CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS312493 Beantwoording Technische vragen over de integrale ontwikkelvisie Laakhavens (Gebieds NvU)

Commissie Ruimte 24 november 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsvoorstel: Voorstel van het college inzake integrale ontwikkelvisie Laakhavens (GebiedsNota van Uitgangspunten)14.732 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Anne Mulder Wethouder van Financiën en Stadsontwikkeling

040

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de Algemene Raadscommissie (de vakcommissie Ruimte)

DSO/10323580 RIS312493 Contactpersoon

Ronald van der Ark Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

Portefeuille Projecten Den Haag Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

14 juni 2022

ronald.vanderark@denhaag.nl

Onderwerp

Beantwoording Technische vragen over de integrale ontwikkelvisie Laakhavens (Gebieds NvU).

Geachte voorzitter, Onderstaand doe ik u de beantwoording toekomen van de technische vragen die gesteld zijn over de integrale ontwikkelvisie Laakhavens (Gebieds NvU) ten behoeve van de behandeling van dit stuk in de commissie Ruimte. Technische vragen VVD 1.

In de stukken wordt gerefereerd aan een aantal bestaande beleidsstukken, zoals eyeline-skyline. Wat is het effect op deze gebiedsagenda-NvU indien de raad op enig moment dit soort overkoepelend beleid verandert?

In principe is het actuele beleid van toepassing. Dus eventuele toekomstige beleidswijzigingen gelden ook voor Laakhavens. Beleid geldt over het algemeen wel voor nieuwe projecten en procedures; voor reeds lopende projecten en procedures moet bij beleidswijzigingen zorgvuldig worden gekeken of het nog mogelijk is het nieuwe beleid toe te passen en welke consequenties dat heeft. 2.

Aangegeven wordt dat wordt gewerkt aan een kwaliteitsplan CID, dat wordt omschreven als een toekomstschets en ambitiekader. De fractie van de VVD verzoekt een toelichting over wat dit inhoudt, met speciale aandacht voor of dit stuk een ambitie wordt of kaderstellend is?

Het wordt een document dat de kwaliteitsambities voor het CID vastlegt. Na vaststelling van het kwaliteitsplan CID zullen plannen langs de lat van deze ambities gelegd worden. De beeldkwaliteitsplannen worden toetsdocumenten voor zowel welstand, ACOR als kwaliteitsteam. Het stuk is dus grotendeels kaderstellend. 3.

Graag ontvangt de fractie van de VVD een toelichting, indien mogelijk schematisch, op de verschillende stukken die kaderstellend of voorwaardelijk zijn voor de ontwikkelingen in dit gebied. Waarbij in ieder geval Structuurvisie CID, ontwikkelvisie Laakhavens, kwaliteitsplan CID, BKP Laakhavens, gebiedsagenda campus college terugkomen in onderlinge verhoudingen.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

4.

“Voor zover mogelijk is dit perspectief kaderstellend maar gelet op de uitdagingen in financieel, programmatisch en ruimtelijk opzicht op vlakken agendabepalend.” Wat betekent dit en welke ‘vlakken’ van de visie hebben welke status?

De ontwikkelvisie is kaderstellend. De ontwikkelvisie is echter nog niet allesomvattend, zoals een project Nota van Uitgangspunten (NvU’s). Er zijn zaken die nog verder uitgezocht moeten worden. Ruimtelijk: De Raamwerkkaart bepaalt de maximale rooilijnen van de bouwvelden en is daarmee randvoorwaardelijk. Tegelijkertijd geeft de raamwerkkaart ook ruimte om plannen in de toekomst aan/in te passen; exacte positie tussen straten kan nog aangepast worden. (zie legenda pagina 25). Ten aanzien van de hoogte van de torens is een bandbreedte aangegeven, met een maximum. Hiermee wordt ruimte gegeven om zowel financieel, programmatisch als ook ruimtelijke kwaliteitseisen (zoals bijv. windhinder en bezonning) verder uit te werken. De raad stelt dus hiermee een kader vast voor de maximale hoogte. Programmatisch: De programmatische ambities voor het totale gebied zijn opgenomen in de ontwikkelvisie. Bij uitwerking in deelgebieden wordt dit toebedeeld en verder uitgewerkt. Het totaal is dus kaderstellend, de verdeling volgt bij verdere uitwerking. De raad zal nog worden geïnformeerd over de mogelijkheden van de gemeente om te sturen op de plintinvulling, hiervoor wordt gewerkt aan een ‘handreiking plintenstrategie'. Deze zal deze zomer aan de raad gestuurd worden.

2/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

Financieel: Om te komen tot ontwikkeling van het gebied wordt een ontwikkelstrategie opgesteld. Deze ontwikkelstrategie beschrijft op welke wijze en in welke stappen we tot realisatie van het gebied gaan komen. Belangrijke elementen in een ontwikkelstrategie zijn de gewenste mate van sturing, de verwachte kosten en opbrengsten in het gebied inclusief de verdeling hiervan tussen de verschillende partijen en de planning van de verschillende projecten en maatregelen. De ontwikkeling van het gebied Laakhavens kent een financieel tekort. Hoe dit tekort gedekt kan worden is onderdeel van de ontwikkelstrategie. Hierbij zal gekeken worden naar interne dekking, maar zeker ook naar externe dekking in de vorm van bijvoorbeeld Rijksbijdragen. De ontwikkeling voldoet aan veel van de ambities van het Rijk op het gebied van het versnellen van de woningbouw in Nederland. Daarom wordt een bijdrage vanuit de woningbouwimpuls en BZK versnellingsmaatregelen mogelijk geacht. Er wordt dan wel om cofinanciering gevraagd Dit deel is dus vooralsnog agendabepalend. Voorzieningen: -

In de ontwikkelvisie is ruimtelijk/ programmatisch rekening gehouden met een kaderstellend voorzieningenprogramma waarbij de referentienormen voor centrumstedelijk milieu als vertrekpunt zijn gehanteerd. Momenteel loopt een voorzieningenonderzoek voor het hele CID. Een mogelijke uitkomst kan zijn het hanteren van aangepaste referentienormen voor het hoogstedelijke milieu van het CID. Dit kan – na bestuurlijke goedkeuring - aanleiding zijn voor aanpassingen bij de vertaling van het voorzieningenprogramma naar concrete deelgebieden/projecten. Hierbij hanteren we het uitgangspunt dat voorzieningen passend zijn bij het (woon)programma in het (deel)gebied en gelijke tred houdt met de toename van woningen en bedrijvigheid. De daadwerkelijke realisatie van de voorzieningen zal tevens afhangen van acties van marktpartijen en besluitvorming rondom integrale huisvestingsplannen en de gemeentelijke begroting (zie het antwoord bij vraag 14).

5.

“In het ruimtelijk raamwerk wordt beoogd waar mogelijk de referentienormen voor groen playgrounds, sport en spelen in de openbare ruimte in kunnen worden gepast.” Wat betekent ‘waar mogelijk’ in deze zin? Graag ontvangt de VVD hierbij ook een toelichting op hoe dit zich verhoudt tot het voldoen aan de referentienormen.

In dit stadium is nog niet duidelijk of altijd voldaan kan worden aan de referentienorm. Dit is deels een kwestie van detaillering en hangt ook af van in hoeverre dubbelgebruik mogelijk is. In het CIDvoorzieningenonderzoek wordt dit voor het hele CID onderzocht. Bij verdere uitwerking van de plannen voor Laakhavens zullen de eventuele knelpunten en keuzes in beeld worden gebracht. 6.

Welke mobiliteitsmaatregelen zijn noodzakelijk om te kunnen intensiveren in Laakhavens? Graag voor iedere noodzakelijke maatregel een toelichting waarom deze noodzakelijk is en daarbij ook aan te geven waarom er geen alternatieven zijn?

Voor de Structuurvisie CID (RIS 307135) is een Milieueffectrapportage opgesteld waarin de verkeersen milieueffecten van het gehele CID in beeld zijn gebracht (bijlage 2). De Milieueffectrapportage wijst uit dat zonder een pakket aan ‘verkeersmaatregelen’ de verdichting niet kan plaatsvinden, zonder afbreuk te doen aan de bereikbaarheid en het blijven voldoen aan de milieueisen.

3/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

In het kader van de Structuurvisie CID is besloten tot een aanpak die gericht is op de mobiliteitstransitie. In de Integrale ontwikkelvisie Laakhavens wordt daar als volgt invulling aan gegeven: − −

−

−

−

−

− −

−

Omgekeerd ontwerpen. Er ontstaat veel meer ruimte voor de voetganger en fietser door straten te transformeren naar verblijfsgebied en het parkeren op de openbare weg fors te beperken. Prioriteit voor voetgangers en fietsers. Er komen meer en aantrekkelijke routes voor langzaam verkeer in en naar het gebied. Door het weren van doorgaand autoverkeer wordt de barrière van de doorgaande autoroutes in het gebied opgeheven. CID wordt autoluw. Het doorgaand autoverkeer wordt geheel geweerd en verplaatst naar de Centrumring. Het bestemmingsverkeer kan via korte routes de parkeergarages in- en uitrijden waardoor grote autovrije gebieden mogelijk zijn. Schaalsprong OV. De verdichting draagt bij aan een groter aantal gebruikers van het OV direct nabij knooppunt HS. Daarbij wordt de omgeving van station HS ingericht op het accommoderen van de groeiende reizigersstromen. Hoofdstructuur voor voetgangers, fietsers, openbaar vervoer als uitgangspunt. Deze hoofdstructuren zijn leidend voor de uitwerking van Laakhavens en worden versterkt door nieuwe schakels zoals de tunnel voor langzaam verkeer onder het spoor door. Aanbod gestuurd en marktconform parkeerbeleid.

Op basis van de geldende parkeernormen (Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020, RIS 306160) wordt ingezet op het parkeren in centrale parkeervoorzieningen, waaronder ook het beter benutten de bestaande parkeergarage Laakhavens. Aandacht voor logistiek. In de uitwerking wordt ingezet op inpandige voorzieningen die het gebruik van de openbare ruimte voor dit doel tegengaan. Innovatieve mobiliteitsdiensten en vervoersmanagement. In het gebied wordt een voorstel voor een mobility-hub uitgewerkt (No Regret Pakket; RIS 303062). Daarnaast worden de ontwikkelaars/ bouwers gestimuleerd om vorm te geven aan de inzet van deelmobiliteit of logistieke hubs voor de gebruikers van het gebouw. Versneld naar nulemissie Er wordt in het CID ingezet op een versnelde introductie van nulemissie voertuigen waarvoor wordt overwogen om, op de langere termijn (na 2030) het gehele CID onderdeel te laten zijn van een nulemissiezone, waar alleen 100% schone auto’s worden toegelaten.

Voor Laakhavens betekent dit o.a. de bouw van een centrale parkeergarage/ mobiliteitshub in Laakhaven Centraal en een verbetering van de fietsverbindingen (tunnel onder spoor en brug Laak. Ook de herprofilering van de Waldorpstraat en andere straten zijn onderdeel van de mobiliteitstransitie. 7.

Waarom is de beperking van autoverkeer in de stad noodzakelijk voor deze planvorming en hoe verhoudt dit zich tot de ambities uit het klimaatakkoord ten opzichte van de transitie naar emissieloos rijden?

Een beperking van (de groei van) het autoverkeer is nodig om de verdichtingsopgave in het centrum van de stad, waaronder ook Laakhavens, vorm te geven (zie ook Structuurvisie CID; RIS 307135). In dat kader wordt ingezet op een mobiliteitstransitie naar o.a. schonere en ruimte-efficiënte vormen van vervoer. Deze transitie is nodig in verband met: − − − −

de te verwachten effecten op de verkeersafwikkeling (kan het netwerk het aan?); de milieueffecten van het verkeer (luchtkwaliteit, geluid) langs wegvakken; de CO2 ambities van de stad; het ruimtebeslag van verkeer (rijdend en geparkeerd).

4/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

8.

De nadruk ligt op compacte woningen: wat houdt dat in? Welke maatvoering wordt beoogd? Kan worden aangegeven hoe de beoogde maatvoering zich verhoudt tot de huidige vraag/woonwensen vanuit een- en tweepersoonshuishoudens?

Over het algemeen zijn moderne woningen tegen de huidige marktomstandigheden gemiddeld genomen compact, waarbij de gemiddelde oppervlakte op ca. 75 m2 BVO ligt. Dit noemen we compact omdat het Haagse gemiddelde woonoppervlakte historisch gezien hoger ligt. Omdat er al relatief veel ruime woningen zijn en de gemiddelde huishoudensgrootte sterk is afgenomen ten opzichte van bijvoorbeeld 20 jaar geleden, is de toevoeging van compacte woningen passend bij de gezinssamenstelling. De woningprogrammering in Laakhaven gaat conform de Woonagenda uit van gedifferentieerd bouwen voor verschillende doelgroepen, met als voorwaarde dat minimaal 30% van de woningen sociale huurwoningen worden en minimaal 20% van woningen middenhuurwoningen worden, waarvan de helft een maandhuur van onder de 880 euro (p.p. 2020) heeft. Als onderdeel van de differentiatie stellen we een maximum aan het aantal kleine woningen (maximaal 20% van de woningen onder de 40 m2) en sturen daarnaast op een minimaal percentage ruime woningen, om zo te sturen op differentiatie in doelgroep. Zo wordt een gevarieerd woonprogramma ontwikkeld.

In Laakhavens wordt concreet gestuurd op differentiatie in ten minste vier categorieën: de studentenwoning, met een oppervlakte van 20 – 30 m2 gbo, starterswoningen, met een oppervlakte van 20 – 40 m2 gbo, middelgrote woningen, met een oppervlakte van 40 – 80 m2 gbo en grotere woningen met een oppervlakte van 80 – 120 m2 gbo. Over huivestingswensen en oppervlakte zien we dat er een discrepantie bestaat tussen de wensen die 1 en 2-persoonshuishoudens hebben op woongebied en de woning die ze daadwerkelijk kunnen en willen betalen. Het huidige programma sluit goed aan bij de huisvestingsmogelijkheden van de doelgroep, en heeft bovendien het minimale percentage sociale- en middenhuurwoningen. 9.

In de opsomming van woningen die worden voorzien worden middeninkomens niet genoemd als doelgroep. Graag een toelichting?

Zoals op pagina 30 wordt genoemd is de Woonagenda 2020-2023 van kracht. Daarin wordt duidelijk aandacht besteed aan de middeninkomens en geldt er een minimum van 20% aan middeldure huurwoningen. 10. “We gaan uit van een centraal stadspark ter plaatse van de oude insteekhaven, die in gebruik is als bedrijfsterrein.” Wat betekent ‘we gaan uit van’ in deze zin? Graag een toelichting op het proces waarmee het college ervan uitgaat dat een stadspark op deze locatie tot stand komt. Een sterke toevoeging van woningen vraagt om een goede en groene verblijfruimte. Die vergroening en verblijfskwaliteit is niet te realiseren in de huidige openbare ruimte. Door de realisatie van een centraal park wordt invulling gegeven aan deze vraag. Daarom is een hoogwaardig stadspark opgenomen in de plannen. Vanwege de ruimtelijke inpassing en functionaliteit van het park is een centrale ligging gewenst. Dit is ter plaatse van de oude insteekhaven, die in gebruik is als bedrijfsterrein. Ontwerp en fasering van het park moet nog uitgewerkt worden, maar deze locatie vormt het initiële uitgangpunt voor deze uitwerking. De ontwikkeling van het centrale park is afhankelijk van de financiering en van de mogelijkheden om de zittende bedrijven te verplaatsen.

De gemeente onderzoekt op dit moment de realisatiemogelijkheden en onderzoekt voor welke subsidies het park mogelijk in aanmerking komt, eventueel door dubbel ruimtegebruik met een mobiliteitshub te onderzoeken onder een gedeelte van het park.

5/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

11.

“Er wordt een strategie opgesteld voor de huidige bedrijven die beter passen in een ander gebied dan in het hoogstedelijk gebied dat we voorzien in Laakhaven Centraal. De verplaatsingsopgave is aanzienlijk want het uitgangspunt is verplaatsing van een groot deel van de bedrijven en de alternatieven in en rond den Haag zijn schaars.” Hoe komt deze strategie tot stand? Hoe worden de ondernemers die het betreft betrokken? Hoe wordt de raad hierover geïnformeerd?

De strategie voor de verplaatsing van deze bedrijven volgt de kaders van de Bedrijfshuisvestingstrategie (RIS303177) en de recente Urgentiebrief Bedrijfshuisvesting (RIS311819). Bij die opgave zijn in ieder geval van belang: de omvang van de te compenseren bedrijvigheid en de mate van (milieu)hinder. Voor bedrijven in de hogere milieucategorie geldt vanuit het provinciaal beleid de plicht tot compensatie (het bieden van alternatieve vestigingsruimte). Beide delen van de opgave zullen moeten landen in op de locaties zoals beschreven in de Urgentiebrief. Dat wil zeggen op bestaande terreinen in Den Haag, op eventuele nieuwe locaties, op bedrijfslocaties in wijken en eventueel in de regio. Ook zijn er wellicht mogelijkheden om bedrijven in het gebied te herplaatsen. De afgelopen tijd zijn er gesprekken geweest met ondernemers en de belangenvereniging voor het gebied, de BLF. Ook in de toekomst zullen ondernemers vanuit het projectteam op de hoogte gehouden worden van ontwikkelingen en termijnen. De raad wordt hierover geïnformeerd door middel van een voortgangsbericht bedrijfshuisvesting. 12. “Daarnaast is het doel om 30.000m2 kleinschalige bedrijfsruimte te behouden dan wel terug te brengen in plinten in het gebied. In het huidige model is nu 18.000m2 ingetekend, waarbij nog moet worden gekeken naar de kwalitatieve invulling.

Bij een gewenste toename naar 30.000m2 is strakke sturing nodig, omdat plintinvulling voor bedrijvigheid concurreert met andere (begane grond) voorzieningen. Deze sturing geven we vorm op basis van de handreikingen plintenstrategie.” Welk model wordt bedoeld? Hoe gaat het aanvullen van de resterende 40% van de tot doel gestelde kleinschalige bedrijfsruimte in zijn werk? Hoe wordt de sturing hierop ingevuld? Wat betekent de opmerking dat nog moet worden gekeken naar de kwalitatieve invulling? Hoe wordt de raad hierover geïnformeerd? Bedoeld wordt het ruimtelijk model dat nu is opgenomen in de Ontwikkelvisie. Wanneer we meer m² bedrijfsruimte willen toevoegen, zal dit ten koste gaan van andere functies op de begane grond (bijvoorbeeld wonen en commerciële en maatschappelijke functies). Hierop kan worden gestuurd middels een plintenstrategie; dat betekent dat we regels gaan hanteren voor de invulling van de plint/ onderste bouwlagen. Daarbij gaat het niet alleen om de kwantitatieve m² maar ook de kwalitatieve invulling: welk type bedrijvigheid willen we faciliteren en welke (ruimtelijke) eisen horen daarbij. De raad zal nog worden geïnformeerd over de mogelijkheden van de gemeente om te sturen op de plintinvulling, hiervoor wordt gewerkt aan een ‘handreiking plintenstrategie'. Deze zal deze zomer aan de raad gestuurd worden. 13.

Zijn voor het overige wel alle beoogde functies met de juiste hoeveelheden m2 opgenomen in ‘het model’? Ja. 14. “De realisatie van de voorzieningen houden zoveel mogelijk gelijke tred met de realisatie van de woningen.” De fractie van de VVD juicht dit uitgangspunt toe. Hoe wordt dit in de praktijk gebracht? Voor voorzieningen wordt ruimte gereserveerd in bestemmingsplan/omgevingsplan. Voor eerstelijnszorgvoorzieningen is het aan marktpartijen om hier vervolgens invulling aan te geven. Voor maatschappelijke voorzieningen zullen verwervingen nodig zijn.

6/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

Op basis van de Integrale Huisvestingsplannen en uitvoeringsplannen zal hier nadere invulling aan worden gegeven. Deze invulling is wel afhankelijk van de in de begroting beschikbare gestelde middelen. 15.

Wat is de ontwikkelstrategie?

De ontwikkelvisie geeft in hoofdlijnen antwoord op de “wat” vraag, de ontwikkelstrategie gaat in op de “hoe” vraag. Dus hoe gaat de ontwikkelvisie gerealiseerd worden. Belangrijke elementen in een ontwikkelstrategie zijn de gewenste mate van sturing, de verwachte kosten en opbrengsten in het gebied inclusief de verdeling hiervan tussen de verschillende partijen en de planning van de verschillende projecten en maatregelen. Deze moet nog opgesteld worden. 16. “We weten nu al dat er mismatches zijn tussen het vigerende beleid, wensen van ontwikkelaars en de gestelde ambities.” Aan welke mismatches moet hierbij worden gedacht? Aan wie zullen de keuzes hierover worden voorgelegd? Hoe wordt integrale beoordeling boven de deelontwikkelingen geborgd, als deze keuzes per deelontwikkeling worden uitgewerkt? De stapeling van beleidseisen leidt tot financiële tekorten binnen de projecten. De gemeente hecht veel waarde aan het bundelen van projecten om eventuele uitwisseling van beleidseisen tussen projecten te vergemakkelijken. Indien initiatiefnemers samenwerken kunnen zij verschillende eisen die op plotniveau lastig zijn te realiseren, gezamenlijk op gebiedsniveau realiseren. Te denken valt aan energietransitie, stikstof, parkeren, etc.

De primaire verantwoordelijkheid voor het organiseren van deze bundeling van projecten, ligt bij de ontwikkelende partijen, maar de gemeente zal dit proces coördineren en/of regisseren. Hierbij zal de gemeente nadrukkelijk ook kijken naar een goede borging van de minder renderende of moeilijk te integreren functies, niet alleen qua aantallen maar ook wat betreft locatie en moment van realisatie. 17.

“Zodra de voorzieningen op peil zijn zal de gemeente aan de slag gaan met het overige ontwikkelpotentieel in het gebied, om zo waar mogelijk nog meer aan de groeiende woonbehoefte tegemoet te komen, hand in hand met de bijbehorende voorzieningen.” Graag een schematische weergave wat de volgorde van de ontwikkelingen van enerzijds voorzieningen en anderzijds woningen is die in deze zin wordt omschreven.

Het is nog niet bekend wat de volgorde van de ontwikkelingen is. 18. Is in de businesscase rekening gehouden met het invullen van de volledige referentienormen? Zo nee, van welke referentienormen wordt afgeweken en welke kosten zijn eraan verbonden om toch aan de normen te voldoen? Ja, in de businesscase is rekening gehouden met volledige referentienormen, met uitzondering van de sportvelden die buiten het gebied een plaats krijgen. De referentienormen waren mede aanleiding tot het terugbrengen van de woningaantallen die eerder door de ontwikkelaars waren opgevoerd. 19. Is in de businesscase de volledige aanleg van de beoogde voorzieningen gedekt? Zoals voor de aanleg (incl. verplaatsen bedrijven en alle andere noodzakelijke stappen) van het park? Nee, er wordt een tekort op de ontwikkeling voorzien en voor dit tekort is nog geen dekking. Zie ook hetgeen gesteld is bij het antwoord op vraag 4. 20. Wat is het effect van beoogde aanpassingen voor autoverkeer op de doorstroming in en om het gebied? Wat zijn de effecten op de doorstroming op de centrumring? In het kader van de Structuurvisie CID (RIS307135) is een Milieueffectrapportage opgesteld waarin de verkeers- en milieueffecten van het gehele CID in beeld is gebracht (bijlage 2), inclusief het weren van doorgaand verkeer op de Waldorpstraat.

7/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

De Milieueffectrapportage wijst uit dat zonder een pakket aan ‘verkeersmaatregelen’ de verdichting niet kan plaatsvinden, zonder afbreuk te doen aan de bereikbaarheid en het blijven voldoen aan de milieueisen. Voor de Integrale ontwikkelvisie Laakhavens is geen aparte verkeers- of milieustudie gedaan. Voor het afsluiten van de Waldorpstraat voor doorgaand autoverkeer zal het college de raad dit jaar een voorstel doen. Daarin zal worden aangegeven hoe en waar de afsluiting zal worden gerealiseerd, wat de verkeerseffecten op het omliggende wegennet zijn en worden, waar nodig, voorstellen gedaan voor flankerende maatregelen. 21. Hoe komen de nieuwe autoroutes eruit te zien in en rond het gebied? Graag ontvangt de fractie van de VVD een toelichting met een is-wordt overzicht, zowel per straat als op een kaart, inclusief welke autovrije fiets- en wandelroutes worden beoogd? Doorgaand autoverkeer wordt zoveel mogelijk geweerd. In lijn met de structuurvisie CID is in Laakhavens de ambitie het verkeer niet door het gebied, maar er omheen te leiden (Neherkade, Calandstraat). De binnengebieden worden ingericht als (verblijfs)ruimte voor voetgangers. Hier doorheen lopen fietsverbindingen. Ter hoogte van station Hollands Spoor wordt de Waldorpstraat afgesloten voor doorgaand autoverkeer en ingericht voor voetgangers en fietsers.

Op de lange termijn is dit ook voorzien ter hoogte van de nieuwe fietstunnel. Bereikbaarheid wordt gewaarborgd met een beperkt aantal centrale, collectieve parkeervoorzieningen. Met de sterfietsroute verlengde Velostrada over de Waldorpstraat wordt Laakhavens ook aangesloten op een lange afstand fietsroute tussen Den Haag en Leiden. 22. “Die maken het mogelijk om bepaalde delen geheel in te richten op de voetganger en in andere delen het gemotoriseerde verkeer met bepaalde regels toe te staan. Dat betekent stapvoets rijden, beperkingen op het formaat van voertuigen en het instellen van venstertijden voor vrachtverkeer.” Graag een toelichting op de maximale snelheid die wordt beoogd in het gebied op straatniveau. Wat betekent het dat er beperkingen aan het formaat van voertuigen worden gesteld? De toegestane snelheid in het gebied is 30 km/uur op de routes voor het bestemmingsverkeer in het gebied (bijvoorbeeld van en naar de parkeergarages). Op de wegvakken waar alleen incidenteel verkeer komt (bijvoorbeeld voor laden en lossen of onderhoudswerkzaamheden) zal stapvoets gereden mogen worden (voetgangersgebied). Waar nodig zal een lengte beperking worden ingesteld om met name trekker/oplegger combinaties te weren die een groot ruimtebeslag kennen in de bochten. 23. Raamwerkkaart: De bomenlijnen zijn indicatief, staat in de legenda op p 25.

Welke bomen en groenvoorziening zijn meegenomen in de businesscase? In de businesscase is gerekend met kengetallen op gebiedsniveau, inclusief een bedrag voor “groen”. De hoeveelheid groen en het kwaliteitsniveau is daarmee opgenomen in de berekeningen, maar nog geen specifieke bomen of groenvoorzieningen. 24. Hoe wordt de wisselwerking tussen de gebieden met reuring en ruis voorzien? Graag verzoekt de fractie van de VVD in het antwoord in te gaan op de nu voorziene ligging van deze zones op p 36. De Waldorpstraat wordt een stadsboulevard waar je de reuring van een hoogstedelijk centrummilieu kunt verwachten; hoge dichtheid, veel mensen op straat, entrees van winkels, voorzieningen, altijd levendig. Richting het Laakkanaal verkleurt het gebied naar rust; groener, recreatie, breder woningaanbod. Waarbij het hart van Laakhaven Centraal de nadruk meer op rust ligt in en rond het park en in het hart van de campus meer op de reuring.

8/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

De ruisgebieden liggen aan de randen, langs de centrumring (ontsluiting, logistiek) en de inprikkers, Leeghwaterplein en Rijswijkseweg. Donkerder gekleurd betekent meer ruimte voor ruis, direct aan de Calandstraat en lichter van kleur verschietend naar meer mix met woonmilieu langs de Verheeskade. 25. “Op langere termijn is herontwikkeling van het gebied een optie waarbij ook dit onderdeel van het CID verder kan worden verdicht. Wel zal de openbare ruimte langs de Trekvliet worden aangepakt en worden de kades verbetert.” Wanneer worden de kades verbeterd? Welke termijn wordt bedoeld met ‘op termijn’? Waarom wordt de keuze gemaakt dit niet bij deze langjarige gebiedsontwikkeling te betrekken, ook gezien meer ontwikkelingen in het gebied afhankelijk zijn van de medewerking van de eigenaars van vastgoed (zie p. 2 van het raadsvoorstel)? Circa 90% van het Schipperskwartier is in bezit van Staedion. Staedion heeft aangegeven dat zij op dit moment geen noodzaak ziet in de herontwikkeling van het gebied. Dit is het verschil met de andere eigenaren in Laakhavens die positie hebben verworven met de intentie te herontwikkelen. De aanpak van de openbare ruimte langs de Trekvliet is onder andere afhankelijk van de financiering en de snelheid van de ontwikkeling van het vastgoed in Laakhavens. 26.

Beeldkwaliteit: Graag een duiding van de status van de tekst hierover in deze nota en de verhouding tot het BKP dat blijkens de tekst nog wordt opgesteld. De tekst geeft een doorkijk naar het BKP wat op dit moment nog in bewerking is en heeft in de zin van een formeel BKP nog geen status. Het uiteindelijke document BKP Laakhavens krijgt zowel een inspirerende als een toetsende status met heldere welstandelijke regels als onderdeel van de Welstandsnota. 27. “De skyline van Laakhavens zal een samenhangende diversiteit vertonen, terwijl het Laakhavens op ooghoogte zich zal afspiegelen als één identiteit verbonden door functionaliteit, details en materialen.” Graag een nadere toelichting wordt bedoeld wordt met “zich afspiegelen als één identiteit”. Het beeldkwaliteitsplan zal een set aan regels bevatten die gelden voor de nieuwe ontwikkelingen in het hele gebied. Deze zorgen voor eenheid en herkenning; specifiek Laakhavens. 28. Graag ontvangt de fractie van de VVD toelichting op de regels die zijn opgesteld om bij te dragen aan de beeldkwaliteit van Laakhavens. Welke regels gaan er gelden voor specials? Aan het beeldkwaliteitsplan wordt op dit moment nog gewerkt. Hierin worden de regels voor de verschillende gebouwtypologieën opgenomen. Technische vragen D66 29.

Zijn huidige sociale- en veiligheidsproblemen in kaart in dit gebied en is er zicht op het oplossen van deze problemen voordat deze ontwikkelingen plaats gaan vinden?

Over de veiligheid en leefbaarheid van huidige situatie is regelmatig contact met het stadsdeel Laak. De herontwikkeling van Laakhavens draagt bij aan het creëren van een leefbare wijk (zie ook vraag 43) 30. Wat wordt de parkeernorm in dit gebied en hoe worden deze parkeerplaatsen gerealiseerd? Voor het parkeren wordt uitgegaan van de parkeernormen zoals vastgelegd in de Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS 306160). In het gebied wordt in hoofdzaak voorzien in collectieve parkeervoorzieningen in ondergrondse garages, waaronder de bestaande garage Laakhavens. Het parkeren op de openbare weg zal fors worden beperkt.

9/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

31. Is er ruimte voor deelmobiliteit in de plannen ingetekend en zo ja wat is het aandeel van deze deelmobiliteit? Er wordt onderzocht of er één centrale parkeergarage onder een deel van het park kan worden gerealiseerd, al dan niet met aftakkingen onder private kavels. In die garage, maar ook bij andere oplossingen, is deelmobiliteit een belangrijk uitgangspunt. Voor het parkeren wordt uitgegaan van de inzet van deelauto’s, zoals vastgelegd in de Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS 306160). Door de inzet van deelauto’s bij woningbouwprojecten één deelauto en parkeerplaats in de plaats van vier normale parkeerplaatsen voor bewoners (1 op 4) en het aantal normale parkeerplaatsen mag niet lager uitkomen dan 50% van de op reguliere wijze bepaalde parkeerbehoefte. Voor andere vormen van deelvervoer wordt uitgegaan van mobility hubs in de deelgebieden met een aanbod aan vormen van deelvervoer. Deze hubs worden echter inpandig gerealiseerd (bijv. in een deel van een parkeergarage) waardoor geen beslag wordt gelegd op de openbare ruimte 32. Is er ruimte voor laadpalen in het gebied? In het gebied wordt in hoofdzaak voorzien in collectieve parkeervoorzieningen in ondergrondse garages. Daarin zal ook het aanbod aan oplaadplaatsen worden voorzien (zie nu al bij Q-Park Laakhavens).

Het parkeren op de openbare weg, en daarmee ook het aantal oplaadpalen, zal worden beperkt. 33. Welk woonmilieu moet de Laakhavens krijgen na de hele transformatie? Verschilt dat nog per wijk? Laakhavens wordt een hoogstedelijk, levendig centrummilieu, met ruimte voor beschutte woonplekken. Dat betekent dat het hele gebied een gemengd programma kent, met een mix aan diverse woningtypes, ruimte om te werken en voorzieningen. Wel zijn er plekken met een meer aandacht voor wonen op de begane grond, zoals rondom het centrale park, waar ook aan de straat gewoond wordt. Langs het park en de tussenstraatjes lenen zich goed om direct aan te wonen en speelen sportfaciliteiten te realiseren. Terwijl direct rondom het station er met name op hoogte wordt gewoond met alle faciliteiten en voorzieningen van het stadse leven om de hoek. 34. Wat wordt de verdeling van de woontypes in de Laakhavens? (sluit dit aan bij de 30% sociale huur, Middenhuur en koop). De woningprogrammering in Laakhaven sluit aan bij de Woonagenda en gaat uit van gedifferentieerd bouwen voor verschillende doelgroep, met als voorwaarde dat minimaal 30% van de woningen sociale huurwoningen worden en minimaal 20% van woningen middenhuurwoningen worden, waarvan de helft een maandhuur van onder de 880 euro (p.p. 2020) heeft. Daarnaast streven we naar 20% betaalbare koop. Ook qua woonoppervlakte differentiëren we.

Als onderdeel van de differentiatie stellen we een maximum aan het aantal kleine woningen (maximaal 20% van de woningen onder de 40 m2) en sturen we op een minimaal percentage van 20% ruime woningen van 80+ m2 gbo, zodat een gevarieerd woonprogramma wordt ontwikkeld. 35. Hoeveel huurwoningen en hoeveel koopwoningen zijn er in de Laakhavens gepland? En in welke prijscategorie? Op dit moment is nog niet bekend hoeveel koop- en hoeveel huurwoningen er gerealiseerd worden. De plannen worden nog uitgewerkt, In ieder geval wordt er gebouwd conform de Woonagenda 2020-2023 (zie antwoord op vraag 33.)

10/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

36. Verschillende onderwijsinstellingen zitten in dit gebied, wordt er rekening gehouden met de groei van deze instellingen en is er ruimte om de groei in dit gebied op te vangen? Hoeveel scholen en onderwijsinstellingen zijn er gepland in welk deel van de Laakhavens? Ja, er is rekening gehouden met 3 basisscholen, een middelbare school en ruimte voor uitbreiding van ROC en Haagse Hogeschool, waar afhankelijk van behoefte invulling aan kan worden gegeven. 37. Welke andere voorzieningen dan onderwijs, bijvoorbeeld zorg en sport, landen er in de Laakhavens? Beoogd is ook ruimte te reserveren spelen, (urban)sport, cultuur, zorg& welzijn. Bij uitwerking van het voorzieningenprogramma Laakhavens zal dit nader worden ingevuld. De traditionele sportvelden zullen buiten het gebied een plaats krijgen. 38. Hoe zorgen wij voor een gelijke ontwikkeling van groen en voorzieningen bij de realisatie van woningen in het gebied? Door voldoende middelen in de begroting te reserveren en waar fasering niet goed aansluit ook in te zetten op tijdelijke voorzieningen. In het uiterste geval zullen woningbouwprojecten gefaseerd worden in afwachting van de ontwikkeling van de voorzieningen. 39. Traditionele sportvelden landen niet in dit gebied volgens deze visie. Met de groei van het CID en de Binckhorst is hier wel vraag naar.

Waar gaat dit landen? Want de Trekvlietzone is te ver weg en in Laak en het centrum is er al een tekort aan veldgebonden sportaccommodaties. Zie hiervoor ook het IHP Sport, (RIS 311895) waarin vraag, aanbod en opgave van de buitensport in Den Haag is weergegeven. Er zal nog onderzoek moeten plaatsvinden om hier concrete invulling aan te kunnen geven. 40. Landt hier ook een gymzaal? Ja 41. Is het mogelijk om als een van de eerste ontwikkelingen het Laak-central park te ontwikkelen vanwege de huidige hittestress en behoefte aan groen in dit gebied? Wat is de planning voor de ontwikkeling van het Laakpark? De ontwikkeling van het centrale park is afhankelijk van de financiering en van de mogelijkheden om de zittende bedrijven te verplaatsen. De gemeente onderzoekt op dit moment de realisatiemogelijkheden, met de mogelijke combinatie met een centrale mobiliteitshub en onderzoekt voor welke subsidies het park mogelijk in aanmerking komt. 42. De ontwikkeling van dit gebied gaat jaren duren, hoe zorgen we voor het behoud of zelfs directe verbetering van de leefbaarheid voor de huidige inwoners van de Laakhavens? Met behulp van Placemaking worden de komende jaren samen met belanghebbenden tijdelijke activiteiten in het gebied georganiseerd.

Conform de wens van het college wordt onderzocht op er op Leeghwaterplein naast tijdelijke woningen een plek voor buurtinitiatieven kan worden gerealiseerd. Daarvoor hebben al een aantal partijen uit de buurt zich gemeld. Ook in de Megastores en aan de Verheeskade wordt ruimte gegeven aan initiatieven die de leefbaarheid in het gebied vergroten. Daarnaast wordt bijvoorbeeld in het campusgebied rondom de Haagse Hogeschool gekeken of tijdelijke vergroeningsmaatregelen vast kunnen worden doorgevoerd, die later ook een plek krijgen in het definitieve ontwerp van de openbare ruimte daar.

11/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

43. Wordt er aangesloten bij de hoogbouw op Eyeline Skyline? Er wordt aangesloten op de regels uit Eyeline Skyline in de ontwikkelvisie. Op dit moment wordt gewerkt aan de evaluatie van de nota Eyeline Skyline. Als de evaluatie van deze nota tot aanpassing van de regels leidt, zal dat vanaf dat moment moeten worden meegenomen in de uitwerking van de bouwplannen 44. Biedt dit plan, naast The Grace, ook mogelijkheden tot het bouwen van een of meerdere ‘Landmarks’ die de skyline van Den Haag bepalen? Ja, er zijn specifieke bouwblokken aangewezen die daarvoor in aanmerking komen. Deze zijn op pagina 28/29 met roze vlakken aangegeven. 45. Hoe wordt ervoor gezorgd dat Laakkwartier en de Schilderswijk ook meeprofiteren van de ontwikkelingen in de Laakhavens? Dit doen we door werkgelegenheid en woonruimte te creëren zodat bewoners van omliggende wijken een volgende stap in hun (woon)carrière kunnen zetten. Daarnaast verbinden we het gebied fysiek beter met de omliggende wijken zodat de bewoners van de verblijfskwaliteit en voorzieningen kunnen genieten. 46. Waarom worden er verschillende omgevingsplannen opgesteld, in plaats van één omgevingsplan voor de Laakhavens? Is dat niet gewoon het oude bestemmingsplandenken? Over de wijze waarop de ontwikkelingen via planologische procedures mogelijk worden gemaakt zijn nog geen definitieve besluiten genomen. 47.

Heeft de gemeente nog grondposities in dit gebied waar wij als raad misschien wel extra eisen op kunnen leggen? De gronden in het gebied zijn veelal uitgegeven in erfpacht. Vrij van erfpacht zijn de potentiële ontwikkellocaties: 1- hoek Leeghwaterstraat/Calandstraat 2- hoek Van der Kunstraat/Leeghwaterplein 3- het pand Leeghwaterplein 25-37. 4- kavel van der Kunstraat De twee laatste zijn onderdeel van de Grondexploitatie Laakhaven HS (LA-19F2). Daarnaast staan er een aantal bouwvlakken geprojecteerd op het binnenterrein, de beoogde locatie van het park. Bij realisatie van het park komen die posities mogelijk in eigendom van de gemeente. Voorafgaande aan de ontwikkeling van eigen locaties wordt de raad gevraagd om de projectkaders vast te stellen. Aan de invulling van deze kavel kan een meer directe sturing worden gegeven.

12/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

48. Wat is de beoogde inwonersdichtheid in inwoners per km2 in dit gebied? Er is geen sprake van een beoogde inwonersdichtheid. Gezien de ligging aan een intercity knooppunt aan de Oude Lijn, waar in het kader van Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) wordt ingezet op een nog betere bereikbaarheid van de Zuidelijke Randstad, is dit een locatie die ruimte biedt voor sterke verdichting. Uiteraard alleen als de leefbaarheid geborgd wordt. 49. Wanneer is de beoogde einddatum voor de algehele ontwikkeling van het gebied? De tijdshorizon voor de ontwikkelingen is circa 15-20 jaar. 50. Wordt er bij deze ontwikkeling ook met een reserveringssysteem gewerkt als bij de Binckhorst? Nee. 51.

Welke vormen van participatie voor de huidige bewoners van de Laakhavens worden er gebruikt bij deze ontwikkelingen?

Er vindt bij alle ontwikkelingen in het CID uitgebreide participatie plaats. Per fase en soort document is vastgelegd welke vorm wordt toegepast. Dit is terug te vinden in het Participatie- en Communicatieplan CID (RIS303004). 52. De coffeeshopboot blijft aanwezig in dit plan, hoe wordt met behoud van de boot gezorgd voor een veilige omgeving met scholen en gezinnen? Conform het coffeeshopbeleid dient er een afstand van minimaal 350 meter tussen een school en een coffeeshop te worden aangehouden. 53. Krijgt het gebied ‘Laakhavens’ een eigen contactpersoon bij de gemeente? Dit zodat inwoners deze persoon kunnen bereiken met vragen over de huidige situatie, probleemafwikkeling, vragen over de nieuwe situatie en status van de aankomende plannen. Voor grote gebiedsontwikkelingen zoals die van de Laakhavens zijn projectpagina’s aangemaakt op denhaag.nl voor algemene informatie. Op denhaag.nl/laakhavens is informatie te vinden over verschillende (nieuwbouw)projecten in het gebied.

13/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

Meerdere personen in het ambtelijke projectteam (zoals projectleider, communicatieadviseur en omgevingsmanager) hebben contact met externe stakeholders. Om mogelijke vragen snel op te kunnen pakken en centraal binnen te laten komen, is het e-mailadres projectenlaakhaven@denhaag.nl beschikbaar. Technische vragen CDA Status document 54. Voorliggend voorstel is een gebieds- Nota van Uitgangspunten, waarin is aangegeven (op blz. 2 voorstel) dat de visie kaderstellend is. Wat is de exacte status van dit document? Is de ontwikkelvisie bindend, of is na goedkeuring nog aanpassing mogelijk? De ontwikkelvisie beschrijft de toekomstige ontwikkeling van het gebied Laakhavens en vormt het ruimtelijk kader voor individuele ontwikkelinitiatieven en bestemmings- omgevingsplannen. Door een helder ruimtelijk raamwerk op te stellen met kwalitatieve uitgangspunten kunnen we vooruitkijken en een beeld voor de toekomst neerzetten. Een aantal projecten zal op korte termijn kunnen starten, andere plannen zullen meer tijd nodig hebben. De ontwikkelvelden geven dan ook ruimte om plannen in de toekomst aan te passen aan een andere ruimte- of programmavraag. De (verdiepende) kaderstellende deelplannen komen terug in de raad. 55.

Wordt de ontwikkelvisie nog apart voorgelegd aan de raad, of komen alleen de voorstellen per deelgebied terug? De voorliggende ontwikkelvisie betreft reeds een raadsvoorstel waarmee u de ontwikkelvisie vaststelt. Daarnaast komen als uitwerking hiervan nog voorstellen per deelgebied naar u toe ter besluitvorming. Deze zullen in lijn zijn met de vast te stellen kaders van de ontwikkelvisie. 56. Welke deelgebieden en projecten komen voor apart besluit terug bij de raad? Gaat dit alleen over de deelgebieden Spoorzone HS, Campuskwartier, Laakhaven Centraal en Schipperskwartier? (op blz. 36 en 37 GebiedsNvU) Op welke termijn kan de raad deze voorstellen verwachten? Voorstellen voor afwijking of wijziging van het omgevingsplan zullen in vervolguitwerking per project of deelgebied ter besluitvorming aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Dit geldt zowel voor projecten in de openbare ruimte, bouwprojecten (bijvoorbeeld de MegaStores), als het Schipperskwartier. Woningen 57. In het voorstel (blz. 6 raadsvoorstel en blz. 30 GebiedsNvU) staat dat de Woonagenda 20202023 en de raadsmededeling “Sturing betaalbare woningbouw in lopende projecten (RIS 308642) leidend zijn voor de woningen die er gaan komen.

Is het mogelijk om van dit vertrekpunt af te wijken, indien daartoe aanleiding is of wensen zijn vanuit de raad? Zo ja, kan dit zowel bij vaststelling van deze GebiedsNvU als ook op later moment? Op dit moment is het actuele woonbeleid van toepassing. Wanneer dat beleid wijzigt, geldt dat vanaf dat moment ook voor Laakhavens. Daarbij is het goed om te weten dat op dit moment de start wordt gemaakt met de voorbereiding van de nieuwe Woonagenda en Woonvisie. Bij wijzigingen moet wel zorgvuldig worden gekeken of dit ook kan gelden voor op dat moment reeds lopende projecten en procedures.

14/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

58. Op blz. 3 (raadsvoorstel) is te lezen dat voorstellen voor besluitvorming over omgevingsplannen en/of individuele projectprocedures in de verdere uitwerking per project of deelgebied ter besluitvorming aan de gemeenteraad zullen worden voorgelegd. Is hierbij ook nog ruimte om te besluiten en aanpassingen te doen in het type woningen, bijvoorbeeld sociale huur, betaalbare koopwoning en/of middeldure huur? Zo ja, tot welk moment in het proces is dat mogelijk? In principe geldt de Woonagenda per project en deelfase. Als uitwerking van de Woonagenda stuurt de gemeente op een bepaalde mate van differentiatie, die recht doet aan de wens om te differentiëren tussen woningtypes en doelgroepen. Om continuïteit te bieden naar de markt – die op rekening en risico investeert in het gebied – verdient het de sterke voorkeur om vroeg in het ontwikkelproces duidelijke kaders mee te geven op het gebied van woningdifferentiatie. 59. Is het mogelijk om nog aanpassingen te doen in het aantal en type woning, bijvoorbeeld de verhouding sociale huur en middeldure huur? Wat zou de impact daarvan zijn op de lopende gesprekken met ontwikkelaars? Afhankelijk van de fase van het project en reeds gemaakte afspraken kunnen er aanpassingen gedaan worden in aantallen. Er is dan wel een mogelijk raakvlak met de vast te stellen ruimtelijke kwaliteit (o.a.

zon, wind en beleving) en de referentienormen voorzieningen en groen. De impact van een wijziging dient dan verder te worden uitgewerkt. Het aanpassen van segment vereist een afwijking van het huidige woonbeleid (Woonagenda 2020-2022) en vereist nadere besluitvorming. Daarnaast zullen ontwikkelaars hier mogelijk consequenties aan verbinden, afhankelijk van het effect op hun businesscase. 60. Op dit moment bestaat een groot deel woningen in Laakhavens uit huur, terwijl tevens wordt aangegeven in de visie op blz. 6 (raadsvoorstel) om te bouwen voor huishoudens die grote binding hebben met hun leefomgeving en die van Laakhavens hun gebied willen maken en een actieve rol spelen in het functioneren van het gebied. Kan het college aangeven hoeveel huur en koopwoningen er op dit moment in Laakhavens zijn. Wat is de verhouding daarbij tussen sociale huur, middeldure huur en koop? In Laakkwartier Oost, Laakkwartier West, Laakhaven Oost en Laakhaven West zijn op dit moment 745 koopwoningen, 3.629 sociale huurwoningen en 2.369 particuliere huurwoningen. 61.

Heeft het college inzicht in de huidige doorstroming in Laakhavens? Zijn er cijfers bekend over hoe lang bewoners gemiddeld in Laakhavens wonen en verhuizen naar een andere wijk? Zo ja kan het college deze cijfers met de raad delen, indien mogelijk onderscheid tussen de categorie koopwoningen, sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen? Deze gegevens zijn op dit moment niet bekend. Mede omdat Laakhaven Oost relatief veel nieuwbouw kent, zijn er nu nog geen trends te herkennen. Laakhavens Oost – overwegend bestaand uit sociale woningbouw – kent de afgelopen 10 jaar een toenemende trend in verhuisbeweging. 62. Op blz. 14 GebiedsNvU is te lezen dat de nadruk ligt op compacte woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens. Om hoeveel vierkante meter en aantal kamers gaat dit per woning? In Laakhaven wordt concreet gestuurd op differentiatie in woningen. Daarbij geldt dat maximaal 20% van de woningen onder de 40 m2 gbo wordt gebouwd, met als uitzondering hierop bijzondere verhuurconcepten zoals studentenwoningen (met campuscontract). Daarnaast wordt gestuurd op een minimum percentage van 20% grote woningen met een oppervlakte van 80 m2 gbo of meer. Er zullen woningen gemaakt worden in verschillende grootteklassen. We verwachten dat de gemiddelde oppervlakte zo rond de 75 m2 bvo ligt.

15/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

63. Welk type woningen is voorzien bij de doelgroep (internationale) studenten en starters? Gaat het hier bijvoorbeeld om studio’s, kamers in een studentenhuis of appartementen? Bestaat de mogelijkheid dat meerdere studenten één woning kunnen betrekken? Het gaat voornamelijk om zelfstandige één- en tweekamerwoningen. Daarnaast past de verhuur van een woning aan twee huurders binnen het huidige kamerverhuurbeleid. 64. Kan de uitspraak van de rechter waarbij een streep is gehaald door verkamering bij woningen met een waarde boven de 310.000 euro, gevolgen hebben voor de mogelijkheden tot verkamering in het gebied? In principe niet. Over dit onderwerp wordt u voor de zomer separaat geïnformeerd (RIS312254). 65. Op blz. 9 (raadsvoorstel) is te lezen dat het door ontwikkelaars gezamenlijk, financieel haalbaar te ontwikkelen aantal woningen ruim boven de mogelijkheden ligt die de gemeente binnen de vastgestelde kaders kan bieden. Hoe hoog is dit aantal woningen dat ontwikkelaar als haalbaar achten? Gaat dit om andere type woningen van ontwikkelaars dan nu is voorzien? Wat zijn de belangrijkste voorwaarden in de vastgestelde kaders, die ertoe leiden dat de mogelijkheden die de gemeente kan aanbieden, lager uitvallen? Het totaal aantal woningen dat de ontwikkelaars willen bouwen is niet precies uitgerekend maar zal tussen de circa 10.000 en 11.000 woningen liggen.

Het is nu nog niet te zeggen of de woningtypologieën ook daadwerkelijk afwijken. Het voornaamste kader waardoor het totaal aantal woningen lager uitvalt is de gestelde groennorm. Voorzieningen 66. Voor welk gebied moet het centrale park groen compenseren om aan de groennormen en groenambitie per woning te voldoen? Betreft dit alleen het gebied van deze NvU of een breder gebied in Laakhavens? Kan het college aangeven welke grenzen worden gehanteerd voor het berekenen of aan de groennorm wordt voldaan? Om aan voldoende groen te voldoen wordt in het Voorzieningenonderzoek CID gewerkt aan een integraal groenplan voor het gehele CID conform de grenzen van het CID. Het centrale park alleen dekt niet de volledige groenbehoefte voor het gebied van de ontwikkelvisie Laakhavens. We houden ook rekening met de behoefte aan buitenruimte bij scholen, playgrounds en spelen. Daarom wordt ook op andere plekken in Laakhavens vergroening voorgesteld, zie hiervoor de raamwerkkaart op pa9ina 33. 67. Aan welke andere partijen dan de gemeente zelf, denkt het college om de aanleg en het beheer van het park te bekostigen? Zijn er al partijen in beeld die hierin geïnteresseerd zouden zijn? De aanleg van het park is onderdeel van het kostenverhaal en wordt conform de wettelijke regels gedeeltelijk doorgelegd richting de ontwikkelende partijen.

Vanwege het openbare karakter van het park wordt het beheer vooralsnog gezien als een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Er wordt met het Rijk onderzocht of en in welke vorm er rijkssubsidie voor de aanleg mogelijk is. Dit lijkt specifiek kansrijk in de vorm dubbelgebruik van ruimte, waarbij er onder een deel van het park een mobiliteitshub wordt gerealiseerd. 68. Wordt naast het park, ook gekeken naar andere kleine groenvoorzieningen in het gebied? Zo ja aan welke plekken wordt hierbij gedacht? Ja. Het park is de grootste groenvoorziening, maar ook de campus rondom HHS wordt flink vergroend en ook de Waldorpstraat en de kades. Naast deze grote structuren zijn ook middelgrootte groenvoorzieningen onderdeel van het plan.

16/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

Deze zijn met name gekoppeld aan de dwarsverbindingen (noord-zuid) in het gebied. En op de schaal van de bouwblokken ontstaan zogenaamde ‘pocket parks’ door het deels terugleggen van gebouwvolumes. Zie ook de kaart op pag. 28-29 69. Wordt gewerkt aan een alternatief plan om de groennormen te behalen, als de financiering van het centrale park niet rondkomt? Zo ja, aan welke andere groenvoorzieningen in het gebied wordt gedacht? Vooralsnog niet. Belangrijk onderdeel van de voorgestelde visie is de aanleg van het totale park, om te kunnen voldoen aan de groennorm die in de structuurvisie CID is opgenomen. Op voorhand zijn er overigens geen andere oplossingen die minder complex of kostbaar zijn. 70. In het plan is te lezen dat het voorzieningenpeil aandacht verdient. Op welke manier zijn tot nu toe de referentienormen voor groen, sport en spelen ingepast? (blz. 10 raadsvoorstel) Wordt bij de verdere uitwerking ook getoetst aan een referentienorm, bijvoorbeeld of er voldoende voorzieningen kunnen worden geborgd in het gebied? Denk aan voldoende huisartsen, supermarkten en scholen? De referentienormen voor het milieu centrumstedelijk zijn als vertrekpunt gehanteerd voor de beoogde maatschappelijke voorzieningen in Laakhavens. In het CID Voorzieningenonderzoek worden de benodigde voorzieningen voor het hele CID onderzocht.

Ook bij verdere uitwerking van de plannen zullen de referentienormen worden gehanteerd. 71.

In de rest van Laakhavens zijn op dit moment veel vergelijkbare bedrijven en voorzieningen, zoals meerdere kapperszaken, telefoonwinkels en avondwinkels. Kan bij de vervolguitwerking gestuurd worden op een meer gedifferentieerd aanbod voor bedrijven en voorzieningen? Zo ja, welke instrumenten kan de gemeente daarvoor inzetten?

Aan de gemeentelijke sturingsmogelijkheden op dergelijke branchering zijn wel beperkingen in verband met Europese regelgeving inzake concurrentie (Dienstenrichtlijn). De raad zal nog worden geïnformeerd over de mogelijkheden van de gemeente om te sturen op de plintinvulling, hiervoor wordt gewerkt aan een ‘handreiking plintenstrategie'. Deze zal deze zomer naar de raad worden gestuurd. 72. Hoe wordt de leefbaarheid en het voorzieningenniveau tijdens de periode van ontwikkeling en bouw geborgd voor het ontwikkelgebied en omliggende gebied in Laakhavens? Voorafgaand aan de bouw moet in Den Haag een BVC-procedure worden doorlopen. In een BVC-plan worden afspraken vastgelegd over Bereikbaarheid, Verkeersveiligheid en Communicatie. Hiermee wil de gemeente de hinder van de werkzaamheden voor bewoners, ondernemers en bezoekers zo veel mogelijk beperken. De realisatie van de voorzieningen houdt zoveel mogelijk gelijke tred met de realisatie van de woningen. Daarbij wordt gekeken naar de daadwerkelijke behoefte, de demografische ontwikkeling en mogelijke uitwisseling tussen gebieden (wanneer het gaat om wijkoverstijgende voorzieningen). Voorzieningen die door de markt worden gerealiseerd zullen veelal in de plint van gebouwen terechtkomen. De realisatie van gemeentelijke voorzieningen verloopt via de integrale huisvestingsplannen en opname in de begroting. 73.

Wat wordt verstaan onder duurzame werkgelegenheid? (blz. 8 GebiedsNvU) Onder duurzame werkgelegenheid verstaan we banen die bijdragen aan brede economische bloei van Den Haag (zoals benoemd in de Economische Visie RIS303550) en een veerkrachtige economische structuur.

17/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

Mobiliteit 74. Op blz. 5 (raadsvoorstel) is te lezen dat in een brede cirkel om het gebied mobiliteitsmaatregelen noodzakelijk zijn. Wat wordt hiermee bedoeld, en hoe groot moet die cirkel geïnterpreteerd worden? Om welke aangrenzende wijken gaat het bijvoorbeeld? In het kader van de Structuurvisie CID (RIS 307135) is besloten tot een aanpak gericht op de mobiliteitstransitie. Deze aanpak geldt primair voor het gehele CID gebied, zoals bijvoorbeeld voor het parkeren (Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS 306160). In het kader van de Milieueffectrapportage voor de Structuurvisie is een pakket met ‘verkeersmaatregelen’ verkend die bijdragen aan de mobiliteitstransitie. Dit zijn, onder andere de Schaalsprong OV, de aanleg van de Velostrada en het Trekfietstracé voor de fiets en het afwaarderen van het Schenkviaduct voor het autoverkeer in combinatie van het afwaarderen van het Rijswijkseplein en de Rijswijkseweg voor het autoverkeer. 75. Met name de Calandstraat, maar ook de Van der Kunstraat en Waldorpstraat, zijn belangrijke verkeersroutes in en nabij het gebied voor bewoners die voor hun werk met de auto reizen, om de stad in en uit te komen. Dit leidt nu al tot stilstaand verkeer, met name tijdens de spitsuren. Heeft het college inzicht in welke gevolgen de voorliggende voorstellen en de nieuwe structuur voor autoverkeer (blz.

16 GebiedsNvU) hebben op de verkeersdoorstroming in het gebied, zoals het autoluw maken van het gebied in deze GebiedsNvU, de langzaam verkeer verbindingen en het afsluiten van de Waldorpstraat? Kan het college aangeven of de verkeersdruk gaat toenemen? Zo nee, gaat het college hier nog onderzoek naar doen? In het kader van de Structuurvisie CID (RIS 307135) is besloten tot een aanpak gericht op de mobiliteitstransitie. De Milieueffectrapportage voor de Structuurvisie geeft de verkeerseffecten aan en wijst uit dat zonder een dergelijk pakket aan ‘verkeersmaatregelen’ de verdichting niet kan plaatsvinden. Voor de nieuwbouw/transformatie wordt daarom ingezet op een beperking van het autogebruik door de nieuwe bewoners en werknemers door het hanteren van zeer lage normen. Daarnaast zijn maatregelen nodig gericht op het anders geleiden van het autoverkeer naar de routes in en rond het CID, zoals het weren van doorgaand verkeer door de Waldorpstraat van het afwaarderen van het Schenkviaduct, het Rijswijkseplein en de Rijswijkseweg. Over het afsluiten van de Waldorpstraat voor doorgaand autoverkeer zal het college de raad dit jaar een voorstel doen. Daarin zal worden aangegeven hoe en waar de afsluiting zal worden gerealiseerd, wat de verkeerseffecten op het omliggende wegennet zijn en worden, waar nodig, voorstellen gedaan voor flankerende maatregelen. 76.

In Laakhavens lijkt nu al een tekort aan parkeerplekken. Is het college bereid om in de vervolguitwerking ook te kijken naar de mogelijkheden om particuliere parkeervoorzieningen te benutten, die nu (deels) leeg staan? Gaat het college naast de verkenning met Q-park (blz. 6 raadsvoorstel) ook breder verkennen welke bestaande parkeerplukken mogelijk benut kunnen worden? Wordt bij de vervolgplannen ook gekeken of er parkeerruimte bij de woningen wordt ontwikkeld, of is het de bedoeling dat dit elders in het gebied wordt georganiseerd en gecompenseerd met de centrale parkeergarage? Onderdeel van de visie is het beter benutten van bestaande garages, waaronder de garage Laakhavens. Deze garage kan zowel worden benut voor parkeren door bedrijven als voor parkeren door bewoners. Het huidige parkeerbeleid maakt dit al mogelijk. Voor Laakhavens Centraal is een collectieve garage voorzien voor zowel de bedrijven en hun bezoekers als voor de woningen. Daar kunnen reeds bestaande garages aan gekoppeld worden (bijvoorbeeld met een tunnel).

18/31

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10323580

In het parkeerbeleid zijn de kaders neergelegd die het aantrekkelijk maken voor een ontwikkelaar/bouwen om ook uit te gaan van collectieve garages in plaats van een garage op het eigen plot (Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS 306160). 77. Op dit moment wordt in het gebied al gebruik gemaakt van deelvervoer waarbij deelscooters en fietsen niet altijd op de juiste plekken worden geparkeerd. In hoeverre is aandacht voor het reguleren van deelmobiliteit in de verdere plannen. Gaat het college ook afspraken maken met aanbieders van deelvervoer en het inrichten van parkeervakken? Bij de uitwerking van de openbare ruimte zal de inpassing van voorzieningen voor deelmobiliteit in de openbare ruimte in beeld worden gebracht. Daarbij wordt juist voor deelvervoer uitgegaan van mobiliteitshubs voor het aanbieden van vormen van deelvervoer. Deze hubs worden echter inpandig gerealiseerd (bijv. in een deel van een parkeergarage) waardoor geen onnodig beslag wordt gelegd op de openbare ruimte. Op dit moment wordt ook onderzocht of er een centrale ondergrondse mobiliteitshub gerealiseerd kan worden onder een gedeelte van het park en de naastgelegen straat. Dit lijkt kansrijk vanuit de optiek “dubbelruimtegebruik” en mogelijke beschikbare rijkssubsidies. 78.

Wordt in de vervolgplannen ook gekeken naar het creëren van voorrangroutes en snelroutes voor fietsers, naast de plannen op blz. 32 GebiedsNvU? Bij de uitwerking van de openbare ruimte zal de inpassing van fietsroutes plaatsvinden. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt naar wegvakken die onderdeel zijn van de sterroutes voor de fiets (o a. Waldorpstraat en Leegwaterplein) en de fietsroutes die vooral van belang zijn voor de bereikbaarheid van het gebied zelf. De sterroutes zijn en worden ingericht met vrij liggende fietspaden en met zo min mogelijk hinder van overig verkeer. Luchtkwaliteit en hinder 79. Op blz. 4 (raadsvoorstel) is te lezen dat monitoring van luchtkwaliteit en geluidshinder in het gebied noodzakelijk is. Kan het college aangeven wanneer voor het laatst onderzoek is gedaan naar de luchtkwaliteit en op basis van welke referentiemetingen de kwaliteit en hinder wordt beoordeeld? Wordt bij toekomstige bouwplannen naast onderzoek naar stikstofuitstoot, ook onderzoek gedaan naar de uitstoot van andere emissies? Het bepalen van de luchtkwaliteit gebeurt aan de hand van metingen en berekeningen van het RIVM en jaarlijkse metingen van de gemeente (zie: Den Haag - Haagse luchtkwaliteit meten). De formele wettelijke toetsing aan normen en grenswaarden gebeurt aan de hand van de berekende waarden van het RIVM. Daaruit blijkt dat daar overal in Den Haag aan wordt voldaan.

Daarnaast zijn er streefwaarden van de WHO. Daaraan wordt in Den Haag en op veel andere plaatsen in Nederland nog niet voldaan. Het gemeentelijk en landelijk beleid is om in 2030 ook daaraan te voldoen. Financiën 80. Bij welke kosten kunnen projecten in aanmerking komen voor de zogenaamde macroaftopping? Wanneer kunnen partijen aanspraak maken op macro-aftopping? Macro-aftopping heeft betrekking tot het totaal van de verhaalbare kosten, niet op specifieke kosten hierbinnen. Partijen komen in aanmerking op macro-aftopping als zij kunnen aantonen dat de financiële marge in een project kleiner is dan het totaal van de door de gemeente te verhalen kosten. In zo’n geval wordt het kostenverhaal gemaximeerd tot de financiële marge in het project. In andere woorden: een gewenst project mag redelijkerwijs niet verlieslatend worden als gevolg van kostenverhaal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11587183/2