CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS312672 Jonge slachtoffers criminele uitbuiting witte vlek in aanpak ondermijning Bijlage 2

Commissie Bestuur 16 november 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Veiligheid58.432 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 7

Kijken met andere ogen Een landelijke verkenning naar criminele uitbuiting in dertien (middel)grote gemeenten in Nederland

INHOUD

Kijken met andere ogen Een landelijke verkenning naar criminele uitbuiting in dertien (middel)grote gemeenten in Nederland T.L.M. Leito S.R. van Bemmel F. Noteboom 2022 Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel Burgemeester Schalijlaan 70 2908 LS Capelle aan den IJssel info@hetckm.nl www.ckm.nl Vormgeving: Renske de Boer Fotografie: Pexels.com

‘Maak mensenhandel zichtbaar’ Onder dit motto voert het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM) de strijd tegen seksuele en criminele uitbuiting in Nederland. Het CKM innoveert, onderzoekt en agendeert. Meer informatie op www.hetckm.nl.

LIJST VAN TABELLEN EN FIGUREN

3

SAMENVATTING5 HOOFDSTUK 1. INLEIDING

6

HOOFDSTUK 2.EEN LITERATUURVERKENNING NAAR CRIMINELE UITBUITING IN NEDERLAND

9

HOOFDSTUK 3. METHODOLOGIE

20

HOOFDSTUK 4. AARD EN OMVANG VAN CRIMINELE UITBUITING IN NEDERLAND

27

HOOFDSTUK 5. AANPAK VAN CRIMINELE UITBUITING EN MOGELIJKHEDEN OM DEZE TE VERSTERKEN

54

HOOFDSTUK 6. CONCLUSIE

78

HOOFDSTUK 7. AANBEVELINGEN

85

BIBLIOGRAFIE

89

BIJLAGE A. BEGELEIDINGSCOMMISSIE

91

BIJLAGE B. DE DERTIEN GEMEENTEN IN BEELD

92

BIJLAGE C. WERKGEBIEDEN EN VERMOEDENS VAN CRIMINELE UITBUITING

106

BIJLAGE D. WERKGEBIEDEN EN WAARGENOMEN AANTAL SLACHTOFFERS

108

BIJLAGE E. WERKGEBIEDEN EN VORMEN VAN GEDWONGEN CRIMINALITEIT

110

BIJLAGE F. WERKGEBIEDEN EN GESLACHT SLACHTOFFERS

112

BIJLAGE G. WERKGEBIEDEN EN LEEFTIJDSCATEGORIE SLACHTOFFERS

114

BIJLAGE H. WERKGEBIEDEN EN MEEST WAARGENOMEN LEEFTIJD SLACHTOFFERS

116

BIJLAGE I. WERKGEBIEDEN EN MEEST WAARGENOMEN ACHTERGROND SLACHTOFFERS

118

BIJLAGE J. DE VRAGENLIJST

120

BIJLAGE K. TOPIC LIJST INTERVIEWS

126

LIJST VAN TABELLEN EN FIGUREN

KIJKEN MET ANDERE OGEN | 3

Hoofdstuk 3. Methodologie Tabel 1. Aantal aan de inteviews deelnemende eerstelijns professionals, per deelnemende gemeente (n=20) Tabel 2. Aantal aan de inteviews deelnemende eerstelijns professionals, per deelnemende gemeente (n=20) Figuur 1. Aan het onderzoek deelnemende gemeenten (n=13) Tabel 3. Aantal aan het onderzoek deelnemende eerstelijns professionals, per deelnemende gemeente (n=1.637) Tabel 4. Aantal aan het onderzoek deelnemende eerstelijns professionals, per beleidsdomein en per functie (n=1.637)

22 22 23 24 24

Hoofdstuk 4. Aard en omvang van criminele uitbuiting in Nederland Figuur 2. In aanraking geweest met (vermoedelijke) slachtoffers, in de afgelopen twee jaar 2019 - 2021 (n=1.637) Figuur 3. Geschatte aantal slachtoffers, per respondent, in de afgelopen twee jaar 2019 - 2021 (n=821) Figuur 4. Vormen van gedwongen criminaliteit (n=821) Figuur 5. Vormen van gedwongen criminaliteit, afgezet tegen grote en middelgrote gemeenten (n=821) Figuur 6. Locaties waar slachtoffers zijn geworven of geronseld (n=821) Figuur 7. Type school of onderwijsinstelling waar slachtoffers zijn geworven of geronseld (n=240) Figuur 8. Manieren waarop slachtoffers in de criminaliteit zijn gedwongen (n=821) Figuur 9. Geslacht slachtoffers (n=821) Figuur 10. Geslacht slachtoffers, afgezet tegen meest waargenomen vormen van gedwongen criminaliteit (n=787) Figuur 11. Figuur 11. Waargenomen leeftijdscategorie slachtoffers (n=821) Figuur 12. Meest waargenomen leeftijd slachtoffers (n=821) Figuur 13. Meest waargenomen leeftijd slachtoffers, afgezet tegen meest waargenomen vormen van gedwongen criminaliteit (n=766)

27 28 31 31 34 34 36 41 41 42 42 42

Figuur 14. Meest waargenomen leeftijd slachtoffers, afgezet tegen geslacht slachtofers (n=766) Figuur 15. Achtergond slachtoffers (n=821) Figuur 16. Achtergond slachtoffers, afgezet tegen meest waargenomen vorm van gedwongen criminaliteit (n=665) Figuur 17. Achtergond slachtoffers, afgezet tegen geslacht slachtoffers (n=665) Figuur 18. Achtergond slachtoffers, afgezet tegen leeftijd slachtoffers (n=665) Figuur 19. Ik heb goed zicht op wie de criminelen zijn die personen dwingen tot het plegen van criminaliteit in het gebied waar ik werk (n=821) Figuur 20. De criminelen die personen dwingen tot het plegen van criminaliteit in het gebied waar ik werk zijn goed georganiseerde (jeugd)netwerken (n=821) Figuur 21. In het gebied waar ik werk worden voldoende maatregelen genomen om te voorkomen dat personen worden geronseld door criminelen (n=821) Figuur 22. In het gebied waar ik werk lukt het goed om de criminelen die personen dwingen tot criminaliteit aan te pakken (n=821) Figuur 26. Door de coronamaatregelen heb ik het afgelopen jaar minder goed zicht gehad op criminele uitbuiting in het gebied waar ik werk (n=821)

43 44 44 45 45 46 46 46 46 51

Hoofdstuk 5. Aanpak van criminele uitbuiting en mogelijkheden om deze te versterken Figuur 28. Domein Jeugd, Zorg en Welzijn: Geschatte aantal slachtoffers criminele uitbuiting, 2019 - 2021 (n=345) Figuur 27. Domein Jeugd, Zorg en Welzijn: Vermoedens van criminele uitbuiting, 2019 - 2021 (n=577) Figuur 30. Domein Jeugd, Zorg en Welzijn: Geslacht slachtoffers (n=345) Figuur 31. Domein Jeugd, Zorg en Welzijn: Meest waargenome leeftijd slachtoffers (n=345)

55 55 56 56

KIJKEN MET ANDERE OGEN | 4

Figuur 33. Domein Onderwijs: Geschatte aantal slachtoffers van criminele uitbuiting, 2019 - 2021 (n=160) Figuur 32. Domein Onderwijs: Vermoedens van criminele uitbuiting, 2019 - 2021 (n=400) Figuur 34. Domein Onderwijs: Vormen van gedwongen criminaliteit (n=160) Figuur 35. Percentage respondenten werkzaam in het primair, voortgezet en middelbaar en hoger beroepsonderwijs, per waargenomen vorm van criminaliteit (n=261)* Figuur 36. Domein Onderwijs: Geslacht slachtoffers (n=160) Figuur 37. Domein Onderwijs: Meest waargenomen leeftijd slachtoffers (n=160) Figuur 38. Domein Openbare Orde en Veiligheid: Vermoedens van criminele uitbuiting, 2019 - 2021 (n=434) Figuur 39. Domein Openbare Orde en Veiligheid: Geschatte aantal slachtoffers criminele uitbuiting, 2019 - 2021 (n=232) Figuur 40. Domein Openbare Orde en Veiligheid: Vormen van gedwongen criminaliteit, 2019 - 2021 (n=232) Figuur 41. Domein Openbare Orde en Veiligheid: Geslacht slachtoffers (n=232) Figuur 42. Domein Openbare Orde en Veiligheid: Meest waargenomen leeftijd slachtoffers (n=232) Figuur 43. Domein Werk, Financiën en Schulden: Vermoedens van criminele uitbuiting, 2019-2021 (n=155) Figuur 44. Domein Werk, Financiën en Schulden: Geschatte aantal slachtoffers criminele uitbuiting, 2019-2021 (n=63) Figuur 45. Domein Werk, Financiën en Schulden: Vormen van gedwongen criminaliteit (n=63) Figuur 46.

Domein Werk, Financiën en Schulden: Geslacht slachtoffers (n=63) Figuur 47. Domein Werk, Financiën en Schulden: Leeftijd slachtoffers (n=63) Figuur 48. Domein Wijk en Wonen: Vermoedens van criminele uitbuiting, 2019 - 2021 (n=71) Figuur 49. Domein Wijk en Wonen: Geschatte aantal slachtoffers van criminele uitbuiting, 2019 - 2021 (n=21) Figuur 50. Domein Wijk en Wonen: Vormen van criminele uitbuiting (n=21) Figuur 51. Domein Wijk en Wonen: Geslacht slachtoffers (n=21) Figuur 52. Domein Wijk en Wonen: Leeftijdt slachtoffers (n=21) Figuur 53. Stelling: ‘Ik weet precies wat ik moet doen wanneer ik vermoed dat een persoon slachtoffer is van criminele uitbuiting’ (n=821)

57 57 58 58 58 59 60 60 61 61 62 62 63 63 64 64 65 65 65 65 66 67

Figuur 54. Training gevolgd in het herkennen van signalen van mensenhandel (algemeen) en criminele uitbuiting (specifiek) per domein (n=1.637) Figuur 55. ‘Bestaan er binnen uw werkplek afspraken over het omgaan met geconstateerde vermoedens van criminele uitbuiting?’ (n=1.637) Figuur 56. Afspraken binnen de werkplek over het omgaan met geconstateerde vermoedens van criminele uitbuiting, per domein (n=1.637) Figuur 57. Contact met anderen over vermoedens van criminele uitbuiting (n=821)

68 70 70 71

SAMENVATTING

Hoewel in de afgelopen jaren de zorgen over criminele uitbuiting steeds meer lijken te zijn toegenomen, blijven slachtoffers en daders in de officiële registraties vrijwel volledig buiten beeld. Dit geldt in het bijzonder voor slachtoffers met een Nederlandse nationaliteit. Zo kwamen in de periode 2016-2020 135 Nederlandse slachtoffers van criminele uitbuiting in beeld bij de autoriteiten en was bij slechts negen strafrechtelijke opsporingsonderzoeken een slachtoffer van deze vorm van mensenhandel met de Nederlandse identiteit betrokken. Dit onderzoek heeft zich daarom gericht op het in beeld brengen van de aard en omvang van criminele uitbuiting in Nederland. Voor het onderzoek hebben 1.637 eerstelijns professionals, waaronder wijkagenten, docenten en jongerenwerkers, werkzaam in dertien (middel)grote gemeenten een vragenlijst ingevuld, gericht op hun ervaringen met criminele uitbuiting. Aanvullend zijn twintig eerstelijns professionals geïnterviewd over de uitdagingen en kansen die zij in de aanpak van criminele uitbuiting ervaren. Uit het onderzoek blijkt dat de helft van de eerstelijns professionals die aan dit onderzoek heeft deelgenomen in de afgelopen twee jaar in aanraking is geweest met één of meerdere (vermoedelijke) slachtoffers van criminele uitbuiting.

In de meeste gevallen spreken zij hierbij over direct contact, en over meerdere (vermoedelijke) slachtoffers in de afgelopen twee jaar. Verder blijken de zorgen over criminele uitbuiting bij meer dan de helft van de eerstelijns professionals te zijn toegenomen (57%) en heeft bijna 40% van hen ook een toename waargenomen in het aantal (vermoedelijke) slachtoffers. Eerstelijns professionals zien met name (vermoedelijke) slachtoffers die worden gedwongen tot het plegen van drugscriminaliteit en financiële delicten, zoals geldezel- en katvangerconstructies. 44% van de eerstelijns professionals geeft aan contact te hebben gehad met slachtoffers die zowel seksueel als crimineel zijn uitgebuit, hetgeen een zorgelijke overlap tussen beide vormen van mensenhandel weergeeft. Bij slachtoffers is vaak sprake van uiteenlopende problematiek op verschillende leefgebieden en een (zeer) kwetsbare achtergrond, zoals een jonge leeftijd, een lichtverstandelijke beperking, schuldenproblematiek en een instabiele thuissituatie. Daders spelen in op deze kwetsbaarheid, waardoor een zeer grote mate van afhankelijkheid ontstaat en het slachtoffer geleidelijk steeds meer vast komt te zitten in de criminaliteit. Tegelijkertijd zien vier op de tien eerstelijns professionals dat slachtoffers ook met gebruik van geweld in de criminaliteit worden gedwongen.

Slachtoffers worden met name op straat of openbare hangplekken benaderd, maar het komt ook voor dat daders op locaties ronselen waar inherent kwetsbare personen zijn, zoals basisscholen, praktijkonderwijsinstellingen en zorginstellingen. Ook zien de respondenten een steeds belangrijkere en toenemende rol voor sociale media bij het ronselen van nieuwe slachtoffers. Slachtoffers vragen zelden om hulp, onder meer vanwege het feit dat zij zichzelf niet als slachtoffer zien, angst hebben voor represailles vanuit de uitbuiter(s) of omdat zij bang zijn zelf te worden gestraft voor de onder dwang gepleegde criminaliteit.

KIJKEN MET ANDERE OGEN | 5

Eerstelijns professionals zijn eensgezind in hun opvatting dat er onvoldoende aandacht en prioriteit is voor de aanpak van criminele uitbuiting en ervaren diverse uitdagingen. Zij wijzen onder meer op een gebrek aan kennis, expertise en een duidelijk handelingsperspectief wanneer zij in aanraking komen met slachtoffers van criminele uitbuiting. Dit belemmert hen zowel in de (vroegtijdige) signalering van slachtoffers als in de (preventieve) aanpak van criminele uitbuiting. Verder is volgens de eerstelijns professionals een preventieve aanpak essentieel in de strijd tegen criminele uitbuiting, maar wijzen zij tegelijkertijd op moeilijkheden tot het krijgen van duurzaam contact met de doelgroep, hetgeen door bezuinigingen in de afgelopen jaren nog complexer is geworden. Volgens de eerstelijns professionals liggen er ook nog veel onbenutte kansen met betrekking tot hoe het netwerk van hulpverlenende instanties rondom (potentiële) slachtoffers versterkt kan worden bij de signalering en aanpak van deze problematiek. Tot slot ontbreekt het ook nog grotendeels aan een effectieve aanpak van daders die andere personen dwingen tot het plegen van strafbare feiten. Slechts 10% heeft zicht op wie de daders zijn en 8% is van mening dat het lukt om deze daders goed aan te pakken.

Het huidige onderzoek laat zien dat de problematiek van criminele uitbuiting veel groter is dan de officiële statistieken laten zien, maar dat veel slachtoffers niet als zodanig in beeld komen bij de autoriteiten. De gevolgen zijn groot. Slachtoffers worden gestraft terwijl zij juist zorg en bescherming nodig hebben, en daar recht op hebben. In sommige gevallen zorgt dit er zelfs voor dat zij – na hun straf te hebben gekregen - doorgroeien naar daders. Criminelen die anderen dwingen tot criminaliteit, blijven in het geheel buiten beeld. Het rapport toont bovendien aan dat de aanpak van criminele uitbuiting en de aanpak van ondermijnende criminaliteit in feite twee kanten van dezelfde medaille zijn. Criminele maken bewust misbruik van kwetsbare jongeren die zij, soms met grof geweld maar vaak ook door middel van manipulatie of het misbruik maken van aanwezige kwetsbaarheden, in de criminaliteit dwingen. Het is om die reden dan ook opmerkelijk dat de aanpak van criminele uitbuiting en ondermijnende criminaliteit in het beleid twee gescheiden werelden zijn. Het tegengaan van criminele uitbuiting vergt dan ook een significante investering en aanpassing.

Dit vraagt in de eerste plaats om een mentaliteitsomslag, waarbij de aanpak van ondermijnende criminaliteit en jonge criminele aanwas en de aanpak van criminele uitbuiting nauw met elkaar worden verweven, en waarbij de leerstukken die in de afgelopen jaren met mensenhandel zijn opgedaan ook worden geïntegreerd in de bredere aanpak tegen ondermijnende criminaliteit. Daarnaast vraagt de aanpak van dit fenomeen om tastbare investeringen, maatregelen en interventies die zich uitstrekken over het domein van preventie en signalering tot aan de bescherming van slachtoffers en opsporing van daders.

HOOFDSTUK 1. INLEIDING

1.1 Aanleiding van het onderzoek Een vijftien- en zeventienjarige jongen worden in Duitsland opgepakt met €800.000 aan harddrugs in hun auto.1 Twee minderjarige kassières worden met naaktbeelden gedwongen om valse bankbiljetten in te wisselen voor echt geld.2 Criminelen richten een zorginstelling op met als doel de kwetsbare cliënten uit te buiten als katvanger.3 De Nederlandse samenleving lijkt steeds vaker te worden opgeschrikt door criminelen die willens en wetens minderjarige en/of kwetsbare personen ronselen en dwingen tot het plegen van strafbare feiten om er zelf beter van te worden. Criminele uitbuiting is een vorm van mensenhandel, waarbij een persoon door een derde (de uitbuiter) wordt gedwongen tot het plegen van strafbare feiten. In beginsel maakt het niet uit tot welke vorm van criminaliteit iemand wordt gedwongen, zoals bovenstaande voorbeelden ook aantonen. De criminele opbrengsten gaan (in grote mate) naar de uitbuiter; iemand die het slachtoffer, met oog op eigen financieel gewin, tot het plegen van criminaliteit dwingt. Dwang kan zich op verschillende manieren manifesteren. Slachtoffers kunnen te maken krijgen met expliciete elementen van dwang, zoals geweld of dreiging met geweld.

Maar dwang kan zich ook in minder expliciete vormen voordoen, zoals het misbruik maken van een kwetsbare positie, bijvoorbeeld vanwege een jonge leeftijd van een slachtoffer of omdat sprake is van psychische problematiek of een beperking op het gebied van cognitieve ontwikkeling en adaptieve vaardigheden. Criminele uitbuiting verschilt van andere vormen van mensenhandel, doordat slachtoffers zich per definitie óók schuldig maken aan het plegen van een strafbaar feit. Slachtoffers lopen daardoor het risico vervolgd te worden als dader wanneer het slachtofferschap niet wordt opgemerkt.4

KIJKEN MET ANDERE OGEN | 6

bij het landelijk Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel (CoMensha),5 waarbij het in het bijzonder gaat om drugsgerelateerde criminele uitbuiting van meerderjarige slachtoffers met een Afrikaanse nationaliteit. Minderjarige en Nederlandse slachtoffers zijn niet tot nauwelijks in beeld.6 Tegen deze achtergrond nemen de zorgen over criminele uitbuiting van Nederlandse jongeren niettemin toe.7 In Nederland bestaan er met name zorgen over jonge en kwetsbare personen die doelbewust geronseld worden voor het drugscircuit. Zo blijkt uit onderzoek van het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM) dat de meerderheid van de middelbare scholen (55%) en bijna de helft van de mbo-instellingen (46%) zich zorgen maakt dat leerlingen op hun onderwijsinstelling crimineel worden uitgebuit. Leerlingen zouden met name worden gedwongen tot het plegen van drugscriminaliteit. Ook berichten verschillende media over jonge en kwetsbare personen die door criminelen doelbewust geronseld worden voor het plegen van (drugsgerelateerde) criminaliteit.8 De toenemende zorgen over Nederlandse jongeren die geronseld worden door criminelen hebben het onderwerp inmiddels ook op de landelijke politieke agenda geplaatst. Zo heeft de aanpak van ondermijnende criminaliteit en mensenhandel een prominente plek in het coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV. Het coalitieakkoord stelt daarbij dat deze aanpak niet

5

CoMensha is verantwoordelijk voor de registratie van het aantal slachtoffers van mensenhandel dat in Nederland in beeld is. Onder meer opsporingsorganisaties (politie, Kmar en ISZW), hulpverleningsin-

In Nederland bestaat beperkt zicht op de aard en omvang van criminele uitbuiting. Over de periode 2016-2020 zijn 672 mogelijke slachtoffers van criminele uitbuiting in beeld gekomen

stanties en ngo’s maken een melding bij CoMensha op het moment wanneer zij in contact komen met een (mogelijk) slachtoffer. 6 7

De Nationaal Rapporteur, 2021b. Zie bijvoorbeeld: https://nos.nl/artikel/2410463-katvanger-of-geldezel-jongeren-vaker-uitgebuit-door-criminelen-dan-gedacht (laatst geraadpleegd op 02 mei 2022); https://nos.nl/artikel/2324069-scholen-bezorgd-om-criminelen-die-leerlingen-ronselen (laatst geraadpleegd op 02 mei 2022).

1 2 3 4

Zie: https://nos.nl/artikel/2398973-alkmaarse-tieners-in-duitsland-gepakt-met-800-000-euro-aan-

8

Zie bijvoorbeeld: Jonge meiden in de klauwen van drugscriminelen: bendes nemen huis en bankreke-

drugs (laatst geraadpleegd op 22 op februari 2022).

ning over | Eindhoven | AD.nl (laatst geraadpleegd op 8 april 2022) Bizarre aanhouding in Rotterdamse

Zie: https://www.rtvutrecht.nl/nieuws/2058896/man-dwingt-kassameisjes-met-naaktfotos-om-nep-

haven: 14-jarige verdacht van zoeken naar partij drugs | Rotterdam | AD.nl (laatst geraadpleegd op 8

geld-in-te-wisselen-voor-echt-geld (laatst geraadpleegd op 22 februari 2022).

april 2022); Oproep aan slachtoffers zich te melden na zes aanhoudingen in onderzoek naar seksuele

Informatie Knooppunt Zorgfraude, 2020. https://open.overheid.nl/repository/ronl-97faf10a-1514-442d-

en criminele uitbuiting | politie.nl (laatst geraadpleegd op 8 april 2022) Drugscriminaliteit trekt jongeren

90af-8c11d54f0bc1/1/pdf/ verwevenheid-zorg-criminaliteit-eindrapport.pdf.

aan - Gemeente Amsterdam (laatst geraadpleegd op 8 april 2022); Niet iedereen op social media is even

Nationaal Rapporteur, 2019a, p. 66; Villacampa en Torres, 2017.

betrouwbaar | politie.nl (laatst geraadpleegd op 8 april 2022).

KIJKEN MET ANDERE OGEN | 7

alleen tot doel heeft om de strafrechtelijke aanpak van zware criminelen te intensiveren, maar juist ook ziet op het ‘voorkomen dat jongeren de criminaliteit ingaan´.9 In december 2021 werd tevens een motie aangenomen die de regering verzoekt om criminele uitbuiting integraal onderdeel uit te laten maken van de aanpak van georganiseerde criminaliteit en bij de extra investering van €82 miljoen euro ook hiermee rekening te houden.10 Inmiddels heeft de minister van Justitie en Veiligheid aangegeven dat het extra geld om te voorkomen dat jongeren de (drugs)criminaliteit in worden gezogen structureel zal worden vrijgemaakt. Zij zegt daarover: “Criminelen verleiden kinderen op de basisschool al om ergens een pakketje af te geven. Ze vragen middelbare scholieren om met hun scooter iemand weg te brengen en op te pikken. Op een dag horen ze schoten en raken ze betrokken bij een liquidatie. Jongeren worden zo de criminaliteit in gezogen en raken hun toekomst kwijt. We moeten voorkomen dat kleine jongens grote criminelen worden.” 11 Recent heeft de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen ook opgeroepen tot meer aandacht voor de aanpak van criminele uitbuiting.

Hij wijst daarbij specifiek op criminele uitbuiting van Nederlandse jongeren die volgens hem nog onvoldoende in beeld zijn.12 “Omdat Nederlandse jongeren nog steeds beperkt in beeld zijn, blijft aandacht voor dit fenomeen onverminderd relevant. Het is van groot belang dat de kennis over criminele uitbuiting bij professionals zich verder ontwikkelt […].”13 Het feit dat criminele uitbuiting zeer waarschijnlijk aanzienlijk meer voorkomt dan de officiële cijfers reflecteren, betekent dat slachtoffers niet als zodanig gesignaleerd worden. Het gevolg hiervan is dat slachtoffers niet de bescherming krijgen die zij nodig hebben en waar zij recht op hebben, maar ook dat een effectieve aanpak uitblijft doordat daders buiten zicht blijven.14 Vanwege de toenemende zorgen over criminele uitbuiting in combinatie met een gebrek aan

9

Coalitieakkoord Rutte IV, p. 17.

10

Motie lid Kuik C.S. 29 november 2021, 35925-VI-74.

11

zicht op de aard en omvang van het fenomeen heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid het CKM gevraagd onderzoek uit te voeren naar de aard en omvang van criminele uitbuiting in Nederland, en daarbij in beeld te brengen of en in hoeverre een verwevenheid bestaat met ondermijnende criminaliteit, zoals drugscriminaliteit. Voor het onderzoek hebben 1.637 eerstelijns professionals, waaronder wijkagenten, docenten en jongerenwerkers, een vragenlijst ingevuld, gericht op hun ervaringen met criminele uitbuiting. Aanvullend zijn twintig eerstelijns professionals geïnterviewd. In deze semigestructureerde interviews is dieper ingegaan op de vraag welke uitdagingen en kansen zij in de aanpak van criminele uitbuiting ervaren.

1.2 Doelstellingen en onderzoeksvragen Dit onderzoek is een verkenning naar de aard, omvang en uitdagingen in de signalering en aanpak van gedwongen criminaliteit binnen dertien (middel)grote gemeenten in Nederland.15 Het onderzoek heeft tot doel om (1) beter zicht te krijgen op de aard en omvang van criminele uitbuiting in Nederlandse gemeenten teneinde informatiegestuurd beleid te kunnen opstellen om deze problematiek tegen te gaan, (2) kennis te verzamelen over welke eerstelijns professionals mogelijk in contact komen met deze doelgroep en daarmee een belangrijke doelgroep kunnen zijn om te interveniëren, (3) inzicht te krijgen in de bestaande knelpunten in de aanpak van criminele uitbuiting in Nederlandse gemeenten en welke kansen en uitdagingen eerstelijns professionals ervaren in de aanpak van criminele uitbuiting. In het onderzoek staat de volgende hoofdvraag centraal: In hoeverre komt criminele uitbuiting voor in Nederland en welke mogelijkheden zijn er op zowel landelijk als gemeentelijke niveau om de aanpak van dit fenomeen te versterken? De hoofdvraag is opgedeeld in twee deelvragen. De eerste deelvraag gaat in op het verbeteren van zicht op de aard en omvang van criminele uitbuiting middels het bevragen van eerstelijns professionals in dertien (middel)grote gemeenten in Nederland.

Het is hierbij van belang te benadrukken dat het gaat om het uitvragen van vermoedens van criminele uitbuiting. Met de term eerstelijns professional wordt in dit onderzoek verwezen naar professionals die vanuit hun (publieke) taak naar verwachting als eerste in contact (kunnen) komen met slachtoffers van criminele uitbuiting. Eerstelijns professionals staan vanuit hun werkzaamheden vaak midden in de samenleving en zijn laagdrempelig benaderbaar.16 Om die reden kunnen eerstelijns

Zie: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/04/26/extra-geld-voor-aanpak-jonge-aanwas-criminaliteit-in-15-gemeenten (laatst geraadpleegd op 2 mei 2022).

12

Nationaal Rapporteur, 2021a, p. 33; Nationaal Rapporteur, 2020, p. 38.

13

Nationaal Rapporteur, 2020, p. 38.

14

Nationaal Rapporteur, 2021a; Nationaal Rapporteur 2019a.

15

Aan dit onderzoek hebben de gemeenten Alkmaar, Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Eindhoven, Enschede, Haarlem, Leeuwarden, Maastricht, Roermond, Rotterdam, Tilburg en Utrecht deelgenomen.

16

Bos, Loyens, Nagy & Oude Breuil, 2016.

KIJKEN MET ANDERE OGEN | 8

professionals een belangrijke signaleringsfunctie hebben. De tweede deelvraag richt zich op de uitdagingen en kansen die eerstelijns professionals ervaren bij de signalering en aanpak van criminele uitbuiting. Omdat de zorgen over criminele uitbuiting met name betrekking hadden op jongeren die gedwongen worden tot het plegen van drugsgerelateerde criminaliteit, was het oorspronkelijke doel van het onderzoek om specifiek in te gaan op de verwevenheid tussen drugscriminaliteit en criminele uitbuiting. Uit het onderzoek blijkt echter dat eerstelijns professionals, naast ervaringen met drugsgerelateerde criminele uitbuiting, ook slachtoffers van diverse andere vormen van gedwongen criminaliteit tegenkomen tijdens het uitvoeren van hun werkzaamheden, zoals geldezelconstructies, katvangerconstructies en diefstal. Om deze reden is ervoor gekozen om de initiële scope van dit onderzoek te verbreden en bij het weergeven van de resultaten ook te rapporteren over andere vormen van gedwongen criminaliteit die eerstelijns professionals signaleren. Tot slot is het goed om op deze plek te markeren dat dit onderzoek het eerste deel is van in totaal twee delen. Zoals in het vorengaande uiteengezet is, gaat dit eerste deel specifiek in op de aard en omvang van criminele uitbuiting in Nederland en de uitdagingen en kansen die eerstelijns professionals met betrekking tot dit fenomeen ervaren.

In het tweede deel zal de strafrechtelijke aanpak van criminele uitbuiting centraal staan. In dat onderzoek zal worden ingegaan op de factoren die van invloed zijn op de strafrechtelijke aanpak van criminele uitbuiting door de politie en het Openbaar Ministerie, en op de kansen en uitdagingen die zij bij het tegengaan van deze vorm van mensenhandel waarnemen. Het tweede deel zal in de tweede helft van 2022 verschijnen.

1.3 Leeswijzer Het onderzoek begint met een literatuurverkenning naar criminele uitbuiting, waarbij wordt ingegaan op wat bekend is over de aard, omvang en uitdagingen met betrekking tot criminele uitbuiting in Nederland (Hoofdstuk 2). Vervolgens wordt in Hoofdstuk 3 de methodologie die ten grondslag ligt aan het onderzoek beschreven, waarbij wordt ingegaan op het onderzoeksproces en de verzameling en kenmerken van de data. In Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk 5 worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de aard en omvang van criminele uitbuiting in dertien (middel)grote gemeenten (deelvraag 1). In Hoofdstuk 5 wordt nader gekeken naar de ervaringen van eerstelijns professionals met criminele uitbuiting per beleidsdomein, de kennis en expertise ten aanzien van criminele uitbuiting en de barrières en kansen die eerstelijns professionals ervaren (deelvraag 2). Het rapport sluit af met een conclusie en aanbevelingen (Hoofdstuk 6).

2EEN LITERATUURVERKENNING NAAR CRIMINELE UITBUITING IN NEDERLAND

KIJKEN MET ANDERE OGEN | 9

uitbuitingssituatie of in aanloop hier naartoe of dat zij zichzelf altijd als slachtoffer identificeren of van mening zijn dat zij worden gedwongen. In sommige gevallen nemen slachtoffers zelf het eerste initiatief en geraken vervolgens geleidelijk in een uitbuitingssituatie, maar lijkt er van bewust ronselen niet zozeer sprake.21 Slachtoffers die zich in een kwetsbare positie bevinden, vertonen, met andere woorden, niet altijd ‘kwetsbaar gedrag’. Voor de strafbaarstelling van mensenhandel is dit echter niet van belang. De wetgever heeft namelijk bepaald dat slachtoffers niet mogen instemmen met een situatie die als uitbuiting wordt gekwalificeerd (het zogeheten non-consent principe) en dat zij voor onder dwang gepleegde criminaliteit niet dienen te worden gestraft (het zogeheten non-punishment beginsel).

In het geval dat personen worden gedwongen tot het plegen van strafbare feiten, kan sprake zijn van criminele uitbuiting. Criminele uitbuiting, het werven en dwingen van een ander tot het uitvoeren van criminele delicten waarbij de opbrengsten (grotendeels) worden afgestaan aan de uitbuiter, is een relatief nieuwe vorm van mensenhandel die in 2013 expliciet strafbaar is gesteld in Nederland.17 Het element van dwang kan daarbij betrekking hebben op zogeheten ‘harde dwangmiddelen’, zoals het toepassen van geweld of chantage, maar ook op ‘zachte dwangmiddelen’. Zachte dwangmiddelen zijn bijvoorbeeld manipulatie, misleiding en/of het misbruik maken van de kwetsbare positie van een persoon, waardoor diegene niet in staat wordt geacht om tegenwicht te kunnen bieden aan de mensenhandelaar. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer iemand minderjarig is, er sprake is van schuldenproblematiek of een lichtverstandelijke beperking.18 Over kwetsbaarheid en dwang In onderzoeken over mensenhandel, waaronder ook onderhavige studie, wordt veelal gesproken over de termen kwetsbaarheid en dwang. Hoewel deze termen sterke beelden kunnen oproepen over kwetsbare personen die vooropgezet en met geweld gevangen raken in een uitbuitingssituatie, kan de praktijk weerbarstiger zijn en deze terminologie daardoor tot verwarring leiden.

Met kwetsbaarheid wordt bij mensenhandel, in lijn met de strafbaarstelling19, gedoeld op factoren die maken dat een slachtoffer zich in een dusdanig kwetsbare positie bevindt dat deze in zeer grote mate afhankelijk is van de uitbuiter(s). De OM-richtlijn voor strafvordering noemt onder meer laagbegaafdheid, een jonge leeftijd, opgelopen trauma of schuldenproblematiek.20 Het misbruik maken van deze kwetsbaarheden met het doel om iemand in een uitbuitingsituatie te brengen, wordt daarbij in de rechtspraak uitgelegd als dwang. Het feit dat iemand zich in een kwetsbare positie bevindt en gedwongen wordt, betekent echter niet dat slachtoffers geen zeggenschap (kunnen) hebben binnen hun

17

Bij de strafbaarstelling van criminele uitbuiting heeft de wetgever geen specifieke vorm van criminaliteit voor ogen gehad, en criminele uitbuiting kan dan ook betrekking hebben op een brede variëteit van onder dwang gepleegde criminele gedragingen. Zo zijn in het verleden zaken voor de rechter gekomen, waarbij slachtoffers zijn gedwongen tot diefstal22, overvallen23 en bedelarij.24 Een complicerende factor is dat slachtoffers van criminele uitbuiting, in tegenstelling tot slachtoffers van seksuele uitbuiting en arbeidsuitbuiting, zich inherent schuldig maken aan het plegen van een strafbaar feit. Slachtoffers lopen daardoor het reële risico als dader te worden aangemerkt en dus als dader te worden vervolgd, in plaats van als slachtoffer de noodzakelijke bescherming te ontvangen.25 De jurisprudentie met betrekking tot criminele uitbuiting is op dit moment volop in ontwikkeling, wat betekent dat de reikwijdte van de strafbaarstelling nog veel onduidelijkheden bevat.26 Hoge Raad fluit het Hof terug in zaak criminele uitbuiting Dat de jurisprudentie met betrekking tot criminele uitbuiting nog volop in ontwikkeling is, blijkt wel uit een recente zaak waarin de Hoge Raad het Hof terugfloot nadat een vrouw werd vervolgd voor het inzetten van haar kinderen van vijf en dertien jaar

Bij de wet van 6 november 2013 tot implementatie van de richtlijn 2011/36/EU van het Europees parlement en de Raad inzake voorkoming en bestrijding van mensenhandel, de bescherming van slachtoffers ervan en ter vervanging van kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad, PbEU L 101, Stb. 2013, 444.

18

21

Zie bijvoorbeeld over slachtoffers van seksuele uitbuiting: Dettmeijer-Vermeulen en Boot-Matthijssen, 2014.

Deze factoren zijn ook opgenomen als bijzondere kwetsbaarheden in de richtlijn voor strafvordering mensenhandel en kunnen strafverzwarend werken. https://www.om.nl/onderwerpen/beleidsregels/

22

ECLI:NL:RBAMS:2020:1327.

richtlijnen-voor-strafvordering-resultaten/richtlijn-voor-strafvordering-mensenhandel-2021r003

23

ECLI:NL:RBNNE:2021:1907.

(laatst geraadpleegd op 25 februari 2022).

24

ECLI:NL:RBAMS:2021:7353.

19

Art. 273f. lid 1.

25

Nationaal Rapporteur, 2019a, p. 66; Villacampa en Torres, 2017.

20

OM-Richtlijn voor strafvordering mensenhandel (2021R003).

26

Nationaal Rapporteur, 2019b.

KIJKEN MET ANDERE OGEN | 10

voor het plegen van winkeldiefstallen. Het Hof kwam daarbij tot het oordeel dat niet kon worden gesproken van criminele uitbuiting nu de vrouw slechts éénmaal haar kinderen had ingezet voor het laten plegen van een winkeldiefstal en derhalve niet zou zijn gebleken dat de vrouw voordeel heeft getrokken uit de situatie. Bovendien oordeelde het Hof dat de vrouw haar kinderen niet onder druk zou hebben gezet noch anderszins zou hebben beperkt bij het plegen van de winkeldiefstal.27 De Hoge Raad kwam op 21 april 2020 echter tot een andere conclusie dan het Hof en stelde dat stelselmatigheid, het vaker laten doen plegen van strafbare feiten, geen vereiste is om te komen tot een veroordeling voor criminele uitbuiting en dat het Hof door dit wel zo te interpreteren ‘blijk [geeft] van een onjuiste rechtsopvatting’.28 Bovendien oordeelde de Hoge Raad dat het Hof onvoldoende rekening heeft gehouden met de vraag of de verdachte haar ‘kinderen tot winkeldiefstallen heeft bewogen door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht of misbruik van kwetsbare positie’.

op kinderen die door familieleden werden aangezet tot het plegen van inbraken, zakkenrollen of bedelen. In daaropvolgende jaren ontstonden er ook zorgen over grote groepen Vietnamese minderjarigen die naar Nederland reisden en vervolgens in georganiseerd verband uit de Beschermde Opvang verdwenen. Het vermoeden bestond dat zij onder meer naar het Verenigd Koninkrijk doorreisden en aldaar werden gedwongen om te werken op hennepplantages.31 Meer recent werd de Nederlandse samenleving geconfronteerd met Afrikaanse slachtoffers van criminele uitbuiting die aangaven in het land van herkomst of onderweg naar Nederland te zijn gedwongen tot het plegen van drugsdelicten.32 In de afgelopen jaren kwam er ook steeds meer aandacht voor het feit dat ook personen met de Nederlandse nationaliteit kunnen worden gedwongen tot het plegen van strafbare feiten en daarmee slachtoffer van criminele uitbuiting zijn.33 Zoals uit deze paragraaf zal blijken, komt deze groep echter nog altijd weinig voor in de officiële statistieken over mensenhandel, terwijl er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat er wel degelijk een aanzienlijke groep slachtoffers is met een Nederlandse achtergrond.

Het gevolg van onduidelijkheden omtrent de reikwijdte is dat er in de praktijk een aanzienlijk grijs gebied bestaat met betrekking tot de (juridische) vraag wanneer sprake is van daderschap of slachtofferschap. Dit voedt de complexe verwevenheid tussen criminele uitbuiting en ondermijnende criminaliteit. Vanwege het feit dat slachtoffers van criminele uitbuiting zich per definitie schuldig maken aan het plegen van een strafbaar feit, is het daarnaast van belang dat in deze zaken aandacht is voor het ‘non-punishmentbeginsel’.29 Dit houdt in dat personen die onder dwang strafbare feiten hebben moeten plegen hiervoor in beginsel niet gestraft worden.

2.1.1 Criminele uitbuiting in beeld

Dit hoofdstuk betreft een literatuurverkenning naar criminele uitbuiting in Nederland. Het hoofdstuk vangt in §2.1 aan met wat bekend is over de aard en omvang van criminele uitbuiting in Nederland, en richt zich daarbij in het bijzonder op slachtoffers met de Nederlandse nationaliteit. Paragraaf 2.2. gaat in op de knelpunten in de signalering en bescherming van slachtoffers van criminele uitbuiting die uit de literatuur bekend zijn. Het hoofdstuk sluit in §2.3 af met een resumé.

De aanpak van criminele uitbuiting heeft zich oorspronkelijk voornamelijk beperkt tot individuen behorende tot de Roma-gemeenschap.30 Criminele uitbuiting had daarbij voornamelijk betrekking

nationaliteit, waarbij het vermoeden bestaat dat de criminele uitbuiting in het land van herkomst of op weg naar Nederland heeft plaatsgevonden. In de meeste gevallen geven zij aan gedwongen te worden tot drugsgerelateerde criminaliteit. Aanvullende informatie van de Nationaal Rapporteur laat zien dat tussen 2016 en 2020 slechts 135 slachtoffers van criminele uitbuiting met de Nederlandse nationaliteit bij CoMensha in beeld zijn gekomen.35 Daarbij dient te worden opgemerkt dat in 2020 wel het vaakst Nederlandse slachtoffers van deze vorm van mensenhandel zijn gemeld, namelijk 39. Desalniettemin blijft het aantal Nederlandse slachtoffers daarmee een zeer klein deel (2,6%) van het totaal aantal geregistreerde slachtoffers van mensenhandel in deze periode.

27

ECLI:NL:GHARL:2019:755.

31

Nationaal Rapporteur, 2019a, p. 39.

28

ECLI:NL:HR:2020:672.

32

Nationaal Rapporteur, 2021a, p. 33.

29

Nationaal Rapporteur, 2017a, p. 30.

33

Nationaal Rapporteur 2018; CKM 2020.

30

Zie bijvoorbeeld: Nationaal Rapporteur 2016; Nijenhuis, 2016; Bos et al., 2016; De Witte en Phelivan,

34

Nationaal Rapporteur, 2021a, p. 33

2015.

35

Schriftelijke informatie van een onderzoeker van de Nationaal Rapporteur, d.d. 22 december 2021.

2.1 Criminele uitbuiting in Nederland

Wanneer wordt gekeken naar de officiële statistieken over slachtoffers van criminele uitbuiting, blijkt uit de Slachtoffermonitor 2016-2020 van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (Nationaal Rapporteur) dat in deze periode 672 mogelijke slachtoffers van criminele uitbuiting in beeld zijn gekomen bij CoMensha, waarvan 154 in het meest recente jaar.34 Dit betekent dat bijna 13% van alle geregistreerde mogelijke slachtoffers van mensenhandel in de afgelopen vijf jaar crimineel is uitgebuit. Wanneer wordt gekeken naar de nationaliteit van deze groep valt op dat het in veruit de meeste gevallen gaat om slachtoffers met een Afrikaanse

KIJKEN MET ANDERE OGEN | 11

Criminele uitbuiting drie keer zo groot als seksuele uitbuiting in het Verenigd Koninkrijk In de afgelopen jaren is het aantal geregistreerde potentiële slachtoffers van criminele uitbuiting in het Verenigd Koninkrijk (VK) fors toegenomen, onder meer als gevolg van de toegenomen aandacht voor het fenomeen. Inmiddels is criminele uitbuiting al drie jaren op rij de meest gesignaleerde vorm van mensenhandel. In 2021 zijn in het VK in totaal 12.727 potentiële slachtoffers geregistreerd bij de Britse Home Office.36 Bijna 48% (n=6.100) is slachtoffer van criminele uitbuiting.37 Daarmee wordt criminele uitbuiting ongeveer drie keer zo vaak geregistreerd als seksuele uitbuiting. Het gaat daarbij voor het merendeel om Britse minderjarige jongens die worden uitgebuit via zogeheten county lines. Dit houdt in dat criminele organisaties minderjarige, vaak kwetsbare jongens uit de stad ronselen en dwingen om drugs te brengen naar kleinere steden en dorpen in de buurt. In totaal zijn in 2021 2.689 minderjarige slachtoffers van alleen criminele uitbuiting gemeld in het VK. Dit betreft 21,1% van het totaal aantal in 2021 geregistreerde slachtoffers in het VK.

Wanneer vervolgens wordt ingegaan op de vorm van criminaliteit waartoe de slachtoffers van criminele uitbuiting in Nederland worden gedwongen, valt op dat het in 63% van de registraties (n=431) gaat om criminele uitbuiting in relatie tot drugscriminaliteit.38 Ook in dit geval dient te worden opgemerkt dat dit voor een groot deel betrekking heeft op slachtoffers met een Afrikaanse nationaliteit. Andere vormen van criminaliteit waartoe slachtoffers die in de registraties voorkomen worden gedwongen, zijn diefstal of vermogensdelicten (11%), bedelen (8%) en schuldenopbouw/fraudedelicten (7%). Ook zijn zes slachtoffers geregistreerd die zijn gedwongen tot het ronselen van andere slachtoffers van seksuele uitbuiting.

opsporingsonderzoeken in vijf jaar tijd.40 Dit betekent dat minder dan 1% van het totaal aantal opsporingsonderzoeken dat in deze periode is uitgevoerd naar mensenhandel betrekking had op criminele uitbuiting waarbij een Nederlands slachtoffer betrokken was. Vier van de tien politieeenheden hebben in deze periode zelfs in het geheel geen opsporingsonderzoek uitgevoerd naar criminele uitbuiting met betrekking tot een Nederlands slachtoffer. Het Openbaar Ministerie (OM) ging in dezelfde periode in 48 gevallen over tot het vervolgen van een mensenhandelaar voor criminele uitbuiting. Daarmee is criminele uitbuiting de vorm van mensenhandel waarvoor met afstand het minst vaak tot vervolging wordt overgegaan in Nederland.41 27 keer leidde een vervolging tot een veroordeling in eerste aanleg voor mensenhandel.42 Vanwege het lage aantal gestarte opsporingsonderzoeken en vervolgingen voor criminele uitbuiting beval de Nationaal Rapporteur reeds in 2019 het OM aan om de opsporing van niet-seksueel gerelateerde uitbuiting, waaronder criminele uitbuiting, te intensiveren.43 Sinds 2019 is het aantal door de politie geregistreerde incidenten van criminele uitbuiting wel fors toegenomen, zo blijkt uit de Dadermonitor van de Nationaal Rapporteur.44 Waar in 2015 nog minder dan vijf incidenten ten aanzien van deze vorm van mensenhandel werden geregistreerd, zijn dit er in 2019 maar liefst 145.

Deze toename zou volgens de politie onder meer komen door de verhoogde aandacht en bewustwording van de politie voor dit fenomeen en de hoge instroom van met name West-Afrikaanse slachtoffers binnen de migratie- en vluchtelingenstroom. Bovendien is het middels de recentelijk gestarte Domeinoverstijgende Informatiegestuurde Werkwijze (DIGW) mogelijk om proactief binnen politiemutaties te zoeken op woorden die mogelijk betrekking hebben op criminele uitbuiting, waardoor voorheen

Vanuit de strafrechtsketen bestaat ook relatief weinig zicht op criminele uitbuiting. Zo blijkt uit de Dadermonitor Mensenhandel 2015-2019 van de Nationaal Rapporteur dat slechts 41 van de 954 opsporingsonderzoeken (4,3%) in deze periode betrekking heeft op criminele uitbuiting.39 Wanneer bovendien wordt gekeken naar het aantal opsporingsonderzoeken waarbij ten minste één slachtoffer met de Nederlandse nationaliteit betrokken is, daalt dit naar negen gestarte

verborgen signalen beter in beeld komen.45 Tegelijkertijd dient ook hierbij te worden aangegeven dat het merendeel van deze incidenten betrekking heeft op slachtoffers met een Afrikaanse nationaliteit. De signalering van Nederlandse slachtoffers door opsporingsorganisaties blijft derhalve relatief laag, met 61 unieke slachtoffers van criminele uitbuiting met de Nederlandse nationaliteit die tussen 2016-2020 door de politie bij CoMensha zijn aangemeld.46 Daarbij is er in de laatste twee jaar, mogelijk als gevolg van de stijging van het aantal geregistreerde incidenten, wel een lichte toename te zien in het aantal Nederlandse slachtoffers dat door de politie is

36

Home Office 2022. https://www.gov.uk/government/statistics/modern-slavery-national-referral-me-

40

Schriftelijke informatie van een onderzoeker van de Nationaal Rapporteur, d.d. 2 juli 2021.

chanism-and-duty-to-notify-statistics-uk-end-of-year-summary-2021/modern-slavery-national-re-

41

Nationaal Rapporteur, 2021b, p. 154.

ferral-mechanism-and-duty-to-notify-statistics-uk-end-of-year-summary-2021.

42

Ibidem, p. 157.

In 4.155 van de gevallen ging het daarbij om slachtoffers die alleen crimineel zijn uitgebuit. 1.945

43

Nationaal Rapporteur, 2019b, aanbeveling 4.

slachtoffers werden naast crimineel ook op een andere manier uitgebuit.

44

Nationaal Rapporteur, 2021b, p. 96.

38

Nationaal Rapporteur, 2021a, p. 33.

45

De DIGW is op dit moment niet in elke eenheid operationeel. Nationaal Rapporteur, 2021b, p. 65, 96.

39

Nationaal Rapporteur, 2021b, p. 120.

46

Schriftelijke informatie van een onderzoeker van de Nationaal Rapporteur, d.d. 22 december 2021.

37

KIJKEN MET ANDERE OGEN | 12

geregistreerd. Zo werden in 2017 en 2018 respectievelijk 9 en 11 slachtoffers gemeld ten opzichte van 16 slachtoffers in zowel 2019 als 2020. Het is op dit moment te vroeg om iets te zeggen over de vraag of en in hoeverre de toename van het aantal incidenten ook heeft geleid tot meer opsporingsonderzoeken, vervolgingen en veroordelingen voor criminele uitbuiting.

2.1.2 Nederlandse slachtoffers van criminele uitbuiting buiten beeld Op basis van zowel het aantal slachtofferidentificaties met de Nederlandse nationaliteit als het aantal opsporingsonderzoeken, vervolgingen en veroordelingen voor deze vorm van mensenhandel, kan het beeld ontstaan dat criminele uitbuiting ten aanzien van Nederlandse slachtoffers slechts zeer incidenteel voorkomt. Diverse onderzoeken naar de aard en omvang van criminele uitbuiting laten echter zien dat er veeleer sprake lijkt te zijn van een aanzienlijke discrepantie tussen het aantal mogelijke slachtoffers van criminele uitbuiting dat in de officiële statistieken naar voren komt en het daadwerkelijke aantal slachtoffers dat zich in de Nederlandse samenleving bevindt. Dit betekent dat mogelijk een groot deel van de slachtoffers buiten beeld blijft en er derhalve sprake is van een groot dark number met betrekking tot de signalering van deze slachtoffers.

Reeds in 2017 bleek uit een studie van de Nationaal Rapporteur dat ongeveer 20% van de medische professionals die weleens met een vermoedelijk slachtoffer van mensenhandel in contact is geweest, aangaf dat hierbij sprake was van criminele uitbuiting.47 Uit onderzoek van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en CoMensha uit 2018 komt naar voren dat 61% van de gemeenten veronderstelt dat criminele uitbuiting in hun gemeente voorkomt, waarmee dit hoger ligt dan het percentage gemeenten met vermoedens van seksuele uitbuiting (59%).48

van de bestuurders aangeeft dat zij te maken hebben (gehad) met criminele uitbuiting op hun onderwijsinstelling. Bovendien geeft 4,3% van de deelnemende leerlingen aan zelf crimineel te zijn uitgebuit. Dat criminelen Nederlandse jongeren ronselen voor criminaliteit blijkt bovendien uit onderzoek van Leerlingalert uit 2022 waarbij bijna een op de acht jongeren zelf aangeeft weleens benaderd te zijn voor het uitvoeren van strafbare activiteiten.51 Ook uit recent onderzoek naar de ervaringen met eerstelijns professionals werkzaam in Rotterdam, zoals wijkagenten, jongerenwerkers en leerplichtambtenaren blijkt dat circa de helft van de bijna vijfhonderd deelnemende respondenten in de afgelopen twee jaar met ten minste één slachtoffer van criminele uitbuiting in contact is geweest.52 Vier op de tien professionals geeft bovendien aan dat dit in de afgelopen twee jaar is toegenomen. Daarbij gaat het in ruim een derde over slachtoffers met de Nederlandse nationaliteit. Op basis van het onderzoek kan derhalve worden geconcludeerd dat zich alleen al in Rotterdam mogelijk tientallen, zo niet honderden, mogelijke slachtoffers van criminele uitbuiting met een Nederlandse nationaliteit bevinden.

2.1.3 Vormen van gedwongen criminaliteit en de verwevenheid met ondermijnende criminaliteit Wanneer wordt gekeken naar de vormen van criminaliteit waartoe Nederlandse slachtoffers van criminele uitbuiting worden gedwongen, valt op dat er een grote verwevenheid lijkt te bestaan tussen criminele uitbuiting en ondermijnende criminaliteit. Uit de onderzoeken naar criminele uitbuiting vallen in het bijzonder twee vormen van ondermijnende criminaliteit op waartoe slachtoffers met de Nederlandse nationaliteit gedwongen worden. In de eerste plaats gaat het daarbij om slachtoffers die worden gedwongen tot het plegen van drugsgerelateerde strafbare feiten, zoals het vervoeren, vervaardigen en/of verhandelen van drugs.

In recente jaren is ook onderzoek uitgevoerd naar de omvang van criminele uitbuiting specifiek ten aanzien van slachtoffers met de Nederlandse nationaliteit. Zo blijkt uit een studie van het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM) uit 2020 naar de ervaring met criminele uitbuiting van bijna driehonderd middelbare scholen en mbo-instellingen in Nederland dat respectievelijk 55% en 46% van hen zich zorgen maakt dat dat leerlingen op hun onderwijsinstelling slachtoffer zijn of worden van criminele uitbuiting.49 Daarbij geeft de helft aan dat hun zorgen in de afgelopen jaren ook zijn toegenomen. Onderzoek van de Avans Hogeschool uit 2022 vindt soortgelijke resultaten met betrekking tot het zich voordoen van criminele uitbuiting op middelbare scholen in Zeeland.50 Uit het onderzoek blijkt dat ruim 40%

Zo laat onderzoek van het CKM naar de aard en omvang van met criminele uitbuiting op Nederlandse onderwijsinstellingen zien dat scholen zich het meest zorgen maken over leerlingen die middels dwang in de drugscriminaliteit terecht komen.53 Ook in onderzoek van Avans Hogeschool naar criminele uitbuiting op middelbare scholen in Zeeland komt het handelen in softdrugs naar voren als een van de meest genoemde vormen van mensenhandel waartoe leerlingen worden gedwongen, bijvoorbeeld vanwege (dreiging met) fysiek geweld maar ook mentale druk.54 Een studie uit 2022 van Regioplan naar de aard en omvang van mensenhandel in de gemeenten Utrecht en Ede laat zien dat ook in deze steden zorgen bestaan over jongeren die

47

Nationaal Rapporteur, 2017b.

51

Leerlingalert, 2022.

48

VNG & CoMensha, 2019, p. 8. Voor dit onderzoek hebben 135 gemeenten een vragenlijst ingevuld.

52

CKM, 2021.

49

CKM, 2020.

53

CKM, 2020.

50

Üstüner, De Winter, Smulders, Jansen, & Kolthoff, 2022.

54

Üstüner et al., 2022, p. 4.

KIJKEN MET ANDERE OGEN | 13

worden geronseld en ingezet voor het rondbrengen en verhandelen van drugs, waarbij geweld niet wordt geschuwd.55 Eerder kwam uit onderzoek van de politie-eenheid Amsterdam ook naar voren dat kinderen en jongeren aldaar gedwongen worden tot het koerieren en dealen van drugs.56 Het onderzoek liet aan de hand van 16 casussen zien dat het vaker voorkomt dat minderjarigen onder dwang terecht komen in de drugscriminaliteit, bijvoorbeeld onder dreiging van een steekof vuurwapen. Bovendien zouden minderjarigen, ook wanneer zij zich in eerste instantie uit eigen overweging met drugscriminaliteit hebben ingelaten, hier vervolgens middels dwang worden ingehouden. Zo wordt onder meer gesproken over jongeren die met messen worden bedreigd of mishandeld, vanwege het feit dat zij uit de criminaliteit willen stappen.57 De aanpak van ondermijnende drugscriminaliteit en mensenhandel De aanpak van ondermijnende criminaliteit heeft een belangrijke plek gekregen binnen het coalitieakkoord van het Kabinet Rutte IV. Eén die niet alleen beoogt om de strafrechtelijke aanpak van zware criminelen te versterken, maar ook ziet op het ‘voorkomen dat jongeren de criminaliteit ingaan’.58 Dat is niet zonder reden.

In 2018 bleek uit onderzoek van de politieacademie dat de totale (illegale) drugseconomie in Nederland bijna 19 miljard euro bedraagt, een bedrag vergelijkbaar aan het bruto binnenlands product van een land als Bosnië-Herzegovina.59 In de afgelopen jaren zijn er dan ook in het bijzonder zorgen ontstaan over grote groepen kwetsbare jongeren en minderjarigen in steden als Utrecht,60 Amsterdam,61 Rotterdam,62 en Arnhem63 die worden geronseld en ingezet door drugscriminelen. Zij moeten bijvoorbeeld op de uitkijk staan of worden gevraagd om drugs te verpakken of te koerieren of om deze te verkopen. Hoewel het in deze gevallen telkens de vraag is in hoeverre er sprake is van mensenhandel, gaat het in de regel wel om kwetsbare personen, bijvoorbeeld vanwege hun jonge leeftijd of een lichtverstandelijke beperking. Bovendien kunnen zij vaak

55

Regioplan, 2022.

56

Politie, 2021.

57

Politie, 2021, p 12.

58

Coalitieakkoord Rutte IV, p. 17.

niet zonder meer stoppen met het plegen van strafbare feiten en worden zij soms door middel van (dreiging met) geweld in hun situatie gehouden.64 De verwevenheid tussen criminele uitbuiting en andere ondermijnende criminaliteit is inmiddels ook de Tweede Kamer niet ontgaan. Om die reden werd in december 2021 een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht om criminele uitbuiting integraal onderdeel uit te laten maken van de aanpak van georganiseerde criminaliteit en hiermee ook rekening te houden bij de extra investering van €82 miljoen euro.65 Een tweede vorm van ondermijnende criminaliteit waartoe een grote groep kwetsbare personen zou worden gedwongen, betreffen financiële delicten.66 Hierbij dient in het bijzonder te worden gewezen op bankpasfraude (geldezels) en personen die worden ingezet als katvanger. Geldezels en katvangers kennen bepaalde overeenkomsten, maar verschillen ook van elkaar. Een katvanger is iemand die zijn of haar identiteit beschikbaar stelt als eigenaar of registratiehouder van een voertuig, bedrijf, bankrekening of ander goed, waardoor de werkelijke eigenaar zich aan het zicht van de autoriteiten kan onttrekken. Een geldezel is een persoon die specifiek zijn of haar bankrekening beschikbaar stelt voor het wegsluizen van crimineel verdiend geld. Studies van Staring et al.

uit 2005 en Verhoeven, Van Gestel, De Jong en Kleemans uit 2014 toonden eerder dat mensenhandelaren gebruik maken van katvangers met het doel om buiten beeld te blijven van opsporingsinstanties.67 Ook recent onderzoek laat zien dat criminelen in onder meer Utrecht, Rotterdam en Ede bewust kwetsbare personen benaderen en inzetten als katvanger.68 In ruil voor een kleine vergoeding worden zij bijvoorbeeld gevraagd om een woning op hun naam te zetten, waarin vervolgens een hennepkwekerij wordt opgezet. Katvangers lopen daarbij het risico op strafrechtelijke vervolging, terwijl de criminelen buiten beeld blijven. Het is daarbij volgens Stam en Karsdorp (2022) de vraag of er in deze gevallen niet een dusdanige kwetsbaarheid en afhankelijkheid bestaat dat niet ook kan worden gesproken van criminele uitbuiting.69 Er is voor zover bekend nog geen onderzoek verricht naar het aantal personen dat in Nederland wordt gedwongen als geldezel. Uit een studie van Saxion Hogeschool blijkt echter wel dat tussen

59

Tops et al., 2018.

60

Regioplan, 2022.

64

Politie, 2021, p 12.

61

Politie, 2021; Politie Eenheid Amsterdam, 2020. (https://www.politie.nl/nieuws/2020/februa-

65

Zie: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2021Z21823&did=2021D46555.

ri/24/05-trendbeeld-2020-politie-amsterdam.html).

66

Zie bijvoorbeeld: Regioplan, 2022; CKM, 2021.

CKM, 2021.

67

Verhoeven et al., 2014; Staring et al., 2005.

Zie: https://www.gelderlander.nl/arnhem-e-o/groot-offensief-arnhem-om-jongeren-uit-klau-

68

Zie bijvoorbeeld: Van Eijk en Matthijsse, 2020; CKM, 2021b; Regioplan, 2022.

wen-drugscriminaliteit-te-houden-het-begint-al-op-de-basisschool-br~af4f261b/ (laatst geraadpleegd

69

62 63

op 20 december 2021).

Stam & Karsdorp, 2022 (https://ccv-secondant.nl/platform/article/het-profiel-van-katvangers-in-sociale-huurwoningen).

KIJKEN MET ANDERE OGEN | 14

Tientallen meiden gedwongen tot fraudedelicten in het Verenigd Koninkrijk In februari 2022 zijn in het Verenigd Koninkrijk voor het eerst mensenhandelaren vervolgd voor het dwingen van personen tot het plegen van fraudedelicten.75 Een criminele organisatie ronselde ten minste dertig minderjarige meiden en dwong hen om via gefabriceerde bonnetjes en streepjescodes geld voor aangeschafte producten terug te vragen bij winkels. Zij plakten streepjescodes op producten, zodat zij een veel lagere prijs betaalden in de winkel dan de daadwerkelijke prijs. Vervolgens ruilden zij deze producten op een later moment in voor het echte bedrag van het product. Zo werd een telefoon bijvoorbeeld eerst voor £20 gekocht om vervolgens voor £120 in te ruilen. Binnen twee jaar wist de organisatie op deze wijze minimaal £500.000 te verdienen, maar het Britse Openbaar Ministerie vermoedt dat dit in werkelijkheid veel meer is. De gemiddelde leeftijd van de meiden was 14 jaar oud en zij werden voornamelijk via sociale media benaderd. Vrijwel allen hadden een kwetsbare achtergrond, bijvoorbeeld omdat er sprake was van psychische problematiek. Een deel van de meiden werd ook benaderd terwijl zij in een begeleid wonen locatie woonden.

de 13.000 en 26.000 Nederlandse jongeren vatbaar zijn om hiervoor geronseld te worden.70 Het gaat daarbij vooral om personen die niet weten dat het beschikbaar stellen van een bankrekening aan criminelen strafbaar is. Verder geeft 8% van de respondenten in de studie aan dat zij weleens zijn benaderd om als geldezel op te treden en kent 11% iemand die hiervoor is gevraagd. 1% geeft aan dat zij daadwerkelijk hebben opgetreden als geldezel. Eenzelfde ontwikkeling is zichtbaar in het Verenigd Koninkrijk, waar grote zorgen bestaan over criminele organisaties die op middelbare scholen leerlingen benaderen om hun bankrekening beschikbaar te stellen voor het witwassen van crimineel verdiend geld.71 In sommige gevallen worden potentiële slachtoffers, of hun familie, bedreigd indien zij zich niet voor geldezel willen laten lenen. Het is niet direct duidelijk in hoeverre er sprake is van dwang zoals wordt bedoeld in artikel 273f Sr., wanneer het gaat om kwetsbare personen die in Nederland worden ingezet als geldezel of katvanger’. Uit zowel onderzoek als mediaberichtgeving komt echter naar voren dat criminelen wel degelijk gebruik maken van zowel harde als zachte dwangmiddelen.

Zo stellen Bekkers, Schikt en Leukfeldt in een studie uit 2020 dat het voorkomt dat geldezels worden gechanteerd met het feit dat hun naaktbeelden worden verspreid indien zij niet willen meewerken.72 Bovendien zijn in de afgelopen jaren in de media diverse berichten verschenen waarin met name jongeren onder dreiging van geweld als geldezel zijn gedwongen.73 Vaker lijkt het echter te gaan om zachte en moeilijk te herkennen vormen van dwang, zoals het misbruik maken van een kwetsbare of afhankelijke positie, bijvoorbeeld vanwege schulden, een lichtverstandelijke beperking of de jonge leeftijd van een persoon.74

Voor zover bekend is er in Nederland geen soortgelijke zaak voor de rechter gekomen. In 2020 is wel een man veroordeeld die in Utrecht een kassière met naaktfoto’s en geweld dwong tot het wisselen van valse bankbiljetten voor echt geld. De rechtbank legde hem een celstraf op van tien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk.76

2.1.4 I nzicht in slachtoffers, daders en modus operandi van criminele uitbuiting Wanneer gekeken wordt naar de achtergrond van (vermoedelijke) slachtoffers van criminele

70

https://eenvandaag.avrotros.nl/item/tegen-betaling-je-bankrekening-laten-gebruiken-door-criminelen-steeds-meer-jongeren-geronseld-als-money-mule/ (laatst geraadpleegd op 3 januari 2022).

71

Zie: https://www.theguardian.com/world/2019/apr/29/police-scotland-warns-of-rise-in-teens-targeted-as-money-mules (laatst geraadpleegd op 22 februari 2022).

72 73

uitbuiting, dient te worden opgemerkt dat niet kan worden gesproken over een homogene groep. Uit de beschikbare onderzoeken en jurisprudentie komt het beeld naar voren dat zich onder slachtoffers van criminele uitbuiting zowel mannen als vrouwen bevinden en dat het delict zowel betrekking kan hebben op volwassenen als minderjarigen.77 Hoewel dus geen sprake is van een homogene groep van slachtoffers van criminele uitbuiting lijkt het doorgaans wel te gaan om personen met een kwetsbare achtergrond of om personen die zich in een kwetsbare of afhankelijke positie bevinden. Vaak gaat het daarbij bovendien om meervoudige problematiek. Een veelgenoemde kwetsbaarheid in de literatuur over de achtergrond van slachtoffers van criminele uitbuiting is dat er vaak sprake is

Bekkers et al., 2020, p. 13. Zie bijvoorbeeld: https://www.1limburg.nl/rotterdammer-maakte-misbruik-van-roermondse-daklozen (laatst geraadpleegd op 28 februari 2022); https://www.gelderlander.nl/eindhoven/jonge-meiden-in-de-klauwen-van-drugscrimine¬len-bendes-nemen-huis-en-bankrekening-over~aba2e3db/ (laatst geraadpleegd op 28 februari2022); https://www.rtlnieuws.nl/onderzoek/artikel/5223783/

75

ble-girls-uk-wide-shoplifting-spree-convicted.

28 februari 2022); https://www.om.nl/ actueel/nieuws/2021/11/09/geldezels-beschoten-en-ont74

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11662763/1