CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310950 Bijlage

Gemeenteraad 9 februari 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake beleidskader Verbonden partijen (RIS310950)17.392 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.2 Beheer gemeenschappelijke regelingen 23

5.2.1 Governance gemeenschappelijke regelingen Het deelnemen van de gemeente aan een gemeenschappelijke regeling gaat gepaard met het overdragen van publiekrechtelijke bevoegdheden aan het algemeen bestuur van de GR. Het algemeen bestuur kan deze bevoegdheden vervolgens delegeren aan het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling of aan een door het algemeen bestuur ingestelde bestuurscommissie, indien de regeling daarin voorziet. De voorzitter van de gemeenschappelijke regeling (algemeen bestuur) is ook voorzitter van het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en tenminste twee andere leden. De samenstelling van het algemeen bestuur hangt af van het samenwerkingstype. Bij een regeling waaraan gemeenteraden deelnemen worden de leden van het AB gekozen door en uit de raden, waarbij ook collegeleden mogen worden aangewezen. Bij collegeregelingen zijn het de uitsluitend de colleges die uit hun midden de leden van het AB aanwijzen. Het lidmaatschap eindigt wanneer de betrokkene ophoudt raadslid, wethouder of burgemeester te zijn. Het algemeen bestuur van een GR is verplicht inlichtingen te verstrekken die door een of meer leden van de raden van de deelnemers worden gevraagd. Daarnaast is in het bijzonder het lid dat door een raad is aangewezen aan diezelfde raad verantwoording schuldig.

Bij gebrek aan vertrouwen is de raad bevoegd het aangewezen lid te ontslaan, bij collegeregelingen is het college daartoe bevoegd. Indien de raad bij college- of burgemeestersregelingen wil ingrijpen, dan moet de wethouder als zodanig worden ontslagen of moet de burgemeester worden voorgedragen voor ontslag. De Wgr stelt dat bij het aangaan van de GR de volgende zaken in de regeling geregeld moeten worden: de duur van de GR, de procedure tot wijziging van de regeling, de procedure voor toetreding en uittreding van deelnemers en de procedure voor opheffing van de GR. Indien een bestuurscommissie is aangewezen regelt het algemeen bestuur bij verordening de aanwijzing, de samenstelling, de bevoegdheden en de taken, de openbaarheid van de vergadering, de werkwijze, het toezicht op de commissie en de verantwoording aan het algemeen bestuur. Het instellen van een bestuurscommissie behoeft de zienswijzen van de deelnemende gemeenten. Omdat elke gemeente het recht moet blijven houden om op grond van eigen overwegingen de samenwerking te beëindigen, moeten de (personele en financiële) gevolgen van uittreding bij voorkeur tevoren worden vastgesteld.

5.2.2 Financieel beheer gemeenschappelijke regelingen De Wgr schrijft voor dat het dagelijks bestuur van de GR uiterlijk op 15 april van het lopende jaar de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het volgende begrotingsjaar aanbiedt aan de raden van de deelnemende gemeenten, zodat de raden deze informatie ter beschikking hebben ten behoeve van de voorjaarsnota. De algemene financiële en beleidsmatige kaders bevatten in ieder geval een indicatie van de gemeentelijke bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling, de beleidsvoornemens voor het volgende begrotingsjaar en de prijscompensatie. Ook de voorlopige jaarrekening wordt vóór 15 april van dat jaar inclusief het accountantsrapport aan de raden van de deelnemende gemeenten gestuurd. Het dagelijks bestuur van een GR stuurt de ontwerpbegroting acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De gemeenteraden hebben daarna de mogelijkheid om zienswijzen in te brengen. Het algemeen bestuur, waarin de gemeenten vertegenwoordigd zijn, stelt de begroting vervolgens vast en zendt deze vóór 1 augustus van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. Ook de jaarrekening wordt door het algemeen bestuur vastgesteld en aan GS gestuurd vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de rekening betrekking heeft. 24

Een GR kan niet failliet gaan. Eventuele begrotingstekorten worden opgelost door middel van bezuiniging op de publieke taak, apparaat- of organisatiekosten of door middel van verhoging van de bijdragen van de samenwerkende gemeenten. Hier vloeit dan ook het financieel belang van een gemeente bij een gemeenschappelijke regeling uit voort.

5.2.3 Bezoldiging gemeenschappelijke regelingen De leden van het bestuur van een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie kunnen een tegemoetkoming in de kosten en, voor zover zij niet de functie van wethouder, burgemeester of secretaris vervullen, een vergoeding voor hun werkzaamheden ontvangen. De hoogte van de vergoeding staat in redelijke verhouding tot de aan het lidmaatschap verbonden werkzaamheden, mede rekening houdend met de vergoeding voor werkzaamheden die het bestuurslid ontvangt uit hoofde van zijn raadslidmaatschap. Ook hier is de WNT en transparantie hierover van toepassing.

5.3 Beëindigen gemeenschappelijke regelingen Net als bij privaatrechtelijk verbonden partijen is het uitgangspunt dat ook gemeenschappelijke regelingen periodiek worden geëvalueerd om vast te stellen of er nog sprake is van de behartiging van een publiek belang. Indien door de gemeenteraad wordt vastgesteld dat hier niet langer sprake van is kan worden aangevangen met de uittreding. Ook hier kan de in hoofdstuk 2 beschreven evaluatiemethodiek voor (Haagse) verbonden partijen worden toegepast. De mate van complexiteit van de uittreding zal in de praktijk afhangen van het gegeven of de gemeente als enige uittreedt of dat er feitelijk sprake is van een liquidatie van de GR.

5.4 Actualiteiten Eind 2018 is vanuit de VNG en het ministerie van BZK een manifest ondertekent over bestuurlijke en regionale samenwerking. Daarin zijn vijf zogenaamde ‘agendapunten’ over de toekomst van deze samenwerking: - Versterken verbinden horizontale controle en verticaal toezicht, - Beter voeren dialoog, - Beter leren via toezicht, - Uniformeren uitvoering toezicht en - Toezichthouder richt zich op gedeelde risico’s. De thema’s zijn op zichzelf herkenbaar en zijn ook op verschillende punten teruggekomen in dit beleidskader in relatie tot het aangaan of beheer van private partijen. Kern is dat de verbetering van toezicht maatschappelijk relevanter wordt en bij voorkeur zonder systeemingrepen wordt toegepast.

25

6. Bestuurlijke verhoudingen en verantwoording 6.1 Verhouding binnen het college Elk collegelid heeft op basis van de verantwoordelijkheidsverdeling de verantwoordelijkheid voor een bepaald beleidsterrein. Dit bepaalt ook de beleidsinhoudelijke verantwoordelijkheid voor verbonden partijen. De beleidsinhoudelijk wethouder is primair verantwoordelijk voor de inhoudelijke en beleidsbepalende kant van de verbonden partij in kwestie en bewaakt de borging van het publiek belang en de realisatie van de gemeentelijke beleidsdoelstellingen die horen bij de verbonden partij, oftewel: ‘de opdrachtgeversrol’. De wethouder Financiën vervult de toezichthoudendeaandeelhouders rol bij alle verbonden partijen. Behalve in het geval dat de wethouder ook beleidsverantwoordelijk is voor de verbonden partij. In dat geval wordt de aandeelhoudersrol door een andere wethouder ingevuld om ‘dubbele petten’ te voorkomen. Naast de bestuurlijke rolverdeling bij specifieke verbonden partijen, is de wethouder Financiën belast met de coördinatie van de verbonden partijen binnen de gemeente Den Haag. De wethouder Financiën ziet toe op een eenduidige, uniforme en volledige beheersing van verbonden partijen. Dit kan met het volgende voorbeeld worden verduidelijkt. De wethouder met het beleidsterrein afvalinzameling in haar portefeuille is verantwoordelijk voor de opdrachtgeversrol van HMS.

De wethouder Financiën vervult bij HMS de toezicht- en aandeelhoudersrol. De standpuntbepalingen van (aandeelhouders)vergaderingen van verbonden partijen komen afzonderlijk aan de orde in een collegevergadering. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit verder gespecificeerd. Het college dient voorafgaand aan iedere AB of DB vergadering een standpuntbepaling vast te stellen voor door het college nader te specificeren onderwerpen. Ambtelijke rolverdeling Verbonden partijen worden primair bij de beleidsdienst beheerd, daar vindt ook de sturing en control in eerste aanleg plaats. Het Expertisepunt Verbonden Partijen is centraal in de gemeentelijke organisatie gepositioneerd als coördinator van het beheer en toezicht op verbonden partijen. Het Expertisepunt Verbonden Partijen borgt ambtelijk een overkoepelend en eenduidig beheer en toezicht op alle gemeentelijke verbonden partijen en wordt aangestuurd door de concerncontroller. Ook lopen alle bestuurlijke voorstellen inzake verbonden partijen via het Expertisepunt Verbonden partijen. Het is van belang dat tussen de verschillende afdelingen van de gemeente afspraken worden gemaakt over de rolverdeling. Het uitvoeringsbesluit verbonden partijen (RIS 298166) dient hierbij als basis.

6.2 Gemeenteraad en college In het licht van het vigerende dualisme is de gemeenteraad verantwoordelijk voor het stellen van kaders op hoofdlijnen en het controleren van het college. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van het gemeentelijk beleid. Een doorvertaling van dit uitgangspunt leidt ertoe dat het college bevoegd is tot het aangaan en afstoten van privaatrechtelijke verbonden partijen. Bij het aangaan van een verbonden partij wordt op basis van artikel 160 lid 2 GW de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld tot het uiten van wensen en bedenkingen. Bij het afstoten van een verbonden partij wordt de raad hiertoe in de gelegenheid gesteld als dit een ingrijpend besluit betreft, zoals bedoeld in artikel 169 GW. Afhankelijk van de omvang van het afstotingstraject, de randvoorwaarden en de (ingrijpende) gevolgen voor de gemeente wordt de gemeenteraad vooraf geïnformeerd en de mogelijkheid geboden om hun wensen en bedenkingen uit te spreken.

26

Het beheer van de privaatrechtelijke verbonden partijen is een verantwoordelijkheid van het college binnen de kaders vastgesteld door de gemeenteraad. Deze kaders betreffen het vaststellen van dit beleidskader én de jaarlijks vast te stellen gemeentebegroting. Binnen het gestelde kader treedt het college op als aandeelhouder en kan het college de benodigde aandeelhoudersbesluiten nemen. Verantwoording van het college aan de raad over het gevoerde beleid is aan een aantal regels gebonden. In ieder geval legt het college jaarlijks verantwoording af in de paragraaf "Verbonden Partijen" in de jaarrekening en de Jaarrapportage Verbonden Partijen. •

Uitgangspunt: In de Jaarrapportage Verbonden Partijen wordt de invulling van de aandeelhoudersrol bij de gemeentelijke deelnemingen nader belicht. Hierin informeert het College de gemeenteraad over belangrijke beslissingen en ontwikkelingen met grote impact voor de deelneming en wordt inzicht gegeven over de financiële continuïteit van en het risicomanagement bij de deelneming.

De verantwoordingsplicht van het college over de uitoefening van aandeelhoudersbevoegdheden is vastgelegd in artikel 169 GW. Niet alle informatie over verbonden partijen kan zondermeer openbaar worden gemaakt. Daarom zijn er enkele beperkingen in de informatievoorziening aan de raad. Bijvoorbeeld is het informatierecht van de aandeelhouders van een gemeentelijke deelneming beperkt door het wettelijke voorschrift dat de deelneming weliswaar alle informatie aan de aandeelhouders dient te verstrekken, maar dat een zwaarwegend belang van de vennootschap zich hiertegen kan verzetten. Van een dergelijk zwaarwegend belang kan sprake zijn op het moment dat een vennootschap in contracten met derden onderlinge geheimhouding is overeengekomen. De aandeelhouder heeft niet het recht om in deze private overeenkomsten te treden. Het college eist in dit verband echter wel van de deelneming dat zij onder geheimhouding dergelijke bedrijfsvertrouwelijke informatie moet kunnen inzien. Vanwege de zelfstandige mogelijkheid van de gemeenteraad om geheimhouding van door het college verstrekte informatie op te heffen, kan het belang van de vennootschap zich ertegen verzetten om deze informatie aan de gemeenteraad te laten verstrekken. Het college kan niet voor de gemeenteraad besluiten geheimhouding te bewaren.

Het college zal in deze gevallen, samen met de deelneming, naar een vorm zoeken om de gemeenteraad voldoende te kunnen informeren.

6.3 Verhouding tussen college van B&W en de privaatrechtelijk verbonden partij In dit beleidskader is al een aantal keren naar voren gekomen dat vanuit de positie van aandeelhouder, lid van een ALV of oprichter van een stichting diverse belangen strijdig met elkaar kunnen zijn. Deze situatie kan verder worden gecompliceerd doordat de gemeente vanuit verschillende posities relaties onderhoudt met een verbonden partij. Een voorbeeld is dat de gemeente enerzijds aandeelhouder is en vanuit de borging van de continuïteit van de deelneming passende rendementen en dividend verlangt, terwijl de gemeente als inkoper van diensten van de deelneming, in het kader van het publiek belang, verwacht zoveel mogelijk dienstverlening te ontvangen tegen zo beperkt mogelijke vergoedingen. Omdat deze potentieel strijdige belangen inherent zijn aan de publieke taakuitvoering door een verbonden partij, is het uitgangspunt dat de belangenafweging in ieder geval op transparante wijze plaatsvindt door het college. Om deze transparante afweging te faciliteren worden de bestuurlijke en ambtelijke verantwoordelijkheden gescheiden en op verschillende plaatsen in de organisatie ondergebracht (zie 6.1). Ook in dit verband is het nuttig om de verdeling van verantwoordelijkheden te verbinden aan de fase waarin de verbonden partij zich bevindt.

27

6.4 Verbonden partijen in de begroting en jaarrekening Conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) wordt in de begroting en de jaarrekening de paragraaf Verbonden Partijen opgesteld. In deze wettelijk verplichte paragraaf wordt een overzicht gegeven van alle verbonden partijen van de gemeente. Het BBV stelt dat de paragraaf verbonden partijen van de gemeentelijke begroting aan een aantal voorwaarden dient te voldoen. Bijvoorbeeld dat de paragraaf in ieder geval het financieel belang, eigen- en vreemd vermogen en het resultaat van het begrotingsjaar bevat. De timing waarop de gemeentelijke begroting en jaarrekening openbaar wordt gemaakt is vaak eerder, dan de begroting en jaarrekening van de verbonden partijen. Tevens is het mogelijk dat een verbonden partij in een private markt opereert en om commercieel vertrouwelijke redenen alleen wettelijk verplichte informatie publiceert (zoals de jaarrekening). De meeste (privaatrechtelijke) verbonden partijen publiceren hun jaarrekening gelijktijdig of later dan de gemeente. Dit leidt ertoe dat de gemeente genoodzaakt is om de openbare financiële cijfers van de verbonden partij van het voorgaande jaar in de jaarrekening op te nemen. De gemeente is in haar toezichthoudende rol op de hoogte van de financiële situatie van de verbonden partij.

De situatie kan zich voordoen dat de verwachtte de financiële cijfers van de verbonden partij significant afwijken van de cijfers die in de jaarrekening zijn opgenomen. In zo’n geval zal de gemeente dit in de paragraaf verbonden partijen toelichten en inzichtelijk maken wat het gevolg (risico) voor de gemeente kan zijn.

6.5 Rechtmatigheidsverantwoording verbonden partij De verbonden partijen hebben met betrekking tot rechtmatigheid een eigenstandige verantwoordingsplicht. Bij gemeenschappelijke regelingen is eveneens de rechtmatigheidsverantwoording onderdeel van de jaarrekening. Het kan voorkomen dat de rechtmatigheidsverantwoording van de gemeente beïnvloed wordt door het niet-rechtmatig handelen van een verbonden partij, indien; • in de regeling, statuten, oprichtingsakte of overeenkomst is geregeld dat voorwaarden aan de bijdrage zijn verbonden waaraan de instelling zich moet houden om niet gehele of gedeeltelijke vermindering van de bijdrage van de gemeente of provincie te krijgen; • de verbonden partij een mandaat heeft om namens en met geld van de gemeente of provincies te besteden, waarbij de gemeente of provincie feitelijk opdrachtgever is; • de verbonden partij een eigen rechtspersoonlijkheid heeft en een aanbesteding verricht terwijl deze verbonden partij binnen de gezagsstructuur van de gemeente of provincie werkzaamheden verricht voor de gemeente of provincie; • de verbonden partij geen eigen rechtspersoonlijkheid heeft en de opdracht daarmee feitelijk is verstrekt door de gemeente of provincie. Het is om die reden van belang dat gemeente monitort of een van bovenstaande gevallen aan de orde kan zijn.

Indien dit het geval is neemt de gemeente passende maatregelen, zodat voorkomen wordt dat (eventueel) niet-rechtmatig handelen de gemeentelijke rechtmatigheid beïnvloedt.

28

7. Samenwerkingsrelaties met een bestuurlijk belang en fondsen Dit beleidskader biedt kaders en uitgangspunten voor de verbonden partijen van de gemeente Den Haag. Zoals aangegeven dient er sprake te zijn van een bestuurlijke en financieel belang om als verbonden partij te kwalificeren. Er zijn ook andere samenwerkingsrelaties waarbij er geen sprake is van een financieel belang, maar wel van een bestuurlijk belang (bijvoorbeeld via stemrecht of zitting in de Raad van Toezicht). De oorzaak van het ontbreken van een financieel belang kan komen doordat er enkel sprake is van een subsidierelatie. Het ontbreken van een financieel belang betekent niet dat de gemeente geen rol heeft. De gemeente heeft immers stemrecht of houdt toezicht op het bestuur. De gemeente kan bij deze bestuurlijke samenwerkingsrelaties worden aangesproken dat er te weinig regels zijn gesteld, er te weinig toezicht is geweest of dat de zaken te lang op hun beloop zijn gelaten. Om dit onderwerp verder uit de diepen kan het ontwikkelen van een leidraad governance voor bestuurlijke samenwerkingsrelaties een logische stap zijn. Dit beleidskader zou hiervoor als bouwsteen kunnen dienen.

7.2 Samenwerken in of middels fondsen Fondsen zijn een bijzondere verschijningsvorm van gemeentelijke samenwerkingsrelaties die steeds meer in opkomst zijn. Deelnemende partijen in een fonds brengen middelen in met het oog op het behalen van een rendement dat ze uit het fonds willen halen. Het begrip rendement duidt in dit verband op twee aspecten, te weten een maatschappelijk rendement (het fonds creëert een maatschappelijk effect zoals werkgelegenheid, verbetering van gezondheid, CO2-reductie, etc.), en een financieel rendement (het vermeerderen van de ingelegde gelden). Het startpunt voor het participeren in een fonds is het publiek belang. Het doorlopen van het Haags Toetsingskader helpt bij het vaststellen van het publiek belang en laat zien of borging hiervan via een fonds mogelijk en wenselijk is. Dit is het vertrekpunt voor het maken van toekomstige afwegingen over het al dan niet participeren in een fonds. Bij fondsen is de betrokkenheid van de gemeente anders dan bij overige verbonden partijen. Investeren is de kerntaak van een fonds. De gemeente wil als aandeelhouder vooraf en actief betrokken zijn bij het opstellen van de investeringsstrategie die het speelveld van het fonds bepaalt. Hiermee kan de gemeente de koers van het fonds te bepalen. De investeringsstrategie bepaalt het speelveld van het fonds en bevat kaders waar binnen het fondsmanagement moet opereren.

Zolang het fonds zich op dit speelveld begeeft heeft de gemeente geen noodzaak om actief betrokken te zijn bij de investeringsbesluiten. Net als de strategie bij andere deelnemingen, beoordeelt de gemeente de investeringsstrategie op elementen als publiek belang, doelstellingen en financiële verwachtingen.

29

Bijlage 1: Inventarisatie Verbonden Partijen Op 1 september 2021 kent de gemeente de volgende verbonden partijen; HTM Personenvervoer N.V. (en HTM Railinfra B.V.) Doel: Exploiteren van openbaar vervoer binnen de gemeente Den Haag en in de regio Haaglanden. Openbaar belang: Het beheer van het bedrijf wat het openbaar vervoer in de regio Haaglanden verzorgt. Voor de financiën van de gemeente is waarde behoud en rendement van het geïnvesteerd vermogen een doelstelling. Wat en waarom: Gemeente wenst invloed op de bereikbaarheid van en binnen de stad. Verplaatsbaarheid van bewoners is essentieel voor de leefbaarheid. Voorbeeld: Vanwege coronacrisis heeft HTM het financieel moeilijk. Er kon nauwelijks gebruik worden gemaakt van openbaar vervoer. Dat heeft financiële consequenties en kan weer effect hebben op de bereikbaarheid. Stedin Holding N.V. Doel: Het verzorgen van veilig en betrouwbaar transport van gas en elektriciteit naar huishoudens en bedrijven en het beheer, aanleggen, aansluiten en toekomstbestendig maken van de elektriciteits- en gasnetten waarbij deze betaalbaar en betrouwbaar moeten blijven. Openbaar belang: Veilig aansluiten, beheer, aanleggen en toekomstbestendig maken van elektriciteits- en gasnetten en verzorgen van betrouwbaar transport van gas en elektriciteit naar huishoudens en bedrijven.

Voor de financiën van de gemeente is waarde behoud en rendement van het geïnvesteerd vermogen een doelstelling. Wat en waarom: De gemeente is al aandeelhouder in (de voorgangers van) Stedin sinds 1875, met de oprichting van het gemeentelijk gasbedrijf. Rond 1900 volgde het gemeentelijk elektriciteitsbedrijf, om paardentrams te kunnen vervangen door elektrische trams. Na vele fusies, overnames en afsplitsingen zijn die bedrijven nu Stedin. De laatste afsplitsing was de splitsing van energieproducent Eneco en energietransporteur Stedin. Stedin levert gas en elektriciteit in 91 gemeenten in Nederland. 44 van die gemeenten zijn aandeelhouder. Den Haag is voor 16,55% aandeelhouder in Stedin, de een-na-grootste aandeelhouder (na Rotterdam). Energietransitie is een grote uitdaging voor Stedin. De elektrificatie van auto’s, het geleidelijk afstappen van gas en het decentraal opwekken van energie via o.a. zonnepanelen vragen een flinke versterking van het elektriciteitsnet. Draagt bij aan onze doelen. Leveringszekerheid, in stand houding van nutsvoorzieningen. Belangrijke partij in het realiseren van energietransitie N.V. Haagsche Milieu Services (HMS) Doel: Een efficiënte en op een kwalitatief hoogwaardig resultaat gerichte uitvoering van reinigingstaken.

Deze reinigingstaken zijn het gevolg van of houden verband met publieke regelgeving evenals op contractuele basis in het algemeen belang. Onder deze reinigingstaken worden verstaan: 1. Inzameling, overslag en het transport binnen het grondgebied van de gemeente Den Haag en 2. Verlening van andere diensten op het gebied van reiniging en het verrichten van aanvullende activiteiten. Dit alles dient te gebeuren op basis van afgestemde bedrijfsvoering en tegen structureel zo laag mogelijke kosten. Openbaar belang: Het beheer van het bedrijf dat afvalinzameling en -verwerking in de stad Den Haag verzorgt. Voor de financiën van de gemeente is waarde behoud een doelstelling. Wat en waarom: HMS is opgericht in 1998 door de privatisering van de gemeentedienst die tot dat moment verantwoordelijk was voor de afvalinzameling. Het werkterrein van HMS omvat het inzamelen van particulier afval van inwoners van de gemeente Den Haag alsmede de exploitatie van een drietal afvalbrengstations. Hierbij valt te denken aan huishoudelijk afval, grof huishoudelijk afval, 30

groente-, fruit- en tuinafval (GFT), glas, papier & karton (OPK), plasticverpakkingsafval, blik & drankpakken (PMD), textiel en klein chemisch afval (KCA). Bij Renewi is het management van HMS belegd. De afspraken hierover zijn in de SOK en is destijds met NV Afvalverwerking Rijnmond (AVR) overeengekomen. Renewi is de huidige rechtsopvolger van AVR en hierdoor zijn de afspraken in de SOK van toepassing op Renewi. Elke vijf jaar wordt de samenwerkingsovereenkomst geëvalueerd, en voor het laatst in 2016. United Fish Auctions N.V. (UFA) Doel: Het oorspronkelijke doel was het in stand houden en exploiteren van de visafslag Scheveningen. Begin 2000 zijn de visafslag Scheveningen, visafslag Stellendam en de visafslag Colijnsplaat gefuseerd. Door de fusie en de daarbij behorende positieve synergetische effecten, worden de belangen van de Scheveningse haven beter gediend. Openbaar belang: Het beheer van het bedrijf dat de visafslag Scheveningen in stand houdt. Wat en waarom: Het is een publieke dienst, 34% aandeelhouder. Ooit 1,2 miljoen beschikbaar gesteld omdat niemand anders aandelen willen komen. Marktmeester-functie in stand houden. Prijsvorming visserij al 2 eeuwen vrije markt door marktmeester beschikbaar te stellen faciliteer je dit proces. En voor stadsbeheer betekent dit inkomsten uit havengelden.

We vinden het belangrijk om te houden, om werk in de Scheveningse haven te houden. Om hier vis te verhandelen. Economische reden. Behouden van visserij en inkomsten uit havengelden. N.V. Bank Nederlandse Gemeenten Doel: De Bank Nederlandse Gemeenten is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Met gespecificeerde financiële dienstverlening draagt de BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. De strategie van de bank is gericht op het behouden van substantiële marktaandelen in het Nederlands maatschappelijk domein en het handhaven van een excellente kredietwaardigheid (Triple A). Daarnaast streeft zij naar een redelijk rendement voor haar aandeelhouders. De BNG biedt financiële diensten op maat, zoals kredietverlening, betalingsverkeer, advisering en elektronisch bankieren. Daarnaast neemt zij deel aan projecten in de vorm van publiek private samenwerking (PPS). Openbaar belang: Bank voor de publieke sector. Wat en waarom: Opgericht direct na Tweede Wereldoorlog met als doel het herstel van publieke werken te financieren en in de publieke sector te investeren. Triple A status, kan doordoor goedkoop financieren en risico’s voor aandeelhouders zijn beperkt. Duurzaamheid en publieke investeringen daarin hebben nieuwe focus. Den Haag is met 2,3% de grootste aandeelhouder na de Staat.

Door actief rol van aandeelhouder te vervullen zijn we een serieuze gesprekspartner met invloed. Daarnaast levert het belang een stabiel dividend op. N.V. Stadsherstel Den Haag en Omgeving Doel: Het behouden en restaureren van monumentale panden. Na bouwkundig herstel vindt functieherstel plaats door het monument een passende bestemming te geven. De gerestaureerde panden worden door Stadsherstel marktconform verhuurd en in een enkel geval verkocht. Daarnaast behoort de bevordering van monumentenzorg in het algemeen tot de doelstellingen. Openbaar belang: Het beheer van het bedrijf dat zich bezig houdt met het behouden en restaureren van monumentale panden in Den Haag en omgeving. Wat en waarom: Stadsherstel koopt monumentale panden op, om ze vervolgens op te knappen/restaureren en ze vervolgens te verhuren. Gemeente Den Haag beoogt langs deze weg het behoud van historisch erfgoed te garanderen. Gemeente Den Haag is certificaathouder naast een groep particulieren. Dividenduitbetaling is daarom stabiel op het aantal certificaten in beheer bij de 31

gemeente. Daarnaast wordt een monumentenfonds opgebouwd van waaruit nieuwe investeringen worden gedaan. Dunea N.V. Doel: Het doel van Dunea is het voorzien in de behoefte van drinkwater en industriewater zowel binnen het distributiegebied, als buiten het distributiegebied. Daarbij moet Dunea voldoen aan de eisen van verantwoord natuurbeheer van het toevertrouwde duingebied met de inachtneming van de eisen van een verantwoorde waterwinning. Tevens beheert Dunea andere onderdelen van de waterketen zoals riolering en afvalwaterzuivering zowel binnen als buiten het distributiegebied. Openbaar belang: Drinkwatervoorziening. Wat en waarom: Gaan deelnemen in ver verleden omdat gemeente rol voor zich zag in waterbeheer en natuurbeheer. In Waterwet is publiek aandeelhouderschap vastgelegd. Dit geldt ook voor toegankelijkheid van natuurbeheer. Ongeveer 17 gemeenten in het distributiegebied zijn aandeelhouder. Ook Vitens en Evides actief in ‘Dunea-gebied’, maar Den Haag geen aandeelhouder. Via aandeelhouderschap heeft Den Haag invloed op haar belangen ten aanzien van waterbeheer en natuurbeheer. Via water betaal je als inwoner voor duinbeheer en natuurbeheer. Coöperatie Wigo4it Doel: Het doel van Wigo4it is om t.b.v. de sociale diensten van de G4 als één partij op te treden, om hergebruik, ontwikkeling en gezamenlijk beheer van ICT-systemen mogelijk te maken.

Deze samenwerking moet leiden tot een verbetering van de effectiviteit en doelmatigheid op het gebied van ICT. Verder heeft Wigo4it een belangrijke coördinerende en faciliterende rol bij intergemeentelijke communicatie en overlegvormen. Openbaar belang: Wigo4it is opgericht om gezamenlijk gebruik, beheer en ontwikkeling van ICT systemen voor en door de sociale diensten van de vier grote steden mogelijk te maken.Wigo4it draagt, met een zakelijke en professionele klantbenadering, zorg voor de ICT-facilitering van de primaire processen van de vier diensten. Verder draagt Wigo4it bij aan de coördinatie en afstemming tussen de G4. Wat en waarom: Beoogd wordt door samenwerking tussen G4 gemeenten dat ICT-facilitering van de ‘sociale diensten’ effectiever en efficiënter verloopt. WOM Den Haag Zuidwest B.V. Doel: Bijdragen aan de herstructurering van Den Haag Zuidwest, voortzetting van de prestatieafspraken met Vestia, verkoop van woningen en de afwikkeling van projecten. Openbaar belang: De bevordering van stedelijke herstructurering en de uitvoering van het herstructureringsplan in het gebied Den Haag Zuidwest. Stedelijke herstructurering omvat onder meer het aanpassen van de binnenstedelijke woningvoorraad, evenals het verbeteren van de sociale en economische infrastructuur door o.a.

het slopen van onroerende zaken en andere werken, het bouwrijp maken van grond, het bouwen en renoveren van woningen en het aanpassen van de verdere woonomgeving. Wat en waarom: Opgericht als nasleep van de kredietcrisis en het debacle omtrent woningcorporatie Vestia. Gemeentelijk belang was het voortzetten van de lopende of in voorbereiding zijnde herstructureringsprojecten van Vestia gezien de sociaal maatschappelijke consequenties. Onder meer vanuit gemeentelijke inzet op meer sociale woningbouw. Vestia zat als partij financieel in problemen en mocht als saneringscorporatie geen enkele investering meer doen; daarop is gemeente ingestapt. Vestia heeft panden ingebracht in de WOM en zal na de herstructurering de sociale huurwoningen uitnemen. Momenteel lopen de laatste 2 grote herstructureringen (MoerwijkOost en planvorming De Venen). 32

Grondexploitatiemaatschappij Vroondaal B.V./C.V. - Vroondaal GEM Doel: De grondexploitatiemaatschappij (GEM) heeft tot doel het uitgeven van grond t.b.v. realisatie van max. 2150 woningen in het midden van het hoge prijssegment in de nieuw te realiseren woonwijk. De GEM is ook verantwoordelijk voor de inrichting van het openbaar gebied en de (hoofd)infrastructuur binnen het exploitatiegebied. Daarnaast: Het projectmatig ontwikkelen van woningen in een extensief, groen stedelijk woonmilieu. Openbaar belang: De realisatie van de woonwijk Vroondaal binnen de door het College vastgestelde stedenbouwkundige en planologische kader. Wat en waarom: Ontwikkelen van nieuwbouwwijk door middel van samenwerking met BPD en Synchroon. Gemeentelijk belang bijdragen aan oplossing van woningtekort. Deelname gemeente ook gezien onze publiekrechtelijke verantwoordelijkheden, o.a. opstellen en herzien van bestemmingsplannen en onteigenen van gronden (kan alleen een gemeente).

Industrieschap de Plaspoelpolder (IPP) Doel: Het IPP heeft als doelstelling om door middel van het ontwikkelen en herstructureren van bedrijventerreinen bij te dragen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en het bevorderen van de werkgelegenheid. Het IPP vervult daarmee een functie voor Haagse bedrijven die huisvesting zoeken. Op dit moment ontwikkelt en herstructureert het IPP de locaties Hoornwijck, Treubstraat en Sylvain Poonstraat. Openbaar belang: Bijdragen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat en het bevorderen van de werkgelegenheid. Wat en waarom: Langstlopende GR van de gemeente (oprichting in 1953), GR samen met gemeente Rijswijk. Gericht op ontwikkeling van nieuwe bedrijventerrein en herstructurering bestaande bedrijventerreinen voor de regionale markt. Met Rijswijk gezamenlijk grondgebied en gezamenlijke financiering. Nu loopt een evaluatie met onderzoeken naar nieuwe businesscases. IPP is een kennisorganisatie en een ontwikkelingsmaatschappij gericht op nieuwe ontwikkelingen en herstructurering. Bedrijvenschap Harnaschpolder Doel: Het ontwikkelen van 80 ha. bruto bedrijventerrein voor standaard en hoogwaardige bedrijven.

Harnaschpolder vervult een belangrijke functie voor Haagse bedrijven die hun activiteiten willen uitbreiden en dat niet kunnen op hun huidige locatie of zijn gevestigd op (binnen)stedelijke bedrijventerreinen die worden geherstructureerd of getransformeerd. De hoofdactiviteiten om dit te realiseren bestaan uit de verwerving van gronden, het bouw- en woonrijp maken hiervan en de uitgifte van deze gronden aan bedrijven. Openbaar belang: Het ontwikkelen en exploiteren van bedrijventerreinen. Wat en waarom: GR specifiek opgericht voor alleen Harnaschpolder. Den Haag had veel gronden in bezit en was lang aan het nadenken over doorontwikkeling Binckhorst, Delft idem ten aanzien van Schieoever. In combinatie met de enorme behoefte aan bedrijventerrein hebben Den Haag en Delft ooit de gronden overgekocht van ontwikkelaars en ingebracht in een GR. Als grondgebiedgemeente is ook gemeente Midden-Delftland deelnemer geworden in de verbonden partij. Onder betaling van een afkoopsom is Delft in 2013 uitgetreden. Harnaschpolder is een verliesgevende exploitatie die nu gefinancierd wordt door de BNG. Bij de toekomstige liquidatie komt het naar verwachting negatieve eindsaldo voor rekening van de deelnemende gemeenten. De exploitatie laat de laatste jaren wel een positieve trend zienen heeft een looptijd tot einde 2023.

33

Ontwikkelingscombinatie Wateringse Veld Doel: Het realiseren van stadsuitbreiding in het in de VINEX vastgelegde gebied Wateringse Veld. Openbaar belang: De realisatie van de woonwijk Wateringse Veld, binnen de stedenbouwkundige en financiële kaders van de VINEX en het gemeentelijke beleid. Wat en waarom: Ontwikkelen van woningbouwlocatie ter uitvoering van rijks VINEX beleid, in samenwerking met BPD. Gemeentelijk belang bijdragen aan oplossing van woningtekort. Deelname gemeente ook gezien onze publiekrechtelijke verantwoordelijkheden, zoals ten aanzien van inrichting openbare ruimte en het onteigenen van gronden (bevoegdheid van gemeente). . Samenwerking met BPD omdat zij over diverse grondposities beschikken. Gestart in jaren 90. In 2013 een allonge afgesloten voor 2 aanvullende locaties Erasmusveld en Monsterseveld. Metropoolregio Rotterdam-Den Haag Doel: De MRDH heeft als doel het verbeteren van de bereikbaarheid en van het economisch vestigingsklimaat. Openbaar belang: De gemeente beoogt de bereikbaarheid en de werkgelegenheid en de economie van de stad te verbeteren. Wat en waarom: MRDH vervult de wettelijke rol van vervoersautoriteit en is vanuit die verantwoordelijkheid ook voor 0,01% aandeelhouder van HTM. Sinds 2017 een GR o.b.v. de WGR en via de MRDH is er sprake van verlengd lokaal bestuur. Het omvat de oude regio Haaglanden en het oude Openbaar Lichaam Rijnmond.

Stadsvervoer mogen grote steden als Rotterdam en Den Haag via inbestedingscontructie zelf aanbesteden. Regiovervoer wordt via MRDH aanbesteed. Kern van de activiteiten heeft betrekking op bereikbaarheid (financiering vanuit BDU) en economische ontwikkeling, bijvoorbeeld op gebied van bedrijventerreinen strategie, startups bekostigen vanuit inwonersbijdrage en met elkaar vergelijken van lokale MKB plannen in kader van corona. Stichting Holdingfonds Economische Investeringen Den Haag (HEID) Doel: Het structureel beschikbaar stellen van kapitaal, langs de lijn van de Haagse economische visie, om gezamenlijk met private partijen een duurzame geïntegreerde stedelijke ontwikkeling te bewerkstelligen. Openbaar belang: Stichting HEID investeert langs de lijn van de economische visie middels onderliggende fondsen in meer innovatie en ondernemerschap, in de koolstofarme economie en in werkgelegenheden vestigingsklimaat. Wat en waarom: HEID werkt met name met Europese subsidies. Dit betekent concreet dat lagere overheden (die in HEID participeren) grote lijnen aangeven, maar geen aanwijzingen geven over inzet voor concrete projecten. Europees geld wordt revolverend ingezet. HEID beheert veel kapitaal wat ze weer investeren in nieuwe projecten. Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Innovation Quarter B.V.

(ROM) Doel: Het stimuleren van de economische ontwikkeling in de regio Zuid-Holland en hiermee het versterken van de positie en de internationale concurrentiekracht van Zuid-Holland en Nederland. Openbaar belang: Het stimuleren van de economische ontwikkeling in de regio Zuid-Holland en hiermee het versterken van de positie en de internationale concurrentiekracht van Zuid-Holland en Nederland. Wat en waarom: De regionale ontwikkelingsmaatschappij Innovation Quarter B.V., afgekort ROM heeft als doel het stimuleren van de economische ontwikkeling in de regio Zuid-Holland en het versterken van de positie en internationale concurrentiekracht van Zuid-Holland. Gemeente Den Haag participeert in de fondsen via ROM, maar ook de eerder genoemde stichting HEID. ROM werkt aan innovatiedoelen door revolverend te investeren. 34

Vereniging van Eigenaren (VVE) van 7 vastgoedobjecten Doel: Het beheren en exploiteren van het gebouw, de grond en de gemeenschappelijke zaken. Alsmede het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de eigenaren. Openbaar belang: Het behartigen van de belangen van de gemeente Den Haag als grootste eigenaar van het complex. Wat en waarom: Niet al het gemeentelijk vastgoed is 100% gemeentelijk eigendom en om die reden werken we in voorkomende gevallen samen met de andere eigenaren in een VVE constructie. In feite betreft het hier alleen in formele zin een verbonden partij. Omgevingsdienst Haaglanden Doel: De omgevingsdienst Haaglanden is verantwoordelijk voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving op milieugebied en de specialistische advisering op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening voor negen Haaglanden gemeenten en de provincie Zuid-Holland. Openbaar belang: Bescherming van mens en natuur tegen schade; uitvoering van vergunningsverlening, toezicht en handhaving milieu. Wat en waarom en lessons learned: Ingesteld op wettelijke basis. Ontstaan op basis van rapport Commissie Mans uit 2008 wat stelde dat vergunningverlening te gefragmenteerd was en de handhaving beter moest. Dit leidde tot stelsel van omgevingsdiensten. Verplicht takenpakket wat gemeente bij omgevingsdienst afneemt.

Het betreft de vergunningverlening en handhaving op gebied van milieu en ruimtelijke ordening voor de complexere bedrijven. Daarnaast vrijwillig taken af te nemen op VTH gebied voor bijvoorbeeld winkels, horeca en kleinere kantoren. Starterspanden Den Haag B.V./C.V. Doel: Het beheer van het pand Televisiestraat 2-4 (De Schilde). De CV is onderdeel van het instrumentarium van de gemeente Den Haag in het kader van de uitvoering van het gemeentelijk duurzaamheids- en economisch beleid. Openbaar belang: De CV is een uitvoeringsinstrument van de gemeente voor de transformatie van De Schilde naar een bedrijfsverzamelgebouw voor Stadslandbouw, Duurzaamheid en Innovatie. Wat en waarom: Bedrijfsvestiging voor bedrijven en ondernemers met sociale en duurzame impact. Maatschappelijk doel om de bezettingsgraad omhoog te krijgen. Gaat om gebouw De Schilde. Betreft een bedrijfsverzamelgebouw. Doel aanvankelijk om stadslandbouw te vestigen. Nu is er ingezet op innovatie en duurzaamheid. Nu gaat het financieel de goede kant op. Er zijn leningen voor investeringen verstrekt en het project gaat richting een positieve exploitaitie en het pand wordt meer waard. Wijkontwikkelingsmaatschappij Stationsbuurt-Oude Centrum B.V./C.V.

Doel: De uitvoering van het herstructureringsplan voor de Stationsbuurt-Oude Centrum (RIS 144660) uit 2007 en het geactualiseerde beleid conform de commissiebrief “Evaluatie Wijkontwikkelingsmaatschappij Stationsbuurt-Oude Centrum BV/CV” (RIS 295106). Openbaar belang: Bevorderen van de stedelijke herstructurering in het gebied Stationsbuurt-Oude Centrum. Wat en waarom: Steadion (woningcorporatie) gaat uit de WOM. Dit is het moment voor de gemeente om te bepalen wat ze zelf wil. Gemeente kan niet de enige vennoot in de CV zijn. Er is een andere structuur nodig. Schilderswijk, Station Hollands Spoor en het ‘Rode dorp’ zijn inmiddels her ontwikkeld. Het doel is bereikt, maar bepaald moet worden welke opgaven resteren. Inmiddels is besloten om deze verbonden partij te ontbinden. GGD en Veilig Thuis 35

Doel: Ingesteld op basis van wettelijke bepalingen in de Wet Publieke Gezondheid. Openbaar belang: Bijdragen aan doelstellingen van (preventieve) volksgezondheid. Wat en waarom: Negen gemeenten in Haaglanden werken samen. Den Haag veruit de grootste gemeente. Om een efficiencyslag te maken is ervoor gekozen om de uitvoeringsorganisatie in te huizen bij de gemeente Den Haag (OCW), zodat optimaal gebruik kan worden gemaakt van zaken als ICT en huisvesting. Directeur GGD (DPG) zit derhalve in de directie van OCW. Ook de directeur Veilig Thuis (wat een zelfstandig wettelijke functie is) maakt deel uit van de directie van OCW. Stemverhouding is naar inwonertal evenals de bijdrage die de deelnemende gemeenten betalen voor het vaste pakket (verplichte pakket). Voor de ‘lokale’ taken wordt door de deelnemende gemeenten naar rato van afname betaald. Veiligheidsregio Haaglanden Doel: Het bevorderen van goede samenwerking tussen de hulpdiensten, gemeenten en andere partners in de regio op het gebied van crisisbeheersing. Openbaar belang: Het voorkomen, beperken en bestrijden van brand en gevaar voor mensen en dieren. Het toezicht houden op het strand en het redden van baders in nood en beheer van strandposten.

Wat en waarom: De Veiligheidsregio Haaglanden is een gemeenschappelijke regeling die is gebaseerd op de Wet Veiligheidsregio’s en die verantwoordelijk is voor brandweerzorg en crisisbeheersing. En die ook verantwoordelijk is voor de GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio). Veiligheidsregio werkt enerzijds met een entiteit brandweer, een entiteit (meldkamer) GHOR en een entiteit crisisbeheersing (3 entiteiten met een eigen directie, DB en AB). Ook wordt vanuit crisisbeheersing samengewerkt door de entiteiten brandweer, GHOR, crisisbeheersing en de politie en de gemeentelijke functionarissen voor crisisbeheersing.Den Haag betaalt ongeveer helft van de begroting (op basis van ongeveer de helft van aantal inwoners van de veiligheidsregio). Regionaal Inkoopbureau H10 Doel: Uitvoeringsorganisatie van jeugdhulp. Behulpzaam bij inkopen van Jeugdhulp bij zorgaanbieders, bij controle en afwikkeling van declaraties, bij verstrekken voorschotten door gemeenten aan zorgaanbieders, ramingen per gemeente van zorgkosten etc. Alle betalingen aan zorgaanbieders geschieden door de gemeenten zelf en de gemeente en gaan zelfstandig contracten aan met derden. Openbaar belang: De regeling behartigt de belangen van de gemeenten op het terrein van uitvoering van inkooptaken op taakonderdelen binnen het sociaal domein.

Wat en waarom: Regionaal Inkoopbureau operationeel vanaf de kanteling in de jeugdzorg. Jeugdzorg gedecentraliseerd naar gemeenten, wettelijk gezien werken gemeenten samen in (42) regio’s. Voor Den Haag wordt samengewerkt met de 10 gemeenten in Regio Haaglanden. Verzorgt coördinatie van de inkoop, verzorgt de financieel administratieve afhandeling en levert prognoses over de kostenontwikkeling aan deelnemende gemeenten. Servicebedrijf van het Regionale Inkoopbureau verzorgt controle op declaraties, prognoses, productieverantwoordingen en regionale monitoring.

36

Bijlage 2: Wettelijke kaders en toegepaste definities Wettelijk kader Verbonden Partijen Dit beleidskader past en moet passen binnen wettelijke kaders. De wettelijke kaders en de toegepaste definities worden in deze bijlage uiteengezet. Het beleidskader past in de rolverdeling tussen raad en college, waarin volgens de Wet Dualisering Gemeentebestuur, beide gescheiden verantwoordelijkheden hebben: de raad stelt de kaders en controleert en het college bestuurt. Wettelijke definitie Verbonden Partijen Wat wettelijk verstaan wordt onder een verbonden partij is vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Hierin staat aangegeven dat een verbonden partij “een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie is waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft.” Wettelijke definitie Bestuurlijk Belang Bestuurlijk belang wordt vervolgens gedefinieerd als: “zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht”. Volgens de notitie ‘verbonden partijen en aanbesteding’ van de commissie BBV uit 2016 is sprake van bestuurlijk belang “als een wethouder, raadslid of ambtenaar van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de verbonden partij plaatsneemt, of namens de gemeente stemt. Bij zitting in een toezichthoudend orgaan is geen sprake van vertegenwoordiging in het bestuur.

Wanneer de gemeenten in een toezichthoudend orgaan echter een besluitvormende stem heeft, wordt dit gelijk gesteld aan vertegenwoordiging in het bestuur en is sprake van een bestuurlijk belang. Wanneer er slechts sprake is van een adviserend lidmaatschap in een toezichthoudend orgaan, dan bestaat er geen bestuurlijk belang. Bij alleen een benoemingsrecht of voordrachtsrecht voor het bestuur is er strikt genomen geen sprake van een verbonden partij. Ook indien niet namens de gemeente maar op persoonlijke titel zitting wordt genomen in een bestuur is er geen sprake van een verbonden partij. Wettelijke definitie Financieel Belang Een financieel belang houdt in “een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.” Dus wanneer de gemeente financieel kan worden aangesproken of geld kan kwijtraken bij een faillissement.

De definitie in het BBV van het financieel belang is nog verder gespecificeerd1 door de toevoeging: “Reguliere handelstransacties waarbij geen geld ter beschikking wordt gesteld, maar een betaling van een tegenprestatie plaatsvindt, bijvoorbeeld bij crediteuren of subsidierelaties, leiden niet tot een financieel belang.” Soorten verbonden partijen Verbonden partijen zijn dus alle vennootschappen (deelnemingen), stichtingen, verenigingen, coöperaties en gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente Den Haag een bestuurlijk én een financieel belang heeft om (beleids)doelen te realiseren. Verbonden partijen kunnen worden ingedeeld in publiekrechtelijke organisaties, privaatrechtelijke organisaties en publiek private samenwerkingen. Andere samenwerkingsrelaties met alleen een bestuurlijk belang zijn formeel geen verbonden partijen, maar kunnen voor de gemeente Den Haag belangrijke relaties zijn voor het realiseren en borgen van het ‘publiek belang’. Publiekrechtelijke organisaties als verbonden partij Bij publiekrechtelijke verbonden partijen gaat het om gemeenschappelijke regelingen. Dit zijn samenwerkingsverbanden tussen openbare lichamen (de rijksoverheid, gemeenten, provincies & waterschappen). Hoofdmotieven om dergelijke samenwerkingsverbanden aan te gaan zijn efficiencyvoordelen (kostenvoordeel door samenwerking), risicospreiding en grensoverschrijdende 37

beleidsvelden. De belangrijkste grondslag voor samenwerkingsverbanden tussen openbare lichamen vormt de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Hierin zijn mogelijke inrichtingen en bevoegdheden vastgelegd. Drie mogelijke inrichtingen kunnen worden aangemerkt als verbonden partij: - Een openbaar lichaam. Deze publiekrechtelijke samenwerkingsvorm heeft een rechtspersoonlijkheid, krijgt bevoegdheden gedelegeerd van gemeenten, kent een verplichte bestuursstructuur (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en een voorzitter) en kan commissies instellen. Deze vorm wordt gebruikt voor de meeste intergemeentelijke samenwerkingen. - Een gemeenschappelijk orgaan. Deze vorm heeft niet per definitie een rechtspersoonlijkheid en er is geen verplichte bestuursstructuur. Vaak wordt volstaan met een beperkt omschreven doelstelling en een enkelvoudig bestuur. - Een bedrijfsvoeringsorganisatie. Een samenwerking waarbij wel een rechtspersoonlijkheid, maar geen zware bestuursstructuur vereist is. Enkel ‘ter behartiging van de sturing en beheersing van ondersteunende processen en van uitvoeringstaken van de deelnemers’. Twee andere vormen van gemeenschappelijke regelingen, te weten een centrumgemeente en een publiekrechtelijke overeenkomst (lichte overeenkomst), voldoen niet aan de definitie van een verbonden partij.

Dit komt omdat door het ontbreken van een rechtspersoonlijkheid er geen sprake is van een financieel belang/risico. Privaatrechtelijke organisaties als verbonden partij Naast publiekrechtelijke organisaties als verbonden partij zijn ook privaatrechtelijke verbonden partijen mogelijk. Ook hierbij kunnen weer verschillende hoofdmotieven gelden: onder andere risicospreiding (het delen van risico’s met andere partijen), een katalysatorfunctie (gemeente als belangrijke initiërende factor) en grip houden op taken waarvan het onwenselijk wordt geacht als deze volledig zouden worden geprivatiseerd. Verschillende vormen van privaatrechtelijke verbonden partijen zijn mogelijk: - Een naamloze vennootschap (nv). Dit is een open samenwerkingsverband met een in overdraagbare aandelen verdeeld maatschappelijk kapitaal. De nv is een rechtspersoon en kent een bestuur en een algemene vergadering van aandeelhouders (AvA). Bij de statuten kan worden bepaald dat er een raad van commissarissen (RvC) zal zijn. Aandeelhouders en bestuurders zijn niet aansprakelijk met hun privévermogen voor schulden van de nv. Voor de gemeente betekent dit dat de gemeente als aandeelhouder niet juridisch aansprakelijk is met vermogen van de gemeente. - Een besloten vennootschap (bv).

Dit samenwerkingsverband is grotendeels gelijk aan de nv, alleen wordt een bv aangegaan met het oog op de persoonlijke eigenschappen en kwaliteiten van de aandeelhouders. Aandelen zijn bij een bv niet vrij overdraagbaar. Aandeelhouders en bestuurders zijn niet aansprakelijk met hun privévermogen voor schulden van de rechtspersoon. Dit geldt net als bij de nv ook voor de gemeente, wanneer zij een aandeelhoudende rol vervult. - Een commanditaire vennootschap (cv). Een cv bezit geen rechtspersoonlijkheid en is daardoor geen verbonden partij. Echter, veel voorkomend is een bv/cv relatie, die bestaat uit twee soorten vennoten: commanditaire vennoten (ook wel ‘stille vennoten’) en beherende vennoten. De cv is een maatschapsvorm, waarbij alle vennoten een inbrengplicht hebben. De aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag van de inbreng. - Een vereniging. Dit is een rechtspersoon met leden die is gericht op een bepaald doel. Een vereniging is een duale rechtspersoon met bestuur een algemene ledenvergadering. Een vereniging mag wel winst maken, maar winst moet ten goede komen aan het gemeenschappelijk doel. Alleen verenigingen mét rechtspersoonlijkheid kunnen een verbonden partij zijn.

38

-

Een coöperatie. De coöperatie is een commerciële samenwerkingsvorm en heeft het karakter van een vereniging. Gezamenlijke leden zijn in principe aansprakelijk voor de tekorten van de coöperatie. Een coöperatie kan wel winst uitkeren aan leden. - Een stichting. Deze rechtspersoonlijkheid kent een ideëel doel en kan geen bezoldiging/ winst (wel een onkostenvergoeding) uitkeren. Een stichting heeft een bestuur, maar kent geen controlerend mechanisme in de vorm van vergadering van aandeelhouders of leden (zoals een vereniging). Wel kan een raad van toezicht worden ingesteld. Enkel het ideëel of sociaal doel (als beschreven in doelstelling) komt voor uitkering in aanmerking. Overige wettelijke kaders Op verbonden partijen is verschillende regelgeving van toepassing. De belangrijkste zullen hieronder puntsgewijs worden uiteengezet: - Gemeentewet. De hierin opgenomen bepalingen aangaande verbonden partijen zijn hiervoor uitgezet. De bepalingen in de Gemeentewet hebben met name betrekking op het oprichten van verbonden partijen. - Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Naast de definitie over verbonden partijen stelt het BBV bepalingen over de gemeentelijke verslaglegging aangaande verbonden partijen. Verbonden partijen worden niet geconsolideerd in de begroting en jaarstukken. Dit is een belangrijk verschil met het privaatrecht.

In het privaatrecht moeten dochters van rechtspersonen doorgaans wel worden geconsolideerd. Zowel de begroting en jaarstukken bevatten een paragraaf over verbonden partijen. Deze paragraaf bevat ten minste de visie omtrent verbonden partijen en een lijst met de verbonden partijen. In deze lijst is ten minste opgenomen: de wijze waarop de gemeente een belang heeft en het openbaar belang dat gediend wordt, de (verwachte) omvang van het belang, het eigen vermogen, het vreemd vermogen, het financiële resultaat en de eventuele risico’s. - Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Deze wet heeft betrekking op de publiekrechtelijke verbonden partijen en biedt de basis voor de publiekrechtelijke samenwerkingsvorm. In deze wet wordt ingegaan op de inrichting van het bestuur, de commissies die mogen worden ingesteld en de bevoegdheden van gemeenschappelijke regelingen. - Burgerlijk Wetboek (BW). Voor privaatrechtelijke verbonden partijen gelden de bepalingen uit dit wetboek (Boek 2 BW), bijvoorbeeld aangaande termijnen van verslaglegging. Ook bepaalt het Burgerlijk Wetboek onder meer dat het bestuur van vennootschappen, stichtingen en verenigingen is neergelegd bij een of meerdere statutaire bestuurders en dat het toezicht is neergelegd bij een raad van commissarissen (vennootschap) of raad van toezicht (vereniging en stichting, mits geregeld in de statuten). - Wet Bestuur en Toezicht.

De Wet Bestuur en Toezicht. Deze wet heeft als doel het vergroten van de bruikbaarheid van de rechtsvorm van de nv en de bv in nationale en internationale ondernemingsverhoudingen. Voorts is beoogd om de kwaliteit van bestuur en toezicht bij een rechtspersoon te waarborgen, waarbij belangenverstrengeling dient te worden voorkomen. Nederlandse ondernemingen hebben door deze wet formeel de mogelijkheid een bestuur in te stellen waarin zowel bestuurders als commissarissen zitting hebben (‘onetier’ boards). Deze wet wordt gewijzigd. De wetgever wil een aantal zaken voor verenigingen en stichtingen op dezelfde manier regelen als voor nv’s en bv’s. - Wet Markt en Overheid. Hierin staan de gedragsregels voor de overheid om concurrentievervalsing te voorkomen, dus ook voor verbonden partijen die zich direct of indirect bezighouden met het aanbieden van goederen of diensten op de markt.

39

Wet Normering Topinkomens (WNT). Deze wet verbiedt bestuurders in de (semi-)publieke overheid meer te verdienen dan een ministersalaris. De WNT is verwerkt in het beloningsbeleid verbonden partijen (RIS 290691). - Wet Modernisering Vpb-plicht. Deze wet bepaalt dat overheidsondernemingen, dus een aantal verbonden partijen, belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting. - Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob3). Deze wet stelt eisen aan onder meer de informatievoorziening en archivering van stukken die betrekking kunnen hebben op de publicatie van gegevens van verbonden partijen. - Nederlandse Code Corporate Governance. Dit is een code die regels omtrent goed bestuur voorschrijft. Het gaat in op de taken en werkwijzen van het bestuur, de raad van commissarissen en de aandeelhouders. Eén van de structurele uitgangspunten is onafhankelijkheid en zonder belangenverstrengeling. De Code werkt op basis van het 'pas toe of leg uit' principe. Wettelijke kaders in relatie tot bestuurlijke rolverdeling en de bevoegdheden van de raad Oprichting van verbonden partijen Het besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente is een bevoegdheid van het college.

Echter, wanneer een beslissing ingrijpende gevolgen voor de gemeente kan hebben, of wanneer de beslissing de oprichting van een verbonden partij behelst, moet de raad eerst in de gelegenheid gesteld worden haar wensen en bedenkingen aan het college te uiten. In de wet wordt geen termijn genoemd waarbinnen de raad zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college moet brengen. De oprichting van, of deelneming in een gemeenschappelijke regeling vergt overigens wel de expliciete toestemming van de raad, conform artikel 1 van de Wet op de Gemeenschappelijke Regelingen. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Bij deze besluiten bepaalt de raad zelf de behandeltermijnen. Budgettaire bevoegdheid raad Daarnaast heeft de raad een budgettaire bevoegdheid: wanneer financiële middelen beschikbaar moeten worden gesteld die nog niet voorzien waren, kan de raad om een besluit gevraagd worden. De gemeente Den Haag heeft in de Verordening Financieel Beheer en Beleid 2018 opgenomen dat wanneer het een bedrag van minimaal € 500.000,- betreft, een wensen en bedenkingen procedure gevolgd moet worden. Als het gaat om een bedrag van meer dan € 2.500.000,-, moet het besluit ter goedkeuring aan de raad worden voorgelegd. Informatieplicht college Tevens bestaat er een algemene informatieplicht voor het college (Gemeentewet artikel 169, lid 2).

Het college informeert de raad daar waar de raad die informatie voor de uitoefening van haar taak nodig heeft of wanneer een raadslid daarom verzoekt. Volgens het BBV wordt in de jaarstukken de paragraaf ‘verbonden partijen’ opgenomen, waarin over de verbonden partijen wordt gerapporteerd. Het afleggen van verantwoording betekent het uitleggen, motiveren en verdedigen van het door het college ten opzichte van de verbonden partij gevoerde beleid. Daar waar het college aan bevoegdheden ontbreekt, zijn de mogelijkheden van het college om door de verbonden partij gevoerde beleid te beïnvloeden vanzelfsprekend beperkt. Het college kan slechts verantwoording afleggen over de rol van het college binnen en ten opzichte van de verbonden partij. Overige definities -

3

De Woo zal, als het wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer wordt aanvaard, de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) gaan vervangen. Naar verwachting zal de Woo in 2022 in werking treden, als het heel snel gaat al op 1 januari, maar halverwege 2022 is waarschijnlijker.

40

Aandeelhouder Deelnemer in een maatschappelijke kapitaalvennootschap, risicodragend vermogensverschaffer. Accounthouder en accountmanagement Een accounthouder is een medewerker van de gemeente, die uitvoering geeft aan goed opdrachtgeverschap (in de breedste zin van het woord, dus zowel voor een inkoop- als subsidierelatie) op basis van (vak)kennis met als doel een bijdrage te leveren aan de doelen en ambities van de stad door de resultaten en de kwaliteit van de in het kader van een opgedragen opdracht, dan wel subsidie, uitgevoerde activiteit te bewaken en bij te sturen. Het uitgevoerde werk is daarmee accountmanagement. Algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) Orgaan van de vennootschap waaraan - binnen de door de wet en de statuten geldende grenzen- alle bevoegdheden behoren die niet aan het bestuur of aan anderen is toegekend. Besloten vennootschap (bv) Vennootschap met rechtspersoonlijkheid en beperkt overdraagbaar aandelenkapitaal. Bestuur Het bestuur is het orgaan van een rechtspersoon dat belast is met de leiding over de algemene gang van zaken. Het bestuur vertegenwoordigt de rechtspersoon voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. Elke bestuurder is tegenover de rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10930120/1