CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS312493 Beantwoording Technische vragen over de integrale ontwikkelvisie Laakhavens (Gebieds NvU)

Commissie Ruimte 24 november 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsvoorstel: Voorstel van het college inzake integrale ontwikkelvisie Laakhavens (GebiedsNota van Uitgangspunten)14.732 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

19/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

81. Wanneer is externe toetsing nodig bij macro-aftopping? Wat zijn de ingeschatte kosten voor het extern toetsen van de onderbouwing voor macro-aftopping? Bij de toetsing van macro-aftopping wordt gebruik gemaakt van onafhankelijke deskundigen. Dit kunnen interne of externe deskundigen zijn. Het toetsen op macro-aftopping maakt onderdeel uit van de geraamde plankosten, hierbij is geen onderscheid gemaakt tussen interne of externe kosten. 82. Kan het college toelichten welke kosten verhaalbaar zijn en welke kosten niet verhaalbaar zijn en toerekenbaar aan de ‘bestaande stad’? De verhaalbare kosten zijn gedefinieerd in de artikelen 6.2.3, 6.2.4 en 6.2.5 van het Besluit ruimtelijke ordening. In hoofdlijnen zijn de meeste kosten die horen bij ingrepen die voorwaardelijk zijn aan een ontwikkeling verhaalbaar. Als ook andere ontwikkelingen of de bestaande stad profijt hebben van deze ingrepen dan moeten de kosten proportioneel verdeeld worden. 83. De bouwkosten zijn afgelopen tijd sterk gestegen door de hogere prijzen van grondstoffen.

Heeft het college in beeld of dit kan leiden tot hogere kosten van de plannen? Zo ja, kan het college aangeven wat deze hogere kosten zijn voor de toerekenbare kosten aan ontwikkelaars en de niet verhaalbare kosten aan de ‘bestaande stad’ die de gemeente op zich moet nemen? Ja, dit kan leiden tot hogere kosten voor zowel de gemeente als de ontwikkelende partijen in het gebied. De grondstofprijzen zijn momenteel erg volatiel als gevolg van macro-economische ontwikkelingen. Het is daardoor onbekend of en zo ja, hoe lang de huidige prijzen aanhouden. Een scenario-analyse op dit onderdeel zal onderdeel zijn van de uitwerking van de financiële businesscase. 84. Wordt bij het in kaart brengen van financiële opbrengsten, ook gekeken naar social return en maatschappelijke opbrengsten? Nee, de financiële businesscase beperkt zich tot de kasstroom van de ontwikkeling (“geld in” en “geld uit”). Social return en maatschappelijke opbrengsten kunnen onderdeel zijn van de afweging om wel of niet verder te gaan met de ontwikkeling (de investeringsbeslissing), maar zijn geen onderdeel van de financiële businesscase. Betrokkenheid bewoners, ontwikkelaars en belanghebbenden 85. Het opzetten van de ontwikkelvisie is gebeurd op basis van inbreng van bewoners, ontwikkelaars en andere belanghebbenden in het gebied.

Wat waren de uitkomsten van deze consultatie? Is hiervan ook een verslag terug te lezen? De uitkomsten van de workshops zijn samengevat in gespreksverslagen. Deze worden (opnieuw) gepubliceerd op denhaag.nl/laakhavens 86. Voor bewoners zijn twee online bijeenkomsten georganiseerd. Zijn ook bewoners benaderd die in het aangrenzende gebied wonen, bijvoorbeeld in Laakhavens West en Stationsbuurt? De bijeenkomsten zijn via zo’n 500 mailadressen onder de aandacht gebracht. Via de directe mailing zijn leden van de 5 bewonersorganisaties in de Laakhavens uitgenodigd, waaronder leden van Bewonersgroep Laakhaven-West. De bewonersvereniging in de Stationsbuurt is via de ‘Klankbordgroep CID’ op de hoogte gebracht van de bijeenkomst (waarin 8 bewonersverenigingen uit het CID vertegenwoordigd zijn). Ook heeft een aankondiging naar de bijeenkomst in de weken voorafgaand aan de bijeenkomst op denhaag.nl/laakhavens gestaan (deelname kon zonder aanmelding) en is via social mediakanalen (waaronder van stadsdeel Laak) de bijeenkomst gepromoot. De opgenomen bijeenkomsten waren 6 maanden na uitzending terug te zien via denhaag.nl/laakhavens.

20/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

87. Kunnen bewoners ook later in het proces nog reageren of een zienswijze indienen op de vervolgplannen? Heeft hierbij de nieuwe Omgevingswet nog invloed op de wijze waarop bewoners inbreng kunnen leveren? Met de vaststelling van de ontwikkelvisie Laakhavens is de participatie niet afgelopen, maar net begonnen. Het is een proces dat gedurende de hele ontwikkeling door zal gaan. Daarom zal er, ook na de vaststelling van de ontwikkelvisie Laakhavens, structureel overleg met belanghebbenden zijn over de verdere uitwerking van deelplan-ontwikkelingen en ontwerpen openbare ruimte. In de Omgevingswet is opgenomen dat “een ieder” moet kunnen reageren op en meedenken aan plannen, in plaats dus van alleen direct belanghebbenden. 88. Worden ook buurtorganisaties en maatschappelijke organisaties in het gebied betrokken bij de uitwerking van de plannen? Zo ja op welke manier worden zij betrokken? Ja, buurtorganisaties en andere geïnteresseerden worden altijd betrokken bij de uitwerking van de (deel)plannen. Afhankelijk van het plan en wie de initiatiefnemer is, kan dit zijn door middel van bijvoorbeeld een (online) informatiebijeenkomst, ronde tafel sessie, een workshop of één-op-ééngesprek met de gemeente en/of de initiatiefnemer(s). 89.

In hoeverre wordt lering getrokken uit de ervaringen andere projecten in het gebied, waar al woningen en voorzieningen zijn gerealiseerd? Ervaring uit het verleden wordt benut bij de uitwerkingen van toekomstige plannen. 90. De uitvoering van de plannen is onder andere afhankelijk van de omgang met de huidige bedrijvigheden en mogelijke verplaatsing naar andere gebieden. Naar welke gebieden zouden bedrijven mogelijk verplaatst kunnen worden? Is al gesproken met de huidige bedrijven, waarvoor verplaatsing is beoogd? Wat is de reactie en bereidheid van deze bedrijven op de herontwikkeling en optie van verplaatsing? Mogelijke locaties voor bedrijven zijn op andere bestaande terreinen in Den Haag, op eventuele nieuwe locaties, op bedrijfslocaties in wijken en eventueel in de regio. Ook zijn er wellicht mogelijkheden om bedrijven in het gebied te herplaatsen. Er is wel met bedrijven gesproken over de plannen voor het gebied, maar er is nog niet op individueel niveau met bedrijven gesproken over verplaatsing. Technische vragen PvdD 91.

Is het zeker dat het park (stadspark Laakhaven centraal) er komt of is dit slechts een visie? Is de realisatie van het park iets waar de gemeente zich aan committeert of is het slechts een (nadrukkelijke) wens? Om aan de randvoorwaarde van 8m² groen per toegevoegde woning te kunnen voldoen dient er maximaal te worden ingezet op de vergroening van het gehele gebied. De aanleg van het centrale park is hier een essentieel onderdeel van. 92. Welke mogelijke drempels zijn er om het park er te laten komen? Graag een nadere toelichting over de inschatting van de grootte van de risico’s per “drempel”. De ontwikkeling van het centrale park is afhankelijk van de financiering en van de mogelijkheden om de zittende bedrijven te verplaatsen. De gemeente onderzoekt op dit moment de realisatiemogelijkheden en onderzoekt voor welke subsidies het park mogelijk in aanmerking komt.

21/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

Het dubbelgebruik van ruimte, waarbij een combinatie van een deel van het park met een ondergrondse mobiliteitshub wordt gemaakt, lijkt specifiek kansrijk voor een rijkssubsidie. 93. Is er een alternatief voor de voorgestelde ontwikkelingen als de realisatie van een grootschalig park niet mogelijk blijkt? Wat is dat alternatief? Er is gekozen voor de aanleg van een centraal park om te voldoen aan de vastgestelde groennorm uit de structuurvisie CID. Deze oplossing biedt de hoogste kwaliteit voor bewoners en bezoekers van het gebied. Alternatieven zijn niet voor de hand liggen, zeer complex en minimaal net zo kostbaar en zijn derhalve niet verder uitgewerkt. 94. Kan worden aangegeven welk deel van de grond van het beoogde park nu grond is die de gemeente gebruikt, grond is van de gemeente wat in erfpacht is uitgegeven en geheel private grond? Voor welk deel van de grond is al medewerking door de private gebruiker toegezegd? De grond is grotendeels gemeentelijke eigendom belast met erfpacht. Een enkel terrein (met name onbebouwd terrein) is vol eigendom van de gemeente en dus onbelast met erfpacht. Zie ook beantwoording vraag 47. 95. In hoeverre bevindt het beoogde park zich op een dak van een parkeergarage? De ontwikkelvisie beoogt een centrale parkeervoorziening in Laakhaven Centraal (net zoals nu al bestaat onder de campus van de Haagse Hoge school).

Er wordt nu onderzocht om de mobiliteitshub onder een gedeelte van het park te projecteren om zo de ruimte optimaal te benutten. Al dan niet kunnen aftakking onder private kavels worden gerealiseerd. Door de ruimte deels dubbel te gebruiken, lijkt rijkssubsidie kansrijk. Er is, in het geval van deels onder het park, in de kostenberekening rekening gehouden met voldoende grondpakket om daadwerkelijk een park met bomen te kunnen realiseren op het dak van de parkeervoorziening. Dit moet nog verder worden uitgewerkt. 96. Zijn er voldoende middelen om het park te realiseren (inclusief kostenverhaal)? Nee, op dit moment zijn er onvoldoende middelen voor de gehele ontwikkeling, waaronder het park. Er wordt echter onderzocht welke kosten in aanmerking komen voor rijkssubsidie en welk deel kan worden verhaald op omliggende ontwikkelingen. In elke geval is er een bepaalde publieke bijdrage van de gemeente benodigd. Daarvoor is nu nog geen dekking. 97. Wanneer (welke datum) streeft het college om een voorstel over de dekking van de middelen voor het park aan de raad voor te leggen? Hoe ziet de planning van de realisatie van het park er verder uit? Zowel de dekking als de planning inzake de realisatie maken onderdeel uit van de uitwerking van de ontwikkelstrategie. De dekking van het park is daarbij onderdeel van de dekking van de ontwikkeling in zijn geheel.

De benodigde dekking is sterk afhankelijk van het kostenverhaal (inclusief macroaftopping) en eventuele bijdragen vanuit het Rijk. Het college streeft naar meer inzicht op deze onderdelen voor het einde van het jaar. Op dit moment wordt concreet gewerkt aan meerdere subsidievoorstellen voor Rijksbijdrage. 98. Straten, zoals de Waldorpsstraat worden autoluw. Welke gevolgen heeft dit voor de rest van de stad? Op welke straten komt meer verkeer? Is hier een verkeerskundig model van? In het kader van de Structuurvisie CID (RIS 307135) is een Milieueffectrapportage opgesteld waarin de verkeers- en milieueffecten van het gehele CID in beeld is gebracht (bijlage 2) op basis van het gemeentelijk verkeersmodel. Daarin is ook het weren van doorgaand verkeer op de Waldorpstraat meegerekend. Voor de Integrale ontwikkelvisie Laakhavens is geen aparte verkeers- of milieustudie gedaan.

22/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

Over het afsluiten van de Waldorpstraat voor doorgaand autoverkeer zal het college de raad dit jaar een voorstel doen. Daarin zal worden aangegeven hoe en waar de afsluiting zal worden gerealiseerd, wat de verkeerseffecten op het omliggende wegennet zijn en worden, waar nodig, voorstellen gedaan voor flankerende maatregelen. 99. Een deel van het winkelend personeel naar de Megastores komt met de auto. Is het realistisch om dezelfde winkels hier te behouden als het minder bereikbaar is en er minder parkeergelegenheid is? Wordt ingezet op andere winkels? De ontwikkelaar van de MegaStores houdt bij de planuitwerking rekening met de randvoorwaarden uit de Structuurvisie CID en Ontwikkelvisie Laakhavens HS op het gebied van mobiliteit. De landelijke trend om meer online te kopen kan van invloed zijn op de transformatie. Daarnaast wordt het huidige oppervlakte detailhandel (80.000m²) sterk gereduceerd. 100. Aangegeven wordt dat, zoals afgesproken is, voorzieningen gelijke tred houden. Maar vervolgens wordt gezegd dat 9.000 woningen, tot de voorzieningen zijn gerealiseerd, mogen worden gebouwd. Hoe zit dit? De realisatie van de voorzieningen houdt zoveel mogelijk gelijke tred met de realisatie van de woningen.

Daarbij wordt gekeken naar de daadwerkelijke behoefte, de demografische ontwikkeling en mogelijke uitwisseling tussen gebieden (wanneer het gaat om wijkoverstijgende voorzieningen). Voorzieningen die door de markt worden gerealiseerd zullen veelal in de plint van gebouwen terechtkomen. De realisatie van gemeentelijke voorzieningen verloopt via de integrale huisvestingsplannen en opname in de begroting. Wanneer de ontwikkelingen in ongelijke tred lopen waarbij een te groot gat ontstaat tussen het realiseren van woningen en voorzieningen zal de woningbouw getemporiseerd worden tot de gelijke tred weer is bereikt. 101. Gesproken wordt over het feit dat ontwikkelaars meer woningen willen, maar de kaders het probleem zijn. Waar ligt dit aan? Waar ligt de drempel tot meer woningen? Zijn dit de voorzieningen? Zo ja, waarom lopen deze achter? Dit ligt vooral aan de groennorm, spelen, sporten (playgrounds) en buitensportvelden. Hoe meer woningen des te lastiger het wordt aan deze normen te voldoen, zowel in ruimtelijk als financieel opzicht. Meer woningen is over het algemeen wel voordelig voor de realisatie van gebouwde voorzieningen, omdat daarmee het draagvlak van voorzieningen wordt verhoogd en dit veel gunstig uitpakt. Zo geldt dat er bijvoorbeeld dat er 0,8 sporthal nodig is met huidige aantallen nieuwe woningen in Laakhavens en bij meer woningen dit 1,10 sporthal wordt.

Beide varianten resulteert in de behoefte van afgerond 1 sporthal. 102. Er lijkt veel te weinig geld om deze ontwikkeling te realiseren. Hoe realistisch is deze visie dan? De ontwikkelvisie kent een financieel tekort. Hoe dit tekort gedekt kan worden is onderdeel van de nader uit te werken ontwikkelstrategie. Hierbij zal gekeken worden naar interne dekking, maar zeker ook naar externe dekking in de vorm van bijvoorbeeld Rijksbijdragen. De ontwikkeling voldoet aan veel van de ambities van het Rijk op het gebied van het versnellen van de woningbouw in Nederland. Daarom wordt een bijdrage mogelijk geacht. 103. Ontwikkelaars lijken niet aan het kostenverhaal mee te willen werken. Kan de wethouder ze hiertoe dwingen? En gaat hij dit doen? Het kostenverhaal is wettelijk verankerd en afdwingbaar. De ontwikkelende partijen zijn bekend met kostenverhaal en er is geen indicatie dat zij hier niet aan mee willen werken. De verhaalbare kosten in het gebied zijn echter aanzienlijk.

23/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

Niet alleen moeten de projecten bijdragen aan de bovenwijkse kosten CID, maar ook de gebiedskosten die de gemeente moet maken om de ontwikkelingen mogelijk te maken en ontwikkellocatie specifiek kostenverhaal. De ontwikkelende partijen hebben aangegeven dat het totaal aan kostenverhaal de financiële marge in hun ontwikkelingen overstijgt. In dat geval kunnen zij aanspraak maken op zogenaamde “macro-aftopping”. Macro-aftopping is eveneens wettelijk verankerd. Bij macroaftopping wordt het kostenverhaal gemaximeerd tot de financiële marge in de ontwikkeling. Het principe van kostenverhaal staat daarom niet ter discussie, wel moet de hoogte van het kostenverhaal nog nader uitgewerkt worden en moet per ontwikkellocatie gekeken worden of, en zo ja in welke mate de ontwikkeling in aanmerking komt voor macro-aftopping. 104. Waarom is voor de wethouder relevant dat ontwikkelaars het kostenverhaal te hoog vinden? Dit is toch de logische reactie? De mening van de ontwikkelende partijen is bij het bepalen van de hoogte van het kostenverhaal niet direct relevant, dit is wettelijk bepaald. Wel is de mening van de ontwikkelende partijen een indicatie dat zij denken in aanmerking te komen voor macro-aftopping (zie ook het antwoord op vraag 103).

Voor de gemeente is dit een indicatie dat de verhouding tussen de publieke investeringen en de private waardeontwikkeling (en daarmee de financiële marge voor kostenverhaal) mogelijk nog geoptimaliseerd kan worden. Voor de gemeente is dit relevant voor de financiële uitvoerbaarheid van de gebiedsontwikkeling. De eventuele kosten die de gemeente niet kan verhalen als gevolg van macroaftopping, moeten anderszins gedekt worden. Dit beïnvloedt daarmee de mogelijke benodigde dekking vanuit de gemeente. In de uitwerking van de ontwikkelstrategie zal hier extra aandacht aan besteed worden. 105. Bij combinatiegebruik van een ruimte (bijvoorbeeld spelen en groen), telt een vierkante meter dan volwaardig mee voor beide normen? Dit hangt af van de inrichting. De vraag in hoeverre gecombineerd kan worden is onderdeel van uitwerking en komt ook in het voorzieningenonderzoek CID aan de orde. Voor playgrounds gaat de nota referentienormen in basis niet uit van dubbelgebruik. 106. Zijn er al concrete plannen voor de vergroening van de stadscampus en is hier al financiering voor? Worden deze plannen met de raad gedeeld? De Stadscampus zal een deeluitwerking zijn van de bredere vergroeningsambitie.

Over de financiering van Laakhaven HS, waar de Stadscampus onderdeel van uitmaakt, heeft eind 2021 besluitvorming plaatsgevonden in de raad middels het " Voorstel van het college inzake Investeren in een groen Hollands Spoor Kwartier" (RIS 309486). Belangrijk onderdeel van de financiering is de rijkssubsidie Woningbouwimpuls van 20,3 mln., die gekoppeld is aan de realisatie van 3.500 woningen rondom station Hollandsspoor. De plannen voor de Stadscampus zullen worden gedeeld met de raad op het moment dat het plan is uitgewerkt op het niveau van Voorlopig Ontwerp (eind 2022/begin 2023). 107. Op pagina 31 van de GebiedsNVU: wat wordt bedoeld met “kwalitatief hoogwaardig verblijven in parken”? Uit dit zich in normen waar het park aan zal moeten voldoen en zo ja welke normen zijn dat? Dat de ruimte goed wordt gebruikt en dat de inrichting daarvoor van goede kwaliteit is. In zin van aantrekkelijkheid en in de zin van robuust en beheersbaar. 108. Wat zijn de doelstellingen op het gebied van biodiversiteit voor het mogelijke park? Hoe vertalen die doelstellingen zich in de opdracht voor het ontwerp van het park? De Nota Stadsnatuur is leidraad voor het ontwerp waarbij voor de combinatie van gebruikswaarde en een zekere mate van rust voor natuur de uitdaging is.

24/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

109. Is de voorziene uitbreiding van scholen en universiteiten primair gericht op het aantrekken van meer studenten, of primair gericht op het verbeteren van faciliteiten voor huidige studenten en personeel? Wat is de verhouding tussen deze mogelijke doelen (meer studenten versus betere voorzieningen voor de huidige aantallen)? Het hangt voornamelijk samen met mogelijke groei. Veel potentiële behoefte hangt samen met trend van een ‘leven lang leren’. Hiermee wordt ook invulling gegeven aan de ‘I” van het Central Innovation District. 110. Wat zijn de kaders voor huurprijzen die bij particuliere ontwikkelingen voor maatschappelijke voorzieningen gerekend worden? Dit is afhankelijk van marktwerking die begrensd wordt door publiekrechtelijke en privaatrechtelijke afspraken die de gemeente maakt. In het IHP Zorg & Welzijn wordt hierop verder ingegaan. Op dit moment geldt dat huurprijzen van particuliere ontwikkelingen worden bepaald door marktwerking. 111. Hoe wordt geborgd dat er daadwerkelijk voldoende maatschappelijke voorzieningen b innen de particuliere ontwikkelingen komen? Dit wordt begrensd door publiekrechtelijke en privaatrechtelijke afspraken. Bijvoorbeeld door ruimte in bestemmingsplan/omgevingsplan enkel een maatschappelijke bestemming te geven. In het IHP Zorg & Welzijn wordt hierop verder ingegaan. 112.

Hoe wordt geborgd dat het groen binnen de particuliere ontwikkelingen van waarde is voor biodiversiteit? Daar hanteren we de methodiek van natuurinclusief bouwen waarbij op verschillende wijze de bijdrage aan de biodiversiteit gemeten wordt. 113. Hoe wordt geborgd dat het groen binnen de particuliere ontwikkelingen van waarde is voor de bodemkwaliteit en een klimaatadaptieve omgeving? Het beleid voor deze thema’s is op verschillende plekken vastgelegd. Voor het overkoepelende beeld: zie de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS308744). De hieruit voortvloeiende eisen worden geborgd via regels in ruimtelijke planvormen, voorwaarden bij vergunningen en afspraken met ontwikkelende partijen. 114. Little C in Rotterdam wordt genoemd als “een inspirerend stedenbouwkundig voorbeeld voor de lagere woonblokken”. Kan dit geconcretiseerd worden? Worden er specifieke lessen, normen of methodes uit dit project geïmplementeerd? Zo ja, welke en op welke manier? De belangrijkste inspiratie is dat Little C een voorbeeld is van binnenstedelijke verdichten met zeer hoge dichtheid zonder echte hoogbouw. De hoogte varieert tussen de 20 en 35 meter, met accenten naar 40 - 60 meter. Er is een hoge dichtheid gerealiseerd met veel aandacht voor de relatie openbaarprivé, bezonning en verblijfskwaliteit voor de voetganger.

Een stuk stad met oog voor de menselijke maat waar wonen, werken en recreatie worden gecombineerd. Er is veel aandacht besteed aan de details in de architectuur; kleur, materiaal, tactiliteit, wat tot grote samenhang en duidelijke identiteit heeft geleid. Deze ontwerpmiddelen vormen een inspiratiebron zowel voor het stedenbouwkundig ontwerp als voor de beeldkwaliteit van Laakhavens, zoals gevraagd in de motie ‘Niet overal de lucht in’. 115. Kan het college een plattegrond sturen van de huidige situatie en kan het college een plaatje geven van de toekomstige situatie? In het document staan twee luchtfoto’s van de huidige situatie: pag. 8 (bovenaanzicht) en pag. 12/13 (vogelvlucht).

25/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

De toekomstige situatie wordt in het document verbeeld aan de hand van een aantal kaarten en een voorbeelduitwerking: pag. 24/25 Raamwerkkaart, pag. 26/27 Voorbeelduitwerking, pag28/29 Landschappelijk raamwerk. Bijgaand een kaart uit het GIS-systeem van de huidige situatie:

116. Moeten met de voorgenomen plannen waardevolle gebouwen of groenstructuren (bijv. bomen) verdwijnen? De gemeentelijk- en rijksmonumenten in het gebied blijven behouden. Bij de uitwerking van de plannen wordt gekeken naar hoe de ambitie van vergroening en behoud van waardevolle bestaande elementen geïntegreerd kunnen worden. Met de voorgenomen plannen is er in ieder geval sprake van een flinke netto toevoeging van bomen. Technische vragen Hart voor Den Haag. 117. Waarom is er geen samenhang met Laakhaven/Petroleumhaven? Laakhavens is toch een gebied; Eind 2018 is de raad geïnformeerd over de verdichting van de 3 prioritaire gebieden rondom de intercitystations van Den Haag (RIS300623). Omdat Laakhaven-West in voorgaande jaren is ontwikkeld en de gronden van Petroleumhaven in Kleinschalig Opdrachtgeverschap zijn uitgegeven, zijn deze gebieden buiten de scope gehouden en is de grens op de Calandstraat gelegd.

26/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

Indien dit gebied wel bij het CID wordt betrokken zullen een deel van de onderzoeken, waaronder de PlanMER moeten worden herzien. De strook tussen het Laakkanaal en de Laak valt, bij de deelgebieden die de gemeente binnen het CID hanteert, buiten Laakhavens en buiten het CID. De indeling waarnaar u refereert is de indeling die door het CBS wordt gehanteerd. Deze verschilt van de gebiedsindeling die we binnen de gemeente kennen. 118. De inrichting van Laakhavens Petroleumhaven voldoet qua groen, leefbaarheid, levendigheid niet aan de omschrijvingen die nu gebruikt worden voor Laakhavens/Centraal. Het stedenbouwkundig plan voor Laakhaven-West/ Petroleumhaven is eind 2007 vastgesteld (149852). Destijds golden andere beleidskaders dan nu. 119. Door nu steeds delen op te knippen in Laakhavens/Petroleumhaven en deelplan Verhees I en II raakt de samenhang op voorzieningenniveau zoek in een gebeid dat in principe verbonden is met elkaar. Geldt overigens ook voor de betrokkenheid met Laakhavengebied over het Laakkanaal. De realisatie van de voorzieningen houdt zoveel mogelijk gelijke tred met de realisatie van de woningen. Daarbij wordt gekeken naar de daadwerkelijke behoefte, de demografische ontwikkeling en mogelijke uitwisseling tussen omliggende gebieden (wanneer het gaat om wijkoverstijgende voorzieningen). 120. Bij Laakhavens behoort ook de overkant Laakkanaal tot de Laak.

Om de boel bij elkaar te houden zou toch een tunnel naar dit woongebied vanuit Laakhavens Centraal gepast zijn Een tunnel onder het Laakkanaal en de Neherkade door zou zowel lang worden als diep komen te liggen en daarmee voor het langzaam verkeer minder aantrekkelijk zijn en ingrijpend qua hellingen in de directe omgeving. Om die reden wordt uitgegaan van bruggen over het Laakkanaal en evt. over de Neherkade. 121. De verkeersafdoening is onhelder. Als al het verkeer vanaf de Rijswijkse weg naar het Hildebrandplein via de Neherkade moet verlopen dan wordt dat een chaos. Zeker als de stroom verkeer uit de Schilderswijk en het Laakhavengebied via het Calandplein moet doorstromen. In het kader van de Structuurvisie CID (RIS 307135) is een Milieueffectrapportage opgesteld waarin de verkeers- en milieueffecten van het gehele CID in beeld is gebracht (bijlage 2). Daarin wordt zowel de functie van de Centrumring (o.a., Neherkade en Calandstraat) versterkt voor doorgaand verkeer tussen de knoop Moerwijk en het noordoosten(A12/A44) als vanuit het Centrum/Schilderwijk met het rijkswegennet (A12, Rotterdamsebaan). Daarmee wordt het al lang geleden ingezette beleid van bundeling van het autoverkeer op een beperkt stelsel van stedelijke hoofdroutes versterkt. 122.

Welke cijfers worden concreet voor de verkeersafwikkeling gehanteerd en op welke manier is de aanvoer vanuit de Schilderswijk verwerkt in het verkeerscirculatieplan. In de Milieueffectrapportage voor de Structuurvisie CID (RIS 307135) zijn de verkeerseffecten voor het gehele CID bepaald (bijlage 2). Voor de Integrale ontwikkelvisie Laakhavens is geen aparte verkeers- of milieustudie gedaan. In de MER is uitgegaan de huidige ontsluiting van de Schilderswijk en Stationsbuurt dus met de afsluiting van de Hoefkaden en Parallelweg als doorgaande routes.

27/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

123. In dit verband is het extreem doorvoeren van fiets en wandelgebied een risico. Welke bandbreedte wordt er gehanteerd ingeval de verkeersstroken en soorten anders uitvallen. Is er b.v. een model waarin gerekend wordt met 15 % afwijking naar boven en beneden? In de Milieueffectrapportage voor de Structuurvisie CID (RIS 307135) zijn de verkeerseffecten voor het gehele CID bepaald (bijlage 2). In het MER zijn zes alternatieven voor het hele CID-gebied onderzocht vanuit een minimaal of een maximaal bouwprogramma, dit in combinatie met een volgend, sturend of sterk sturend mobiliteitsbeleid. Door (sterk) te sturen op mobiliteit, dat wil zeggen autoverkeer te ontmoedigen en langzaam verkeer en openbaar vervoer te stimuleren, blijft het gebied ook bij verdichting goed bereikbaar. Voor de Integrale ontwikkelvisie Laakhavens is geen aparte verkeers- of milieustudie gedaan. Wel zal bij een besluit over het afsluiten van de Waldorpstraat voor doorgaand autoverkeer gekeken worden naar de verkeereffecten daarvan op wegvak- of kruispuntniveau waarbij, waar nodig, aanvullende verkeersmaatregelen aan een wegvak of kruising worden bezien. 124. Beschikbaarheid deelauto’s welke norm wordt gehanteerd 1 op de 10 of 1 op de 5 ? Deelauto’s met welke hoeveelheid auto’s wordt rekening gehouden.

In spitsuur meer dan overdag, en wat is dan de reserve die er moet zijn, om voldoende aanbod van deelauto’s te verzekeren. Hoe blijft een auto voor een modaal gezin bereikbaar als ze alleen kunnen terugvallen op een kostbare deelauto b.v.om naar het ziekenhuis te gaan of gewoon naar het werk. Voor de inzet van deelauto’s geldt het beleid zoals vastgelegd in de Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS 306160). Door de inzet van deelauto’s bij woningbouwprojecten één deelauto en parkeerplaats in de plaats van vier normale parkeerplaatsen voor bewoners (1 op 4) en het aantal normale parkeerplaatsen mag niet lager uitkomen dan 50% van de op reguliere wijze bepaalde parkeerbehoefte. Op dit moment vindt nader onderzoek plaats over een centrale mobiliteitshub, waarin deelmobiliteit een belangrijk rol speelt. De gemeente heeft geen invloed op de prijsstelling van het gebruik van een deelauto. Dit is immers een commerciële activiteit waarop marktpartijen actief zijn. Eveneens is het aan de marktpartijen om op te schalen indien er een grotere behoefte aan deelauto’s is dan er op grond van de beleidslijn als “norm” is gehanteerd in het kader van een bouwplantoetsing. 125.

Bij het toevoegen van 9.000 woningen hoeveel extra vervoersbewegingen levert dat op? In de Milieueffectrapportage voor de Structuurvisie CID (RIS 307135) zijn de verkeerseffecten voor het gehele CID op hoofdlijnen onderzocht . Voor de Integrale ontwikkelvisie Laakhavens is geen aparte verkeersstudie gedaan. Bij de vertaling in planologische procedures zullen de gevolgen voor het verkeer worden onderzocht. Naast de toevoeging van woningen is ook sprake van afname en verplaatsing van verkeersaantrekkende functies (bedrijven en retail) en ingrepen gericht op de mobiliteitstransitie. 126. Is er ook rekening mee gehouden dat vanuit het spoor een calamiteit kan plaatsvinden en op welke wijze is dan in het /autoluw/ vrije gebied voorzien in bereikbaarheid van de sporen of het stations Hollands spoor. Mede ook gezien vanuit de huidige ligging van de ambulancecentrale en de uitvalpost van de brandweer. De Waldorpstraat wordt afgesloten voor doorgaand autoverkeer. Voor de nood- en hulpdiensten en het OV zal het autovrij te maken deel wel toegankelijk zijn (denk aan Spui/Hofweg). Bij calamiteiten op het spoor blijft de inzet van vervangend busvervoer mogelijk met een opstelplaats in de Waldorpstraat nabij HS. Voor de bereikbaarheid van het spoor vindt per bouwlocatie afstemming plaats tussen ProRail en de ontwikkelaar.

28/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

127. Een gemengde stadswijk zal het niet worden. Met name voor gezinnen met kinderen is geen plaats of zullen de woningen niet betaalbaar zijn. Wat is de verhouding koop, vrije sector huur en sociale huur. Een gemengde wijk qua inkomen en bewoners zal niet tot stand komen. Ervaring in Laakhavens Petroleumhaven is dat het eenzijdige woningen zijn, met een hoge doorstroming van huurders. De verhouding koop, vrije sector huur en sociale huur is nu nog niet vast te stellen. In ieder geval geldt de norm van 30% sociale huur, 20% middenhuur, en we streven naar 20% betaalbare koop uit de Woonagenda. Daarbij wordt er qua oppervlakte gedifferentieerd gebouwd. 128. Bij het thema levendigheid wordt nog vaak verwezen naar de PLINTEN. NU is de ervaring in vele delen van de stad en wellicht ook in Europa dat plinten in nieuwbouwwijken geen toevoeging zijn aan de levendigheid op straat. Eerder vormen ze een vergroting van het gevoel van onveiligheid en unheimisch leven. De Waldorpstraat is nu al een onaangename doorgangsweg zeker bij de Megastores. De toevoeging van de woningen in de spoordijk maakt het leefbaarheid op straat alleen maar slechter. Waarbij komt dat er ook geen plan is in de mate waarin het OV door Laakhavens Centraal zal worden geleid.

De raad zal nog worden geïnformeerd over de mogelijkheden van de gemeente om te sturen op de plintinvulling, hiervoor wordt gewerkt aan een ‘handreiking plintenstrategie'. 129. Voor de levendige plinten is nodig gerealiseerde voorbeelden te presenteren van elders in Den Haag en die lijken op de grote lange plinten zoals in Laakhavens/Centraal gaan worden geplant. Zie het antwoord op vraag 128 130. De grote woonplaten in de spoordijk sluiten het gebied af. Aan de overkant staat het mislukte fort van het plan Rossi. De belevingskwaliteit neemt niet toe door nog een kasteel muur van middeleeuwse proporties toe te voegen. Van een dergelijk voorstel is op dit moment geen sprake. Eén van de uitgangspunten van de gebiedsontwikkeling is juist het verfijnen van de ruimtelijke structuur. Hierbij maken de megablokken plaats voor stadsblokken. 131. De leefkwaliteit op de begane grond op straat dus, kan niet met de enorme hoogbouw toevoegingen van woningen gerealiseerd worden. Hoeveel ouderen (vanaf welke leeftijd zal dat zijn) krijgen waar in het gebied een woning? Het is nu nog niet duidelijk waar en hoeveel ouderenwoningen er gemaakt worden, maar dat er ook woningen voor ouderen komen, is iets waar de gemeente hard op inzet, conform Woonagenda. 132. De menging van bedrijfsruimte met wonen, is als het bedrijven zijn met motoren en productiefaciliteiten risicovol.

Het project Maakhavens ziet er niet erg hoopvol uit. (extensief ondergebruik) en het levert geen bijdrage aan de levendigheid van het direct omringende gebied. De economische output is ook behoorlijk kwestieus. Mengen van wonen met bedrijfsruimte is afhankelijk van het type bedrijvigheid zeer goed mogelijk en levert een bijdrage aan het karakter van een gebied en aan de ruimte voor werken en ondernemen. Maakhavens is een creatieve broedplaats en biedt studio's voor kunstenaars. De focus van dit project is niet alleen gericht op economische output.

29/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

133. Bijkomende vraag zullen de bedrijfsruimte ook marktconform zijn of wordt er met behulp van subsidies getracht een vestigingsbesluit te voeren van welke soort en aard bedrijven er in dit gebeid kunnen worden gevestigd? Het uitgangspunt bij de realisatie van commercieel vastgoed is dat dit door de markt ontwikkeld wordt. Maar waar de markt bepaalde categorieën of typen bedrijfshuisvesting niet realiseert die wel noodzakelijk zijn voor ondernemers en werkgelegenheid in Den Haag kan de gemeente overwegen hiervoor instrumenten in te zetten om dit wel mogelijk te maken. Het is nu nog te vroeg om vooruit te lopen op de eventuele noodzaak hiervan. 134. Little C Rotterdam zou daar eens een werkbezoek aan gebracht kunnen worden.? Dit om te beoordelen of de extreme hoogte om het gebied te vullen ook op een meer menselijkere maat (vooral alger zoals in Little C) kan worden uitgevoerd. We zullen dit verzoek doorgeleiden naar de griffie. 135. Verplaats eerst de bedrijven naar buiten Den Haag, voordat er woningen gebouwd worden. Voor de verplaatsing van de bedrijven wordt een strategie opgesteld. Zie ook vraag 11. 136. Stel een onafhankelijke stedenbouwkundig bureau aan dat de ontwikkelingen kan volgen en kan toetsen aan de uitgangspunten en rapporteert aan de Raad als er aanzienlijke afwijkingen plaats vinden.

Het instellen van Kwaliteitsteam CID is aangekondigd in een brief aan de voorzitter van de Commissie Ruimte d.d. 1 december 2020 (RIS307136), als onderdeel van de versterking van het systeem voor ruimtelijke kwaliteitszorg. In samenhang met het instellen van een strategisch adviseur stedelijke kwaliteit (stadssteden-bouwer) en het versterken van het ruimtelijk kwaliteitssysteem, heeft het college ervoor gekozen om de kwaliteitsborging van de prioritaire gebiedsontwikkelingen te beleggen bij kwaliteitsteams. Bij alle stappen zal participatie worden toegepast. 137. Op welke wijze, gezien naar de gerealiseerd functies en gebouwen is de bandbreedte berekend. Wat zijn de kritische kostenfactoren die de planexploitatie met meer dan 15% verminderen? Een belangrijke factor is de mate waarin juridisch verhaalbare kosten, daadwerkelijk verhaald kunnen worden op de ontwikkelende partijen. Als er onvoldoende financiële marge in de vastgoedprojecten zit, wordt het kostenverhaal gemaximeerd tot het bedrag dat het project financieel kan dragen. Alle kosten die niet verhaald kunnen worden op de ontwikkelde partij, moeten anderszins gedekt worden. 138. Participatie. Dit onderwerp verdient meer duidelijkheid. Kan een LEF (leefbaarheid Effect Rapportage) niet worden ontwikkeld en worden toegepast.

Stel een burgerpanels samen waarin ad random gekozen bewoners zitting in hebben en geef dat panel ook bestuurlijke besliskracht bij uitwerkingen van grotere bouwplannen. We hebben oog voor de leefbaarheidseffecten van de ontwikkelingen en hebben daar verschillende instrumenten voor. Zo hanteren we – o.a. - de referentienormen (inclusief afstandsnormen) op basis waarvan we voorzieningenprogramma's opstellen; we doen onderzoek naar effecten als windhinder en bezonning; we stellen eisen op het gebied van groen en duurzaamheid; we hanteren normen uit het handboek openbare ruimte; we doen onderzoek naar milieueffecten bij planologische besluitvorming.

30/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

139. Stel de kruimelregeling voor bouwinitiatieven uit. Voorbeeld is hier het wegvallende draagvlak bij de bewoners in Laakhavens/Petroleumhaven die welk akkoord gingen met de derde tempel maar waar nu appartementen zijn ingesmokkeld en waar in principe openbaar groen door de gemeente is weggeven aan de tempels. Wanneer de kruimelregeling wel of niet wordt toegepast is wettelijk vastgelegd in de Wabo. Met vriendelijke groet, de wethouder van Financiën en Stadsontwikkeling Anne Mulder

31/31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11587183/2