CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS312212 Bijlage

Commissie Bestuur 14 december 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Programma 11: Economie17.840 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.00

4.10

5.10

6.00

6.90

6.20

6.00

5.10

3.60

3.40

3.20

Westers

5.50

7.40

7.60

9.00

9.10

9.50

8.50

6.10

5.30

4.80

5.20

Niet-Westers

11.50

12.40

15.20

16.50

17.80

16.20

13.30

11.00

7.40

7.50

8.50

Laag

10.60

11.80

14.40

15.10

17.10

17.60

14.70

12.10

9.90

8.80

10.30

Middelbaar

7.30

7.60

9.10

11.50

12.40

12.10

10.20

8.40

5.50

5.70

6.40

Hoog

3.10

3.90

4.70

5.70

6.40

4.80

4.90

4.10

2.90

2.90

3.10

FIGUUR 1.8: AANDEEL BEËINDIGDE WW-UITKERINGEN NAAR REDEN, G4 GEMEENTEN

Bron: UWV

32

TERUG >

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

FIGUUR 1.9: PERSONEN DIE UITSTROMEN UIT DE WW EN NA DE WW IN DE BIJSTAND KOMEN, ABSOLUUT EN IN % VAN UITSTROOM, G4 GEMEENTEN s-Gravenhage

Amsterdam

Rotterdam

Utrecht

2015

10,40%

8,60%

9,30%

5,80%

2016

9,40%

8,20%

9,20%

5,50%

2017

6,90%

6,90%

7,30%

4,70%

2018

5,90%

5,50%

5,80%

3,40%

2019

5,80%

5,20%

6,40%

3,90%

2020

7,70%

7,40%

9,80%

4,70%

TERUG >

Bron:UWV

FIGUUR 1.10: PERCENTAGE HUISHOUDENS MET LANGDURIG LAAG INKOMEN (TENMINSTE 1 JAAR), G4 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0

2011

2012

2013

Amsterdam

2014

2015

s Gravenage

2016

2017

Rotterdam

Bron: Waarstaatjegemeente.nl

33

2018

2019

Utrecht

TERUG >

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TERUG >

TABEL 1.3 : LANGDURIG LANG LAAG INKOMEN NAAR ACHTERGRONDKENMERKEN, DEN HAAG 2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Hoofdkostwinner: tot 25 jaar

22.4

26.2

29.5

29.2

28.2

27.8

26.4

22.4

21.4

Hoofdkostwinner: 25 tot 45 jaar

12.9

14.9

16.6

15.8

15.6

15.0

14.1

13.7

13.4

Hoofdkostwinner: 45 tot 65 jaar

13.6

15.1

16.7

16.3

16.3

16.6

16.3

16.3

16.1

Hoofdkostwinner: 65 jaar of ouder

3.9

7.0

8.4

7.4

5.0

4.9

5.0

5.6

6.1

Hoofdkostwinner: Nederland

6.8

7.5

8.3

7.9

8.0

7.8

7.7

7.6

7.5

Hoofdkostwinner: westers

11.9

13.6

14.9

13.5

12.5

12.1

11.2

11.0

11.6

Hoofdkostwinner: niet-westers

21.8

26.5

29.4

27.9

25.9

25.4

24.1

23.6

22.7

Bron: Inkomen als werknemer

4.3

4.8

5.1

4.7

4.0

3.5

3.3

3.3

3.2

Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal)

17.6

19.2

20.4

18.3

17.2

14.8

13.0

12.3

14.5

Bron: CBS

TERUG >

FIGUUR 1.11: AANDEEL HUISHOUDENS MET BIJSTANDSUITKERING

Huishudens met bijstandsuitkering t.o.v. huishoudens totaal 16,% 14,% 12,% 10,%

8,% 6,% 4,% 2,%

,%

2015

2016

s Gravenhage

2017 Amsterdam

2018

2019

Rotterdam

Bron: Waarstaatjegemeente.nl

34

Utrecht

2020

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TERUG >

FIGUUR 1.12: BRUTO ARBEIDSPARTICIPATIE IN %, G4 GEMEENTEN 78 76 74 72 70 68 66 64 62 60 58

2010

2011

2012

s Gravenhage

2013

2014

2015

2016

Rotterdam

2017

2018

Utrecht

2019

2020

Amsterdam

TABEL 1.4: BRUTO ARBEIDSPARTICIPATIE NAAR ACHTERGROND, GEMEENTE DEN HAAG

TERUG >

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Totaal

67.2

67.8

68.5

68.3

67.2

67.0

66.3

66.4

67.6

68.4

67.7

Man

73.0

73.8

73.9

74.1

73.3

72.5

72.1

72.6

72.8

73.5

72.7

Vrouw

61.3

61.7

63.2

62.4

61.1

61.6

60.5

60.3

62.5

63.4

62.7

Leeftijd: 15 tot 25 jaar

55.1

57.8

61.2

59.3

57.2

59.1

57.8

57.5

55.4

59.7

57.2

Leeftijd: 25 tot 45 jaar

83.7

83.1

83.6

83.7

82.3

81.1

79.5

80.1

82.8

83.2

82.8

Leeftijd: 45 tot 75 jaar

55.1

56.1

56.2

56.3

56.3

56.8

57.3

57.3

58.5

58.6

58.4

Migratieachtergrond: Nederland

69.6

69.2

69.7

70.2

69.0

68.9

68.4

68.9

68.6

69.5

69.9

Migratieachtergrond: Westers

67.2

68.2

70.0

68.6

67.9

67.6

66.7

69.2

69.0

69.5

69.4

Migratieachtergrond: niet-Westers

64.1

65.7

66.6

65.7

64.6

64.4

63.6

62.0

65.9

67.1

64.5

Onderwijsniveau: Laag

47.9

49.3

51.4

49.6

48.0

47.0

45.5

44.7

46.8

48.2

45.2

Onderwijsniveau: Middel

71.4

71.6

71.5

70.5

70.1

69.2

68.3

68.7

70.1

70.4

66.9

Onderwijsniveau: Hoog

83.7

83.2

83.2

85.5

82.9

83.3

84.1

83.9

82.2

83.0

84.3

35

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TERUG >

FIGUUR 1.13: AANTAL SNELGROEIENDE BEDRIJVEN PER 1000 VESTIGINGEN 25 20 15 10 5 0

2010

2011

2012

Den Haag

2013

2014

Utrecht

2015

2016

Amsterdam

2018

2019

2020

Rotterdam

Bron: CBS Lokale Economie/Waarstaatjegemeente.nl

FIGUUR 1.14: AANDEEL VESTIGINGEN MET KRIMP, STAGNATIE, GROEI EN SNELLE GROEI VAN AANTAL WERKNEMERS IN DE GEMEENTE DEN HAAG

36

TERUG >

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

STAD FIGUUR 2.1: WOONAANTREKKELIJKHEIDSINDEX, G4 GEMEENTEN

TERUG >

Brom: Atlasvoorgemeenten

FIGUUR 2.2: WOONAANTREKKELIJKHEIDSINDEX COMPONENTEN DEN HAAG OVER TIJD

Bron: Atlasvoorgemeenten

37

TERUG >

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TERUG >

TABEL 2.1: VESTIGING EN VERTREK IN EN UIT GEMEENTE DEN HAAG (AANTALLEN) 2015

2016

2017

2018

2019

2020

Bevolking aan het begin van de periode

514861

519988

524882

532561

537833

545838

Vestiging in de gemeente |Totaal

34059

36324

38612

37518

40256

38142

Vestiging in de gemeente |Vanuit een andere gemeente

19559

20809

21370

20033

20253

21928

Vestiging in de gemeente |Immigratie

14500

15515

17242

17485

20003

16214

Vertrek uit de gemeente|Totaal

31200

33853

33248

34226

34553

37170

Vertrek uit de gemeente|Naar andere gemeente

20683

22058

22521

22781

23930

24902

Vertrek uit de gemeente|Emigratie

10517

11795

10727

11445

10623

12268

Overige correcties

-243

-115

-116

-348

-37

-80

519988

524882

532561

537833

545838

548320

Bevolking aan het einde van de periode Bron: CBS

TERUG >

FIGUUR 2.3

Bron: Kerncijfers Den Haag 2021

38

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TERUG >

TABEL 2.2: AANTAL NEDERLANDSE TOERISTISCHE BEZOEKERS EN BEZOEKEN G4, 2020

Bron: TBAS

TERUG >

TABEL 2.3: AANTAL GASTEN UIT NL EN BUITENLAND MET HOTELOVERNACHTINGEN (X1000)

Amsterdam Rotterdam s Gravenhage

Utrecht

Herkomst gast

2015

2016

2017

2018

2019

Nederland

1351

1292

1477

1654

1637

871

Buitenland

5475

5979

6784

6923

7572

2088

Nederland

530

569

606

671

656

430

Buitenland

438

489

535

590

582

208

Nederland

430

457

549

551

533

267

Buitenland

468

473

519

528

499

250

Nederland

159

171

205

203

211

213

Buitenland

195

183

255

237

238

84

Bron: CBS

39

2020

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TABEL 2.4: AANTAL ZAKELIJKE OVERNACHTINGEN (X1000)

TERUG >

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Amsterdam

4120

4410

4650

4500

4540

5200

5530

5820

1270

Rotterdam

690

720

800

820

940

920

960

980

380

s Gravenhage

650

660

710

810

720

770

750

770

250

Utrecht

280

260

260

300

340

400

410

430

160

Bron:CBS

TERUG >

TABEL 2.5: AANTAL CONGRESSEN, GEMIDDELDE DUUR EN DEELNEMERSDAGEN DEN HAAG 2017

2018

2019

2020

Totaal aantal corporate meetings

81

53

47

7

Totaal aantal Non-corporate meetings

68

74

66

9

Totaal aantal meetings/congressen

149

127

113

16

Gemiddelde duur

4,6

4,1

5,0

4,4

Gemiddeld aantal deelnemers

296

383

425

417

Total aantal deelnemersdagen

179.009

195.059

213.923

27.350

Bron: TBAS

TERUG >

TABEL 2.6: GEMIDDELDE BESTEDINGEN PER TOERISTISCH BEZOEK G4 2017

2018

2019

2020

Amsterdam

€ 50,10

€ 58,80

€ 57,40

€ 57,10

Den Haag

€ 47,30

€ 49,50

€ 52,70

€ 41,70

Rotterdam

€ 52,10

€ 54,30

€ 62,10

€ 54,10

Utrecht

€ 48,20

€ 51,90

€ 59,00

€ 56,90

Bron: TBAS

40

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

STRUCTUUR FIGUUR 3.1: WERKGELEGENHEID PER SECTOR, GEMEENTE DEN HAAG

TERUG >

TABEL 3.1: GROEI VAN WERKGELEGENHEID PER SECTOR IN 2020, GEMEENTE DEN HAAG

TERUG >

41

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TABEL 3.2: VERDELING VAN BEDRIJVEN NAAR BEDRIJFSGROOTTE VAN AANTAL BANEN, G4 1/1/2021

TERUG >

Eenmanszaak

2 tot 10 werknemers

10 of meer werknemers

Utrecht

78%

18%

4%

Groot-Amsterdam

79%

17%

4%

Agglomeratie ‘s Gravenhage

81%

16%

3%

Groot-Rijnmond

77%

18%

5%

Bron: CBS

FIGUUR 3.2: WERKGELEGENHEID MKB EN GROOTBEDRIJF, 1/1/2021

TERUG >

FIGUUR 3.3: MKB NAAR GROOTTEKLASSE BANEN, DEN HAAG, 1/1/2021

TERUG >

FIGUUR 3.4: GROEI WERKGELEGENHEID MKB EN GROOTBEDRIJF, 2000-2021 (1/1/2021)

TERUG >

42

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

FIGUUR 3.5: ONTWIKKELING BRUTO TOEGEVOEGD PRODUCT PER SECTOR, AGG. ’S-GRAVENHAGE EX. ZOETERMEER (MLN EURO’S IN BASISPRIJZEN)

TERUG >

FIGUUR 3.6: ARBEIDSPRODUCTIVITEIT, G4 COROP-PLUS

TERUG >

150 130 110 90 70 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 s Gravenhage ex. Zoetermeer

Utrecht

Amsterdam

Rotterdam

Bron: CBS

43

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

FIGUUR 3.7

TERUG >

Bron: Kenniswijzer regionale economische ontwikkeling 2021

FIGUUR 3.8: INVESTERINGEN IN VASTE ACTIVA, AGGLOMERATIE’S GRAVENHAGE EX. ZOETERMEER TERUG >

Bron: CBS

44

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TERUG >

FIGUUR 3.9: R&D UITGAVEN, COROP-PLUS G4

45

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

ONDERNEMER TABEL 4.1: VESTIGINGEN, OPRICHTINGEN PER SECTOR, DEN HAAG

TERUG >

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Totaal

6013

6085

6650

6773

7149

6598

8297

9768

10598

Bouwnijverheid

1033

957

882

1024

1207

1085

1738

2380

2575

3

6

4

7

6

8

5

5

10

Cultuur, sport en recreatie

390

368

391

374

414

455

536

524

498

Detailhandel

619

634

671

694

693

563

600

638

743

Energie

10

11

9

8

22

24

22

35

27

Fin. dienstverlening en onroerend goed

100

77

102

98

103

64

82

85

68

Groothandel

280

266

328

308

276

228

217

225

211

Horeca

206

245

249

290

290

272

311

332

443

Informatie en communicatie

373

390

413

425

447

373

465

477

467

Landbouw, bosbouw en visserij

228

253

245

242

254

197

278

477

620

Metaalindustrie

21

25

33

23

35

44

30

45

42

Onderwijs

212

265

320

314

376

374

505

540

577

Chemische industrie

Openbaar bestuur en overheidsdiensten

2

6

1

1

2

3

7

2

5

Overige dienstverlening

294

310

473

442

353

344

378

388

392

Overige industrie

57

77

71

66

59

65

78

84

76

Specialistische zakelijke dienstverlening

1221

1161

1339

1348

1481

1332

1450

1633

1625

Verhuur en overige zakelijke dienstverlening

437

483

468

427

398

370

472

528

717

Vervoer en opslag

93

117

135

129

166

265

291

318

372

Voedings- en genotmiddelenindustrie

15

14

17

14

30

23

17

25

34

Welzijn

194

186

216

205

220

185

346

540

584

Zorg

225

234

283

334

317

324

469

487

512

46

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TERUG >

TABEL 4.2: VESTIGINGEN: OPHEFFINGEN NAAR SECTOR, DEN HAAG 2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Totaal

4548

4339

4778

5796

4280

4779

5088

5456

Bouwnijverheid

714

744

652

705

500

562

716

777

5

2

7

3

5

9

1

3

Cultuur, sport en recreatie

261

225

236

308

249

320

313

352

Detailhandel

621

586

594

708

530

580

571

541

Chemische industrie

Energie

6

2

7

8

4

11

10

12

Fin dienstverlening en onroerend goed

100

79

87

110

84

123

74

92

Groothandel

267

221

254

312

243

216

226

237

Horeca

259

208

237

286

211

221

223

230

Informatie en communicatie

245

238

274

364

253

299

322

342

Landbouw, bosbouw en visserij

239

222

193

210

133

135

133

159

Metaalindustrie

15

10

19

25

18

18

17

17

Onderwijs

97

113

212

220

165

212

242

267

Openbaar bestuur en overheidsdiensten

11

6

4

4

4

3

3

3

Overige dienstverlening

264

236

301

393

258

253

295

304

Overige industrie

44

52

50

66

53

54

63

61

Specialistische zakelijke dienstverlening

721

754

876

1199

890

972

1011

1151

Verhuur en overige zakelijke dienstverlening

378

406

374

391

316

310

327

323

Vervoer en opslag

76

70

101

114

94

123

156

176

Voedings- en genotmiddelenindustrie

10

8

17

17

10

20

13

16

Welzijn

105

85

124

145

101

122

136

169

Zorg

110

72

159

208

159

216

236

224

Bron: Arbeidsmarktinzicht

47

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

FIGUUR 4.1: VERLOOP START ZZPER NA STARTJAAR

TERUG >

FIGUUR 4.2: GROEI EN VESTIGING HAAGSE EENMANSZAKEN

TERUG >

48

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

FIGUUR 4.3: AANTAL NIEUWE VESTIGINGEN VAN BEDRIJVEN MET 50-99 WERKNEMERS IN AANTALLEN, GEMEENTE G4

TERUG >

30 25 20 15 10 5 0

2012

2013

2014

s-Gravenhage

2015

2016

Amsterdam

2017

2018

Rotterdam

2019

2020

Utrecht

Bron: Arbeidsmarktinzicht, LISA

FIGUUR 4.4: AANTAL NIEUWE VESTIGINGEN VAN BEDRIJVEN MET 100-249 WERKNEMERS IN AANTALLEN, GEMEENTE G4

TERUG >

20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0

2012

2013

2014

s-Gravenhage

2015

2016

Amsterdam

2017

2018

Rotterdam

Bron: Arbeidsmarktinzicht, LISA

49

Utrecht

2019

2020

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TERUG >

FIGUUR 4.5: AANTAL NIEUWE VESTIGINGEN VAN BEDRIJVEN MET 250 OF MEER WERKPLAATSEN IN AANTALLEN, GEMEENTE G4 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0

2012

2013

2014

's-Gravenhage

2015

2016

Amsterdam

2017

2018

Rotterdam

2019

2020

Utrecht

Bron: Arbeidsmarktinzicht, LISA

FIGUUR 4.6: AANTAL OPHEFFINGEN VAN VESTIGINGEN VAN BEDRIJVEN MET 50-99 WERKPLAATSEN IN AANTALLEN, GEMEENTE G4

TERUG >

60 50 40 30 20 10 0

2012

2013

2014

's-Gravenhage

2015 Amsterdam

2016

2017

Rotterdam

Bron: Arbeidsmarktinzicht, LISA

50

2018 Utrecht

2019

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

FIGUUR 4.7: AANTAL OPHEFFINGEN VAN VESTIGINGEN VAN BEDRIJVEN MET 100-249 WERKPLAATSEN IN AANTALLEN, GEMEENTE G4

TERUG >

25 20 15 10 5 0

2012

2013

2014

's-Gravenhage

2015

2016

Amsterdam

2017

Rotterdam

2018

2019

Utrecht

Bron: Arbeidsmarktinzicht, LISA

TERUG >

FIGUUR 4.8: AANTAL OPHEFFINGEN VAN VESTIGINGEN VAN BEDRIJVEN MET 250 WERKPLAATSEN OF MEER IN AANTALLEN, GEMEENTE G4 14 12 10 8 6 4 2 0

2012

2013

2014

s Gravenhage

2015

2016

Amsterdam

2017

2018

Rotterdam

Bron: Arbeidsmarktinzicht, LISA

51

Utrecht

2019

2020

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TERUG >

TABEL 4.3: LANGDURIG KRAPPE BEROEPSGROEPEN, ARBEIDSMARKTREGIO HAAGLANDEN Beroepsgroepen met een langdurig (zeer) krappe arbeidsmarkt in Haaglanden, 2019-Q1 t/m 2021-Q3

Openstaande vacatures in Haaglanden, 3e kwartaal (raming UWV)

Geregistreerde werkzoekenden UWV (GWU) zonder dienstverband, Den Haag

2019

2020

2021

sept’19

sept’20

aug’21

Transportplanners en logistiek medewerkers

550

550

800

240

270

245

Accountants

200

200

250

85

80

65

Bedrijfskundigen en organisatieadviseurs

200

150

300

130

145

130

Beleidsadviseurs

200

200

300

115

145

120

Financieel specialisten en economen

50

50

100

45

50

40

Boekhouders

300

300

400

150

150

130

Databank- en netwerkspecialisten

350

300

500

125

145

120

Software- en applicatieontwikkelaars

600

600

800

185

210

165

Gebruikersondersteuning ICT

200

150

250

175

195

180

Managers detail- en groothandel

50

50

100

35

45

40

Managers ICT

150

150

200

110

105

105

Managers productie

50

50

100

35

40

40

Managers zorginstellingen

50

50

50

15

25

15

Juristen

50

100

150

50

65

50

Overheidsambtenaren

100

150

150

105

90

100

Docenten hoger onderwijs en hoogleraren

50

50

50

45

40

35

Leerkrachten basisonderwijs

100

50

100

75

60

70

Bouwarbeiders afbouw

150

100

100

125

130

120

Loodgieters en pijpfitters

150

150

250

120

140

120

Timmerlieden

250

100

200

220

235

225

Elektriciens en elektronicamonteurs

300

300

400

275

290

270

Elektrotechnisch ingenieurs

100

50

150

35

30

25

Ingenieurs (geen elektrotechniek)

200

150

300

45

80

65

Machinemonteurs

350

300

550

90

115

95

Productiemachinebedieners

50

50

150

115

145

140

Productieleiders industrie en bouw

150

100

200

45

45

45

Technici bouwkunde en natuur

200

200

300

125

145

125

Vrachtwagenchauffeurs

200

200

450

135

165

150

Artsen

100

100

150

75

60

65

Gespecialiseerd verpleegkundigen

100

100

150

30

25

25

Verpleegkundigen (mbo)

100

100

100

35

40

35

52

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TERUG >

FIGUUR 4.9: ERVAREN BELEMMERINGEN ONDERNEMERS, AGGLOMERATIE ‘S-GRAVENHAGE

Bron: Arbeidsmarktinzicht/CBS

TERUG >

TABEL 4.4: RAPPORTCIJFER WAARDERING KLANTVRIENDELIJKHEID GEMEENTE DEN HAAG 2016-2020

Algemene waardering ondernemersklimaat

2016

2017

2018

2019

2020

6,4

6,6

6,5

6,5

6,3

6,3

5,8

6,1

6,5

6,3

Waardering klantgerichtheid Waardering betrouwbaarheid

6,4

Waardering deskundigheid

6,1

6

6

6

6,3

6

5,7

5,6

5,7

6,1

5,9

Waardering snelheid van dienstverlening

6,3

5,8

Waardering telefonische bereikbaarheid

6,6

6

6,8

6,8

6,1

5,3

Waardering het nemen van initiatieven

6,2

5,3

Waardering afstemming en overleg met ondernemers

5,9

5,5

Waardering begrip voor ondernemers

Waardering digitale bereikbaarheid Waardering snelheid van betalen

6,3

53

6,1

6,2

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TERUG >

FIGUUR 4.10: OPLEIDINGSNIVEAU 15-75 JARIGEN, G4

Opleidingsniveau 2019 100% 80% 60% 40% 20% 0%

s Gravenhage

Amsterdam Laag

Rotterdam Middel

Utrecht

Hoog

Bron: CBS

TERUG >

FIGUUR 4.11: GEDIPLOMEERDEN, DEN HAAG, 2010-2019 100%

90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10%

Bron: CBS

54

0 '2

20 19 /

'1 9

20 18 /

'1 8

Hoog

20 17 /

'1 7

20 16 /

Laag

'1 6

20 15 /

'1 5

Middelbar

20 14 /

'1 4

20 13 /

'1 3

20 12 /

'1 2

20 11 /

20 10 /

'11

0%

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TERUG >

FIGUUR 4.12: AANDEEL VOORTIJDIGE SCHOOLVERLATERS ZONDER STARTKWALIFICATIE, G4 OVER TIJD 7,% 6,% 5,% 4,% 3,% 2,% 1,% ,%

2010

2011

2012

Amsterdam

2013

2014

2015

Rotterdam

2016

2017

2018

Den Haag

2019

2020

Utrecht

Bron: CBS

TERUG >

FIGUUR 4.13: AANTAL HBO/WO STUDENTEN, G4 70000 60000 50000 40000 30000 20000 10000 0

2010

2011

2012

Amsterdam

2013

2014

2015

s Gravenhage

2016

2017

Rotterdam

Bron: CBS

55

2018

2019 Utrecht

2020

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TABEL 4.5

TERUG >

Opleidingscategorie

Indicator

MBO2

1.04

MBO2 - ECONOMIE EN MAATSCHAPPIJ

1.14

MBO2 - TECHNIEK EN ICT

1.18

MBO2 - ZORG EN DIENSTVERLENING

1.07

MBO3

1.03

MBO3 - ECONOMIE EN MAATSCHAPPIJ

1.11

Mbo3 - economie en administratie

1.01

MBO3 - TECHNIEK EN ICT

1.01

Mbo3 - techniek, bouw en procesindustrie

0.98

MBO3 - ZORG EN DIENSTVERLENING

1.06

Mbo3 - dienstverlening

1.03

Mbo3 - gezondheidszorg en welzijn

1.09

MBO4

1.02

MBO4 - ECONOMIE EN MAATSCHAPPIJ

1.09

Mbo4 - economie en administratie

1.1

Mbo4 - handel, ondernemerschap, transport en logistiek

1.05

MBO4 - LANDBOUW EN NATUUR

0.88

Mbo4 - voedsel, natuur en leefomgeving

0.88

MBO4 - TECHNIEK EN ICT

0.94

Mbo4 - ict, media en vormgeving

1.23

Mbo4 - techniek, bouw en procesindustrie

0.82

MBO4 - ZORG EN DIENSTVERLENING

1.07

Mbo4 - dienstverlening

1.1

Mbo4 - gezondheidszorg en welzijn

1.06

BACHELOR

1.04

BACHELOR - ECONOMIE EN MAATSCHAPPIJ

1.11

Bachelor - dienstverlening

1.23

Bachelor - economie en recht

1.08

Bachelor - journalistiek, gedrag en maatschappij

1.12

Bachelor - kunst, taal en cultuur

1.1

BACHELOR - LANDBOUW EN NATUUR

1.04

Bachelor - landbouw, wiskunde en natuurwetenschappen

1.04

BACHELOR - TECHNIEK EN ICT

0.96

Bachelor - techniek en ict

0.96

BACHELOR - ZORG EN ONDERWIJS

1.01

Bachelor - gezondheidszorg en welzijn

1.11

Bachelor - onderwijs

0.85

MASTER, DOCTOR

1.07

MASTER - ECONOMIE EN MAATSCHAPPIJ

1.09

Master - economie en recht

1.08

Master - journalistiek, gedrag en maatschappij

1.1

Master - kunst, taal en cultuur

1.13

MASTER - LANDBOUW EN NATUUR

1.04

Master - landbouw, wiskunde en natuurwetenschappen

1.04

MASTER - TECHNIEK EN ICT

1.07

Master - techniek en ict

1.07

MASTER - ZORG EN ONDERWIJS

1.0

Master - gezondheidszorg

1.02

Master - onderwijs

56

0.97

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

RUIMTE FIGUUR 5.1: VOORRAAD WINKELMARKT, G4 (WINKELRUIME IN M2 W.V.O. IN DUIZENDEN)

TERUG >

Bron: Vastgoedmonitor Den Haag 2021, Cushman & Wakefield

TERUG >

FIGUUR 5.2: AANBOD WINKELMARKT DEN HAAG

Bron: Vastgoedmonitor Den Haag 2021, Cushman & Wakefield

57

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TERUG >

FIGUUR 5.3: OPNAME WINKELMARKT DEN HAAG

Bron: Vastgoedmonitor Den Haag 2021, Cushman & Wakefield

FIGUUR 5.4: LEEGSTAND WINKELMARKT DEN HAAG, WINKELRUIMTE IN M2 W.V.O. PERCENTAGE LEEGSTAND 

Bron: Vastgoedmonitor Den Haag 2021, Cushman & Wakefield

58

TERUG >

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

FIGUUR 5.5

TERUG >

FIGUUR 5.6: KANTORENVOORRAAD GEMEENTE G4, 2016-2020

TERUG >

Bron: Vastgoedmonitor Den Haag 2021, Cushman & Wakefield

59

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TERUG >

FIGUUR 5.7: OPNAME EN AANBOD KANTOORRUIMTE DEN HAAG

Bron: Vastgoedmonitor Den Haag 2021, Cushman & Wakefield

TERUG >

FIGUUR 5.8: OPNAME KANTOORRUIMTE NAAR SECTOR, DEN HAAG

Bron: Vastgoedmonitor Den Haag 2021, Cushman & Wakefield

60

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

FIGUUR 5.9: AANBOD EN OPNAME BEDRIJVENTERREINEN (M2 EN AANTALLEN), DEN HAAG

TERUG >

Bron: Vastgoedmonitor Den Haag Cushman &Wakefield

FIGUUR 5.10: OPNAME BEDRIJFSRUIMTEN GEMEENTE DEN HAAG IN AANTAL TRANSACTIES NAAR SECTOR, IN % VAN TOTAAL AANTAL TRANSACTIES >= 500M2 V.V.O.

Bron: Vastgoedmonitor Den Haag 2021, Cushman&Wakefield

61

TERUG >

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TERUG >

TABEL 5.1: WAARDERING DIENSTVERLENING AGGLOMERATIE ’S-GRAVENHAGE 2016

2018

2020

Agglomeratie ‘s-Gravenhage

Agglomeratie ‘s-Gravenhage

Agglomeratie ‘s-Gravenhage

Woon- en leefklimaat gemeente [score (1-10)]

7,21

7,14

7,53

Veiligheid in de bedrijfsomgeving [score (1-10)]

6,96

7,04

7,46

Bereikbaarheid bedrijfslocatie voor bevoorrading [score (1-10)]

7,21

6,73

7,25

Staat openbare ruimte in bedrijfsomgeving [score (1-10)]

6,97

6,94

7,15

Parkeermogelijkheden in directe omgeving [score (1-10)]

6,73

6,51

7,03

Ondernemingsklimaat gemeente [score (1-10)]

6,73

6,22

6,2

Vestigingsklimaat gemeente [score (1-10)]

6,64

6,02

6,06

Algehele dienstverlening gemeente [score (1-10)]

6,58

6,22

6,46

Dienstverlening via digitale faciliteiten [score (1-10)]

6,31%

6,11%

5,54%

Regeldruk [score (1-10)]

5,99

5,41

5,48

Communicatie en voorlichting [score (1-10)]

5,98

5,73

5,78

Afhandeling vergunningsaanvraag [score (1-10)]

6,02

6,02

6,15

Bereikbaarheid bedrijfslocatie [score (1-10)]

7,58

7,02

6,3

Samenwerking met ondernemers [score (1-10)]

5,8

5,36

5,18

62

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

63

BIJLAGE

2. STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

DE HAAGSE HOGESCHOOL

TERUG > 64

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

BIJLAGE 2 Haagse ZZP’ers Zelfstandigen zonder personeel in Den Haag – Een divers gezelschap Analyses ten bate van de Staat van de Haagse Economie 2021 Prof. Dr. Wilfred Uunk

Inleiding

Een deel van de zelfstandigen zonder personeel (ZZP-ers) in Den Haag staat er financieel niet rooskleurig voor. Meer dan een derde van de ZZP-ers die hun voornaamste inkomen uit onderneming halen, heeft in 2018 een laag persoonlijk inkomen van minder dan 20.000 euro bruto per jaar. Hoewel het mediane persoonlijk inkomen van ZZP-ers in Den Haag iets hoger is dan dan van ZZP-ers in Amsterdam en Rotterdam, is het beduidend lager dan de landelijke mediaan en dan van ZZP-ers in Utrecht (Kenniswijzer DSO/SEPO 2021). Het mediane huishoudensinkomen van ZZP-ers in Den Haag, het voor inkomen van de partner en huishoudensgrootte gecorrigeerde inkomen, en het mediane bedrijfsvermogen liggen ook ver onder de landelijke mediaan en blijven daarnaast achter bij de overige G4 (Staat van de Haagse Economie 2020). 15% van de huishoudens in Den Haag in 2018 waarin de voornaamste inkomensbron uit zelfstandig ondernemerschap komt, leeft tenminste een jaar met een laag huishoudensinkomen. Onder huishoudens die hun voornaamste inkomensbron uit een werknemers positie halen is dit slechts 3%.

De grote financiële kwetsbaarheid van een deel van de ZZP-ers in Den Haag, die ook naar voren komt uit recent CBS onderzoek18, is een reden tot tot zorg. Ze vergroot de maatschappelijke ongelijkheid en de druk op de sociale zekerheid en draagt evenmin bij aan economische groei door succesvol ondernemerschap. Deze zorgen zijn des te groter door de sterke toename van het aantal ZZP-ers in de afgelopen jaren in Den Haag (Kenniswijzer DSO/SEPO 2021; Staat van de Haagse Economie 2020). Echter, achter dit algemene niet-rooskleurige beeld steekt wel veel diversiteit. ZZP-ers in Den Haag vormen een divers gezelschap, net als elders. Zo staan bijvoorbeeld medisch specialisten en notarissen die zich verzelfstandigd hebben er qua inkomen en perspectieven er heel anders voor dan freelancers die van opdracht naar opdracht leven. Op deze diversiteit hebben we nog weinig zicht, maar dit zicht is wel belangrijk om gericht beleid te voeren. Dit doet de volgende vragen rijzen: 1. 2.

18

Wie zijn de ZZP-ers met een laag en hoger inkomen in Den Haag? Welke achtergrondkenmerken hebben ze? Welke ZZP-ers lukt het vaker uit te groeien tot zelfstandige met personeel?

Het CBS becijferde vorig jaar in het kader van de mogelijke gevolgen van de coronacrisis dat bij mogelijk

wegvallen van de inkomsten van 12 maanden het aandeel zelfstandigen dat onder de minimumloongrens zakt in Den Haag 52% is, terwijl dat in Rotterdam 48%, in Amsterdam 43% en in Utrecht 36% is (zie: https://www. cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/28/het-effect-van-het-wegvallen-van-het-zelfstandigeninkomen). Zelfstandigen in Bloemendaal en Rozendaal zouden na een jaar inkomensderving met 21% het minst vaak onder de

minimumloongrens komen. Het CBS heeft niet onderzocht of en in welke mate dit ook daadwerkelijk heeft

plaatsgevonden. De economische gevolgen van de coronacrisis zijn momenteel rooskleuriger dan door vele kennisinstellingen in 20202 voorspeld.

65

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

Data

Om deze vragen te beantwoorden heeft de gemeente Den Haag samen met de Haagse Hogeschool bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in 2021 gegevens opgevraagd over een aantal achtergrondkenmerken (geslacht, leeftijd, etnische herkomst, hoofdkostwinnaarschap, sector, opleidingsnveau, persoonlijk en huishoudensinkomen, huishoudvermogen) van ZZP-ers en werknemers in Den Haag tussen 2015 en 2019. Recentere data waren helaas niet beschikbaar. De populatie omvat alle werknemers en ZZP-ers werkzaam in Den Haag. Vanwege de kleine groep zelfstandigen die tevens werknemer zijn (6% van alle werkenden, inclusief zelfstandigen) zijn deze in de analyses buiten beschouwing gelaten.

Wie zijn de ZZP-ers met een laag en hoger inkomen in Den Haag?

Tabel 1 laat zien dat van alle 31.000 ZZP-ers in Den Haag in 2018 die hun voornaamste bron uit onderneming hebben, 35% tot de groep met lage persoonlijke inkomens kan worden gerekend (met een persoonlijk inkomen tot 20.000 euro bruto per jaar). Dit aandeel lijkt

hoog te zijn, maar helaas kunnen we het niet vergelijken met andere steden of geheel Nederland door ontbreken van gegevens over het aandeel lage persoonlijke inkomens onder ZZP-ers. Wel is het het aandeel lage persoonlijke inkomens onder ZZP-ers in Den Haag gedaald van 44% in 2015 naar 35% in 2018 (niet in tabel weergegeven). Verder zien we dat ook onder werknemers in Den Haag het aandeel personen met een laag persoonlijk inkomen in 2018 hoog is (32%). Dus, de vele ZZP-ers met een laag persoonlijk inkomen zijn eerder een Haags probleem dan een specifiek probleem van ZZP-erschap. Daarbij doen ZZP-ers het echter wel iets slechter dan werknemers. Dit geldt niet alleen in lichte mate voor lage inkomensgroepen, maar ook voor de hoogste inkomensgroep (meer dan 50.000 euro). Die bedraagt 23% onder werknemers en 19% onder ZZP-ers. Figuur 1 laat dit ook grafisch zien.

66

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TABEL 1. INKOMEN EN VERMOGEN VAN ZZP-ERS EN WERKNEMERS IN DEN HAAG EN VAN ZZP-ERS IN HEEL NEDERLANDA, 2018 Werknemer Den Haag (N=224.400)

ZZP-er Den Haag (N=31.300)

ZZP-er Nederland (N=946.400)

82.3%

11.5%

10.7%

Ja

58.5%

67.1%

60.3%

Nee

41.5%

32.9%

39.7%

Tot 10 000 euro

3.8%

5.4%

4.4%

10 000 tot 20 000 euro

8.0%

8.3%

6.9%

20 000 tot 30 000 euro

15.4%

14.4%

12.3%

30 000 tot 40 000 euro

15.4%

17.3%

16.1%

40 000 tot 50 000 euro

14.0%

14.7%

16.3%

Meer dan 50 000 euro

43.4%

39.6%

44.0%

Tot 10 000 euro

17.2%

17.9%

10 000 tot 20 000 euro

14.8%

17.3%

20 000 tot 30 000 euro

17.3%

18.8%

30 000 tot 40 000 euro

15.6%

17.3%

40 000 tot 50 000 euro

11.9%

9.6%

Meer dan 50 000 euro

23.2%

18.8%

Tot 10 000 euro

47.9%

35.5%

10 000 tot 20 000 euro

5.9%

7.7%

20 000 tot 30 000 euro

4.1%

4.5%

30 000 tot 40 000 euro

3.2%

3.5%

Totaal

Hoofdkostwinner

Besteedbaar huishoudensinkomen

Persoonlijk inkomen

Totaal huishoudvermogen

40 000 tot 50 000 euro

2.7%

2.6%

Meer dan 50 000 euro

36.2%

46.0%

Bron: CBS a. Gegevens over ZZP-ers betreffen ZZP-ers die alleen ZZP-er zijn en geen inkomsten uit een werknemerpositie hebben

67

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

FIGUUR 1. VERDELING PERSOONLIJK INKOMEN VAN WERKNEMERS EN ZZP-ERS IN DEN HAAG, 2018 25,0% 20,0% 15,0%

23,2% 17,2%

14,8%

17,9%17,3%

17,3% 15,6%

18,8% 17,3%

11,9%

18,8%

9,6%

10,0% 5,0% 0,0%

Werknemer

Tot 10.000 euro

30.000 - 40.000 euro

ZZP-er

10.000 - 20.000 euro

20.000 - 30.000 euro

40.000 - 50.000 euro

50.000 euro en meer

Afgemeten aan het (besteedbare) huishoudensinkomen, is het aandeel ZZP-ers en werknemers in Den Haag met een laag inkomen geringer, respectievelijk 14% en 12% (bij een zelfde grens van 20.000 euro; zie tabel 1). Dit komt omdat bij samenwonen het inkomen van de partner wordt meegeteld. Vergelijken we deze cijfers met ZZP-ers in heel Nederland, dan zien we dat Haagse ZZP-ers wat vaker een lager huishoudensinkomen hebben (resp. 14% en 11%) en minder vaak een heel hoog huishoudensinkomen van meer dan 50.000 euro per jaar (resp. 40% en 44%; tabel 1). ZZP-ers in Den Haag zijn dus wat betreft inkomen slechter af dan andere ZZP-ers in heel Nederland. Dit werd in de inleiding reeds vermeld betreft mediane huishoudensinkomens. We zien dat ZZP-ers in Den Haag wel over meer huishoudvermogen beschikken dan werknemers in Den Haag. Terwijl 36% van de ZZP-ers een huishoudvermogen heeft van 0 tot 10.000 euro, is dit onder werknemers 48%. Dit komt omdat ZZP-ers naast vermogen uit huizen en spaargeld ook bedrijfsvermogen genereren.

68

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TABEL 2. PERSOONSKENMERKEN VAN ZZP-ERSA IN DEN HAAG NAAR INKOMENSGROEPB, 2018 Laag inkomen (N =11.000)

Hoger inkomen (N=20.200)

35.3%

64.7%

Man

52.7%

74.8%

Vrouw

48.2%

25.2%

15 tot 25 jaar

7.3%

3.0%

25 tot 35 jaar

20.0%

20.8%

35 tot 45 jaar

23.6%

27.7%

45 tot 55 jaar

24.5%

24.8%

55 tot 65 jaar

Totaal Geslacht

Leeftijd

17.3%

12.9%

65 tot 75 jaar

6.4%

9.4%

75 jaar en ouder

0.9%

1.5%

45.5%

45.0%

Herkomst Nederlands Westerse migratieachtergrond

26.4%

28.7%

Niet-westerse migratieachtergrond

28.2%

26.2%

Ja

46.4%

78.7%

Nee

54.5%

21.3%

Tot 10 000 euro

15.5%

0.0%

10 000 tot 20 000 euro

20.9%

1.5%

20 000 tot 30 000 euro

15.5%

13.4%

30 000 tot 40 000 euro

14.5%

18.8%

Hoofdkostwinner

Besteedbaar huishoudensinkomen

40 000 tot 50 000 euro

12.7%

16.3%

Meer dan 50 000 euro

20.9%

50.0%

1.8%

6.4%

Sector2) Landbouw, bosbouw en visserij Nijverheid en energie

1.8%

2.0%

Bouwnijverheid

10.9%

28.7%

Handel, vervoer en horeca

17.3%

8.4%

Informatie en communicatie

3.6%

4.5%

Financiële dienstverlening

0.0%

0.5%

Verhuur en handel van onroerend goed

0.9%

0.5%

Zakelijke dienstverlening

19.1%

21.3%

Overheid en zorg

16.4%

12.9%

Cultuur, recreatie en overige diensten

25.5%

11.9%

Onbekend

3.6%

3.0%

69

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

Persoonlijk inkomen Tot 10 000 euro

50.9%

10 000 tot 20 000 euro

49.1%

20 000 tot 30 000 euro

29.2%

30 000 tot 40 000 euro

26.7%

40 000 tot 50 000 euro

14.9%

Meer dan 50 000 euro

29.2%

Totaal huishoudvermogen Tot 10 000 euro

40.9%

32.7%

10 000 tot 20 000 euro

6.4%

8.4%

20 000 tot 30 000 euro

3.6%

5.0%

30 000 tot 40 000 euro

2.7%

4.0%

40 000 tot 50 000 euro

1.8%

3.0%

Meer dan 50 000 euro

43.6%

48.0%

Bron: CBS a. Gegevens over ZZP-ers betreffen ZZP-ers die alleen ZZP-er zijn en geen inkomsten uit een werknemerpositie hebben b. Laag inkomen betreft een persoonlijk inkomen tot 20 000 euro; hoger inkomen betreft een persoonlijk inomen van 20.000 euro en meer Wat zijn de kenmerken van de ZZP-ers in Den Haag met een laag en hoger persoonlijk inkomen? Tabel 2 toont een aantal van de door het CBS beschikbare kenmerken. We zien dat onder ZZP-ers met een laag persoonlijk inkomen vrouwen vaker voorkomen dan onder ZZP-ers met een hoger persoonlijk inkomen (resp. 48% en 25%), de jongste groep op de arbeidsmarkt is oververtegenwoordigd (15-25 jaar) en de oudste leeftijdsgroepen (boven 65 jaar) ondervertegenwoordigd. Opmerkelijk genoeg is er geen onderscheid in etnische herkomst tussen de twee ZZP-inkomensgroepen in Den Haag. Dit is opmerkelijk omdat personen met een migratieachtergrond doorgaans een lager inkomen hebben dan personen met een Nederlandse achtergrond.19 De ZZP-inkomensgroepen verschillen wel sterk in de sectoren waar ze werken. ZZP-ers met een laag inkomen werken minder vaak in de sector landbouw, bosbouw en visserij en in de bouwsector. Daarentegen werken ze vaker in de sector handel, vervoer en horeca, in de sector overheid en zorg en in de sector cultuur, recreatie en overige diensten.

Logischerwijze verschilt de inkomensverdeling sterk tussen ZZP-ers met een laag en hoog inkomen, niet alleen de persoonlijke inkomens maar ook de huishoudensinkomens. Ovallend is dat de verdeling van huishoudvermogens niet sterk verschilt tussen de inkomensgroepen: de laagste inkomensgroep kent een maar iets minder gunstige verdeling van vermogen dan de hogere inkomensgroep. Verder zijn ZZP-ers met een lager inkomen gemiddeld lager opgeleid dan ZZP-ers met een hoger inkomen in Den Haag (niet in tabel weergegeven vanwege schattingen met betrouwaarheidsmarge). 19

Dat er geen achterstand in inkomen uit ZZP-erschap is voor personen met een migratieachtegrond kan ook samenhangen met het feit dat deze personen vaker werkzaam zijn in de bouw, een sector waar de inkomsten uit ZZP-erschap hoger zijn (vgl. tabel 3); deze sectorale verdeling kan de (mogelijk) geringere inkomsten uit ZZP-erschap onder deze personen compenseren. Dit is echter niet niet volledig aan te tonen omdat een uitsplitsing van inkomens naar sector en etnische achtergrond ontbreekt.

70

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TABEL 3. PERSOONSKENMERKEN VAN ZZP-ERSA IN DEN HAAG NAAR SECTORB, 2018 Landbouw, bosbouw en visserij

Bouwnijverheid

Handel, vervoer en horeca

Zakelijke dienstverlening

Overheid en zorg

Cultuur, recreatie en overige diensten

Man

80.0%

97.1%

75.0%

Vrouw

13.3%

2.9%

25.0%

59.4%

31.8%

50.0%

40.6%

68.2%

50.0%

0.0%

0.0%

0.0%

0.0%

0.0%

0.0%

Geslacht

Leeftijd jonger dan 15 jaar 15 tot 25 jaar

6.7%

5.8%

5.6%

3.1%

4.5%

5.8%

25 tot 35 jaar

26.7%

29.0%

16.7%

15.6%

18.2%

23.1%

35 tot 45 jaar

40.0%

33.3%

22.2%

25.0%

20.5%

25.0%

45 tot 55 jaar

26.7%

21.7%

27.8%

29.7%

22.7%

23.1%

55 tot 65 jaar

6.7%

8.7%

19.4%

17.2%

18.2%

15.4%

65 tot 75 jaar

0.0%

2.9%

8.3%

9.4%

13.6%

5.8%

75 jaar en ouder

0.0%

0.0%

2.8%

1.6%

2.3%

1.9%

0.0%

26.1%

44.4%

60.9%

52.3%

50.0%

Herkomst Nederlands Westerse migratieachtergrond

40.0%

50.7%

13.9%

21.9%

20.5%

25.0%

Niet-westerse migratieachtergrond

60.0%

23.2%

41.7%

17.2%

27.3%

25.0%

Ja

80.0%

82.6%

61.1%

64.1%

56.8%

57.7%

Nee

20.0%

18.8%

38.9%

35.9%

43.2%

44.2%

Hoofdkostwinner

Besteedbaar huishoudensinkomen Tot 10 000 euro

0.0%

2.9%

8.3%

4.7%

4.5%

9.6%

10 000 tot 20 000 euro

6.7%

5.8%

11.1%

7.8%

9.1%

13.5%

20 000 tot 30 000 euro

13.3%

17.4%

16.7%

10.9%

11.4%

17.3%

30 000 tot 40 000 euro

26.7%

24.6%

16.7%

12.5%

13.6%

17.3%

40 000 tot 50 000 euro

26.7%

18.8%

13.9%

10.9%

13.6%

13.5%

Meer dan 50 000 euro

33.3%

31.9%

30.6%

53.1%

47.7%

30.8%

Persoonlijk inkomen Tot 10 000 euro

6.7%

5.8%

30.6%

17.2%

20.5%

30.8%

10 000 tot 20 000 euro

6.7%

11.6%

25.0%

15.6%

20.5%

23.1%

20 000 tot 30 000 euro

33.3%

23.2%

19.4%

15.6%

15.9%

19.2%

30 000 tot 40 000 euro

40.0%

29.0%

11.1%

12.5%

11.4%

11.5%

40 000 tot 50 000 euro

13.3%

15.9%

5.6%

7.8%

9.1%

5.8%

Meer dan 50 000 euro

6.7%

14.5%

8.3%

31.3%

22.7%

11.5%

Totaal huishoudvermogen Tot 10 000 euro

46.7%

47.8%

33.3%

23.4%

29.5%

42.3%

10 000 tot 20 000 euro

13.3%

13.0%

8.3%

4.7%

4.5%

5.8%

20 000 tot 30 000 euro

6.7%

7.2%

5.6%

3.1%

2.3%

3.8%

30 000 tot 40 000 euro

6.7%

4.3%

2.8%

3.1%

2.3%

3.8%

40 000 tot 50 000 euro

6.7%

2.9%

2.8%

3.1%

2.3%

1.9%

Meer dan 50 000 euro

20.0%

26.1%

47.2%

62.5%

56.8%

42.3%

Bron: CBS a. Gegevens over ZZP-ers betreffen ZZP-ers die alleen ZZP-er zijn en geen inkomsten uit een werknemerpositie hebben b. Sectoren met groter aandeel dan 10% onder ZZP-ers in Den Haag, plus de sector landbouw, bosbouw en visserij

71

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

Het belang van de bedrijfssector voor inkomens van ZZP-ers is ook te zien in tabel 3. Deze tabel geeft de persoonskenmerken van ZZP-ers voor een zestal bedrijfssectoren weer (vijf sectoren die meer dan 10% van ZZP-ers uitmaken in Den Haag, aangevuld met de sector landbouw, bosbouw en visserij vanwege haar relatief hoge persoonlijke inkomens). De sector landbouw, bosbouw en visserij en de bouwsector kennen, zoals we eerder zagen in tabel 2, relatief weinig ZZP-ers met een laag persoonlijk inkomen (resp. 14% en 18%). De sector handel, vervoer en horeca en de sector cultuur en recreatie kennen daarentegen relatief veel ZZP-ers met een laag inkomen. Meer dan de helft (resp. 56% en 54%) van de daarin werkzame ZZP-ers in Den Haag heef in 2018 een persoonlijk inkomen lager dan 20.000 euro. De sectoren zakelijke dienstverlening en overheid en zorg hebben een voor ZZP-ers in Den Haag doorsnee aandeel lage inkomens (resp. 33% en 41%). Overigens is het aandeel ZZP-ers met de hoogste inkomens, een persoonlijk inkomen van 50.000 euro en meer, wel aanmerkelijk hoger onder ZZP-ers in de zakelijke dienstverlening, ook in vergelijking met de landbouw- en bouwsector. Dit geldt ook voor de overheid en zorgsector, waarin veel hoge inkomens te vinden zijn.

Dit betekent dat de verdeling van persoonlijk inkomen ongelijker is in de zakelijke dienstverlening en overheidssector dan in de landbouw- en bouwsector. Dit is tevens te zien in Figuur 2. De figuur laat ook zien dat er in de sectoren met veel lage persoonlijke inkomens, de handel/horeca en cultuur, sterke ongelijkheid is: er zijn vrijwel evenveel ZZP-ers met een heel hoog persoonlijk inkomen (50.000 euro en meer) in deze sectoren als in de landbouw en bouw. FIGUUR 2. VERDELING PERSOONLIJK INKOMEN VAN ZZP-ERS IN DEN HAAG NAAR SECTOR, 2018 45,0% 40,0% 35,0% 30,0% 25,0% 20,0% 15,0% 10,0%

5,0% 0,0%

Landbouw, bosbouw en visserij

Bouwnijverheid Handel, vervoer en horeca

Tot 10.000 euro

30.000-40.000 euro

Zakelijke Overheid en zorg Cultuur, recreatie dienstverlening en overige diensten

10.000-20.000 euro

20.000-30.000 euro

50.000 euro en meer

Meer dan 50 000 euro 52 100

Kijken we naar het huishoudensinkomen van ZZP-ers naar sector (tabel 3), dan zien we een vergelijkbaar beeld als voor persoonlijk inkomen, met weinig lage inkomens in de landbouw- en bouwsector en veel lage inkomens in de handel/horeca en culturele sector. Overigens behoren nog veel ZZP-ers in de handel/horeca en cuturele sector tot rijkere

huishoudens (huishoudensinkomen van 50.000 euro of meer). Dat komt deels doordat een aantal ZZP-ers in die sectoren zelf veel verdient en deels door het samenwonen met beter verdienende partners. Dit zien we ook als we naar kostwinnerschap kijken. In de sectoren landbouw en bouw is meer dan 80% hoofdkostwinner; in de andere sectoren aanmerkelijk minder. Hierdoor is het huishoudensinkomen voor die andere sectoren relatief gunstiger.

72

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

Oftewel, ZZP-ers in de landbouw en bouw moeten hun persoonlijk inkomen vaker verdelen over huishoudleden dan ZZP-ers in andere sectoren. Voor wat betreft het huishoudvermogen van ZZP-ers ziet het beeld naar sector er heel anders uit. De sectoren landbouw en bouw springen er juist ongunstig uit met een relatief hoog aandeel lage huishoudvermogens (minder dan 20.000 euro), respectievelijk 60% en 61%. Dit aandeel is onder andere sectoren veel geringer, inclusief de sectoren die er wat betreft persoonlijk inkomen slechter uitspringen (handel/horeca en cultuur: respectievelijk 42% en 48%). Dus, hoewel ZZP-ers werkzaam in landbouw en bouw relatief wat betere persoonlijke inkomens hebben, hebben ze relatief weinig bezit. De verdeling van de andere kenmerken vult dit beeld van sector-afhankelijkheid aan: in de sectoren landbouw en bouw zijn mannen, personen in de leeftijdsgroep 35-45 jaar, en lager opgeleiden oververtegwoordigd. Opvallend is dat in de sector landbouw geen noemenswaardig aantal autochtone ZZP-ers werkt, en dit ook relatief laag is voor de sector bouw, waar veel Westerse allochtonen te vinden zijn.

Welke ZZP-ers lukt het vaker uit te groeien tot zelfstandige met personeel?

Tabel 4 toont de kenmerken van personen die tussen 2017 en 2018 gegroeid zijn van zelfstandige zonder personeel (ZZP) naar zelfstandige met personeel (ZMP), en vergelijkt die kenmerken met alle ZZP-ers in 2018. Omdat de cijfers maar op 800 ‘doorgroeiers’ betrekking hebben en er in de tabel uitgesplitst wordt, moeten we de nodige voorzichtigheid bij het interpreteren van de getallen. We zien dat onder de doorgroeiers, de categorieën mannen, 35-45 jarigen en personen met een niet-westerse migratieachtergrond zijn oververtegenwoordigd. Ook is de sector horeca en detailhandel oververtegenwoordigd onder de doorgroeiers. De sectoren die in Den Haag vaker hogere persoonlijke inkomens laten zien van ZZP-ers (landbouw en bouw) behoren juist minder vaak tot de doorgroeiers. Ook de zakelijke dienstverlening en de culturele sector behoren minder vaak tot die groep van doorgroeiers. Niet verrassend behoren de doorgroeiers ook vaker tot de hogere inkomensgroepen en is het totale huishoudvermorgen wat hoger dan van alle ZZP-ers in Den Haag. Toch lukt het nog een aanzienlijk aandeel ZZP-ers met een laag persoonlijk inkomen en huishoudvermogen om door te groeien.

73

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TABEL 4. KENMERKEN VAN ‘DOORGROEIERS‘ (ZELFSTANDIGEN MET PERSONEEL (ZMP) DIE IN HET VOORGAANDE JAAR ZELFSTANDIGE ZONDER PERSONEEL (ZZP) WAREN) EN VAN ALLE ZZP-ERS IN DEN HAAGA, 2018 Doorgroeiers (N=800)

Alle ZZP-ers (N=31.300)

Man

75.0%

66.8%

Vrouw

25.0%

33.2%

jonger dan 15 jaar

0.0%

0.0%

15 tot 25 jaar

0.0%

4.5%

25 tot 35 jaar

25.0%

20.4%

35 tot 45 jaar

37.5%

26.2%

45 tot 55 jaar

25.0%

24.6%

55 tot 65 jaar

12.5%

14.4%

65 tot 75 jaar

0.0%

8.3%

75 jaar en ouder

0.0%

1.6%

37.5%

45.4%

Westerse migratieachtergrond

12.5%

27.8%

Niet-westerse migratieachtergrond

50.0%

26.8%

Geslacht

Leeftijd

Herkomst Nederlands

Hoofdkostwinner Ja

75.0%

67.1%

Nee

25.0%

32.9%

Tot 10 000 euro

0.0%

5.4%

10 000 tot 20 000 euro

12.5%

8.3%

20 000 tot 30 000 euro

12.5%

14.4%

30 000 tot 40 000 euro

12.5%

17.3%

40 000 tot 50 000 euro

12.5%

14.7%

Meer dan 50 000 euro

62.5%

39.6%

Besteedbaar huishoudensinkomen

Sector

2)

Landbouw, bosbouw en visserij

0.0%

4.8%

Nijverheid en energie

0.0%

1.9%

Bouwnijverheid

12.5%

22.0%

Handel, vervoer en horeca

37.5%

11.5%

Informatie en communicatie

0.0%

4.2%

Financiële dienstverlening

0.0%

0.6%

Verhuur en handel van onroerend goed

0.0%

0.6%

Zakelijke dienstverlening

12.5%

20.4%

Overheid en zorg

12.5%

14.1%

Cultuur, recreatie en overige diensten

12.5%

16.6%

Onbekend

0.0%

3.2%

74

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

Persoonlijk inkomen Tot 10 000 euro

12.5%

10 000 tot 20 000 euro

17.9%

12.5%

17.3%

20 000 tot 30 000 euro

12.5%

18.8%

30 000 tot 40 000 euro

12.5%

17.3%

40 000 tot 50 000 euro

12.5%

9.6%

Meer dan 50 000 euro

37.5%

18.8%

Tot 10 000 euro

25.0%

35.5%

Totaal huishoudvermogen 10 000 tot 20 000 euro

12.5%

7.7%

20 000 tot 30 000 euro

0.0%

4.5%

30 000 tot 40 000 euro

0.0%

3.5%

40 000 tot 50 000 euro

0.0%

2.6%

Meer dan 50 000 euro

50.0%

46.0%

Bron: CBS a. Gegevens over ZZP-ers betreffen ZZP-ers die alleen ZZP-er zijn en geen inkomsten uit een werknemerpositie hebben

Resumerend

Onze analyses van nieuwe CBS gegevens omtrent ZZP-ers in Den Haag laten— overeenkomstig voorgaand onderzoek—zien dat deze groep over het algemeen financieel slechter af is dan ZZP-ers elders in het land en dan werknemers in Den Haag, maar dat het verschil niet heel groot te noemen is. Dit beeld verbergt echter veel heterogeniteit in de groep van ZZP-ers in Den Haag en laat evenmin de redenen zien voor verschillen. Heterogeniteit onder de ZZP-ers in Den Haag is er ten eerste door sterke verschillen in inkomens van ZZP-ers naar sector. De sector handel, vervoer en horeca en de culturele sector kent bijvoorbeeld een veel hoger aandeel ZZP-ers met een laag persoonlijk en huishoudensinkomen dan overige sectoren. Deze sectorale verschillen zijn een meer algemeen fenomeen, dat ook is vastgesteld wat betreft ZZP-ers voor de overige drie grote steden (Kenniswijzer DSO/SEPO 2021). Ten tweede heeft voorgaand onderzoek laten zien dat het leven met een langdurig laag huishoudensinkomen aanmerkelijk vaker voorkomt onder ZZP-ers in Den Haag dan ZZP-ers elders in Nederland (Staat van de Haagse Economie 2020). Ten derde, is het beeld van huishoudvermogen juist minder ongunstig voor ZZP-ers in Den Haag: ze hebben door bedrijfsvermogen gemiddeld meer vermogen dan werkenden in Den Haag.

Ten vierde groeien sommige ZZP-ers door naar zelfstandigen met personeel, met name ZZP-ers in de handel en horeca, en stoppen anderen juist weer snel.

75

dehaagsehogeschool.nl 070 - 445 8888 Mr. P. Droogleverfortuynweg 22 2533 SR Den Haag

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11591821/1