RIS311016 Bijlage
Tekst van het document
Rapport “Overzicht van opties die de gemeentefinanciën verbeteren”
2 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022
Inhoud 1.
Voorwoord....................................................................................................................................... 4
2.
Samenvatting................................................................................................................................... 5 Leeswijzer ............................................................................................................................................ 8
3.
Inleiding en opdracht ...................................................................................................................... 9 Opdracht.............................................................................................................................................. 9 Aanpak en werkwijze......................................................................................................................... 10
4.
Enkele overwegingen bij financiële beeld gemeenten ................................................................. 11
5.
Enkele overwegingen financiële beeld gemeente Den Haag t.o.v. G4/G8 ................................... 12
6.
Aandachtspunten bij de opties voor budgettaire ruimte ............................................................. 13
7.
Uitgangspunten en afwegingen bij de financiële opties ............................................................... 16
8.
Grondslag Opties ........................................................................................................................... 18
9.
Overzicht opties ter vergroten financiële ruimte naar karakter van de maatregel ...................... 20 Groep 1: Verhogen inkomsten/woonlasten met een generiek karakter .......................................... 21 Groep 2: Verhogen inkomsten/ lasten met een specifiek karakter .................................................. 22 Groep 3 Versoberen/stoppen activiteiten en voorzieningen ........................................................... 22 Fysiek Domein ............................................................................................................................... 23 Sociaal Domein .............................................................................................................................. 24 Bestuur en dienstverlening ........................................................................................................... 25
10.
Eneco-middelen......................................................................................................................... 26
11.
Overzicht opties per programma .............................................................................................. 29 Inleiding ......................................................................................................................................... 29 2 College en bestuur ...................................................................................................................... 30 3 Duurzaamheid, milieu en energietransitie ................................................................................. 31 4 Openbare orde en veiligheid ...................................................................................................... 33 5 Cultuur en bibliotheek ................................................................................................................ 34 6 Onderwijs.................................................................................................................................... 36 7 Werk en inkomen ....................................................................................................................... 38 8 Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid .................................................................................... 42 9 Buitenruimte...............................................................................................................................
48 10 Sport ......................................................................................................................................... 52 11 Economie .................................................................................................................................. 55 12 Mobiliteit .................................................................................................................................. 57 13 Stadsontwikkeling en wonen.................................................................................................... 59
3 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022 14 Stadsdelen, integratie en dienstverlening................................................................................ 61 15 Financiën .................................................................................................................................. 63 16 Overhead en programma overstijgend .................................................................................... 65 12.
Slotoverwegingen van de voorzitter ......................................................................................... 66
13.
Bijlagen: ..................................................................................................................................... 67
Bijlage 1 Memo Belastingzaken......................................................................................................... 67 Bijlage 2 Overzicht subsidies en relatie met opties........................................................................... 71 Bijlage 3 Externe deskundigen voor reflectie .................................................................................... 72
4 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022
1. Voorwoord Bijzonder om als recent gepensioneerd rijksambtenaar een bijdrage te mogen leveren aan een heroverwegingsopdracht van de gemeente Den Haag. Een opdracht over alle beleidsprogramma’s heen, waarmee de gemeente Den Haag niet eerder ervaring heeft opgedaan. En nog meer bijzonder om dat te doen in coronatijd, waarbij het proces zich vrijwel geheel digitaal heeft afgespeeld. De leden van de werkgroep heb ik nimmer fysiek ontmoet. Toch overheerst bij mij het gevoel dat we elkaar wel hebben leren kennen, openhartig met elkaar hebben gesproken en in goede verstandhouding aan het rapport hebben kunnen werken. Het resultaat is een rapport met de titel “Overzicht van opties die de gemeentefinancien verbeteren”. Om die ruimte voor keuzes te kunnen opdienen, was het belangrijk om goed de context te schetsen van de budgettaire ontwikkelingen en van het huidige beleid. Er zijn uitgangspunten en afwegingspunten geformuleerd. We hebben in de werkgroep elkaar bevraagd. In- en externe dwarskijkers hebben ons kritisch bevraagd en suggesties gedaan. Het resultaat is meer dan een droge opsomming van heroverwegingsopties. De ambtelijke organisatie heeft eigenaarschap getoond voor het proces en voor het resultaat. Het door de raad gevraagde overzicht is op twee niveaus uitgewerkt: 1. Op hoofdlijnen naar de aard van de maatregelen; 2. naar maatregelen per beleidsprogramma.
Bedoeld is om het gebruik ervan in die volgorde te faciliteren. De opdracht was om budgettaire ruimte te zoeken en niet om nieuw gewenst beleid voor te stellen of een breed inhoudelijk onderzoek te doen naar de taken die de gemeente uitvoert. Thema’s als privatisering en regionalisering, grenzend aan nieuw beleid, zijn wel overwogen, maar te complex gebleken om in deze opdracht uit te werken. In navolging van externe dwarskijkers meen ik te mogen opmerken dat gebruik van dit rapport in samenhang met gewenst (nieuw) beleid naar verwachting het meest effectief zal zijn. Ik wil niet onvermeld laten dat de externe dwarskijkers waardering hebben uitgesproken voor het initiatief van de gemeente Den Haag om op deze wijze het politieke proces te faciliteren. Graag dank ik hen voor hun constructieve kritische bijdragen. Van harte spreek ik grote dank uit naar de leden van de werkgroep en de secretarissen die keihard gewerkt hebben om samen met mij dit rapport te maken. Niet alleen hebben ze de vele initiële opties voorbereid, ook zijn met niet aflatende inzet mijn vele vragen steeds beantwoord. Zo hebben we samen aan het rapport gewerkt. Ik dank de externe en de interne dwarskijkers die met enige distantie hebben gereflecteerd op het concept. Het GMT dank ik voor hun reflectie, de steun en het vertrouwen mij dit proces te laten begeleiden.
Tot slot en niet in de laatste plaats spreek ik de hoop uit dat dit rapport een bijdrage levert aan te maken keuzes door de Haagse politiek in het belang van de stad en zijn inwoners.
Hans van der Vlist, (Onafhankelijk procesbegeleider/ voorzitter van de werkgroep)
Januari 2022
5 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022
2. Samenvatting Bij de behandeling van de begroting 2021 werd geconstateerd dat de coronacrisis onzekerheden met zich meebrengt die drukken op de gemeentefinanciën. De algemene reserve van de gemeente is te laag om de risico’s op te vangen waardoor het wenselijk is een overzicht achter de hand te hebben van mogelijke maatregelen die de gemeentefinanciën verbeteren. Hiertoe is een motie (RIS306738) ingediend die vrijwel gemeentebreed is aangenomen. De opdracht is gericht op het in kaart brengen van ruimte voor keuzes voor de komende coalitie-onderhandelingen na de verkiezingen van maart 2022. Het betreft een opsomming van opties waarbij in lijn met de bedoeling van de motie geen rekening is gehouden met de (on)wenselijkheid of met de onderlinge samenhang van de in kaart gebrachte opties. Onder leiding van een onafhankelijk voorzitter zijn de mogelijkheden tot besparingen en of om te stoppen met beleid onderzocht. Niet de hele begroting komt in aanmerking voor structurele maatregelen. Een groot deel van de gemeentelijke begroting ligt vast in (quasi) wettelijke verplichtingen zoals, kapitaallasten, onderhoud, stadsontwikkeling, specifieke uitkeringen, bestuur en dienstverlening aan de burgers (reisdocumenten) of incidentele financiering (reserves).
Ook worden taken in medebewind uitgevoerd zoals sociaal domein en worden taken met kostendekkende heffingen gefinancierd, zoals rioolheffing, afvalstoffenheffing en soms door derden, zoals Europese subsidies. Vaak heeft de gemeente wel keuzemogelijkheden voor wat betreft hoe een taak wordt uitgevoerd en met welke intensiteit. Van de totale begroting is samengevat rond de € 1 miljard in meerdere of mindere mate te beïnvloeden. Zie ook hoofdstuk 8 over de grondslag. Op basis van wettelijke grenzen, juridische verplichtingen, karakter van de uitgaven en gevolgen voor de stad zijn realiseerbare opties uitgewerkt. Ook is gekeken naar vergelijking van inkomsten en uitgaven van de G4 en G8 (en van de inkomsten van de G10). Totaal zijn circa honderd opties verdeeld over de verschillende programma’s door de organisatie in beeld gebracht. Daarbij is zo goed mogelijk geraamd wat de potentiële budgettaire ruimte is van elk van de opties. Kanttekeningen: 1. Er ligt geen integrale uitvoeringstoets ten grondslag aan de ramingen en 2. de daadwerkelijke budgettaire ruimte kan mogelijk beperkter zijn door cumulatie van opties, nieuwe omstandigheden, bestaande tekorten en mogelijke weglekeffecten, anders dan geraamd. Het gaat, zoals de Raad heeft gevraagd, om een technisch overzicht van mogelijke inhoudelijke beleidskeuzen ten opzichte van het huidige beleid en wijze van beleidsuitvoering.
Alle opties hebben gevolgen voor doelgroepen in de stad.
6 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022 In de onderstaande tabel is een samenvatting van de opties weergegeven in bedragen (x€1000) en in aantallen per programma en per groep.
Groep 02 College en bestuur 03 Duurzaamheid, milieu, energietransitie 04 Openbare orde en veiligheid 05 Cultuur en bibliotheek 06 Onderwijs 07 Werk en Inkomen 08 Zorg, welzijn, Jeugd, Volksgezondheid 09 Buitenruimte 10 Sport 11 Economie 12 Mobiliteit 13 Stadsontwikkeling en wonen 14 Stadsdelen, integratie, dienstverlening 15 Financiën 16 Overhead Eindtotaal
Woonlasten 1
Verhogen inkomsten 2
10.000
1
2.700
1
Fysiek 3a 4.600
500 345 1.400
2 2 1
18.000
2
13.622
1.795 89.100
3
1.575
1
89.100
5
21.820
8
20.017
Bestuur & Totaal diensten structureel 3c 300 1 300 2 490 2 15.090 1.600 1 1.600 11.800 5 11.800 5.370 3 5.370 25.340 14 100 1 25.440 37.160 19 37.660 6 3.550 4 20.217 5.325 13 6.725 5.400 2 5.400 740 2 18.740 1.460 2 1.460 2 1.080 2 2.875 500 1 91.175 900 1 900 10 62.500 33 38.615 40 232.052 Sociaal 3b
*) Bij woonlasten is het totaal aan opties € 89.100. Met het meetellen van de andere twee opties zou sprake zijn van een dubbeltelling.
De opties zijn allereerst naar hun aard onderverdeeld in drie groepen: 1. Verhogen van de lokale (woon)lasten (opties € 16 mln. - € 89 mln.): Den Haag heeft gemiddeld ruim lagere woonlasten (OZB, Riool- en afvalstoffenheffing) waarbij onder andere omzetbelasting beperkt in de tarieven is meegenomen. Met een structurele (woon)lastenstijging van € 25 á € 30 mln. bevindt Den Haag zich op het niveau van het gemiddelde van de G4, met een stijging van € 48 mln. op het gemiddelde niveau van de G10. Een tiende positie op de woonlastenlijst van COELO betekent een stijging met € 89 mln. 2
Verhogen inkomsten met specifiek karakter (opties tot circa € 22 mln.), waaronder verhogen parkeerbaten, commerciële verhuur openbare ruimtes, draagkrachtberekening huishoudelijke hulp Wmo, eigen bijdrage AV-070, verhogen toeristenbelasting.
3
Versoberen/stoppen activiteiten, voorzieningen en projecten (opties tot circa €121 mln.): de opties zijn verdeeld over de domeinen 3a Fysiek, 3b Sociaal en 3c Bestuur & Dienstverlening. Voorbeelden: minder onderhoud, sociale voorzieningen re-integratie, minimabeleid, Wmo, bestedingen aan veiligheid, dienstverlening aan de burgers, verlagen subsidieplafonds Cultuur of een variant voor Onderwijs/Sport, minder bestuurders/bestuursondersteuning.
De ordening naar deze drie groepen maakt het goed mogelijk op hoofdlijnen richting te geven aan te maken keuzen. Voor een diepgaander inzicht in de opties zijn deze ook per programma in dit rapport opgenomen. Daarbij is ook de meerjarige doorwerking zo goed mogelijk in beeld gebracht. En per programma zijn de opties voorzien van beknopte teksten over de huidige beleidscontext en over de gevolgen voor de stad. Tevens wordt in hoofdstuk 10 apart aandacht besteed aan de heroverwegingsmogelijkheden ten aanzien van de Enecomiddelen. Deze zijn niet opgenomen in de samenvattende tabel en hebben overigens een incidenteel effect
1 5 1 5 3 15 21 13 14 2 4 2 4 5 1 96
7 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022 Sommige opties, zoals verhogen OZB, kunnen snel leiden tot budgettaire ruimte, bij andere opties vergt de implementatie meer tijd, zoals bij versoberen van diensten. Duidelijk is dat de implementatie van opties effect heeft op de stad door enerzijds hogere lasten en anderzijds andere kwaliteit van het voorzieningenniveau. Het is een politieke afweging of en hoe opties ter hand worden genomen (in samenhang met nieuw beleid). Bij de implementatie van opties is sprake van frictiekosten zoals personele lasten, mogelijke afkoopkosten, transititiekosten en voor inregelkosten voor de andere manier van werken. Hierbij moet rekening worden gehouden met incidenteel 15% van de bezuiningingsmaatregel/optie. Bij het in kaart brengen van opties is rekening gehouden met wat wettelijk moet, waarbij rekening is gehouden met de ruimte die de gemeente heeft. Hierdoor zijn opties in beeld gebracht die leiden tot versoberen van uitvoeren van wettelijke taken en van bovenwettelijke gemeentelijke voorzieningen. Daarbij is ook rekening gehouden met de mate van beïnvloedbaarheid. De opgenomen bedragen zijn ramingen met de aannames en inzichten zoals die per september 2021 bekend zijn. Voor de Enecomiddelen is de peildatum november 2021.
Alvorens opties (of delen van opties) in het afwegingsproces tot besluitvorming komen zullen de cijfers mogelijk geactualiseerd moeten worden. Tijdens de uitvoering van de opdracht zijn diverse rapporten verschenen over de financiële positie en de beleidsruimte van gemeenten. Er is veel in beweging en onzeker rondom de relatie rijk en gemeenten. In het rapport is daarover een hoofdstuk opgenomen. In de periode van deze opdracht is ook de begroting van de gemeente Den Haag voor het jaar 2022 gereedgekomen. Ook uit deze begroting blijkt dat keuzes gemaakt dienen te worden over de lange termijn houdbaarheid van de gemeentelijke financiën. Onderdeel van de aanpak van deze opdracht was het uitvoeren van een externe blik door deskundigen op het gebied van openbaar bestuur (zie bijlage 3). Uit de reflectie op het rapport door deze dwarskijkers bleek dat de gemeente met de opdracht en het rapport een goed initiatief heeft genomen dat uniek is in Nederland. De reflectiegesprekken hebben plaatsgevonden op basis van een vergevorderd concept. Naast de uitgesproken waardering hebben de gesprekken ook geleid tot waardevolle toevoegingen aan het rapport.
8 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022
Leeswijzer In hoofdstuk 3 wordt de opdracht voor dit onderzoek besproken, inclusief de motie die aan dit onderzoek ten grondslag ligt. In hoofdstuk 4 worden enkele overwegingen over de algemene financiële context van gemeenten toegelicht, in hoofdstuk 5 een korte toelichting op de vergelijking met de G4 en met de G8. In hoofdstuk 6 bespreken we de hoofdlijnen van het financiële beeld van de gemeente Den Haag met de belangrijkste financiële uitdagingen. In hoofdstuk 7 worden uitgangspunten en afwegingen van de opties voor heroverweging besproken. In hoofdstuk 8 wordt een toelichting gegeven over de grondslag waarop de heroverwegingsopties van toepassing zijn. Al deze hoofdstukken samen schetsen de kaders en de context als basis voor de volgende hoofdstukken, waarin de opties voor budgettaire ruimte zijn opgenomen. In hoofdstuk 9 worden de drie groepen van opties toegelicht, geordend naar karakter van de maatregelen, zoals in de samenvatting aangegeven. In hoofdstuk 10 is de stand van zaken over de Enecogelden aangegeven. In hoofdstuk 11 zijn de opties per programma toegelicht met gevolgen voor de stad en wanneer een optie kan worden gerealiseerd. Als peildatum is de stand per 1 september 2021 aangehouden. Als bijlage 1 is een notitie met varianten rond de gemeentelijke belastingheffing en/of woonlasten opgenomen voor meer inzicht.
Als bijlage 2 is een overzicht opgenomen in welke mate subsidies met de opties zijn geraakt. Bijlage 3 bevat de namen van de externe dwarskijkers.
9 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022
3. Inleiding en opdracht Opdracht Bij de behandeling van de begroting 2021 werd geconstateerd dat de coronacrisis onzekerheden met zich meebrengt die drukken op de gemeentefinanciën. De algemene reserve van de gemeente is te laag om de risico’s op te vangen waardoor het wenselijk is een overzicht achter de hand te hebben van mogelijke maatregelen die de gemeentefinanciën verbeteren. Hiertoe is een motie (RIS306738) ingediend die vrijwel gemeentebreed is aangenomen. Onderstaand is de motie weergegeven.
De opdracht is gericht op het in kaart brengen van ruimte voor keuzes om achter de hand te hebben en/of voor de komende coalitie-onderhandelingen na de verkiezingen van maart 2022. Het is daarmee een bijdrage aan het goed functioneren van de gemeentelijke democratie. Het gaat om een technisch overzicht van mogelijke inhoudelijke beleidskeuzen ten opzichte van het huidige beleid en wijze van beleidsuitvoering. Dat kan betekenen met beleid te stoppen en/of beleid aan te passen. Het gaat niet over bezuinigingen met de kaasschaaf zonder maatregelen. Generieke maatregelen zoals een kaasschaaf impliceren dat er geen keuzes gemaakt hoeven te worden, dat alles door kan gaan alleen een onsje minder. Het risico bestaat dan dat zonder duidelijke keuzes en verantwoording de uitvoering van
10 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022
beleid onder druk komt te staan, zonder hier expliciet met elkaar over te spreken. De kracht van de motie is dat opgeroepen wordt keuzemogelijkheden in kaart te brengen. Dat hebben we gedaan. Het rapport bevat nadrukkelijk niet een politiek waardeoordeel over de keuzemogelijkheden. De bedragen in dit rapport zijn inclusief de gevolgen voor het ambtelijk apparaat. De keuzes hebben merkbare gevolgen in de stad.
Aanpak en werkwijze De motie roept het college op zich bij de uitvoering van de opdracht te laten inspireren door de aanpak van heroverwegingsonderzoeken bij het Rijk. In lijn met de ervaringen bij het Rijk met heroverwegingen is de uitwerking van de motie neergelegd bij een ambtelijke werkgroep en begeleid door een onafhankelijk voorzitter met ervaring bij het Rijk. Anders dan bij de heroverwegingsonderzoeken bij het Rijk was er geen kader voor de aanpak, was er geen ruimte voor nieuw beleid en betrof het niet één beleidsthema, maar de gehele begroting. Waar bij het rijk gewerkt wordt met plus en min 20% varianten, hebben wij het anders gedaan. We hebben gewerkt met de opdracht voor elk programma met besparingsopties te komen oplopend tot 15% van het te beinvloeden budget. Dat percentage is op zich arbitrair. Naar de inschatting van de werkgroep en de begeleidingscommissie zouden hiermee opties met een serieuze omvang op tafel komen en zijn alle programma’s gelijk behandeld. Ook is gekeken naar vergelijking met de G4, G8 en G10. Voor de uitgavenkant bleek die vergelijking onvoldoende fundament te hebben om opties op te baseren. Voor de inkomstenkant bleek dat wel goed mogelijk. Daartoe zijn in het rapport voor de inkomstenkant extra opties opgenomen. Bij de uitvoering van de opdracht hebben alle beleidsonderdelen medewerking verleend.
Zo is de gehele begroting voorwerp van onderzoek geweest om op een technische wijze het politieke proces te faciliteren. Onder leiding van de onafhankelijke voorzitter heeft de werkgroep opties in beeld gebracht, die ten grondslag liggen aan dit rapport. Tijdens het proces zijn de opties gewogen op aannemelijke realiseerbaarheid op basis van de expertise in de werkgroep (zonder uitvoeringstoets). Op meerdere momenten zijn voorgestelde opties van kritisch zijlicht voorzien, in de werkgroep, intern ambtelijk door een groep ambtenaren van buiten de werkgroep en ook met externe dwarskijkers. In de werkgroep zaten van elke dienst een vertegenwoordiger van beleid en een controller. Het secretariaat (twee ervaren concernfinancials) heeft de opties vanuit concernperspectief getoetst. Voor alle programma’s is dezelfde technische methode toegepast. Alle opties zijn op deze manier vanuit meerdere perspectieven intersubjectief gewogen. Daarmee zijn in het proces vele waarborgen ingebouwd om ambtelijke willekeur te voorkomen. De voorgestelde opties zijn getoetst op juridische, interbestuurlijke en praktische haalbaarheid binnen de volgende raadsperiode. Het resultaat is een omvangrijke groslijst met opties voor budgetruimte om uit te kunnen kiezen. De uitgangspunten en afwegingen bij de financiële opties zijn verwoord in hoofdstuk 7.
Een omvangrijk deel van de begroting is niet te beïnvloeden. Uitleg hierover is opgenomen in hoofdstuk 8 over de grondslag voor opties. In lijn met de werkwijze bij het Rijk was er een topambtelijke begeleidingscommissie die het proces heeft bewaakt. Het gemeentelijk managementteam heeft het rapport vastgesteld.
11 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022
4. Enkele overwegingen bij financiële beeld gemeenten Tijdens de uitvoering van de opdracht zijn er diverse rapporten verschenen over de financiële positie en beleidsruimte van gemeenten. In opdracht van de provincie Zuid-Holland bracht Berenschot op 3 maart 2021 het rapport “Roeien met te korte riemen “uit. Conclusie: sturingsruimte neemt af, financiële positie verslechtert en er zijn reële risico’s bij implementatie Omgevingswet, interbestuurlijke taken, sociaal domein, uitholling leefbaarheid en vitaliteit. En er zijn twee grote interbestuurlijke opgaven: klimaat en wonen. In opdracht van BZK heeft CEBEON het onderzoek “gemeenten in de knel” uitgevoerd naar de financiële positie van gemeenten. Conclusie: toenemende druk op financiële positie leidt tot sluipende uitholling van het voorzieningenniveau. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) constateerde in haar rapport “Rust, reinheid en regelmaat” van maart 2021 dat de financiële en bestuurlijke verhoudingen uit balans zijn. De ROB pleit voor rust, reinheid en regelmaat en maakt in dat kader een onderscheid naar gemeente als politiek orgaan en gemeente als uitvoeringskantoor.
Op het terrein van Jeugdzorg verscheen op 18 mei 2021 de uitspraak en het advies (met een aantal belangrijke aanbevelingen) van de arbitragecommissie over het geschil tussen Rijk (VWS) en gemeenten (VNG) over de structurele financiering van de jeugdzorg. De gemeenten hebben te maken met een structureel tekort van € 1,7 miljard. Enerzijds biedt de uitspraak perspectief op extra budget. Anderzijds ligt er een opgave om doelmatiger en doeltreffender te werken. Daarvoor wordt op dit moment gewerkt aan een landelijke hervormingsagenda. De groei in uitgaven is sinds 2015 50%, uitvoeringsverschillen per gemeente zijn groot en de bewezen effectiviteit is laag (10 -12 %). Ook voor de Participatiewet is sprake van te lage rijksfinanciering (tekort op de financiering van de participatiewet volgens rapport Berenschot, € 1,5 mld.). En dan is er nog de procedure tot herijking van het gemeentefonds, waarvan het voorlopige beeld is dat dit voor de gemeente Den Haag tot een structurele verlaging kan leiden. Kortom, er is veel in beweging en onzeker rondom de relatie rijk en gemeenten. De impact van de kabinetsformatie en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor de gemeenten zijn bij het opstellen van het rapport nog niet bekend. Geconcludeerd kan wel worden dat de maatschappelijke opgaven groot zijn en dat er keuzes gemaakt moeten worden.
12 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022
5. Enkele overwegingen financiële beeld gemeente Den Haag t.o.v. G4/G8 Op basis van de CBS-informatie (IV3-informatie 2019) is een vergelijking gemaakt van de gemeente Den Haag met de andere van de vier grote steden (G4) en met acht grote provinciale centrumgemeenten (G8) (gemeenten Arnhem, Eindhoven, Enschede, Groningen, Leeuwarden, Maastricht, Nijmegen en Tilburg) op het terrein van de netto-lasten voor inwoners, bedrijven en organisaties en de belastinginkomsten. Het gaat hierbij dan voornamelijk om de OZB, rioolheffing, afvalstoffenheffing en parkeerkosten die de gemeente heft. De openbaar beschikbare cijfers kennen enkele beperkingen ten aanzien de vergelijkbaarheid: Inkomsten laten zich goed vergelijken. Bij uitgaven ligt dit anders omdat verschillen ook het gevolg kunnen zijn van bijvoorbeeld sociaaleconomische verschillen, samenstelling van de bevolking, bestuurlijke afwegingen in het verleden of verschillen in de financiële vastlegging. Zonder goed inhoudelijk onderzoek van de verschillen zijn geen zinvolle conclusies te trekken. Het ontwikkelen van deze kennis kan positief bijdragen aan het ontwikkelen van financiële opties in de toekomst. De eigen inkomsten van Den Haag bevinden zich op een lager niveau dan de G4 en ook dan de G8. Het verschil met de G4 is het grootst.
Op basis van de jaarrekeningen 2019 van de omvangrijkste eigen middelen (OZB, parkeerbelasting, belasting overig, riolering, afval) heeft Den Haag lagere inkomsten van € 160 per inwoner t.o.v. de G4. Ook t.o.v. de G8 zijn de inkomsten € 52 per inwoner lager in Den Haag. Hierbij kan worden opgemerkt dat de waarde van het onroerend goed in de G4 per inwoner hoger is dan in Den Haag, zodat een wat hogere opbrengst in andere G4 verwacht kan worden. De genoemde Haagse lasten zijn per inwoner echter ook lager dan in de G8, terwijl het onroerend goed in de G8 een lagere waarde heeft dan in Den Haag. Een andere vergelijking is gemaakt via de overzichten van het COELO. Bij een benadering op basis van woonlasten (OZB, riool- en afvalstoffenheffing), zoals vastgesteld door COELO zou een 10de positie op de lijst tot een extra baten kunnen leiden van € 89 mln. Zou Den Haag zijn woonlasten op het gemiddelde van de G4 stellen, dan is de extra opbrengst € 27,5 mln. Op basis van het gemiddelde niveau van de 10 grootste gemeenten is een meeropbrengst van € 48 mln. mogelijk. Conclusie van deze diverse vergelijkingen is dat de tarieven in Den Haag relatief laag zijn.
13 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022
6. Aandachtspunten bij de opties voor budgettaire ruimte De noodzaak voor keuzes om de gemeentelijke financiën houdbaar te houden is hoog. Landelijk staan de gemeentelijke financiën onder druk. De gemeentelijke begrotingen hebben geen of onvoldoende structurele middelen voor belangrijke thema’s zoals klimaatverandering en energietransitie, woningbouwopgave en vervangingsinvesteringen voor de infrastructuur. Ook heeft de gemeente te maken met de groei van de stad waaronder verdichting wat in het sociale en fysieke domein per saldo tot meerkosten leidt. Budgetten voor het op peil houden van de stad staan onder druk. Daarbij speelt een belangrijke rol welke ambities de gemeente heeft over wat voor stad zij wil zijn. De ontwikkelingen van de gemeentelijke financiën zijn voor de nabije toekomst met onzekerheden omgeven. Deze onzekerheden hangen onder meer samen met de herverdeling van het gemeentefonds en de structurele rijksfinanciering voor het sociale domein. De uitkomsten van de kabinetsformatie kunnen een belangrijk effect hebben op de gemeentelijke financiën. Het effect kan per saldo zowel negatief als positief uitpakken. Nadat het nieuwe kabinet keuzes heeft gemaakt, kan de balans worden opgemaakt hoe de voor- en nadelen per saldo uitpakken voor de gemeente. Hieronder zijn niet uitputtend de belangrijkste ontwikkelingen toegelicht.
Voor een gedetailleerd begrip raden we aan om de Begroting 2022 (RIS 309850) te raadplegen: 1. Gemeentefonds: Een herverdeling van het gemeentefonds per 2023 is in voorbereiding. Ook bestaat de mogelijkheid dat de opschalingskorting in het gemeentefonds wordt afgeschaft. Volgens het actuele beeld pakken de ontwikkelingen rond het gemeentefonds sterk nadelig uit voor Den Haag. 2. Jeugdzorg: Het structurele tekort op het terrein van jeugdzorg (landelijk € 1,7 miljard) is in lijn met het advies van de arbitragecommissie incidenteel gecompenseerd en zal naar verwachting door het nieuwe kabinet deels structureel worden gecompenseerd. Maatregelen zullen moeten worden genomen om het volume terug te brengen en mogelijkheden van hulp in de omgeving van de jeugd te versterken. Op dit moment wordt gewerkt aan een landelijke hervormingsagenda. 3. Participatiewet: De rijksvergoeding voor de uitvoering van de participatiewet is al jaren niet toereikend om de bestedingen te financieren (rapport Berenschot in opdracht van VNG, 2021). Daarbij komt dat het beschikbare budget vanaf 2025 structureel met € 7 mln. terugloopt. 4. Klimaatbeleid: Er is door de Raad voor het Openbaarbestuur een onderzoek gedaan naar kosten voor gemeentes van het uitvoeren van Klimaatbeleid. Deze taak is naar de gemeentes gedecentraliseerd zonder voldoende budget.
De uitvoeringslasten voor gemeentes gaan landelijk van € 450 miljoen in 2022 tot € 599 miljoen in 2024. Deze uitvoeringslasten zijn nog niet structureel gedekt. 5. BUIG: Het macrobudget is voldoende, maar de verdeling is ongunstig voor Den Haag waardoor een structureel tekort van rond de € 28 mln. in de begroting is opgenomen. Den Haag heeft op dit vlak een rechtszaak gewonnen en is voor € 21 mln. gecompenseerd voor de jaren 2015 en 2016. Mede als gevolg daarvan wordt gekeken hoe gekomen kan worden tot een betere
14 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022 verdeling van het rijksbudget. De verwachting is evenwel dat Den Haag ook de komende bestuursperiode met het structurele tekort moet rekenen. 6. Corona: De impactanalyse t.a.v. corona leidt voor 2021 naar verwachting tot een ingeschat eenmalig risico van €27 mln. dat in de begroting 2021 kan worden opgevangen (onder andere reserve Corona). Voor 2022 is nog onzeker hoe het virus zich zal ontwikkelen. De gemeente ziet het risico van de crisis na de crisis zoals uitgestelde zorg, GGZ-problematiek en mogelijk werkloosheid. Ook kan sprake zijn van lagere baten, die niet door het rijk gecompenseerd worden, zoals parkeren en toeristenbelasting. In het weerstandsvermogen is een buffer van € 10 mln. voor Corona gereserveerd voor 2022 en later. 7. Gemeentelijke heffingen en leges: De tarieven voor heffingen (of leges) voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, omgevingsvergunningen en dergelijke mogen hoogstens kostendekkend zijn waarbij sprake is van een gesloten systeem: voordelen mogen niet ten gunste van de algemene middelen komen ofwel leiden tot lagere tarieven. Opgemerkt wordt dat de heffing voor de afvalverwijdering door toegenomen bestedingen niet kostendekkend is (zie jaarrekening 2020, achtmaandsrapportage 2021 en begroting 2022). 8.
De bedrijfsvoering heeft afgelopen jaren tekorten laten zien hetgeen geleid heeft tot bezuinigingstaakstellingen. Deze zijn nog niet volledig geïmplementeerd. De samenloop van reorganisatie en bezuinigingen, de implementatie van de opties en het invulling geven aan nieuw beleid (ambities) trekt een wissel op het absorptievermogen van de ambtelijke organisatie (“niet alles kan”). 9. Stijgend prijspeil: waarneembaar is de ontwikkeling dat het algemene prijspeil stijgende is op het gebied van inkopen en aanbestedingen. Zo zijn onder andere bouwstoffen duurder geworden. Ook de druk op de arbeidsmarkt en CAO-afspraken leiden tot een hoger prijspeil. Dit moet de gemeente Den Haag in haar begroting opvangen. 10. De algemene reserve is in 2020 door het positieve jaarrekeningresultaat met € 24,6 mln. verbeterd tot €51,5 mln. De benodigde algemene reserve is geraamd op € 93 mln. Hierop zit dus nog een tekort van eenmalig €41,5 mln. In de begroting 2021 – 2024 is onder andere rekening gehouden met de verkoop van vastgoed dat € 28 mln. moet opbrengen om de algemene reserve te verbeteren. De verkoopopbrengst moet nog gerealiseerd worden. Dit is ook een indicatie dat uit de verkoop van vastgoed de komende jaren bovenop de € 28 mln. geen extra boekwinst valt te verwachten. Onlangs is beleid geformuleerd over het gebruik van kantoorruimten in het licht van meer thuiswerken.
Het financiële effect bedraagt € 1,7 mln en maakt onderdeel uit van de invulling van een al bestaande bezuinigingstaakstelling op de gemeentelijke huisvesting. 11. Begroting 2022 en verder: De gemeente voorziet op basis van de huidige inzichten bij de begroting 2022 een jaarlijks tekort van ruim € 19 mln., waarbij landelijke ontwikkelingen dit algemene financiële beeld voor de gemeente Den Haag in grote mate kunnen beïnvloeden. Het voorziene tekort van jaarlijks ruim € 19 mln., wordt voor 2021 en 2022 incidenteel opgevangen. 12. Impact van het jaarrekeningresultaat van 2020 van € 84 mln. is hoofdzakelijk incidenteel van karakter en is deels Corona-gerelateerd, deels door onderbesteding en deels technisch van aard (vrijval voorzieningen). Deze zijn al betrokken bij de actualisatie van de begroting 2021 en de begroting 2022 en daardoor niet vrij besteedbaar;
15 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022
13. De solvabiliteit van Den Haag zit eind 2019 exclusief de Enecomiddelen met 18% onder de minimale norm van 20%, is 10%-punten lager dan het gemiddelde in Zuid- Holland (28%). Ultimo 2020 inclusief de (incidentele) Enecomiddelen (€ 675 miljoen) is het solvabiliteitspercentage 38%. Dit percentage daalt bij de besteding van de Eneco-middelen.
16 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022
7. Uitgangspunten en afwegingen bij de financiële opties De opdracht is opties voor financiële ruimte te verkennen, ongeacht de wenselijkheid ervan. De opties zijn in meerjarig begrotingsperspectief op haalbaarheid/ realiseerbaarheid bezien. In deze paragraaf beschrijven we de uitgangspunten en afwegingspunten van toepassing op de opties zoals deze in het rapport zijn opgenomen.
1. Voor dit rapport is de begroting 2021 met een omvang van ruim 2,7 mld. de basis geweest om opties voor te bereiden. Met € 1,3 mld. zijn de inkomsten uit het gemeentefonds goed voor 45% van de dekking. Een fors deel van de uitgaven zijn niet of beperkt beïnvloedbaar (zie voor de grondslag het volgende hoofdstuk); We hebben haalbare opties geïnventariseerd en uitgewerkt van het redelijkerwijs te beïnvloeden budget van een begrotingsactiviteit of programma. 2. Bij het inventariseren van de opties is zo goed mogelijk gekeken of het mag binnen de wet. Dat is iets anders dan een uitgebreide uitvoeringstoets. Dat komt pas aan de orde op het moment dat een optie al dan niet in samenhang met andere opties en nieuw beleid tot uitwerking komt. 3. De opties in dit rapport hebben betrekking op het maken van keuzes op activiteiten/taken inclusief het effect voor het ambtelijk apparaat. Overigens zijn voor de bedrijfsvoering de afgelopen jaren bezuinigingen ingeboekt die nog niet volledig zijn gerealiseerd. 4. Bij het realiseren van bezuinigingen kan de gemeente worden geconfronteerd met zogenoemde frictiekosten. Dit zijn kosten die de gemeente moet maken uit hoofde van goed werkgeverschap, goed bestuur, initiële investeringen om een bezuiniging mogelijk te maken. Voorbeelden zijn mislopen verhuuropbrengsten, personele afvloeiingslasten, flankerend beleid, en dergelijke.
Rekening houden met frictiekosten geeft ruimte om beheerst naar een nieuwe werkelijkheid toe te groeien. De aard en omvang hangt sterk af van de gekozen optie. Frictiekosten zijn zoveel als mogelijk meegenomen in de financiële effecten van de opties. Het is vanwege het grote aantal opties, de vele mogelijke uitvoeringsvarianten en het onderliggende verband tussen de maatregelen die daar onder liggen niet goed mogelijk dit effect vooraf goed in te schatten. Daarom wordt geadviseerd in overweging te nemen om bij doorvoeren van opties rekening te houden met incidenteel 15 procent frictiekosten over het te bezuinigen bedrag. 5. Voor de heroverweging van de inkomsten is ook aandacht besteed aan mogelijkheden op basis van vergelijkingen met de G4 en G8. Vergelijking van de uitgaven geeft nog een te onbetrouwbaar beeld om opties op te baseren. Het verdient aanbeveling om met de G4 op dit punt zaken nader te onderzoeken om in de toekomst tot scherper onderbouwde keuzes te kunnen komen.
17 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022 6. Opties voor andere wijze van financiering van de bestaande leningenportefeuille is niet in het onderzoek betrokken. Gezien de looptijd van en rentepercentages op de bestaande langlopende leningen ligt het niet voor de hand dat herfinanciering van de leningenportefeuille voordelen oplevert. Jaarlijks wordt de raad conform het treasurystatuut geïnformeerd over de treasury-ontwikkelingen, welke optimale mix van financieringsinstrumenten daarbij past en welke worden ingezet in het opvolgende begrotingsjaar. 7. Subsidies zijn niet categoriaal als totaaloptie opgenomen maar de subsidieopties zijn uitgewerkt per programma en per beleidsveld (in bijlage 2 is een toelichting opgenomen). 8. Aandachtsgebieden zoals privatisering, uitbesteding, regionalisering zijn wel aan de orde geweest, bleken te complex om uit te werken en leveren op het eerste gezicht niet direct besparingsmogelijkheden op. Voor deze activiteiten moet een alternatieve functionerende markt aanwezig zijn, anders loopt de gemeente alsnog financieel risico, terwijl de directe sturing op de activiteit afneemt. Niet aannemelijk is dat een eventueel besparingspotentieel binnen de komende raadsperiode gerealiseerd zou kunnen worden. Vervolgonderzoek is nodig om op deze gebieden besparingsopties te bepalen. 9.
De in kaart gebrachte opties kunnen bijdragen aan het verbeteren van de financiële positie van de gemeente. Daarnaast kunnen de opties ruimte bieden om nieuw beleid te formuleren. De in kaart gebrachte mogelijke effecten van de bezuinigingsopties dienen in dat geval ook gewogen te worden ten opzichte van de effecten van het nieuwe beleid. 10. Het is verstandig om aan het begin van een bestuursperiode goede afspraken te maken over het financiële kader. Een goed financieel kader biedt stabiliteit voor meerdere jaren en voorkomt dat van jaar tot jaar ad hoc maatregelen dienen te worden genomen. Stabiliteit in de financiële begroting draagt daarmee ook bij aan een voorspelbare en stabiele uitvoering van het beleid.
18 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022
8. Grondslag Opties Bij het in kaart brengen van de opties is uitgegaan van de door de gemeenteraad vastgestelde begroting 2021. De begroting 2021 heeft een baten en lastentotaal van € 2,7 miljard. Niet alle baten en lasten zijn zelfstandig door de gemeente te beïnvloeden. Om de in kaart gebrachte opties te kunnen beoordelen is het daarom goed kennis te nemen van welke baten en lasten door de gemeente in meerdere of mindere mate zelfstandig zijn te beïnvloeden. In de onderstaande tabellen is van zowel de lasten als de baten op hoofdlijnen aangegeven waar deze uit bestaan. Lasten Berekening netto grondslag x € 1mln Begroti ng 2021
2.722
a f s peci fi eke ui tkeri ngen
-442
a f ta ri even l eges heffi ngen
-177
a f rente en a fs chri jvi ng
-125
a f onttrekki ngen a a n res erves
-182
Structurel e rui mte
1.796
Soci a a l domei n (beperkt bei nvl oedba a r)
-500 Netto grondslag
1.296
Het lastentotaal van de begroting 2021 bedraagt ruim € 2,7 miljard. Hiervan heeft € 442 mln. betrekking op specifieke uitkeringen. Dit zijn uitkeringen die de gemeente van het Rijk ontvangt voor een specifiek bestedingsdoel. De grootste hiervan zijn de BUIG en het onderwijsachterstanden beleid. Deze lasten zijn door de gemeente of beperkt beïnvloedbaar (BUIG) of leiden bij lagere lasten tot een lagere rijksvergoeding. Een bezuiniging levert de gemeente dan niks op. Daarnaast heeft € 177 mln. betrekking op tarieven, leges en heffingen. Hiervan zijn de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de bouwleges de belangrijkste voorbeelden. Deze mogen maximaal kostendekkend zijn. Een besparing op deze posten, levert een even grote batendaling op. Alleen als de leges niet-kostendekkend zijn bestaat de mogelijkheid de inkomsten van de gemeente te vergroten door er meer kosten aan toe te rekenen. Tevens bestaat de begroting voor ongeveer € 125 mln. uit afschrijf- en rentelasten. Hierop kan niet worden bezuinigd. Als rekening wordt gehouden met bovenstaande posten blijft een structurele begroting over van € 1,796 mld. Zoemen we dieper in op de resterende € 1,796 mld., dan zien we dat ongeveer € 500 mln. betrekking heeft op de Wmo en Jeugdzorg. De mogelijkheid om op deze posten ruimte te vinden is er wel, maar deze is beperkt.
Daarnaast draagt de gemeentemiddelen over naar samenwerkingsverbanden als de Veiligheidsregio, Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden, de MRDH en de GGD/VT. Daarop kan de gemeente niet of zeer beperkt zonder medewerking van anderen besparen. Ook in de resterende € 1,2 mld. zitten (quasi) wettelijke verplichtingen als verkiezingen en beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Verder dient er rekening mee te worden gehouden dat het soms enige jaren kan duren voordat een heroverweging kan worden doorgevoerd. Bijvoorbeeld omdat de eerste jaren de middelen vastzitten in lopende programma’s met externe doorwerking.
19 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022 Kijken we naar de batenkant van de begroting, dan ontstaat het volgende beeld: Baten berekening netto grondslag (x€1mln)
2.722
Gemeentefonds
-1.425
Bel a s ti ng (OZB, toeri s ten- hondenbel a s ti ng)
-123
Pa rkeropbrengs ten
-78
Overi g (erfpa cht, rente, di vi dend, ondergronds e preca ri o)
-79
subtotaal algemene middelen
-1.705
Speci fi eke ui keri ngen (bui g, onderwi js a chters ta nden enz)
-442
Ta ri even, l eges heffi ngen
-177
overi ge ba ten (bouwgrondexpl oi ta ti e, huren enz)
-216
onttrekki ngen a a n res erves
-182 overige baten
-1.017
Van de algemene dekkingsmiddelen zijn alleen de belastingopbrengsten en de parkeeropbrengsten direct door de gemeente te beïnvloeden. Onder erfpacht liggen langjarige contracten. De omvang van specifieke uitkeringen zijn sterk afhankelijk van rijksbeleid. Voor leges en heffingen geldt dat deze of gelimiteerd worden doordat deze maximaal kostendekkend mogen zijn of dat er wettelijke voorschriften voor gelden. Dit beperkt de mogelijkheid tot verhogen van de baten hieruit. Daar waar wel ruimte is, is dat verderop in het rapport benoemd. Bij de overige baten, bijvoorbeeld bouwgrondexploitatie of huren is de gemeente mede afhankelijk van marktontwikkelingen wat de mogelijkheid tot verhogen beperkt. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat met ingang van 1 januari 2022 de wettelijke mogelijkheid tot heffen van ondergrondse precario is vervallen. De werkgroep heeft voor de lastenkant opdracht gekregen opties voor te bereiden oplopend tot 15% van de hiervoor geduide grondslag voor de lastenkant van de begroting. Daarbij paste ook om opties in beeld te brengen om te stoppen met activiteiten. Vervolgens zijn de opties op realiseerbaarheid bezien. Voor de batenkant zijn vergelijkingen met andere gemeenten (G4, G8, G10) gemaakt en is gebruik gemaakt van de woonlastenranglijst van COELO. In bijlage 1 is dat toegelicht.
Het gehele proces met de werkgroep en de interne en externe dwarskijkers heeft geleid tot de opties zoals opgenomen in de hiernavolgende hoofdstukken.
20 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022
9. Overzicht opties ter vergroten financiële ruimte naar karakter van de maatregel In dit hoofdstuk zijn op basis van de opties die in kaart zijn gebracht overzichten opgenomen vanuit het perspectief van het karakter van de maatregelen (dus niet vanuit de inhoud/programma, dat overzicht komt hierna in hoofdstuk 11) 1. Verhogen van de inkomsten/ woonlasten met een generiek karakter; 2. Verhogen van de inkomsten/ lasten met een specifiek karakter; 3. Versoberen diensten aan burgers, voorzieningen en projecten verdeeld over Fysiek domein, Sociaal domein en Bestuur & Dienstverlening.
We maken nog enkele kanttekening ten aanzien van de genoemde bedragen: •
• •
De opgenomen bedragen zijn een inschatting van de diensten en behoudens een enkele uitzondering allemaal structureel vanaf 2025. De genoemde bedragen zijn op basis van de kennis per september 2021. Daarna kunnen zich ontwikkelingen voordoen die de opties beïnvloeden, bijvoorbeeld de uitkomsten van de kabinetsformatie. Voor een gedetailleerder begrip van de voorgestelde opties is het raadplegen van hoofdstuk 11 noodzakelijk. De weglekeffecten (opties kunnen tot gevolg hebben dat de kosten voor andere activiteiten toenemen) zijn zo goed mogelijk in beeld gebracht. Opgemerkt zij dat het om schattingen gaat zonder gedetailleerde uitvoeringstoets. Bij het bepalen van een pakket aan maatregelen kunnen de relaties met andere opties en de gevolgen daarvan alsdan in beeld worden gebracht.
Het overzicht van opties is technisch van karakter. Het biedt ruimte om tot nieuwe keuzes te komen die samenhangen met de politiek gewenste richting voor de stad. Ruimte voor nieuwe prioriteiten in de context van schaarse middelen gaat altijd ten koste van ruimte voor eerder gemaakte keuzen. In dit hoofdstuk zijn de opties zodanig geclusterd dat op basis daarvan richtinggevende politieke keuzen kunnen worden gemaakt. De meerjarige budgettaire effecten op programmaniveau zijn opgenomen in hoofdstuk 11. In het keuzeproces bij het gebruik van de opties is het raadzaam in beeld te laten brengen hoe opties elkaar beïnvloeden, om zodoende zicht te hebben op accumulatie van effecten voor doelgroepen. Vanwege het grote aantal combinaties van opties is het niet mogelijk in dit rapport alle mogelijke uitkomsten in beeld te brengen. Uiteraard is er ook samenhang met de keuzen die gemaakt worden voor nieuw beleid. De mogelijke intensiveringen behoren niet tot de reikwijdte van dit rapport, maar beide kanten van de medaille zijn van invloed op de uiteindelijke effecten voor doelgroepen in de stad. Punt van aandacht is dat het ambtelijk apparaat voldoende uitvoeringscapaciteit en budget voor inregelkosten beschikbaar dient te zijn bij de implementatie van opties en nieuwe beleid.
21 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022
Groep 1: Verhogen inkomsten/woonlasten met een generiek karakter
nr.
Optie
71 73 69 78a 78b 78c
Afvalstoffenheffing: Dividend en omzetbelasting volledig doorberekenen aan tarief Rioolheffing: omzetbelasting volledig doorberekenen aan tarief OZB verhogen met 15% Verhogen tarief o.b.v. woonlasten naar gemiddelde G4 Verhogen tarief o.b.v. woonlasten naar gemiddelde G10 Verhogen tarief o.b.v. woonlasten naar 10e plek COELO
Bedrag €1000 10.000 2.700 16.400 27.500 48.000 89.100
Deze opties zijn eenvoudig in te voeren en raken de woonlasten, bestaande uit de OZB (woningeigenaren en bedrijven), afvalstoffenheffing (particulieren, zowel woningeigenaren als huurders) en rioolheffing (woningeigenaren en bedrijfsgebouwen). Hiermee raken deze opties alle woningeigenaren, huurders en ondernemers in de portemonnee. Bijlage 1 gaat over verschillende varianten rond de gemeentelijke belastingheffing met als uitgangspunt de begroting 2021. De stijging van het OZB-tarief is op deze notitie gebaseerd. De varianten hebben qua procentuele lastenstijging verschillende effecten op woningeigenaren respectievelijk ondernemers. Bij een stijging van 15% is de procentuele lastenstijging voor woningeigenaren en ondernemers/ instellingen ook 15%, exclusief het toereken van de omzetbelasting (BCF) aan afvalstoffenheffing en rioolheffing. Als daarenboven gekozen wordt om de BCF van circa € 10,8 mln. aan het tarief afvalstoffenheffing en rioolheffing toe te rekenen wordt de totale toename bijna € 30 mln. Totaal gaat het dan bij die variant om een lastenstijging van circa 25%. Bij de variant gemiddeld niveau G4 op basis van woonlasten (€ 27,5 mln.) is de stijging voor woningeigenaren gemiddeld 65,1% en voor ondernemers 1,3%, zonder de extra toerekening omzetbelasting.
Gaan we uit van een stijging tot het niveau van het gemiddelde van de 10 grootste gemeenten dan zou dat een lastenstijging en inkomstenstijging van € 48 mln. betekenen. Voor inwoners is dat een tariefstijging van 85% en voor ondernemer/instelling 19%. De COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van Lagere Overheden) houdt jaarlijks een ranglijst bij voor de hoogte van de woonlasten bij gemeenten. Hoe hoger op de lijst, des te lager zijn de woonlasten in vergelijking met andere gemeenten. Dat zijn de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Den Haag neemt momenteel de eerste plaats in. De variant 10de positie COELO betekent een lastenstijging van 58,6% voor inwoners en 95,3% voor ondernemers. Zie ook bijlage 1, de notitie over belastingzaken. NB: de grote verschillen in lastenstijging tussen ondernemers en woningeigenaren bij de verschillende varianten is het gevolg van het verschil in hoogte van de huidige tarieven: woningeigenaren kennen gemiddeld een laag tarief, terwijl voor ondernemers sprake is van een gemiddeld hoger tarief.
22 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022
Groep 2: Verhogen inkomsten/ lasten met een specifiek karakter Programma
Activiteit
08 Zorg, welzijn, Jeugd en Maatschappelijke opvang Volksgezondheid WMO-voorzieningen 09 Buitenruimte Economische Havens Wegverharding 10 Sport Sport- en spelaccommodaties 12 Mobiliteit Parkeren 15 Financiën Toeristenbelasting Eindtotaal
Optie 87. Verhogen eigen bijdrage verblijf in opvang 26. Maatregelen AV070: invoeren ritbijdrage 42. Verhogen havengelden/ liggelden 39. Tariferen terrassen en uitstallingen 117. Verhogen tarieven voor de verhuur van sportaccommodaties 52. Verhogen parkeertarieven 72. Verhogen toeristenbelasting
Bij deze opties ervaren specifieke doelgroepen de effecten in de portemonnee. De maatregel met de grootste potentiële opbrengst is verhogen van parkeertarieven. Daarna volgen verhogen toeristenbelasting en commerciële verhuur van openbare ruimten. Door het College is een onderzoek in gang gezet naar potentiële opbrengsten uit nationale en Europese subsidiefondsen. Gegeven de doorlooptijd van dat onderzoek zijn die niet in dit rapport opgenomen.
Groep 3 Versoberen/stoppen activiteiten en voorzieningen De voorstellen in deze paragraaf hebben we onderverdeeld in Fysiek Domein, Sociaal Domein en Bestuur&Dienstverlening. De opbrengst van versoberingsmaatregelen geeft een enorme verscheidenheid te zien en raakt steeds andere groepen. De potentiële opbrengsten zijn ramingen en zijn gebaseerd op de kennis per september 2021. Het vergt voorafgaand aan besluitvorming een actualisatie. Deze opties vergen implementatietijd en dat verschilt per optie. De praktijk kan mee- en tegenvallers opleveren. Daarnaast zal versobering overleg vergen, weerstand oproepen en tot juridische procedures kunnen leiden. Dat zal tot vertraging van de beoogde financiële ruimte kunnen leiden. De opties in dit hoofdstuk hebben niet alleen gevolgen voor de stad, er is ook sprake van personele gevolgen: het betreft gevolgen voor medewerkers, gesubsidieerde arbeid en werknemers bij de aanbieders en instellingen die door implementatie van opties direct worden geraakt. Een inschatting is dat bij invulling van alle opties circa 200 medewerkers (buitenruimte, bibliotheek, veiligheid, onderwijs, sport, wonen en ondersteuning) worden geraakt en circa 270 gesubsidieerde arbeidsplaatsen (buitenruimte). Bij de optie voor STIP-banen worden mogelijk 400 medewerkers in de verschillende sectoren geraakt.
Voor de personele gevolgen bij bedrijven en instellingen van opties met verminderen van subsidies en inkoop is nu geen inschatting te maken.
Bedrag €1000 250 250 45 300 1.400 18.000 1.575 21.820
23 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022
Fysiek Domein Programma
Activiteit
Optie
03 Duurzaamheid, milieu Afvalverwijdering 77. Minder inzet op verwijderen bijplaatsingen en energietransitie Luchtkwaliteit 4. Minder laadpalen dan 400 per jaar 09 Buitenruimte Onderhoud openbare verlichting 41. Versoberen openbare verlichting Onderhoud straatreiniging 38. Versoberen schoonhouden openbare ruimte 40. Stoppen met onkruidverwijdering Onderhoud wegen 54. Versoberen onderhoud buitenruimte Openbaar groen 43. Versoberen onderhoud openbaar groen Riolering 74. Riolering: stoppen klimaatadaptieve maatregelen (ruimte hogere OZB) 14 Stadsdelen, integratie Stadsdeelbudget buitenruimte 63. Versoberen inrichting/onderhoud wegen straten pleinen en dienstverlening Stadsdeelbudget 64. Versoberen speelvoorzieningen en recreatieve voorzieningen speelvoorzieningen Eindtotaal
Een aantal opties in het fysieke domein bergt het risico in zich dat onderhoudskosten worden uitgesteld. Dit speelt in ieder geval bij het wegonderhoud en onderhoud aan de openbare verlichting waar nu al sprake is van enig achterstallig onderhoud. Wat niet is opgenomen is een vergaande versobering van ophalen afval, gegeven het belang dat bewoners hieraan geven en het tekort op de activiteit door het toegenomen aanbod van huisvuil. Opties waardoor de wettelijke taak niet uitgevoerd kan worden, hebben we niet meegenomen.
Bedrag €1000 4.300 300 362 4.570 1.000 2.240 3.450 2.000 725 1.070 20.017
24 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022
Sociaal Domein Programma
Activiteit
Optie
07 Werk en Inkomen
Armoedebeleid
100. Afschalen minimabeleid naar 120% bijstandsniveau 101. OV-regeling aanpassen 102. Strenger handhaven 103. Kindpakket in lijn met Rijksbijdrage 104. Schrappen regeling Chronisch zieken 105. Versoberen ITT 19. Versoberen collectieve ziektekostenverzekering 18. Inkomen: strenger handhaven 15. Focus op activiteiten met effectieve uitstroom 21. Re-integratie: stoppen met Stip 22. Deel Re-integratie jongeren stoppen (Spa's) 23. Re-integratie: stoppen innovatie Werk 17. WSW: sociaal werkgeverschap (75%/100%) stoppen 20. WSW: Beschut werk afschalen tot wettelijke afspraak 27. Beschermd wonen: versoberen GGZ-wijkteams
Bijstand Re-integratie
WSW 08 Zorg, welzijn, Jeugd en Beschermd wonen Volksgezondheid Emancipatie Huiselijk geweld Maatschappelijke opvang
Jeugdhulp
Openbare gezondheidszorg Participatie, zorg en welzijn WMO-voorzieningen
28. Beschermd wonen minder inloopvoorzieningen 90. Versoberen emancipatie 83. Beperken lokale middelen Aanpak huiselijk geweld 33. Stopzetten niet-wettelijke subsidies cliëntenbehartiging/ ondersteuning 85. Stopzetten subsidie Barka 86. Versoberen bijdrage voorkoming huisuitzettingen 88. Stopzetten niet-wettelijke subsidies zoals Soepbus, STEK of LdH 89. Strengere eisen toelating gezinsopvang en tijdelijke opvang 29. Verplaatsen jeugdhulp naar kinderopvang 30. Jeugd: invoeren ondersteuning huisartsen POH 31. Jeugd: ondersteuning bij triage instroom gecertificeerde inrichting 95. Jeugdwetvervoer inkopen 96. Jeugd: verlagen informeel pgb-tarief 84. Versoberen gezondheidspreventie 32. Versoberen sociale basis participatie/welzijn 106. Maatregelen AV070: invoering kilometermaximering 24. WMO invoeren draagkrachtberekening hulp op huishouding 25. Opheffen vrijstelling eigen bijdragen minima
Eindtotaal
Voor een toelichting verwijzen we naar hoofdstuk 11.
Bedrag €1000 1.000 550 200 4.100 140 1.350 1.000 3.000 2.000 5.100 1.700 1.200 1.600 2.400 4.400 3.000 220 630 500 100 700 80 400 2.300 1.800 1.960 1.500 540 460 6.600 700 6.400 4.870 62.500
25 Rapport Overzicht van opties dd. 18 januari 2022
Bestuur en dienstverlening Programma 02 College en bestuur 03 Duurzaamheid, milieu en energietransitie
Activiteit
Optie
Apparaat B&W
1. Clusteren collegeleden en ondersteuning (incl deel programma 16) 5. Stoppen met kleine thema’s duurzaamheid
Duurzaamheid
Milieueducatie 04 Openbare orde en Bestrijding onveiligheid veiligheid 05 Cultuur en bibliotheek Bibliotheek
07 Werk en Inkomen 09 Buitenruimte
10 Sport
150 1.600
7. Bibliotheek sluiten filialen 8. Bibliotheek beperken openingsuren 9. Versoberen subsidies, verkleinen culturele sector en verschralen cultureel aanbod 11. Stoppen subsidierelaties media 10. Versoberen MJB subsidiekader musea 2025 15. Toezicht kinderopvang verminderen tot wettelijk niveau 13. Onderwijsachterstandenbeleid stoppen niet wettelijke taken 12. Versoberen stedelijk onderwijsbeleid 99. Versoberen Kinderopvang 37. Verminderen handhavers 2. Versoberen milieueducatie/ minder stadsboerderijen
500 400 7.800
150 700 900 1.350 900 300 200 150 110 140 50 45 400
Dienstverlening bedrijven MKB Promotie, Marketing Groei openbaar vervoer Inrichting verkeer Toezicht & handhaving Wonen
35. Stoppen kapvergunningen achtertuinen 36. Stoppen met buurtbeheerbedrijven BBOZ en BMS 113. Sluiten sporthallen 114. Sluiten zwembaden 115. Aanpassen programmering zwembaden/sporthallen 116. Beheer en toezicht (deels) overlaten aan verenigingen 107. Stoppen exploitatie Beachstadion 108. Verlaging budget topsportevenementen 109. Stopzetten adviesraad Sport 110. Sportbeleid: Verlagen budget onderzoek 111. Sport: verlagen budget wijkplannen 112. Sport:: Verlagen budget talentprogramma's 44. Verlaging budget Investeringssubsidie Accommodatie Sportverenigingen 45. Sport: Verlaging budget Verenigingsondersteuning 46. Stopzetten onderdelen sportstimulering/schoolsport 48. Minimaliseren dienstverlening bedrijven/mkb 47. Stoppen evenementenbeleid 49. Verminderen bijdrage conducteurs 50. Biesiklette kostendekkend maken 58. Inperking inzet Haagse Pand Brigade
Wonen en bouwen Integratie
57. Versoberen div. dienstverlening bouwen/ wonen 67. Stoppen uitvoering nota “Nieuw in Den Haag"
100 600
Leefbaarheid en bewonersparticipatie Compensatie startende ondernemers
62. Versoberen subsidieregeling leefbaarheid/ bewonersparticipatie 70. Stoppen compensatieregeling OZB starters
480
Media Musea Kinderopvang Onderwijsachterstandenbeleid Stedelijk onderwijsbeleid Armoedebeleid Handhaving Openbaar groen Toezicht & handhaving OR Sport- en spelaccommodaties
Sportbeleid en activering
11 Economie 12 Mobiliteit 13 Stadsontwikkeling en wonen 14 Stadsdelen, integratie en dienstverlening
15 Financiën Eindtotaal