RIS312358 bijlage 1
Tekst van het document
65
14 Zienswijze
14 Zienswijze
49) Citaat De gemeente en initiatiefnemer hebben de ambitie dat de nieuwe bebouwing zal voldoen aan hoge duurzaamheidseisen. Op deze wijze blijft de milieuimpact van de toekomstige bebouwing zo klein mogelijk en wordt een wezenlijke bijdrage geleverd aan de vitaliteit en gezondheid van de gebouwgebruikers. - Is er een medisch onderzoek bekend dat spreekt van verbetering van vitaliteit een gezondheid door hogere duurzaamheidseisen van nieuwbouw? Graag vernemen wij van u of er dergelijke onderzoeken bekend zijn. Zo ja zou u deze met ons willen delen? Zo nee waarom benoemt u het dan?
Duurzaamheid is een breed begrip en omvat ook gezondheidsaspecten. Uiteindelijk gaat het erom de gebouwen zodanig vorm te geven dat sprake is van een goede balans tussen comfort, gezondheid en energiebesparing. In het kader van het MER worden ook gezondheidsaspecten onderzocht.
50) Uit de beoordeling van de effecten kan volgen dat sprake is van leemten in kennis of onzekerheden. Bijvoorbeeld waar het gaat om het slagen van de mobiliteitsstrategie of de ontwikkeling van de verkeersintensiteiten binnen het studiegebied. - Wij nemen aan dat er aan deze plannen toch onderzoeken ten grondslag liggen. Bijvoorbeeld de mobiliteitstrategie en verkeersintensiteiten. Dat moet toch onderzocht zijn. Graag uitleg. De Schenkkade is een doorgangsroute ook voor Nooddiensten. (Ambulance, politie, Brandweer) De schenkkade staat vaak vast. Nooddiensten komen in problemen.
Aan het MER liggen vanzelfsprekend onderzoeken en verkeersmodellen ten grondslag. Daarbinnen is echter altijd sprake van bepaalde onzekerheidsmarges. Vandaar dat het MER een monitoringsparagraaf moet bevatten waarin wordt toegelicht op welke wijze na planrealisatie de daadwerkelijke gevolgen worden gemonitord zodat kan worden bekeken hoe deze zich verhouden tot de resultaten en conclusies uit het MER. Zo nodig kan naar aanleiding van deze monitoring worden bijgestuurd door aanvullende maatregelen te treffen.
66
4.
Advies Commissie m.e.r.
Op 15 maart 2022 heeft de Commissie m.e.r. een advies uitgebracht over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen projectMER Anna van Hannoverstraat 4.
In het MER zal worden gemotiveerd op welke wijze is omgegaan met de punten uit het advies van de Commissie m.e.r. Vooruitlopend daarop bevat deze nota een reactie op de hoofdpunten uit het advies. De Commissie beschouwt de volgende punten als essentiële informatie in het MER. Dat wil zeggen dat voor het meewegen van het milieubelang in het besluit over het bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 het MER in ieder geval onderstaande informatie moet bevatten:
Advies
Reactie
De context van het plan: Laat zien hoe het plan past binnen al vastgestelde kaders en plannen (zoals de Structuurvisie CID en de Gebiedsagenda voor de ICT-Security Campus). Maak vervolgens duidelijk wat dit plan betekent voor andere ontwikkelingen in de omgeving (zoals rond het station Den Haag Laan van NOI), ook in relatie tot de ambities voor het CID.
In het projectMER voor het bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 wordt toegelicht hoe het plan past binnen de vastgestelde kaders. Voor het totaal van de beoogde ontwikkelingen in het CID is een plan-m.e.r. procedure doorlopen gekoppeld aan de Structuurvisie CID. Het huidige programma van de herontwikkeling van SoZa maakt deel uit van het destijds in het planMER beschouwde programma voor het CID. Binnen het deelgebied ICT Security Campus zijn de overige ontwikkelingen later in de tijd gepland dan de SoZa-locatie en zijn daarom nog minder concreet. Het projectMER brengt in beeld op welke wijze de ontwikkeling van de SoZa-locatie aansluit bij de ambities voor het CID en meer specifiek het deelgebied ICT Security Campus en welke verdere optimalisaties van het plan mogelijk zijn.
67
Ambities en concrete doelen: Bied duidelijkheid over de ambities voor Anna van Hannoverstraat 4 en vertaal deze naar concrete doelen. Zo kan het MER laten zien wat de alternatieven daar aan bijdragen.
In het planuitwerkingskader zijn niet alleen de ambities, maar ook concrete doelen en uitgangspunten voor de herontwikkeling van de locatie Anna van Hannoverstraat 4 vastgelegd. In het projectMER wordt beschreven op welke wijze hier invulling aan wordt geven en (voor zover relevant) welke keuzes daar nog in te maken zijn.
Onderscheidende alternatieven: Onderzoek hoe de hoge ambities voor de locatie bereikt kunnen worden met behulp van onderscheidende alternatieven. De Commissie adviseert een mensgericht alternatief, een duurzaam alternatief en een alternatief dat uit gaat van de maximale invulling van het Planuitwerkingskader.
Met het door de gemeenteraad vastgestelde Planuitwerkingskader is er maar beperkte speelruimte voor sterk onderscheidende alternatieven. Het projectMER zal inzicht geven in de totstandkoming van het Planuitwerkingskader en de milieuoverwegingen die daarbinnen een rol hebben gespeeld. De maximale invulling van het Planuitwerkingskader vormt vervolgens het vertrekpunt voor de effectbeoordeling. Het projectMER is er met name op gericht om op basis van die effectbeoordeling de mogelijkheden voor verdere optimalisatie (beperken van mogelijk negatieve milieugevolgen en vergoten van positieve milieugevolgen) in beeld te brengen. Het betreft zowel maatregelen en optimalisaties die zijn gericht op het woon- en leefklimaat en de gezondheidssituatie (binnen en buiten het plangebied), als mogelijke maatregelen en optimalisaties vanuit duurzaamheidsoogpunt. De resultaten hiervan vormen belangrijke input voor de uitwerking van het bouwplan en zullen waar nodig worden verankerd in het bestemmingsplan.
De gevolgen van de alternatieven voor het milieu: Kijk naar de realisatieen de gebruiksfase en besteed aandacht aan windhinder, mobiliteit en gezondheidsrisico’s.
In het MER komen alle relevant effecten tijdens de gebruiksfase als de realisatiefase aan de orde, inclusief windhinder, mobiliteit en gezondheidsrisico's. De exacte uitgangspunten voor de realisatie zijn nog niet bekend. Het MER beschrijft de randvoorwaarden en mogelijke maatregelen waarmee ongewenste situaties tijdens de realisatiefase kunnen worden voorkomen.
68
69