CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311432 Bijlage

Commissie Leefomgeving 17 februari 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken51.617 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

PER KOERIER Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Postbus 20019 2500 EA DEN HAAG

M. Rus-van der Velde Advocaat I Partner Archimedeslaan 61 Postbus 85005 3508 AA Utrecht T +31 30 2595521

Tevens per fax: 070 365 13 80 (zonder bijlagen)

F +31 30 2595505 M +31 60 0440283

Utrecht, 27 december 2021

E moniquerus@vbk.nl en www.vbk.nl

Onze referentie:

307623/51676013.3

Betreft:

Inpassingsplan warmtetransportleiding Vlaardingen-Den Haag

BEROEPSCHRIFT Gelieve griffierecht ten laste te brengen van de rekening-courant van Van Benthem & Keulen Hoogedelgestreng College, Hierbij stel ik namens het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, de gemeenteraad van Den Haag en de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Den Haag (hierna tezamen: 'de gemeente') beroep in tegen het besluit van 13 oktober 2021 waarin Provinciale Staten van Zuid-Holland (hierna: 'provinciale staten') het provinciaal inpassingplan "Warmtetransportleiding Vlaardingen-Den Haag" (hierna: 'het inpassingplan') hebben vastgesteld. WAT AAN DIT BEROEP VOORAFGING Provinciale staten hebben op 18 december 2019 besloten om ten behoeve van het project Leiding door het Midden een inpassingsplan op te stellen. Het project Leiding door het Midden is een voornemen van LdM C.V. en maakt onderdeel uit van het project WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag (hierna: 'het project'). Het project omvat de aanleg van een (grotendeels) ondergrondse warmtetransportleiding (aanvoer- en retourleiding) met bijbehorende bouwwerken in de gemeenten Vlaardingen, Schiedam, MiddenDelfland, Delft, Rijswijk en Den Haag. Vanaf 19 maart 2021 tot en met 30 april 2021 heeft ten behoeve van dit project een ontwerp inpassingsplan met bijbehorende MER ter inzage gelegen. De gemeente heeft daarover op 23 april 2021 een zienswijze naar voren gebracht (bijlage 1).

In de nota van beantwoording van

Van Benthem & Keulen B.V. is gevestigd te Utrecht en staat ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel onder nummer 30241317. Uitsluitend Van Benthem & Keulen B.V. geldt als opdrachtnemer. Op haar dienstverlening zijn algemene voorwaarden van toepassing, waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen. De algemene voorwaarden zijn te raadplegen via www.vbk.nl en worden op verzoek kosteloos toegezonden.

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

13 juli 2021 (bijlage 2) zijn provinciale staten op de zienswijze van de gemeente ingegaan. Provinciale staten hebben het inpassingsplan op 13 oktober 2021 vastgesteld (bijlage 3)1. De gemeente kan zich om diverse redenen niet verenigen met het inpassingsplan en gaat om die reden in beroep bij uw Afdeling. GRONDEN VAN HET BEROEP De gemeente stelt zich op het standpunt dat het inpassingsplan niet in stand kan blijven, op basis van de hierna te vermelden gronden.

1

GEVOLGEN VOOR DE ONDERGROND/BELEMMERING LOKALE ENERGIETRANSITIE

1.1

Het project heeft een grote ondergrondse impact. Het belemmert de gemeente namelijk bij de aanleg van lokale lage temperatuurnetten. Daarnaast zijn er gevolgen voor bodemenergie en de ondergrondse infrastructuur.

1.2

Voor wat betreft de aanleg van lokale lage tern peratuurnetten stellen provinciale staten zich in de nota van beantwoording op het standpunt dat de warmtetransportleiding het ontwikkelen van lokale (rest)warmtebronnen en warmtenetten niet in de weg staat. Beide zijn volgens provinciale staten complementair aan elkaar. Anders dan in de motivering van provinciale staten, vermeldt het MER dat de aanvoertemperatuur van de warmtransportleiding hoog is (maximaal 120°C), waardoor het onwaarschijnlijk is dat lokale bronnen met een lage aanvoertemperatuur kunnen invoeden op het transportsysteem.2 Nu het beleid van de gemeente een voorkeurstemperatuur van <70°C is, kunnen lokale bronnen en de warmtetransportleiding dus geenszins complementair aan elkaar zijn en is het dus geenszins zeker dat lokale bronnen zullen kunnen aansluiten op de warmtetransportleiding. Dat betekent derhalve dat, anders dan provinciale staten stellen, de warmtetransportleiding wel degelijk een belemmering kan zijn voor de aanleg van lokale lage temperatuurnetten en voor bodemenergiesystemen. Deze systemen zullen niet kunnen worden aangesloten op het warmtenet, terwijl tegelijkertijd de ruimtelijke inpassing van deze systemen wordt belemmerd door het thans vastgestelde inpassingsplan. De gemeente heeft hier herhaaldelijk aandacht voor gevraagd.

De provincie heeft hetgeen de gemeente hierover heeft gesteld echter consequent terzijde geschoven.

1.3

Zo belemmert het inpassingsplan reeds nu toekomstig voorziene ondergrondse ontwikkelingen, bijvoorbeeld rond 'De Constant Rebecqueplein'. Het betreft onder meer de plannen voor een dubbele boring geothermie, waarbij een eigen WOS moet worden gebouwd. Het inpassingplan brengt met zich dat het uitvoeren van de werkzaamheden (boren) en de ruimtelijke inpassing van deze plannen belemmerd worden.

1.4

Geconcludeerd kan worden dat provinciale staten bij de afweging van de betrokken belangen op dit punt onvoldoende gewicht hebben toegekend aan de belangen van de gemeente en haar

' Voor het inpassingplan inclusief bijbehorende stukken verwijs ik naar de landelijke website https://www.ruimteliikeplannen.nliviewer/view?planidn=NLIMRO.9928DOSx2019x00030431P-VA01. 2 MER 10 februari 2021, p. 25-26.

307623/51676013.3

2/8

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

inwoners, dan wel niet goed hebben gemotiveerd, waarom de belangen bij vaststelling van het inpassingsplan prevaleren boven de door de gemeente aangevoerde belangen. 2

FOUT OP DE VERBEELDING

2.1

De gemeente kan zich niet verenigen met het plan, omdat het gebied voor het T-stuk inclusief aftapleiding op de verkeerde locatie is weergegeven en dus verkeerd is bestemd. Het T-stuk inclusief aftapleiding hoort namelijk alleen ter plaatse van de Middachtenweg ter hoogte van 284 tot en met 296 te worden bestemd. Op de onderstaande uitsnede van de verbeelding is echter te zien dat een T-stuk inclusief aftapleiding aan het begin van de Middachtenweg is bestemd.

T-stuk ter hoogte van het begin van de Middachtenweg

Ter hoogte van 284 t/m 296 Middachtenweg

2.2

Provinciale staten hebben zelf ook geconstateerd dat de aanduiding van het T-stuk op de verbeelding niet correct is (zie bijvoorbeeld pagina 16 van de nota van beantwoording en pagina 3 van de nota van wijzigingen (bijlage 4). Niettemin is de onjuiste aanduiding op de verbeelding bij het inpassingsplan opgenomen.

2.3

In de nota van beantwoording hebben provinciale staten aangegeven dat de situering van het T-stuk in het definitieve plan zou worden gewijzigd door deze te verplaatsen naar de Middachtenweg ter hoogte van nummer 284 tot en met 296. Dit hebben provinciale staten in het vastgestelde plan, als gezegd, nagelaten. Dit is in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

307623/51676013.3

3/8

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

3

WARMTEOVERDRACHTSTATION

3.1

Op de verbeelding zijn twee locaties aangewezen voor het Warmteoverdrachtstation (hierna: 'WOS'), namelijk op de Uniper-locatie en de Tripstraat/Heijmans-locatie. Op grond van artikel 4.4 van de planregels mag het WOS slechts op één van de twee locaties worden gerealiseerd.

Kieuie

3.2

Gasunie dan wel LdM C.V. en Eneco, hebben onderling overeenstemming bereikt over de locatie van het WOS. Het WOS zal wat hen betreft gerealiseerd worden op de Uniper-locatie, zodat de WOS-bestemming aan de Tripstraat geschrapt kan worden. Dit is ook toegezegd aan Heijmans Vastgoed B.V. die voornemens is om vijftig woningen, commerciële voorzieningen, en een parkeergarage met 105 openbare plaatsen aan de Tripstraat te realiseren (Energiekwartier). De provincie zelf heeft ook te kennen gegeven dat de WOS-bestemming aan de Tripstraat kan worden geschrapt. Provinciale staten stellen zich op een ander standpunt dan zij in het bestreden besluit hebben gedaan

3.3

Voorafgaand aan vaststelling van het inpassingsplan hebben provinciale staten diverse verzoeken van de gemeente om één van de twee locaties te schrappen in de wind geslagen. De provincie stelt zich nu, na vaststelling van het inpassingsplan, echter op het standpunt dat de zogenaamde Heijmans-locatie (zoals de gemeente diverse malen heeft verzocht) inderdaad moet worden geschrapt.

3.4

Omdat de provincie zich in zoverre op een ander standpunt stelt dan in het bestreden besluit, en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, is het inpassingsplan ook wat betreft dit onderdeel niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. Provinciale staten hadden op voorhand in redelijkheid moeten inzien dat het plan niet kan worden uitgevoerd in de planperiode

307623/51676013.3

4/8

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

3.5

De gemeente meent verder dat in het besluit geen deugdelijke afweging is gemaakt over de uitvoerbaarheid van de bestemming op één van de twee locaties op de verbeelding (namelijk, de Heijmans-locatie).

3.6

Één van de twee op de verbeelding aangewezen locaties zal immers onbenut blijven. De artikelen 6.1 en 6.2 van de planregels brengen bovendien met zich, dat de gemeenteraad van Den Haag ook geen nieuwe of andere bestemming toe kan kennen aan de locatie die onbenut zal blijven. De dubbelbestemming gaat namelijk voor op alle andere doelen die Den Haag heeft, terwijl al vaststaat dat de bestemming niet (op beide locaties) gerealiseerd kan en gaat worden. 6.1 Verhouding met bestemmingsplannen De onderliggende bestemmingsplannen worden als volgt gewijzigd: [..] b. voor zover in dit plan voor de gronden enkel een dubbelbestemming is gegeven, blijven de onderliggende bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voor strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.12 Wabo, op deze gronden van toepassing, waarbij deze dubbelbestemming voor gaat. 6.2 Bevoegdheid tot vaststellen nieuw plan a. De gemeenteraden van Den Haag, [...] zijn na tien jaar na de vaststelling van dit inpassingsplan bevoegd een bestemmingsplan vast te stellen voor de gronden waarop dit inpassingsplan betrekking heeft. [...]

3.7

Gelet op het voorgaande stelt de gemeente zich op het standpunt dat dat provinciale staten zich niet in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat het inpassingsplan op dit punt uitvoerbaar is.3

4

BELANGEN VAN DE GEMEENTE

4.1

De gemeente stelt zich verder op het standpunt dat provinciale staten de belangen van de gemeente onvoldoende hebben meegewogen in hun belangenafweging, door:

4.2

3

-

de WOS-bestemming op de Heijmans-locatie niet te schrappen;

-

in artikel 6.1, onder b, van de planregels te bepalen dat de planregels uit de onderliggende bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voor strijdig gebruik van toepassing blijven, maar de dubbelbestemming uit het inpassingplan voor gaat, en

-

in artikel 6.2, onder a, van de planregels te bepalen dat de gemeenteraad van Den Haag na tien jaar na de vaststelling van het inpassingsplan pas bevoegd is om een bestemmingsplan vast te stellen voor de gronden waarop die plan betrekking heeft.

De voornoemde punten werken namelijk in samenhang bezien belemmerend voor toekomstig voorziene bouwontwikkelingen. Het betreffen hier de gemeentelijke afspraken met Stichting

Uitspraak van 6 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2190, r.o. 6.1.

307623/51676013.3

5/8

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

Staedion en Heijmans Vastgoed B.V. voor het realiseren van vijftig woningen, commerciële voorzieningen, en een parkeergarage met 105 openbare plaatsen aan de Tripstraat (Energiekwartier). 4.3

Provinciale staten hebben zich in de nota van beantwoording op het standpunt gesteld dat de gemeente met een vergunning voor een buitenplanse afwijking, alsnog medewerking kan verlenen aan de voornoemde initiatieven wanneer deze op het moment van inwerkingtreding van het inpassingplan nog niet zijn vergund. Provinciale staten gaan met deze motivering echter aan het volgende voorbij. -

Een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan zal de publiekrechtelijke bestemming die op de gronden rust niet wijzigen.

-

Een omgevingsvergunning is bovendien minder duidelijk en betrouwbaar voor initiatiefnemers. Zo kan een inpassingsplan of bestemmingsplan niet zomaar worden ingetrokken, maar een omgevingsvergunning wel.

-

Een grote en langdurige reservering van de gronden als deze maakt dat de gemeente ten onrechte wordt beperkt bij toekomstige voorziene ruimtelijke ontwikkelingen én de mogelijkheden om daarbij alle ruimtelijk relevante aspecten te beoordelen.

4.4

De gemeente vindt dan ook dat provinciale staten bij de afweging van de betrokken belangen onvoldoende gewicht hebben toegekend aan de belangen van de gemeente.

5

BODEMONDERZOEK

5.1

Op 27 maart 2020 is de milieuhygiënische (water)bodemkwaliteit langs het tracé van LOT E Den Haag vastgesteld (bijlage 13 bij het inpassingsplan). Uit dit onderzoek volgt dat op het tracé negen locaties aanwezig zijn met verontreinigingen. De conclusie van het onderzoek is dat nader onderzoek en/of sanerende maatregelen nodig zijn (zie ook tabel 7 in het rapport).

5.2

Provinciale staten hebben nagelaten om aanvullend onderzoek te verrichten en/of sanerende maatregelen te treffen. Dit heeft een aantal gevolgen.

5.3

■

Uit aanvullend onderzoek kan namelijk naar voren komen dat de gronden dusdanig verontreinigd zijn, waardoor de aanleg van een warmtetransportleiding in deze gronden redelijkerwijs niet mogelijk is.

■

Door de afwezigheid van dit onderzoek kon ten tijde van de vaststelling van het inpassingsplan daarnaast niet worden uitgesloten dat het plan (niet) uitvoerbaar is.

■

Hoewel pagina 51 van de toelichting op het inpassingplan vermeldt, dat zonder toestemming van het bevoegd gezag niet mag worden gegraven in sterk verontreinigde grond, komt dit verbod nergens in de planregels terug.

Gelet op het voorgaande is het inpassingsplan ook op dit punt in strijd met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid.

307623/51676013.3

6/8

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

6

I

NOTARIAAT

CONCLUSIE

Gelet op het voorgaande verzoekt de gemeente uw Afdeling om het beroep gegrond te verklaren en het inpassingplan te vernietigen. Tot slot verzoek ik u om provinciale staten te veroordelen in de proceskosten.

M. Rus-van der Velde

307623/51676013.3

7/8

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

BIJLAGENOVERZICHT

1.

Zienswijze gemeente Den Haag d.d. 23 april 2021

2.

Nota van beantwoording d.d. 13 juli 2021

3.

Het besluit tot vaststelling van het inpassingplan Warmtetransportleiding Vlaardingen — Den Haag d.d. 13 oktober 2021

4.

Nota van Wijzigingen ontwerpinpassingsplan Warmtetransportleiding Vlaardingen-Den Haag

307623/51676013.3

8/8

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

BIJLAGE 1

Den Haag VREDE

RECHT

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Uw kenmerk DOS- 2019-0003043 Ons kenmerk

Provincie Zuid-Holland Team WarmtelinQ postbus 90602 2509 LP Den Haag

DSB.10096826 Contactpersoon

Arno van Heerde Dienst Stadsbeheer Afdeling Programmateam Energietransitie Telefoonnummer

070 3537131 E-mailadres arno.vanheeide@denhaag.n1

Datum

23 april 2021 Onderwerp Zienswijzen op warmtetransportleiding Vlaardingen - Den Haag /

Leiding door het Midden

Geachte Team WarmtelinQ, Het ontwerp inpassingsplan t.b.v. WarmtelinQ Vlaardingen — Den Haag/Leiding door het Midden, de ontwerpbeschikkingen, het (combi)MER en de overige relevante stukken liggen van vrijdag 19 maart 2021tot en met donderdag 29 april 2021ter inzage. Hierbij dienen wij, mede namens de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Den Haag en de raad van de gemeente Den Haag, een zienswijze in. In onze zienswijze gaan we in op onder andere: De voorwaarden waaronder restwarmte uit de Leiding door het Midden onderdeel is van het Stedelijk energieplan. Groen(behoud) als belangrijk thema. De gevolgen in de ondergrond voor het leven en de ondergrondse infrastructuur. Correcties in het ontwerp-inpassingsplan. - De impact voor bewoners en ondernemers en de communicatie met bewoners en ondernemers. Gevolgen voor Den Haag De Leiding door het Midden is onderdeel van het Stedelijk Energieplan (RIS 306869). Maar er leven in de gemeenteraad ook zorgen over de impact van een dergelijk hoog temperatuur systeem voor de keuzevrijheid van consumenten, de ontwikkeling van lokale hernieuwbare warmte, en in hoeverre dit een duurzame oplossing is. Daarom zijn aan het project door ons de volgende voorwaarden verbonden: • Het netwerk moet geschikt zijn voor lokale warmte (zoals geothermie).

• Lokale duurzame initiatieven krijgen altijd voorrang bij het leveren van warmte aan Haagse huishoudens. • Er moet sprake zijn van een open net en onafhankelijk netbeheer. • Afnemers blijven ook in de toekomst redelijke tarieven betalen en dit wordt onafhankelijk getoetst. • De bedrijven die deze restwarmte leveren moeten versneld verduurzamen.

Gemeente Den Haag Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.n1

Gemeente Den Haag Ons kenmerk DSB.mog6826

Wij roepen de Provincie en initiatiefnemers op om te borgen dat dit hoog temperatuur systeem niet zal leiden tot minder energiebesparing en lagere energielabels in de bestaande woningvoorraad, dat veroorzaakt namelijk hogere energierekeningen voor bewoners, en ook te borgen dat deze restwarmte niet wordt gebruikt voor nieuwbouw. Specifiek wordt Gedeputeerde Staten en de initiatiefnemer gevraagd welke stappen zij gaan zetten om te zorgen dat aan de opgesomde voorwaarden en de voorwaarden uit deze paragraaf worden voldaan. Gevolgen voor de ondergrond in relatie tot het inpassingsplan Het tracé door de stad heeft ook ondergronds grote impact. Wij verwachten een reflectie van Gedeputeerde Staten op de impact van het tracé op de huidige en toekomstige ondergrondse infrastructuur. Den Haag wil inzicht in de mogelijke belemmeringen die dit kan opleveren op de aanleg van lokale lage temperatuur-netwerken, op de bodemenergie en op de ondergrondse verkeersinfrastructuur, zoals ondertunneling van de Prinses Beatrixlaan. Ook willen wij weten of de Gasunie/LdM C.V. bereid is om de belemmerde strook, die nu wordt bestemd via het inpassingsplan, te delen met toekomstige warmtenetten. Wij roepen de provincie op de planregels aan te passen om dit delen mogelijk te maken.

In de planviewer (https://ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/warmtetransportleidinz) zijn momenteel binnen de gemeente Den Haag twee gebieden aangewezen met een functieaanduiding `specifieke vorm van bedrijf voor een Warmteoverdrachtstation (WOS 1 en WOS 2)'. Eneco, Uniper en WarmtelinQ hebben eerder aangegeven dat er overeenstemming is en dat het warmteoverdrachtstation op het Uniperterrein (WOS i) wordt gerealiseerd. Wij hechten grote waarde aan een definitief besluit hierover, voorafgaand aan de vaststelling van het provinciaal inpassingsplan voor de warmtetransportleiding Vlaardingen-Den Haag (PIP) in Q4 2021. Wij verwachten dat de op de verbeelding aangegeven WOS buiten de Uniperlocatie (WOS 2) wordt verwijderd. De belangen van de leiding zijn voldoende geborgd via de voorwaarden in artikel 4.3 (bouwen) en artikel 4.5.3 (toelaatbaarheid werkzaamheden). Artikel 6.1.b vermeldt dat de dubbelbestemming `warmtetransportleiding' voor gaat op andere bestemmingen. Dit levert voor ons straks een knelpunt op voor de toekomstige voorziene bouwontwikkelingen binnen de wijk `het Energiekwartier', in casu een woningbouwblok met parkeergarage voor bezoekers, parkeervoorzieningen in het gehele gebied en commerciële voorzieningen.

Door deze voorrangsregel kunnen wij mogelijk niet voldoen aan contractuele lange termijn afspraken met Staedion en Heijmans om dit gebied te ontwikkelen omdat een derde partij zich kan mengen in deze ontwikkeling of deze ontwikkeling kan belemmeren. Uit de planviewer blijkt dat vanuit Rijswijk (Prinses Beatrixlaan) naar Den Haag (Middachtenweg) twee stroken zijn bestemd voor de warmtetransportleiding. De ene strook betreft een persing van kuip naar kuip en de andere waarschijnlijk een open ontgraving. Hierbij het verzoek om vóór het vaststellen van het definitieve inpassingsplan een keuze voor een aanleg techniek te maken en de juiste ruimte te bestemmen. Er ligt een ontwerpbesluit ter inzage m.b.t. omgevingsvergunning `hout of opstand vellen' voor de persing en dus niet voor een open ontgraving. Er moeten, indien gekozen wordt voor een open ontgraving, opnieuw omgevingsvergunningen worden aangevraagd of worden gewijzigd. Het gebied voor het 'l'-stuk incl. aftapleiding bij de Middachtenweg is op de verkeerde locatie weergegeven in het Ontwerp-inpassingsplan en dus verkeerd bestemd. Wij hebben LdM C.V./WarmtelinQ half januari 2O21 verzocht dit vóór de terinzagelegging te corrigeren en dit af te stemmen met de provincie.

2/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk DSB.toog6826

Hierbij het verzoek om vóór het vaststellen van het definitieve inpassingsplan, de juiste ruimte op de juiste locatie (ter hoogte van huisnummers 284 t/m 296) te bestemmen voor het T-stuk incl. aftapleiding. Een ondergrondse hoog-temperatuur warmtetransportbuis — hoe goed deze ook is geïsoleerd — kan leiden tot opwarming van de bodem met mogelijke nadelige consequenties voor groen, bomen, biodiversiteit en het drinkwaternetwerk. We hebben begrepen dat momenteel onderzoek wordt gedaan naar warmteuitstraling van de buizen. Om deze effecten te kunnen betrekken bij onze vergunningverlening ontvangen wij graag het Deltares onderzoek. Mocht blijken dat warmteuitstraling een duidelijk effect heeft op groeiplaatsen of groen dan zullen wij het herinrichtingsplan `groen' opnieuw beoordelen en zullen er randvoorwaarden moeten worden gesteld om te voorkomen dat het herinrichtingsplan `groen' vanwege temperatuurinvloeden ingrijpend moet worden aangepast. Graag horen wij van Gedeputeerde Staten of zij hiertoe bereid is en hoe deze verantwoordelijkheid wordt geborgd. Groenbehoud Wij hebben met ons groen de ambitie een zo hoog mogelijke leefkwaliteit te realiseren. Groenbehoud en het kwantitatief en kwalitatief verbeteren van groen is voor ons dan ook van groot belang.

Specifiek voor bomen geldt dat in het coalitieakkoord is opgenomen dat bomen alleen worden gekapt als het aantoonbaar niet anders kan. In de nieuwe Nota Stadsbomen (RIS3o7827) wordt het belang van 'meer blad voor de stad' verteld. Het kroonoppervlak is daarbij een maat om de ecosysteemdiensten die groen levert aan de leefkwaliteit te kunnen meten. Dit wordt in Den Haag verder ontwikkeld. Het concrete doel is in 2030 5% meer kroonoppervlak te hebben. Dit is waar we als stad naar toewerken. In de Nota Stadsnatuur (RIS3o5825) zijn de ecologische zones recent opnieuw vastgesteld. De Haagse gemeenteraad heeft verschillende moties aangenomen en roept op om zoveel mogelijk groen te behouden. De warmtetransportleiding ligt voor een groot gedeelte onder de wegen maar de expansielussen en de benodigde ruimte voor het uitvoeren van de werkzaamheden raken vooral het groen. Er zal aantasting van het groen plaatsvinden als wordt gegraven en meer dan honderd bomen worden gekapt onder andere in de ecologische zone en de hoofdboomstructuur. Dit zijn belangrijke groene structuren voor mens en dier. Wij brengen dit met deze zienswijze opnieuw onder de aandacht en roepen Gedeputeerde Staten op om het inpassingsplan zodanig aan te passen zodat zoveel mogelijk groen behouden kan blijven.

Specifiek wordt gevraagd om aan te geven hoe de kwalitatieve en kwantitatieve gevolgen voor de ecologische zone en hoofdboomstructuur worden gecompenseerd. In een gesprek met LdM C.V. hebben wij aangedrongen of meer kan worden geboord, de start- en eindlocaties van boringen kunnen worden verschoven, op het verschuiven van expansielussen, kiezen voor kleinere expansielussen en minder graven, met als doel groen en bomen te behouden. Punten waarop wij graag een officiële reactie krijgen, zijn: - Middachtenweg/ Moerweg: het effect op het groen als gekozen wordt om in de hoofdrijbaan te liggen in plaats van de parallelbaan; Middachtenweg: een open ontgraving in plaats van een boring vanaf Rijswijk naar de Middachtenweg; Middachtenweg: het verplaatsen van de expansielus zodat groen behouden blijft in de ecologische zone. - Middachtenweg — Moerweg: kijken of de start van de boring verplaatst kan worden.

3/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk DSB.toog6826

-

-

De la Reyweg: een tweede expansielus, ter hoogte van Staverdenstraat, verplaatsen zodat bomen in de middenberm en/ of de twee bomen aan het einde gespaard worden, bijvoorbeeld naar ter hoogte van de Barneveldstraat of ter hoogte van Delagostraat; Wijkpark Transvaal: onderzoek naar andere configuratie expansielus zodat bomen worden behouden; Delftselaan: de boring onder de Delfselaan te verlengen om bomen te besparen; Tripstraat: boom bij trambaan Tripstraat sparen door bijvoorbeeld schuin trambaan over te steken waarbij gemeente toezegtte helpen toestemming van HTM te krijgen om warmteleiding net niet helemaal haaks de trambaan te laten passeren.

Voor de werkstroken lijken bomen onnodig te moeten verdwijnen. Gedeputeerde Staten wordt gevraagd om de effecten in kaart te brengen en of de situering van werkterreinen anders kan worden ingericht zodat meer groen kan worden behouden. Wij attenderen op de voorwaarden in het ontwerpbesluit dat pas gekapt mag worden nadat een combiAPV instemmingsbesluit op artikelen 2:loa en 2:11 is afgegeven door het college en niet gekapt mag worden in het broedseizoen (15 maart t/m 15 juli). Stikstof Met de aanleg van deze leiding wordt stikstof uitgestoten, dat neerslaat op de al overbelaste natuur. De provincie moet maatregelen nemen om deze uitstoot tijdens de werkzaamheden te beperken, bijvoorbeeld door de inzet van goede bouwlogistiek en elektrisch bouwmaterieel en aangeven hoe de dit kan worden gecompenseerd. Wij verwachten dat deze uitstoot zal worden beperkt en geen gevolgen zal hebben voor de natuur of de Haagse woningbouwambities. Bewoners De aanleg van de warmtetransportleiding veroorzaakt overlast voor ondernemers en bewoners en de leefbaarheid wordt geruime tijd aangetast. In H13 van de MER wordt aandacht besteedt aan de Woonen Leefomgeving. Het gaat dan bijvoorbeeld over warmteuitstraling en trillingen. Wat mist is een sociale impactanalyse waaruit blijkt wat dit betekent voor de sociale context, de positieve sociale effecten en eventuele negatieve sociale effecten.

Wij willen duidelijk in kaart hebben gebracht welke maatregelen genomen worden om overlast te beperken. Specifiek wordt gevraagd hoe bewoners actief worden geïnformeerd, waar meldingen van overlast gedaan kunnen worden, en wie verantwoordelijk is om de overlast te beperken en zo nodig te compenseren. Waar kunnen bewoners en ondernemers vragen stellen of zorgen uiten? Op 25 maart 2O21 is een informatie avond georganiseerd. De doelgroepen zijn helaas niet goed bereikt ondanks de inspanningen van LdM C.V. Wij verzoeken u om aan te geven wat wordt gedaan om die doelgroepen wel te bereiken? Verzocht wordt om een centraal informatiepunt te organiseren waar alle direct belanghebbenden, zoals bewoners en ondernemers, terecht kunnen. In het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen: wat voegt dit project toe in het kader van werkgelegenheid? In de gemeenteraad leven zorgen over de tracékeuze en de overlast voor de bewoners. Vooral de keuze voor de Kempstraat en het Wijkpark Transvaal vraagt om een nadere toelichting door Gedeputeerde Staten. De aanleg van dit deel van het tracé zal heel veel bewoners en ondernemers direct raken. Dit, terwijl in deze tijd ondernemers het al zeer zwaar hebben vanwege Corona. Graag krijgen wij nadere toelichting waarom niet gekozen is voor alternatieven, zoals de Schalk Burgerstraat of De la Reyweg/Loosduinseweg.

4/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk DSB.Ioo96826

Aan de commissie MER en de Provincie Zuid-Holland vragen wij om een sociaaleffectrapportage op te stellen, een paragraaf toe te voegen aan de combi-MER, en bewoners en belanghebbenden hierover te informeren. Dit aspect zit niet in de huidige combi-MER. We refereren hier ook aan de recente rapporten van Brenninkmeijer van 21 maart 2021, het PBL rapport `Grote opgaven in een beperkte ruimt' van 8 april 2021. en ook aan een artikel met de titel `Sociale Effecten in milieurapportage' van november 2019 van commissiemer.nl (nieuws rubriek). Citaat: "Een milieueffectrapport brengt de effecten van een plan of project op de omgeving in beeld voordat de overheid hierover een besluit neemt. Ook sociale effecten op de bevolking, zoals gezondheidseffecten en sociale verdeeldheid kunnen hier onderdeel van uitmaken. In andere landen is het gebruikelijk om deze effecten mee te nemen in een milieu- en sociale-effectenrapport. Door de sociale effecten van een plan vroegtijdig in beeld te brengen, kunnen ze een volwaardige plek krijgen in de besluitvorming. Wij zien uw reactie op de hiervoor genoemde punten graag tegemoet. Het college van burgemeester en wethouders, mede namens de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Dep-H gen e raad van de gemeente Den Haag, de secretaris, de burgemeester, •

Ilmayferx

5/5

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

i

NOTARIAAT

BIJLAGE 2

Nota van beantwoording Warmtetransportleiding Vlaardingen — Den Haag

Provincie Zuid-Holland + overige bevoegde gezagen.

Concept vastgesteld door Gedeputeeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland, 13 juli 2021

Inhoud 1.

INLEIDING

4

2.

ONTVANKELIJKHEID

6

3.

ZIENSWIJZEN, SAMENVATTING EN BEANTWOORDING

8

3.1 Inleiding 3.2 Samenvatting en beantwoording van de zienswijzen 3.3 Conclusie

8 8 98

4.

VERVOLGPROCEDURE

101

5.

AFKORTINGEN EN BEGRIPPENLIJST

102

3

1. Inleiding Inleiding Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben (PS) op 18 december 2019 onder andere besloten om ten behoeve van het project Leiding door het Midden een provinciaal inpassingsplan (PIP) op te stellen en de provinciale coördinatieregeling uit artikel 3.33 Wet ruimtelijke ordening (Wro) toe te passen. Dit project is een voornemen van LdM C.V.' en maakt onderdeel uit van een groter project dat de naam WarmtelinQ heeft gekregen. Het project WarmtelinQ Vlaardingen — Den Haag omvat de aanleg van een (grotendeels) ondergrondse warmtetransportleiding (aanvoer- en retourleiding) met bijbehorende bouwwerken in de gemeenten Vlaardingen, Schiedam, Midden-Delfland, Delft, Rijswijk en Den Haag, inclusief de eventueel benodigde mitigerende en compenserende maatregelen. De provincie, de overige bevoegde gezagen en de initiatiefnemer hebben gezamenlijk besloten dat voor het project een gecombineerde plan- en projectm.e.r.-procedure wordt doorlopen. Hiervoor is een Combi-MER opgesteld. Procedure Ter voorbereiding van het Combi-MER is een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld. In deze notitie zijn de verschillende alternatieven voor deze warmtetransportleiding nader toegelicht en is beschreven welke milieueffecten op welke wijze en met welk detailniveau in het Combi-MER onderzocht worden.

Op 18 december 2019 hebben PS de NRD vastgesteld en is deze voor eenieder van 17 januari t/m 27 februari 2020 ter inzage gelegd. Tevens zijn de adviseurs en de bestuursorganen die bij de besluitvorming over het inpassingsplan en de overige besluiten betrokken zijn, geraadpleegd over de reikwijdte en het detailniveau van het MER. Er zijn zes zienswijzen en twee adviezen ingekomen die er toe hebben geleid dat de reikwijdte en het detailniveau aangepast is. Deze aanpassingen zijn door Gedeputeerde Staten (GS) op 26 mei 2020 vastgesteld in het Advies over de reikwijdte en het detailniveau (ARD) van het op te stellen Combi-MER. Het ARD is aanvullend op de NRD en vormde daarmee het kader voor het uit te voeren milieuonderzoek (MER) voor het provinciaal inpassingsplan en de benodigde vergunningen. Het voorontwerp van het PIP is op 16 juli 2020 toegestuurd aan de vooroverlegpartners in het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De vooroverlegpartners zijn de bij het plan betrokken gemeenten, de diensten van het Rijk, het Hoogheemraadschap Delfland, de betrokken omgevingsdiensten en de veiligheidsregio's. Er zijn vier reacties ontvangen, namelijk van de gemeenten Den Haag en Schiedam, van Rijkswaterstaat en van de Veiligheidsregio's Haaglanden en Rotterdam — Rijnmond gezamenlijk.

Gelet op de ontvangen vooroverlegreacties en het nadere overleg hieromtrent met de initiatiefnemer zijn de toelichting, planregels en verbeelding van het ontwerp-PIP aangepast. Het ontwerp PIP en het bijbehorende MER voor het project Warmtetransportleiding Vlaardingen — Den Haag zijn door GS op 9 maart 2021 vastgesteld en vrijgegeven voor de tervisielegging, tezamen met de ontwerpbeschikkingen van de overige bevoegde gezagen. Via kennisgevingen in de Staatscourant, het provinciaal blad en het waterschapsblad, maar ook via de provinciale website en de in de zes gemeenten verschijnende huis-aan-huisbladen is bekend gemaakt dat het ontwerp-PIP, de ontwerpbesluiten, het MER en de overige daarop betrekking hebbende stukken van 19 maart tot en met 29 april 2021 voor een ieder ter inzage zijn gelegd. Daartoe zijn alle stukken elektronisch beschikbaar gesteld op de provinciale projectwebsite. Het ontwerp-PIP kon ook worden geraadpleegd via www.ruimtelijkeplannen.nl of de provinciale planviewer www.ruimtelijkeplannen.zuid-holland.nl. Voorts zijn de inwoners van het gebied via (regionale) huis-aan-huisbladen op de hoogte gesteld van de terinzagelegging en dat tijdens deze periode iedereen een zienswijze kon indienen, zowel schriftelijk, mondeling als per e-mail.

De aandelen van deze vennootschap zijn volledig in eigendom van Gasunie N.V. De Leiding door het Midden was voorheen een initiatief van Eneco en maakt sinds januari 2020 deel uit van WarmtelinQ (zie www.warmtelinq.nl).

4

In aanvulling hierop zijn in maart 2021 door WarmtelinQ drie online informatiebijeenkomsten gehouden waar het project is toegelicht en waar vragen konden worden gesteld. Tijdens deze avonden is onder meer ingegaan op het inpassingsplan voor het project en op specifieke delen van het tracé en de daar benodigde vergunningen. In het kader van deze tervisielegging zijn in totaal 64 zienswijzen ontvangen. Daarnaast is de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.) gevraagd om een toetsingsadvies te geven op de inhoud van het Combi-MER. In dat toetsingsadvies zal de Commissie m.e.r. beoordelen of het opgestelde MER voldoet aan de uitgangspunten voor de reikwijdte en het detailniveau, alvorens door Provinciale Staten en de andere bevoegde gezagen een besluit wordt genomen over de vaststelling van het PIP, het MER en de aangevraagde vergunningen. In deze nota wordt ingegaan op de ingediende zienswijzen en op het verdere besluitvormingsproces rondom het inpassingsplan en de vergunningen. Hiervoor is reeds de gevolgde procedure beschreven. In hoofdstuk 2 wordt eerst ingegaan op de ontvankelijkheid van de ontvangen zienswijzen. De zienswijzen zijn in hoofdstuk 3 samengevat, beantwoord en voorzien van een conclusie ten behoeve van de besluitvorming door de bevoegde gezagen. In hoofdstuk 4 wordt kort ingegaan op de vervolgprocedure.

Tot slot zijn in hoofdstuk 5 de gebruikte afkortingen verklaard.

5

2. Ontvankelijkheid Het juridische kader voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van zienswijzen wordt met name bepaald door artikel 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit artikel luidt: 1.Een bezwaar- of beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. 2.Bij verzending per post is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Voorts dienen zienswijzen te zijn voorzien van naam, adres en dagtekening en enig standpunt c.q. inhoudelijke onderbouwing. Het ontbreken hiervan kan aanleiding geven tot het niet-ontvankelijk verklaren van zienswijzen, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad om dit verzuim binnen een bepaalde termijn te herstellen. Beoordeling ontvankelijkheid De zienswijzen Z01 tot en met Z63 zijn voor of op 29 april 2021 door de provincie ontvangen. Deze zienswijzen zijn derhalve tijdig ingediend en ontvankelijk op grond van artikel 6:9, lid 1 Awb. Zienswijze Z64 is ingediend via het digitale zienswijzeformulier en door de provincie op 11 mei 2021 ontvangen. Bij het indienen van digitale zienswijze is de indiener zelf verantwoordelijk voor een tijdige indiening en het optreden van eventuele technische problemen.

Aangezien op 11 mei 2021 de termijn voor het indienen van zienswijzen reeds was verlopen, is deze zienswijze niet ontvankelijk. Van de tijdig ontvangen zienswijzen (Z01 t/m Z63) waren er acht min of meer 'leeg'. Dit betreft de nummers Z07, Z09, Z23, Z31, Z34, Z37, Z54 en Z55. De indieners van deze zienswijzen hebben op het digitale zienswijzeformulier een of meer ontwerpbesluiten aangekruist waarop zogezegd wordt gereageerd maar in het opmerkingenveld niets ingevuld en geen bijlage meegestuurd waaruit een standpunt of inhoudelijke onderbouwing van de zienswijze kan worden afgeleid. Van indiener Z09 is nog tijdens de zienswijzentermijn een inhoudelijke aanvulling ontvangen. De indieners van de overige zienswijzen hebben via een aan hen persoonlijk gerichte e-mail de gelegenheid gehad om hun zienswijze tot en met 16 mei 2021 inhoudelijk aan te vullen, maar hiervan hebben zij geen gebruik gemaakt. Omdat deze zienswijzen geen standpunt van de indiener over het project bevatten, is het niet mogelijk om deze zienswijzen inhoudelijk te beantwoorden. De zienswijzen Z26, Z36 en Z52 zijn weliswaar tijdig ontvangen, maar ingediend met een voorlopig (Z26) of pro forma karakter (Z36 en Z52). In de voorlopige zienswijze Z26 is aangegeven dat deze in de vergadering van de gemeenteraad van Delft op 11 mei 2021 zal worden bekrachtigd. De hiertoe aangenomen motie is op 17 mei 2021 ontvangen.

Derhalve is deze zienswijze tijdig en bevoegd ingediend. De zienswijzen Z36 en Z52 zijn pro forma ingediend. In verband hiermee hebben de indieners een e-mail ontvangen waarin is aangegeven dat er tot en met dinsdag 25 mei 2021 de gelegenheid is om de zienswijzen inhoudelijk aan te vullen. De indieners van beide zienswijzen hebben hieraan binnen de gestelde termijn voldaan., zodat ook deze ontvankelijk zijn. Zienswijze Z52 is overigens later alsnog ingetrokken. Verder hebben de meeste indieners op het digitale zienswijzenformulier of in hun brief aangegeven op welk ontwerpbesluit hun zienswijze betrekking had. In die gevallen is de eigen opgave gevolgd, behalve als de zienswijze duidelijk óók gericht was op andere — niet-aangekruiste — ontwerpbesluiten. In dat geval is voorgesteld om de zienswijze ook te betrekken bij die andere besluiten. Waar indiener zelf geen opgave deed, is de scope afgeleid uit de strekking van de zienswijze. Andersom zijn er ook zienswijzen waarbij de aangekruiste ontwerpbesluiten geen duidelijke relatie hebben met de inhoud van de zienswijze. Voorgesteld wordt om deze zienswijzen gedeeltelijk niet-ontvankelijk te verklaren, namelijk voor zover deze zienswijzen gericht zijn tegen niet relevante ontwerpbesluiten. Bij de zienswijzen waar dit van toepassing is, is dat met een '!' aangegeven in de beantwoordingstabel en in de verzameltabel in paragraaf 3.3.

6

Conclusie De zienswijzen met de nummers Z01 t/m Z63 zijn tijdig ingediend. Dat geldt niet voor zienswijze Z64. Deze is buiten de termijn ontvangen en daarom niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. Voorts ontbreekt in de zienswijzen Z07, Z23, Z31, Z34, Z37, Z54 en Z55 een standpunt van de indiener c.q. inhoudelijke onderbouwing van de zienswijze, waardoor het niet mogelijk is om ze te beantwoorden. Om die reden wordt voorgesteld om deze zienswijzen in zijn geheel niet-ontvankelijk te verklaren. De indieners van de voorlopige en pro forma zienswijzen Z26, Z36 en Z52 hebben hun respectievelijke zienswijzen binnen de gestelde termijn definitief gemaakt c.q. aangevuld, zodat deze zienswijzen wel ontvankelijk zijn. Zienswijze Z52 is later alsnog door indiener ingetrokken. Het voorgaande betekent dat de zienswijzen met de nummers Z07, Z23, Z31, Z34, Z37, Z54, Z55 en Z64 in zijn geheel niet-ontvankelijk zijn. De overige zienswijzen zijn ontvankelijk, zij het soms niet bij het besluit dat de indiener zelf heeft aangegeven. Alle ontvankelijke zienswijzen zijn in hoofdstuk 3 van deze nota inhoudelijk beantwoord. Tevens is beoordeeld in hoeverre deze zienswijzen aanleiding geven tot aanpassing van het definitieve inpassingsplan bij de besluitvorming door Provinciale Staten dan wel de definitieve beschikkingen in cluster 1 van de verschillende bevoegde gezagen.

De conclusies hierover staan vermeld in paragraaf 3.3 en de indieners van alle zienswijzen zullen hiervan gelijktijdig op de hoogte worden gesteld.

7

3. Zienswijzen, samenvatting en beantwoording 3.1 Inleiding In verband met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn de persoonsgegevens van natuurlijke personen die een zienswijze hebben ingediend, in deze nota geanonimiseerd en voorzien van een uniek nummer. Dit nummer is doorgegeven aan de indieners, zodat zij de beantwoording van hun zienswijze uit de Nota kunnen herleiden. De reactienota met daarin de complete (geanonimiseerde) zienswijzen is opgenomen in een separaat document. Van de 64 ontvangen zienswijzen zijn er 25 ingediend namens een bedrijf, organisatie of vereniging: • C&K Recht (Z02) • Bedrijvenvereniging Uitenhagestraat (Z03) • Drie VvE's nabij Beatrixlaan Delft (Z05/Z12/Z14) • Gemeenteraad en college B&W Den Haag (Z08) • Bewonersorganisatie Transvaal Zuid (Z16) • Bewonersgroep Haagse Beppies (Z17) • Fietsersbond Vlaardingen (Z18) • Vereniging Midden-Delfland (Z21) • Gemeenteraad Delft (Z26) • Heijmans/Stichting Staedion (Z29/Z30) • Turks Islamitisch Culturele Stichting (Z32) • Veiligheidsregio's Haaglanden en Rotterdam-Rijnmond (Z35) • LdM C.V. (Z36) • CMAG (Z42) • Bomenstichting Den Haag (Z44) Natuurlijk Delfland (Z47) • • Den Haag Fossielvrij (Z51) • Gemeente Delft (Z52 — ingetrokken) • Mevlana Restaurant & Pizzeria BV (Z58) • Sekerli Holding BV (Z59) • Energie Samen/Natuur- en Milieufederatie (Z60) • Kebabci Den Haag (Z62)

3.2 Samenvatting en beantwoording van de zienswijzen Leeswijzer In onderstaande tabel zijn alle (ontvankelijke) zienswijzen samengevat en beantwoord. In de bovenste rij van elk nummer is aangegeven tegen welk besluit of welke besluiten de zienswijze volgens indiener is gericht. Daar waar de zienswijze inhoudelijk geen betrekking bleek te hebben op de aangekruiste ontwerpbesluiten, is dat in een afzonderlijke rij toegelicht en voorzien van een uitroepteken (!) Vervolgens zijn de zienswijzen (zonodig) samengevat en van een beantwoording voorzien. Deze beantwoording is gebaseerd op de volledige zienswijze (niet op de samenvatting). Tot slot is onder elke zienswijze in een conclusie aangegeven of er naar aanleiding van de zienswijze aanpassingen worden doorgevoerd in een of meer ontwerpbesluiten. In paragraaf 3.3 is een verzameltabel opgenomen.

8

Z01 Particulier uit Den Haag

I

De zienswijze heeft betrekking op (eigen opgave): • Den Haag: Werken of werkzaamheden uitvoeren De zienswijze heeft inhoudelijk ook betrekking op de besluitvorming over het PIP c.q. de besluiten van de overige bevoegde gezagen. In afwijking van de eigen opgave is de zienswijze betrokken bij de volgende besluiten: • Alle ontwerpbesluiten van alle bevoegde gezagen, Indiener vindt de toegepaste participatiemethoden binnen het Warmtelinq project te mager. Vanuit oogpunt van burgerbetrokkenheid en de beginselen van behoorlijk bestuur moeten binnen het project burgerfora en objectievere participatiemethoden worden toegepast, zoals beschreven in het rapport "Betrokken bij Klimaat" Participatie is een veelgebruikte term met veel verschillende definities. Bij de uitvoering van dit project hanteert de provincie haar participatievisie (https://www.zuid-holland.nl/actueel/participatie/ ) als uitgangspunt. In deze visie is beschreven wat passende participatievormen zijn bij verschillende typen processen. Hierbij wordt het participatiekompas gebruikt als hulpmiddel voor de keuze van de meest passende participatievorm bij een opgave. Het participatiekompas combineert vier vormen van overheidssturing (rechtmatige, presterende, samenwerkende en responsieve overheid) met verschillende vormen van participatie (informeren, raadplegen, samenspel en meewerken). S4 .t .

•

co

"rtt• 4.„ lill '14

e

e --‹',-

SAMENWERKENDE all~

RECHTMATIGE

RESPO N SIEVE 0 2 C,

.).1 ':>?, >

-7i ,

.1.,

0

d.z._ -% 440

b,,,,

,,,,, 0 -1\

k

41

4,

4)le>

:b ti31

Het project omhelst thans het ruimtelijk mogelijk maken van een hoofdtransportleiding voor warmte met de hiervoor benodigde besluiten (vergunningen). Doel is om betrokkenen tijdig en open te informeren over het project en hierover te raadplegen via inspraak. Op de website (https://www.zuid-holland.nlionderwerpen/eneroie/warmtelino-trace-vlaardinoen-den-haao/) staat informatie over het project, maar ook over hoe het proces is ingericht, de mogelijkheden van inspraak, hoe men bezwaar kan maken en hoe aanspraak kan worden gemaakt op bijvoorbeeld planschadevergoedingen. De provincie heeft regelmatig kennisgevingen geplaatst over de genomen besluiten, de inspraak momenten en de vergunningaanvragen. Niet alleen via de formele kanalen van Staatscourant, Provinciaal Blad en Waterschapsblad, maar ook via de lokale huis aan huis bladen in de betrokken gemeenten. Zodoende is bijvoorbeeld in 2020 iedereen in de gelegenheid gesteld om van 17 januari 2020 tot en met 27 februari 2020 te reageren op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau waarin de kaders voor het uit te voeren milieuonderzoek werden bepaald. Ook over de ontwerpbesluiten zijn in de huis-aan-huisbladen en de formele kanalen kennisgevingen geplaatst waarop iedereen van 19 maart tot en met 29 april kon reageren. De digitale bijeenkomsten werden in de kennisgevingen aangekondigd.

In aanvulling daarop zijn door WarmtelinQ BV brieven verzonden 9

naar burgers langs het tracé om mogelijke belangstellenden nog eens extra te wijzen op de digitale informatiebijeenkomsten. Ook op de websites van de betrokken gemeenten is melding gemaakt van de besluiten en de digitale bijeenkomsten. Het liefst waren deze bijeenkomsten fysiek in de wijken en buurten zelf gehouden. De Covid-19 maatregelen noopten echter tot digitale bijeenkomsten. In deze digitale bijeenkomsten is naast een toelichting op het project ook gewezen op de tervisielegging van alle ontwerpbesluiten en de mogelijkheid om daarop te reageren. Door het indienen van een zienswijze op stukken die ter inzage liggen, heeft u uw inbreng gegeven op de in voorbereiding zijnde - en dus nog te nemen - besluiten. Uw zienswijze maakt dus deel uit van de participatiemogelijkheden die u zijn en worden geboden. Al met al zijn wij van mening dat de provincie en de overige bevoegde gezagen voldoende communiceren en voldoende ruimte geven aan inspraak op dit ingewikkelde project. Het proces daarvoor is gestart in december 2019 met het besluit van provinciale Staten om een provinciaal inpassingsplan op te stellen, een mer procedure te volgen en de provinciale coördinatieregeling van toepassing te verklaren, maar dit staat uiteraard niet los van het meer omvattende proces voor de warmtetransitie in Zuid-Holland, dit in de tussentijd niet stil staat.

In het rapport "Burgerbetrokkenheid bij Klimaatbeleid" uit maart 2021 wordt geconcludeerd dat er meer onderzoek nodig is naar de inzet van verschillende vormen van burgerbetrokkenheid en naar effectieve participatie en het formuleren van mogelijke verbeterpunten in de huidige betrokkenheid van burgers bij het klimaatbeleid. Het burgerforum heeft de potentie om burgers beter te betrekken bij het vormgeven en uitvoeren van klimaatbeleid in Nederland. Voorwaarde is wel dat aan bepaalde randvoorwaarden wordt voldaan. De provincie en de betrokken bevoegde gezagen volgen met belangstelling de reacties op dit rapport en eventuele vervolgonderzoeken om te zien in hoeverre de uitkomsten in het verdere vervolg van het project of bij andere initiatieven kunnen worden toegepast. In de tussentijd gaan de provincie en de overige bevoegde gezagen op de ingeslagen weg voort. Daarbij is ook een belangrijke rol weggelegd voor de initiatiefnemer. WarmtelinQ BV heeft samen met de gemeenten het voortouw in de communicatie naar de bur gers over de inhoud van het project en de gevolgen daarvan voor omwonenden. Dit zal vooral belangrijk zijn in de uitvoeringsfase, wanneer overlast wordt ervaren door de aanleg werkzaamheden. Over de groene herinrichtingsplannen zal in gesprek worden gegaan met omwonenden en belangenorganisaties.

De aanleg van de hoofdtransportleiding biedt mogelijkheden voor het aanleggen van nieuwe lokale distributienetten. Deze lokale warmtenetten zorgen voor aansluitingen van afnemers - dat kunnen cooperaties, burgerwoningen, bedrijven, kantoren zijn. De verschillende gemeenten werken momenteel uit waar en wanneer lokale warmtenetten wenselijk zijn. Eind 2021 hebben alle gemeenten een Warmtevisie opgesteld, die hier meer inzicht in zal kunnen bieden. De hoofdtransportleiding heeft dus nu nog geen directe impact op de warmtevoorziening voor inwoners van een gemeente. Dat komt pas als er een nieuw lokaal warmtenet wordt aangelegd of als de gemeente voor andere lokale oplossingen wil kiezen. Ook in dit gemeentelijke proces zal ruimte zijn voor samenspel met wijk- of burgerinitiatieven. Hierover zal tezijnertijd door de gemeenten worden gecommuniceerd.

Conclusie De zienswijze heeft geen gevolgen voor de ontwerpbesluiten in deze procedure.

202

R&K Recht, Den Haag De zienswijze heeft betrekking op (eigen opgave): • Den Haag: Werken of werkzaamheden uitvoeren • Den Haag: Tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan voor aanleg werkstroken en werkwegen • Den Haag: Vellen of doen vellen van houtopstanden De zienswijze heeft inhoudelijk ook betrekking op onderwerpen uit het PIP c.q. Combi-MER In afwijking van de eigen opgave is de zienswijze betrokken bij de volgende besluiten: • Ontwerpbesluiten Den Haag • Ontwerp-PIP/Combi-MER

10

Indiener kan zich niet verenigen met de ontwerpbeschikking van de gemeente Den Haag voor dit grootschalige project waarvoor ook 110 bomen moeten worden geveld. De zienswijze heeft betrekking op de volgende aspecten: 1. Uit de effectbeoordeling blijkt onder meer dat tijdens de aanlegfase op enkele locaties een geluidbelasting optreden van meer dan 80 dB(A) en op andere plekken een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 60 dB(A) tijdens reguliere werktijden. Daarom vreest indiener extreme overlast van licht en geluid door in en uitrijdend verkeer en de opslag van materiaal en materieel, de aanvoer van leidingdelen en laswerkzaamheden; De nieuwe warmtetransportleiding is bedoeld voor de transport van restwarmte naar lokale warmtenetten, zodat daarmee woningen duurzaam kunnen worden verwarmd. Dit project is zo belangrijk voor het behalen van de klimaatdoelen dat enige overlast, of tijdelijke aantasting van groen tijdens de aanlegfase, wordt geaccepteerd. Bovenmatige overlast zal zoveel als mogelijk worden voorkomen. Ook zullen u en de andere bewoners vooraf duidelijk worden geinformeerd over de uitvoering van de werkzaamheden. De aangehaalde waarde van 80 dB (A) betreft een maximumbelasting die zich op piekmomenten voordoet. maar dit betreft geenszins een langdurige emissie en belasting op nabij gelegen gevels. 2.

Indiener vreest dat zijn onderneming onbereikbaar zal zijn voor rijdend verkeer omdat klanten veelal van buiten de wijk komen en de werkstroken en het bouwverkeer zelf leveren ook hinder op. Bovendien zal tijdens de werkzaamheden de parkeerdruk nog hoger worden; Indien een ondernemer tangs het tracé van de warmtetransportleiding minder omzet of inkomsten geniet door werkzaamheden, genomen besluiten of andere activiteiten van de gemeente, bijvoorbeeld omdat het bedrijf hierdoor minder goed of helemaal niet bereikbaar is, dan kunt u hiervoor nadeelcompensatie aanvragen. De schade moet hierbij boven het normale maatschappelijke risico of het normale ondernemersrisico uitkomen. Voor nadeelcompensatie geldt daarom een drempelbedrag van 8% van de gemiddelde omzet over de afgelopen 3 jaren. Pas boven dit bedrag heeft men mogelijk recht op een vergoeding van verlies aan omzet of inkomsten. Denkt men omzet/inkomstenverlies te hebben door een project of werkzaamheden vanuit de gemeente ten aanzien van de warmtetransportleiding, dan moet men bij het verzoek tot nadeelcompensatie de relatie tussen de omzetdaling/inkomstenverlies en de werkzaamheden of het project aantonen. Meer informatie voor ondernemers op het grondgebied van Den Haag kan gevonden worden op: https://www.denhaag.n1/111/meldingen/meldingen-schadelvergoeding-nadeelcompensatie-aanvragen.htm. 3.

Indiener wijst erop dat ook de Verkenning Mobiliteit Transvaal Schilderswijk-West impact heeft op de wijk en vraagt hoe beide plannen zich tot elkaar verhouden; Beide projecten hangen niet met elkaar samen. De Verkenning Mobiliteit Transvaal Schilderswijk-West brengt in kaart wat de knelpunten zijn ten aanzien van de bestaande verkeerssituatie in de wijk voor alle verkeersgroepen. Doel is om hier te inventariseren waar en hoe deze situatie blijvend verbeterd kan worden en hoe dit een bijdrage kan leveren aan de leefbaarheid van de wijk. Het Warmtelinq project heeft daarentegen geen blijvende effecten voor het verkeer en beoogt deze ook niet. Het betreft het realiseren van een ondergrondse pijpleiding. Ten tijde van de bouwfase kan dit tijdelijk gevolgen hebben voor de situatie ter plaatse maar na het afronden van de werkzaamheden leidt dit niet tot permanente effecten op de verkeerssituatie 4. In de ruimtelijke motivering staat niet duidelijk beschreven hoe de straten na de werkzaamheden worden heringericht; Dit is juist. De inrichting na de werkzaamheden maakt geen onderdeel uit van de ruimtelijke onderbouwing en dat hoeft ook niet. De herinrichtingsplannen zijn separaat van de ruimtelijke onderbouwing onderdeel van de vergunning. 5. Ook wordt niet beschreven hoe de communicatie en participatie heeft plaatsgevonden.

Er kunnen ook maatwerkvoorschriften worden vastgesteld om nadelige gevolgen van de plannen zoveel mogelijk te beperken, maar dat kan alleen in samenspraak met lokale partijen; 11

Zie Z01 voor de beantwoording inzake communicatie en participatie. In de uitvoeringsfase wordt concreter bekend waar, wanneer en hoe lang er werkzaamheden uitgevoerd gaan worden die effecten hebben op buurten en wijken. De aannemers zullen daartoe een BVC (Bereikbaarheid, Veiligheid en Communicatie)-plan moeten opstellen, waarin ook aandacht wordt geschonken aan bereikbaarheid en communicatie. De gemeente Den Haag moet haar goedkeuring geven aan het plan. Omdat dit aspect ten tijde van de uitvoering aan bod zal komen, zullen in de omgevingsvergunning geen `maatwerkvoorschriften' worden opgenomen. 6.

Er wordt onvoldoende stil gestaan bij de nadelige effecten voor de omgeving. Indiener pleit voor een deugdelijke en afdwingbare compensatieregeling of in elk geval de bedrijven te compenseren voor de nadelige effecten van het plan en de omgeving daarover te informeren. Indiener verwacht minstens zelf gecompenseerd te worden voor de schade die wordt aangericht. Een project specifieke compensatieregeling is geen onderdeel van dit project. Een dergelijke regeling is niet vereist en het ontbreken daarvan is om die reden geen gebrek in een vergunning. Voor nadeelcompensatie verwijzen wij naar het antwoord onder 2 van deze zienswijze.

Conclusie De zienswijze heeft geen gevolgen voor de ontwerpbesluiten in deze procedure.

Z03

Bedrijvenvereniging Uitenhagestraat, Den Haag De zienswijze heeft betrekking op (eigen opgave): • Den Haag: Werken of werkzaamheden uitvoeren • Den Haag: Tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan voor aanleg werkstroken en werkwegen De zienswijze heeft inhoudelijk ook betrekking op onderwerpen uit het PIP c.q. Combi-MER. In afwijking van de eigen opgave is de zienswijze betrokken bij de volgende besluiten: • Ontwerpbesluiten Den Haag • Ontwerp-PIP/Combi-MER Indiener dient namens de bedrijvenvereniging Uitenhagestraat (ruim 30 ondernemingen) in de wijk Transvaal een zienswijze in. De vereniging heeft met verbazing kennis genomen van het feit dat de leiding onder andere onder de rijbaan van de Uitenhagestraat komt te liggen. Dit za► leiden tot veel overlast en veel of zelfs alle bedrijven op het terrein voor langere periode onbereikbaar maken. De schade door beperkingen in de toelevering en voor klanten is niet te overzien, terwijl klandizie van levensbelang is voor bedrijven die al getroffen zijn door de huidige coronacrisis. De vereniging vraagt daarom om af te zien van de voorgenomen plannen en te onderzoeken of er geen betere alternatieven zijn, gelet op de bereikbaarheid van de bedrijven en het voorkomen van overlast. Ten behoeve van de besluitvorming over het leidingtracé is onder meer een milieueffectonderzoek (MER) uitgevoerd.

Uiteindelijk is een keuze gemaakt op basis van informatie uit het Combi-MER (milieueffecten) en op basis van economische (kosten), technische (beschikbare techniek, uitvoeringstijd) en andere maatschappelijke overwegingen (draagvlak). Zie verder ook de beantwoording onder Z08, nummer 11. Zie voor de beantwoording van de aspecten overlast en nadeelcompensatie, de antwoorden bij Z02, nummers 1 en 2.

Conclusie De zienswijze heeft geen gevolgen voor de ontwerpbesluiten in deze procedure.

12

Z04

Particulier uit Den Haag De zienswijze heeft betrekking op (eigen opgave): • Geen opgave De zienswijze heeft inhoudelijk betrekking op onderwerpen uit het PIP c.q Combi-MER. Daarom is de zienswijze betrokken bij de volgende besluiten. • Ontwerp-PIP/Combi-MER Indiener vreest voor herhaling van financieel debacle in Rotterdam en plaatst vraagtekens bij de technische en financiële uitvoerbaarheid van een regionaal warmtetransportsysteem. Er is bij de inwoners van Den Haag onvoldoende draagvlak voor deze ontwikkeling en ook de gemeente is niet bereid om te investeren. Door de geringe animo staat de overlast niet in verhouding tot het aantal aansluitingen. Daarom kan beter worden gekozen voor een ringleiding om de stad waardoor nieuwbouw makkelijker kan worden aangesloten en de aanleg minder overlast geeft. Het toekomstige Warmtetransportnet Zuid-Holland en levert een belangrijke bijdrage aan de energietransitie in de provincie Zuid-Holland. De provincie is er van overtuigd dat een regionaal warmtetransportsysteem de meest maatschappelijk betaalbare oplossing is. Warmtetransitie in de gebouwde omgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De energietransitie kan alleen slagen als er wordt samengewerkt en dat geldt zeker voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving.

Niet alleen het njk en de provincie, maar ook de gemeenten, (toekomstige) afnemers, Gasunie, warmtebedrijven hebben daarin een rol, zelfs bewoners die op gas blijven of kiezen voor elektrificeren. De financiële en inhoudelijke verantwoordelijkheid staan daarbij niet los van elkaar, maar hoeven ook niet samen te vallen. Gemeenten zijn niet financieel verantwoordelijk. De provincie draagt naar vermogen bij, maar kan en moet ook niet de hele financiële verantwoording dragen. De samenwerking is er juist bij gebaat, dat allen ook een belang hebben bij het slagen van WarmtelinQ. Ook als er een ringleiding om de stad wordt gelegd, zal de warmte nog steeds via leidingen de stad in moeten worden gebracht. Ook dan gaat het om grotere afstanden waarvoor ook aanlegwerkzaamheden nodig. De overlast zal daardoor niet minder zijn.

Conclusie De zienswijze heeft geen gevolgen voor de ontwerpbesluiten in deze procedure.

Z05

WE Adama van Scheltemaplein 1-96 Delft De zienswijze heeft betrekking op (eigen opgave): • Delft: Werken of werkzaamheden uitvoeren • Delft: Tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan voor aanleg werkstroken en werkwegen • Delft: Aanleggen, beschadigen en veranderen van wegen • Delft: Vellen of doen vellen van houtopstanden De zienswijze heeft inhoudelijk ook betrekking op onderwerpen uit het PIP c.q. Combi-MER. In afwijking van de eigen opgave is de zienswijze betrokken bij de volgende besluiten: • Ontwerpbesluiten Delft • Ontwerp-PIP/Combi-MER Indiener maakt namens de VvE bezwaar tegen ligging onder wegberm Pr. Beatrixlaan. Daardoor verdwijnt een groene buffer met bomen en bosschages, treedt er meer geluidsoverlast en blootstelling aan fijn stof en CO2 uitstoot op. Gewezen wordt op drie alternatieve tracés langs de Beatrixlaan: de grasstrook parallel grenzend aan het asfalt van de Beatrixlaan; direct onder het fietspad en een alternatief aan de andere zijde van de Beatrixlaan (de Buitenhof-zijde). En anders is een geluidswal en compenserend groen nodig. De geschetste ligging in de strook tussen de sloot langs het appartementencomplex en het fietspad is niet correct. Op deze locatie komt de leiding volledig onder de Pr. Beatrixlaan te liggen. Voor dit tracédeel worden ook géén bomen gekapt (volgens de Bomeneffectanalyse (BEA)). Wel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11166269/1