CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS312351 bijlage 1

Commissie Bestuur 23 november 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Hoorzitting inzake het ontwerpbestemmingsplan Parapluherziening Flitsbezorging26.881 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Dit gaat vaak ten koste van het aanbod in de middelgrote stadsdeel- en wijkcentra. Deze centra kunnen te groot zijn om geheel in te vullen met winkels voor frequente aankopen (boodschappen) en te klein (en te weinig sfeervol) om een recreatieve winkelfunctie te kunnen (blijven) vervullen. Acties voor dit type centra zijn gericht op het aanpassen van de omvang op de toekomstige functie. Hiervoor is veelal herontwikkeling van het aanbod nodig (bijvoorbeeld door samenvoeging van bestaande winkels of herbestemming). Veel planmatige centra zijn privaat eigendom, het initiatief ligt bij hen. De gemeente kan waar gewenst oplossingen initiëren of faciliteren. Beleidskeuze: geen nieuwe wijk- of buurtwinkelcentra Den Haag heeft geen grootschalige nieuwe VINEX-wijken meer in ontwikkeling. Toevoeging van locaties met nieuwe buurt- of wijkgerichte detailhandel is in principe niet meer aan de orde. Indien er een nieuwe concentratie van woningen ontstaat, is het van groot belang dat er aantoonbaar voldoende draagvlak is om een duurzame en levensvatbare winkelontwikkeling tot stand te brengen. In principe gaat het hier om maatwerk, sterk afhankelijk van de lokale situatie en het beoogde concept, waarbij vooral gekeken zal worden naar nieuwe trends en ontwikkelingen. Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal

20

Beleidskeuze: kwetsbare (delen van) winkelgebieden omzetten in rek- en krimpgebieden Net als de grotere planmatig ontwikkelde centra kampen ook de organisch gegroeide winkelstraten in de vooroorlogse wijken met de gevolgen van een afnemend aantal winkels. Tegelijk zien we in dit type straten ook nieuwe functies en concepten ontstaan, zoals horeca, dienstverlening, creatieve bedrijfjes of startende ondernemingen. Waar nodig en gewenst wordt voor de uiteinden van deze langgerekte stedelijke winkelstraten en voor zogenoemde ‘schaduwstraten’ (straten die vlakbij grotere winkelgebieden liggen) transformatie mogelijk gemaakt. Deze deelgebieden worden niet langer benaderd als winkelgebied, maar als zogenaamde rek- en krimpgebieden. Hier geldt een brede bestemming, met in tijden van voorspoed vestigingsmogelijkheden voor winkels, en in tijden van tegenspoed ruimte voor andere bedrijvigheid en (geaccepteerde) leegstand. Ook (vooroorlogse) gemengde gebieden die niet (meer) tot de hoofdwinkelstructuur behoren, kunnen als rek- en krimpgebied worden benaderd. Het toekomstperspectief wordt bepaald door de markt.

Overige verspreide bewinkeling Beleidskeuze: in beginsel geen uitbreiding en mogelijke inzet op transformatie Overige bestaande aanbieders buiten de hoofdwinkelstructuur kunnen hun activiteiten voortzetten. Uitbreiding of nieuwvestiging van reguliere detailhandel buiten de hoofdwinkelstructuur wordt in beginsel niet toegestaan. Hiermee wil Den Haag een robuuste en duurzame winkelstructuur behouden. Zo mogelijk wordt op den duur de winkelfunctie getransformeerd naar een andere functie (bijvoorbeeld wonen), al dan niet door het stimuleren van verplaatsing van een winkel naar een winkelgebied in de hoofdwinkelstructuur. Leegstand buiten de hoofdwinkelstructuur wordt vanuit dit perspectief gezien dan ook niet als een probleem gezien. Beleidskeuze: geen nieuwe solitaire wijkgerichte detailhandel/supermarkten of uitbreiding van bestaande solitaire supermarkten buiten de Haagse hoofdwinkelstructuur De centrumgebieden in buurten en wijken hebben overwegend een functie voor frequente (dagelijkse) aankopen. Om deze functie van de winkelgebieden in de hoofdwinkelstructuur te kunnen behouden en versterken, kiezen we ervoor buiten de hoofdwinkelstructuur geen ruimte te bieden voor nieuwe (grootschalige) supermarkten of uitbreiding van bestaande solitaire supermarkten.

In de afgelopen tien jaar hebben we veel initiatieven voorbij zien komen die betrekking hadden op herontwikkeling van bestaand vastgoed (met name kantoren). Hier werd veelal het verzoek ingediend om de herontwikkeling van de begane grond in te vullen met een nieuwe supermarktfunctie eventueel aangevuld met fitness en daarboven studentenhuisvesting dan wel wonen. Dit waren interessante ontwikkelingen vanuit de transformatieopgave geredeneerd, maar hiervoor is expliciet niet gekozen, omdat dit tot een verplaatsing van het probleem naar de bestaande winkelgebieden zou leiden in de vorm van winkelleegstand. Aan geen enkele supermarkt ontwikkeling of uitbreiding buiten de hoofdwinkelstructuur is gehoor gegeven, globaal gaat het om circa 30.000 m2 wvo op meer dan 10 locaties.

3.2. Thematische keuzes Ambitie: voor perifere detailhandel (PDV: woonwinkels e.d.) geldt dat we een bij het draagvlak en consumentenwensen passend aanbod nastreven Beleidskeuze: Bestaande en beleidsmatig aangewezen clusters voor PDV versterken We streven een optimale clustering na van ‘perifere detailhandel’, specifieke locaties zijn aangewezen voor perifere winkels (PDV, m.n. woonwinkels), zoals de Megastores Met name voor woonwinkels biedt clustering kansen, omdat consumenten bij aankoop van meubelen graag vergelijkend willen winkelen (verschillende winkels bezoeken). In een grote stad als Den Haag is ruimte voor meer dan één locatie voor perifere detailhandel. De Binckhorst is aangewezen als pilotgebied voor de Omgevingswet. In dit kader wordt voor wat betreft de gemeente Den Haag ruimte geboden aan nieuwe (winkel)concepten, waaronder een

Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal

21

cluster van perifere detailhandel. De exacte invulling, locatie en opzet van een dergelijk PDVcluster wordt nog nader onderzocht. Buiten de concentratiegebieden zijn vormen van doelgericht winkelen (PDV-branches) toegestaan en aanwezig aan de doorgaande verkeersassen en op bedrijventerreinen met een gemengd karakter. Het betreft branches die vanwege aard en/of omvang van de goederen niet of moeilijk inpasbaar zijn in reguliere winkelgebieden. Branches die hier toegestaan zijn:  Detailhandel in auto’s, motoren, boten, caravans, tenten en kampeerartikelen (in relatie met de verkoop van caravans en tenten)  Detailhandel in automaterialen (in relatie met inbouw)  Detailhandel in keukens, badkamers, sanitair en tegels  Bouwmarkten  Tuincentra (incl. dierenbenodigdheden en –voeding)  Detailhandel in volumineuze artikelen zoals zonwering, tuinhuisjes, buitenspeeltoestellen, zwembaden, tuinbeelden, haarden, grafzerken, paardentrailers, aanhangwagens, etc.)  Brand- en explosiegevaarlijk stoffen, grove bouwmaterialen, landbouwwerktuigen.

Beleidskeuze: Voor grootschalige winkels (GDV) blijft de bestaande hoofdwinkelstructuur de aangewezen plek voor vestiging De planmatig ontwikkelde Megastores is in Den Haag van oorsprong het enige planmatige ontwikkelde cluster voor woonwinkels (PDV) en grootschalige detailhandel (GDV) en heeft daarmee nog altijd een toegevoegde waarde en duurzame functie voor de winkelstructuur van de stad (en regio). Wel dient het winkelgebied te worden aangepast aan nieuwe trends en eisen, waarbij de gemeente Den Haag inzet op onder andere een kwalitatieve versterking als regionale PDV/GDV-locatie, met daarnaast een vernieuwend breder (niet alleen detailhandel) en onderscheidend aanbod. Het initiatief hiervoor ligt bij de eigenaar van Megastores. Een deel van het winkelcentrum heeft inmiddels een functie als wijkwinkelcentrum, waarbij dit wordt uitgebreid en meer inspeelt op doelgroepen in de omgeving. Daarnaast heeft de eigenaar plannen om leisurefuncties toe te voegen. Uitzondering voor bijzondere winkels op solitaire locaties Winkels in sommige branches passen niet goed in reguliere winkelgebieden, bijvoorbeeld omdat ze veel ruimte nodig hebben. Denk aan de autohandel, bouwmarkten of tuincentra.

Maar ook aan (nieuwe) concepten die gedeeltelijk een winkel zijn, maar dit combineren met andere functies zoals bijvoorbeeld groothandel, entertainment, productie of het uitproberen van producten. In deze situaties kan een uitzondering gemaakt worden voor vestiging buiten de hoofdwinkelstructuur. Beleidskeuze: winkels bij trafficlocaties mogelijk In de hoofdwinkelstructuur bieden we ruimte aan detailhandel op grotere trafficlocaties:  Centraal Station: belangrijke entree van de stad; winkels gericht op reizigers, forensen, werkenden en bewoners van het gebied, en toeristen; niet concurrerend met binnenstad;  Holland Spoor: winkels vooral gericht op forensen, reizigers en werkenden/studerenden in het gebied, groot winkelaanbod niet gewenst (en fysiek niet mogelijk) vanwege positie omliggende wijkcentra; Op de overige trafficlocaties die niet tot de hoofdwinkelstructuur behoren is beperkt detailhandel mogelijk zoals op:  Overige NS-stations (Moerwijk, Laan van NOI, Mariahoeve, Ypenburg): maximaal 250 m² bvo (met units van maximaal 100 m² bvo), gericht op forensen en werkenden in het gebied;  Kantoor- en bedrijfslocaties: totaal maximaal 250 m² bvo gericht op reizigers, forensen en werkenden in het gebied;  Nevenverkopen bij ziekenhuizen, benzinestations, bedrijven, scholen, sportkantines, verzorgingstehuizen etc.

wordt slechts beperkt toegestaan en moet gericht zijn op de bezoekersdoelgroep van de betreffende instellingen, maximaal 250 m² bvo (met units van maximaal 100 m² bvo).

Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal

22

4. Toetsingskader nieuwe initiatieven [HOE AFWEGEN?] Deze kadernota is tevens toetsingskader voor nieuwe initiatieven. Den Haag staat open voor nieuwe ontwikkelingen, zoals nieuwe (buitenlandse) winkelformules of nieuwe winkelcentrumconcepten met bijvoorbeeld een grote vrijetijdscomponent. Aan vernieuwing en dynamiek willen we volop de ruimte geven om hiermee de hoofdwinkelstructuur nieuwe impulsen te geven, zowel in de binnenstad als in de buurten en wijken en (als dit niet inpasbaar is in de hoofdwinkelstructuur en bijzondere concepten of vormen betreft) incidenteel buiten de hoofdwinkelstructuur. Voorwaarde is dat het initiatief een toegevoegde waarde heeft ten opzichte van het bestaande aanbod (kwaliteit, onderscheidend vermogen). Nieuwe ontwikkelingen moeten versterkend zijn voor de hoofdwinkelstructuur. Marktinitiatieven die hierin passen willen we stimuleren en faciliteren. De gemeente is verplicht nieuwe ontwikkelingen die niet passen binnen het bestemmingsplan/ omgevingsplan te toetsen aan het rijksbeleid met de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ en het provinciale beleid, de verordening Ruimte & Mobiliteit. Daarnaast zal er in bepaalde gevallen regionale afstemming plaatsvinden. In bijlage 1 en 2 worden de Ladder voor duurzame verstedelijking en het provinciaal en regionale beleid kort toegelicht.

Het volgende beslisschema kan bij de afweging worden toegepast: Valt initiatief binnen hoofdwinkelstructuur?

Nee

Ja

Meewerken aan initiatief, mits passend binnen ladder voor duurzame verstedelijking

Is initiatief onderscheidend van en aanvullend op hoofdwinkelstructuur? Nee

Ja

Initiatief afwijzen Past initiatief binnen beleidskaders? Nee Initiatief afwijzen

Ja

Is initiatief groter dan 2.000 m2 w.v.o.?

Nee

Ja

Voldoet initiatief aan ladder voor duurzame verstedelijking? Nee Initiatief afwijzen

Voldoet initiatief aan toets MRDH en provincie o.b.v. beleid- en marktonderzoek en aan de ladder voor duurzame verstedelijking?

Ja

Nee

Meewerken aan initiatief

Initiatief afwijzen

Ja Meewerken aan initiatief

Indien het een wens is om een volgens dit schema afgewezen initiatief toch door te zetten zal dit met een goede onderbouwing bestuurlijk worden vastgesteld en in procedure worden gebracht.

Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11549184/1