CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311561 Bijlage 1 Voortgangsrapportage Program Schone stad

Commissie Leefomgeving 24 november 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek ‘Schoon op papier!’ naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte10.262 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Voortgangsrapportage

Programma voor een

Schone stad

1.

Inleiding

2

2.

Doelstelling

4

3.

Ontwikkelingen

7

4.

Grof en fijn zwerfvuil

10

5.

Strand en ­boulevard

13

6.

Groen en water

15

7.

Bijplaatsingen

17

8.

Bladafval, zand

20

9.

Rattenoverlast

21

9.1 Verloop rattenoverlast

21

9.2 Aanpak rattenoverlast

24

30

<

10. Bijlagen

Den Haag 2021-2022

VOORTGANGSRAPPORTAGE | PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

1

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

Inleiding Het Programma voor een Schone Stad 2021-2022 (RIS307053) is in november 2020 door het college gepresenteerd. Met deze voortgangsrapportage wordt de gemeenteraad over de voortgang van dit programma geïnformeerd en zoals is toegezegd zijn in deze voortgangs­rapportage ook de bijzonderheden bij de aanpak rattenoverlast opgenomen. Het schoonhouden van de stad heeft groot effect op het welbevinden van de bewoners en de uitstraling van de stad. Het college heeft het afgelopen jaar stevig ingezet op deze beheertaak. De straten in Den Haag worden geveegd, afvalbakken worden geleegd, het strand wordt schoon gemaakt, afval wordt uit het water gehaald, bijplaatsingen worden verwijderd en onkruid wordt bestreden. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd in het kader van beheer, om de stad er schoon uit te laten zien en om milieuschade te voorkomen.

2

< I N HOU D

<

Het college richt zich naast opruimen ook op preventie, bijvoorbeeld door zorg te dragen voor een goede uitvoering van wetgeving waarmee producenten medeverantwoordelijk worden voor het voorkomen van zwerfafval. Dit gebeurt onder andere met de invoering van statiegeld op kleine flesjes en de aanstaande invoering van statiegeld op blikjes. Een ander voorbeeld van preventie is onze meerjarige publiekscampagne ‘Schoon, doen we toch gewoon?’, waarmee naar alle gebruikers van de stad de boodschap uit wordt gedragen dat het schoonhouden van de stad een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Uit gedragsonderzoek blijkt dat de kennis en houding van bewoners sinds de start van deze ­campagne in 2019 op veel punten is verbeterd. De website Haagse Handen met inspirerende artikelen over mensen die een bijdrage leveren aan een schone stad ondersteunt onze boodschap. Haagse Handen en onze andere social­ media­kanalen werden afgelopen jaar duizenden keren bekeken. Tot slot is in 2021 aandacht besteed aan het voorlichten van jongeren en specifieke doelgroepen, om kennis en bewustzijn te vergroten zijn onder meer 108 educatieactiviteiten uitgevoerd.

VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

Bewoners, ondernemers en organisaties ontwikkelden de afgelopen ­periode samen met de gemeente verschillende interventies, zij losten samen knelpunten op en voerden gezamenlijk acties uit. Zo is in 2021 bijvoorbeeld samengewerkt bij de uitvoering van Actieplan Schone Stoep, zijn 113 participatie­activiteiten uitgevoerd en is de werkgroep met Vestia, Staedion en Haag Wonen over afval, schoon en groen structureel geworden. Afval­ overlast gaat vaak gepaard met zaken als overbewoning of een lage sociale cohesie. Het is daarom goed om de verantwoordelijkheid voor een schone stad samen met bewoners en ondernemers te blijven invullen. Niet iedereen conformeert zich aan de regels rondom afval, zodoende is handhaving het sluitstuk voor onze integrale aanpak op schoon. Dit gebeurt door onze handhavers en de Medewerkers Openbare Ruimte (MOR’s) van het Haags Werkbedrijf. Vanuit Actieplan Schone Stoep is door de hand­ havers afgelopen jaar ook geregeld in burger gehandhaafd. In 2021 is 5037 keer spoedeisende bestuursdwang op verkeerd aangeboden huisvuil toegepast. Het bedrag dat daarbij op overtreders wordt verhaald, is afgelopen jaar verhoogd naar €200,- per keer. Ook is in 2021 263 keer bestuurs­ rechtelijk gehandhaafd op bedrijfsafval.

3

< I N HOU D

<

Daarnaast hebben de handhavers op straat waarschuwingen gegeven en zijn door hen 330 afvalgerelateerde boetes uitgereikt op het moment dat zij een overtreding constateerden.

VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

2

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

Doelstelling Onze inzet op Schoon Zwerfafval is afval dat mensen bewust of onbewust weggooien of achter­laten op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn of door indirect toedoen of nalatigheid van mensen op die plaatsen is terechtgekomen. Producten verworden tot zwerfafval wanneer een blikje op straat wordt gegooid, met confetti of rijst wordt gestrooid, of wanneer een ballon wordt op- en losgelaten. Afval met een hoogte, breedte, lengte of dia­ meter groter dan 10 cm, niet zijnde grofvuil zoals meubels noemen we grof zwerfafval. Fijn zwerfafval is afval met een hoogte, breedte, lengte of diameter groter dan 1 cm en kleiner of gelijk aan 10 cm. Met het Programma voor een Schone Stad wordt ingezet op de aanpak van fijn en grof zwerfafval en veegvuil zoals zand en blad. Om de mate van aanwezig­heid van dit vuil op straat te beoordelen, worden structureel metingen naar de hoeveelheid grof en fijn zwerfvuil en veegvuil uit­ gevoerd; dit vertaalt zich in de ‘8 op Schoon’. In het Programma voor een Schone Stad zijn naast de inzet op zwerfafval en veegvuil ook andere onderwerpen zoals de aanpak van bijplaatsingen en onkruid opgenomen. Bijgeplaatst afval ziet er vervelend uit en leidt uiteindelijk ook tot zwerfafval, bijvoorbeeld doordat meeuwen de huisvuilzakken open pikken.

Onkruid is op zichzelf geen afval, maar houdt het zwerfafval dat er in waait wel vast wanneer dit erin verstrikt raakt. Bovendien kan onkruid tot verschuiving van de bestrating of gevaarlijke verkeerssituaties leiden.

Score gemiddeld een 8,4 en tenminste een 7 per stadsdeel

4

< I N HOU D

<

Een passende infrastructuur van voorzieningen, voldoende opruim­ momenten, normbesef en het juiste gedrag van bewoners, bezoekers en ondernemers leiden samen tot het schoonhouden van de stad. De ambitie om de stad schoon te houden geldt voor de hele stad en de inzet daarvoor is afhankelijk van elementen als gebruikersdruk en ervaren overlast. Zo wordt in wijken met een hogere gebruikersdruk vaker geveegd en ­worden afvalbakken vaker per dag geleegd. In 2021 was het rapportcijfer gemiddeld voor de stad een 8,4 en meer specifiek voor de het hofstad­ gebied een 8,3 en voor de residentiegebieden een 8,4. Daarnaast was de score in alle stadsdelen tenminste een 7. Dit rapportcijfer is gebaseerd op ongeveer 2000 objectieve beeldmetingen van de aanwezigheid van fijn en grof zwerfvuil en veegvuil op straat. Het aantal metingen is voor een VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

gedifferentieerd beeld van de stad laag en de gemeten vuilsoorten (veegen zwerfvuil) zijn beperkt. Door meerdere vuilsoorten te meten sluiten we beter aan bij de beleving die bewoners bij een schone stad hebben. Mede om deze reden is in het Programma voor een Schone Stad de ontwikkeling van een nieuwe meetmethode aangekondigd.

Nieuwe meetmethode Het doel van de nieuwe meetmethode is dat er meer relevante ­informatie wordt verzameld over waar de inzet van straatreiniging het meest nodig is. Het aantal metingen wordt vergroot en er worden meerdere vuilsoorten per meetlocatie beoordeeld. Zo kan de kwaliteit van schoon per stadsdeel op representatieve wijze worden beoordeeld en kan het resultaat bovendien uitgesplitst worden naar vuilsoort. In de brief ­Wendbaar, effectief en datagestuurd werken aan een schone stad (RIS 309531) is toegelicht dat de Residentiekwaliteit en Hofstadkwaliteit in stappen wordt vervangen door datagestuurde inzet. Met de nieuwe methode stappen we af van een algemeen rapportcijfer en wordt op basis van een gestelde norm stadsdeelgericht en per vuilsoort bijgestuurd. De nieuwe methode is inmiddels ontwikkeld en draait ten tijde van deze voortgangsrapportage parallel aan de huidige meetmethode. Na het oplossen van eventuele knelpunten en inrichten van een bijbehorende applicatie kan de huidige meetmethode door de nieuwe methode worden vervangen.

Prioriteiten straatreiniging Van welke vuilsoorten bewoners de meeste overlast ervaren, achter­ halen we door middel van de Veiligheidsmonitor, het inwonersonderzoek, meldingen van bewoners en gesprekken in de stad. Naar aanleiding van de motie ‘Betrek bewoners bij bepalen prioriteiten straatreiniging’ (RIS 308314) is toegezegd een klantreis te organiseren om ons meer inzicht te verschaffen in de wijze waarop bewoners het beleid ervaren, waar eventuele verbeterpunten zitten en welke prioriteitstelling zij wensen. Gevoed door professionals van bureau Zeewaardig Service Design is in plaats van een klantreis bij nader inzien gekozen voor het afnemen van straatinterviews met card sorting (visualisatie vuilsoorten). Met klant­ reizen worden ervaringen in een proces onderzocht terwijl card sorting helpt om op een toegankelijke manier inzicht te krijgen in associaties, prioriteiten en onderliggende beweegredenen.

5

< I N HOU D

<

Het onderzoek vond in het najaar van 2021 plaats en er zijn hiervoor 248 bewoners verspreid over de stadsdelen bevraagd. Aan bewoners is gevraagd aan de aanpak van welke vuilsoort de gemeente voorrang zou moeten geven. In alle stadsdelen werd hierop geantwoord dat voorrang gegeven moest worden aan de aanpak van zakken en dozen naast ­containers. Het verwijderen van onkruid kreeg in alle stadsdelen de laagste prioriteit. Als beweegredenen voor de genoemde prioriteiten bleken sommigen vooral comfort (geen afval, stank in de stad) te willen ervaren, waar anderen de risico’s voor dier en milieu willen beperken. Een derde VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

6

< I N HOU D

<

groep gaf als beweegreden dat zij van de gemeente verwachten dat zij prioriteit geeft aan afval dat door mensen naar de containers wordt gebracht, ten opzichte van het afval dat mensen op straat gooien. Ook als het afval uiteindelijk niet goed wordt aangeboden. De inzichten uit het onderzoek geven ons aanknopingspunten voor verbetering, het is raadzaam om bij onze aanpak goed aan te sluiten bij prioriteiten die bewoners stellen en daarbij ook in te spelen op de beweegredenen die zij daarvoor hebben. De uitkomsten van het onderzoek worden meegenomen in ­verdere beleidsontwikkeling en de verbetering van onze aanpak. Zie voor meer informatie het bijgevoegde rapport van Zeewaardig Service Design: “Een schone stad waar te beginnen? De prioriteiten van inwoners voor het afvalprobleem”.

VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

3

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

Ontwikkelingen Verbeterprogramma meldingen openbare ruimte In oktober 2021 is een nieuw systeem voor meldingen over vervuiling en afval in de openbare ruimte gelanceerd. Onderdeel daarvan zijn een nieuw, eenvoudiger meldformulier op de gemeentelijke website en een app die bewoners kunnen gebruiken om een melding te maken als zij buiten zijn (de My Clean City App). Daarnaast is het voor de medewerkers op straat vereenvoudigd om een melding af te doen, de status te bekijken of andere informatie over bijvoorbeeld een verleende vergunning op te zoeken. Het meldsysteem wordt doorontwikkeld zodat bijvoorbeeld ook grofvuilafspraken gemaakt kunnen worden via de app.

Nader onderzoek naar leefbaarheidsaspecten bij kamerbewoning

7

< I N HOU D

<

Bij de vaststelling van de Nota voorraadbeleid 2020 (RIS307195) en de derde wijziging van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (RIS308451) is aan het college verzocht om nader onderzoek uit te laten voeren naar diverse schaarste en leefbaarheidsaspecten bij ­kamer­bewoning. Zoals uiteengezet in de brief Acties na aangenomen raadsvoorstellen ‘Nota voorraadbeleid 2020’ en ‘Verordening tot derde wijziging Huisvestingsverordening Den Haag 2019’ (RIS 309619) zal bij de uitvoering van dit onderzoek onder andere worden ingegaan op de relatie tussen kamerbewoning en afvaloverlast. De resultaten van dit onderzoek kunnen helpen om de integrale aanpak van leefbaarheid te versterken en bieden vanuit een breder perspectief aanknopingspunten om afvaloverlast tegen te gaan.

VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

Microplastics Micropastics is een verzamelnaam voor een gevarieerde groep aan plastic deeltjes met een maximale omvang van 5 millimeter. Deze microplastics worden teruggevonden in water, lucht, bodem, voedingsproducten en diverse plant- en diersoorten en kunnen negatieve effecten hebben op mensen en dieren. Bij dieren kunnen microplastics, bij hoge concentraties, tot gezondheidsschade leiden. Uit recent onderzoek blijkt ook dat microplastics een negatieve invloed kunnen hebben op de gezondheid van mensen, maar in welke mate en in welke situaties wordt nog onderzocht. Ander onderzoek toont aan dat microplastics mogelijk ook van invloed kunnen zijn op de toename van PFAS-waarden in het milieu. Voormalig staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Mw. S. van Veldhoven kondigde in haar brief over de voortgang van het beleids­programma microplastics van 25 juni 2021 dan ook aan dat er wordt ingezet op ­vervolgonderzoek om de werkelijke gezondheidsrisico’s en oplossings­ richtingen concreter te maken. De grootste bron van microplastics is zwerfafval dat in het water terecht komt. Landelijk wordt naast onderzoek naar gezondheidsrisico’s ingezet op het voorkomen en verminderen van zwerfafval in water. Ook op Europees niveau wordt via een Green Deal gewerkt aan een brede aanpak om het opzettelijk toevoegen en het onbedoeld vrijkomen van microplastics in producten tegen te gaan.

Het college spant zich eveneens in om microplastics te verminderen. De focus is daarbij gericht op goede afval­ voorzieningen en duidelijke bewustwordingscampagnes die zwerfafval op het strand, in de natuur en in de stad moeten voorkomen. Minder plastic zwerfafval betekent uiteindelijk minder microplastics. Zwerfafval dat toch in het water terecht komt, wordt opgeruimd door speciale teams of wordt bij gemalen met speciale vangsystemen uit het water gehaald. Er wordt voor zowel het voorkomen als ook het opruimen van zwerf­ afval in water samengewerkt met de rijksoverheid en andere gebied- en waterbeheerders.

Single Use Plastics richtlijn Kunststofproducten die niet worden opgeruimd blijven jarenlang in het milieu achter, desintegreren tot microplastics en worden opgegeten door dieren met alle gevolgen van dien. Met de Europese Single Use Plastics richtlijn (EU-Richtlijn 2019/904) worden de negatieve consequenties van plastic voor eenmalig gebruik bij de bron aangepakt om milieuschade te voorkomen. In Nederland is deze Europese richtlijn geïmplementeerd door het Besluit Kunststof producten voor eenmalig gebruik waarmee onder andere het handelsverbod voor een aantal specifieke wegwerp­plastics zoals rietjes en bestek per 3 juli 2021 is ingegaan. Maatregelen voor consumptievermindering, de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en monitoring zijn verder uitgewerkt in de Ministeriële Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik waarvoor de consultatie in het najaar 2021 heeft plaatsgevonden. De gevolgen van deze regeling zijn aanzienlijk, zo zullen de opruimkosten die gebiedsbeheerders zoals gemeenten maken voor het opruimen van specifieke producten zoals sigarettenfilters en maaltijdverpakkingen vanaf 2023 door producenten moeten worden vergoed. Wethouder Van Tongeren heeft namens het ­college en in samenwerking met de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Utrecht in december 2021 een zienswijze ingediend.

De komende ­periode zal worden onderzocht hoe het opruimen van bijvoorbeeld sigaretten­filters in Den Haag kan worden verbeterd met de middelen die hiervoor in de toekomst beschikbaar zullen worden gesteld.

Statiegeld

8

< I N HOU D

<

Op kleine plastic flesjes wordt sinds 1 juli 2021 statiegeld geheven en vanaf 31 december 2022 zal hier ook op blikjes sprake van zijn. Met de invoering van statiegeld wordt tegemoetgekomen aan onze wens die de afgelopen jaren mede tot uiting kwam door onze deelname aan de Statiegeld­alliantie. Met statiegeld wordt hergebruik ­gestimuleerd VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

en wordt voorkomen dat deze producten in het zwerfafval belanden. Het organiseren van deze infrastructuur voor inname is de ­verantwoordelijkheid van producenten en inmiddels is het inleveren van statiegeldflesjes bij bijvoorbeeld supermarkten en tankstations een feit. Op de inzameling van blikjes bereidt men zich nog voor, zo presenteerde het Afvalfonds hiervoor in december 2021 het plan om de circulaire hub voor verpakkingen te introduceren. De komende tijd zal door het college worden gemonitord of dit soort voorstellen voor de inzamelstructuur van de statiegeld flesjes en blikjes daadwerkelijk bijdragen aan de circulariteits­doelen en een schoner milieu en of de openbare ruimte hiermee niet onnodig wordt belast.

Publiekscampagne

9

< I N HOU D

<

Sinds eind 2019 is in Den Haag de publiekscampagne ‘Schoon, doen we toch gewoon?’ uitgevoerd, met als doel bewoners aan te zetten tot het schoonhouden van de stad. De campagne richtte zich op zwerfafval in de breedste zin van het woord: zwerfafval (peuken, afval), ­ratten­overlast, bijplaatsingen (zakken en dozen naast de container), grofvuil op straat en barbecue- en zwerfafval op het strand en in groengebieden. Het resultaat van de campagne is onderzocht door Tabula Rasa, een bureau dat wetenschappelijke inzichten over gedrag en communicatie vertaalt naar de praktijk. Uit de evaluatie blijkt onder andere dat bijna de helft van de bewoners met de campagne is bereikt en dat kennis over grofvuil, bijplaatsingen en de schadelijkheid van zwerfafval is gestegen. Het overgrote deel van de respondenten gaf aan de boodschap van de campagne volledig te begrijpen. In hun antwoorden kwam naar voren dat de Haagse inwoners zich moeten inzetten om (samen) de stad schoon te maken en schoon te houden. Ruim 1/6 (17,2%) van respondenten is in actie g ­ ekomen n.a.v. de campagne, (deelname schoonmaakactie, ­adoptie container of het maken van een melding). Uit de evaluatie kwamen ook enkele aanbevelingen zoals het borgen van de effecten door het voorzetten van de campagne, om zo het gedrag duurzaam te ­veranderen.

Ook werd geadviseerd om maatwerk uit te voeren om het bereik onder jongeren te vergroten. Zie voor meer informatie het rapport van ­Tabula Rasa: “Schoon, doen we toch gewoon? Effectmeting rapport”.

VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

4

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

Grof en fijn zwerfvuil Stand van zaken De buurtserviceteams zorgen dagelijks voor het opruimen van grof en fijn zwerfvuil, maar ook bewoners zetten zich vrijwillig in, zoals Leidschenveen Schoon een bewonersinitiatief dat afgelopen jaar voor een gulden klinker werd genomineerd. De inzet van de buurtserviceteams en alle betrokken bewoners is terug te zien in de score op fijn en grof zwerfvuil. In 2021 ­konden de beeldmetingen worden omgerekend naar een gemiddelde score voor de stad van 9,5 voor grof zwerfvuil (maaltijdverpakkingen, blikjes) en 7,7 voor fijn zwerfvuil (sigaretten, snoeppapiertjes). Dat fijn zwerfvuil minder hoog scoort heeft te maken met de arbeidsintensiviteit van het opruimen. Klein vuil blijft gemakkelijk tussen straatstenen geklemd of in het zand liggen. Vanaf 2023 komen er vanuit de Single Use Plastics Richtlijn meer middelen beschikbaar bedoeld voor het opruimen van juist dit soort kleine plastic materialen. Hoe deze middelen het beste kunnen worden ingezet, wordt nu onderzocht. Zo wordt bijvoorbeeld nagegaan of hiervoor in de toekomst speciaal materiaal kan worden aangeschaft. Fastfoodrestaurants kunnen bijdragen aan het voorkomen van zwerfafval, bijvoorbeeld door voldoende afvalbakken te plaatsen en door zwerfafval dat onverhoopt ontstaat te verwijderen.

Het voornemen is om in 2022 convenanten met verschillende fastfoodrestaurants te sluiten waarin afspraken worden opgenomen over hoe de omgeving wordt vrijgehouden van afval dat van hen afkomstig is.

Gele zakken

10

< I N HOU D

<

Het heeft de voorkeur om afval in te zamelen door middel van minic­ ontainers of ondergrondse restafvalcontainers. Voor bewoners van wijken waar het huisvuil nog in zakken wordt opgehaald, worden van maart tot en met oktober gele (extra stevige) zakken ter beschikking gesteld om daarmee het openpikken van zakken door meeuwen te voorkomen. Het openpikken van zakken door meeuwen leidt namelijk tot verspreiding van afval dat vervolgens door de straat gaat zwerven. Bewoners kunnen de gele zakken gratis ophalen bij diverse afhaalpunten in Den Haag. ­Hoewel op de ophaalpunten elk jaar meer zakken worden uitgegeven, is het gebruik van gele zakken beperkt terug te zien in het straatbeeld. In 2021 zijn in verschillende stadsdelen acties geweest om het gebruik van gele zakken te stimuleren. Zo zijn in stadsdeel Laak diverse huis-aanVOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

huisacties uitgevoerd en is over dit onderwerp ook op Haagse Handen een artikel gepubliceerd. In sommige straten delen actieve bewoners de gele zakken huis-aan-huis uit.

Motie ‘Vervuiler je bent gezien’ Op 25 maart 2021 werd door de raad de motie ‘Vervuiler je bent gezien’ (RIS308306) aangenomen. Bij de afdoening van deze motie is toegezegd om op geselecteerde geschikte locaties (zwerfafval hotspots) een bord met afgebeelde ogen te plaatsen en de effecten daarvan te monitoren. Om te bepalen of een dergelijke interventie effectief is tegen zwerfafval, is dit in de vorm van een pilot onderzocht. Dit onderzoek is het afgelopen jaar uitgevoerd door onderzoeks- en adviesbureau Dijksterhuis en Van Baaren (D&B) en wees uit dat er bij borden met afgebeelde ogen geen effect ten aanzien van het al dan niet veroorzaken van zwerfafval waarneembaar was. Zie voor meer informatie de bijgevoegde rapportage van D&B: ­“Rapportage Effectiviteit bepalen van afgebeelde ogen bij zwerf­afval­hotspots”.

Motie ‘Afvalovertreders niet waarschuwen maar beboeten’ Met de motie ‘Afvalovertreders niet waarschuwen maar beboeten’ (RIS308311) werd op 25 maart 2021 aan het college verzocht om terughoudend te zijn met het geven van waarschuwingen en vaker over te gaan tot het uitreiken van een boete op het moment dat iemand afval veroorzaakt. Bij de afdoening is aangegeven dat in ­heterdaadsituaties in principe een boete zal worden uitgereikt. Dit principe is met in acht­neming van de deskundigheid van de handhaver om in sommige gevallen te kiezen voor een waarschuwing, in werkoverleggen nogmaals onderstreept. Het juist toepassen van de werkinstructie waarin dit staat ­opgenomen heeft ook in de toekomst de aandacht.

Motie ‘Dagelijkse veegploeg voor een schonere wijk’

11

< I N HOU D

<

Met de afdoening van de motie ‘Dagelijkse veegploeg voor een schonere wijk’ (RIS310539) is toegezegd om de buurtserviceteams het komende jaar in Loosduinen en Laak aan de bewoners voor te stellen en het contact met bewoners te vergemakkelijken. Daarnaast zal door participatie­mede­ werkers worden ingezet op het aanmoedigen van bewonersactiviteiten om de buurt schoon te houden. De buurtserviceteams zullen waar ­passend bij deze activiteiten aansluiten.

VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

Toezegging ‘Verplaatsen van afvalbakken naar locaties waar deze schaars zijn’ Bewoners worden gestimuleerd hun afval op de juiste wijze weg te gooien door hiervoor voldoende (grote) en zichtbare afvalbakken in de openbare ruimte te plaatsen. Toegezegd is om in de voortgangsrapportage aan te geven of er afvalbakken verplaatst of bijgeplaatst worden. Het afgelopen jaar is een groot aantal afvalbaken geplaatst of verplaatst. Voorbeelden zijn: bij de skatebaan in Ypenburg, bij speelvelden en bankjes in Escamp, nabij snackbar Ruudje op de Soestdijksekade, op verschillende locaties in Laakhaven en in Laakkwartier Oost, op de looproute naar winkelcentra zoals Dierenselaan/Apeldoornselaan en de Leyweg, bij de nieuwbouw op de Kranenburgweg in overleg met VVE Norfolkterrein en op het Vermeerpark in verband met de verkoop van voedsel.

Toezegging ‘Alternatieven voor plastic borstelharen’ Op 11 maart 2021 is aan de Commissie Leefomgeving toegezegd om alternatieven voor plastic borstelharen bij veegmachines te onderzoeken. Van belang is om te benoemen dat het verliezen van grote hoeveelheden plastic borstelharen in Den Haag niet wordt herkend. Voor het vegen van de straat wordt in de regel met stalen veegborstels gewerkt, onder andere omdat dit materiaal beter veegt en langer meegaat dan kunststof. Enkele veegmachines die voor natuursteen worden gebruikt zijn wel uitgerust met kunststof borstelharen. Zowel bij stalen als kunststof borstels geldt dat de borstels naar binnen draaien, op deze wijze wordt zwerfafval naar de zuigmond gebracht en opgezogen. In theorie zou met onverhoopt losgekomen borstelharen hetzelfde gebeuren.

12

< I N HOU D

<

In mindere mate dan veegborstels worden rolborstels ingezet. Dit is nodig voor het vegen van blad, zand en sneeuw. Rolborstels zijn in verband met de grootte en het gewicht alleen in kunststof verkrijgbaar. Op het moment dat haren losraken, worden deze in tegenstelling tot bij veegborstels niet opgezogen maar het verlies van haren van rolborstels is minimaal. In Den Haag zijn geen incidenten bekend waarbij een grote hoeveelheid borstelharen is verloren. In andere steden is dit wel gebeurd maar hieraan lag een defect aan de borstel ten grondslag. Alles overwegende zou het vervangen van borstels niet leiden tot een verbetering van de situatie.

VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

5

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

Strand en b ­ oulevard Het beschermen en beheren van het strand en de duinen is voor een stad als Den Haag met een 12 kilometer kustlijn een ­belangrijke taak. De buurtserviceteams houden de boulevard 7 dagen per week schoon, zo worden afvalbakken geleegd en wordt met beachcleaners het zand schoon gezeefd. Buurtbeheerbedrijf ­Maatschappij Scheveningen (BMS) zorgt onder andere voor het onderhoud van de 88 serviceputten voor stroomvoorziening op de boulevard en het schoonhouden van materiaal zoals de ­half-pipe op het sportstrand. Daarnaast helpen jaarlijks vele vrijwilligers mee om onze stranden schoon te houden. De druk op de open­bare ruimte verdeelde zich de afgelopen 2 jaar anders dan normaal, het strand werd in lockdown-periodes vaker bezocht, de strand­ paviljoens overwinterden, er ontstonden ‘drank en voedsel to go’ uitgiftepunten en de vreugdevuren werden afgelast. Dit vergde voortdurend aanpassing van de inzet van buurtserviceteams, ­handhavers en andere uitvoeringspartijen.

Afvalhosts Vanaf de meivakantie zette het college op drukke stranddagen in ­Scheveningen afvalhosts in om de publiekscampagne ‘Schoon, doen we toch gewoon?’ kracht bij te zetten. De afvalhosts raapten zwerfafval op en lieten daarmee het goede voorbeeld zien. Tegelijkertijd gingen de afvalhosts met bezoekers van het strand in gesprek over het belang van het opruimen van afval.

Afvalbakken

13

< I N HOU D

<

Om het strand schoon te houden zijn afgelopen jaar op de drukste plekken op het strand 29 extra grote afvalbakken geplaatst met een inhoud van 1.750 liter. Op het strand staan daarnaast nog eens 371 afvalbakken van 300, 1.500, 1.750 of zelfs 3.000 liter. Bij elkaar is de totale capaciteit van alle bakken hiermee ruim 200.000 liter. Bij de strandopgangen zijn daarnaast 22 speciale afvalsorteerstraatjes voor glas, papier, plastic verpakkingen/blik/ drinkpakken en restafval.

VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

Plasticvrije terrassen In 2019 startte de plasticvrijeterras-actie en gaven 14 strandpaviljoens aan dat zij single-use-plastics van hun terras zouden weren. In 2021 is dit aantal door de inzet van We are nature gegroeid naar 26 strand­paviljoens met een plasticvrij terras en 10 paviljoens die zich hiernaar door ontwikkelen. We are Nature ondersteunt hen en houdt de paviljoens up to date over veranderende wetgeving en regels (single-use-plasticrichtlijn) rondom wegwerpplastic.

Bewonersparticipatie Twee organisaties die zich al jarenlang hard maken voor de Haagse stranden zijn de Grondstofjutters en TrashUre Hunt. Inmiddels kan er bij 17 horecazaken een juttas worden opgehaald en wordt dit aantal met 9 paviljoens op het Zuiderstrand uitgebreid. Naast de groepen die vanaf paviljoen Aloha gezamenlijk aan de slag gaan, is in 2021 door 672 mensen individueel op zwerfafval gejut. TrashUre Hunt is in 2021 voor de 6e keer hun befaamde summerchallenge aangegaan en heeft van 21 juni tot 22 september dagelijks zwerfafval van het strand van Scheveningen verwijderd. Aan deze summerchallenge hebben in totaal 1.834 mensen deelgenomen waarmee 2.960 kilo aan zwerfafval is opgehaald. Dit afval bestond onder andere uit 100.127 sigarettenfilters. Naast de activiteiten van de grondstofjutters en TrashUre Hunt waren er tal van andere activiteiten op het strand, zoals de Eneco Beach Clean Cup en de Boksalis Beach Clean Up tour.

Motie ‘Peuk meuk aan zee’

14

< I N HOU D

<

Met de motie ‘Peuk meuk aan zee’ (RIS310553) is in verband met het afval van sigarettenfilters verzocht om de openbare afvalbakken op ­Scheveningen en Kijkduin en de strandopgangen te voorzien van asbakken. Er is geïnventariseerd welke openbare afvalbakken op de boulevards van Scheveningen en Kijkduin en nabij de strandopgangen van een asbak kunnen worden voorzien. Bij de 150 afvalbakken die voor een asbak in aanmerking komen zal naar verwachting in het voorjaar van 2022 een asbak worden geplaatst.

VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

6

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

Groen en water Meting drijf- en zinkvuil Afval waait gemakkelijk in het water en wordt op het moment dat het zinkt gemakkelijk aan het zicht onttrokken. De milieuschade is hiermee echter niet minder. Met het Programma voor een Schone Stad is toe­ gezegd de aandacht voor zwerfafval in het water te vergroten. Hiervoor zijn verschillende acties ondernomen. Om een beeld te krijgen van de huidige stand van zaken is een meting uitgevoerd naar de hoeveelheid zichtbare stuks drijfvuil en zinkvuil in ons water. Op 318 locaties zijn binnen een periode van een vier weken vakken van 100 m2 beoordeeld. Op 142 van deze locaties werden 2 of meer stuks drijfvuil waargenomen en op 3 locaties werden 1 of meer stuks zinkvuil waargenomen. Het duiden van deze uitkomsten in lastig, met name omdat hiervoor geen vergelijkings­materiaal beschikbaar is omdat de metingen niet standaard worden uitgevoerd. Desondanks bevestigt de uitkomst van bijna 50% van de metingen met minimaal 2 stuks drijfvuil dat aandacht voor het schoonhouden van water noodzakelijk is.

Acties Positieve acties om het water en groen schoon te houden worden door het college aangemoedigd. Zo is bijgedragen aan de Vliet Clean Sup waarbij kinderen in augustus al suppend zwerfafval uit het water hebben gehaald. Ook zijn er verschillende groepen buurtbewoners die hun park schoonhouden. Zo zijn de ‘plastic ridders’ afgelopen jaar uitgelicht in een aflevering van de serie Afvalaanpakkers van onze publiekscampagne ‘Schoon, doen we toch gewoon?’. Op verhalenplatform Haagse Handen passeren nog veel meer acties en vrijwilligers de revue.

Zuid-Hollandse samenwerking Plastics in het milieu (ZsPm)

15

< I N HOU D

<

De aanpak van plastic (zwerf)afval in het water is complex, verantwoordelijkheden voor zaken als afvalinzameling, afvoer en berging van water, waterzuivering en het schoonhouden van bermen langs vaarwegen zijn bij verschillende partijen belegd. Provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat, Hoogheemraadschap van Delfland, gemeente Rotterdam en DCMR zijn in 2020 gestart om als Zuid-Hollandse samenwerking Plastics in het milieu (ZsPm) ervaringen met elkaar uit te wisselen en de aanpak van plastic in het milieu te versnellen. Het college verkent de mogelijkheden en meerwaarde om hierbij aan te sluiten en heeft om die reden in 2021 ambtelijk deelgenomen aan de overleggen.

VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

Motie ‘Na snoeien zwerfvuil verwijderen’ Snoeiwerkzaamheden leiden ertoe dat verstrikt geraakt zwerfafval zichtbaar wordt. Op 25 maart 2021 vroeg de raad met de motie ‘Na snoeien zwerfafval verwijderen’ (RIS308308) aan het college om het zichtbaar geworden zwerfafval na snoeiwerkzaamheden te verwijderen. Deze werkzaamheden zijn standaard opgenomen in het bestek “snoeien van heester­vakken en bosschages” en zijn het afgelopen jaar extra ­gemonitord. De meeste snoeiwerkzaamheden, maar ook plantvak­ renovaties zijn half november opgestart. Waar nodig wordt van de aan­ nemer extra aandacht voor het verwijderen van zwerfafval gevraagd.

Barbecueafval

16

< I N HOU D

<

Ook dit jaar is aandacht gevraagd voor het opruimen van barbecueafval. Het achterlaten van afval zoals eten maar ook briketten en kolen vervuilt de parken en trekt bovendien ongedierte aan. In de zomer is hiervoor vanuit de campagne ‘Schoon, doen we toch gewoon?’ onder andere een video ingezet. Bij de grote groengebieden zijn, in verband met de soms nog smeulende vuurresten die worden weggegooid, metalen afvalcontainers geplaatst.

VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

7

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

Bijplaatsingen Een onderdeel van het Programma voor een Schone Stad is de aanpak van bijplaatsingen. De reguliere aanpak van bijplaatsingen bestaat uit: • Creëren van goede voorzieningen, zoals containers en opruimmomenten • Communiceren van afvalregels en participatie door containeradoptanten/-coaches • Handhaving door BOA’s en Medewerkers Openbare Ruimte (MOR’s)

Motie ‘Intensiveer opruimen bijplaatsingen en troep bij afval hotspots’ Op locaties waar vaak wordt bijgeplaatst en veel overlast is, worden bijplaatsingen ook in het weekend verwijderd. Deze hotspots worden geregeld in stadsdeeloverleggen besproken om achterliggende oorzaken te kunnen aanpakken. Waar nodig wordt de lijst van locaties geactualiseerd. Met de motie ‘Intensiveer opruimen bijplaatsingen en troep bij afval hotspots’ (RIS 309648) is verzocht om in de begroting 2022 extra middelen vrij te maken zodat de bijplaatsingen bij zogenoemde afval ­hotspots vaker en sneller opgeruimd kunnen worden. Sinds 1 december 2021 worden bijplaatsingen om deze reden ook op ­zondag vanaf hotspots verwijderd. Daarnaast worden in 2022 meldingen over bijplaatsingen die zaterdag voor 17:00 uur binnenkomen nog in het weekend afgehandeld.

Actieplan Schone Stoep

17

< I N HOU D

<

Om de aanpak van bijplaatsingen te verbeteren is door het college in 2020 het Actieplan Schone Stoep (RIS 305593) gepresenteerd. Met dit actieplan worden in twee jaar 12 interventies uitgevoerd en onderzocht op effectieve elementen om bijplaatsingen terug te dringen. In december 2021 is de raad geïnformeerd over de evaluatie en voortzetting van het actieplan (RIS 310926).

VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

Ten aanzien van de interventies uit het eerste jaar is door het college als volgt besloten. 1. Wijkambassadeurs: Het college heeft ervoor gekozen om deze inter­ventie bij overlast en indien passend te continueren. 2. Analyse hotspots en handhaving buiten kantooruren in burger: Het ­college heeft ervoor gekozen om deze interventie op aangepaste wijze voortzetten als vervolg op de interventie Cameratoezicht in het komende jaar. 3. Verbeteren inzet wegwerkzaamheden: Het college heeft ervoor gekozen om de methode van proefondervindelijk aanpassen van het ­protocol voort te zetten. 4. Vaste ophaaldag grofvuil: Het college heeft ervoor gekozen om deze interventie op een aangepaste wijze voort te zetten als onderdeel van de gebiedsgerichte interventie met meerdere acties in het komende jaar. 5. Communicatie in andere talen: Het college heeft ervoor gekozen om de opgeleverde flyer bij overlast te blijven inzetten. 6. Out of the box – nieuwe ideeën nieuwe partners: Het college heeft ervoor gekozen om deze manier van werken en de nieuwe samenwerkings­verbanden te continueren. Naast de interventies uit het Actieplan is de aanpak van bijplaatsingen het af­­ gelopen jaar ook op andere manieren versterkt.

Zo is dynamisch inzamelen inmiddels in 7 stadsdelen geïmplemen­teerd, zijn er ORAC tuintjes geplaatst, is het bedrag dat bij over­treders wordt verhaald naar 200 euro verhoogd en worden bijplaatsingen ook op zondag van hotspots verwijderd.

Voor het tweede jaar zijn de volgende interventies toegezegd:

18

< I N HOU D

<

7. Inzet op doelgroep jongere bewoners: Betrokkenheid creëren bij jongere bewoners blijkt ingewikkeld. Samen met woningbouwcorporaties en jongeren wordt een aanpak bepaald hoe afvaldumpingen te voorkomen. 8. Cameratoezicht: Bij deze interventie worden op overlast­locaties camera’s ingezet en wordt het resultaat daarvan gemonitord. Het publiek wordt uitgebreid over de inzet van deze camera’s geïnformeerd. 9. Gebiedsgerichte inzet met meerdere acties: De inzet van meerdere ­interventies tegelijkertijd is kostbaar maar heeft mogelijk wel meer effect. De meerwaarde van het stapelen van interventies wordt onderzocht. Bij deze interventie worden onder andere 5 ORAC tuintjes geplaatst. 10. Afvalvoorlichters: Professionele afvalvoorlichters worden intensief en gericht ingezet op overlastlocaties. Gemonitord wordt of deze werkwijze binnen korte tijd voor veel impact kan zorgen. 11. Visualisatie: Bij de evaluatie van het eerste jaar werd visualisatie als een kansrijke interventie benoemd. We testen bij deze interventie het effect van visualisatie, bijvoorbeeld door middel van foto’s Gemeente Den Haag van (on)gewenst gedrag, op bijplaatsingen. 12. Smart City waste: Nieuwe technologieën zoals QR-codes en online games enthousiasmeren bepaalde bewoners om informatie op te halen.

Met deze interventie wordt ingezet op het gebruik van nieuwe techno­logieën die bijplaatsingen zo effectief mogelijk bestrijden.

VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

Motie ‘Cameratoezicht bij hotspots afvaldumping’ Bij de afdoening van de motie ‘Cameratoezicht bij hotspots afvaldumping’ (RIS 305977) is het volgende toegezegd: “De komende periode zal worden onderzocht of hiervoor met een pilot cameratoezicht gestart kan worden. Als uit onderzoek blijkt dat dit mogelijk is, zal er een pilot worden uitgevoerd bij containers waar vaak afvaldumpingen plaats­ vinden, zo­genoemde hotspots.” In het kader van deze motie zijn eind 2021 5 ­camera-units in stadsdeel Centrum geplaatst. De camera’s zullen gedurende de looptijd van het experiment verplaatst worden naar verschillende locaties binnen stadsdeel Centrum en binnen stadsdeel Laak, zie hiervoor de gebiedsaanwijzing tijdelijk cameratoezicht pilot ORAC’s (RIS 311071). Met het experiment wordt het effect van cameratoezicht onderzocht, omdat de effectiviteit voorwaardelijk is voor de structurele inzet van camera’s in de aanpak bijplaatsingen.

Toezegging Nassauplein Het afvalsorteerstraatje op het Nassauplein wordt zeer intensief gebruikt en dat heeft vaak tot overlast van bijplaatsingen geleid. Op 11 maart 2021 is tijdens de vergadering van de commissie Leefomgeving toegezegd hier extra aandacht aan te schenken en om te onderzoeken of op of nabij het Nassauplein ruimte voor een extra papier- glas- of pmd container is om daarmee de druk beter te verdelen. Er is met buurtbewoners gesproken en er is door de Haagse Milieuservices (HMS) en de handhavers extra ingezet op de locatie. Voor het plaatsen van ondergrondse afval­sorteerstraatjes in de buurt van het Nassauplein is in 2021 een ontwerp ­plaatsingsplan voor aanvullende ondergrondse afvalsorteerstraatjes in het Centrum vastgesteld (met onder andere locaties op het ­Alexanderplein en de ­Riouwstraat). Naar aanleiding van de binnen­gekomen zienswijzen is nader onderzoek gedaan en zijn proefsleuven gegraven. De verwachting is dat er in het voorjaar van 2022 gestart kan worden met de plaatsing van nieuwe ondergrondse afvalsorteerstraatjes.

Overlast papier

19

< I N HOU D

<

Het volume van het aanbod papier en karton is in de afgelopen jaren fors toegenomen, de containers zijn daardoor sneller gevuld dan in het ­verleden. Er kunnen problemen zoals verstoppingen bij containers ontstaan doordat karton niet passend wordt gemaakt en toch in een ­container wordt geduwd. Het aanbod van papier is bij sommige containers echter zo hoog dat de container ook bij goed gebruik dagelijks moet worden geleegd om voldoende capaciteit te kunnen blijven bieden. Het college inventariseert deze containers zodat de capaciteit op de ­locatie of in de omgeving kan worden verhoogd.

VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

8

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

Bladafval, zand Zand en blad kunnen kolken doen verstoppen en gladheid ­veroorzaken. Om deze reden worden veegmachines ingezet en wordt blad en zand daarnaast handmatig weggeblazen en ­opgeveegd. Herfstbladeren worden gecomposteerd. Bewoners kunnen eens per jaar een kleine hoeveelheid compost ophalen voor eigen ­gebruik. Jaarlijks wordt 1,2 - 1,5 miljoen kilo blad door de ­gemeente ingezameld.

Participatie In straten met veel bomen valt meer bladafval. Op bepaalde locaties zijn bewoners bereid om actief mee te helpen bij het opruimen van deze bladeren. Hiervoor kunnen deze bewoners sinds enkele tijd een 2e GFT minicontainer aanvragen.

Zwerfafval tussen bladeren

20

< I N HOU D

<

Wanneer de herfstbladeren teveel zijn vervuild met zwerfafval is composteren niet meer mogelijk. Afgelopen jaar zijn bewoners hierover als onderdeel van de campagne ‘Schoon, doen we toch gewoon?’ door middel van een video geïnformeerd.

VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

9

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

Rattenoverlast Het college spant zich in om rattenoverlast te voorkomen en te bestrijden. Zoals toegezegd zijn bijzonderheden ten aanzien van de aanpak rattenoverlast opgenomen in deze voortgangs­ rapportage. Bij de aanpak rattenoverlast is niet alleen de ­gemeente betrokken, maar vindt de aanpak plaats in samen­ werking met woningbouwcorporaties, bewoners en ondernemers. Met deze aanpak wordt ingezet op een combinatie van voor­ komen, ­opruimen en bestrijden.

9.1 VERLOOP RATTENOVERLAST

21

< I N HOU D

<

Wanneer ratten worden waargenomen kan daarvan een melding worden gemaakt. De registratie van meldingen laat zien dat de meldingsbereidheid nog steeds aanwezig is. Naar aanleiding van meldingen worden maatregelen uitgevoerd om rattenoverlast tegen te gaan. Deze maat­ regelen variëren van het aanpassen van beplanting tot aan het schoonmaken van de locatie. Hierbij is sprake van maatwerk en de verschillende relevante partijen waaronder woningbouwcorporaties, HMS, gemeente, ondernemers en inwoners werken hierin samen. Als deze maatregelen onvoldoende effect hebben kan het bestrijdingsproces worden opgestart.

VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

ONT­ WIKKELINGEN

STRAND & BOULEVARD

ZWERFVUIL

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

Meldingen In onderstaande tabel staan de registraties van de meldingen die door HMS zijn behandeld. In de tweede tabel worden de gecontroleerde lokaasdepots per maand en per stadsdeel weergegeven.

Aantal door HMS behandelde meldingen

jan21

feb- mrt- apr- mei- jun- jul21 21 21 21 21 21

aug- sep- okt- Totaal 21 21 21

Escamp

26

25

40

35

36

41

57

33

31

11

335

Haagse Hout

12

9

15

12

21

16

6

10

17

2

120

Loosduinen

5

4

1

12

8

8

10

3

1

1

53

Scheveningen

4

1

1

3

5

10

3

2

2

1

32

Centrum

2

2

5

2

4

11

10

0

8

4

48

Laak

2

2

5

15

4

9

17

4

5

3

66

Segbroek

1

6

6

6

7

10

10

4

3

3

56

Leidschenveen/Ypenburg

2

2

0

15

9

5

2

1

7

2

45

Totalen per maand (2021)

54

51

73

100

94

110

115

57

74

27

755

Totalen per maand (2020)

28

20

28

54

57

103

82

62

48

41

523

Gecontroleerde lokaasdepots

jan21

feb- mrt- apr- mei- jun- jul21 21 21 21 21 21

aug- sep- okt- Totaal 21 21 21

Escamp

228

239

264

229

272

248

223

231

222

250

2406

Haagse Hout

51

58

74

72

58

66

66

36

65

63

609

Loosduinen

33

35

42

52

46

49

33

32

35

42

399

Scheveningen

3

19

29

24

27

32

23

23

23

22

225

Centrum

12

12

12

10

10

11

11

13

13

13

117

Laak

86

57

88

72

92

77

70

92

90

80

804

Segbroek

8

6

16

24

25

29

23

35

27

32

225

Leidschenveen/Ypenburg

6

9

7

72

7

15

11

9

10

22

168

Totalen per maand (2021)

427

435

532

555

537

527

460

471

485

524

4953

Totalen per maand (2020)

518

478

430

371

377

324

440

410

440

378

4166

Het totaal aantal door HMS in behandeling genomen meldingen is in de periode januari – oktober 2021 toegenomen ten opzichte van dezelfde periode in 2020. Het beeld is dat er qua aanwezigheid van ratten­ populaties geen bijzonderheden zijn in toename of afname ten opzichte van voorgaande jaren. Dat het aantal meldingen hoger ligt, kan te maken hebben met een aantal factoren. Allereerst is het maken van een melding versimpeld door de komst van één meldpunt. Via de webpagina denhaag. nl/rattenoverlast of telefonisch via 14070 kunnen bewoners eenvoudig een melding maken van ratten in de buitenruimte. De gemeente communiceert regelmatig over het belang van het maken van meldingen. Hierdoor blijft de meldingsbereidheid en daarmee ook het aantal meldingen toenemen.

22

< I N HOU D

<

Daarnaast lijken de weersomstandigheden en de corona-maatregelen invloed te hebben op de toename aan meldingen. In februari heeft er een periode sneeuw en ijs in de stad gelegen. De sneeuw bemoeilijkt het vinden van voedsel waardoor ratten vaker in de openbare ruimte worden gesignaleerd. Het koude voorjaar (maart, april en mei) zorgde ervoor dat ratten in hun zoektocht naar warmte en voedsel vaker naar bewoond gebied trekken. Als gevolg van corona-maatregelen zoals de (gedeeltelijke) lockdown, de avondklok en het advies om thuis te werken zijn mensen

VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

in principe vaker thuis. Dit vergrootte de kans dat bewoners een rat ­signaleren en melden in de buurt van hun woning. De toename van meldingen in de zomer en afname van meldingen in het najaar is een terugkerende trend. Doordat het buiten langer licht is in de zomer, worden er in de zomermaanden altijd meer meldingen gemaakt. Bewoners zijn immers langer buiten en de kans is daarmee groter dat zij een rat signaleren. Naarmate de dagen korter worden, neemt ook het aantal meldingen af.

Lokaasdepots In de tweede tabel staat hoe vaak HMS lokaasdepots heeft gecontroleerd. De lokaasdepots worden geplaatst naar aanleiding van een melding of op zogenoemde hotspotlocaties waar de aanwezigheid van ratten wordt gemonitord of bestreden. Het aantal gecontroleerde lokaasdepots laat een stabiel beeld zien. Ten opzichte van 2020 is er een lichte toename van het aantal gecontroleerde lokaasdepots.

Verbetering meldingenproces

23

< I N HOU D

<

Meldingen van rattenoverlast kunnen verschillend bij de gemeente binnen­komen. Soms worden meerdere soorten overlast bijvoorbeeld in één melding samengevat waardoor selectie en handwerk nodig is aan het deel rattenoverlast in de melding een goede opvolging te geven. Bij het proces van meldingen rattenoverlast zijn twee processen van belang: Het proces dat bij de gemeente wordt doorlopen en het proces dat HMS als bestrijder doorloopt. Deze processen zijn afgelopen jaar door ons ­geanalyseerd. Het gemeentelijk meldproces wordt onder andere verbeterd door de implementatie van het systeem Signaleren Eenduidig ­Doorzetten en Afhandelen (SEDA). Alle meldingen komen in dit systeem terecht, worden herkend en doorgezet naar de verschillende ketenpartners; connectiviteit is zodoende van groot belang. De implementatie is nog aan de gang, maar zal op termijn dubbelmeldingen en onduidelijk­ heden in meldingen kunnen terugdringen. Dit zorgt voor een verbetering van het gemeentelijk proces. HMS behandelt de meldingen met gebruik van het systeem Pestscan. In dit systeem wordt ook de afhandeling van een melding toegelicht. Deze afhandeling kan betekenen dat er wordt geadviseerd om bijvoorbeeld beplanting aan te passen.

Het proces en ieders verantwoordelijkheden daarin zijn afgelopen jaar bij alle betrokkenen onder de aandacht gebracht met als belangrijkste doel om de bewustwording van de gevolgen van ieders handelen in het proces te ­vergroten Het komende jaar zullen we ons blijven inzetten om dit meldingen­proces te optimaliseren.

VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

9.2 AANPAK RATTENOVERLAST Dagelijks zijn er meer dan duizend medewerkers van de gemeente Den Haag en medewerkers van partners in de keten schoon aan de slag om de stad schoon te houden. Voor de aanpak rattenoverlast is samenhang in voorkomen, opruimen en bestrijden van cruciaal belang. Buurtbewoners hebben hierin een belangrijke rol. Immers, bestrijding of het schonen van de buurt heeft weinig zin wanneer er binnen de kortste keren weer etensresten en afval in de buitenruimte worden achtergelaten.

Communicatie Het aanpakken van rattenoverlast is een gedeelde verantwoordelijkheid waar ook bewoners een belangrijke rol in spelen. Er is daarom ook in 2021 gecommuniceerd over hoe rattenoverlast voorkomen kan ­worden. Dat doen we zowel gebiedsgericht als stadsbreed. Zo zijn in delen van Escamp, waaronder Moerwijk en Morgenstond flyers verspreid met informatie over het specifiek voorkomen van rattenoverlast. De meertalige folder met daarop een uitleg van de afvalregels en afvalvoorzieningen die wordt op verschillende locaties in de stad verspreid. Stadsbreed blijven we bewoners van Den Haag informeren over de afvalregels en de afvalvoorzieningen waar zij gebruik van kunnen maken. Met de campagne ‘Schoon, doen we toch gewoon’ willen we inwoners bewust maken van de rol zij kunnen nemen in het schoonhouden van de eigen buurt. Het platform Haagse Handen en verschillende socialmediakanalen van de gemeente Den Haag zijn ook in 2021 benut voor artikelen over het voorkomen van rattenoverlast.

• Motie ‘Verklaar lijmplanken de oorlog’

24

< I N HOU D

<

Naast bewoners worden ook ondernemers geïnformeerd. In de maanden augustus en september zijn ondernemers via het ondernemers­ portaal en andere gemeentelijke kanalen zoals LinkedIn geïnformeerd over het voorkomen van rattenoverlast. De communicatie naar onder­nemers is mede ingezet naar aanleiding van de motie ‘Verklaar lijm­planken de oorlog’ (RIS308894). Hiermee werd het college opgeroepen om winkeliers per brief te informeren over het dierenleed dat lijmplanken veroorzaken en ze tevens op te roepen te stoppen met de verkoop van de lijmplanken. In de afdoening van de motie wordt aangegeven dat gekozen is voor een aanpak waarin zowel ondernemers als inwoners geïnformeerd worden over het voorkomen van rattenoverlast en het onnodige dierenleed wat veroorzaakt wordt door lijmplanken. De berichtgeving hierover is via verschillende kanalen uitgezet: nieuwsbrief en website ondernemers­portaal, LinkedIn, een artikel in Haagse Handen en aanpassing van de webpagina ‘voorkom rattenoverlast’. Om zoveel mogelijk onder­nemers en bewoners in Den Haag te bereiken zijn ook de gemeentelijke socialmediakanalen benut.

VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

Acties en initiatieven Aanvullend op gebiedsgerichte en stadsbrede communicatie zijn er ook verschillende acties en lokale initiatieven geweest die bijdragen aan het voorkomen van rattenoverlast. Zo staan er broodcontainers in de stad en zijn in Escamp aanwijzingen op het trottoir aangebracht om bewoners te ontmoedigen om de vogels te voeren vanwege de aantrekkende werking op ratten (‘Voer geen vogels. Dit trekt ratten aan’). Ook zijn extra afvalbakken geplaatst op locaties waar eten wordt geconsumeerd in de buitenruimte. Daarnaast is in het actieplan Schone Stoep geëxperimenteerd met inter­ venties om bijgeplaatst afval tegen te gaan. In alle stadsdelen zijn er twee keer per jaar opruimdagen. De actie Schone Buurt is bedoeld om de schoon te maken én te houden. Rond de opruimdagen en de actie Schone Buurt wordt ingezet op voorlichting over het voorkomen van rattenoverlast. Vanwege corona kon er maar beperkt worden ingezet op educatie. De leskist ‘de Klieners’, waar ook het prentenboek Broodkapje onderdeel van uit maakt, is 15 keer naar scholen verstuurd. In sommige stadsdelen zijn wijkwandelingen georganiseerd. Daarin wordt ook waar nodig het voor­ komen van rattenoverlast besproken met bewoners. Het is de bedoeling dat in 2022 participatie- en educatieactiviteiten weer op reguliere wijze worden uitgevoerd.

Intelligente rattenklem

25

< I N HOU D

<

Sinds een aantal jaar is er een nieuw type rattenklem op de markt. Deze ratten­klem registreert wanneer de klem dichtslaat. Via het mobiele telefoon­netwerk wordt vervolgens een melding doorgestuurd waarin de vangst wordt bevestigd aan de ontvangende partij. Wanneer de dode rat wordt verwijderd kan de klem opnieuw worden geactiveerd. Deze zo­genoemde ´intelligente´rattenklem heeft ten opzichte van een ­niet-intelligente rattenklem als voordeel dat de rattenbestrijder de klem niet dagelijks hoeft te controleren. Bij het gebruik van klemmen of inloopvallen moet namelijk onnodig dierenleed worden voorkomen. In zeer uitzonderlijke gevallen is de rat bij het dichtslaan van de klem niet op slag dood. In de praktijk betekent dit dat de klem of inloopval elke dag gecontroleerd moet worden. Met de hoeveelheid locaties in Den Haag waar de aanwezigheid van ratten wordt bestreden of gemonitord was dat in vooralsnog niet uitvoerbaar. Het dagelijks controleren van alle klemmen zou de arbeids­ intensiviteit en daarmee de kosten van de aanpak aanzienlijk vergroten. VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

HMS is voor de gemeente Den Haag de opdrachtnemer voor rattenbestrijding. De bestrijding van ratten vindt plaats volgens de voorwaarden van het certificaat IPM (Integrated Pest Management)-rattenbeheersing. HMS beschikt over dit certificaat en wordt jaarlijks op deze certificatie­ voorschriften gecontroleerd. Het college onderschrijft het IPM-beginsel om het gebruik van chemische bestrijdingsmaatregelen zoveel mogelijk te beperken of te vermijden om het milieu te sparen.

• Motie ‘Maak gebruik van die slimme rattenval’ In de motie ‘Maak gebruik van die slimme rattenval’ (RIS308889) wordt het college opgeroepen om in contact te treden met de huidige ­gebruikers en producent van de intelligente rattenval. HMS is gestart met een pilot. Hierin wordt onderzocht of de intelligente rattenklem meerwaarde biedt ten opzichte van de huidige toegepaste methodes om ratten te bestrijden.

• Pilot intelligente rattenklem De pilot is in november 2020 gestart met 10 intelligente rattenklemmen. In het voorjaar heeft de HMS nog eens 20 extra klemmen aangekocht. De intelligente rattenklem is pas ingezet wanneer na monitoring bleek dat er een rattenpopulatie aanwezig was. Voor de pilot is uiteindelijk op 14 locaties gebruik gemaakt van intelligente rattenklemmen. ­Afhankelijk van de situatie is bepaald hoeveel klemmen er tegelijk ingezet konden worden. Het gebruik van de klem is relatief eenvoudig. De klemmen worden geplaatst in lokaasdepots. Desondanks is één klem gestolen en is één klem stukgegaan door maaiwerkzaamheden. In ­ongeveer 20% van de registraties constateert de HMS op locatie dat er geen vangst is.

• Resultaten intelligente rattenklem In totaal zijn er over een periode van 1 jaar 80 ratten gevangen met de intelligente rattenklem. Het aantal gevangen ratten verschilt per locatie. Zo zijn op een locatie in Scheveningen in een periode van 7 maanden met 10 klemmen 50 ratten gevangen, terwijl in Escamp op een locatie met 10 klemmen in 6 maanden slechts 3 ratten zijn gevangen. Het gemiddelde aantal gevangen ratten per maand per klem loopt afhankelijk van de locatie uiteen van 0 tot 0,71. Uit monitoring van de locaties waar de intelligente klem is ingezet is gebleken dat de aanwezig­heid van de rattenpopulatie niet is verdwenen maar wel beheersbaar is gebleven. Uit de pilot blijkt dat het effect van de intelligente rattenklem afhankelijk is van verschillende omgevings­ factoren. Wanneer er ter preventie en wering van rattenpopulaties geen maatregelen worden getroffen, verliest de bestrijding van ratten aan effect. Voldoende schuilgelegenheden en achtergelaten voedselresten leiden ertoe dat de noodzaak voor ratten om lokaasdepots te bezoeken afneemt.

26

< I N HOU D

<

Voor een berekening van de gemiddelde kosten is gebruik gemaakt van de resultaten uit de pilot. Op basis van de totale kosten van de klem, het mobiele data-abonnement en de gemiddelde bezoekfrequentie per klem per maand is berekend dat de gemiddelde kosten per klem per maand 30 euro bedraagt. Per jaar betekent dit per klem een kostenpost van 360 euro. Deze kosten komen vrijwel in zijn geheel bovenop de ­kosten die de HMS in de huidige werkwijze maakt voor de rattenbestrijding omdat voor elke gevangen rat een extra bezoek moet worden afgelegd. Deze extra bezoeken hoeven in de huidige werkwijze met chemische bestrijding niet te worden afgelegd. Ratten sterven immers na inname van gif op een afgelegen plek en worden zelden dood aangetroffen. De intelli­ gente rattenval is in vergelijking met een niet-intelligente rattenval echter vele malen efficiënter omdat elke vangst wordt gemeld. Dagelijks controleren van klemmen om dierenleed te voorkomen is daarom niet meer nodig. VOORTGANGSRAPPORTAGE PROGRAMMA – SCHONE STAD 2021-2022

INLEIDING

DOELSTELLING

ONT­ WIKKELINGEN

ZWERFVUIL

STRAND & BOULEVARD

GROEN & WATER

BIJ­­PLAATSINGEN

BLADAFVAL

RATTENOVERLAST

BIJLAGEN

Het is erg lastig om een goede vergelijking te maken tussen de resultaten van de intelligente rattenklem enerzijds en het gebruik van ­chemische bestrijdingsmaatregelen anderzijds. Allereerst omdat het twee verschillende bestrijdingsmaatregelen zijn (resp. niet-chemisch en chemisch) en voor de inzet verschillende voorwaarden worden gesteld volgens het protocol IPM-rattenbeheersing. Ten tweede is het i­n­herent aan het gebruik van chemische bestrijdingsmaatregelen dat niet ­duidelijk wordt hoeveel ratten er uiteindelijk door sterven. Ten derde zijn er bij beide vormen van bestrijding diverse omgevingsfactoren van invloed die moeilijk te isoleren zijn. De intelligente klem lijkt een kleine meerwaarde te kunnen leveren wanneer op een overlastlocatie in zeer korte tijd een rattenpopulatie wordt aangepakt. De effecten van ­chemische bestrijdingsmaatregelen op een rat kan immers meerdere dagen duren, terwijl een klem vrijwel gelijk effect sorteert. In Den Haag zijn er echter weinig overlastlocaties waarbij dergelijk acuut ingrijpen nood­zakelijk is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11272090/1