RIS310854 bijlage
Tekst van het document
Dit kader wordt niet als een concrete oplossingsrichting voorgeschreven maar als kwalitatieve doelstellingen waarbinnen de architectonische uitwerking op diverse
manieren vormgegeven kan worden. Hiermee is in dit PUK een bouwenvelop gegeven die streng op hoofdlijnen is maar ruimte biedt voor uitwerking en details. Kader uitwerking Tournooiveld: 1. Vorm en vormgeving moet plaatsvinden binnen footprint zoals aangegeven in dit PUK. 2. Bouwhoogte is maximaal 19m, conform huidige hoogste bouwdeel, en lager dan karakteristieke torentje. Beperkte afwijking van deze hoogte is mogelijk indien dit leidt tot een betere ruimtelijke kwaliteit, architectonische inpassing van installaties en technische benodigdheden, bruikbaarheid en geen vermindering van de bruikbaarheid van naastliggende percelen oplevert. 3. Slechts 85% van de bouwenvelop kan uit gebouwde massa bestaan. 4. Vorm en vormgeving moeten het historische torentje (2e lijn) als hoofdaccent beleefbaar houden. Hierbij ligt het torentje duidelijk achter het hoofdvolume (1e lijn) én vóór de nieuwe opbouw (3e lijn). 5. Vorm en vormgeving zorgen ervoor dat de toevoeging in de 3e lijn ligt en dat het huidige kappenlandschap van de rand bouwblok (1e lijn) primair blijft. De toevoeging maakt dus niet onderdeel daarvan uit maar is onderdeel van het achterliggend binnengebied. 6. Vorm en vormgeving maken dat de toevoeging duidelijk onderdeel uitmaakt van de achter-bebouwing, dus geen gevel als scherm. Het volume moet als geheel en rondom hoogwaardig worden vormgegeven, een alzijdig gebouw. 7.
Vorm en vormgeving zorgen ervoor dat de bestaande monumentale kap als autonoom onderdeel behouden blijft. 8. Vormgeving is zodanig dat de architectuur aan de straat primair blijft. Er ontstaat geen concurrentie tussen bestaande gebouw en nieuwe toevoeging. Aandacht gaat primair naar het monument/onderbouw. 9. Vormgeving is van zeer hoogwaardige kwaliteit, welke deze hoogwaardige stedenbouwkundige setting en rijksbeschermd stadsgezicht vereist. Een eigentijdse invulling en interpretatie van vorm en materialisatie is denkbaar.
Identiteit en logica van de opbouw: geen onderdeel van buitenrand maar van binnengebied
19m 19m 20m
Torentje is hoofdaccent, in architectuur en bouwhoogte
afbeelding Zichtbaarheid: ingetogen, maar niet anoniem. Karakteristiek en met respect voor en zich schikkend naar de context PLANUITWERKINGSKADER
33
6. SECTORALE KADERS 6.1
Vigerend juridisch kader
Het geldende bestemmingsplan is bestemmingsplan ‘Binnenhof e.o.’ (2014). De gronden ter plaatse van de ontwikkeling zijn in artikel 14 bestemd tot ‘kantoor Kantoor-2’ en in artikel 26 dubbelbestemd tot ‘Waarde – Cultuurhistorie’. Ter plaatse is geen functieaanduiding opgenomen. Conform de geldende bestemmingen mogen de gronden uitsluitend ten behoeve van kantoren gebruikt worden. De voorgenomen functies voor wonen, horeca en museum zijn strijdig met het bestemmingsplan. Voorgesteld wordt om voor deze strijdigheden van het bestemmingsplan af te wijken.
6.2
Stedenbouw en planologie
Samen voor de stad In het Coalitieakkoord 2019-2022 “Samen voor de Stad” (RIS 304121) is opgenomen dat voor stedelijke ontwikkelingen Agenda Ruimte voor de Stad leidend is. Er wordt hiermee ingezet op vergroening en verduurzaming. De locatie maakt geen onderdeel uit van het CID, de Binckhorst of Den Haag Zuidwest waardoor er geen grootschalige gebiedsontwikkeling is toegestaan. Dat betekent dat er alleen ruimte is voor “bouwof vervangingsprojecten die passen bij de bestaande bouwstijl en in de bestaande omgeving.” Kleinschalige nieuwbouw, passend bij de wijk, is het uitgangspunt voor deze locatie.
Het plangebied is aangewezen als Rijksbeschermd Stadsgezicht. De bestaande structuur en het karakter van de bebouwing en openbare ruimte, wordt als zeer waardevol beschouwd. De contouren van de bouwvlakken en de bouwhoogten zijn daarom gedetailleerd opgenomen in het bestemmingsplan plan. Ter plaatse van het geprojecteerde overkapte binnenplein is geen bouwvlak aangegeven, dit is strijdig met het bestemmingsplan. Verder wordt mogelijk op diverse locaties de maximaal toegestane bouwhoogte overschreden. Voorgesteld wordt om voor deze strijdigheden van het bestemmingsplan af te wijken onder de voorwaarden van hoofdstuk 5. Op basis van de visie en de stedenbouwkundige randvoorwaarden in hoofdstuk 4 en 5 in dit PUK wordt onderbouwd waarom afgeweken wordt van het bestemmingsplan en onder welke voorwaarden. Dit PUK dient deels om te onderbouwen dat dit overeenkomstig een Goede Ruimtelijke Ordening (GRO) is, maar ook om de punten te formuleren waaraan de GRO moet voldoen. Oftewel de toetsingsgronden voor de latere WABO-aanvraag. Het PUK is geen vrijstelling voor andere verplichtingen rond wet- en regelgeving. .
34
PLANUITWERKINGSKADER
Den Haag is een groeiende stad. De komende jaren stijgt het aantal inwoners. Er zijn daarom meer (betaalbare) woningen en voorzieningen nodig. Die willen we realiseren op zo’n manier dat de stad er beter van wordt en de leefbaarheid niet onder druk komt te staan. Winkelstraten zijn van belang voor de economie en het woongenot. Er wordt gewerkt aan aantrekkelijke en veilige winkelstraten en verloedering van straten wordt tegengaan. Den Haag is een mooi, gezonde en leefbare stad. Er wordt hard gewerkt naar een klimaatneutrale stad in 2030. Nieuwbouw en grootschalige renovatie moet klimaatneutraal worden opgeleverd. Er wordt fors geïnvesteerd in energietransitie en de verduurzaming van de gebouwde omgeving en in klimaatadaptie.
Agenda Ruimte voor de Stad De Agenda Ruimte voor de stad (RIS 295016) is het richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Met Agenda Ruimte voor de Stad kiest Den Haag voor ‘slim groeien’. Dit is nodig in een stad die volgens de prognoses tot 2040 groeit met zo’n 80.000 nieuwe inwoners, maar geen ruimte heeft voor uitbreiding buiten de bebouwde kom. Door slim te groeien wordt Den Haag aantrekkelijker, leefbaarder en duurzamer. Slim groeien betekent onder andere compacter bouwen in het centrum op goed bereikbare plekken, gecombineerd met meer groen in de buitenruimte en functiewijzigingen van leegstaande gebouwen naar andere functies. De uitgangspunten van de Agenda Ruimte voor de Stad zijn verdichten, vergroenen en verduurzamen. De vijf hoofdopgaven die in de Agenda Ruimte voor de Stad benoemd worden zijn hieronder vertaald in opgaven die voor de planlocatie/omgeving van belang zijn. 1. Ruimte voor de buitenruimte • Bij de inrichting van de buitenruimte wordt prioriteit gegeven aan kwaliteit voor fietsers, voetgangers, OV en ontmoetingsruimte. 2. Ruimte voor stedelijk wonen • Een aantrekkelijke woon- en leefomgeving is een belangrijke voorwaarde voor een economisch vitale en succesvolle stad. • De stad heeft hard gewerkt aan een compact stedelijk centrum waar veel samenkomt: wonen en werken, historie en nieuwbouw, ondernemerschap en cultuur.
Er wordt ingezet op compacte woonvormen in een stedelijke setting nabij concentraties van stedelijke voorzieningen en OV. In de binnenstad is er een kans voor intensiever gebruik van de ruimte. Deze ruimte kan worden benut voor een gemengd programma met bijvoorbeeld wonen op de verdieping. Dit draagt bij aan de levendigheid van de binnenstad.
Legenda Themakaart bestaande situatie STAAL
Bestaande daktuin Tuin
P
Bestaande boomstructuur Bestaande bebouwing Hoogtelijnen bestemmingsplan 19
Bestaande bebouwing Maximale bouwhoogte 19m
Maximum goothoogte 10.5m 10.5/18 Maximum bouwhoogte 18m
11.5/13.5
Monumentale gevel 11.5/15
17
15
Entree gebouw autoverkeer en parkeergarage Entree expeditieplek
19
Entree gebouw
8.5 19
7.5
Plangrens Ontsluiting percelen derden
8.5
P
4.5
15.5 14.5/18
7
P
In/uitgang openbare parkeergarage Verkeersrichting
18 15.5/19.5
14.5 15
18.5 18.5
14.5/19.5
18.5
0 5 10
20
N
PLANUITWERKINGSKADER
35
3. Ruimte voor (nieuwe) economie en toerisme • Investeren in ruimtelijke randvoorwaarden voor economische vernieuwing en nieuwe werkgelegenheid. 4. Ruimte voor duurzame mobiliteit • Het stimuleren van vormen van vervoer die weinig ruimte vragen en duurzaam en gezond zijn: met name lopen, fietsen en OV. • Schaalsprong OV. • Het beter verbinden van de stad met de regio, RTH Airport, Schiphol, Utrecht en Amsterdam. Daarbij gaat het om snelheid, gemak en comfort. • Voorrang geven aan de voetganger en de fietsers in de buitenruimte. 5. Ruimte voor energietransitie en klimaatadaptatie • Inzetten op energietransitie en klimaatadaptie. • Het benutten van platte daken en gevels voor zonneenergie installaties. • Vergroenen van de buitenruimte. • Betere waterafvoer en groene daken om daarmee de kans op wateroverlast en hittestress door klimaatverandering te verminderen.
11.5/13.5
11.5/15
17
15
19 8.5 7.5
19
4.5
8.5
15.5
7
14.5/18
18
14.5
15
18.5 18.5 14.5/19.5
18.5
18.5
Uitsnede bestemmingsplan Binnenhof e.o. (2014)
36
PLANUITWERKINGSKADER
15.5/19.5
6.3
Economie
Economische Visie Den Haag+ 2030; brede economische groei in een stad zonder grenzen (RIS303550)
Cultuur speelt een belangrijke rol voor de doelgroep die we
Strategie toerisme 2020-2025 - Toerisme Werk(t) voor de Stad
willen bereiken. Daarom investeren we in het onderwijs-
(RIS302975)
en cultuurcomplex aan het Spui. Het Meisje met de parel verkoopt Den Haag aan de wereld. In het Museumkwartier is
Een brede economische bloei is het hoofddoel van deze
ruim aanbod aan musea, met het Eschermuseum en nieuwe
economische visie. De uitwerking richt zich op vier strategische
museumconcepten. Dit is belangrijk voor het aantrekken van
doelen. (1) de stad aantrekkelijker maken, (2) de economische
(terugkerende) bezoekers, juist met de renovatie van het
structuur veerkrachtiger maken, (3) ondernemers groeikansen
Binnenhof.
bieden en (4) voldoende huisvesting creëren in aantrekkelijke werkmilieus.
attractieve stad is belangrijk voor bewoners, talent, bedrijven,
voor werkgelegenheid. We zetten daarom in op evenementen
instellingen en bezoekers. Evenementen, cultuur, horeca en
die economische spin-off voor de stad opleveren (ook in de
winkels maken een stad aantrekkelijk.
winter), het toeristische profiel van Den Haag versterken
•
levendigheid en toeristische aantrekkingskracht vergroten
•
de mobiliteitstransitie realiseren
•
het imago versterken
De binnenstad ontwikkelt zich hierbij verder als
en tijd en bijdraagt aan levendigheid zonder overlast. Een kwaliteitstoerist is daarnaast een ambassadeur van de stad en woon- en leefklimaat voor bewoners en internationaal talent.
deze aantrekkelijker om er te wonen of te bezoeken en zorgen
een aantrekkelijk woon-en leefklimaat scheppen
een toerist die hier geld besteedt, zich laat spreiden in plaats
draagt in positieve zin bij aan het imago en een aantrekkelijk
deze doelen en in het bijzonder aan de attractieve stad. De
•
bezoeker die optimaal bijdraagt aan de doelen van de stad:
bewoners een aanlokkelijke invulling van hun vrije tijd. Maar evenementen beïnvloeden ook het imago van de stad, maken
gemeente hierbij aan de volgende tactische doelen:
kwaliteitstoerisme. Met een kwaliteitstoerist bedoelen we een
Evenementen en festivals creëren dynamiek en bieden onze
De ontwikkelingen in de binnenstad leveren een bijdrage aan
Om de aantrekkingskracht van de stad te vergroten, werkt de
Den Haag moet dé toeristenstad van Nederland worden met
en Den Haag neerzetten als dynamische stad waar young professionals en jongeren graag verblijven, zoals festivals, concerten en topsport-evenementen.
Met onze binnenstad hebben we een sterke troef in handen. Met het historische karakter, de koninklijke flair, het Binnenhof als politiek hart van Nederland en het landelijk toonaangevende aanbod van winkels, horeca en evenementen. Bovendien hebben we met onder meer het Mauritshuis en Escher in het Paleis musea in het Museumkwartier die internationale bezoekers trekken. De komende jaren staan we voor een paar uitdagingen. De eerste uitdaging is het op peil houden
De groei van Den Haag als congresstad zet zich door,
van bezoekers tijdens de renovatie van het Binnenhof. Dat is
met een sterke spin-off in de zakelijke marketing en het
een gezamenlijke opgave voor het Rijksvastgoedbedrijf en de
mkb. Congressen versterken de kenniseconomie en de
gemeente. De tweede uitdaging is om de binnenstad meer
internationale positionering van Den Haag én leveren de stad
levendig te maken in de avonduren. Tot slot willen we dat meer
werkgelegenheid op doordat zakelijke bezoekers geld uitgeven
ondernemers profiteren van het toenemende aantal bezoekers.
aan hotels, restaurants, catering, winkels, musea en vervoer.
Belangrijk hierbij is een goede spreiding van bezoekers over
bezoekersmagneet en visitekaartje voor Den Haag.
de stad en het uitbreiden van onder meer het leisure- en
De horecasector levert een belangrijke bijdrage aan de
binnenstad kunnen bezoekers die nu vooral in Scheveningen,
levendigheid en zorgt voor werkgelegenheid. Stad en horeca zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: horeca maakt de stad. Binnen alle winkelgebieden is ruimte en stimulans voor innovatieve concepten, samenwerking en duurzaamheid. Zo kunnen retailers ook in de toekomst een goede boterham verdienen met een compleet en divers aanbod voor bezoekers en bewoners. Ambulante handel verlevendigt de stad.
museumaanbod voor gezinnen. Met meer gezinsaanbod in de Kijkduin en de Internationale Zone komen worden verleid om de binnenstad te bezoeken en langer te blijven. Nieuwe toeristische ontwikkelingen vinden bij voorkeur plaats in en rond het Museumkwartier, het Kerkplein, Chinatown en de Haagse Grachten; de randen van waar nu de meeste bezoekers komen. De verbindingsroute tussen de binnenstad en station Hollands Spoor is een belangrijke stadsentree en is kansrijk voor toeristische ontwikkeling. Daarmee wordt het toeristisch gebied uitgebreid en de binnenstad beter benut.
PLANUITWERKINGSKADER
37
Kadernota detailhandel “De Haagse hoofdwinkelstructuur
Ook een wervend uitgaansleven mag niet ontbreken in
de categorie horeca. In winkelstraten kan daghoreca het
centraal”(RIS300626)
een internationale stad als Den Haag. Het maakt de stad
winkelklimaat versterken, terwijl op een centraal plein meer op
De locatie is geen onderdeel van de hoofdwinkelstructuur
aantrekkelijk om te studeren en te wonen en is (daarmee)
de avond gerichte horeca die meerwaarde heeft.
waarop de nota van directe toepassing is. Echter de ambities
een voorwaarde voor een concurrerend vestigingsklimaat.
die de nota stelt hebben wel grote raakvlakken. Binnen de
Tegelijk is het een belangrijke conditie voor groei in toerisme.
ambitie ‘Den Haag beste winkelstad’ speelt de binnenstad een
Touroperators geven aan dat zij (het imago van) een
belangrijke rol. Tegelijk heeft de binnenstad een belangrijke
uitgaansleven in Den Haag missen en dat dit voor hen een
functie als huiskamer voor de stad en voor de regio. Om deze
reden is om (buitenlandse) toeristen niet in Den Haag te laten
functies te kunnen blijven behouden, houden we de binnenstad
overnachten. De Haagse economie loopt hierdoor bestedingen
compact, waarbij we ruimte blijven bieden voor vernieuwing
mis.
en dynamiek. De binnenstad is de locatie waar Den Haag zich profileert als internationale stad, met zijn grootstedelijke inrichting en aansprekende warenhuizen en ketens en anderzijds de bekende ‘local heroes‘. Zo spelen we in op trends: enerzijds een afnemende behoefte aan fysieke winkels, anderzijds een blijvende vraag naar vestigingslocaties voor vernieuwende concepten. We houden onze ogen open voor nieuwe trends in koop- en winkelgedrag en zetten op sterkere integratie met horeca en cultuur. Deze combinatie geeft toegevoegde waarde aan een bezoek aan de binnenstad. Hiermee wordt de consument verleid langer te verblijven Het compacte winkelgebied in Haagse setting, met bijzondere winkelconcepten, horeca, cultuur en attracties maakt de binnenstad een aantrekkelijk winkelgebied, voor inwoners, (regio)bezoekers en toeristen.
werkgelegenheid. Den Haag geeft om die redenen een hoge prioriteit aan verdere economische ontwikkeling van beide gebieden. Horeca kan daarbij een katalysator zijn, een motor om het verblijfstoerisme te stimuleren. Ruimte voor een sterk en levendig horeca-aanbod is dan ook onmisbaar.
38
PLANUITWERKINGSKADER
krijgt te exploiteren. Bestaande horecazaken in de Lange Houtstraat hebben ook deze mogelijkheid. Met de toevoeging van een restaurant op de hoek van de Lange Houtstraat uitgaanshoreca naar de Lange Houtstraat met restaurants
jury een belangrijke reden om in 2013 de Haagse binnenstad
versterkt. Een toevoeging van een restaurant op deze locatie
uit te roepen tot de beste binnenstad van Nederland. In een
zal de verbinding tussen het Plein en het Museumkwartier
tijd waarin de consument winkelen steeds meer beschouwt
aantrekkelijker en levendiger maken en meer bezoekers richting
als een vrijetijdsbesteding is deze transformatie noodzakelijk.
het Museumkwartier trekken. De horeca bij de kantoorfunctie
Horeca speelt hierin een belangrijke rol. Met terrassen
op de begane grond aan de Lange Houtstraat zal voornamelijk
brengen zij sfeer in de openbare ruimte en de gasten houden
gericht zijn op de kantoorgebruikers tijdens werktijden voor
de straten in avonduren levendig. Bovendien voorziet
koffie en lunch. Horeca categorie ‘licht’ is hiervoor voldoende.
horeca de verschillende gebieden, straten en pleinen in de binnenstad van een eigen signatuur. De horecaconcentraties op pleinen vervullen een onmisbare rol in het versterken van de winkelfunctie in de directe omgeving. Het Plein, de Grote Markt en het Buitenhof zijn hier goede voorbeelden van. Met uitbreiding van het aantal horecagelegenheden op bijvoorbeeld dezelfde functie voor hun omgeving gaan vervullen.
vitaal belang voor de Haagse economie en groei van
restaurant die zowel overdag als in de avond mogelijkheden
en de Doelenstraat wordt de overgang van het Plein met
Haagsche Bluf, Plaats en Kalhuisplaats kunnen deze pleinen
bezoekers. Daarmee zijn deze toeristische gebieden van
Hiermee wordt ruimte geboden voor het vestigen van een
van monofunctioneel naar een echte ‘destination’ was voor de
De Haagse binnenstad en Scheveningen (bad en haven) aantrekkingskracht voor inwoners, toeristen en zakelijke
wordt horeca in de categorie ‘middelzwaar’ toegestaan.
Pleinen maken de (binnen)stad: De succesvolle transformatie
Horecavisie Den Haag (RIS288645) bepalen in belangrijke mate de ‘quality of life’ en de
Op de hoek van de Lange Houtstraat en de Doelenstraat
Goede verhoudingen tussen winkels en horeca: Den Haag streeft naar een optimale balans tussen winkels en horeca die de winkelgebieden in hun kracht zet. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen winkelconcentraties in winkelstraten (hoofdwinkelstructuur), de kwetsbare uitlopers en de pleintjes en aanloopstraatjes die een belangrijke ontmoetingsfunctie hebben. Naast de verhouding tussen horeca en winkels heeft het onderscheid ook betrekking op
Kantorenstrategie (RIS300807) Het aanbod van kantoorruimte in Den Haag is in 2020, na een eerdere afname in 2019, verder gedaald naar 4,3%. Daarmee ligt het aanbod onder de gewenste frictieleegstand van 5%. Frictieleegstand (circa 5%) is wenselijk om dynamiek te behouden op de markt, voor partijen die verhuizen en/of zich willen vestigen in de gemeente. Het feit dat er een tekort aan kantoorruimte is in Den Haag, maakt dat de transformatie van onderhavige locatie vanuit Economie gevoelig ligt. De transformatie van dit kantoorcomplex ligt niet in lijn met het vigerende kantorenbeleid, waarin terughoudendheid is met transformatie van kantoren boven de 1.500 m2, zeker als deze, gelet op de locatie, in een behoefte voorziet. Echter, betreft het hier geen transformatie in de zin dat kantoren getransformeerd worden naar woningen, maar het object aangepast wordt van een monofunctioneel kantoor met een oppervlakte van 24.830 m2 bvo naar een multifunctioneel object met 10.710 m2 bvo kantoor en voorts 58 woningen, horeca en een museum. De kantorenstrategie (RIS300807) geeft aan (maatregel 2) dat transformatie van een gedeelte van een kantoor, waarbij de uitstraling van de hoofdfunctie kantoor gehandhaafd blijft, wel mogelijk blijft.
Voor de transformatie van het object van Staalbankiers geldt dit feitelijk ook: kantoorruimte heeft het grootste aandeel binnen het totale beoogde programma (meer dan 40%). Er is bij de vaststelling van het vigerende bestemmingsplan al een overweging gemaakt dat met een wijzigingsbevoegdheid kantoren onttrokken kunnen worden (wel alleen ten behoeve van woningen). Voor kantoren met een gemengde bestemming, waarbij met recht al een andere bestemming wordt toegestaan, geldt een uitzondering op de regel (maatregel 2) voor terughoudendheid. We realiseren ons hierbij dat een wijzigingsbevoegdheid een andere status heeft dan een specifieke gemengde bestemming, desalniettemin is het college van burgemeesters en wethouders ook in de huidige situatie bevoegd de wijziging (met inachtneming van regels) toe te staan.
Vanuit de kantorenmarkt is behoefte aan (middel)grote metrages, maar dan veelal in moderne multi-tenant objecten op loopafstand van het IC station. Het object aan de Lange Houtstraat heeft uitstraling en ligt direct nabij een tramhalte en is ook per auto bereikbaar. Met de voorgestelde herontwikkeling kan inhoud worden gegeven aan het realiseren van een modern multi-tenant kantoor dat tegelijk voldoet aan de hoogste standaarden van duurzaamheid. Een kantoorverzamelgebouw past bij maatregel 7 van de Kantorenstrategie RIS300807): het actief stimuleren van herontwikkeling van kantoorpanden voor de vraag en behoefte van de ‘Nieuwe economie’ en het MKB. Daarmee leent het kantoor zich bij uitstek voor bedrijven die graag gehuisvest willen zijn in het hart van het bestuurscentrum van Den Haag.
Met het gedeeltelijk behoud en herontwikkeling van kantoormeters wordt ook ingespeeld op de behoefte aan moderne metrages. Alhoewel er in het huidige kantorenbeleid er terughoudend wordt omgegaan met de onttrekking van kantoren leent de locatie zich voor het voorziene programma en past bij het (toekomstige) profiel van het Museumkwartier
Het voorstel past ook binnen de ambitie van het binnenstadsplan en de vastgestelde uitvoeringsagenda ”De binnenstad groeit 2018-2022” om de binnenstad een multifunctionele huiskamer van de stad te laten zijn waar mensen kunnen wonen, werken, winkelen, studeren en recreëren. Deze locatie ligt dusdanig strategisch in de binnenstad (nabijheid Plein, Binnenhof en het Museumkwartier) dat een combinatie van verschillende functies (horeca, kantoren, cultuur, hotel en wonen) gewenst is. In het HIT in 2019 is al vastgesteld dat: ‘Transformatie van een monofunctioneel (kantoren) naar een multifunctioneel gebouw op deze centrale locatie is zeer wenselijk. Initiatief draagt bij aan diversificatie van centrumgebied’. Maatregel 3 van de Kantorenstrategie geeft aan dat transformatieplannen met een nota van uitgangspunten of recentelijk positieve HIT uitspraak gerespecteerd moeten worden. Daarbij draagt de ontwikkeling bij aan het uitbouwen van het Museumkwartier in de omgeving van het Lange Voorhout en Binnenhof. Ook in de Kantorenstrategie (p. 10) is aangegeven dat in het Museumkwartier behoefte is aan transformeren van kantoren naar musea en gerelateerde voorzieningen.
PLANUITWERKINGSKADER
39
6.4
Mobiliteit
Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Den Haag voor de periode 2010 tot 2020 met een doorkijk tot 2030, is vervat in de ‘Haagse Nota Mobiliteit’ (HNM) (RIS 180762). De visie in de nota is er op gericht om van Den Haag een duurzaam bereikbare en een leefbare stad te maken. Dit door er voor te zorgen dat reizigers een bewuste keuze kunnen maken voor de vervoerwijze en de route die het beste bij hen past. Gerichte investeringen in het openbaar vervoer en de fiets, goede voorzieningen voor voetgangers en een bundeling en ordening van het autoverkeer, moeten er voor zorgen dat reizigers de juiste keuzes kunnen maken. Met de Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie uit 2019 is de noodzaak aangetoond dat de groeiende en verdichtende stad meer inzet nodig heeft op vormen van mobiliteit die bijdragen aan de volgende thema’s: Veilig – met de ambitie van nul verkeersslachtoffers per jaar; Efficiënt – in gebruik van ruimte en infrastructuur; Schoon – zodat het voldoet aan milieu- en klimaatambities; ‘Op maat’ – waardoor iedereen zijn of haar bestemming kan bereiken; Betaalbaar – met een mobiliteitsoplossing voor ieder budget; Verbonden – met de regio en andere metropoolregio’s in binnen- en buitenland. Dit betekent dat het in voorbereiding zijnde mobiliteitsbeleid meer focus gaat leggen op deze thema’s en deze waar mogelijk al uitgangspunt zijn in gebiedsontwikkelingen.
40
PLANUITWERKINGSKADER
Openbaar vervoer De locatie is goed bereikbaar met het openbaar vervoer. De tramlijnen 15 en 16 zijn op 200 m loopafstand en randstadraillijnen 3,4 en lijn 9 zijn op 500 m loopafstand. Het centraal station is op 600 m lopen ook nabij. Komende jaren staan binnen de gemeente Den Haag ingrijpende verbeteringen van het openbaar vervoer op stapel. Dat gebeurt aan de hand van de toekomstplannen van de MRDH voor het openbaar vervoer; de Schaalsprong OV. Voor de verbetering van de bereikbaarheid van de kuststrook met het openbaar vervoer, wordt voorgesteld om via de Koningskade-Raamweg zowel Scheveningen Bad als Scheveningen Haven en daarmee ook de Internationale Zone, beter te ontsluiten. Hiervoor wordt een nieuw hoogwaardige openbaar vervoerverbinding voorgesteld. Tegelijkertijd is in de Schaalsprong ook aandacht voor een snellere verbinding naar Den Haag Zuid-West. Ook deze locatie kan op termijn profiteren van deze verbeterde bereikbaarheid. Autoverkeer Het gemotoriseerde verkeer wil de gemeente zoveel mogelijk ordenen en concentreren op een stelsel van goed ingepaste stedelijke en regionale hoofdwegen (zie ook de Kadernota Straten, Wegen, Lanen). Dit met voldoende capaciteit om een optimale doorstroming te waarborgen. De belangrijkste toegangsroute naar de locatie betreft het Korte Voorhout dat aansluit op de Centrumring.
De Lange Houtstraat is een erftoegangsweg die aangrenzende panden en parkeergarage onder Het Plein ontsluit. Prioriteit in de Lange Houtstraat ligt op het langzaam verkeer.
Auto parkeren Zoals in paragraaf 5.3 genoemd geldt voor dit gebied de Nota parkeernormen Den Haag 2021 (RIS 309940). De bestaande garage heeft een capaciteit van 84 parkeerplaatsen. In de bestaande situatie als kantoorgebouw zou er op grond van de parkeernormen een maatgevende parkeerbehoefte zijn van 147 parkeerplaatsen (maatgevend moment is de namiddag). Er zijn geen aanwijzingen dat dit berekende tekort van 63 parkeerplaatsen zich in het verleden ook daadwerkelijk heeft gemanifesteerd. Het is waarschijnlijk dat een deel van gebruikers parkeren in de diverse openbare parkeergarages in het gebied. Tevens is het mogelijk dat de ligging in de buurt van het Centraal Station tot een lager autogebruik leidt dan waar de norm vanuit gaat. Het nieuwe indicatieve programma heeft een parkeerbehoefte op het maatgevende moment (met volle congreszaal) van 130 parkeerplaatsen. Ten opzichte van de huidige situatie neemt de parkeerbehoefte dus af met 13 plekken en hiermee wordt voldaan aan de regels omtrent salderen uit artikel 3.2 van de Nota parkeernormen. Het nieuwe programma leent zich bovendien goed voor parkeren in de openbare garages. Bezoekers van het museum of voor een congres zijn bij uitstek doelgroepen die daar gebruik van kunnen maken. De garage van het complex zal dan met name gebruikt worden door bewoners en kantoorgebruikers.
Door een deelautoconcept aan te bieden voor de bewoners van de kleine units zou de parkeervraag nog wat kunnen worden beperkt. In de garage zelf dienen 2 parkeerplaatsen voor mindervaliden te worden opgenomen op korte afstand van de lift.
Fiets Het beleid ten aanzien van de modaliteit ‘fiets’ is gevat in de recent verschenen nota “Ruim baan voor de fiets, fietsstrategie 2040”. De fiets is naast lopen en het OV een belangrijke vorm van transport om de stad bereikbaar te houden. Doel is dat het aantal verplaatsingen per fiets in 2040 met 50% is gegroeid wat met name plaatsvindt in verplaatsingen tot 7,5 km. Door het aanbieden van een aantrekkelijk hoogwaardig netwerk van veilige fietsroutes wordt het gebruik van deze vervoerswijze gestimuleerd. Binnen het stelsel van hoofdfietsroutes is een net van ‘sterroutes’ aangegeven. De sterroutes vormen de belangrijkste doorgaande routes die de woongebieden met het stadscentrum, de knooppunten van openbaar vervoer en het buitengebied verbinden. In de binnenstad is een fijnmazig netwerk van fietsroutes aanwezig, de Lange Houtstraat is daar onderdeel van en sluit aan op de sterroute langs het Toernooiveld.
Voetganger De locatie is voor voetgangers via verschillende routes te bereiken. Door de grootte van het complex zijn er verschillende ingangen noodzakelijk. Belangrijkste entrees liggen aan de Lange Houtstraat en het Toernooiveld. Een museale functie heeft een royale voetgangersruimte nodig, zodat schoolklassen of groepen zich kunnen verzamelen. In de buitenruimte aan het Toernooiveld is hier in voorzien. De ruimte voor de entrees aan de Lange Houtstraat is beperkt, dit wordt veroorzaakt door het smalle straatprofiel. Omdat deze ingangen meer druppelsgewijs worden gebruikt en de snelheid in de straat 30 km is worden hier geen knelpunten verwacht.
De gemeente Den Haag heeft in de “Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016”, normen vastgesteld voor de aanwezigheid van fietsparkeerplaatsen bij kantoren, bedrijven en voorzieningen. Tevens is de Beleidsregel Bergingen nieuwe woongebouwen Den Haag 2017 (RIS297288) van kracht. Op de locatie moet worden voorzien in een adequate stallingsvoorziening, voor zowel de werknemers, bewoners als de bezoekers op eigen terrein. Voorkomen moet worden dat de openbare ruimte rond het blok zal worden gekenmerkt door grote aantallen gestalde fietsen. Op grond van de woningverdeling in het plan is een gezamenlijke stalling nodig van 103 fietsplekken. Deze dienen een eigen entree te krijgen(dus niet via een autogarage). Voor de gebruikers van de kantoren, horeca en museum zijn op het maatgevende moment 320 plekken nodig. Omdat de entree voor het Museum aan het Toernooiveld ligt is het noodzakelijk om hier 30 fietsplekken op maaiveld te maken, het is niet aannemelijk dat bezoekers gebruik gaan maken van de voorziening aan de Doelensteeg of Lange Houtstraat. De overige plekken dienen inpandig op eigen terrein te worden ondergebracht.
PLANUITWERKINGSKADER
41
6.5
Duurzaamheid
Nota ‘Duurzaamheid. Schone energie in een groene stad’ (RIS 301829) Deze nota geeft richting aan het beleid voor vier belangrijke thema’s, namelijk die van energie, mobiliteit, leefomgeving en grondstoffen. De aanpak voor elk van deze thema’s is op hoofdlijnen beschreven voor de periode van 2019-2022. In deze nota brengt de gemeente haar ambities voor deze thema’s bij elkaar. Tegelijkertijd wil het stadsbestuur samenwerken met mensen en bedrijven in de stad. Duurzaam denken en doen is geen eenrichtingsverkeer: initiatieven in de stad kunnen (meer) ondersteuning gebruiken, succesvolle proefprojecten kunnen uitgebreid worden en mensen in de stad kunnen zelf meer doen. Deze nota laat het einddoel van de gemeente zien en de weg daarnaartoe. De herontwikkeling van het Staal-complex kan bijdragen aan de onderstaande doelstellingen uit deze nota (ingedeeld per thema): Energie Nieuwe energie: De realisatie van de energiebronnen en bijhorende infrastructuur ligt bij externe partijen, maar dient aan te sluiten bij de Transitievisie Warmte die momenteel in de maak is. Besparen en opwekken: Project duurzame daken: De ambitie hiervan is dat ieder geschikt dak benut wordt door zonnepanelen, zonneboilers, en is ‘groen, blauw dak’ of witkleurig dak.
Aardgasvrij: De ambitie is om niet alleen de nieuwbouw, maar ook de bestaande bouw aardgasvrij te maken en in te zetten op duurzame, hernieuwbare bronnen van energie en warmte.
42
Samenwerken met de stad De gemeente ondersteunt initiatieven van wijkbewoners die zelf aan de slag zijn of willen met schone energie. Een samenwerking van de toekomstige eigenaar met omwonenden kan via deze weg worden ondersteund. De gemeente maakt afspraken met grote Haagse bedrijven over hun rol bij verduurzaming. Dat zijn afspraken over hun eigen overstap naar schone energie, over besparing, maar ook over het gebruik van hun kennis en ondersteuning bij projecten inPLANUITWERKINGSKADER de wijken.
Leefomgeving Iedere wijk een plan voor hitte en wateroverlast: De gemeente gaat de uitkomsten van de stresstesten uit 2019 vertalen in een stadsbrede aanpak om extreme hitte en wateroverlast te beperken. Puntensysteem Groen- en Natuurinclusief bouwen (RIS 301953) Het College van Burgemeester en Wethouders wil groen- en natuurinclusief bouwen in de stad bevorderen. Het levert een bijdrage aan de instandhouding van soorten, aan de klimaatopgave door vermindering van hittestress en wateroverlast, aan de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend aan het welzijn en de gezondheid van mensen. Het puntensysteem wordt stapsgewijs ingevoerd als verplichting bij nieuwe bouwplannen. Als de (toekomstige) eigenaar zich op het gebied van duurzaamheid wil profileren, is het toepassen van het puntensysteem (‘Puntensysteem Groen- en natuurinclusief bouwen’) een manier om de duurzaamheidsambitie op een relatief eenvoudige manier te vergroten. Op basis van huidig beleid (een ontwikkeling groter dan 2.000m2) zou STAAL moeten voldoen aan de verplichtingen van het puntensysteem.
Aangezien het hier hoofdzakelijk om interne verbouwing gaat, de hoeveelheid nieuwbouw zeer gering is, een groot deel van het complex (monumentale) karakteristieke waardes kent, het project in een dichtbebouwde binnenstedelijke context ligt én het complex in principe geen maaiveld ruimte ter beschikking heeft, kan niet gewerkt worden met het reguliere puntensysteem en bijbehorende maatregelen. Met de ontwikkelaar worden nadere afspraken gemaakt op welke wijze maatwerk geleverd kan worden zodat ook het complex STAAL goed kan bijdragen aan de doelstelling van het beleid Natuurinclusief bouwen.
Groene en klimaatbestendige stad Doordat het weerpatroon grilliger wordt, zullen extreme neerslag, harde wind, droogte en hitte vaker voorkomen. Voor het behoud en versterken van een goed leefklimaat in de stad, komt er meer ruimte voor groen en water in de stad. Bij gebiedsontwikkelingen staat voorop dat de openbare ruimte “klimaatadaptief” is. De gemeente wil meer natuurlijke beplanting, groene daken, verticaal groen en geveltuintjes creëren, met name in de meest versteende wijken, zoals het centrum. Er bestaat een subsidieregeling voor groene daken. Ook deze locatie kan bijdragen aan de bovengenoemde doelen. Om inzicht te krijgen in de gevolgen van klimaatverandering op de stad, zijn er zogenaamde stresstesten uitgevoerd. Zoals te
zien op de stresstestkaarten (Klimaatatlas | Denhaag) is er bij extreme neerslag wateroverlast in de directe omgeving van de locatie. De wateroverlast kan ernstige gevolgen hebben voor de- veiligheid en toegankelijkheid van de locatie en directe omgeving. Om wateroverlast te voorkomen is het van belang de sponswerking van de stad te vergroten, door te vergroenen, water vast te houden en bergen waar het valt, en als laatste optie vertraagd af te voeren. Bij grote hitte blijkt er in de directe omgeving van de locatie aanzienlijke hittestress op te treden, wat de leefbaarheid nadelig beinvloed. Het is niet prettig verblijven in een dergelijke warme omgeving. Hittestress kan worden tegengegaan door het vergroenen en daarmee verkoelen van het gebouw en de omgeving, door verdamping, beschaduwing en voorkomen van warmteaccumulatie. Maatregelen als groene daken, groene gevels, lichte materialen kunnen hittestress helpen tegengaan. Openbare ruimte wordt klimaatbestendig Bij gemeentelijke herinrichting van de openbare ruimte is het uitgangspunt dat we inzetten op “het regenwater vasthouden en infiltreren op de plek waar het valt”. We werken dit verder uit in de kadernota ‘Openbare Ruimte’ en het ‘Handboek Openbare Ruimte’. De herontwikkeling van deze locatie biedt kansen de directe omgeving te verbeteren, bijv. door ontharding van de Lange Houtstraat.
Door groen toe te voegen in de vorm van bomen met flinke boomspiegels en groen langs de gevels, wordt de straat klimaatbestendiger en ontstaat een prettiger leef- en verblijfsklimaat. Bij rioolvervanging, nieuwbouw en gebiedsontwikkelingen wordt afstromend schoon regenwater zoveel mogelijk in het gebied vastgehouden en benut. De gemeente blijft bewoners en private partijen stimuleren om op eigen terrein waterbergende maatregelen te treffen, bijvoorbeeld door het “ontstenen” van tuinen (Operatie Steenbreek) en het vergroenen van daken en schoolpleinen (regeling groenblauwe schoolpleinen).
Schoner en stiller We onderzoeken de mogelijkheden voor duurzame energievoorzieningen bij bouwwerkzaamheden waarna deze kunnen worden toegepast in onze opdrachten. Ten aanzien van (ver)bouwprojecten van derden onderzoeken we welke middelen we kunnen inzetten, bijvoorbeeld via overleg met particuliere opdrachtgevers. De locatie valt binnen de milieuzone van Den Haag, deze geldt o.a. voor vrachtverkeer, bussen, dieselauto’s en oude brommers en wordt stapsgewijs aangescherpt. Alle logistiek in de binnenstad dient vanaf 2025 emissieloos plaats te vinden. De toekomstige gebruikers van deze locatie kunnen onderzoeken om zich aansluiten bij het Platform Stedelijke Distributie en gebruik te maken van de Haagse Logistieke Hub. Den Haag zet in op mobiliteitstransitie aan de hand van het STOMP-principe. Deze ontwikkeling dient in te zetten op goede en veilige bereikbaarheid voor voetgangers, fietsers en gebruikers van het openbaar vervoer, zodat actieve mobiliteit gestimuleerd wordt en autogebruik ontmoedigd. De herontwikkeling van deze locatie biedt kansen de directe omgeving te verbeteren, bijv. door de Korte Vijverberg en Lange Houtstraat wandel- en fietsvriendelijker in te richten. Grondstoffen Van afval naar grondstoffen: Samen met andere gemeenten en marktpartijen onderzoeken we of het mogelijk is een consortium op te richten dat zich richt op het hergebruik van restafval.
Afval / circulaire economie De komende jaren blijft Den Haag voorloper op het gebied van de circulaire economie. Circulariteit gaat over waardebehoud, waarbij verspilling van grondstoffen wordt tegengegaan en er wordt voor maximaal hergebruik van materialen in en door de stad gezorgd. De gemeente helpt bij het inventariseren en koppelen van bedrijven die (samen) circulair kunnen werken. Er wordt ingezet op maximale en hoogwaardige bronscheiding. Deze locatie zal bij de (verbouw en) nieuwbouw kunnen bijdragen aan circulair bouwen, door sloopmaterialen zo
hoogwaardig mogelijk te hergebruiken in de nieuwbouw en bij nieuwe materialen zoveel mogelijk in te zetten op biobased materialen als duurzaam hout. Conform de afgesproken werkwijze is het planvoorstel behandeld in het Haags Duurzaamheidsteam, het verslag is opgenomen in de bijlage 1.
6.6
Milieaspecten
6.6.1 Waterparagraaf Waterbeheerplan 2016-2021 Strategie richting een toekomstbestendig en samenwerkingsgericht waterschap In het Waterbeheerplan heeft het Hoogheemraadschap Delfland (HHD) de ambities en doelstellingen voor de komende jaren vastgelegd. Voor de zorgplicht voor “droge voeten”, “stevige dijken” en “schoon water”, zijn meerjarenprogramma’s opgesteld die doorlopen in de planperiode tot 2027. Het HHD zet in op stedelijk waterbeheer en samen met gemeenten werken zij aan klimaatadaptatie. Het plangebied valt binnen het beheergebied van het HHD. Belangrijk uitgangspunt is dat de waterhuishouding door ruimtelijke veranderingen niet mag verslechteren (het standstill beginsel). Indien de verharding van het perceel (op maaiveldniveau) toeneemt, zal deze gecompenseerd moeten worden. Eventuele toename van verharding moet in de nieuwe situatie (in principe) volledig gecompenseerd worden op eigen terrein door middel van groen. Watertoets Eén van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is de watertoets. Het HHD toetst bouwinitiatieven en herinrichtingsplannen aan het nationaal waterbeleid en het ‘Provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2016-2021’. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen. Dit moet
PLANUITWERKINGSKADER
43
gebeuren bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het HHD heeft hiervoor voor gemeenten de ’Handreiking Watertoets’ opgesteld. In de Handreiking Watertoets (www.hhdelfland.nl/watertoets) worden de randvoorwaarden en uitgangspunten voor een plan per thema toegelicht en op welke wijze deze in het plan dienen te worden verwerkt. Delfland hanteert bij de watertoets twee uitgangspunten: 1. het standstill beginsel: ruimtelijke ontwikkelingen worden waterneutraal aangelegd zodat de waterhuishouding minimaal even goed blijft functioneren. 2. bij ruimtelijke ontwikkelingen worden kansen benut die zich voordoen om bestaande knelpunten te helpen oplossen of die het watersysteem verbeteren. Waterberging is in de beoogde situatie mogelijk door groen oppervlak toe te voegen met (dak)tuinen en groene daken. Waterbergingsvisie Den Haag Volgens de Waterbergingsvisie Den Haag is de planlocatie in het Centrum van Den Haag onderdeel van het boezemgebied. Door de relatief hoge ligging van het boezemgebied in Den Haag en door de reeds uitgevoerde maatregelen, voldoet dit deel van de stad aan het gewenste beschermingsniveau voor wateroverlast. Door het geringe oppervlak aan open water in het gebied zijn de mogelijkheden om wateroverlast te bestrijden binnen het deelgebied Centrum beperkt.
In het centrumgebied moet vooral worden ingezet op het vasthouden van regenwater, bijvoorbeeld door de aanleg van groene daken en door het verminderen van verharding, of door het toepassen van halfverharding. Dit helpt de overstortvolumes uit de gemengde riolering te beperken en de belasting op de boezem te verminderen. Het terugbrengen van oppervlaktewater in dit gebied biedt kansen, maar is niet eenvoudig te realiseren.
44
PLANUITWERKINGSKADER
6.6.2 Riolering (DSB)
6.6.3 Bezonning en windklimaat
Uitgangspunt voor het rioleringsbeleid is het ‘Integraal
Voor het initiatief is geen bezonningsonderzoek of
Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025’ (RIS306620). De
windhinderonderzoek nodig conform de criteria van dit beleid
ontwikkelaar wordt verzocht zo vroeg mogelijk in het planproces
(RIS170509). Er is sprake van een beperkte toename van
contact op te nemen met de afdeling Riolering van de Dienst
bebouwingshoogte, op afstand van de openbare ruimte, en er
Stadsbeheer om de overnamepunten/aansluitingen op de
zijn geen woningen in de nabijheid, die geraakt kunnen worden
riolering af te stemmen.
door een nieuwe schaduwwerking.
Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast vanuit
6.6.4 Lucht- en geluidkwaliteit (DSB, ODH)
de openbare ruimte bij extreme neerslag toe. Let bij ontwerp
Luchtkwaliteit
van het gebouw, dat de juiste voorzieningen (bouwkundig,
In de Wet milieubeheer (Wm) zijn kwaliteitseisen voor
indeling, inrichting en/of ruimte gebruik) getroffen worden om
de buitenlucht opgenomen. In artikel 5.16 van de Wm is
wateroverlast of schade te voorkomen. Op webpagina https://
vastgelegd dat voor een plan dat ‘niet in betekenende mate’
denhaag.klimaatatlas.net/ kunt u nagaan of uw gebied gevoelig
(NIBM) bijdraagt aan de luchtkwaliteit, geen uitgebreid
is voor wateroverlast.
luchtkwaliteit onderzoek uitgevoerd hoeft te worden en het plan doorgang kan vinden. Met andere woorden, draagt een project
Werken aan duurzaamheid betekent voor de riolering dat meer
niet of niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging,
rekening gehouden dient te worden met:
dan is er geen belemmering.
•
Het voorkomen dan wel het scheiden van afvalwaterstromen aan de bron,
De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en
•
Meer oog te hebben voor hergebruik,
kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het
•
Het terugdringen van energiegebruik,
slechts in geringe mate, ofwel ‘niet in betekenende mate’
•
Het voorkomen dat schoon water vuil wordt.
(NIBM), leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De
Hierbij is het gebruik van schadelijke stoffen voor het
grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de
oppervlaktewater, zoals koper, zink en bitumineuze
grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Grotere projecten die
dakbedekking, niet toegestaan.
‘in betekenende mate’ bijdrage, kunnen worden opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit
Duurzaam denken en doen komt zo terug in het ontwerp, de
(NSL). Dit als is aangetoond dat de effecten van dat project
aanleg, het beheer en het gebruik van de riolering. Afkoppelen
worden weggenomen door de maatregelen van het NSL. Met
van hemelwater is een voorbeeld van een aanpak, waarmee
projecten die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de
zoveel mogelijk bij de bron wordt voorkomen dat water vuil
luchtverontreiniging is rekening gehouden in de autonome
wordt, dat water wordt vastgehouden op de plaats waar het
ontwikkeling van de luchtkwaliteit.
valt en waarmee gemalen en zuiveringsinstallaties niet onnodig worden belast met het verwerken van schoon hemelwater.
Het Besluit en de Regeling ‘niet in betekenende mate’, bevatten
Milieuzonering
waar herinrichting en/of nieuwbouw plaatsvindt en waar nog
criteria waarmee kan worden bepaald of een project wel of
Bedrijven kunnen voor geluid- en geuroverlast zorgen. Het
geen onderzoek en/of sanering heeft plaatsgebonden, zal
niet als ‘in betekenende mate’ moet worden beschouwd. NIBM
plan voorziet in horeca van categorie licht en middelzwaar.
bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd en eventueel
projecten kunnen - juridisch gezien - zonder toetsing aan
Als de horecavoorziening direct grenst aan woningen of een
gesaneerd moeten worden. De noodzaak van onderzoek is
de grenswaarden, voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit,
andere geluidgevoelige bestemming dient bij het ten gehore
afhankelijk van het plan. Wanneer de bodem wordt geroerd of
uitgevoerd worden. Het betreft onder andere de onderstaande
brengen van muziek nader akoestisch onderzoek plaats te
grond wordt verzet, bijvoorbeeld voor een nieuwe fundering is
gevallen, waarbij een project als NIBM wordt beschouwd:
vinden. De afvoer van bak- en frituurdampen dient tot tenminste
bodemonderzoek noodzakelijk.
2 meter boven de hoogste daklijn van binnen 25 meter Woningbouw:
van de uitmonding gelegen geurgevoelige objecten te zijn
In de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende
•
1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg.
geprojecteerd. Ook voor de museale functie is het voorkomen
bodemonderzoeken uitgevoerd in verband met aangetroffen
•
3.000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met
van hinder wenselijk. De bovengenoemde aandachtspunten
verontreinigingen, herinrichting en/of bouwplannen. Op 23
een gelijkmatige verkeersverdeling.
gelden ook voor horecafuncties gelegen buiten het plan, voor
locaties is daaruit gebleken dat er sprake is van een geval van
Kantoorlocaties:
zover deze in de directe nabijheid liggen. De afvoerkanalen
ernstige bodemverontreiniging.
•
100.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1
van Cafe restaurant Schlemmer en Het Kabinet liggen aan de
Hiervan is sprake bij een gemiddelde overschrijding van
ontsluitingsweg.
achterzijde van de betreffende panden, op meer dan 25 meter
de interventiewaarde in meer dan 25 m3 vaste bodem en/
200.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 2
van het plan. Deze vormen dus geen belemmering.
of 100 m3 grondwater (bodemvolume). Voor negentien van
•
ontsluitingswegen met een gelijkmatige
deze gevallen is een saneringsplan ingediend waarmee is 6.6.5 Bodem)
ingestemd. Achttien van deze saneringen zijn al afgerond.
Op 1 januari 2006 is de wijziging van Wet bodembescherming
Eén sanering is nog in uitvoering. Vier van de gevallen zijn
De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op een
(Wbb) in werking getreden. Vertrekpunt van de nieuwe
nog niet gesaneerd. De sanering van deze gevallen is niet
ontwikkeling met minder dan 3000 woningen, maar heeft ook
Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van
spoedeisend omdat de verontreiniging geen risico’s oplevert
betrekking op circa 1730 m² aan economisch programma.
bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt
voor mens en milieu. Ter plaatse van de gesaneerde gevallen
Hoewel het project zeer waarschijnlijk als een NIBM project kan
meegenomen in de ontwikkeling, dan wel herontwikkeling
zijn plaatselijk restverontreinigingen achtergebleven waardoor
worden aangemerkt dient dit te worden aangetoond (NIBM-
van het plangebied of de projectlocatie. De wettelijke
hier gebruiksbeperkingen gelden. De bodem ter plaatse van alle
tool).
doelstelling is functiegericht. De gewijzigde wet houdt rekening
gevallen (al dan niet gesaneerd) is wel geschikt voor het huidige
met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de
gebruik.
Geluid
verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen:
Niet alle verdachte deellocaties in het plangebied zijn
De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen met betrekking tot
•
voldoende onderzocht. Voor die delen van het plangebied
de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten. Winkels
voorgenomen gebruik;
waar herinrichting en/of nieuwbouw plaatsvindt en waar nog
zijn geen geluidsgevoelige objecten, woningen zijn dit wel.
•
geen onderzoek en/of sanering heeft plaatsgevonden, moet
De ontwikkeling ligt binnen het invloedsgebied van meerdere
van de verontreiniging;
bodemonderzoek worden uitgevoerd en eventueel gesaneerd
wegen. De ontwikkelaar heeft een quickscan aangeleverd.
•
worden. Ook zijn er locaties waarvan het uitgevoerde
verkeersverdeling.
het geschikt maken van de bodem voor het het beperken van blootstelling aan en de verspreiding het treffen van de beheersmaatregelen.
bodemonderzoek niet meer actueel is (ouder dan vijf jaar).
De conclusie van de quickscan is dat er met de nodige maatregelen aan de eisen kan worden voldaan, maar dat
Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare
Indien voor deze locaties bouwplannen/herinrichtingsplannen
er nader akoestisch onderzoek nodig is voor geluid van
risico’s, die samenhangen met het huidige en toekomstige
zijn moeten deze bodemonderzoeken geactualiseerd worden.
wegverkeer, eigen en omliggende horeca en eigen installaties.
gebruik van de bodem. Voor die delen van het plangebied
PLANUITWERKINGSKADER
45
6.6.6 Flora en Fauna Voor het plangebied is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (mei 2019). Hieruit is naar voren gekomen dat de gebouwen mogelijk geschikt zijn als verblijfplaats voor gierwaluwen en heeft het plangebied een mogelijke functie als verblijfplaats en/of foerageergebied voor vleermuizen. Conform wettelijke vereisten is in de zomerperiode van 2019 vervolgonderzoek uitgevoerd. Hieruit is naar voren gekomen dat de gebouwen geen functie vervullen als verblijfplaats voor gierzwaluwen en vleermuizen. Het plangebied is wel geschikt als foerageergebied voor vleermuizen (ruige- en gewone dwergvleermuis), maar geldt niet als essentieel foerageergebied. In het kader van de zorgplicht is het van belang dat vleermuizen gedurende de sloop- en bouwwerkzaamheden gebruik moeten kunnen blijven maken van het gebied. Dit betekent dat eventuele bouwverlichting in de periode april t/m oktober in de avond- en nachtelijke uren gedoofd is. Na realisatie moeten vleermuizen gebruik kunnen blijven maken van het gebied. Dit betekent dat gevels en/of binnenterreinen donker blijven. Aanvullend vragen wij de initiatiefnemer een bijdrage te leveren aan het behoud en versterking van stedelijke biodiversiteit door het creëren van verblijfplaatsen voor vleermuizen en gierzwaluwen en hierover advies in te winnen bij een ecologisch adviesbureau.
Zie het puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen voor nadere informatie.
depositie als gevolg van dit initiatief lager dan de grenswaarde
bescherming is gericht, niet overal gelijk van aard en gewicht.
van 0,00 mol (0,004 of lager) per hectare per jaar, dan hoeft de
De te beschermen waarden van het plangebied worden in het
initiatiefnemer geen vergunning aan te vragen. De concentratie
aanwijzingsbesluit en de daarbij behorende toelichting, als volgt
dient tot 3 decimalen berekend te worden. Bij 0,01 mol (0,006
gewaardeerd:
of hoger) is een vergunning vereist en zijn compenserende
- Ondanks veranderingen is de ontwikkelingsgeschiedenis van
maatregelen aan de orde. (actiepunt)
het stadscentrum van Den Haag nog volop waarneembaar en herkenbaar. Het centrum manifesteert zich als afzonderlijke
6.6.7 Externe veiligheid
eenheid binnen het totale stedelijke gebied vooral door zijn
Het plan ligt buiten het invloedsgebied van stationaire
grotendeels intact gebleven omgrachting.
risicobronnen (bijvoorbeeld LPG-tankstations), buisleidingen
- In structuur en beeld is het historisch gegroeide drieluik van
alsmede een transportroute gevaarlijke stoffen.
regeringscentrum, burgerlijke centrum en centrum van handel
Er zijn geen risicobronnen of buisleidingen aanwezig of
en nijverheid, nog goed herkenbaar in de stadsdelen Binnenhof
geprojecteerd waarvan de veiligheidscontouren op grond van
en omgeving, Sint Jacobskerk e.o., en de ‘waterstad’ ten zuiden
het Besluit externe veiligheid inrichtingen en de bijbehorende
van de Nieuwe Kerk.
regeling geheel of gedeeltelijk in het plangebied zijn gelegen.
- Het Binnenhof en omgeving vormt een uitzonderlijk gevarieerd
Er is geen noodzaak voor onderzoek naar het groepsrisico.
geheel van grote openbare ruimten, waaraan voorname, relatief grootschalige en vaak zeer monumentale bebouwing
6.7
Monumentenzorg en Welstand
woonhuizen en openbare en bijzondere gebouwen met een
Delen van het plangebied zijn op 5 juli 1971 door de minister
specifieke functie.
van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk en de minister
- In het grootste deel van het beschermde stadsgezicht is
van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aangewezen als
het historische karakter in grote mate bewaard gebleven.
Rijksbeschermd stadsgezicht “Binnenhof e.o.”, St. Jacobskerk
Daar zijn bovendien in het algemeen ook de vormgeving
e.o. en Willemspark (I). Op 28 juni 1994 is ook het overige
van de bebouwing van betekenis, evenals de profilering en
plangebied aangewezen als rijksbeschermd stadsgezicht “ ‘s
inrichting van de openbare ruimte en de verkavelings- en
Gravenhage uitbreiding”, zoals is omschreven in de toelichting
bebouwingsstructuur.
bij dit besluit om het centrum van Den Haag aan te wijzen als beschermd stadsgezicht in de zin van artikel 1, onder g van de
Kenmerkend voor de ruimtelijke opbouw en daarmee het
Natura 2000 / stikstofdepositie
Monumentenwet 1988.
stedelijke karakter zijn de aan alle zijden gesloten bouwblokken
Op de locatie is géén regelgeving met betrekking tot de ‘externe
Doel van de aanwijzing is de karakteristieke met de historische
waarin de bebouwing ononderbroken direct aan de straat staat
werking’ Natura 2000 van toepassing. De initiatiefnemer is
ontwikkeling samenhangende structuur en ruimtelijke kwaliteit
en waarbinnen erven en tuinen liggen besloten. Bij de grotere
verplicht om de stikstofeffecten van het project door te laten
van het gebied te onderkennen als zwaarwegend belang bij
bouwblokken worden de binnenterreinen meestal ontsloten
rekenen met het rekenmodel AERIUS. De ODH gebruikt
de verdere ontwikkelingen binnen het gebied. De aanwijzing
door smalle steegjes of poorten in de gesloten randbebouwing.
AERIUS bij het beoordelen van de aanvraag. Toegedeelde
beoogt op die wijze een basis te geven voor een ruimtelijke
ontwikkelingsruimte wordt geregistreerd in AERIUS Register,
ontwikkeling die inspeelt op de aanwezige kwaliteiten, daarvan
Het bebouwingsbeeld wordt sterk gedomineerd door 18de- en
zodat deze niet nog eens kan worden uitgegeven. Is de
gebruik maakt en daarop voortbouwt.
19de-eeuwse lijstgevels. Bebouwing van minder dan twee
Binnen het beschermde gezicht zijn de belangen waarop de
46
is gesitueerd, bestaande uit een afwisseling van statige
PLANUITWERKINGSKADER
Legenda Themakaart monumenten STAAL Contour bestaande bebouwing Ontwikkeling binnen de bestaande gebouwvorm Nieuwe gebouwvorm
o urn
Bestaande bebouwing (omgeving)
eld oiv
Rijksmonument
To
Karakteristiek pand Karakteristiek hof
6
5
Historische toren
4 2
Monumentale gevel
3
Historische gevelparcelering
ge Lan
7
Toegang tot Karakteristieke hof vrij houden
traa
uts
Ho t
5 8
3
Huisnummer Plangrens
4
3
rg
rbe
e Vijv te Kor
4
2
n Plei
0 5 10
20
N
PLANUITWERKINGSKADER
47
lagen komt aan de openbare straten slechts sporadisch voor,
Wat betreft wijzigingen in het beeld van het beschermde
Zoals is toegelicht in de projectomschrijving in Hoofdstuk 1
op besloten binnenterreinen echter des te meer.
stadsgezicht dienen bij het Tournooiveld de volgende zaken in
van deze PUK, gaat de herontwikkeling uit van 57 woningen.
De variërende bouwhoogte manifesteert zich meer in de
acht genomen te worden:
In de Woonagenda is de eis opgenomen dat bij een nieuwe
pandsgewijs verspringende gootlijsten dan in de hoogt van de
•
Vorm en vormgeving moeten de toren beleefbaar houden
ontwikkeling, 30% van het woningbouwprogramma een sociale
als hoofdaccent achter het hoofdvolume.
huurwoning dient te zijn. Bij de 30% sociaal ligt het primaat bij
Vorm en vormgeving zorgen ervoor dat de toevoeging in
de woningcorporaties. Echter geldt deze eis alleen bij plannen
de tweede lijn ligt en dat het huidige kappenlandschap
met meer dan 80 woningen. Dit in verband met de haalbaarheid
Een aantal panden heeft een monumentenstatus:
primair blijft. Het mag dus niet onderdeel daarvan uit
van een plan.
•
Tournooiveld 4 Rijksmonument)
maken.
Voor de herontwikkeling gelden de volgende beleidseisen uit de
•
Tournooiveld 5 (Rijksmonument)
Vormgeving is zodanig dat de architectuur aan de straat
Woonagenda:
•
Lange Houtstraat 8 (Rijksmonument)
primair blijft.
•
•
Vormgeving is van zeer hoogwaardige kwaliteit.
tussen de liberalisatiegrens en de €985 (prijspeil 2020).
•
kappen die daar deels achter schuilgaan en in het gevelbeeld een tamelijk ondergeschikte rol spelen.
•
•
20% van de woningen heeft een middeldure huur
Vorm en vormgeving maken dat de toevoeging duidelijk
Hiervan ligt de helft tussen de liberalisatiegrens en €880 en
monumenten bouwhistorische opnames gemaakt te worden
onderdeel uitmaakt van de achter-bebouwing, dus geen
de andere helft tussen €880 en €985 (prijspeil 2020). Deze
aan de hand waarvan toekomstige plannen getoetst kunnen
gevel als scherm. Het volume moet als geheel en rondom
bedragen worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van CPI
worden.Daarnaast betreft Lange Houtstraat 26 een pand dat
hoogwaardig worden vormgeving
alle huishoudens volgens de ‘jaar-op-jaarmethode’, reeks
Bij ontwikkeling en transformatie dienen voor genoemde
2019=100 + 1%. De huur mag jaarlijks stijgen met dezelfde
gewaardeerd is in de inventarisatie van post 65-architectuur. Hierbij is vooral de gevel van waarde geschat.
6.8
Wonen
indexatiemethode. De middeldure huurwoningen worden minimaal 20 jaar verhuurd met een middeldure huur, ook na mutatie. De gemeente wordt gedurende deze 20 jaar jaarlijks
Het Haagse Woonbeleid is vastgelegd in de Woonagenda
ingelicht over de huurprijzen. Naast een aandeel middeldure
2020-2023 ‘Haags samen wonen’. Er heerst in Den Haag
huur streeft de initiatiefnemer naar een aandeel van minimaal
een grote druk op de woningmarkt. In de Woonagenda
20% betaalbare koop. Een betaalbare koopwoning heeft een
worden maatregelen genomen om deze druk te verlichten.
prijs < € 310.000 (prijspeil 2020, jaarlijks te indexeren door
De Woonagenda is ingedeeld in vier thema’s die elk eisen
Regionale Tafel Wonen).
en wensen bevatten met betrekking tot nieuwbouw. Naast de
•
kwantitatieve behoefte en de doelstelling om de woningnood
bestaat het risico dat bewoners hier passanten worden
te verminderen door te verdichten is er ook behoefte om
zonder binding met de omgeving. Om dit te voorkomen geldt
de kwaliteit van de woningen en de woonomgeving te
dat maximaal 20% van de woningen een kleine woning
verduurzamen, te verbeteren en nieuwe woonmilieus te
mag zijn met een woonoppervlak van maximaal 40m2
creëren. De kwantitatieve verdichtingsopgave vraagt om een
GBO in het centrum. Uitzondering hierop is mogelijk voor
kwalitatief ruimtelijke goede inpassing van wonen, parkeren,