CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310619 Bijlage

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder Sociale zaken en Werk inzake Implementatie Haagse inburgering (RIS310619)13.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Implementatie Haagse Inburgering

November 2021

Inhoudsopgave 1 Inleiding ............................................................................................................................................. 3 1.1. Wet inburgering (Wi2021) ............................................................................................. 3 1.2. Lessen SamenHaags ....................................................................................................... 4 1.3. Doelgroepen inburgering ............................................................................................. 4 2 Bouwstenen Haagse Inburgering............................................................................................... 5 2.1. Warm welkom ................................................................................................................. 5 2.2. Passend en persoonlijk plan........................................................................................ 7 2.3. Begeleiding op maat ................................................................................................... 10 2.4. Integrale en kwalitatieve inburgeringstrajecten ................................................ 13 2.5. Dualiteit: het leren van taal en participatie gaan hand in hand .................... 17 2.6. Inzet op onderwijs en diplomawaardering ..........................................................20 2.7.

Inzet op preventie en proportionele handhaving ................................................ 21 2.8. Passend aanbod gezinsmigranten.......................................................................... 23 2.9. Wijkgerichte aanpak................................................................................................... 26 2.10. Samenwerking met de stad én de inburgeraars ............................................... 27 3 Haagse Inburgering – organisatie............................................................................................ 28 3.1. Communicatie en informatievoorziening ............................................................. 28 3.2. Monitoring en evaluatie: lerend en adaptatief ................................................... 28 3.3. Financiën ........................................................................................................................ 29

Implementatie Haagse Inburgering 2

1 Inleiding In de nota ‘Nieuw in Den Haag’ (RIS 307531) hebben we met u reeds de ambitie en doelstellingen van het nieuwe inburgeringsstelsel gedeeld. In deze rapportage gaan we nader in op de verschillende onderdelen van de nieuwe Wet inburgering (Wi2021) en de manier waarop we als Den Haag lokaal invulling geven aan de Haagse opgave inburgering. Deze opgave is gebaseerd op twee pijlers: (1) de taken volgend uit de Wi2021 en (2) de geleerde lessen uit de SamenHaags methodiek (RIS 309806). In het vervolg van hoofdstuk 1 gaan we in op bovengenoemde pijlers en de doelgroep van de Haagse inburgeringsopgave. In hoofdstuk 2 zullen we ingaan op de verdere uitwerking van de Haagse inburgeringsopgave, die bestaat uit 10 bouwstenen. Elke bouwsteen bestaat uit verschillende onderdelen, daarom wordt bij elke bouwsteen eerst een korte introductie gegeven waarna we verder ingaan op de voorbereiding en laatste stand van zaken op de implementatie van elk onderdeel in de oranje blokjes. Omdat sommige onderdelen zich in een meer vergevorderd stadium bevinden qua implementatie, zijn niet alle bouwstenen even inhoudelijk uitgewerkt wat betreft de stand van zaken. Bij de implementatie is namelijk rekening gehouden met de volgtijdelijkheid in het nieuwe stelsel, waardoor niet alle onderdelen per 1 januari 2022 in dezelfde mate geïmplementeerd (hoeven te) zijn.

Deze rapportage sluit af met hoofdstuk 3. Daarin gaan we verder in op de organisatie van communicatie, monitoring, en financiën van de Haagse inburgering.

1.1. Wet inburgering (Wi2021) De inburgering van nieuwkomers in Nederland moet ervoor zorgen dat zij zo snel mogelijk meedoen in 1

Nederland. In het huidige inburgeringstelsel is dit nog onvoldoende het geval. De evaluatie van de huidige Wet inburgering en andere publicaties over de werking van het huidige stelsel, waaronder het WRR-rapport ‘Geen tijd te verliezen’, tonen de tekortkomingen van het huidige inburgeringsstelsel. Uit de wetsevaluatie blijkt onder meer dat het stelsel de aansluiting met de participatie en onderwijs van nieuwkomers mist en te veel op zichzelf staat. De tijd die een asielzoeker verblijft in het asielzoekerscentrum (azc) in afwachting van zijn of haar verblijfsvergunning kan beter worden benut. 2

Ook de kwaliteit van het inburgeringstraject kan worden verbeterd . Deze bevindingen gaven aanleiding voor de nieuwe coalitie om het inburgeringsstelsel grondig te gaan hervormen. Minister Koolmees meldde in de brief ‘Hoofdlijnen veranderopgave inburgering’ uit 2018 dat het inburgeringsstelsel op de schop gaat en presenteert hoofdlijnen voor de verbeteringen van het inburgeringsbeleid.

3

Gemeenten krijgen

een

regierol in

de

uitvoering

van

het

nieuwe

inburgeringsstelsel. Het nieuwe inburgeringsstelsel zet in op een doorlopende lijn vanuit de opvang tot aan maatschappelijke participatie. Voor asielzoekers wordt vanaf dag één op taal ingezet en het programma ‘Voorbereiding op de inburgering' wordt al in het azc begonnen. De rol van de gemeenten begint in deze doorlopende lijn met het afnemen van een brede intake, waarbij een beeld ontstaat van iemands kansen en mogelijkheden. Leren en participeren gaan hand in hand en beide aspecten worden in een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) opgenomen. Gemeenten krijgen bovendien de taak om alle (bijstandsgerechtigde) statushouders (financieel) te ontzorgen gedurende minimaal zes maanden. Zo kan deze groep bij aanvang van de inburgeringstermijn de aandacht leggen bij inburgering en participatie. Voor gezinsmigranten vervult de gemeenten een meer adviserende rol in

1

Rapport Algemene Rekenkamer Inburgering, eerste resultaten van de Wet inburgering 2013; WRR-rapport Geen tijd te

verliezen: van opvang naar integratie van asielmigranten. 2

Kamerstukken II 2017/18, 32824, nr. 222.

3

Kamerbrief Hoofdlijnen veranderopgave inburgering, 2 juli 2018.

Implementatie Haagse Inburgering 3

de vorm van intake en voortgangsgesprekken. Deze groep dient ook onder het nieuwe stelsel zelf zijn inburgeringstraject in te kopen. De termijn om aan de inburgeringsplicht te voldoen blijft in het nieuwe stelsel drie jaar. Er komen drie integrale leerroutes in het nieuwe stelsel die gericht zijn op het leervermogen, de mogelijkheden en de wensen van de inburgeraar.

1.2. Lessen SamenHaags Zoals u heeft kunnen lezen in de evaluatie van het programma SamenHaags (RIS 309806), is er in Den Haag veel ervaring opgedaan met de begeleiding van mensen met een migratieachtergrond. Hoewel SamenHaags een andere doelgroep betrof, namelijk mensen die al langer in Den Haag woonden en ‘klaar’ waren met hun formele inburgering, is de Haagse opgave inburgering grotendeels opgezet volgens de lijnen van de SamenHaags methodiek. Deze methodiek, die als belangrijkste kenmerken de integrale opzet (taal, stage en maatschappelijke verankering), het laagdrempelige aanbod in de stad, de intensieve begeleiding en intake van de deelnemers en het effectief benutten van wachttijd had, zullen als rode draad door de gehele inburgeringsopgave lopen. In elk onderdeel van het nieuwe stelsel, komen deze elementen terug. Enkele voorbeelden hiervan zijn: •

Casemanagers inburgering: er zal in het nieuwe Haagse inburgeringsstelsel gewerkt worden met casemanagers inburgering, die opgeleid zijn om met specifiek met deze doelgroep te werken en regie zullen voeren op het gehele inburgeringstraject.

•

Verlengde brede intake: door middel van het aanbieden van een brugklas, waardoor er een compleet en goed beeld wordt verkregen van de nieuwkomer. Deze methode werd ook ingezet bij SamenHaags, waardoor er een passend en op maat gemaakt traject kon worden aangeboden.

•

Het aanbieden van integrale trajecten: het lesaanbod zal vanaf de start gekoppeld worden aan een participatie-activiteit. Ook wordt er actief samenwerking opgezocht met de (initiatieven uit de) stad.

•

Onderdelen verweven: de wettelijke modules, zoals het participatieverklaringstraject, zijn onderdeel van het traject, waardoor dit geen losstaande onderdelen zijn.

1.3. Doelgroepen inburgering 4

De inburgeringsplicht geldt voor iedere vreemdeling van 16 jaar tot de AOW-leeftijd die zich duurzaam in Nederland vestigt en een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd heeft. De doelgroep ‘inburgeraars’ die onder het nieuwe inburgeringsstelsel gaan vallen, is echter niet homogeen. Ook binnen de groepen zitten verschillen in o.a. opleidingsniveau, herkomst en leeftijd. We onderscheiden de volgende groepen: •

Asielzoeker: een nieuwkomer die in afwachting is van een verblijfsstatus in Nederland en verblijft in een asielzoekerscentrum (azc).

•

Asielstatushouder (hierna statushouder): een asielzoeker die een verblijfsstatus heeft gekregen voor bepaalde tijd. Op het moment van het verkrijgen van deze status wordt hij of zij inburgeringsplichtig en wordt er door het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) een koppeling gemaakt met een gemeente. Ook start op dit moment de voorinburgering.

•

Nareiziger: een nareiziger is een nareizend gezinslid van de statushouder. Nareizigers verblijven over het algemeen minder lang in een azc, omdat het gezinslid al gehuisvest is in een gemeente. Een nareiziger ontvangt ook een asielstatus voor bepaalde tijd.

4

In de praktijk zullen nieuwkomers pas vanaf 18 jaar inburgeringsplichtig worden, omdat zij tot deze leeftijd kwalificatie

plichtig (en vrijgesteld van de inburgeringplicht) zijn.

Implementatie Haagse Inburgering 4

•

Gezinsmigrant: de meeste gezinsmigranten zijn partners van mensen die hier al gevestigd zijn. Een gezinsmigrant heeft geen asielstatus, maar een status regulier verblijf. Er gelden andere regels voor gezinsmigranten, bijvoorbeeld het moeten afleggen van een basisexamen inburgering in het buitenland en een inkomenseis voor de partner in Nederland.

•

Overige migranten en geestelijke bedienaren: geestelijk bedienaren, zoals imams, rabbijnen en kloosterlingen, en vreemdelingen met een niet-tijdelijk humanitaire verblijfsstatus. Deze groep wordt aangeduid als ‘overige migranten’.

De grote verscheidenheid binnen de groep inburgeraars heeft ook zijn (wettelijke en financiële) doorvertaling gekregen in het nieuwe stelsel. De wetgever heeft een onderscheid gemaakt tussen twee doelgroepen, namelijk de statushouders en nareizigers (hierna: statushouder) enerzijds en gezins- en overige migranten (hierna: gezinsmigrant) anderzijds. Voor beide doelgroepen geldt wettelijk een andere rol en ander aanbod vanuit de gemeente. Dit vertaalt zich ook door in de middelen die het rijk voor deze doelgroepen beschikbaar stelt. Wat betreft de omvang van de doelgroep, gaan we uit van 430 statushouders en een groep van 550 gezinsmigranten (incl. Turkse gezinsmigranten) die jaarlijks zullen inburgeren in Den Haag. De groep statushouders is gebaseerd op de gemiddelde omvang van de doelgroep van 2010-2020. Deze groep wordt jaarlijks middels een taakstelling aan Den Haag toegewezen. Dit aantal kan jaarlijks sterk fluctueren en is mede afhankelijk van de mogelijkheid om statushouders in Den Haag te huisvesten.

5

2 Bouwstenen Haagse Inburgering In dit hoofdstuk gaan we in op de bouwstenen van het nieuwe Haagse inburgeringsbeleid. Deze bouwstenen zijn een resultante van de wettelijke onderdelen en taken én de geleerde lessen vanuit de SamenHaags methodiek. We hebben er vertrouwen in dat deze bouwstenen het Haagse inburgeringsbeleid tot een succes zullen gaan maken. Een succes voor de stad, maar ook voor de nieuwkomers die in Den Haag hiermee de start krijgen die ze verdienen en nodig hebben. 1.

Warm welkom

2.

Passend en persoonlijk inburgeringsplan

3.

Begeleiding op maat

4.

Integrale en kwalitatieve inburgeringstrajecten (inclusief Participatieverklaringstraject (PVT) en Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM))

5.

Dualiteit: het leren van taal en participatie gaan hand in hand

6.

Inzet op onderwijs en diplomawaardering

7.

Inzet op preventie en proportionele handhaving

8.

Passend aanbod gezinsmigranten

9.

Wijkgerichte dienstverlening

10. Samenwerking met de stad én de inburgeraars

2.1. Warm welkom Het startpunt voor elke inburgeraar die zich in Den Haag vestigt, is het Warm Welkom. Dit betekent voor de statushouder dat er na koppeling aan Den Haag een warme overdacht wordt georganiseerd van het asielzoekerscentrum (azc) naar de gemeente, dat er snel gestart wordt met het inburgeringstraject na vestiging en dat er direct een vast contactpersoon is vanuit de gemeente. Voor de gezinsmigranten wordt na vestiging in Den Haag een introductiedag georganiseerd, zodat zij direct in beeld zijn bij de 5

https://www.duo.nl/zakelijk/inburgering-ketenpartners/cijfers-over-inburgeren/cijfers-inburgeren.jsp

Implementatie Haagse Inburgering 5

gemeente. Hiermee worden alle inburgeringsplichtige nieuwkomers warm ontvangen door de gemeente en wordt een basis gelegd voor een goede startpositie en (ontwikkel)mogelijkheden van een inburgeraar. In gesprek met de inburgeraar worden afspraken gemaakt over het te volgen inburgeringstraject. Voor alle inburgeraars geldt dat deze afspraken, zoals het beoogde taalniveau van het inburgeringsexamen, vastgelegd worden in een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP).

Koppeling met gemeente en warme overdracht De wettelijke regierol van de gemeente start direct na koppeling, terwijl de statushouder nog op het azc verblijft. De overgang van het azc naar de gemeente willen we zo soepel mogelijk laten verlopen, zodat nieuwkomers zich welkom voelen in Den Haag en zich snel kunnen gaan richten op het opbouwen van een volwaardig bestaan in Den Haag. Tussen het koppelen van de statushouder aan een gemeente en het daadwekelijk huisvesten van de statushouder in de gemeente zit echter een overbruggingsperiode. Daarom wordt reeds in het azc na vergunningverlening het programma ‘Voorbereiding op inburgering’ (voorinburgering) door het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA) beschikbaar gesteld. Hierdoor wordt de tijd dat de statushouder zich in het azc bevindt beter benut en krijgen statushouders al een basis voor de inburgering. Om de doorlopende lijn van de inburgering te waarborgen kiest de gemeente Den Haag voor een werkwijze met proces- en casusregie. Procesregie richt zich op de samenwerking en overdracht tussen het COA en de gemeente. Casusregie richt zich op de statushouder en diens gehele inburgeringstraject. Het hebben van een warme overdracht tussen de casemanager van het azc, de gemeentelijke casemanager inburgering en de statushouder is hierbij dan ook essentieel.

De overdracht zal vanwege logistieke en praktische redenen digitaal worden georganiseerd middels een driegesprek.

Pilot Warm Welkom 1/2 In juni 2021 is de pilot Warm welkom gestart. Gedurende de pilot hebben inburgeraars het eerste deel van het warm welkom doorlopen: voor statushouders betrof dit de overdracht met het COA en het brede intake-gesprek en voor gezinsmigranten het brede intake-gesprek. Alle inburgeraars zijn na afloop geïnterviewd door het onafhankelijk onderzoeksbureau Radical Research, waarbij is gevraagd naar hun ervaring, verwachtingen en wensen. De belangrijkste conclusies en uitkomsten ten aanzien van het onderdeel warm welkom waren: •

Behoefte aan duidelijke communicatie en een stappenplan

•

Een vast contactpersoon die vanaf begin tot eind begeleidt

•

De behoefte van statushouders en gezinsmigranten verschillen op sommige punten van elkaar; hier moet de gemeente op inspelen.

Implementatie Haagse Inburgering 6

Pilot Warm Welkom 2/2 Wat gaan we hiermee doen? De pilot heeft ons geleerd dat statushouders vooral behoefte heeft aan informatie. Het warme overdrachtsgesprek creëert een moment voor de statushouder en de casemanager Inburgering om kennis te maken en informatie te delen. In dit gesprek kan de casemanager Inburgering (nogmaals) stimuleren om op het azc deel te nemen aan de voorinburgering, als de statushouder hier nog niet mee is gestart. Voor de pilot is een proces en gespreksleidraad ontwikkeld voor het warme overdrachtsgesprek. Op basis van het onderzoek, de ervaringen van de consulenten en de terugkoppeling van de casemanagers COA wordt de werkwijze en de gespreksleidraad rondom het digitale warme overdrachtsgesprek verbeterd. De verbeteringen zitten met name in het beter delen van informatie, zowel door de casemanager Inburgering als door het COA. Om de verbeteringen door te voeren, werken we nauw samen met het COA.

Regeldag Na de koppeling met de gemeente en de warme overdracht volgt er een regeldag. Tijdens de regeldag krijgen

inburgeringsplichtige

statushouders een

maatschappelijk

begeleider toegewezen,

en

worden alle basisvoorzieningen zoals huisvesting, school, dokter, het aanvragen van toeslagen en uitkeringen samen met de statushouder ingeregeld. Op deze manier hoeft de statushouder maar één keer naar Den Haag te reizen om alle praktische zaken te regelen. Na de regeldag zal de daadwerkelijke verhuizing in gang worden gezet. De verhuizing wordt begeleid door een vestigingscoach vanuit de maatschappelijke begeleiding. Hierop zal nader worden ingegaan bij de bouwsteen ‘begeleiding op maat’.

Regeldag De regeldag wordt georganiseerd door de opdrachtnemer van Maatschappelijke begeleiding. Hiervoor is op 6 september 2021 een contract ondertekend met VluchtelingenWerk. Door dit bij dezelfde opdrachtnemer te organiseren wordt een doorlopende lijn gegarandeerd en kan er worden gewerkt met vaste begeleiders. Op dit moment wordt het proces rondom de regeldag nog verder uitgewerkt. De uitkomsten van de pilot ontzorgen zullen hierin ook worden meegenomen.

2.2. Passend en persoonlijk plan Een passend en persoonlijk plan sluit aan op de capaciteiten, het ambitieniveau en het (leer)vermogen van de inburgeraar om duurzame participatie te realiseren. Dit realiseren we door middel van verschillende instrumenten, zoals de brede intake, de brugklas en een (wettelijk verplichte) leerbaarheidstoets. Op basis van de opgedane inzichten en het profiel van de inburgeraar geven we een op alle leefgebieden van de inburgeraar passend aanbod en advies, dat vervolgens vastgelegd wordt in het wettelijk voorgeschreven persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). Door middel van voortgangsgesprekken kijken we voortdurend met de inburgeraar of het plan nog passend is en of er bijstelling nodig is.

Implementatie Haagse Inburgering 7

Brede intake Na huisvesting van de statushouder in Den Haag, wordt gestart met de brede intake. Hier wordt een gesprek gevoerd waarbij de verschillende leefgebieden in kaart worden gebracht en waarbij rekening wordt gehouden met iemands ervaring in het land van herkomst, de uitkomst van de landelijke bepaalde leerbaarheidstoets en capaciteiten. Er wordt een profiel opgesteld met een advies over de kansen en eventuele beperkingen tot een betaalde baan. Naar aanleiding van dit gesprek worden eventuele benodigde voorzieningen opgestart en wordt ingeschat op welk niveau iemand kan inburgeren. De leefgebieden waar uitvraag op wordt gedaan zijn: leerbaarheid, opleiding, werkervaring en/of vrijwilligerswerk, praktische competenties, werknemersvaardigheden, taalniveau (leerbaarheid), motivatie/interesses, mate van zelfredzaamheid, digitale vaardigheden, gezinssituatie, fysieke gezondheid, mentale gezondheid en sociaal netwerk.

Expertise Brede Intake In de reeds genoemde pilot Warm Welkom is ook gekeken op welke manier het proces van brede intake het meest aansluit bij de wensen en behoeften van inburgeraars. Op basis van de bevindingen is ervoor gekozen om de casemanager inburgering al direct vanaf de start in te zetten. Dit betekent dat de casemanager van begin tot eind het vaste gezicht zal zijn voor de inburgeraar. Ook zal worden ingezet op voldoende expertise bij de casemanagers, die worden getraind om specifiek voor deze doelgroep een brede intake af te nemen. Hiertoe is een leerlijn casemanager inburgering opgezet. Vanaf november zullen de casemanagers op basis van deze leerlijn worden getraind specifiek voor het begeleiden van deze doelgroep en het afnemen van de brede intake.

Leerbaarheidstoets Onderdeel van de brede intake is de wettelijk verplicht gestelde leerbaarheidstoets. De leerbaarheidstoets heeft als doel om inzicht te geven in het niveau van de Nederlandse taal dat een inburgeraar kan bereiken gedurende de inburgeringstermijn, en geeft enkel antwoord op de vraag: “Is het niveau van de Nederlandse taal dat nodig is voor de B1-route haalbaar binnen de inburgeringstermijn van 3 jaar?” De uitkomst van de toets is een belangrijke indicator voor het vaststellen van de leerroute van de inburgeringsplichtige door de gemeente. Van belang is dat de uitkomst van de leerbaarheidstoets wordt bezien in het licht van alle relevante informatie die tijdens de brede intake wordt opgehaald. De uitslag van de leerbaarheidstoets geeft hierbij wel een duidelijke indicatie. Wanneer er uit de leerbaarheidstoets volgt dat niveau B1 haalbaar is binnen de inburgeringstermijn, dan ligt het in de rede dat de gemeente de inburgeringsplichtige in de B1-route (of de onderwijsroute) plaatst. Alleen wanneer zwaarwegende aspecten daartoe aanleiding geven kan de gemeente de inburgeringsplichtige in een dergelijk geval in de Z-route plaatsen.

Implementatie Haagse Inburgering 8

Ontwikkeling en uitvoering leerbaarheidstoets Bij de ontwikkeling en afname van de leerbaarheidstoets zijn verschillende partijen betrokken. Bureau ICE ontwikkelt in opdracht van SZW de inhoud van de toets en de trainingen voor begeleiding bij afname. Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben een impactanalyse (laten) uitvoeren op de voorgenomen taken bij de leerbaarheidstoets. De leerbaarheidstoets wordt beschikbaar gesteld vanuit het Rijk. Het is nog niet bekend wanneer de ontwikkeling van de leerbaarheidstoets afgerond is. De beoogde afnemer van de leerbaarheidstoets is de gemeente. De gesprekken worden hierover nog gevoerd tussen VNG en het ministerie van SZW.

Brugklas Na de brede intake volgt de brugklas. De brugklas is in feite een verlenging van het intakeproces waarmee de gemeente een completer beeld krijgt van het profiel van de statushouder. In Den Haag is hier bewust voor gekozen, omdat hiermee een beter advies kan worden gegeven aan de inburgeraar ten aanzien van de te volgen route. Ook worden de overige inburgeringselementen alvast geïntroduceerd en wordt toegewerkt naar een passend en persoonlijk plan. De brugklas streeft nog een aantal andere doelstellingen na, namelijk het leren kennen van elkaar (sociaal netwerk) en de stad (maatschappijoriëntatie), het informeren over rechten en plichten en verwachtingsmanagement ten aanzien van de inburgering en de Haagse samenleving.

Aanbesteding Brugklas De brugklas is meegenomen in de aanbesteding van de B1- en Z-route. Dit betekent dat Sagènn (aanbieder van taal) ook de brugklas zal gaan uitvoeren. Hier is voor gekozen, zodat al in een vroeg stadium de taalaanbieder in beeld is en ook een beeld kan vormen van de capaciteiten en het niveau van de inburgeraar. In de brugklas zullen alle onderdelen van het inburgeringstraject aan bod komen. Doordat Sagènn de brugklas gaat uitvoeren is ook de doorlopende lijn in het leertraject van de inburgeraar geborgd.

Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie De uitkomst van de brede intake, de leerbaarheidstoets én de brugklas komen samen in een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie. Onderdeel van dit persoonlijke plan is een juridische beschikking, het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). In het PIP worden, in afstemming met de inburgeraar, afspraken gemaakt over de onderdelen van de Wet inburgering en (relevante) onderdelen van de Participatiewet. Het PIP vormt de basis voor de monitoring en de handhaving en bevat alle afspraken over de inspanningen en eindresultaten van de inburgering, participatie en zelfredzaamheid. Met dit proces worden de verplichtingen voor zowel gemeente als inburgeraar vastgelegd en wordt de inburgeraar duidelijk geïnformeerd over het inburgeringstraject en zijn/haar rechten en plichten. De (nog te publiceren) concept-beschikking van het ministerie van SZW wordt gebruikt als uitgangspunt om tot een Haags PIP te komen. Daarnaast wordt gekeken naar aanvullende ondersteunende documenten zoals een routekaart om de inburgeraar zoveel mogelijk handvatten bij

Implementatie Haagse Inburgering 9

het persoonlijk plan te geven. In het PIP en de ondersteunende documenten worden afspraken opgenomen over onder andere: •

Welke leerroute iemand zal volgen

•

De intensiteit van de andere inburgeringsmodules, zoals het Participatieverklaringstraject

•

Hoeveel voortgangsgesprekken gevoerd gaan worden en wanneer deze plaatsvinden

•

De ambitie en ontwikkeldoelstellingen van de inburgeraar zelf

Pilot PIP In Q4 van dit jaar zijn we voornemens om een pilot uit te voeren rondom het PIP. Het doel van deze pilot is om inzicht te krijgen in welke beschikbare instrumentaria (zoals de PPS-V*) we inzetten om een passend PIP te maken voor de statushouder en voor de gezinsmigrant. Naast de gesprekken kunnen we, zo objectief mogelijk, inzicht krijgen in de kansen voor de inburgeraar. Tijdens deze pilot willen we oefenen met de leerbaarheidstoets in praktijk. De leerbaarheidstoets is een verplicht onderdeel van het warm welkom uit de wet. Het heeft als doel om inzicht te geven in het niveau van de

Nederlandse

Taal

dat

een

inburgeraar

kan

bereiken

gedurende

de

inburgeringstermijn en geeft antwoord op de vraag: “Is het niveau van de Nederlandse

taal

dat

nodig

is

voor

de

B1

route

haalbaar

binnen

de

inburgeringstermijn van drie jaar?” De leerbaarheidstoets wordt beschikbaar gesteld vanuit het Rijk. Het is nog niet bekend wanneer de ontwikkeling van de leerbaarheidstoets afgerond is. Dit is ook een randvoorwaarde om de pilot te kunnen uitvoeren in Q4 2021. De pilot wordt uitgevoerd in samenwerking met een onafhankelijk onderzoeksbureau.

2.3. Begeleiding op maat Een van de uitgangspunten van het nieuwe inburgeringsstelsel is dat elke inburgeraar op zijn of haar eigen niveau en tempo kan inburgeren. De gemeente heeft hierin een belangrijke begeleidende (regie)rol. Om hieraan te kunnen voldoen is het kunnen bieden van begeleiding op maat een essentiële randvoorwaarde. Niet elke inburgeraar heeft immers behoefte aan dezelfde mate van ondersteuning en contact met de gemeente. Om een traject echt passend en succesvol te laten zijn, zijn maatwerk en regie kernvoorwaarden. De begeleiding is ook gericht op het organiseren van randvoorwaardelijke zaken, zodat de inburgeraar zich volledig kan focussen op het inburgeren.

Matschappelijke begeleiding Een belangrijk onderdeel van het inburgeringstraject is de maatschappelijke begeleiding voor statushouders die nieuw in de gemeente komen wonen. Deze begeleiding bestaat uit verschillende vormen van (praktische) begeleiding in de eerste vestigingsfase en moet een stevige basis bieden voor de inburgeringsplichtige statushouder. Er is voor gekozen om de intensiteit van de begeleiding flexibel in te richten, hetgeen betekent dat dit op de behoefte van de inburgeringsplichtige statushouder zal worden aangepast. *De Persoonsprofielscan Vluchtelingen (PPS-V) helpt bij het in kaart brengen van de opleiding, werkervaring, taalniveau en mogelijke kansen en belemmeringen van statushouders/vluchtelingen bij het betreden van de Nederlandse arbeidsmarkt. De PPS-V geeft een beeld van opleiding, werkervaring, zelfredzaamheid, belemmerende factoren (waaronder mogelijke trauma-tisering), werkzoekgedrag, Nederlands en Engels taalniveau, leerbaarheid, persoonlijkheid en competenties van een vluchteling.

Implementatie Haagse Inburgering 10

De maatschappelijke begeleiding van de statushouder is gericht op: •

Het vergroten van de kennis over hoe de Nederlandse samenleving praktisch is georganiseerd;

•

Het versterken van de participatie en zelfredzaamheid op de verschillende leefgebieden;

•

Het leren kennen van de directe omgeving;

•

Het bieden van een warm welkom in Den Haag.

De maatschappelijke begeleider is in de eerste fase na vestiging een belangrijk sleutelfiguur. We onderscheiden hierin drie fases: •

Fase 1: Huisvesting en PIP (ondersteuning bij regeldag, vestigingscoaching en administratieve en financiële hulp)

•

Fase 2: Individuele begeleiding op maat (begeleiding bij inburgering en op andere leefgebieden)

•

Fase 3: Informatievoorziening (na afronding individuele begeleiding start de overgangsfase naar zelfstandigheid)

Aanbesteding Maatschappelijke Begeleiding De dienstverlening maatschappelijke begeleiding is ingekocht door middel van een aanbesteding. Deze aanbesteding is gegund aan Vluchtelingenwerk. Op 6 september 2021 is hiervoor het contract ondertekend. De komende maanden worden de verschillende fases in de maatschappelijke begeleiding verder uitgewerkt en geïmplementeerd. Hierin zal onder andere goed aandacht worden besteed aan de samenwerking met verschillende initiatieven in de stad, de rol die de maatschappelijk begeleider speelt in de inburgering en het maatwerk in het begeleidingsplan.

Casemanager inburgering Aan alle inburgeraars wordt een casemanager inburgering toegewezen die de regie voert op het hele inburgeringsproces van begin tot eind. Deze casemanager inburgering ondersteunt, monitort en is de contactpersoon voor de inburgeraar en ketenpartners op operationeel niveau, zoals de docent en de maatschappelijk begeleider. Dit heeft als doel om regie en overzicht over het inburgeringsproces te bewaren en alle onderdelen zo aan elkaar te verbinden dat deze elkaar versterken. De casemanager voert namens de inburgeraar de regie op het gehele integrale inburgeringstraject.

Casemanager Inburgering Er is een leerlijn casemanager inburgering ontwikkeld op basis waarvan vanaf november gestart zal worden met het opleiden en trainen. Onderdelen die hierin zullen worden opgenomen zijn o.a.: •

Communicatie: effectieve en motiverende gespreksvoering en in contact met de psychisch kwetsbare burger en culturele sensitiviteit (Pharos)

•

Kennisonderdelen: werken met mensen met een vlucht achtergrond en methodische kandidaat ontwikkeling

•

Vaardigheden: Gastvrij Talent, netwerken en afwegingsvermogen (casuïstiekbespreking)

Implementatie Haagse Inburgering 11

Juridische begeleiding (gezinshereniging) De juridische begeleiding van statushouders bij gezinshereniging of verblijfsrechtelijke vraagstukken maakt geen formeel onderdeel uit van het inburgeringsstelsel. De ervaring leert echter dat juridische begeleiding op deze onderwerpen wel bijdraagt aan een voorspoedig inburgeringsproces. Inburgering vraagt veel tijd en aandacht van statushouders. Zolang zorgen over verblijfsrechtelijke vraagstukken en/of het gemis van gezinsleden voortduren, beperkt dat de mogelijkheid om alle aandacht op het inburgeringstraject te richten. Hiervoor wordt in Den Haag juridische begeleiding, zoals we dit al kennen binnen het huidige stelsel, ook onderdeel gemaakt van het nieuwe inburgeringsstelsel. De gemeente Den Haag zal dit middels een opdracht in de markt zetten.

Financieel ontzorgen en financiële zelfredzaamheid Door de complexiteit van het Nederlandse financiële systeem is er voor bijstandsgerechtigde statushouders een groot risico op het ontwikkelen van schulden, financiële problemen en zorgen over 6

hun financiële positie . Deze schulden en zorgen leiden af van het inburgeren zelf, terwijl het doel is dat 7

zij zo snel mogelijk hun traject kunnen starten en mee kunnen doen in Den Haag . Om ervoor te kunnen zorgen dat bijstandsgerechtigde statushouders hun inburgeringstraject zo snel en effectief mogelijk kunnen starten, worden zij in de eerste periode na aankomst in de gemeente financieel ontzorgd. Dit betekent dat de gemeente de inkomsten en uitgaven van bijstandsgerechtigde statushouders geheel of gedeeltelijk beheert gedurende minimaal de eerste 6 maanden. Vanuit de bijstandsuitkering worden de huur, gas, water en stroom en zorgverzekering betaald. Zij krijgen door middel van financiële training op maat ook begeleiding bij het financieel zelfredzaam worden. Deze trainingen zullen qua duur en intensiteit worden afgestemd op de behoefte en leerbaarheid van de statushouder.

Pilot financieel ontzorgen Begin 2021 is de pilot Financieel ontzorgen uitgerold, waarmee verkend is hoe het financieel ontzorgen van statushouders het beste georganiseerd kan worden en hoe zij het beste ondersteund kunnen worden richting financiële zelfredzaamheid en zelfstandigheid. Tijdens de pilot is gebleken dat het financieel ontzorgen een complex, foutgevoelig proces is. Volgens Verwey-Jonker (die de pilot heeft geëvalueerd), zijn er vijf grote uitdagingen voor de uitvoering van het financieel ontzorgen: 1.

Het financieel ontzorgen is complexer dan gedacht

2.

De overbrugging van de periode voordat de toeslagen worden uitbetaald

3.

Afstemming met de externe partners verloopt moeizaam

4.

Financieel ontzorgen heeft niet voor alle statushouders meerwaarde

5.

De ontzorgingsperiode is soms te kort

Deze lessen worden meegenomen in de definitieve inrichting van het proces. Belangrijkste les is ook hierbij dat het kunnen bieden van maatwerk voor deze groep essentieel is. De trainingen financiële zelfredzaamheid zijn aangepast voor de doelgroep statushouders. Tijdens de trainingen leren zij onder andere welke uitgaven verplicht zijn, voor welke uitgaven zij zelf kunnen kiezen, het bijhouden van de administratie, het omgaan met reclame en het budgetteren en maken van financiële overzichten.

6

KIS (2019). De financiële zelfredzaamheid van statushouders: belemmeringen en bouwstenen.

7

Memorie van Toelichting, 1.3 Aanleiding en doel van het wetsvoorstel.

Implementatie Haagse Inburgering 12

2.4. Integrale en kwalitatieve inburgeringstrajecten Alle inburgeraars onder de Wi2021 volgen een voor hen geschikte leerroute, afgestemd op zijn of haar capaciteiten, wensen en leervermogen. Voor statushouders wordt de leerroute georganiseerd en bekostigd door de gemeente. Vanuit de Wi2021 zijn er drie wettelijke leerroutes: de B1-route, de Z-route en de Onderwijsroute. Binnen de gemeente Den Haag voegen we een vierde route toe: de B1entreeroute. Hierop zal in een volgende bouwsteen nader worden ingegaan. Alle leerroutes zijn integraal, wat betekent dat ze zowel uit een taalcomponent als een participatiecomponent bestaan, die gericht is op participatie en/of werk of onderwijs. Ook zijn de overige wettelijke onderdelen, zoals het Participatieverklaringstraject (PVT) en de module Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) hierin vervlochten, zodat de elementen elkaar versterken en ondersteunen.

Inrichting leerroutes inburgering B1-route Het doel van de B1-route is dat inburgeraars zo snel mogelijk, maar maximaal binnen drie jaar, een zo hoog mogelijk taalniveau behalen en hun perspectief op de arbeidsmarkt vergroten, door zo snel mogelijk naar vermogen te participeren, bij voorkeur door (betaald) werk, Daarbij doen inburgeraars in de B1-route voldoende kennis op van de Nederlandse maatschappij om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving en werken zij ten slotte toe naar een zo hoog mogelijke mate van zelfstandigheid. 8

Het minimaal te bereiken taalniveau in de B1 route, is het A2 taalniveau. De duur van de B1- route is maximaal 3 jaar, tenzij specifieke omstandigheden leiden tot een verlenging van de inburgering. De termijn gaat in op het moment van vaststelling van het PIP. De intensiteit, specifieke duur en het totaalaantal uren wordt per inburgeraar vastgelegd in het PIP en/of onderliggend ontwikkeldocument. Deze informatie kan indien nodig worden aangepast gedurende het traject, indien de inburgeraar meer of minder uren nodig blijkt te hebben voor het beoogde taalniveau. Z-route De Z-route is bedoeld voor inburgeraars waarvan vooraf wordt ingeschat dat A2 taalniveau niet haalbaar is en moet voorkomen dat inburgeraar massaal ontheven worden van de inburgeringsplicht. De Z-route kent een inspanningsverplichting en wordt, in tegenstelling tot de andere leerroutes, niet afgerond met een examen. Het doel van de Z-route is dat inburgeraars een zo hoog mogelijke mate van zelfstandigheid bereiken, onder andere door het leren van de Nederlandse taal op een zo hoog mogelijk niveau, met aandacht voor de verschillende leefgebieden. Dit willen we bereiken door in 1600 uur gedurende maximaal drie jaar, de Nederlandse taal aan te bieden op het voor de inburgeraar hoogst haalbare niveau. Daarbij ligt de nadruk op het gebruiken van de Nederlandse taal in de dagelijkse praktijk.

De Z-route heeft net als de B1-route het doel dat inburgeraars hun perspectief op de arbeidsmarkt vergroten, door zo snel mogelijk en duurzaam naar vermogen te participeren, bij voorkeur door (betaald) werk. Daarbij doen inburgeraars in de Z-route voldoende kennis op van de Nederlandse maatschappij om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving. De duur van de Z-route is maximaal 3 jaar, tenzij specifieke omstandigheden leiden tot een verlenging van de inburgering. De termijn gaat in op het moment van vaststelling van het PIP. Het aantal uren voor de Z-route is vastgelegd. Dit is namelijk 1600 uur: 800 uur Taal (Taal in de Klas) en 800 uur participatie (Taal in de praktijk, MAP, PVT en (arbeids)participatie. De intensiteit en uiteindelijke duur van het traject verschilt per inburgeraar. Dit is een kwestie van maatwerk.

8

A2 wordt gezien als het basisniveau dat nodig is om goed te kunnen functioneren in het dagelijks leven.

Implementatie Haagse Inburgering 13

Onderwijsroute Het doel van de onderwijsroute is dat inburgeraars zo snel mogelijk, maar maximaal binnen drie jaar, een taalschakeldiploma halen waarmee zij toelaatbaar zijn tot de beoogde vervolgopleiding (zoals opgenomen in het PIP en/of onderliggend ontwikkeldocument). Hierbij streven we naar het hoogst haalbare niveau, zowel op taal (minimaal B1) als op doorstroomniveau (minimaal MBO 2). Inburgeraars worden gedurende de Onderwijsroute zo goed mogelijk voorbereid op hun vervolgopleiding. Daarnaast doen inburgeraars voldoende kennis op van de Nederlandse maatschappij om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving en werken zij ten slotte toe naar een zo hoog mogelijke mate van zelfstandigheid. De Onderwijsroute wordt zo snel mogelijk afgerond, afhankelijk van de leersnelheid en doorstroommogelijkheden van de inburgeraar. De maximale duur van de Onderwijsroute is 3 jaar, tenzij specifieke omstandigheden leiden tot een verlenging van de inburgeringstermijn. De Onderwijsroute betreft een fulltime opleiding. De termijn gaat in op het moment van vaststelling van het PIP.

Inkoop leerroutes De afgelopen periode stond in het teken van de aanbesteding voor de leerroutes. Voor het onderdeel B1- en Z-route heeft Sagènn Educatie deze aanbesteding gegund gekregen. Op 6 september 2021 heeft de gemeente Den Haag met Sagènn het contract hiervoor getekend. Voor de B1-route werken we hierin ook samen met de gemeentes Delft en Rijswijk. De komende periode zal in het teken staan van de implementatie en richten we samen met Sagènn de leerroutes verder in. Zodat voor de inburgeraars een passende route klaarstaat van goede kwaliteit, die elke inburgeraar in de gelegenheid stelt het inburgeringstraject te volgen op het voor hem of haar hoogst haalbare niveau. De aanbesteding van de Onderwijsroute en B1-Entreeroute is deze zomer teruggetrokken. Het aantal inschrijvingen was te laag om deze op kwaliteit te beoordelen. Dit is in lijn met de landelijke ontwikkelingen die spelen omtrent de Onderwijsroute, waarover vanuit verschillende stakeholders is aangegeven dat de gewenste kwaliteit niet haalbaar is binnen de daarvoor bestemde middelen. Als reactie hierop is een onderzoek gestart door AEF naar de prijs van de Onderwijsroute. Uit dit kostenonderzoek is gebleken dat de trajectprijs onderwijsroute te laag was ingeschat door minSZW. De gesprekken hierover vinden plaats tussen de MBO-Raad, VNG, minFin en minSZW.

Kennis Nederlandse Maatschappij De module Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) is gericht op het leren van de in Nederland gangbare omgangsvormen, normen en waarden, leren over de Nederlandse geschiedenis, maar ook over het onderwijssysteem en gezondheidszorg. De taalaanbieder is verantwoordelijk voor het aanbieden van KNM en is geïntegreerd in de taallessen. KNM wordt in de B1-route afgerond met een landelijk examen, onder de verantwoordelijkheid van DUO. De opdrachtnemer is verantwoordelijk voor de voorbereiding op en toeleiding naar het examen. In de Z-route geldt hiervoor geen examenverplichting, maar telt KNM wel mee als contactuur. Gezinsmigranten zijn net als bij de

Implementatie Haagse Inburgering 14

leerroute zelf verantwoordelijk voor het organiseren en financieren van KNM binnen de leerroute (zie bouwsteen ‘Passend aanbod gezinsmigranten’).

Kennis van de Nederlandse Maatschappij De module is geïntegreerd in de leerroutes, zodat er bij het leren over de Nederlandse samenleving integraal aan de slag wordt gegaan met het leren over de Nederlandse taal en het meedoen in de Haage samenleving. Al deze onderdelen versterken elkaar en worden dus in samenhang georganiseerd. Onderwerpen die binnen KNM aan bod komen zijn onder andere Werk en inkomen, omgangsvormen, waarden en normen, wonen, gezondheid, geschiedenis, instanties, de rechtstaat en onderwijs en opvoeding.

Participatieverklaringstraject Een van de modules die onderdeel maken van de inburgeringsplicht is het afleggen van een participatieverklaringstraject (of PVT). Het PVT bestaat uit twee onderdelen: een inleiding in de Nederlandse kernwaarden en de ondertekening van de participatieverklaring. In 12 uur wordt een inleiding in de Nederlandse kernwaarden gegeven inclusief een praktijkbezoek en vindt de ondertekening plaats van de Participatieverklaring. De inleiding in de kernwaarden bestaat uit een overdracht van inhoudelijke kennis over de kernwaarden van de Nederlandse samenleving. Voor het PVT is het belangrijk dat de kernwaarden die worden behandeld niet losstaan van de rest van het inburgeringsstelsel, maar dat deze verweven worden met het lesaanbod, zodat deze waarden ook daadwerkelijk betekenis krijgen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de motie (RIS307896), waarbij het college wordt gevraagd er zorg voor te dragen dat in dit Participatietraject vorm en inhoud wordt gegeven aan het leren kennen van de normen en waarden in onze democratische rechtstaat, zoals gelijkwaardigheid ongeacht geslacht, levensovertuiging, geloofsovertuiging, etniciteit, afkomst of seksuele voorkeur, vrijheid van meningsuiting, recht op zelfbeschikking, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van geweten.

Integraal participatieverklaringstraject Het PVT traject voor statushouders is integraal aanbesteed in de leerroutes en in die hoedanigheid gegund aan Sagènn. Op die manier wordt ervoor gezorgd dat het PVT integraal onderdeel wordt van het inburgeringstraject en dat het PVT geen losstaand onderdeel is van de inburgering. De kernwaarden van het PVT zullen bovendien ook aan de orde komen tijdens de ‘reguliere’ taallessen, waardoor er wisselwerking ontstaat tussen de taallessen en het PVT. Binnen het PVT zullen in dialoogvorm de kernwaarden participatie, solidariteit, vrijheid en gelijkwaardigheid worden besproken. Om deze kernwaarden tot leven te brengen worden deze gekoppeld aan actuele gebeurtenissen, waar mogelijk binnen de Haagse context. Hiermee is voldaan aan de afdoening van motie d.d. 18 februari (RIS307896) over het PVT en de oproep om in het traject vorm en inhoud te geven aan de kernwaarden van de democratische rechtsstaat.

Implementatie Haagse Inburgering 15

Toezicht op kwaliteit inburgeringstrajecten Een belangrijk principe van het nieuwe inburgeringsstelsel is het bieden van een kwalitatief hoogwaardig

cursusaanbod.

Naar

vermogen

inburgeren

vraagt

een

diversiteit

in

het

inburgeringsaanbod, waarbij in alle routes gestreefd wordt naar het hoogst haalbare niveau. Het borgen van de kwaliteit van het aanbod is cruciaal om het maatschappelijke doel, snel en volwaardig meedoen, te behalen. Doordat gemeenten regie gaan voeren op de trajecten (lees: inkopen) kan er veel directer gestuurd worden op resultaat en kwaliteit. Daarnaast wordt de kwaliteit van het aanbod geborgd door het verscherpte toezicht van de Stichting Blik op Werk, die toetst of aanbieders van inburgeringscursussen in aanmerking komen voor het ‘keurmerk inburgering’. Verder zal de Inspectie voor het onderwijs toezicht gaan houden op de kwaliteit van de taalschakeltrajecten in de onderwijsroute. De stichting Blik op Werk is binnen het huidige inburgeringsstelsel houder van het ‘keurmerk inburgering’ en toetst of cursusinstellingen aan de normen voldoen op een aantal indicatoren. Het toezicht bestaat uit verschillende elementen en het keurmerk geeft aan of een cursusinstelling voldoet aan de randvoorwaarden die worden gesteld aan het taalonderwijs. Het gaat om voorwaarden op gebied van: bedrijfsvoering (continuïteit en betrouwbaarheid), financiën, kwaliteit van de organisatie (kwaliteit van personeel, klachtafhandeling), kwaliteit van het taalonderwijs en didactiek (toezicht in de klas).

Het keurmerk is voortdurend in ontwikkeling, op het gebied van kwaliteitsborging en het bestrijden van fraude. Dit heeft ertoe geleid dat het toezicht de afgelopen jaren is uitgebreid met toezicht in de klas en met financieel toezicht in de vorm van een financiële audit. Ook zijn er aanvullende eisen voor nieuwe toetreders geformuleerd. Het wetsvoorstel bevat op dit onderdeel geen aanpassingen: het keurmerk Blik op Werk blijft ook een onderdeel van het nieuwe inburgeringsstelsel. De gunningscriteria kwaliteit omvat de volgende punten: •

De wijze waarop de kwaliteit, deskundigheid en ervaring van de docenten en overig personeel wordt gewaarborgd en hoe er wordt omgegaan met de voorbereidingstijd van docenten.

•

Deze wijze waarop de ketenpartners uit het inburgeringsstelsel, het informeel taalaanbod, het bedrijfsleven voor stages en de vervolgopleidingen worden betrokken.

•

De wijze waarop de aansluiting bij de verschillende niveaus wordt gewaarborgd en het hoogst haalbare niveau gestimuleerd wordt. De wijze waarop de begeleiding en persoonlijke aandacht voor de inburgeraar wordt vormgegeven.

•

De wijze waarop u verzuimpreventie wordt aangepakt.

•

De inhoud en vorm van de managementrapportage

Borging kwaliteit inkoop trajecten In de aanbestedingsleidraad inkoop leerroutes is aan de hand van kwalitatieve gunningscriteria een samenwerkingspartner geselecteerd. De raamovereenkomst treedt naar verwachting in werking op 1 januari 2022, evenals de wet inburgering. De raamovereenkomst heeft een looptijd van twee jaar en eindigt na verloop van deze looptijd van rechtswege. De overeenkomst kan eenzijdig door de gemeente twee keer worden verlengd met een periode van twee jaar. Op deze manier wordt vormgegeven aan een strategisch partnerschap met de taalaanbieder. Hiertoe zal gedurende de looptijd een monitorings- en evaluatiekader worden opgesteld. Hier wordt momenteel vorm en inhoud aan gegeven.

Implementatie Haagse Inburgering 16

Aandacht voor statushouders met een zintuigelijke beperking Statushouders met een zintuiglijke beperking (auditief of visueel, ZB) worden onder het huidige inburgeringsstelsel vrijwel altijd vrijgesteld van de inburgeringsplicht op grond van artikel 6 lid 1 wet inburgering. Dat wordt als ongewenst ervaren, omdat daarmee de aanspraak op taalonderwijs vervalt. Doel van de nieuwe wet is om iedereen volwaardig mee te laten doen aan de maatschappij, op het hoogst haalbare taalniveau, met kennis van de Nederlandse maatschappij (KNM) en participeren naar vermogen. In het nieuwe inburgeringsstelsel is het aan de gemeente om een passend inburgeringsaanbod aan te bieden aan alle inburgeraars, dus ook aan deze doelgroep. Dit passend aanbod zal landelijk worden ingekocht bij gespecialiseerde partijen onder regie van de Vereniging Nederlandse gemeenten (VNG), zodat er een kwalitatief traject aangeboden kan worden. Over de manier waarop dit georganiseerd gaat worden, zijn de gesprekken nog gaande.

Aandacht voor statushouders met psychische problematiek Een goede psychische gezondheid is een belangrijke voorwaarde voor integratie en participatie. Veel statushouders beschikken over een grote veerkracht en het is van belang om deze te behouden en waar mogelijk te versterken. Door het meemaken van onder andere oorlogs- en geweldservaringen lopen statushouders een hoger risico op psychische klachten (stress, slaapproblemen) of psychische stoornissen (angststoornissen, depressie en PTSS) dan gemiddeld in Nederland; ongeveer 13-25% van de 9

statushouders krijgt te maken met PTSS en/of depressie na aankomst in Nederland .

Signaleren van psychische problematiek In de leerlijn casemanager is opgenomen hoe zij om kunnen gaan met psychisch kwetsbare burgers, maar óók hoe zij vroegtijdig kunnen signaleren. Ook de maatschappelijk begeleider is getraind in het signaleren van psychische problematiek. Zij staan in nauw contact met de casemanager en zullen signalen doorgeven. Om ervoor te zorgen dat de casemanager inburgering over voldoende instrumentarium beschikt om de inburgeraar zo nodig door te verwijzen, starten we een verkenning naar de reeds bestaande mogelijkheden binnen de gemeente hiervoor. Indien uit de verkenning blijkt dat hier aanvullend instrumentarium op nodig is, zullen we hiervoor de samenwerking zoeken met partners in de stad.

2.5. Dualiteit: het leren van taal en participatie gaan hand in hand De Wi2021 heeft als hoofddoel het tijdig en snel laten inburgeren van inburgeringsplichtigen in Nederland. Als maatschappelijk doel wordt ook de participatie, het liefst via betaald werk genoemd. Het is aan gemeenten om deze puzzel te leggen en om inburgering en participatie hand in hand te laten gaan. Voor het inzetten van participatie en werktrajecten is echter vanuit de Wi2021 geen budget beschikbaar gesteld. Het inbedden binnen het sociaal domein houdt in dat gemeenten creatief aan de slag moeten gaan het vormen van deze duale trajecten door ook voorzieningen vanuit de Participatiewet te benutten. De arbeidsparticipatie van statushouders is relatief laag, ook van recente groepen.

10

De vorige

herziening van de inburgeringswet heeft weliswaar gezorgd voor een hoger percentage nieuwkomers 9

Handreiking “Preventie psychische problemen en behoud veerkracht van statushouders: wat kan uw gemeente doen?”.

Kennisdelingsprogramma Gezondheid Statushouders. 10

Met beleid van start | Publicatie | Sociaal en Cultureel Planbureau (scp.nl).

Implementatie Haagse Inburgering 17

dat slaagt voor zijn inburgeringsexamen, maar heeft niet geleid tot enige verbetering van hun arbeidsmarktpositie.

11

Aanvullend gemeentelijk beleid, gericht op een snelle integratie van

nieuwkomers in de (lokale) arbeidsmarkt, moet hun arbeidsmarktpositie verbeteren. Daarvoor wordt met name ingezet op zogenoemde duale trajecten waarin inburgeraars zo snel mogelijk tijdens hun inburgeringstraject worden gekoppeld aan de lokale arbeidsmarkt.

12

Om volwaardig te kunnen meedoen in de maatschappij is een ander belangrijk principe van het nieuwe inburgeringsstelsel dat het leren van de taal wordt gecombineerd met participeren. Bij het leren van taal kan het oefenen in de praktijk, door stages, (vrijwilligers)werk of bijvoorbeeld met een taalvrijwilliger via taalcoaching buiten de les (non-formeel onderwijs) een belangrijke aanvulling zijn op de lessen in de klas (formeel onderwijs). Het kan ervoor zorgen dat inburgeraars de Nederlandse taal sneller en beter leren en dat zij meer maatschappelijke contacten hebben. Kortom: de combinatie van het leren van de taal en participeren versterkt elkaar en kan niet los van elkaar worden gezien als het gaat om het volwaardig meedoen in de maatschappij. Dit vereist een duaal karakter van inburgeringstrajecten.

PIP: duale component Dualiteit, het combineren het leren van de taal en participeren, is een belangrijk subdoel van het nieuwe stelsel. Zoals beschreven in de wet maken beide componenten onderdeel uit van alle leerroutes en wordt dit nog verder versterkt door het PVT en de MAP. De rol van gemeenten in het nieuwe stelsel, om inburgeraars zowel bij inburgering als bij participatie te begeleiden, is hierbij cruciaal. Het is immers de taak van gemeenten om, samen met de inburgeringsplichtige, vorm te geven aan de invulling van inburgeringstrajecten (leerroute, MAP, PVT) en daarin het leren van de taal zoveel mogelijk te combineren met participatie. In het PIP zullen dus zowel de onderdelen die betrekking hebben op het aanleren van de Nederlandse taal, als de participatie-activiteiten worden opgenomen. Op deze wijze krijgt de inburgeraar een integraal beeld van alle rechten en plichten die hij gedurende het inburgeringstraject heeft en die tezamen tot doel hebben dat de inburgeringsplichtige volwaardig gaat deelnemen aan de Nederlandse samenleving.

Participatie als vast onderdeel van de leerroutes (taal in de praktijk) Het nieuwe stelsel beoogt dat inburgeraars zo snel mogelijk en duurzaam naar vermogen participeren. Daarom wordt ook binnen de leerroutes integraal invulling gegeven aan de participatiecomponent. Om de integraliteit van de leerroute te borgen valt binnen deze opdracht naast taal (Taal in de klas), PVT en KNM, ook het organiseren van de eerste participatiefase (Taal in de praktijk) en het verzorgen van de integraliteit tussen de verschillende onderdelen. De belangrijkste doelen van Taal in de praktijk zijn taalverwerving, en zelfstandigheid op de verschillende leefgebieden, met specifieke aandacht voor het vergroten van het perspectief op de arbeidsmarkt. Taal in de praktijk moet aansluiten bij de intrinsieke motivatie van de inburgeraar.

11

Een nieuwe kijk op de Wet Inburgering 2013 | CPB.nl.

12

Memorie-van-toelichting-wet-inburgering-20-versie-raad-van-state-27-jan-2020 (1).pdf.

Implementatie Haagse Inburgering 18

Taal in de praktijk De opdrachtnemer is verantwoordelijk voor het bieden van Taal in de praktijk aan alle inburgeraars in de B1 en Z-route, tenzij een inburgeraar gedurende het traject al een baan vindt of deel kan nemen aan een alternatief traject richting werk, bijvoorbeeld van de gemeente. Gemiddeld zal het Taal in de praktijk-traject in de B1-route 300 uur duren. Voor sommige inburgeraars is langer nodig, voor anderen past een duaal traject niet of geldt dat zij al aan het werk zijn. Het traject duurt circa zes maanden en bestaat ten minste uit één stage. Naast de stage is er eventueel een aanvullend passend aanbod, zoals workshops op de leefgebieden of taalmaatjes. Het aantal dagdelen in de week is afhankelijk van de situatie van de inburgeraar. Over het wel of niet inzetten van Taal in de praktijk, de duur, invulling en intensiteit worden afspraken gemaakt in het PIP en/of onderliggend ontwikkeldocument. Voor de Z-route zal de component taal in de praktijk meer op de voorgrond staan en voor een belangrijk deel de 800 uur inspanningsverplichting op participatie vervullen. Voor de Z-route zal de component taal in de praktijk meer op de voorgrond staan en een belangrijk deel de 800 uur inspanningsverplichting op participatie Module voor Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)

vervullen. In de brugklas starten we al met kennismaking met de reguliere organisatie als het gaat om de eerste stap naar participatie en/of werk. In het eerste deel van de module, aangeboden in de brugklas, wordt met de inburgeraar en de taalpartij naar zijn of haar verwachtingen van de Nederlandse arbeidsmarkt gekeken. Er wordt vanuit de intrinsieke motivatie van de inburgeraar een advies gegeven over de invulling van Taal in de praktijk. Na afronding van Taal in de Praktijk start de inburgeraar met de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), georganiseerd door de gemeente. De MAP vormt een brug naar het participatievervolgtraject, waardoor er een goed beeld ontstaat van de vervolgstappen die gezet kunnen worden.

Werkgroep MAP Bij Den Haag Werkt is een werkgroep gestart die de Module Arbeidsmarkt Participatie vormgeeft. Deze werkgroep bestaat uit medewerkers die vanuit hun expertise gericht zijn om samen met de inburgeraar het perspectief op de arbeidsmarkt te bepalen. De inhoudelijke module wordt dit kwartaal opgeleverd, zodat begin volgend jaar in een pilot de module getoetst en bijgesteld kan worden.

Duale trajecten Om de duale trajecten zo passend mogelijk te maken is nauwe samenwerking met werkgevers en de gemeentelijke organisatieonderdelen nodig. Het inzetten van de duale component gericht op werk wordt nu geoefend met de huidige ondertussengroep in de pilot Inburgeren Werkt! Dit is een samenwerkingsvorm tussen de casemanagers inburgering en het domein Werkgeversdienstverlening van Den Haag Werkt. Hierbij wordt in eerste instantie ingezet op het (indien nodig) passend maken van bestaande trajecten en voorzieningen. Het duale traject zal onder regie van de casemanager inburgering vallen, zodat integraliteit en dualiteit van het inburgeringstraject gewaarborgd blijven. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat de casemanager inburgering ervoor zorgt dat het traject passend blijft en dat de focus op tijdig inburgeren behouden blijft.

Implementatie Haagse Inburgering 19

Pilot Inburgeren Werkt! In de pilot Inburgeren Werkt! is een samengewerkt met Facilicom Buitengewoon. Deze partij richt zich met name op het plaatsen van statushouders binnen het bedrijf Facilicom. We zijn een lerende samenwerking met elkaar aangegaan. Vanuit de doorontwikkeling van de pilot zullen steeds meer bedrijven aangesloten worden om specifiek statushouders een (leer)werkplek aan te bieden.

2.6. Inzet op onderwijs en diplomawaardering Door de situatie in land van herkomst hebben statushouders niet altijd de mogelijkheid gehad om te studeren of hun studie af te ronden. Diploma’s uit land van herkomst worden vaak lager gewaardeerd of niet erkend. Daarnaast missen statushouders vaak het netwerk of de financiële middelen om zonder steun te kunnen studeren en maken taalbarrières en onbekendheid met het onderwijssysteem en de arbeidsmarkt de start van een studie in Nederland extra lastig. Dit, terwijl onderzoek naar de integratie van langer gevestigde statushouders aantoont dat een Nederlands diploma de kansen op de arbeidsmarkt verhoogt

13

en de culturele, maatschappelijke en sociaaleconomische integratie van

14

nieuwkomers versterkt . Ook de Onderwijsraad benadrukt in het in 2017 uitgebrachte advies ‘Vluchtelingen en onderwijs’ het belang van onderwijs voor de positie van statushouders op de arbeidsmarkt.

B1-entreeroute Naast de voorgaande drie leerroutes bieden we bij de gemeente Den Haag een extra leerroute aan: de B1-entreeroute. Deze route is gericht op inburgeraars voor wie de onderwijsroute qua niveau en snelheid te hoog gegrepen is, maar die wel de ambitie te hebben om in te stromen in het regulier onderwijs. Op deze manier wordt de kans op duurzame uitstroom naar de arbeidsmarkt vergroot. Deze route is gericht op doorstroom naar MBO1 niveau, waarbij de inburgeraar naast taal ook voorbereid wordt op een vervolgopleiding. Het doel van de B1-Entreeroute is dat inburgeraars zo snel mogelijk, maar maximaal binnen drie jaar, taalniveau B1 behalen en dat zij hun toekomstperspectief vergroten door, zodra het taalniveau hiervoor voldoende is, te starten met een entreeopleiding, BBL of BOL-opleiding. Daarbij doen inburgeraars in de B1-Entreeroute voldoende kennis op van de Nederlandse maatschappij om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving en werken zij ten slotte toe naar een zo hoog mogelijke mate van zelfstandigheid. De duur van de B1-Entreeroute is maximaal 3 jaar, 15

tenzij specifieke omstandigheden leiden tot een verlenging van de inburgeringstermijn . De termijn gaat in op het moment van vaststelling van het PIP.

Diplomawaardering We zullen in Den Haag zo vroeg mogelijk inzetten op diplomawaardering, zodat inburgeraars in hun inburgeringstraject kunnen voortbouwen op de kennis, ervaring en diploma's die zij al hebben. Diplomawaardering wordt daarom een vast onderdeel van het brede intake-proces. Op deze manier kunnen zij zo snel mogelijk verder bouwen aan hun toekomst en zetten zij hun kennis en ervaring in voor de Haagse samenleving. 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10795113/1