RIS311906 Notulen van de raad van 20 januari 2022 (dagvergadering)
Tekst van het document
Maar de rittenstaat die u net, geloof ik, nog online heeft gezet of uit het systeem heeft gehaald en op Twitter deelde, laat ook wel zien dat ook de burgemeester in de auto zit, ondanks dat hij een enorm hart voor de fiets heeft en het liefst zo vaak mogelijk op de fiets zou willen zitten. We doen echt ons best. We kennen absoluut onze voorbeeldfunctie. Die zullen we ook te allen tijde proberen uit te dragen. Daar hebben we deze motie eerlijk gezegd niet voor nodig. Lesley Arp (SP). Ik wil even terugkomen op het amendement, want ik moest even puzzelen wat de wethouder nou precies bedoelde. Nou, ik ben even uitgepuzzeld. Maar ik vraag me toch af - dat is volgens mij niet helemaal toegelicht - wat het principiële bezwaar is van de wethouder om het streven van het betaalbaarder maken van het openbaar vervoer in het besluit op te nemen. Nu wordt het een soort voetnoot in het eerdere stuk, als ik de suggestie van de wethouder beluister, maar ik wil toch weten wat het principiële bezwaar is om het te doen zoals ons amendement voorstelt. Wethouder Van Asten (D66). Ik wil het zeker niet wegschrijven als een voetnoot. Maar het dictum, zoals het is opgebouwd, verwijst naar niks anders dan naar de basisprincipes die we hebben opgenomen in het stuk zelf.
Als betaalbaar ov in dat basisprincipe staat en daarmee automatisch onderdeel uitmaakt van het dictum, vind ik dat … Het is het meer esthetisch dan principieel, hoor. Daar moet u van op aan gaan. We hebben nota bene zelf al iemand aangenomen binnen de afdeling om van vervoersarmoede echt een onderdeel van beleid te maken. Het zit dus in de esthetiek, maar het staat ook in het stuk zelf. Anders zet u het wel in het dictum, maar is het niet terug te lezen in de
86
strategie. Eigenlijk doet u uw eigen amendement meer eer aan als u zorgt dat het meer in de strategie staat dan in het dictum. De voorzitter. Ik zie mevrouw Arp nog even kijken, maar volgens mij komt er geen nieuwe interruptie. Jawel, toch. Lesley Arp (SP). Meer een punt van orde. Het wordt vrij ingewikkeld gemaakt. De wethouder zegt dat hij er inhoudelijk geen probleem mee heeft, maar wel met de esthetiek van wat er met het besluit gebeurt. Ik wil er toch even op broeden of ik het amendement al dan niet aangepast wil indienen. Het is dus meer een punt van orde. De voorzitter. U heeft nog een tweede termijn. Ja? Dan doen we het even zo. De wethouder vervolgt dan eerst de beantwoording. Wethouder Van Asten (D66). Ik heb volgens mijn voorbereiding nog drie moties, alle drie van de Haagse Stadspartij. Ik neem aan dat dat klopt, anders krijg ik wel een seintje van de heer Bos, neem ik aan. Allereerst de motie Toegankelijk ov met halten op loopafstand; dat is er één die u heeft ingediend, nietwaar? Die vraagt om bij de volgende concessies voor de stad Den Haag uit te gaan van een maximale halteafstand van 400 meter. Die motie ontraden wij, want die is wel heel rigide en ook niet erg realistisch.
Openbaar vervoer kent veel gedaantes: RandstadRail, stadstram en -bus, collectief vraagafhankelijk vervoer en ook steeds meer initiatieven van vervoer op maat, zoals de pilot die we binnenkort in het Benoordenhout gaan starten. Openbaar vervoer heeft daarbij verschillende functies, bijvoorbeeld om snel en goedkoop een alternatief te bieden voor mensen die naar hun werk of naar school gaan. Als die groep te maken heeft met een traag product dat elke minuut halteert, dan prijst zo'n voorziening zichzelf uit de markt. Heel korte halteafstanden zijn dan contraproductief. We zijn nu in de ov-stukken uitgegaan van een halteafstand van 500 meter. Als er een nieuwe concessie komt, dan ligt die van tevoren hier in de raad. Op dat moment zou het hier besproken kunnen worden, maar voor dit moment ontraden wij dit. Ook de motie Geen tariefsverhoging ov is ingediend, nietwaar? Het dictum luidt: spreekt uit af te zien van een jaarlijkse indexering en bij de volgende concessies van de MRDH het gelijkstellen van de kilometerprijs als uitgangspunt te hanteren. Ook die ontraden wij. Indexering compenseert voor prijsstijgingen. Als er niet geïndexeerd zou worden, dan krijgen de vervoersbedrijven te maken met kosten die ze niet kwijt kunnen, aangezien de reserves sowieso al op zijn in deze tijd en überhaupt het rendement van de HTM vrij laag is.
Ze bieden tenslotte een product van algemeen nut aan. Dan zorg je ervoor dat het ov verder wordt uitgekleed. Volgens mij is dat nou juist wat we niet willen, gezien ook de discussie over haltes die nu tijdelijk zijn opgeheven. Peter Bos (HSP). Ik vind het toch een beetje vreemd. U heeft het over 'uitkleden'. Ik denk dat juist het verhogen van de tarieven en het ontraden van de motie over de haltes de toegankelijkheid van het openbaar vervoer tegengaan. We moeten het juist promoten. We moeten het verbeteren, aantrekkelijker maken. Is de wethouder dat met mij eens? Wethouder Van Asten (D66). Ik ben het helemaal eens dat we het ov zo aantrekkelijk mogelijk moeten houden. Maar u wil geen indexering toepassen. Dat betekent dat de kosten die het ov-bedrijf maakt, niet terug mogen komen in de kosten voor de gebruiker. Nou, die zijn nergens anders te verhalen. Dientengevolge kan, in dit geval een HTM, dan niets anders doen dan de dienstverlening verlagen om die kosten alsnog goed te maken. Dat betekent dat je de prijs hetzelfde houdt als nu, maar het product slechter maakt. Ik denk dat dat ook geen promotie is voor het ov. Alles wat te maken heeft met gratis of kosten niet verhogen die wel gemaakt worden, heeft ergens een prijs en iemand zal die moeten betalen.
Ik ben het helemaal met u eens dat we zo veel mogelijk moeten lobbyen bij het Rijk om de prijs van het ov naar beneden te krijgen, maar dat is op dit moment ook wel het enige wat we kunnen doen. Er zit geen vet op de botten bij de MRDH, bij de HTM en ook zeker niet bij de gemeente Den Haag. De voorzitter. U vervolgt de beantwoording. 87
Wethouder Van Asten (D66). Volgens mij was dat de laatste motie, want ik heb de motie Toegankelijk ov met halte op loopafstand twee keer. Dus volgens mij was dat de beantwoording van de verschillende moties. De voorzitter. Dan kijk ik naar mevrouw Arp. Heeft u nog behoefte aan een tweede termijn? Mocht u wat willen wijzigen, is dat dan al helemaal rond? U bent nog niet gelijk aan de beurt op de sprekerslijst, tenzij niemand van de andere partijen gebruik wil maken van de tweede termijn. Volgens mij is dat niet het geval. Dan is aan u het woord. Lesley Arp (SP). Ik heb even overlegd met de gewaardeerde collega Hoefsloot, onze woordvoerder Mobiliteit in de commissie. Ik overweeg toch, na overleg met de mede-indieners, om het amendement te handhaven zoals het nu is. Ik denk dat het een duidelijk statement is dat betaalbaarheid iets is waar de wethouder op moet inzetten. Dan is het dictum dan wellicht wat minder esthetisch, maar het is wel een goede boodschap, denk ik. Wethouder Van Asten (D66). Ik spreek toch lichtelijk mijn teleurstelling uit hierover, want daarmee wordt het niet opgenomen in de mobiliteitsstrategie en alleen in het dictum, terwijl het juist in de mobiliteitsstrategie mooi zou thuishoren. Zo kan het echt verweven worden in de mobiliteitsstrategie. Vergeet de esthetiek; nota bene wordt het idee omarmd door ons.
Het zou mooi zijn om het dan ook echt in de nota op te nemen en niet alleen in het dictum. De voorzitter. Dan komen we daarmee aan het einde van de tweede termijn. Vanavond gaan we stemmen over alle stukken. We gaan door naar agendapunt N. Dat is het Voorstel van het college inzake Samen tegen straatintimidatie: plan van aanpak Den Haag 2021-2022. Terwijl ik dat zeg, zie ik dat de heer Mahmood iets wil vragen en dat de wethouder al weet waar het over gaat, want er ligt nog een vraag die beantwoord moet worden. We gaan even terug naar het vorige punt. Wethouder Van Asten (D66). Excuus, voorzitter. De heer Mahmood begon over de Hendrik van Deventerstraat en waarom het daar niet gold, want ze hebben daar toch een parkeerterrein. Dat is een voormalige school met een schoolplein. Toen ze daar introkken, was het al duidelijk dat dat geen parkeerterrein mocht zijn. Dat is ook met de buurt afgesproken. Daarom gaat het specifieke punt dat u noemt voor de Hendrik van Deventerstraat niet op. Voor de rest is onze inzet wel degelijk dat wij zo veel mogelijk bestaande parkeergelegenheden, zoals ondergrondse garages in de Schilderswijk, die nu niet zijn gekoppeld aan bebouwing, aan elkaar proberen te koppelen. Maar de Hendrik van Deventer is wel echt een dusdanig specifieke casus dat die niet kan gelden als een casus exemplarisch voor deze notitie. Adeel Mahmood (NIDA).
Dank aan de wethouder voor het beantwoorden van de vraag. Het gaat er natuurlijk niet per se om wat zich in het verleden heeft afgespeeld in deze casus, maar meer om het beleid. In uw beleid heeft u het over toekomstige ontwikkelingen en dat het daarvoor gewenst is om problemen op straat op te lossen door op eigen terrein te parkeren. Juist in het kader van het oplossen van problemen zie ik hier een mogelijkheid om de parkeerdruk in die straat te verminderen door mee te werken aan de vraag van zo'n stichting om dat parkeerterrein in te kunnen zetten. De voorzitter. Wat is uw vraag? Adeel Mahmood (NIDA). Waarom lossen we dit soort problemen niet op? Waarom is daar geen oog voor? Waarom wordt er niet in alle openheid naar gekeken? Wethouder Van Asten (D66). Nu doet u absoluut geen recht aan een jarenlang slepende zaak. Ik vind het ook wel redelijk vervelend om het belang van één stichting hier in deze raadzaal zo te moeten bespreken. U doet geen recht aan de discussies die er zijn geweest met de stichting en met de bewoners over het jarenlange dossier dat hier op is, en het feit dat dit een schoolplein is en geen parkeerterrein. 88
De voorzitter. Meneer Mahmood, echt heel kort nog. Adeel Mahmood (NIDA). Ja, natuurlijk, het was ooit een schoolplein. Maar waar het mij om gaat is dat de wethouder zegt dat hij problemen op straat wil oplossen door juist veel vaker het eigen terrein te gebruiken. Nu liggen er mogelijkheden om het eigen terrein te gebruiken en wordt dat tegengewerkt. Tenminste, er wordt niet samenwerkt. De voorzitter. Meneer Mahmood, wat is uw vraag? Ik hoor steeds statements. Adeel Mahmood (NIDA). Ik vind zo'n paragraaf in de mobiliteitstransitie dan niet geloofwaardig. De voorzitter. Dat is nog steeds geen vraag. Adeel Mahmood (NIDA). Mijn vraag is waarom hier niet in alle openheid naar wordt gekeken om deze problemen op straat, die er gewoon zijn, op te lossen. De voorzitter. Dat is volgens mij een vraag die u al twee keer heeft gesteld. Wethouder Van Asten (D66). De heer Mahmood zei dat hij daar geen antwoord op heeft gekregen. Ik bestrijd dat ten zeerste. Ik heb wel degelijk antwoord gegeven. We gaan niet dit soort schoolpleintjes, die geen parkeerterrein zijn, plotseling omkatten naar een parkeerterrein. In een steeds drukker wordende stad hebben we ook ruimte nodig waar kinderen kunnen spelen, voor groen en voor openheid. Deze mobiliteitstransitie gaat er juist over dat we niet elke vierkante meter vol gaan zetten met geparkeerd blik, dus ook niet in de Hendrik van Deventerstraat.
De beraadslaging wordt gesloten.
Aan de orde is: N. Voorstel van het college inzake Samen tegen straatintimidatie: plan van aanpak Den Haag 2021-2022 (RIS310689). De beraadslaging wordt geopend. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. Deze stad verdient beter. Straatintimidatie is onacceptabel en dient stevig te worden aangepakt. De resultaten van allerlei onderzoeken zijn iedereen welbekend. Maar liefst acht op de tien vrouwen heeft te maken met intimidatie op straat; acht op de tien! In juli 2017 diende de ChristenUnie, het CDA en Groep de Mos een motie in met als titel Stop straatintimidatie in Den Haag. Keer op keer heb ik ernaar moeten vragen. Het is in coalitieakkoorden terechtgekomen. In juni 2020, drie jaar later, werd deze motie afgedaan met de toezegging van de toenmalige GroenLinks-wethouder Van Alphen dat er voor de zomer van 2020 een actieprogramma zou worden gepresenteerd; voor de zomer van 2020! Eind 2020 stond er in de krant - ik las het met volle verbazing - dat de gemeente Den Haag straatintimidatie serieus wilde aanpakken. Ze hadden op dat moment, eind 2020, drieënhalf jaar na het indienen van de aangenomen motie, geen flauw idee hoe dat dan moest worden aangepakt. Het onderzoek moest nog plaatsvinden. Ik heb toen een spoeddebat aangevraagd. Nou ja, goed, iedereen kent dat soort feiten natuurlijk dan ook wel.
Ik durf wel te stellen dat GroenLinks te maken heeft met deze abnormale vertraging. Want waarom heeft dit nou in hemelsnaam zo lang moeten duren? Wie is hier uiteindelijk voor verantwoordelijk? Nu, vierenhalf jaar later, ligt er een plan van aanpak. De gemeenteraad van Den Haag gaat daar vandaag over stemmen. Dit plan gaat eigenlijk alleen maar uit van voorlichting en bewustwording. Het is echt onvoldoende. Ik heb dat in de commissie … U zit te zwaaien?
89
De voorzitter. Ik zocht even naar een einde van uw zin, want er is al een tijdje een vraag van mevrouw Ateş. Serpil Ateş (GroenLinks). Ik was benieuwd hoe GroenLinks heeft bijgedragen aan de vertraging van de aanpak van straatintimidatie. Kan de heer Dubbelaar dat uitleggen? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Dat vraag ik dus aan de wethouder, hoe dat zit. Een motie van juni 2017, aangenomen door de raad, komt in een coalitieakkoord van 2018; VVD, GroenLinks, D66 en Groep de Mos. Daar staat het gewoon in, hoor, pagina 24. Dan komt er een nieuw coalitieakkoord in 2019. Daar staat het dan weer in. GroenLinks is al die jaren verantwoordelijk voor dit dossier. We zijn nu vierenhalf jaar verder. Nu ligt er, nou ja, een stuk dat het gewoon niet is. Wie is daar in die afgelopen vierenhalf jaar verantwoordelijk voor geweest? Dat is een GroenLinkswethouder. Serpil Ateş (GroenLinks). Het is duidelijk dat de raadsleden van Groep de Mos sinds het begin van deze raad heel snel ook wethouders betrekken in het raadswerk. Ik vind dat hartstikke fout. Omdat we in de aanloop zijn naar verkiezingen, begrijp ik dat we een aantal dingen wat willen versterken, maar op deze manier insinueren dat GroenLinks hierbij voor vertraging heeft gezorgd, vind ik absoluut niet kunnen.
Het is een vraag aan de wethouder, dus waarom wordt GroenLinks hier expliciet genoemd? De wethouder is van het hele college, neem ik aan. Is de heer Dubbelaar daarvan op de hoogte? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Maar die wethouders hebben een portefeuilleverdeling gemaakt. Die maken met elkaar afspraken. De een is verantwoordelijk voor fietsen. De ander doet iets met cultuur. Dit dossier ligt echt al sinds 2018 bij een GroenLinkswethouder. Die heeft het drieënhalf jaar ergens in zijn bureaula laten liggen. Dan kunt u mij wel verwijten dat het nu net voor de verkiezingen is, maar ja, u presenteert nu een plan van aanpak, net voor de verkiezingen. Het is alleen een plan van aanpak dat niet compleet is. Er staat alleen maar iets in over bewustwording en preventie, maar er is veel meer nodig om dit grote probleem aan te pakken. De voorzitter. Mevrouw Ateş, tot slot. Serpil Ateş (GroenLinks). Het probleem is zeker groot. Dat ben ik met de heer Dubbelaar eens. Maar ik wil nogmaals zeggen dat dit niet toe te schrijven is aan een partij als GroenLinks. Als het vertraging heeft opgelopen, kunt u met de wethouder in gesprek, maar u moet niet volmondig uitspreken dat dit de schuld is van GroenLinks. Ik vind dat hartstikke fout. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik heb hier de notulen van vergaderingen uit 2020.
Wethouder Van Alphen, de beste man, is er dan nu niet meer en kan zich niet verdedigen, maar goed, hij deed dat inderdaad namens het college. Hij was een GroenLinks-wethouder. Er zit nu een andere GroenLinks-wethouder. Ik krijg keer op keer het antwoord van wethouder Van Alphen: ik ben ermee bezig. Tijdens de zomer heb ik ernaar gevraagd. Dan antwoordt de wethouder weer: ik ben ermee bezig. Na de zomer heb ik ernaar gevraagd. U raadt al wat de wethouder toen antwoordde: ik ben ermee bezig. Dat was in 2020! We zitten nu … Nou ja, ik hoef die notulen niet voor te lezen aan iedereen. Die kan iedereen opzoeken. Hart voor Den Haag/Groep de Mos heeft er keer op keer naar gevraagd in de afgelopen jaren. Er is gewoon niet geleverd. Nu zitten we 60 dagen voor de verkiezingen. Nu komt er iets. Het lijkt alsof het een moetje is dat nu ineens naar de raad gestuurd moet worden. Maar het is gewoon niet compleet. De voorzitter. Mevrouw Ateş, tot slot. Serpil Ateş (GroenLinks). Ik vraag me af of de heer Dubbelaar het verschil weet tussen het college en de raad. De voorzitter. Volgens mij gaan we nu het punt herhalen. Dit is redelijk uitgewisseld. Ik zie nog meer vragen, namelijk ook die van mevrouw Tseggai. 90
Mikal Tseggai (PvdA). Ik heb de tijd niet bijgehouden, maar meneer Dubbelaar zit hier echt al minutenlang te zeuren, te schreeuwen bijna over wat Groep de Mos allemaal wel niet gedaan heeft en dat het allemaal zo lang heeft geduurd, maar ik heb eigenlijk helemaal nog niet gehoord wat Groep de Mos dan wel wil doen tegen straatintimidatie. Ik hoor dat graag van de heer Dubbelaar. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Dan heeft mevrouw Tseggai van de Partij van de Arbeid niet echt goed opgelet. Ik wil best de tijd gebruiken om dat allemaal toe te lichten. Ik heb hier meerdere persberichten en notulen bij de hand. Als je niet meegekregen hebt dat ik hier keer op keer naar gevraagd heb in deze raadzaal en bij commissies, dan heb je iets gemist. Mikal Tseggai (PvdA). Meneer Dubbelaar heeft blijkbaar geen zin om zijn plannen tegen straatintimidatie te vertellen. Waar zijn we dan naar aan het luisteren? Er wordt een soort grote Groep de Mos-show van gemaakt hoe zielig het wel niet is dat het allemaal zo lang heeft geduurd. Misschien kunnen we het gewoon even hebben over het plan dat hier voorligt en wat we voor vrouwen in Den Haag kunnen doen zodat ze zich veiliger voelen op straat. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). 20 februari 2020, tijdens de bespreking van de programmabegroting, heb ik een motie ingediend om een app te introduceren in Den Haag.
Die motie is aangenomen. Het gaat niet gebeuren overigens, want het college, de wethouder wil het niet. Daar heeft de Partij van de Arbeid ook voor gestemd. Ik neem aan dat de Partij van de Arbeid wel weet waar ze wel of niet voor stemt. Om mij dat nu te gaan vragen ... Mikal Tseggai (PvdA). Het gaat even niet over u. Ik vraag wat Groep de Mos vindt van dit plan straatintimidatie dat hier nu voorligt. Misschien kunnen we het daar even over hebben in plaats van alle trackrecords, moties en amendementen. Die kunt u mij ook in een grafiekje toesturen. Ik wil gewoon weten wat Groep de Mos van dit plan vindt. Heeft u moties? Heeft u amendementen? Gaat u voorstemmen? Gaat u tegenstemmen? Laten we het daar gewoon even over hebben. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik was in mij inbreng bij: 'De gemeenteraad stemt vandaag over een plan van aanpak tegen straatintimidatie. Dat plan is voornamelijk gericht op voorlichting en bewustwording. Hart voor Den Haag/Groep de Mos vindt dit plan echt onvoldoende.' Toen kreeg ik een interruptie, ik meen van mevrouw Ateş van GroenLinks. Daar heb ik op gereageerd. Zodoende kwamen wij in dit debat terecht. Maar, nogmaals, ook voor de Partij van de Arbeid, voor de kijkers thuis: dit plan is voornamelijk gericht op preventie en bewustwording en dat vindt Hart voor Den Haag/Groep de Mos onvoldoende. Mikal Tseggai (PvdA).
Meneer Dubbelaar zegt dat hij het onvoldoende vindt. Wat vindt hij dan wel voldoende om straatintimidatie aan te pakken? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Wat leuk dat mevrouw Tseggai daarnaar vraagt. In de afgelopen twee jaar, afgelopen vierenhalf jaar misschien, heb ik meerdere opties geopperd, bijvoorbeeld een ov-verbod voor mensen die zich schuldig maken aan straatintimidatie. Ik heb voorgesteld om een app te introduceren. Ik heb voorgesteld om het in de APV op te nemen. Dat ligt wat lastig. Ik heb inderdaad daar een motie voor. Daar kom ik zo op. Ik zit even te denken. Wat heb ik nog meer? Een uitgaansverbod vonden wij ook wel een goed idee. Wij hebben meerdere keren met het college meegedacht, ook over repressieve maatregelen. De voorzitter. U vervolgt uw betoog. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Hart voor Den Haag twijfelt dus ook of we nou wel voor dit voorstel moeten stemmen. Het zal het wel halen, want ik weet dat de coalitie de meerderheid heeft. Dan kan je zeggen 'we ondersteunen het' of 'we stemmen tegen, want het is gewoon nog niet compleet'. In die dubio zit ik nu een beetje. Ik hoor wel graag van de wethouder een reflectie op die vierenhalf jaar, want ik vind dat toch echt wel een heel lang periode. We hebben het er in de 91
commissie uitgebreid over gehad. Ik weet dat de coalitie straks komt met een motie om het eerst nog maar eens te onderzoeken. Na vierenhalf jaar is mijn fractie daar wel een beetje klaar mee, en met mij de fracties van de SP, PVV en ChristenUnie/SGP. Wij dienen daarom gezamenlijk een motie in. We verzoeken het college een raadsvoorstel op te stellen voor een wijziging in de APV, om hinderlijk gedrag en straatintimidatie op openbare plaatsen te kunnen aanpakken en hierbij te kijken naar de situatie in Arnhem. De voorzitter. Door de heer Dubbelaar, daartoe gesteund door mevrouw Arp en mevrouw Klokkenburg, wordt de volgende motie (N.1 HvDH/GdM) ingediend:
Motie N.1 HvDH/GdM Straatintimidatie APV Arnhem De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 januari 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Samen tegen straatintimidatie: plan van aanpak Den Haag 2021-2022 (RIS 310689). Constaterende dat, • het plan van aanpak tegen straatintimidatie (RIS 310689) vooral gericht is op preventie en bewustwording. Overwegende dat, • een lokaal verbod positief zal bijdragen aan de meldingsbereidheid; • het opnemen van een lokaal verbod op straatintimidatie in Den Haag aanvullend is op het plan van aanpak. Van mening dat, • iedereen in Den Haag veilig over straat moet kunnen. Verzoekt het college, • een raadsvoorstel op te stellen voor een wijziging in de APV, om hinderlijk gedrag en straatintimidatie op openbare plaatsen te kunnen aanpakken en hierbij te kijken naar de situatie in Arnhem. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Serpil Ateş (GroenLinks). Voorzitter. Intimidaties en bedreigingen gaan in ons land zo ver dat politici zich in hun eigen huis niet meer veilig voelen. Ik zie dat de PVV daar moeite mee heeft. De voorzitter. U vervolgt gewoon uw betoog. Meneer Kruis, als u iets wil vragen aan een ander, dan doet u dat gewoon via de microfoon. U heeft dus blijkbaar een vraag. Sebastian Kruis (PVV).
Ik heb er helemaal geen moeite mee, behalve dan dat het gebeurt natuurlijk. Ik heb moeite met politici die dan altijd zo'n beschrijving gaan geven van het probleem, zonder dat ze daadwerkelijk met oplossingen komen. Weet je wel, dat gemaakte sentiment. De voorzitter. Goed. Daarin hoorde ik geen vraag. Dat kunt u voor uw eigen betoog bewaren. Mevrouw Ateş, u vervolgt uw betoog. Serpil Ateş (GroenLinks). Dat bewijst weer hoeveel geduld een volksvertegenwoordiger van de PVV heeft voor een volksvertegenwoordiger van GroenLinks.
92
Er is enerzijds een heropvoeding nodig voor de aanpak en anderzijds betere wetten die ons beschermen. Het is belangrijk om in te zetten op preventie, het stimuleren van goed gedrag en aanpak vanaf de wortel. Toch vraag ik me tegelijkertijd af hoever zo'n emancipatieproces moet doorlopen. Als vrouw met een duidelijke politieke boodschap ben ik voldoende geëmancipeerd ten opzichte van een man of een agressor. Onze patriarchale leefsystemen hebben een wasstraat van emancipatie nodig die zich keer op keer reproduceert, maar dan de goede kant op. Ik dien zelf geen motie in, maar steun de motie van D66 op dit onderwerp. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter. We worden bij de PVV echt dood- en doodziek van al die groepen die overal in de stad en op de boulevard hangen en die vrouwen lastigvallen en die homo's misschien lastigvallen. Zoals de heer Dubbelaar net al aangaf, gaat dit plan voornamelijk over preventie en bewustwording. Maar ja, dat doen we al jarenlang en het schiet allemaal voor geen meter op. Daarom steun ik ook het voorstel van de heer Dubbelaar. Serpil Ateş (GroenLinks). Ik vraag me af waar de PVV dan wel geduld voor heeft. Ze hebben geen geduld voor collega-raadsleden, voor mensen in de politiek. Waar hebben jullie dan nog wel geduld voor? Sebastian Kruis (PVV). Ik zeg niet dat ik ergens geen geduld voor heb. Serpil Ateş (GroenLinks).
We hebben net met zijn allen gezien dat er ook geen geduld was voor mijn inbreng van de PVV. Dus mijn vraag, nogmaals: waar hebben jullie dan nog wel geduld voor? Sebastian Kruis (PVV). Ik heb voor heel veel geduld, behalve voor, wat ik net al aangaf, al dat gespeelde sentiment om te verhullen dat een partij als GroenLinks altijd een oplossing in de weg staat, in plaats van aan de basis van een oplossing te staan. De voorzitter. Mevrouw Ateş, tot slot. Serpil Ateş (GroenLinks). We zijn net met een heel mooie oplossing gekomen. Het voorstel biedt heel veel oplossingen om mensen opnieuw op te voeden, of om jongeren op te voeden met hoe het wel hoort. Sebastian Kruis (PVV). We weten natuurlijk dat GroenLinks een geschiedenis heeft die begint bij de Communistische Partij. Als een voormalig communistische partij gaat praten over heropvoeden, dan voel ik de bui al hangen. Daar gaan we dus absoluut niet in mee. Wat we moeten gaan doen, is eindelijk een keertje aanpakken. Daarom ook steun voor het voorstel van de heer Dubbelaar. Ik ben het gewoon spuug- en spuugzat. Ik gaf het al aan: die groepen voor de Albert Heijns overal in de stad, op de boulevard. Daarom wil ik dus zerotolerance voor multicultureel straattuig.
Mijn motie: verzoekt het college een zerotolerancebeleid te voeren en meedogenloos hard op te treden tegen multicultureel straattuig dat Hagenaars intimideert door te stoppen met waarschuwen en meteen over te gaan tot aanhouden en beboeten. Marije Mostert (D66). Begrijp ik goed uit het verhaal van de heer Kruis dat hij zegt: iedereen mag veilig over straat gaan, tenzij je een andere culturele achtergrond hebt dan de heer Kruis of andere mensen met een westerse achtergrond? Begrijp ik dat goed? Sebastian Kruis (PVV). Dat is een beetje vragen naar de bekende weg natuurlijk. Dat begrijpt mevrouw Mostert compleet verkeerd en dat weet ze ook wel. Ze weet dat ik hiermee de daders bedoel - dat staat ook zo genoemd - die dus Hagenaars intimideren, bijvoorbeeld queergroepen, waar ook mevrouw Mostert zich altijd druk om maakt, of die Nederlandse vrouwen lastigvallen op de boulevard. Dáár heb ik het over. Marije Mostert (D66). Dan heb ik misschien niet helemaal goed geluisterd of heb ik het niet goed begrepen, maar ik heb toch de indruk dat de heer Kruis zich heel erg richt op één groep jongens, 93
terwijl, als hij goed zou kijken naar het onderzoek, blijkt dat het een heel brede groep aan jongens is van diverse pluimage die dit verkeerde, ongezonde normgedrag laat zien. Het laat zich dus niet tot één groep vatten. Hoe kijkt de heer Kruis daar tegenaan? Sebastian Kruis (PVV). Ik denk dat je pas iets kan oplossen wanneer je de waarheid benoemt. Ga eens praten met de vrouwen op Scheveningen over wie zij worden lastiggevallen op de boulevard. Ga eens kijken wat er gebeurt voor al die Albert Heijns. Ik zie het zelf gebeuren. Allemaal van die nietNederlandse groepen die vrouwen staan na te sissen en na te roepen. Het is gewoon ranzig. Marije Mostert (D66). Dan kan ik toch niet anders dan concluderen dat de heer Kruis vanuit een tunnelvisie kijkt, want onderzoek wijst uit dat het een heel breed scala van jongeren is, niet alleen met een bepaalde culturele achtergrond, maar heel breed jongens tussen de 16 en 27 jaar. En hij zegt: praat eens met vrouwen op Scheveningen. Ik heb het afgelopen jaar niks anders gedaan dan praten met vrouwen in de stad, mannen in de stad, van diverse pluimage. Ze zeggen allemaal: het gaat om jongens. Maar om hier dit nou weer te gebruiken om je punt te maken omdat je gewoon liever geen Marokkaanse jongens in de stad wil hebben, vind ik een beetje jammer. Sebastian Kruis (PVV). Dat slaat helemaal nergens op. Dat weet mevrouw Mostert ook wel.
Ik ben gek op Marokkaanse jongens, maar niet als ze vervelend zijn. Dat is wat heel vaak gebeurt. Dat is iets waar we niet voor moeten wegkijken. Ik ben het een beetje zat. Al die politiek correcte partijen die direct in het geweer komen als een keertje de waarheid wordt benoemd dat het voornamelijk multiculturele groepen zijn die zich hier in de stad schuldig aan maken. Al die gespeelde morele verontwaardiging, maar ze weten donders goed waar het over gaat. Mikal Tseggai (PvdA). Begrijp ik nou goed dat de héér Kruis denkt dat hij het beter weet dan mévrouw Mostert hoe het is om als vrouw in deze stad te leven? Sebastian Kruis (PVV). Ik zeg niet dat ik het beter weet dan mevrouw Mostert, wel dat ik het beter verwoord dan mevrouw Mostert. Want mevrouw Mostert vergeet erbij te vertellen dat ze ook wel bij al die actiegroepen weten wat de achtergrond is van daders van bijvoorbeeld queerintimidatie. Hoe vaak worden wel niet homo's lastiggevallen? Hoe vaak gebeurt dat door jongens uit Appelscha? Hoe vaak gebeurt dat door jongens met een Marokkaanse of Turkse achtergrond? Vele malen vaker. We hebben het ook gezien in een onderzoek afgelopen zomer in Amsterdam nota bene. Dat is allemaal onder de pet gehouden door een GroenLinks-wethouder. Kom bij aan ons niet aan met de feiten. Mikal Tseggai (PvdA). U zegt het helemaal goed: kom bij ons niet aan met de feiten. Dat klopt helemaal.
De PVV is namelijk een vrij feitenvrije partij. Het zou de heer Kruis goed doen als hij zou luisteren naar wat vrouwen in deze stad te zeggen hebben, ook zijn eigen collega's, en dat hij niet gaat staan uitleggen hoe het is om als vrouw in deze stad 's avonds over straat te moeten. Sebastian Kruis (PVV). Ik versprak me natuurlijk net eventjes. Maar de feiten zijn dat het vaak daders zijn met een multiculturele achtergrond. Het feit dat de partij van mevrouw Tseggai of die van mevrouw Mostert daar standaard tegen in het geweer willen komen omdat ze die waarheid minder graag horen dan dat ze daadwerkelijk een oplossing voor dit probleem met elkaar formuleren, merken we al jarenlang. Maar de mensen in de stad zijn daar de dupe van. De voorzitter. Mevrouw Tseggai, tot slot. Mikal Tseggai (PvdA). Blijkbaar vindt de heer Kruis het minder erg dat mensen binnen zijn eigen partij hun handen niet thuis kunnen houden dan dat multiculturele jongens op straat hun handen niet thuis kunnen houden. Ik zou zeggen: kijk eerst even naar je eigen partij. Sebastian Kruis (PVV). Ze loopt gewoon helemaal vast, en dan gaat ze met verzinsels komen. Waar heeft mevrouw Tseggai het over? Dat is best wel vals ook. Je komt hier met een beschuldiging, maar kan dat helemaal niet staven met een voorbeeld. Geen veroordeling heb ik gezien. Dus kom bij mij 94
niet aan met dit soort voorbeelden om even een puntje te maken om de waarheid maar niet te hoeven benoemen. Dat heb ik net wel gedaan. Mevrouw Tseggai komt met een valse jij-bak, die mogelijk ook nog eens smaad en laster is. De voorzitter. Ik denk dat dit debatje ook een punt is om te markeren in dit debat. Het wordt steeds persoonlijker en er komt nu van alles en nog wat langs. Ik wil even terug naar het onderwerp waar het over gaat, straatintimidatie, en het stuk dat voorligt. Ik zie dat de heer Mahmood ook nog een vraag heeft, maar mevrouw Tseggai wil nog kort iets zeggen. Mikal Tseggai (PvdA). Voorzitter, u zegt dat het persoonlijk wordt. Ik heb helemaal niks gezegd over de heer Kruis zelf. Ik heb iets gezegd over de partij. Dat wil ik wel even gezegd hebben. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter, ik maak een punt van orde. Dan moet ze ook man en paard noemen. De voorzitter. Wat ik bedoel met persoonlijk, is … Sebastian Kruis (PVV). Over wie heeft ze het dan? Zeg het dan. De voorzitter. Meneer Kruis ... Wat ik merk in het debat, is dat het steeds meer 'meneer' en 'mevrouw' wordt. De partij wordt al bijna niet meer genoemd. Er wordt niet gesproken via de voorzitter. Daardoor wordt het debat steeds intenser. Ik markeer dat. Ik wil door naar de heer Mahmood voor een nieuwe vraag. Adeel Mahmood (NIDA).
Mevrouw Tseggai en mevrouw Mostert hebben al een vraag gesteld, die ik niet zal herhalen. We weten heel goed wat de denkbeelden zijn van de heer Kruis op dit onderwerp. Maar ik wil toch wel vragen, in alle oprechtheid: bent u oprecht in de aanpak van straatintimidatie? Als u daar ja op antwoordt, bent u dan ook bereid om veel breder te kijken dan met de tunnelvisie die u nu heeft gecreëerd voor uzelf hoe straatintimidatie echt in elkaar steekt, wat de feiten daarbij zijn, welke groepen daar de slachtoffers van zijn en welke groepen daar de daders van zijn? Bent u bereid om in alle oprechtheid toe te geven dat u voor die aanpak bent? Kijkt u dan ook met een open blik naar onze gehele samenleving? Daar ben ik eigenlijk wel benieuwd naar. Sebastian Kruis (PVV). Hartstikke bedankt voor de interesse. Dat ben ik zeker. We zien dus gewoon dat keer op keer uit onderzoeken blijkt dat multiculturele jongens hier vaker van verdacht worden. Dat zagen we ook in het onderzoek dat ik net aanhaalde, dat onder de pet werd gehouden door die GroenLinks-wethouder in Amsterdam. Onze wethouder hier is blijkbaar ook meer bezig met allerlei bewustwording en preventie zonder daadwerkelijk de feiten te benoemen. Dat mag, maar daar ga ik niet in mee. Ik wil gewoon een keiharde aanpak. Allemaal dat preventiegeneuzel. Aanpakken! Adeel Mahmood (NIDA).
Ik moet toch constateren dat meneer Kruis selectief leest. Er zijn tal van onderzoeken, maar niet alleen onderzoeken: ook de realiteit op straat is heel goed te zien. Misschien is het een keer een idee dat u samen met mij of andere collega's in een multiculturele wijk gaat rondlopen of dat we een keer naar Scheveningen gaan op een drukke zomerse dag, en kijken wat er gebeurt met vrouwen die een hoofddoek dragen. Als u oprecht bent in uw strijd tegen straatintimidatie, hoop ik dat u ingaat op deze uitnodiging. Dan kunnen we de feiten met onze eigen ogen zien en onze eigen oren aanhoren. Sebastian Kruis (PVV). Uitnodigingen sla ik nooit af, althans voor de meeste dingen. Maar het punt is: bijna heel Den Haag, bijna elke wijk is veranderd in een soort multiculturele hel. Het is dus niet heel moeilijk om die te vinden in Den Haag. Dan het tweede punt. Ga een keertje achter een vrouw aanlopen, gewoon een blonde vrouw, Nederlands, die een keertje naar de Albert Heijn gaat hier in het centrum of door de Schilderswijk loopt, en kijk wat er wordt gezegd tegen zo'n vrouw, of tegen iemand die eruitziet als een homo. Je hoeft dan nog geen homo te zijn, maar we weten allemaal waar het dan over gaat. Dat zie je ook terug in de cijfers: mensen voelen zich vaak onveilig. Daar wil deze 95
wethouder wat aan doen: het aanpakken van het veiligheidsgevoel. Nee, het gaat niet om het veiligheidsgevoel, het gaat om daadwerkelijke veiligheid. Daar wil ik wat aan doen, in plaats van dat gevoel vergroten. De voorzitter. Meneer Mahmood, tot slot. Adeel Mahmood (NIDA). Als je oprecht bent in de aanpak van straatintimidatie, zou het je niet uit moeten maken wie het slachtoffer en wie de dader is. Je zal altijd daders moeten aanpakken, welke kleur of afkomst ze ook hebben. We zien ook in alle onderzoeken dat het heel vaak mannen zijn. We weten dat het heel vaak mannen zijn. Dat is een brede groep, niet alleen in Nederland. Kijk maar internationaal, kijk maar naar politici wereldwijd, kijk maar wat er in de showbizz gebeurt. Wat ik erg merk bij de inbreng van de heer Kruis en ook bij zijn uitlatingen, is dat hij heel erg selectief is. Daarom heb ik twijfels over zijn oprechtheid over de aanpak van straatintimidatie. Want als hij dat wel is, dan zouden kleur en afkomst niet uitmaken. Dat proef ik helaas niet bij hem en dat betreur ik. Sebastian Kruis (PVV). Ten eerste heb ik niks over kleur gezegd. Maar we weten gewoon dat het in andere culturen minder gebruikelijk is om bijvoorbeeld vrouwen te respecteren of homo's te accepteren. Dat zien we ook terug in de cijfers. Dat wordt niet benoemd.
Daar gaat ook de grootste ergernis over van heel veel Hagenaars en Hagenezen en vrouwen op Scheveningen en homo's overal in de stad. Die zeggen dat het vaak mensen zijn met een multiculturele achtergrond. En dan ben ik nog zo vriendelijk om niet, zoals sommigen van de raadsleden hier, de achtergronden zelf specifiek te benoemen en vat ik het gewoon samen met 'multicultureel'. Dat zijn de feiten. Die benoem ik. Wat ik ook benoemd wil hebben, is wat mevrouw Tseggai net zei: wie ze bedoelde en wat ze bedoelde. Als ze dat niet hard kan maken, moet ze het terugnemen. Dan kan ze stil blijven, maar ze beschuldigt mijn partij ergens van. Ja, ik zie de wethouder zuchten. Maar het kan toch niet waar zijn dat mijn partij hier van iets wordt beschuldigd en dat ze niet levert qua verdenkingen of qua feiten. Kom dan op met de beschuldigingen, als u het allemaal zo goed weet. Ik vraag de voorzitter dan bij mevrouw Tseggai te informeren wat ze daarmee bedoelde. Dat lijkt me wel logisch voor de waardigheid van het debat. Ja, en mijn spreektijd loopt ook nog weg. Dit was een punt van orde, al 30 seconden lang. Maar dat moet toch gewoon benoemd worden? Ze beschuldigt mijn partij ergens van - ik weet nergens van - en ze zegt dan niet eens wat ze bedoelt. De voorzitter. Mevrouw Tseggai heeft daar net iets tegen u over gezegd. U geeft daar nu zelf ook een reactie op en ook een weerwoord.
Het is aan mevrouw Tseggai om daar zelf nog wel of niet op te willen reageren. Overigens, en daarom markeerde ik het net ook al, het gaat over straatintimidatie. Het debat werd steeds intenser. Voor je het weet hebben we het over tien dingen meer, ook over onderwerpen waarover het lastig is om te debatteren in deze samenstelling en deze setting. Daarom doe ik graag nogmaals de oproep. Het gaat nu over het collegevoorstel tegen straatintimidatie. Daar wil ik graag naar terug. U heeft uw punt nu gemaakt over de opmerking van mevrouw Tseggai. Als mevrouw Tseggai daar verder geen reactie meer op geeft - ze geeft aan dat dit niet het geval is - dan laat ik het hier ook bij. Sebastian Kruis (PVV). Dan hoop ik allereerst dat ik voor het punt van orde dat ik maakte in ieder geval 30 seconden terugkrijg. Ik wil mevrouw Tseggai ook nog wel meegeven dat ik me door dit soort valse beschuldigingen onveilig voel in de raadzaal; qua gevoel, dus niet fysiek, maar gewoon gevoelsmatig. Als je zomaar ergens van kan worden beschuldigd, zonder dat daarbij feiten of verdenkingen worden genoemd, dan is het wel een heel factfree debat aan het worden. Dat is echt wel een glijdende schaal. Dat wil ik mevrouw Tseggai wel meegeven, want ze klaagt zelf vaak over de toon of over beschuldigingen, en dat wordt dan nu zomaar in mijn richting gedaan. Dat is heel vervelend.
Wat voor de PvdA geldt, geldt hopelijk ook voor de PVV. Maar blijkbaar niet. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik wil wel namens mijn fractie de steun uitspreken voor meneer Kruis, want ik denk dat hij wel degelijk een punt heeft. Maar kunnen we deze impasse niet gewoon doorbreken door mevrouw Tseggai even die enkele woorden te laten terugnemen? Volgens mij werd er zoiets gezegd als dat er intimidatie binnen zijn partij zou zijn. Dat is 96
een forse beschuldiging, die ik ook zeer kwalijk vind. Ik snap de reactie van de heer Kruis. Wij kunnen dit toch gewoon even heel snel oplossen, voorzitter? De voorzitter. Mevrouw Tseggai geeft aan van niet. Dat is dan ook het antwoord. Ik snap de woorden van de heer Kruis. Ik snap ook de ongemakkelijke situatie op dit moment. Dat vind ik ook een vervelende situatie. Dat laat maar weer zien hoe scherp we ook moeten opletten in het debat met elkaar, en daarom ook een debat niet te intens te laten zijn en ons te houden bij het onderwerp. Ik denk dat het gevoel dat misschien ons allemaal nu bekruipt, ook een goede les is voor de komende debatten. Sebastian Kruis (PVV). Krijg ik wel die 30 seconden terug? De voorzitter. De 30 seconden krijgt u terug. Daar heeft u helemaal gelijk in. Ik zag de tijd ook doorlopen. U was aan het einde gekomen van uw betoog. Dank u wel. Door de heer Kruis wordt de volgende motie (N.2 PVV) ingediend:
Motie N.2 PVV Zerotolerance voor multicultureel straattuig De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 januari 2022, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Samen tegen straatintimidatie: plan van aanpak Den Haag 2021-2022 (RIS310689). Verzoekt het college: • een zerotolerancebeleid te voeren en meedogenloos hard op te treden tegen multicultureel straattuig dat Hagenaars intimideert door te stoppen met waarschuwen en meteen over te gaan tot aanhouden en beboeten. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Dagelijks hebben met name vrouwen en meiden te maken met straatintimidatie in onze stad: gesis of geroep met consequenties. Onze straten zijn van iedereen en iedereen moet zich daar veilig voelen en veilig zijn. Het is de reden dat de ChristenUnie/SGP vijf jaar geleden al zei: pak straatintimidatie aan, stel het strafbaar en zet in op preventie. Collega Dubbelaar heeft al voldoende gezegd over die afgelopen jaren. Dat ga ik niet over doen. Vandaag hebben we het over de aanpak en die kan beter. Als je weet dat je gehoord wordt en geholpen, vertel je dat door. We horen te vaak signalen dat klachten blijven liggen. Zeker bij straatintimidatie lijkt dat een probleem. 51% van de mensen die een melding doet, is ontevreden.
In het onderzoek van I&O worden vier heel concrete suggesties gedaan om de meldingsbereidheid te verhogen. Die zie ik niet overgenomen in het actieplan. Daarom een motie, met het dictum: verzoekt het college om de aanbevelingen om de meldingsbereidheid voor straatintimidatie te verbeteren, zoals hierboven genoemd, over te nemen en te realiseren, en de raad hierover te informeren. Straatintimidatie gaat over sociale veiligheid in een fysieke ruimte. Daarbij worden sommige plekken als onveiliger ervaren dan andere plekken. Een goede aanpak van straatintimidatie gaat dus ook over de fysieke leefomgeving. Dat is nu onderbelicht in het plan. Daarom zou ik graag een mogelijkheid willen hebben om die fysiek onveilige plekken te melden. Ik doe daartoe een oproep met een motie waarvan het dictum luidt: verzoekt het college te onderzoeken of en hoe sociaal onveilige plekken gemeld kunnen worden binnen bestaande gemeentelijke meldpunten. Ten slotte. Ik sta van harte onder de motie van collega Dubbelaar om straatintimidatie middels de APV te verbieden. Andere steden doen dat en het kan. Om alvast een schot voor de boeg te nemen, wil ik mijn teleurstelling uitspreken over collega-fracties die straks een motie gaan indienen om dit nógmaals te gaan onderzoeken. In juni 2018 twitterde toenmalig fractievoorzitter Daniëlle Koster van het CDA dat de tijd van onderzoeken voorbij is.
Nu, drieënhalf jaar later, wordt er toch door diezelfde 97
fractie en andere fracties een motie ingediend om verder te gaan onderzoeken. Ik ben daarin zwaar teleurgesteld. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg worden de volgende moties (N.3 CU/SGP en N.4 CU/SGP) ingediend:
Motie N.3 CU/SGP onderzoek meldpunt onveilige plekken De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 januari 2022, ter bespreking van het raadsvoorstel Samen tegen straatintimidatie, plan van aanpak Den Haag 2021 2022 (RIS310689), constaterende, dat: • de fysieke leefomgeving van belang is voor het veiligheidsgevoel van mensen; • er via DenHaag.nl (https://www.denhaag.nl/nl/meldingen.htm) allerlei meldingen kunnen worden gedaan, maar sociaal onveilige plekken of straatintimidatie niet gemeld kunnen worden; • Rotterdammers inmiddels sociaal onveilige plekken kunnen melden via een app (https://www.ad.nl/rotterdam/waar-voel-ie-je-onveilig-op-straat-de-gemeente-wil-hetgraagweten~ad898303/); overwegende, dat: • het onderzoek van I&O research duidelijk maakt dat er bepaalde plekken zijn waar straatintimidatie zich lijkt te concentreren; • het belangrijk is om onveilige plekken te kunnen melden, zodat die veiliger gemaakt kunnen worden, om zo alles te doen om straatintimidatie tegen te gaan; verzoekt het college: • te onderzoeken of en hoe sociaal onveilige plekken gemeld kunnen worden binnen bestaande gemeentelijke meldpunten, en gaat over tot de orde van de dag.
Motie N.4 CU/SGP verhoog meldingsbereidheid straatintimidatie De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 januari 2022, ter bespreking van het raadsvoorstel Samen tegen straatintimidatie plan, van aanpak Den Haag 2021-2022 (RIS310689), constaterende, dat: • de meldingsbereidheid voor straatintimidatie laag is (RIS308243 Bijlage p.25); overwegende, dat: • 51% van de mensen die straatintimidatie meldt, ontevreden zijn hoe de melding is behandeld; • uit onderzoek van I&O Research blijkt dat het melden van straatintimidatie als ‘hoogdrempelig en weinig zinvol’ wordt ervaren (RIS308243 Bijlage p.25); • er in aanvullend onderzoek van I&O Research verschillende aanbevelingen worden gedaan om zowel de ervaring als het resultaat van een melding doen te verbeteren, en zo ook de meldingsbereidheid te verhogens (RIS309537 Bijlage p.19-21); • de aanbevelingen, te weten: 1. maak de mogelijkheid om het incident opvolging te geven duidelijk 2. laat zien wat een melding op kan leveren 98
3. onderzoek mogelijkheden die het melden van straatintimidatie zo laagdrempelig mogelijk maken 4. implementeer randvoorwaarden om melding van straatintimidatie zo makkelijk mogelijk te maken niet worden overgenomen in het raadsvoorstel; verzoekt het college, om: • de aanbevelingen om de meldingsbereidheid voor straatintimidatie te verbeteren zoals hierboven genoemd, over te nemen en te realiseren, en de raad hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Marije Mostert (D66). Voorzitter. Dit is een onderwerp dat mij enorm aan het hart gaat. Ik merk ook dat ik geëmotioneerd in het debat zit. Want straatintimidatie gaat niet over één bepaalde groep. Dit gaat over vrouwen die niet over straat kunnen lopen, omdat ze uitgescholden worden. Dit gaat over mannen die niet hand in hand over straat kunnen lopen zonder nare opmerkingen naar hun hoofd te krijgen of zelfs bekogeld te worden. Dit gaat over mensen zoals mijn jongeren, die over straat lopen met een hoofddoek en worden uitgemaakt voor rotte vis. Er gaat echt iets fundamenteel fout in Den Haag. Het stoort me enorm dat we ons in dit debat niet bij de feiten kunnen houden. Want als we kijken naar de daders, dan zijn dat inderdaad jongens, mannen, bijna in elk geval, maar het is niet één bepaalde groep.
Als wij dit willen oplossen, dan moeten wij kijken naar de feiten en moeten we dat doen als vertegenwoordigers van de stad. We moeten dit samen proberen te doen. Dit wilde ik even zeggen. Het raakt mij persoonlijk. Iedereen in Den Haag moet veilig en zichtbaar zichzelf kunnen zijn, ongeacht hoe je eruit ziet, wat je gelooft of van wie je houdt. Tot zover. Dank aan de wethouder en de ambtenaren voor het stuk. D66 is blij met de rol die er is voor preventie. Uiteraard is er nog veel ruimte voor verbetering. Daarom hebben wij ook een aantal moties. Laten we beginnen bij de rol van jongens. De sleutel tot verandering en het voorkomen van straatintimidatie ligt wat D66 betreft namelijk bij het voorkomen dat jongens dader worden. De focus in het plan ligt nu nog te veel bij de doelgroep die mogelijk slachtoffer wordt, als het bijvoorbeeld gaat over het trainen van vrouwen. Wat ons betreft wordt die focus gelegd op de jongens en zorgen we ervoor dat zij geen dader worden en dat we de ongezonde mannelijke norm gaan aanpassen. Dat betekent dat we goed gedrag willen aanleren, want aanleren is beter en makkelijker dan slecht gedrag afleren. Kort gezegd: jong geleerd is oud gedaan. Daarom moet er structureel getraind, opgevoed en onderwezen worden. Train ouders, en vooral de vaders, en voed Haagse jongens op. Alleen op deze manier kunnen we straatintimidatie echt aanpakken.
Daarom een motie Voed Haagse jongens op, met als dictum: verzoekt het college te onderzoeken hoe preventieve trainingen voor jongens, zoals IMAGINE van Emancipator en Jongens van Centrum 16.22, een rol kunnen krijgen in het uitvoeringsbeleid; het trainingsaanbod voor ouders en in het bijzonder vaders ten aanzien van opvoeding uit te breiden. Deze motie is medeondertekend door de heer Smit van de Partij voor de Dieren. Daarnaast kunnen juist mannen ook als onderdeel van de oplossing worden gezien. Ze kunnen veel betekenen als bijvoorbeeld een peer educator of een rolmodel. Mannen zijn namelijk meestal dader, maar juist in de oplossing is hun rol cruciaal. D66 vindt dat deze verantwoordelijkheid in het raadsvoorstel onderbelicht is. Daarom dient D66 de motie Haags HeForShe-netwerk in, met als dictum: verzoekt het college een Haags HeForShe-netwerk op te zetten. Deze motie is medeondertekend door mevrouw Ateş van GroenLinks. Tot slot. Straatintimidatie heeft, zoals gezegd, een enorme impact op slachtoffers en voorkomen is daarom beter dan genezen. Preventie is cruciaal, maar helaas heeft dat niet van de ene op de andere dag effect. Daarom vindt D66 het goed dat meldingsbereidheid specifiek als doel wordt genoemd. Slachtoffers geven aan dat ze zich door strafbaarstelling serieuzer genomen voelen en dat ze daardoor ook meer meldingen gaan doen.
We hebben het hier in de commissie over gehad. Landelijke wetgeving laat op zich wachten. Groep de Mos heeft daar een motie over ingediend. We hebben het er in de commissie eerder over gehad. Het college ziet daar toch veel haken en ogen aan, juridisch 99
gezien. Wij vinden echter dat er toch alles aan gedaan moet worden om straatintimidatie tegen te gaan. Daarom dient D66 de motie in Verken lokaal verbod op straatintimidatie, met als dictum: verzoekt het college te onderzoeken of er naar Alkmaars en Arnhems voorbeeld mogelijkheden liggen voor een Haags verbod op straatintimidatie; en de raad hierover te informeren in Q2 van 2022. Deze motie is medeondertekend door Kavish Partiman van het CDA, Frans de Graaf van de VVD, Mikal Tseggai van de PvdA, Serpil Ateş van GroenLinks en Robin Smit van de Partij voor de Dieren. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik begrijp mevrouw Mostert volgens mij niet zo goed. Zij wil heel graag dat straatintimidatie strafbaar wordt gesteld. Er zijn gemeenten die dat juridisch dicht hebben getikt. Dat zouden we kunnen invoeren als we de motie van de heer Dubbelaar aannemen. Mevrouw Mostert zegt daarover: er zitten haken en ogen aan, dus we gaan het onderzoeken. Wat gaan we dan onderzoeken als u nu al weet dat er haken en ogen aan zitten? Marije Mostert (D66). Het punt is: als wij inderdaad een lokaal verbod hier invoeren, dan wil ik ook echt dat wij dat verbod kunnen uitvoeren en dat wij de stad niet blij maken met een dooie mus. Dat is belangrijk. In Arnhem is er een hoop gedoe, omdat het waarschijnlijk toch niet mag.
Dus ik zeg: liever goed beslagen ten ijs dan dat je nu iets gaat invoeren wat uiteindelijk juridisch niet kan en wat, bijvoorbeeld zoals in Rotterdam, moet worden teruggedraaid. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Volgens mij hebben inderdaad Alkmaar en Arnhem heel veel onderzoek gedaan en hebben ze daar net zulke goede juristen, mag ik hopen, als in dit stadhuis, en hebben ze daar een mooi verbod liggen dat we zo over zouden kunnen nemen. Wat verwacht mevrouw Mostert dan van een nader onderzoek, als we die twee steden als voorbeeld gaan nemen? Marije Mostert (D66). Wat D66 daarvan verwacht, is dat we goed kijken hoe ze dat hebben aangepakt. Kan de maas in de wet die ze hebben gevonden? Als blijkt dat het inderdaad kan, als wij hier groen licht krijgen na goed juridisch onderzoek, dan ben ik de eerste die zegt: laten we het hier ook invoeren. Maar wel met een goede juridische grondslag en dat je niet halverwege moet keren. Dat zou namelijk doodzonde zijn. Dat wil ik ook niet de mensen die hier in Den Haag last van hebben, aandoen, dat je het uiteindelijk toch niet kan waarmaken. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik krijg bijna de indruk dat mevrouw Mostert aandelen heeft in onderzoeksbureaus of zo. Haar collega's van D66 in Arnhem hebben het uitvoerig laten onderzoeken. Die hebben de casus-Rotterdam erbij gepakt.
Het is een initiatiefvoorstel van haar eigen collega's. Toch wil zij het weer laten onderzoeken. Marije Mostert (D66). Zij hebben daar inderdaad onderzoek gedaan, maar ik ben nog steeds raadslid in Den Haag. Ik ga uit van wat het college hier vertelt. Ik woon niet in Arnhem. Ik woon niet in Alkmaar. Als blijkt dat het inderdaad allemaal zo makkelijk zou zijn, dan verwacht ik dat dat heel snel helder kan worden en hier in Den Haag kan worden ingevoerd. Maar ik verwacht ook, als er toch zaken zijn die niet juridisch kunnen, dat we die dan helder hebben en dat we kijken hoe we het hier in Den Haag anders kunnen aanpakken. Dus mocht het kunnen, dan ben ik de eerste die zegt 'laten we het doen', maar wel met een goede juridische grondslag en uiteindelijk dus ook daadwerkelijk uitvoerbaar. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik ben wel benieuwd of mevrouw Mostert het initiatiefvoorstel van haar collega's uit Arnhem heeft gelezen. Marije Mostert (D66). Ik hoef niet overhoord te worden door de heer Dubbelaar of ik mijn stukken wel of niet lees. Wat is uw vraag? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Daar staat echt het een en ander in: dat het allemaal al onderzocht is en dat er juist geadviseerd wordt om het op deze manier in de APV op te nemen. Daar gaat u allemaal aan voorbij. U wil weer uw eigen onderzoek doen. Ik vind dat gewoon heel bijzonder.
100