CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS312212 Bijlage

Commissie Bestuur 14 december 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Programma 11: Economie17.840 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Staat van de Haagse Economie 2021

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

April 2022 Dr. Ayse Terzi Kenniscentrum Governance of Urban Transitions De Haagse Hogeschool

Met medewerking van: Henk van Andel, Gemeente Den Haag Martijn van Dam, Gemeente Den Haag Ingrid den Heeten, Gemeente Den Haag Dr. Henno Theisens, De Haagse Hogeschool

Met dank aan: Dr. Jean-Paul Biever, UWV Pieter Scholten, MKB Den Haag Harry Wientjens, Economic Board The Hague Murat Tanriseven, Centraal Bureau voor de Statistiek Joy Sie Chueng, Centraal Bureau voor de Statistiek Prof. Dr. Olaf van Vliet, Universiteit van Leiden Rogier Krabbendam, VNO NCW West Rene Teule, Gemeente Den Haag Wim Kulik, Gemeente Den Haag

DE HAAGSE HOGESCHOOL

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

INHOUD 1.

Resumé: De Staat van de Haagse Economie 2021

5

2.

Opzet

7

3.

Brede Economische Bloei

9

4.

Stad

14

5.

Structuur

16

6.

Ondernemer

19

7.

Ruimte

22

BIJLAGE 1.

27

BIJLAGE 2.

65

3

DE STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021 DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

4

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

1. RESUMÉ: DE STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021 De Haagse economie liet enkele jaren voorafgaand aan de coronacrisis op belangrijke vlakken positieve ontwikkelingen zien.

Zo groeide de economie van het stadsgewest ‘s-Gravenhage in 2019 met een veel hoger tempo dan voorheen, 3,1 procent op jaarbasis. De groei in economische bedrijvigheid vertaalde zich ook naar meer werkgelegenheid in de gemeente. Gerelateerd hieraan was de arbeidsparticipatie van groepen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt ook beduidend hoger dan voorheen.

De coronacrisis heeft onvermijdelijk weerslag gehad op deze positieve ontwikkelingen. Wel heeft de stad de klappen van de coronacrisis vergeleken met de G4 goed kunnen opvangen en laten enkele belangrijke indicatoren weer hun pre-corona niveau zien.

Zo was de krimp in BBP in 2020 in de regio het geringst onder de G4. Terwijl het aantal banen in

de regio tot aan het begin van de coronacrisis enkele jaren in hoog tempo is gegroeid, is er zelfs in 2020 in lichte mate banengroei gerealiseerd in de gemeente (1,6 procent). De werkloosheid in de stad is in 2020 licht toegenomen en laat alweer langer dan een jaar een dalende trend zien. Het werkloosheidspercentage bedroeg in het tweede kwartaal van 2021 slechts 3,9 procent. Daarmee lag de werkloosheid in Den Haag lager dan Amsterdam en Rotterdam. De economie van het stadsgewest ’s-Gravenhage is zich inmiddels in een rap tempo aan het herstellen en was de groei in BBP in het derde kwartaal van 2021 ten opzichte van het jaar ervoor 3 procent1.

Het overgrote deel van de groei in werkgelegenheid in de stad wordt gecreëerd door het MKB, waarvan een overgroot aandeel startende ZZPer is.

In de agglomeratie ‘s-Gravenhage zijn verhoudingsgewijs meer eenmanszaken gevestigd dan in de andere drie grootstedelijke regio’s. Ook zijn bedrijven met 10 of meer werknemers minder vertegenwoordigd. Begin 2021 waren er ruim 300.000 banen in de gemeente. Iets meer dan de helft betreft een baan bij een MKB-vestiging, waarvan weer een derde ZZPer is.

Een relatief grote groep van deze ZZPers heeft een langdurig laag huishoudinkomen.

In vergelijking met zelfstandigen in de andere drie grote steden leven Haagse ZZPers vaker met een huishoudinkomen dat langdurig laag is, 14 procent tegenover een landelijk gemiddelde van 11 procent. Dit zou kunnen duiden op verborgen werkloosheid.

Het aandeel huishoudens in Den Haag dat van de bijstand leeft is in de afgelopen jaren licht gedaald. Er is vanaf 2015 ook een dalende trend in het percentage van personen die na een beëindiging van hun WW-uitkering de bijstand instromen. Deze positieve ontwikkeling is wel afgeremd door de uitbraak van de coronacrisis.

1

Economie in bijna alle regio’s boven niveau van voor coronacrisis (cbs.nl)

5

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

Den Haag blijft een aantrekkelijke stad om te wonen, met een opvallende groei in het aantal studenten.

De toenemende verstedelijking is ook terug te zien in de stad. Inwoners uit andere gemeenten, maar ook veel immigranten vestigen zich in Den Haag. De woonaantrekkelijkheid van de stad verdient de zesde plek in Nederland en behoort daarmee tot de top van de 50 grootste gemeenten, vlak onder Amsterdam en Utrecht en boven Rotterdam.

De krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt vormt ook een stijgende zorg voor de Haagse ondernemer.

Dit is cruciaal voor meer bedrijvigheid en daarmee gepaarde groei van de regionale economie. Het betreft voornamelijk beroepsgroepen in de sectoren Zorg en Techniek waarbij het extreme tekort bij midden en praktisch opgeleiden voorkomt.

Wel ervaren ondernemers in de regio Haaglanden de laatste jaren minder belemmeringen m.b.t. de financiering van hun activiteiten.

Dit geldt ook voor ondernemers in andere steden en wijst op een uitkomst van de mooie prestaties van de Nederlandse economie die we voor de coronacrisis hebben gezien.

Er is in de gemeente voldoende ruimte voor winkels, maar er is wel een krappe kantorenmarkt en bedrijfshuisvestingmarkt ontstaan in de stad. Den Haag laat ook in vergelijking met de andere drie grote steden een krappere kantorenmarkt zien. Ook zijn grote bedrijventerreinen schaars in de regio en is het aanbod in de laatste jaren gedaald. De afname in aanbod is een ontwikkeling die we in heel Nederland terugzien.

De arbeidsproductiviteit in het stadsgewest ‘s-Gravenhage liet in de afgelopen jaren beperkte groei zien.

Op de lange termijn is de toename in arbeidsproductiviteit de belangrijkste bron voor economische groei. De aanwezigheid van een grote tertiaire sector samen met de zorgsector, vertekenen het beeld. Dit zijn sectoren waar productiviteitsgroei lastig te bepalen is (deze groei wordt gebaseerd op de (beperkte) loonstijging in deze sectoren) en dit verlaagt de gemiddelde groeicijfers van productiviteit in het stadsgewest. Echter, er zijn enkele Haagse sectoren die vergeleken met de andere drie grootstedelijke regio’s nog een significante inhaalslag moeten maken in productiviteit: Industrie, Bouw, Handel en Vervoer en Opslag.

6

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

2. OPZET In de kadernota “Economische Visie Den Haag+ 2030: Brede economische bloei in een stad zonder grenzen” zijn de ambities en beleidskaders van het economiebeleid van Den Haag voor 2030 geformuleerd. De gemeente heeft vier strategische doelen bepaald waar zij met beleid op stuurt om in 2030 brede economische bloei te kunnen creëren in de regio. Deze vier doelen zijn: 1. 2. 3. 4.

een attractieve stad zijn om te wonen waar inwoners zich kunnen ontplooien en talent wordt aangetrokken, zich te vestigen en te bezoeken een economie te hebben met een veerkrachtige structuur met groeikansen voor meerdere sectoren en een betere aansluiting met talent in de stad een excellent ondernemingsklimaat hebben waar ondernemers durven te investeren in groei en potentiële ondernemers zich willen vestigen voldoende ruimte bieden voor bedrijvigheid.

Deze monitor is rondom deze thema’s gebundeld. In de Staat van de Haagse Economie wordt jaarlijks de stand van zaken en daarmee de ontwikkeling van de regionale economie in beeld in beeld gebracht. De ontwikkeling in brede economische bloei en de onderliggende vier subcategorieën worden aan de hand van meerdere economische indicatoren toegelicht. De in de Economische Visie geformuleerde kernindicatoren dienen als basis hiervoor. De meetbare indicatoren van het hoofddoel (brede economische bloei) en de onderliggende vier strategische doelen (stad, structuur, ondernemer en ruimte), inclusief de kernindicatoren uit de Economische Visie zijn in een overzicht weergegeven in Tabel 1.1 (zie bijlage). Bij het beschrijven van de ontwikkelingen in de economie en de onderliggende factoren wordt er gefocust op de periode 2010-2021. Dit maakt het mogelijk om de Haagse economie over een relatief langere tijd te analyseren en aanwezige trends uit te lichten. Daarnaast worden de ontwikkelingen in Den Haag ook in vergelijking geplaatst met de ontwikkelingen in de andere drie grote steden.

In deze editie van de monitor wordt ook ingezoomd op de ZZPers van Den Haag. Uit de vorige editie kwam naar voren dat Den Haag een relatief groot aantal ZZPers heeft en dat de Haagse ZZPers er gemiddeld slechter voor staan dan de zelfstandigen in de andere drie grote steden. Hier wordt in deze editie een uitvoerige analyse op verricht. In dit rapport worden geen causale verbanden geschat van de indicatoren op de economische ontwikkeling van Den Haag, maar redeneren we vanuit plausibiliteit. Ten slotte is dit rapport echt een monitor, het schetst de ontwikkelingen in de Haagse economie maar bevat geen evaluatie van het gevoerde beleid door de gemeente. In deze monitor is gebruik gemaakt van meerdere, openbaar toegankelijke, databronnen zoals Den Haag in Cijfers (DHIC), Statline van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de site Waarstaatjegemeente.nl van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Daarnaast zijn ook gegevens geraadpleegd uit verschillende monitoren die door de Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO) van de gemeente Den Haag voor onderliggende terreinen zoals werkgelegenheid, ondernemerschap, toerisme en onderwijs zijn opgesteld. Ook wordt er gebruik gemaakt van gegevens uit rapportages van regionale ontwikkelingen die regulier worden uitgevoerd en waarin Den Haag als stad is opgenomen, zoals de Atlas voor Gemeenten.

De veelheid aan bronnen zorgt voor variatie in de afbakening van de regio per onderwerp. Waar mogelijk is gebruik gemaakt van data die specifiek betrekking heeft op de gemeente Den Haag. Voor overige onderwerpen is data op regio, stadsgewest of

7

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

agglomeratie-niveau geanalyseerd. De agglomeratie ’s-Gravenhage omvat de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer terwijl de regio Haaglanden een iets ruimer gebied representeert en ook de gemeenten Delft, Midden-Delfland en Westland in zich opneemt. Het stadsgewest ’s-Gravenhage is gelijk aan de agglomeratie ’s-Gravenhage exclusief Zoetermeer. Ondanks het regionale karakter blijft deze data representatief en bruikbaar om de ontwikkelingen in de stad te schetsen omdat de gemeente Den Haag de centrale kern van deze regio’s is. Deze monitor borduurt voort op de nulmeting die in 2020, te midden van de coronacrisis, voor het eerst is verschenen. Dit rapport presenteert waar mogelijk de eerste sporen van de coronacrisis op de Haagse economie. De effecten van de coronacrisis zijn veelomvattend en niet vergelijkbaar met voorgaande crises. Ook is het brede steunbeleid van de overheid een belangrijke factor voor de resultaten op meerdere onderwerpen. Deze kunnen echter niet exact geïdentificeerd worden. Er is dan ook de nodige voorzichtigheid geboden bij het trekken van conclusies op basis van de cijfers van de jaren 2020 en 2021. Uiteraard zijn er ook ontwikkelingen die van belang zijn voor regionale groei waar deze monitor beperkt aandacht aan besteedt, zoals bijvoorbeeld de groei van de wereldeconomie.

Verder kent Den Haag ook structurele achterstanden en problematiek op cruciale factoren die van belang zijn voor economische groei in de regio die in dit rapport worden uitgelicht als punten van aandacht.

8

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

3. BREDE ECONOMISCHE BLOEI Wanneer de groei van economische activiteiten in een regio zich vertaalt naar meer welvaart voor de inwoners van de stad wordt er gesproken van brede economische bloei. Dit betekent dat we de groei in BBP afzetten tegen de groei (en verdeling van) werk en inkomen. Een groei van het regionale BBP zonder groei in werkgelegenheid duidt er namelijk op dat de bevolking niet meeprofiteert van de groei. Anderzijds is een groei in werkgelegenheid zonder groei in BBP ook onwenselijk omdat dit de arbeidsproductiviteit schaadt wat op de langere termijn cruciaal is voor economische groei.

De economie van Den Haag is minder hard geraakt door de coronacrisis dan rest G4

Zoals andere regio’s in Nederland, is Den Haag hard geraakt door de uitbraak van het coronavirus. In 2020 zijn de effecten van de coronacrisis duidelijk terug te zien in de cijfers; de vier grootste steden zijn gekrompen in economische omvang. De krimp in BBP van het stadsgewest Den Haag is het geringst onder de G4 (Figuur 1.1). De stad heeft de klappen van de coronacrisis relatief goed kunnen opvangen. Enkele belangrijke indicatoren zijn weer op

het niveau pre-corona. Enkele jaren voorafgaand aan de coronacrisis heeft de stad sterke groei laten zien in belangrijke pijlers van de economie. Dit heeft dan ook positief effect gehad op de weerbaarheid van de economie van de regio in tijden van de coronapandemie. In het derde kwartaal van 2021 lag de regionale groei van het BBP op 3 procent ten opzichte van een jaar eerder.

De werkgelegenheid blijft ook tijdens crisis groeien

Ondanks de coronapandemie is het aantal banen in de gemeente Den Haag per 1 januari 2021 gegroeid met 1,6 procent en zijn er in 2020 bijna 5000 banen bijgekomen. Hiermee beschikt de stad over iets meer dan 300.000 werkplekken. Het aantal banen in de stad groeide tot voor de coronacrisis enkele achtereenvolgende jaren op een hoger tempo dan voorheen. Vergeleken met de andere drie grote steden is het groeitempo van banen in Den Haag vanaf 2018 sneller en is Den Haag de relatieve achterstand in werkgelegenheid aan het inhalen (Figuur 1.3).

Arbeidsvolume in de stad groter dan potentiële beroepsbevolking, wel bij een vrij lage participatiegraad

Het aantal banen in de stad moet in perspectief worden geplaatst om meer duidelijkheid te krijgen over de groei van werkgelegenheid in de stad. De bevolking van Den Haag groeit immers, net zoals in Amsterdam en Utrecht, vrij hard.2 Dit heeft consequenties voor de regionale arbeidsmarktdynamiek. Het aantal banen per 1000 personen in de leeftijdscategorie 15-74 jaar ligt in Den Haag rond de 700. Deze ratio is sinds 2012 vrij stabiel. In vergelijking met de andere drie grote steden zijn er in Den Haag minder banen beschikbaar per 1000 personen tussen 15 en 74 jaar (Figuur 1.4). Wel moet er rekening gehouden worden met de participatiegraad van de inwoners. Slechts een gedeelte van deze mensen biedt zich aan op de arbeidsmarkt en behoort daarmee tot de beroepsbevolking. Begin 2021 omvat de potentiële beroepsbevolking van de stad 424.000 inwoners. Dit is 77 procent van de Haagse bevolking. De beroepsbevolking in Den Haag is ongeveer gelijk aan 277.000 mensen. Den Haag kent daarmee een lage arbeidsmarktparticipatie van circa 66 procent , terwijl het landelijk gemiddelde op 71 procent ligt. Als er rekening wordt gehouden met de arbeidsparticipatie, wordt duidelijk dat het arbeidsvolume in de stad groter is dan de beroepsbevolking (Figuur 1.5). De dalende trend in de arbeidsmarktbalans sinds begin 2000 2

Regionale bevolkingsprognose | PBL Planbureau voor de Leefomgeving

9

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

is zich in de laatste jaren op een hoger tempo aan het herstellen is. Momenteel kent Den Haag 107 banen per 100 werkenden en werkzoekenden.

Maar de aansluiting van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt is bepalend

Ondanks dat de arbeidsmarktbalans weer cijfers boven de 1 laat zien houdt deze geen rekening met de kwalitatieve scheefheid of pendel. De werkzame beroepsbevolking in Den Haag is tussen 2017 en 2021 gestegen van 242.000 naar 263.000 personen. Net iets meer dan de helft van deze mensen werkt in Den Haag zelf. Dit percentage is licht toegenomen van 51 procent in 2018 naar 53 procent in 2021. De rest van de werkende Hagenaren reist naar omringende steden voor hun werk. Ongeveer 9 procent van de werkende Hagenaren blijft in de Agglomeratie ’s-Gravenhage. Zo’n 20 procent werkt in Zuid-Holland en het overige deel van 17 procent werkt in de rest van het land. Hier staat tegenover dat eind 2019 van de Haagse banen 42 procent is bezet door de inwoners van de stad zelf. De rest van de banen wordt bezet door inkomende pendel. Ongeveer 15 procent van de banen wordt bezet door de inwoners van de Agglomeratie ’s-Gravenhage, 27 procent door de inwoners van Zuid-Holland en 17 procent woont in de rest van het land (Figuur 1.6)3. Begin 2021 waren er 14.000 werklozen4 in de gemeente Den Haag en 42.000 geregistreerd werkzoekenden zonder dienstverband5, 6, afgezet tegen bijna 12.000 openstaande vacatures in dezelfde periode van het jaar in de arbeidsmarktregio Haaglanden7. Het aantal openstaande vacatures was in het derde kwartaal meer dan 17.000.

Dit duidt op een kwalitatieve scheefheid waarbij veel geregistreerd werkzoekenden in de gemeente geen baan kunnen vinden. Wanneer we naar de arbeidsmarktsituatie van de regio Haaglanden kijken wordt duidelijk dat meerdere beroepsgroepen een zeer krappe arbeidsmarktsituatie laten zien. Veel ondernemers hebben moeite met het vinden van passende arbeidskrachten. De krapte is echter het meest extreem in de beroepsgroepen Gespecialiseerde Verpleegkundigen, Machinemonteurs, Software- en applicatieontwikkelaars en meerdere beroepen in de Techniek sector.

Werkloosheid daalt al geruime tijd in Den Haag

Het werkloosheidspercentage in de stad fluctueert de afgelopen 3 jaar tussen de 4 en 6 procent (Figuur 1.7). Dit percentage ligt dicht tegen de werkloosheidspercentages van Rotterdam en Amsterdam aan. In het tweede kwartaal van 2021 stond het werkloosheidpercentage in Den Haag op 4,2 procent, waar Rotterdam en Amsterdam een werkloosheidspercentage hadden van respectievelijk 4,7 en 4,9 procent. De ruime overheidssteun om bedrijven overeind te houden heeft een sterke stijging van werkloosheid in 2020 en 2021 voorkomen. De klap op de arbeidsmarkt is echter harder terechtgekomen bij jongeren en laagopgeleiden. Zij zijn meer dan andere groepen in de beroepsbevolking geraakt. Jongeren en laagopgeleiden hebben vaker een tijdelijk of flexibel contract. Het werkloosheidspercentage is onder deze groep ten opzichte van een jaar eerder met bijna 4 procentpunt gestegen in 2020, waar de stijging voor Den Haag als geheel 0,4 procentpunt bedroeg (Tabel 1.2).

3

Deze cijfers houden geen rekening met ZZPers

5

Bron: Werkgelegenheidsmonitor 2021

4

Volgens de cijfers van het CBS

6

Geregistreerd werkzoekenden zonder dienstverband bestaat uit werkzoekenden met WW- of AG-uitkering met

7

Regio in Beeld 2021 Haaglanden (werk.nl)

arbeidsvermogen. Ook alle mensen met een bijstandsuitkering maken onderdeel uit van GWU.

10

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

Het aandeel werk (gerelateerde) beëindigingen van de WW-uitkering in de gemeente lag tussen 2019 en 2021 rond de 42 procent, voor de andere drie grote steden was dit percentage iets hoger (Figuur 1.8). Nauw verwant hieraan is het percentage WW-beëindigingen door het verstrijken van de maximale duur ervan gemiddeld in diezelfde periode in Den Haag ongeveer even hoog was als in Amsterdam en Rotterdam. Vanaf 2015 is er in Den Haag een forse dalende trend te zien in het percentage WW ontvangers die doorstromen naar de bijstand. Deze ontwikkeling is wel afgeremd door de uitbraak van de coronacrisis (Figuur 1.9). Tussen 2017 en 2020 lag het percentage van werklozen die doorstromen naar de bijstand in de gemeente op vergelijkbaar niveau als Amsterdam en Rotterdam.

Behalve bijstandontvangers zijn er ook veel ZZPers die langdurig van een laag inkomen leven

Het aandeel van huishoudens in Den Haag dat tenminste 1 jaar lang van een laag inkomen moet leven lag in 2019 op 13 procent (Figuur 1.10). Dit percentage daalt al ruim 5 jaar licht en is minder dan het aandeel van huishoudens in Amsterdam en Rotterdam dat van een langdurig laag inkomen moet leven. Alleen Utrecht kent minder huishoudens met een langdurig laag inkomen. ZZPers zijn met 14 procent oververtegenwoordigd in deze groep. Van de jonge Hagenaren tot 25 jaar heeft ongeveer een vijfde in 2019 een langdurig laag huishoudinkomen. Dit aandeel daalt wel sinds 2014. Daarnaast hebben 45-65-jarigen relatief vaker een langdurig laag inkomen. Ook Hagenaren met een niet-westerse zijn hebben vaker een langdurig laag huishoudinkomen. Dit percentage is wel sterk gedaald van bijna 30 procent in 2013 tot ongeveer 23 procent in 2019 (Tabel 1.3). Ook behoren bijstandontvangers tot de groep huishoudens die een langdurig laag inkomen hebben. Het aandeel bijstandontvangers lag in 2020 op 9,6 procent. In januari 2021 waren er iets meer dan 26.000 personen die van de bijstand leefden. Het aantal bijstandsuitkeringen liet tussen 2018 en 2020 een daling zien en is in 2021 weer hoger dan het jaar ervoor (Kenniswijzer 2021).

Arbeidsdeelname Hagenaren met een grotere afstand tot arbeidsmarkt hoger tot uitbraak coronacrisis

Het deel van de potentiële beroepsbevolking dat zich aanbiedt op de arbeidsmarkt ligt in Den Haag rond de 66 procent. Hiermee heeft de stad een lagere bruto arbeidsparticipatie dan Amsterdam en Utrecht (Figuur 1.12). Wanneer we verder inzoomen op bruto arbeidsparticipatie naar achtergrondkenmerken (Tabel 1.4), dan zien we tussen 2017 en 2019 dat voornamelijk de arbeidsdeelname van vrouwen, 25- tot 45-jarigen, personen met een niet-westerse migratieachtergrond en laagopgeleiden steeg. Dit is in verwachting met de ontwikkelingen op de Nederlandse arbeidsmarkt, die vanaf 2017 zeer krap is. Het arbeidsaanbod onder deze groepen is sterker gedaald door de coronacrisis. Daar waar hoger opgeleiden nauwelijks verandering lieten zien in hun aanbod van arbeid in 2020, was dit voor de groep laag en middelopgeleiden bijvoorbeeld beduidend lager. Dit zou verklaard kunnen worden door de mindere mate van thuiswerkmogelijkheden voor deze groep. Eenmaal werkloos tijdens de coronapandemie kan deze groep werklozen ook eerder ontmoedigd raken en zich niet op de arbeidsmarkt aanbieden omdat zij te weinig kansen zien om een baan te vinden. Daarnaast zijn ook jongeren (15-tot 25-jarigen) en inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond in mindere mate gaan deelnemen op de arbeidsmarkt.

11

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

Minder snelgroeiende bedrijven en daarbinnen relatief veel kleine bedrijven vergeleken met de G4

Snelgroeiende bedrijven in de stad kunnen innovatie en daarmee productiviteit, economische groei en werkgelegenheid op de lange termijn in een regio stimuleren. Daarnaast zorgen snelle groeiers ook voor een dynamischer ondernemersklimaat. Per 1 januari 2021 zijn er bijna 200 snelle groeiers in de stad onder vestigingen met 10 of meer werknemers89 (Figuur 1.14). Dit zijn hoofdzakelijk bedrijven in de sectoren Zakelijke diensten, Zorg en Detailhandel en Horeca. Tussen 2018 en 2020 zijn er ongeveer 6500 banen gecreëerd door deze snelle groeiers. Dit is iets meer dan 2 procent van de totale Haagse werkgelegenheid. Het overgrote deel, 70 procent, van de snelle groeiers had in 2018 10-25 werknemers in dienst, 16% 25-50 werknemers, 5% 50-100 werknemers en 9% 100 werknemers of meer. Het waren overwegend kleinere vestigingen van het MKB die snelle groei lieten zien. Vergeleken met de andere drie grote steden zijn er minder snelgroeiende vestigingen per 1000 bedrijven in Den Haag (Figuur 1.13). Net als de andere drie grote steden is het percentage snelgroeiende bedrijven in 2019 en 2020 afgenomen. Veel bedrijven hebben noodgedwongen door de coronacrisis hun activiteiten moeten stilleggen. Dit is terug te zien in een terugloop van het aantal snelgroeiende bedrijven in 2020 in heel Nederland, waaronder ook Den Haag.

Ten opzichte het jaar ervoor is dit aantal in Nederland met 17 procent gedaald10. Naast de snelle groeiers zijn er per 1 januari 2021 ten opzichte van het jaar ervoor meer bedrijven in Den Haag die groeiden en relatief minder bedrijven die krimp laten zien (Figuur 1.14).

Voor de langere termijn zijn er belangrijke aandachtspunten voor de Haagse economie

De trends en ontwikkelingen in de regio wijzen op een aantal punten die aandacht verdienen. Het BBP per inwoner in het stadsgewest ‘s-Gravenhage ligt lager dan in de andere drie grootstedelijke regio’s. Daarnaast laat het BBP per inwoner in de afgelopen periode nauwelijks groei zien (Figuur 1.2). Ook wordt een substantieel deel van de groei in werkgelegenheid in de stad gedreven door starters (ZZP’ers), waarbij opvalt dat de bedrijvendynamiek fors en ongeveer de helft van de eenmanszaken na 5 jaar stopt. Terwijl het aandeel zelfstandigen vrij hoog is in de stad, kent de stad ook een hoog aandeel van ZZPers met een langdurig laag huishoudinkomen. Ook in vergelijking met zelfstandigen in de andere drie grote steden leven Haagse ZZPers vaker van een huishoudinkomen dat langdurig laag is, 14 procent tegenover een landelijk gemiddelde van 11 procent. Dit zou kunnen duiden op verborgen werkloosheid. De sectoren Handel, Horeca en Cultuur laten een vrij hoog aandeel zien van ZZPers met een laag inkomen (Bijlage 2). Daarnaast zien we veel startende ZZPers in de sectoren Zorg en Zakelijke Dienstverlening waar veel ZZPers een laag inkomen hebben.

8

Het CBS hanteert de volgende definitie voor snelgroeiende bedrijven: een bedrijf met een gemiddelde

jaarlijkse groei van 10 procent per jaar of meer, over een periode van drie achtereenvolgende jaren, gemeten

aan de hand van het aantal werknemers. Dit betekent dat er over een periode van drie jaar een totale groei van

tenminste 33,1 procent moet worden behaald. ”. Daarnaast moeten bedrijven aan het begin van de groeiperiode

minimaal 10 werknemers hebben en worden bedrijven die zijn opgericht in het startjaar van de groeiperiode niet 9

10

meegeteld.

Het Werkgelegenheidsregister Haaglanden kijkt naar de ontwikkelingen van vestigingen en niet van bedrijven.

17 procent minder snelgroeiende bedrijven in 2020 (cbs.nl)

12

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

Daarnaast moet er rekening gehouden worden met de stijgende (potentiële) beroeps­ bevolking in de stad door de (verwachte) bevolkingsgroei door geboorteoverschot en vestiging in de gemeente. Dit zal de vraag naar werkgelegenheid doen toenemen in de stad. Een ander punt van aandacht is de structureel lagere deelname op de arbeidsmarkt onder bepaalde groepen Hagenaren o.a. vrouwen en inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond. Deze deelname is lager dan vergelijkbare groepen in Amsterdam en Utrecht. Deelname op de arbeidsmarkt leidt zowel op individueel als maatschappelijk niveau tot meer welzijn en welvaart en is hierdoor cruciaal. Denk hierbij aan individuele ontplooiing, economische zelfstandigheid en emancipatie.

13

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

4. STAD Den Haag heeft zich voorgenomen om in 2030 het beste te scoren op woon- en leefklimaat van de vier grote Nederlandse steden en dé te stad zijn voor kwaliteitstoerisme in Nederland. Ook streeft het ernaar om een sterkere agglomeratiekracht te hebben in de regio. Door de lokale dichtheid van bedrijven, human capital en de bereikbaarheid van de stad te vergroten kunnen bedrijven en instellingen hier veel voordeel van ondervinden.

Den Haag blijft een aantrekkelijke stad om te wonen

Jaarlijks wordt de Atlas voor Gemeenten gepubliceerd waarin de 50 Nederlandse gemeenten tegen elkaar worden afgezet middels een woonaantrekkelijkheidsindex. Gemeenten worden op acht verschillende indicatoren beoordeeld waaruit een score van woonaantrekkelijkheid wordt berekend. Deze indicatoren zijn op volgorde van weging: bereikbaarheid van banen, cultureel aanbod (podiumkunsten), veiligheid (op basis van het aantal geweldsmisdrijven en vernielingen), aandeel koopwoningen in de woningvoorraad, bereikbaarheid van natuurgebieden, kwaliteit van het culinaire aanbod, aanwezigheid van een universiteit, en historisch karakter van de stad (percentage woningen gebouwd voor 1945”. In 2021 stond Den Haag op de zesde plek onder 50 gemeenten. Dit laat zien dat de stad een erg aantrekkelijke plek is om te wonen. De stad is gestegen in deze rangorde, in 2020 stond Den Haag op plek 9. Ten opzichte van de andere drie grote steden scoort Den Haag voornamelijk goed op culinair en cultureel aanbod en de aanwezigheid van banen in de stad. Strand en duinen worden in de index niet opgenomen in de categorie ‘ Natuurgebieden’ waardoor de stad slecht scoort op deze indicator (Figuur 2.1). Ook scoort de stad in de afgelopen twee jaar minder goed op veiligheid (Figuur 2.2).

De bevolkingsgroei is vrij sterk in de stad

De bevolking van Den Haag neemt sinds 2000 toe. In 2020 steeg de Haagse bevolking met bijna 2500 inwoners. Dit wordt deels door het saldo tussen geboorte en sterfte gedreven en deels door een vestigingsoverschot, ofwel migratieoverschot. Ook tijdens de coronapandemie hebben zich meer mensen gevestigd in Den Haag dan dat er vertrokken zijn (Tabel 2.1). Het gaat hier om bijna 1000 personen. Het overgrote deel van de nieuwe inwoners komt uit een andere Nederlandse gemeente, maar er is ook een significant deel dat uit het buitenland naar Den Haag immigreert. Het aantal inwoners dat zich vanuit een andere Nederlandse gemeente in Den Haag vestigt is t.o.v. 2019 weer gegroeid. Naast hoogopgeleiden heeft de stad voornamelijk behoefte aan laag en middelbaar opgeleide inwoners met een zorg of technische achtergrond. Het zijn echter vaak hoogopgeleide Nederlanders die binnen gemeenten verhuizen. Het aantal immigranten die in Den Haag is komen wonen in was het coronajaar 2020 beduidend minder dan het jaar ervoor. De groei van de bevolking in Den haag is in de afgelopen 10 jaar procentueel minder dan in Amsterdam en Utrecht en meer dan in Rotterdam.

Het aantal woningen neemt toe, voornamelijk in de private huur en koopsector

Een belangrijke randvoorwaarde voor een goed woonklimaat is een toegankelijke woningmarkt. In Den Haag zijn tussen 2002 en 2021 per jaar gemiddeld 2.500 woningen toegevoegd. Overwegend waren dit nieuwbouwwoningen, met gemiddelde aanwas van 1.492 per jaar. Tussen 2013 en 2020 zijn er gemiddeld 1.037 woningen toegevoegd door opsplitsing van woningen en het verbouwen van kantoorpanden tot woningen. De Haagse woningvoorraad is hiermee van 2002 tot 2021 met bijna 40.000 toegenomen van 227.600

14

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

tot 266.000 woningen. In diezelfde periode is de bevolking van Den Haag met bijna 100.000 inwoners gegroeid en het aantal huishoudens met 17 procent is gestegen tot 271.40011.

Minder doorstroom naar private huursector en weinig nieuwbouw bij corporaties maakt sociale huur zeer moeilijk- toegankelijk

De ontwikkelingen in de Nederlandse woningmarkt zijn ook terug te zien in Den Haag. Zo zijn de prijzen van woningen sterk gestegen. Dit heeft de doorstroom vanuit sociale huurwoningen laten afnemen. Terwijl het aantal woningzoekenden in de corporatiesector toeneemt, groeit de voorraad corporatiewoningen nauwelijks. Mede door deze ontwikkelingen loopt het aantal verhuringen in de sociale huursector al geruime tijd terug. Een zeer klein deel van de woningzoekenden slaagt er ook daadwerkelijk in om een corporatiewoning te huren (Figuur 2.3). In 2020 waren er in de stad meer dan 56.000 woningzoekenden in de sociale huursector. Minder dan 4000 woningzoekenden hebben ook daadwerkelijk een woning kunnen bemachtigen.

Het toerisme is ook in Den Haag sterk geraakt door de Coronacrisis

Toerisme is voor Den Haag een belangrijke inkomstenbron. Het internationale karakter van de stad, de directe ligging aan zee en het historische centrum maakt de stad aantrekkelijk om te bezoeken. Den Haag heeft, evenals de andere drie grote steden, de negatieve gevolgen van de coronapandemie op het toerisme in de stad ondervonden. Het aantal toeristische bezoeken van Nederlanders is in alle vier de grote steden sterk geraakt (Tabel 2.2). Relatief gezien is het Haagse toerisme, samen met Utrecht, het minst gekrompen. Het aantal gasten uit binnen- en buitenland met hotelovernachtingen in Den Haag zijn in 2020 ten opzichte van het jaar ervoor gehalveerd (Tabel 2.3). Voor Rotterdam geldt een soortgelijk percentage aan afname van hotelovernachtingen, terwijl het aantal hotelovernachtingen in Amsterdam veel meer en in Utrecht minder zijn gedaald. Ook het zakelijk toerisme is in 2020 hard geraakt door de corona pandemie, net als in de andere drie grote steden (Tabel 2.4). Het aantal zakelijke overnachtingen is sterk gedaald. Den Haag host minder zakentoeristen dan Amsterdam en ligt dicht tegen de aantallen van Rotterdam aan. Gerelateerd hieraan is het aantal congressen gezakt naar een dieptepunt van 16. Dit is ook terug te zien in het aantal deelnemersdagen (Tabel 2.5) In Den Haag ligt de gemiddelde besteding per toerist doorgaans lager dan de andere drie grote steden.

De stad trekt veel strandbezoek waarbij minder geld wordt uitgeven. De gemiddelde bestedingen per toeristisch bezoek is in 2020 gedaald. Dit valt te verklaren doordat er in 2020 relatief meer strandgangers Den Haag hebben bezocht dan ‘andere’ toeristen (Tabel 2.6).

11

Bron: Kerncijfers Den Haag 2021, https://denhaag.incijfers.nl/handlers/ballroom. ashx?function=download&id=118

15

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

5. STRUCTUUR De gemeente Den Haag streeft naar een veelzijdiger economisch structuur. Hiermee wil de gemeente de economische weerbaarheid van de stad versterken. Gerelateerd hieraan ambieert de stad de aansluiting tussen vraag en aanbod van arbeid te verbeteren. Een sterke ICT- en creatieve sector en de vele kennisinstellingen worden gezien als de motoren achter innovatie en groei. De gemeente wil het innovatief vermogen van de stad versterken om meer economische groei te realiseren. Meer innovatie in de regio zal moeten voortvloeien uit meer investeringen in R&D en kennis gerelateerde investeringen. Kennisinstellingen hebben een belangrijke rol in het aantrekken van talent en het samenwerken met de innovatieve ondernemers van de stad. De gemeente Den Haag heeft daarnaast als strategisch doel om de sectoren waarin transitie en/of groei in wordt verwacht verder te stimuleren en daarmee de Haagse economie te verbreden in de sectoren Zorg en Gezondheid, Maakindustrie en Bouw en hiermee de werkgelegenheid voor met name de praktisch opgeleiden te vergroten. Deze transitie vraagt om benodigde infrastructuur en investeringen. Hierbij kan gedacht worden aan onderzoek en ontwikkeling, maar ook voor het verbeteren van de gebouwde omgeving.

Intelligente lockdowns hebben horeca, toerisme en industrie het hardst geraakt

Zoals hiervoor aangegeven heeft de Haagse economie tijdens de coronacrisis veerkracht laten zien, ook vergeleken met de andere drie grote steden. Mede door de brede corona­ steunpakketten is de klap op de arbeidsmarkt voor een groot deel opgevangen. Maar ook heeft de aanwezigheid van een grote tertiaire sector, samen met de zorg, waarvan de bedrijfsvoering minder crisisgevoelig is, een grote rol hierin. Ondanks dat de Haagse economie als geheel gezonde veerkracht heeft laten zien, zijn de effecten van de crisis op bepaalde sectoren duidelijk heftiger geweest. Zo zijn de sectoren Horeca, Toerisme en de Maakindustrie hard getroffen door de coronacrisis en de lockdowns. De werkgelegenheid in deze sectoren is in 2020 gekrompen, terwijl de overige sectoren groei hebben laten zien (Figuur 3.1 en Tabel 3.1).

Sectorstructuur van de stad draagt positief bij aan groei BBP en werkgelegenheid

De sectorstructuur van de stad heeft een vergelijkbaar positief effect heeft op de ontwik­keling van de bruto toegevoegde waarde en de werkgelegenheid in de regio als die van Amsterdam en Utrecht12. Wanneer de werkgelegenheid in de stad wordt onderverdeeld in sectoren is te zien dat de sector ‘Overheid en Belangenorganisaties’ 21 procent van de banen in Den Haag voor haar rekening neemt met een totaal aantal van bijna 64.000 aan het begin van 2021 (Tabel 3.1). Den Haag kenmerkt zich dan ook als de ambtenarenstad van Nederland. Deze wordt gevolgd door de sectoren Zorg, Detailhandel en Horeca en Zakelijke Diensten met respectievelijk 44.000, 42.000, 35.000 werkplekken. Als we kijken naar de ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen per sector in 2020 is de groei in werkgelegenheid vooral toe te schrijven aan de sectoren Bouw, Zorg, Overheid, Onderwijs en ICT. Daarbij gaat het vaak om startende ZZP’ers. De sectoren Financiën en Energie laten een stabiele trend zien, Daarentegen is de werkgelegenheid in de sectoren Toerisme, Detailhandel en Horeca en Maakindustrie afgenomen. Fysieke aanwezigheid van personeel en/of klanten is vaker een randvoorwaarde voor de zakelijke activiteiten van deze sectoren.

12

Zie de shift-share analyse van Raspe et al (2020)

16

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

In Den Haag zijn startende ZZPers de stuwende kracht achter banengroei

In de agglomeratie ’s-Gravenhage zijn verhoudingsgewijs meer eenmanszaken gevestigd dan in de andere drie grootstedelijke regio’s (Tabel 3.2). Ook zijn bedrijven met 10 of meer werknemers minder vertegenwoordigd in de regio in vergelijking met Utrecht, Groot-Amsterdam en GrootRijnmond. De vestigingen van grote bedrijven in de regio zorgen wel voor bijna de helft van de werkgelegenheid in de regio (Figuur 3.2).Begin 2021 waren er ruim 300.000 banen in de gemeente. Iets meer dan de helft betreft een baan bij een MKB vestiging, waarvan weer een derde ZZPer is (Figuur 3.3). Hiermee is het aandeel van eenmanszaken in de totale werkgelegenheid in Den Haag momenteel 17 procent. Van de toename in het aantal banen in Den Haag tussen 2000 en 2021 is het overgrote deel door eenmanszaken gegenereerd (Figuur 3.4). Ongeveer een zesde van de groei in het aantal banen werd gerealiseerd bij het grootbedrijf. De vestigingen met 10 of meer werknemers die tussen 2018 en 2020 groei lieten zien en zijn goed voor iets meer dan 5 procent van de Haagse arbeidsplaatsen.

Toegevoegde waarde per sector

Wanneer we kijken naar de gegenereerde toegevoegde waarde per sector constateren we dat tussen 2010 en 2019 de sectoren Overheid, Zorg, Handel en Verhuur en Onroerend Goed in ’s-Gravenhage sterk zijn gegroeid in bruto toegevoegde waarde (Figuur 3.5). Ook is de sector Financiële Dienstverlening tussen 2017 en 2019 in omvang van toegevoegde waarde hard toegenomen. De sector Bouwnijverheid laat na een dieptepunt in 2014 weer consistente groei zien. De sector Industrie dat op de gemeentelijke agenda staat als potentiële groeisector laat vanaf 2010 afwisselend groei en krimp zien in toegevoegde waarde. Daarnaast valt op dat de ICT-sector, dat aangemerkt is als kansrijke sector door de gemeente in het visierapport van 2020, in 2016 een sterke daling laten zien, dat waarschijnlijk is gedreven door het vertrek van het hoofdkantoor van KPN, en bleef tot 2018 verder krimpen in omvang van toegevoegde waarde. In 2018 is deze sector met bijna 9 procent gegroeid in toegevoegde waarde.

Den Haag heeft een sterke productiviteitsgroei nodig in bepaalde sectoren

De arbeidsproductiviteit in het stadsgewest Den Haag ligt lager is dan de andere grootstedelijke regio’s. Ook is de groei van de productiviteit op een lager niveau (Figuur 3.6). Dit wordt deels gedreven door de aanwezigheid van een grote tertiaire sector waarvan de productiviteit moeilijk te meten is en wordt benaderd door de groei in salarissen van ambtenaren. Wanneer we verder inzoomen op de productiviteit binnen de verschillende sectoren van de G4 komt naar voren dat de Industrie, Bouw, Handel, Vervoer en Opslag op een beduidend lager niveau ligt dan de rest van de G4 (Figuur 3.7). De stad dient hier een significante inhaalslag in te maken door o.a. structureel meer te investeren in de kennisinfrastructuur dat de motor is van innovatie en productiviteitsgroei.

Investeren voor de toekomst

Om het innovatief vermogen (en de verduurzaming) van de regio te versterken dient er geïnvesteerd te worden in onderzoek en ontwikkeling. Dit is de stuwende kracht achter productiviteit. Investeringen in de gemeente zijn in de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen. Dit geldt hoofdzakelijk voor Grond/Weg en Waterbouwkundige werken (Figuur 3.8). Ook is er in de laatste jaren in de regio meer geïnvesteerd in computerprogrammatuur en databanken. Het laatstgenoemde is cruciaal voor innovatieve economische bedrijvigheid, maar ook voor het aantrekken van internationaal talent. Daarentegen is er in het stadsgewest ‘s-Gravenhage na 2015 minder geïnvesteerd in gebouwen.

17

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

Het valt op dat er in het stadsgewest ’s-Gravenhage in 2013 en 2015 relatief grote bedragen zijn geïnvesteerd in R&D. Als we deze twee uitschieters buiten beschouwing laten, wordt duidelijk dat de stad van 2010 tot 2018 beduidend minder investeert in onderzoek en ontwikkeling dan Amsterdam en Rotterdam en vanaf 2016 ook minder dan Utrecht (Figuur 3.9). Daarnaast zijn de grote bedragen die in 2013 en 2015 zijn geïnvesteerd in kennisontwikkeling terug te leiden naar een enkel bedrijf.

18

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

6. ONDERNEMER Den Haag wil over een vestigingsklimaat beschikken waarin ondernemers volop kansen krijgen. Het MKB laten groeien, maar ook grootbedrijven aantrekken en behouden.

Steunbeleid overheid houdt faillissementen tegen, mogelijk ook van bedrijven die niet rendabel zijn

De uitbraak van corona heeft de bedrijvendynamiek in Nederland verstoort. De ruime steunmaatregelen van de overheid om bedrijven tijdens de coronacrisis overeind te houden heeft veel faillissementen doen voorkomen. Dit kan betekenen dat ook niet-rendabele bedrijven door het steunbeleid overeind zijn gehouden. Er wordt verwacht dat de effecten hiervan in latere cijfers te zien zal zijn. Dit geldt ook voor Den Haag.13

Stijgende trend in oprichtingen van nieuwe bedrijven in de regio

Het aantal oprichtingen in Den Haag is al een langere periode op hoog tempo aan het toenemen en was in 2020 hoger dan het jaar ervoor (Tabel 4.1). Dit sluit aan bij de stijgende trend in oprichtingen sinds 2012. De sectoren Horeca, Landbouw, Bosbouw en Visserij, Bouwnijverheid,

Energie, Zorg en Welzijn laten de grootste groei zien in het aantal oprichtingen. Wanneer we het aantal opheffingen tegen het licht houden wordt duidelijk dat er sinds 2012 een sterke toename is in het aantal opheffingen in de sectoren Informatie en Communicatie, Welzijn, Zorg en Energie. Dit zijn ook sectoren waar een stijgende trend te zien is in het aantal oprichtingen. Dit geeft weer dat de dynamiek in deze sectoren hoog is. Daarnaast valt op dat het aantal opheffingen in de sector Openbaar Bestuur en Overheidsdiensten sinds 2012 daalt (Tabel 4.2).

Slechts zeer klein deel ZZPer groeit uit tot werkgever

De ondernemersdynamiek in de stad is groot. Van de Haagse eenmanszaken wordt bijna de helft na vijf jaar opgeheven (Figuur 4.1). Het overgrote deel van deze starters heeft na 5 jaar geen personeel in dienst. Slechts 4 procent van de starters is na vijf jaar uitgegroeid tot een vestiging met werknemers. Dit percentage lijkt vrij stabiel te zijn over een langere periode (Figuur 4.2). Van de ZZPers die tussen 2017 en 2018 zijn gegroeid naar zelfstandige met personeel zijn mannen, 35-45 jarigen en personen met een niet-migratieachtergrond oververtegenwoordigd (Bijlage 2).

Den Haag heeft moeite om grote bedrijven aan te trekken

Tussen 2012 en 2015 hebben meerdere grote bedrijven (met meer dan 100 werkzame personen) zich in Den Haag gevestigd, maar dat de stad sindsdien minder aantrekkelijk lijkt te zijn voor grote bedrijven. Na 2015 heeft de stad namelijk slechts enkele grote bedrijven kunnen aantrekken. In vergelijking met de andere drie grote steden vestigen zich minder grote bedrijven in de stad. Dit geldt voor zowel middelgrote als grote bedrijven (Figuur 4.3, Figuur 4.4, Figuur 4.5). Het aantal opheffingen van middelgrote en grote bedrijven ligt doorgaans lager dan de rest van de G4 (Figuur 4.6, Figuur 4.7, Figuur 4.8).

Krappe arbeidsmarkt ook toenemende zorg voor Haagse ondernemer

Nederland kent sinds 2017, met een korte onderbreking in 2020, een krappe arbeidsmarkt.14 Ook Den Haag kent al enige tijd een zeer gespannen arbeidsmarkt. Terwijl veel beroepsgroepen een krappe arbeidsmarkt laten zien, is de krapte het meest extreem voor verpleegkundigen, 13 14

Zie CPB Notitie Economische Analyse steunpakket 2020, September 2021

Dit komt erop neer dat er meer vacatures zijn in vergelijking met werkzoekenden. Een nauwkeurigere classificatie wordt gegeven door het niveau van de spanningsindicator per beroepsklasse. De spanningsindicator geeft

de verhouding weer tussen het aantal openstaande vacatures ten opzichte van het aantal personen met een ww-uitkering met een verstreken ww duur van minder dan een half jaar.

19

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

machinemonteurs, productcontroleurs en loodgieters. Een werkzoekende in deze beroepsgroepen had in de regio Haaglanden het eerste kwartaal van dit jaar gemiddeld keus tussen 10 tot bijna 18 vacatures. Opvallend is dat de meeste van deze beroepsgroepen in de categorie middelbaar en laagopgeleid zitten (Tabel 4.3). Deze krapte op de arbeidsmarkt vormt een toenemende zorg voor de Haagse ondernemers die duidelijk naar voren komt uit afgenomen enquêtes. Ondernemers hebben steeds meer moeite met het vinden van passende arbeidskrachten. Wanneer ondernemers gevraagd wordt welke belemmeringen ze ervaren voor hun productie of zakelijke activiteiten in de regio Haaglanden is een tekort aan arbeidskrachten bij meer dan 15 procent van de ondernemers een belemmering bij de laatste meting van 2021. Dit is sinds 2016 een stijgende zorg voor ondernemers in de Agglomeratie ‘s-Gravenhage (Figuur 4.9). Door de coronacrisis is dit percentage duidelijk minder geworden, maar inmiddels heeft de trend zich weer hersteld en is de krapte ongekend hoog.

Ondernemer ervaart minder belemmeringen voor financiering

Wel ervaren ondernemers de laatste jaren minder belemmeringen m.b.t. de financiering van hun activiteiten om te kunnen voldoen aan vraag. De aanhoudende groei van de Nederlandse economie in de jaren voor de coronacisis heeft hier positief effect op gehad. Het percentage onder ondernemers die financiering als barrière ervaart om meer te kunnen afzetten sterk is gedaald van ongeveer 8 procent van de respondenten in 2014 tot 4 procent van de respondenten in 2021. Ook is het niet kunnen financieren van activiteiten minder vaak een kwestie vergeleken met ondernemers uit de andere drie grote steden (Figuur 4.9). De waardering van de diensten van de gemeente door ondernemers over het algemeen in 2020 iets lager is dan de jaren ervoor (Tabel 4.4). Dit ligt mogelijk aan de uitbraak van de coronapandemie waardoor ondernemers meer behoefte hadden aan dienstverlening, maar waarbij er een enorme druk kwam te liggen bij gemeenten.

Gediplomeerden vaker laagopgeleid

Naast de investeringen in innovatie is ook het opleidingsniveau en de daaruit volgende kennis en vaardigheden van werkenden bepalend voor de arbeidsproductiviteit. Behalve voor kennis en vaardigheden van werknemers zorgt onderwijs ook voor potentiële kennisontwikkeling in de regio en daarmee voor innovatie. Wanneer we het opleidingsniveau van de Haagse beroepsbevolking bekijken wordt duidelijk dat de stad procentueel minder middelbaar en hoogopgeleide inwoners heeft dan Amsterdam en Utrecht (Figuur 4.10). De stad heeft wel meer middelbaar en hoogopgeleide inwoners dan Rotterdam. In 2019 was 31 procent van de beroepsbevolking hoogopgeleid, 35 procent middelbaar en 34 procent laagopgeleid. In absolute aantallen zien we een stijgende trend in laag- en hoogopgeleide gediplomeerden in de stad. Het percentage gediplomeerden met een laag opleidingsniveau stijgt terwijl het aandeel van middelbaar opgeleiden onder de gediplomeerde Hagenaren daalt (Figuur 4.11).

20

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

Minder uitval in onderwijs zonder startkwalificatie

Mensen zonder startkwalificatie hebben een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Het percentage vroegtijdige schoolverlaters in de vier grote steden is sinds 2012 aan het dalen15 (Figuur 4.12). Den Haag laat een vergelijkbare trend zien met Amsterdam en Rotterdam. Na een vrij stabiel aandeel van vroegtijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie is er een verdere daling te zien in 2020. Hier zou het uitbreken van de coronapandemie een rol in gespeeld kunnen hebben.

Arbeidskrachten van de toekomst

Het aantal studenten in het hoger onderwijs blijft in Den Haag groeien (Figuur 4.13) en ligt dicht tegen de aantallen in Utrecht aan. Hiermee beschikt de stad over meer hoogopgeleide potentiële arbeidskrachten. De arbeidsmarktprognoses van het Research Centrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt geven per opleidingscategorie weer wat de verwachte arbeidsmarktsituatie op de middellange termijn is voor de regio Haaglanden in 2026. Hierbij wordt rekening gehouden met het verwachte aantal gediplomeerden per opleidingscategorie en de verwachte kortdurige werklozen, maar ook de huidige en verandering in de vraag naar het type arbeid. De toekomstige ontwikkelingen tussen de aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt geven aan dat toekomstige gediplomeerden in de regio een zeer goede baanperspectief hebben in de sectoren Techniek en ICT (Tabel 4.5).

15

Het CBS hanteert de volgende classificatie voor vroegtijdige schoolverlaters: Iemand die het (bekostigd)

onderwijs heeft verlaten en niet in het bezit is van een startkwalificatie. Het bezit van een startkwalificatie houdt in dat iemand ten minste een afgeronde havo- of vwo-opleiding, een basisberoepsopleiding (mbo niveau 2) of een oude opleiding van vergelijkbaar niveau heeft. De nieuwe aanwas is het aantal personen van 12 tot 23 jaar dat in een bepaald schooljaar het onderwijs verlaat zonder startkwalificatie.

21

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

7. RUIMTE Een randvoorwaarde voor een kansrijk ondernemersklimaat en bedrijvigheid is voldoende en gepaste winkel, kantoor-en bedrijfsruimte. Dit maakt effectief beleid op dit vlak urgent en cruciaal voor Den Haag.

Voldoende ruimte voor detailhandel en cultuur

De winkelvoorraad is tussen 2016 en 2020 in de gemeente Den Haag toegenomen met 46 procent. Hiermee heeft de stad na Amsterdam en Rotterdam de grootste winkelvoorraad met 1.037.000 m2 (Figuur 5.1).16 In 2020 is het aanbod van winkelruimte in Den Haag en Amsterdam toegenomen, terwijl Utrecht en Rotterdam een daling lieten zien. Het aanbod van winkelruimte in Den Haag is met 6 procent gestegen tot 95.300 m2 (Figuur 5.2). Hiermee is het aanbod van winkelruimte in Den Haag ongeveer gelijk is aan het aanbod in Rotterdam, terwijl de winkelvoorraad vergeleken met Rotterdam in Den Haag 20% lager ligt. In 2019 is de opname van winkelruimte in de gemeente uitzonderlijk hoog geweest. In 2020 is deze afgenomen met 44% tot 83.700 m² (Figuur 5.3). Dit is mede te verklaren door de uitbraak van de coronacrisis. Het aantal leegstaande winkelmeters17 steeg in 2020 met 24 procent. Dit is deels gedreven door een toename van aanbod en deels door minder opname. Hiermee stond het leegstandspercentage in 2020 op 6,1%, deze is nog steeds beduidend lager dan de leegstandpercentages in de jaren 2016 en 2017 (Figuur 5.4). Vergeleken met de andere drie grote steden heeft Den Haag echter het hoogste leegstandspercentage van winkelruimte (Figuur 5.5). Voor Utrecht, Amsterdam en Rotterdam was dit in 2020 respectievelijk 2,9%, 3,0% 3,8%.

Het steunbeleid van de overheid heeft naar alle waarschijnlijkheid een hogere leegstand doen voorkomen in 2020. De effecten van de coronacrisis zullen hier in latere jaren hier duidelijker worden.

Krappe kantorenmarkt ontstaan door onttrekkingen

De kantorenvoorraad van Den Haag vanaf 2016 sterk is afgenomen (Figuur 5.6). Gerelateerd hieraan is ook het aanbod sinds 2016 fors gedaald (Figuur 5.7). Het leegstandpercentage is hiermee het laagste van de vier grootste steden en bedraagt 4,2 procent. Dit percentage ligt volgens Cushman & Wakefield onder de frictieleegstand van 5 – 7%. Deze bandbreedte wordt gezien als een gezond niveau dat organisaties de mogelijkheid geeft te verplaatsen, zonder dat er sprake is van overaanbod. Ook de opname van kantoorpanden is in 2020 onder invloed van de coronacrisis t.o.v. het voorgaande jaar gedaald met ruim 47% (Figuur 5.7).

Overheid en non-profit sector grootste vragers naar kantoorruimte

Tussen 2011 en 2020 is 37 procent van de opname van kantoren in Den Haag in gebruik genomen door de overheid en overige non-profit sector. Ook kantoren voor de sector Zakelijke Dienstverlening hadden een groot aandeel in de opname van kantoorruimte in Den Haag. In de afgelopen twee jaar is dit steeds meer is verschoven naar Industrie, Handel en Transport (Figuur 5.8).

Grote bedrijventerreinen worden nog schaarser

Voor heel Den Haag geldt dat het aanbod van kwalitatief hoogwaardige bedrijfsruimte zeer schaars is, aldus Cushman en Wakefield. Het aanbod van bedrijfsruimte (groter dan 500m2) 16

Ruimte dat bestemd is voor horeca en cultuur wordt hierin ook meegenomen.

17 Het aantal leegstaande winkelmeters in de gemeente Den Haag bestaat uit winkelruimtes die langer dan één jaar leeg staan

22

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

in aantallen laat in Den Haag vanaf 2015 een dalende trend zien (Figuur 5.9). Een tekort aan bedrijventerreinen zou uitbreidings- en vestigingsplannen van ondernemers kunnen ontmoedigen en de daarmee gepaarde potentiële economie groei in de regio belemmeren. Wel is het aanbod in 2020 toegenomen terwijl de opname van grote bedrijventerreinen in aantallen en m2 gedaald. Bekeken over 2011-2020 zien we dat het overgrote deel van de opname wordt gerealiseerd door bedrijven die in de sector Handel actief zijn, deze wordt gevolgd door de dienstensector (Figuur 5.10).

Haagse ondernemer waardeert bedrijfsomgeving meer

De waardering van de bedrijfsomgeving door ondernemers in de agglomeratie Den Haag tussen 2018 en 2020 is toegenomen (Tabel 5.1). Ondernemers waren minder tevreden over de digitale faciliteiten.

23

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

BRONNEN Kerncijfers Den Haag 2021 https://denhaag.incijfers.nl/handlers/ballroom.ashx?function=download&id=118 Kenniswijzer Atlas voor Gemeenten 2021 https://denhaag.incijfers.nl/handlers/ballroom.ashx?function=download&id=131 Vastgoedmonitor Den Haag 2021 Cushman & Wakefield interne bron Werkgelegenheidsmonitor 2021 https://denhaag.incijfers.nl/handlers/ballroom.ashx?function=download&id=128 Economie in bijna alle regio’s boven niveau van voor coronacrisis (cbs.nl) https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2021/50/economie-in-bijna-alle-regio-s-boven-niveauvan-voor-coronacrisis Regionale bevolkingsprognose | PBL Planbureau voor de Leefomgeving https://themasites.pbl.nl/o/regionale-bevolkingsprognose/#:~:text=In%20de%20 komende%20decennia%20krijgen,aan%20de%20randen%20van%20Nederland. Regio in Beeld 2021 Haaglanden (werk.nl) https://www.werk.nl/imagesdxa/regio_in_beeld_2021_haaglanden_tcm95-434307.pdf 17 procent minder snelgroeiende bedrijven in 2020 (cbs.nl) https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2021/34/17-procent-minder-snelgroeiende-bedrijvenin-2020 Regionaal-economische verschillen fors toegenomen - RaboResearch (rabobank.com) https://economie.rabobank.com/publicaties/2020/mei/regionaal-economischeverschillen-fors-toegenomen/ Economische analyse steunpakket 2020 (cpb.nl) https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie-Economische-analysesteunpakket-2020.pdf

DE HAAGSE HOGESCHOOL

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

25

BIJLAGE

1.

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

DE HAAGSE HOGESCHOOL

26

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

BIJLAGE 1 & 2 STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021 TABEL 1.1: INDICATOREN NAAR DOELEN ECONOMISCHE VISIE

INDICATOREN BREDE ECONOMISCHE BLOEI

Economische groei BBP per inwoner BBP-volumemutatie Werkgelegenheid Groei aantal banen Aantal banen per 1000 inwoners Arbeidsmarktbalans Pendel van en naar Den Haag Verdeling werk en inkomen Werkloosheidspercentage (naar achtergrond) Aandeel beëindigde WW-uitkeringen naar reden WW doorstroom naar bijstand Aandeel huishoudens met langdurig laag inkomen (naar achtergrond) Aandeel bijstandsuitkering Bruto arbeidsparticipatie (naar achtergrond) Ondernemerschapsdynamiek Aantal snelgroeiende bedrijven Groei/krimp bij vestigingen

STAD

Wonen Woonaantrekkelijkheidsindex Vestiging en vertrek Woningen Bezoeken Aantal toeristische bezoeken Aantal gasten Aantal zakelijke overnachtingen Aantal congressen Gemiddelde bestedingen

STRUCTUUR

Bedrijfssegmenten Verdeling en ontwikkeling banen naar sector Verdeling van bedrijven naar grootte werkgeversfunctie MKB naar grootte werkgeversfunctie Groei banen bij MKB en Grootbedrijf Verdeling en ontwikkeling BTP naar sector Investeringen Arbeidsproductiviteit Investeringen in vaste activa Investeringen in R&D

27

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

ONDERNEMERSKLIMAAT

Bedrijvendynamiek Oprichtingen naar sector Opheffingen naar sector Oprichtingen naar grootteklasse Opheffingen naar grootteklasse Aantal eenmanszaken naar startjaar Mobiliteit ondernemers Den Haag Ervaringen ondernemers Spanningsindicator Ervaren belemmeringen ondernemers Waardering gemeentelijke dienstverlening Human capital Opleidingsniveau bevolking Opleidingsniveau gediplomeerden Aandeel voortijdige schoolverlaters Aantal HBO/WO studenten Toekomstig arbeidspotentieel

RUIMTE

Winkelruimte Aanbod winkelruimte Opname winkelruimte Kantoorruimte Aanbod kantoren Opname Kantoren Bedrijfsruimte Aanbod bedrijfsruimte Opname bedrijfsruimte Bedrijfsomgeving Waardering bedrijfsomgeving

28

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

BREDE ECONOMISCHE BLOEI FIGUUR 1.1: BBP PER INWONER, COROP-PLUS, G4 120000

TERUG >

BBP per inwoner

100000 80000 60000 40000 20000 0

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Agg. 's Gravenhage ex. Zoetermeer

Rotterdam

Amsterdam

Utrecht

2018

2019

2020

Bron: CBS

FIGUUR 1.2: BBP VOLUMEMUTATIE IN %, COROP-PLUS, G4

TERUG >

8 6 4 2 0 -2 -4 -6 -8

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Agg. 's Gravenhage ex. Zoetermeer

Stadsgewest Utrecht (CP)

Amsterdam (CP)

Rotterdam (CP)

Bron: CBS

29

2020

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

FIGUUR 1.3: GROEI AANTAL BANEN, G4 GEÏNDEXEERD OP 2016

TERUG >

115 110 105 100 95 90

2016

2017

's-Gravenhage

2018

2019

Amsterdam

2020

Rotterdam

Utrecht

Bron: Waarstaatjegemeente.nl

FIGUUR 1.4: BANEN P. 1000 PERSONEN VAN 15-74 JARIGEN.

TERUG >

1100 1000 900 800 700 600 500

2010

2011

2012

s Gravenhage

2013

2014

2015

Amsterdam

2016

2017 Utrecht

Bron: waarstaatjegemeente.nl

30

2018

2019

2020

Rotterdam

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

FIGUUR 1.5: BANEN P. 100 WERKENDEN EN WERKLOZEN (ARBEIDSMARKTBALANS)

TERUG >

130

125 120

115 110 105 100 95 90 85

2000

2003

2006

2009

Arbeidsmarktbalans Den Haag

Evenwicht

2012

2015

2018

2021

Arbeidsmarktbalans Haaglanden

* Beroepsbevolking 2021 geschat

Bron: Waarstaatjegemeente.nl FIGUUR 1.6: PENDEL VAN EN NAAR DEN HAAG, BEGIN 2021 Banen bezet door Hagenaars ca. 134.600

44%

Werkend in Den Haag ca. 134.600

51%

TERUG >

Banen in Den Haag 100% ca. 302.800 Haagse werkende beroepsbevolking 100% ca. 263.000

56%

Banen bezet door inkomende pendel ca. 163.200

49%

Werkend elders ca. 128.400

Bron: Wergelegenheidsregister Haaglanden, CBS, bewerking SEPO

FIGUUR 1.7: WERKLOOSHEIDSPERCENTAGE, G4 GEMEENTEN

TERUG >

16 14 12 10 8 6 4 0

2010KW01 2010KW02 2010KW03 2010KW04 2011KW01 2011KW02 2011KW03 2011KW04 2012KW01 2012KW02 2012KW03 2012KW04 2013KW01 2013KW02 2013KW03 2013KW04 2014KW01 2014KW02 2014KW03 2014KW04 2015KW01 2015KW02 2015KW03 2015KW04 2016KW01 2016KW02 2016KW03 2016KW04 2017KW01 2017KW02 2017KW03 2017KW04 2018KW01 2018KW02 2018KW03 2018KW04 2019KW01 2019KW02 2019KW03 2019KW04 2020KW01 2020KW02 2020KW03 2020KW04 2020JJ00 2021KW01 2021KW02

2

s Gravenhage

Rotterdam

Utrecht

Bron: CBS

31

Amsterdam

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2021

TABEL 1.2: WERKLOOSHEIDSPERCENTAGE NAAR ACHTERGROND, GEMEENTE DEN HAAG

TERUG >

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Totaal

6.50

7.20

8.70

9.90

10.90

10.10

8.80

7.20

5.20

5.10

5.40

Mannen

6.30

7.30

8.60

9.90

10.60

9.90

8.20

6.80

5.30

5.10

5.00

Vrouwen

6.80

7.20

8.90

9.80

11.30

10.30

9.60

7.60

5.10

5.00

5.90

15 tot 25 jaar

15.80

15.30

18.70

18.10

19.40

16.00

16.70

13.80

10.00

9.80

13.50

25 tot 45 jaar

5.40

5.80

7.30

8.60

9.60

8.60

6.90

5.80

4.00

4.00

4.50

45 tot 75 jaar

4.70

6.20

6.80

8.50

9.60

9.80

8.30

6.50

5.10

4.60

3.50

Nederlands

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11591821/1