CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310829 Bijlage 2 Bestuursplan 2021-2025 De Haagse Scholen

Commissie Samenleving 23 december 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken16.858 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

-

De invoering van de nieuwe methodiek van bekostiging van achterstandsleerlingen heeft gezorgd voor aanpassingen in de bekostiging vanaf schooljaar 2019/2020, met een overgangsregeling van drie jaar. Het CBS berekent jaarlijks opnieuw de onderwijsachterstandscores per school. Derhalve is meerjarig begroot op de schoolgewichten per 1/10/2019, de laatste bekende stand op het moment van begroten.

-

Vanaf 1 januari 2023 voert het Rijk naar verwachting de aangekondigde vereenvoudiging van de Rijksbekostiging door. In de begroting is hier nog geen rekening mee gehouden. Op basis van de huidige plannen lijkt het financieel risico van de nieuwe bekostiging beperkt voor De Haagse Scholen op bestuursniveau. Voor individuele scholen kunnen verschillen tussen de huidige en nieuwe bekostiging groter zijn.

-

De prestatiebox middelen vervallen vanaf schooljaar 2021/2022. Daarvoor in de plaats wordt een deel van de lumpsum bekostiging opgehoogd, een ander deel wordt door het Rijk beschikbaar gesteld aan de schoolteams voor professionalisering. Per saldo blijven de middelen ongeveer gelijk. Op het moment van begroten was dit proces, vergelijkbaar met de inzet van de werkdrukmiddelen, nog niet doorlopen binnen de scholen. Derhalve zijn de prestatiebox middelen in deze begrotingsversie nog op de “oude” wijze verwerkt.

Overige subsidies OCW De overige subsidies OCW omvat rijksbijdragen met een bijzondere doelstelling of doelgroep en derhalve een separate verantwoording. Het betreft bijvoorbeeld bijdragen voor de Bijzondere bekostiging asielzoekers en andere vreemdelingen en de Lerarenbeurs (voor vervanging van leerkrachten bij een (gesubsidieerde) studie, eenmalig in hun carrière). Deze subsidies kennen een relatief korte looptijd en de verwerving van toekomstige, nieuwe subsidies is onzeker. In de meerjarenbegroting zijn deze derhalve behoedzaam begroot, zowel in de betreffende baten als bijbehorende lasten. 26

Vanaf 2020 zijn er significante doelsubsidies bijgekomen voor de bestrijding van het lerarentekort (afgerond € 2 miljoen per jaar, vier jaar lang): voor het werven, begeleiden en opleiden van zijinstromers en om uitvoering te geven aan de maatregelen in het Noodplan lerarentekort. Als gevolg van Corona is in 2021 ook ruim een miljoen euro aan subsidie verleend voor ‘Extra hulp in de klas’ en zijn er subsidies voor Inhaal en ondersteuningsprogramma’s voor leerachterstanden als gevolg van de scholensluiting. Doorgaans staan er extra activiteiten/lasten tegenover de subsidie. Door de grote omvang van de extra baten, een afgebakende doelstelling van deze subsidies, en beperkingen in de mogelijke inzet als gevolg van personeelstekorten, is de tijdige besteding van de middelen een risico. Dit kan de komende jaren leiden tot financiële fluctuaties in de resultaten. Ook de baten voor het Nationaal Programma Onderwijs zijn in deze begrotingspost opgenomen op basis van een raming. Dit verklaart veruit het grootste deel van de forse toename in de jaren 2021 – 2023. Rijksbijdragen samenwerkingsverband (Passend Onderwijs) Onze basis- en SBO-scholen hebben uitsluitend met het Samenwerkingsverband SPPOH te maken, onze (V)SO-scholen hebben met meerdere SWV Passend Onderwijs te maken die ieder hun eigen wijze en tempo van bekostigen hebben.

Afgelopen jaren zijn deze inkomsten gegroeid door stijgende leerlingenaantallen in het (V)SO en SBO, maar na 2020 is geen verdere groei verwacht, zie hoofdstuk 2. Door de groei was eerdere jaren sprake van een aanzienlijke groeibekostiging voor SBO en (V)SO, die dan ook weer fors af zal nemen. De gestegen bekostiging van het SBO en (V)SO zorgt voor een grote druk op de budgetten van SPPOH, waardoor het samenwerkingsverband bedragen voor basisondersteuning (voor basisscholen) waarschijnlijk niet zal indexeren in de komende jaren. Voor wat betreft de arrangementen is een lichte meerjarige daling begroot. Gemeentelijke subsidies De Haagse Educatieve Agenda vormt het beleidskader voor de gemeentelijke onderwijssubsidies. Scholen kunnen middels een ‘Integraal Plan’ jaarlijks subsidie aanvragen via het Onderwijsloket. De gemeente bezuinigt op het primair onderwijs vanwege extra VVE verplichtingen (hogere normering uren per kind) die uit dezelfde gemeentelijke budgetten moeten worden bekostigd. Vanaf begroting 2021 worden de subsidies voor schoolbegeleiding, waaruit onder andere leerlingonderzoek werd bekostigd, geheel geschrapt. Naar verwachting volgt na 2022 nog een aanvullende subsidiekorting, waarvoor de gemeente nog de bestemming en de exacte omvang moest bepalen op het moment van begroten. Hiervoor is een stelpost opgenomen in de meerjarenbegroting.

In de meerjarenreeks staat tegenover dit effect de komende jaren tevens € 600k extra gemeentelijke subsidie per jaar dat is toegekend ter bestrijding van het lerarentekort (cofinanciering G5 subsidieprogramma’s van het Rijk). Vanaf 2024 eindigt deze toekenning weer en daalt het begrote subsidiebedrag.

27

Overige baten De huuropbrengsten van (gym)lokalen en de klokurenvergoeding voor gymnastiekonderwijs van de gemeente Den Haag zijn stabiel begroot. Dit geldt ook voor de begrote ouderbijdragen (voor schoolreisjes, schoolzwemmen, TSO, enz.) en subsidies van derden zoals Fonds 1818. Tot slot bieden (V)SO scholen ambulante dienstverlening in opdracht van scholen. Indien deze scholen onder andere besturen vallen vindt externe facturatie plaats aan de hand van tarieven die het samenwerkingsverband vaststelt.

5.2.2

Toelichting ontwikkeling lasten

Ontwikkeling personele lasten Met een aandeel van 82% (2020) zijn de personeelslasten veruit de omvangrijkste kostenpost van De Haagse Scholen. Een groot deel van deze personele kosten liggen, zeker op de korte termijn, vast doordat het grootste deel van het personeel in vaste dienst is. De loonkosten zijn begroot op basis van de bestaande formatie met de daarin verwachte toekomstige mutaties (waaronder vacatures en uitstroom). De bijgestelde begroting in 2021 bevat extra personeelslasten die deels na dat jaar weer wegvallen. Dit betreft naast de personele gevolgen van het Nationaal Programma Onderwijs (+120 fte), de inzet van ruim € 1 miljoen aan Rijkssubsidie voor “Extra hulp in de klas” (ihkv corona) en de G5 subsidie voor noodplan lerarentekort waarvan baten uit 2020 overgeheveld zijn naar 2021. Vanaf 2023 is teruggang in de personeelsformatie begroot. Vanaf medio 2023 vallen de tijdelijke middelen voor het nationaal programma weer weg. Ook zijn er scholen met teruglopende leerlingen of zwakke financiën die uitgaan van een krimpende formatie, terwijl scholen met leerlingengroei weinig/geen formatie uitbreiding begroten als gevolg van het lerarentekort. Samen met de aanwending van de werkdrukmiddelen leidt het lerarentekort tot andere verhoudingen in de personeelssamenstelling.

Het aandeel onderwijzend personeel wordt kleiner ten gunste van het aandeel onderwijsondersteunend personeel. Deze ontwikkeling is nu al in de realisatie zichtbaar. Ondanks dat onderwijzend personeel per fte gemiddeld duurder is, leidt dit niet tot lagere personeelslasten. Dit komt doordat meer ondersteunend personeel wordt ingezet (in fte gerekend) dan dat het tekort aan leraren groeit. De arbeidsvoorwaarden per medewerker/functie zijn begroot op het niveau van de actuele CAO PO 2019/2020. Bij het opstellen van dit document was de looptijd van de CAO verlengd tot eind 2020. Er was nog geen uitzicht op nieuwe afspraken. Omdat een deel van de loonbijstelling van het Rijk in 2020 dekking vormt voor de CAO in 2021, is in de begroting een opslag doorgevoerd van 1,6% in de salarislasten om er voor te zorgen dat de bekostiging en salarislasten op hetzelfde loonpeil gebaseerd zijn. Zo niet, dan zou dit geleid hebben tot grote negatieve begrotingsverschillen in de realisatie. Ontwikkelingen in de werkgeverslasten worden in de loonindex van de Rijksbekostiging gecompenseerd op grond van een referentiesystematiek, waarin vergeleken wordt met de marktsector. De 28

premieontwikkeling van het Participatiefonds valt echter buiten de referentiesystematiek, en is begrotingstechnisch dus van belang. In 2021 is sprake van een stijging van 0,25% van de brutosalarislasten. De komende jaren zijn veranderingen in de premie te verwachten als gevolg van de Modernisering van het Participatiefonds. De modernisering gaat gepaard met een eigen risico voor de werkgever voor werkeloosheidslasten van voormalig personeel. Hier zullen op termijn ook lagere premies tegenover staan. In de begroting is er vooralsnog van uitgegaan dat het saldo tussen hogere werkeloosheidslasten (eigen risico) en de lagere premie resultaat neutraal is (impact van nul euro). Door het lerarentekort wordt het moeilijker om vacatures te vervullen en inval te regelen. De bezetting van de invalpoule TOP is ook beperkt waardoor scholen extern inhuren tegen hogere kosten. De kosten van uitzendbureaus en externe inhuur zijn meerjarig op circa € 9 miljoen begroot. Dat is een lager dan eerdere jaren. Naar aanleiding van de stijgende kosten hanteert De Haagse Scholen inmiddels een ontmoedigingsbeleid op externe inhuur voor vervanging. Ook kampen uitzendbureaus in toenemende mate met tekorten.

Bovendien is de markt voor uitzendbureaus, met ingang van 2021 in hoge mate gereguleerd als gevolg van een gezamenlijke aanbesteding van nagenoeg alle onderwijsbesturen in het zuidelijk deel van de Randstad. Dit zorgt voor meer normering in zowel kwaliteit van het aanbod als de prijs. Ook de opleidingen en trainingen staan begroot onder de (overige) personeelslasten. Hiervoor hanteert De Haagse Scholen een norm van minimaal 2% van de bruto salarislasten. In de meerjarenbegroting is hiervoor circa 2,3% begroot (gemiddeld € 1,5 miljoen per jaar). Afschrijvingen Dit betreft de afschrijvingskosten op de materiële vaste activa. Daaronder vallen meubilair, ICT hardware en Onderwijsleerpakketten. De ontwikkeling van de afschrijvingen is gebaseerd op het meerjarige investeringsplannen zoals die jaarlijks door de scholen en bestuurskantoor worden opgesteld als onderdeel van hun begroting. In het bijzonder zien we veel geplande investeringen in nieuwe ICT hardware en Onderwijslespakketten. Dit was ook al zichtbaar in eerdere jaren en sluit aan op ambities van onderwijskundige vernieuwing. Deze extra investeringen zorgen de komende jaren voor meer afschrijvingslasten. Huisvestingslasten De grootste post in het kader van de huisvesting wordt gevormd door het planmatig onderhoud van schoolgebouwen.

De verantwoordelijkheid voor het planmatig onderhoud van schoolgebouwen is bovenschools belegd. De lasten die samenhangen met het planmatig onderhoud worden gedekt uit een voorziening die is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan voor 20 jaar (MOP), die dateert van eind 2018. Er is sprake van een jaarlijkse dotatie van € 2,7 miljoen in de meerjarenbegroting. De werkelijke jaarlijkse uitgaven aan onderhoud ten laste van deze voorziening fluctueren. In 2021 wordt een nieuw onderhoudsplan opgesteld. 29

De jaarlijkse dotatie is berekend op grond van uitgavenegalisatie. Deze methode wordt in de onderwijssector veel toegepast, maar is vanaf 2023 niet meer toegestaan. De komende jaren zal De Haagse Scholen overgaan op een nieuwe methode. Dit zal leiden tot een hogere voorziening, en een lagere algemene reserve. Dit is nog niet verwerkt in de bovenstaande exploitatiebegroting, wel is het geraamde incidentele effect van de overgang zichtbaar gemaakt op de balans in 2023. Vanaf 2022 is per saldo een afname te zien in de huisvestingslasten. Dit wordt veroorzaakt door een daling van (kleinere, niet planmatige) reguliere onderhoudslasten van de scholen die de komende jaren zullen dalen door kortingen van de scholen op deze post. Andere relatief grote kosten binnen de huisvesting zijn schoonmaak (€ 3,3 miljoen) en energie/water (€ 1,9 miljoen). Bij beide posten is vanaf 2021 sprake van een aanzienlijke stijging in de begrote lasten, als gevolg van tariefstijgingen van aanbieders. In de volgende jaren zijn deze lasten stabiel begroot. In de realiteit fluctueert het energieverbruik tussen jaren, vooral afhankelijk van het weer. In het kader van verduurzaming wordt vanaf 2021 overgegaan op LED verlichting in al onze scholen. De extra lasten die hieruit voortvloeien (ten laste van de onderhoudsvoorziening), worden de daaropvolgende jaren gedekt uit kostenbesparingen in energieverbruik.

Overige lasten Uit het ambitiestatement vloeit onder meer digitalisering van lesmethoden voort. De kosten van beheer en onderhoud van soft- en hardware stijgen, evenals de licenties voor digitale onderwijslespaketten. Bij elkaar vormen deze twee posten ruim € 2,2 miljoen per jaar binnen de overige lasten, wat de kosten voor de papieren traditionele les-/verbruiksmaterialen ruim overtreft (circa €1,6 miljoen). Deze laatste kosten dalen echter niet als gevolg van digitalisering, omdat veelal sprake is van gecombineerde lesmethodes (digitaal en boeken). Een andere grotere post onder de overige lasten betreft de organisatie van schoolreizen, excursies, culturele vorming en festiviteiten voor leerlingen. Bij elkaar een stabiele begrotingspost van ruim € 1 miljoen. Kosten van overblijf staan meerjarig rond de € 200k begroot. Tot slot zijn onder de overige lasten diverse kantoorkosten (papier, telefonie, internet, multifunctionals, koffie/thee) en externe zakelijke dienstverlening (o.a. accountant, bedrijfsarts, verzekeringen, communicatie, drukwerk) begroot. Het grootste deel van de begrote stijging van de overige lasten van 2021 tot en met 2023 is het gevolg van het Nationaal Programma Onderwijs.

Op basis van aannames gaan we er vanuit dat een aanzienlijk deel van deze middelen zal worden ingezet bij externe partijen, mede door gebrek aan voldoende beschikbaar personeel op de arbeidsmarkt. Daarnaast wordt de tijdelijke stijging van deze lasten ten opzichte van eerdere jaren veroorzaakt door andere subsidies die vanaf 2023 weer wegvallen, zoals het G5 subsidieprogramma zij-instroom en de G5 subsidie voor het Noodplan Lerarentekort.

30

Financiële baten en lasten Onder deze post werden in het verleden de rente-inkomsten verantwoord. Inmiddels is de rente dusdanig ver gedaald dat De Haagse Scholen over haar banktegoeden boven drempelwaarden negatieve rente moet afdragen. In 2020 was sprake van € 80k aan rentelasten, ondanks maatregelen in het betalingsverkeer, zoals sneller betalen van facturen. In 2021 wil De Haagse Scholen overstappen op schatkistbankieren, waarbij banktegoeden worden aangehouden bij de Nederlandse Staat zonder dat daar rentelasten mee gepaard gaan.

31

6 Balans en financiële kengetallen De (meerjarige) balans is van belang om te kunnen beoordelen hoe de financiële positie van De Haagse scholen zich in de komende jaren ontwikkelt. Zo kan worden vastgesteld dat de stichting bedrijfsecomisch gezond blijft, met voldoende waarborgen voor de bedrijfscontinuïteit in de vorm van liquiditeit en weerstandsvermogen. De begrotingscijfers uit het vorige hoofdstuk zijn in de onderstaande meerjarige balans verwerkt. Tabel: meerjarige balans Activa 1.2 1.5 1.7

Begroot 31/12/2021

Begroting bijgesteld 31/12/2021

Begroot 31/12/2022

Begroot 31/12/2023

Begroot 31/12/2024

Begroot 31/12/2025

€ € € €

€ € € €

€ € € €

€ € € €

€ € € €

€ € € €

€ € € €

Materiële vaste activa Vorderingen Liquide middelen Totaal activa

Passiva 2.1 2.2 2.4

Realisatie 31/12/2020

12.999 9.459 20.468 42.926

14.438 9.500 11.389 35.326

14.391 9.000 19.438 42.829

13.690 9.000 19.428 42.118

12.141 6.000 18.954 37.095

11.621 6.000 16.319 33.940

10.883 6.000 17.714 34.597

Realisatie 31/12/2020

Begroot 31/12/2021

Begroting bijgesteld 31/12/2021

Begroot 31/12/2022

Begroot 31/12/2023

Begroot 31/12/2024

Begroot 31/12/2025

€ € € €

€ € € €

€ € € €

€ € € €

€ € € €

€ € € €

€ € € €

Eigen Vermogen Voorzieningen Kortlopende schulden Totaal passiva

20.941 11.314 10.670 42.926

17.125 5.597 12.605 35.326

20.384 11.289 11.157 42.829

19.695 11.289 11.134 42.118

11.341 15.289 10.464 37.095

8.974 15.289 9.677 33.940

9.934 15.289 9.374 34.597

6.1 Toelichting balans Materiële vaste activa Onder materiële activa staan de materiële ‘bezittingen’ van De Haagse Scholen opgenomen. De grootste onderdelen zijn onderwijslespakketten, ICT hardware en meubilair. Deze balanspost betreft het saldo van nieuwe investeringen en afschrijvingen van oude activa. De ontwikkeling is gebaseerd op het Meerjaren-investeringsplan (MIP) van scholen en afdelingen. Na verhoogde investeringen in met name onderwijslespakketten en ICT in de jaren tot en met 2021 verwachten de scholen de daaropvolgende jaren minder te investeren. Tegelijkertijd lopen er die jaren afschrijvingstermijnen af, waardoor per saldo de activa dalen in bovenstaand overzicht. Echter, dit weerspiegelt de thans bestaande plannen van scholen. Veelal worden deze (jaarlijks) concreter en bijgesteld naarmate toekomstige jaren dichterbij komen. Vorderingen De stand van de vorderingen is altijd een momentopname per 31 december van enig jaar en daardoor lastig te begroten. De vorderingen op Rijksoverheid en de gemeente vormen het grootste aandeel. De vorderingen op de gemeente worden voor een groot deel bepaald door (later nog af te rekenen) nieuwbouwprojecten. Het aantal onderhanden projecten is de komende jaren relatief stabiel. Met ingang van de nieuwe, vereenvoudigde bekostiging per 1/1/2023 zal worden overgegaan op van schooljaar- naar kalenderjaarbekostiging.

Dit zal er toe leiden dat de permenente vordering op de 32

Rijksoverheid (op grond van het betaalritme) moet worden afgeschreven. Dit is nog is in de meerjarenbalans zichtbaar in de daling van de vorderingen vanaf 2023. Dit zal ook een effect hebben op het eigen vermogen. Liquide middelen De ontwikkeling van de liquide middelen is gebaseerd op het kasstroomoverzicht zoals in de bijlage is opgenomen. De liquide middelen zijn door de resultaten in 2019 en 2020 toegenomen, evenals door vooruitbetaalde subsidies die in 2020 nog niet tot besteding zijn gekomen. Door minder geplande investeringen in de komende jaren, zal naar verwachting de liquiditeit hoog blijven, ondanks begrote negatieve resultaten. De Haagse Scholen houdt een minimaal rekening-courantsaldo op haar lopende rekening aan van ten alle tijden € 150.000. Boven die grens kan De Haagse Scholen, binnen de kaders van het vastgestelde Treasurybeleid, slechts gebruik maken van: -

Spaarrekeningen

-

Deposito’s met een maximale looptijd van 1 jaar

-

Obligaties bij uitgifte en een maximale looptijd van 3 jaar (na toestemming Raad van Toezicht)

Op dit moment wordt enkel gebruik gemaakt van betaalrekeningen (rekening courant) en spaarrekeningen met vrij opneembaar saldo. Door de voortdurende lage rente (beleid ECB) zijn de mogelijkheden om binnen de uitgangspunten van wet- en regelgeving en ons eigen Treasurybeleid een rendement te maken op onze (tijdelijke) overtollige liquide middelen niet aanwezig en is het doel er op gericht om rentelasten te minimaliseren. Om de rentelasten te vermijden wordt in 2021 waarschijnlijk een overstap gemaakt op schatkistbankieren. Eigen vermogen Het vermogen bestaat uit een centrale algemene reserve van de stichting en daarnaast een algemene reserve per school. De Haagse Scholen beschikt over een eigen vermogen dat in totaal groter is dan nodig om risico’s op te vangen. Door begrote negatieve resultaten en de administratieve aanpassingen in 2023 (zie onder vorderingen en voorzieningen) zal het eigen vermogen de komende jaren weer afnemen tot een gewenst niveau. Zie ook de volgende paragraaf met financiële kengetallen. Voorzieningen De voorzieningen bestaan uit o.a. voorzieningen voor onderhoud, spaarverlof, jubilea-uitkeringen, personele risico’s (uitkeringen participatiefonds voor eigen risico) en voorziening verlof duurzame inzetbaarheid.

In de meerjarenbegroting is uitgegaan van een stabiel niveau van de voorzieningen, met uitzondering van 2023 wanneer de systematiek voor de voorziening groot onderhoud aangepast wordt. De incidentele impact van deze wijziging is vooralsnog ingeschat op € 4 miljoen, ten laste van het eigen vermogen. Voor de voorziening personele risico’s verwachten we een impact van de modernisering van het Participatiefonds. Deze aanpassing, die opnieuw is uitgesteld, gaat gepaard gaat met de invoering van 33

een eigen risico met ingang van 2022. Dit zal leiden tot hogere dotaties bij ontslag van medewerkers, maar de exacte impact is momenteel niet goed in te schatten. Door de onzekerheid van de ontwikkelingen is dit nog niet mee begroot. Kortlopende schulden Binnen de stand van de kortlopende schulden per 31 december vormen de nog af te dragen premies sociale lasten, pensioenen en loonbelasting over het salaris van december een belangrijk onderdeel. Daarnaast is er standaard sprake van openstaande facturen in de onderhanden werkstroom. Deze stand van de kortlopende schulden is altijd een momentopname, en in die zin weinig zeggend en lastig te begroten. Vanaf 2020 is sprake geweest van een stijging als gevolg van de diverse nieuwe meerjarige doelsubsidies van het Rijk die gepaard gaan met voorschotbedragen.

6.2 Financiële kengetallen De Inspectie van het onderwijs heeft een set kengetallen en bijbehorende signaleringsgrenzen vastgesteld op basis waarvan zij schoolbesturen beoordeelt op hun financiële continuïteit. De Haagse scholen hanteert deze kengetallen bij de analyse van haar eigen financiële positie in zowel Meerjarenbegrotingen als bestuursverslagen. Daarbij is het zo dat deze kengetallen niet leidend maar vooral randvoorwaardelijk zijn bij de vaststelling en uitvoering van onze ambities en beleid. Onderstaande tabel laat zien hoe de kengetallen zich over de jaren ontwikkelen op basis van de begrote exploitatie en balans hierboven. Daaronder worden de verschillende kengetallen toegelicht. Tabel: kengetallen Inspectie voor het Onderwijs

Kengetallen continuïtstoezicht Weerstandsvermogen: eigen vermogen/totale baten Signaleringswaarde bovengrens vermogen Solvabiliteit: EV + voorzieningen / totaal passiva Liquiditeit: vlottende activa/kort vreemd vermogen Huisvestingsratio: huisvestingslasten/ totale baten

Signalerings2021 2020 2021 2022 2023 2024 2025 waarden (bijgestelde (realisatie) (begroting (begroot) (begroot) (begroot) (begroot) inspectie begroting) < 5%

15%

13%

14%

13%

8%

7%

7%

> 100%

106%

82%

94%

93%

59%

49%

56%

< 30%

75%

64%

74%

74%

72%

71%

73%

< 75%

280%

166%

264%

255%

238%

231%

253%

> 10%

8%

7%

7%

7%

7%

8%

7%

1,1%

-0,6%

-0,4%

-0,5%

-0,9%

-1,8%

0,7%

3-jaar < 0% Rentabiliteit: resultaat/ totale baten

2-jaar < -5% 1-jaar < -10%

Weerstandsvermogen Dit kengetal wordt gebruikt om de vermogenspositie van een bedrijf of organisatie weer te geven. Hoe groter de risico’s en onzekerheden, hoe hoger het weerstandsvermogen moet zijn om tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat de bedrijfscontinuïteit in gevaar komt. De Haagse Scholen bevindt zich ruim boven de ondergrens. 34

De signaleringsgrens van 5% en de berekeningswijze hierboven zoals toegepast door de Inspectie is een algemeen uitgangspunt. Individuele organisaties kennen echter een eigen specifiek risicoprofiel. Derhalve voert De Haagse Scholen iedere twee jaar een risicoanalyse uit om de omvang van het benodigde weerstandsvermogen te bepalen. Nieuw ingevoerd in 2020 is een signaleringsgrens voor een bovenmatige vermogenspositie. Daar komt De Haagse Scholen boven ultimo 2020, als gevolg van het positieve resultaat. Vanaf 2021 is dit niet meer het geval in de meerjarenreeks. De Haagse Scholen hanteert zelf een meer verfijnde methode om de benodigde omvang het vermogen te bepalen dan de kengetallen van de inspectie. In 2019 heeft De Haagse Scholen deze risicoanalyse herijkt en berekent hoeveel weerstandsvermogen nodig is. De risico’s die onderdeel uitmaken van de berekening worden kwalitatief omschreven in het volgende hoofdstuk. In 2021 staat deze analyse opnieuw gepland. Onderscheid wordt gemaakt in de berekening tussen de benodigde en beschikbare reserves op schoolniveau en de bestuurlijke algemene reserve. Deze laatste is bedoeld voor het afdekken van bestuurlijke financiële risico’s die qua omvang en beheersbaarheid een school overstijgend hebben.

Het benodigde weerstandsvermogen van bestuur en scholen bij elkaar opgeteld bedraagt minimaal € 5,7 miljoen (ondergrens) en maximaal € 15,0 miljoen (bovengrens). Als gevolg van de resultaten in 2019 en 2020 stijgt de algemene reserve uit ruim boven deze bovengrens. Dit wordt echter weer gecorrigeerd door begrote negatieve resultaten in de komende jaren en de administratieve aanpassingen in 2023 (nieuwe systematiek voorziening groot onderhoud en vervallen van de permanente vordering Rijksoverheid). In de jaren vanaf 2023 valt het begrote eigen vermogen binnen de benodigde bandbreedte. Solvabiliteit Solvabiliteit betreft het vermogen om schulden af te lossen. De solvabiliteitsratio van De Haagse Scholen is stabiel en blijft gedurende de gehele begrotingsperiode ruim boven de ondergrens van 30%. Dat is te verklaren uit het feit dat er bij De Haagse Scholen, net als bij nagenoeg alle schoolbesturen in het primair onderwijs, alleen sprake is van kort vreemd vermogen (schulden aan leveranciers, belastingdienst en pensioenfonds) en niet van lang vreemd vermogen (bijv. hypotheken of leningen bij een financiële instelling). Het bedrag aan vreemd vermogen is dan ook relatief laag en de solvabiliteit hoog. Dit maakt dat deze indicator ook minder relevant is voor De Haagse Scholen.

Liquiditeit Het kengetal liquiditeit geeft aan in welke mate de organisatie aan haar korte termijn verplichtingen kan voldoen (bijvoorbeeld salarissen en facturen kan betalen). In deze meerjarenbegroting fluctueert deze waarde als gevolg van onder meer wisselende investeringen en financiële resultaten per jaar. De waarde blijft ruim boven de signaleringsgrens van de Inspectie. De liquiditeit is hoog bij de Haagse Scholen als gevolg van een ruim eigen vermogen en het feit dat deze grotendeels liquide wordt aangehouden. 35

Rentabiliteit Dit kengetal geeft aan hoeveel resultaat er gemaakt wordt als aandeel van alle inkomsten. De Haagse Scholen streeft er naar om zoveel mogelijk van onze inkomsten uit te geven aan het onderwijs, wat betekent een structurele meerjarige streefwaarde van 0,0 betekent. Met de inzet van eigen vermogen wordt de rentabiliteit naar verwachting gedurende enkele jaren negatief. Gezien de ontwikkeling van de liquiditeit, weerstandsvermogen en solvabiliteit is dat bedrijfseconomisch echter verantwoord en geen risico.

36

7 Risicomanagement Risicomanagement is een structureel onderdeel van de Planning en Control cyclus van De Haagse Scholen. Een uitgebreide risicoanalyse iedere twee jaar voedt het inzicht in de risico’s. Na weging van kans en impact en beoordeling van de mate van beheersing, worden de grootste risico’s vastgesteld als basis voor eventuele beleidsaanpassing en voor de berekening van het benodigde weerstandsvermogen. In 2021 staat deze analyse opnieuw gepland. De grootste (bestuurlijke) risico’s worden in de onderstaande paragraaf behandeld. -

Lerarentekort

Dit risico behoeft weinig uitleg meer en vormt de komende jaren het grootste risico van De Haagse Scholen. Uitval van medewerkers als gevolg van de coronacrisis maakte soms forse personele knelpunten op scholen zichtbaar. De belangrijkste beleidsmaatregelen in het kader van het lerarentekort staan omschreven in paragraaf 2.2. Mogelijk kan de economische crisis de arbeidsmarkt veranderen. De belangrijkste centrale maatregel die De Haagse Scholen inzet is gericht op het aantrekken en opleiden van zij-instromers als leerkracht. Naar verwachting ontwikkelen de tekorten zich in het bijzonder op scholen in de binnenstad en in het (V)SO. Derhalve wordt, met behulp van G5 Rijkssubsidies, ingezet op een maatwerktraject voor zij-instromers gericht op deze groepen scholen. -

Ontwikkeling leerlingaantal

Een financieel risico ontstaat zodra tegenover onzekere baten in de begroting op grond van leerlingengroei, vaste verplichtingen worden aangegaan – zoals het aannemen van personeel. Ter beheersing van dit risico monitoren we de leerlingenaantallen. De T-1 systematiek in de bekostiging geeft tijd voor eventuele bijsturing in de meerjarenbegroting van de scholen. Komende jaren blijft de verwachting dat de leerlingenaantallen licht groeien, tegenover een gemeentelijke raming van een dalende leerlingenpopulatie en zal dus goede monitoring van belang blijven. -

Financiële onzekerheid en instabiliteit als gevolg van tijdelijke subsidiestromen

Vanaf 2020 is de omvang van tijdelijke Rijkssubsidies enorm toegenomen. Enerzijds zijn er nieuwe subsidies ter bestrijding van het lerarentekort, anderzijds om de gevolgen van de coronacrisis tegen te gaan, waaronder ook het Nationaal programma onderwijs. Deze stromen zorgen voor veel extra tijdelijke baten, en leiden tegelijkertijd tot extra bestedingen. Door tekorten op de arbeidsmarkt is het echter vaak problematisch om de extra gelden goed in te zetten. Hierdoor kunnen ongewenste financiële overschotten ontstaan, en tegelijkertijd is een risico dat beoogde doelstellingen bij de subsidies niet worden gerealiseerd. Derhalve zal De Haagse Scholen inzetten op goede monitoring en evaluatie van voortgang en impact van de subsidieprogramma’s. Ook zorgt het tijdelijk karakter van de subsidies voor personele groei, die later weer teruggebracht moet worden, ook met transitievergoedingen en werkeloosheidsrisico’s (eigen risico deels voor

37

werkgever via Participatiefonds) tot gevolg. Dit risico vraagt eveneens om een goede monitoring en zorgvuldige begeleiding van scholen vanuit het bestuurskantoor. -

Invulling passend onderwijs, groei SO/SBO

Dit risico betreft de toenemende stroom doorverwijzingen naar het SO en SBO, waar onvoldoende ruimte is om deze leerlingen te accommoderen. Gevolg kan zijn dat er wachtlijsten ontstaan en evt zelfs “thuiszitters”. De Inspectie voor het Onderwijs heeft recent geconcludeerd dat de stad Den Haag geen dekkend onderwijsaanbod heeft in het kader van Passend Onderwijs. Hier hangen ook financiële risico’s mee samen. Groei van het aantal doorverwijzingen leidt tot steeds meer uitgaven van het samenwerkingsverband aan (duurdere) SO en SBO scholen, wat ten koste gaat van beschikbare middelen voor basisondersteuning en arrangementen in het reguliere onderwijs. Onvoldoende invulling van passend onderwijs op reguliere basisscholen kan vervolgens weer tot meer doorverwijzingen leiden. Indien financiële tekorten ontstaan bij de samenwerkingsverbanden, dragen de deelnemende besturen daarvoor het financieel risico. De reserves van SPPOH (samenwerkingsverband PO Haaglanden) zijn vooralsnog ruim toereikend, maar worden onder druk van de Rijksoverheid in snel tempo afgebouwd. De komende jaren wordt een stagnatie verwacht in de groei van de leerlingenaantallen in het SBO en SO, na eerdere jaren van forse groei. Dit hangt samen met het feit dat we leerlingen vaker zullen opvangen binnen reguliere scholen in plaats van laten doorstromen naar SBO en SO.

Het beleid rondom het thema Passend Onderwijs van De Haagse Scholen is opgenomen in paragraaf 2.2. De Haagse Scholen streeft naar een versterking en verbreding van de basisondersteuning. Ook stimuleren en ondersteunen we initiatieven van scholen die ervoor zorgen dat meer kinderen sneller de juiste ondersteuning krijgen. Meer samenwerking en uitwisseling van expertise tussen het bao, sbo, so, en maatschappelijke partners is hierbij heel belangrijk. Ook zetten we in op een sterk netwerk van IB’ers, gedragsspecialisten en andere expertise binnen onze organisatie. Daarmee moet een sterkere basis ontstaan om doorstroom naar SBO en SO te beperken. -

Toename van onderwijsachterstanden

De coronacrisis heeft geleidt tot een nieuw risico dat nog niet was opgenomen in het Bestuursplan. De lock-down periode met de sluiting van scholen ging gepaard met thuisonderwijs. Niet voor alle leerlingen bleek het digitale onderwijsaanbod op afstand, begeleid door ouders, even effectief. Het Rijk biedt ondersteuning aan in de vorm van subsidie voor extra onderwijsaanbod aan deze leerlingen door de scholen (subsidie voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s). De exacte effecten op leerprestaties worden nog in kaart gebracht. Dit moet het beeld scherper krijgen in hoeverre op bestuursniveau aanvullende interventies nodig zijn. -

Juridisering

Het juridiseren van de samenleving laat een doorwerking in het onderwijsveld zien en daarmee vormt dit een risico voor De Haagse Scholen. Het voeren van juridische procedures is voor een organisatie als De Haagse Scholen onvermijdbaar. Enerzijds omdat De Haagse Scholen jaarlijks honderden besluiten neemt als bestuursorgaan (denk aan toelatings-, schorsings- en verwijderingsbesluiten), anderzijds 38

omdat De Haagse Scholen een grote organisatie is met veel betrokken partijen waarbij geschillen eerder een juridische lading krijgen. Daarnaast is een trend te zien dat controlerende instanties meer bevoegdheden krijgen om te controleren en te handhaven. Het gevolg is dat De Haagse Scholen financiële middelen in moet zetten, het risico op beboeting door controlerende instanties toeneemt en een hogere werkdruk kan worden ervaren bij de betrokken medewerkers. Door stroomlijning van procedures en aannemen van gespecialiseerde capaciteit op het bestuurskantoor wordt beoogd het risico te verkleinen. -

Naleving aanbestedingsregelgeving

Doordat De Haagse Scholen tot de grotere onderwijsbesturen in het PO hoort, hebben ook veel uitgaven een relatief hoog volume, waardoor drempelbedragen voor aanbestedingen op grond van de Aanbestedingswet 2012 vaak behaald worden. Het risico dat hiermee samenhangt is enerzijds dat van onrechtmatige bestedingen in de jaarcijfers (accountantsbevindingen) en anderzijds dat van civiele claims/ juridische procedures van bedrijven die zich door onrechtmatige inkoop benadeeld voelen. Tot en met 2020 was door krapte op de arbeidsmarkt lange tijd sprake van onderbezetting van de inkoopformatie. Hierdoor zijn achterstanden opgelopen in de inkoopplanning die tijd kosten om weer in te lopen. Het is inmiddels gelukt om een nieuwe (senior) inkoper te vinden. Om de functie minder kwetsbaar te maken en achterstanden in te lopen is tevens een junior inkoper aan de formatie toegevoegd. Op basis van spend analyse wordt een (geprioriteerde) meerjarige inkoopkalender opgesteld en uitgevoerd. -

Privacy / gegevensbescherming

In onze scholen en op het bestuurskantoor gaat een grote hoeveelheid informatie om, zo ook veel persoonsgegevens van leerlingen, ouders, medewerkers en andere betrokkenen. Naast de eigen plicht/wens om hier uiterst zorgvuldig mee om te gaan, is ook sprake van een streng handhavingsregime bij overtredingen van de AVG regelgeving, leidend tot hoge boetes. Om de informatie te beschermen (en aan de regelgeving te voldoen) wordt er risicogericht gewerkt. Vanzelfsprekend heeft de coronacrisis gevolgen gehad voor de uitwerking van het privacy en AVG dossier. Het digitaal leren en werken een vlucht genomen. De stroomversnelling waarmee we zijn gaan digitaliseren heeft geleid tot meer digitale applicaties. Deze ontwikkeling vergroot ook het risico op schendingen van de privacy en datalekken. Hierdoor komt meer focus te liggen op het verder in kaart brengen van gegevensverwerkingen, afspraken maken met leveranciers, door ontwikkelen van ESIS (leerlingadministratie) en uitwerking van regels rondom cameratoezicht. Hierin wordt ook de samenwerking met andere besturen gezocht. -

Nieuwbouw en renovatie

Bouwprojecten zijn een van de grootste financiële risico’s voor De Haagse Scholen vanwege hun omvang en complexe, slecht beheersbare omgeving met diverse actoren die vaak tegenstrijdige belangen nastreven. Bij veel projecten zijn (langdurige) juridische procedures het geval, die een vertragend en kostprijsverhogend effect hebben. Daarbij zijn de vergoedingen die de gemeente biedt voor nieuwbouw- en renovatieprojecten vaak niet dekkend voor de prijzen die op de bouwmarkt gebruikelijk zijn. 39

De Wet Primair Onderwijs verbiedt het schoolbesturen om Rijksmiddelen te investeren in nieuwbouw. Als openbaar onderwijsinstelling, in tegenstelling tot veel katholieke en christelijke schoolbesturen, beschikt de stichting ook niet over een privaat eigen vermogen ter dekking van risico’s. Wel is toegestaan om met Rijksmiddelen te investeren in verduurzaming van de huisvesting. Het Rijk werkt aan versoepeling van het juridische kader, waardoor bijdragen met Rijksmiddelen verruimd kunnen worden. Projecten waarin De Haagse Scholen optreedt als bouwheer gaan daarmee gepaard met aanzienlijk financieel risico. Het faillissement van de aannemer van de Galvanischool in 2019 toonde dit recent nogmaals aan. De Annie M.G. Schmidtschool en de Blokpoelschool staan de komende jaren op het gemeentelijke huisvestingsprogramma. Gekoppeld aan het projectmanagement worden de afzonderlijke projecten gemonitord middels projectrapportages.

40

Bijlagen

Bestuursplan 2021-2025 | De Haagse Scholen

41

BIJLAGE I:

Bestuursformatieplan 2021-2022

In dit Bestuursformatieplan is cijfermatige informatie weergegeven over de samenstelling van het personeelsbestand van De Haagse Scholen conform de eisen in de CAO PO 2019/2020. Conform deze CAO PO vormt het bestuursformatieplan het kader waarbinnen de werkverdelingsplannen van de scholen worden opgesteld. De cijfers in dit plan zijn samengesteld op basis van de meest actuele inzichten en verwachtingen eind 2020. De trends en ontwikkelingen in de maatschappij hebben hun weerslag op de formatie binnen het bestuur. Deze cijfers zijn dan ook in samenhang te lezen met hoofdstuk 4, het meerjarenformatiebeleid. Veranderende omstandigheden kunnen echter vragen om andere keuzes. Daarmee is dit Bestuursformatieplan indicatief van aard. Afwijkingen door de schoolleiding zijn toegestaan, mits ze niet nadelig zijn voor het financieel resultaat zoals vastgesteld in de schoolbegroting dat mede op deze cijfers is gebaseerd. In de tabel wordt in de laatste kolom de verhouding tussen het onderwijzend personeel (OP) en het aantal leerlingen verantwoord. Het OP bevat meer medewerkers dan alleen groepsleerkrachten. Deel van de OP formatie wordt specialistisch ingezet, bijvoorbeeld als vakleerkracht of intern begeleider. Ook deze krachten verzorgen in het primaire proces onderwijs aan leerlingen en worden dan ook meegenomen in de verhouding. Verschillen in de verhouding zijn verklaarbaar door: -

SBO en (V)SO scholen hebben meer begeleiding (kleinere groepen, meer ondersteuning) dan reguliere basisscholen.

-

Scholen met een hoog schoolgewicht (onderwijsachterstandsscore) beschikken over meer formatie (ontvangen ook de bekostiging daarvoor).

-

Een deel van de scholen die participeert in het gemeentelijke ‘leerkansenprofiel’ programma gericht op verkleining van kansenongelijkheid (met behulp van extra lestijd), heeft extra, gesubsidieerd personeel in dienst.

-

In grotere scholen kunnen groepen efficiënter ingedeeld worden en is naar verhouding minder overhead nodig. Kleine scholen beschikken doorgaans over een minder gunstige verhouding, evenals met een nevenvestiging of dislocatie.

Om enigszins recht te doen aan de verschillen tussen de scholen wordt hieronder het bestuursformatieplan weergegeven per schooltype. In de laatste kolom staat de verhouding weergegeven van het gemiddeld aantal leerlingen per fte Onderwijzend personeel. Op het totaal van De Haagse Scholen is deze ratio begroot op 16,2 leerlingen per fte OP voor schooljaar 2021/2022 (oktober 2021). In 2020 bedroeg deze ratio in oktober 15,2. De toename hangt samen met een stijgend aantal leerlingen en krapte op de arbeidsmarkt. In onderstaande tabellen zijn de effecten van recente doelsubsidies (“Noodplan Lerarentekort G5” en “Extra hulp in de Klas”) op de formatie niet meegenomen. Op het moment van begroten/plannen waren deze middelen nog niet bekend. Dit geldt ook voor het Nationaal Programma Onderwijs.

42

Als we een grove schatting maken van de extra beschikbare middelen, doorvertaald naar formatieruimte kunnen we er vanuit gaan dat 52 fte aan leerkrachten (gemiddeld 1 fte onderwijzend personeel per school) aan formatieruimte bijkomt vanaf schooljaar 2021/2022 en 68 fte aan ondersteunend personeel op de scholen. De werving van deze extra capaciteit zal in de huidige arbeidsmarkt een grote uitdaging vormen. Ook zullen er verschillen ontstaan tussen scholen in de mate waarin zij deze extra capaciteit succesvol kunnen werven en aannemen. Tabel: Formatieplan en geraamde leerlingen (oktober 2021), Basisscholen met schoolgewicht < 30

BRIN

Schoolnaam

OP

FTE

LLN LLN/OP

17PY

Galvani

22,5

25,6

461

20,5

17JE

Valkenbos

15,1

18,8

303

20,1

19LY

Annie M.G. Schmidtschool

24,9

33,2

578

23,2

17EU

Archipel

9,6

14,7

230

23,9

17MR

Benoordenhout

10,4

12,7

216

20,8

19LI

De Zonnebloem

19,3

27,3

455

23,6

19NN

Houtrust

11,4

14,2

248

21,8

17MC

Bohemen-Kijkduinschool

22,9

26,9

460

20,1

19TO

Het Volle Leven

24,9

32,4

613

24,7

18AR

Maria Montessorischool

26,7

32,0

601

22,5

26PJ

Waterland

11,0

17,6

275

25,0

19SI

De La Reyschool

23,6

33,5

435

18,4

222,3 288,9 4875,0

21,9

Totaal

43

Tabel: Formatieplan en geraamde leerlingen (oktober 2021), Basisscholen met schoolgewicht > 30, < 37

BRIN

Schoolnaam

OP

FTE

LLN LLN/OP

27VA

Prinses Catharina-Amalia

15,6

21,2

370

23,7

26AX

Daltonschool De Vijver

16,6

24,9

364

22,0

19YS

De Vlierboom

10,9

14,3

222

20,3

26AU

OBS Ypenburg

7,0

10,0

128

18,4

17FE

Dalton H. Parkhurst

13,9

22,9

333

24,0

26PP

De Notenkraker

9,7

14,5

165

17,0

17EK

De Kleine Keizer

16,8

21,8

293

17,5

19NT

OBS De Drentse Hoek

11,9

17,0

221

18,6

19MU

Max Velthuijs

9,4

12,1

125

13,3

19YX

De Leeuwerikhoeve

13,7

20,0

234

17,1

17NQ

P.C. Hooftschool

12,7

19,3

269

21,2

19MH

De Klimop

10,9

13,9

181

16,6

17FN

De Spoorzoeker

9,2

15,0

210

22,8

19NQ

De Gelderlandschool

11,7

16,4

208

17,7

169,9 243,0 3323,0

19,6

Totaal

44

Tabel: Formatieplan en geraamde leerlingen (oktober 2021), Basisscholen met een schoolgewicht > 37

BRIN

Schoolnaam

OP

FTE

LLN LLN/OP

19XU

De Tweemaster

9,5

13,8

152

16,1

17FV

Dr. Willem Drees

18,0

24,6

310

17,3

19OQ

OBS de Springbok

31,4

44,5

455

14,5

19MP

De Kameleon

11,2

16,4

200

17,9

18PQ

Anne Frank

33,9

54,5

553

16,3

19QD

De Kleine Wereld

19,4

30,5

330

17,1

19MZ

Houtwijk

12,0

17,3

195

16,3

19VB

De Wissel

23,6

31,9

395

16,7

19OC

Prins Willem Alexander

23,2

29,2

370

15,9

19ZJ

Zuidwalschool

16,1

19,0

210

13,0

17PJ

Het Startpunt

15,7

18,4

163

10,4

19NW

Van Ostadeschool

23,4

35,0

405

17,3

19UK

Jan Ligthartschool

18,5

22,1

223

12,0

17NF

De Baanbreker

11,2

16,6

161

14,4

19NZ

Erasmus

19,5

27,4

369

19,0

19WO

Het Galjoen

14,9

21,4

222

14,9

19YL

De Voorsprong

24,8

37,1

286

11,6

19ZF

Prinses Marijkeschool

23,3

33,7

325

14,0

349,4 493,4

5324

15,2

Totaal

Tabel: Formatieplan en geraamde leerlingen (oktober 2021), Scholen voor speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en speciaal voortgezet onderwijs

BRIN

Schoolnaam

OP

FTE

LLN LLN/OP

20JC

Bonte Vlinder, de (SBO)

24,2

36,7

255

10,5

20JF

Haagse Beek, de (SBO)

13,6

17,5

125

9,2

20JJ

P.H. Schreuderschool, (SBO)

17,6

27,5

170

9,7

20IX

Insp. W.P. Blokpoelschool (SO)

6,9

31,7

115

16,6

20JE

Eerste NL'se Buitenschool (SO)

12,3

25,7

118

9,6

20KP

Strandwacht (SO)

45,8

90,9

348

7,6

20JG

Insp. S. de Vriesschool (SO/VSO)

27,2

53,8

216

7,9

20JM

Piramide, de (SO/VSO)

30,9

58,5

178

5,8

178,5 342,3

1525

8,5

Totaal

45

Toedeling middelen De Haagse Scholen bedeelt de ontvangen middelen aan de scholen conform de (Rijks-) bekostiging van het onderwijs. De Haagse Scholen voert het beleid om zoveel mogelijk van haar middelen in te zetten voor het primaire onderwijsproces, onder verantwoordelijkheid van de schoolleiding. Dit betekent dat slechts een beperkt gedeelte van de middelen wordt herverdeeld voor andere doelen. Uit een overheadbenchmark, uitgevoerd door Berenschot in 2018, bleek dat de (bovenschoolse) overhead lager was dan bij vergelijkbare organisaties. Jaarlijks wordt een percentage van de niet geoormerkte Rijksmiddelen van de lumpsum afgeroomd en vervolgens herverdeeld over de scholen. Het herverdelingspercentage wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld via de Uitgangspuntennota. Hierover wordt overleg gevoerd met het veld en vervolgens in stemming gebracht bij schooldirecteuren en uiteindelijk bestuurlijk vastgesteld. De volgende bestemmingen van de herverdeling worden onderscheiden: -

Bovenschoolse kosten: kosten centrale dienstverlening van het bestuurskantoor en College van Bestuur,

-

Personele risico’s: compensatie voor bapo (aflopend), ziektevervanging bij hoog verzuim, betaald ouderschapsverlof,

-

Solidariteitsfonds: voor financiële knelpunten van scholen (bijvoorbeeld voor kleine scholen en scholen met een dislocatie),

-

en tot slot exploitatie schoolgebouwen (kosten schoonmaak, energie, onderhoud, huur, schades etc.).

Afgezien van de bovenschoolse kosten komen de middelen uit de herverdeling direct weer ten gunste van het scholenveld, en indirect staat ook het bestuurskantoor ten dienste van de scholen. Hieronder staan de herverdelingspercentages voor 2021 weergegeven ten laste van de personele bekostigingen van het Rijk (lump sum, met uitzondering van de werkdrukmiddelen). Voor wat betreft de materiële instandhoudingen in de Rijksbekostiging wordt daarnaast 9,5% ingehouden voor bovenschoolse kosten en 45,5% voor de exploitatie van de schoolgebouwen. Over andere baten wordt niet herverdeeld. Tabel: Herverdeelpercentages De Haagse Scholen (2021)

Vanuit de personele bekostiging: Bovenschoolse kosten / bestuurskantoor

6,77%

Fonds voor personele risico’s

2,29%

Solidariteitsfonds financiële knelpunten

2,05%

Exploitatie schoolgebouwen

1,36%

Totale herverdeling

12,47%

46

Figuur: weergave functies in functiebouwhuis scholen Directie BAO: Directeur (D11, D12, D13) (V)SO/SBO: Directeur (D11, D12, D13) BAO: Adjunct-directeur (A10, A11, A12) (V)SO/SBO: Adjunct-directeur (A10, A11, A12) Leraar Leraar L10, L11, L12 Onderwijsondersteunend personeel (les-/behandeltaken) Lerarenondersteuner (A, B) Onderwijsassistent (A, B, C) Onderwijsassistent (V)SO/SBO Fysiotherapeut (A, B) Logopedist (A, B) Schoolmaatschappelijk medewerker Orthopedagoog/Psycholoog (A, B) Schoolverpleegkundige (A, B) Ergotherapeut (A, B) Onderwijsondersteunend personeel (zonder les- en behandeltaken) Administratief medewerker & secretarieel (A, B, C) Conciërge/onderhoudsmedewerker (A, B) Technisch vakman Medewerker Beheer en Onderhoud (participatiebaan)

47

Bijlage II

Kasstroomoverzicht

De liquiditeitsprognose (kasstroomoverzicht) voor 2020-2025 is als volgt:

Meerjarig Kasstroomoverzicht

Realisatie

Begroting

2020

2021

Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo Baten en Lasten 1.474

Bijgesteld Begroting Begroting Begroting Begroting 2021

2022

2023

2024

2025

295

-558

-689

-1.353

-2.367

960

2.602 130 1.588 4.320

2.590 903 3.493

2.670 -25 2.645

2.676 2.676

2.615 -4.000 -1.385

2.365 2.365

2.673 2.673

5.209 -2.118 3.090 Kasstroom uit financieringsactiviteiten: Ontvangen interest -80 Betaalde interest

-1.191 -436 -1.627

183 -486 -303

22 22

3.000 670 3.670

787 787

303 303

-31

-31

-6

-6

-5

-5

8.805

2.130

1.753

2.004

926

780

3.931

Kasstroom uit investeringsactiviteiten: Investeringen in materiële va -2.065 -2.065 Totaal kasstroom investering

-1.449 -1.449

-3.059 -3.059

-2.014 -2.014

-1.400 -1.400

-3.414 -3.414

-2.536 -2.536

6.740

681

-1.306

-10

-474

-2.634

1.395

13.728

9.554

20.468

19.162

19.152

18.678

16.044

20.468

10.236

19.162

19.152

18.678

16.044

17.439

Aanpassing voor: Afschrijvingen desinvesteringen mat. activa Mutaties voorzieningen Veranderingen in werkkapitaal: Vorderingen Schulden

Totaal kasstroom uit operationele activiteiten

Totaal Kasstroom Stand liquide middelen eind voorgaand boekjaar Stand liquide middelen eind boekjaar

a)

Saldo baten en lasten; dit betreft het resultaat conform de Staat van baten en lasten excl. het resultaat financiële baten en lasten.

b)

De afschrijvingen zijn conform de staat van baten en lasten en de MIP; dit zijn wel lasten maar geen uitgaven en worden daarom in het kasstroomoverzicht positief verwerkt.

c)

De post mutaties voorzieningen betreft het verschil van de stand per 31/12 jaar T minus de stand per 31/12 T-1. De Haagse Scholen verwacht in de komende jaren een afname van de omvang van de voorzieningen.

48

d)

De post vorderingen betreft het verschil van de stand per 31/12 jaar T minus de stand per 31/12 T-1 een vermindering van de vorderingen betekent een toename van de liquide middelen en omgekeerd. Het streven van De Haagse Scholen is en blijft erop gericht om de vorderingen z.s.m. te innen.

e)

De schulden betreffen het verschil van de stand per 31/12 jaar T minus de stand per 31/12 T1. De omvang van de schulden per 31/12 wordt vooral bepaald door de nog af te dragen belasting en premies van de salarisbetaling december en in mindere mate door de nog te betalen facturen van leveranciers. De beïnvloedbaarheid van deze post is gering.

f)

Ontvangen en betaalde interest, dit betreft de rente baten en lasten conform de Staat van

g)

Kasstroom uit operationele activiteiten dit is het saldo van de voorgaande posten

h)

Investeringen Materiele vaste activa, dit betreft de jaarlijkse investeringen in de materiële

baten en lasten

vaste activa ten behoeve van o.a. meubilair, computers, onderwijsleerpakketten e.d. de bedragen zijn gebaseerd op de MIP i)

Totaal kasstroom, dit betreft het saldo van de kasstroom uit operationele activiteiten en de kasstroom investeringsactiviteiten

Om de fluctuaties te bewaken maakt De Haagse Scholen prognoses op hoofdlijnen van de liquiditeit voor 12 maanden vooruit. Op basis van deze prognose kan worden vastgesteld of De Haagse Scholen voldoende liquide middelen beschikbaar heeft om aan haar korte termijn verplichtingen te voldoen en geplande investeringen te kunnen bekostigen. Dat is met de huidige liquiditeit nooit een probleem. Ook wordt zichtbaar in welke mate sprake is van tijdelijke “overtollige” liquide middelen die voor kortere of langere tijd kunnen worden belegd op een spaarrekening of deposito. De omvang van de liquiditeiten van De Haagse Scholen is ruim voldoende.

49

www.dehaagsescholen.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10896598/1