CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311712 Bijlage

Gemeenteraad 21 april 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Concept-Nota van Uitgangspunten voor de realisatie van een tramremise Ypenburg op een deel van de GAVI-kavel (fase 1a) (RIS311712)28.924 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Middelgroot project: 6 nestplaatsen voor huismussen per gebouw*. Grootschalig project: 6 nestplaatsen voor huismussen per gebouw*. *Deze maatregel is alleen functioneel als in de omgeving voldoende leefgebied (tuinen, hagen, dichte struiken) aanwezig is en/of wordt gerealiseerd. De neststenen dienen in een cluster te worden geplaatst. Voor neststenen geldt: - neststeen met invliegopening minimaal 35 mm in diameter - ophanghoogte tussen de 5,5 en 12 meter vanaf maaiveld (binnen eerste drie woonlagen). Minimale ophanghoogte is 3 meter. - onderlinge afstand nestkastopeningen is minimaal 0,5 meter - ingangen op het noorden, oosten en/of noordoosten - binnen straal van 50 van nestplaats enkele dichte (het liefst inheemse) heesters zoals wilde liguster, hulst, vuurdoorn of klimop, rommel- en onkruidhoekjes, zand (zandbak of plantborder) en water Plaatsen van een nestkast voor slechtvalk indien onvoldoende aanwezig binnen omgeving Realiseren van zomerverblijfplaatsen voor vleermuizen: Kleinschalig project: 2 zomerverblijfplaatsen voor vleermuizen per gebouw* Middelgroot project: 6 zomerverblijfplaatsen voor vleermuizen per gebouw* Grootschalig project: 12 zomerverblijfplaatsen voor vleermuizen per gebouw* *Deze maatregel is alleen functioneel als gebouw grenst aan het bestaande of nieuwe groen. Maak daarbij gebruik van loze ruimten in spouwmuur en/of dakrand.

Voorkom op deze plaatsen verlichting van de gevel (aanstralen).

54

86

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

Realiseren van massawinterverblijfplaatsen voor vleermuizen: Kleinschalig project: n.v.t. (te weinig ruimte) Middelgroot project: 1 massa winterverblijfplaats voor vleermuizen per gebouw* Grootschalig project: 2 massa winterverblijfplaatsen voor vleermuizen per gebouw* *Realiseren van een massa winterverblijfplaats gewone dwergvleermuis indien onvoldoende aanwezig binnen omgeving. Grote stenen en betonnen gebouwen (flats, appartementen) met spouwmuren komen hiervoor in aanmerking. Dit kan uit oogpunt van veiligheid betekenen dat de functies groen en wandel- en fietspaden niet samen gaan In clusters aanplanten / behouden van minimaal 3 inheemse bomen, zoals zomereik, wintereik, linde, berk, zwarte els, beuk, haagbeuk, veldiep, zoete kers, gewone appel en/of lijsterbes.

In clusters aanplanten van inheemse struiken met minimaal 50 m² grondoppervlak met minimaal 3 soorten: hulst, taxus, meidoorn, sleedoorn, hazelaar, vlier, gelderse roos, egelantier, vuilboom en/of krentenboompje. aansluiting groene tuin Versterk stedelijke ecologische hoofdstructuur door groene tuin en ecologische structuur rondom het gebouw hierop aan te laten sluiten, zowel qua ligging (laten grenzen) als qua inrichting (beplantingstypen). Insectenhotel Aanleg van insectenhotel op 3 locaties in wijk- en buurtgroen in directe omgeving gebouw en/of plaatsen van insectenstenen in 3 gebouwen; plaatsing op zonnige plaats in nabijheid van bloemrijk grasland en/of ander groen Voor vlinders geschikte Aanplant van inheemse nectarrijke struiken met een rijke variatie struiken aan voedsel geselecteerd voor vlinders: minimaal 25m² grondoppervlak Droog bloemrijk grasland Realiseren van droog grasland ter plaatse van gemeenschappelijk of > 10m2 openbaar groen waar deze van lage ecologische kwaliteit is (wat nu gazon is): minimaal 10m² grondoppervlak. Het mag ook gaan om spontane ontwikkeling van braakliggende industrieterreinen. van Na inrichting over gaan op ecologisch beheer. Faunapassage onder Realiseren van openingen onderaan schutting/ hekwerk voor kleine hekwerk fauna (zoals egels): opening van minimaal 15x15cm

Groen >25% onbebouwde areaal

Aanplant van hagen - al of niet ter vervanging van hekwerk/ schutting - over een lengte van minimaal 25 meter en met breedte van tenminste 1 meter en hoogte van 1,5 meter met liguster, spaanse aak, zuurbes, hulst, beuk of haagbeuk. Tegengaan van betegeling: gebruik halfverharding of natuurlijke verharding (houtsnippers of grind) over minimaal 25% grondoppervlak van de onbebouwde kavel met als voorwaarde dat de verharding niet bedoeld is als voetpad / loopverbinding Aanplant van boomgaard met minimaal 10 fruitbomen: appel, kers, peer, pruim en/of walnoot Inzaaien van bloemrijk grasland met inheems bloemenmengsel ter plaatse van openbaar / gemeenschappelijk groen: grassen met éénjarige kruidachtige soorten en overblijvende bloeiende vegetatie, minimaal 500 m² grondoppervlak. Na inrichting overgaan op ecologisch beheer. Tegengaan van betegeling: gebruik geen verharding over 25% van het onbebouwde grondoppervlak en beplant dit met stedelijk groen; het gaat daarbij bosplantsoen met inheemse bomen en struiken 55

9. BIJLAGE

PUNTENSYSTEEM VOOR NATUUR- EN GROENINCLUSIEF BOUWEN

2

omgeving

Zoomvegetatie langs perceelsranden

3

omgeving

Natuurlijke poel

3

omgeving

Pocketpark (minipark)

1

Muurplanten in oude (kade)muur

Doorstroming van open water Rustzone fauna langs wateroever

Realiseren van ruige groene randen ter plaatse van groene dooradering waar deze van lage ecologische kwaliteit is (wat nu gazon is): ruigte van soorten als bijvoet (droog) en riet (nat), minimaal 10m² grondoppervlak Realiseren van poel / vijver met minimaal 1 meter waterdiepte, 3 meter diameter en flauw talud; beplant inheemse oeverplanten: gele lis, moerasandoorn, grote kattenstaart, moerassprirea, echte valeriaan, grote egelskop en inheemse waterplanten: witte waterlelie, gele plomp, watergentiaan, krabbescheer Realiseren van een minipark van minimaal 250 m2 als ‘groene oase’ of ‘stadstuin’ in een stedelijke en stenige omgeving van woningen, kantoren en wegen voor multifunctioneel gebruik voor laagdynamische functies (natuur, ontspanning, ontmoeting). Belangrijkste kenmerk is dat wandelpaden, zitbankjes en stadsbomen (zoals iep en linde), op creatieve en harmonieuze wijze worden afgewisseld met (lage) inheemse struiken en/of kruiden. Voor het verkrijgen van de punten geldt dus de voorwaarde dat gekozen wordt voor inheemse struiken- en plantensoorten. Om zoveel mogelijk functies tegelijkertijd te realiseren is meerlaags ruimtegebruik (bijvoorbeeld verhoogde borders en pergola’s) mogelijk. Het benutten van regenwater is een pre, maar vraagt wel meer ruimte.

In dat geval kunnen ook poelen, waterstroompjes en oevervegetaties ontwikkeld worden waarbij eventueel menselijk gebruik niet ten koste mag gaan van kwetsbare natuurwaarden. Bij renovatie / restauratie aan oude muren met geschikte groeiplaatsen: rekening houden met verplaatsen van muurplanten en realiseren van muren met terugliggend voegwerk met kalkhoudende specie en vochtig metselwerk met afstromend regenwater of het realiseren van kademuren met een muurplantvriendelijke constructie die is voorzien van een smalle spouwmuur met vochthoudend materiaal om planten van voldoende water te voorzien, kalkhoudende specie en een terugliggende voeg. Zorg ervoor dat water voldoende doorstroomt, vooral als het zonbeschenen water betreft realiseer rustzone over oeverlengte van >10 meter voor dieren langs open water delen van de oevers zonder verstoring door mensen en/of honden door gebruik van hoge vegetatie, padenstructuren en verplicht aanlijnen van honden Aanplant / behoud van minimaal 10 inheemse bomen in bomenrij of bomengroep: zoals zomereik, wintereik, linde, berk, zwarte els, beuk, haagbeuk, veldiep, zoete kers, gewone appel en lijsterbes

1

omgeving

1

omgeving

2

omgeving

Rij van >10 inheemse bomen

2

omgeving

Natuurvriendelijke of drijvende oever > 10 m

Open water voorzien van natuurvriendelijke oevers: minimaal 10m oeverlengte met talud van 1:5 of flauwer

2

omgeving

Ecologische wadi

Ecologische inrichting en beheer van wadi's, voor zover aanwezig; het gaat om een komvormige bufferings- en infiltratievoorziening, die tijdelijk gevuld is met hemelwater

56

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

87

9.2 Handreiking communicatie particuliere bouwinitiatieven Handreiking communicatie particuliere bouwinitiatieven RIS 255688 Bij het uitwerken en realiseren van bouwinitiatieven is goede communicatie met de omgeving erg belangrijk. Deze handreiking geeft aan waar u allemaal bij stil moet staan om die communicatie goed vorm te geven en uw communicatieplan op te stellen. Hebt u plannen voor het uitwerken van een bouwinitiatief dan ligt de verantwoordelijkheid voor de communicatie met omwonenden en belanghebbenden en de gevolgen daarvan bij u als de particuliere initiatiefnemer. Het is van belang dat de communicatie met belanghebbenden goed gebeurt. Zoals een oud Hollands spreekwoord zegt: “Beter een goede buur, dan een verre vriend”. Een open en transparante communicatie met de omgeving vergroot de kans op een breder draagvlak voor uw plan. Wanneer u het niet of niet goed doet is er een grote kans dat u overvallen wordt door de reactie van de omgeving en ontstaat er weerstand tegen het initiatief. Het gaat erom dat u vertrouwen wint in de buurt. Dit document is geen blauwdruk, maar geeft aan bij welke zaken u als initiatiefnemer stil moet staan om tot een goede communicatie aanpak te komen.

Start communicatie Wanneer de gemeente uw initiatief kansrijk acht en u besluit uw plan verder uit te werken, is het moment aangebroken om de communicatie met de omgeving en met de belanghebbenden op te starten. Om te inventariseren hoe de omgeving op uw initiatief reageert en te peilen of er draagvlak is, is het van belang om (direct) belanghebbenden in een vroegtijdig stadium te informeren. Omdat uw initiatief nog (lang) niet is uitgewerkt, is de informatieverstrekking natuurlijk nog onvolledig. Wel is het mogelijk om eventuele weerstand tegen of verbeterpunten voor uw initiatief in een vroeg stadium te traceren. Verder is het van groot belang goed op de hoogte te zijn van de ‘voorgeschiedenis’ van de omgeving: wat heeft er gespeeld en wat speelt er momenteel. Hoe kijkt de buurt

88

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

aan tegen veranderingen in de wijk. Bespreek deze punten ook met uw contactpersoon bij de gemeente. En voorkom misverstanden door helder en open te communiceren en duidelijkheid te verschaffen. Het is noodzakelijk inzicht te krijgen welke belangengroepen/ verenigingen en organisaties er zijn. Wie zijn de hoofdrolspelers in de wijk. Breng daarom in kaart wie de belanghebbenden zijn zoals de wijkvereniging, bewoners, ondernemers etc. En bepaal welk(e) belang(en) zij hebben bij het plan. De belangen van bewoners kunnen haaks staan op die van winkeliers of bedrijven. Het stadsdeel kan u hierbij helpen. U kunt hierover contact opnemen met uw contactpersoon bij de gemeente. Benader het bestuur van de wijk- of bewonersvereniging, wijkberaad en/of de directe buren om het initiatief toe te lichten. Zij zijn dan niet verrast wanneer de informatie over de plannen hen via een ander kanaal bereikt. Al snel zal duidelijk worden hoe uw initiatief ‘landt’ in de wijk.

Gevoeligheden Een initiatief kan ook weerstanden oproepen. Breng de gevoeligheden zo duidelijk mogelijk in kaart. En bedenk of communicatie kan bijdragen aan een mogelijke oplossing. Indien de weerstand tegen het plan groot is, koppel dit dan terug met uw contactpersoon bij de gemeente. Bepaal vervolgens de inzet van communicatiemiddelen. Afhankelijk van de impact van het plan en de belangen die er spelen, is in het ene geval een informatieve brief voldoende, in het andere geval zijn één of meerdere informatiebijeenkomsten een gepaster middel. Bedenk bij de organisatie van een informatiebijeenkomst of een bijeenkomst met plenaire presentaties en vragenronde de voorkeur heeft, of dat juist een inloopbijeenkomst met informatiepanelen en meer 1-op-1 contact met de doelgroep handiger is.

Participatie Omdat uw initiatief zich nog in de uitwerkfase bevindt en het plan binnen de randvoorwaarden van de gemeente nog diverse kanten op kan, kunt u er voor kiezen de omgeving bij de verdere planvorming te betrekken. Bepaal in deze fase of en zo ja, hoe u belanghebbenden (wijkvereniging of organisaties) wilt laten participeren bij de uitwerking van het plan. Ideeën en voorstellen van belanghebbenden kunnen het draagvlak voor een plan vergroten, knelpunten oplossen en zelfs een plan verbeteren. Ga dus goed na of er ruimte is voor participatie en wees duidelijk over hoe groot die ruimte is. Hier valt veel winst te behalen. Denk ook na of het mogelijk is om met verschillende alternatieven te werken, waarbij de keuze voor één van de alternatieven bij de belanghebbenden ligt. Dit vergroot het draagvlak voor het gekozen alternatief.

Start Bouw Gedurende de bouw informeert u de omgeving regelmatig over de voortgang van het project. Dit kan door middel van bijvoorbeeld een bewonersbrief, een Nieuwsbrief of een informatiebijeenkomst voor de bewoners. Los klachten en vragen tijdens de bouw zo spoedig mogelijk op. Stel hiervoor een klachtennummer beschikbaar en stel een aanspreekpunt voor de wijk aan. Overweeg de mogelijkheid van installatie van een bouwbegeleidingsgroep ofwel ‘burenoverleg’ om met regelmaat de voortgang van de bouw te bespreken.

9. BIJLAGE

Samengevat de stappen in de communicatie aanpak: •

Breng alle belanghebbenden in kaart en inventariseer welk(e) belang(en) zij hebben bij het project? Op www. denhaag.nl vindt u per stadsdeel een overzicht van organisaties in de wijken. Bedenk of u aan bepaalde belangen tegemoet wilt komen door uw plan aan te passen.

•

Zoek eerst contact met de direct belanghebbenden zodat zij niet verrast zijn. Dit kunnen toekomstige buren, de wijkvereniging of de ondernemersvereniging zijn. Informeer ze over uw plan en peil hun reacties en vraag naar de (te verwachten) reacties van de wijk.

•

Breng in kaart wat mogelijke gevoeligheden in het project zijn en bepaal hoe communicatie een bijdrage kan leveren om deze op te lossen. Bespreek uw bevindingen met uw contactpersoon bij de gemeente.

•

Sta van te voren uitvoerig stil bij de vraag of de doelgroep mag meedenken of eventueel zelfs mag meebeslissen in de uitwerking van het project? Is er ruimte voor participatie? Kan men kiezen uit verschillende alternatieven? Vormen van participatie kunt u nalezen in de participatieverordening van de gemeente. U kunt deze verordening vinden op www.denhaag.nl via de zoekterm ‘participatieverordening’.

•

Bepaal uw strategie op basis van voorgaande stappen. Afhankelijk van de impact van het project en de belangen die er spelen kan in het ene geval een informatieve brief aan belanghebbenden toereikend zijn. In een ander geval zijn één of meerdere informatiebijeenkomsten of een participatietraject gepaste middelen.

•

Bedenk vooraf bij het organiseren van een informatiebijeenkomst of een bijeenkomst met plenaire presentaties en vragenronde de voorkeur heeft, of dat juist een inloopbijeenkomst met informatiepanelen en meer 1-op-1 contact met de doelgroep handiger is. Bij 1 op 1 contact is meer tijd voor uitleg en individuele vragen. Bij plenaire sessies hebt u te maken met een groepsproces, waarbij niet altijd iedereen aan het woord komt. Zorg in ieder geval bij plenaire sessies voor een goed gekwalificeerde gespreksleider.

•

Betrek belanghebbenden bij de voortgang van het bouwproces en los overlast zo snel mogelijk op.

•

Neem bij vragen over het communicatietraject contact op met uw contactpersoon bij de gemeente.

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

89

Colofon Gemeente Den Haag Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling Stedenbouw & Planologie

Februari 2022

90

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11256666/1