CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310116 Vooronderzoek Amare & het Spuikwartier

Gemeenteraad 25 maart 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van de Rekenkamer Den Haag inzake het rekenkameronderzoek Onderwijs- en Cultuurcomplex (RIS306611)40.691 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Policy Research Corporation

- 42 -

Gemeente Den Haag

Welke visie en beleidsdoelstellingen bestaan er in de Gemeente Den Haag rond onderwijs en hoe past OCC/Amare met de vestiging van het KC hierin?

4.5.1.

Inleiding

Hoger onderwijs is om twee redenen van wezenlijke betekenis voor de stad Den Haag. In de eerste plaats voor het opleidingsniveau van de bevolking en in de tweede plaats voor de aantrekkingskracht van de stad waar studenten levendigheid brengen. Deze kijk op hoger onderwijs in Den Haag is in 2011 door de toenmalige Wethouder Onderwijs en Dienstverlening aangegeven in een brief (Stand van het hoger onderwijs) gericht aan de Commissie Samenleving 119. In de brief refereert de wethouder aan de commissie Veerman die in april 2010 in het rapport Toekomstbestendig hoger onderwijs adviseert om een krachtige impuls te geven aan de kwaliteit en diversiteit van het Nederlands hoger onderwijs. Vervolgens geeft zij aan op welke wijze de Haagse hoger onderwijsinstellingen werken aan kwaliteitsverhoging en vernieuwing van strategische visies.

4.5.2.

Thema’s

In de aangehaalde brief, Stand van het hoger onderwijs, wordt aan de hand van een tiental thema’s aangegeven hoe in Den Haag het hoger onderwijs in ontwikkeling is. Zaken als samenwerking met universiteiten van omliggende steden, nieuwe initiatieven van Haagse hogescholen en nieuwe lectoraten komen daarbij aan de orde. Het Koninklijk Conservatorium (KC) krijgt in deze brief, anders dan in een opsomming van alle hoger onderwijsaanbod, geen aandacht.

Onderwijsbeleid en Koninklijk Conservatorium In het Raadsinformatiesysteem Den Haag zijn in de periode van 2008 tot heden geen onderwijs beleidsstukken aangetroffen waarin inhoudelijk wordt ingegaan op de positie van het Koninklijk Conservatorium. In de periode daarvoor heeft in 2004 de wethouder van Onderwijs, Sociale Zaken, Werkgelegenheid en Integratie, een ‘Concept-visie lokaal onderwijsbeleid tot 2010’ uitgebracht120. Hierin wordt het belang van hoger en internationaal onderwijs voor Den Haag geduid. Daarbij wordt het Koninklijk Conservatorium met 900 studenten als een van de hoger onderwijsinstellingen genoemd. Op de specifieke betekenis van het KC werd ook toen niet nader ingegaan.

Amare en Koninklijk Conservatorium Den Haag hecht belang aan hoger onderwijs en de aanwezigheid van studenten in de stad. Het onderwijsbeleid is gericht op uitbouw, versterking en facilitering van dit hoger onderwijs en ondersteuning van de studenten. In beleidsstukken over onderwijs wordt nauwelijks aandacht besteed aan het KC, anders dan dat het een instituut is met studenten. Hoewel er vanuit de invalshoek onderwijsbeleid weinig concrete informatie over het KC te vinden is gaat het KC wel een steeds prominentere plaats innemen in de planvorming van OCC/Amare (Zie ook 6.1). 119

Brief van de Wethouder Onderwijs en Dienstverlening, Ingrid van Engelshoven, aan de voorzitter van Commissie Samenleving d.d. 30 augustus 2011. Te raadplegen: RIS 181124 120 Brief van de wethouder van Onderwijs, Sociale Zaken, Werkgelegenheid en Integratie d.d. 28 september 2004. Te raadplegen: RIS 120385

Policy Research Corporation

- 43 -

Gemeente Den Haag

4.5.3. Vraagstelling -

Heeft het beleid van de gemeente Den Haag inzake hoger onderwijs enige rol gespeeld bij het besluit om het KC te verhuizen naar Amare? In welke mate verstrekt Den Haag financiering aan het KC die aanvullend is op de financiering door het Rijk? Welke afspraken zijn er tussen Rijk en Den Haag inzake de financiering?

Policy Research Corporation

- 44 -

Gemeente Den Haag

5. AMBITIES ONTWIKKELING SPUIKWARTIER EN BOUW AMARE/OCC

TOEPASSING MODEL PUBLIEK BELANG

5.1.

TOELICHTING CONCEPT PUBLIEK BELANG

In 2000 wordt door de Wetenschappelijke raad voor het Regeringsbeleid (WRR) de term ‘publiek belang’ terug onder aandacht gebracht 121. Aanvankelijk spitste de toepassing van het concept zich met name toe op vraagstukken rondom privatisering van overheidsbedrijven, maar zoals hier onder wordt toegelicht kan het concept breder toegepast worden. In het rapport maakt de WRR een onderscheid tussen maatschappelijk belang en publiek belang. Een maatschappelijk belang is een belang waarvan de behartiging voor de samenleving als geheel gewenst is. Er is sprake van een publiek belang indien de overheid zich de behartiging van een maatschappelijk belang aantrekt op grond van de overtuiging dat dit belang anders niet goed tot zijn recht komt. Niet alle maatschappelijke belangen zijn dus tevens publieke belangen. Hier noemt de WRR het voorbeeld van voeding. Het is een belang voor de maatschappij als geheel dat er voldoende voedsel is. Toch gaat het hier niet om een publiek belang waar de overheid in de uitvoering participeert. De overheid beperkt zich tot het stellen van noodzakelijke kaders, zoals richtlijnen omtrent de kwaliteit van het voedsel. Zonder overheidsparticipatie in de voedselmarkt wordt de welvaart – in casu het beschikbaar hebben van voedsel – namelijk al voldoende herverdeeld met behulp van marktwerking.

Veiligheidsbeleid is een klassiek voorbeeld van een overheidsinterventie waarmee een maatschappelijk belang wordt gediend dat ook een publiek belang is, omdat de algemene overtuiging is dat marktwerking veiligheidsvraagstukken niet adequaat zou kunnen aanpakken. 122 De Sociaal-Economische raad (SER) 123 noemt in 2010 duidelijkheid over publieke belangen als voorwaarde voor effectief en efficiënt beleid. Zij pleit voor een effectanalyse waarin de uitgangssituatie wordt verkend, doelstellingen worden gedefinieerd en beleidsvarianten worden ontwikkeld waarvan de effecten worden bestudeerd en vergeleken. Ten slotte moeten er monitorings- en evaluatiemechanismen in gang worden gezet. De SER tekent overigens aan dat een dergelijke analyse

121

Het borgen van Publiek Belang. Wetenschappelijke raad voor het Regeringsbeleid, 2000, te vinden via: https://www.wrr.nl/publicaties/rapporten/2000/04/26/het-borgen-van-publiek-belang. 122 Deze en andere publieke belangen zijn dan ook vaak wettelijk geregeld. De inhoud van en onderverdeling tussen maatschappelijke en publieke belangen zijn aan een voortdurende verandering onderhevig. Als voorbeeld noemt de WRR de formulering van het mededingingsrecht waardoor de mogelijkheden om te interveniëren in een maatschappelijk belang ingrijpend zijn veranderd. Het vaststellen van een publiek belang kan volgens de WRR nooit gebeuren aan de hand van volledig objectieve overwegingen. Uitein delijk moet aan de hand van politieke besluitvorming een knoop worden doorgehakt. Het rapport bevat geen aanwijzingen welke overwegingen deze politieke besluitvorming zouden kunnen begeleiden. Een later rapport van de WRR 122 combineert het politieke perspectief met economische welvaartstheoretische uitgangspunten122, maar geeft ook geen kaders om te komen tot een op analyse gebaseerde identificatie van publiek belang binnen de besluitvorming 123 Overheid én markt: Het resultaat telt! Voorbereiding bepalend voor succes. (10; Nr. 01). Sociaal-Economische raad, Maart 2010. Te raadplegen: Overheid én markt: Het resultaat telt! Voorbereiding bepalend voor succes — Tilburg University Research Portal.

Policy Research Corporation

- 45 -

Gemeente Den Haag

niet bij iedere incrementele verandering plaats hoeft te vinden, maar alleen bij de meer fundamentele transities124. Onder meer op basis van deze rapporten heeft PRC een stappenplan ontwikkeld om publieke belangen te identificeren (zie Figuur 1). Het stappenplan geeft de overheid een instrument om te beargumenteren waarom zij een bepaalde inzet zou doen en wat hiervoor de geëigende middelen zijn. Het stappenplan heeft als belangrijk onderdeel een analyse van de rol van private partijen. Deze analyse zorgt ervoor dat de overheid geen projecten oppakt wanneer haar inzet niet noodzakelijk is om het maatschappelijk belang te waarborgen, of alleszins goed onderbouwd waarom haar tussenkomst gewenst is. Voor het slagen van grote bouwprojecten met een variëteit aan actoren is het van belang dat de gemeente het maatschappelijke en het publieke belang dat zij met haar investering wil behartigen kan expliciteren en operationaliseren. Omdat de fase van planvorming doorgaans bepalend is voor het verloop van het project, is het van belang dat de vaststelling en operationalisering van het publiek belang al tijdens deze fase gebeurt. In het geval van OCC/Amare geeft het model ons een houvast om te kijken naar de

Figuur 1: Stappenplan Publiek Belang

beginfase van het project. In deze fase werd onderzocht welke ambitie gerealiseerd zou moeten worden met OCC/Amare en welke middelen hiertoe benodigd waren.

124

In het rapport Publieke zaken in een marktsamenleving. Wetenschappelijke raad voor het Regeringsbeleid, 2012 wordt de kritiek van de SER dat de politiek doelen ‘te vaag’ zou formuleren misplaatst genoemd omdat zij geen ruimte biedt aan de beleidsrealiteit waarin pas in de uitvoering meer helderheid verschaft kan worden over de precieze formulering van een publiek belang.

Policy Research Corporation

- 46 -

Gemeente Den Haag

5.2.

TOEPASSING MODEL PUBLIEK BELANG BIJ BESLUITVORMING OCC/AMARE

Om na te gaan in hoeverre de gemeente Den Haag het publiek belang heeft geëxpliciteerd en gemotiveerd wordt voor verschillende voorstellen van het college bekeken hoe het publiek belang een rol heeft gekregen in de besluitvorming. Het begint met voorstellen uit de beginfase van OCC/Amare, omdat publiek belang vastgesteld dient te zijn voordat men daadwerkelijk begint met de realisatie van een project. Vervolgens komen ook latere voorstellen terug om te onderzoeken hoe de onderbouwing van het publiek belang zich tijdens de realisatie van het project heeft ontwikkeld.

5.2.1. Voorstel van het college inzake Voorbereidingskrediet Internationaal Dans- en muziekcentrum Spuiplein 2008 In 2008 stellen het NDT, het RO, het KC en de stichting Gastprogrammering een startnotitie op 125. Op basis hiervan komt het college met een voorstel om een voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen voor een haalbaarheidsonderzoek naar de herontwikkeling van de culturele accommodaties aan het Spuiplein126. De raad brengt geen wijzingen aan in het voorstel en stemt in (zie ook 6.1.2).

Stap 1: maatschappelijk belang en stap 2: activiteiten Het voorstel bevat geen definitie van het maatschappelijk belang dat gerealiseerd zou kunnen worden bij het invullen van de ambitie rond het Spuiplein. In de startnotitie staan wel een aantal uitgangspunten beschreven:

-

“een kwalitatief hoogwaardig en veelzijdig cultureel aanbod op het gebied van o.a. dans, (muziek)theater, opera, jazz, pop, lichte en klassieke muziek;

-

een aanbod dat gericht is op zowel de kenner als de nieuwe cultuurconsument; een aantrekkelijk en levendig centrum waar publiek en werkenden elkaar kunnen ontmoeten; een samenwerkingsverband van de vier betrokken instellingen dat nauwe contacten onderhoudt en samenwerkt met andere culturele instellingen en organisaties in de stad;

-

een sterk verbeterde leef- en woonomgeving in het centrum van Den Haag; een substantiële toename van toeristen en andere bezoekers aan het centrum van de stad op basis waarvan de lokale en regionale economie een stevige impuls krijgt;

-

kwalitatief goede educatieve activiteiten voor iedereen op alle niveaus; een topaccommodatie waar nationale en internationaal bekende artiesten en culturele instellingen graag komen;

125 INTERNATIONAAL DANS- & MUZIEKCENTRUM SPUIPLEIN INTERNATIONAL CENTRE FOR DANCE AND MUSIC Startnotitie voor

de definitie van het project Nederlands Dans Theater, Residentie Orkest, Stichting Gastprogrammering en Koninklijk Conservatorium, 12 maart 2008. Te raadplegen RIS153567a. 126 Voorstel van het college inzake voorbereidingskrediet Internationaal Dans- en Muziekcentrum Spuiplein. Gemeente Den Haag, Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, 14 mei 2008. Te raadplegen: RIS153567.

Policy Research Corporation

- 47 -

Gemeente Den Haag

-

een gezonde, kostenefficiënte bedrijfsvoering waarbij er een goede balans is tussen overheidsbijdragen en eigen inkomsten.” 127

In het voorstel staan niet expliciet de activiteiten die op de nieuwe locatie zouden moeten plaatsvinden. Wel zijn sommige van de zojuist genoemde uitgangspunten feitelijk te lezen als activiteiten die op de nieuwe locatie moeten plaatsvinden. Er is dus geen onderscheid tussen effecten die men hoopt te bereiken en activiteiten die dienen plaats te vinden om deze effecten te bereiken.

Stap 3: rol private partijen en stakeholders: Over de rol van private partijen wordt het volgende opgenomen: “Gezien de gezamenlijke ambitie van de gemeente en de betrokken instellingen zal in ieder geval samen opgetrokken worden om aanvullende financiering (rijk, provincie, gemeente, fondsen, bedrijfsleven, etc.) voor de investeringen te verkrijgen.”128

Stap 4: effectmeting In het voorstel is een vertrouwelijke indicatieve exploitatierekening opgenomen. Het is niet bekend of deze ook een maatstaf bevat om de effecten te meten129.

Stap 5: structuur en organisatie In het voorstel wordt nadruk gelegd op samenwerking tussen de instellingen. Er is niet benoemd welke governance structuur vanuit de gemeente gecreëerd moet worden om het publiek belang te waarborgen.

127 INTERNATIONAAL DANS- & MUZIEKCENTRUM SPUIPLEIN INTERNATIONAL CENTRE FOR DANCE AND MUSIC Startnotitie voor

de definitie van het project. Nederlands Dans Theater, Residentie Orkest, Stichting Gastprogrammering en Koninklijk Conservatorium, 12 maart 2008, p. 5. Te raadplegen: RIS153567a. 128 INTERNATIONAAL DANS- & MUZIEKCENTRUM SPUIPLEIN INTERNATIONAL CENTRE FOR DANCE AND MUSIC Startnotitie voor de definitie van het project. Nederlands Dans Theater, Residentie Orkest, Stichting Gastprogrammering en Koninklijk Conservatorium, 12 maart 2008, p. 20. Te raadplegen: RIS153567a. 129 Voor dit onderzoek kon niet beschikt worden over deze exploitatierekening

Policy Research Corporation

- 48 -

Gemeente Den Haag

5.2.2. Voorstel van het college inzake ontwikkelingen rond het Spuiplein: een nieuw dans- en muziekcentrum en een stedenbouwkundige visie 2009 Stap 1: maatschappelijk belang Volgens het voorstel 130 vormt het Dans- en Muziekcentrum een waardevolle aanvulling op Den Haag als attractieve stad en is het de intree tot vele culturele instellingen, waarbij als voorbeelden worden genoemd:

-

dans muziek theater film literatuur (eventueel) beeldende kunst

De plek moet verder prettig zijn om te verblijven en de ontwikkeling ervan levert een belangrijke stimulans aan de doorontwikkeling van de Haagse binnenstad als geheel en daarmee de internationale positie van Den Haag. Concreet worden in de conclusie van het voorstel de volgende effecten genoemd:

-

“het gebied krijgt een enorme stedenbouwkundige kwaliteitsimpuls, alsmede een belangrijke functie in de verbinding van het Centraal Station/Wijnhavenkwartier met de oude binnenstad;

-

Den Haag kan zichzelf nadrukkelijker positioneren als internationale stad. Gerichte investeringen in hoogwaardige stedenbouw, architectuur en culturele infrastructuur als voorgesteld kunnen de kandidatuur voor Europese Culturele Hoofdstad dichterbij brengen;

-

het functioneren en het verblijfsklimaat van het Spuiplein krijgt een enorme impuls door de toevoeging van diverse functies, hoogwaardige architectuur, een buitenruimte van topkwaliteit met zitgelegenheden en groen en een intensieve culturele programmering van festivals en evenementen;

-

de lokale economie krijgt een impuls omdat de binnenstad van Den Haag nog aantrekkelijker wordt voor bezoekers, zowel uit de regio als van daarbuiten;

-

de samenwerking en programmering van internationaal opererende gezelschappen en instellingen op het terrein van dans, muziek(theater) en onderwijs wordt versterkt, waardoor het publieksbereik zal toenemen;

-

de knelpunten en noden in de huidige huisvesting van zowel het NDT, het RO en de GP worden – tegelijk met die van het KC – structureel en voor de lange termijn opgelost.” 131

130

Voorstel van het college inzake ontwikkelingen rond het Spuiplein: een nieuw dans- en muziekcentrum en een stedenbouwkundige visie. Gemeente Den Haag, Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, 01 juli 2009. Te raadplegen: RIS164033. 131 Voorstel van het college inzake ontwikkelingen rond het Spuiplein: een nieuw dans- en muziekcentrum en een stedenbouwkundige visie. Gemeente Den Haag, Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, 01 juli 2009, p. 8. Te raadplegen: RIS164033.

Policy Research Corporation

- 49 -

Gemeente Den Haag

Stap 2: activiteiten De genoemde effecten moeten gerealiseerd worden in een programma van eisen dat is versoberd ten opzichte van het voorstel uit 2008. Om het Dans- en Muziekcentrum aantrekkelijk te houden zal een aansprekend programma worden opgesteld dat zowel bezoekers in de regio aanspreekt als nationale en internationale uitstraling heeft. Voor de instellingen ligt er een uitdaging om publiek van een nietNederlandse origine naar het gebouw te trekken. Naast de reguliere activiteiten van instellingen zal er een mogelijkheid moeten komen om films te vertonen en het operavoorstellingen te streamen. Samenwerking tussen de instellingen vormen een belangrijk uitgangspunt voor de activiteiten: “Het programma van eisen is ontwikkeld en geschreven vanuit het gezamenlijke perspectief van de instellingen. Zo is een groot deel van de ruimten bedoeld voor gezamenlijk en/of medegebruik door alle instellingen (…) Verder vormen samenwerkingsrelaties tussen afdelingen/onderdelen van de instellingen een belangrijke basis voor het programma en de ruimtelijke configuratie” 132 “De ruimtelijke en technische configuratie van de zalen, tonelen en foyers wordt zo dat meerdere voorstellingen en activiteiten tegelijk of snel na elkaar kunnen plaatsvinden. Een effectievere programmering dan nu is daardoor mogelijk.” 133

Stap 3: rol private partijen en stakeholders: Het college zegt toe te lobbyen voor bijdragen vanuit de Rijksoverheid en externe fondsen en regelingen. Daarbij wordt benoemd dat deze alleen realistisch zijn als de gemeente zelf ook substantieel investeert.

Stap 4: effectmeting en stap 5: structuur en organisatie Volgens het college zal: “De nieuwe directie van Spuiforum in samenwerking met de vaste gezelschappen en de overburen van het Spui een aansprekende programmering moeten laten zien. Vast staat dat de programmering een balans zal zijn tussen het vertonen van gesubsidieerde producties en voorstellingen die zichzelf terugverdienen of geld opleveren” 134 In het voorstel wordt niet gesproken over de mogelijkheid om de effecten te meten en wordt ook niet de toekomstige structuur en organisatie behandeld die wordt gebruikt om het te realiseren Dans- en Muziekcentrum te exploiteren en de behartiging van het belang te waarborgen. Wel is een gezamenlijke visie van de instellingen bijgevoegd en wordt verwezen naar het Beleidsplan cultuur als manier om invloed uit te oefenen op de instellingen inzake hun keuzes.

132

Voorstel van het college inzake ontwikkelingen rond het Spuiplein: een nieuw dans- en muziekcentrum en een stedenbouwkundige visie. Gemeente Den Haag, Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, 01 juli 2009, p. 4. Te raadplegen: RIS164033. 133 Voorstel van het college inzake ontwikkelingen rond het Spuiplein: een nieuw dans- en muziekcentrum en een stedenbouwkundige visie. Gemeente Den Haag, Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, 01 juli 2009, p. 5. Te raadplegen: RIS164033. 134 Voorstel van het college inzake ontwikkelingen rond het Spuiplein: een nieuw dans- en muziekcentrum en een stedenbouwkundige visie. Gemeente Den Haag, Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, 01 juli 2009, p. 5. Te raadplegen: RIS164033.

Policy Research Corporation

- 50 -

Gemeente Den Haag

5.2.3. Besluitvorming inzake Dans- en Muziekcentrum Spuiplein 2011 In 2011 wordt het versoberd basisplan als uitgangspunt genomen voor het nieuwe Dans- en Muziekcentrum aan het Spuiplein 135. Hierbij wordt het college opgedragen een financieringsplan op te stellen voor het theaterdeel van het centrum en daarbij externe partijen te betrekken.

Stap 1: maatschappelijk belang Het belang dat gediend wordt, komt naar voren in de inleiding van het voorstel: “Wonen, werken en winkelen alleen brengt onvoldoende leven in een stad. Na kantoor- en sluitingstijden willen inwoners, werknemers en bezoekers ook nog wat te zoeken hebben in de stad. Dit stimuleert niet alleen de werkgelegenheid en het vestigingsklimaat, maar verbetert ook de leefbaarheid en veiligheid in de binnenstad. Ondanks de toename van het aantal horecagelegenheden in de afgelopen jaren mist de stad een attractief middelpunt. In het hart van de Binnenstad van Den Haag ontbreekt het aan geschikte locaties om een dergelijke functie van betekenis te realiseren. Op één locatie na: de huidige locatie van het Lucent Dans Theater (LDT) en de Dr. Anton Philipszaal (DAPZ).” 136 Verder wordt gezegd dat de stad aantrekkelijk moet blijven om te wonen, te winkelen en te recreëren. Ook verwijst het voorstel naar het Investeringsprogramma Stedelijke Ontwikkeling (IpSO) 137. In dat document wordt vrijwel niet gesproken over de ambitie inzake cultuur. Wel wordt benoemd dat inzake het programma ‘Den Haag, centrum voor wereldcultuur’ wordt voortgebouwd op de ambitie van het vorige investeringsprogramma uit 2009 138. Daarin wordt benoemd dat Den Haag een centrum voor wereldcultuur wil worden. Centraal hierin staat de ambitie om in 2018 culturele hoofdstad van Europa te worden.

Het speerpunt van deze ambitie is volgens de gemeente het culturele kwartier rondom het spuiplein.

Stap 2: activiteiten De concrete activiteiten om de doelen te verwezenlijken is de herontwikkeling van de huidige locatie van de theaters. Het samenkomen van de oude DAPZ en het LDT in een gebouw zorgt volgens de gemeente voor het volgende: “Dit maakt het mogelijk om zowel de zakelijke (efficiencyslag en verantwoorde exploitatie) als de artistieke ambities van de instellingen en de gemeente te realiseren. Hiermee functioneert het nieuwe Dans- en Muziekcentrum in samenspel met de omliggende openbare ruimte als het attractieve hart van de stad dat Den Haag aantrekkelijk maakt voor haar inwoners, de bedrijven en de (internationale) instellingen.”

135 Voorstel van het college inzake Besluitvorming Dans- en Muziekcentrum Spuiplein. Gemeente Den Haag, Dienst Onderwijs, Cultuur

en Welzijn, 24 maart 2011. Te raadplegen: RIS178616. 136 Idem. p. 1 137 IpSO 2011 Investeringsprogramma Stedelijke Ontwikkeling IpSO. Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling, 1 oktober 2010. Te raadplegen RIS175589d 138 IpSO 2009 Investeringsprogramma Stedelijke Ontwikkeling. Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling, 8 september 2009. Te raadplegen: RIS166412a.

Policy Research Corporation

- 51 -

Gemeente Den Haag

Naast de activiteiten zelf moeten de effecten van de activiteiten beschreven worden. Een belangrijk onderdeel van het voorstel is dan ook de MKBA, opgesteld door Decisio 139. In deze MKBA worden de volgende maatschappelijke effecten benoemd: -

“Welvaartswinst als gevolg van bestedingen (direct effect) Waarde-effect woningen Waarde-effect winkels en kantoren

-

Waarde-effect als gevolg van mogelijkheid tot herontwikkeling Beatrixkwartier 140

-

Vergroten kans ‘culturele hoofdstad 2018’

-

Verbetering positie den haag als vestigingsplaats voor bedrijven en instellingen

-

Behoud van culturele instellingen”141

Wanneer Den Haag Culturele hoofdstad wordt, zal dit weer een aantal effecten teweegbrengen: -

“een toename van het aantal bezoekers aan de stad Den Haag; een versterking van het culturele imago;

-

economische ontwikkeling en versterking van de cultuursector in Den Haag; een impuls op de stedelijke kwaliteit;

-

hogere cultuurparticipatie van de Haagse burgers.142”

Stap 3: rol private partijen en stakeholders: In het voorstel staat het volgende over de rol van private partijen: “Het college zoekt naar nieuwe mogelijkheden voor het financieren en functioneren van de culturele sector. Het culturele ondernemerschap is daarbij een belangrijk middel om een meer zelfstandige culturele sector te ontwikkelen. Vandaag de dag zoeken culturele instellingen naar creatieve en innovatieve inkomstenbronnen, zoals partnerships met particulieren en bedrijven en bijdragen van externe fondsen. Dat geldt ook voor particuliere bijdragen in de exploitatie of de bouw van een nieuw Dans- en Muziekcentrum. Culturele instellingen en kunstenaars moeten meer geld uit de markt halen. Door het benaderen van welwillende bedrijven en particulieren en het breder programmeren. Bij een bredere programmering gaat het niet alleen om het bereiken van een grotere doelgroep. Ook het introduceren van nieuwkomers en het aanspreken van een nieuw en jong publiek voor “minder brede” voorstellingen is een belangrijk doel.”143 Hieruit wordt duidelijk dat de precieze rol van private partijen op dat moment nog niet is onderzocht. Dit wordt gepland voor een volgende fase van de besluitvorming. Er moet actief gezocht worden naar externe partners. Een ambitie voor een binnen te halen bedrag wordt niet benoemd.

139 Zie MKBA Internationaal Cultuurforum Spui: Maatschappelijke kosten en baten in beeld Eindrapport deel I: bevindingen en conclusies.

Decisio, 10 juni 2010, Te raadplegen: RIS178616a; Voor aanvullende informatie zie: MKBA Internationaal Cultuurforum Spui Maatschappelijke kosten en baten in beeld Eindrapport deel II: Bijlagen. Decisio, 10 juni 2010. Te raadplegen: RIS178616b; Aanvulling MKBA Spui: drie alternatieve scenario’s (jan. 2011). Decisio, 28 januari 2011. Te raadplegen: RIS178616 140 Deze mogelijkheid ontstaat omdat in de plannen wordt voorzien dat het Koninklijk Conservatorium zal verhuizen van haar toenmalige locatie op het Beatrixkwartier naar het nieuwe Dans- en Muziekcentrum. 141 Zie MKBA Internationaal Cultuurforum Spui: Maatschappelijke kosten en baten in beeld Eindrapport deel I: bevindingen en conclusies. Decisio, 10 juni 2010, p. 20: RIS178616a. 142 Idem. p. 28. 143 Voorstel van het college inzake Besluitvorming Dans- en Muziekcentrum Spuiplein. Gemeente Den Haag, Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, 24 maart 2011, p. 3. Te raadplegen: RIS178616.

Policy Research Corporation

- 52 -

Gemeente Den Haag

Niet onderzocht is wat gemeentelijke regelgeving en contractrelaties met private partijen als opties kunnen bijdragen aan een planrealisatie waarbij het college meer op de achtergrond zou kunnen staan.

Stap 4: effectmeting en stap 5: structuur en organisatie In het voorstel komt de effectmeting niet naar voren. Ook is geen organisatiestructuur voor de uitvoering van verdere activiteiten vermeld.

Raadsbehandeling In de behandeling in de raad wordt gevraagd of substantieel gekeken zal worden of de markt een bijdrage kan leveren aan de financiering van het plan. De wethouder Cultuur en financiën reageert dat mede door de afwezigheid van deze kennis het op dat moment te vroeg is om te beslissen of de plannen verder uitgewerkt moeten worden. De wethouder zegt er wel het volste vertrouwen in te hebben dat een aanzienlijk deel van de financiering uit de markt gehaald kan worden. In de verdere uitwerking van de plannen moet dit onderzocht worden 144.

5.2.4. Voorstel van het college inzake realisatie Spuiforum Stap 1: maatschappelijk belang Het nieuwe voorstel uit 2012 145 draait niet alleen om het Dans- en Muziekcentrum, maar om het Spuiforum als geheel. Na een onderzoek naar de functies van het Spuiforum neemt het college de volgende adviezen over van LAgroup Leisure & Arts consulting: -

“Cultuur is en blijft de belangrijkste drager. Cultuur van topniveau, aantrekkelijk voor een breder publiek. Het bezoek aan Spuiforum moet een unieke belevenis zijn. (…) Horeca is uitstekend complementair aan de culturele functie, de markt ziet goede kansen om de ruim 2 miljoen bezoekers aan bibliotheek/stadhuis, bioscopen en theaters langer vast te houden. Geen grootschalig, derde horecaplein van Den Haag wel een plek waar je na theater-

-

of bioscoopbezoek nog graag even een poosje met familie en vrienden verkeert. Het niveau van de restaurants en de situering in het gebouw moet nog nader bepaald worden. Detailhandel in kleine metrages en dan vooral unieke, niche detailhandel, uiteraard indien mogelijk in lijn met het culturele gebruik. Congressen en zakelijke verhuur zijn zeer goed mogelijk. Men zou moeten inzetten op de binnenlandse, zakelijke/overheidscongresmarkt, veelal eendaags. Groot pluspunt is de ligging in het centrum, vlakbij het station. Ook hier geldt dat je iets bijzonders te bieden moet hebben.” 146

144 Agenda en verslag raadsvergadering. 31 maart 2011. Te raadplegen: RIS179862NO1 145

Voorstel van het college inzake realisatie Spuiforum. Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling, 20 oktober 2012. Te raadplegen: RIS251767. 146 Voorstel van het college inzake realisatie Spuiforum. Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling, 20 oktober 2012, p. 4. Te raadplegen: RIS251767.

Policy Research Corporation

- 53 -

Gemeente Den Haag

De kosten van het project zullen volgens het college geheel worden terugverdiend doordat een verhoging van het bezoekersaantal zal leiden tot: -

Hogere bestedingen en dientengevolge hogere vastgoedwaardes;

-

Een vergroting van de kans dat Den Haag Culturele Europese Hoofdstad 2018 wordt;

-

Een verbetering van de positie van Den Haag als vestigingsplaats voor bedrijven en instellingen; Het behoud van culturele topinstellingen.

Stap 2: activiteiten De activiteiten blijven gelijk ten opzichte van het voorgaande voorstel, hoewel een aantal wijzigingen is doorgevoerd ter wille van de commerciële functies: -

-

In het PvE van 2010 was 400 m2 vvo commercieel (horeca, retail) opgenomen. Door het schrappen van één laad- en lospunt (mogelijk door het vervallen van de kleine theaterzaal) en een betere indeling op de begane grond is het aantal m2 verhuurbaar vloeroppervlak verdubbeld. Adviezen en marktinschattingen van horeca-/retailexperts geven aan dat hier zeker economisch draagvlak voor zal zijn. Vergroting foyers; Marktadviezen geven aan dat het voor eendaagse congressen essentieel is dat er voldoende informele netwerkruimten zijn. Voor de culturele instellingen is het belangrijk sponsoren, relaties en ‘vrienden van’ representatief te kunnen ontvangen. Daarom is de foyerruimte op basis van ervaringscijfers vergroot van circa 0,75 m2 per zitplaats naar circa 1 m2 per zitplaats, krijgen de grote foyers uitzicht over de stad en worden ze hoogwaardig afgewerkt.”147

Stap 3: rol private partijen en stakeholders: Het college gaat uitgebreid in op de mogelijkheden van externe financiering van het project. Vanuit het rijk en de provincie zijn geen subsidies te verwachten. De mogelijkheid van Europese subsidies kan nog nader worden onderzocht. Daarnaast is onderzocht of marktpartijen bereid zouden zijn om (delen van) de stichtingskosten voor eigen rekening en risico te realiseren. Dit blijkt mogelijk te zijn voor de horeca en de detailhandel op de begane grond. Hierbij wordt benoemd dat beleggers mogelijk vrezen dat een gedeelde zeggenschap in het gebouw kan leiden tot beslissingen die voor huurder of belegger niet gunstig zijn. Vervolgens wordt benoemd dat directe verhuur van de horecaruimte wel tot de mogelijkheden behoord. Volgens het college is het echter niet mogelijk om op deze manier de stichtingskosten terug te verdienen dan wel commerciële partijen hierin een bijdrage te laten leveren. Verder kiest het college bewust niet voor het optimaliseren van de commerciële mogelijkheden omdat het Spuiforum geen hotel of grootschalige retail- of casinoattractie moet worden.

147 Voorstel van het college inzake realisatie Spuiforum. Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling, 20 oktober 2012, p. 8. Te

raadplegen: RIS251767.

Policy Research Corporation

- 54 -

Gemeente Den Haag

Stap 4: effectmeting In het voorstel zijn geen plannen voorzien om het slagen van de ambities van het Spuiforum te meten.

Stap 5: structuur en organisatie Volgens het college zal de nieuwe directie van het Spuiforum in samenwerking met de instellingen een aansprekende programmering moeten laten zien, waarin een balans is tussen gesubsidieerde producties en voorstellingen die zichzelf terugverdienen. Het college benoemt verder dat zij voornemens is de exploitatie in handen te geven van één partij met oog voor culturele en commerciële belangen. De gemeente ziet een rechtsvorm voor zich waarbij een exploitatiestichting verantwoordelijk is voor exploitatie en waarbinnen commerciële gedeelten kunnen worden uitbesteed.

5.3.

CONCLUSIE

1. De gelijkblijvende hoofdambities worden niet beargumenteerd als maatschappelijke belangen In alle voorstellen wordt het belang genoemd van een aantrekkelijk centrum dat veel bezoekers zal trekken. Samengevat kan gezegd worden dat Den Haag streeft naar: -

Een aantrekkelijk en levendig centrum met het Spuiplein als middelpunt; Een versterking van de Haagse cultuursector; Een vergroting van de kans om culturele hoofdstad te worden; Een verbetering positie Den Haag als vestigingsplaats voor bedrijven en instellingen.

De ambities zijn niet geformuleerd in de vorm van ambities die gericht zijn op bepaalde maatschappelijke effecten. Het is dan ook niet in alle gevallen duidelijk of een bepaalde ambitie op zichzelf belangrijk is, of slechts ter wille van een bepaald effect. Zo is uit de voorstellen niet duidelijk op te maken of behoud van culturele instellingen op zichzelf belangrijk is, of slechts belangrijk als middel om een aantrekkelijk en levendig centrum te behouden.

2. De onderlinge prioriteit van de ambities is niet op alle plekken duidelijk Naast het ontbreken van een onderscheid tussen ambities en effecten is ook de onderlinge prioriteit van ambities niet op alle plekken duidelijk. Een belangrijk voorbeeld hiervan is de ambitie om Culturele Hoofdstad te worden in 2018. Gegeven de geprognotiseerde baten lijkt de ambitie Culturele Hoofdstad 2018 de hoofdambitie te zijn. Later wordt echter duidelijk dat deze ambitie niet de belangrijkste is als blijkt dat de realisatie doorgaat wanneer de kandidatuur voor Culturele Hoofdstad vervalt;

Policy Research Corporation

- 55 -

Gemeente Den Haag

3. Door een aantal assumpties zijn niet alle alternatieven onderzocht Qua activiteiten is duidelijk wat de voorstellen beogen, namelijk het realiseren van een Dans- en muziekcentrum aan het Spuiplein. Deze ambitie is echter niet verbonden aan -

-

-

een argumentatie van een structuur waarin de gemeente opdrachtgever is en de instellingen via het college inspraak hebben. Opdrachtgeverschap had bijvoorbeeld ook aan de instellingen kunnen worden overgelaten. Er wordt benoemd dat financieringsmogelijkheden vanuit de markt onderzocht moeten worden, maar deze markt wordt op voorhand gezien als slechts medeinvesteerder, dit ondanks de vaststelling dat instellingen meer aan cultureel ondernemerschap moeten doen; een argumentatie van de keuze voor de betrokken instellingen, het NDT, het RO en het KC. Hierdoor is niet duidelijk waarom het maatschappelijk belang nu per se door deze instellingen, en niet door andere, ingevuld moet worden; een argumentatie van wat er nu specifiek belangrijk is aan het Spuiplein en welk puzzelstuk in de ambities nu door het Spuiplein wordt ingevuld.

4. Er zijn geen directe mogelijkheden opgenomen om de effecten van de ambities achteraf te meten Wat het college van instellingen verwacht moet duidelijk worden in de visies die de instellingen zelf opstellen. Deze bieden echter geen garantie dat de doelen worden behaald wanneer het gebouw er staat. Evaluatiemechanismen worden niet voorgesteld. Wanneer het gebouw er staat moet onderzocht worden of de ambitie is behaald. Het moet namelijk duidelijk zijn of het publiek belang afdoende is behartigd. Of deze evaluatie er komt, is niet duidelijk. In de MKBA worden veel effecten onderzocht. Op basis van de effecten zijn maatschappelijke kosten en baten doorgerekend waaruit de conclusie wordt getrokken dat de variant waarin het Dans- en Muziekcentrum wordt gerealiseerd per saldo de meeste maatschappelijke baten oplevert. In het voorstel staan echter geen plannen om de effecten na realisatie te meten, of ideeën om de MKBA bij het definitieve voorstel te herhalen. Via het beleidsplan Kunst en Cultuur kan het college de instellingen controleren en beïnvloeden. Echter wordt geen organisatorische verbinding gelegd tussen de beleidscyclus kunst en cultuur en een eventuele effectmeting van de ambities van OCC/Amare. Het verhuizen van het KC kost Den Haag veel geld.

Onduidelijk is wat hiervoor als tegenprestatie wordt verlangd, anders dan in algemene termen als het samenkomen van uitvoerende kunst en onderwijs. Het is de vraag of de gemeente kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s) met het KC heeft afgesproken op basis waarvan zij kan borgen dat de doelen die zij beoogt met de investering worden behaald.

5. De voorstellen verwijzen op belangrijke punten naar andere documenten en volstaan niet op zichzelf om het publiek belang te beargumenteren In de voorstellen wordt op cruciale onderdelen verwezen naar andere documenten. Een voorbeeld hiervan is de verwijzing naar het investeringsprogramma uit 2011, dat op zijn beurt weer verwijst naar het investeringsprogramma uit 2010. Een ander voorbeeld is het meerjarencultuurbeleid, dat een op zichzelf staande beleidscyclus is. Policy Research Corporation

- 56 -

Gemeente Den Haag

6. Het publiek belang wordt niet beargumenteerd voor OCC/Amare specifiek en is ook niet uitgesplitst voor de verschillende alternatieven. Het eerste voorstel gaat enkel over het Dans- en Muziekcentrum terwijl latere voorstellen het volledige Spuiforum betreffen. Hierdoor is het publiek belang niet geëxpliciteerd voor OCC/Amare specifiek. Dit zorgt ervoor dat de raad niet heeft kunnen beslissen over de meerwaarde van OCC/Amare binnen het geheel aan plannen rondom het Spuikwartier. Tevens is het publiek belang niet gespecificeerd voor de verschillende alternatieven. Dat betekent dat niet per alternatief duidelijk is hoe dit zich verhoudt tot de verschillende mogelijkheden waaronder het college in het project kan participeren.

5.4. -

VRAAGSTELLING

Wordt het concept publiek belang gebruikt in Den Haag en op welke manier wordt het toegepast? Op welke manier kan Haagse besluitvorming verbeteren door explicitering van publiek belang? Hoe heeft de argumentatie van het publieke belang van OCC/Amare zich gedurende de periode van planvorming en planrealisatie ontwikkeld? Wat is de rol van de actoren raad, college en ambtelijke organisatie in de explicitering van het publiek belang in de verschillende periodes van planvorming en planrealisatie? Welke keuzes zouden mogelijk anders hebben uitgepakt bij een verdere explicitering van publiek belang? Welke invloed zou een uitwerking van het publiek belang hebben op de manier waarop de te onderzoeken planalternatieven worden geselecteerd?

Policy Research Corporation

- 57 -

Gemeente Den Haag

6. FEITENANALYSE

Op de volgende pagina’s is de ontwikkeling van Amare in een tijdlijn weergeven.

Policy Research Corporation

- 58 -

- 59 - Vraag om advies Rekenkamer Grote projecten door de Raad - Samenstelling 1e Programma van Eisen door instellingen - Samenstelling bedrijfsplan Spuiforum DMC 2018 uit 2010 - Selectiefase en gunning architecten Spuiforum - Vaststelling van ‘versoberd plan’ Spuiforum als uitgangspunt door de Raad - Gemeenteraadsverkiezingen 3 maart 2010 - Eerste signaleringen financiële problemen Spuiforum door WestOnline.nl - Bezuinigingen Cultuursector -Raadsvoorstel (RIS178616)

- Opname in de gemeentebegroting van jaarlijkse exploitatiebijdrage van €900k (RIS253900) - Samenstelling bedrijfsplan Spuiforum 2018 door DMC uit 2013 - Eerste kanttekeningen rondom Spuiforum door de heer de Jong. - Nieuw bedrijfsplan Spuiforum van het DMC - Gunning ontwikkelingsrechten wijnhavenkwartier aan Heijmans - Raadsvoorstel College inzake kredietaanvraag Spuiforum (RIS 260021)

- Toekenning investeringskrediet van €177,4 mln. en kostenoverschrijding ter waarde van €16,2 mln. - Gunning aanbesteding d.m.v. een DBM-overeenkomst - Raadsvoorstel 2014 betreffende realisatie Amare - Rekenkamerrapport ‘Sturen op maatschappelijke effecten’ - Instemming gebiedsontwikkeling het Spuikwartier door de Raad - Verschijning rapport Rekenkamer ‘Grip op Grote Projecten’ -- Grondexploitatie Spuikwartier vastgesteld door College - Gemeenteraadsverkiezingen 19 maart 2014

Policy Research Corporation

Gemeente Den Haag

- Gemeente Den Haag formuleert ambitie om Cultureel hoofdstad van Europa 2018 te worden - Start van de financiële crisis -voorbereidingsonderzoek en haalbaarheidsonderzoek door de raad (RIS153567) - Startnotitie door NDT, RO, het KC en GP - Ontwikkeling gezamenlijke visie door instellingen - Raadsvoorstel 2009 (RIS164033)

- 60 -Dreiging boete voor Cadanz door vertraging - ‘Point of no return’ betreffende de beweegbare vloer - Afsluiting packagedeal ter waarde van €33,5 mln. 12 juli 2018 door het College en Cadanz - Verschijning bedrijfsplan 2022 door het DMC - Gemeenteraadsverkiezingen 21 maart 2018 - Marktconsultatie betreffende sponsoringsstructuur het KC

- Verschijning Rekenkamerrapport betreffende Amare - Motie door de Raad voor starten vooronderzoek Amare naar (RIS306611) -Voorstel door Gemeentelijk accountingsdienst om de GRIPrapportages te verbeteren. - Oplevering Amare

- Gemeenteraadsverkiezingen 16 maart 2022 -Herziening verdiencapaciteit exploitatie DMC 2023/2024

Policy Research Corporation

Gemeente Den Haag

- Introductie pluspakketten door Cadanz - Start onderzoek door de Rekenkamer naar Amare - Startsein bouw Amare door Visser & Visser B.V.

Gemeente Den Haag

6.1.

ONTWIKKELING SPUIKWARTIER, AMBITIES EN PLANVORMING

6.1.1. Eerste ambities De gemeenteraad heeft in 2002 via een motie verzocht de ontwikkelingen rond het Spuiplein af te stemmen op de ontwikkelingen in Wijnhavenkwartier fase 2 148. Op dat moment staan op het Spuiplein de Dr. Anton Philipszaal (DAPZ), het onderkomen van het Residentie Orkest (het RO) en het Lucent Dans Theater (het LDT), onderkomen van het Nederlands Dans Theater (het NDT). De stichting Gastprogrammering (GP) verzorgt voorstellingen in de DAPZ en het LDT door andere gezelschappen dan het NDT en het RO. De Stichting Exploitatie Muziek- en Danstheater (SEM) huurt het de DAPZ en het LDT van de gemeente Den Haag, de eigenaar, en verhuurt het aan het RO, het LDT en de stichting GP. In reactie op de motie wordt door het college aangegeven dat de DAPZ en het LDT geen deel uitmaken van het voorontwerpbestemmingsplan Wijnhavenkwartier 149. De motie staat in de context van het verbeterplan Spuiplein uit 1999 dat onder andere een renovatie van de gevel van de DAPZ, het onderkomen van (het RO), inhoudt 150. Op 16 juli 2002 besluit het college binnen de dienst Onderwijs Cultuur en Wetenschap een projectgroep aan te stellen die drie onderwerpen nader moet onderzoeken151: -

De aanpassing van de gevel van de DAPZ. Aanpak van de onderhoudstoestand en Arbo-knelpunten van het muziekcentrum en het danstheater.

De mogelijke consequenties voor de gemeente bij een eventuele eigendoms-overname van de complexen. In 2007 heeft het achterstallig onderhoud aan de DAPZ en het LDT plaatsgevonden waardoor de zalen volgens het college weer voor een periode van 10 jaar op adequaat niveau gebruikt kunnen worden152.

Coalitieakkoord In het coalitieakkoord 2006 – 2010153 sprak het college de ambitie uit om in de aankomende collegeperiode na te denken over de huisvesting van het Nederlands Danstheater en het Residentie Orkest op langere termijn, dus voor de periode na 2018. Het Koninklijk Conservatorium wordt op dat moment nog niet genoemd in de plannen. Later in 2006 komt tevens het document ‘Topprioriteiten van Den Haag – een podium voor de wereld’ uit. Het is een stuk van het college waarin de prioriteiten van het college in ruimtelijk functioneel opzicht 148 Brief 6e voortgangsbericht Wijnhavenkwartier. Wethouder van Ruimtelijke Ordening, Stedelijke Ontwikkeling en Wonen, 21 juni 2005.

Te raadplegen: RIS128834 149 Brief Preadvies Motie I inzake complexen Muziek- en Danstheater. college van B&W, 10 december 2002. Te raadplegen: RIS101231. 150 Brief voortgang Spuiplein, Wethouder van Ruimtelijke ordening, Stedelijke ontwikkeling en Wonen, 28 oktober 2003. Te raadplegen: RIS109838. 151 Brief Preadvies Motie I inzake complexen Muziek- en Danstheater. college van B&W, 10 december 2002, p. 2. Te raadplegen: RIS101231. 152 Voorstel van het college inzake Voorbereidingskrediet Internationaal Dans- en muziekcentrum Spuiplein. college van B&W, 14 mei 2008, te raadplegen: RIS153567. 153 MeeDoen Coalitieakkoord 2006-2010 PvdA, VVD, GroenLinks Den Haag, Jetta Klijnsma, Marnix Norder, Sander Dekker en Bert van Alphen, 10 – 5 – 2006. Te raadplegen: RIS137760.

Policy Research Corporation

- 61 -

Gemeente Den Haag voor de periode 2010 – 2020 en verder zijn opgenomen. Elders wordt het door het college een lobbydocument genoemd, omdat het document wordt gebruikt om de inzet van Den Haag in overleggen met het Rijk kenbaar te maken 154. Het document onderscheidt zes programma’s die belangrijk zijn om van Den Haag een podium voor de wereld te maken: -

Herontwikkeling van het World Forum-gebied als hart van Den Haag. Verbetering van de internationale bereikbaarheid van Den Haag over de weg. Verbetering van de internationale en regionale bereikbaarheid per openbaar vervoer. De brandpunten van activiteit in de stad worden aangesloten op het net van RandstadRail. Verbetering van de internationale bereikbaarheid per trein door aansluiting op het HSL-net. Herstructurering van Scheveningen Haven. Blijvend ruimte bieden voor de visserijsector en het toevoegen van een hoogwaardige (internationale) publieksfunctie. Afronding van Den Haag Nieuw Centrum met de herontwikkeling van het Spuiplein. Binnenstedelijke transformatie gericht op het bieden van attractieve en gevarieerde stedelijke woonmilieus binnen de bestaande stad (waaronder de Binckhorst).

Onder het kopje ‘binnenstad-Spuiplein’ wordt de ontwikkeling van het centrum van de stad besproken. Na de bouw van het stadhuis en van de Resident, de Tram- en de Koningstunnel volgden de nieuwbouw van diverse ministeries en het nieuwe centraal station. Twee ministeries staan in het Wijnhavenkwartier, dat grenst aan het Spuikwartier. Vervolgens meldt het document dat de doorontwikkeling van het Spuiplein het culturele gezicht en culturele aanbod van Den Haag op een hoger niveau zal tillen. Vervolgens worden de drie instellingen genoemd die naar het Spuiplein kunnen verhuizen. 155 Hier wordt het KC ook genoemd in de plannen. Een reden van verhuizing van het KC naar het Spuiplein wordt niet gegeven.

Voortgangsberichten Wijnhavenkwartier Het Spuiplein grenst aan de westkant direct aan de zogenaamde fase 2 van het Wijnhavenkwartier. De Gemeenteraad wordt over de herontwikkeling van het Wijnhavenkwartier op de hoogte gehouden via voortgangsberichten. In 2005 verschijnt het 6 e voortgangsbericht Wijnhavenkwartier 156, waarin wordt gerefereerd aan de motie uit 2002. Hierin wordt aangegeven dat voor de studie Rondom Spuiplein een projectopdracht is geformuleerd waarin een verbreding van culturele functies de rode draad moet vormen. Er zullen varianten worden bestudeerd met nieuwbouw en/of renovatie voor de theaters in het Wijnhavenkwartier. In april 2007 meldt de Wethouder Ruimtelijke Ordening, Stedelijke Ontwikkeling en Wonen dat de dienst Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) een projectleider heeft aangesteld voor de studie naar de toekomst van het culturele cluster rondom het Spuiplein. Deze studie staat in het kader van het 154 Brief Zuidvleugelvisie. Burgemeester en Wethouder van Bouwen en Wonen, 12 september 2006, te raadplegen: RIS140230. 155

Den Haag: Een podium voor de wereld. Gemeente Den Haag. 12 september 2006. Te raadplegen: https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/9790404/1/140230%20Inleiding_%20Juridische%20wereldhoofdstad%20als%20opdracht. 156 Brief 6e voortgangsbericht Wijnhavenkwartier. Wethouder van Ruimtelijke Ordening, Stedelijke Ontwikkeling en Wonen, 21 juni 2005. Te raadplegen: RIS128834

Policy Research Corporation

- 62 -

Gemeente Den Haag eerdergenoemde document Topprioriteiten van Den Haag – een podium voor de wereld. Het plein moet volgens het college getransformeerd worden tot een internationaal cluster van cultuur en kennis 157. In juli 2007 stuurt de Wethouder van Cultuur en Financiën een brief 158 aan de commissie Jeugd en Burgerschap waarin gesproken wordt over de Huisvesting van het Nederlands Dans Theater en het Residentie Orkest. Tevens wordt benadrukt dat “eventuele (ver)nieuwbouw van het zalencomplex, al dan niet in combinatie met de huisvesting van het Koninklijk Conservatorium” zoveel mogelijk zal aansluiten op de planning van de ontwikkeling van het Wijnhavenkwartier als geheel. In december 2007 meldt de wethouder bouwen en wonen in het 11 e voortgangsbericht Wijnhavenkwartier159 dat de dienst OCW het culturele programma en de mogelijkheden om het Koninklijk Conservatorium naar het Wijnhavenkwartier te verplaatsen onderzoekt. Een reden voor de verhuizing van het KC wordt niet genoemd. Tevens wordt niet vermeld of dit onderzoek hetzelfde is als de studie naar de huisvesting van het NDT en het RO. Op 25 juli 2008 verschijnt het 12 e voortgangsbericht Wijnhavenkwartier 160. Onder het kopje ‘Ontwikkeling fase 2 en Rondom Spuiplein’ doet de wethouder kort verslag van de ontwikkelingen tot dan toe.

Over de ambities Den Haag Culturele Hoofdstad en de bouw van het Internationaal Dans- en Muziekcentrum wordt gezegd dat ze de internationale positie van Den Haag verstevigen. Ook wordt benoemd dat de uitwerking van de planning voor de tweede fase van het Wijnhavenkwartier en die van het Internationaal Dans- en Muziekcentrum nauw zijn verbonden en in samenhang worden opgepakt. Bij hij 12e voortgangsbericht zit als bijlage het verslag van het Wijnbouwoverleg van 18 december 2007. Het Wijnbouwoverleg is een periodiek gesprek met vertegenwoordigers van omwonenden van het Wijnhavenkwartier en bedrijven om maatregelen te bespreken die de overlast voor de omgeving tijdens de bouw beperken161. Tijdens het Wijnbouwoverleg wordt gemeld dat het Koninklijk Conservatorium graag bij de theaters gehuisvest wil zijn “omdat dit allerlei voordelen voor het onderwijs en de cultuurcluster aan het Spuiplein met zich meebrengt”. Het KC heeft veel lunchconcerten en het zou goed zijn als er meer mensen spontaan naar binnen kunnen komen. Op de huidige locatie van het KC in het Beatrixkwartier is een renovatieonderzoek gedaan, maar nieuwbouw voor het KC heeft de voorkeur.” 162 Verder wordt gemeld dat de projectontwikkelaar Bouwfonds MAB meewerkt aan de uitwerking van het programma en de stedenbouwkundige invulling van het Spuikwartier.

Binnen de gemeente werkt de vastgoedafdeling van de gemeentelijke dienst OCW mee aan de studie.

In het 13e voortgangsbericht163, wordt ‘Rondom Spuiplein’ de 3e fase van het Wijnhavenkwartier genoemd. Bij de uitwerking van het bestemmingsplan voor fase 2 van het Wijnhavenkwartier wordt de invloed van de studie naar het Internationaal Dans- en Muziekcentrum Spuiplein meegenomen. Verder

157 Brief 10e voortgangsbericht Wijnhavenkwartier. Wethouder van Bouwen en Wonen, 28 november 2006, Te raadplegen: RIS145651. 158

Brief Voortgangsbericht juli 2007. Wethouder Cultuur en Financiën, 18 juli 2007. Te raadplegen: RIS147767

159 Brief 11e voortgangsbericht Wijnhavenkwartier. Wethouder van Bouwen en Wonen, 4 december 2007, Te raadplegen: RIS150879. 160

Brief 12e voortgangsbericht Wijnhavenkwartier. Wethouder Bouwen en Wonen, 25 juli 2008. Te raadplegen: RIS156702.

161 Brief 12e voortgangsbericht Wijnhavenkwartier. Wethouder Bouwen en Wonen, 25 juli 2008, p.4. Te raadplegen: RIS156702. 162 Verslag Wijnbouwoverleg 18 december 2007. p. 2.

Te raadplegen: RIS156702a.

163 Brief 13e voortgangsbericht Wijnhavenkwartier. Wethouder Bouwen en Wonen, 16 december 2008. Te raadplegen: RIS160011.

Policy Research Corporation

- 63 -

Gemeente Den Haag wordt gezegd: “Het project Rondom Spuiplein met het Internationaal Dans- en Muziekcentrum is (nog) geen onderdeel van de grondexploitatie Wijnhavenkwartier. 164” In het 14e voortgangsbericht Wijnhavenkwartier165 wordt het Dans- en Muziekcentrum niet fase 3, maar een aangrenzende ontwikkeling genoemd. Verder behandelt dit bericht kort de planning, die luidt dat eind 2010 het structuurontwerp aan de raad kan worden voorgelegd. In het jaar 2010 verschijnt geen voortgangsbericht Wijnhavenkwartier. Het 15e voortgangsbericht verschijnt in 2011 en is vertrouwelijk166. In het 16e voortgangsbericht 167 wordt niets gemeld over de ontwikkeling van het Dansen Muziekcentrum.

6.1.2. Collegevoorstellen inzake OCC/Amare Voorstel van het college inzake Voorbereidingskrediet Internationaal Dans- en muziekcentrum Spuiplein 2008 Tussen het elfde en het twaalfde voortgangsbericht Wijnhavenkwartier komen vier instellingen, het NDT, het RO, het KC en de stichting GP in maart 2008168 met een startnotitie. Het college stuurt de startnotitie naar de raad als onderdeel van een voorstel 169, ambtelijk voorbereid door de dienst OCW, om een voorbereidingskrediet vast te stellen voor een haalbaarheidsonderzoek. De startnotitie bevat een situatieschets met knelpunten en een gemeenschappelijke visie. De dienst OCW heeft voor het opstellen van de startnotitie per 1 april 2008 een extern projectleider ingeschakeld, dhr. Overakker. Deze heeft de notitie samen met de directeuren van de vier betrokken instellingen opgesteld. Volgens de startnotitie vormt het project “een cruciaal onderdeel in de totale metamorfose die het Wijnhavenkwartier de komende 5 tot 15 jaar zal ondergaan” 170. Achterstallig onderhoud aan de DAPZ en het LDT is voorafgaand aan 2008 uitgevoerd en daardoor zijn deze gebouwen weer voor tien jaar op adequaat niveau te gebruiken.

Volgens het college neemt dat echter niet weg dat voor de toekomst een extra slag gemaakt moet worden om een cultureel voorzieningenniveau te bieden dat past bij een stad met een internationale ambitie en een hoogwaardig ruimtelijk niveau. Verder is nieuwbouw of grondige vernieuwing van de DAPZ en het LDT volgens het college een essentiële voorwaarde voor een eventuele kandidatuur als Culturele Hoofdstad. In de startnotitie worden verschillende scenario’s besproken. Het handhaven van de DAPZ en het LDT en het uitbreiden van overige ruimten; Nieuwbouw DAPZ en het handhaven en uitbreiden van het LDT; Volledige nieuwbouw van het DAPZ en het LDT.

164 Brief 13e voortgangsbericht Wijnhavenkwartier. Wethouder Bouwen en Wonen, 16 december 2008, p. 5. Te raadplegen: RIS160011. 165 Brief 14e voortgangsbericht Wijnhavenkwartier. Wethouder Bouwen en Wonen, 15 december 2009. Te raadplegen: RIS169124 166 Het 15e voortgangsbericht Wijnhavenkwartier is niet openbaar beschikbaar omdat deze in een vergadering achter besloten deuren is

behandeld. Zie Vastgestelde lijst ingekomen stukken van de vergadering van de commissie Ruimte op 18 mei 2011. Te raadplegen: Agenda en verslag Ruimte 2011-05-18 - RIS180388 (raadsinformatie.nl) 167 Brief 16e voortgangsbericht Wijnhavenkwartier. Wethouder Bouwen en Wonen, 18 oktober 2011. Te raadplegen: RIS181525. 168 INTERNATIONAAL DANS- & MUZIEKCENTRUM: Startnotitie voor de definitie van het project. L.P. Overakker, 12 maart 2008: Te raadplegen: Startnotitie dans en muziek Spuiplein 12 maart definitief … (raadsinformatie.nl). 169 Voorstel van het college inzake Voorbereidingskrediet Internationaal Dans- en muziekcentrum Spuiplein. college van B&W, 14 mei 2008, te raadplegen: RIS153567. 170 INTERNATIONAAL DANS- & MUZIEKCENTRUM: Startnotitie voor de definitie van het project. L.P. Overakker, 12 maart 2008, p. 6. Te raadplegen: Startnotitie dans en muziek Spuiplein 12 maart definitief … (raadsinformatie.nl).

Policy Research Corporation

- 64 -

Gemeente Den Haag Bij ieder scenario zijn twee subscenario’s, een scenario a waarin het KC gehuisvest blijft op de toenmalige locatie, het Beatrixkwartier en een scenario b waarin het KC verhuist naar het Spuiplein of Wijnhavenkwartier fase 2. Hierin wordt benoemd dat de keuze bij het KC zelf ligt. Volgens de startnotitie is het van belang dat het KC internationaal blijft meedraaien aan de top. Ook wordt gestreefd naar evenwicht in het aantal buitenlandse en binnenlandse studenten en meer samenwerking met andere culturele instellingen zoals het NDT, het RO en de stichting GP. Het gebouw (20.900 m2 bvo) waarin het KC is gevestigd voldoet niet aan de voorziene groei en de veranderende behoeften van het KC en is 5.200 m2 bvo te klein. Ook worden de bestaande budgetten benoemd als te krap om het personeel te bekostigen dat nodig is om op termijn te kunnen meedraaien in de internationale top. In de startnotitie worden de scenario’s 2b en 3b de voorkeursscenario’s genoemd. Ook in het voorstel zelf is een gedeelte over het KC opgenomen: “Het Koninklijk Conservatorium heeft aan deze verkenning deelgenomen vanwege bij deze instelling bestaande ambities met betrekking tot hun huidige huisvesting en de idee dat een verhuizing naar het Spuiplein een interessante meerwaarde zou kunnen hebben bij de totstandkoming van een nieuw internationaal muziek- en danscentrum.

Voorwaarde hierbij is dat de kosten van de verhuizing van het conservatorium niet voor rekening komen van de gemeente. Het college realiseert zich dat een verhuizing van het Koninklijk Conservatorium zal betekenen dat het cultuuraanbod in het Bezuidenhout kleiner wordt. Het college acht de meerwaarde van een eventuele verhuizing van dit (inter)nationale opleidingsinstituut naar het centrum echter van eminent belang voor de gehele stad.”171 Volgens het voorstel moet de haalbaarheid van de verhuizing van het KC onderdeel zijn van het haalbaarheidsonderzoek.

Raadsbehandeling voorstel voorbereidingskrediet 2008: In april 2008 wordt het voorstel in de commissie Jeugd en Burgerschap 172 behandeld, gezamenlijk met de raadsmededeling dat Den Haag zich kandidaat wil stellen voor Culturele Hoofdstad 2018. Ondanks deze koppeling zegt de wethouder Cultuur en Financiën dat zij het voorstel voor het voorbereidingskrediet ook zou hebben gedaan wanneer het college niet de ambitie zou hebben om Culturele Hoofdstad te worden. Tijdens deze commissievergadering wordt verder gevraagd naar een eerdere opmerking van de wethouder Cultuur en Financiën dat het KC nog aan het afwegen is of zij wil meeverhuizen. Volgens de wethouder is het voor de uitstraling van het Spuiplein van belang dat het te realiseren cultuurcomplex ‘van vroeg tot laat gaat leven’ en de studenten die gedurende de hele dag het KC bezoeken, zullen hieraan een belangrijke bijdrage leveren. Over de verbinding met de cultuur in de wijken zegt zij dat er een sterk cultureel centrum nodig is om de cultuur in de wijken van de grond te krijgen. Het college moet volgens haar niet kiezen tussen cultuur in de wijken of op het Spui, maar het moet allebei gerealiseerd worden en zo elkaar versterken. Het voorstel om een voorbereidingskrediet in te stellen krijgt steun in de commissie en wordt zodoende op de agenda van de raad geplaatst.

De raad stemt op 22 mei 2008 zonder beraadslaging of hoofdelijke stemming in met het vaststellen van het voorbereidingskrediet 173. Dit besluit behelst geen definitieve keuze voor een van de scenario’s.

171 Voorstel van het college inzake Voorbereidingskrediet Internationaal Dans- en muziekcentrum Spuiplein. college van B&W, 25 maart

2008, p. 1. Te raadplegen: RIS153567. 172 Notulen van de vergadering van de commissie Jeugd en Burgerschap op 23 april 2008. Te raadplegen: Agenda en verslag JB 200804-23 - RIS154334. 173 Notulen van de raadsvergadering van 22 mei 2008. Te raadplegen: Agenda en verslag RAAD 2008-05-22 - RIS154686.

Policy Research Corporation

- 65 -

Gemeente Den Haag

Voorstel van het college inzake ontwikkelingen rond het Spuiplein: een nieuw dans- en muziekcentrum en een stedenbouwkundige visie 2009 In 2009 komt het college met een voorstel rond het Spuiplein 174. Het plein moet getransformeerd worden tot een Internationaal Cultuurforum Spui in 2018. Het plan is tot stand gekomen in samenspraak met bestuurders, ambtenaren van de diensten Stedelijke Ontwikkeling en Onderwijs Cultuur en Wetenschap en de betrokken instellingen. In het plan staat: “Met de ontwikkeling van een nieuw dans- en muziekcentrum – dat onderdak zal bieden aan het Nederlands Dans Theater (NDT), het Residentie Orkest (RO), de Gastprogrammering (GP) en het Koninklijk Conservatorium (KC) – neemt het aantal activiteiten en bezoekers toe”. Hiermee is duidelijk dat definitief is gekozen voor verhuizing van het KC naar het Spuikwartier175. In de nota van uitgangspunten176, opgesteld door de Dienst Stedelijke Ontwikkeling, komen de ambities van het college naar voren. Door de bouw van een nieuw dans- en muziekcentrum waar vier instellingen samenwerken komen productie, presentatie en onderwijs samen. Daarbij ontstaat door de bouw een verbinding met de overkant van het Spui, en daarmee met de rest van de binnenstad. Zo kan het geheel zich ontwikkelen tot een Internationaal Cultuurforum Spui.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10606409/1