CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310790 Bijlage 4

Commissie Leefomgeving 24 februari 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Tweeminutendebat over Houd kansen voor de Erasmusvaart open12.863 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Erasmusvaart Nut en Noodzaak - extra advies

Erasmusvaart Nut en Noodzaak - extra advies

Auteur(s) Lieke Hüsken Marnix van der Vat

De afbeelding op de voorpagina is een overzichtskaart van het Delflandse watersysteem, ontvangen van het Hoogheemraadschap van Delfland op 17 juni 2021.

2 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

Erasmusvaart Nut en Noodzaak - extra advies Opdrachtgever

Hoogheemraadschap van Delfland

Contactpersoon

Wim van der Vliet Luc Verschueren

Trefwoorden

Erasmusvaart, Hoogheemraadschap van Delfland, Veerkracht, Kosteneffectiviteit, Boven-normatief, Wateroverlast,

Documentgegevens Versie

1.0

Datum

24-09-2021

Projectnummer

11207266-000

Document ID

11207266-000-ZWS-0006

Pagina’s

46

Classificatie Status

definitief

Doc. Versie

Auteur

Controle

Akkoord

0.11

Lieke Hüsken

Elgard van Leeuwen

Harm Duel

1.0

Lieke Hüsken

Ad Jeuken

Bianca Peters

3 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

Publicatie

Samenvatting Samenvatting van de rapportage: Erasmusvaart. Nut en Noodzaak - extra advies (Deltares, 2021) Uit de verkenning van de Erasmusvaart, gestart in 2018 door de vier organisaties: de gemeente Westland, gemeente Den Haag, provincie Zuid-Holland en Hoogheemraadschap van Delfland, is gebleken dat de Erasmusvaart ruimtelijk en technisch inpasbaar is, nuttig is voor het watersysteem en aansluiting bij de werkzaamheden aan het knooppunt N211 de kans op de realisatie van de Erasmusvaart vergroot. De verwachte investeringskosten van de Erasmusvaart zijn voorlopig geschat op € 47 miljoen (excl. btw met een bandbreedte van +/30%). De Erasmusvaart is gestart als integraal gebiedsontwikkelingsproject. Om het project een stap verder te brengen heeft Delfland zich meer uitgesproken in het belang van het project en als gevolg daarvan het trekkerschap naar zich toegetrokken. Deze ontwikkeling vraagt om een nadere beschouwing van de waterhuishoudkundige relevantie (nut en noodzaak) om een completer beeld te geven van de verhouding tussen de kosten en de waterhuishoudkundige baten van de Erasmusvaart, daarbij in aanmerking genomen dat ook zonder de Erasmusvaart de boezem aan de wettelijke norm voldoet. Onderdeel van de waterhuishoudkundige relevantie is daarom ook de vraag hoe de Erasmusvaart bijdraagt aan “Een robuust watersysteem nu en in de toekomst”.

Aanpak Om te komen tot dit extra advies is gebruik gemaakt van verschillend berekeningen waarmee het effect van de Erasmusvaart kan worden geanalyseerd kijkend naar: • • • • •

een piekbui over heel Delfland met en zonder Erasmusvaart lokale piekbuien boven Den Haag en Westland met en zonder Erasmusvaart neerslag in combinatie met de uitval van het gemaal ’t Westambacht met en zonder Erasmusvaart neerslag in combinatie met de aanleg van een open watergang tussen Valkenbosvaart en Verversingskanaal een extra stresstest met een neerslag toename van 20% boven Westland en een toename van verhard oppervlak van 10% (zonder aanvullend een open watergang tussen Valkenbosvaart en Verversingskanaal en zonder uitval van het gemaal ’t Westambacht)

In deze analyse is gerekend met een neerslaghoeveelheid van 90 mm binnen 24 uur (maatgevende bui) die representatief is om voor extreme neerslagsituaties de effecten van de Erasmusvaart te laten zien. In de extra stresstest is de berekening gemaakt met 108 mm in 24 uur. De onderzochte hydrologische effecten betreffen de verandering in berging, afvoercapaciteit en de piekwaterstanden als gevolg van de aanleg van de Erasmusvaart. Wanneer de afvoercapaciteit van het boezemsysteem wordt vergroot, kan dit meer ruimte creëren voor de omliggende gebieden om op af te wateren wanneer er hevige neerslag plaatsvind. Hierdoor kunnen piekwaterstanden worden opgevangen, mits het water bij de boezem kan komen en er geen knelpunten onderweg zijn. Hiermee kan het vergroten van de afvoer capaciteit bijdragen aan het verlagen van piekwaterstanden en daarmee het voorkomen van wateroverlast als gevolg van inundatie uit het oppervlaktewater. In deze rapportage wordt geen antwoord gegeven op de vraag: Lost de Erasmusvaart een knelpunt op? Het beantwoorden hiervan vraagt om een integrale analyse van het watersysteem, wat verder gaat dan de scope van deze opdracht.

4 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

Voor dit extra advies is vanwege de urgentie voor de besluitvorming (herstructurering N211) gekozen voor een aanpak met een korte doorlooptijd en waarin zoveel mogelijk gebruik gemaakt wordt van bestaande analyses. Een dergelijke integrale analyse van het watersysteem wordt voorzien in het kader van de Strategie voorkomen wateroverlast, momenteel in ontwikkeling bij Delfland. Wel wordt voor de Erasmusvaart geanalyseerd wat het waterhuishoudkundige effect van deze extra open waterverbinding is. Met andere woorden, (hoeveel) draagt de Erasmusvaart bij aan het vasthouden, bergen, en afvoeren van water? Vervolgens is bekeken of dit effect ook met andere (goedkopere) maatregelen kan worden gerealiseerd. Daarmee wordt in dit rapport de vraag beantwoord of de Erasmusvaart een kosteneffectieve maatregel is. Maatregelen die hetzelfde effect kunnen realiseren die mogelijk kosten effectiever zijn dan de Erasmusvaart zijn in dit onderzoek bekeken om de Erasmusvaart in perspectief te zetten. Dit zegt echter nog weinig over de wenselijkheid deze maatregelen uit te voeren. Daarvoor is een systematische vergelijking nodig van de bijdrage van verschillende maatregelen aan het oplossen van knelpunten en problemen, zoals voorzien in het kader van de Strategie voorkomen wateroverlast, momenteel in ontwikkeling bij Delfland.

Hydrologische effecten Erasmusvaart Het watersysteem van Delfland bestaat uit meerdere waterbeheersingseenheden op verschillende niveaus, elk met zijn eigen aan- en afvoersysteem, eventueel eigen bergingssysteem, én bijbehorende kunstwerken. Laaggelegen polders wateren af naar de boezem via een gemaal, de opmalingspolders doen dit via een stuw onder vrij verval. Het boezemland is zonder tussenkomst van regulerende kunstwerken vrij afwaterend op de boezem. De boezem watert op zijn beurt met een zestal hoofdgemalen af naar het buitenwater: de Noordzee, de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas. Met de aanleg van de Erasmusvaart wordt een aanvullende verbinding gecreëerd tussen het laaggelegen Westland en het hoger gelegen Den Haag. Het Westland is voor zijn afvoer mede afhankelijk van gemaal Schoute in Den Haag. Onder het meest extreme scenario (stresstest) draagt de Erasmusvaart bij aan een betere afvoer naar gemaal Schoute tot maximaal 3m 3/s. Ook zijn er scenario’s onderzocht waar ’t gemaal Westambacht uitvalt en er een positief effect is van de Erasmusvaart. Dit geldt echter alleen voor lokale buien op het Westland. Bij buien op het gehele beheersgebied leidt de Erasmusvaart niet tot een toename van de afvoer van gemaal Schoute, omdat het water dan juist naar het zuiden door de Erasmusvaart stroomt. In deze situatie leidt de Erasmusvaart tot het rondstromen van het water.

Het effect van de Erasmusvaart op de verlaging van de piekwaterstanden ligt in de nabijheid van de Erasmusvaart lokaal tussen de 1 en 5 cm. Op basis van expert judgement is de inschatting dat dit geen noemenswaardig effect zal hebben op het voorkomen van wateroverlast en schade door inundaties. Bij een gebiedsdekkende maatgevende bui zorgt de Erasmusvaart lokaal voor hogere waterstanden in Westland en lagere in Den Haag. Het berekende bergingsvolume van 11.100m3 is ongeveer 0,5% van het totale boezemwatersysteem en heeft daarmee nauwelijks effect op het bergende vermogen van het watersysteem. Ter vergelijking, met de aanleg van de berging Molenvlietpark is 60.000m³ gerealiseerd. Alternatieve maatregelen De extra afvoercapaciteit van 3 m3/s is met andere, goedkopere maatregelen ook te bereiken. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan uitbreiding van de capaciteit van de duiker en gemaal ’t Westambacht of het aanleggen van een nieuw gemaal, en duiker of persleiding op een vergelijkbare plaats in het boezemnetwerk.

5 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

Zonder kostenraming wordt ingeschat dat de kosten voor de alternatieve maatregelen een factor 5 tot 10 lager zullen zijn dan die voor de Erasmusvaart. De Erasmusvaart als maatregel voor het realiseren van berging lijkt ook niet kosteneffectief. Op basis van de kosten per kubieke meter van de piekberging in het Molenvlietpark zou een bergingsvolume van 11.100m3 gerealiseerd kunnen worden voor €1,3miljoen. Meerwaarde Natuur en Ecologie Momenteel is de zone waar de Erasmusvaart gepland is een ecologisch knelpunt, onder andere door minimale beschikbare ruimte en de versnipperde vorm hiervan. Ook is er weinig doorstroom in het beschikbare water. De bijdrage van de Erasmusvaart aan de KRW (Kaderrichtlijn Water) doelen is positief en waarschijnlijk niet op dezelfde schaal met andere maatregelen te behalen. Of die bijdrage alleen opweegt tegen de investering is in deze studie niet bekeken, maar lijkt onwaarschijnlijk gezien de omvang van de investering. Hiervoor zou nader onderzoek nodig zijn, specifiek om de meerwaarde van een blauwgroene zone (door de Erasmusvaart) ten opzichte van de huidige groene zone aan te tonen. Er is in deze studie ook niet onderzocht hoe urgent het oplossen van dit ecologische knelpunt is.

Algemene conclusies en aanbevelingen Wat betreft het vasthouden, bergen, en afvoeren van water, draagt de Erasmusvaart bij aan een verbeterde afvoer, maar alleen in combinatie met een verbeterde doorstroom naar gemaal Schoute en in zeer extreme situaties. De extra berging die de Erasmusvaart creëert heeft nauwelijks effect op het bergende vermogen van het watersysteem. De Erasmusvaart heeft geen invloed op het vasthouden van water. De Erasmusvaart kan bijdragen aan de waterhuishoudkundige doelstellingen en daarmee een stap zetten richting een robuuster watersysteem. Echter, de hydraulische effecten zijn beperkt vergeleken met de vereiste investering. Er zijn veel goedkopere alternatieven, zoals het vergroten van gemaal- en bergingscapaciteit, die dezelfde effecten kunnen realiseren De bijdrage van de Erasmusvaart aan de KRW doelen is positief. Of die bijdrage alleen opweegt tegen de investering is in deze studie niet bekeken maar is onwaarschijnlijk. De conclusie dat de Erasmusvaart niet kosteneffectief blijkt, betekent niet dat investeringen in boven-normatieve maatregelen niet nodig of wenselijk (zullen) zijn. De Strategie voorkomen wateroverlast, momenteel in ontwikkeling bij Delfland, levert naar verwachting een afwegingskader voor het identificeren en evalueren van maatregelen die bijdragen aan een robuust, toekomstbestendig watersysteem en die kosteneffectief zijn.

6 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

Inhoud

1

Samenvatting

4

Aanleiding

9

1.1

Opdracht omschrijving

10

1.2

Aanpak

10

1.3

Leeswijzer

10

2

Achtergrond Erasmusvaart

11

2.1

Vertrekpunten

11

2.2

Scope wijziging

11

2.3

Huidige inzet Delfland

12

3

De waterhuishoudkundige context

13

3.1

Een robuust watersysteem

13

3.2 3.2.1

Wateroverlast Strategie Voorkomen wateroverlast Delfland

13 14

3.3

Eerdere beoordeling Erasmusvaart

17

3.4

Vergelijking met alternatieve maatregelen

17

4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.1.6

4.1.7

Onderbouwing - hydrologie

19

Scenario’s voor effecten Erasmusvaart 19 Scenario 1: Een maatgevende piekbui over heel Delfland 23 Scenario 2: Een maatgevende piekbui over heel Delfland en uitval van het gemaal ’t Westambacht 24 Scenario 3: Lokale piekbui boven Westland en uitval van het gemaal ’t Westambacht 25 Scenario 4: Lokale piekbui boven Den Haag en uitval van het gemaal ’t Westambacht 26 Scenario 5: Aanleg van de Erasmusvaart met aanvullend een open watergang tussen Valkenbosvaart en Verversingskanaal 27 Scenario 6: Aanleg van de Erasmusvaart met aanvullend een open watergang tussen Valkenbosvaart en Verversingskanaal en uitval van het gemaal ’t Westambacht 28 Scenario 7: Stresstest met een neerslag toename van 20% boven Westland en een toename van verhard oppervlak van 10% (zonder aanvullend een open watergang tussen Valkenbosvaart en Verversingskanaal en zonder uitval van het gemaal ’t Westambacht ) 29

4.2

Bergingscapaciteit

32

4.3 4.3.1 4.3.2

Alternatieve maatregelen voor hydrologisch effect Erasmusvaart Vergroten capaciteit gemalen “Westland” Alternatief

33 33 33

7 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

5

Onderbouwing – Overig

35

5.1

Meerwaarde secundaire doelen – waternatuur en waterkwaliteit.

35

5.2

Goed onderhoudbaar, minst gevoelig voor verstoringen, adaptief

36

6 6.1 6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4 6.1.5

Conclusies

37

Deelvraag 1 Argument 1: Betere verdeling van neerslag Argument 2: Extra berging Argument 3: Grotere sturingsmogelijkheden Argument 4: Meerwaarde secundaire doelen Argument 5, 6 en 7: Goed onderhoudbaar, Minst gevoelig voor verstoringen, en Adaptief

37 37 38 38 38

6.2

Deelvraag 2

39

6.3

Deelvraag 3

39

6.4

Algemene conclusie

39

7

Aanbevelingen

38

41

7.1

Integrale gebiedsontwikkeling

41

7.2

Investeren in boven-normatieve maatregelen

41

8

Referenties

42

A

Bijlagen

43

A.1

Programma en Deelnemers Werksessie 1 – 17 juni 2021

43

A.2

Programma en Deelnemers Werksessie 2 – 8 juli 2021

44

A.3

Aangenomen profielen bij verschillende berekeningen

45

8 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

1

Aanleiding De verkenning Erasmusvaart, gestart in 2018, is gezamenlijk uitgevoerd door de vier organisaties: de gemeente Westland, gemeente Den Haag, provincie Zuid-Holland en Hoogheemraadschap van Delfland. In de verkenning is onderzocht of de Erasmusvaart technisch en ruimtelijk haalbaar is, het nut en de noodzaak, en of aansluiting met de werkzaamheden aan het knooppunt N211 – Poeldijkseweg – Erasmusweg mogelijk is (‘werk met werk maken'). Uit deze verkenning is gebleken dat de Erasmusvaart: • • •

ruimtelijk en technisch inpasbaar is; nuttig is voor het watersysteem en; aansluiting bij de werkzaamheden aan het knooppunt N211 de kans op de realisatie van de Erasmusvaart vergroot. De uitkomsten van de verkenning zijn het vertrekpunt voor de planuitwerkingsfase (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 april 13). “In de planuitwerkingsfase wordt verder in beeld gebracht hoe de Erasmusvaart gerealiseerd kan worden en wat hiervoor nodig is. De planuitwerkingsfase moet de input leveren voor een onderbouwd go/no-go besluit door de VV in het eerste kwartaal van 2022. De planuitwerking geeft duidelijkheid over het programma van eisen voor de Erasmusvaart voor de waterhuishouding, het ruimtebeslag, de ecologie, het medegebruik en bijzondere elementen zoals kruisingen. Voor de onderdoorgang van de Erasmusvaart onder de N211 en de Poeldijkseweg wordt in de planuitwerking een uitgewerkt ontwerp gemaakt.

Daarnaast zal de planuitwerking aandacht besteden aan de fasering, de kosten, de financieringsstrategie, de risico’s en het noodzakelijke omgevingsmanagement (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 april 13)” Op basis van een het uitgewerkte ontwerp van de onderdoorgang onder de N211 en Poeldijkseweg ligt dan het feitelijke go/no-go besluit van de Erasmusvaart voor met: een begroting, dekkings- en investeringsvoorstel voor de nu geraamde € 47 miljoen (exclusief btw met een bandbreedte van +/- 30%) voor de periode 2023 – 2035 en zicht op cofinanciering (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 feb 9). Als onderdeel van de planuitwerking is ook een aanvullend advies gevraagd over nut en noodzaak van de Erasmusvaart (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 april 13). Deltares heeft opdracht gekregen dit advies op te stellen. Deze rapportage beschrijft de resultaten van dit advies. De voorliggende vraag is urgent omdat de herstructurering van de N211 de aanleg van de Erasmusvaart in de toekomst onmogelijk zou kunnen maken. De aanleg van de Erasmusvaart zou nu al bij de herstructurering moeten worden betrokken. Inpassing later is technisch lastig, duur en zou veel overlast tot gevolg hebben voor het doorgaande verkeer en omwonenden.

Nu rekening houden met een Erasmusvaart kost circa € 2,5 miljoen voor het op hoogte brengen van het tracé, of circa € 9 miljoen voor het direct aanleggen van de benodigde verbindingen onder de N211 door (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 feb 9).

9 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

1.1

Opdracht omschrijving Als resultaat van de verkenning is geconcludeerd dat de Erasmusvaart ruimtelijk en technisch inpasbaar is, dat de Erasmusvaart nodig is voor het watersysteem en dat aansluiting bij de werkzaamheden aan het knooppunt N211 de kans op realisatie vergroot. Omdat deze verkenning echter globaal is, en bovendien maar gebaseerd op een beperkt aantal criteria, heeft Delfland aanvullend advies gevraagd. Duidelijk is dat ook zonder de Erasmusvaart de boezem, met uitzondering van een aantal kleine (inundatie)knelpunten, aan de wettelijke normen voor wateroverlast voldoet. Deze kleine (inundatie)knelpunten liggen buiten het invloed gebied van de Erasmusvaart. De vraag is daarmee of de boven-normatieve investering die de Erasmusvaart feitelijk is, in balans is met de te verwachte meerwaarde die de Erasmusvaart zal opleveren. De beoordeling en argumentatie zal zich beperken tot het werkveld van het waterschap, met name de waterhuishoudkundige taak van het waterschap. Argumenten als verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en recreatie vallen daarmee buiten de scope van dit advies.

1.2

Aanpak In de offerte van Deltares van 28 mei 2021 is de vraag uitgesplitst in drie deelvragen: 1 2 3

Hoe ziet de eerder gebruikte argumentatie eruit? Hoe is deze onderbouwd? Is de criteria set compleet, welke criteria ontbreken? Wanneer ontbrekende criteria worden toegevoegd, hoe beoordelen we de Erasmusvaart in dit verbrede perspectief? (Zijn dezelfde effecten eventueel ook met andere (goedkopere) oplossingen te bereiken?)

Vanwege de urgentie voor de besluitvorming (herstructurering N211) is voor een korte doorlooptijd gekozen waardoor Deltares in de uitvoering van deze opdracht zoveel mogelijk gebruik maakt van bestaande analyses. Voor de uitwisseling van kennis en informatie zijn twee werksessie gehouden met deelnemers vanuit Deltares en Delfland (17 juni 2021 – Bijlage A.1, 8 juli 2021 – Bijlage A.2). In de eerste werksessie is een extra stress test gedefinieerd om te kijken naar het effect op de Erasmusvaart onder een extremere toekomstige situatie. Deze berekeningen zijn vervolgens door Delfland uitgevoerd en opgenomen in deze rapportage.

1.3

Leeswijzer Deze rapportage is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 beschrijft de achtergrond van het project en gaat in op de aanleiding van de Erasmusvaart, de begrippen veerkracht en robuustheid, en de ontwikkelingen van de wateroverlaststrategie 2027 – 2050. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 3 de waterhuishoudkundige context en argumentatie voor de aanleg van de Erasmusvaart, zoals opgesteld door Delfland samengevat. In Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk 5 wordt de onderbouwing voor deze argumentatie nader onderzocht, waarbij hoofdstuk 4 specifiek ingaat op de hydrologische onderbouwing en hoofdstuk 5 de overige argumentatie behandelt. In beide hoofdstukken wordt ook stil gestaan bij alternatieve maatregelen. Tot slot worden in hoofdstuk 6 de conclusies gepresenteerd en in hoofdstuk 7 de aanbevelingen die voortkomen uit het uitvoeren van deze opdracht.

10 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

2

Achtergrond Erasmusvaart

2.1

Vertrekpunten “De Ontwerp Verkenning laat zien dat door de Erasmusvaart de huidige anonieme stadsrand van Den Haag en Westland transformeert tot een zone, waarbij een kwalitatieve verbetering wordt gecreëerd op gebieden als ecologie, recreatie en waterveiligheid. Ook anticipeert de Erasmusvaart op doelstellingen van klimaatveranderingen. Het verbetert de kwaliteit van de woonomgeving voor Erasmusveld, Wateringen Noord, Den Haag Zuidwest en de Gantelzone, waarin verdichten en vergroenen centraal staan.” Deze tekst uit de oplegnotitie voor het Bestuurlijk Overleg december 2019 geeft het beeld weer vanuit waar de verkenning naar de Erasmusvaart is begonnen. Uitgesplitst zijn dit de volgende drie vertrekpunten, die nader worden toegelicht in het gezamenlijk opgestelde eindproduct Verkenningsfase Erasmusvaart 2018-2021 (Gemeenten Den Haag, Gemeente Westland, Provincie Zuid-Holland, Hoogheemraadschap van Delfland, 2021):

2.2

➢

De Erasmusvaart is gestart als een project dat bijdraagt aan gebiedsopgaven, water/klimaat, groen/ecologie en recreatie/toerisme. Het vertrekpunt was dat de Erasmusvaart: • zou bijdragen aan de doelstellingen op gebied van water en biodiversiteit, • kansen biedt voor een gezonde leefomgeving en • recreatief medegebruik langs en in het water mogelijk maakt. Enkele toenmalige wethouders van Gemeente Westland en Gemeente Den Haag waren geporteerd van vaarrecreatie met als beeld ‘het bloemencorso varend door de Erasmusvaart’. Daarnaast zagen de bestuurders van de vier overheden de Erasmusvaart als een kans om de natte en droge ecologie op te waarderen en de biodiversiteit te stimuleren.

➢

Vanuit deze vier doelen ligt het voor de hand dat de vier overheden als gelijke partners optrekken. Alle partijen zien daarbij tegenover de kosten ook baten. De nieuwe gebiedsontwikkelingen langs de vaart zouden extra opbrengsten genereren door de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte, een nieuwe stadsentree en vaarwater.

➢

‘Werk met werk maken’ zou de maatschappelijke kosten drukken en de totale (bouw)overlast voor de omgeving verminderen. Daarom is de voorkeur om zo veel mogelijk aan te sluiten bij de ruimtelijke ontwikkelingen die in het gebied plaats (zullen) vinden zoals bijvoorbeeld de reconstructie van de N211.

Scope wijziging Tijdens de verkenningsfase hebben de activiteiten (onderzoeken, afstemming met de stuurgroep N211 en de beraadslagingen in het bestuurlijk overleg Erasmusvaart, het directeurenoverleg en het projectteam) geleid tot aanpassing van de bovenstaande vertrekpunten. Om het project een stap verder te brengen heeft Delfland zich meer uitgesproken in het belang van het project en als gevolg daarvan het trekkerschap naar zich toegetrokken.

11 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

Delfland heeft toen aangegeven deze rol op zich te willen nemen, maar, daarbij uit te gaan van een sobere en doelmatige inrichting van het nieuwe boezemwater (Gemeenten Den Haag, Gemeente Westland, Provincie Zuid-Holland, Hoogheemraadschap van Delfland, 2021).

2.3

Huidige inzet Delfland De verwachte investeringskosten van de Erasmusvaart zijn voorlopig geschat op € 47 miljoen (excl. btw met een bandbreedte van +/- 30%) (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 feb 9). Voor de aanleg van de Erasmusvaart, als primair een waterproject, zou Delfland als trekker een groot deel van de kosten op zich moeten nemen. Deze ontwikkeling vraagt om een nadere beschouwing van de waterhuishoudkundige relevantie (nut en noodzaak) om een completer beeld te geven van de verhouding tussen de kosten en de waterhuishoudkundige baten van de Erasmusvaart. Onderdeel van de waterhuishoudkundige relevantie is ook de vraag hoe de Erasmusvaart bijdraagt aan de Delfland’s doelstelling: “Een robuust watersysteem nu en in de toekomst” (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 feb 9).

12 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

3

De waterhuishoudkundige context

3.1

Een robuust watersysteem Delfland gaat voor een robuust watersysteem, zo is vastgesteld door het college in mei 2020 (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 feb 9). Daarmee wil Delfland werken aan het voorkomen van wateroverlast op de lange termijn. Delfland hanteert de definities uit het factsheet van Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) over robuustheid en heeft de verschillende theoretische begrippen intern geoperationaliseerd. “Een robuust watersysteem of robuuste ruimtelijke inrichting is in het algemeen bestand tegen extreme gebeurtenissen en voldoet bij verschillende mogelijke toekomstige ontwikkelingen” (Stowa, 2018). Robuustheid bestaat uit de componenten weerstand en veerkracht (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 feb 9): ➢

Een systeem dat voldoende weerstand heeft en blijft werken ook bij een hogere belasting van het systeem. Het watersysteem moet voldoen aan de gestelde normen.

➢

Een veerkrachtig systeem dat het vermogen heeft om verstoringen op te vangen en snel ervan te herstellen. Het watersysteem kan extreme omstandigheden opvangen en kijkt daarmee voorbij de gestelde normen.

“Het boezemsysteem biedt in de huidige situatie in principe voldoende weerstand maar is niet veerkrachtig. Bij een veerkrachtig systeem zou het water makkelijk verdeeld moeten kunnen worden naar meerdere watergangen en vervolgens naar een berging of gemaal gestuurd worden. Dat is momenteel niet voldoende het geval. Het systeem heeft onvoldoende het vermogen om verstoringen op te vangen en snel daarvan te herstellen. Het is kortom momenteel niet veerkrachtig.” (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 feb 9) Kortom, het systeem heeft beperkt ruimte om het water op te vangen en goed te verdelen (Hoogheemraadschap van Delfland, 2016 feb 22) en verwacht wordt dat de Erasmusvaart hierop een positief effect zal hebben en daarmee de veerkracht van het systeem zal vergroten.

3.2

Wateroverlast Het beperken en voorkomen van wateroverlast (droge voeten) is een van de belangrijkste taken van Delfland. Onderstaande omschrijving in Textbox 3.1 geeft de situatie weer waar veel waterbeheerders zich momenteel in bevinden. Voldoen aan de normen voor wateroverlast betekent niet dat er in werkelijkheid ook geen wateroverlast ontstaat, of dat alle knelpunten zijn opgelost. Investeringen in boven-normatieve maatregelen vragen om een andere kijk op wateroverlast: het gaat om het oplossen van de werkelijk gevoelde knelpunten en niet enkel om het voldoen aan een wettelijke verplichting.

13 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

Textbox 3.1 Redeneerlijn analyse watersysteem voorbij de norm voor wateroverlast. Overgenomen uit Brede Methodiek Wateroverlast (Leeuwen van, 2021)

In gemeente x valt een clusterbui. De straten in de dorpskern staan blank en op enkele plaatsen stroomt zelfs water huizen binnen. Bij agrariërs in het buitengebied ontstaat schade doordat kuilgras verloren gaat. Een dergelijke bui, zo blijkt later uit de statistiek, heeft een kleine kans van voorkomen, maar dat zegt gedupeerden weinig. Burgers en boeren zijn boos op de gemeente en het waterschap en bestuurders worden onder druk gezet om direct maatregelen aan te kondigen. Het waterschap wil graag in actie komen, maar er is ook het vermoeden dat als deze extreme bui in een naburige gemeente was gevallen, de schade nog veel groter zou zijn geweest. Wat te doen, en wat te communiceren? Als een systeem volgens de norm ‘op orde’ is en een bepaalde basisbescherming is gerealiseerd, dan betekent dat nog niet dat alle knelpunten in de buitenruimte zijn opgelost, of dat een gebied bestand is tegen zogenaamde klimaatbuien. Om deze problemen fundamenteler aan te pakken, en een ambitie op dat vlak te formuleren, is een bredere analyse nodig, waarin ook buitengewone situaties goed worden bestudeerd.. In zo’n analyse kijken we niet alleen naar water in de buitenruimte, maar ook naar de impact daarvan op huizen, bedrijven en bijvoorbeeld landbouwpercelen. Dat kan een directe impact zijn door instromend water, maar ook een indirecte, door cascade-effecten.

Voorbeelden zijn uitval van stroomverdeelstations en evacuatie van zorginstellingen wanneer bevoorrading door wateroverlast wegvalt. Zo’n brede analyse, waarin ook de buitenruimte en de impact op objecten wordt meegenomen, is nodig voor het afleiden van doelmatige maatregelen en het formuleren van een concrete klimaatambitie. We zoeken een kader voor abnormale situaties, die ook in systemen die wettelijk op orde zijn kunnen optreden. Klimaatverandering maakt de behoefte aan zo’n kader steeds urgenter. Gemeenten en waterschappen ‘moeten wat’ met die klimaatbuien, maar schrikken terecht terug voor ad hoc maatregelen. Wat is in dit soort situaties ‘waterhuishoudkundige wijsheid’? Wat zijn goede maatregelen? en hoe voorkom je willekeur en ‘kortademig incidentenbeheer’?

3.2.1

Strategie Voorkomen wateroverlast Delfland Door de gedane investeringen sinds de eeuwwisseling is het boezemsysteem van Delfland nu op orde als het gaat om de normering voor wateroverlast in het boezemland. De gemaalcapaciteit is verdubbeld, boezemwatergangen verbreed en er zijn calamiteitenbergingen aangelegd (Hoogheemraadschap van Delfland, 2016 feb 22). De doorstroomstudie Den Haag (2012), De visie toekomstbestendig boezembeheer (2016), De Watersysteemanalyse Boezem (2018) en het Waterbeheerplan 2016 geven inzicht in hoe de boezem functioneert, waar uitdagingen zijn en op hoofdlijnen hoe Delfland ermee om wil gaan. In 2020 zijn de ‘Doelstellingen Voorkomen Wateroverlast 2027-2050’ (Hoogheemraadschap van Delfland, 2020 mei 26) vastgesteld als vertrekpunt voor de verdere ontwikkeling van een lange termijn strategie. Delfland gaat voor een robuust watersysteem en het voorkomen van wateroverlast maar kan dit niet alleen. Voor het op orde houden van het boezemsysteem is Delfland ook afhankelijk van andere partijen. Er is een strategie nodig voor de periode na 2027 om de (gezamenlijke) ambities vast te stellen en doelstellingen te bereiken. Hieraan wordt momenteel gewerkt. Resultaten worden in 2022 verwacht.

14 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

Het opstellen van een dergelijke strategie, inclusief een toekomstige knelpunten analyse, afwegingskader en uitvoeringsprogramma, biedt een kader waarbinnen verschillende maatregelen naast elkaar kunnen worden gelegd en op een uniforme wijze kunnen worden beoordeeld op hun (relatieve) bijdragen aan het voorkomen van wateroverlast. De Erasmusvaart is een voorbeeld van een dergelijke maatregel met een boven-normatief karakter, maar zo ook de aanleg van piekbergingen op verschillende locaties. De Strategie voorkomen wateroverlast Delfland is op dit moment nog niet gereed. Dit maakt het lastig om aan te geven in welke mate de Erasmusvaart schade als gevolg van wateroverlast vermindert en deze maatregel tegen anderen af te wegen. De afweging over nut en noodzaak van de Erasmusvaart komt wat dat betreft iets te snel in het proces omdat nog niet alle informatie over (impact van) overlast, knelpunten, ambities en andere mogelijke maatregelen al verzameld is. Desalniettemin is een afweging over de Erasmusvaart, op dit moment, wel noodzakelijk (Nadere toelichting Textbox 3.2).

15 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

Textbox 3.2 Nadere toelichting: De Erasmusvaart in relatie tot “vasthouden – bergen – afvoeren” en de Strategie Voorkomen Wateroverlast

Onderdeel van het ontwikkelen van een Strategie Voorkomen Wateroverlast, vanuit een breder (boven-normatief) perspectief, is het definiëren van welke omstandigheden beheerst moeten worden. Denk bijvoorbeeld aan de uitval van kritieke diensten zoals elektriciteit of mobiliteit als gevolg van wateroverlast, of het onderlopen van agrarisch gebied. Vervolgens kan (iteratief) worden geanalyseerd waar welke knelpunten ontstaan, onder welke omstandigheden deze optreden, en welke gevolgen wel of niet acceptabel zijn. Wanneer bovenstaande inzichten beschikbaar zijn kunnen maatregelen worden bedacht om specifieke knelpunten op te lossen en kan worden afgewogen hoe de maatregelen bijdragen aan het voorkomen van ongewenste overlast situaties: Hoe draagt de bedachte maatregelen bij aan het oplossen van het probleem/knelpunt? Voor de Erasmusvaart kan deze vraag niet worden beantwoord omdat er op dit moment nog onvoldoende informatie is over de toekomstige systeemknelpunten die voorkomen moeten worden.

Wel kan voor de Erasmusvaart worden geanalyseerd: Wat is het waterhuishoudkundige effect van deze extra open waterverbinding? Met andere woorden, draagt de Erasmusvaart bij aan het vasthouden, bergen, en afvoeren van water in wateroverlastsituaties? Vervolgens kan dan worden bekeken of dit effect ook met andere (goedkopere) maatregelen kan worden gerealiseerd? In dit rapport wordt daarom de vraag beantwoord of de Erasmusvaart een kosteneffectieve maatregel is, en niet of het effect van de Erasmusvaart wenselijk is ter voorkoming van wateroverlast en het oplossen van knelpunten.

16 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

3.3

Eerdere beoordeling Erasmusvaart De eerder door Delfland gebruikte argumentatie ter onderbouwing van de investering in de aanleg van de Erasmusvaart wordt samengevat in de informatieve college brief van 9 februari (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 feb 9). Deze argumentatie is in werksessie 1 (17 juni 2021, Bijlage A.1) nader besproken en toegelicht door vertegenwoordigers van Delfland. In de onderbouwing worden kwalitatief verschillende maatregelen met elkaar vergeleken op kosten en effecten. Uit deze vergelijking komen de volgende 7 argumenten voor de aanleg van de Erasmusvaart naar voren: 1

Betere verdeling van neerslag – Door de Erasmusvaart kan de neerslag beter verdeeld worden binnen het boezemsysteem en kan daarmee de bestaande berging in ander gebieden beter benut worden. De Erasmusvaart zorgt voor de mogelijkheid om het water daarheen te sturen waar er ruimte is en weg te halen waar er geen ruimte is.

2

Extra berging – De Erasmusvaart voegt extra bergingscapaciteit van ongeveer 4,5ha toe aan het boezemsysteem. Andere maatregelen, zoals een duiker of persleiding doen dat niet.

3

Grotere sturingsmogelijkheden - De Erasmusvaart vergroot de aanvoer naar gemaal Schoute en draagt daarmee bij aan grotere sturingsmogelijkheden in het hele boezemsysteem.

4

Meerwaarde secundaire doelen – De Erasmusvaart biedt meerwaarde op secundaire doelen zoals natuur en recreatie. Zowel op doelen die voor Delfland belangrijk zijn, zoals waternatuur, als op doelen die voor het gebied belangrijk zijn, zoals recreatiemogelijkheden en ruimtelijke kwaliteit.

5

Goed onderhoudbaar – De verwachting is dat in vergelijking tot andere maatregelen de Erasmusvaart makkelijker te onderhouden is en minder onderhoudskosten heeft dan andere maatregelen.

6

Minst gevoelig voor verstoringen – De Erasmusvaart is een open water verbinding en daarmee minder gevoelig voor verstoringen. Alles is zichtbaar en toegankelijk.

7

Adaptief – De Erasmusvaart als open water verbinding is voor de lange termijn het meest adaptief en biedt mogelijkheden om in de toekomst nog aan te passen en uit te breiden. Dit zal minder makkelijk gaan bij ondergrondse maatregelen zoals persleidingen en duikers.

De eerste drie argumenten in de lijst zijn hydrologisch van aard. Indien de omschreven effecten ook gerealiseerd worden door de aanleg van de Erasmusvaart zou de Erasmusvaart bijdragen aan een robuuster watersysteem. Op basis van bovenstaande argumenten concludeert Delfland dat een open verbinding als de Erasmusvaart een maatregel is die de meeste veerkracht biedt en zekerheid geeft, gegeven de onzekerheden in de klimaatscenario’s (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 feb 9).

3.4

Vergelijking met alternatieve maatregelen De aanleg van de Erasmusvaart wordt ook vergeleken met andere mogelijke maatregelen die het boezem(land)systeem van Westland en Den Haag verbinden (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 feb 9). Er worden vier maatregelen beschouwd:

17 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

• • • •

de Erasmusvaart als open verbinding; het aanleggen van een persleiding op het tracé van de Erasmusvaart; het aanleggen van een duiker op het tracé van de Erasmusvaart; het vergroten van de huidige bestaande duikerverbinding ter hoogte van Wateringen.

Bij de alternatieve maatregelen neemt de effectiviteit van de maatregel af naar mate het klimaatscenario extremer wordt. Een open verbinding behoudt zijn effectiviteit ook bij extremere klimaatscenario’s. Daarnaast biedt een open verbinding ook de meeste meerwaarde voor secundaire doelen zoals waternatuur en recreatie en is het beheer en onderhoud gemakkelijk en relatief goedkoop. De Erasmusvaart is een grote investering maar levert de meeste meerwaarde op. De argumentatie is samengevat in Figuur 3.1, waarbij de invulling van dit figuur gebaseerd is op expert judgement zonder uitgebreide analyses.

Figuur 3.1 Afweging en conclusie met betrekking tot bijdrage van verschillende maatregelen aan veerkracht van het systeem (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 feb 9). De kostengetallen en invulling van deze tabel is op basis van expert judgement en zonder uitgebreide analyses.

In de volgende twee hoofdstukken wordt een nadere analyse gepresenteerd van de gegeven onderbouwing van deze argumenten. Daarin maken wij een onderscheid tussen de argumenten die hydrologisch van aard zijn (1 t/m 3 besproken in Hoofdstuk 4) en de overige argumenten (4 t/m 7 besproken in Hoofdstuk 5). Bij de hydrologische argumentatie is getracht het effect van de Erasmusvaart zoveel mogelijk kwantitatief te maken.

18 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

4

Onderbouwing - hydrologie

4.1

Scenario’s voor effecten Erasmusvaart Door Delfland zijn een aantal berekeningen gedaan om de effecten van de Erasmusvaart op de doorstroming van de boezem tijdens maatgevende en boven maatgevend buien te analyseren. Deze resultaten zijn gepresenteerd in de interne/ambtelijke memo Effecten Erasmusvaart bij maatgevende buien (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 April 16). Er wordt naar het effect van de Erasmusvaart gekeken onder verschillende scenario’s (zie ook Figuur 4.1 voor een overzichtskaart van het gebied en nadere duiding van de scenariospecifieke locaties): • • • •

een piekbui over heel Delfland met en zonder Erasmusvaart. lokale piekbuien boven Den Haag en Westland met en zonder Erasmusvaart. neerslag in combinatie met de uitval van het gemaal ’t Westambacht met en zonder Erasmusvaart. neerslag in combinatie met de aanleg van een open watergang tussen Valkenbosvaart en Verversingskanaal.

Figuur 4.1 Overzichtskaart met daarin de specifieke locaties die onderdeel zijn van de verschillende onderzochte scenario’s.

Het watersysteem van Delfland bestaat uit meerdere waterbeheersingseenheden op verschillende niveaus, elk met zijn eigen aan- en afvoersysteem, eventueel eigen bergingssysteem, én bijbehorende kunstwerken. Laaggelegen polders wateren af naar de boezem via een gemaal, de opmalingspolders doen dit via een stuw onder vrij verval. Het boezemland is zonder tussenkomst van regulerende kunstwerken vrij afwaterend op de boezem.

19 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

De boezem watert op zijn beurt met een zestal hoofdgemalen af naar het buitenwater: de Noordzee, de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas (Hoogheemraadschap van Delfland, 2016 feb 22). Met de aanleg van de Erasmusvaart wordt een aanvullende verbinding gecreëerd tussen het laaggelegen Westland en het hoger gelegen Den Haag. Het Westland is voor zijn afvoer mede afhankelijk van gemaal Schoute in Den Haag. Er is voor bovenstaande scenario’s gerekend met een maatgevende bui met een neerslaghoeveelheid van 90mm binnen 24 uur. De berekeningen zijn uitgevoerd met het SOBEK1 boezemmodel van het Delfland. De in de berekening aangenomen profielen voor de Erasmusvaart zijn opgenomen in de bijlage (A.3). Operationele piekbergingen zijn opgenomen in het boezemmodel. Naast bovenstaande berekening heeft Delfland na afloop van werksessie 1 een aanvullende berekening gedaan met nog extremere omstandigheden (een stress test). Hierin is gerekend met een 20% zwaardere bui, dus 108 mm in 24 uur. In Textbox 4.1 wordt een nadere toelichting gegeven over de neerslag waarmee gerekend is. Er worden dus verschillende soorten buien “losgelaten” op het boezemsysteem, onder verschillende omstandigheden, met (lokale) peilstijgingen en/of dalingen als gevolg. Het effect van de Erasmusvaart wordt geanalyseerd door het verschil in peilstijging (zonder en met Erasmusvaart) te beschouwen.

Per scenario wordt het effect van de Erasmusvaart omschreven en geïllustreerd op basis van één of meerdere figuur. Hoe deze figuren te interpreteren wordt nader toegelicht in Textbox 4.2 In de volgende paragrafen worden de resultaten voor de verschillende scenario’s gepresenteerd.

—————————————— 1

SOBEK is een integrale softwareomgeving voor het modelleren van watersystemen, zoals rivieren, delta's, afvoeren irrigatiesystemen en stormen, met hydrodynamische 1D- en 2D-simulatie en robuuste rekenmethodes op verschillende schaalniveaus. SOBEK wordt door watermanagers gebruikt om integrale watersystemen te modelleren, ontwerpen, plannen en te onderbouwen voor beleidsbeslissingen (Helpdesk Water, 2021).

20 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

Textbox 4.1 Nadere toelichting gebruikte neerslagbuien (Delfland, persoonlijke communicatie, 2 september 2021)

Bij de toetsing wordt het watersysteem niet aan buien met bepaalde herhalingstijden getoetst maar wordt een hele reeks aan buien doorgerekend en op basis daarvan worden waterstanden bepaald die statistisch eens in de x jaar op treden. Naast volume is de vorm van de bui daarbij van belang: verschillende watersystemen reageren verschillend op bepaalde buien. Voor een watersysteem in stedelijk gebied is een bui met een hoge piekintensiteit maatgevend, voor “landelijke” watersystemen zijn juist langdurige buien met een lagere piekintensiteit maatgevend. Er komen ook nog andere factoren bij, zoals bijvoorbeeld de voorgeschiedenis van het gebied in kwestie en voor de boezem de windopzet. Binnen het invloed gebied van de Erasmusvaart heeft wind echter geen bepalende rol. Daarnaast is de grootte van het gebied waarover het neerslagvolume wordt bepaald van belang voor de herhalingstijd. Lokale piekbuien hebben een grotere kans op voorkomen dan buien met hetzelfde volume die over een gebied zo groot als Delfland vallen. In de toetsingsberekeningen zijn ruimtelijk uniforme buien doorgerekend. De “puntstatistiek”, die representatief is voor het schaalniveau van een regenmeter moet daarom worden gecorrigeerd naar “gebiedsstatistiek” representatief voor het schaalniveau van het afwaterend gebied. Dit gebeurt door de buivolumes aan te passen met een “gebiedsreductiefactor”.

In deze analyse is gerekend met een neerslaghoeveelheid van 90 mm binnen 24 uur. De gekozen extreme bui is toegepast zowel voor een berekening op een klein gebied (Westland) als op het gehele afwaterend gebied van de boezem. Gerekend over beide gebiedsoppervlaktes heeft de bui een verschillende herhalingstijd, zoals hierboven toegelicht. Hiermee betreft de maatgevende bui een extreme bui, die representatief is om voor extreme neerslagsituaties de effecten van de Erasmusvaart te laten zien. Er is ook een berekening gemaakt met een 20% zwaardere bui, dus 108 mm in 24 uur. De onderzochte hydrologische effecten betreffen de verandering in berging, afvoercapaciteit en de piekwaterstanden als gevolg van de aanleg van de Erasmusvaart. Wanneer de afvoercapaciteit van het boezemsysteem wordt vergroot, kan dit meer ruimte creëren voor de omliggende gebieden om op af te wateren wanneer er hevige neerslag plaatsvind. Hierdoor kunnen piekwaterstanden worden opgevangen, mits het water bij de boezem kan komen en er geen knelpunten onderweg zijn. Hiermee kan het vergroten van de afvoer capaciteit bijdragen aan het verlagen van piekwaterstanden en daarmee het voorkomen van wateroverlast als gevolg van inundatie uit het oppervlaktewater De bui van juli 2021, die in Limburg, België en Duitsland viel was zeer extreem. Er is toen in een groot gebied tussen 100 en 125 mm in 24 uur gevallen.

In de Ardennen viel tussen 150 en 175 mm in 48 uur (KNMI, 2021). De herhalingstijd van deze situatie, rekening houdende met de hierboven geschreven variabelen, wordt nog onderzocht. Met het scenario van een 20% zwaardere bui in het Delflandse gebied (de stress test) wordt een zeer extreme situatie onderzocht. Het is op dit moment echter niet mogelijk een uitspraak te doen of dit wat betreft de herhalingstijd vergelijkbaar is met de zeer extreme situatie in Limburg, België en Duitsland.

21 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

Textbox 4.2 Toelichting interpretatie van figuren piekwaterstanden en afvoer

In de figuren over de verandering in piekwaterstanden wordt de relatieve stijging in piekwaterstand getoond als gevolg van de aanleg van de Erasmusvaart ten opzichte van de situatie zonder de aanleg van de Erasmusvaart. Dit is het resultaat van het verschil tussen i) de absolute stijging in piekwaterstand in de situatie zonder de Erasmusvaart en ii) de absolute stijging in piekwaterstand in de situatie met de Erasmusvaart. Daarmee laat het figuur zien wat het effect is van de Erasmusvaart op de piekwaterstanden onder de gesimuleerde omstandigheden. Hiermee wordt bijvoorbeeld zichtbaar of de waterstand op een bepaalde locatie minder hoog oploopt als gevolg van de aanleg van de Erasmusvaart. De negatieve waarden duiden op een verhoging en de positieve waarden op een verlaging. Ter referentie, afhankelijk van de herhalingstijd is de absolute stijging in piekwaterstanden in de buurt van de Erasmusvaart tussen de 15cm en 45cm. Bij de maatgevende T100 bui is dit 25-30cm (Delfland, persoonlijke communicatie, 21 september 2021). Onderstaand figuur is een kopie van figuur 4.1 (scenario 1).

De werking van de Erasmusvaart wordt geïllustreerd door grafieken van de gesimuleerde afvoer door de Erasmusvaart. Negatieve waarden duiden op een afvoer van zuid naar noord. De gesimuleerde neerslag vangt aan op het moment dat in de grafiek aangeduid is met 6/10/1977. Onderstaand figuur is een kopie van figuur 4.2 (scenario 1).

22 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

4.1.1

Scenario 1: Een maatgevende piekbui over heel Delfland In dit scenario wordt gerekend met een maatgevende piekbui over het hele beheersgebied van Delfland. In de huidige situatie (zonder de Erasmusvaart) wordt met het gemaal ’t Westambacht water geforceerd richting Den Haag en het boezemgemaal Schoute gepompt waardoor de waterstand in Den Haag stijgt en in het Westland daalt. Met de aanleg van de Erasmusvaart zou water dat juist naar Den Haag is verpompt weer terug kunnen stromen naar Westland. Daarmee wordt dus het effect van gemaal ’t Westambacht op de waterstandsverlaging in het Westland deels tenietgedaan. In deze situatie leidt de Erasmusvaart tot het rondstromen van het water. In Figuur 4.2 is te zien dat de piekwaterstand in het Westland licht verhoogd en in Den Haag juist verlaagd met de aanleg van de Erasmusvaart. De gesimuleerde afvoer door de Erasmusvaart in Figuur 4.3 laat zien dat water rondstroomt. Na aanvang van de bui wordt er ongeveer 1 m3/s afgevoerd naar het zuidwesten. Aanvullend laat Figuur 4.4 nog zien dat de aanleg van de Erasmusvaart er in dit scenario niet toe leidt dat er meer water afgevoerd wordt door gemaal Schoute. Het effect van de Erasmusvaart is in dit scenario dus beperkt en het leidt tot iets hogere waterstanden in het Westland en iets lager in Den Haag.

Figuur 4.2 Verandering van maximale piekwaterstanden door aanleg Erasmusvaart bij maatgevende piekbui over heel Delfland (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 April 16). Scenario 1.

23 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

Figuur 4.3 Gesimuleerde afvoer door de Erasmusvaart bij de maatgevende bui, die in de simulatie begint op 6/10/1977 – een positieve waarde duidt op een afvoer van noord naar zuid.

Figuur 4.4 Verpompt volume door gemaal Schoute tijdens maatgevende bui onder huidige omstandigheden (referentie), met de Erasmusvaart, en met de Erasmusvaart in combinatie met open watergang Valkenbosvaart (zie ook 4.1.5) (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 April 16)

4.1.2

24 van 46

Scenario 2: Een maatgevende piekbui over heel Delfland en uitval van het gemaal ’t Westambacht Als het gemaal ’t Westambacht uitvalt kan er geen water van Westland naar Den Haag (of andersom) worden verpompt. In dit geval zorgt de Erasmusvaart voor een alternatieve afvoerroute. In dit scenario wordt gerekend met een maatgevende bui over het hele beheersgebied van Delfland en met de uitval van het gemaal ’t Westambacht (gemaalcapaciteit op 0 m³/s gezet in de model simulatie).

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

Door de uitval van het gemaal wordt er geen water meer van Westland naar Den Haag gepompt. Hierdoor lopen de waterstanden in het Westland hoog op, hoger dan dat de water standen in Den Haag oplopen. De Erasmusvaart zorgt ervoor dat nog steeds water vanuit Westland richting den Haag kan stromen als het gemaal ’t Westambacht uitvalt. Hierdoor lopen de piekwaterstanden in het Westland minder hoog op, en de waterstanden aan de zijde van Den Haag zullen dan iets hoger zijn (Figuur 4.5). Het effect van de Erasmusvaart is in dit geval positief, omdat het het uitvallen van het gemaal gedeeltelijk compenseert.

Figuur 4.5 Verandering van maximale piekwaterstanden door aanleg Erasmusvaart bij maatgevende piekbui over heel Delfland en uitval van het gemaal ’t Westambacht (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 April 16) Scenario 2.

4.1.3

25 van 46

Scenario 3: Lokale piekbui boven Westland en uitval van het gemaal ’t Westambacht In dit scenario wordt ook gerekend met een maatgevende bui, waarbij de neerslag beperkt is tot het Westland. Als het gemaal ’t Westambacht uitvalt (gemaalcapaciteit op 0 m³/s gezet in de model simulatie) kan zonder Erasmusvaart geen water van Westland naar Den Haag (of andersom). Met de piekbui boven Westland lopen hier de waterstanden hard op. In dit geval zorgt de Erasmusvaart voor een alternatieve afvoerroute en heeft daarmee duidelijk meerwaarde om de waterstanden in Westland te beheersen (Figuur 4.6). Het effect van de Erasmusvaart is in dit geval positief, omdat het het uitvallen van het gemaal gedeeltelijk compenseert.

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

Figuur 4.6 Verandering van maximale piekwaterstanden door aanleg Erasmusvaart bij maatgevende piekbui over Westland en uitval van het gemaal ’t Westambacht (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 April 16). Scenario 3.

4.1.4

Scenario 4: Lokale piekbui boven Den Haag en uitval van het gemaal ’t Westambacht In dit scenario wordt ook gerekend met een maatgevende bui, waarbij de neerslag beperkt is tot het gebied rond Den Haag. Als het gemaal ’t Westambacht uitvalt kan er geen water van Westland naar Den Haag (of andersom) worden verpompt (gemaalcapaciteit op 0 m³/s gezet in de model simulatie). In dit geval zorgt de Erasmusvaart voor een alternatieve afvoerroute. Bij een lokale piekbui in Den Haag en uitval van het gemaal ‘t Westambacht kan het water niet snel worden afgevoerd waardoor de waterstanden in Den Haag hard oplopen (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 April 16). Met de Erasmusvaart kan er meer water richting Westland wegstromen. Hierdoor stijgen de waterstanden in Den Haag minder snel. Wanneer er in Westland geen of nauwelijks neerslag valt is de waterstandsverhoging hier geen probleem (Figuur 4.7). Het effect van de Erasmusvaart is in dit geval positief, omdat het het uitvallen van het gemaal gedeeltelijk compenseert.

26 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

Figuur 4.7 Verandering van maximale piekwaterstanden door aanleg Erasmusvaart bij maatgevende piekbui over Den Haag en uitval van het gemaal ’t Westambacht (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 April 16). Scenario 4.

4.1.5

Scenario 5: Aanleg van de Erasmusvaart met aanvullend een open watergang tussen Valkenbosvaart en Verversingskanaal In dit scenario wordt onderzocht wat het effect van de Erasmusvaart is als naast de Erasmusvaart ook de duiker tussen Valkenbosvaart en Verversingskanaal wordt vervangen door een open watergang. Door een open watergang tussen Valkenbosvaart en Verversingskanaal (i.p.v. de duiker die er nu ligt) kan water makkelijker richting gemaal Schoute stromen. In dit geval wordt dus ook meer water uit het beheergebied gepompt en geloosd op het buitenwater, als gevolg van de open watergang (zie ook Figuur 4.4). De geschatte kosten van € 47 miljoen betreffen enkel de Erasmusvaart, niet de aanvullende maatregelen uit dit scenario. Door het opengraven van de duiker wordt de afvoercapaciteit vanuit het zuiden richting het Verversingskanaal vergroot. De open watergang heeft daarmee een positief effect op de waterstanden in de buurt van de Valkenbosvaart, de inzet van het gemaal Schoute (Figuur 4.8) en op het terugbrengen van piekwaterstanden. Door de grotere toestroom naar het gemaal Schoute uit het zuidwesten neemt de toestroom uit het centrum iets af. Waterstanden in Mariahoeven kunnen daardoor iets hoger oplopen. De Erasmusvaart ligt echter op een afstand met daartussen krappe watergangen die veel weerstand opleveren.

Het positieve effect op piekwaterstanden plant zich daardoor niet of nauwelijks voort tot aan de Erasmusvaart. De Erasmusvaart heeft in deze situatie daardoor ook weinig toegevoegde waarde om piekwaterstanden te beperken.

27 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

Figuur 4.8 Verandering van maximale piekwaterstanden door aanleg Erasmusvaart en een openwatergang tussen Valkenbosvaart en Verversingskanaal (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 April 16) Scenario 5.

4.1.6

Scenario 6: Aanleg van de Erasmusvaart met aanvullend een open watergang tussen Valkenbosvaart en Verversingskanaal en uitval van het gemaal ’t Westambacht In deze berekening worden de effecten van de twee nieuwe watergangen in beeld gebracht voor het geval dat ‘t Westambacht niet beschikbaar is (gemaalcapaciteit op 0 m³/s gezet in de model simulatie). Doordat ’t Westambacht geen water meer verpompt van Westland naar Den Haag en zo de waterstand in Den Haag kunstmatig opzet, verspreidt zich het positief effect van de open watergang tussen Valkenbosvaart en Verversingskanaal verder richting zuiden en lopen de waterstanden in Westland hoger op (Figuur 4.9). De geschatte kosten van € 47 miljoen betreffen enkel de Erasmusvaart, niet de aanvullende maatregelen uit dit scenario. Door deze twee effecten (lagere waterstanden in Den Haag en hogere waterstanden in Westland) stroomt water vanuit Westland richting Den Haag en is het effect van de Erasmusvaart gunstig voor Westland. De bijdrage van de Valkenbosvaart is dat de waterstanden in het Westland iets minder ver stijgen dan zonder de open watergang in het verlengde van de Valkenbosvaart in dezelfde situatie.

28 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

Figuur 4.9 Verandering van maximale piekwaterstanden door aanleg Erasmusvaart en een openwatergang tussen Valkenbosvaart en Verversingskanaal bij uitval van ’t Westambacht (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 April 16). Scenario 6.

4.1.7

29 van 46

Scenario 7: Stresstest met een neerslag toename van 20% boven Westland en een toename van verhard oppervlak van 10% (zonder aanvullend een open watergang tussen Valkenbosvaart en Verversingskanaal en zonder uitval van het gemaal ’t Westambacht ) Voortbordurend op de analyses uit de visie toekomstbestendig beheer boezemsysteem (zie Hoofdstuk 2.2) is in werksessie 1 een extra stress test gedefinieerd om te kijken naar het effect op de Erasmusvaart onder een zeer extremere toekomstige situatie waarbij verschillende ontwikkelingen die effect hebben op de waterhuishouding gelijktijdig plaatsvinden. Eerder zijn deze analyses zonder de Erasmusvaart los van elkaar uitgevoerd in het kader van de boezemvisie (Hoogheemraadschap van Delfland, 2016, zie Figuur 4.10 , Figuur 4.11). In beide figuren is de extra toename van de piekwaterstanden te zien bij 20% meer neerslag en 10% meer verharding ten opzichte van de maatgevende bui. Deze resultaten zijn onder andere aanleiding geweest voor de extra stresstest (gedefinieerd in werksessie 1) om te onderzoeken hoe de Erasmusvaart deze resultaten kan beïnvloeden.

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

T1000, Neerslag +20% Stijging in meters

Figuur 4.10 Effect op piekwaterstanden van een 20% toename van neerslagintensiteit in 2050 (Hoogheemraadschap van Delfland, 2016 feb 22)

T1000, Verharding +10% Stijging in meters

Figuur 4.11 Effect op piekwaterstanden van een 10% toename van verhard oppervlak (Hoogheemraadschap van Delfland, 2016 feb 22)

Voor de stresstest is de neerslag van de maatgevende bui voor het Westland met 20% verhoogd en voor de rest van het gebied op nul gezet. Dit maakt het een zeer extreem en onrealistisch scenario, omdat het zeer onwaarschijnlijk is dat het in het Westland extreem veel regent en in de rest van het beheersgebied totaal niet. Dit scenario zorgt daarmee voor een maximaal verhang van zuid naar noord over de Erasmusvaart. Zoals alle voorgaande berekeningen is ook deze berekening uitgevoerd door Hoogheemraadschap van Delfland.

30 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

Figuur 4.12 en Figuur 4.13 laten de resultaten van deze stresstest zien. Door de extra afvoer naar het noorden, neemt de afvoer via het gemaal Schoute toe, met ongeveer 10%. De waterhoogtes aan de noordkant van de Erasmusvaart nemen hierdoor toe met circa 10 – 11 cm en aan de zuidkant van de Erasmusvaart nemen de waterhoogtes af met 7 – 8 cm (alles ten opzichte van de situatie bij dezelfde bui zonder Erasmusvaart). Te zien in Figuur 4.13 is de afvoer door de Erasmusvaart, waarbij een negatieve waarde duidt op stroming van zuid naar noord. De maximale afvoer door de Erasmusvaart bedraagt 3 m3/s naar het noorden. Dit verschilt aanzienlijk van de situatie met de maatgevende bui over het gehele beheersgebied (scenario 1), waarbij de afvoer ongeveer 1 m 3/s naar het zuiden bedroeg (zie paragraaf 4.1.1).

Figuur 4.12 Verandering van maximale piekwaterstanden door aanleg Erasmusvaart onder stresstest scenario (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 juni 28). Scenario 7.

31 van 46

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

Figuur 4.13 Resultaat van de SOBEK stresstest berekening met op de kaart de maximale afvoeren in het boezemsysteem en in de grafiek de afvoer door de Erasmusvaart, waarbij negatieve waarden duiden op een afvoer van zuid naar noord. Scenario 7.

4.2

Bergingscapaciteit Door de aanleg van de Erasmusvaart wordt het wateroppervlak in de boezem in het zuiden van Den Haag vergroot. Hierdoor neemt ook de berging in de boezem toe. De bergingscapaciteit van de Erasmusvaart wordt geschat op 11.100 m³ (Hoogheemraadschap van Delfland, 2021 April 16). Dit is een schatting, de exacte capaciteit is afhankelijk van het definitieve ontwerp. Bovenstaande capaciteit is berekend op basis van een watergang van 3,7km in lengte, een breedte op streefpeil 12m en een waterstandstijging bij maatgevenede buien van 0,25m. Dit bergingsoppervlak is ongeveer 0,5% van het totale boezemwatersysteem en heeft daarmee nauwelijks effect op het bergende vermogen van het watersysteem. Ter vergelijking, de waterberging die door Delfland gerealiseerd is in het Molenvlietpark is 60.000m³ en de kosten voor de realisatie van deze berging waren circa € 7 miljoen2 (Delfland, persoonlijke communicatie, 13 september 2021). Tabel 4.1 geeft de geschatte prijs per m3 voor deze twee projecten weer. Het creëren van berging door middel van de Erasmusvaart is vele malen duurder dan de aangelegde piekberging bij Molenvlietpark. Niet alle kosten van de Erasmusvaart kunnen worden toegekend aan waterberging.

Wanneer de prijs van 117 €/m3 (€ 7 miljoen/60.000m³) wordt aangehouden zou het aandeel berging van de Erasmusvaart ongeveer €1,3miljoen waard zijn (117 €/m3 * 11.100 m³) Tabel 4.1 Kosten vergelijking bergingscapaciteit Erasmusvaart en Molenvlietpark Bergingscapaciteit

Kosten

Prijs per m3

Erasmusvaart

11.100 m³

€ 47 miljoen

4234 €/m3

Molenvlietpark

60.000m³

€ 7 miljoen

117 €/m3

—————————————— 2

32 van 46

Er zijn voor deze realisatie geen verwervingskosten gemaakt.

Erasmusvaart 11207266-000-ZWS-0006, 24 september 2021

4.3

Alternatieve maatregelen voor hydrologisch effect Erasmusvaart Onder het meest extreme scenario (stresstest) draagt de Erasmusvaart bij aan een betere afvoer naar gemaal Schoute tot maximaal 3m 3/s. Ook zijn er scenario’s onderzocht waar ’t gemaal Westambacht uitvalt en er een positief effect is van de Erasmusvaart. Dit geldt echter alleen voor lokale buien op het Westland. Bij buien op het gehele beheersgebied leidt de Erasmusvaart niet tot een toename van de afvoer van gemaal Schoute, omdat het water dan juist naar het zuiden stroomt. Er zijn een aantal alternatieve maatregelen beschouwd die het geconstateerde effect (verbetering afvoer met maximaal 3m 3/s van de Erasmusvaart ook zouden kunnen realiseren. Dit betekent niet dat het noodzakelijk is om dit effect te realiseren, maar, als dit effect wel wenselijk is (omdat het een knelpunt oplost), dan zijn er verschillende manieren om dit te realiseren (zie ook Textbox 4.3). Daarmee dient deze vergelijking van alternatieven enkel om het effect van de Erasmusvaart in perspectief te plaatsen. Er zijn nog meer alternatieven te bedenken (deze lijst is niet volledig), maar de onderstaande voorbeelden zijn voldoende om de Erasmusvaart mee te kunnen vergelijken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11038197/1