CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310905 Schoon op papier! Onderzoek naar de vervuiling van de openbare ruimte

Gemeenteraad 21 december 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van de Rekenkamer inzake onderzoek ‘Schoon op papier!’ naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte (RIS310905)19.370 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

komt, in tegenstelling tot de middelen voor handhaving, uit een externe bijdrage van het bedrijfsleven voor additionele projecten over zwerfafval.95 Deze zwerfafvalvergoeding verdwijnt na 2022.96 Met de huidige verdeling van middelen zet het gemeentebestuur duidelijk in op handhaving en schoonmaken, en veel minder op lange-termijn aanpak en gedragsbeïnvloeding (zie de tabel hieronder).97

92

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 8 december 2020, p. 33.

93

RIS305593 Commissiebrief ‘Actieplan Schone Stoep 2020-2021’, Commissie Leefomgeving, 24 juni 2020.

94

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 8 december 2020, p. 33.

95

Interview ambtelijke organisatie.

96

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 8 december 2020, p. 33. De gemeentelijke organisatie geeft aan dat naar alle waarschijnlijkheid deze middelen komen te vervallen. Bron: interview ambtelijke organisatie. 97

Interview ambtelijke organisatie.

32

Begroting bestedingen schoonhouden buitenruimte Den Haag (bedragen x € 1000) 2021

2022

2023

2024

Straatreiniging98

29.165

28.987

28.938

28.940

Handhaving buitenruimte (alle vormen)

14.575

14.907

14.907

14.907

Aanpak bijplaatsingen

7.000

7.000

-

-

600

600

-

-

356

356

-

-

Zwerfafvalvergoeding (communicatie- en participatieactiviteiten) Actieplan Schone Stoep

Tabel 1 Bestedingen per jaar aan diverse programma’s voor de buitenruimte (bedragen x € 1000).99 N.B. Onder handhaving buitenruimte valt meer dan alleen handhaving op ‘rommel op straat’.100

Inzet uitvoeringsorganisatie is gericht op handhaving De gemeente maakt bij de aanpak van overlast in de openbare ruimte, waaronder vervuiling, vrijwel alleen gebruik van handhaving als instrument. Voor het aansturen van de uitvoering werden tot 2019 handhavingsrapportages en sinds 2020 interventieprogramma’s opgesteld.101 Uit een analyse van deze documenten blijkt dat andere instrumenten dan handhaving expliciet als mogelijkheid worden genoemd. Bij de invulling kregen deze andere instrumenten echter tot nog toe (medio 2021) nauwelijks aandacht.102 Bevinding 6

Het college heeft nauwelijks zicht op de effectiviteit van ingezette

instrumenten. Uit de analyse door de rekenkamer van relevante beleidsstukken blijkt dat het college nauwelijks inzicht heeft in de effectiviteit van de instrumenten die zij inzet bij de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte, zoals communicatie en handhaving. Daarmee weegt het

98

Dit is nog exclusief de middelen die beschikbaar zijn vanuit het programma Stadsdelen

99

RIS305593 Commissiebrief ‘Actieplan Schone Stoep 2020-2021’, Commissie Leefomgeving, 24 juni 2020; RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 8 december 2020; RIS307104 Raadsvoorstel ‘Nota Handhaving Buitenruimte 2021-2022’, College van Burgemeester en Wethouders, 9 december 2020. De bedragen voor handhaving buitenruimte waren oorspronkelijk begroot op €16.075. Na technische aanpassingen is dat €14.907. Bron: reactie feitelijk wederhoor, 29 september 2021. 100

Handhaving buitenruimte heeft betrekking op alle vormen van overlast in de buitenruimte. De gemeente zet daarbij in op de grootste ergernissen van bewoners, zoals parkeeroverlast, rommel op straat, hondenpoep en overlast van achtergelaten fietsen (bron: RIS306159 Programmabegroting 2021-2024, 4 november 2020, p. 107) 101

Een uitgebreidere toelichting op handhavingsprogramma’s en interventieprogramma’s is bij opgenomen in de paragrafen ‘Handhavingsrapportages (tot 2019)’en ‘Interventieprogramma’s (sinds 2021)’ bij bevinding 7. 102

Intern document ‘Handhavingsrapportage voor Centrum 2 derde kwartaal 2018’; Interventieprogramma’s 2021 voor Centrum 1, Centrum 2 en Segbroek, zd. (2020 of 2021).

33

college ook niet af of de verhouding tussen de inzet op handhaving en overige instrumenten doelmatig is. Daarnaast geeft het college zelf aan dat de effectiviteit van handhaving beperkingen kent. Ondanks vele positieve signalen in verschillende documenten en interviews over de inzet van andere instrumenten, zijn binnen de gemeente geen cijfers aanwezig over bijvoorbeeld de effectiviteit van ORAC-adoptanten of buurtpreventieteams. Het college maakt voor het beoordelen van de effectiviteit van afzonderlijke instrumenten ook niet of nauwelijks gebruik van nulmetingen.103 Het uitvoeren van een nulmeting laat zien hoe vuil het is voorafgaand aan de inzet van een instrument. Na verloop van tijd kan dan gemeten worden of er verbetering is opgetreden. Er is, in 2016 in het stadsdeel Escamp, wel één pilot uitgevoerd waarmee de effectiviteit van ingezette instrumenten is onderzocht. Daaruit bleek dat zowel communicatie als handhaving op zichzelf of gecombineerd een duidelijk effect hebben op het verminderen van overlast door vervuiling van de openbare ruimte.104 Naast deze pilot zijn er geen andere effectiviteitsmetingen van de ingezette instrumenten beschikbaar. Het college geeft aan dat er ‘aandachtspunten’ zijn bij de effectiviteit van handhavingstaken bij vervuiling van de openbare ruimte.

In de commissiebrief ‘Aanpak bijplaatsingen’ uit 2015, constateert het college dat handhaving niet altijd de gewenste resultaten oplevert vanwege praktische obstakels. Bij de handhaving worden zelden adresgegevens gevonden (ten behoeve van beboeting) of mensen op heterdaad betrapt bij het plaatsen van bijplaatsingen.105 Bevinding 7

Het college zet bij handhaving actief in op informatiegestuurd werken en richt

zich daarbij op het wegnemen van geconstateerde vervuiling. Het college zet actief op in informatiegestuurd werken om te bepalen waar handhaving moet worden ingezet.106 Het college geeft aan dat handhaving behalve een repressieve werking

103

Interview ambtelijke organisatie.

104

Intern document ambtelijke organisatie.

105

RIS283716 Commissiebrief ‘Aanpak bijplaatsingen', College van Burgemeester en Wethouders, 3 juli 2015, p. 5-6.

106

RIS281916 Raadsvoorstel ‘Gewijzigd voorstel van het college inzake de leefbaarheidshandhaving van de gemeentelijke buitenruimte: Doorpakken met Haagse Kracht 2015-2018’, College van Burgmeester en Wethouders, 18 april 2016, p. 12; RIS306159 Raadsvoorstel ‘Programmabegroting 2021-2024’, College van Burgmeester en Wethouders, 8 september 2020, p. 107; RIS300472 Raadsvoorstel ‘Programmabegroting 2019-2022’, College van Burgmeester en Wethouders, 10 september 2018, p. 102.

34

ook een preventieve werking heeft.107 De informatie die het college vergaart voor de aansturing van de handhaving, heeft echter voornamelijk betrekking op geconstateerde overlast en niet op achterliggende oorzaken.

Handhaving wordt gebaseerd op informatiegestuurd werken Het college geeft in verschillende beleidsdocumenten aan bij de inzet van handhaving actief te willen inzetten op informatiegestuurd werken om de vervuiling van de openbare ruimte te verminderen.108 Het college wil daarbij de informatiepositie versterken door gebruik te maken van ‘dashboards’, waarin op een overzichtelijke manier informatie over overlast van vervuiling in de openbare ruimte wordt weergegeven.109 Volgens het college wordt aan deze dashboards in de loop van de jaren steeds meer data toegevoegd, zodat er steeds meer inzicht komt in de problematiek. De verkregen data wordt volgens het college ook geanalyseerd en doorvertaald naar (uitvoerings-)beleid.110 Het college haalt data over de afvalproblematiek op van onder andere de stadsdeelorganisaties, de politie en signalen uit de stad.111 De stadsdeelorganisatie heeft specifieke kennis over de wijken en buurten binnen het stadsdeel. Daarnaast gebruikt het college Wijkprogramma’s, Leefbaarheidsscans, Handhavingsrapportages en, sinds kort, Interventieprogramma’s om te achterhalen waar de Haagse burger overlast ervaart en waar en hoe handhaving ingezet moet worden (zie de volgende paragraaf voor een analyse van deze documenten).

Uit interviews met de gemeente blijkt dat medewerkers over het algemeen een goed beeld hebben van de samenstelling van de wijk en de problematiek die er speelt. Dit beeld ontstaat door analyses van het meldingensysteem, en op basis van

107

RIS281916 Raadsvoorstel ‘Gewijzigd voorstel van het college inzake de leefbaarheidshandhaving van de gemeentelijke buitenruimte: Doorpakken met Haagse Kracht 2015-2018’, College van Burgmeester en Wethouders, 18 april 2016, p. 4. RIS307104 Raadsvoorstel ‘Nota Handhaving Buitenruimte 2021-2022’, College van Burgemeester en Wethouders, 9 december 2020, p.7. 108

RIS281916 Raadsvoorstel ‘Gewijzigd voorstel van het college inzake de leefbaarheidshandhaving van de gemeentelijke buitenruimte: Doorpakken met Haagse Kracht 2015-2018’, College van Burgmeester en Wethouders, 18 april 2016, p. 12; RIS306159 Raadsvoorstel ‘Programmabegroting 2021-2024’, College van Burgmeester en Wethouders, 8 september 2020, p. 107; RIS300472 Raadsvoorstel ‘Programmabegroting 2019-2022’, College van Burgmeester en Wethouders, 10 september 2018, p. 102. 109

RIS307104 Raadsvoorstel ‘Nota Handhaving Buitenruimte 2021-2022’, College van Burgemeester en Wethouders, 9 december 2020, p. 23. 110

RIS307104 Raadsvoorstel ‘Nota Handhaving Buitenruimte 2021-2022’, College van Burgemeester en Wethouders, 9 december 2020, p. 23. 111

RIS281916 Raadsvoorstel ‘Gewijzigd voorstel van het college inzake de leefbaarheidshandhaving van de gemeentelijke buitenruimte: Doorpakken met Haagse Kracht 2015-2018’, College van Burgmeester en Wethouders, 18 april 2016; RIS306159 Raadsvoorstel ‘Programmabegroting 2021-2024, College van Burgmeester en Wethouders, 8 september 2020, p. 49 en 107.

35

informatie uit bijvoorbeeld bijeenkomsten in de buurt, gesprekken tussen handhavers en bewoners, en buurtpreventieteams.112

Informatiegestuurd werken heeft betrekking op informatie over geconstateerde overlast en niet op informatie over achterliggende oorzaken. De belangrijkste informatiebronnen van het college in het kader van het informatiegestuurd werken zijn: -

Meldingensysteem

-

CityControl

-

Wijkprogramma’s

-

Leefbaarheidsscans

-

Handhavingsrapportages (tot 2019)

-

Interventieprogramma’s (vanaf 2020)

Uit een analyse van deze bronnen blijkt dat de informatie voldoende inzicht oplevert over waar en wanneer overlast zich voordoet, maar dat deze nauwelijks betrekking heeft op oorzaken achter geconstateerde overlast. Hieronder volgt een beschrijving van de informatie uit de genoemde bronnen.

Meldingensysteem Meldingen Openbare Ruimte (MOR) worden vastgelegd in het interne zaaksysteem KIM. In dit systeem komen alle meldingen binnen die burgers en bedrijven via verschillende kanalen doen. Maar ook als een gemeentelijke handhaver een melding openbare ruimte doet, wordt deze in het KIM-systeem geregistreerd. Data in dit systeem wordt geanonimiseerd en gepubliceerd als open data.113 Data in het meldingensysteem heeft betrekking op de aard en locatie van de overlast die wordt gemeld, niet op de oorzaak.114 Tabel 2 geeft een overzicht van de informatie die het systeem geeft over vervuiling van de openbare ruimte. Weergegeven is het aantal meldingen per subcategorie tussen 2014 en 2020 uit het meldingensysteem.

112

Interviews ambtelijke organisatie.

113

Meldingen openbare ruimte Den Haag, Data.overheid.nl, https://data.overheid.nl/dataset/meldingen.

114

Meldingen openbare ruimte, Gemeente Den Haag, https://www.denhaag.nl/nl/meldingen/meldingen-openbare-ruimte.htm.

36

Subcategorie

Aantal

1

Op openbare weg

53.522

2

Restafval

31.302

3

Grofvuil

24.821

4

Afvalbak

13.973

5

Huisvuilzak

13.871

6

Ligt op straat

13.779

7

Zwerfvuil [zwerfafval]

9.550

8

Weesfietsen

8.487

9

Naast verzamelcontainer

7.964

10

(Brom)fiets

6.873

11

Klein chemisch afval

6.672

12

Niet beschikbaar

6.339

13

Niet opgehaald na afspraak

5.322

14

Papier

5.030

15

Bouw- en sloopafval

4.254

Tabel 2 Aantal meldingen vervuiling van de openbare ruimte per subcategorie tussen 2014 en 2020 uit het meldingensysteem.115 De gemeente is bezig met de ontwikkeling van een nieuw meldingensysteem (situatie 2021). Met een toename van het aantal meldingen komt er steeds meer druk op de gemeentelijke organisatie. Het nieuwe meldingensysteem moet door gebruik te maken van algoritmen een aantal problemen oplossen, zoals het aan de voorkant afvangen van dubbele meldingen en herhaalmeldingen (dezelfde melding door dezelfde persoon of door iemand die geïnformeerd wil worden over de status van een melding). In dit nieuwe meldingensysteem worden, net als het huidige systeem, geen achterliggende oorzaken opgenomen. De gemeente verwacht dat het nieuwe meldingensysteem in 2022 in gebruik genomen zal zijn.116

CityControl Veel werkzaamheden van handhavers worden in het systeem CityControl geregistreerd. Dit wordt gebruikt voor de administratieve afhandeling van handhavingstrajecten. De informatie die daarbij wordt vastgelegd, heeft betrekking op geconstateerde overlast en niet op

115

Meldingen openbare ruimte Den Haag, Data.overheid.nl, https://data.overheid.nl/dataset/meldingen.

116

Interview ambtelijke organisatie.

37

oorzaken daarvan. Volgens de gemeente worden in dit systeem registraties - bijvoorbeeld een proces verbaal of handhavingsinzet - gekoppeld aan een locatie. Ook worden steeds vaker contactmomenten met burgers geregistreerd.117 Hierdoor is de Handhavingsorganisatie steeds beter in staat om op basis van deze contactmomenten te rapporteren over thema's die onder burgers leven. Doordat de informatie met locatieaanduiding in het systeem wordt opgeslagen, kunnen registraties op een kaart bijgehouden worden. Hierdoor is het mogelijk om op basis van verschillende registraties een overzicht van leefbaarheidsproblematiek op een bepaalde locatie te krijgen.118

Wijkprogramma’s In de wijkprogramma's staat welke prioriteiten bewoners, ondernemers, partners en de gemeente gezamenlijk stellen voor een wijk. Onder andere op het gebied van leefbaarheid en veiligheid en buurtwaardering.119 De prioriteiten in wijkprogramma's zijn dan ook samen met deze partijen bepaald, en zijn gericht op aandachtspunten die specifiek voor een wijk belangrijk zijn en “het verschil kunnen maken in de komende jaren”.120 De prioriteiten dienen als basis voor concrete activiteiten die het stadsdeel gaat uitvoeren. Per wijk zijn prioriteiten geformuleerd en is een samenvatting gegeven van de activiteiten die in elke wijk in een periode van drie jaar uitgevoerd gaan worden.121 Rommel op straat, hondenpoep en weesfietsen zijn prioriteiten die in verschillende wijkprogramma’s terugkomen. De wijkprogramma’s leveren voldoende inzicht op over waar en wanneer overlast zich voordoet,122 maar bevatten ten aanzien van de geformuleerde prioriteiten geen probleemanalyse van oorzaken achter de geconstateerde overlast.

Leefbaarheidsscans Leefbaarheidsscans waren rapportages voor intern gebruik die het college tot 2021 per stadsdeel opstelde. In deze scans werd per thema een analyse gemaakt van de locaties,

117

Interview ambtelijke organisatie. Het contact met burger wordt vastgelegd in de vorm van een informering (over wet- en regelgeving) in Citycontrol. Dit is een invoercategorie die de handhaver kan kiezen bij het vastleggen daarvan. (bron: feitelijk wederhoor ambtelijke organisatie, 29 september 2021). 118

Interview ambtelijke organisatie.

119

Inleiding in alle wijkprogramma's 2016-2019, p. 5 en verder.

120

Inleiding in alle wijkprogramma's 2016-2019, p. 5 en verder.

121

Inleiding in alle wijkprogramma's 2016-2019, p. 5 en verder.

122

In interviews met handhavers kwam naar voren dat zij zich over het algemeen erg herkennen in de prioriteiten zoals die in de wijkprogramma's zijn vastgelegd en dat die in grote mate overeenkomt met de problematiek die zij op straat ervaren.

38

omvang en ontwikkeling van de leefbaarheidsproblematiek. Dit gebeurde sinds de leefbaarheidscans over het jaar 2019 aan de hand van wat de "3 M's" wordt genoemd:123 “Meningen (beleving) waarbij een analyse wordt gemaakt m.b.v. de beschikbare datasets (onderzoeken) en waar mogelijk aangevuld met de opgedane kennis & ervaring op stadsdeel- en/of wijkniveau; Meldingen waarbij een analyse wordt gemaakt m.b.v. de beschikbare datasets en de opgedane kennis & ervaring op stadsdeel- en/of wijkniveau; Metingen verkregen van de ketenpartners waarbij een analyse wordt gemaakt m.b.v. de beschikbare datasets op stadsdeel- en/of wijkniveau”.124 Voor de leefbaarheidsscans werden verschillende bronnen gebruikt (zie Tabel 3 voor een overzicht), waaronder de Veiligheidsmonitor125 en de stadsenquête.126 Ook werden deze scans in de veiligheidsoverleggen op stadsdeelniveau gebruikt om leefbaarheids- en handhavingsprioriteiten en interventies te bepalen. De leefbaarheidsscans bevatten verschillende tabellen en grafieken met betrekking tot vervuiling van de openbare ruimte. De leefbaarheidsscans leverden daarmee inzicht op over de omvang en ontwikkeling van vervuiling van de openbare ruimte. De informatie had echter nauwelijks betrekking op oorzaken achter geconstateerde overlast. Gebruikte databronnen in leefbaarheidsscans 2019 Veiligheidsmonitor 2017

Waarderingscijfers per wijk, Rapportcijfer leefomgeving

Mijn Haagse Meldingen

Aantal meldingen per wijk t.o.v. stadsdeel Q2

Wijkprogramma’s 2016-2019

Resultaat per wijk (2016-2019)

Inwonersonderzoek (stadsenquête) 2017

% overlast van honden, % beoordeling netheid eigen straat, % mogelijkheden afvalscheiding

123

Interne documenten ‘Leefbaarheidsscans 2019’.

124

Interne documenten ‘Leefbaarheidsscans voor Centrum 1 2019’.

125

De Veiligheidsmonitor is met ingang van 2019 een tweejaarlijks (in oneven jaren) terugkerend bevolkingsonderzoek naar veiligheid, leefbaarheid en slachtofferschap. Zie voor nadere toelichting voetnoot 17. 126

De stadsenquête wordt periodiek ingevuld door een vast panel van inwoners van Den Haag. Deze inwoners hebben zich zelf aangemeld en krijgen een aantal keer per jaar een e-mail met een uitnodiging voor een vragenlijst (bron: ‘Stadspanel’, Gemeente Den Haag, https://www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/denkmee/stadspanel.htm?utm_source=alias&utm_medium=offline&utm_campaign=stadspanel).

39

Halfjaarsrapportage HHO 2018

Handhavingsresultaten Q2

WebGis 2018

Afvalbakken, hondenpoep, ongedierte en fietswrakken

Metingen/monitoring door gemeentelijke

% hondeneigenaren bij wijk, vervuiling en

diensten

staat van onderhoud in buurten en wijken in Den Haag

Tabel 3 Gebruikte databronnen voor de leefbaarheidsscans 2019.

Handhavingsrapportages (tot 2019) Handhavingsrapportages zijn rapportages voor intern gebruik die tot 2019 per stadsdeel werden opgesteld. Deze rapportages hadden als doel een antwoord te formuleren op de vraag of de beschikbare capaciteit is ingezet op de in Handhavingsprogramma's genoemde doelen.127 In de handhavingsrapportages werd per thema een overzicht gegeven van de geregistreerde handhavingsinterventies die in een bepaald stadsdeel hadden plaatsgevonden (zie Figuur 12 als voorbeeld). In de handhavingsrapportages over 2018 is daarbij het aantal gerapporteerde interventietypes uitgebreid met onder andere de categorie ‘informering’, wat ‘contactmomenten met burgers zónder interveniërend karakter’ in houdt.128 Uit ons onderzoek blijkt dat deze manier van werken en registreren ervoor zorgde dat de gemeente een steeds beter beeld kreeg van wat burgers vinden van leefbaarheidsproblematiek in hun leefomgeving.129 Daarmee leveren deze rapportages goed inzicht op over de omvang en ontwikkeling van de leefbaarheidsproblematiek, maar bieden ze geen analyses van oorzaken achter geconstateerde overlast.

127

Voor handhaving geldt dat er op stadsdeelniveau in het Veiligheid en Leefbaarheid Overleg (VLO) één keer per jaar een jaarplanning en jaaropdracht in een handhavingsprogramma wordt vastgelegd, dat elk kwartaal in het Veiligheidsoverleg wordt herzien. In deze handhavingsprogramma's is vastgelegd op welke thema's ingezet gaat worden. In de praktijk betekent dit dat er op basis van informatie uit het zaaksysteem KIM, actualiteit en politie-informatie een globale weekplanning wordt gemaakt (bron: Interview ambtelijke organisatie). 128

Interne documenten ‘Inleiding van handhavingsrapportages 2018’.

129

Interview ambtelijke organisatie.

40

Figuur 12 2018.130

Geregistreerde interventies per thema in het stadsdeel Centrum II 3e kwartaal

Interventieprogramma’s (sinds 2021) Om de aanpak van leefbaarheidsproblemen in de openbare ruimte te verbeteren en deze meer informatiegestuurd te maken, werkt de gemeente sinds 2020 met interventieprogramma’s. De interventieprogramma’s zijn de opvolgers van de handhavingsprogramma’s die de gemeente tot 2020 jaarlijks maakte. De interventieprogramma’s worden opgesteld op basis van actuele informatie die de handhavingsorganisatie en partners verzamelen.131 De programma’s geven, per stadsdeel en per kwartaal, aan waarop ingezet gaat worden en op welke manier dat gaat gebeuren.132 Het doel van de interventieprogramma’s is op een integrale manier de overlast in de openbare ruimte (waaronder vervuiling) aan te sturen en aan te pakken. Uit de recent aan de raad gestuurde commissiebrief ‘Besturingsmodel’ blijkt dat het college voor de aansturing inzet op een sturingsmodel met een strategisch, stedelijk tactisch, stadsdeel tactisch en operationeel niveau.133 Uit de commissiebrief blijkt niet of het college of de gemeenteraad hierbij ook een rol krijgen. Hoewel de interventieprogramma’s bedoeld lijken te zijn om de

130

Intern document ‘Handhavingsrapportage voor Centrum 2 derde kwartaal 2018’.

131

Interventieprogramma’s 2021 voor Centrum 1, Centrum 2 en Segbroek, zd. (2021), p. 2.

132

Interventieprogramma’s 2021 voor Centrum 1, Centrum 2 en Segbroek, zd. (2021), hoofdstuk 4.

133

RIS309966 Commissiebrief ‘Besturingsmodel’, Commissie Leefomgeving, 14 september 2021.

41

integrale aanpak van een kader te voorzien, wordt in de praktijk voornamelijk ingezet op het instrument handhaving. Interventies fysieke omgeving, communicatie, participatie en educatie worden naast handhaving wel nadrukkelijk als interventiemogelijkheid opgenomen. Bij de invulling van de interventieprogramma’s krijgen deze interventies echter vooralsnog relatief weinig aandacht.134

134

Analyse op basis van Interventieprogramma’s 2021 voor Centrum 1, Centrum 2 en Segbroek, hoofdstuk 4 ‘inzet’.

42

3. Aanbevelingen De rekenkamer heeft naar aanleiding van de conclusies uit dit onderzoek vier aanbevelingen geformuleerd. Met deze aanbevelingen willen we de raad en het college ondersteunen bij het verbeteren van de doeltreffendheid van de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. De rekenkamer doet de volgende aanbevelingen aan de gemeenteraad:

Aanbeveling 1: Draag het college op een aangescherpt beleidsplan voor vervuiling van de openbare ruimte op te stellen en dit ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad. •

In dit aangescherpte beleidsplan zouden in ieder geval specifiekere doelen ten aanzien van afzonderlijke vormen van vervuiling van de openbare ruimte opgenomen moeten worden. Dit naast de bestaande doelen gericht op een gemiddelde waarde voor tevredenheid van bewoners en mate van vervuiling per stad en stadsdeel. Bij de nieuwe doelen kan gedacht worden aan het per vorm van vervuiling opnemen van een streefwaarde die zich richt op een maximumaantal of percentage van (ernstig) overlast gevende situaties of locaties, per deelgebied en/of per tijdseenheid. Bijvoorbeeld een maximum van tien situaties per stadsdeel waar sprake is van ernstige overlast door bijplaatsingen bij ondergrondse restafvalcontainers en een specifiek criterium voor de mate van vervuiling door hondenpoep;

•

Het college moet voor (ernstig) overlast gevende situaties of locaties die niet voldoen aan de hierboven bedoelde streefwaarden, voorzien in maatwerk in de vorm van een locatiegerichte aanpak. Dit zou in eerste instantie gericht moeten zijn op het wegnemen van achterliggende oorzaken achter de vervuiling. En handhaving alleen inzetten als sluitstuk van de aanpak.

Aanbeveling 2: Draag het college op de uitvoering mede te richten op het voorkomen van vervuiling van de openbare ruimte en niet alleen op het wegnemen daarvan. Het doel hierbij is tot een integrale aanpak te komen van overlast door vervuiling van de openbare ruimte en deze aanpak te baseren op kennis over oorzaken en gedrag van mensen die leiden tot overlast. Nadrukkelijk zou daarbij naast handhaving ook ingezet moeten worden op preventieve activiteiten als communicatie, participatie en educatie. Geef daartoe het college opdracht: •

Naast handhaving als instrument en organisatieonderdeel voor de aanpak van overlast door vervuiling van de openbare ruimte ook in te zetten op communicatie, participatie en educatie, om daarmee te komen tot een integrale aansturing en uitvoering. 43

•

Achterliggende oorzaken te onderzoeken van situaties of locaties die niet voldoen aan de in het beleidsplan opgenomen streefwaarden. Hierbij onder meer te onderzoeken welke belemmeringen er zijn voor mensen om het gewenste gedrag te vertonen bij het aanbieden van afval of het voorkomen van vervuiling.

•

Op basis van deze kennis over oorzaken en belemmeringen te komen tot instrumenten en/of een maatwerkaanpak voor de betreffende situaties of locaties.

•

De kennis over achterliggende oorzaken en daarop gebaseerde instrumenten en/of

aanpak (in de toekomst) proactief te benutten in de (generieke) aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. •

De effectiviteit van alle instrumenten die worden ingezet bij de aanpak van

vervuiling van de openbare ruimte te monitoren.

Aanbeveling 3: Draag het college op periodiek te rapporteren over de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. In deze rapportages dient in ieder geval ingegaan te worden op:

•

De realisatie van de gestelde doelen per vorm van vervuiling en per deelgebied;

•

Informatie over resultaten van de bij punt 2 genoemde maatwerkaanpak. Gedacht

kan worden aan informatie over achterliggende oorzaken bij vervuiling en effectiviteit van (nieuwe) instrumenten die worden ingezet; •

Informatie over en onderbouwing van (nieuwe) instrumenten die opgenomen worden in de generieke aanpak op basis van ervaringen in de maatwerkaanpak.

Aanbeveling 4: Draag het college op binnen zes maanden een aanpak voor de uitvoering van aanbevelingen 1 tot en met 3 voor te leggen aan de gemeenteraad.

44

4. Reactie college van burgemeester en wethouders Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

DSB/10205149 Rekenkamer Den Haag Per email: rekenkamer@denhaag.nl

Contactpersoon Dienst

Stadsbeheer Afdeling Telefoonnummer E-mailadres Datum

10 november 2021 Onderwerp

Reactie college - Rapport Rekenkamer Den Haag 'Schoon op papier!'

Geachte heer Twisk, Het college heeft kennisgenomen van het rapport van de Rekenkamer Den Haag ‘Schoon op papier!’. Het college dankt de Rekenkamer voor dit onderzoek en herkent en erkent dat de aanpak van de thema’s rommel op straat, hondenpoep en achtergelaten fietsen belangrijk is voor de stedelijke leefbaarheid. Een schone buitenruimte heeft de afgelopen jaren veel aandacht gehad van het college en de gemeenteraad. Daarom heeft het college een aantal grote stappen gezet. Dit is te lezen in het ‘Actieplan Schone Stoep 2020-2021’ (RIS 305593) en de commissiebrief ‘Wendbaar, effectief en datagestuurd werken aan een schone stad’ (RIS 309531). Het college wil graag reageren op de door u geformuleerde bevindingen en aanbevelingen. Onderstaand geeft het college per bevinding en aanbeveling een korte reactie. Reactie bevindingen Rekenkamer 1. Het college behaalt de gestelde doelen en informeert de raad hierover Het college kan zich goed vinden in deze bevinding. Wel wil het college daarbij opmerken dat er alleen doelen zijn gesteld voor de thema’s zwerfafval, hondenpoep en achtergelaten fietsen. Voor het thema bijplaatsingen is er geen doel gesteld. 2.

Er is ontevredenheid bij de gemeenteraad en bewoners over de resultaten van de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte

Het college is van mening dat de ontevredenheid in de gemeenteraad en onder bewoners zich vooral richt op de problematiek rondom bijplaatsingen. Het college is daar zelf ook ontevreden over en probeert juist deze overlast terug te dringen. 3.

De gemeenteraad heeft de afgelopen twee collegeperioden de doelen voor de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte niet aangescherpt

De aanpak van vervuiling van de buitenruimte richt zich op tevreden bewoners. De bereikte resultaten op zwerfafval, hondenpoep en achtergelaten fietsen zijn al jaren min of meer stabiel, terwijl maatschappelijke ontwikkelingen zoals een stijging van het inwoneraantal, toename van horeca, verruiming van openingstijden, de uitbreiding van take away en bezorgdiensten, de druk op de buitenruimte hebben vergroot. Wanneer de doelen op deze thema’s worden aangescherpt, zal

45

dat gepaard gaan met extra inzet, hetgeen kostenverhogend werkt. Het is daarbij onzeker of dit direct zal leiden tot meer tevredenheid bij de bewoners. 4.

De aanpak van vervuiling van de openbare ruimte is onvoldoende gebaseerd op een analyse van achterliggende oorzaken bij rommel op straat, hondenpoep en weesfietsen

Het college is van mening dat er meer onderzoek gedaan kan worden naar de achterliggende oorzaken. Hierbij zal de afweging gemaakt moeten wordenhoe waardevol en toekomstbestendig dergelijk onderzoek is. Als voorbeeld: de mogelijke achterliggende oorzaken van waarom iemand een fiets achterlaat zijn legio. Iemand verhuist, heeft een nieuwe fiets, vergeet waar de fiets geparkeerd is, maakt gebruik van deelconcepten, etc. De diversiteit aan oorzaken is aan veranderingen in de samenleving onderhevig. Het college richt de inzet daarom op overkoepelende oorzaken. Daar waar mensen niet weten hoe ze een fiets moeten af (laten) voeren als afval, gebruiken we communicatie en participatie. Daar waar bewoners deze informatie niet tot zich nemen of kunnen nemen, heeft de gemeente geen andere keuze dan in te grijpen door middel van handhaving en/of verwijdering om de overlast tegen te gaan. Dat de zoektocht naar achterliggende oorzaken lastig is, komt ook duidelijk aan de orde in het onlangs verschenen artikel in de Volkskrant ‘Achter de rommel rond deze Haagse afvalcontainers schuilen de problemen van de stad.’ Diepgaande onderzoeken naar de achterliggende oorzaken zijn wel mogelijk, maar vergen veel tijd en inzet en zijn daardoor ook kostbaar.

Het college wil graag samen met de gemeenteraad bepalen of het doelmatig en effectief is om een dergelijk onderzoek uit te voeren en het daarbij behorende budget beschikbaar te stellen. Hierbij wordt nog opgemerkt dat vervuiling op straat geen typisch Haags probleem is. Alle grote steden (niet alleen in Nederland, maar ook binnen en buiten Europa) kampen met dit probleem. De gemeente volgt de interventies die in die gemeenten worden ingezet nauwlettend. Wanneer deze succesvol en passend zijn, kunnen deze worden ingezet in Den Haag. 5.

Het college legt in de uitvoering de nadruk op handhaving, terwijl in beleidsstukken is aangegeven dat handhaving het sluitstuk is van de aanpak

Deze bevinding deelt het college niet. Het zwaartepunt van de gemeentelijke inzet ligt op het opruimen van zwerfafval en bijplaatsingen, hetgeen ook blijkt uit de verhouding tussen de kosten voor het opruimen en de kosten van de handhaving. 6.

Het college heeft nauwelijks zicht op de effectiviteit van ingezette instrumenten

Het college begrijpt deze bevinding. Het college heeft er altijd voor gekozen om gelijktijdig verschillende instrumenten in te zetten om een knelpunt aan te pakken. Dan wordt het inderdaad lastig om de effectiviteit van ieder afzonderlijk instrument te bepalen. 7.

Het college zet bij handhaving actief in op informatiegestuurd werken en richt zich daarbij op het wegnemen van de geconstateerde overlast.

Het college kan zich vinden in deze bevinding en is ook blij dat dit ook door de Rekenkamer is opgemerkt. Reactie aanbevelingen Rekenkamer 1. Draag het college op een aangescherpt beleidsplan voor de vervuiling van de openbare ruimte op te stellen en dit ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad

46

Het college neemt deze aanbeveling over. Zoals gesteld in het huidige Programma voor een Schone stad (RIS 307053, p.3) loopt het huidige programma tot en met 2022 en krijgt het vervolgprogramma een update, waarbij dit rapport van de Rekenkamer betrokken zal worden. 2.

Draag het college op de uitvoering mede te richten op het voorkomen van vervuiling van de openbare ruimte en niet alleen op het wegnemen daarvan

Het college neemt deze aanbeveling over en is daar met het ‘Actieplan Schone Stoep 2020-2021’ (RIS 305593) en met de acties uit de commissiebrief ‘Wendbaar, effectief en datagestuurd werken aan een schone stad’ (RIS 309531) al mee begonnen (waarbij de laatste niet in uw onderzoek is betrokken). Het college wil graag met de gemeenteraad in gesprek over de inzet van de beschikbare middelen op schoon. Het college vraagt zich namelijk af of deze aanbeveling gelezen moet worden als het verder versterken van de communicatie en de participatie en dat dit ten koste mag gaan van of de handhaving of het opruimen van de vervuiling. 3.

Draag het college op periodiek te rapporteren over de aanpak van de vervuiling van de openbare ruimte Het college neemt deze aanbeveling over. Het college rapporteert periodiek over de aanpak van de vervuiling van de openbare ruimte. Dat blijft het college ook in de toekomst doen. 4.

Draag het college op om binnen zes maanden een aanpak voor de uitvoering van aanbevelingen 1 tot en met 3 voor te leggen aan de gemeenteraad Hetcollege wil de komende periode doorgaan met de acties zoals genoemd het ‘Actieplan Schone Stoep 2020-2021’ (RIS 305593) en met de acties uit de commissiebrief ‘Wendbaar, effectief en datagestuurd werken aan een schone stad’ (RIS 309531) die al geruime tijd geleden naar de gemeenteraad zijn verzonden. Wanneer zich nieuwe kansrijke initiatieven voordoen, wil het college deze ook inzetten om de vervuiling terug te dringen. Het college stelt daarom voor om de reeds gepresenteerde plannen eerst uit te voeren en op basis van de evaluatie van de bestaande acties een nieuw Programma voor een Schone Stad door het nieuwe college te laten opstellen en door de nieuwe gemeenteraad te laten vaststellen. Namens het college willen wij de Rekenkamer Den Haag nogmaals danken voor de bevindingen en aanbevelingen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

47

5. Nawoord rekenkamer Wij danken het college voor de overwegend positieve reactie op ons onderzoek. Het college geeft aan alle aanbevelingen die wij doen over te nemen. Alleen waar het gaat om de termijn waarbinnen de gemeenteraad een aanscherping van het beleid en de uitvoering kan verwachten, is het college niet concreet. In zijn reactie gaat het college niet in op de conclusies die wij trekken. Het college geeft wel aan dat het de afgelopen jaren grote stappen heeft gezet in de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. Daarmee gaat het college eraan voorbij dat de aanpak en kaderstelling al jaren niet is geactualiseerd. Zo ontbreekt het aan een doelstelling voor één van de meest in het oog springende en overlastgevende vormen van vervuiling: bijplaatsingen bij ondergrondse afvalcontainers. Ook gaat het college eraan voorbij dat wij concluderen dat de aanpak teveel gericht is op handhaven en opruimen. Te weinig aandacht gaat uit naar het in beeld brengen en oplossen van achterliggende oorzaken. Opmerkelijk is dat het college wél reageert op de onderbouwing van de bevindingen. In overeenstemming met de verordening op de rekenkamer, hebben wij ons onderzoeksrapport eerst voorgelegd aan de ambtelijke organisatie voor een controle op de feiten. De kritiek van het college op de onderbouwing van de bevindingen is echter niet in het feitelijk wederhoor naar voren gekomen.

De feiten die het college nu aanreikt, leiden overigens niet tot andere bevindingen of conclusies en aanbevelingen. We reflecteren op de belangrijkste punten uit de reactie van het college op onze bevindingen en aanbevelingen.

Reactie van het college op onze bevindingen Bevinding 1

Het college behaalt de gestelde doelen en informeert de raad hierover.

We constateren dat het college terecht opmerkt dat er géén doelen zijn gesteld voor bijplaatsingen. Dat is ook één van onze belangrijke bevindingen, onderdeel van het punt dat de gemeenteraad al langere tijd de doelen niet heeft bijgesteld. Bevinding 2

Er is ontevredenheid bij de gemeenteraad en bewoners over de resultaten

van de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. Het college geeft aan dat de ontevredenheid van gemeenteraad en bewoners zich vooral richt rond het onderwerp bijplaatsingen. Dat herkennen wij, maar we zagen in ons onderzoek dat er, zowel bij de gemeenteraad als bij bewoners, in het algemeen ontevredenheid bestaat over de mate van vervuiling van de openbare ruimte. Zo wordt het onderwerp ‘zwerfafval’ veelvuldig aangehaald in vragen en moties vanuit de gemeenteraad.

48

Bevinding 3

De gemeenteraad heeft de afgelopen twee collegeperioden de doelen voor

de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte niet aangescherpt. Het college onderkent dat de doelen voor de aanpak al jaren niet zijn bijgesteld en merkt daarbij op dat het bijstellen van doelen en het toevoegen van doelen voor andere vormen van vervuiling zal leiden tot verhoging van de kosten. Ons punt is dat college en gemeenteraad de discussie over de kosten en te bereiken resultaten onvoldoende expliciet voeren. Vanzelfsprekend zal een heroriëntering op beoogde doelen bij de aanpak ook leiden tot een heroverweging van de middelen die nodig zijn om deze doelen te behalen. Wij hebben voor ogen dat de gemeenteraad met een aanscherping van de doelen en een andere besteding van de middelen meer grip krijgt op de aanpak. In de huidige situatie geeft de raad aan ontevreden te zijn over de resultaten, maar stelt zij niet een kader vast voor een aanpak van de onderwerpen waarover ze ontevreden is. Een dergelijk kader bestaat in onze ogen uit zowel een inhoudelijke component (waaronder doelstelling) als een financiële component (ter beschikking te stellen middelen). Bevinding 4

De aanpak van vervuiling van de openbare ruimte is onvoldoende gebaseerd

op een analyse van achterliggende oorzaken bij rommel op straat, hondenpoep en weesfietsen. Het college geeft aan dat er meer onderzoek gedaan kan worden naar de achterliggende oorzaak bij de aanpak vervuiling van de openbare ruimte. Hierbij merkt het college op dat een afweging gemaakt moet worden hoe waardevol en toekomstbestendig dergelijk onderzoek is. Het college noemt enkele voorbeelden waarbij een analyse van achterliggende oorzaken bij vervuiling geen meerwaarde zou hebben. Wij constateren echter dat in algemene zin het college weinig aandacht besteedt aan het analyseren van achterliggende oorzaken op overlast gevende locaties en bevelen aan dit wel te doen. Kennis over achterliggende oorzaken kan leiden tot een effectievere aanpak. Bevinding 5

Het college legt in de uitvoering de nadruk op handhaving, terwijl in

beleidsstukken is aangegeven dat handhaving het sluitstuk is van de aanpak. Het college geeft aan dat naast handhaving ook veel ingezet wordt op opruimen van afval. Opruimen is echter niet gericht op het voorkomen van vervuiling. Bevinding 6

Het college heeft nauwelijks zicht op de effectiviteit van ingezette

instrumenten. Het college geeft aan dat het lastig is de effectiviteit van verschillende instrumenten te meten die gelijktijdig worden ingezet. Dat is echter niet het punt dat we willen maken. Het college kan op basis van de kennis van de problematiek op specifieke locaties wel het effect van een hierop gerichte aanpak meten (waarbij eventueel verschillende instrumenten 49

tegelijkertijd worden ingezet), zodat vervolgens vastgesteld kan worden of dit ten opzichte van alleen opruimen en handhaven doelmatig en doeltreffend is.

Reactie van het college op onze aanbevelingen Aanbeveling 2: Draag het college op de uitvoering mede te richten op het voorkomen van vervuiling van de openbare ruimte en niet alleen op het wegnemen daarvan. Het college geeft aan al begonnen te zijn met een aanpak die meer gericht is op het voorkomen van vervuiling en haalt daarbij, onder meer, de brief ‘Wendbaar, effectief en datagestuurd werken aan een schone stad’ (RIS309531) aan. Deze brief is door het college in juli 2021 aan de gemeenteraad gestuurd. Het college merkt op dat wij deze brief niet meegenomen hebben in ons onderzoek. Ondanks ons expliciete verzoek aan de ambtelijke organisatie om in het feitelijk wederhoor ook nieuwe relevante informatie aan te leveren, zijn wij niet op deze brief gewezen. In de brief staat dat het college op basis van data meer wil gaan inzetten op het voorkomen van vervuiling. Hoewel het meer data-gedreven werken een goede ontwikkeling is, is het de vraag of de achterliggende problematiek uit de data naar voren komt. Wij raden aan om de data-analyse te combineren met de kennis van de medewerkers en betrokken burgers over specifieke locaties waar vervuiling een probleem is. Aanbeveling 4: Draag het college op binnen zes maanden een aanpak voor de uitvoering van aanbevelingen 1 tot en met 3 voor te leggen aan de gemeenteraad.

Het college is ten slotte vaag waar het gaat over onze aanbeveling om binnen 6 maanden met een plan van aanpak te komen om het door uw raad te nemen besluit op te volgen. Wij onderkennen dat het niet voor de hand ligt nog voor de komende gemeenteraadsverkiezingen te komen met nieuw beleid. Gezien de urgentie van de problematiek, raden wij echter aan om op de korte termijn tenminste op onderdelen concrete verbeteringen in het beleid en de uitvoering door te voeren.

50

Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording Beantwoording van de onderzoeksvragen In de feitenrapportage zijn zeven bevindingen geformuleerd die omwille van de leesbaarheid niet expliciet zijn gekoppeld aan de onderzoeksvragen en de normen bij de onderzoeksvragen. In onderstaande verantwoording is opgenomen hoe de centrale onderzoeksvraag, deelvragen en de beoordeling op de normen zich verhouden tot de bevindingen in het rapport. Centrale onderzoeksvraag: In hoeverre is de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte doeltreffend en doelmatig? Antwoord op de centrale onderzoeksvraag: De aanpak van de vervuiling van de openbare ruimte is doeltreffend, want de door de raad gestelde doelen worden gerealiseerd. De raad vindt de aanpak echter niet doeltreffend genoeg en zou de doelen aan moeten passen aan haar ambities. Het college legt in de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte de prioriteit op handhaven en opruimen. De aanpak is nauwelijks gericht op andere instrumenten om de vervuiling van de openbare ruimte te voorkomen. Of de verhouding tussen de inzet op handhaving en overige instrumenten (communicatie, participatie, etc.) doelmatig is, wordt niet afgewogen. Onderzoeksvraag 1. Ligt er een gedegen probleemanalyse ten grondslag aan de aanpak van afvalgerelateerde overlast in de openbare ruimte? Normen: Er is geanalyseerd wat er feitelijk gebeurt.

Er is bepaald waarom dit een probleem is. Er is geanalyseerd wie of wat veroorzaker is van het probleem. Er is geanalyseerd waar het probleem zich afspeelt. Er is geanalyseerd wanneer het probleem zich voordoet. Er is geanalyseerd in welke mate het probleem zich voordoet (kwantitatief). Er is geanalyseerd wat de aanleiding is van het probleem. Antwoord op onderzoeksvraag 1: Er is wel zicht op het wat en het waar, maar er zijn nauwelijks analyses gemaakt op het waarom daar. In beleidsdocumenten wordt soms in algemene zin naar menselijk gedrag verwezen, maar waarom dit gedrag zich op specifieke locaties veel meer voordoet dan op andere locaties is niet aangegeven. Achterliggende oorzaken zijn deels wel bekend bij betrokken ambtenaren, maar ze zijn niet in beleidsdocumenten vastgelegd. De gemeente is wel goed op de hoogte welke vervuiling waar aan de orde is. Dit wordt in registratiesystemen vastgelegd en hierover worden regulier rapportages opgesteld. Zie verder de toelichtingen onder Bevinding 4 en Bevinding 7Bevinding 6.

51

Onderzoeksvraag 2. Is er een planmatige aanpak van afvalgerelateerde overlast in de openbare ruimte en is die gebaseerd op de probleemanalyse? Normen: Vooraf is bepaald wat het te bereiken resultaat is. Vooraf is bepaald welke activiteiten nodig zijn om het doel te behalen en welke bijdrage deze activiteiten leveren aan het beoogde doel. Er is een planning van uit te voeren werkzaamheden. De werkzaamheden worden uitgevoerd volgens de planning. Antwoord op onderzoeksvraag 2: Er is een planmatige, informatiegerichte aanpak van afvalgerelateerde overlast in de openbare ruimte (zie Bevinding 7). De aanpak is echter onvoldoende gebaseerd op een analyse van de achterliggende oorzaken van vervuiling (Bevinding 4). Daarnaast is de aanpak gericht op het wegnemen van geconstateerde overlast en handhaving en minder op het voorkomen daarvan. Zie verder de toelichtingen onder Bevinding 5, Bevinding 6 en Bevinding 7). Bevindingen in het rapport behorende bij onderzoeksvraag 1 en 2: Bevinding 4. De aanpak van afvalgerelateerde overlast is onvoldoende gebaseerd op een analyse van achterliggende oorzaken bij rommel op straat, hondenpoep en weesfietsen. Bevinding 5. Het college legt in de uitvoering de nadruk op handhaving, terwijl in beleidsstukken wordt aangegeven dat handhaving het sluitstuk is van de aanpak. Bevinding 6.

Het college heeft nauwelijks zicht op de effectiviteit van ingezette instrumenten. Bevinding 7. Het college zet bij handhaving actief in op informatiegestuurd werken en richt zich daarbij meer op het wegnemen van geconstateerde vervuiling en minder op het voorkomen daarvan. Onderzoeksvraag 3. Wordt op basis van monitoring en evaluatie de planmatige aanpak van afvalgerelateerde overlast bijgestuurd? Normen: De gemeente verzamelt periodiek informatie over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de aanpak van overlast in de openbare ruimte. De informatie over de doeltreffendheid en doelmatigheid wordt gebruikt om de aanpak periodiek bij te stellen. Antwoord op onderzoeksvraag 3: De gemeente werkt informatiegestuurd en richt zich in de aanpak op die locaties waar problemen veel aan de orde zijn (Bevinding 7). De aanpak is echter primair gericht op het handhaven en het opruimen (Bevinding 5 en Bevinding 6). Wel voert de gemeente pilots en experimenten uit om de aanpak bij te stellen en te verbeteren. Het college analyseert gedurende het jaar de locaties met relatief veel bijplaatsingen om daar passende acties in te zetten. Deze pilots en experimenten zijn echter gericht op het wegnemen van geconstateerde vervuiling en minder op het voorkomen daarvan (toelichting bij Bevinding 5). Daarmee wordt ook niet afgewogen of de verhouding tussen de inzet op 52

handhaving en overige instrumenten om vervuiling van de openbare ruimte te voorkomen doelmatig is. Hoewel de gestelde doelen van de gemeente worden behaald en dit niet heeft geleid tot tevredenheid bij de raad, zijn de doelen desondanks niet bijgesteld (zie Bevinding 1, Bevinding 2 en Bevinding 2). Bevindingen in het rapport behorende bij onderzoeksvraag 3: Bevinding 1. Het college behaalt de gestelde doelen en informeert de raad hierover. Bevinding 2. De gemeenteraad heeft de afgelopen twee collegeperioden de doelen voor de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte niet aangescherpt. Bevinding 3. Er is ontevredenheid bij de gemeenteraad en bewoners over de resultaten van de aanpak van vervuiling in de openbare ruimte. Bevinding 5. Het college legt in de uitvoering de nadruk op handhaving, terwijl in beleidsstukken wordt aangegeven dat handhaving het sluitstuk is van de aanpak. Bevinding 6. Het college heeft nauwelijks zicht op de effectiviteit van ingezette instrumenten. Bevinding 7. Het college zet bij handhaving actief in op informatiegestuurd werken en richt zich daarbij meer op het wegnemen van geconstateerde vervuiling en minder op het voorkomen daarvan.

Stadspanel Den Haag De Rekenkamer Den Haag heeft in het voorjaar van 2018 via het Stadspanel Den Haag een vragenlijst uitgezet met als doel om van de inwoners van de gemeente Den Haag informatie te krijgen voor een nieuw onderzoeksthema van de rekenkamer. Onderwerpen waarvoor gekozen kon worden waren: Handhaving, Parkeerbeleid, Luchtkwaliteit, Bomenpopulatie, Openbare ruimte en Veiligheid. Circa 1.600 van de 3.000 leden van het Haagse stadspanel die waren uitgenodigd om deel te nemen, hebben de vragenlijst ingevuld. Uit de antwoorden kwam naar voren dat de voorkeur voor onderzoeksonderwerpen uitging naar: Luchtkwaliteit, Handhaving en Veiligheid. Van de respondenten is aan een selectie van 300 personen nog een aantal aanvullende vragen voorgelegd over deze onderwerpen. Op basis van de uitkomsten van deze tweede ronde is gekozen voor het onderwerp vervuiling van de openbare ruimte. Uit de opmerkingen van de respondenten kwam een aantal thema's naar voren waar het onderzoek zich op kon richten. Omdat er bij een aantal thema's een grote overlap was tussen een aantal gemeentelijke prioriteiten, is ervoor gekozen het onderzoek tot deze thema's te beperken. Dit betekent dat het onderzoek zich voor de prioritering van overlast in de openbare ruimte op stedelijk niveau beperkt tot de gemeentelijke prioriteiten rommel op straat, hondenpoep, en het aanpakken van weesfietsen.

53

Straatinterviews Rekenkamer Den Haag Voor dit onderzoek heeft de rekenkamer op 26 september 2019 meerdere straatinterviews gehouden met burgers uit de stadsdelen Centrum 1, Centrum 2 en Segbroek. We zijn de straat opgegaan om willekeurige burgers te vragen naar hun ervaring met overlast door zwerfafval, hondenpoep en weesfietsen. We hebben in totaal 169 burgers gesproken. De burgers hebben hun antwoorden/ervaringen mondeling met ons gedeeld. Deze antwoorden/ervaringen hebben wij ter plaatse ingevuld in een online vragenlijst. De straatinterviews geven een indicatie van door de bewoners ervaren vervuiling van de openbare ruimte en zijn daarmee illustratief en niet representatief. Uit de straatinterviews bleek dat 54% van de geïnterviewde bewoners overlast ervaart door zwerfafval,135 30% heeft last van hondenpoep,136 en 24% heeft last van weesfietsen in hun wijk.137 Geïnterviewden wezen naar zowel het gedrag van burgers als de aanpak van de gemeente als oorzaak van zwerfafval en hondenpoep. Wat betreft weesfietsen gaven geïnterviewden aan dat vooral de gemeente dit probleem moet oplossen. De volgende vragen zijn gesteld: 1. Heeft u last van zwerfafval en/of bijplaatsingen? 2. Weet u wat u moet doen als u afval wil weggooien en de container is vol? 3. Heeft u zelf een oplossing voor het zwerfafval probleem? 4. Heeft u last van hondenpoep? 5. Heeft u een hond? 6.

Heeft u zelf een oplossing voor het hondenpoepprobleem? 7. Heeft u last van weesfietsen? 8. Weet u wat u moet doen als u een afgedankte fiets heeft? 9. Heeft u zelf een oplossing voor het weesfietsenprobleem? Daarnaast werd respondenten de mogelijkheid gegeven ‘overige opmerkingen’ te maken.

135

91 respondenten ervaren overlast door zwerfafval van de in totaal 169 respondenten.

136

51 van de in totaal 169 geïnterviewden gaf aan overlast door hondenpoep te ervaren.

137

40 van de in totaal 169 geïnterviewden ervaart overlast door weesfietsen.

54

Bijlage 2. Literatuur Bronnen Algemeen •

‘Melding openbare ruimte’, Gemeente Den Haag, https://www.denhaag.nl/nl/meldingen/melding-openbare-ruimte.htm.

•

RIS282062 Raadsvoorstel ‘Programmarekening 2014’, College van Burgemeester en Wethouders, 21 april 2015.

•

RIS296806 Raadsvoorstel ‘Programmarekening 2016’, College van Burgemeester en Wethouders, 19 april 2017.

•

RIS299506 Raadvoorstel 'Programmarekening 2017' College van Burgmeester en Wethouders, 17 april 2018.

•

RIS302204 Raadsvoorstel 'Programmarekening 2018', College van Burgmeester en Wethouders, 16 april 2019.

•

RIS305159 Raadsvoorstel ‘Programmarekening 2019’, College van Burgmeester en Wethouders, 22 april 2020.

•

RIS308436 Raadsvoorstel ‘Programmarekening 2020’, College van Burgmeester en Wethouders 25 juni 2021.

•

StatLine ‘Leefbaarheid en overlast in buurt; regio’, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 7 april 2020, https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/81924NED/table?fromstatweb.

•

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 26 november 2020.

•

‘Jaarverslag 2019, Buitenruimte: Wat is beoogd en wat is behaald?’, College van Burgmeester en Wethouders, geraadpleegd op 10 mei 2021, https://denhaag.jaarverslag-2019.nl/p18964/wat-is-beoogd-en-wat-is-behaald.

•

‘Jaarverslag 2016, Ontwikkeling Buitenruimte: Wat hebben we gedaan en wat heeft het gekost?’, College van Burgmeester en Wethouders, geraadpleegd op 10 mei 2021, https://denhaag.jaarverslag-2016.nl/p9678/ontwikkeling-buitenruimte#tab-panelresultaat.

•

‘Jaarverslag 2020, Buitenruimte: Wat hebben we gedaan en wat heeft het gekost?’, College van Burgmeester en Wethouders, geraadpleegd op 10 mei 2021, https://denhaag.jaarverslag-2020.nl/p20776/wat-is-beoogd-en-wat-is-behaald.

55

•

‘Jaarverslag 2018, Buitenruimte: Wat is beoogd en wat is behaald?’, College van Burgmeester en Wethouders, geraadpleegd op 10 mei 2021, https://denhaag.jaarverslag-2018.nl/p13920/wat-is-beoogd-en-wat-is-behaald.

•

RIS304722 Motie ‘Schone straten in de hele stad’ (motie GL.1) (aangenomen), Gemeenteraad, 20 februari 2020.

•

RIS305081 Verslag ‘Notulen van de raad van 20 februari 2020’, Gemeenteraad, 8 april 2020.

•

‘Nieuwe serie over Haagse stadsdelen en wijken’, https://haagsgemeentearchief.nl/nieuws/nieuwsoverzicht/nieuw-serie-over-haagsestadsdelen-en-wijken, bezocht op 29 juli 2021.

•

‘Veiligheidsmonitor’, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), https://www.cbs.nl/nlnl/maatschappij/veiligheid-en-recht/veiligheidsmonitor, geraadpleegd op 29 juni 2021.

•

RIS297095 Commissiebrief ‘Voortgangsrapportage 'Doorpakken met Haagse kracht’, Commissie Bestuur, 30 mei 2017.

•

RIS271603 Raadsvoorstel ‘Programmarekening 2013’, College van Burgemeester en Wethouders, 15 april 2014.

•

RIS180710 Raadsvoorstel ‘Voorstel van het college inzake Handhaven op Haagse hoogte’, College van Burgmeester en Wethouders, 14 juni 2011.

•

RIS281916 Raadsvoorstel ‘Gewijzigd voorstel van het college inzake de leefbaarheidshandhaving van de gemeentelijke buitenruimte: Doorpakken met Haagse Kracht 2015-2018’, College van Burgmeester en Wethouders, 18 april 2016.

•

‘Commissievergadering Leefomgeving van 11 maart 2021’, Commissie Leefomgeving, https://gemeentedenhaag.connectedviews.nl/SitePlayer/Den_Haag?session=108954, geraadpleegd op 14 mei 2021.

•

RIS307920 Schriftelijke vraag ‘Beantwoording schriftelijke vragen inzake Winterbende’, College van Burgmeester en Wethouders, 17 maart 2021.

•

RIS306867 Schriftelijke vraag ‘Beantwoording schriftelijke vragen inzake Wijkschouw winkelcentrum en wijk Leyenburg’, College van Burgmeester en Wethouders, 3 februari 2021.

•

RIS305948 Schriftelijke vraag ‘Beantwoording schriftelijke vragen inzake Stop de wetteloosheid op het Frederik Hendrikplein’, College van Burgmeester en Wethouders, 29 september 2020.

•

RIS304527 Schriftelijke vraag ‘Beantwoording schriftelijke vragen inzake Waar blijvende noodcontainers op de Anna Bijnslaan’, College van Burgmeester en Wethouders, 25 maart 2020. 56

•

RIS299867 Schriftelijke vraag ‘Beantwoording schriftelijke vragen inzake Zwerfafval rond de Haagse Markt’, College van Burgmeester en Wethouders, 6 juli 2018.

•

RIS307104 Raadsvoorstel ‘Nota Handhaving Buitenruimte 2021-2022’, College van Burgemeester en Wethouders, 9 december 2020.

•

RIS305593 Commissiebrief ‘Actieplan Schone Stoep 2020-2021’, Commissie Leefomgeving, 24 juni 2020.

•

RIS258104 Commissiebrief ‘Voortgangsnota hondenbeleid 2013’, Commissie Leefomgeving, 18 april 2016.

•

RIS260174 Commissiebrief ‘Nieuwe aanpak weesfietsen’, Commissie Leefomgeving, 18 juni 2013.

•

RIS301791 Commissiebrief ‘Evaluatie integrale aanpak weesfietsen’, Commissie Leefomgeving, 19 februari 2019.

•

RIS294624 Commissiebrief ‘Weesfietsenaanpak’, Commissie Leefomgeving, 29 juni 2016.

•

RIS285286 Commissiebrief ‘Uitvoeringsplan een schone stad 2015-2020’, Commissie Leefomgeving, 18 april 2016.

•

RIS283716 Commissiebrief ‘Aanpak bijplaatsingen', College van Burgemeester en Wethouders, 3 juli 2015.

•

RIS306159 Raadsvoorstel ‘Programmabegroting 2021-2024’, College van Burgmeester en Wethouders, 8 september 2020.

•

RIS300472 Raadsvoorstel ‘Programmabegroting 2019-2022’, College van Burgmeester en Wethouders, 10 september 2018.

•

‘Meldingen openbare ruimte Den Haag’, Data.overheid.nl, https://data.overheid.nl/dataset/meldingen.

•

‘Meldingen openbare ruimte’, Gemeente Den Haag, https://www.denhaag.nl/nl/meldingen/meldingen-openbare-ruimte.htm.

•

RIS288908 Raadsvoorstel ‘Wijkprogramma’s 2016-2019 Stadsdeel Centrum’, College van Burgmeester en Wethouders, 10 mei 2016.

•

RIS288908 Raadsvoorstel ‘Wijkprogramma’s 2016-2019 Stadsdeel Escamp’, College van Burgmeester en Wethouders, 10 mei 2016.

•

RIS288908 Raadsvoorstel ‘Wijkprogramma’s 2016-2019 Stadsdeel Haagse Hout, College van Burgmeester en Wethouders, 10 mei 2016.

•

RIS288908 Raadsvoorstel ‘Wijkprogramma’s 2016-2019 Stadsdeel Laak, College van Burgmeester en Wethouders, 10 mei 2016.

57

•

RIS288908 Raadsvoorstel ‘Wijkprogramma’s 2016-2019 Stadsdeel LeidschenveenYpenburg’, College van Burgmeester en Wethouders, 10 mei 2016.

•

RIS288908 Raadsvoorstel ‘Wijkprogramma’s 2016-2019 Stadsdeel Loosduinen’, College van Burgmeester en Wethouders, 10 mei 2016.

•

RIS288908 Raadsvoorstel ‘Wijkprogramma’s 2016-2019 Stadsdeel Scheveningen’, College van Burgmeester en Wethouders, 10 mei 2016.

•

RIS288908 Raadsvoorstel ‘Wijkprogramma’s 2016-2019 Stadsdeel Segbroek’, College van Burgmeester en Wethouders, 10 mei 2016.

•

‘Stadspanel’, Gemeente Den Haag, https://www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/denkmee/stadspanel.htm?utm_source=alias&utm_medium=offline&utm_campaign=stadspa nel.

Leefbaarheidsscans (intern gemeentelijke documenten) •

Intern document ‘Leefbaarheidsscan 2017 Centrum 1’.

•

Intern document ‘Leefbaarheidsscan 2017 Centrum 2’.

•

Intern document ‘Leefbaarheidsscan 2017 Segbroek’.

•

Intern document ‘Leefbaarheidsscan 2018 Centrum 1’.

•

Intern document ‘Leefbaarheidsscan 2018 Centrum 2’.

•

Intern document ‘Leefbaarheidsscan 2018 Segbroek’.

•

Intern document ‘Leefbaarheidsscan 2019 Centrum 1’.

•

Intern document ‘Leefbaarheidsscan 2019 Centrum 2’.

•

Intern document ‘Leefbaarheidsscan 2019 Segbroek’.

Handhavingsrapportages (intern gemeentelijke documenten) •

Intern document ‘HHR Centrum 1 2017 Q3’.

•

Intern document ‘HHR Centrum 1 2017 Q4’.

•

Intern document ‘HHR Centrum 2 2017 Q3’.

•

Intern document ‘HHR Centrum 2 2017 Q4’.

•

Intern document ‘HHR Segbroek 2017 Q3’.

•

Intern document ‘HHR Segbroek 2017 Q4’.

•

Intern document ‘HHR Centrum 1 2018 Q1’.

•

Intern document ‘HHR Centrum 1 2018 Q2’.

•

Intern document ‘HHR Centrum 1 2018 Q3’. 58

•

Intern document ‘HHR Centrum 2 2018 Q1’.

•

Intern document ‘HHR Centrum 2 2018 Q2’.

•

Intern document ‘HHR Centrum 2 2018 Q3’.

•

Intern document ‘HHR Segbroek 2018 Q1’.

•

Intern document ‘HHR Segbroek 2018 Q2’.

•

Intern document ‘HHR Segbroek 2018 Q3’.

Interviews We hebben in het kader van dit onderzoek meerdere interviews gehouden met personen uit de gemeente die inhoudelijk betrokken zijn bij het afvalbeleid. De interviews gingen onder andere om de doelstellingen van de gemeente bij de aanpak van zwerfafval, hondenpoep en weesfietsen, de oorzaken achter geconstateerde overlast en de verantwoording daarover aan de gemeenteraad. Ook zijn vanuit deze interviews eventueel nog aanvullende interne documenten en databestanden verkregen. Alle interviews zijn uitgewerkt in door de rekenkamer vastgestelde en desbetreffende ambtenaar geaccordeerde gespreksverslagen.

Bronnen interviews •

Interview gemeente Den Haag, Dienst Publiekszaken (DPZ), 16 april 2019.

•

Interview gemeente Den Haag, Dienst Stadsbeheer (DSB), 16 april 2019.

•

Interview gemeente Den Haag, Dienst Publiekszaken (DPZ), 4 juni 2019.

•

Interview gemeente Den Haag, Dienst Bedrijfsvoering (DBV), 16 juli 2019.

•

Interview gemeente Den Haag, Dienst Stadsbeheer (DSB), 18 juli 2019.

•

Interview gemeente Den Haag, Dienst Stadsbeheer (DSB), 14 augustus 2019.

•

Interview gemeente Den Haag, Dienst Publiekszaken (DPZ), 27 augustus 2019.

•

Interview gemeente Den Haag, Dienst Stadsbeheer (DSB), 29 oktober 2019.

•

Interview gemeente Den Haag, Dienst Stadsbeheer (DSB), 31 oktober 2019.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10929018/1