens vinden - als we het ergens met zijn allen over eens zijn, is het dit wel - dat inderdaad het college geacht wordt en zich ook elke dag inspant om de belangen van de bewoners te behartigen. Vervolgens vroeg de heer Van Andel of de gemeente in geen enkel geval de aanleg meer kon tegenhouden, ook niet bij niet tekenen. Dit wordt een beetje een wetgevingsverhaal, maar dat komt door een aantal van de vragen. Daar kan ik helaas niks aan doen. Onze Nederlandse bestuursrechtelijke wetgeving zit zo in elkaar dat zo min mogelijk plannen van één overheid vernietigd worden door een beroep van een andere. Stel dat de Raad van State een gebrek signaleert in het 84

inpassingsplan. Een inpassingsplan is eigenlijk een beschrijving van de route: waar komt die langs, hoe diep moet die, waar moet die overheen, waar heb je een boring, hoe zit dat in elkaar? Als de Raad van State zegt dat er gebreken in zitten, komt er waarschijnlijk een tussenuitspraak. Dan wordt de provincie in de gelegenheid gesteld om dat gebrek te herstellen. Na een herstelbesluit zal de Raad van State dan een einduitspraak doen. Is het geconstateerde gebrek wat betreft de Raad van State door de provincie goed genoeg hersteld? Wij hebben dat zelf gehad bij ons omgevingsplan voor de Binckhorst. Dat is ook met een tussenuitspraak bij de Raad van State geweest. Toen kregen wij als gemeente de mogelijkheid om het te herstellen. Vervolgens is er een einduitspraak geweest. Het niet tekenen van overeenkomsten is civielrechtelijk. Dat heeft helemaal niets te maken met wat er in de publiekrechtelijke kolom gebeurt. Als er dus ook maar iemand in een rechtszaak bij de Raad van State begint over civielrechtelijke overeenkomsten, of dat nou de provincie is of iemand anders, zal er daar direct gezegd worden door de rechter: dit is hier niet relevant, want dit gaat uitsluitend over alle argumenten, wetten, regelingen en besluiten die publiekrechtelijk lopen. Daarom ga je naar de Raad van State. Hinke de Groot (CDA).

Ik hoor de wethouder zeggen dat die uitspraak kan zorgen dat we een gebrek kunnen herstellen en dat het dan naar de provincie gaat. Betekent dit dat er alleen kleine aanpassingen kunnen worden gedaan of betekent dit dat er alsnog een moment kan zijn dat die aanleg er niet komt? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Theoretisch kan in de rechtspraak alles. Een publiekrechtelijk orgaan kan niet tegen een rechter zeggen: dit mag niet. Maar in Nederland, in de Nederlandse wetgeving - er is ook nog gekeken naar jurisprudentie - komt het niet voor dat de Raad van State bij zo'n heel groot plan, waar de provincie belang bij heeft en vijf andere gemeenten en waarvoor er door het Rijk voor het eerste stuk € 100 mln. uitgetrokken is en voor het tweede € 200 mln., niet kijkt hoe het aangepast kan worden zodat het alsnog binnen alle wet- en regelgeving past. Wij zijn naar de Raad van State gegaan op uitdrukkelijk verzoek van de raad. Ook toen de raad dat verzoek aan het college deed, heb ik namens het college uitgelegd dat onze juristen inschatten dat de kans dat daardoor de leiding tegengehouden zou worden, grenst aan nul. Maar 'grenst aan nul', weten onze wiskundigen, is niet nul.

Dus ja, theoretisch mag de Raad van State alles, maar in de jurisprudentie in Nederland komt er een tussenvonnis met: herstel dit, leg dat beter vast, zorg dat dit voldoet aan die wetgeving, zorg dat dat voldoet aan die wetgeving. Uiteindelijk, zodra de provincie dat gedaan heeft, komt er een einduitspraak die zegt: dit is dan nu het vastgestelde provinciale inpassingsplan. Hinke de Groot (CDA). Betekent dit concreet dat er kleine aanpassingen worden gedaan, maar dat de leiding zelf er hoogstwaarschijnlijk alsnog gaat komen? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid komt die leiding er, omdat, nou ja, de hele riedel, deze besluiten op deze wijze genomen zijn. Ik heb ook een overzicht van onze vijf beroepsgronden. Drie van deze beroepsgronden zijn inmiddels door de provincie in een tussenbesluit al hersteld. Hersteld is het volgende. Er staat een fout op de verbeelding. Het T-stuk hoort enkel ter plaatse van Middachtenweg 284 tot 296 geprojecteerd te zijn. Op de verbeelding, de plankaart, is het T-stuk geprojecteerd aan het begin van de Middachtenweg. Dat is het type dingen dat hersteld is. Dit staat nu dus in de tekening op de juiste plek. De volgende is iets belangrijker. Dat gaat over het warmteoverdrachtstation.

Oorspronkelijk zijn er twee locaties aangewezen voor het warmteoverdrachtstation, namelijk bij de Uniper-locatie, maar ook bij de Tripstraat, de Heijmanslocatie. Uiteindelijk hoef je maar op één plek warmteoverdracht te hebben. Er is lang gediscussieerd over wat in verband met de geothermie de beste plek zou zijn. Wij hebben alle mensen die betrokken zijn, bij De Constant Rebecque, Uniper, Eneco, de mensen van de HAL en van Heijmans, gesproken over hoe we ervoor kunnen zorgen dat de geothermie daar heel goed in komt, want voor de geothermie op die locatie heeft het Rijk € 180 mln. SDE+-subsidie beschikbaar gesteld. Dat willen we dus graag in onze stad realiseren. Daarom hadden wij er belang bij om dat WOS op een goede plek te krijgen. Het WOS zit nu inderdaad op de plek die

85

de gemeente Den Haag graag wilde en waardoor het het meest kansrijk is voor de geothermie. Maar ook de vergunningen voor de geothermie worden door het Rijk afgegeven. De voorzitter. De Groot, laatste keer. Hinke de Groot (CDA). Ik hoor de beroepsgronden en ik hoor de wethouder zeggen dat in principe de Raad van State nog van alles kan zeggen. Bestaat er dan nog een kans dat onder andere ook de lokale duurzame bronnen beter aangesloten kunnen worden? Daar zijn namelijk grote zorgen over vanuit de wijken en initiatieven, zoals we ook we van de insprekers hebben gehoord. Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Zeker een belangrijk punt dat raadslid De Groot hier aansnijdt. Wij willen de lokale bronnen zo goed mogelijk uitnutten, zowel aquathermie voor lagetemperatuurverwarming als WKO's en mensen die met een warmtepomp willen werken. We willen al die mogelijkheden hebben. Maar WarmtelinQ moet je eigenlijk zien als een supergrote snelweg. Gewoon lokaal verkeer gaat niet op die snelweg. Het lokale distributienet moet open staan voor bijvoorbeeld warmte uit geothermie, aquathermie of andere bronnen. En die hele grote snelweg die vanuit Rotterdam tot aan De Constant Rebecque die warmte brengt, daar wil je als lokale bron überhaupt niet op.

Want waarom zou je eerst in de stad Den Haag invoegen en onmiddellijk weer uitvoegen op het distributienet? Dus waar we voor moeten zorgen, is dat die ruimte er is, ook bij De Constant Rebecque, dat al die verschillende dingen erin passen. In de gedachte van het college gaat dat veel beter als je continu met elkaar in overleg bent. Het tweede punt, dat ook aangeraakt werd door de HSP, raadslid Faïd, is dat we heel erg goed op moeten letten bij deel twee. Er is € 200 mln. uitgetrokken door het Rijk om het tweede stuk van die leiding aan te leggen in de richting van Leiden. Dat is nog helemaal in de beginfase. Nog voordat ik start als wethouder met dit deel, zitten we daar nu in de beginfase. Het raadslid Faïd noemde punten als let op bij de archeologie, de inpassing en ons groen. In de stellige overtuiging van het college kun je veel beter aan tafel zitten en meepraten en dat proberen zo goed mogelijk vast te leggen dan zeggen: wij willen het niet, wij praten niet mee en wij werken niet mee. Robert Barker (PvdD). Ik hoor de wethouder steeds suggereren dat de rechtszaak geen grote gevolgen kan hebben. Dat verbaast me een beetje, want het is wel de Raad van State. Niet alleen de gemeente, maar ook heel veel andere partijen zijn in beroep gegaan.

Dus waar baseert de wethouder haar uitspraak op, ook gegeven wat we hebben gezien bijvoorbeeld rond stikstof? De wethouder zei dat grote projecten niet vaak worden vernietigd. Maar al die boerenbedrijven zagen allemaal hun vergunning vernietigd. De Raad van State kan best af en toe wel hard handelen, en soms ook goed handelen. Dat kan nu toch ook? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Ik probeerde geenszins de indruk te wekken dat de Raad van State in zijn algemeenheid een tandeloze tijger is. De voorbeelden die raadslid Barker aanhaalt, kloppen allemaal. Maar wat er nu voorligt, gaat over een inpassingsplan. Het gaat alleen over de route van dit ding. Dat is het enige wat daar voorligt. Wij zijn op vijf gronden, op uitdrukkelijk verzoek van de raad, in beroep gegaan. Ik was met het aflopen van wat onze beroepsgronden zijn en hoe dat loopt, bij punt drie. Het is inderdaad zo dat de Raad van State heel verregaande uitspraken kan doen en ook heeft gedaan op dossiers, maar in dit geval, waar het alleen gaat om het inpassingsplan, is dat in zijn algemeenheid niet het geval. Waar baseer ik dat op? We hebben 9.000 ambtenaren in deze gemeente. Die ambtenaren zoeken zaken grondig uit voor het college. Het college vertrouwt op het vakkundig advies dat wij krijgen van onze juristen.

Toen de raad voor het eerst verzocht naar de Raad van State te gaan, is een eerste ronde uitzoekwerk gedaan. Toen heb ik ook met de raad gedeeld dat het college dacht dat dit vrij weinig kansrijk was, maar als de raad erop staat, doen we het uiteraard. Dat hebben we ook gedaan. We hebben vijf beroepsgronden aangevoerd. Drie daarvan zijn inmiddels door de provincie gerectificeerd. Er staan er twee open. Dat is de beroepsgrond … Die begint in mijn tekst met 'die zal niet slagen', maar die leidt tot grotere beschikbaarheid in Den Haag. Dit is eigenlijk ook de vraag van raadslid De Groot: hoe interfereert dat met lokale warmtenetten? Dat is dat verhaal van die grote leiding die als een snelweg de warmte naar de stad brengt. We willen juist de lokale warmte zo

86

veel mogelijk op de lokale distributienetten. Daarvoor moeten overigens ook nog nieuwe netten aangelegd worden in verschillende wijken. Robert Barker (PvdD). De wethouder focust op de gemeentelijke beroepsgronden, maar er zijn heel veel andere partijen die juist beroep hebben aangetekend tegen bijvoorbeeld de stikstof of tegen de grote bomenkap. Die beschrijft de wethouder niet, maar de wethouder gaat er wel al van uit dat die beroepsgronden niet zullen slagen en dat daarom dit sowieso doorgaat. Waar baseert de wethouder op dat de beroepsgronden van andere partijen niet zullen slagen? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Het antwoord daarop is dat het college in reactie op de wensen- en bedenkingenprocedure een ontbindende voorwaarde opgenomen heeft. Als de aanleg van de leiding sowieso niet doorgaat om een andere reden, dan vervallen de SOK, de UVOK en de schaderegeling. Daar helpt de raad zichzelf niet mee vooruit. De voorzitter. Laatste keer, meneer Barker. Robert Barker (PvdD).

Maar de wethouder zei toch net, als ik het goed begreep, dat de zaak sowieso maar om kleine stukjes zou gaan, dus dat de beroepsgronden op grote punten niet zullen slagen en dat dus niet het besluit vernietigd zou worden op grote punten? Of heb ik het verkeerd begrepen? Want dan zou de consequentie toch zijn dat er geen Leiding door het Midden zou kunnen komen of dat het veel langer gaat duren? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Het Rijk kan besluiten: wij willen een andere strategie tegen klimaatverandering, wij willen vooral hybride warmtepompen en deze leiding niet meer aanleggen. Dan zegt het Rijk: wij trekken de financiering in van WarmtelinQ en wij trekken de aanwijzing in om als onafhankelijk netbeheerder te gaan fungeren. Dat kan het Rijk doen. Dan maakt het niet uit of wij wel of niet getekend hebben, want dan gaat die leiding sowieso niet door. De Raad van State kan in zijn algemeenheid, heb ik net gezegd, best verregaande uitspraken doen. De raad heeft mij gevraagd om namens de gemeente in beroep te gaan. Ik heb toen al gezegd dat ons deel van die uitspraak weinig kansrijk is. Ik ben bij punt vier om de gronden door te nemen die wij ingebracht hebben en waarom het college, gebaseerd op ons juridisch advies, denkt dat het weinig kansrijk is. De voorzitter. De wethouder zet haar betoog voort. Wethouder Van Tongeren (GroenLinks).

De wethouder had de fout op de verbeelding, het warmteoverdrachtstation en de hoofdleidingen gehad. Ik was bij het bodemonderzoek. Bij het bodemonderzoek word ik verwezen naar jurisprudentie over bodemverontreiniging. Er is op een paar plekken verontreiniging. Dat zal het niet in de weg staan … Ik heb de namen van arresten; die wil ik met liefde en plezier voor de raad in een brief zetten. Uit verkennend bodemonderzoek is gebleken dat op negen locaties in het projectgebied bodemverontreiniging aanwezig is. Op drie van die locaties kunnen de werkzaamheden met een BUS-melding uitgevoerd worden. Dan hoef je verder niets te doen, behalve melden. Op twee locaties moet de grondwaterverontreiniging nader worden beschouwd in het kader van het bemalingsadvies. Dat gaan we doen. Op de overige vier locaties is nader onderzoek nodig, met name om de exacte omvang en de precieze uitvoeringsmaatregelen nog te bepalen. Het nader beschouwen van de grondwaterverontreiniging op twee locaties in het bemalingsadvies en het nader onderzoek op de vier locaties maken het PIP niet onuitvoerbaar. Dat zijn gewoon acties die de gemeente moet uitvoeren. De aangetroffen verontreinigingen zijn niet zodanig dat het de aanleg van de warmtetransportleiding onmogelijk zou maken. Daarnaast houdt het projectbudget rekening met eventuele worstcasemaatregelen voor die verontreiniging die getroffen moeten worden.

De verschillende stappen worden gevolgd door de organen die ze moeten doen. Er is geld, mochten er problemen aangetroffen worden, om die op te vangen. Het is niet nodig om in de planregels te borgen dat zonder toestemming van het bevoegd gezag niet mag worden gegraven in verontreinigde grond, want een dergelijk verbod volgt al uit de Wet bodembescherming. Dat is de reden waarom wij denken dat het beroep op bodemonderzoek bij de

87

Raad van State niet gaat leiden tot het afstellen van het aanleggen van WarmtelinQ. Dit was de tweede vraag van onze eerste raadslidspreker van vandaag, over de Raad van State en de gronden. Raadslid Assad van D66 zei terecht dat deze leiding een vijfde van onze stad van duurzame warmte kan voorzien. Wat je ook vindt van de kwaliteit van die duurzame warmte, het is geen verbranding van gas of olie. Dat je opkomt voor de belangen van de inwoners en de ondernemers heeft het college zo gewogen dat wij dat het beste kunnen doen door in overleg te blijven, ook met deel twee, en steeds onze punten aan te dragen en te kijken waar wij die kunnen verankeren. We moeten ook zorgen dat wij het aanspreekpunt zijn voor de schaderegeling en dat wij betrokken zijn bij hoe het groen wordt teruggeplaatst. Hoe meten we dat inderdaad die drie groeiseizoenen gegarandeerd zijn? Hoe zorgen we dat die vleugelnoten goed in leven blijven? Een van de vragen was: hoe zit het met de warmte in de ondergrond? Vlak naast de pijp kan het inderdaad maximaal 7 graden warmer worden. Dat is in een ruimte van ongeveer 50 centimeter eromheen. De buis heeft een doorsnee van dít en dan heb je een gebied van dát dat eventueel zo heet zou kunnen worden.

Wij zijn in overleg, als we kunnen blijven doorpraten met de verschillende partijen die dat aanleggen, over hoe je dat beter kan isoleren en of dat ook in de buurt komt van de wortels van die vleugelnoten. We hebben op een aantal plekken aanpassingen voor elkaar gekregen: als je net even een klein stukje opschuift, zit je niet bij de hoofdwortels. Al dit soort zaken geven aan dat het college het van belang vindt dat we blijven overleggen, omdat we dan detail voor detail verbetering kunnen krijgen. Dat is ook waarom het college besloten heeft om in principe de SOK, de UVOK en de schaderegeling te willen ondertekenen. Raadslid De Vuyst vroeg naar de vleugelnoten. Het is zo dat in onze hele stad alle natuur enorme last heeft van klimaatverandering, van extreme droogte en hitte. Een van de dingen die we daartegen doen, is ondergrondse waterbassins aanleggen. Het plan is nu juist om dat ook bij het Transvaalpark te doen. Dat is een van de grote werk-met-werkprojecten. Daar komt meer groen terug, ook met een ondergronds waterbassin, zodat het groen en de bomen, ook met toenemende klimaatverandering, verkoeling geven en in leven blijven. Geen van de vleugelnoten wordt gekapt. Vervolgens is de zorg of ze in leven blijven.

Wij zijn met boomdeskundigen en de mensen van WarmtelinQ in overleg over hoe dat gaat tijdens de aanleg en over hun garantie om het groen in stand te houden in de groeiseizoenen daarna. U hoort dat ik een tikkeltje verkouden ben. Mijn stem wordt steeds lager en op een gegeven moment is die weg. Het gaat nog. Over de communicatie hebben wij een discussie gehad. Dat is een van de amendementen die is ingediend door de raad op de zienswijze. Na wat overleg met de Gasunie was hen ook duidelijk dat wij gewoon een publieksrechtelijk orgaan zijn. Wij communiceren wanneer wij willen, met wie wij willen en wanneer we het belangrijk vinden. Zij zeggen: als we samen optrekken, kun je het beter afstemmen, zodat wij niet nu met communicatie komen en zij een week later, en dat we dat ook goed afstemmen met de provincie. Dus ja, wij communiceren overal zelf over. Wij kunnen uiteraard zelf naar de media, als we dat willen. Wij kunnen rechtstreeks naar onze eigen inwoners of bedrijven. Wat we nu afgesproken hebben, is dat we dat afstemmen. Ik hoop de eerste vraag van raadslid De Groot, of de gemeente in geen enkel geval de aanleg meer kan tegenhouden, beantwoord te hebben. Het is een risicoafweging, maar in de visie van het college kunnen we dat niet.

Kan het vonnis resulteren in de vernietiging van het PIP of een wezenlijke aanpassing van het PIP? Kleine aanpassingen van het provinciale inpassingsplan kunnen zeker. Andere beroepen zouden kunnen leiden tot aanpassingen van het inpassingsplan binnen hun gemeentegrenzen. Maar een vernietiging van het PIP, heb ik net uitgelegd, verwachten wij absoluut niet. Wat zijn de verschillende mogelijkheden die de provincie heeft om het publiekrechtelijke traject over te nemen? De provincie kan een aantal dingen doen. De provincie kan met een dwangsom komen. De provincie kan een inplaatstredingstraject starten. Dat betekent dat zij als publiek orgaan in onze plaats treden. Dat heeft dus helemaal niets te maken met de privaatrechtelijke overeenkomsten. Dit is louter publiekrechtelijk. Als wij als publiekrechtelijk orgaan geen wettelijke grond hebben om een vergunning te weigeren, zijn wij gewoon gehouden de vergunning te verstrekken. Op het laatste stukje, waar de provincie nu op zit te wachten, hebben wij geen enkele wettelijke grond om die niet af te geven. Ik heb de provincie gebeld dat ik in elk geval tot deze raadsvergadering wilde wachten. Ik heb dat afgestemd met het college. Dat zei: probeer bij de provincie in elk geval die ruimte te krijgen. 88

De provincie heeft daar vrij stevig op gereageerd. Op verzoek probeer ik zowel de brief van de provincie die aangeeft hoe zij daartegen aankijken als de e-mail van de Gasunie over hetzelfde onderwerp bij u te krijgen, nog vóór de stemmingen. Maar niet tekenen leidt dus via een dwangsom tot inplaatstreding. Voorzitter: de heer Groenewold. Hinke de Groot (CDA). Dank voor de beantwoording. Ik begrijp dus dat als we niet overgaan tot tekenen, de provincie de vergunningverlening kan overnemen. Op welke termijn kan de provincie die overnemen, aangezien er ook wel een wens is in de raad om toch de uitspraak van de rechter af te wachten? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). De provincie liet mij weten dat zij aan het uitzoeken zijn wat de snelste manier is, maar dat dat zeker geen twee of drie maanden gaat duren. Zij zijn aan het uitzoeken of ze een spoed-inplaatstreding hebben of hoe hoog de dwangsom moet zijn voordat de gemeente gaat bewegen. Er zijn nu dus bij de provincie juristen bezig om dat uit te zoeken. Hinke de Groot (CDA). Is het nog mogelijk om iets van coulance af te dwingen? Of zegt u eigenlijk 'het wordt sowieso overgenomen en de provincie gaat het nog deze zomer doen'? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). De provincie moet het coördineren voor de hele provincie.

Zij hebben een provinciale coördinatieregel en een provinciaal inpassingsplan, waardoor alle vergunningtrajecten gelijklopen, zodat alle gemeenten, alle inwoners, alle bedrijven die daar in die verschillende gemeenten zitten, tegelijkertijd bij dezelfde stukken kunnen. Wij zijn nu de enige die het op het laatste stukje tegenhouden en blokkeren. Als ik dus zeg dat de provincie 'not amused' is in de gesprekken en de e-mailwisselingen, dan is het waarschijnlijk nog een understatement. Zij zijn bezig, hebben ze me verteld, met een brief aan de raad om aan te geven dat zij vinden dat het eigenlijk gewoon nu moet gebeuren. We zitten nu bij de concept-laatste vergunning. Die moet ter inzage liggen. Dan komen er - u kent het proces - van alle kanten zienswijzen. Die moet de provincie afdoen. Zij willen in september zo ver zijn dat ze een definitief besluit hebben en dat vervolgens in november echt de werkzaamheden van start gaan. Wij zijn dat nu aan het ophouden. Daar zijn zowel de provincie als het Rijk als de vijf andere gemeenten minder enthousiast over onze richting op, want zij zeggen ook: jullie hebben geen grond om het te stoppen, want er is geen enkele wettelijke reden om het nu niet af te geven. Robert Barker (PvdD). Ik snap niet wat de provincie nou zegt. De wethouder zegt aan de ene kant dat ze nog niet weten hoe ze de rol van het college kunnen overnemen.

Aan de andere kant zegt ze dat er nog een brief naar de raad komt, maar die is er nog niet. Als de provincie zo veel haast heeft, waarom liggen die dingen er nog niet dan? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Omdat de provincie stomverbaasd was dat de gemeente Den Haag, de derde gemeente van ons land, de stad van vrede en recht, een proces van vergunningverlening stopt terwijl er geen enkele rechtsgrond is. Wij hebben niet een keuze. Als er een aanvraag komt voor een hotel die past binnen het omgevingsplan, dan kunnen wij niet meer denken: wij willen daar liever mooi groen in plaats van dat hotel. Wij hebben dan gewoon als behoorlijk bestuur te toetsen aan het juridisch kader. Daarom had de provincie niet verwacht dat de gemeente Den Haag hier daadwerkelijk op de rem ging staan. Robert Barker (PvdD). Dan vraag ik me af wat nou de planning van de provincie is. Als de provincie nog met een brief komt om te proberen de raad te beïnvloeden, wanneer verwachten we die brief dan? Hoe kunnen we die meenemen in onze beraadslaging? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Op het RIS voor 17.00 uur. De voorzitter. De heer Barker voor de laatste maal. 89

Robert Barker (PvdD). Dan denk ik dat we straks moeten schorsen en op een ander moment vervolgen, als er nog een nieuw stuk komt. De voorzitter. Ik wil daar wel op ingaan. Er is namelijk nog een mogelijkheid tot een tweede termijn. Ik begreep dat een van de partijen sowieso nog een motie wil indienen in tweede termijn. Wellicht is het handig dat we dat dan na 17.00 uur doen, als die brief er eventueel is. Is dat uw voorstel? Ja? Dan gaan we nu verder met de beantwoording. De wethouder gaat dus door in de eerste termijn met de beantwoording van de vragen die gesteld zijn en advies op de moties die zijn ingediend. Wethouder, het woord is aan u. Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Dank u wel, voorzitter. Er was nog een vraag van raadslid De Groot: van wie kan de gemeente schadeclaims verwachten bij vertraging in de uitvoering en hoe hoog kunnen die zijn? De initiatiefnemer, WarmtelinQ, is de eerste. Die hebben aangegeven dat ze ook zonder dat wij de privaatrechtelijke overeenkomst getekend hebben, door willen gaan met de aanleg. Het gaat daarbij vooral om gemiste kansen voor de gemeente. De vertraging kan optreden als de gemeente haar publiekrechtelijke taken niet uitvoert. Wij hebben geen inschatting van hoe hoog eventuele schadeclaims kunnen zijn. Je moet dan aantonen: we hebben hierdoor vertraging opgelopen, deze aannemer heeft daardoor dit niet kunnen doen en levert dat in.

Ik wil niet hier staan met iets wat gewoon maar een beetje gegokt is. Ik heb dus geen concreet antwoord op hoe hoog exact schadeclaims kunnen zijn, mochten wij publiekrechtelijk onze vergunning niet afgeven. Ik weet ook niet hoe hoog een dwangsom zou kunnen zijn van de provincie. Dan de vraag: is dit echt het maximaal haalbare? Ja, dat is ook een inschatting van het college geweest. Ik heb drieënhalf jaar met allerlei wisselende teams van ambtenaren op verschillende onderwerpen leiding mogen geven aan de onderhandelingen. Het is onze inschatting dat dit het maximaal mogelijke is. Ik wijs op de brief die recent verstuurd is. In de amendementen heeft de raad nog om een aantal punten gevraagd. Daarmee zijn we nog een keer weer naar WarmtelinQ gegaan met de vraag of het mogelijk was om op die punten nog wat aan te passen. U kent ze ongetwijfeld. Dat ging over: streven partijen met erkenning van elkaars belangen naar tijdige en kostenefficiënte realisatie? Als publiekrechtelijk orgaan, als stad, willen wij iets meer dan alleen dat zij streven naar het zo efficiënt mogelijk realiseren van het project. Dat hebben we uitonderhandeld. U heeft kunnen lezen in de brief dat er meerdere zinnen aan gewijd zijn: dat LdM C.V zich bewust is van de maatschappelijke belangen van de gemeente, dat wij verplichtingen hebben op grond van de Gemeentewet en dat we die moeten behartigen.

Daar is in de laatste onderhandeling gevolg aan gegeven. Vervolgens: hoe stemmen we communicatie af? Er stond in de SOK dus inderdaad die gewraakte passage over een perswoordvoerder en de regie en persinterviews. Dat is veranderd naar: 'Beide partijen communiceren vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheden.' Er werd gevraagd de gemeente te refereren aan het Deltaresrapport over de warmte-uitstraling. Dat is ook hersteld. In het definitieve ontwerp voor het groen wordt voor de groeiplaatsen van bomen rekening gehouden met de verwachte opwarming. In de UVOK wordt verwezen naar de onderzoeksrapporten. Amendement drie is ook overgenomen. Hinke de Groot (CDA). Dank voor de opsomming. Die staat inderdaad bij de stukken van gisteren. Maar het is best wel redelijk mager wat hier ligt. Kunt u het concretiseren met wat we nu binnenhalen voor die inwoners? De buurt gaat behoorlijk over de kop. Kunt u kwantificeren wat er nu terugvloeit, ook in bedragen? Het is een behoorlijk besluit, als deze aanleg er natuurlijk komt. Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). In de civielrechtelijke overeenkomsten hebben wij werkmet-werkkansen. Dat zijn in dat gebied 22 à 24 projecten. Die zitten op herinrichting groen en herinrichting wegen. Stel dat wij dat in één keer doen. Die leiding komt eraan, WarmtelinQ haalt die weg open en betaalt daarvoor. Zij besteden aan bij een aannemer.

Het extra wat wij gedaan willen hebben, is het enige waar we voor betalen. Dan gaat dat in één moeite door. Normaal gesproken, als je iets aanlegt, worden er foto's genomen. Hoe ziet de weg eruit? Hoe ziet het groen eruit? Dan moet de initiatiefnemer het terugbrengen exact zoals het is. Wij willen op 24 plekken langs die leiding 90

verbeteringen. Dat betekent allereerst dat de weg maar één keer open hoeft, maar het betekent ook dat wij niet betalen als die weg voor de tweede keer open moet, dat wij niet een aannemer hoeven zoeken en dat we het niet hoeven aanbesteden. Het enige wat doorgerekend wordt, zijn de kosten voor het extra. Ik heb ze best een beetje onder druk moeten zetten om een inschatting te maken. Wat kosten arbeidskrachten over een halfjaar? Wat kosten materialen? Dat ligt in de ordegrootte van € 2 mln. à € 3 mln. voor dat werk met werk. Fatima Faïd (HSP). Misschien ben ik niet goed op de hoogte, maar we doen toch altijd werk met werk? Dat is toch helemaal niet iets nieuws dat u heeft moeten binnenhalen? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Als gemeente zetten wij waar mogelijk in op werk met werk. Dat moet je in afstemming doen met de initiatiefnemer. Als de initiatiefnemer zegt 'wij doen het niet' en wij hebben geen ambtenaar in het overlegteam en wij werken verder niet mee, dan kunnen wij onze plannen niet eens aan hun voorleggen. Dit is dus een belangrijk argument om samen te werken, omdat je dan overal kan kijken waar de werk-met-werkmogelijkheden zijn en die pakken. Dat is inderdaad iets wat deze gemeente bij al dit soort zaken graag regelt met de initiatiefnemer. Ik was bij herinrichtingsplan groen. Er is een garantietermijn en onderhoud voor drie groeiseizoenen.

Ik heb gevraagd of ze daar een bedrag op kunnen zetten. Toen gingen ze rekenen met hoeveel CO2-winst je hebt als de boom dikker is en dergelijke. Daar kwam niet echt een duidelijk bedrag uit waar iemand zijn naam onder wilde zetten. Maar een garantietermijn voor drie groeiseizoenen betekent dat als een boom niet aanslaat, wij die niet vervangen, maar zij. We hebben dikkere bomen uitonderhandeld dan minimaal nodig is. Dan moeten zij ze dus vervangen door dikkere bomen. Ook de kosten van het onderhoud van het groen langs die leiding komt voor rekening van WarmtelinQ in plaats van van de gemeente. Over de nadeelcompensatieclaims hebben we het eerder gehad. In principe is degene die de vergunning afgeeft, degene die de nadeelcompensatieclaims krijgt. Als wij de schadeovereenkomst en de UVOK tekenen, dan komen ze voor rekening van Leiding door het Midden. Wij hebben een fors gemeentelijk begeleidingsteam hierop zitten. Dat kunt u zich voorstellen. Normaal gesproken moet dat uit de leges komen. Dat past bij een project van deze omvang absoluut niet. WarmtelinQ betaalt de reële kosten die wij maken aan ambtelijke uren, mits wij overeenkomsten met hen tekenen. Daar heb je het als snel over één à twee ton per jaar. Dat geldt dus ook voor dat volgende stuk, waar raadslid Faïd het over had.

De raad wil graag dat we meepraten, want we willen de archeologische belangen en de groenbelangen behartigen. Dan is het wel heel fijn als de initiatiefnemer de kosten van de ambtelijke uren draagt. Hinke de Groot (CDA). Ik hoor de wethouder zeggen dat we een begeleidingsteam hebben, dat die kosten worden vergoed en dat het werk met werk € 2 mln. tot € 3 mln. bespaart, terwijl mevrouw Faïd ook aangeeft dat we dat altijd proberen. Kan de wethouder concretiseren, los van al het extra werk dat we als gemeente hebben, wat er terugvloeit naar de inwoners, bij wie de grond overhoop wordt gehaald en die veel overlast gaan ervaren? Wat vloeit er naar hen terug? Kunt u dat uitdrukken in miljoenen of in bepaalde dingen die zij terugkrijgen? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Ik begrijp de vraag niet goed. Of WarmtelinQ aan iedereen die daar woont, een vergoeding geeft voor de overlast? Hinke de Groot (CDA). Ik kan me voorstellen dat als er geïnvesteerd wordt in een bepaald gebied, dat bepaalde opbrengsten kan opleveren en de leefbaarheid kan verbeteren. Ik hoor nu vooral dat we werk met werk combineren en een vergoeding krijgen voor de ambtenarij. Mijn vraag is concreet of er ook waarde wordt teruggebracht in het gebied waar de inwoners wat aan hebben.

Kunt u daar wat over zeggen? Vloeit er waarde terug, in social return of wat dan ook, naar die inwoners? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Organisaties zoals WarmtelinQ hebben net zoals wij een inkoopbeleid. In dat inkoopbeleid staat dat er lokale arbeidskrachten ingezet gaan worden. Er wordt ook gekeken naar lokaal en regionaal aanbesteden. Net zoals bij ons zit dat in het beleid. Ik heb geen exacte aantallen - ik denk ook niet eens dat het bedrijf die mij laat zien - van hoeveel banen dat gaat 91

opleveren voor Den Haag en hoeveel geld dat in salarissen voor mensen in Den Haag oplevert. Maar zij houden zich aan hun eigen eisen aan inkoopbeleid. Daar zit duurzaamheid in, evenals social return on investment en lokaal inhuren. Ons mkb, onze lokale bedrijven, onze hoveniersbedrijven krijgen daar de werkgelegenheid van, als dat kan. Maar zoals u allemaal weet, is de arbeidsmarkt vreselijk ingewikkeld. Je merkt ook op andere plekken waar wij het liefst werken met lokaal, je soms allang blij moet zijn dat je de vakkundige mensen krijgt die ook de mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen begeleiden. Maar dat zit daar inderdaad allemaal in. Het is dus de straten beter terugbrengen en het Transvaalpark een enorm end beter terugbrengen, net zoals met het Cromvlietpark gebeurd is. Samen met de mensen die daaromheen wonen het ontwerp maken, kijken waar zij behoefte aan hebben in Transvaalpark en het op die wijze terugbrengen. Ze zorgen dat er fatsoenlijke communicatie is in de klankbordgroep. Wanneer zijn jullie parkeerplaatsen hier weg? Hoe lang is dat? Waar kun je dan parkeren? Waar gaan de fietsen heen? Wat zijn voor de ondernemers de verschillende aanrijroutes als er tijdelijk iets dicht ligt? Dat hele pakket gaat een ongelofelijk stuk beter als je dat in goed overleg doet. Fatima Faïd (HSP).

Nu hoor ik de wethouder toch ook weer zeggen: dat doen ze sowieso ook; social return doen ze eigenlijk al. Dan heeft zij dus eigenlijk, om heel eerlijk te zijn, niet heel veel binnengehaald. Werk met werk doen we. Dat doen zij ook. Ik hoor u zeggen dat er onder de bedrijven die de WarmtelinQ gaan aanleggen allemaal bedrijven zijn die ook allemaal social return doen. Het wordt wel heel karig. Bij het Transvaalpark denk ik: dat hadden we nooit zo moeten aanleggen, maar goed, dat is dan iets. Kunt u daar toch nog helderder in zijn? Wat hebben we nou precies binnengehaald? Als we tekenen, hè. Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Het is aan iedereen om te wegen of het weinig of veel is, maar werk met werk gaat niet automatisch. We zetten daar met iedereen op in, maar daar moet je wel afspraken over maken. Als de gemeente iets meer wil dan een andere partij wettelijk verplicht is, moet je dat 1. samen in goed overleg doen en 2. dat kleine stukje dat extra is zelf betalen, bijvoorbeeld als er betere bestrating terugkomt of een stukje asfalt, klinkers en weer asfalt, mooi terugbrengen. Dat kunnen wij op deze 24 locaties langs die leiding doen, in goed overleg. Als we dat niet doen, hebben zij alleen de verplichting om het terug te brengen zoals het nu is als je erlangs loopt en foto's maakt.

Dat zij een inkoopbeleid hebben, is uiteraard niet de verdienste van de gemeente Den Haag, dat klopt. Zij zijn een staatsbedrijf, dus zij werken in opdracht van de rijksoverheid. Die stelt daar ook de verschillende eisen voor vast. Nogmaals, ik denk ook niet dat dit een pakket is waarmee je het hele stadsdeel verbetert. Dit is een plan om de inpassing en de overlast zo veel mogelijk te dempen en in goede banen te leiden. Het is geen grotestedenbeleid voor Transvaal waarmee we op onderwijs, op sport en op cultuur van alles voor de stad zitten te verbeteren. Dat is sec een taak van het gemeentebestuur. Wat we hier doen is de overlast dempen en proberen om een aantal verbeteringen aan te brengen terwijl we aan de slag zijn. De voorzitter. Excuus, wethouder. Mevrouw De Groot, u heeft wéderom een interruptie? Hinke de Groot (CDA). Ja, de laatste voorlopig. Betekent dit dan dat wat we echt binnen hebben gehaald, de verbeteringen zijn op extra groen, bomen en Transvaalpark, maar alleen als we tekenen? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Ja, dat is wel wat de Gasunie mij heeft laten weten. We zijn druk bezig om die informatie zo snel mogelijk op het RIS te krijgen. Dan kunt u het zelf lezen en het zelf wegen. De voorzitter. Wethouder, gaat u verder met de beantwoording alstublieft. Wethouder Van Tongeren (GroenLinks).

De laatste zaken zijn dus de klankbordgroep - dat was overigens ook uitdrukkelijk een punt op verzoek van de raad - en afspraken over hoe je klachtenafhandeling doet, de communicatie naar de bewoners en de ondernemers loopt en nadere uitvoering van de werkzaamheden, zoals rond bouwverkeer, tijdelijk parkeren en de punten die ik net noemde. Dat zijn de onderwerpen die daarin staan. 92

Dan het verschil tussen SOK, UVOK en schadevergoedingsovereenkomst. Ik denk zelf dat ik dat eerder ook niet helemaal scherp genoeg had. De schadevergoedingsovereenkomst hangt aan de UVOK. Als de uitvoeringsovereenkomst niet getekend wordt, is er dus ook geen schadevergoedingsovereenkomst. Hij lag meer dan een jaar geleden voor het eerst bij de raad. Alle andere gemeenten maken eerst de samenwerkingsovereenkomst. Dat is op grote lijnen. Dan ga je door met onderhandelen en praten en je bent bezig met de uitvoering. Uiteindelijk teken je dan een uitvoeringsovereenkomst. De raad heeft toen uitdrukkelijk gezegd: wij willen de SOK pas tekenen als de uitvoeringsovereenkomst er is. Dat is waarom je zegt: wat staat er dan nog in de SOK? Dat klopt. Die SOK heeft een aantal brede punten. Die staan uitgewerkt in de uitvoeringsovereenkomst. Vervolgens zit daar de schadevergoedingsbijeenkomst bij. Dat is dus het verschil tussen SOK en UVOK. Daarmee heb ik de antwoorden van raadslid De Groot zo goed mogelijk geprobeerd te beantwoorden. De voorzitter. Ik zie haar knikken. Gaat u verder met de beantwoording van de andere vragen. Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Raadslid Holman zegt dat de aanleg niet comfortabel voelt. Ik denk dat we dat college- en raadsbreed delen.

Zij zegt dat zij wel de intentie of de wens heeft om veilig te stellen wat er wel geregeld is in de schadevergoeding en … Nou ja, ik zal de lijst niet herhalen. Raadslid Barker vraagt: wat vindt de wethouder van de houding van het Rijk, de provincie en WarmtelinQ? Dat is een vrij algemene en brede vraag. We zijn al geruime tijd aan het praten, dus ik zal het kort houden. Ik denk dat al deze organisaties proberen te werken vanuit hun maatschappelijk belang. Het Rijk met klimaatverandering, de provincie met een project van provincieoverstijgend belang en WarmtelinQ met de opdracht die zij gekregen hebben als staatsbedrijf. De heer Barker had het ook over het verschil tussen het publiekrechtelijke traject en het civielrechtelijke traject: de belangen van de inwoners en de ondernemers proberen te behartigen. Iedereen mag zelf wegen wat zij vinden van een duurzame warmtevoorziening voor een vijfde van de stad, maar echt, serieus van het fossiel afstappen staat uitdrukkelijk bij het Rijk, bij onze regering op de agenda staat. Dat is nog een keer extra kracht bijgezet door de oorlog in Oekraïne. Dat is een van de grote belangen van deze leiding. Over de Raad van State hebben we het volgens mij uitgebreid gehad. Zij kijken alleen publiekrechtelijk. Over de vleugelnoten hebben we het gehad.

Ja, er wordt heel specifiek gekeken of er extra isolatie voor de wortels van de vleugelnoten nodig is en aangebracht kan worden. Over de Raad van Statezaak hebben we volgens mij in het interruptiedebat ook al uitgebreid gewisseld dat het college toen ook al heeft gezegd dat het denkt dat ons beroep weinig kansrijk is. Raadslid Klokkenburg vroeg hoe het zit met de SUK, UVOK en schadeovereenkomst. Ik hoop dat toegelicht te hebben. Raadslid Faïd vroeg hoe het werkt met wensen en bedenkingen. Als bijvoorbeeld de begroting voorligt en de raad een amendement op de begroting heeft, dan gaat de wijziging er gewoon in. Maar het tekenen van een civielrechtelijke overeenkomst is een collegebevoegdheid. Dat staat ook in de Gemeentewet. Het college is bevoegd om dat soort overeenkomsten aan te gaan. Vervolgens is het college een procedure gestart waarin het vraagt: wat zijn jullie wensen en jullie bedenkingen op dit terrein? Wij maken een besluit waarin staat dat er geen wensen en bedenkingen zijn. Vervolgens kan de raad, als hij wensen en bedenkingen heeft, die daar in amenderen. Dat is anders dan wanneer je een begroting verandert. Ik ben met de wensen en bedenkingen teruggegaan naar WarmtelinQ en heb die vier punten die ik eerder genoemd heb, er nog uitgekregen.

Vervolgens weegt het college het geheel: moeten wij wel tekenen of niet tekenen? Dat is best een stevige discussie geweest in het college. Een aantal van de onderwerpen die u hier vandaag ook genoemd heeft, zijn in het college ook vrij stellig genoemd: on balance, wat is nou beter, moet we wel, moeten we niet? We hebben in het college ook gesproken over onze verhouding tot het Rijk, de provincie en onze collega-gemeenten. Hoe hou je die ook goed? Wat zou je eventueel winnen met uitstel? In het geval, wat onze juristen onwaarschijnlijk inschatten, de Raad van State zegt dat die hele leiding niet doorgaat, dan zijn de UVOK, de SOK en de schaderegeling ook direct van tafel. 93

Vervolgens hebben we voorgesteld het een ontbindende voorwaarde te maken. Stel dat er een heftige aanpassing komt. De leiding gaat bijvoorbeeld helemaal niet meer naar De Constant Rebecque maar langs een heel andere route. Dan vervallen ook de SOK, de UVOK en de schaderegeling. Dus we houden en halen binnen wat we nu hebben. Als de Raad van State zegt 'helemaal geen WarmtelinQ', dan zijn we sowieso ook van al deze regelingen af. In het geval er een grote aanpassing komt, hebben we als ontbindende voorwaarde in alle vergunningen staan, maar ook in onze civielrechtelijke overeenkomsten, dat ze dan vervallen. Naar het idee van het college hebben wij dus naar geest en de intentie van de wensen en de bedenkingen van de raad gehandeld. Het is niet zo dat als er een amendement komt bij wensen en bedenkingen, dit een rechtstreekse opdracht is aan het college van: je mag alleen dit doen. Het is een wens en een bedenking die het college betrekt bij het inzetten van een collegebevoegdheid, namelijk het aangaan van civielrechtelijke besluiten. De heer Mahmood van DENK zei dat het grote gevolgen heeft voor wijken met kwetsbare bewoners. Dat is absoluut waar. Er zal een periode zijn tijdens de aanleg dat er wegen opengaan, dat mensen om moeten rijden, om moeten fietsen en elders moeten parkeren. Er zal een periode zijn dat er bomen gekapt worden.

Het duurt een tijd voor de nieuwe bomen er weer staan. Dat geeft overlast. Er kan ook geluidsoverlast zijn. Dat is voor elke wijk, maar zeker een wijk met kwetsbare bewoners, echt heel lastig. Dat is waarom het college heeft gemeend dat wij beter in overleg en samenwerking aan die klus kunnen beginnen dan dat wij zeggen: we tekenen niet, we werken niet samen en we overleggen niet verder. Dat waren de vragen. Dan zijn er moties ingediend. Die doe ik toch nu, voorzitter, en niet in de tweede termijn? De voorzitter. Dat doet u inderdaad nu, wethouder. Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). De eerste die ik hier heb liggen, is van raadslid Martinez van Andel. Hij verzoekt de wethouder Duurzaamheid en Energietransitie dringend zich te houden aan het amendement en geen overeenkomst aangaande de WarmtelinQ te tekenen totdat de Raad van State uitspraak gedaan heeft. Allereerst is het dus niet de wethouder die kan tekenen. Het is het college dat bevoegd is om dat te doen. Ik heb in het hele betoog geprobeerd uit te leggen waarom het college besloten heeft om in de weging van de wensen en bedenkingen toch te besluiten om te willen gaan tekenen. Deze motie ontraadt het college. Van de HSP heb ik de motie Ga in verzet tegen WarmtelinQ Rijswijk-Leiden.

Daar staat als besluit: de wethouder opdracht te geven een zienswijze te sturen op de nota van reikwijdte en detailniveau om de bezwaren van de gemeenteraad over het gebruik van fossiele restwarmte mee te nemen in de MER. Als we 'wethouder' veranderen in 'college', wil het college dit zeker aanvaarden. Dus eerste besluit: aanvaarden mits 'wethouder' 'college' wordt, want een wethouder alleen is juridisch helemaal niks, kan ik u vertellen. Dan het tweede deel van het dictum. We hebben op dit moment onvoldoende inzicht in de gevolgen van de voorkeursvariant voor natuur en archeologische gebieden, ook al omdat de raad het college meegegeven heeft zo terughoudend mogelijk te zijn in de samenwerking. Wel wil het college toezeggen een zienswijze in te gaan dienen op punt 1. Komt uit nader onderzoek naar voren dat varianten van het tracé onaanvaardbaar effect heeft op natuur of archeologie, dan brengen we dat naar voren in de notitie reikwijdte en detailniveau en komen daarop terug bij de procedures voor de MER en de PIP. Dus besluit twee is ontraden, maar de intentie daarvan gaan we op termijn uitvoeren. Dan het derde deel van het dictum. De bevoegdheid om namens de gemeente overeenkomsten aan te gaan op grond van de Gemeentewet ligt bij het college.

Wederom gaat het college op verzoek van de raad zeker een wensen- en bedenkingenprocedure houden ingevolge van artikel 169, lid 1 van de Gemeentewet, om de wensen en bedenkingen van de raad te betrekken bij de overeenkomst. Eén dictum kunnen we dus sowieso uitvoeren, bij de tweede hebben we de intentie en de derde is ontraden. Als er dus niets aangepast wordt, is de hele motie ontraden. Ik heb van de HSP de motie Niet tekenen is niet tekenen, die nogmaals wil benadrukken dat er twee aangenomen amendementen liggen van de wensen- en bedenkingenprocedure waarin opgeroepen wordt niet te tekenen. Deze motie bekrachtigt nog eens dat dit de uitspraak was in de wensen- en bedenkingenprocedure. De wethouder wordt opgeroepen de wil van de raad te respecteren en te zorgen dat het college geen overeenkomst tekent met WarmtelinQ. Daar heb ik op geantwoord dat het college 94

dat heel zwaar meegewogen heeft, maar toch besloten heeft dat het in het belang is van onze inwoners en ondernemers om die overeenkomsten wel te tekenen. De motie van de Partij voor de Dieren heet Werk niet mee aan WarmtelinQ. Die verzoekt niet publiekrechtelijk mee te werken aan de realisatie van WarmtelinQ tenzij de raad hiermee heeft ingestemd, en specifiek om niet een definitief instemmingsbesluit te nemen. Het besluiten tot een combi-instemmingsbesluit is een bevoegdheid van het college, maar het college moet beslissen op de aanvraag zoals die ingediend is. Dat betekent dat het college niet zomaar kan besluiten om geen gebruik te gaan maken van zijn bevoegdheid en geen vergunning te geven. Een aanvraag voor een combi-instemmingsbesluit moet getoetst worden aan het toetsingskader zoals wij dat hebben in onze APV. Zoals dat ook verwoord is in het concept-combi-instemmingsbesluit voldoet de aanvraag aan ons eigen kader. Daarom is er geen reden om niet tot verlening van het instemmingsbesluit over te gaan. Het niet afgeven van het instemmingsbesluit is daarmee onbehoorlijk bestuur. Ik heb nog een heleboel tekst met ook de artikelen van de Wro erbij. Ik zal die u besparen. De motie roept het college op om publiekrechtelijke taken niet uit te voeren, met eventuele juridische en financiële risico's. Ik kan niet anders dan deze motie ontraden.

Daarmee denk ik aan het einde van de eerste termijn gekomen te zijn. De voorzitter. Dank. We zijn inderdaad aan het einde van de eerste termijn. We hebben afgesproken dat we minimaal tot 17.00 uur wachten met de tweede termijn op dit onderwerp. Die doen we wanneer de brief binnen is waarvan de wethouder heeft gezegd dat die op het RIS wordt gepubliceerd. Dat is de brief van de provincie. Ik zie een aantal verdwaasde blikken in de zaal, maar dat was toch de afspraak die we hadden gemaakt? Ja? Oké. In tweede termijn worden eventueel nog moties ingediend. De beraadslaging wordt geschorst. De vergadering wordt van 16.38 uur tot 16.48 geschorst. Voorzitter: de heer Van der Helm. De voorzitter. Net werd agendapunt S, Raadsmededeling inzake WarmtelinQ, besproken. De eerste termijn is nu afgerond, maar we wachten nog op een brief die eraan komt. Die kan elk moment binnenkomen. Daarom beginnen we nu vast met de afrondingsdebatten. Ik kijk straks rond of er nog behoefte is aan een schorsing of dat de brief tussendoor al gelezen is. Ik kreeg ook de vraag al of we schorsen tussen het einde van de debatten en de stemmingen. Die vraag zal ik straks stellen. -

Afronding debat.

Aan de orde is: T.

Aanbesteding doelgroepenvervoer (RIS310799).

De beraadslaging wordt geopend. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Na het debat in de commissie is ons ter ore gekomen dat de aanbesteding van het doelgroepenvervoer sowieso opnieuw moet plaatsvinden omdat de aanbesteding niet juist is verlopen. Dat biedt kansen om alsnog waterstof op te nemen als mogelijke aandrijver van het vervoer. Daarnaast moeten we sowieso breder kijken naar het begrip 'duurzaamheid' als het gaat om aanbestedingen, en niet alleen naar de aandrijving, want duurzaamheid is zoveel breder dan dat. Daarom dien ik een motie in met collega's De Groot van het CDA en Martinez van Andel van Hart voor Den Haag, waarvan het dictum luidt: verzoekt het college bij toekomstige aanbestedingen te kiezen voor objectieve en neutrale criteria op het gebied van duurzaamheid, die niet voorsorteren op een bepaalde invulling zoals het type aandrijving van vervoer, en ook andere aspecten van het begrip 'duurzaamheid' mee te wegen, zoals het hergebruik van materialen; door waterstof aangedreven

95

voertuigen nader te onderzoeken als potentiële extra categorie in de aanbesteding van doelgroepenvervoer. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw De Groot en de heer Martinez van Andel, wordt de volgende motie (T.1 CU/SGP) ingediend:

Motie T.1 CU/SGP bekijk duurzaamheid bij aanbestedingen in een breder perspectief De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juni 2022, ter bespreking van Aanbesteding doelgroepenvervoer (RIS310799), constaterende, dat: • in de aanbesteding doelgroepenvervoer waterstof als aandrijving is uitgesloten, omdat het batterij-elektrische alternatief als aandrijving energetisch gunstiger is; • de huidige aanbieder van doelgroepenvervoer geïnvesteerd heeft in waterstofauto’s en er • bovendien op de Binckhorst, met overheidssubsidie, een waterstoftankstation is geopend; • de voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de aanbesteding doelgroepenvervoer opnieuw moet worden gedaan, vanwege het overtreden van enkele aanbestedingsregels (https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2022:5294); overwegende, dat: • batterij-elektrisch aangedreven auto’s misschien wel de meest duurzame optie zijn als het gaat om de aandrijving, maar het concept ‘duurzaam’ breder getrokken kan worden, bijvoorbeeld als een aanbieder geen nieuwe autovloot hoeft aan te schaffen; • Haagse innovatieve mkb-bedrijven een belangrijke rol kunnen spelen in de transitie naar duurzamere vormen van vervoer; • we niet in de toekomst kunnen kijken welke innovatieve concepten op de markt komen en het belangrijk is om ruimte te laten voor nieuwe innovatieve oplossingen op duurzaamheid die

nog worden ontwikkeld; verzoekt het college: • bij toekomstige aanbestedingen te kiezen voor objectieve en neutrale criteria op het gebied van duurzaamheid, die niet voorsorteren op een bepaalde invulling zoals het type aandrijving van vervoer, en ook andere aspecten van het begrip duurzaamheid mee te wegen, zoals het hergebruik van materialen; • door waterstof aangedreven voertuigen nader te onderzoeken als potentiële extra categorie in de aanbesteding van doelgroepenvervoer, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Voorzitter. Er zitten twee dicta in de motie. Het eerste vraagt om te zorgen dat we in ons inkoopbeleid neutrale en objectieve criteria hebben en niet een minimum erin zetten. Dat kan, maar dan zou de raad moeten vragen om het herzien van het inkoopbeleid. Het huidige, vastgestelde inkoopbeleid heeft die mogelijkheden. Het is ook tot twee keer toe door de rechter getoetst dat wij dat op een juiste manier toegepast hebben. Mocht de raad dus willen dat wij het inkoopbeleid aanpassen, dan zou de raad daarom moeten vragen. Dan zou dit een van de mogelijkheden zijn. Het tweede dictum vond ik zelf wel wat curieus, want dat staat haaks op het eerste. Het eerste zegt dat je het objectief en neutraal moet doen en niet alvast moet invullen en het tweede zegt: neem waterstof mee.

Als er iets heel specifiek is en ingevuld, is dat het voorschrijven van wat voor type aandrijving vervoer zou moeten hebben. Daardoor was het college dus sowieso een tikkeltje verward. Deze motie gaat het college op die twee gronden ontraden. Wil je het inkoopbeleid 96

herzien, dan kan dat. Dan moet die vraag komen. En het college gaat niet een specifieke aandrijvingsvorm opnemen in een nieuwe aanbestedingsronde, want dat past niet binnen het huidig geldende inkoopbeleid. De beraadslaging wordt gesloten.

Aan de orde is: U.

Commissiebrief: uitbreiding Campus Universiteit Leiden Den Haag (RIS311916).

De beraadslaging wordt geopend. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Toen bekend werd dat de campus mogelijk in het oude Hudson's Baypand zou komen, was er veel gejubel vanuit de raad. De SP heeft toch een paar kritische kanttekeningen in de vorm van twee moties. De eerste motie heet Toegankelijke campus. Die verzoekt het college de mogelijkheden te onderzoeken om in de subsidievoorwaarden voor het inbouwpakket op te nemen dat ten minste een deel van de locatie aan de Grote Marktstraat - denk bijvoorbeeld aan studieplekken - ook toegankelijk wordt voor Haagse studenten die verbonden zijn aan andere onderwijsinstellingen; hierop terug te komen in het aangekondigde raadsvoorstel. Deze is mede ingediend door mevrouw Faïd van de Haagse Stadspartij. De tweede motie heet Sober en doelmatig inbouwpakket. Die verzoekt het college in de subsidievoorwaarden uit te gaan van een sober en doelmatig inbouwpakket, waarbij de Universiteit Leiden zelf de kosten draagt voor eventueel meerwerk; in het nog te verschijnen raadsvoorstel uitdrukkelijk in te gaan op de mogelijkheden om het subsidieplafond te verlagen, zodat niet het volledige gereserveerde bedrag à € 10 mln. hoeft te worden benut. Deze is ingediend met mevrouw Faïd van de Haagse Stadspartij en de heer Barker van de Partij voor de Dieren. De voorzitter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11669133/3