CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311410 Bijlage

Gemeenteraad 21 april 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief: Ruimtelijke en programmatische thema’s met wensen voor de Vlietzone (RIS310377)10.555 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT

BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

1

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

Conceptversie in opdracht van de Gemeente Den Haag Erfgoedtafel Landgoederen, Provincie Zuid Holland september, 2019

mdbs

matthijs de boer stedenbouw b.v. 2e ijzerstraat 2 3024 cx rotterdam 010 2189845

info@mdbs.nl www.mdbs.nl

I.s.m. dr. Heimerick M.J. Tromp cultuurhistoricus, buitenplaatsdeskundige en lid van de commissie Welstand en Cultureel Erfgoed van de gemeente Wassenaar en Voorschoten dr. Gerrie M. Andela architectuurhistorica, publiceert en adviseert op het gebied van architectuur, stedenbouw, landschap en cultureel erfgoed

2

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

Inhoudsopgave 1.

Inleiding p.5 Aanleiding Doel Status Leeswijzer

2.

Beleidskaders p.6 Gemeentelijk beleid Provinciaal beleid

3.

Een zegepralende Vliet p.9

4.

Ruimtelijke karakteristieken bestaande buitenplaatsen Landschap Ensemble Tuin(inrichting) Architectuur Maatvoering & positie Toegang en parkeren

p.14

5.

Beeldkwaliteitambities & spelregels nieuwe buitenplaatsen Beeldkwaliteit landschap Beeldkwaliteit kavel & ensemblewaarde Beeldkwaliteit tuin Architectonische beeldkwaliteit Maatvoering

p.28

Voorbeeldinvullingen p.37 Bronvermelding p.41

3

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

proloog Het antwoord op de vraag hoe je in de Vlietzone van Den Haag nieuwe buitenplaatsen zou moeten bouwen zou simpel kunnen luiden: “Maak er iets moois van!” Daarbij ga je dan uit van een paar veronderstellingen: namelijk dat er bij initiatiefnemers, grondeigenaren, projectontwikkelaars, architecten en bouwers ook de wil is om het mooist denkbare plan te ontwerpen en te realiseren, dat er daarvoor niet alleen voldoende ambitie is maar ook voldoende kwaliteit in het planteam, dat er inzicht is in de karakteristiek en de geschiedenis van de Vlietzone met haar historische buitenplaatsen en dat er een zinnig programma met eigentijdse architectuur kan worden gerealiseerd dat rekening houdt met al die andere factoren. Tegelijkertijd is het fair om wel te benoemen dat de Vlietzone niet een aaneenschakeling is van prachtige buitenplaatsen waar alles wat afwijkt direct uit de toon valt. In tegendeel, de Vlietzone biedt een grote variatie aan landschappelijke en architectonische kwaliteiten, aan bebouwingstypen, aan functies, schaal en dichtheid, aan infrastructuur en verkavelingen. Anderzijds, de ontwikkelingsgeschiedenis is nog leesbaar, kwaliteiten en sferen zijn herkenbaar en voelbaar. Maar die sfeer is kwetsbaar, door diezelfde grote variatie. Het aantal bestaande (historische) buitenplaatsen is niet groot genoeg om over de lengte van de Westvlietweg het beeld te domineren.

Nieuwe ontwikkelingen kunnen de Vlietzone maken of breken. Er is de gemeente Den Haag veel aan gelegen om de Vlietzone te versterken, niet in de laatste plaats vanwege het voornemen de Westvlietweg als verkeersverbinding voor auto’s te downgraden tot bestemmingsverkeer

en er vooral een aantrekkelijke (recreatieve) fietsroute van te maken. Dit document wil een handvat bieden voor het ontwerpen en bouwen van nieuwe buitenplaatsen in de Vlietzone. Het document wil inspireren en instrueren. Door te laten zien wat de kwaliteiten van de Vlietzone zijn. Door te beschrijven hoe de buitenplaatsen in de geschiedenis van het gebied tot stand zijn gekomen en waarom ze waardevol zijn. Als daardoor het begrip ‘Buitenplaats’ wordt verhelderd, in combinatie met waardering voor de Vlietzone als gebied, is er een doel bereikt. Vervolgens worden er in woord en beeld richtlijnen geformuleerd voor het bouwen in de Vlietzone, met name de nagestreefde ‘Nieuwe Buitenplaatsen’. Zodat die in positieve zin zullen bijdragen aan de beleving van de Vlietzone, en er een nieuwe, interessante historische laag aan toevoegen. Het gaat daarbij om kwalitatieve en kwantitatieve spelregels in onderlinge samenhang. Die onderlinge samenhang is essentieel. Je maakt van een slecht ontwerp geen goed ontwerp door het kleiner of groter te maken. Maar hoeveelheden, zoals afmetingen van gebouwen ten opzichte van afmetingen van een kavel, zijn wel heel bepalend voor hoe een gebouw zich in zijn omgeving gedraagt. De richtlijnen zijn genoteerd als handvat bij de toetsing van bouwplannen - en dat is altijd maatwerk. Het document is bedoeld als aanvulling op de welstandsnota.

Om bouwinitiatieven ‘aan de voorkant’ in goede banen te leiden. Om de Vlietzone binnen de mogelijkheden die zich aandienen duurzaam te verfraaien.

De Vliet bij Hofwijck

Matthijs de Boer, september 2019 2

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

1. Inleiding AANLEIDING

DOEL

De Vlietzone is een spannend gebied met grote contrasten: van de grote schaal van het snelwegenlandschap tot de kleine schaal van de oude polderverkaveling en landgoederen aan weerszijden van de Vliet. Een gebied waarin de fascinerende ontwikkeling van de infrastructuur, van Vliet met trekschuit tot en met doorkruisende spoorlijnen en snelwegen zichtbaar is. Doordat verschillende tijdslagen over elkaar heen vallen ontstaan mooie contrasten, maar ook fricties. Het is ook een gebied dat in beweging blijft; de stedelijke druk op Den Haag zal hier ook zijn uitwerking krijgen. Voor het gebied geldt nu een beheersverordening om huidige kwaliteiten te borgen en toekomstige ontwikkelingen niet te belemmeren.

Om sturing te kunnen geven aan bouwinitiatieven in de zone langs de Vliet is een kader nodig met spelregels en beeldkwaliteitseisen, voortbouwend op de bestaande kaders. De rijke (erfgoed) historie van het gebied vormt een belangrijke inspiratiebron hierbij. Ook dient het beeldkwaliteitsplan als toetsingsinstrument voor de welstandscommissie.

De landgoederenzones, die verbonden is aan de Vliet, is één van de kwaliteiten die versterkt moet worden. In het erfgoedbeleid van de provincie Zuid Holland is het versterken van de landgoederenzone ook één van de speerpunten. De bouw van nieuwe buitenplaatsen is in beperkte mate mogelijk in de Vlietzone. Om de cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteiten te borgen behoeven de huidige kaders een nadere invulling.

STATUS Dit beeldkwaliteitplan is een aanvulling op de gemeentelijke welstandsnota en een verdere uitwerking van het vigerende stimuleringskader nieuwe landgoederen (zie volgende hoofdstuk). LEESWIJZER Dit document bestaat uit een aantal onderdelen. Hoofdstuk 2 toont het relevante beleid op gemeentelijk en provinciaal niveau. Hoofdstuk 3 schetst de cultuurhistorische geschiedenis van de buitenplaatsen rondom de Vliet. Hoofstuk 4 geeft de ruimtelijke karakteristieken van de (bestaande) landgoederenzone en de individuele buitenplaatsen. Hoofdstuk 5 bevat de feitelijke spelregels en beeldkwaliteitseisen, die houvast bieden bij het ontwerpen van een nieuwe buitenplaats.

Topografische kaart van het onderzoeksgebied ‘Landgoederenzone’ (zwart gestippelde lijn) rondom de Vliet.

5

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

2. Beleidskaders GEMEENTELIJK BELEID

BEHEERSVERORDENING VLIETZONE (2011) De beheersverordening is het planologisch toetsingskader voor initiatieven in het gebied tussen de Vliet en de A4. De reden dat een beheersverordening in 2011 is opgesteld is dat er geen (grote) ontwikkelingen vanuit het gebied werden voorzien. Met de beheersverordening wordt de potentie als toekomstig stedelijk ontwikkelingsgebied behouden en wordt tegelijkertijd verrommeling tegengegaan. De beheersverordening is op 5 januari 2012 in werking getreden. GEBIEDSPERSPECTIEF A4/VLIETZONE (2013) Het gebied heeft door haar strategische ligging - centraal in de Randstad - op de lange termijn potenties om Den Haag als onderdeel van een grootstedelijke regio te versterken. Om die lange termijn kansen niet te frustreren, zijn ontwikkelingen in principe niet toegestaan: het credo is ‘Nee, tenzij’. Initiatieven zijn welkom voor zover ze bijdragen aan de inhoudelijke uitgangspunten. In het gebiedsperspectief staat ook dat de gemeente meewerkt aan ontwikkelingen van marktpartijen of particulieren als Kansen op kavelniveau. ze passen binnen de wettelijke kaders. Afwijking is alleen mogelijk als de ontwikkeling een belangrijke bijdrage levert aan het versterken van de gebiedskwaliteiten, kansen voor de lange termijn behouden blijven (no-regret maatregelen) of een bijdrage wordt geleverd aan de duurzaamheidsambities.

Voorwaarde is wel dat er geen gemeentelijke investeringen mee zijn gemoeid. Vanuit de versterking van de huidige kwaliteiten bestaat de wens om buitenplaatsen en recreatieve voorzieningen een collectieve betekenis te geven, toegankelijk te maken en met elkaar te verbinden. Gedacht kan worden aan: » Eigenaren en exploitanten faciliteren die in het onderhoud en behoud willen investeren;

Uitsnede gebiedsperspectief A4/Vlietzone met de locatie voor Kansen op kavelniveau. nieuwe buitenplaatsen (oranje ster)

De buitenplaatstypologie leent zich om specifieke natuurdoeltypen te realiseren

» Voor het publiek openstellen van de tuinen van buitenplaatsen, volkstuinen en sportcomplexen, tussen bijvoorbeeld zonsopgang en zonsondergang, zodat deze te ervaren zijn als collectief goed; » Publiek toegankelijke en informele verbindingsroutes maken; » Nieuwe buitenplaatsen en recreatieve voorzieningen mogelijk maken.

panorama’s en zichtlijnen te hanteren. De omvang van de buitenplaats dient in verhouding tot de huidige buitenplaatsen en de landgoederenzone te staan.

De gemeente zal initiatieven stimuleren van eigenaren en exploitanten in het gebied stimuleren om groene functies toegankelijk te maken voor een breder publiek. Het is van belang dat zowel de cultuurhistorische kwaliteiten van de landgoederenzone als geheel, als de kenmerken van de historische buitenplaatsen worden gerespecteerd. Dit betekent dat nieuwe buitenplaatsen het ensemble waaruit de landgoederenzone bestaat moeten versterken. De gemeenschappelijke vormentaal van historische buitens langs de Vliet dient bij nieuwe ontwikkelingen te worden overgenomen. Belangrijke kenmerken zijn: een park of tuin met hoofd- en bijgebouwen, oriëntatie op de Vliet en/of historische wegen en een herkenbare ligging in het landschap. De oriëntatie op de omgeving kan versterkt worden door

Hoofdstuk 7 van het gebiedsperspectief bevat het ‘Stimuleringskader landgoederenzone’ met in paragraaf 7.5 de criteria voor een nieuwe buitenplaats. Deze criteria zijn in dit beeldkwaliteitsplan grotendeels overgenomen en deels aangescherpt.

6

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

PROVINCIAAL BELEID Het beleid voor cultureel erfgoed van provinciaal belang is vastgelegd in de provinciale Visie Ruimte en Mobiliteit (met in het bijzonder par. 3.5 Instandhouding en versterking van het cultureel erfgoed en par. 4.3.5 Archeologie) en uitgewerkt in de Verordening Ruimte. Daarnaast is het cultureel erfgoed ook opgenomen in de provinciale Kwaliteitskaart van de Visie Ruimte en Mobiliteit (i.h.b. bij thema Identiteitsdragers en Landschap) ERFGOEDLIJNEN (PZH, 2017) De erfgoedlijnen worden gedefiniëerd als ‘een geografische structuur, die meerdere monumentale stippen met één gemeenschappelijk historisch verhaal verbindt tot één geheel.’ In de Vlietzone komen de erfgoedlijnen van de Landgoederenzone en de Trekvaarten samen. ‘HOLLANDS BUITEN, RUIMTELIJK BEELD LANDGOEDERENZONE (PZH, 2016) ‘Hollands Buiten’ schetst twee grote uitdagingen voor de landgoederenzone: erfgoed behouden voor de toekomst en het vergroten van de betekenis van de landgoederen. Het droombeeld van Hollands Buiten voert je terug in de tijd: een traag landschap buiten de stad; een expressie van groen en rood, stijl en allure, en van verbondenheid met het samenhangende Landschap.

Aandachtspunten om daar te komen zijn: het koesteren van verschillen tussen de buitenplaatsen, zorg dragen voor een passende herbestemming met functie en inrichting; het verhogen van het vermaakgehalte en het vermarkten van de identiteit. Dit gaat gepaard met de optimalisatie van recreatieve routes, hoogwaardige transformatie van ontbrekende schakels en gebieden en toegankelijkheid vanaf het water. Voor

Erfgoedlijnen in Zuid Holland, waarbij het plangebied onder de lijnen ‘landgoederenzone’ en de ‘trekvaarten’ valt landgoed en buitenplaats geldt: behoud van het ensemble, het verbeteren uitstraling naar omgeving, herstel van verdwenen verbindingen, en het onderling koppelen van buitenplaatsen. In de Vlietzone liggen kansen voor versterking van de presentatie van de buitenplaatsen aan de Vliet, zoals de vergroting van de landgoedallure door bij herontwikkeling in te zetten op een buitenplaats uitstraling, met zichtrelaties naar landhuizen, herkenbare entrees toe te passen en het gebruiken van beplanting met landgoedallure. De Vliet kan drager zijn voor doorgaande recreatieve routes (‘Slow lane’ met stops bij landhuizen met arrangementen). Ook verdwenen buitenplaatsen bieden door de sporen die ze nagelaten hebben kansen om de beleving te versterken wanneer deze worden in gezet (als inspiratie of kader) bij herontwikkeling. Hollands Buiten geeft een aantal concrete ruimtelijke aanbevelingen voor de Vlietzone, in de afbeelding en legenda hiernaast getoond.

7

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

zichtlijn Huis ten Bosch Servituut

CULTUURHISTORISCHE ATLAS (LANDGOEDEREN EN LANDGOEDBIOTOPEN) De cultuurhistorische kaart van Zuid Holland geeft een overzicht op hoofdlijnen van cultuurhistorische kenmerken en waarden in de provincie. Één van de erfgoed thema’s betreft de historische landgoederen. Deze zijn van grote betekenis voor de omgeving als rustplaatsen in stedelijk gebied door het groene en statige karakter. Om dit te beschermen heeft de provincie een ‘landgoedbiotoop’ ingesteld, bestaande uit » Kern van het landgoed (huis met tuin of park) » Bufferzone (het blikveld) » Waardevolle elementen (zichtlijnen, panorama’s, weg of waterloop, servituten) LANDSCHAPSPARK ZUIDVLEUGEL (2017)

blikveld over de vliet en weg naar het weiland zichtlijn Hoekenburg met servituut

zichtlijn Vredenoord

Overlay van Landgoedbiotopen (uit de cultuurhistorische atlas van de provincie) op de huidige stedelijke structuur

0

Kern

Eén van de opgaven in het verstedelijkte gebied van de Zuidvleugel is het versterken van het stedelijke Landschap met de bijbehorende groenblauwe structuur van de provincie. De visie ‘Landschapspark Zuidvleugel’ biedt een kader voor het definiëren van “regioprojecten”. Regioprojecten omvatten een aantal samenhangende opgaven langs een ontwikkellijn, waardoor projecten, opgaves en initiatieven met elkaar in verband worden gebracht en de schaalsprong in de praktijk kan worden gebracht. Eén van de regioprojecten die in deze visie geformuleerd zijn is ‘De Vliet: Historisch landschap van buitenplaatsen’. Deze historische verbinding ligt nabij het tracé van het Romeinse Kanaal van Corbulo, dat Maas met Rijn verbond, en een van de oudste spoorlijnen van Nederland, geflankeerd door landgoederen uit de Gouden periode en nederzettingen zoals Voorburg en Voorschoten. De lijn raakt aan de westkant het landschap van strandwallen en kust (Wassenaarse Slag), en in het oosten het veenweidegebied van het Groene Hart. Op lokaal niveau liggen kansen voor het verbeteren van de recreatie-infrastructuur en bevaarbaarheid van de Vliet.

Blikveld

100

200

300

400

500

basisstructuur: water basisstructuur: weg

Zichtlijn (al dan niet met servituut)

Landschapspark Zuidvleugel, De Vliet: Historisch landschap van buitenplaatsen 8

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

3. Een Zegepralende Vliet Het cultuurhistorische verhaal tekst: Gerrie Andela & Heimerick Tromp Wie tegenwoordig langs de Vliet reist kan zich amper meer voorstellen hoe die ooit aan beide oevers werd begeleid door tal van buitenplaatsen. Niettemin geven de nog bestaande, al dan niet in groen gelegen, monumentale huizen nog steeds een indruk van deze rijkdom, die in de loop van de negentiende eeuw zou worden ingehaald door zowel de industrialisatie als de snelle verstedelijking van het gebied. Een prachtige weergave geeft de kaart van Van der Noordaa (1839), waarop aan beide zijden van de Vliet, tal van buitenplaatsen zijn te zien. Ruimtelijk maakte de reeks deel uit van de zone van buitenplaatsen en landgoederen, die zich uitstrekte tussen Leiden en Den Haag en waarbij slim gebruik was gemaakt van de strandwallen, waarop de bebouwing veelal plaatsvond, en de strandvlakte. De meeste buitens werden aangelegd vanaf het eind van de zestiende eeuw, met als hoogtepunt de zeventiende eeuw, toen de handel in de Hollandse steden floreerde en het voor de ‘gewone burger’ ook mogelijk werd te investeren in een buitenhuis. Daarbij boden ze de kans om rijkdom en ‘goede smaak’ te etaleren, niet alleen met een aan de mode aangepast huis, maar ook met bijbehorende gebouwen als een orangerie en een koetshuis en door een formele tuinaanleg met bloemparterres, moestuinen en boomgaarden.

Sommige buitens kwamen voort uit een kasteel of boerderij, wat ook langs de Vliet het geval was.

“Buitenplaatsen boden de kans om rijkdom en ‘goede smaak’ te etaleren” Cruciaal was de verbinding met de stad, waardoor de initiatiefnemer gemakkelijk op en neer kon reizen tussen woonplaats en buitenverblijf.

Nieuwe kaart van ‘s-Gravenhage met omliggende dorpen en buitenplaatsen - van der Noordaa 1839 9

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET Ook in Voorburg profiteerden de initiatiefnemers van de grondgesteldheid langs de Vliet, die in het begin van de dertiende eeuw was gegraven op de grens van de hoger gelegen noord-zuid lopende strandwal en de natte veengebieden ten oosten daarvan. De meeste buitenplaatsen kwamen tot stand op de zandrug, waar behalve direct aan de oever nog een tweede reeks van kleinere buitens langs de Broeksloot werd aangelegd. Op het veen aan de oostzijde van de Vliet, met de minder gunstige ondergrond, vond slechts een beperkte ontwikkeling plaats. De buitens grensden hier niet direct aan het water, maar stonden aan een dijkje waarover het jaagpad liep. Het pad werd op sommige plaatsen geflankeerd door een weg of had zelf de breedte van een landweg. De weg langs het water heette ook jaagweg. Niettemin vond er in zuidelijke richting een zekere concentratie plaats, waarbij de nabijheid van Den Haag van invloed zal zijn geweest. Op een enkele plaats bleef de oever gevrijwaard van bebouwing door een servituut dat er op rustte. Zo behield de op de westoever gelegen buitenplaats Hoekenburg het recht van behoud van een uitzicht. De eigenaren van Vredenoord en Zeerust aan de overzijde verzekerden zich van zicht op de polder vanuit de op een heuvel gelegen koepel achter in hun tuin.

Een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de buitenplaatsen langs de Vliet was de trekschuitverbinding, gelet op de nog onverharde wegen in die tijd, van groot belang voor de bereikbaarheid.

Detail Voorburg uit Nieuwe kaart van ‘s-Gravenhage met omliggende dorpen en buitenplaatsen van der Noordaa 1839

“Op een enkele plaats bleef de oever gevrijwaard van bebouwing door een servituut” TYPEREND VOOR EEN BUITENPLAATS In het algemeen werd een buitenplaats in die zeventiende en vroeg achttiende eeuw gekenmerkt door een landhuis omgeven door sier- en moestuinen, lanen, boomgaarden, bosvakken en waterpartijen, die als zelfstandige onderdelen in een samenhangende veelal rechtlijnige compositie waren gebracht. Door hun lanen en zichtassen hadden ze enerzijds een sterke invloed op het landschap, terwijl anderzijds zichtpunten in dit landschap in de compositie werden

De Vliet, het jaagpad, de onverharde (jaag)weg en buitenplaats Leeuwenbergh

De theekoepel van Hoekenburgh rechts op de afbeelding

10

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

Kadastraal minuutplan Voorburg 1812 opgenomen. Ook de buitenplaatsen langs de Vliet bezaten deze kenmerken. De aan de westzijde van de Vliet gelegen buitenplaatsen onderscheidden zich echter door hun opvaart vanaf deze waterloop, die toegang tot het terrein gaf, zodat de familie tot vlakbij het hoofdhuis kon komen. Soms was er sprake van een dubbele oriëntatie, zowel op de Vliet als op de landzijde. Met de introductie van de landschapsstijl aan het eind van de 18e en het begin van de 19e eeuw maakten afzonderlijke onderdelen als siertuinen, moestuinen, boomgaarden en bosvakken plaats voor een landschappelijke aanleg waarbij de gebouwen, vaak ook vernieuwd of geheel nieuw gebouwd, eveneens onderdeel van deze parkachtige enscenering werden. Langs de vliet stond steevast een theekoepel die uitzicht op het water bood. Het hoofdhuis kreeg bij vervanging of nieuwbouw in de loop van de negentiende of het begin van de twintigste eeuw bij voorkeur een centrale ligging op het perceel, waar het zich in zijn volle breedte kon tonen. De beoogde grandeur werd onderstreept door een, vanaf de Vliet gezien, fraaie al dan niet diepe voortuin. Voor de andere gebouwen was er geen vaste locatie, hoewel

Kadastraal minuutplan Voorburg 1812-1819, detail de koetshuizen dikwijls aan de andere zijde van het perceel werden gebouwd, bij de entree tot de doorgaande weg, de Voorweg (huidige Westeinde en Oosteinde. Een buitenplaats kon ook het centrum zijn van een landgoed. Behalve de genoemde onderdelen bestond het grondgebied dan ook uit productiegronden, zoals akkerland, weide gronden en productiebos. Tevens konden er verschillende (pacht) boerderijen toe behoren. Een landgoed vormde daardoor een economische eenheid en een buitenplaats doorgaans niet. De verschillen waren echter niet altijd even scherp, vooral als een buitenplaats voortkwam uit een boerderij. Bij de buitens langs de Vliet werd bijvoorbeeld zowel op de buitenplaats Vredenoord als het buiten Zeerust de agrarische functie aanvankelijk voortgezet. De buitenplaats Vlietzicht ofwel In de wereldt is veel Gevaer was van meet af aan een buitenhuis met een agrarische bestemming, totdat het in 1843 een kostschool met een tuinaanleg werd. Zelfvoorzienend, zoals de meeste landgoederen, waren ze echter niet. INTRODUCTIE LANDSCHAPSTIJL

Landschapsstijl bij buitenplaats Arentsburgh, begin 20e eeuw

Zowel de kadastrale minuutplans van Voorburg uit 1812-1819, 1820 als de genoemde kaart van Van der Noordaa laten zien dat op de meeste buitenplaatsen de formele tuinen in het 11

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

Buitenplaats Vliet en Burgh

Vreugd en rust

Vliet na de verbreding

begin van de negentiende eeuw hadden plaatsgemaakt voor een landschappelijke aanleg met de typerende slingervijver, de gebogen paden, de bosschages en bijzondere solitaire bomen. Een geheel dat de sfeer van een ideaal landschap moest oproepen. Opvallend zijn de veel omvangrijkere waterpartijen van de buitenplaatsen op de oostoever, zoals bij Vredenoord, Zeerust en vooral het niet meer bestaande Zuiderburg, waar de grotere aanwezigheid van water in de drassige veengronden en de noodzaak die te reguleren ongetwijfeld van invloed zal zijn geweest. Bepalend voor de ruimtelijke opbouw waren ook de reeds genoemde servituten. Bij Vredenoord en Zeerust diende aan de achterzijde het zicht over de polder gehandhaafd te blijven, terwijl bij het aan de overkant gelegen Hoekenburg een vrij uitzicht aan de voorzijde richting Vliet van kracht was. Voor de buitenplaats Vreugd en Rust gold een servituut waarin een zicht in omgekeerde richting was vastgelegd. Op instigatie van koningin Sophie, de echtgenote van koning Willem III, werd bepaald dat vanaf de dakkoepel van de buitenplaats een eeuwigdurend uitzicht op Huis ten Bosch gehandhaafd moest blijven. Dit betekende dat er niet hoger dan de boomgrens gebouwd mocht worden. Ontwerper van de landschappelijke herinrichting van Vreugd en Rust was vermoedelijk de beroemde tuinarchitect J.D. Zocher, die zich de regel ter harte nam.

Het uitzicht bestaat nog steeds via een reeks van in elkaars verlengde liggende parkjes (tegenwoordig Park ’t Loo) die in de jaren dertig van de twintigste eeuw werden

aangelegd, terwijl de andere gronden werden verkaveld voor woningbouw. De landschapsstijl is bij de meeste buitenplaatsen nog altijd goed te herkennen, ondanks latere wijzigingen. Nog geen halve eeuw later moesten enkele buitens aan de oostzijde, die te dicht op de Vliet stonden, worden gesloopt om ruimte te maken voor zowel de verbreding van het kanaal, noodzakelijk door de toename van het aantal vaarbewegingen, als de transformatie van het jaagpad tot een volwaardige weg langs het water. Van Zeerust moesten het herenhuis en de theekoepel wijken. Het hoofdgebouw werd vervangen door een nieuw huis in een eclectische stijl. Het buiten Leeuwenbergh/Dorrepaal werd gehalveerd, waarop ook hier nieuwbouw volgde. En Vredenoord verloor zijn oeverzone met de theekoepel.

middenrisaliet met een dubbele deur in een omlijsting van pilasters, kapitelen en kroonlijst, terwijl de gevel aan de Vlietzijde een serre en balkon kreeg. De serre werd in 1920 over de hele gevel doorgetrokken en rond 1990 voorzien van een bordes met een hardstenen balustrade. Zocher ontwierp bij de herinrichting van het park eveneens de wit gepleisterde orangerie, met een halfronde houten belvédère (‘De Koepel)’. Het gebouwtje vormt nog steeds een blikvanger in de overtuin. Het forse buitenhuis op Middenburg kwam in 1869 tot stand in een neo-Lodewijk XVI-stijl, met souterrain en hoekrisalieten. Het werd verbouwd in 1917, waarbij ook het koetshuis onder handen werd genomen en veranderde in een garage met chauffeurswoning. De tuin, inclusief de overtuin (nu Park Sonnenburgh), kreeg een publieke functie, naar ontwerp van Hugo Poortman, die een gemengde stijl, getypeerd door landschappelijke en regelmatige kenmerken, toepaste. Op Vredenoord werden huis en koetshuis begin negentiende eeuw eveneens verbouwd in classicistische trant naar ontwerp van de architect P. Adams. Het buiten verloor daarmee zijn agrarische karakter. Een brand verwoestte het hoofdhuis waarna het in 1913 geheel in dezelfde geest opnieuw werd opgetrokken, naar ontwerp van J. van Wijngaarden. De toegepaste traditionele baksteensarchitectuur was in die tijd vooral geliefd bij de bouw van landhuizen en villa’s.

Het huis staat op een rechthoekige plattegrond en heeft twee bouwlagen met een schilddak. Aan de zuidzijde bevindt zich een kleine uitbouw, aan de westkant een aangebouwde serre.

BEHOUDENDE ARCHITECTUUR Op verschillende buitenplaatsen, zoals Vreugd en Rust en Middenburg, werd ook het huis in het begin of in de loop van de negentiende eeuw verbouwd of opnieuw opgetrokken, veelal in een classicistische of historiserende stijl, die uitdrukking gaf aan de ambities van de eigenaar. Het classicistische Vreugd en Rust (1751), opgetrokken op een rechthoekige grondslag, kreeg twee bouwlagen waaraan in 1852 twee eveneens rechthoekige zijvleugels werden toegevoegd. Op de lijstgevel verscheen een houten borstwering (attiek). De voorgevel werd bepaald door een

12

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET De voorgevel, met een terugliggend middendeel, voorzien van een loggia op de verdieping, is gericht naar de Vliet. De entree bevindt zich in de op het noorden gerichte zijgevel. De meer naar achteren, bij de moestuin gelegen, orangerie van de buitenplaats werd omstreeks 1960 door nieuwbouw vervangen. Ook andere huizen werden in het begin van de twintigste eeuw weer gewijzigd of geheel nieuw gebouwd, zoals Huis Arentsburgh, dat in 1912 op een oudere bouwplaats werd herbouwd in neoclassicistische stijl, naar ontwerp van de architecten J.J., M.A. en J. van Nieukerken. Het twee bouwlagen hoge pand, gedekt met een afgeplat schilddak, vertoont aan de voorzijde de kenmerkende symmetrische opzet met in het midden de ingangspartij. Aan de Vlietzijde is gebruik gemaakt zon en uitzicht. Hier is aan de linkerkant een serre toegevoegd die, de in wezen symmetrische gevel, een asymmetrische aanblik geeft. Nadat het gebouw in 1925 samen met het naast gelegen Hoekenburg een bestemming als weeshuis kreeg, werden er, onder leiding van architect A.T. Kraan, verschillende aanbouwen aan toegevoegd. In 1953 volgde een nieuwe uitbreiding. Het wit gepleisterde Hoekenburg werd in 1809 opgetrokken als een neoclassicistische buitenhuis, ter vervanging van een 17e eeuws gebouw. Evenals Arentsburgh ligt het huis relatief dicht aan de Vliet.

In 1929 werd het met een mezzanino verhoogd, eveneens naar ontwerp van Kraan. De tussenlaag werd weer verwijderd na de aankoop in 2000 door een projectontwikkelaar. Ook bij dit gebouw is de symmetrie dominant en wordt, middels balkons, veranda’s en een serre over het midden van

“In het begin van de 20e eeuw raakte de glorietijd van de meeste buitenplaatsen in het slop”

de gevel aan de Vlietzijde, geprofiteerd van het zicht op de waterkant. Het huis van de buitenplaats Vliet en Burgh werd in 1908 opnieuw opgetrokken in een overgangsstijl, naar ontwerp van architect F.A. Bodde. Dertig jaar later zouden huis en tuin weer

worden gewijzigd. Opvallend is de asymmetrische aanblik van het in baksteen opgetrokken pand. Een nieuwe bebouwing kreeg ook de buitenplaats Eemwijk, waartoe architect R.J. Hoogeveen een ontwerp in de traditionalistische ‘Um 1800’-stijl maakte voor zowel een nieuw hoofdhuis als een bijbehorende dienstwoning, toegangshek en orangerie. Ondanks de functieverandering is dit in een rode baksteen uitgevoerde ensemble, goed bewaard gebleven. De door tuinarchitect D.F. Tersteeg ontworpen architectonische tuin is echter vrijwel verloren gegaan. ANDER GEBRUIK Ondanks deze nieuwbouw in het begin van de twintigste eeuw raakte de glorietijd van de meeste buitenplaatsen in deze periode in het slop. Vaak werd het onderhoud voor particuliere bewoning en gebruik te duur. Daarbij veranderde de parkachtige sfeer aan de Vliet door de toenemende industriële bebouwing en oprukkende woonbebouwing, waarvoor verschillende buitenplaatstuinen of delen van tuinen van de hand werden gedaan. Vanaf 1905 werden de gebieden rond de buitenplaatsen Vronestein en Leeuwenstein via bouwen stratenplannen volgebouwd, het jaar daarop volgde de tuin van het buiten Rusthof en vanaf 1907 delen van de tuin van Middenburg. In 1916 kocht de gemeente Vreugd en Rust, die het buiten aanvankelijk verhuurde als hotel-restaurant. Daarna kwam er een school in. Het park werd opengesteld als openbaar park.

De huidige bestemming van het huis is weer hotel-restaurant. De nog resterende buitenplaats Middenburg kwam in 1930 in gemeentelijk bezit, waarna het een zakelijke functie kreeg. De buitenplaats Leeuwenstein werd in 1935 aangekocht door projectontwikkelaars die er een villapark, Park Leeuwenstein, gelegen aan Oosteinde realiseerden. Het wordt gemarkeerd door twee leeuwen afkomstig van het oude buiten. Ook raakte de buitenplaats Damsigt, op de grens van Voorburg met Leidschendam, grotendeels bebouwd. Andere gegadigden waren afkomstig uit kringen van de zorg, waarbij de aanwezigheid van een park ongetwijfeld een rol speelde. Zo kocht Effatha, het Instituut van de Vereeniging tot Bevordering van Christelijke Opvoeding en Onderwijs van Doofstomme kinderen en Jongelieden (opgericht in 1888) in 1926 de al eerder samengevoegde buitenplaatsen Arentsburgh en Hoekenburg van de gemeente Voorburg voor het gebruik als school en internaat voor deze groep kinderen. De gemeente had complexen twee jaar eerder aangekocht om op een deel van de tuin een woonwijk te realiseren. Het resterende deel van de tuin kreeg een publieke functie.

Vredenoord in 2019 In 1925 ging de buitenplaats Leeuwenbergh, sindsdien Dorrepaal geheten, over in handen van het herstellingsoord Emalia, die een derde laag aan het huis toe voegde. Ongeveer de helft van het park werd met villa’s bebouwd tot Park Leeuwenbergh. In het resterende deel rond het huis bleef de oude slingervijver bewaard evenals twee oude waarschijnlijk achttiende eeuwse tuinmuren. Twee andere buitens kregen pas na de Tweede Wereldoorlog een zorgfunctie; in 1953 kwam Vliet en Burgh in bezit van het Leger des Heils, dat er kindertehuis in vestigde, terwijl Zeerust sinds de jaren zeventig een tehuis voor Korsakovpatiënten is. Slechts een enkele buitenplaats, namelijk Vredenoord, heeft nog, of liever gezegd weer, een particuliere woonfunctie, terwijl het buiten In de wereldt is veel Gevaer een woonbestemming als appartementencomplex heeft. Ook Arentsburgh en Hoekenburg hebben ondertussen die functie.

13

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

4. Ruimtelijke karakteristieken

van bestaande buitenplaatsen langs de Vliet

Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de ruimtelijke bouwstenen van bestaande buitenplaatsen langs de Vliet. De zoektocht naar de bouwstenen dient ter inspiratie: uit welke elementen bestaat een buitenplaats eigenlijk? Hierbij moet in ogenschouw worden genomen dat door transformaties een aantal buitenplaatsen sterk van karakter veranderd is. De karakteristieken en eigenschappen van de bestaande buitenplaatsen vormt het vertrekpunt voor het ontwerp van nieuwe buitenplaatsen. Die regels worden in hoofdstuk 5 verder beschreven. De beschrijving van de ruimtelijke karakteristieken gaat achtereenvolgens in op: » Landschap » Ensemble » Tuin(inrichting) » Architectuur » Positie & oriëntatie van het hoofdgebouw en bijgebouwen » Afmetingen van gebouwen, bijgebouwen en kavels » Ontsluiting en toegankelijkheid

Overzicht van de onderzochtte buitenplaatsen langs de Vliet

14

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

Landschap van de Vliet

Het studiegebied omvat grofweg drie landschapstypen: Ten noorden van de Vliet is er het landschapspatroon van afwisselend strandwallen of zandruggen en strandvlakten, die parallel langs de kust in een aantal stroken lopen. Op de drogere delen ontstonden de plaatsen zoals ‘s Gravenhage en Voorburg. Op de overgangen van hoog naar laag werden de eerste buitenplaatsen gesticht, met een toegang (opvaart) vanaf de Vliet.

Zandruggen

Ten (zuid)westen van de Vliet liggen de restanten van het Gantelsysteem met kreken, kreekbeddingen en kreekruggen. De verbinding tussen de Gantel en de Oude Rijn (het later verzandde kanaal van Corbulo) vormde grofweg het tracé voor de later uitgegraven Vliet. Ten oosten van de Vliet liggen de lagere veengronden en later de droogmakerijen. Direct langs de Vliet zijn op kleine schaal al hoogteverschillen waarneembaar (‘badkuipen’). In historisch perspectief is er aan deze zijde van de Vliet slechts op beperkte schaal sprake van de ontwikkeling van Buitenplaatsen. Door de nattere ondergrond speelt de afwatering van de buitenplaats aan deze zijde van de Vliet een grotere rol dan aan de kustzijde.

Den Haag

Voorburg

Veengebied

Gantelsysteem (kreekruggen)

Vliet

Vliet

Kwaliteitskaarten van de Provincie Zuid Holland. Links de ondergrond met het strand en duinlandschap, zeekleilandschap en veenlandschap. Rechts de belevingskaart met historische landgoederen, buitenplaatsen en historische vaarwegen zoals de Vliet

Duinen

eerste buitenplaatsen

Den Haag (strandwal)

Voorburg (strandwal) strandvlakte

Vliet

latere buitenplaatsen jaagpad Veengebied

Schematische (gedramatiseerde) doorsnede van het landschap

15

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

LANDGOEDERENZONE Ruimtelijk gezien heeft de landgoederenzone (aan de veenzijde) nooit een aaneengesloten rij van buitenplaatsen gevormd, maar was er juist sprake van een afwisseling van ruime groen (beboste) kavels en open agrarische velden met vergezichten. De verkavelingspatronen en sommige zichtlijnen zijn hiervan nog zichtbaar, Echter, het overgrote deel is verdwenen in de verstedelijking. Een enkel doorzicht reikt nog tot de A4. Ook een aantal buitenplaatsen is verdwenen, of matig onderhoud heeft de allure van tuinen en zichtlijnen verminderd.

Groen ensemble naast open doorzicht in het landschep

Topografische kaart van de buitenplaatsen aan de Vliet omstreeks 1880

Topografische kaart met de verstedelijking van de Vliet omstreeks 2019

Doorzichten in het landschap

Bebouwingsveld 16

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

DE LANDGOEDERENZONE LANGS DE VLIET IN DE 21E EEUW

Sonneburgh

Middendorp

(Heeswijk) (Burchvliet)

(Leeuwendaal)

Hofwijk In de wereldt is veel gevaer

Hoekenburg

Beukenhorst Hoornwijck

Middenburg

Arentsburgh

(Drievliet)

Vreugdenrust

Eemwijk

Vliet en Burgh

(Overburch)

Zeerust

Dorrepaal

Vredenoord (Zuyderburch)

(Den Hoonaart)

(Leeuwenbergh)

(Zuidhoorn)

verdwenen of getransformeerde buitenplaatsen bestaande buitenplaatsen

ernstig aangetaste buitenplaatsen

0

100

200

300

400

17

500

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

BELANGRIJKSTE KARAKTERISTIEKEN VAN HET GEBIED: AFWISSELING TUSSEN BUITENPLAATS, OPEN DOORZICHT EN BEBOUWING.

Buitenplaats met enkele oriëntatie

Aangetaste & verdwenen buitenplaatsen

Buitenplaats met dubbele oriëntatie

open doorzichten

Stedelijke bebouwing

0

100

200

300

400

18

500

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

Ensemble

In de landgoederenzone zijn buitenplaatsen als afzonderlijke ensembles leesbaar: een duidelijke omkadering, contrasten met de omgeving (beslotenheid versus de openheid van de omgeving), en de gebouwen zijn in onderlinge harmonie met elkaar en het omliggende landschap vormgegeven. Tegelijkertijd zijn er ook verschillen tussen de buitenplaatsen: variaties in opzet, inpassing, composities en architectuur maken dat elke buitenplaats net anders oogt. DUIDELIJKE OMKADERING De buitenplaats heeft een duidelijke (groene) omkadering dat als één geheel leesbaar is in het landschap, bijvoorbeeld het groene cluster in het verder open gebied zoals bij buitenplaats Zeerust hiernaast. Op een kleiner schaalniveau spelen ook landschapselementen zoals sloten een rol bij de leesbaarheid van de omkadering van de buitenplaats. SAMENHANG VAN GEBOUW(EN), TUIN LANDSCHAP EN OMGEVING De buitenplaats herbergt sterke onderlinge (zicht) relaties tussen hoofdgebouw en bijgebouwen en composities tussen de gebouwen, de tuin en het landschap. Op basis van doordachte positionering van de gebouwen en landschapselementen, de toepassing van open en besloten gebieden kunnen deze relaties worden gefaciliteerd. De samenhang met de omgeving kan ook bereikt worden door de plaatsing van gebouwen met zichtlijnen buiten het eigen kavel, zoals de zichtlijn met servituut van Vredenrust naar Huis ten Bosch.

De gebouwen staan nagenoeg altijd direct in het park zonder private afschermingen of tuintjes. Een klein bordes of verharding geeft een subtiele overgang tussen gebouw en tuin. Sloten, vijvers en bosschages creëren aparte ‘landschapskamers’ gemaakt worden waar individuele bijgebouwen of gebouwen met een andere functie in staan; als aparte entiteit maar toch in samenhang met het park.

Buitenpaats is herkenbaar als één geheel met een duidelijke contrast met de omgeving

Door de inrichting is de buitenplaats als ensemble herkenbaar

De gebouwen, tuin en het landschap hebben een sterke onderlinge samenhang

Gebouw en tuin zijn samen vormgegeven

19

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

Tuin

Een prominente rol binnen de buitenplaats is weggelegd voor de tuin, met sier- en moestuinen, lanen, boomgaarden, bosvakken en waterpartijen. Naar gelang de ‘mode’ heeft de buitenplaats een bepaalde stijl tuin. De formele tuin kent zelfstandige onderdelen die veelal in een rechtlijnige compositie zijn aangebracht. Hiervan is Hofwijk, met renaissance (kruidentuin, praktisch nut) en classicistische elementen (harmonie) een goed voorbeeld. In het begin van de 19e eeuw vond er een omslag plaats naar de landschappelijke stijl, met o.a. een typerende slingervijver, gebogen paden, bosschages en bijzondere solitaire bomen, zichtlijnen, bruggen, open velden: een soort ‘ideaallandschap.’ Voorbeelden naar ontwerpen van L.A. Springer. Tussen de formele en lansdchappelijke tuinen is er ook nog sprake van een gemengde stijl: een landschappelijke parkachtige inrichting met (in de nabijheid van het landhuis) een meer formele of architectonische inrichting, gekenmerkt door de aanleg van bijvoorbeeld H.A.C. Poortman of D.F. Tersteeg.

FORMELE TUIN

TUIN IN LANDSCHAPSSTIJL

Assen, geometrie, symmetrie, boomgaarden, lanen, rechte kanalen zijn ingrediënten van de formele tuin rondom Hofwijk

Open assen, besloten en open plekken, doorzichten, microreliëf, slingervijvers, bosschages, en solitairen zijn ingrediënten van een landschappelijke tuin, zoals bij Zeerust

20

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

FORMELE TUIN

TUIN IN LANDSCHAPSSTIJL

Symmetrieassen, geknipte hagen, lanen

Afwisseling van bos en open (gras) velden met solitaire bomen en boomgroepen

Spiegelvijvers, fonteinen, perspectiefwerking

Toepassing van (slingerende) waterpartijen en paden met subtiele hoogteverschillen (microreliëf)

GRENZEN

Spel van open en besloten, bebouwing voegt zich naar het landschap

Gebruik van natuurlijke grenzen, zoals sloten, greppels en ha-ha’s

21

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

Architectuur

Buitenplaatsen werden vanouds bedacht en gebouwd door een elite, die vaak met wat zij bouwden wilden laten zien dat zij de culturele voorhoede waren, door interessant ontwerp en architectuur een kans te geven. Zo waren de oude buitenplaatsen in de tijd dat ze tot stand kwamen dus modern, eigentijds, en vormde een reeks buitenplaatsen zo een staalkaart van bezienswaardige architectuur en landschapsarchitectuur. Niet voor niets zijn de buitenplaatsen die de tand des tijds hebben doorstaan vrijwel allemaal monumenten. De oude buitenplaatsen waren geen gebouwen die ‘opgingen in het landschap’ of in de natuur. Eerder vormden zij, gebouwen samen met de omringende tuininrichting, contrasten met de bestaande omgeving, agrarisch of natuurlijk. Het ‘temmen van de wildernis’ is sterk uitgedrukt, maar met de buitenplaats werd wel een stukje stadse sfeer en cultuur in het landschap gepositioneerd. Met vaak een duidelijk zichtbaar onderscheid, zowel in de landschappelijke afbakening als in de architectuur. Het ging niet om landelijke architectuur die zich aan de in dat landschap gebruikelijke bebouwing aanpaste, maar om trotse, zelfbewuste gebouwen die gezien mochten worden of zelfs wilden opvallen met hun afmetingen en statige stijl. Het hoofdgebouw lijkt nooit op een boerderij.

Architectuur van bestaande buitenplaatsen, landhuizen en industriële bebouwing langs de Vliet

22

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

Hierarchie in verdiepingshoogte

Geleding in de gevel

Prominente daklijst of daklijn

Gebouw is samen ontworpen met het landschap

Verschil in hierarchie tussen hoofd- en bijgebouw en verschil tussen utilitair en follykarakter

Een half verdiepte vloer toepassen is een mogelijkheid

Symmetrie

De voorgevel is ondergeschikt aan de verhouding van de kavel gezien vanaf de vliet

Kenmerkende eigenschappen van de architectuur van bestaande buitenplaatsen

23

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

Maatvoering & positie hoofd- en bijgebouwen

POSITIE HOOFD- EN BIJGEBOUWEN. Langs de Vliet komen we grofweg drie soorten buitenplaatsen tegen die zich qua ruimtelijke hoofdopzet onderscheiden. Bij alle nog bestaande buitenplaatsen is er sprake van één hoofdgebouw, veelal aangevuld met kleinere of anderzijds ondergeschikte bijgebouwen. De compositie van hoofd- en bijgebouwen verschilt per kavel. 1. Hoofdgebouw staat centraal op het kavel met een oriëntatie op zowel de Vliet als de weg. Het gebouw staat in een centrale as waardoor het vanaf twee zijden zichtbaar is en zich ook zichtbaar representeert. Bijgebouwen staan naast het hoofdgebouw, maar liggen verscholen in de bosrand. Dit type is dominant aan de Rijswijkse zijde van de Vliet 2. Hoofdgebouw staat vooraan op het kavel en is georiënteerd op de Vliet. Dit type is vooral zichtbaar aan de veenzijde van de Vliet, daar waar de ‘latere’ landgoederen werden gesticht. De weg en de Vliet liggen hier aan dezelfde zijde waardoor de achterliggende inrichting van de buitenplaats als een ‘decor’ werkt voor het hoofdgebouw. Bijgebouwen (orangerie, stallen) liggen achter het hoofdgebouw, buiten het directe zicht, of liggen goed verscholen naast het hoofdgebouw (poortgebouw etc.) 3. Het hoofdgebouw heeft geen duidelijke oriëntatie, maar is strategisch gepositioneerd op bijvoorbeeld een zicht-as of andere contextuele elementen zoals landmarks of monumenten.

Bijgebouwen liggen los verspreid over het kavel, zijn als totaal compositie ontwerpen en zijn onderling verbonden door bijvoorbeeld zichtlijnen of draaiing en positionering van gebouwen of gebouwdelen.

Hoofdgebouw staat centraal op het kavel, georiënteerd op de Vliet en de weg

Hoofdgebouw staat vooraan op het kavel, geörienteerd op de Vliet

Hoofdgebouw ontleend de positie aan de contextueel (in dit geval op de zichtlijn naar Huis ten Bosch)

VERSCHILLEN HOOFD EN BIJGEBOUWEN EN FOLLIES In bijna alle buitenplaatsen langs de Vliet is het verschil tussen hoofdgebouw en bijgebouwen nog goed herkenbaar, door positionering, maat, schaal en architectonische expressie. Het gebruik van bijgebouwen verandert met de tijd. Waar vroeger stallen, koetshuizen, theekoepels puur ter ondersteuning van het gebruik van het hoofdhuis dienden, is er tegenwoordig meer sprake van apart gebruik van de verschillende gebouwen. Desalnietemin vormen bijgebouwen, maar ook follies onderdeel van de totale compositie van de buitenplaats.

24

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

BEBOUWINGSPERCENTAGE Langs de Vliet komen buitenplaatsen voor met heel verschillende bebouwingspercentages en oppervlaktes. Er zijn een aantal buitenplaatsen waar minder dan 2% bebouwing op staat. Hier is het landschap onbetwist dominant. Aan de andere kant zijn er buitenplaatsen zoals Arentsburgh waar door ontwikkelingen het bebouwingspercentage is gestegen tot 12%. Hier is het buitenplaatskarakter verruild voor een campusmodel, wat niet bijdraagt aan het buitenplaatsgevoel en daarom onwenselijk is als rolmodel voor nieuwe ontwikkelingen. Tussen de uitersten is een grijs gebied waar wel intensivering heeft plaatsgevonden, maar dat op subtiele wijze is ingepast. Bij buitenplaats Eemwijk (9% bebouwd) staat alle nieuwe bebouwing grotendeels verscholen in de bosrand. Bij dergelijke bebouwingspercentages is zorgvuldig ontwerp geboden.

AFMETINGEN Het hoofdgebouw heeft veelal een forse footprint met een nagenoeg rechthoekige plattegrond. Inclusief aan- en uitbouwen gaat de footprint richting de 300-350 m2, waarbij de hoogte doorgaans 2 (hoge) verdiepingen met een kap bedraagt (enkele uitzonderingen daargelaten). Een aantal landhuizen heeft ook nog een bel-etage waardoor ze hoger op het kavel staan.

0-2%

3-9%

> 10% bebouwd

Landgoed met afmetingen die gelijk zijn aan de originele landgoederen met een laag bebouwingspercentage, een groot hoofdgebouw en een aantal kleinere bijgebouwen.

Landgoed in de huidige stedelijke context met meer diversere functies en hogere dichtheid waarbij de bebouwing nog steeds ondergeschikt blijft aan het landschap

Ongewenste en te hoge dichtheid voor een landgoed waarbij nieuwe bijgebouwen geen recht doen aan de maat en schaal van het ‘hoofdgebouw’

Kavel

bebouwing hoofdgbw

lagen

bijgebouw

totaal

% bebouwing

Zeerust

24.818 m2

212 m2

2 + kap + b

0 m2

212 m2

1%

Hofwijk

14.637 m2

82 m2

3 + kap

75 m2

157 m2

1%

Hoekenburg

29.015 m2

371 m2

2 + kap

143 m2

514 m2

2%

Middenburgh

49.435 m2

308 m2

2 + kap + b

800 m2

1.108 m2

2%

Vreugd en Rust

89.707 m2

620 m2

2 + kap

911 m2

1.531 m2

2%

Vredenoord

34.511 m2

292 m2

2 + kap

475 m2

767 m2

2%

Hoornwijck

18.718 m2

321 m2

2 + kap

288 m2

609 m2

3%

Dorrepaal

29.593 m2

370 m2

3 + kap

903 m2

1.273 m2

4%

Eemwijk

22.923 m2

418 m2

2 + kap

1.533 m2

1951 m2

9%

Vliet en Burgh

9.905 m2

418 m2

2 + kap + b

784 m2

1.202 m2

12%

Arentsburgh

41.831 m2

502 m2

2 + kap

4.645 m2

5.147 m2

12%

Fysieke eigenschappen van de bestaande buitenplaatsen. Oppervlakten op basis van kadastrale grenzen en bebouwing (bag). de letter ‘b’ bij lagen betreft een bel-etage

25

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

VERHOUDING GEVEL - PERCEEL De relatie tussen de breedte van de gevel van het hoofdgebouw en de totale perceelsbreedte is een indicatie voor hoe dominant het gebouw op het kavel aanwezig is. Deze verhouding moet ook bezien worden in het licht van de afstand tussen het gebouw en de voorste perceelsgrens, in verband met de perceptie van de grootte. Hofwijck is een voorbeeld van een buitenplaats met relatief grote perceelsbreedte ten opzichte van de gevelbreedte. Het gebouw is erg smal (maar hoog) en het perceel aan de zijde van de Vliet is tamelijk breed. Door de lage beplanting en de positie van het gebouw nabij de Vliet lijkt het gebouw niet klein. Het hoofdgebouw van buitenplaats Middenburgh heeft een gemiddelde breedte op een ruim kavel. Door deze verhouding en de centrale positionering en de omlijsting door bomen is het gebouw niet dominant aanwezig maar is er sprake van een balans tussen het groene kavel en de beouwing.

Breedte voorgevel: 9m Breedte kavel: 103m Verhouding: 1:12

Breedte voorgevel: 18m Breedte kavel: 145m Verhouding: 1:8

Breedte voorgevel: 21m Breedte kavel: 76m Verhouding: 1:4 breedte

Bij Vliet en Burgh is de verhouding ongeveer 1:4. Hierbij valt te zien dat er nog net voldoende ruimte is voor grote bomen om als kader rondom de bebouwing te dienen.

Een verhouding van 1:4 laat nog ruimte over voor een duidelijk groen kader.

hoofdgebouw

kavel

verhouding

Hoornwijck

33 m

145 m

1:4

Vliet en Burgh

21 m

76 m

1:4

Vredenoord

21.6 m

126 m

1:6

Hoekenburg

27.5 m

153 m

1:6

Arentsburgh

30 m

175 m

1:6

Zeerust

12.5 m

101 m

1:8

Middenburgh

18 m

146 m

1:8

Vreugd en Rust

30 m

290 m

1:10

Eemwijk

16 m

158 m

1:10

Dorrepaal

15 m

181 m

1:12

Hofwijk

8.5 m

102 m

1:12

26

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

Toegang en parkeren

TOEGANG De toegang tot een buitenplaats draagt bij aan de beleving. Er zijn buitenplaatsen met de entree recht in de (symmetrische) zichtas naar het hoofdgebouw, maar ook asymmetrisch aan de zijkant, zodat de centrale as op het gebouw een vrije open ruimte blijft, en de weg met een boog richting het hoofdgebouw loopt. Bij Vredenoord is een situatie zichtbaar waarbij de verschillende onderdelen van de buitenplaats (hoofd- en bijgebouwen) elk hun eigen toegang hebben. PARKEREN Hoewel stallen en koetshuizen onderdeel waren van oude buitenplaatsen vraagt het hedendaagse autogebruik en parkeren om een eigentijdse inpassing. Het aanzicht van blik doet afbreuk aan de architectonische en landschappelijke kwaliteit. In veel gevallen is het parkeren fraai weggewerkt in het landschap, koetshuis of garage.

Toegang in centrale as Parkeren in het groen buiten het directe zicht van het hoofdgebouw

Toegang buiten centrale as Parkeren op aparte parkeerplaats

Buitenplaats is nagenoeg geheel toegankelijk (als stadspark), paden sluiten op meerdere plaatsen aan

Ontoegankelijke buitenplaats met hek bij de entree

Verschillende toegangen naar hoofdgebouw en bijgebouw. Parkeren in schuur / maaiveld

TOEGANKELIJKHEID Veel buitenplaatsen zijn in privaat eigendom en daardoor beperkt toegankelijk. Uitzondering is Vreugdenrust, dat als stadspark openbaar toegankelijk is. De aansluiting van veel paden zorgt er voor dat het gebied goed in de omgeving verankerd is en biedt doorgangen in het stedelijk weefsel. Andere buitenplaatsen laten zich afsluiten met een hekwerk of zijn alleen op bepaalde dagen en/of tijdstippen toegankelijk.

27

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

5. Beeldkwaliteitsambities en -regels voor nieuwe buitenplaatsen langs de Vliet

Dit hoofdstuk beschrijft de beeldkwaliteitsprincipes die van toepassing zijn op bouwinitiatieven voor nieuwe buitenplaatsen langs de Vliet in Den Haag. In dit hoofdstuk wordt voortgebouwd op regels die vastgelegd zijn in het gebiedsperspectief ‘Gebiedsperspectief A4/Vlietzone: Kwaliteiten versterken, kansen behouden’ (juni 2013). De principes zijn per thema verwoord in een ambitie en een set regels. De thema’s zijn: beeldkwaliteit landschap, beeldkwaliteit kavel, beeldkwaliteit tuin, architectonische beeldkwaliteit, maatvoering en positie hoofdgebouw & bijgebouwen, parkeren & ontsluiting. De regels dienen als concrete hulpmiddelen voor het ontwerp en houvast om op de kwaliteit te kunnen sturen waar dat nodig wordt geacht.

28

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

Beeldkwaliteit landschap

AMBITIE De Vliet, als historische vaarweg, is de drager van het gebied. De structuur van de landgoederenzone met afwisseling van groene buitenplaatsen, open doorzichten en bebouwingsvelden is identiteitsbepalend. De Westvlietweg moet op termijn verkeersluw worden gemaakt, waardoor de beleving van de landgoederenzone meer ruimte krijgt. Bestaande buitenplaatsen moeten d.m.v. landgoedbiotopen de ruimte krijgen en behouden, zodat het het collectief kan worden ervaren. Toegankelijkheid van de buitenplaatsen is ook van belang voor deze collectieve ervaring. Ook moet er ruimte komen voor nieuwe buitenplaatsen met hoge landschappelijke en architectonische kwaliteit en met culturele en historische betekenis, natuurontwikkeling en wateropgaven, economische en sociale dynamiek. Nieuwe gebouwen en omgevingen hebben de potentie in de toekomst monumenten te worden en moeten met die ambitie in gedachte ontworpen worden. BEELDKWALITEITSREGELS » De buitenplaats bevordert de samenhang van de landgoederenzone » De buitenplaatskavel is minimaal 2 polderslagen breed (ca. 90m) en de omvang dient in verhouding tot de huidig aanwezige buitenplaatsen te staan.

» De nieuwe buitenplaats respecteert de karakteristiek van de Vlietzone met afwisseling tussen buitenplaats en open doorzichten » In een zone van 100 m (gerekend vanaf de Vliet) worden worden het hoofdgebouw en collectief toegankelijke groenrecreatieve functies gerealiseerd » Minimaal 33% van het terrein binnen de

»

»

» »

100m zone is openbaar toegankelijk met de mogelijkheid om de toegankelijkheid tussen zonsondergang en zonsopkomst te beperken, bijvoorbeeld door afsluiting van en hek. De aanhechting van de buitenplaatsen op het beoogde toekomstige wegennet is van belang. Paden naar het terrein achter de buitenplaatsen dienen op eigen terrein gerealiseerd te worden. De buitenplaats is een belangrijk instrument voor het verbinden van ecologische zones. Er wordt ruimte geboden aan ecologische (natuur-)waarde en natuurdoeltypen. De recreatieve functies sluiten waar mogelijk aan bij de structuren in de omgeving Waterberging dient als structurerend element opgenomen te worden en draagt zo bij aan de versterking van de recreatieve, ecologische en culturele waarden

Het is noodzakelijk dat naast de cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden ook aandacht is voor natuurwaarden. Doelsoorten voor passieve en actieve bescherming worden nader bepaald en inzicht wordt gegeven in de gevolgen daarvan voor inrichting (o.a. positionering gebouwen, tuininrichting en natuurinclusiviteit) en beheer. Dit o.a. vanuit de status die de buitenplaatsen hebben als onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland.

Vorm is gerelateerd aan het onderliggende slagenlandschap van de polder De Buitenplaatsen aan de Vliet zijn allen enkele polderslagen breed. Als minimum maat voor de buitenplaats wordt 2 polderslagen aangehouden.

De doorzichten tussen de buitenplaats en andere ruimtelijke entiteiten zijn onderdeel van de buitenplaats De open ruimte naast de buitenplaats ten behoeve van de doorzichten is een essentiëel onderdeel van de buitenplaats voor de beleving van het ensemble

29

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

Beeldkwaliteit kavel: ensemblewaarde

AMBITIE De buitenplaats is een integraal ontworpen geheel van hoofden bijgebouwen in een park- of landschappelijke setting met sterke onderlinge zicht- en stijl relaties. Hierbij gaat het niet om het nabootsen van een historische buitenplaats, maar het inzetten van stijlprincipes met een eigentijdse interpretatie. Er is een sterke visuele hiërarchie zichtbaar van landschap naar hoofdgebouw naar bijgebouwen. De buitenplaats is vanaf buitenaf als één geheel leesbaar De allure van de buitenplaats is afhankelijk van de beschikbare maat en invulling van het perceel. De opzet met groene omlijsting en een riant hoofdgebouw vraagt om een breed kavel. BEELDKWALITEITSREGELS » De buitenplaats wordt als een ensemble ontworpen met 1 hoofdgebouw en evt. een aantal bijgebouwen » Gebouwen staan direct in het park zonder ‘privé’ gronden. Overgangszones tussen gebouw en landschap zijn toegestaan, of aparte ‘eilanden’ met sloten als erfafscheiding voor individuele woningen. » De buitenplaats vormt een duidelijk contrast met de omgeving door groene kaders, heldere grenzen en laat ruimte voor open doorzichten

De buitenplaats vormt een duidelijk contrast met de omgeving door groene kaders, heldere grenzen. De ontwikkeling van een nieuwe buitenplaats respecteert de open doorzichten en versterkt daarmee het karakter van de landgoederenzone in het geheel

Integraal ontworpen geheel van gebouw en landschap

30

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

Beeldkwaliteit tuin

AMBITIE De kwaliteit van de landschappelijk (tuin-) inrichting is een essentiëel onderdeel van de buitenplaats. Een sterke compositie met dramatisering, enscenering, afwisseling van open/gesloten, zichtlijnen, architectonische elementen etc. vormt de basis voor de verankering van de bebouwing op het perceel. De inrichting heeft oog voor de nabije toekomst (<10 jaar) maar wordt in eerste instantie duurzaam aangelegd op basis van een (ruimtelijk) eindbeeld.

Gebouwen staan direct in de tuin

Zichtbaar hoofdgebouw in een landschappelijke setting

Toepassing van architectonische elementen in de inrichting

Formele tuininrichting

Landschappelijke en formele tuininrichting

Eigentijdse interpretatie spiegelvijver

Laanbeplanting langs as als middel voor dramatisering

Combinatie van formele en landschappelijke tuininrichtingsprincipes

Compositie van beplanting, water en gebouw met strategisch gepositioneerde sierbomen

De buitenplaats heeft een rol in de beleving van de bezoeker of passant. De buitenplaats heeft een aangename groene en representatieve uitstraling aan de Vlietzijde én de buitenplaats heeft een semi-openbare functie. Parkeren van auto’s is een integraal onderdeel van het eigentijdse gebruik van een buitenplaats, maar is wel op een dusdanige manier opgelost dat er geen verstoring van het groene en landschappelijk beeld plaats vindt. BEELDKWALITEITREGELS » Terreininrichting sluit bij het karakter van de buitenplaats en er wordt gebruik gemaakt van formele of landschappelijke tuininrichtingsprincipes » De bebouwing staat direct in de tuin. Een overgangszone van het hoofdhuis naar de tuin meet maximaal 7m en bevat geen hoge erfafscheidingen of hoge hagen. Hagen voor afscheiding van het terras zijn maximaal 1,20m. » Waterberging is (ook) een ruimtelijk onderdeel van de opgave. Inrichting gaat uit van (enkele) waterpartijen en afwatering op de omliggende sloten. Taluds zijn flauw en natuurlijk.

31

LEIDRAAD BEELDKWALITEIT BUITENPLAATSEN AAN DE VLIET

2

» Beplanting is in basis inheems en draagt bij aan specifieke natuurdoeltypen, (aangevuld met sierbeplanting en beeldbepalende solitairen). Bij de aanleg wordt reeds een aantal flink volwassen bomen geplant en het overige groen heeft een gevarieerde aanplantleeftijd Parkeren » Het parkeren wordt op eigen kavel opgelost. » Parkeren vindt plaats buiten het directe zicht van het hoofdgebouw. Daarbij zijn er de volgende mogelijheden: de parkeerfunctie wordt ingepast in het landschap (1), wordt als gebouwd parkeren ingepast in een ‘koetshuis’ (2&3) of wordt toegepast in een parkeerkelder (4). Zie de afbeeldingen hiernaast. » De beeldkwaliteit van het parkeren is een integraal onderdeel van het ontwerp van de inrichting respectievelijk architectuur. Erfafscheidingen en toegangen » De buitenplaats is via een aantal openbare paden gedeeltelijk toegankelijk vanaf de Vlietzijde (tussen zonsopgang en zonsondergang). » Toegangen en bijbehorende hekwerken worden in stijl meeontworpen. » Erfscheidingen zijn onderdeel van de inrichting en architectuur en zijn als landschapselement of als onderdeel van de architectuur ontworpen. » Erfafscheidingen zijn natuurlijk (hagen, sloten) of van hoogwaardig materiaal » Erfafscheidingen zijn laag of hebben een doorzichtigheid van 90%

4

3

1

Verschillende mogelijke parkeeroplossingen bij ‘klassieke’ en moderne buitenplaatsen

Toegang en entrees worden in stijl meeontworpen.

De buitenplaats is via openbare paden (gedeeltelijk) toegankelijk

Openbare paden zijn goed gemarkeerd

Erfafscheidingen zijn van natuurlijke of hoogwaardige materialen

Toepassing van ha-ha’s, greppels of sloten 32 als afscheiding van private gronden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11105967/1