RIS311410 Bijlage
Tekst van het document
LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET
Architectonische beeldkwaliteit
AMBITIE Voor nieuwe buitenplaatsen en hun (hoofd-) gebouwen kan de geschiedenis leerzaam zijn voor een goed begrip van het type landschap en architectuur. De rijkdom aan middelen die werd ingezet om tot fraaie inrichting en architectuur te komen dient ter inspiratie; niet met de bedoeling om deze na te volgen, maar de begrippen te interpreteren en in te zetten bij de ontwerpopgaven Ook hier geldt: voor nieuwe buitenplaatsen kunnen de verschillende karakteristieken van hoofdgebouw en bijgebouwen, evenals de karakteristieke verschillen tussen soorten bijgebouwen onderling als inspiratie dienen. Aangezien bijgebouwen in een eigentijdse buitenplaats doorgaans een andere functie zullen hebben dan in een oude buitenplaats, is een andere architectonische verhouding tot het hoofdgebouw ook denkbaar en wordt die dus ook niet uitgesloten. Blijft staan als richtlijn: een herkenbaar onderscheid tussen hoofdgebouw en bijgebouw(en), door afmetingen, positionering, en/of architectuur. Van bijgebouwen kunnen verschillende typen worden benoemd. Onderscheiden kunnen worden de bijgebouwen met een specifieke functie, in dienst van het hoofdgebouw en zijn bewoners: bergingen, stallen en koetshuizen, portiers- en hovenierswoningen of -verblijven als functionele bijgebouwen.
Daarnaast zijn er categorieën van bijgebouwen die puur het plezierige verblijf dienden, van de theekoepeltjes tot en met de ware ‘follies’. Hoewel de bebouwing op de buitenplaats volgzaam is op de landschappelijke inrichting is de architectonische expressie van (met name) het hoofdgebouw juist contrasterend
Symbiose en contrast met de omgeving
Hoofdgebouw is alzijdig, maar met duidelijke voorkant richting de Vliet
Architectonische samenhang binnen het bouwwerk
Bijgebouwen kunnen ook follies of moderne theekoepels zijn
Hoofdgebouw heeft een kloeke uitstraling
Reliëf in de gevel heeft architectonische meerwaarde
Bijgebouwen zijn door positie en afmetingen te onderscheiden van het hoofdgebouw
Materialen van het hoofdgebouw contrasteren met de omgeving
Materialen zijn hoogwaardig 33
LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET
met de omgeving. De relatie met de tuin en landschap vindt voornamelijk plaats via (wederkerig) zicht. Qua materiaal en vorm is de architectuur juist contrastrerend, met opvallende materialen en een kloeke vorm. Anders dan bij de oude buitenplaatsen zullen eventuele bijgebouwen niet per definitie dienstbaar zijn aan het hoofdgebouw. Bijgebouwen kunnen bijvoorbeeld zelfstandige vrijstaande woningen zijn. In ruimtelijke zin zal echter, om te beantwoorden aan de typologie van de buitenplaats, toch vanuit een hiërarchie ontworpen moeten worden. BEELDKWALITEITREGELS Voor de architectuur is de welstandsnota (2017) van de gemeente Den Haag leidend. Hierin worden de algemene criteria voor alle bouwwerken in de gemeente beschreven (ABC).
A. Een bouwerk vertoont samenhang op alle schaalniveaus: in materialen, kleuren en detaillering, in geleding en verhoudingen, in volumeopbouw en schaal, en in de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan. B. Indien er sprake is van een bouwwerk in een beschermd stadsgezicht, leidt het bouwwerk tot behoud of versterking van de architectonische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden daarvan. C. Indien er sprake is van een bouwwerk in, aan, of bij een monument, respecteert het bouwwerk de architectonische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden daarvan en leidt het tot behoud of versterking van deze waarden.
Voor de de buitenplaatsen aan de Vliet gelden daarnaast nog gebiedsspecifieke criteria met betrekking tot de architectuur: Hoofdgebouw: » Het hoofdgebouw is ‘alzijdig’ maar met een duidelijk als zodanig ontworpen front dat gericht is naar de Westvlietweg » De alzijdigheid uit zich in de kwaliteit van alle gevels en bovendien in de wijze waarop ‘om de hoek’ is ontworpen. Gevel(compositie) » Reliëf in de gevels heeft architectonische meerwaarde. Van negge tot en met portiek of aangehangen balkon: zij zijn niet alleen functionele toevoegingen maar ook overtuigend onderdeel van de architectonische compositie.
Bijgebouwen & Follies » Bijgebouwen staan los en op gepaste afstand van het hoofdgebouw en zijn door hun positionering duidelijk te onderscheiden van het hoofdgebouw » In de regel zijn bijgebouwen door hun afmetingen te onderscheiden van het hoofdgebouw » Architectonische middelen ondersteunen de hiërarchie, werken deze in elk geval niet tegen. » Architectonische middelen, kleuren en materialen brengen een zekere samenhang tot stand die aannemelijk maakt dat alle gebouwen behoren bij dezelfde buitenplaats
Materialen en kleuren » Materialen zijn hoogwaardig en duurzaam in de breedste zin van het woord. Kunststof beplating, kunststof ramen, deuren en kozijnen, kunststof dakgoten en hemelwaterafvoeren zijn uitgesloten. » Groene daken en gevels kunnen onderdeel zijn van de architectuur. Aandachtspunt daarbij is dat de ‘voorgevel’, zichtbaar vanaf de Westvlietweg, de noordzijde is en dus veel schaduw heeft. » Kleuren zijn onderdeel van de compositie van het gehele gebouw en van het gebouw in zijn omgeving. Aspecten als harmonie en contrast spelen een rol in de kleurcompositie. Van zowel toegevoegde kleur als eigen kleuren van materialen moet de veroudering in ogenschouw worden genomen.
34
LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET
Hierarchie in verdiepingshoogte
Geleding in de gevel
Prominente daklijst of daklijn
Gebouw is samen ontworpen met het landschap
Verschil in hierarchie tussen hoofd- en bijgebouw en verschil tussen utilitair en follykarakter
Een bel-etage toepassen is een mogelijkheid
Symmetrie
De voorgevel is ondergeschikt aan de verhouding van de kavel gezien vanaf de vliet
35
LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET
Maatvoering hoofd en bijgebouwen
AMBITIE Het hoofdgebouw is vanzelfsprekend het belangrijkste gebouw op het kavel, en door positionering, oriëntatie, maat, schaal en / of enscenering duidelijk te onderscheiden van de bijgebouwen. BEELDKWALITEITSREGELS » Er is sprake van één hoofdgebouw, met een representatieve zijde aan kant van de Vliet. » Het bebouwingspercentage van het kavel is maximaal 5% / De FSI van alle gebouwen gezamenlijk is maximaal 15% (3 lagen x 5%) » De uiterste hoogte van de bebouwing is 15-20m » Het hoofdgebouw staat in het voorste gedeelte van het kavel, zichtbaar vanaf de Vliet. De maximale afstand van de voorgevel wordt bepaald door de kijkhoek (60 graden) vanaf beide hoekpunten van het kavel, zodat een fietser op de Westvlietweg de buitenplaats altijd in het blikveld heeft (ca. 120 graden) » De minimale afstand tot de voorste perceelsgrens is 15m zodat er voldoende groene ruimte voor het hoofdgebouw is » Het hoofdgebouw raakt de symmetrieas van het kavel, maar staat niet persé evenwijdig aan de Vliet (verdraaiingen zijn mogelijk) » Het hoofdgebouw beslaat maximaal 1/4e van de breedte van het kavel (er is zodoende altijd meer dan 1,5x de afstand tussen de bebouwing en de kavelgrens dan dat het gebouw breed is) » Bijgebouwen staan niet in de zichtdriehoek van het hoofdgebouw.
Er is één hoofdgebouw
Hoofdgebouw is zichtbaar voor fietsers vanaf de Vliet (zicht 60 graden)
Hoofdgebouw raakt de symmetrie-as van het kavel
Verhouding voorgevel kavelbreedte minimaal 1:4
Bijgebouwen zijn in algemene zin ondergeschikt aan het hoofdgebouw
Bijgebouwen blokkeren het zicht op het hoofdgebouw niet 36
LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET
Voorbeeldinvullingen Voorbeeldinvullingen van een kavel (ca. 90x270m) » Verhoogd hoofdgebouw op gepaste » afstand van de Vliet
» Hoofdgebouw in groene zone » dicht aan de Vliet
» Bijgebouwen in landschappelijke » setting achter het hoofdgebouw
» Slingervijver als » waterberging
Compositie van een nieuwe buitenplaats met het hoofdgebouw vooraan op het kavel en bijgebouwen op het achterterrein binnen een landschappelijke stijl met slingervijver, groene zoom en solitaire bomen. » Hoofdgebouw: 1.000 m2 beb% 4,1 » Bijgebouwen: 2.040 m2 far 12,5 » Kavel: 24.300 (90x270m)
Compositie van een nieuwe buitenplaats met het hoofdgebouw op enige afstand van de Vliet, met bijgebouwen aan weerzijde in de flanken van het kavel, verscholen in een groene zoom. Gemengde stijl van de inrichting met een rand in de landschapsstijl met formele architectonische tuinelementen bij het hoofdgebouw. » Hoofdgebouw: 880 m2 » Bijgebouwen: 2.240 m2 » Kavel: 24.300 (90x270m)
beb% 4,2 far 12,8
37
LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET
Voorbeeldinvullingen van een kavel (ca. 90x270m) Hoofdgebouw gedraaid t.o.v. de weg
hoofdgebouw asymmetrisch op kavel
specifieke zonering van natuur
appartementen als bijgebouwen achter op kavel
formele tuininrichting
open zichtlijnen naar hoofdgebouw en naar andere buitenplaatsen Bosvilla’s langs rand van het kavel in een boszoom
Compositie van een nieuwe buitenplaats met het hoofdgebouw, langgerekt en hoog (5 lagen) asymmetrisch op het kavel binnen een formele tuininrichting met assen, spiegelvijvers, boomgaarden en lanen. Bijgebouwen in groene zoom achter op het kavel. » Hoofdgebouw: 800 m2 beb% 2,8 » Bijgebouwen: 1.260m2 far 8,4 » Kavel: 24.300 (90x270m)
Compositie van een nieuwe buitenplaats met het hoofdgebouw gedraaid op de kavel met doorzichten naar verschillende kanten. Bijgebouwen staat gecluster achter op het kavel. De tuin heeft voornamelijk een landschappelijke inrichting met een aantal formele tuinelementen in de nabijheid van het hoofdhuis. » Hoofdgebouw: 1.650 m2 beb% 4,9 » Bijgebouwen: 1.970 m2 far 14,7 » Kavel: 24.300 (90x270m) 38
LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET
Toelichting op een aantal ontwerpaspecten
Ensemble: De nieuwe buitenplaats respecteert de karakteristiek van het gebied met de afwisseling tussen open doorzichten, buitenplaatsen en bebouwingsvelden. De ontwikkeling van nieuwe buitenplaatsen zorgen dus niet dat àlle polderslagen dichtgezet worden, maar dat er tussen buitenplaatsen open doorzichten blijven bestaan.
Kavel: De afmetingen van de nieuwe buitenplaats passen binnen de totale landgoederenzone. Een kavel met buitenplaats is daarom minimaal 2 polderslagen breed zodat gebouw en landschap in verhouding binnen de context passen. 39
LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET
Toelichting op een aantal ontwerpaspecten
Tuin: De buitenplaats bestaat niet uit individuele kavels met individuele tuinen, maar uit een integraal ontworpen geheel van bebouwing en landschap. Individuele woningen hebben maximaal 7 meter tuin rondom de woning als overgang tussen privaat en toegankelijk terrein.
Bebouwing: De FAR van 15% heeft als resultaat dat bij een groot hoofdgebouw de bijbebouwing beperkt is. Ook een klein hoofdgebouw is toegestaan (met evt. grotere bijgebouwen) indien door architectonische middelen en positie en compositie duidelijk wordt wat het onderscheid is tussen hoofd- en bijgebouwen.
Bebouwing: Bijgebouwen staan op de buitenplaatsen in de Vlietzone niet in het zicht van het hoofdgebouw, maar achter of naast het hoofdgebouw zodat het zicht op het hoofdgebouw in geen geval wordt ontnomen door de positionering van bijgebouwen. 40
LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET
geraadpleegde bronnen Boeken, Documenten & Sites »
Bosch Slabbers & Maan (2010), Het geheim van Haaglanden
»
Buitenhuis, T. [red.] (1988), Buitenplaatsen langs de Vliet en omgeving
»
Digitale bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, Monumenten in Nederland https://www.dbnl.org/tekst/ sten/009monu10_01sten009monu10_01_0176.php
»
»
Gemeente Den Haag (2013) Gebiedsperspectief A4/ Vlietzone & Stimuleringskader landgoederen
»
Gemeente Leidschendam-Voorburg (2011), Cultuurhistorische analyse Vlietoevers https://www.lv.nl/file/630/download
» »
Historische vereniging Voorburg (2018) De Vliet langs leidschendam en Voorburg: van de Vlietlanden tot de Hoornbrug. Jaargang 24, 2018, nummer 1-2.
»
H+N+S Landschapsarchitecten (2016) Hollands buiten – Ruimtelijk beleid landgoederenzone
» »
Landgoed en Buitenplaats https://www.landgoedenbuitenplaats-zh.nl
»
Provincie Zuid Holland, (2016) Beleidsvisie cultureel erfgoed 2017-2020
» »
Rijksdienst voor Cultureel erfgoed https://cultureelerfgoed.nl
» »
Toen Leidschendam-Voorburg https://wiki.toenleidschendam-voorburg.nl/wiki/Voorburg
»
Vroom M.J. (2005), Lexicon van de tuin- en landschapsarchitectuur, Wageningen
41