CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310905 Schoon op papier! Onderzoek naar de vervuiling van de openbare ruimte

Gemeenteraad 21 december 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van de Rekenkamer inzake onderzoek ‘Schoon op papier!’ naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte (RIS310905)19.370 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

SCHOON OP PAPIER! Onderzoek aanpak vervuiling van de openbare ruimte Den Haag

16 december 2021 RIS310905

Voorwoord Het college en de gemeenteraad doen te weinig om de vervuiling van de openbare ruimte te voorkomen. Zo luid, ingekort, onze hoofdconclusie. Het college gaat in zijn reactie op ons onderzoek niet in op deze conclusie. Wel geeft het college aan onze aanbevelingen over te nemen. Dat is een goede stap omdat daarmee de weg naar een actueler en scherper beleid, en een aanpak met aandacht voor de oorzaken van vervuiling wordt ingezet. We willen benadrukken dat het college en de ambtelijke organisatie veel werk verzetten in de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. Daarbij zoeken zij ook naar nieuwe mogelijkheden om de problemen het hoofd te bieden. Toch zien wij dat dit niet naar tevredenheid lukt. In de stad, maar ook in de gemeenteraad, is veel ontevredenheid over hoe schoon Den Haag is. Wij hebben onderzoek gedaan naar de aanpak van de gemeente van drie problemen: rommel op straat, hondenpoep en weesfietsen. Wat ons het meeste opvalt is dat de gemeenteraad en het college in de bestuurlijke discussie als het ware ‘blijven hangen’ in hetzelfde blijven doen: doelen worden steeds gehaald maar de raad en de burger zijn wel ontevreden over de resultaten. Dus wel ‘Schoon op papier’, maar in de buitenruimte wordt dat niet zo beleefd. Daarom vinden we dat college en gemeenteraad actiever aan de slag moeten gaan om nieuwe en scherpere kaders te stellen voor de aanpak.

En dat ook te doen voor nieuwere vormen van vervuiling. Zo is één van de belangrijkste problemen op dit moment dat mensen (grof)vuil ‘bijplaatsen’. Dit is het neerzetten van (grof)vuil bij de ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s). Over deze vorm van vervuiling is niets opgenomen in het beleid van de gemeenteraad. Er is dus voor het college ook geen doel dat hierbij bereikt moet worden. Daarnaast zijn de beschikbare middelen niet gekoppeld aan de aanpak van dit probleem. Het beleid loopt daarmee vele jaren achter op de praktijk. En dat is niet goed. Niet goed voor de stad, maar ook niet goed voor een gezonde discussie tussen de gemeenteraad als kadersteller en het college als dagelijkse bestuurder. Het tweede punt dat ons opvalt, is de gerichtheid op handhaven en opruimen. Het college weet niet of die aanpak effectiever is dan een andere inzet. Zo is niet bekend hoeveel het zou helpen om meer of gerichter te communiceren over vervuiling en overlast daarvan. Ook is niet goed onderzocht waarom mensen vervuiling veroorzaken. Een aanpak die -in ieder geval óók- gericht is op het voorkomen van vervuiling, komt daardoor vrijwel niet van de grond. Wij hebben in ons onderzoek verschillende voorbeelden gezien van situaties waar méér handhaven of méér opruimen zeker niet heeft geholpen.

Sterker nog, soms lijkt de aanpak van het college het gedrag van mensen alleen maar te belonen: ‘de gemeente ruimt het immers toch op’. Wij pleiten dus voor meer onderzoek naar het gedrag van mensen dat leidt tot vervuiling. En dan voor een aanpak die zich ook richt op het voorkomen van vervuiling. Wat betreft de reactie van het college op onze aanbevelingen, willen we op één punt nog nader ingaan. Dat betreft het voornemen van het college vooralsnog op de huidige weg door

1

te gaan. Pas ná evaluatie van het huidige beleid, stelt het college voor, is het opstellen van nieuwe beleid aan de orde. Wij constateren in dit onderzoek echter dat het huidige beleid niet voldoet aan een effectieve aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. Wel realiseren wij ons dat we dit onderzoek publiceren in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2022. In deze periode is het lastig voor het huidige gemeentebestuur om nieuw beleid vast te stellen. De problemen van vervuiling zijn echter urgent. Daarom hopen wij dat de gemeenteraad en het college onze aanbevelingen actief gaan opvolgen en op korte termijn het gesprek aangaan over nieuwe mogelijkheden om de vervuiling van de openbare ruimte aan te pakken.

H.A. (Manus) Twisk voorzitter

2

Inhoudsopgave Voorwoord

1

1.

Inleiding

4

1.1

Aanleiding ...................................................................................................................... 4

1.2

Afbakening ..................................................................................................................... 4

2.

Hoofdconclusie

7

Het gemeentebestuur richt zich in de kaderstelling en uitvoering te weinig op het voorkomen van ernstige overlast door vervuiling van de openbare ruimte ........................... 7 Deelconclusie 1: De gemeenteraad en het college sturen onvoldoende op een effectieve aanpak van overlast door vervuiling van de openbare ruimte ................................................ 8 Deelconclusie 2: Het college richt zich in de aanpak onvoldoende op het voorkomen van vervuiling van de openbare ruimte........................................................................................ 26

3.

Aanbevelingen

43

Aanbeveling 1: Draag het college op een aangescherpt beleidsplan voor vervuiling van de openbare ruimte op te stellen en dit ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad. ....................................................................................................................... 43 Aanbeveling 2: Draag het college op de uitvoering mede te richten op het voorkomen van vervuiling van de openbare ruimte en niet alleen op het wegnemen daarvan. ................... 43 Aanbeveling 3: Draag het college op periodiek te rapporteren over de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. ....................................................................................................... 44 Aanbeveling 4: Draag het college op binnen zes maanden een aanpak voor de uitvoering van aanbevelingen 1 tot en met 3 voor te leggen aan de gemeenteraad............................. 44

4.

Reactie college van burgemeester en wethouders

45

5.

Nawoord rekenkamer

48

Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording

51

Bijlage 2. Literatuur

55

Colofon

66

3

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De Rekenkamer Den Haag besloot in 2018 mede op basis van input van inwoners om onderzoek te doen naar vervuiling van de openbare ruimte in Den Haag.1 In dat jaar hebben we het Stadspanel bevraagd over nieuwe onderzoeksthema’s voor rekenkameronderzoek. Uit de vragenlijsten bleek dat inwoners overlast van rommel op straat, hondenpoep en weesfietsen belangrijk vonden. Daarnaast komt het overkoepelende thema vervuiling van de openbare ruimte een onderwerp dat regelmatig aan de orde binnen de raad.2

1.1.1 Onderzoeksvragen De hoofdvraag van het onderzoek is: In hoeverre is de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte doeltreffend en doelmatig? De deelvragen zijn: 1. Ligt er een gedegen probleemanalyse ten grondslag aan de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte? 2. Is er een planmatige aanpak van vervuiling van de openbare ruimte en is die gebaseerd op de probleemanalyse? 3. Wordt op basis van monitoring en evaluatie de planmatige aanpak van vervuiling van de openbare ruimte bijgestuurd?

1.2 Afbakening Dit onderzoek richt zich op de gemeentelijke aanpak van de vervuiling van de openbare ruimte in de periode van 2015 tot medio 2021. Binnen dit overkoepelende thema is dit onderzoek gericht op de gemeentelijke handhavingsprioriteiten rommel op straat,

1

De ‘openbare ruimte’ is een “verzamelnaam voor de plekken die wij allemaal gebruiken, zoals pleinen, wegen, sportvelden en parken” (bron: ‘Melding openbare ruimte’, Gemeente Den Haag, https://www.denhaag.nl/nl/meldingen/melding-openbareruimte.htm). 2

Er worden met regelmaat schriftelijke vragen in de raad gesteld over vervuiling van de openbare ruimte. Zie paragraaf ‘Raadsvragen en moties over vervuiling van de openbare ruimte’ onder ‘Bijlage 2. Literatuur’.

4

hondenpoep en weesfietsen, zoals deze zijn gedefinieerd in de ‘Nota Handhaving Buitenruimte 2015-2018’.3 Onder ‘rommel op straat’ vallen alle vuilsoorten (zoals zwerfafval en bijgeplaatst afval naast containers) die door menselijk gedrag ontstaan.4 Natuurlijk afval, zoals blad en slib dat niet wordt veroorzaakt door het gedrag van mensen, is onderdeel van rommel op straat, maar valt buiten de scope van dit onderzoek. Samenvattend richt dit onderzoek zich op de volgende vormen van vervuiling: •

Rommel op straat o

Zwerfafval (grof en fijn)5

o

Bijplaatsingen bij restafvalcontainers

o

Verkeerd aangeboden grofvuil (klein grofvuil zoals een strijkplank en groot grofvuil zoals een bankstel of een hele huisraad)6

•

Hondenpoep

•

Weesfietsen

1.2.1 Definities: Zwerfafval Het college definieert zwerfafval als “afval dat mensen bewust of onbewust weggooien of achterlaten op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn of door indirect toedoen of nalatigheid van mensen op die plaatsen is terechtgekomen”.7 De rekenkamer hanteert in dit onderzoek dezelfde definitie.

3

RIS281916 Raadsvoorstel ‘Gewijzigd voorstel van het college inzake de leefbaarheidshandhaving van de gemeentelijke buitenruimte: Doorpakken met Haagse Kracht 2015-2018’, College van Burgmeester en Wethouders, 18 april 2016, p. 11. 4

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 26 november 2020, p. 12.

5

Grof zwerfafval is “afval met een hoogte, breedte, lengte of diameter groter dan 10 cm, niet zijnde grofvuil zoals meubels”. Fijn zwerfafval is “afval met een hoogte, breedte, lengte of diameter groter dan 1 cm en kleiner of gelijk aan 10 cm” (RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 26 november 2020, p. 15). 6

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 26 november 2020, p. 24.

7

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 26 november 2020, p. 15.

5

Bijplaatsingen Bijplaatsingen zijn nabij ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s) geplaatste afval. Dit kan gaan om gewoon huisvuil en om grofvuil. Bijplaatsen is niet de juiste manier om afval aan te bieden en is volgens het college een belangrijke bron voor zwerfafval.8

Handhaving Handhaving is een van de instrumenten die worden ingezet bij de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. Wij hanteren de volgende definitie voor handhaving:9 •

Het “toezicht houden op het naleven van de afvalregels. Handhavers informeren, waarschuwen en leggen boetes op wanneer zij een overtreding op heterdaad constateren.”10

Informatiegestuurd werken In dit onderzoek gaat het onder meer over ‘informatiegestuurd werken’. Het college beschrijft informatiegestuurd werken als “het versterken van de informatiepositie van de gemeente ten behoeve van het ontwikkelen van het (uitvoerings-)beleid”.11 De rekenkamer hanteert dezelfde definitie als het college.

8

RIS307104 raadsvoorstel ‘Nota Handhaving Buitenruimte 2021-2022’, college van burgemeester en wethouders, 1 december 2020, p. 14. 9

De definitie heeft betrekking op handhaving ten aanzien van de vervuiling van de openbare ruimte. We hanteren in dit onderzoek de in de nieuwe nota handhaving 2021-2022 gebruikte definitie van handhaving. Deze nota is nog niet vastgesteld door de gemeenteraad, maar wordt wel aangehaald door de ambtelijke organisatie als een bron voor de juiste definitie van handhaving (bron: feitelijk wederhoor onderzoek aanpak vervuiling van de openbare ruimte). 10

RIS305593 Commissiebrief ‘Actieplan Schone Stoep 2020-2021’, Commissie Leefomgeving, 24 juni 2020, p. 3 en RIS307104 Raadsvoorstel ‘Nota Handhaving Buitenruimte 2021-2022’, College van Burgemeester en Wethouders, 9 december 2020, p. 7. 11

RIS307104 Raadsvoorstel ‘Nota Handhaving Buitenruimte 2021-2022’, College van Burgemeester en Wethouders, 9 december 2020, p. 23.

6

2. Hoofdconclusie Het onderzoek naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte heeft geleid tot een hoofdconclusie en twee deelconclusies. In de paragrafen hierna volgt een nadere toelichting op en onderbouwing van deze conclusies. De hoofdconclusie op basis van dit onderzoek is:

Het gemeentebestuur richt zich in de kaderstelling en uitvoering te weinig op het voorkomen van ernstige overlast door vervuiling van de openbare ruimte Zowel het college als de gemeenteraad zetten te weinig actief in op het verbeteren van de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. Ondanks de kritische houding van de gemeenteraad over de behaalde resultaten, pakt de raad zijn kaderstellende rol onvoldoende op. Gestelde doelen voor de aanpak van vervuiling haalt de gemeente al jaren. De gemeenteraad laat echter na de ontevredenheid over de vervuiling te vertalen in scherpere doelstellingen. Het college rapporteert aan de raad over het realiseren van gestelde doelen, maar reageert niet afdoende op de ontevredenheid binnen de raad. Het college laat met name na voorstellen te doen voor aanscherping van beleidskaders (doelen) of doorontwikkeling van het beleid. Het college richt zich in de uitvoering daarnaast te veel op handhaving en te weinig op instrumenten die gericht zijn op het voorkomen van overlast door vervuiling van de openbare ruimte, zoals communicatie en participatie. De hoofdconclusie is gebaseerd op de volgende deelconclusies: 1. De gemeenteraad en het college sturen onvoldoende op een effectieve aanpak van overlast door vervuiling van de openbare ruimte. 2. Het college richt zich in de aanpak onvoldoende op het voorkomen van vervuiling van de openbare ruimte.

Hierna worden de deelconclusies nader toegelicht. Een deelconclusie is steeds gebaseerd op bevindingen uit ons onderzoek. Deze bevindingen worden per deelconclusie toegelicht.

7

Figuur 1

Infographic hoofdconclusie en deelconclusies12

Deelconclusie 1: De gemeenteraad en het college sturen onvoldoende op een effectieve aanpak van overlast door vervuiling van de openbare ruimte De raad is ontevreden over hoe schoon de stad is, terwijl de doelen die zij hiervoor heeft gesteld wel worden gerealiseerd. Zowel de gemeenteraad als het college laten al langere tijd na deze doelen bij te stellen of hier voorstellen voor te doen. Vanwege de onvoldoende specifieke doelen ontbreekt een belangrijke voorwaarde voor sturing op een doeltreffende aanpak van overlast door vervuiling van de openbare ruimte. De doelen die de gemeenteraad heeft vastgesteld richten zich op gemiddelden voor de hele stad of een stadsdeel. En de doelen hebben betrekking op vervuiling van de openbare ruimte

12

Deze infographic is toegevoegd aan dit rapport na het bestuurlijk wederhoor.

8

in algemene zin.13 Dit geldt ook voor de rapportages aan de gemeenteraad over het niveau van vervuiling en de resultaten van de aanpak. Ernstige problematiek doet zich echter vooral op bepaalde locaties voor en heeft vaak betrekking op specifieke vormen van vervuiling. Daarnaast verschilt de ervaren overlast per soort vervuiling. Zo komt uit onderzoek van het CBS naar voren dat inwoners van Den Haag meer last hebben van hondenpoep dan van zwerfafval.14 Met dergelijke verschillen wordt in de doelstelling en de rapportage geen rekening gehouden. De eerste deelconclusie is gebaseerd op de volgende bevindingen:

13

De gemeente spreekt zelf vaak van ‘rommel op straat’ als overkoepelende term voor vervuiling van de openbare ruimte.

14

StatLine ‘Leefbaarheid en overlast in buurt; regio’, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 7 april 2020, https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/81924NED/table?fromstatweb.

9

Figuur 2

15

Infographic Deelconclusie 1 met bevindingen15

Deze infographic is toegevoegd aan dit rapport na het bestuurlijk wederhoor.

10

Bevinding 1

Het college behaalt de gestelde doelen en informeert de raad hierover.

Het college informeert de raad over het behalen van door de raad gestelde doelen over de kwaliteit van Schoon.16 Het college doet dit onder andere via de Veiligheidsmonitor17 en de programmarekeningen.18 In de paragrafen hieronder beschrijven wij wat de gestelde doelen zijn, of ze gehaald worden en hoe het college de raad hiervan op de hoogte stelt.

Rapportcijfer Schoon is gemiddeld een 8 voor de gehele stad Eén van de doelen die de raad heeft gesteld, is dat het rapportcijfer over ‘hoe schoon de stad is’ gemiddeld een 8 moet zijn.19 De laatste 8 jaar wordt dit doel (vrijwel volledig) gehaald. Daarbij valt op dat dit rapportcijfer alleen betrekking heeft op veegvuil en zwerfafval. Andere vormen van vervuiling, zoals door bijplaatsingen of grofvuil, vallen hier buiten. Het rapportcijfer is de uitkomst van feitelijk onderzoek naar de hoeveelheid afval op straat. Aan de hand van drie ‘fracties’, te weten veegvuil, fijn zwerfafval en grof zwerfafval, wordt van 170 meetvakken per maand technisch gemeten wat het niveau van schoon is.20 In dit rapportcijfer worden momenteel dus alleen veegvuil en zwerfafval meegeteld; onder meer vervuiling door bijplaatsingen, hondenpoep en weesfietsen vallen buiten deze meting. Het gevolg hiervan is dat deze laatste drie vormen van vervuiling geen invloed hebben op het gemeten resultaat. De manier waarop het college het rapportcijfer Schoon bepaalt, is op moment van dit onderzoek (juni 2021) in ontwikkeling. Het college wil het aantal fracties waarop gemeten wordt uitbreiden, met bijvoorbeeld hondenpoep, weesfietsen, bijplaatsingen en graffiti. Daarnaast wordt het aantal meetvakken fors uitgebreid. Het doel is te komen tot 2.800

16

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 26 november 2020, p. 4.

17

De Veiligheidsmonitor is met ingang van 2019 een tweejaarlijks (in oneven jaren) terugkerend bevolkingsonderzoek naar veiligheid, leefbaarheid en slachtofferschap. Tot en met 2017 was het een jaarlijks onderzoek. In 2018 heeft geen onderzoek plaats gevonden. De Veiligheidsmonitor wordt uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), gemeenten en politie (bron: ‘Veiligheidsmonitor’, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), https://www.cbs.nl/nl-nl/maatschappij/veiligheid-en-recht/veiligheidsmonitor, geraadpleegd op 29 juni 2021). 18

RIS282062 Raadsvoorstel ‘Programmarekening 2014’, College van Burgemeester en Wethouders, 21 april 2015, p. 98; RIS296806 Raadsvoorstel ‘Programmarekening 2016’, College van Burgemeester en Wethouders, 19 april 2017, p. 123; RIS299506 Raadvoorstel 'Programmarekening 2017' College van Burgmeester en Wethouders, 17 april 2018, p. 130; RIS302204 Raadsvoorstel 'Programmarekening 2018', College van Burgmeester en Wethouders, 16 april 2019, p. 113; RIS305159 Raadsvoorstel ‘Programmarekening 2019’, College van Burgmeester en Wethouders, 22 april 2020, p. 127; RIS308436 Raadsvoorstel ‘Programmarekening 2020’, College van Burgmeester en Wethouders 25 juni 2021, p. 138 en StatLine ‘Leefbaarheid en overlast in buurt; regio’, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 7 april 2020, https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/81924NED/table?fromstatweb. 19

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 26 november 2020, p. 4 en 6. 20

Interviews ambtelijke organisatie.

11

meetvakken.21 Het idee hiervan is: hoe breder de objectieve meting, des te beter deze aan zal sluiten bij wat mensen als schoon ervaren.22 Het college rapporteert over het rapportcijfer Schoon in programmarekeningen aan de raad. Hieruit blijkt dat het in 2014, 2018, 2019 en 2020 is gelukt het gemiddelde rapportcijfer van een 8 te scoren. Onderstaande grafiek laat zien dat het college in 2019 en 2020 boven het gestelde doel scoorde met een 8,2 en een 8,3. Alleen in 2015 en 2016 werd onder de 8 gescoord: een 7,9 en 7,7.

Figuur 3

Rapportcijfer Schoon 2015-2020 (gemiddeld voor de gehele stad).23

21

Reactie feitelijk wederhoor, 29 september 2021.

22

Interview ambtelijke organisatie.

23

‘Jaarverslag 2019, Buitenruimte: Wat is beoogd en wat is behaald?’, College van Burgmeester en Wethouders, geraadpleegd op 10 mei 2021, https://denhaag.jaarverslag-2019.nl/p18964/wat-is-beoogd-en-wat-is-behaald; ‘Jaarverslag 2016, Ontwikkeling Buitenruimte: Wat hebben we gedaan en wat heeft het gekost?’, College van Burgmeester en Wethouders, geraadpleegd op 10 mei 2021, https://denhaag.jaarverslag-2016.nl/p9678/ontwikkeling-buitenruimte#tab-panel-resultaat; ‘Jaarverslag 2020, Buitenruimte: Wat hebben we gedaan en wat heeft het gekost?’, College van Burgmeester en Wethouders, geraadpleegd op 10 mei 2021,https://denhaag.jaarverslag-2020.nl/p20776/wat-is-beoogd-en-wat-is-behaald; ‘Jaarverslag 2018, Buitenruimte: Wat is beoogd en wat is behaald?’, College van Burgmeester en Wethouders, geraadpleegd op 10 mei 2021, https://denhaag.jaarverslag-2018.nl/p13920/wat-is-beoogd-en-wat-is-behaald; ‘Jaarverslag 2019, Buitenruimte: Wat is beoogd en wat is behaald?’, College van Burgmeester en Wethouders, geraadpleegd op 10 mei 2021, https://denhaag.jaarverslag2019.nl/p18964/wat-is-beoogd-en-wat-is-behaald en RIS282062 Raadsvoorstel ‘Programmarekening 2014’, College van Burgemeester en Wethouders, 21 april 2015, p. 98.

12

Rapportcijfer Schoon per stadsdeel is minimaal 7 Vanaf 2021 moet het rapportcijfer Schoon per stadsdeel minimaal een 7 zijn.24 Bij het rapporteren over de hele stad met één cijfer kon, ondanks overlast in sommige stadsdelen, voor de stad als geheel toch een 8 worden gehaald. Een slecht scorend stadsdeel kon in het gemiddelde voor de hele stad gecompenseerd worden door beter scorende stadsdelen. Het doel is dit in de toekomst te voorkomen.25 Dit nieuwe doel is echter minder fijnmazig dan wat de raad bedoelde. Het doel van een 7 per stadsdeel heeft het college gesteld naar aanleiding van een motie die de raad in februari 2020 heeft aangenomen.26 Daarin verzocht de raad het college minimaal een 7 te scoren per wijk. In de raadsvergadering waar de motie werd aangenomen, heeft de wethouder de motie omarmd. 27 In de afdoening van de motie, ruim een jaar later, schrijft het college het minimale rapportcijfer van een 7 per stadsdeel te willen realiseren. Dus niet per wijk zoals de raad verzocht. Den Haag bestaat uit 8 stadsdelen en 44 wijken.28 Daarmee is de nieuwe doelstelling duidelijk minder specifiek geworden dan door de raad was beoogd. Het college heeft daarbij niet specifiek benoemd waarom zij niet minimaal een 7 per wijk, maar per stadsdeel wil scoren.

Uit ons onderzoek komt naar voren dat er te weinig metingen per wijk worden verricht om valide uitspraken te kunnen doen.29 Het college zal vanaf het eerste kwartaal van 2022 over het bijgestelde doel rapporteren via de voortgangsrapportages. Het college monitort de cijfers per stadsdeel al langere tijd intern. Uit deze interne cijfers blijkt dat het doel van minimaal een rapportcijfer 7 per stadsdeel de afgelopen 4 jaar al ruimschoots werd gehaald. Over de periode tussen 2017 en 2020 heeft geen enkel stadsdeel onder een gemiddelde van een 7 gescoord. Het laagste cijfer voor een stadsdeel is een 7,5 in 2017. In 2020 was een 8,0 de laagste score voor een stadsdeel.30 Ook in het rapportcijfer per

24

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, p. 4 en 6 en RIS304722 Motie ‘Schone straten in de hele stad’ (motie GL.1) (aangenomen), Gemeenteraad, 20 februari 2020. 25

Interview ambtelijke organisatie.

26

RIS304722 Motie ‘Schone straten in de hele stad’ (motie GL.1) (aangenomen), Gemeenteraad, 20 februari 2020.

27

RIS305081 Verslag ‘Notulen van de raad van 20 februari 2020’, Gemeenteraad, 8 april 2020, p. 154, 157 en 182.

28

Nieuwe serie over Haagse stadsdelen en wijken, https://haagsgemeentearchief.nl/nieuws/nieuwsoverzicht/nieuw-serie-overhaagse-stadsdelen-en-wijken, bezocht op 29 juli 2021. 29

Informatie uitvraag ambtelijke organisatie.

30

Informatie uitvraag ambtelijke organisatie. Cijfers per stadsdeel 2017-2020.

13

stadsdeel wordt vooralsnog alleen veegvuil en zwerfafval meegerekend; bijplaatsingen, hondenpoep en weesfietsen niet.

Het percentage bewoners dat overlast ervaart ligt onder de 30%31 Het derde doel dat de raad heeft gesteld, is dat het percentage bewoners dat overlast ervaart van rommel op straat, hondenpoep en weesfietsen, lager moet zijn dan 30%. In onderstaande figuur is te zien dat dit doel voor hondenpoep en rommel op straat al jaren gehaald wordt.32 Ook is zichtbaar dat bewoners meer overlast ervaren van hondenpoep dan van rommel op straat.

Figuur 4 Het percentage bewoners dat overlast ervaart van rommel op straat en van hondenpoep, 2014-2019.33

31

StatLine ‘Leefbaarheid en overlast in buurt; regio’, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 7 april 2020, https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/81924NED/table?fromstatweb. 32

Weesfietsen zijn opgenomen in de vrije ruimte van de Veiligheidsmonitor (bron: interview ambtelijke organisatie).

33

StatLine ‘Leefbaarheid en overlast in buurt; regio’, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 7 april 2020, https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/81924NED/table?fromstatweb.

14

Deze cijfers maken onderdeel uit van de landelijke Veiligheidsmonitor, welke tweejaarlijks door het CBS wordt gepubliceerd.34 Het college rapporteert over het realiseren van dit doel in de voortgangsrapportages aan de raad.35 Bevinding 2

Er is ontevredenheid bij de gemeenteraad en bewoners over de resultaten

van de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. De rekenkamer constateert dat –ondanks het realiseren van de doelstellingen– er binnen de raad ontevredenheid is over de resultaten van de aanpak van overlast door vervuiling van de openbare ruimte. In de raad wordt regelmatig aandacht gevraagd voor dit onderwerp.36 Bewoners die wij in het kader van dit onderzoek hebben geïnterviewd geven ook aan ontevreden te zijn over hoe schoon de stad is.37 In de stadsdelen Centrum en Segbroek ervaart ongeveer de helft van de geïnterviewde bewoners overlast van zwerfafval.38

Analyse bestuurlijke stukken en interviews bewoners Om een beeld te krijgen van de aandacht binnen de gemeenteraad voor het onderwerp vervuiling van de openbare ruimte hebben we een analyse gemaakt van bestuurlijke stukken. We hebben gekeken naar alle schriftelijke vragen en moties uit de periode 2011 tot en met juni 2021 die op het Raadsinformatiesysteem (RIS) staan. Binnen die documenten hebben we zoekopdrachten uitgevoerd naar ‘zwerfafval’, ‘hondenpoep’ en ‘weesfietsen’.39 De rekenkamer heeft in de stadsdelen Segbroek en Centrum op straat 169 bewoners geïnterviewd over vervuiling van de openbare ruimte.40 We hebben de bewoners vragen gesteld over zwerfafval, hondenpoep en weesfietsen. De uitkomsten van deze interviews zijn

34

‘Veiligheidsmonitor’, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), https://www.cbs.nl/nl-nl/maatschappij/veiligheid-enrecht/veiligheidsmonitor, geraadpleegd op 29 juni 2021. 35

RIS297095 Commissiebrief ‘Voortgangsrapportage 'Doorpakken met Haagse kracht’, Commissie Bestuur, 30 mei 2017.

36

Zie hieronder en in Bijlage 2. Literatuur bij ‘Raadsvragen en moties over vervuiling van de openbare ruimte’ voor een overzicht van schriftelijke vragen en moties over vervuiling van de openbare ruimte. 37

Straatinterviews door Rekenkamer Den Haag onder 169 bewoners van de stadsdelen Segbroek en Centrum. Zie voor nadere toelichting hieronder en in de paragraaf ‘Straatinterviews Rekenkamer Den Haag’ in ‘Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording’. 38

Straatinterviews door Rekenkamer Den Haag onder 169 bewoners van de stadsdelen Segbroek en Centrum. Zie voor nadere toelichting hieronder en in de paragraaf ‘Straatinterviews Rekenkamer Den Haag’ in ‘Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording’. 39

Bij schriftelijke vragen is alleen de beantwoording meegeteld en niet aangenomen moties zijn niet meegeteld. Voor 2015 werd in het RIS niet gebruik gemaakt van de term ‘zwerfafval’. De zoekopdracht laat zien dat overlast door zwerfafval een belangrijke rol speelt in de vergaderingen van de gemeenteraad. Bij de zoekopdracht is gebruik gemaakt van de term ‘zwerfafval’ en niet van de term ‘rommel op straat’ omdat de eerste veel treffers (inclusief bijplaatsingen) gaf. Zie paragraaf ‘Raadsvragen en moties over vervuiling van de openbare ruimte’ onder ‘Bijlage 2. Literatuur’. 40

In de enquête zijn bewoners gevraagd over zwerfafval, hondenpoep en weesfietsen. Zie voor een nadere toelichting op de enquête in de paragraaf ‘Straatinterviews Rekenkamer Den Haag’ in ‘Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording’.

15

illustratief voor de mening van bewoners over vervuiling van de openbare ruimte en de aanpak daarvan.

Ontevredenheid zwerfafval in gemeenteraad Overlast door zwerfafval is een veelbesproken onderwerp in de raad. Het komt aan de orde in vergaderingen van de commissie Leefomgeving en er worden veel schriftelijke vragen over het onderwerp gesteld. Daarnaast neemt de raad regelmatig moties aan om het college aan te sporen meer of beter in te zetten op de problematiek. In het kader hieronder zijn voorbeelden opgenomen van een discussie in de raadscommissie over het onderwerp. Citaten uit een recente commissievergadering, bij het bespreken van het nieuwe ‘Programma voor een schone stad 2021-2022’:41 “Het plan stelt .. teleur. [.…] Met dit plan lijkt er geen einde te komen aan de overlast”.42 “Het zwerfafval is een groot probleem en neemt ook toe”.43 “Maar hoe kan het dan dat de stad zo vies blijft?.. Benieuwd naar de inzet per stadsdeel… Kan de wethouder dit beter in kaart brengen? Want dan kunnen we ook kijken naar de achterliggende oorzaken van de afvalproblematiek.”44 “We hebben de afgelopen jaren al zoveel debatten gevoerd en plannen en ambities gezien. En helaas is het feit dat onze stad nog niet schoon is.

In tegendeel […] We zien nog geen verbetering [...] die verbeteringen op straat moeten ook gewoon gezien kunnen worden [...] Wat is de ambitie voor verbetering? […] Meer informatie gestuurd werken en meer grip op de handhaving; allemaal prima, maar kan de wethouder aangeven wat de verwachtte resultaten zijn en op welke termijn zullen de effecten hiervan blijken? […] Over de efficiëntie heb ik grote vraagtekens, en die vraagtekens zullen ook blijven bestaan.”45

41

‘Commissievergadering Leefomgeving van 11 maart 2021’, Commissie Leefomgeving, https://gemeentedenhaag.connectedviews.nl/SitePlayer/Den_Haag?session=108954, geraadpleegd op 14 mei 2021. 42

‘Commissievergadering Leefomgeving van 11 maart 2021’, Commissie Leefomgeving, https://gemeentedenhaag.connectedviews.nl/SitePlayer/Den_Haag?session=108954, geraadpleegd op 14 mei 2021. 43

‘Commissievergadering Leefomgeving van 11 maart 2021’, Commissie Leefomgeving, https://gemeentedenhaag.connectedviews.nl/SitePlayer/Den_Haag?session=108954, geraadpleegd op 14 mei 2021. 44

‘Commissievergadering Leefomgeving van 11 maart 2021’, Commissie Leefomgeving, https://gemeentedenhaag.connectedviews.nl/SitePlayer/Den_Haag?session=108954, geraadpleegd op 14 mei 2021. 45

‘Commissievergadering Leefomgeving van 11 maart 2021’, Commissie Leefomgeving, https://gemeentedenhaag.connectedviews.nl/SitePlayer/Den_Haag?session=108954, geraadpleegd op 14 mei 2021.

16

“Hoe heeft het hier zover kunnen komen dat het hier Napels aan de Noordzee dreigt te worden? […] [Het programma Schoon] Bevat veel woorden, maar weinig daden. Het is een visieloos stuk waar een krachtige aanpak tegen zwerfvuil [zwerfafval] en afvalhufters ontbreekt […] De prioriteit van dit college ligt heel ergens anders dan bij afval.”46 “Afval op straat is en blijft een zorg van de stad. We krijgen er helaas niet echt grip op.”47 Sinds 2018 is er een stijging in het aantal schriftelijke vragen en (aangenomen) moties over zwerfafval. Dit beeld komt naar voren uit bestuurlijke stukken met de term ‘zwerfafval’.48 In onderstaande grafiek is deze toename te zien.

Figuur 5

Schriftelijke vragen en (aangenomen) moties per jaar over zwerfafval.49

Veel schriftelijke vragen gaan over lokale overlast in een bepaalde wijk of straat. Veel gestelde vragen zijn: 1) of het college het probleem herkent en 2) wat het college eraan gaat

46

‘Commissievergadering Leefomgeving van 11 maart 2021’, Commissie Leefomgeving, https://gemeentedenhaag.connectedviews.nl/SitePlayer/Den_Haag?session=108954, geraadpleegd op 14 mei 2021. 47

‘Commissievergadering Leefomgeving van 11 maart 2021’, Commissie Leefomgeving, https://gemeentedenhaag.connectedviews.nl/SitePlayer/Den_Haag?session=108954, geraadpleegd op 14 mei 2021. 48

Zie voor een toelichting hierboven (‘Analyse bestuurlijke stukken en interviews bewoners’).

49

Zie voor een toelichting hierboven (‘Analyse bestuurlijke stukken en interviews bewoners’).

17

doen. De beantwoording van het college op deze vragen is vaak dat het de lokale problematiek herkent en uitlegt wat het al doet of gaat doen om dit op te lossen.50 Hieronder zijn ter illustratie een aantal voorbeelden opgenomen van de schriftelijke vragen die de afgelopen jaren vanuit de raad zijn gesteld en de beantwoording van het college. Voorbeelden van schriftelijke vragen over zwerfafval: Vraag: “Is het college bekend met de signalen die bewoners afgeven over zwerfafval rondom de Haagse Markt? Zo ja, heeft het college hierover gesproken met omwonenden? Welke acties heeft het college ondernomen om het zwerfafval te verminderen of welke acties gaat het college nog ondernemen?” Antwoord: “Ja, het college is hiermee bekend. Op basis van 14070 meldingen worden bewoners teruggebeld en gaan medewerkers op locatiebezoek. Met de ketenpartners is gesproken over de verschillende verantwoordelijkheden. Alle partners zijn actief bezig met het terugdringen van de overlast rondom de Haagse Markt. Zo is er bijvoorbeeld aanvullende aandacht voor het vegen na marktdagen, door de werktijden op te schuiven. Zo zijn ze ook na het sluiten van de markt nog actief om de omgeving van zwerfvuil te schonen.”51 Vraag: “Is het college op de hoogte van de situatie in het Wijkpark Transvaal?” Antwoord: “Het wijkpark is een geliefde verblijfsplek in Transvaal.

Normaal gesproken is het park schoon en zijn er (ruim) voldoende Haagse afvalbakken voor de bezoekers van het park beschikbaar. Tijdens evenementen en op drukke zondagen kan het echter voorkomen dat er op die specifieke momenten onvoldoende capaciteit is. De ervaring leert overigens dat helaas niet iedere bezoeker van het wijkpark de moeite neemt om zijn / haar afval in een afvalbak te deponeren; deze handelswijze leidt tot een toename van zwerfafval in het wijkpark.”52

50

RIS307920 Schriftelijke vraag ‘Beantwoording schriftelijke vragen inzake Winterbende’, College van Burgmeester en Wethouders, 17 maart 2021; RIS306867 Schriftelijke vraag ‘Beantwoording schriftelijke vragen inzake Wijkschouw winkelcentrum en wijk Leyenburg’, College van Burgmeester en Wethouders, 3 februari 2021; RIS305948 Schriftelijke vraag ‘Beantwoording schriftelijke vragen inzake Stop de wetteloosheid op het Frederik Hendrikplein’, College van Burgmeester en Wethouders, 29 september 2020; RIS304527 Schriftelijke vraag ‘Beantwoording schriftelijke vragen inzake Waar blijvende noodcontainers op de Anna Bijnslaan’, College van Burgmeester en Wethouders, 25 maart 2020; RIS299867 Schriftelijke vraag ‘Beantwoording schriftelijke vragen inzake Zwerfafval rond de Haagse Markt’, College van Burgmeester en Wethouders, 6 juli 2018. 51

RIS299867 Schriftelijke vraag ‘Beantwoording schriftelijke vragen inzake Zwerfafval rond de Haagse Markt’, College van Burgmeester en Wethouders, 6 juli 2018. 52

RIS303190 Schriftelijke vraag ‘Beantwoording schriftelijke vragen inzake Gebrek aan afvalbakken in Wijkpark Transvaal’, College van Burgmeester en Wethouders, 1 oktober 2019.

18

Vraag: “Kan het college zo snel mogelijk zorgdragen voor een nette uitstraling van het stadspark en de chaos die is ontstaan opruimen?” Antwoord: “De afvalbakken in het Wijkpark Transvaal worden dagelijks en in het weekend door de Haeghe groep (Omnigroen) geleegd. Ook wordt indien nodig gebruik gemaakt van een zwerfafvalzuiger.”53 Vraag: “Bent u bekend met de grote hoeveelheden zwerfafval op de Steijnlaan, met name het gedeelte tussen de Paul Krugerlaan en de Uitenhagestraat?” Antwoord: “Ja.”54 Vraag: “Welke andere mogelijkheden ziet u om het straatbeeld en de leefbaarheid van dit gedeelte van de Steijnlaan structureel te verbeteren?” Antwoord: “Zwerfafval is afkomstig van bewoners, bezoekers en bedrijven. Op basis van de monitoring zoals genoemd bij vraag 5. zullen een of meerdere bronnen van vervuiling in beeld komen en dan worden indien nodig maatregelen genomen.”55

Ontevredenheid zwerfafval bij bewoners Van de 169 bewoners die wij tijdens onze straatinterviews spraken, gaven 91 aan overlast te ervaren van zwerfafval.56 Daarbij valt op dat uit de toelichtingen en beantwoording van open vragen blijkt dat bewoners naast zwerfafval ook overlast ervaren van bijplaatsingen en (verkeerd aangeboden) grofvuil. Geïnterviewden wijzen naar het gedrag van burgers en naar de aanpak van de gemeente als oorzaak van deze vormen van vervuiling. Zoals één geïnterviewde het samenvatte: “Ik weet niet of het aan de gemeente of aan de burger ligt. De oplossingen moeten van twee kanten komen”.57 Om het gedrag van mensen te verbeteren zou de gemeente bewoners volgens geïnterviewden beter kunnen informeren en meer bewustzijn kunnen creëren. Dat kan volgens hen bijvoorbeeld door informatie in meer talen beschikbaar te stellen en naast

53

RIS303190 Schriftelijke vraag ‘Beantwoording schriftelijke vragen inzake Gebrek aan afvalbakken in Wijkpark Transvaal’, College van Burgmeester en Wethouders, 1 oktober 2019. 54

RIS299573 Schriftelijke vraag ‘Beantwoording schriftelijke vragen inzake Overlast zwerfafval Steijnlaan’, College van Burgmeester en Wethouders, 6 juli 2018. 55

RIS299573 Schriftelijke vraag ‘Beantwoording schriftelijke vragen inzake Overlast zwerfafval Steijnlaan’, College van Burgmeester en Wethouders, 6 juli 2018. 56

Zie voor nadere toelichting hierboven (‘Analyse bestuurlijke stukken en interviews bewoners’) en de paragraaf ‘Straatinterviews Rekenkamer Den Haag’ onder ‘Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording’. 57

Straatinterview rekenkamer. Zie voor nadere toelichting hierboven (‘Analyse bestuurlijke stukken en interviews bewoners’) en de paragraaf ‘Straatinterviews Rekenkamer Den Haag’ onder ‘Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording’.

19

online communicatie ook andere instrumenten in te zetten. Daarnaast geven geïnterviewden aan dat de gemeente meer zou kunnen handhaven: meer boetes uitdelen, meer surveillance en eventueel cameratoezicht. Ook kan de gemeente volgens hen meer containers plaatsen, vaker legen, meer vuilnismannen inzetten, vaste opruimdagen organiseren en meer afvalbrengstations voor grofvuil creëren. In onderstaand figuur is te zien waar in de stadsdelen Centrum en Segbroek interviews zijn afgenomen en of daar overlast door zwerfafval werd ervaren door de geïnterviewden. Elk bolletje staat voor een straatinterview. Bij de rode bolletjes werd zwerfval als overlast ervaren. Bij de grijze bolletjes werd zwerfafval niet als een probleem ervaren.

Figuur 6 Overlast zwerfafval straatinterviews stadsdelen Segbroek en Centrum. De rode bolletjes geven weer waar overlast wordt ervaren van zwerfafval.58 Zichtbaar is dat het per locatie sterk verschilt hoeveel overlast geïnterviewden ervaren. Vooral in de wijken Transvaalkwartier, Schildersbuurt, Groente- en Fruitmarkt en de Stationsbuurt ervaren geïnterviewden veel overlast door zwerfafval. Zo kleuren de bolletjes in de Schildersbuurt bijvoorbeeld bijna allemaal rood. In de wijk Valkenboskwartier in Segbroek gaven geïnterviewden overwegend aan geen overlast te ervaren.

58

Straatinterviews door Rekenkamer Den Haag onder 169 bewoners van de stadsdelen Segbroek en Centrum. Zie voor nadere toelichting hierboven (‘Analyse bestuurlijke stukken en interviews bewoners’) en de paragraaf ‘Straatinterviews Rekenkamer Den Haag’ onder ‘Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording’.

20

Raad minder ontevreden over hondenpoep en weesfietsen Over de overlast door hondenpoep en weesfietsen zijn door de raad minder vragen gesteld en moties ingediend dan over zwerfafval. Wel blijkt uit de keren dat het aan de orde is geweest, dat ook over deze onderwerpen ontevredenheid is binnen de raad. Overlast door hondenpoep en weesfietsen blijven ook ergernissen van bewoners. Dit wordt met enige regelmaat aangehaald door raadsleden.59

Aandacht voor hondenpoep in de gemeenteraad In de periode tussen 2011 en 2014 zijn door raadsleden jaarlijks één tot twee vragen over het onderwerp hondenpoep gesteld. In 2012 zijn hierover vier vragen gesteld.60 In 20142016, 2018 en 2020 zijn geen schriftelijke vragen over hondenpoep gesteld. Er zijn de afgelopen jaren ook geen moties over dit onderwerp aangenomen. In onderstaande figuur staat het aantal schriftelijke vragen over hondenpoep per jaar weergegeven.

Figuur 7

Schriftelijke vragen hondenpoep 2011-2021.

59

RIS analyse rekenkamer. Zie voor nadere toelichting hierboven (‘Analyse bestuurlijke stukken en interviews bewoners’) en paragraaf ‘Raadsvragen en moties over vervuiling van de openbare ruimte’ onder ‘Bijlage 2. Literatuur’. 60

Zoekopdracht in het RIS-systeem naar ‘hondenpoep’. Zie voor nadere toelichting hierboven (‘Analyse bestuurlijke stukken en interviews bewoners’) en paragraaf ‘Raadsvragen en moties over vervuiling van de openbare ruimte’ onder ‘Bijlage 2. Literatuur’.

21

Ontevredenheid bewoners over hondenpoep Van de 169 mensen die we spraken tijdens onze straatinterviews in de stadsdelen Segbroek en Centrum,, gaven 51 geïnterviewden aan overlast van hondenpoep te ervaren.61 Net als bij zwerfafval worden twee oorzaken van overlast van hondenpoep genoemd. Het ligt volgens geïnterviewden zowel aan het gedrag van mensen als aan de aanpak van de gemeente. Meerdere geïnterviewden geven aan dat de hondeneigenaren het simpelweg zelf beter moeten opruimen. “Het ligt aan het gedrag van mensen, mensen moeten ’t zelf opruimen”.62 De gemeente zou volgens hen wel meer bewustwording kunnen creëren en burgers beter kunnen informeren. Dit kan bijvoorbeeld met informatieve stickers of posters en door voorlichting op scholen. Daarnaast kan de gemeente meer handhaven en meer boetes opleggen. Ook is genoemd dat de gemeente meer hondenuitlaatplekken kan aanleggen, poepzakjes beschikbaar kan stellen en meer bakken kan plaatsen waar eigenaren de poepzakjes in kwijt kunnen. In onderstaand figuur is te zien waar in de stadsdelen Centrum en Segbroek interviews zijn afgenomen en of daar overlast door hondenpoep werd ervaren door de geïnterviewden. Elk bolletje staat voor een straatinterview. Bij de rode bolletjes werd hondenpoep als overlast ervaren. Bij de grijze bolletjes werd hondenpoep niet als een probleem ervaren.

61

Straatinterviews door Rekenkamer Den Haag onder 169 bewoners van de stadsdelen Segbroek en Centrum. Zie voor nadere toelichting hierboven (‘Analyse bestuurlijke stukken en interviews bewoners’) en de paragraaf ‘Straatinterviews Rekenkamer Den Haag’ onder ‘Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording’. 62

Straatinterview rekenkamer.

22

Figuur 8

Overlast hondenpoep straatinterviews stadsdelen Segbroek en Centrum.63

Ook voor dit onderwerp is te zien dat het per locatie sterk verschilt hoeveel overlast wordt ervaren. In vergelijking met de figuur over overlast van zwerfafval (zie Figuur 6) wordt verder duidelijk dat geïnterviewden in stadsdeel Centrum minder vaak overlast ervaren van hondenpoep (Figuur 8) dan van zwerfafval (Figuur 6). Op specifieke locaties ervaren geïnterviewden hondenpoep wel vaak als overlast, bijvoorbeeld op de grens van de Schilderbuurt en de Stationsbuurt, maar ook in delen van stadsdeel Segbroek. In bepaalde delen van Transvaalkwartier ervaren geïnterviewden vrijwel geen overlast door hondenpoep.

Aandacht voor weesfietsen in de gemeenteraad Overlast door weesfietsen heeft de raad de afgelopen 10 jaar af en toe aangestipt als probleem.64 In 2012, 2013, 2016, 2018 en 2019 heeft de raad geen schriftelijke vragen of moties hierover ingediend. In de jaren 2011, 2014, 2017 en 2020 heeft de raad 1 schriftelijke vraag per jaar gesteld. In 2015 zijn twee vragen gesteld en is 1 motie ingediend. In 2015 is de aanpak van weesfietsen in de stad uitgebreid (van een pilot in Regentesse Valkenboskwartier, naar Zeeheldenkwartier, naar Centrum).65 Dat kan de extra aandacht voor het onderwerp verklaren. De onderstaande figuur geeft het aantal schriftelijke vragen en moties over weesfietsen weer over de jaren 2011 tot en met 2021.

63

Straatinterviews door Rekenkamer Den Haag onder 169 bewoners van de stadsdelen Segbroek en Centrum. Zie voor nadere toelichting hierboven (‘Analyse bestuurlijke stukken en interviews bewoners’) en de paragraaf ‘Straatinterviews Rekenkamer Den Haag’ onder ‘Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording’. 64

Zoekopdracht in het RIS-systeem naar ‘weesfietsen’. Zie voor nadere toelichting hierboven (‘Analyse bestuurlijke stukken en interviews bewoners’) en paragraaf ‘Raadsvragen en moties over vervuiling van de openbare ruimte’ onder ‘Bijlage 2. LiteratuurBijlage 1. Onderzoeksverantwoording’. 65

Zoekopdracht in het RIS-systeem naar ‘weesfietsen’. Zie voor nadere toelichting hierboven (‘Analyse bestuurlijke stukken en interviews bewoners’) en paragraaf ‘Raadsvragen en moties over vervuiling van de openbare ruimte’ onder ‘Bijlage 2. LiteratuurBijlage 1. Onderzoeksverantwoording’.

23

Figuur 9

Schriftelijke vragen en aangenomen moties weesfietsen 2011-2021.

Ontevredenheid bewoners over weesfietsen Uit de straatinterviews in de stadsdelen Centrum en Segbroek blijkt dat 40 van de in totaal 169 geïnterviewden overlast ervaren van weesfietsen.66 Volgens geïnterviewden kan de gemeente meer opruimen, meer handhaven, (meer) plekken maken waar burgers oude fietsen kunnen inleveren, burgers beter (en in meer talen) informeren en meer stallingen maken. Een geïnterviewde ziet oplossingen in “meerdere inleverpunten voor oude fietsen en compensatie voor oude fietsen”. Anders dan bij overlast door zwerfafval en hondenpoep geven geïnterviewden aan dat vooral de gemeente dit probleem moet oplossen. Het gedrag van de mensen zelf noemen de geïnterviewden niet. In onderstaand figuur is te zien waar in de stadsdelen Centrum en Segbroek straatinterviews zijn gehouden en of daar overlast van weesfietsen werd ervaren door de geïnterviewden. Elk bolletje staat voor een straatinterview. Bij de rode bolletjes ervaren geïnterviewden weesfietsen als overlast. Bij de grijze bolletjes ervaren geïnterviewden weesfietsen niet als een probleem.

66

Straatinterviews door Rekenkamer Den Haag onder 169 bewoners van de stadsdelen Segbroek en Centrum. Zie voor nadere toelichting hierboven (‘Analyse bestuurlijke stukken en interviews bewoners’) en paragraaf ‘Straatinterviews Rekenkamer Den Haag’ onder ‘Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording’.

24

Figuur 10

Overlast weesfietsen straatinterviews stadsdelen Segbroek en Centrum.67

De spreiding van ervaren overlast is bij dit onderwerp gelijkmatiger dan bij zwerfafval (Figuur 6) en hondenpoep (Figuur 8). Toch is ook hier zichtbaar dat de ervaren overlast verschilt per locatie. Zo ervaren geïnterviewden aan de rand van de wijk Centrum geen overlast, terwijl in Zeeheldenkwartier en op de grens van de Schildersbuurt en Stationsbuurt een concentratie van rode stippen zichtbaar is.

Bevinding 3

De gemeenteraad heeft de afgelopen twee collegeperioden de doelen voor

de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte niet aangescherpt. Met uitzondering van het nieuwe doel (‘rapportcijfer Schoon een 7 per stadsdeel’, zie bevinding 1), heeft de raad de afgelopen jaren de kaders voor de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte niet bijgesteld. De twee bij bevinding 1 genoemde doelen voor de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte zijn sinds 2011 hetzelfde gebleven: •

Sinds 2011 wordt het gemiddelde rapportcijfer van een 8 voor de gehele stad nagestreefd.68 Sinds 2014 rapporteert het college over het gemiddelde rapportcijfer

67

Straatinterviews door Rekenkamer Den Haag onder 169 bewoners van de stadsdelen Segbroek en Centrum. Zie voor nadere toelichting hierboven (‘Analyse bestuurlijke stukken en interviews bewoners’) en paragraaf ‘Straatinterviews Rekenkamer Den Haag’ onder ‘Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording’. 68

RIS180710 Raadsvoorstel ‘Voorstel van het college inzake Handhaven op Haagse hoogte’, College van Burgmeester en Wethouders, 14 juni 2011, p. 10.

25

Schoon.69 Dit gebeurt in de programmarekeningen aan de raad. Hieruit blijkt dat het in 2014, 2018, 2019 en 2020 is gelukt het gemiddelde rapportcijfer van een 8 te scoren.70 •

In 2011 stelde het gemeentebestuur het doel om het percentage inwoners dat overlast ervaart onder de 30% te houden. Sinds 2013 is het percentage van de ervaren overlast door bewoners opgenomen in de Veiligheidsmonitor.71 Alleen in de jaren 2010 en 2011 werd dit doel niet behaald (de percentages lagen toen tussen de 35 en 40%).72 Sinds 2012 wordt het doel wel behaald (onder 30%). Het doel van 30% is niet aangescherpt.73

Op de genoemde aanscherping per 2021 na (zie ‘Rapportcijfer Schoon per stadsdeel is minimaal 7’), zijn er geen wijzigingen in de doelen voor de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte geweest.

Deelconclusie 2: Het college richt zich in de aanpak onvoldoende op het voorkomen van vervuiling van de openbare ruimte In het beleid ontbreekt een analyse van achterliggende oorzaken bij rommel op straat, hondenpoep en weesfietsen. Bij de inzet op overlast door vervuiling van de openbare ruimte maakt het college vrijwel alleen gebruik van het instrument handhaving. De gemeente heeft wel kennis over achterliggende oorzaken. Die kennis is echter maar beperkt vastgelegd in documenten en is niet gekoppeld aan de aanpak van het voorkomen van vervuiling van de openbare ruimte. Het college legt in de uitvoering van de aanpak de nadruk op het opruimen van afval en handhaving, en minder op andere maatregelen om vervuiling te voorkomen, zoals bijvoorbeeld communicatie richting bewoners en participatie van bewoners bij de aanpak. In de praktijk is de belangrijkste uitvoeringsorganisatie voor het tegengaan van vervuiling van de openbare ruimte de handhavingsorganisatie. Dit terwijl in het beleid wordt aangegeven dat handhaving het sluitstuk zou moeten zijn in de keten van schoon (basis op orde hebben - betrokkenheid creëren - effectief handhaven).

69

In de programmarekening van 2014 staat de score van rapportcijfer Schoon: RIS282062, p. 98. In programmarekening RIS271603 2013 staat niets over rapportcijfer schoon. 70

Zie voor meer informatie Figuur 3.

71

StatLine ‘Leefbaarheid en overlast in buurt; regio’, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 7 april 2020, https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/81924NED/table?fromstatweb. 72

RIS180710 Raadsvoorstel ‘Voorstel van het college inzake Handhaven op Haagse hoogte’, College van Burgmeester en Wethouders, 14 juni 2011, p. 11. 73

RIS281916 Raadsvoorstel ‘Gewijzigd voorstel van het college inzake de leefbaarheidshandhaving van de gemeentelijke buitenruimte: Doorpakken met Haagse Kracht 2015-2018’, College van Burgmeester en Wethouders, 18 april 2016, p. 7 en 8.

26

Daarnaast heeft het college nauwelijks inzicht in de effectiviteit van de ingezette instrumenten om vervuiling tegen te gaan. Dat geldt ook voor handhaving, dat het meeste wordt ingezet bij de aanpak van vervuiling. Verder versterkt de ontwikkeling naar informatiegestuurd werken de focus op het constateren en wegnemen van overlast, en niet op het voorkomen daarvan. De tweede deelconclusie is gebaseerd op de volgende bevindingen:

27

Figuur 11

74

Infographic Deelconclusie 2 met bevindingen74

Deze infographic is toegevoegd aan dit rapport na het bestuurlijk wederhoor.

28

Bevinding 4

De aanpak van vervuiling van de openbare ruimte is onvoldoende gebaseerd

op een analyse van achterliggende oorzaken bij rommel op straat, hondenpoep en weesfietsen. De rekenkamer constateert, op basis van de analyse van beleidsdocumenten, dat het college onvoldoende een analyse van achterliggende oorzaken bij rommel op straat, hondenpoep en weesfietsen heeft opgenomen in het beleid.75 In de laatste nota die door de gemeenteraad is vastgesteld, ‘Nota Handhaving Buitenruimte 2015-2018’, zijn geen analyses van achterliggende oorzaken opgenomen.76 Het college heeft ook in het nieuwe voorstel ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’ aangegeven dat rommel op straat voornamelijk door menselijk gedrag ontstaat, maar heeft geen analyse opgenomen over hoe dit gedrag ontstaat.77 Daarnaast heeft het college in dit programma verschillende vuilsoorten binnen de categorie rommel op straat beschreven, namelijk bijgeplaatst afval naast containers en natuurlijk afval (blad- en slibafval).

Ook daarbij is geen analyse opgenomen van achterliggende oorzaken.78 In het ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’ ontbreken ook verklarende oorzaken voor overlast van hondenpoep en weesfietsen.79 Uit ons onderzoek blijkt verder dat de gemeentelijke organisatie zelf evenmin onderzoek heeft gedaan naar achterliggende oorzaken waarom hondeneigenaren de uitwerpselen van hun honden niet opruimen, of waarom mensen hun fietsen achterlaten.80 Daar waar oorzaken ambtelijk bekend zijn, zijn deze niet vastgelegd in interne- of beleidsdocumenten.81 Uit ons onderzoek komt daarnaast naar voren dat binnen de

75

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 26 november 2020; RIS305593 Commissiebrief ‘Actieplan Schone Stoep 2020-2021’, Commissie Leefomgeving, 24 juni 2020; RIS258104 Commissiebrief ‘Voortgangsnota hondenbeleid 2013’, Commissie Leefomgeving, 18 april 2016; RIS260174 Commissiebrief ‘Nieuwe aanpak weesfietsen’, Commissie Leefomgeving, 18 juni 2013; RIS301791 Commissiebrief ‘Evaluatie integrale aanpak weesfietsen’, Commissie Leefomgeving, 19 februari 2019; RIS294624 Commissiebrief ‘Weesfietsenaanpak’, Commissie Leefomgeving, 29 juni 2016. 76

RIS281916 Raadsvoorstel ‘Gewijzigd voorstel van het college inzake de leefbaarheidshandhaving van de gemeentelijke buitenruimte: Doorpakken met Haagse Kracht 2015-2018’, College van Burgmeester en Wethouders, 18 april 2016. 77

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 26 november 2020.

78

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 26 november 2020.

79

RIS258104 Commissiebrief ‘Voortgangsnota hondenbeleid 2013’, Commissie Leefomgeving, 18 april 2016; RIS260174 Commissiebrief ‘Nieuwe aanpak weesfietsen’, Commissie Leefomgeving, 18 juni 2013; RIS301791 Commissiebrief ‘Evaluatie integrale aanpak weesfietsen’, Commissie Leefomgeving, 19 februari 2019; RIS294624 Commissiebrief ‘Weesfietsenaanpak’, Commissie Leefomgeving, 29 juni 2016. 80

Interviews ambtelijke organisatie.

81

Interviews ambtelijke organisatie.

29

gemeente twijfel is over het nut van onderzoek naar achterliggende oorzaken. Oorzaken achter vervuiling van de openbare ruimte zouden zo uiteenlopend zijn dat het volgens de gemeente de vraag is of het zinvol is daar focus op te leggen. Daarom zet de organisatie bewust niet in op dergelijk onderzoek: “de beschikbare middelen zijn beperkt en deze worden ingezet op de manier waarmee resultaat behaald, niet op het identificeren van achtergronden die mogelijk ten grondslag liggen aan bepaald gedrag”.82 Bevinding 5

Het college legt in de uitvoering de nadruk op handhaving, terwijl in

beleidsstukken is aangegeven dat handhaving het sluitstuk is van de aanpak. Het college geeft in verschillende beleidsdocumenten aan dat handhaving het sluitstuk is van de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. De praktijk is echter anders. Handhaving, en schoonmaken, zet de gemeente in als belangrijkste instrumenten bij de aanpak.83 Andere maatregelen, zoals het informeren en betrekken van mensen, communicatie en participatie, krijgen nauwelijks aandacht in de uitvoering. Uit de verdeling van beschikbare middelen blijkt dat het grootste deel daarvan naar handhaving en opruimen gaat. De handhavingsprogramma’s en recenter interventieprogramma’s die worden gebruikt als kader voor de aansturing van de aanpak, laten zien dat in de praktijk vrijwel alleen handhaving als instrument wordt ingezet bij het tegengaan van overlast door vervuiling van de openbare ruimte. Volgens de ‘Nota Handhaving Buitenruimte 2015-2018’ is de “kern van de handhavingsaanpak daadkrachtig optreden volgens het ‘lik-op-stuk-principe’”. “Daarnaast is er aandacht voor preventie, vroegtijdige signalering en [het] actief op bewoners en ondernemers afstappen om hulp en ondersteuning aan te bieden.”84 In het ‘Programma voor een schone stad 2021-2022’ geeft het college aan bij de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte in beginsel uit te gaan van integraliteit.

De bedoeling is daarbij de ‘kolommen’ in de keten van schoon (basis op orde hebben - betrokkenheid creëren effectief handhaven) één voor één te doorlopen. De zwaarte van de interventies die

82

Interviews ambtelijke organisatie; Reactie feitelijk wederhoor, 29 september 2021.

83

Interview ambtelijke organisatie.

84

RIS281916 Raadsvoorstel ‘Gewijzigd voorstel van het college inzake de leefbaarheidshandhaving van de gemeentelijke buitenruimte: Doorpakken met Haagse Kracht 2015-2018’, College van Burgmeester en Wethouders, 18 april 2016, p. 3.

30

de gemeente inzet, hangt volgens het college af van de oorsprong van de overlast, de doelgroep, locatie, urgentie en de ervaring met vergelijkbare overlast.85 Het ‘Programma voor een schone stad 2021-2022’ is het vervolg op het ‘Uitvoeringsplan voor een schoon Den Haag 2015-2020’.86 Ook in dit uitvoeringsplan geeft het college aan dat handhaving het sluitstuk is in de keten van schoon (basis op orde hebben - betrokkenheid creëren - effectief handhaven). Handhaven is volgens dit uitvoeringsplan het instrument waarmee ingegrepen kan worden als gebruikers van de openbare ruimte zich niet aan de regels houden en daardoor overlast veroorzaken.87 In het kader van het vergroten van de betrokkenheid gaf het college in dit plan aan te willen inzetten op het informeren en betrekken van inwoners bij de uitvoering. Het college wilde hierbij gebruik maken van (on)bewuste gedragsbeïnvloeding en zelf de gewenste norm uitdragen.88

Middelen vooral ingezet op instrument handhaving In de uitvoering geeft de gemeente minder uit aan andere maatregelen, zoals het informeren en betrekken van mensen, communicatie en participatie, dan aan handhaving. De verhouding tussen de inzet en de besteding van middelen op handhaving aan de ene kant en gedragsbeïnvloeding (communicatie en participatie) aan de andere kant maakt dit zichtbaar. Tegenover bijna € 15 mln. per jaar voor handhaving, is incidenteel voor de jaren 2021 en 2022 telkens ongeveer € 1 mln. beschikbaar voor acties om vervuiling van de openbare ruimte te voorkomen. Overigens heeft het bedrag voor handhaving betrekking op alle handhaving in de buitenruimte.89 Dus bijvoorbeeld ook op handhaving tegen parkeeroverlast. De gemeente zet naast de genoemde € 15 mln. voor handhaving, jaarlijks circa € 29 mln. in voor het reguliere reinigen van de straten.90 Daarnaast geeft de gemeente jaarlijks € 7 mln. uit voor de aanpak bijplaatsingen.91 Deze aanpak richt zich op het ‘verwijderen, onderzoeken

85

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 26 november 2020, p. 13. 86

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 26 november 2020, p. 3.

87

RIS285286 Commissiebrief ‘Uitvoeringsplan een schone stad 2015-2020’, Commissie Leefomgeving, 18 april 2016, p. 16.

88

RIS285286 Commissiebrief ‘Uitvoeringsplan een schone stad 2015-2020’, Commissie Leefomgeving, 18 april 2016, p. 14-16.

89

Handhaving buitenruimte heeft betrekking op alle vormen van overlast in de buitenruimte. De gemeente zet daarbij in op de grootste ergernissen van bewoners, zoals parkeeroverlast, rommel op straat, hondenpoep en overlast van achtergelaten fietsen (bron: RIS306159 Programmabegroting 2021-2024, 4 november 2020, p. 107) 90

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 8 december 2020, p. 33.

91

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 8 december 2020, p. 33.

31

en handhaven’ van bijplaatsingen.92 Samen met straatreiniging en handhaving is daarmee jaarlijks ongeveer € 51 mln. beschikbaar voor uitvoering gericht op vervuiling die al is ontstaan. Voor activiteiten, gericht op het voorkomen van vervuiling van de openbare ruimte, heeft het college het ‘Actieplan Schone Stoep’ opgesteld.93 Hiervoor is incidenteel voor 2021 en voor 2022 € 1 mln. beschikbaar. Met dit plan worden pilots en experimenten uitgevoerd om de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte bij te stellen en te verbeteren. Het college analyseert daarvoor locaties met relatief veel bijplaatsingen om daar passende acties in te zetten. Hiervoor is incidenteel voor de jaren 2021 en 2022 € 0,36 mln. beschikbaar. Ook ontvangt de gemeente incidenteel voor de jaren 2021 en 2022 een ‘zwerfafvalvergoeding’ van € 0,6 mln. jaarlijks. Dit geld zet de gemeente in voor communicatie- en participatieactiviteiten, zoals de publiekcampagne ‘Schoon, doen we toch gewoon?’ en het platform ‘Haagse Handen’, binnen de aanpak van zwerfafval.94 De zwerfafvalvergoeding van € 0,6 mln.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10929018/1