RIS311200 Bijlage 3
Tekst van het document
De aanwezigheid van kazernes en de vraag naar uniformen was een van de motoren achter het succes van de omvangrijke kleding- en schoennijverheid in de 19de eeuw. Vanaf eind 18de eeuw werden hier ook koperen knopen geproduceerd.476 De aanwezigheid van het ministerie van Koloniën maakte Den Haag een aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven met een internationaal werkterrein. Aan het begin van de nieuwe tijd was de trekvaart de snelste manier van vervoer.477 Den Haag lag ter hoogte van enkele trekvaartroutes. Havens en grachten in de binnenstad werden gedempt ten behoeve van grotere nieuwe havens buiten de binnenstad. Met de aanleg van de eerste stations en tramlijnen liep de trekvaart voor personenvervoer snel terug. In de 19de eeuw werden vele molens buiten de stadssingels in eerste instantie vervangen door stoomgemalen en later door elektrische. Vele molens verdwenen echter helemaal uit het straatbeeld. Onduidelijk is in hoeverre deze ook in de bodem compleet verdwenen zijn. Archeologisch onderzoek kan hier uitsluitsel over geven en tevens onderzoeken hoe de interne inrichting van de molens was. Een goed beeld van de ruimtelijke verspreiding van de industrie en de relatie met de transportwegen kan worden verkregen door naar de kadastrale kaarten te kijken.
Ten aanzien van de ruimtelijke verspreiding van bepaalde beroepsgroepen kunnen verbanden worden gezocht met bijvoorbeeld de infrastructuur, marktplaatsen, of havens. y Kunnen, aan de hand van specifiek afval van bepaalde beroepsgroepen, ambachten en bedrijfsplaatsen worden gelokaliseerd? y Hoe werkt de opkomst van (pre)-industriële productie (massaproducten) door in de materiële cultuur? y Wanneer was er sprake van een lokale aardewerk- en glasproductie? Welke producten zijn te onderscheiden en waar waren de bedrijven gevestigd? y Hoe is de verhouding tussen de lokale productie en regionale productie (op basis van afval)? y Wat was de rol van de zeevisserij (nabijheid zee, dorp Scheveningen) op het lokale consumptiepatroon? Verhouding zout- en zoetwatervissen? y Welke consumptiepatronen en handelscontacten zijn archeologisch te traceren? y Hoe waren de gebouwen met economische functie zoals molens, scheepswerven, pakhuizen, brouwerijen, waaggebouwen en andere marktgebouwen ingericht?
Religie en begravingen Ten tijde van of rond de Hervorming zijn vele kapellen en kerken gesloopt en een aantal kreeg een andere functie. De locatie van deze kerken en kapellen is in veel gevallen niet bekend. 475 Last en Lobatto 1868. 476 Havelaar en Spork 1989. 477 Wijsenbeek 2005. 99
Enkele kerken werden omgevormd tot protestante kerken, maar er werd ook een nieuwe gereformeerde kerk gebouwd, de Nieuwe Kerk. De Joodse gelovigen mochten synagogen bouwen. Deze verhuisden nogal eens van plek. In de Haagse binnenstad staan er nog twee met een hoge ouderdom. Een is omgebouwd tot moskee (Wagenstraat). De synagoge van de Liberale Joodse gemeente ligt achter de Prinsessegracht. Alle orthodoxe elementen zoals de mikwes (rituele-ingegraven- baden) zijn verdwenen. Niet-gereformeerde protestanten, lutheranen, remonstranten en doopsgezinden hielden aanvankelijk diensten in schuilkerken.478 De Lutherse schuilkerk werd in 1761 vervangen door een zichtbare kerk. Vanwege de aanwezigheid van gezantschappen van landen met een katholieke signatuur werden alleen katholieke gezantschapskerken getolereerd maar waren er daarnaast schuilkerken nodig. Tijdens de Franse Tijd (1795-1813) kon het katholieke geloof weer openbaar worden beleden (onder andere in de Hofkapel). De bouw van nieuwe katholieke kerken kwam pas met de katholieke emancipatie vanaf het laatste kwart van de 19de eeuw op gang. Ook de doopsgezinden bouwden in die periode een nieuwe kerk. De Russisch-Orthodoxe kerkdiensten werden sinds de komst van koningin Anna Paulowna gehouden in bestaande gebouwen en vanaf 1937 in een nieuwe kerk in de Obrechtstraat.
Ten tijde van de grote nieuwbouwprojecten van voor de Tweede Wereldoorlog zijn vele nieuwe kerken gebouwd om de nieuwe inwoners te voorzien. Dit is zichtbaar op de Bonnebladen.479 De religie van bewoners kan eveneens worden gereflecteerd in het afval. Denk daarbij bijvoorbeeld aan koosjere loodjes, het voorkomen van varkensbotten, wijwaterbakjes en patacons. Archeologisch onderzoek in een Joodse wijk (Rabbijn Maarsenplein, vindplaats 133) geeft opvallend genoeg een overvloed aan indicatoren voor katholieke bewoners. Joodse koosjere loodjes zijn wel in ophogingslagen en grachtvullingen gevonden. Daarnaast kunnen funeraire contexten belangrijke indicatoren zijn voor de (religieuze) achtergrond van inwoners. Niet alleen de manier van begraven kan hier informatie over verschaffen, maar ook de locatie van de begraafplaats zelf, kan een inkijk geven in de sociale, economische of religieuze status van de bevolking. De Joodse bevolking had bijvoorbeeld vanaf 1691 een eigen begraafplaats naast de Scheveningseweg. In historische bronnen wordt melding gemaakt van begravingen van veroordeelde criminelen op andere manieren of andere locaties dan de niet-veroordeelde bevolking. In ieder geval in de 17de eeuw werd gelegenheid gegeven om de overledenen alsnog ergens anders te begraven (e.g. Gilles van Ledeberg, Johan en Reinier van Oldenbarnevelt).
Tot circa 1572 werden tevens veroordeelden begraven op het terrein van het Dominicanerklooster aan de Lange Voorhout.480 Voor Den Haag zijn echter nog geen gevallen bekend die begraven zijn in de directe omgeving van de galgheuvels. De voornaamste begraafplaats van Den Haag tot 1681 lag rond de Grote of St. Jacobskerk (vindplaats 84). Na de bouw van de Nieuwe Kerk (circa 1656, vindplaats 65) werden daar ook mensen op het kerkhof begraven. De allerarmsten werden vanaf 1716 tot 1883 begraven op het Noorderkerkhof (Noordwal). Deze locatie is tegenwoordig bebouwd. Daarnaast werd begraven bij het Pesthuis en het Leprooshuis.481 Vanaf 1770 werd nog een aantal begraafplaatsen buiten de stadskern aangelegd. Vanaf 1832 mocht alleen buiten de stad worden begraven. De opgravingen die in het verleden zijn uitgevoerd in de Hofkapel leveren informatie over elitebegravingen.482 Nieuw archeologisch onderzoek van begravingen, zoals die in 2017 op het Kerkplein (vindplaats 84), kan een belangrijke aanvulling geven op kennis over grafgebruiken en over de
478 Wijsenbeek 2005. 479 Bonnebladen, specifiek: B420, B421, B439, B440, B458, B459. 480 Jacobs en Van Veen 1996. 481 Smit 1918, p. 138. 482 Van Veen 2015, p. 67–102. 100