RIS312351 bijlage 1
Tekst van het document
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het gestelde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld in het gestelde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het gestelde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.
73
bestemmingsplan Parapluherziening Flitsbezorgdiensten (concept)
Artikel 52
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van bestemmingsplan 'Parapluherziening Flitsbezorging'.
74
bestemmingsplan Parapluherziening Flitsbezorgdiensten (concept)
Bijlagen bij regels
75
bestemmingsplan Parapluherziening Flitsbezorgdiensten (concept)
Bijlage 1 Kadernota detailhandel
76
Kadernota detailhandel Den Haag “De Haagse hoofdwinkelstructuur centraal” (juridisch-planologisch kader)
November 2017 Gemeente Den Haag Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling Economie
2
Inhoud Het Haagse detailhandelsbeleid in een notendop [SAMENVATTING] ......................................3 Aanleiding [WAAROM EEN KADERNOTA DETAILHANDEL DEN HAAG?] .............................7 1. 1.1. 1.2. 1.3.
Ambitie en analyse [WAAR STAAN WE?] .................................................................9 Ambitie; ‘Den Haag beste winkelstad’ ........................................................................9 Analyse; waar staat Den Haag? .............................................................................. 10 Toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden .............................................................. 12
2.1. 2.2. 2.3.
De Haagse principes en werkwijze [WAT ZIJN ONZE UITGANGSPUNTEN?] ...... 14 Algemene beleidsprincipes Den Haag .................................................................... 14 Heldere werkwijze ................................................................................................... 16 Overige thema’s ...................................................................................................... 17
3.1. 3.2.
Ruimtelijke en thematische keuzes [WAAR KIEZEN WE VOOR?] ........................ 18 Ruimtelijke keuzes .................................................................................................. 18 Thematische keuzes ............................................................................................... 20
2.
3.
4.
Toetsingskader nieuwe initiatieven [HOE AFWEGEN?] ......................................... 22
5.
Transformatie en juridisch-planologisch instrumentarium [HOE TRANSFORMEREN?] ................................................................................................................................. 23 Faciliteren transformatie en rek- en krimpgebieden ................................................ 23 Juridische-planologische instrumenten ................................................................... 23
5.1. 5.2.
Bijlagen ................................................................................................................................. 25 Bijlage 1 Beleid Rijk; Ladder voor duurzame verstedelijking ............................................... 26 Bijlage 2 Beleid provincie Zuid-Holland en MRDH ............................................................... 27 Bijlage 3 Analyse [WAAR STAAN WE?] .............................................................................. 28 Bijlage 4 Toekomstige ontwikkelingen [WELKE MOGELIJKHEDEN ZIJN ER?] ................. 35 Bijlage 5 Actieprogramma Den Haag Winkelstad 2014-2018 [WAT DOEN WE?] .............. 44
Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal
3
Het Haagse detailhandelsbeleid in een notendop [SAMENVATTING] Voor iedereen de beste winkelgebieden: de Haagse hoofdwinkelstructuur Aanleiding Het Haagse detailhandelsbeleid is tot aan vaststelling van deze Kadernota vastgelegd in de detailhandelsnota uit 2005. Hierin is zowel het ruimtelijke beleid opgenomen alsook de analyses en acties voor alle winkelgebieden in Den Haag. In de jaren daarna zijn we geleidelijk overgegaan naar een periodieke analyse van alle winkelgebieden; de detailhandelsmonitor van 2006, 2009, 2013 en (binnenkort) in 2018. De detailhandelsmonitor verschijnt aan het eind van iedere collegeperiode. Ook de acties die we in winkelgebieden uitzetten hebben we constant aangepast aan de behoeften en ontwikkelingen van de afgelopen jaren en vernieuwen we ook eens in de 4 jaar met een nieuw Actieprogramma Den Haag Winkelstad aan het begin van een nieuwe collegeperiode. Hiermee blijven analyse en uitvoering actueel. Een onderdeel dat nu belangrijk is om aan te passen is het ruimtelijk beleidskader. Dit is het document dat de ruimtelijk-juridische basis vormt van het detailhandelsbeleid. Hierin bepalen we op stadsniveau de ambities en de ruimtelijk beleidsprincipes en –keuzes, voor een gezonde Haagse winkelstructuur en de mogelijkheden voor vernieuwing.
Alle inspanningen zijn erop gericht om de winkelstraten in de hoofdwinkelstructuur te versterken en vestiging zoveel mogelijk te concentreren in de hoofdwinkelstructuur. Deze kadernota is daarmee een continuering en aanscherping van het vigerende beleid. Deze nota geeft dus geen inzicht in het functioneren van separate winkelgebieden en de acties die we daar ondernemen (dat doen we in de monitor en met het actieprogramma), wel geven we een stand van zaken van de Den Haag als winkelstad.
1
Ambitie: Den Haag als beste winkelstad
Met de ambitie om de beste winkelstad te worden leggen we in Den Haag de lat hoog. Maar Den Haag heeft het winkelend publiek dan ook iets unieks te bieden. Karakteristieke winkelstraten, typisch Haagse winkels en volop ruimte voor nieuwe initiatieven die inspelen op de trends en ontwikkelingen van het moderne winkelen. De tijd is rijp om Den Haag nog meer op de kaart te zetten als bijzondere en aantrekkelijke winkelstad voor bewoners en toeristen. Het winkellandschap in Nederland en Den Haag is de afgelopen jaren sterk veranderd. Mensen hebben andere manieren gevonden om boodschappen te doen en te winkelen. Ook de economische crisis heeft effect gehad. Het consumentenvertrouwen neemt inmiddels gelukkig weer toe en ligt met 16 punten op het hoogste waarde van de afgelopen 20 jaar (gemiddeld -8). De detailhandel heeft in december 2016 2,7% meer omgezet gedraaid dan in december 2015. Het aantal faillissementen neemt nu ook snel af (bron CBS, maart 2017). Den Haag doet het in vergelijking met andere plaatsen in Nederland heel goed, de leegstand neemt over het geheel af, maar ligt door met name de leegstand in de Megastores, Leyweg en tijdelijk de Grote Marktstraat en New Babylon op ruim 9%. Gecorrigeerd voor deze locaties ligt de leegstand voor de overige winkelgebieden in de hoofdwinkelstructuur op gemiddeld 4,3%.
Bijzonder is ook dat de werkgelegenheid in de detailhandel in Den Haag structureel toeneemt naar 23.200 banen in 2017 (ca. 9% van het totale aantal banen). Na de Rijksoverheid is de detailhandel de grootste ‘branche’ in Den Haag. Om te zorgen dat deze branche gezond blijft en om de ambitie ‘beste winkelstad’ verder vorm te geven, kiest de gemeente ervoor haar consistente detailhandelsbeleid voort te zetten. Hierbij gaat veel aandacht uit naar het blijven inspelen op veranderingen. In de markt door het aanpassen van formules en winkelgebieden, maar ook beleidsmatig en op het vlak van vernieuwing, zoals met de landelijke retailinnovatieagenda (zie hiervoor het Voortgangsbericht).
Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal
4
2
Beleid voor de beste winkelgebieden voor alle betrokkenen
Het detailhandelsbeleid dat wordt gevoerd is gericht op het behouden en versterken van de hoofdwinkelstructuur: vitale en levendige winkelgebieden die een buurtverzorgende functie hebben, winkelgebieden in de binnenstad, en van winkelgebieden die een bepaald thema hebben. Samen vormen deze winkelgebieden de hoofdwinkelstructuur (zie kader). Een belangrijk uitgangspunt is dat iedere inwoner van Den Haag in een straal van maximaal één kilometer van zijn huis zijn of haar dagelijkse boodschappen kan doen. Tegelijkertijd moeten deze winkelgebieden interessant genoeg zijn voor consumenten en ondernemers. Dat wil zeggen dat voldoende consumenten naar zo’n winkelgebied willen komen, zodat de ondernemers voldoende omzet kunnen maken om hun zaak te laten floreren. Wat is de hoofdwinkelstructuur? Met de term hoofdwinkelstructuur bedoelen we een netwerk van winkelconcentraties met voldoende toekomstperspectief dat voor de consument (bewoners, werknemers en bezoekers/toeristen) zo fijnmazig als mogelijk is, maar voor ondernemingen grofmazig genoeg is om rendabel te kunnen functioneren. Populair gezegd: het geheel van winkelgebieden waar consumenten vinden wat ze nodig hebben en die ze interessant genoeg vinden om heen te gaan. En waar ondernemers voldoende winst kunnen maken.
Goede winkelgebieden, een goede winkelstructuur en een gunstig vestigingsklimaat De aanpak met de hoofdwinkelstructuur heeft in het verleden bewezen te werken en wordt daarom ook voortgezet. Dat geeft duidelijkheid voor alle betrokkenen. Het beleid heeft gezorgd voor een gezonde winkelstructuur, overwegend goed functionerende winkelgebieden en een goed vestigingsklimaat voor bestaande en nieuwe ondernemers. In de afgelopen periode hebben zich drie ontwikkelingen afgetekend: Minder winkelgebieden in de Haagse hoofdwinkelstructuur Er zijn duidelijke keuzes gemaakt over welke winkelgebieden tot de hoofdwinkelstructuur behoren. Hierdoor neemt het aantal winkelgebieden af. Dit sluit aan bij de landelijke trends: vooral winkelgebieden in binnensteden en winkelgebieden hoofdzakelijk gericht op de dagelijkse boodschappen doen het goed. De hoofdwinkelstructuur van Den Haag telt momenteel 68 winkelgebieden (waarvan 15 winkelgebieden in de binnenstad). In 2009 stond de teller nog op 72 winkelgebieden, in 1992 waren er nog 95 winkelgebieden. Deze winkelgebieden hebben een gunstig toekomstperspectief omdat ze de consument voldoende te bieden hebben en ook goed bereikbaar zijn.
Minder winkels buiten de hoofdwinkelstructuur Het aantal winkels buiten de hoofdstructuur is afgenomen, doordat geen nieuwe losse winkels toegestaan zijn en winkels zijn verdwenen omdat zij hier onvoldoende perspectief hadden. Kiezen en investeren loont Te veel en langdurige leegstand is slecht voor een winkelgebied: ze ondermijnt de vitaliteit ervan. Het voorkomen en bestrijden van leegstand is daarom een belangrijk aandachtspunt. In perspectiefrijke winkelgebieden wordt leegstand voorkomen door te investeren en de gebieden te versterken. In winkelgebieden buiten de hoofdwinkelstructuur is het voor marktpartijen mogelijk om een winkelpand te gaan gebruiken voor een andere functie, zoals woon- of kantoorruimte. Hierdoor blijft structurele leegstand (leegstand die langer dan 3 jaar duurt) beperkt. Waar wel sprake is van structurele leegstand kan de gemeente (in samenspraak met belanghebbenden) overgaan tot actief herstructureren van het gebied.
Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal
5
3
De winkelgebieden nader beschouwd: centrum, wijken en buurten
Binnenstad als het gezicht van Den Haag beste winkelstad De binnenstad van Den Haag is het gezicht van Den Haag als beste winkelstad. Den Haag blijft in de binnenstad ruimte bieden voor nieuwe (internationale) concepten en grootschaligheid. Deze blijken uitstekend in te passen in het centrumgebied. Zo profileert Den Haag zich als grote en internationale stad, met aansprekende (internationale) warenhuizen en ketens. Dit past bij de huidige trends met een blijvende vraag naar vestigingslocaties voor vernieuwende concepten. Rondom de winkelkern van de binnenstad zijn een aantal sfeervolle winkelgebieden te vinden met ieder een eigen identiteit, vaak in een historische setting. Ook het specialistische, kleinschalige aanbod in deze gebieden wordt gekoesterd en gestimuleerd. Daarbij wil de gemeente winkelgebieden meer integreren met horeca en cultuur. De combinatie van bijzondere winkelconcepten, horeca, cultuur en attracties maakt de binnenstad een aantrekkelijk winkelgebied voor zowel inwoners, (regio)bezoekers en toeristen. Wijken en buurten: minder maar betere winkelgebieden voor regelmatige aankopen Compacte en complete winkelgebieden in wijken en buurten hebben goede kansen.
Perspectiefrijke winkelgebieden (die bijvoorbeeld voor minstens 50% uit winkels bestaan of een supermarkt hebben die groter is dan 1000 m2 winkelvloer) mogen versterken, ook als dit ten koste gaat van kleinere winkelgebieden in de buurt. In deze perspectiefrijke gebieden in wijken en buurten wordt volop geïnvesteerd. Dit vraagt om maatwerk per gebied. Aanpak in het kort: Binnen de hoofdwinkelstructuur staat winkelen centraal. Daarom mogen daar op de begane grond in principe alleen winkels, horeca en diensten worden gevestigd met een publieksfunctie, en niet bijvoorbeeld woningen of kantoren. In de winkelgebieden in de hoofwinkelstructuur met een gunstig toekomstperspectief worden ontwikkelingen gefaciliteerd of wordt actief gewerkt aan versterking. Bijvoorbeeld door grote trekkers zoals supermarkten aan winkelgebieden toe te voegen, het winkelaanbod uit te breiden, en ruimte te geven aan vernieuwing en dynamiek. Indien nodig wordt daar door de gemeente geïnvesteerd. Waar mogelijk winkels uit rek-en-krimpgebieden verplaatsen naar hoofdwinkelstructuur Binnen en langs de hoofdwinkelstructuur bevinden zich zogenoemde rek-en-krimpgebieden: gebieden aan de randen of uiteinden van winkelgebieden. Waar mogelijk en nodig worden winkels in deze rek-en-krimpgebieden verplaatst naar de kern van het winkelgebied.
In winkelgebieden buiten de hoofdwinkelstructuur kan de markt zijn werk doen: winkelpanden mogen daar ook voor andere functies (zoals welzijn of gezondheidzorg of kantoor e.d.) worden gebruikt. Losstaande winkels (waaronder losstaande supermarkten) worden zoveel mogelijk tegen gegaan.
Voor kwetsbare (delen van) winkelgebieden zoals de uiteinden van de langgerekte winkelstraten in de vooroorlogse wijken en net buiten grotere winkelgebieden geldt een brede bestemming: als het economische goed gaat mogen er winkels worden gevestigd, als het minder goed gaat is er ruimte voor andere bedrijvigheid. In deze gebieden is tijdelijke leegstand mogelijk, omdat de verwachting is dat in deze leegstaande winkelpaden op termijn weer nieuwe winkels - of anders woningen of kantoren – zullen komen. Buiten hoofdwinkelstructuur in beginsel geen uitbreiding en waar mogelijk andere bestemming voor winkelpanden Uitbreiding of nieuwvestiging van winkels buiten de hoofdwinkelstructuur wordt in beginsel (zie uitzonderingen) niet toegestaan. Bestaande winkels buiten de hoofdstructuur kunnen hun activiteiten voortzetten. Zo mogelijk krijgen winkelpanden op den duur een andere functie (bijvoorbeeld als woonruimte). Al dan niet door verplaatsing van de winkel naar een winkelgebied in de hoofdwinkelstructuur. In principe geen nieuwe wijk- of buurtwinkelcentra Den Haag heeft geen grootschalige nieuwe VINEX-wijken meer in ontwikkeling. Toevoeging van locaties met nieuwe buurt- of wijkgerichte detailhandel is in principe niet meer aan de orde.
Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal
6
Indien er een nieuwe concentratie van woningen ontstaat, is het van groot belang dat er aantoonbaar voldoende draagvlak is om een duurzame en levensvatbare winkelontwikkeling tot stand te brengen. In principe gaat het hier om maatwerk, sterk afhankelijk van de lokale situatie en het beoogde concept, waarbij vooral gekeken zal worden naar nieuwe trends en ontwikkelingen. Versterken winkelgebieden met grootschalige (woon)winkels De gemeente wil de bestaande en beleidsmatig aangewezen gebieden met meerdere woonwinkels bij elkaar (zoals de Megastores) versterken. Buiten deze concentratiegebieden zijn woonwinkels toegestaan op de Binckhorst als opvanglocatie en langs doorgaande wegen. Voor overige grootschalige winkels blijft de hoofdwinkelstructuur de plek om te vestigen. De gemeente Den Haag zet in op kwalitatieve versterking van Megastores als regionale locatie voor grootschalige winkels, met een vernieuwend en onderscheidend aanbod. Uitzondering voor drukke locaties en bijzondere winkels Uitzondering op vestiging buiten de hoofdwinkelstructuur zijn bepaalde drukke locaties (zogenoemde trafficlocaties) waar (beperkt en onder voorwaarden) ruimte voor detailhandel is. Denk hierbij aan winkels bij stations, op kantoor- of bedrijfslocaties en bij bijvoorbeeld ziekenhuizen.
Ook winkels in sommige branches passen niet goed in reguliere winkelgebieden, bijvoorbeeld omdat ze veel ruimte nodig hebben. Denk aan de autohandel, bouwmarkten of tuincentra. Maar ook aan (nieuwe) bijzondere concepten die soms gedeeltelijk een winkel zijn, maar dit combineren met andere functies, zoals bijvoorbeeld groothandel, entertainment, productie of het uitproberen van producten. In deze situaties kan een uitzondering gemaakt worden voor vestiging buiten de hoofdwinkelstructuur.
4
Geleidelijke uitvoering, in samenspraak met belanghebbenden
Hoofdwinkelstructuur nieuwe impulsen geven door ruimte te geven aan vernieuwing en dynamiek Zowel in de binnenstad als in de buurten en wijken wil de gemeente volop ruimte bieden voor vernieuwing en dynamiek. Nieuwe ontwikkelingen moeten een versterking zijn voor de hoofdwinkelstructuur en een toegevoegde waarde hebben ten opzichte van het bestaande aanbod. Dit geldt ook voor regionale initiatieven. Initiatieven die niet passen binnen het bestemmingsplan/omgevingsplan moeten worden getoetst aan het rijksbeleid met de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ en het regionale detailhandelsbeleid beleid van de MRDH (zie bijlage 1 en 2). Waar mogelijk winkels uit rek-en-krimpgebieden verplaatsen naar hoofdwinkelstructuur Binnen en langs de hoofdwinkelstructuur bevinden zich zogenoemde rek-en-krimpgebieden: gebieden aan de randen of uiteinden van winkelgebieden. Waar mogelijk faciliteert de gemeente initiatieven voor verplaatsing van winkels in deze rek-en-krimpgebieden naar de kern van het winkelgebied. Geleidelijke verandering van functie winkelgebieden buiten hoofdwinkelstructuur De gemeente heeft goede ervaringen met het geleidelijk en in samenspraak met belanghebbenden transformeren van gebieden en ziet het actief veranderen van bestemmingen daarom als een onnodig zwaar instrument.
In locaties en gebieden buiten de hoofdwinkelstructuur wordt door de gemeente niet geïnvesteerd in de versterking van de winkelfunctie. Daarnaast worden andere functies (zoals wonen) mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan/omgevingsplan. Zo wordt aan marktpartijen overgelaten of panden als winkel gebruikt blijven worden, of dat er iets anders mee gebeurt. Alleen als er een situatie ontstaat in een winkelgebied op sociaal, economisch of leefbaarheidsgebied (bijvoorbeeld overlast, structurele leegstand, of problemen met veiligheid), kan gekozen worden voor een actieve, projectmatige aanpak om een winkelgebied in samenspraak met belanghebbenden te veranderen in een gebied met een andere bestemming.
Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal
7
Aanleiding [WAAROM EEN KADERNOTA DETAILHANDEL DEN HAAG?] Er is reden om de detailhandelsnota en daarbinnen met name het juridisch-planologisch kader te herijken. De noodzaak hiervoor ligt in juridische, economische en beleidsmatige redenen: Het winkellandschap is economisch en juridisch in beweging: De laatste detailhandelsnota van Den Haag stamt uit 2005. Sindsdien is er veel veranderd in het winkellandschap in Nederland en Den Haag. De crisis heeft toegeslagen en de consument heeft andere manieren gevonden om boodschappen te doen en te winkelen. Ook de uitgangspunten voor beleid zijn door nieuwe Europese, nationale en provinciale (ruimtelijke) regels veranderd. De detailhandelsbeleid is dynamischer geworden: De detailhandelsnota in 2005 bestond uit een drieluik: het juridisch-planologisch kader, een analysedeel en een uitvoeringsplan. In Den Haag is het onderdeel analyse en uitvoering door periodieke aanpassingen meegegroeid met de ontwikkelingen in de detailhandel. We speelden na 2005 met de periodieke Detailhandelsmonitor en het Actieprogramma Den Haag Winkelstad sneller in op de actualiteit. Hiermee is in Den Haag in wezen een dynamisch detailhandelsbeleid ontstaan, waarin (inhoudelijk) maatwerk op stad, stadsdeel- en wijkniveau kan worden geleverd. De scope van de Kadernota detailhandel Den Haag: onderdeel van dynamisch detailhandelsbeleid 1.
Deze Kadernota detailhandel Den Haag, biedt een juridisch-planologisch kader voor de lange termijn. Hierin bepalen we op stadsniveau de ambities en de ruimtelijk beleidsprincipes en –keuzes, op basis waarvan de Haagse winkelstructuur gezond kan blijven en dynamiek kan worden gefaciliteerd. Het geeft duidelijkheid en zekerheid bij marktpartijen (ondernemers, vastgoedeigenaren, ontwikkelende partijen) over locaties waar winkels zijn toegestaan en waar niet. Deze kadernota biedt een ruimtelijk afwegings- en toetsingskader bij (nieuwe) detailhandelsontwikkelingen/initiatieven en de benodigde input voor de juridisch-planologische onderbouwing voor bestemmingsplannen/ en het omgevingsplan (vanaf naar verwachting 2019). De lange termijnkeuzes worden in deze Kadernota vastgelegd. Het strategische karakter van deze nota biedt volop ruimte voor dynamiek en vernieuwing, zonder dat de continuïteit en consistentie van het ruimtelijk beleid voor detailhandel in gevaar komt. De Kadernota bepaalt niet welke winkelgebieden wel of niet tot de hoofdwinkelstructuur behoren (hiervoor dient de Detailhandelsmonitor) en gaat ook niet in op specifieke winkelplannen (dit gebeurt op basis van deze Kadernota bij de behandeling van aanvragen voor omgevingsvergunningen of bij herzieningen van het bestemmingsplan/omgevingsplan). 2.
Door de periodieke Detailhandelsmonitor aan het eind van elke collegeperiode (2006, 2009 en 2013), met een uitgebreide analyse van alle Haagse winkelgebieden, is het mogelijk geworden om trends in de ontwikkeling van de Haagse winkelgebieden beter en sneller te signaleren en periodiek de hoofdwinkelstructuur te herijken. 3. De inzet ten aanzien van versterking winkelgebieden is vastgelegd in het Actieprogramma Den Haag Winkelstad (2010, 2015), die aan het begin van elke nieuwe collegeperiode wordt vastgesteld. Hiermee is de inzet op winkelgebieden actueler en scherper geworden en kan de inzet makkelijker worden bijgesteld naar gelang de behoeften en noodzaak. Deze Kadernota Detailhandel gaat dus niet in op de actieve aanpak om winkelgebieden vitaal te houden.
Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal
8
Leeswijzer In hoofdstuk 1 staat de huidige positie van Den Haag Winkelstad centraal; waar staan we en wat zijn onze ambities. Ook gaan we hier in op de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden. In hoofdstuk 2 staan we stil bij de Haagse principes en uitgangspunten. Deze dienen als basis voor de ruimtelijke en thematische keuzes in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 gaan we in op het toetsingskader waarmee we nieuwe initiatieven afwegen en in hoofdstuk 5 beschrijven de wijze waarop we transformatie faciliteren en welk juridisch-planologisch instrumentarium we hanteren.
Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal
9
1. Ambitie en analyse [WAAR STAAN WE?] 1.1. Ambitie; ‘Den Haag beste winkelstad’ Den Haag houdt onverminderd vast aan de ambitie ‘Den Haag beste winkelstad’. Dit is van groot belang voor de Haagse werkgelegenheid en aantrekkingskracht. Deze ambitie draait niet om ranglijstjes, maar gaat uit van de potentie en de kracht die Den Haag als winkelstad al heeft en nog veel meer bekend mag worden. Het geeft aan dat de lat hoog wordt gelegd en dat de gemeente hier actief in samenwerking met alle stakeholders aan wil werken. Het afgelopen decennium is hard gewerkt om de kwaliteit en aantrekkingskracht van Den Haag als winkel- en vrijetijdsstad te verbeteren. Niet alleen op het niveau van de binnenstad (met het behalen van de titel ‘Beste binnenstad 2013-2015’ als erkenning hiervan), maar ook in de buurten en wijken. Met haar winkels en winkelgebieden heeft Den Haag werkelijk iets unieks te bieden. Den Haag kiest daarbij niet voor de traditionele aanpak en zet vol in op trends en ontwikkelingen die het winkelen en het fysieke winkellandschap veranderen. We werken vanuit de overtuiging dat alleen een langdurig en consistent beleid tot resultaat kan leiden en dat we geloven in de kracht van Den Haag als winkelstad.
Deze kracht zit in: Binnenstad én buurten en wijken; Local heroes die het onderscheid maken naast de (inter)nationale trekkers; Bijzondere en dynamische winkelgebieden met elk hun eigen profiel; Kwaliteit en gastvrijheid; Smart en innovatief; Vernieuwing: nieuwe initiatieven en dynamiek. Betekenis en doel Bij een aantrekkelijke stad horen goede voorzieningen voor haar bewoners, waardoor het prettig wonen is. De nabijheid van basisvoorzieningen voor de dagelijkse boodschappen is voor veel inwoners belangrijk. Een winkelgebied vormt daarnaast vaak het hart van de wijk of buurt, waar bewoners elkaar ontmoeten. Deze sociaal-maatschappelijke functie van centrumgebieden neemt toe. Daarnaast kunnen ondernemers hier een boterham verdienen. Bij de tweede VN-stad, de stad van Vrede en Recht, met de ruim 40.000 expats en de vele internationale instellingen, past een binnenstad met mooie musea, theaters en horeca, een modern en internationaal winkelaanbod en ook een goed wijkverzorgend winkelaanbod. Dit draagt bij aan een goed vestigingsmilieu voor bedrijven en instellingen en trekt ook veel toeristische bezoekers. Detailhandel zorgt voor veel en nog steeds groeiende werkgelegenheid. Waar nieuwe banen in de Haagse regio grotendeels voor hoger opgeleiden zijn weggelegd, geldt dit niet voor horeca en detailhandel.
De vernieuwing van het Haagse stadscentrum heeft nieuw vertrouwen gecreëerd bij ondernemers in detailhandel en horeca, terwijl ook in de wijken en buurten volop kansen worden gezien en gepakt. Het totaal aantal banen in de detailhandel in Den Haag bedraagt per 1 januari 2017 bijna 23.200 (ca. 9% van het totale aantal banen). Bijzonder is ook dat de werkgelegenheid in de detailhandel in Den Haag structureel toeneemt. Na de Rijksoverheid is de detailhandel de grootste ‘branche’ in Den Haag.
Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal
10
Banen in de detailhandel in Den Haag 24.000 23.000 22.000 21.000 20.000 19.000 18.000 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017
Retailinnovatie: vernieuwing noodzakelijk Om te zorgen dat dit zo blijft en om de ambitie om de beste winkelstad te worden waar te maken, kiest de gemeente ervoor haar consistente detailhandelsbeleid voort te zetten. Waarbij ook veel aandacht is voor het blijven inspelen op veranderingen. In de markt door het aanpassen van formules en winkelgebieden, maar ook beleidsmatig en op het vlak van vernieuwing, zoals met de landelijke retailinnovatieagenda. De retailinnovatieagenda Om goed te kunnen anticiperen op veranderingen en trends, heeft de gemeente Den Haag met minister Kamp in het kader van de landelijke Retailagenda het initiatief genomen voor een Retail Innovatie Programma, waarbij Den Haag functioneert als living lab.
Met de Retail Innovatie-agenda gaan we met partners oplossingen ontwikkelen en implementeren voor de retailvraagstukken van nu en de toekomst, zoals: Hoe ben ik als retailer en winkelgebied beter online vindbaar? Hoe ziet mijn winkelconcept en businessmodel van de toekomst eruit? Hoe kan ik mijn skills ontwikkelen om als retailer en winkelgebied toekomstbestendig te zijn? Hoe kan ik met collega-ondernemers en –eigenaren samen sterker worden? Hoe weet ik beter wat mijn klanten willen en kan ik ze bereiken? Hoe kan ik als stad of winkelgebied retailinnovatie stimuleren en toepassen? Hoe kunnen ICT en creatieve sector oplossingen ontwikkelen die meerwaarde hebben voor fysieke winkels in de stad?
Partnership Een goede samenwerking met ondernemers en bewoners en ook de regiogemeenten en de provincie is essentieel om dit te bereiken. Hierin ligt de kracht van sterke winkelgebieden. Gezonde winkelgebieden zijn daarbij niet alleen een verantwoordelijkheid van de overheid. Tegelijkertijd staan ondernemers niet alleen bij de zoektocht en realisatie van ondernemingen en winkelgebieden die smart en innovatief zijn. Alleen gezamenlijk kan hier het optimale bereikt worden.
1.2. Analyse; waar staat Den Haag? Den Haag; doet het in regionaal en landelijk perspectief goed De detailhandelssector heeft een moeilijke periode doorgemaakt, met veel ups en downs. Uiteraard zijn de economische crisis en de toenemende internetaankopen voelbaar, ook in Den Haag. Met name zwakkere (delen van) winkelgebieden staan onder druk. Toch blijkt de detailhandel veerkrachtig te zijn en biedt dit ook kansen voor vernieuwing. De lage winkeldichtheid van Den Haag met 1,2 m2 wvo aan detailhandel per inwoner tegen landelijk 1,7 m2 en 1,4 m2 in andere grote steden biedt een goede uitgangspositie voor de gemiddelde omzet. Dit wordt bevestigd door de uitkomsten van het provinciale Koopstromenonderzoek 2016 (www.kso2016.nl). Den Haag heeft hiermee 15-30% minder m2 detailhandel per inwoner dan het landelijk gemiddelde. Daarnaast daalt de leegstand nu ook weer, waarop we verderop in deze paragraaf dieper ingaan.
Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal
11
De oogst van consequent lokaal en regionaal detailhandelsbeleid Den Haag voert al 20 jaar een consequent en consistent detailhandelsbeleid. Dit heeft geleid tot een gezonde winkelstructuur, met overwegend goed functionerende winkelgebieden, en met een goed vestigingsklimaat voor bestaande en nieuwe ondernemers. Ook de regio Haaglanden kenmerkt zich door een restrictief detailhandelsbeleid, waardoor de toename van nieuwe winkellocaties en winkelmeters beperkt is gebleven. Het beleid van de regio Haaglanden is voortgezet binnen de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (zie bijlage). Mede door dit restrictieve beleid zien we in de Haagse winkelstructuur de volgende drie ontwikkelingen in de afgelopen periode: 1. Minder winkelgebieden in de Haagse hoofdwinkelstructuur: van 95 naar 68 De gemeente heeft duidelijke keuzes gemaakt welke winkelgebieden wel en niet tot de Haagse hoofdwinkelstructuur behoren en hier consequent aan vastgehouden. Hiertoe behoren alleen duidelijk herkenbare concentraties van winkels, waarbij het winkelgebied in kwestie of minimaal een buurtverzorgende functie heeft of een herkenbaar thema heeft. Met het terugdringen van het aantal winkelgebieden is Den Haag dus al decennia vertrouwd. Hierdoor hebben de resterende winkelgebieden een betere positie en perspectief.
De hoofdwinkelstructuur van Den Haag telt momenteel 68 winkelgebieden (waarvan 15 winkelgebieden in de binnenstad). In 2009 stond de teller nog op 72 winkelgebieden, in 1992 waren er nog 95 winkelgebieden. Mede dankzij dit beleid is er binnen deze hoofdwinkelstructuur veel dynamiek en vernieuwing zichtbaar en loopt Den Haag voorop als het gaat om bijzondere, nieuwe en vernieuwende concepten en winkelformules (in binnenstad en in wijken, zowel onderscheidende internationale winkelketens als gespecialiseerde zelfstandigen). 2. Afname verspreide bewinkeling én concentratie in hoofdwinkelstructuur De groei van het totaal aantal winkelmeters is over de jaren zeer beperkt gebleven en heeft vooral plaatsgevonden in de hoofdwinkelstructuur (en daarbinnen op de toplocaties). Er is weinig ruimte gegeven aan solitaire ontwikkelingen buiten de hoofdwinkelstructuur en er is ook een afname van de verspreide bewinkeling (dus buiten de hoofdwinkelstructuur) door natuurlijke transformatie. De ontwikkeling van het winkelaanbod in Den Haag in de periode 2004-2015 kent dus niet alleen een beeld van groei, het totale detailhandelsaanbod in Den Haag is tussen 20092013 afgenomen, zowel het metrage in de hoofdwinkelstructuur als de verspreide bewinkeling.
In de 68 winkelgebieden van de Haagse hoofdwinkelstructuur, volgens de cijfers uit de laatste detailhandelsmonitor uit 2013, zijn 2.242 winkelpanden gelegen met in totaal 422.250 m² winkelvloeroppervlak (wvo). Dit komt neer op 69% van het aantal winkels en winkelmeters in Den Haag. De overige 31% bevindt zich buiten de hoofdwinkelstructuur, geclusterd in kleine cluster van winkels of solitair. (bron: Detailhandelsmonitor Den Haag 2013). Door nieuwe ontwikkelingen in met name de binnenstad heeft de afgelopen twee jaar weer een groei plaats gevonden. Door de afname van het aantal winkelgebieden en winkels die tot de hoofdwinkelstructuur behoren, ontstaat een grotere concentratie en een robuuste structuur. De verdere afbouw van reguliere detailhandel buiten de hoofdwinkelstructuur komt de hoofdwinkelstructuur ook weer ten goede. Tegelijkertijd levert dit meer kansen op voor groei van detailhandel op toplocaties. 3. Leegstand neemt absoluut af, nu ook weer procentueel Het bestrijden of nog beter voorkomen van leegstand binnen de hoofdwinkelstructuur is een belangrijk aandachtspunt. Leegstand is een doorn in het oog en ondermijnt de vitaliteit van een winkelgebied, leegstand trekt leegstand aan. Het leegstandsbeeld kan soms snel wisselen en is vaak tijdelijk. Door de leegstand is het huurniveau op veel plekken gedaald, waardoor deze weer aantrekkelijker worden.
Alleen op mindere locaties of bij minder courant vastgoed wordt deze niet meer snel ingevuld met detailhandel. Transformatie en invulling met andere functies vindt regelmatig plaats. Vanwege het strategische karakter van deze Kadernota is het goed om meer naar de lange termijn ontwikkeling van de detailhandel te kijken en de invloed van het gevoerde beleid hierop. De periode 2004-2009 kenmerkt zich door een duidelijke daling van de leegstand. De crisis werkt pas door vanaf 2010, waarna de leegstand is toegenomen. Inmiddels is de leegstand weer aan het dalen. Absoluut is de leegstand de afgelopen jaren geen moment meer boven het niveau van 2004 (ruim 120.000 m2) uitgekomen en bedraagt deze gemiddeld ruim 90.000 m2 Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal
12
wvo (2004-2017). Met een correctie op de leegstand in horeca en diensten ligt deze gemiddeld op ca. 60.000 m2. Als we ook rekening houden met de structurele leegstand van de Megastores (gem. 30.000 m2 wvo), ligt dit nog aanmerkelijk lager op gemiddeld ruim 34.000 m2 wvo. Procentueel zien we dan natuurlijk dezelfde beweging, waarbij zonder correctie een leegstand van gemiddeld 13% zichtbaar is en met correctie op horeca en diensten een leegstand van ruim 9%. De leegstand in Den Haag concentreert zich op dit moment (begin 2017) voor meer dan de helft op drie locaties; de Megastores, de Leyweg (incl. V&D-locatie), de Grote Marktstraat en New Babylon. De V&D-locatie aan de Grote Marktstraat is inmiddels weer herontwikkeld en ingevuld. De leegstand in de hoofdwinkelstructuur, gecorrigeerd voor de Megastores, Grote Marktstraat, de Leyweg (incl. V&D-locatie) en New Babylon komt deze uit op 4,3%.
Resumé: Het gaat goed met de winkelgebieden in Den Haag door consequent lokaal en regionaal detailhandelsbeleid; Den Haag kent een lage winkeldichtheid, waardoor de omzetten gemiddeld hoger zijn; Beter perspectief voor de resterende winkelgebieden in de hoofdwinkelstructuur door afname van het aantal winkelgebieden; Afname verspreide bewinkeling en concentratie van winkelaanbod in de hoofdwinkelstructuur, met eveneens een positief effect op de omzet; Leegstand wordt weer snel opnieuw ingevuld door het aantrekken van de economie, maar ook doordat het restrictieve Haagse detailhandelsbeleid de juiste voorwaarde heeft weten te creëren waarmee overaanbod wordt tegengegaan en structurele leegstand wordt beperkt.
1.3. Toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden Als gevolg van het restrictieve beleid is er volgens de provincie Zuid-Holland (VRM, Provincie Zuid-Holland) in Haaglanden als enige regio nog ruimte voor netto-uitbreiding van de detailhandel, met name in de historische stadscentra. Voortbordurend op het provinciale onderzoek werd begin 2013 een verdiepingsslag uitgevoerd voor Den Haag, deze is geactualiseerd naar de situatie in 2015 en doorberekend naar 2025. Deze gegevens moeten als indicatief worden beschouwd. De berekende marktruimte in 2025 komt uit op 100.500 m2 (exclusief toeristische bestedingen) en 113.000 m2 wvo (inclusief toeristische bestedingen). Circa een derde van deze ontwikkelingsruimte bevindt zich in de hoofdwinkelstructuur. Hierbij is rekening gehouden met bevolkingsprognoses (er wordt een groei verwacht naar circa 535.500 in 2020 en 546.500 in 2025) en natuurlijke transformatie (herinvulling van leegstand en krimp van het aanbod). Zie bijlage 4 voor uitgebreide toelichtingen en berekeningen. Vooruitkijken: ruimte en noodzaak voor dynamiek en het belang van continuïteit in lokaal, regionaal, en provinciaal beleid Het feit dat er marktruimte is betekent uiteraard niet dat er ongebreidelde uitbreidingsmogelijkheden zijn, maar wel dat er ruimte is voor groei, mits ingezet op de juiste wijze en de juiste plekken (lokaal, regionaal en provinciaal).
Ontwikkelingsmogelijkheden voor de detailhandel zijn belangrijk om winkelgebieden te blijven vernieuwen en aantrekkelijk te houden. Dan gaat het bijvoorbeeld om het toevoegen van trekkers in de buurten en wijken en het versterken van de binnenstad of Scheveningen. De reden dat er ook in de aankomende periode ontwikkelingsmogelijkheden zijn, ligt in het volgende: Het winkelaanbod in Haaglanden functioneert gemiddeld genomen beter dan landelijk en beter dan de overige regio’s in de provincie, doordat hier sprake is van een ondervertegenwoordiging van het aan retailmeters in vergelijking met het landelijke gemiddelde. De Haagse bevolking en regio groeit, net als het toerisme. Dit zorgt voor extra draagvlak. De grote steden zijn in trek: met name de G4 doen het goed als winkelsteden. Door nieuwe retailontwikkelingen worden ook weer nieuwe bezoekers en andere retailers aangetrokken. Het verschil tussen sterke en minder sterke winkelsteden wordt groter en dit proces versterkt zichzelf.
Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal
13
Het economisch herstel heeft zich ingezet en het consumentenvertrouwen stijgt. Echter, dit betekent niet dat alles weer bij het oude komt. De retail- en consumentenmarkt is structureel veranderd en Den Haag kan alleen maar aantrekkelijker worden als winkelstad als het ruimte blijft bieden voor vernieuwing en inspeelt op nieuwe tendensen. Denk hierbij aan: de toepassing van nieuwe technologieën (winkels en winkelgebieden moeten ‘smart’ worden), de toekomst is er niet voor enkel de stenen winkel of de ‘pure player’ (internetwinkel), maar in de juiste combinatie van clicks & bricks; lokaal ondernemerschap is weer terug: de consument is op zoek naar ‘echte’, persoonlijke producten, een buurtgevoel, specialiteitenwinkels en horeca; blurring en nieuw ondernemerschap: de combinatie van winkels met andere functies, zoals horeca, ambacht, cultuur, evenementen, markten; internationalisering van de winkelmarkt: steeds meer internationale, grootschalige winkelformules treden toe tot de Nederlandse winkelmarkt, waarbij Den Haag zich steeds meer als tweede vestigingslocatie in Nederland positioneert. Ook binnen Den Haag neemt het onderscheid tussen goede en minder goede winkellocaties toe. De winkelfunctie concentreert zich steeds meer in de kerngebieden. De toekomst ligt in compactere winkelgebieden, goed vermarkt en professioneel beheerd en met voldoende loop.
Sterke bedrijveninvesteringszones (BIZ’en) hebben gezorgd voor goed georganiseerde winkeliersverenigingen. Binnen deze winkelgebieden is er vanuit de markt veel vertrouwen en ook in de wijken en buurten is de investeringsbereidheid groot. De Haagse binnenstad krijgt wat de gemeente betreft een ‘status aparte’. De status aparte houdt in dat de binnenstad in beginsel geen voor opgelegde limiet kent. Verdere versterking van de Haagse binnenstad past in de ambitie van de gemeente Den Haag en zal vooral de (boven)regionale functie van de Haagse binnenstad ten goede komen.
Potentiële plannen vallen ruim binnen de ontwikkelingsmogelijkheden De maximale indicatieve planologische ruimte is berekend voor de komende tien jaar. Lang niet alle planologische ruimte zal worden geclaimd/ingevuld. Dit is vermoedelijk minder dan de helft. Anno 2017 zijn in Den Haag plannen (zachte en harde initiatieven) bekend voor in totaal ruim circa 45.000 m2 wvo, waarvan in de binnenstad 6.000 m2 wvo aan harde plannen, ca. 6.000 m2 wvo harde plannen in de wijken en buurten en 26.400 m2 wvo aan harde plannen voor PDV/Thematische detailhandel. Daarnaast staan er nog voor 6.000 m2 wvo aan zachte plannen in de buurten en wijken op de rol. Dit betreft maximale bekende m2, waarvan een aantal plannen mogelijk niet doorgaat, een aantal zachte plannen ‘hard’ worden dan wel verdwijnen en nieuwe plannen instromen. Alles overziend kunnen we vaststellen dat de planvoorraad past binnen de kaders van de eerder becijferde indicatieve marktruimte in hoofdstuk 2 van 100.500 m2 wvo tot 113.00 m2 wvo in 2025. De plannen in de buurten en wijken blijven ruimschoots binnen de gemaakte inschatting van de theoretische planologische ruimte voor uitbreiding van 36.500 m2. Hierbij blijft het van groot belang om regionaal en provinciaal plannen goed af te stemmen en keuzes te maken.
Het detailhandelsbeleid dat in de Agenda Detailhandel van de MRDH is vastgesteld eind 2016 en waarbinnen afspraken zijn gemaakt over de toetsing van plannen in de regio vormen hiervoor een belangrijke basis.
Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal
14
2. De Haagse principes en werkwijze [WAT ZIJN ONZE UITGANGSPUNTEN?] 2.1. Algemene beleidsprincipes Den Haag Het Haagse dynamische detailhandelsbeleid met haar cyclus van ruimtelijk beleid, analyse en uitvoering kent onderstaande beleidsprincipes: De winkelplanning reguleert welke detailhandel zich waar mag vestigen. Basis hiervoor vormt deze nota, juridisch-planologisch vertaald in bestemmingsplannen/het omgevingsplan; Op basis van onderzoek en kennis worden de keuzes ten aanzien van de hoofdwinkelstructuur en het Actieprogramma bepaalt. Hiervoor dient de Detailhandelsmonitor. Het stimuleringsbeleid is erop gericht Den Haag als winkelstad voor consument en ondernemer zo aantrekkelijk mogelijk te maken. De toolkit hiervoor staat in het Actieprogramma Winkelstad. De Gemeente Den Haag wil vast blijven houden aan deze systematiek, de focus op de hoofdwinkelstructuur en de heldere keuzes die hierbinnen wordt gemaakt. Dit heeft in het verlenen zijn effect bewezen en een consistente lijn zorgt ook voor duidelijkheid naar de toekomst. De gemeente houdt dus vast aan de ingezette koers en deze wordt in deze Kadernota Detailhandel Den Haag waar wenselijk en nodig aangescherpt en geactualiseerd. De hoofdwinkelstructuur centraal Binnen de huidige marktomstandigheden kunnen niet alle winkels en winkelgebieden overeind blijven.
Den Haag zet daarom in op concentratie van de winkels met als doel het behoud en/of versterking van vitale en levendige winkelgebieden met voldoende toekomstperspectief. Dit beleidsprincipe wordt op de volgende manier juridisch-planologisch vertaald (middels bestemmingsplannen/het omgevingsplan en omgevingsvergunningen): Binnen de hoofdwinkelstructuur staat het winkelen, boodschappen doen en aanverwante functies (zoals dienstverlening en ambacht met baliefunctie centraal). Functies die afbreuk doen aan het winkel- of publieke karakter (zoals wonen of kantoren) worden niet toegestaan op de begane grondlaag. Daar waar dit strijdigheid met het bestemmingsplan oplevert kan door de Haagse Pandbrigade worden gehandhaafd. Buiten de hoofdwinkelstructuur wordt in de rek- en krimpzones juist ruimte gegeven aan functieverbreding, zodat de markt hier zijn werk kan doe. Hier kan nog steeds ruimte zijn voor detailhandel (broedplaatsfunctie), maar ook voor andere economische en sociaalmaatschappelijke functies. In transformatiegebieden of bij solitaire winkels wordt getracht de detailhandelsfunctie te laten verdwijnen, door bv. bestemmingsplanwijziging of herontwikkeling. Definitie hoofdwinkelstructuur De Haagse hoofdwinkelstructuur wordt objectief bepaald op basis van de periodiek uit te voeren detailhandelsmonitor.
Tot de Haagse hoofdwinkelstructuur behoren alleen duidelijk herkenbare concentraties van winkels, waarbij het winkelgebied in kwestie of minimaal een buurtverzorgende functie heeft of een herkenbaar thema heeft. Hieruit volgt de volgende definitie de hoofdwinkelstructuur: ‘Een ruimtelijk netwerk van winkelconcentraties in Den Haag dat voor de consument (bewoners, werknemers en bezoekers/toeristen) zo fijnmazig als mogelijk is, maar voor ondernemingen grofmazig genoeg is om rendabel te kunnen functioneren’. Alle winkelgebieden die deel uitmaken van de hoofdwinkelstructuur kunnen als volgt worden gedefinieerd; ‘Een winkelgebied is een kerngebied met minimaal 5 aaneengesloten verkooppunten of 3 geclusterde winkels, waarvan 1 trekker van minimaal 200 m² wvo (liefst een supermarkt)’.
Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal
15
De hoofdwinkelstructuur van Den Haag, anno 2017 (op basis detailhandelsmonitor 2013)
Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal
16
2.2. Heldere werkwijze De rode draad in het beleid vormt dus de continue aandacht voor de hoofdwinkelstructuur, volgens het principe: Meten en kiezen; de detailhandelsmonitor 1. Vinger aan de pols: Weten wat er in de stad gebeurt middels de reguliere detailhandelsmonitor, een objectieve en periodieke systematiek, is van groot belang. Deze wordt aangevuld met het dagelijks ‘weten’ wat er in de stad speelt door actief accountmanagement en de continue aandacht voor trends en ontwikkelingen. Met deze kennis is het mogelijk om bewuste en goed onderbouwde keuzes voor de hoofdwinkelstructuur in de stad te maken. 2. Herijking hoofdwinkelstructuur: Uitgangspunt voor de Haagse winkelplanning is dus de focus op de hoofdwinkelstructuur en de keuzes die we maken. Binnen de hoofdwinkelstructuur is ruimte voor versterking, daarbuiten in beginsel niet. Slechts in uitzonderlijke gevallen en met aantoonbare meerwaarde voor de gehele winkelstructuur en de stad kan hiervan worden afgeweken. Hoewel de stad als geheel er goed voor staat, verschilt het functioneren en perspectief van afzonderlijke winkelgebieden. Niet elk winkelgebied is in de huidige tijd nog economisch levensvatbaar. Met de effecten van de economische crisis in het achterhoofd, leegstand en het veranderend consumentengedrag moet nog sterker gekozen worden dan voorheen.
De hoofdwinkelstructuur wordt periodiek herijkt aan de hand van de detailhandelsmonitor. Ten opzichte van 2009 is in 2013 de nieuwe hoofdwinkelstructuur vastgesteld op 68 winkelgebieden (zie pagina 10). Behalve vermindering van het aantal winkelgebieden zijn in de laatste Detailhandelsmonitor van 2013 ook zes winkelgebieden toegevoegd die nog niet in de hoofdwinkelstructuur waren opgenomen, zoals, trafficlocaties (bij de stations), herontwikkelde winkelgebieden en winkelgebieden rondom grote supermarkten. Op basis van de detailhandelsmonitor zal de hoofdwinkelstructuur periodiek worden geactualiseerd, zodat ingespeeld kan worden op de dynamiek en veranderende marktomstandigheden. Versterken of transformeren; het actieprogramma 3. Versterken, vernieuwen of toevoegen: Door actieve inzet op versterking en het stimuleren van investeringen in de Haagse perspectiefrijke winkelgebieden in de hoofdwinkelstructuur dragen we bij aan het toekomstbestendig maken en (waar mogelijk) uit te laten groeien tot ‘parel’ (kansenbenadering) De versterking van winkelgebieden door herontwikkelingen geven we vorm in verschillende winkelgebieden door toevoeging of vergroting van trekkers (vaak supermarkten), mits dit leidt tot versterking van hoofdwinkelstructuur. Daarbij gaat het niet om de kwantiteit, maar om de kwaliteit van winkellocaties.
Het doel is het vergroten van het onderscheidend vermogen van Den Haag ten opzichte van andere steden; We pakken de winkelgebieden integraal en in onderlinge samenhang aan, dat wil zeggen: alle facetten die van invloed zijn op het winkelklimaat: uitstraling, inrichting, organisatie, branchering, gastvrijheid, bereikbaarheid, veiligheid, marketing, etc.; Hiervoor kan het in sommige centra gewenst zijn het winkelaanbod (beperkt) uit te breiden, om ruimte te bieden aan schaalvergroting van bestaande aanbieders of vestiging van nieuwe winkels. Gelet op de trends zal echter in veel centra ingezet moeten worden op verdere clustering van winkels en gedeeltelijke functiewijziging (van winkels naar andere functies, of van non-food naar food). Concentreren en verplaatsen naar kerngebied en transformatie o.a. d.m.v. vastgoedstrategie en inzet bestemmingsplan-/omgevingsplaninstrument; We kiezen voor een pro-actieve aanpak en actief accountmanagement. Dat betekent dat we een uitgebreid lokaal en nationaal netwerk onderhouden en snel in willen spelen op kansen die zich voordoen; Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal
17
Aan vernieuwing en dynamiek willen we volop ruimte geven om hiermee de hoofdwinkelstructuur nieuwe impulsen te geven, zowel in de binnenstad als in de buurten en wijken en (als dit niet inpasbaar is in de hoofdwinkelstructuur en bijzondere concepten betreft) incidenteel buiten de hoofdwinkelstructuur. Marktinitiatieven die hierin passen willen we stimuleren en faciliteren; Thematische winkelgebieden: specifieke locaties zijn aangewezen voor perifere winkels (PDV, m.n. bouwmarkten, tuincentra en woonwinkels) en grootschalige detailhandel (GDV), zoals de Megastores en de Binckhorst.
4. Transformeren of minder: Ten opzichte van 2009 behoren acht winkelgebieden niet meer tot de hoofdwinkelstructuur. Deze perspectiefarme (delen van) winkelgebieden worden niet versterkt als het gaat om bijvoorbeeld het toevoegen van nieuwe winkels en m2 of extra investeringen in de openbare ruimte. Wel blijft er natuurlijk aandacht voor het reguliere beheer ten aanzien van schoon, heel en veilig. Daarnaast wordt de verspreide bewinkeling (incl. solitaire supermarkten) zoveel mogelijk tegengegaan. In een aantal bestemmingsplannen hebben we uitwerking gegeven aan de invoering van de ‘rek- en krimp’-gebieden (transformatie), waar nodig zullen we dit bij nieuwe bestemmingsplannen/in het omgevingsplan verder doorvoeren om de kern van winkelgebieden gezond te houden door; o Perspectiefarme (delen van) winkelgebieden uit de hoofdwinkelstructuur te nemen; o Bestemmingsverruiming en dagelijks en niet-dagelijkse winkelbestemming zoveel mogelijk weg te halen uit het bestemmingsplan/omgevingsplan; o Door hier niet te optimaliseren/uitbreiden (bestaande winkeliers kunnen blijven); o Ontmoedigen/niet faciliteren winkeluitbreiding.
2.3. Overige thema’s Winkeltijdenbeleid De Verordening Winkeltijden Den Haag 2018 past bij de ambitie van Den Haag om een nog aantrekkelijker stad te worden voor bezoekers en bewoners. Den Haag wil de beste winkelstad zijn en speelt daarom in op de wens van ondernemers en consumenten om winkels langer open te houden en de huidige winkeltijdenregeling te vereenvoudigen. De Verordening Winkeltijden Den Haag 2018 is vereenvoudigd, biedt een eenduidig beleid voor de gehele stad en kent een verruiming in de openingstijden van winkels ten opzichte van de verordening uit 2006. Beleid voor ambulante handel Ambulante handel (warenmarkt, standplaatsen) is een vorm van detailhandel. Het beleid voor ambulante handel is verwoord in de recent vastgestelde Nota Markten, straathandel en kiosken (Nota MSK, RIS 283882). We volstaan hier daarom met een verwijzing naar deze nota. Beleid voor horeca Ook horeca is een onderdeel van het dynamische detailhandelsbeleid. Blurring tussen horeca en detailhandel treden wij als gemeente positief tegemoet, waarbij wel rekening moet worden gehouden met landelijke wetgeving. Voor horeca is recent de Horecavisie 2016 vastgesteld. We volstaan hier daarom met een verwijzing naar deze nota. We zetten in op multifunctionele centrumgebieden, waarin naast detailhandel, ook dienstverlenende bedrijven en horeca thuishoren.
In aansluiting op deze nota 2016 wordt in winkelgebieden maximaal 30% horeca toegestaan. Beleid voor Internetwinkels/afhaalpunten Met de opkomst van internetwinkelen heeft de consument er veel opties bij gekregen om producten uit te zoeken, aan te schaffen en te verkrijgen. Bedrijven, die aan online verkoop doen, bezorgen in veel gevallen de producten aan huis. In andere gevallen kunnen consumenten de bestelde artikelen afhalen bij een afhaalpunt in een winkel, of bij een afzonderlijk afhaalpunt. In feite gaat het hier om een nieuwe verschijningsvorm van detailhandel, die niet wezenlijk verschilt van een winkel: er worden producten overgedragen van leverancier naar consument. Voor afhaalpunten geldt daarom hetzelfde beleid als voor winkels: zij mogen zich vestigen binnen de hoofdwinkelstructuur. Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal
18
3. Ruimtelijke en thematische keuzes [WAAR KIEZEN WE VOOR?] De (nieuwe) juridisch-planologische voorwaarden vanuit ontwikkelingen in de jurisprudentie ten aanzien van de Wet ruimtelijke ordening (en over enkele jaren de Omgevingswet) en Europese regelgeving (Europese Dienstenrichtlijn en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie), vragen om een aanpassing op onderdelen van het ruimtelijk detailhandelsbeleid. Hierbij hanteert Den Haag de volgende ruimtelijke uitgangspunten: a) Binnenstad: focus ligt op de versterking van de binnenstad als (inter)nationaal winkelgebied; b) Ondersteunende winkelgebieden: minder maar betere winkelconcentraties. We streven naar winkelaanbod van voldoende omvang en kwaliteit, en voor iedere Hagenaar op maximaal 1000 meter minimaal buurtvoorzienend winkelaanbod; c) Omgang met leegstand: actieve aanpak van structurele leegstand en passieve aanpak door versterking van concurrerende winkelgebieden; d) Thematische winkelgebieden: We streven een optimale clustering na van ‘perifere detailhandel’, specifieke locaties zijn aangewezen voor perifere winkels (PDV, m.n.
woonwinkels), zoals de Megastores en de Binckhorst; e) Bouwmarkten en tuincentra kunnen zich solitair vestigen op goed bereikbare locaties, waarbij een goede spreiding over de stad voorop staat; f) Voor grootschalige winkels (GDV) blijft in beginsel de bestaande hoofdwinkelstructuur de aangewezen plek voor vestiging; g) Aan vernieuwing en dynamiek willen we volop ruimte geven om hiermee de hoofdwinkelstructuur nieuwe impulsen te geven, zowel in de binnenstad, in de buurten en wijken en (als dit niet inpasbaar is in de hoofdwinkelstructuur en bijzondere concepten betreft) incidenteel buiten de hoofdwinkelstructuur. Marktinitiatieven die hierin passen willen we stimuleren en faciliteren.
3.1. Ruimtelijke keuzes Binnenstad Ambitie: Identiteitsdrager voor Den Haag Beste Winkelstad Binnen de ambitie ‘beste winkelstad’ speelt de binnenstad een belangrijke rol. Tegelijk heeft de binnenstad een belangrijke functie als huiskamer voor de stad en voor de regio. Om deze functies te kunnen blijven behouden, houden we de binnenstad compact, waarbij we ruimte blijven bieden voor vernieuwing en dynamiek. Beleidskeuze: Diversiteit in aanbod en locaties blijven stimuleren De binnenstad is de locatie waar Den Haag zich profileert als internationale stad, met zijn grootstedelijke inrichting en aansprekende (internationale) warenhuizen en ketens. Zo spelen we in op trends: enerzijds een afnemende behoefte aan fysieke winkels, anderzijds een blijvende vraag naar vestigingslocaties voor vernieuwende concepten. Ook de komende jaren blijven we ruimte bieden voor nieuwe (internationale) concepten en grootschaligheid. In de afgelopen periode is gebleken dat nieuwe ontwikkelingen (ook grootschalige) uitstekend in te passen zijn in het bestaande centrumgebied. Zo maken we het kernwinkelgebied nog sterker. Rondom de winkelkern zijn diverse sfeergebieden met ieder een eigen identiteit. Hier vind je in een historische setting een verrassend aanbod van exclusieve winkels, ‘local heroes’ en vernieuwende concepten.
Ook dit specialistische, kleinschalige aanbod wordt gekoesterd en gestimuleerd. De aanpak van de sfeergebieden blijft gehandhaafd (zie Actieprogramma Den Haag Winkelstad en Binnenstadsplan Den Haag 2010-2020). Beleidskeuze: Inzetten op sterkere integratie met horeca en cultuur Veranderend koop- en winkelgedrag vraagt om een sterkere integratie met horeca en cultuur. Deze combinatie geeft toegevoegde waarde aan een bezoek aan de binnenstad. Hiermee wordt de consument verleid langer te verblijven Het compacte winkelgebied in Haagse setting, met bijzondere winkelconcepten, horeca, cultuur en attracties maakt de binnenstad een aantrekkelijk winkelgebied, voor inwoners, (regio)bezoekers en toeristen. Kadernota Detailhandel: de Haagse hoofdwinkelstructuur centraal
19
Wijken en buurten Ambitie: Gezonde winkelstructuur voor frequente aankopen: minder maar beter In de wijken en buurten moet een evenwicht worden gevonden tussen enerzijds een zo fijnmazig mogelijk voorzieningenniveau (met voor iedere inwoner van Den Haag basisvoorzieningen op korte afstand van de woning), en anderzijds voldoende grote centra (met zo min mogelijk overlappende verzorgingsgebieden), die aantrekkelijk genoeg zijn voor consument en ondernemer. De kracht van buurt- en wijkcentra is de nabijheid voor de consument, en het gemak. Dagelijkse boodschappen en doelgerichte aankopen worden hier gedaan, waarbij synergie met voorzieningen als zorg, kinderopvang, school, afhaalpunt, etc. extra kansen biedt. Voor verse producten is de rol van internet vooralsnog beperkt. Mits compact en compleet hebben buurt- en wijkcentra goede kansen, mede door overname van de rol van de kleinere centra. Beleidskeuze: Perspectiefrijke winkelgebieden versterken en perspectiefarme winkelgebieden transformeren Binnen de hoofdwinkelstructuur richten we ons in de wijken en buurten in de eerste plaats op perspectiefrijke winkelgebieden. Perspectiefrijke winkelgebieden hebben een aanbod dat voor minstens 50% bestaat uit winkels en hebben ten minste één supermarkt met een omvang groter dan 1.000 m² wvo.
Deze winkelgebieden mogen versterken, ook als dit ten koste gaat van nabijgelegen kleinere winkelgebieden (minder maar beter). Het uitgangspunt dat elke inwoner binnen 1.000 meter moet kunnen beschikken over een buurtverzorgend aanbod blijft gehandhaafd. In de perspectiefrijke winkelgebieden in de wijken en buurten wordt volop geïnvesteerd. Dit vraagt om maatwerk per winkelgebied. Acties kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op schaalvergroting van het aanbod (of de supermarkt(en) of het compacter maken van het winkelgebied (bijvoorbeeld; door het verdwijnen van de non-food is minder winkeloppervlak nodig). Voor perspectiefarme locaties kan waar noodzakelijk een aanpak naar rek- krimp dan wel transformatie worden opgesteld (zie hoofdstuk 4), waarbij ze (op termijn) uit de hoofdwinkelstructuur wegvallen. Beleidskeuze: Omvang van (grotere) planmatig ontwikkelde centra herijken Een kwetsbare categorie winkelgebieden in de hoofdwinkelstructuur zijn de (planmatig ontwikkelde) stadsdeelcentra en grote wijkcentra, met name gevestigd in de na-oorlogse wijken. Sommige van deze winkelgebieden, zoals bijvoorbeeld de Leyweg of Loosduinen zijn in tijd van economische voorspoed flink uitgebreid, met onder meer een uitgebreid non-foodaanbod. Juist dit aanbod staat nu onder druk. Winkelformules kiezen vooral nog voor de binnenstad om te investeren.