RIS312358 bijlage 1
Tekst van het document
Daarbij verwacht ik dat dit advies een aanzet geeft om fysieke veiligheid een onderdeel van het MER en het nader op te stellen bestemmingsplan te laten zijn.
De toe te passen energieconcepten zijn nog punt van nadere uitwerking. Het MER beschrijft de mogelijkheden en daarmee samenhangende milieugevolgen op hoofdlijnen en formuleert randvoorwaarden, maatregelen en/of aandachtspunten voor de verdere uitwerking. Aspecten die te maken hebben met de fysieke veiligheid kunnen daar onderdeel van zijn.
36
11 Advies
Tenslotte blijft de VRH graag betrokken bij het verdere proces met betrekking tot de herontwikkeling van de Anna van Hannoverstraat 4 zodat de fysieke veiligheid in het gebied geborgd kan worden.
Er is een gesprek met de Veiligheidsregio ingepland.
12
Wij verzoeken u voor de waterhuishouding niet alleen het effect op de waterkwantiteit op te nemen, maar de volle breedte van de waterhuishouding te onderzoeken, zie hiervoor de Handreiking watertoets voor gemeenten via de link Watertoets ruimtelijke plannen - Delfland (hhdelfland.nl). Hierin vindt u een compleet overzicht van alle thema’s. Enkele voorbeelden hiervan zijn: het effect op de grondwaterstand, op de waterkwaliteit, op het beheer en onderhoud en op de afvalwaterketen van riolering tot zuivering en de kans op overstorten. Tevens vragen wij u daarbij een toekomsttermijn tot 2050 aan te houden en de effecten van klimaatverandering daarin mee te nemen.
Het proces van de watertoets wordt doorlopen in het kader van het bestemmingsplan. Vanzelfsprekend zullen de inhoud van het MER en de inhoud van de waterparagraaf op elkaar worden afgestemd. De effectbeoordeling in MER kan leiden tot randvoorwaarden of maatregelen die een doorvertaling krijgen in het bestemmingsplan.
1. Het MER en de onderliggende onderzoeken gaan over de voorwaarden of maatregelen binnnen het plangebied, uitgaande van sloop van het bestaande gebouw, maar reiken mogelijk ook verder naar aangrenzende bestemmingen. We zien de beoordeling graag in het kader van een zo breed mogelijke aansluiting met het omgevende stedelijk netwerk en zouden daarom graag beschreven zien hoever de uitgangspunten voor deze MER in de omgeving doorwerken. Dit geldt ook voor de milieueffecten van de sloopactiviteiten waarmee dit plan aanvangt.
In het MER wordt per omgevingsaspect (en waar relevant per criterium) de afbakening van het studiegebied onderbouwd. Voor een groot aantal omgevingsaspecten is het studiegebied aanzienlijk ruimer dan het onderzoeksgebied en omvat het ook delen van de omliggende wijken.
Advies
13 Zienswijze
37
13 Zienswijze
13 Zienswijze
13 Zienswijze
2. Behalve de criteria voor de natuur, effecten op Natura 2000, het NNN, de beschermde soorten en biodiversiteit, lijkt het ons van belang de effecten te kennen op het gebruik van de groene functies in en om het plangebied, bijvoorbeeld de ecologische verbindingszone van de Groene Schenk, en in de toekomst ook de heringerichte groenzone langs de Van Alphenstraat, zowel in de zin van "gezonde" uitloopruimte voor bewoners als in de zin van slijtage en noodzakelijke aanpassing vanwege toegenomen gebruiksdruk. Dit speelt te meer omdat de herontwikkeling van het gebied naar verwachting zal worden gevolgd door verdichting over het spoor aan de Voorburgse zijde. De vraag is of vanwege behoud van groene kwaliteiten bepaalde grenzen gesteld moeten worden, bij voorbeeld aan de bebouwingsdichtheden.
In het MER zal aandacht worden besteed aan gezondheidsaspecten die samenhangen met de verdichting als gevolg van de ontwikkeling. In het kader van het bestemmingsplan zal worden ingegaan op groenvoorzieningen en openbare ruimte. De kaders voor groen, spelen en buitensport zijn vastgelegd in de Referentienormen Maatschappelijke Voorzieningen. Dit beleid zorgt er voor dat dat er voldoende (groene) buitenruimte is in verhouding tot de verdichting die gerealiseerd wordt. Ook de kwaliteit van de inrichting en beheer is afgestemd op intensief gebruik. Dat is het hoogste niveau binnen het Haagse beleid, namelijk Hofstadkwaliteit.
De verharding binnen het plangebied zal tot ons genoegen plaats maken voor nieuw groen. De bedoeling van dit groen voor de functies die in het NRD zijn benoemd zouden we graag getoetst zien aan de succesfactren voor groen in de contexrt van een hoog stedelijke omgeving met veel hoogbouw (75m) en een intensiever gebruik van de ondergrond.
Terecht geeft indiener aan dat bij de verdichting zoals bedoeld in het CID rekening moet worden gehouden met een intensiever gebruik van openbare (groen)voorzieningen. Het beleid is de openbare ruimte zo min mogelijk te belasten met functies die ook een plek in de bebouwing kunnen krijgen, zoals autoparkeren, fietsparkeren, nutsvoorziening, afvalinzameling, etc. Daarnaast is het van belang dat er voldoende groen aanwezig is (conform Referentienormen Maatschappelijke Voorzieningen). Dit zal bij de inrichting van de openbare ruimte aan de orde komen.
Er wordt in het MER rekening gehouden met ruimte voor de energietransitie in de ondergrond. We hebben de indruk dat dit ruimtebeslag ook boven de grond zal gaan spelen en vragen daarvoor aandacht.
De toe te passen energieconcepten zijn van invloed op het ontwerp van de gebouwen, maar het ruimtebeslag in het openbaar gebied zal gering zijn (meer infrastructuur als boven de grond). Het kan wel impact hebben op de inrichtingsmogelijkheden bovengronds. In het MER zal op hoofdlijnen in worden gegaan op de mogelijke gevolgen. Nadere uitwerking en detaillering vindt plaats in het kader van het ontwerp voor de gebouwen en openbare ruimte.
38
13 Zienswijze
13 Zienswijze
13 Zienswijze
Ten aanzien van de beoogde functiemenging en de verhouding tussen wonen, voorzieningen en parkeerfasciliteiten valt ons op dat ten aanzien van het criterium gezondheid geen onderscheid wordt gemaakt naar de mobiliteitspotentie van bepaalde groepen. Dit betreft vooral ouderen en jonge gezinnen die meer afhankelijk zijn van de auto. We raden aan om op dit punt de benodigde differentiatie mee te nemen in het MER. Dit in direct verband mer de criteria voor obiliteit en bereibaarheid. Met name de vervoerskeuze, de bereikbaarheid langzaam verkeer en de verkeersveiligheid. Niet iedereen is YUP en we willen een gemengde wijk.
De verschillende doelgroepen spelen nadrukkelijk een rol in de mobiliteitsstrategie voor de locatie Anna van Hannoverstraat 4. Dit zal in het MER nader worden toegelicht.
Als het gaat om de luchtkwaliteit voorziet het MER in dit criteria voor schadelijke stoffen. Daarbij wijzen we op de nabijheid van het spoor dat een bron van fijnstof is. Wijn zijn van mening dat onderzoek in verband in het MER daarop gericht zal moeten zijn.
De emissies die samenhangen met het vervoer over het spoor zijn onderdeel van de achtergrondconcentraties en daarmee ook van de rekenmodellen die worden gebruikt om inzicht te geven in de concentraties luchtverontreinigende stoffen. De effectbeoordeling in het MER richt zich op de mogelijke gevolgen van het extra autoverkeer ten gevolge van de herontwikkeling van de locatie Anna van Hannoverstraat 4.
Voor wat betreft de ruimtelijke kwaliteit in brede zin lijkt het ons van belang om de betekenis van het stadsbeeld mee te wegen. Dit vanwege de centrumfunctie die met dit plan versterkt moet worden en daarmee verband houdend de meerwaarde van positieve identificatie en de oriëntatie op deze locatie vanuit de stedelijke omgeving.
De eisen voor de architectonische kwaliteit worden vastgelegd in een beeldkwaliteitsplan voor het gehele gebied Laan van NOI e.o. 'Typisch Haags' is daarin een belangrijk criterium. De eisen voor de architectonische kwaliteit worden vastgelegd in een beeldkwaliteitsplan voor het gehele gebied Laan van NOI e.o. Het beeldkwaliteitsplan kent een eigen traject, het gaat om een groter gebied. Hierin zullen worden meegenomen de beeldkwalteitskaders voor de herontwikkeling van SoZa. (architectuur en openbare ruimte, inclusief aansluiting daarop). Dit document wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Na vaststelling van het beeldkwaliteitsplan geldt het document als toetsingskader voor de welstand.
39
13 Zienswijze
Het MER is op basis van deze Nota van uitgangspunten niet in staat om de milieueffecten te kunnen wegen als geen vergelijking wordt gemaakt met de milieueffecten van het alternatief, te weten het (al of niet gedeeltelijke) hergebruik van het bestaande gebouw. Wij dringen er bij u op aan deze vergelijking op te nemen in deze milieueffectenrapportage.
Door de ontwikkelaar is reeds uitgebreid onderzocht wat de mogelijkheden voor het behoud van het gebouw zijn. De Raad is hierover geïnformeerd in de commissiebrief Beantwoording Technische vragen over het Planuitwerkingskader Anna van Hannoverstraat 4 (RIS 309859) waarin ook wordt verwezen naar de bijgevoegde bijlage 1, een memo van MRP SoZa B.V. van 28 juni 2019 met als onderwerp: Toekomst Hertzbergergebouw (voormalige ministerie van SZ&W). Hierin staat beschreven dat gedurende het proces naar het opstellen van een Planuitwerkingskader meerdere malen, scenario’s onderzocht zijn waarbij delen van het gebouw zijn verwerkt, dan wel behouden. Desondanks is geconcludeerd, dat het casco niet hergebruikt kan worden, als de gemeente Den Haag de doelen uit de Structuurvisie CID ten aanzien van de woningopgave, werkgelegenheid, meer groen, betere doorwaadbaarheid, een meer levendige plint met een goede aansluiting op de openbare ruimte, wil behalen. Bovendien blijkt uit de berekeningen die in het kader van die studies zijn gedaan door de ontwikkelaar, dat behoud van (delen van) het pand economisch niet haalbaar is. Wel heeft de ontwikkelaar in samenwerking met de TU Delft in beeld gebracht wat er nog met het casco kan worden gedaan vanuit circulariteit. Het beton wat bij de sloop vrij komt, zal zoveel mogelijk worden hergebruikt.
Daarmee wordt vooruitgelopen op toekomstige regelgeving waarin bij projecten 50% van de materialen hergebruikt moet worden. De ontwikkelaar wil daarop vooruit lopen door al zoveel mogelijk materiaal bij de sloop te “oogsten”, en daarbij zoveel mogelijk verschillende materialen en onderdelen te hergebruiken. Daarnaast heeft de ontwikkelaar aangegeven dat er wordt gekeken of bepaalde onderdelen van het gebouw (zoals de prefab kolommen) kunnen worden hergebruikt als herinnering aan het pand en verwijzing naar het structuralisme. Gezien de fase waarin het project nu is, is nog niet exact aan te geven of en welke onderdelen van het casco kunnen worden hergebruikt.
40
14 Zienswijze
14 Zienswijze
14 Zienswijze
1) Positief: vinden wij dat er een MER komt voor het SoZaWe-kavel. Wel dringen wij aan op regie en sturing vanuit de gemeente voor een samenhangende gebiedsinrichting voor de hele wijk (inclusief omliggende delen in Voorburg) en op milieugevolgen van de voorgenomen ontwikkeling. Daarbij zijn antwoorden op veel vragen van omwonenden en toekomstige bewoners van belang over de leefbaarheid op niet alleen het SoZaWe kavel zelf maar ook van de gehele omliggende wijk. Dit voor milieugevolgen op thema’s als geluid, trillingen, verkeershinder, stof, luchtkwaliteit, veiligheid, akoestiek, verkeersveiligheid, bereikbaarheid, hinder tijdens de (ver)bouw, en andere zaken.
In het MER wordt per omgevingsaspect (en waar relevant per criterium) de afbakening van het studiegebied onderbouwd. Voor een groot aantal omgevingsaspecten is het studiegebied aanzienlijk ruimer dan het onderzoeksgebied en omvat het ook delen van de omliggende wijken.
2) Kritisch: Het taalgebruik is niet gemakkelijk Wij danken de indiener voor de kritische kanttekeningen bij het taalgebruik. Het MER leesbaar, wat niet strookt met de intentie van de is zeker geen reclamefolder maar een serieus milieuonderzoek dat dient ter gemeente om alleen nog voor de burger leesbare ondersteuning van de besluitvorming over het bestemmingsplan. stukken te produceren. De tekst zelf is nogal onoverzichtelijk van opzet. En de inhoud is verre van neutraal te noemen, eerder te benoemen als een wervende verkoopbrochure voor de plannen van de gemeente en ontwikkelaar dan als aanzet voor serieus onderzoek. Verder ontbreken er nogal wat cijfers met bronvermelding. 3) Het uitgangspunt voor de m.e.r.-procedure - sloop van het bestaande pand en de realisatie van samengestelde blokken - is incorrect. Uitgangspunt in de Nota van Uitgangspunten bij de verkoop van het pand in 2016 was hergebruik van het pand.
Uit de onderzoeken van de ontwikkelaar blijkt dat het pand moeilijk geschikt te maken is voor wonen en andere functies. Daarbij heeft de ontwikkelaar samen met de gemeente en architect van het bestaande gebouw Herman Hertzberger onderzoek gedaan naar behoud (van delen) van het pand. Conclusie was dat dit onhaalbaar was. De gemeente zet in op het creëren van ruimte voor ontwikkeling van het station en het verbeteren van de stadsentree met ruimte voor de voetganger en de fietser. Deze ruimte wordt gecreëerd door het gedeeltelijk terugleggen van de rooilijn aan de zijde van het spoor en het realiseren van de doorsteek tussen het station en de Schenk. Hierdoor is het onontkomelijk om in ieder geval een deel van het gebouw te slopen. Daarnaast ziet
41
de gemeente dat vanuit de omgeving geredeneerd kansen om de aansluiting van de locatie op de omgeving en de zichtbaarheid van het station te vergroten.
14 Zienswijze
14 Zienswijze
5) De naam van het stuk is notitie Reikwijdte en detailniveau. Pas voor wie in het stuk duikt, wordt het duidelijk dat er een relatie is met de milieueffectrapportage (MER). Nog dieper in het stuk duikende, lijkt het op een (voorstudie voor?) een zgn. project-m.e.r. Waarom komt dit niet in de titel tot uitdrukking? Door het niet vermelden in de titel wordt het voor de burger onderdeel van een zoekplaatje: zoek de stukjes en probeer te vinden waar elk stukje bij hoort. Behoorlijk bestuur moet inhouden dat het de burger gemakkelijk wordt gemaakt zijn of haar weg te vinden in ingewikkelde gemeentelijke besluitvorming.
Het was inderdaad duidelijker geweest als de term 'milieueffectrapportage' op het voorblad van de notitie reikwijdte en detailniveau zou zijn opgenomen, zodat direct duidelijk is dat dit het startdocument voor de project-m.e.r.-procedure betreft.
6) Deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau is dus kennelijk de eerste stap in de m.e.r.-procedure, en wel meer in detail de project-MER voor het SoZaWe kavel. Klopt dat? Zo nee, hoe zit het dan wel? Zo ja, wat is de agendaplanning van de project-MER; wanneer is dit gereed & gaarne tabel 1.1. aanvullen met datums.
Het klopt dat het opstellen van de NRD de eerste stap is, in de project-m.e.r. procedure van de herontwikkeling van de SoZa-locatie. De planning is dat de uiteindelijke MER en het ontwerp-bestemmingsplan in het tweede/derde kwartaal 2022 gereed zullen zijn en in het derde kwartaal 2022 tezamen ter inzage worden gelegd
42
14 Zienswijze
14 Zienswijze
14 Zienswijze
7) Wat is de exacte status van dit stuk? Wat betekent het woord ‘definitief’ op de derde pagina? Betekent dit dat er een eerdere versie de ronde heeft gedaan? Zo ja, wanneer hadden wij als burgers daar kennis van kunnen nemen? Zo niet, wat is de procedure in deze? Gaarne aanvullen in tabel 1.1.
Definitief betekent dat het hier gaat om de versie die gereed is voor publicatie. De publicatie is in de m.e.r.-procedure het moment waarop de NRD gedeeld wordt met het publiek, waarbij het publiek in de gelegenheid wordt gesteld om zienswijzen in te dienen. Deze definitieve NRD is tot stand gekomen in samenspraak tussen de initiatiefnemer, de opsteller, inhoudelijk specialisten en het bevoegd gezag m.e.r.
8) Wanneer, waar en op welke wijze worden onze vragen en opmerkingen, alsmede de adviezen van betrokken overheidsinstanties (zoals de provincie, waterbeheerder, rijksdiensten) en de onafhankelijke Commissie voor de m.e.r., op deze Notitie verwerkt en aan het publiek bekend gemaakt? Ook gaarne aanvullen in tabel 1.1.
De zienswijzen en adviezen worden verwerkt in een Nota van Beantwoording. Deze zal door het college aan de gemeenteraad ter informatie worden aangeboden. Uiteindelijk wordt deze nota bij de vaststelling van het bestemmingsplan betrokken. Daarnaast zal deze nota aan alle indieners van zienswijzen en adviseurs worden toegezonden.
9) Citaat: “Het MER zal gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter visie worden gelegd. In het bestemmingsplan wordt gemotiveerd op welke wijze in het plan is omgegaan met de resultaten en conclusies uit het MER.” Vraag: de resultaten van het MER zullen toch eerst bekend gemaakt moeten worden, voordat er - direct een bestemmingsplan opgesteld wordt? Immers, in het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de verplichtingen op grond van het Besluit milieueffectrapportage, om de beoogde herontwikkeling planologisch mogelijk te maken. MER en bestemmingsplan zijn dus volgordelijk. Hoe gaat de gemeente dit vormgeven? Ook graag in detail aangeven in tabel 1.1.
De resultaten van het MER worden verwerkt in het ontwerp-bestemmingsplan en alle twee de stukken worden tegelijk ter inzage gelegd, conform artikelen 7.30 en 7.32 van de Wet milieubeheer.
43
10) Wanneer wordt een aanvang gemaakt met het door de gemeenteraad in december 2021 toegezegde participatieproces? En hoe verloopt de vervolgprocedure? Graag in detail opnemen in tabel 1.1. In december 2021 is door de gemeenteraad besloten dat een uitvoerig participatietraject met de omwonenden dient te worden doorlopen, waarbij invulling wordt gegeven aan de architectonische uitgangspunten, maar ook aan de gevolgen van wind, schaduwhinder, hittestress, en andere zaken. Zoals de gemeente bekend hebben wij de oplossing van hergebruik van het pand nooit verlaten. Zoals de gemeente ook bekend hebben de omwonenden de informatieavonden van de projectontwikkelaar nooit als participatieproces erkend, ondanks de onwaarheden die daarover keer op keer in officiële stukken verschijnen; dat je iets herhaalt maakt het nog niet waar! De opdracht van de Raad is daar een erkenning van. Inhoudelijke vragen: Hierna gaan wij graag dieper in op de tekst zelf. Wij hebben ervoor gekozen om telkens eerst een citaat uit de tekst te nemen en daar een opmerking en/of vraag aan te koppelen.
Voor de verdere ontwikkeling en uitwerking van het bouwplan voor deze locatie van SoZa geldt dat sprake van een formeel inspraaktraject in het kader van het bestemmingsplan en een vervolgparticipatie over de uitwerking van de plannen, zoals is aangenomen door de gemeenteraad. Over de uitwerking van de openbare ruimte is afgesproken dat hierover wordt geparticipeerd op basis van coproductie. Dit geldt ook voor de semi-publiektoegankelijke ruimte in de vastgoedontwikkeling. Verder is door de raad aangegeven dat er een participatietraject moet worden doorlopen met de buurt over de architectuur en omvang van het gebouw, over de mitigerende maatregelen m.b.t. wind- en schaduwhinder en over klimaatadaptatie (motie RIS 311028). Dit moet plaatsvinden vooraf aan het vaststellen van het bestemmingsplan. Hiervoor zal in samenspraak met de ontwikkelaar nadere bijeenkomsten georganiseerd worden in Q2/ Q3 van 2022. Daarnaast is er een participatieplan opgesteld om een en ander in goede banen te leiden.
44
14 Zienswijze
11) Citaat: Uitgangspunten herontwikkeling locatie Anna van Hannoverstraat 4 De afgelopen periode zijn door de initiatiefnemer in overleg met de gemeente Den Haag en andere belanghebbenden de uitgangspunten voor de herontwikkeling van de locatie Anna van Hannoverstraat 4 bepaald (..) Uitgangspunt voor de herontwikkeling van de locatie is de sloop van het bestaande pand en de realisatie van samengestelde blokken (…) Opmerkingen: De oorspronkelijke nota van uitgangspunten ging uit van behoud van gebouw met aanpassingen. Nergens is te vinden waarom de oorspronkelijke opdracht geheel uit deze notitie is verdwenen. Er wordt niet onderbouwd waarom sloop de oplossing is, en niet wordt aangegeven dat er ook vergelijkend MERonderzoek gedaan zal worden naar de situatie van behoud van het bestaande pand versus sloop (inclusief aan- en afvoer) en nieuwbouw (hoogbouw met 4 torens van 70 meter). En dan bedoelen wij exact verbouw van het bestaande pand met eventueel een opbouw van twee etages en nieuwe gevels. Juist voor de uitgangspunten van het MER had dit centraal moeten staan. Er is behoefte aan goede vergelijkende cijfers tussen sloop en nieuwbouw, waaronder (maar niet uitsluitend) de stikstofcijfers. Er is meerdere malen naar gevraagd een dergelijk onderzoek uit te voeren maar hier is nooit gehoor aan gegeven.
Nu gaat ook deze notitie uit van (deels) onjuiste en onvolledige aannames en veronderstellingen. Wij verzoeken deze vergelijking tussen sloop en verbouw alsnog te gaan maken en uitwerken, en onderdeel te laten zijn van het participatieproces (zie punt 10). Gaarne reactie op bovenstaande.
Het MER en het daaraan gekoppelde bestemmingsplan zijn gebaseerd op de kaders uit het vastgestelde geamendeerde PUK (d.d. 16-12-2021). Uitgangspunt hierin is sloopnieuwbouw. Deze vergelijking wordt in het kader van het MER niet opnieuw gedaan. In het kader van het MER is de bestaande situatie met bestaand gebouw wel het referentiesituatie, waarmee de varianten worden vergeleken.
45
14 Zienswijze
12) Op dit moment is een motie aangenomen om te onderzoeken of het casco van SoZa behouden kan blijven, zodat herontwikkeling kan plaatvinden. Hoe gaat dit meegenomen worden in de project-m.e.r.? Hoe zal de vergelijking nieuwbouw vs herontwikkeling worden ingebouwd? Graag de resultaten naar behoud casco en alle bijbehorende cijfers. Citaat: VORM Ontwikkeling wil het gebouw en de directe omgeving daarvan herontwikkelen tot een nieuwe stadsentree met een mix van wonen en werken. Naast woningen en werkplekken komt er ruimte voor ontmoetingen, voorzieningen, een volwaardig stationsplein, veel groen en betere verbindingen naar de wijken.
Door de ontwikkelaar is reeds uitgebreid onderzocht wat de mogelijkheden voor het behoud van het gebouw zijn. De Raad is hierover geïnformeerd in de commissiebrief Beantwoording Technische vragen over het Planuitwerkingskader Anna van Hannoverstraat 4 (RIS 309859) waarin ook wordt verwezen naar de bijgevoegde bijlage 1, een memo van MRP SoZa B.V. van 28 juni 2019 met als onderwerp: Toekomst Hertzbergergebouw (voormalige ministerie van SZ&W). Hierin staat beschreven dat gedurende het proces naar het opstellen van een Planuitwerkingskader meerdere malen, scenario’s onderzocht zijn waarbij delen van het gebouw zijn verwerkt danwel behouden. Desondanks is geconcludeerd, dat het casco niet in zijn geheel intact kan blijven, als de gemeente Den Haag de doelen uit de Structuurvisie CID ten aanzien van de woningopgave, werkgelegenheid, meer groen, betere doorwaadbaarheid, een meer levendige plint met een goede aansluiting op de openbare ruimte, wil behalen. Bovendien blijkt uit de berekeningen die in het kader van die studies zijn gedaan door de ontwikkelaar, dat behoud van (delen van) het pand economisch niet haalbaar is. Wel heeft de ontwikkelaar in samenwerking met de TU Delft in beeld gebracht wat er nog met het casco kan worden gedaan vanuit circulariteit. Het beton wat bij de sloop vrij komt, zal zoveel mogelijk worden hergebruikt.
Daarmee wordt vooruitgelopen op toekomstige regelgeving waarin bij projecten 50% van de materialen hergebruikt moet worden. De ontwikkelaar wil daarop vooruit lopen door al zoveel mogelijk materiaal bij de sloop te “oogsten”, en daarbij zoveel mogelijk verschillende materialen en onderdelen te hergebruiken. Daarnaast heeft de ontwikkelaar aangegeven dat er wordt gekeken of bepaalde onderdelen van het gebouw (zoals de prefab kolommen) kunnen worden hergebruikt als herinnering aan het pand en verwijzing naar het structuralisme. Gezien de fase waarin het project nu is, is nog niet exact aan te geven of en welke onderdelen van het casco kunnen worden hergebruikt.
46
14 Zienswijze
14 Zienswijze
14 Zienswijze
14 Zienswijze
13) Citaat: VORM Ontwikkeling wil het gebouw en de directe omgeving daarvan herontwikkelen tot een nieuwe stadsentree met een mix van wonen en werken. Naast woningen en werkplekken komt er ruimte voor ontmoetingen, voorzieningen, een volwaardig stationsplein, veel groen en betere verbindingen naar de wijken. 13) Kunt u alle herontwikkelingen in de directe omgeving van SoZA benoemen en duidelijk omschrijven, inclusief tijdpad? Dit geldt ook voor de openbare ruimte.
Ontwikkelingen die voldoende concreet zijn, zullen in het (ontwerp)bestemmingsplan en het MER worden aangegeven.
14) Kunt u aangeven of er voor de herontwikkeling van de openbare ruimte nog een participatie proces komt? (Dit ook in relatie tot punt 10.) Zo ja wanneer kunnen wij dat verwachten? Zo nee waarom wordt er voor gekozen de wijk niet bij de plannen te betrekken?
Participatie over de herontwikkeling van de openbare ruimte gaat plaatsvinden en belanghebbenden worden daarvoor uitgenodigd. Zie ook reactie onder 10.
15) Tevens zouden wij graag van de gemeente willen vernemen waarom zij denken dat een projectontwikkelaar verantwoordelijk is voor het ontwikkelen van de openbare ruimte? Voor de ontwikkeling van de openbare ruimte inclusief de ecologische Schenkstrook heeft om te beginnen geen participatie plaats gevonden.
Deze zienswijze ziet niet toe op de NRD. Indien een particulier initiatiefnemer een deel van de toekomstige openbare ruimte ontwerpt moet hij/zij voldoen aan de daarvoor door de gemeente gestelde eisen. Het gaat om de onderdelen van de toekomstige openbare ruimte, die momenteel in eigendom zijn van de initiatiefnemer. Deze gronden worden als openbare ruimte overgedragen aan de gemeente. De gemeente is dan eindverantwoordelijk voor de openbare ruimte.
16) Kunt u ons uitleggen wat een volwaardig stationsplein is? Zijn er ook wettelijke richtlijnen tot het inrichten van een stationsplein? Zo ja welke?
Aangezien het stationsplein zelf geen onderdeel vormt van het bestemmingsplan/MER, zijn de eventuele definitie of richtlijnen hiervoor op dit moment niet relevant.
47
14 Zienswijze
14 Zienswijze
14 Zienswijze
17) Wat houdt ruimte voor ontmoetingen in? Ontmoetingen bij een stationsplein houden per definitie een veiligheidsrisico in; heeft het bureau veiligheid daar onderzoek naar gedaan? Zo ja; welk? Zo nee; waarom niet? Is hierover overleg met de NS? Zo ja, hoe? Zo nee, zou dat niet moeten?
Ruimte voor ontmoeting kan in de openbare ruimte (bankje, terras) en in gebouwen zijn (bijvoorbeeld een café of een buurthuis). Het zijn plekken waar je kunt verblijven (rusten, bijpraten met een bekende, etc). Door de grotere mix van functies wordt de sociale veiligheid in het gebied vergroot.
18) Veel groen. Wij zijn erg benieuwd waar dat vele groen gaat komen. Indien een kavel geheel volgebouwd wordt, en er in nisjes bomen of struiken worden geplaatst is dit in onze optiek geen “veel groen” Graag zien wij een gedetailleerd plan waar het vele groen gesitueerd gaat worden in de openbare ruimte. Bent u in bezit van een beplantingschema? Zo ja; wilt u dat met ons delen? Zo nee; wat is de reden dat de suggestie van ‘veel groen’ in de notitie wordt opgenomen?
Het groen zal uitgewerkt worden in het kader van het bouwplan wat gemaakt gaat worden en het inrichtingsplan voor de buitenruimte. Het bouwplan zal daktuinen gaan bevatten, een openbare ruimte waar bomen in de volle grond geplaatst worden aan de Schenkzijde en daken met geheel of gedeeltelijk groen. Er zijn dus een aantal grotere ruimten waar groen komt. De openbare ruimte wordt bovendien samen met buurtbewoners ontworpen, conform de afdoening van het amendement,
19) Citaat: In het PUK is een bandbreedte van 1.000 – 1.200 voor het aantal woningen opgenomen. In het MER wordt uitgegaan van 1.000 - 1.320 woningen (bovengrens van 1.200 woningen uit het PUK + 10%, zie nadere toelichting in paragraaf 2.5.2). In de PUK wordt gesproken van een grens bij 1200 woningen. Er wordt geen uitloop van 10 procent genoemd. Wethouder Mulder heeft aangegeven dat de overheid een betrouwbare overheid dient te zijn. Wil u de 10 procent uitloop uit het stuk schrappen?
Het MER legt geen uitgangspunten vast, maar onderzoekt slechts de eventuele ruimte voor en consequenties van programmatische keuzes. Uiteindelijk zal in het bestemmingsplan worden gemotiveerd op welke wijze wordt omgegaan met de uitkomsten uit het MER. Daarbij wordt wel opgemerkt dat het totale oppervlakte (m2 functioneel bovengronds BVO) zoals vastgelegd in het PUK een hard uitgangspunt vormt voor het MER.
48
14 Zienswijze
20) Citaat: Gezien de afstand van de locatie Anna van Hannoverstraat 4 tot omliggende Natura2000gebieden kunnen voor de meeste criteria significante negatieve effecten op voorhand worden uitgesloten. Dat geldt niet voor de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden. In een overbelaste situatie kan een kleine depositietoename op grote afstand al leiden tot significante negatieve effecten. In het kader van het bestemmingsplan en MER wordt onderzoek gedaan naar de gevolgen van de herontwikkeling van de locatie Anna van Hannoverstraat 4 voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000. Daarbij wordt zowel de gebruiksfase als de aanlegfase beschouwd. Op basis van de resultaten van het onderzoek stikstofdepositie wordt bekeken of een passende beoordeling noodzakelijk is. Mocht dat het geval zijn, dan wordt de passende beoordeling opgenomen in het MER voor de locatie Anna van Hannoverstraat 4. Omtrent stikstofdepositie en CO2 uitstoot is de werkgroep van oordeel dat de afstanden tot het Haagse Bos, de ecologische Schenkstrook, Landgoed Reijgersbergen en Landgoed Clingendael in de berekeningen moeten worden meegenomen of meetellen. De schadelijke effecten door nieuwbouw voor deze belangrijke groene aders van de stad zijn naar ons inziens ongewenst, maar worden nergens genoemd of besproken.
De betreffende passage uit de NRD ziet op de formele koppeling tussen een eventuele passende beoordeling en planMER. Daarbij zijn uitsluitend de mogelijk gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden van belang (een depositietoename binnen natuurgebieden die geen onderdeel zijn van het Natura 2000-netwerk leiden niet tot een passende beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming). Het onderzoek stikstofdepositie is onderdeel van het MER en het bestemmingsplan.
49
Ter verduidelijking een afbeelding van de natuurgebieden aanwezig in een straal van 3 km van bouwkavel SoZa tot de verschillende groengebieden in de stad. Het natura 2000 gebied bij de Waalsdorpervlakte wordt geschampt met slechts 100 meter afstand tot de grens. - Zullen de negatieve mileuegevolgen van de projecten niet veel groter zijn dan tot nu toe wordt voorgerekend?
50
14 Zienswijze
14 Zienswijze
14 Zienswijze
21) Hoe gaan de onderzoeken naar toename van stikstofdepositie ten gevolge van de bouw ontwikkeling van de SoZakavel plaatsvinden? Wie is verantwoordelijk voor dit onderzoek? Wie gaat het onderzoek uitvoeren? De werkgroep wil op de hoogte gehouden worden van werkwijze en resultaten van het onderzoek. Wij verzoeken een neutrale derde partij (milieuorganisatie) in te schakelen om mee te kijken hoe er met de resultaten wordt omgegaan en hoe eventuele aanpassingen plaats zullen vinden.
In het MER en het onderliggende onderzoek wordt niet alleen de gebruiksfase (na realisatie) in beeld gebracht maar ook inzicht gegeven in de gevolgen die samenhangen met de sloop- en bouwwerkzaamheden. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een deskundig bureau en zal bij de stukken ter inzage worden gelegd. De inhoud van het onderzoek wordt getoetst door de Omgevingsdienst Haaglanden.
22) Nog vreemder is dat op circa 80 meter van de bouwkavel SoZa aan de andere kant van het spoor ook een grote herontwikkeling gaat plaatsvinden. Met woning en kantoorbouw met dezelfde doelstelling. Het behoort mede tot de CID plannen voor station NOI. De bouw zal tegelijkertijd plaatsvinden met de SoZa kavel. - Waarom wordt deze ontwikkelingen los gezien van elkaar? Wij verzoeken beide ontwikkelingen, die tot één gebiedsontwikkeling dienen, als één te zien, en bij elkaar op te tellen om de juiste cijfers te krijgen.
Er wordt ook voor de andere kant van het spoor gestudeerd op verdichtingsplannen. De planvorming voor de spoorzone Van Alphenstraat zijn echter nog in een minder ver gevorderd stadium. Er wordt momenteel gestart met een NvU voor het gehele gebied rond Laan van NOI, waar deze zone ook een onderdeel van is. De herontwikkeling van SoZa zoals opgenomen in het vastgestelde geamendeerde PUK is hierin een gegeven.
23) Citaat Het noordoostelijke deel van het bestaande gebouw staat leeg (gedeeltelijk anti-kraak). - Waarom heeft de projectontwikkelaar er, ondanks de volgens de gemeente grote behoefte aan woonen kantoorruimte, voor gekozen de helft van het pand leeg te laten staan en te verwaarlozen?
Het noordoostelijke gedeelte van het gebouw bevat momenteel enkele antikraakpartijen en wordt verhuurd als filmset. Momenteel wordt bekeken of er geholpen kan worden met de opvang van vluchtelingen uit de Oekraïne, in dit deel van het gebouw.
51
14 Zienswijze
24) Opmerking bij figuur 2.1. en 2.2. De werkgroep heeft een probleem met de grensstelling van het plan. De groene Schenkstrook, ecologische zone, is geen onderdeel van het CID plan, en ook geen eigendom van Vorm. Het behoort tot een van de weinige openbaar groen voorzieningen van de wijk Bezuidenhout. Wij zien liever niet dat projectontwikkelaars zich met onze openbare groenvoorziening bemoeien. - Wij verzoeken de gemeente en de projectontwikkelaar de rooilijnen volgens de kadasterkaart te respecteren.
In de NRD zijn grenzen voor het onderzoeksgebied vastgesteld, dit betreft niet de rooilijn.
25) Citaat Tot slot ligt op de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan over de locatie Anna van Hanoverstraat 4 en de directe omgeving een ‘vrijwaringszone – straalpad’ waarbinnen het verboden is om bouwwerken op te richten die hoger zijn dan 60 meter. Naar onze mening is de maximale bouwhoogte nu vastgesteld op 30 meter met een uitloop van 10 procent. - Kunt u uitleggen hoe u aan de in het citaat genoemde cijfers komt (60m)? Waarom wordt de vastgelegde norm qua hoogte niet gerespecteerd? Kunt ons uitleggen wat “de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan is”?
In artikel 31.4 van het vigerende bestemmingsplan Bezuidenhout (vrijwaringszone straalpad) is opgenomen dat "het niet is toegestaan bouwwerken op te richten die hoger zijn dan 60 meter". Deze hoogte is bepaald o.b.v. het functioneren van het straalpad; niet de huidige hoogte van de bebouwing. De maximale bouwhoogte in het vigerende bestemmingsplan bedraagt voor het grootste deel van het bestaande gebouw 31 meter. In het nieuwe bestemmingsplan is de maximale bouwhoogte groter dan 60 meter. Hierover zijn afspraken gemaakt tussen de ontwikkelaar en de partij die verantwoordelijk is voor het straalpad. Door het treffen van technische maatregelen vormt de ontwikkeling geen belemmering voor het straalpad tijdens de bouw en erna. In de Agenda ruimte voor de stad heeft de Raad besloten om te verdichten binnen bestaand stedelijk gebied rondom de drie grote intercity-stations. In de gebiedsagenda Den Haag Laan van NOI is door het College vastgesteld dat op deze locatie meer bouwhoogte dan 60 m acceptabel is. De verbeelding van het vigerende bestemmingsplan is de tekening die hoort bij de regels van het op dit moment geldende bestemmingsplan. Deze is te vinden op www.ruimtelijkeplannen.nl
52
14 Zienswijze
14 Zienswijze
14 Zienswijze
26) Citaat Een internationaal toonaangevend cluster rond thema Security, ICT - Tech en diverse hubs, hoofdkantoren en financiële instellingen, met doorloop naar het Beatrixkwartier. - Wat is de definitie zien van de term “Een internationaal toonaangevend cluster”? Kan hierover nadere uitleg worden gegeven in het kader van de plannen rondom SoZaWe?
Dit ziet niet toe op de NRD. Een en ander is wel nader toegelicht in de structuurvisie CID.
27) Zijn er schriftelijke afspraken of toezeggingen van internationale bedrijven om zich op deze locatie te vestigen? - Kunt u ons uitleggen wat een Europees veiligheid Cluster is? Wordt er gebouwd voor het internationale organisatie of een erkende afgeleide ervan?
Er zijn op dit moment geen afspraken of toezeggingen waar u naar verwijst.
28) Citaat: De zones aan weerszijden van het spoor worden ontwikkeld tot één campusgebied met het station als hart. - Zie ook onze vraag 22. Aangezien dit gebied wordt ontwikkeld tot één campusgebied, dienen alle cijfers omtrent het MER samen beoordeeld te worden. In de tekst zelf wordt aangegeven dat de twee ontwikkelingsgebieden niet los van elkaar gezien kunnen worden. Dan dienen dus ook cijfers zoals verkeersafhandeling, uitstoot van CO2 en Stikstof etc. bij elkaar gevoegd te worden om tot een daadwerkelijk resultaat te komen.
De herontwikkeling van de Anna van Hannoverstraat is een onderdeel van de ontwikkeling van het CID in Den Haag. Voor het totaal van de beoogde ontwikkelingen in het CID is een plan-m.e.r. procedure doorlopen gekoppeld aan de Structuurvisie CID. (zie advies 3403 van de commissie MER.) Daarin is, na aanvulling van gegevens door de gemeente, geconstateerd dat de beoogde ontwikkelingen in het gebied, onder voorwaarden mogelijk zijn. Het huidige programma van de herontwikkeling van SoZa maakt deel uit van het destijds in de plan-MER doorgerekende programma voor het CID. Binnen het deelgebied ICT Security Campus zijn de overige ontwikkelingen later in de tijd gepland dan de SoZa-locatie en zijn daarom nog minder concreet. Het ligt niet in de rede om nu een project-m.e.r met een vergelijkbaar detailniveau op stellen voor het gehele deelgebied. Het studiegebied van het project-m.e.r. reikt echter verder dan de grenzen van het kavel en waar mogelijk moeten cumulatie en samenhang met het overige beoogde programma in het deelgebied uiteraard in de onderzoeken betrokken worden.
53
14 Zienswijze
14 Zienswijze
29) Citaat Het station als hart. Is het niet vreemd om het station als hart te nemen als er niets bekend is omtrent verbetering of nieuwe ontwerpen van het station? In dit stadium is ons niets bekend. - Heeft de NS plannen of ontwerpen betreffende station Laan van NOI? - Heeft de gemeente plannen of ontwerpen betreffende station Laan van NOI? Zo ja, zou u deze met ons willen delen? Zo nee, waarom niet?
De uitspraken waar indiener op reageert zijn ontleend aan de vastgestelde structuurvisie CID en vormen daarmee de uitgangspunten van de gemeente voor de toekomstige ontwikkeling van station Laan van NOI en omgeving. Ze maken geen onderdeel uit van de toetsing in de project-MER. Wanneer voor deze ruimtelijke ambities concrete plannen worden gemaakt, worden deze uiteraard gedeeld met de omgeving.
30) Citaat: De gemeente zet in op het structureel verbeteren van de verbindingen binnen de stadscampus, onder andere door het opheffen van het spoor als barrière. Deze belangrijke spoorlijn die economisch van groot belang is gaat niet verdwijnen; en zelfs uitbreiden in de toekomst. Van opheffen van het spoor kan dus geen sprake zijn. Op dit moment werkt de NS/Prorail niet mee aan doorgangen onder het spoor. Daaruit kunnen wij concluderen dat dergelijke ingrepen in de nabije toekomst niet gaan plaats vinden. - Hoe denkt de gemeente het spoor op te heffen als barrière? Zijn daar plannen voor? Zo ja, zou u deze plannen met ons willen delen? Zo nee, waarom niet?
De gemeente heeft hiermee bedoeld de oversteekbaarheid van het spoor te verbeteren. Daartoe onderzoekt de gemeente samen met de spoorse partijen (NS Stations en ProRail) of het mogelijk is om bijvoorbeeld extra spooronderdoorgangen te realiseren in het gebied of om de huidige onderdoorgangen te verbeteren. Wanneer deze tot concrete plannen leiden, zullen die met de omgeving worden gedeeld.
54
14 Zienswijze
31) Citaat: Het station wordt een toegangspoort met allure voor zowel Leidschendam-Voorburg als het CID in Den Haag. Zoals al gemeld zijn er geen plannen bekend voor het vernieuwen van het station. - Hoe gaat de gemeente een toegangspoort van allure creëren. met het ontbreken van ruimte daarvoor? Graag krijgen wij inzage in de plannen.
Zie het eerdere antwoord bij punt 29.
55
14 Zienswijze
32) Citaat: goed ingepaste hoogbouw met levendige plinten en veel aandacht voor vergroening en verduurzaming van de omgeving. Het hoogbouwcluster bij het station heeft een evenwichtige hoogteopbouw, die in principe moet voldoen aan het gemeentelijk beleid voor bezonning en wind en de gestelde uitgangspunten uit het planuitwerkingskader voor deze ontwikkeling. Hier is geen sprake van ‘goed ingepaste hoogbouw’ aangezien er in de nabije omgeving geen dergelijke bouwhoogten zijn toegepast. De hoogte sluit op geen enkele wijze aan bij de twee aangrenzende woonwijken waardoor het plan zelf als een barrière gaat werken. Dit is al duidelijk waarneembaar bij de wat verder gelegen Beatrixlaan. De grove architectuur van de hoogbouw aan de Beatrixlaan steekt schril af bij het vriendelijke karakter van de omliggende straten met oudbouw. Bijna nergens is aansluiting te vinden. Ook voldoet de genoemde ‘evenwichtige hoogteopbouw’ op dit moment niet aan het gemeentelijk beleid voor bezonning, wind en geluid. ‘Vergroening’ is in dit geval een misleidende term. In de volksmond wordt bij vergroening gedacht aan bomen en park met vrije ruimten. Dit is hier uiteraard niet het geval. - Welke maatregelen gaat de gemeente nemen om te zorgen dat het plan wel aan normen gaat voldoen inzake onze bovengenoemde punten?
De gemeenteraad heeft de keuze gemaakt te verdichten rondom de stations met de Agenda Ruimte voor Stad. Dat is nogmaals bevestigd de structuurvisie CID en de gebiedsagenda Den Haag Laan van NOI. Bij NOI is er voor gekozen de hoogste bebouwing op een groot mogelijke afstand van de bestaande woonbuurten te realiseren. De bouwhoogte loopt hierdoor vanuit de rand van Bezuidenhout op richting het spoor en bouwt daarna weer af richting Voorburg Noord. De eerste bebouwing aan de Schenk sluit qua bouwhoogte aan op het naastgelegen HeadQuarter gebouw. De hoogbouw wordt vormgegeven in de vorm van torens conform de Nota Haagse hoogbouw, zodat ook licht en lucht tussen de hoogbouwelementen aanwezig is. De hoogbouw accentueert de aanwezigheid van het station, zoals er meer stedenbouwkundige hoogte-accenten zijn in binnen het CID bij onder ander de andere stations, maar ook op belangrijke hoeken zoals de die van Prinses Beatrixlaan (WTC). Bij het ter inzage leggen van het ontwerp bestemmingsplan wordt een bestemmingsplan voorgelegd, waarbinnen een bouwplan gerealiseerd kan worden dat aansluit op het beleid voor bezonning en windhinder. De afspraken hierover zijn terug te vinden in het vastgestelde geamendeerde PUK Anna van Hannoverstraat 4. De onderzoeken hiervoor worden in het kader van het bestemmingsplan en MER geüpdatet. M.b.t.
geluid: er wordt op meerdere locaties in Den Haag tegen of nabij het spoor gebouwd. Uiteraard is uitgangspunt dat aan de wettelijke regels wordt voldaan. Zo nodig wordt ontheffing voor hogere waarde aangevraagd. Bij de herontwikkeling van SoZa zullen in de openbare ruimte bomen worden toegevoegd. In het bestemmingsplan zal worden opgenomen welke maatregelen worden getroffen om aan de groennormering voor deze herontwikkeling te voldoen.
56
14 Zienswijze
14 Zienswijze
33) Citaat Uitgangspunt voor de ontwikkelingen binnen het gebied is een evenwichtig programma van wonen, werken en voorzieningen. Goede oplossingen voor onder andere mobiliteit en parkeren (gerelateerd aan OVgeoriënteerd bouwen - Autobezit zal er hoe dan ook komen. Er zijn zeer goede en nabije uitvalswegen. Waarom worden deze in de (OV-georiënteerde) plannen genegeerd?
De gemeente Den Haag verdicht binnen de bestaande grenzen. Om de stad bereikbaar te houden zet Den Haag in op nabijheid – en het niet snel lange afstanden kunnen afleggen. Met de nadruk op voet, fiets en het ov. Het is de ambitie om de groei van mobiliteit in een groeiende stad op te vangen zonder een toename van het autoverkeer. De stad blijft bereikbaar met de auto, daarom wordt er in het CID gebied gewerkt met parkeernormen die recht doen aan het te verwachten autobezit.
34) Citaat Er is een gebrek aan levendigheid in het gebied gedurende de dag door de monofunctionele bebouwing in de zone tussen het spoor en de Schenkkade. Het tijdelijke gebruik van het bestaande pand zorgt op dit moment al voor meer levendigheid; - De monofunctionaliteit van het gebouw is betrekkelijk. Het is destijds ingericht als ministerie. Maar het systeem van het gebouw maakt verandering zeer mogelijk. Bureau Hertzberger heeft hiervoor de plannen ook al klaarliggen. Wij verwijzen hier naar onze punten 3, 10, 11 en 12.
Zie ook de reactie op punt 3 en 11. Met monofunctionele bebouwing wordt hier niet alleen SoZa bedoeld maar alle kantoorgebouwen tussen de Schenk en het spoor. Het vigerende bestemmingsplan staat in deze hele zone (vrijwel) alleen kantoorfuncties toe. De herontwikkeling van SoZa is een eerste stap waarbij me ook juridisch planologisch mogelijk willen maken dat er een gemengd programma in het gebied gaat ontstaan. Voor de huidige andere functies in SoZa hebben is voorheen afgeweken van het bestemmingsplan.
57
14
35) Citaat Het bestaande gebouw ligt als een gesloten burcht in de stad. De plint is voor een deel afgesloten door muren. Het gebouw toonde op geen enkele manier de achterliggende collectieve functies, zoals de vergaderzalen en het restaurant. Dit is voor tijdelijk gebruik op enkele punten aangepast. Op de hoeken aan de spoorzijde bepalen onaantrekkelijke arcades het beeld. Het gesloten karakter wordt versterkt doordat het totale complex maar één entree heeft. Inmiddels wordt in de tijdelijke situatie gewerkt aan het toevoegen van entrees. Aan de Schenkkade is het gebouw ooit ontworpen als een gebouw in een groene setting, nu wordt het beeld op de hoeken bepaald door parkeren en een tankstation; Dit citaat uit de oorspronkelijke Nota van Uitgangspunten uit 2016 toont dat men van de intentie tot hergebruik van het pand – dus – op de hoogte is. Bovenstaand citaat is immers afkomstig uit genoemde Nota, en was daarin opgenomen om aan te geven waar knelpunten zitten die bij aanpassing van het gebouw opgelost dienden (en: dienen) te worden. En waarbij de uitgangspositie was: “Het gebouw van SZW is een ontwerp van architectuurstudio Herman Hertzberger en is één van de toonaangevende gebouwen van het structuralisme in Nederland.
Het bestaande betonskelet is bruikbaar voor mogelijke nieuwe invullingen.” Overigens is er de afgelopen jaren (na de verkoop) voor gekozen om deze omgeving steeds verder te laten verrommelen met illegaal geplaatste fietsrekken e.d. De arcades zijn bedoeld om een scherpe hoek in de route af te snijden. En er is hier gedacht aan menselijk gedrag. Door de arcade heeft men meteen zicht op de omgeving in de richting van de wijk. Dit is een zeer slimme oplossing. Tevens leent de arcade zich als
Door de ontwikkelaar is reeds uitgebreid onderzocht wat de mogelijkheden voor het behoud van het gebouw zijn. De Raad is hierover geïnformeerd in de commissiebrief Beantwoording Technische vragen over het Planuitwerkingskader Anna van Hannoverstraat 4 (RIS 309859) waarin ook wordt verwezen naar de bijgevoegde bijlage 1, een memo van MRP SoZa B.V. van 28 juni 2019 met als onderwerp: Toekomst Hertzbergergebouw (voormalige ministerie van SZ&W). Hierin staat beschreven dat gedurende het proces naar het opstellen van een Planuitwerkingskader meerdere malen, scenario’s onderzocht zijn waarbij delen van het gebouw zijn verwerkt danwel behouden. Desondanks is geconcludeerd, dat het casco niet in zijn geheel intact kan blijven, als de gemeente Den Haag de doelen uit de Structuurvisie CID ten aanzien van d woningopgave, werkgelegenheid, meer groen, betere doorwaadbaarheid, een meer levendige plint met een goede aansluiting op de openbare ruimte, wil behalen. Bovendien blijkt uit de berekeningen die in het kader van die studies zijn gedaan door de ontwikkelaar, dat behoud van (delen van) het pand economisch niet haalbaar is. Wel heeft de ontwikkelaar in samenwerking met de TU Delft in beeld gebracht wat er nog met het casco kan worden gedaan vanuit circulariteit. Het beton wat bij de sloop vrij komt, zal zoveel mogelijk worden hergebruikt.
Daarmee wordt vooruitgelopen op toekomstige regelgeving waarin bij projecten 50% van de materialen hergebruikt moet worden. De ontwikkelaar wil daarop vooruit lopen door al zoveel mogelijk materiaal bij de sloop te “oogsten”, en daarbij zoveel mogelijk verschillende materialen en onderdelen te hergebruiken. Daarnaast heeft de ontwikkelaar aangegeven dat er wordt gekeken of bepaalde onderdelen van het gebouw (zoals de prefab kolommen) kunnen worden hergebruikt als herinnering aan het pand en verwijzing naar het structuralisme. Gezien de fase waarin het project nu is, is nog niet exact aan te geven of en welke onderdelen van het casco kunnen worden behouden cq hergebruikt.
58
schuilplaats bij slecht weer. Tenslotte: Het tankstation staat er sinds de jaren dertig. In de plannen met hoogbouw verdwijnt dit niet. - Wij verwijzen hier naar onze punten 3, 10, 11 en 12 en verzoeken om gedegen onderzoek naar behoud casco en dit als serieuze optie voor te leggen in het op te starten participatieproces.
59
14 Zienswijze
14 Zienswijze
14 Zienswijze
36) De grote massa van het gebouw zorgt ervoor dat het station vanaf de Schenkkade niet zichtbaar en daardoor slecht vindbaar is. In tijden van google earth, routeplanners, smart phones, online wandelroutes e.d is het onmogelijk om het station niet te vinden. Betere bewegwijzering is natuurlijk altijd mogelijk mocht er daadwerkelijk sprake zijn van slechte vindbaarheid. - Als dit gebouw met een hoogte van 30 meter een ‘grote massa’ vormt hoe benoemt men dan een nieuw plan met torens van 70 meter en plinten van 30 meter?
Deze reactie ziet niet op de NRD. Daarnaast komt er een zichtlijn tussen de gebouwdelen in richting het station Laan van NOI.
37) Citaat De ontwikkeling van een innovatiever klimaat en bruisender gebied door functiemenging; -Dit is een aanname die de werkgroep SoZaWe niet deelt. Een bruisend gebied is ongewenst. Overlast dient ten alle tijden te worden voorkomen. De locatie grenst aan twee woonwijken en is niet geschikt om als festival plek te dienen of van lawaaierige kroegen te worden voorzien.
Deze reactie ziet niet op de NRD. We doelen hiermee op meer levendigheid gedurende de dag en week. Nu is het gebied buiten kantooruren vrij verlaten. Door functiemenging komt er ook buiten kantooruren levendigheid: wonen en diverse commerciële en maatschappelijke voorzieningen. Dit zorgt voor meer sociale veiligheid voor mensen die richting het station gaan of er vandaan komen. Het gaat niet over de organisatie van festivals.
38) Citaat Verbetering van de kwaliteit en vergroening van de openbare ruimte - We hebben hier al een ecologische zone. Blijf daar van af!
Deze reactie ziet niet op de NRD. Zie ook de eerdere reactie over het niet overschrijden van de rooilijn.
60
14 Zienswijze
14 Zienswijze
14 Zienswijze
39) Citaat Verbeteren van de bewandelbaarheid van het gebied door meer adressen en bestemmingen - We begrijpen deze zin niet. Kunt u ons iets meer duidelijkheid verschaffen waardoor bewandelbaarheid verbeterd door adressen toe te voegen?
Hiermee wordt verfijning van het netwerk van routes voor voetgangers en brede stoepen bedoeld.
40) Citaat De mogelijkheid om een goede fietsvoorziening te realiseren voor de reizigers die vanaf en naar Den Haag Laan van NOI reizen - Er is al een prima fietsvoorziening aanwezig. Ook de routes zijn duidelijk aanwezig. Wat wordt met deze zin bedoeld? En hoe ziet dit eruit in geval van hergebruik van het pand?
Deze reactie ziet niet op de NRD. De herontwikkeling van SoZa kan overigens ook daadwerkelijk bijdragen aan voorbetering van de fietsvoorzieningen in het gebied.
41) Citaat Ruimte voor stedelijke fietsstructuren. - Wat houdt dit in? Graag meer uitleg wat de plannen zijn. Er gaan veel kinderen uit Voorburg Noord in het Bezuidenhout naar school.
Ook hier is meer ruimte voor de fiets wenselijk (breedte en fijnmazigheid van routes).
61
14 Zienswijze
14 Zienswijze
42) Citaat Het in gang zetten van de mobiliteitstransitie door in te zetten op OV georiënteerd wonen en werken, door bijvoorbeeld minder autoparkeren te realiseren bij wonen en het aanleggen van een mobiliteitshub; - Deze aannames zijn nog niet getoetst in een participatieproces. Waarom zou men dit willen? Is er rekening gehouden met bezoekers van bedrijven en bewoners die wel een auto hebben en die vervolgens in de aangrenzende wijken parkeren? Zijn er cijfers bekend over het aantal mensen dat zonder auto wil wonen bij stations? Hoeveel mensen b.v. van de hoogbouw Babylon hebben een parkeerplek? Graag meenemen in de op te starten participatie, en voorzien van cijfers en beleid.
Met de door de gemeenteraad vastgestelde structuurvisie voor het CID en parkeernormen liggen de kaders en uitgangspunten voor de herontwikkeling van de locatie Anna van Hannoverstraat 4 vast. Het project-MER beschrijft op welke wijze hier invulling aan wordt gegeven. De mobiliteitshub is voor de toekomstige gebruikers van de ontwikkeling zelf.
43) Citaat De afgelopen periode zijn door de initiatiefnemer in overleg met de gemeente Den Haag en andere belanghebbenden de uitgangspunten voor de herontwikkeling van de locatie Anna van Hannoverstraat 4 bepaald - Wie zijn de “andere belanghebbenden”. Met bewoners is niet of nauwelijks gecommuniceerd. Overleg vooraf heeft niet plaatsgevonden, slecht uitleg van plannen. We wachten nog steeds op de participatie en verwijzen nogmaals naar ons punt 10. Samen meedenken.
Zie beantwoording punt 10 Voor de participatie van het bouwplan, wordt een klankbordgroep samengesteld uit de stakeholders waarbij men wordt meegenomen in de voortgang van het plan en waarbij over thema's meegesproken wordt en wensen verwerkt worden. Specifiek worden ook de wensen van de buurtbewoners meegenomen in het ontwerp van de openbare ruimte, conform de afdoening van de motie. De uitkomsten van de klankbordgroepen wordt teruggekoppeld in een bijeenkomt voor een breder publiek.
62
14 Zienswijze
14 Zienswijze
44) Citaat In de onderzoeksopzet voor het MER wordt ruimte geboden voor een mogelijke beperkte verhoging van het aantal woningen (+10%). Daarbij blijft de minimale omvang van het maatschappelijk en/of economisch programma ongewijzigd (meer woningen betekent kleinere woningen). - Dit is een wat de werkgroep betreft onacceptabele situatie. Zie hiervoor ook punt 19.
Het MER legt geen uitgangspunten vast, maar onderzoekt slechts de eventuele ruimte voor en consequenties van programmatische keuzes. Uiteindelijk zal in het bestemmingsplan worden gemotiveerd op welke wijze wordt omgegaan met de uitkomsten uit het MER.
45) Citaat Uitgangspunt voor de herontwikkeling van de locatie is de sloop van het bestaande pand. - Op dit moment is een motie aangenomen om te onderzoeken of het casco van SoZa behouden kan blijven. Er mag dus niet automatisch worden uitgegaan van sloop. Wij verwijzen naar onze punten 3 en 12 en verzoeken om herformulering van het uitgangspunt.
Door de ontwikkelaar is reeds uitgebreid onderzocht wat de mogelijkheden voor het behoud van het gebouw zijn. De Raad is hierover geïnformeerd in de commissiebrief Beantwoording Technische vragen over het Planuitwerkingskader Anna van Hannoverstraat 4 (RIS 309859) waarin ook wordt verwezen naar de bijgevoegde bijlage 1, een memo van MRP SoZa B.V. van 28 juni 2019 met als onderwerp: Toekomst Hertzbergergebouw (voormalige ministerie van SZ&W). Hierin staat beschreven dat gedurende het proces naar het opstellen van een Planuitwerkingskader meerdere malen, scenario’s onderzocht zijn waarbij delen van het gebouw zijn verwerkt dan wel behouden. Desondanks is geconcludeerd, dat het casco niet hergebruikt kan worden, als de gemeente Den Haag de doelen uit de Structuurvisie CID ten aanzien van de woningopgave, werkgelegenheid, meer groen, betere doorwaadbaarheid, een meer levendige plint met een goede aansluiting op de openbare ruimte, wil behalen. Bovendien blijkt uit de berekeningen die in het kader van die studies zijn gedaan door de ontwikkelaar, dat behoud van (delen van) het pand economisch niet haalbaar is. Wel heeft de ontwikkelaar in samenwerking met de TU Delft in beeld gebracht wat er nog met het casco kan worden gedaan vanuit circulariteit. Het beton wat bij de sloop vrij komt, zal zoveel mogelijk worden hergebruikt.
Daarmee wordt vooruitgelopen op toekomstige regelgeving waarin bij projecten 50% van de materialen hergebruikt moet worden. De ontwikkelaar wil daarop vooruit lopen door al zoveel mogelijk materiaal bij de sloop te “oogsten”, en daarbij zoveel mogelijk verschillende materialen en onderdelen te hergebruiken. Daarnaast heeft de ontwikkelaar aangegeven dat er wordt gekeken of bepaalde onderdelen van het gebouw (zoals de prefab kolommen) kunnen worden hergebruikt
63
als herinnering aan het pand en verwijzing naar het structuralisme. Gezien de fase waarin het project nu is, is nog niet exact aan te geven of en welke onderdelen van het casco kunnen worden hergebruikt.
14 Zienswijze
46) Citaat De nieuwe gebouwen zullen aantrekkelijk ogen en hebben een eigen herkenbare identiteit - Deze mening delen wij niet. Er is geen sprake van aantrekkelijke gebouwen. De architectuur is slechts gewone goedkope gebruiksarchitectuur. En niet te betitelen als iconisch. Er is geen sprake van vernieuwende vormgeving of een baanbrekend ontwerp. Er is geen sprake van een internationaal vermaard architect. De compositie is onrustig. En de vormgeving grofstoffelijk. Graag het verzoek zich te onthouden van uitspraken omtrent esthetiek, kunstgeschiedenis en architectuur.
Deze reactie ziet niet op de NRD. Er is nog geen architectonisch ontwerp. De eisen voor de architectonische kwaliteit worden vastgelegd in een beeldkwaliteitsplan voor het gehele gebied Laan van NOI e.o. De beeldkwaliteitskaders voor de herontwikkeling van SoZa (architectuur en openbare ruimte, inclusief aansluiting daarop). Dit document wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Dit wordt voorafgegaan door een proces van inspraak. Er zal tevens participatie plaats vinden over de beeldkwaliteit. Na vaststelling van het beeldkwaliteitsplan geldt het document als toetsingskader voor de welstand.
64
14 Zienswijze
14 Zienswijze
47) Citaat De ambitie is een mobiliteitshub binnen het plangebied te realiseren die voorziet in deelauto’s, deelfietsen en een verzamelpunt voor pakketdiensten - Deelauto’s, deelscooters en deelfietsen. Een goed waar niemand voor verantwoordelijk is staat bloot aan vandalisme en verloedering. Een verzamelpunt voor pakketdiensten lijkt ons ongewenst gezien de hoeveelheid verkeersbewegingen die dat met zich mee gaat brengen. En hoe staat dit in verhouding tot de internationale allure waarover eerder werd gesproken.
De deelauto's, deelfietsen en het verzamelpunt voor pakketdiensten zijn onderdeel van het project en nadrukkelijk gericht op de toekomstige bewoners en gebruikers van het plan zelf. Er wordt gericht op het beperken van autogebruik en stimuleren van OV gebruik en flexibel deelvervoer. Er zullen duidelijke afspraken worden vastgelegd waar het gaat om de verantwoordelijkheden.
48) Citaat De omvang van een (beperkt) aantal beschikbare parkeerplaatsen en de verhuurprijs daarvan zijn er op gericht het eigen autobezit te beïnvloeden ten gunste van een 'modal shift’ - Bij het huidige verkeersplan gaat dit niet lukken. Gaarne uitleg.
De gemeente Den Haag verdicht binnen de bestaande grenzen. Om de stad bereikbaar te houden zet Den Haag in op nabijheid – en het niet snel lange afstanden kunnen afleggen. Met de nadruk op voet, fiets en het ov. Het is de ambitie om de groei van mobiliteit in een groeiende stad op te vangen zonder een toename van het autoverkeer. De stad blijft bereikbaar met de auto, daarom wordt er in het CID gebied gewerkt met parkeernormen die recht doen aan het te verwachten autobezit en krijgen mensen door de inzet van deelauto's de beschikking over een auto zonder er in bezit te hoeven hebben