RIS312442 Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing The Grace
Tekst van het document
De beoogde ontwikkeling betreft in hoofdzaak de realisatie van een tweetal woontorens en appartementengebouwen. Tevens omvat de beoogde ontwikkeling de realisatie van commerciële functies. Gezien de omvang van de beoogde ontwikkeling kan gesteld worden dat sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen dient te worden aangetoond dat er behoefte bestaat aan de beoogde ontwikkeling, oftewel de 'Ladder' dient te worden doorlopen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. Voor situaties waarbij sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen de volgende twee stappen doorlopen te worden: − beschrijving/beoordeling van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt; − indien de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Ook wanneer de Ladder niet van toepassing is, zal gemotiveerd moeten worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. In het kader van uitvoerbaarheid moet hiertoe aandacht worden besteed aan de behoefte aan het plan. 4.14.3 B e o o r d e l i n g
In het kader van de Ladder dient de behoefte naar de beoogde ontwikkeling beschreven te worden. De afgelopen jaren is de Haagse bevolking flink gegroeid. Naar verwachting zal deze groei aanhouden. Conform de Bevolkingsprognose Den Haag 2017 zal Den Haag op korte termijn, tot 2022, 556.000 inwoners tellen. Dit betreft een groei van 6,8%. Tot 2040 zal de Haagse bevolking zelfs groeien tot circa 612.000 tot 638.000 inwoners. Deze groei zal derhalve gepaard gaan met een vraag naar nieuwe woningen. Het huidige aanbod aan woningen voorziet niet in voldoende woningen. In Den Haag zijn hierbij op de lange termijn veel verdichtingsmogelijkheden. Het doel van deze woningbouwopgave is om aantrekkelijke stedelijke milieus te creëren die de ruimtelijke structuur van de stad versterken. De provincie geeft inzicht in de vraag naar woningen door de driejaarlijkse woningbehoefteraming, bevolkingsprognose en woningmarktverkenning. Uit de woningbehoefteraming van 2019 van provincie Zuid-Holland volgt een behoefteraming van HB 6108-5-RA-015 85
in totaal circa 227.410 nieuwe woningen tot aan 2040. Voor de regio Den Haag (waar het plangebied onderdeel van uitmaakt) bedroeg de woningbehoefte 8.440 woningen tot 2020. Tussen 2020 en 2030 bedraagt deze behoefte 57.420 woningen, en tussen 2030 en 2040 bedraagt de behoefte 41.770 woningen. Daarnaast is de toegestane woningvoorraadgroei in de woonregio's voor de periode tot 2030 nader inzichtelijk gemaakt. Voor elke regio is berekend wat de toegestane woningvoorraadtoename is. In tabel 4.15 wordt de toegestane woningvoorraadgroei per regio voor een aantal tijdsperioden opgenomen. Hieruit volgt dat de woningbehoefte in Den Haag (regio Haaglanden) de komende jaren sterk zal blijven groeien. t4.15 Groei van de woningbehoefte per regio per periode (bron: WBR 2019) Regio
2021 t/m 2025
2026 t/m 2030
Holland-Rijnland
14.950
12.500
Haaglanden
40.350
40.550
Rotterdam (regio)
31.950
29.200
Midden-Holland
7.750
6.750
Alblasserwaard
1.650
1.400
Drechtsteden
3.850
2.950
Hoeksche Waard
1.800
1.500
Goeree-Overflakkee
1.350
1.150
TOTAAL ZUID-HOLLAND
115.150
106.650
De woningbehoefte blijft niet in alle delen van de provincie even sterk doorgroeien. In de grote steden blijft deze groei echter aanhouden, aldus ook in Den Haag. Er zullen hier meer woningen gerealiseerd moeten worden om in de woningbehoefte te kunnen voorzien. Zoals in de Woonvisie van Den Haag wordt gesteld, is het vooral belangrijk om sociale huurwoningen en woningen in het middensegment te bouwen. Hierdoor wordt ook voor starters en gezinnen die net niet meer in aanmerking komen voor sociale huurwoningen een plek gegeven in de stad. Het aanbod aan woningen voor deze doelgroepen is thans te beperkt om aan de vraag te kunnen voldoen. Door toevoeging van dergelijke woningen zal dit bijdragen aan een inclusieve stad, waar voor alle doelgroepen ruimte is. De beoogde ontwikkeling van woontorens midden in de stad sluit aan op deze behoefte, hier worden immers appartementen gerealiseerd die bijvoorbeeld zeer geschikt zullen zijn voor starters. Middels verdichting wordt op deze wijze ruimte voor stedelijk wonen geboden op een goed bereikbare locatie. Er kan gesteld worden dat er een behoefte is aan de beoogde ontwikkeling, aangezien er een sterke vraag naar woningen is in Den Haag om zodoende in voldoende woningen voor haar bewoners te voorzien. Aangezien sprake is van verdichting en de beoogde HB 6108-5-RA-015 86
ontwikkeling aldus binnen stedelijk gebied plaats zal vinden hoeft niet gemotiveerd te worden waarom de beoogde ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen. Resumerend kan gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling binnen de systematiek van de Ladder past en sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. 4.14.4 C o n c l u s i e
Er is behoefte aan de beoogde ontwikkeling, aangezien er vraag is naar woningen om zodoende in voldoende woningen te voorzien. Deze behoefte kan worden opgevangen binnen bestaand stedelijk gebied, waardoor sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. 4.15 T r i l l i n g e n
4.15.1 A l g e m e e n
Door de ligging nabij het spoor kunnen mensen mogelijk hinder ervaren door trillingen ten gevolge van de treinen. Tevens kunnen trillingen schade aan gebouwen veroorzaken. Derhalve dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden te worden met het aspect trillingen. 4.15.2 To e t s i n g s k a d e r
In Nederland bestaat tot op heden geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen, echter betekent dit niet dat het aspect trillingen geen aandacht vergt bij ruimtelijke ontwikkelingen. De beoordeling van het aspect trillingen vindt zijn grondslag in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, waarin de zorg voor een goede ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Om een goede ruimtelijke ordening te ondersteunen dient het aspect trillingen derhalve eveneens beoordeeld te worden. Voor trillingonderzoek kan gebruikt gemaakt worden van één van de Stichting Bouwresearch (SBR) richtlijnen. Hierin is de “Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen" opgenomen, waarbij in voorliggende situatie deel B; Hinder voor personen in gebouwen het meest relevant is. Deel A, welke zich richt op schade aan gebouwen is tevens relevant, echter is de richtlijn voor deel B strenger, waardoor deze maatgevend is. Deze richtlijn besteedt veel aandacht aan het meten van trillingen en omvat daarvoor een beoordelingssystematiek. Bij hinder voor personen in gebouwen worden de trillingen gemeten op vloeren, omdat hier de hinder op kan treden.
Conform SBR richtlijn B worden voor nieuwe situaties, van toepassing op voorliggende ontwikkeling waarbij nieuwbouw beoogd is, en bij herhaald voorkomende trillingen gedurende lange tijd (waarvan bij trillingen veroorzaakt door spoorwegen sprake is) de in tabel 4.16 gegeven streefwaarden voor woningen gehanteerd.
HB 6108-5-RA-015 87
t4.16 Overzicht streefwaarden conform de Richtlijn SBR-B voor de gebouwfunctie wonen in een nieuwe situatie bij herhaald voorkomende trillingen gedurende lange tijd
Periode
A1
A2
A3
Dagperiode (07.00 – 19.00 uur)
0,1
0,4
0,05
Avondperiode (19.00 – 23.00 uur)
0,1
0,4
0,05
Nachtperiode (23.00 – 07.00 uur)
0,1
0,2
0,05
4.15.3 B e o o r d e l i n g
Vanwege het voornemen woningbouw te realiseren nabij een spoortraject vraagt het aspect trillingen om een nadere beschouwing. Hiertoe is door Peutz in 2021 onderzoek uitgevoerd naar trillingen (bijlage 9). Het doel van dit onderzoek was de optredende trillingniveaus te bepalen ter plaatse van de beoogde woningbouwlocatie. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat er niet zonder meer wordt voldaan aan de streefwaarden uit SBR-B voor de gebouwfunctie wonen in een nieuwe situatie bij herhaald voorkomende trillingen gedurende lange tijd. De gemeten trillingniveaus zijn dermate hoog dat significante hinder in de beoogde woningen 'The Grace', vanwege treinpassages, zonder het treffen van trillingreducerende maategelen niet kan worden uitgesloten. Om de uiteindelijk op de vloeren van de geprojecteerde woningen optredende trillingniveaus te kunnen voorspellen dient nader onderzoek te worden verricht middels EEM (Eindige Elementen Methode). Uit een dergelijk onderzoek kunnen maatregelen worden gespecificeerd, zoals de benodigde samenstelling en dikte van vloeren en de fundering. Voorafgaand aan de beoogde ontwikkeling zal nader onderzoek uitgevoerd worden waarmee de te nemen maatregelen, indien benodigd, worden bepaald. 4.15.4 C o n c l u s i e
Voorafgaand aan de bouw van de beoogde ontwikkeling zal nader trillingonderzoek uitgevoerd worden. Indien hieruit blijkt dat maatregelen nodig zijn zullen deze worden getroffen. Er zal als gevolg van de beoogde ontwikkeling geen sprake zijn van trillinghinder voor de omgeving. Het aspect trillingen vormt hiermee geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. 4.16 M i l i e u e ff e c t r a p p o r t a g e
4.16.1 We t t e l i j k k a d e r
Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen 'm.e.r.--plichtige activiteiten' waarvoor een volledig HB 6108-5-RA-015 88
milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en 'm.e.r.--beoordelingsplichtige activiteiten' waarbij moet worden afgewogen of sprake kan zijn van significante negatieve gevolgen voor het milieu (indien significant wordt een MER opgesteld). Op 1 september 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Hierbij zijn drempelwaarden opgenomen vanaf wanneer er voor plannen en besluiten een milieueffectrapportage opgesteld moet worden. 4.16.2 B e o o r d e l i n g
Om te kunnen beoordelen of vanuit het Besluit m.e.r. de verplichting bestaat om een m.e.r.(beoordelings)procedure te doorlopen, dient de ontwikkeling te worden getoetst aan de Cen D-lijst uit dit Besluit. De beoogde ontwikkeling van 1.411 appartementen valt in het Besluit m.e.r. onder één van de categorieën waarvoor afgewogen dient te worden of er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. De beoogde ontwikkeling valt in het kader van een stedelijk ontwikkelingsproject in het Besluit milieueffectrapportage in de D-lijst onder D.11.2 . 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Hierbij zijn drempelwaarden opgenomen vanaf wanneer een stedelijk ontwikkelingsproject een milieueffectrapportage behoeft. Er is sprake van een m.e.r.-(beoordelings)plicht in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: − een oppervlakte van 100 hectare of meer; − een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat; of − een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. Deze drempelwaarden wordt in de voorliggende situatie niet overschreden. Aangezien er voor de beoogde ontwikkeling geen directe verplichting geldt tot het opstellen van een milieueffectrapportage is er in het verleden een aanmeldingsnotitie in het kader van de vormvrije m.e.r.--beoordeling opgesteld.
Het doel van een aanmeldingsnotitie is het in beeld brengen van de milieueffecten van het voornemen en of deze zodanig zijn dat een m.e.r.--procedure (waaronder het opstellen van een MER) een toegevoegde waarde heeft op de besluitvorming. Op basis hiervan kan het bevoegd gezag beoordelen of zij voor de benodigde omgevingsvergunning een m.e.r.--procedure nodig acht. Door het bevoegd gezag is hierbij geconcludeerd dat het opstellen van een MER voor de beoogde ontwikkeling wenselijk is, aangezien belangrijk nadelige milieueffecten op voorhand niet uit te sluiten zijn, gezien de mogelijke cumulatie van milieueffecten met andere projecten binnen het deelgebied 'College Campus HS' van het CID en de ligging binnen reeds milieubelast gebied. Zoals reeds genoemd, is The Grace in het CID gelegen. Om een kwalitatief hoogwaardige ontwikkeling van het CID te stimuleren en mogelijk te maken neemt de gemeente Den Haag een aantal beleidsmatige stappen, waaronder het opstellen van een Structuurvisie CID. Om het milieubelang daarbij volwaardig mee te nemen in de besluitvorming over het CID en de keuzes die in de Structuurvisie CID worden gemaakt stelt de gemeente Den Haag een planHB 6108-5-RA-015 89
MER op. Hierin worden de milieueffecten van de totale gebiedsontwikkeling in beeld gebracht voor het jaar 2040. Om de ambities uit het plan-MER te verwezenlijken moeten in de toekomst besluiten genomen worden om concrete ontwikkelingen te realiseren, bijvoorbeeld het vaststellen van bestemmingsplannen of het verlenen van omgevingsvergunningen. Vanuit de m.e.r.--wetgeving geldt voor deze besluiten ook een m.e.r.(beoordelings)plicht en dienen afzonderlijke project-m.e.r.--procedures doorlopen te worden. The Grace is een dergelijke concrete ontwikkeling binnen het CID gebied waarvoor een m.e.r.--procedure doorlopen wordt. Voor de ontwikkelingen in de zone rondom station Hollands Spoor, waar het plangebied eveneens toe behoort, wordt thans een nieuw bestemmingsplan 'Spoorzone HS' opgesteld. Hiervoor wordt eveneens een m.e.r.-procedure doorlopen. De ontwikkeling van The Grace komt echter als eerste in ontwikkeling binnen het CID, en loopt daarmee sterk vooruit qua planning. Daarom is gekozen om een separate procedure voor The Grace te doorlopen. Om de milieuaspecten mee te wegen in de besluitvorming wordt de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r) doorlopen. Daarom is voor de ontwikkeling van The Grace door Antea een MER opgesteld. Met een MER wordt inzicht verkregen in de effecten van de voorgenomen activiteiten.
De milieugevolgen ten gevolge van de ontwikkeling van The Grace worden hiermee inzichtelijk gemaakt. Indien aan de orde, worden tevens de maatregelen ter voorkoming of beperking van eventuele milieugevolgen beschreven. Daarmee kan het bevoegd gezag (de gemeente Den Haag) die het besluit neemt over het juridisch planologisch kader voor de ontwikkeling de milieugevolgen volwaardig meewegen. In het kader van de m.e.r.--procedure is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) in maart en april 2020 zes weken ter inzage gelegd. De start van de m.e.r.--procedure begint met de kennisgeving middels de NRD. De NRD beschrijft op welke manier het milieueffectrapport (MER) voor The Grace wordt opgesteld: wat wordt onderzocht (de reikwijdte) en op welke manier worden de milieueffecten in beeld gebracht (het detailniveau). Tijdens de periode waarop dit document ter inzage heeft gelegen hebben belangstellenden en belanghebbenden de gelegenheid gehad om zienswijzen in te dienen. In totaal zijn vier zienswijzen ingediend, namelijk door de GGD, het Hoogheemraadschap van Delfland, Veiligheidsregio Haaglanden en Provincie Zuid-Holland. Met deze zienswijzen, en daaruit volgende adviezen, is rekening gehouden in de MER. 4.16.3 C o n c l u s i e
Voor de beoogde ontwikkeling is een MER opgesteld, waarmee inzicht wordt verkregen in de mogelijke effecten van de beoogde ontwikkeling op het milieu.
HB 6108-5-RA-015 90
4.17 P a r t i c i p a t i e
4.17.1 A l g e m e e n
Bij de vergunningverlening van ruimtelijke ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de verschillende belangen vanuit zowel de omgeving als de gemeente. Participatie is daarbij een middel om inzicht de krijgen in de belangen van omwonenden. Tevens kan het plan hierdoor worden verbeterd. Door de omgeving ingebrachte ideeën kunnen worden meegenomen in de planuitwerking, waarmee de kwaliteit van het plan wordt bevorderd. Daarnaast wordt hierdoor maatschappelijk draagvlak gecreëerd. Opgemerkt wordt dat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet participatie een indieningsvereiste wordt. Voor The Grace hebben diverse participatiemomenten plaatsgevonden, in voorliggende paragraaf wordt hier nader op ingegaan. 4.17.2 To e l i c h t i n g
Om maatschappelijk draagvlak en een kwalitatief hoogwaardig plan te creëren zijn door de ontwikkelaar diverse informatie- en participatiebijeenkomsten georganiseerd. Uit deze bijeenkomsten volgt dat de omwonenden uit de wijk Schipperskwartier, woonbootbewoners en de bewonersorganisatie BOLF zeer enthousiast zijn over de beoogde ontwikkeling. De huidige situatie, waarbij sprake is van een kantoorgebouw met parkeervoorzieningen ter plaatse van het plangebied, wordt als sociaal onveilig en onaangenaam ervaren. De huidige bebouwing wordt niet als passend in de omgeving qua functie en uitstraling gezien. Recentelijk zijn er bovendien diverse incidenten, waaronder brandstichting, geweest welke de leefbaarheid in de wijk niet ten goede komen. Daarnaast werd aangekaart dat de wijk Schipperskwartier thans wordt gekenmerkt door veel sociale huurwoningen, hoge werkloosheid en hoge criminaliteitscijfers. De beoogde ontwikkeling kan hierbij een positieve impuls zijn voor de wijk. Het is daarbij echter van belang dat niet enkel een mooi gebouw wordt gerealiseerd, maar dat deze ook voor verbinding en verbetering van de leefbaarheid in de wijk zorgt. Er zal veel groen toegevoegd worden en er zal een aansluiting gemaakt worden met de Trekvlietzone waar het Waterfrontpark zal verschijnen. Dit zorgt voor een hoogwaardige openbare ruimte, waar het prettig is om te verblijven.
Ook zal fietsgebruik en het gebruik van elektrische deelauto's gestimuleerd worden, welke eveneens een gunstig effect zullen hebben op de beleving van de openbare ruimte. In het participatietraject zijn samen met de buurtbewoners en de gemeente zeer prettige en constructieve gesprekken gevoerd. Deze bijeenkomsten zijn eveneens bijgewoond door een communicatieadviseur van de gemeente Den Haag. Naar aanleiding van de participatieronden zijn, onder andere ten behoeve van het bevorderen van de leefbaarheid in de wijk, diverse aanpassingen aan het ontwerp en de plannen doorgevoerd. Zo is er bijvoorbeeld ruimte gereserveerd voor een gezondheidscentrum (inclusief fysiotherapie en apotheek). Hier is door de realisatie van nieuwe woningen en reeds bestaande wachtlijsten bij huisartsen een sterke vraag naar. Daarnaast wordt de verbinding HB 6108-5-RA-015 91
van de buurt met de bewoners van The Grace gestimuleerd en mogelijk gemaakt door een gemeenschappelijke woonkamer van 300 m² tussen de torens te realiseren. Deze ruimte vormt de verbindende schakel tussen buurtbewoners, verdere omwonenden, voormalige bewoners en bewoners van The Grace. Ook wordt nar verwachting ruimte beschikbaar gesteld voor een Halal broodjeszaak, beautysalon, horecazaak met terrasfunctie aan de Bontekoekade en een fietsenzaak waar mensen met achterstand op arbeidsmarkt te werk worden gesteld. Door omwonenden is duurzaamheid bovendien als belangrijk thema aangekaart. Met dit onderwerp is bij de beoogde ontwikkeling zeker rekening mee gehouden, daar sprake zal zijn van een duurzame energievoorziening. De WKO-installatie die wordt gerealiseerd heeft daarnaast een overcapaciteit. Op verzoek van woonbootbewoners zal worden uitgezocht wat de mogelijkheden zijn om hierop aan te sluiten. Aangegeven is dat het van belang is dat bewoners voor lange termijn in The Grace kunnen blijven wonen daar een langere binding met de wijk zorgt voor meer saamhorigheid. Om hier invulling aan te geven zijn diverse voorzieningen in het complex gesitueerd en wordt het eenvoudig gemaakt om binnen het complex door te stromen. Er is daarbij voorzien in extra grote woningen waar ook gezinnen met kinderen kunnen wonen.
Er wordt bij de beoogde ontwikkeling invulling gegeven aan de wens om mensen met achterstand op de arbeidsmarkt tijdens de bouw een kans te bieden om te komen werken. Waar mogelijk zal daaraan tegemoet gekomen worden. Na oplevering zal bovendien sprake zijn van een economisch impuls. Er komen immers nieuwe bewoners bij met een stimulans voor de werkgelegenheid als gevolg door komst van de diverse commerciële functies alsmede bedrijvigheid door gebouwenbeheer, conciërgeservice, onderhoud, technische ondersteuning, schoonmaakdiensten en dergelijke. 4.17.3 C o n c l u s i e
Resumerend kan gesteld worden dat er op adequate wijze bij de planuitwerking invulling is gegeven aan het aspect participatie. Met de plannen van The Grace wordt de leefbaarheid van de omgeving enorm verbeterd, de lokale economie gestimuleerd, en wordt tegemoet gekomen aan de wensen en eisen vanuit de buurt.
HB 6108-5-RA-015 92
5
Uitvoerbaarheid
5.1 A l g e m e e n
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. 5.2 E c o n o m i s c h e u i t v o e r b a a r h e i d
De verantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer om de financiële uitvoerbaarheid te garanderen. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente zal dan ook een anterieure overeenkomst worden gesloten, waarin de kosten duidelijk worden en de financiële uitvoerbaarheid zal worden toegelicht. De initiatiefnemer zal geheel voor eigen rekening en risico overgaan tot de ontwikkeling en realisatie van het plan. 5.3 M a a t s c h a p p e l i j k e u i t v o e r b a a r h e i d
De aanvraag voor de omgevingsvergunning zal de wettelijk van toepassing zijnde procedure doorlopen, waarbij belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld om een zienswijze in te dienen. Teneinde het maatschappelijk draagvlak te vergroten zijn omwonenden geïnformeerd over de beoogde nieuwbouwontwikkeling en betrokken bij de planvorming, zie ook paragraaf 4.17. Middels informatie- en participatiebijeenkomsten werden omwonenden in de gelegenheid gesteld hun wensen en ideeën ten aanzien van de beoogde ontwikkeling te delen. Bovendien wordt geluidoverlast naar de omgeving tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden beperkt door toepassing van de hijsloodsen. Daar er meerdere ontwikkelingen voorzien zijn binnen het CID zullen de werkzaamheden worden vroegtijdig worden afgestemd met de omgeving om zodoende mogelijke overlast te voorkomen. Opgemerkt wordt dat de ontwikkeling van The Grace vooruit loopt op de overige ontwikkelingen, en dat overlast hiermee niet wordt verwacht.
Zoetermeer,
Dit rapport bevat 93 pagina's en 9 bijlagen.
HB 6108-5-RA-015 93
Bijlage 1 Akoestisch onderzoek spoorwegemplacement
HB 6108-5-RA-015 1.1
The Grace: woningbouwontwikkeling aan de Rijswijkseweg 60 te Den Haag Akoestisch onderzoek spooremplacement Hollands Spoor
Rapportnummer HB 6108-3-RA-002 d.d. 24 november 2020
The Grace: woningbouwontwikkeling aan de Rijswijkseweg 60 te Den Haag Akoestisch onderzoek spooremplacement Hollands Spoor
opdrachtgever
Included City Development B.V.
rapportnummer
H B 6 10 8- 3 - R A- 0 02
datum
2 4 n o v emb e r 2 02 0
referentie
xxx
v e r a n t w o o r d e l i j k e xxx opsteller
xxx
peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, zoetermeer@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook – zoetermeer – groningen – düsseldorf – dortmund – berlijn – nürnberg – leuven – parijs – lyon
HB 6108-3-RA-002 2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
De beoogde ontwikkeling
5
2.1
Ligging beoogde ontwikkeling
5
2.2
Beoogde ontwikkeling
5
3 3.1 4
Toetsingskader Vigerende vergunning Uitgangspunten
6 6 8
4.1
Akoestisch rekenmodel
8
4.2
Toetspunten
8
5
Rekenresultaten
10
5.1
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau
10
5.2
Piekgeluiden
11
6
Beoordeling
12
7
Conclusie
13
HB 6108-3-RA-002 3
1
Inleiding In opdracht van Included City Development B.V. is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de optredende geluidbelasting ten gevolge van het spooremplacement Hollands Spoor ter plaatse van de gevels van beoogde woningen van de ontwikkeling 'The Grace' aan de Rijswijkseweg 60 te Den Haag. Aan de orde is de ontwikkeling van een tweetal woontorens, met een hoogte van 151,5 en 181,5 meter. Het vigerende bestemmingsplan ‘Laakwijk –Schipperskwartier’, dat op 9 juli 2009 door de gemeenteraad van gemeente Den Haag is vastgesteld, voorziet niet in de beoogde ontwikkeling. Om de ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken zal een bestemmingsplan worden opgesteld. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient hierbij aangetoond te worden dat de beoogde ontwikkeling inpasbaar is in relatie tot het nabijgelegen spoorwegemplacement. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de geluidbelasting ten gevolge van het spoorwegemplacement ter plaatse van de geplande woningen en deze te toetsen aan de van toepassing zijnde geluidgrenswaarden van de omgevingsvergunning milieu van het spoorwegemplacement Hollands Spoor.
HB 6108-3-RA-002 4
2
De beoogde ontwikkeling
2.1 L i g g i n g b e o o g d e o n t w i k k e l i n g
De beoogde ontwikkeling is gelegen aan de Rijswijkseweg 60 te Den Haag, zie figuur 2.1. De beoogde ontwikkeling bevindt zich nabij het centrum van Den Haag en is in het stadsdeel Laak, in het gebied het Schipperskwartier, gelegen. Het station Den Haag Hollands Spoor is op loopafstand van de beoogde ontwikkeling gelegen. f2.1 Ligging plangebied (bron luchtfoto: Google Earth)
2.2 B e o o g d e o n t w i k k e l i n g
De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een gebouw met een tweetal woontorens en een tweetal laagbouw appartementengebouwen. Dit gebouw zal tevens ruimte bieden aan commerciële en community functies. De twee woontorens kennen een hoogte van 151,5 en 181,5 meter. De lagere toren zal parallel aan de Rijswijkseweg staan, en de hogere toren staat aan het Trekvlietpark. De woontorens zullen ruimte bieden voor circa 1.450 woningen. De plint van het gebouw zal naast woningen voorzien in circa 3.000 m2 bvo aan kantoorfuncties en 2.000 m2 bvo aan commerciële voorzieningen.
HB 6108-3-RA-002 5