CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310030 Bijlage Eindrapport - Pionieren in veranderende complexiteit pdf

Commissie Bestuur 10 november 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsmededeling evaluatie persoonsgerichte aanpak radicalisering39.224 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

We hebben de bevindingen van het onderzoek kunnen terugkoppelen en de sessie gaf ruimte voor hun vragen en feedback. We hebben de sessie ook benut om de krachten van de PGA-CTER te benadrukken. Zoals beschreven in het hoofdstuk 5 waren de respondenten tijdens de interviews constructief kritisch en vanuit een lerende houding betrokken bij de beantwoording van onze vragen. Het zwaartepunt kwam daardoor vooral te liggen op de punten die nog aandacht behoeven. Om evenwichtigheid in de onderzoeksresultaten te garanderen hebben we in de leersessie stilgestaan bij de positieve kanten van de PGA-CTER. Daarnaast hebben we gevraagd naar aanbevelingen van de respondenten. Iteratief onderzoeksproces De evaluatie van de Haagse PGA-CTER is een zogenoemd iteratief onderzoeksproces. We hebben informatie verzameld, deze vervolgens geordend en in een context geplaatst. Dit is een analytisch proces van gedachtevorming waarin het herkennen van grote lijnen, patronen en mechanismen centraal staat. Het iteratieve karakter van het onderzoek wordt gekenmerkt door de ruimte om op basis van nieuwe informatie eerdere bevindingen of vragen in een nieuw perspectief te plaatsen. Een concreet voorbeeld daarvan is hoe we de documenten van de opdrachtgever die druppelsgewijs binnenkwamen hebben geïnterpreteerd.

Hieruit bleek dat verschillende formulieren door verschillende betrokkenen bij de PGACTER anders genoemd werden. Deze nieuwe informatie hebben we meegenomen in de analyse van bijvoorbeeld de doelen en werkwijze binnen de PGA-CTER.

86

Privacy en ethische waarborgen De persoonsgerichte aanpak is erop gericht om individuen (en hun nabije omgeving) op een positieve manier te ondersteunen om (verdere) strafbare feiten te voorkomen en om het risico op radicalisering, extremisme en terrorisme te verkleinen. De PGA-CTER maakt in die zin onvermijdelijk inbreuk op het persoonlijke leven van mensen. De ontwikkeling van de PGA-CTER is daarom ook op het vlak van informatiedelen pionierswerk. Landelijke wetgeving over de regiefunctie van de gemeente en het delen van informatie en organiseren (van casusoverleggen) bij de persoonsgerichte aanpak van radicalisering is nog in ontwikkeling. Dat betekent dat de PGA-CTER op dit moment niet kan leunen op integrale wetgeving die voorschrijft hoe er samengewerkt moet worden en op welke manier en in hoeverre informatie mag worden gedeeld. Tijdens deze evaluatie liepen wij als onderzoekers eveneens tegen privacy vraagstukken aan. Privacy-overwegingen speelden een rol in zowel de context van de interviews met respondenten, wiens (beperkte) persoonsgegevens wij nodig hadden om contact te leggen, als in de context van de analyse op basis van de dossiers van casusindividuen in de PGA-CTER. We hebben in dit licht een verwerkersovereenkomst getekend met de gemeente Den Haag. Daarin zijn afspraken opgenomen over privacy en over de wijze waarop we persoonsgegevens opslaan en verwerken.

Voor de interviews en dossiers lichten we hieronder kort toe welke specifieke maatregelen we hebben genomen om de privacy te waarborgen. Interviews De gemeente heeft alle respondenten voor interviews vooraf geïnformeerd over het doel van het onderzoek. Eveneens is gevraagd of respondenten bezwaar hadden tegen het delen van hun persoonsgegevens (naam, organisatie en emailadres) met de onderzoekers. Hun akkoord was de voorwaarde voor ons als onderzoekers om contact op te nemen met de respondenten. Bij het inplannen van de interviews hebben respondenten een privacy statement ontvangen. In verband met de COVID-19 maatregelen hebben we de interviews online afgenomen in een beveiligde omgeving in Microsoft Teams. De gesprekken zijn niet opgenomen. We hebben het interview in duo’s uitgevoerd, zodat een collega de vragen kon stellen en de andere collega de antwoorden kon notuleren. Op basis van die notities is een concept interviewverslag gemaakt, waarin de naam en organisatie van de respondent is gecodeerd en opgeslagen in een beveiligde Teams omgeving van Microsoft. Vervolgens is via beveiligde mail het concept interviewverslag naar de respondenten gestuurd, met de vraag of het verslag huns inziens een correcte weergave was van het gesprek. In een enkel geval stelden respondenten aanvullingen of kleine wijzigingen voor.

Deze hebben meegenomen in de verwerking tot definitieve verslagen. In verband met privacy hebben we alleen de functie en de organisatie van de respondenten vermeld in deze onderzoeksrapportage. Dossieranalyse Om de privacy van casusindividuen te waarborgen, hebben wij als onderzoekers geen vrije toegang gehad tot de dossiers. De opdrachtgever heeft op basis van de door ons gestelde criteria voor dossieranalyse (zie paragraaf dataverzameling) dossiers geselecteerd. Alle persoonsgegevens zijn vervolgens door de opdrachtgever zwart gelakt. Ook heeft de opdrachtgever de informatie die geen persoonsgegevens zijn

87

maar die mogelijk wel zou kunnen leiden tot identificatie van een casusindividu gelakt. Om privacy en vertrouwelijkheid van de dossiers te waarborgen, hebben wij de dossiers alleen fysiek op locatie bij de opdrachtgever mogen inzien. Wij hebben geen tastbare of digitale kopieën van dossiers in ons bezit (gehad). De dossiers hebben we geanalyseerd aan de hand van het opgestelde analysekader uit Bijlage 6. Het analysekader toetst voornamelijk de wijze waarop wel of niet methodisch wordt gewerkt en beschrijft geen persoonlijke (radicaliserings)verhalen van casusindividuen. Deze dossiers hebben de code A t/m Z gekregen AA (nr. 1) & AB (nr. 4) & AC (nr. 6) & AD (nr. 7) en zijn eveneens opgeslagen in een beveiligde omgeving. In Bijlage 8 hebben we een overzicht toegevoegd van hoe we privacy en ethische vraagstukken geborgd hebben, zowel voorafgaand aan het onderzoek, tijdens de uitvoering van het onderzoek, als na het onderzoek. Er is ook terug te lezen welke afspraken er zijn gemaakt met betrekking tot de communicatie en de opslag van data. Beperkingen onderzoeksopzet en data In deze paragraaf staan we stil bij de beperkingen van de gekozen onderzoeksopzet en bij de wijze van dataselectie en verzameling.

Volledige effectevaluatie niet mogelijk Een zware (volledige) effectevaluatie zoals weergegeven in figuur 2.1 uit de Toolkit Evidence Based Werken, is bij dit onderzoek niet mogelijk. De vraag is ook of het überhaupt mogelijk is bij de persoonsgerichte aanpak. Zoals eerder aangegeven is er geen mogelijkheid tot een controlegroep, zelfs als er bij de evaluatie van de PGA-CTER een voor- en nameting kan plaatsvinden. De Haagse PGA-CTER gaat uit van een werkwijze met unieke personen met een uniek radicaliseringsproces. Voor een controlegroep zijn er te veel variabelen in dat proces, nog los van de ethische bezwaren en veiligheidsrisico’s die daarmee gepaard zouden gaan. Interviews Bij de resultaten uit de interviews, hebben we een onderscheid gemaakt tussen: - Antwoord/ bevinding geldt voor minderheid van de respondenten (<40 procent) - Antwoord/ bevinding geldt voor circa de helft van de respondenten (>40 procent en <60 procent) - Antwoord/ bevinding geldt voor de meerderheid van de respondenten (>60 procent) We hebben voor deze indeling gekozen op verzoek van de begeleidingscommissie om zo zuiver mogelijk te kunnen zijn in het neerzetten van de resultaten. We zijn ons ervan bewust dat een dergelijke kwantitatieve indeling van een kwalitatief ingestoken onderzoek echter ook onbedoeld afbreuk kan doen aan het belang van individuele voorbeelden.

Bovenstaande verdeling wil bovendien niet zeggen dat alle respondenten ook daadwerkelijk iets gezegd hebben over het betreffende onderwerp. Dus als bijvoorbeeld het aantal <40 wordt weergeven kan dat niet worden afgezet tegen 100 procent beantwoording. In de dataverzameling van deze evaluatie is immers gekozen voor het houden van diepteinterviews aan de hand van de topiclijst in Bijlage 6. Antwoorden van respondenten zijn daarmee geen kwantitatieve resultaten zoals in bijvoorbeeld een enquête vragenlijst. Bij diepte- interviews hebben we

88

de respondenten de vrijheid gegeven om relevante ervaringen en bevindingen in te brengen en te verduidelijken, ook als die niet in de topics van de vragenlijst zijn opgenomen. Met als gevolg dat niet alle respondenten over alle onderwerpen die zijn ingebracht iets hebben kunnen zeggen. Aangezien de interviews fungeren als een verdieping op (de beleving van) de huidige werkwijze binnen de PGA-CTER, zijn er per respondent accentverschillen in de beantwoording van de vragen. Dit heeft mede te maken met de verschillende functies en beroepsperspectieven. Dossiers Om de privacy van respondenten te waarborgen, heeft de opdrachtgever op basis van door ons vastgestelde selectiecriteria de dossiers geselecteerd. We vertrouwen daarmee op het oordeel en vermogen van de opdrachtgever om representatieve dossiers te selecteren. Hoewel er geen enkele reden is om aan te nemen dat hier sprake van is, kunnen we niet uitsluiten dat er een ‘selectiebias’ heeft plaatsgevonden, in de zin dat vooral dossiers geselecteerd zijn die gunstig uitpakken voor de beoordeling. Bij de bestudering van de dossiers is het voorgekomen dat informatie ontbrak. Bij die dossiers heeft een verdiepend gesprek plaatsgevonden met de verantwoordelijke voor het selecteren en aanleveren van de dossiers.

Dit gesprek gaf inzicht in de vraag of relevante informatie per ongeluk niet was geprint en gelakt, of dat de informatie überhaupt ontbrak in het dossier, of dat de informatie wel aanwezig is maar niet aan ons is verstrekt. Er lijkt sprake te zijn van een combinatie van al deze factoren. Geen interviews met casusindividuen In de onderzoekswensen van de gemeente Den Haag is niet voorzien in interviews met casusindividuen van de PGA-CTER. Dat betekent dat hun perspectief over de werking van de aanpak PGA-CTER en de PGA professionals waar zij mee in aanraking komen, niet is meegenomen in dit onderzoek. Dit evaluatie onderzoek focust met name op ‘what works’ beginselen, maar kijkt ook naar de professionals uit de PGACTER (‘who works’). De beoordeling van de effectiviteit van professionals is gebaat bij een breder perspectief dan alleen het professionele perspectief dat in deze evaluatie is gehanteerd. Mocht de gemeente Den Haag in de toekomst evaluatieonderzoek willen (laten) uitvoeren, raden we aan de inzichten en meningen van de casusindividuen eveneens mee te nemen. Dit is vanuit wetenschappelijk ethisch oogpunt belangrijk, omdat toekomstige interviews met de directe doelgroep van de PGA-CTER ook de mogelijkheid biedt aan casusindividuen om hun stem te laten horen.

89

Bijlage 2 - Literatuuroverzicht AIVD (2016). Life with ISIS: The Myth Unravelled. Geraadpleegd via https://english.aivd.nl/publications/publications/2016/01/15/publication-life-with-isis-the-mythunvravelled Andrews, D. A., Bonta, J., & Hoge, R. D. (1990). Classification for effective rehabilitation: Rediscovering psychology. Criminal Justice and Behavior, 17(1), 19–52. Andrews, D. A., & Bonta, J. (2010). Rehabilitating criminal justice policy and practice. Psychology, Public Policy, and Law, 16(1), 39–55. Barrelle, K. (2015). Pro-integration: disengagement from and life after extremism. Behavioral sciences of terrorism and political aggression, 7(2), 129-142. Bonta, J., Wallace-Capretta, S., & Rooney, R. (2000). A quasi-experimental evaluation of an intensive rehabilitation supervision program. Criminal Justice and Behavior, 27, 312-329. Cherney, A., & Belton, E. (2019). Evaluating case-managed approaches to counter radicalization and violent extremism: An example of the Proactive Integrated Support Model (PRISM) intervention. Studies in Conflict & Terrorism, 1-21. Colliver, C., De Leede, S., Parker, L., Masieh, H., Skellet, R., Augeria, A., & Moeyens, C. (2019). Interventies voor vrouwen en meisjes die betrokken zijn bij islamitisch extremisme. Een toolkit voor hulpverleners.

Geraadpleegd via: https://www.isdglobal.org/wp-content/uploads/2019/10/ISD-Toolkit-Dutch-Final25-10-29.pdf DGAP (2020). Issue Paper: Good Practices in Evaluating Tertiary PVE Programs. Geraadpleegd van https://dgap.org/sites/default/files/article_pdfs/DGAP-Report-2020-08_EN.pdf Dijkman, A. (2021). ‘De radicaliseringsindustrie’: van pionieren naar professionaliseren. Amsterdam, Nederland: Amsterdam University Press. Douglas, Scott; Beatrice de Graaf, Wouter Klein, Marie-Jeanne Schiffelers, Kees van de Boos & Mirko Noordegraaf (2019). Al doende leren. Een evaluatie van de Arnhemse radicaliseringsaanpak. Utrecht: Universiteit van Utrecht. ESS (2019). Toolkit Evidence Based Werken ter Preventie van Radicalisering. Geraadpleegd via https://www.socialestabiliteit.nl/si-toolkit Gendreau, P., French, S. A., & Taylor, A. (2002). What Works (What Doesn’t Work) Revised 2002. Invited Submission to the International Community Corrections Association Monograph Series Project. Gielen, A. J. (2018). Exit programmes for female jihadists: A proposal for conducting realistic evaluation of the Dutch approach. International sociology, 33(4), 454-472. Gielen, A. J. (2019). Countering violent extremism: A realist review for assessing what works, for whom, in what circumstances, and how? Terrorism and political violence, 31(6), 1149-1167. DOI: 10.1080/09546553.2017.1313736. Gielen, A. J. (2020a).

Evaluating Countering Violent Extremism (CVE). Amsterdam University Press. Gielen, A. J. (2020b). Deradicalisation in the Benelux. A variety of local approaches. In: Stig Jarle Hansen & Stian Lid. Routledge Handbook of Deradicalisation and Disengagement. London, Engeland: Routledge. Gielen, A. J. (2020c). (De)radicalisering van jihadistische vrouwen. Woerden, Nederland: A.G. Advies.

90

Hallich, B., & Doosje, B. (2017). “DIAMANT-plus”: een methodiek voor de-radicalisering en vergroting van weerbaarheid tegen extremistische invloeden. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam. Hordijk, M. (2019). Overzichtsrapportage interventies resocialisatie. Interventies voor verdachten van en veroordeelden voor terroristische misdrijven. Hordijk, M., Van der Heide, L., & Geenen, J. (2018). Inventarisatie van deradicaliserings-, disengagementen re-Integratieprogramma’s voor verdachten van en veroordelen voor terroristische misdrijven. Een uitwerking en advies door DJI en RN. Koehler, D. (2016). Understanding deradicalization. London, Engeland: Routledge. Ministerie van Sociale Zaken en NCTV (2019). “Multidisciplinair Casusoverleg.” In: Toolkit Evidence Based Werken ter Preventie van Radicalisering. Den Haag: Ministerie SZW en NCTV. Via: https://www.socialestabiliteit.nl/si-toolkit/interventies/multidisciplinair-casusoverleg NCTV (2014), Handreiking aanpak radicalisering en terrorisme op lokaal niveau. Den Haag: NCTV, november 2014. Via: https://www.nctv.nl/onderwerpen/tb/Tools/Handreiking-aanpak-radicaliseringen-terrorismebestrijding-op-lokaal-niveau/ NCTV (2016). Samenvatting Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 43. Geraadpleegd van https://www.nctv.nl/onderwerpen/dtn/documenten/publicaties/2016/11/14/samenvattingdreigingsbeeld-terrorisme-nederland-43 Pawson, R., & Tilley, N.

(1997). Realistic Evaluation. London, Engeland: SAGE. Pawson, R., & Tilley, N. (2004). Realist Evaluation. Geraadpleegd van http://www.communitymatters.com.au/RE_chapter.pdf Pressman, D. E. (2016). The complex dynamic causality of violent extremism: Applications of the VERA-2 risk assessment method to CVE initiatives. In Disaster Forensics (pp. 249-269). Springer, Cham. Radicalisation Awareness Network (2019). Rehabilitation of Radicalised Terrorist Offenders for first-line practitioners. Geraadpleegd van https://ec.europa.eu/home-affairs/sites/homeaffairs/files/what-wedo/networks/radicalisation_awareness_network/ran-papers/docs/ran_rehab_manual_en.pdf Schuurman, B., & Bakker, E. (2016). Reintegrating jihadist Extremists: Evaluating a Dutch initiative, 2013– 2014, Behavioral Sciences of Terrorism and Political Aggression, 8(1), 66–85. Van der Heide, L., & Schuurman, B. (2018). Reintegrating Terrorists in the Netherlands: Evaluating the Dutch approach. Journal for Deradicalization, 17, 196–236. Vereniging Nederlandse Gemeenten (2015). Rol gemeenten in integrale aanpak radicalisering. Den Haag: VNG, 2 juni 2015. Weggemans, D., & De Graaf, B. (2017). Reintegrating Jihadist Extremist Detainees - Helping Extremist Offenders Back into Society. London, Engeland: Routledge.

91

Bijlage 3 - Toetsingskader voor evaluatie Vragen ten behoeve van planevaluatie: -

-

-

-

-

Het is belangrijk dat men een heldere visie heeft achter het opzetten van de persoonsgerichte aanpak en het multidisciplinair casusoverleg. Vragen die getoetst moet worden zijn: - Is er vastgelegd op welk maatschappelijk vraagstuk/welk probleem het multidisciplinair casusoverleg en de persoonsgerichte aanpak een antwoord bieden? - Is er beschreven wat men wil bereiken met de samenwerking met de persoonsgerichte aanpak en op welke wijze? - Is er vastgelegd welke rollen en functies betrokken personen en/of organisaties vervullen? Zijn er structuren of processen ingericht om het bestuurlijk draagvlak bij alle ketenpartners voor de persoonsgerichte aanpak te waarborgen? - Is er bijvoorbeeld een stuurgroep (driehoek) gekoppeld aan het multidisciplinair casusoverleg? - Wordt College van B&W en de gemeenteraad regelmatig geïnformeerd over de voortgang van de persoonsgerichte aanpak? Is er een beschrijving van de deelnemers aan het multidisciplinair casusoverleg opgenomen? - Zit het Zorg- en Veiligheidshuis het overleg voor? - Levert het Zorg- en Veiligheidshuis een getrainde procesregisseur om het casusoverleg voor te zitten? - Is er vastgelegd welke rollen en functies vervullen personen en/of organisaties vervullen? - Zijn minimaal de volgende partners betrokken: gemeente, politie, OM, Raad voor de Kinderbescherming, Reclassering? - Zijn andere relevante partijen ook betrokken zoals

GGZ, jeugdzorgaanbieders etc.? Is het Convenant Persoonsgerichte aanpak voorkomen radicalisering en extremisme ondertekend en geïmplementeerd? - Hebben de partners een mandaat om betrokken te zijn bij de persoonsgerichte aanpak en om de relevante informatie te kunnen delen? - Is er een proces voor notificatie van subjecten ingericht? Zijn zaken rondom het methodisch werken vastgelegd, met daarin specifiek aandacht voor: - Een proces voor het melden van zorgelijke signalen omtrent radicalisering en de terugkoppeling daarop? - Een methodiekbeschrijving voor aanmelding beschikbaar? - Een methodiekbeschrijving voor het casusoverleg beschikbaar? - Een risicotaxatie-instrument beschikbaar om de signalen te beoordelen en sluit dat aan op het referentiekader uit het Convenant? - Een format voor een integraal plan van aanpak? - Een beschrijving hoe het plan van aanpak wordt gemonitord en geëvalueerd?

92

Vragen ten behoeve van procesevaluatie: -

Is voor iedereen duidelijk op welk maatschappelijk vraagstuk/welk probleem het multidisciplinair casusoverleg en de persoonsgerichte aanpak een antwoord bieden? Is er duidelijk wat men wil bereiken met de samenwerking met de persoonsgerichte aanpak en op welke wijze? Is er voor iedereen in de praktijk duidelijk wat elkaars rollen en taken zijn? Is er sprake van vertrouwen en voldoende informatie uitwisseling tussen de partners van het multidisciplinair casusoverleg? Is er tevredenheid over de facilitering van het overleg door het Zorg- en Veiligheidshuis? Zijn partners bekend met de methodiek van aanmelding tot afsluiting? Wordt er gebruik gemaakt van een beoordelingskader bij de aanmelding en op- en afschaling van casuïstiek? Wordt voor iedere casus een integraal plan van aanpak gemaakt? Wordt er periodiek gemonitord hoeveel casussen er zijn gemeld, opgepakt en afgesloten? Worden de doelen en interventies uit het plan van aanpak gemonitord? Worden de doelen en interventies uit het plan van aanpak geëvalueerd? Is er in de persoonsgerichte aanpak voldoende aandacht voor verschillende vormen van extremisme (i.p.v.

alleen jihadisme)? Wordt er een analyse gemaakt van de risico- en beschermingsfactoren per individu? Wordt in iedere PGA casus een risico-inschatting gemaakt van recidiverisico/gevaar (risicobeginsel)? Is er een analyse gemaakt van de oorzaken van radicalisering? (behoeftenbeginsel) Is er een analyse gemaakt van de beschermingsfactoren tegen radicalisering? (behoeftenbeginsel) Is er een analyse gemaakt van de mentale gezondheid en weerbaarheid van het individu (behoeftenbeginsel)? Is de leerbaarheid van het individu in kaart gebracht (responsiviteit)? Is er een wetenschappelijke basis voor de interventies die als onderdeel van de PGA worden ingezet (behandelmodaliteit)? Worden de interventies van de PGA integraal uitgevoerd (behandelmodaliteit)? Worden de interventies van de PGA uitgevoerd door professionals die over de juiste opleiding beschikking (professionaliteitsbeginsel)? Is er sprake van intervisie voor de uitvoerende PGA professionals? Is er sprake van supervisie voor de uitvoerende PGA professional? Wordt de PGA interventie uitgevoerd zoals bedacht (programma-integriteit)? Is er een systeem voor kwaliteitsbewaking van de interventie (programma-integriteit)? Wordt de sociale context betrokken bij de uitvoering van de interventie (eigen context beginsel?)

Vragen ten behoeve lichte effectevaluatie: -

Sluit de PGA aan op het vastgestelde risico (risicobeginsel)?

93

-

-

Is er sprake van proportionaliteit tussen het vastgestelde risico en de PGA interventies (risicobeginsel)? Grijpt de PGA in op de verschillende risico- en beschermingsfactoren (behoeftenbeginsel)? Sluit de PGA aan op de leerbaarheid van het individu? (responsiviteit)? Dekken de interventies uit de PGA de volgende wetenschappelijk aangetoonde relevante aandachtsgebieden? - Protectieve steun familie - Versterken sociaal netwerk - Herinterpretatie van de ideologie - Persoonlijke identiteit - (Mentale) weerbaarheid - Responsiviteit - Praktische leefgebieden op orde Beschikken de uitvoerende professionals over de juiste houding, kennis en vaardigheden (professionaliteitsbeginsel)? Beschikken de uitvoerende PGA professionals naar het oordeel van hun samenwerkingspartners over vertrouwen en empathisch vermogen (professionaliteitsbeginsel)? Is de PGA professional in staat integraal te werken?

94

Bijlage 4 - Overzicht geraadpleegde documenten Ontvangen documenten september 2020: Formulieren: - 1.1 aanmeldformulier, datum onbekend - 1.3 formulier, datum onbekend - 1.5 afsluitformulier, datum onbekend - Monitoringsformulier, datum onbekend - Format notulen preventieve aanpak, datum onbekend - Regionaal overdrachtsdocument, datum onbekend - PGA Contact formulier, datum onbekend Beleidsstukken en rapportages: - Veiligheidshuis Haaglanden (2015). Concept methodiekbeschrijving voor de aanpak jihadisten, 15 april 2015 - Gemeente Den Haag (2019). Voortgangsrapportage Aanpak Polarisatie, Radicalisering en Extremisme over de periode januari-december 2019, 31 maart 2020 - Gemeente Den Haag (2014). Hoofdlijnenbrief preventie polarisatie, radicalisering en jihadisme 2015-2019, 12 november 2014 - Gemeente Den Haag (datum onbekend). Integraal Veiligheidsplan 2019- 2022 Onderzoeksrapporten: - Hoogeveen, C (2018). Meetbaarheid van de aanpak radicalisering en (gewelddadig) extremisme – Veiligheidshuis Haaglanden. ’s-Hertogenbosch: Bureau Alpha, conceptversie december 2018 - Veiligheidshuis Haaglanden en Holland Midden (2018). Eindevaluatie pilot integraal IR-46. Aanpak radicalisering en (gewelddadig) extremisme, oktober 2018 Overig: - NTA (2020). Duidingsinstrument Persoonsgerichte aanpak CTER. Aangepaste versie t.b.v. evaluatie Nagestuurde stukken n.a.v.

vragen in november 2020: - Gemeente Den Haag (2020). Antwoord van het College op de vragen van de raadsleden de heer Kruis en mevrouw Gerbrands luidend: ‘Falende samenwerking met salafistische organisaties’, 18 september 2020 - Gemeente Den Haag (2020). Antwoord van het College op schriftelijke vragen van het raadslid De Mos luidend: aanvullende vragen Sluit Jihadmoskee, 18 september 2020 - Gemeente Den Haag (2020). Antwoord van het College op de vragen van de raadsleden de heren Pronk en De Graaf, luidend: ‘Aanpak ondermijnende praktijken in Haagse Moskee’, 18 september 2020

95

-

Gemeente Den Haag (2020). Antwoord van het College op de vragen van het raadslid de heer Mahmood, luidend: ‘Samenwerking o.g.v. anti-radicalisering met Haagse moskeeën, 18 september 2020

Nagestuurde stukken n.a.v. vragen in december 2020: - Veiligheidshuis Haaglanden (2018). Stroomschema aanpak radicalisering - Veiligheidshuis Haaglanden (2020). Infographic Regionale persoonsgerichte aanpak radicalisering en (gewelddadig) extremisme - Gemeente Den Haag (2020). Toezegging aan de gemeenteraad naar aanleiding van bespreking voortgangsrapportage aanpak polarisatie, radicalisering en extremisme van 2019, 15 december 2020 Nagestuurde stukken n.a.v. vragen in april 2021: - Convenant persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme (2018), versie ondertekend door kernpartijen en casuspartijen - Bijlage Convenant persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme, versie juli 2019 ondertekend door externe casuspartijen

96

Bijlage 5 - Respondentenlijst Totaal

29 respondenten

Organisatie Gemeente Den Haag- OOV

Functie PGA-CTER/casusregisseur Beleidsadviseur Beleidsadviseur Coördinator IPPR Coördinator PGA Procesregisseur Procesregisseur Ketenmanager VHH Sociaal casemanager Manager sociaal casemanagers Manager CJG + coördinator expertteam Medewerker Werk en Inkomen Manager bureau nazorg Beleidsadviseur CTER Teammanager DRIO- CTER District coördinator District coördinator District coördinator Manager Case manager Manager Case manager Manager TER TER medewerker Contactpersoon Veiligheidshuis Lokaal adviseur Manager Beleidsmedewerker Bestuurlijk beleidsadviseur

Veiligheidshuis Haaglanden

Gemeende Den Haag- SZW Gemeente DH- Expertteam/ CJG Gemeente DH- Werk en inkomen Gemeente DH- Bureau Nazorg OM Nationale Politie (Den Haag)

Raad voor de Kinderbescherming Jeugdbescherming West Reclassering Nederland- TER GGZ/ Fivoor NCTV IND Oud- medewerker gemeente DH/PGA

97

Bijlage 6 - Topiclijst interviews 0. Algemeen Introductie onderzoeker. Uitleg doel van het onderzoek. NB: Nogmaals beginselen privacy statement herhalen. Geen opnames, verslag wordt ter controle nagestuurd en namen worden niet in rapportage genoemd, alleen organisaties in functies in de bijlage. Duur van het onderzoek: 1 uur. A. Codering respondent nummer i.p.v. naam. Initialen respondent met daarachter de afkorting van de organisatie. B. Kunt u iets vertellen op welke wijze (rol/taak en organisatie) u betrokken bent (geweest) bij de PGA-CTER? C. Vanaf wanneer en tot wanneer bent u betrokken geweest bij de PGA-CTER? 1. Doelen en assumpties PGA-CTER Vragen naar het doel van de PGA-CTER. Gericht op ophalen en het expliciteren van normatieve opvattingen/ assumpties, theoretische blauwdrukken en uitgangspunten. A. Wat zijn de belangrijkste doelen en bijdragen van de PGA-CTER volgens u? B. Deelt iedere ketenpartner die doelen of merkt u daarin verschil van inzicht C. Waaruit blijkt dat? D. Welk probleem lost de PGA-CTER op of draagt daaraan bij volgens u? E. Kunt u ons meenemen in de start van de PGA vanaf het moment dat u betrokken was? Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen hoe de aanpak toen werd uitgevoerd en hoe deze nu wordt uitgevoerd (dit moet helpen inzicht te krijgen in het zogenaamde 0-moment van de aanpak) 2.

Uitvoering PGA Vragen naar de uitvoering van de PGA-CTER. Gericht op het ophalen en expliciteren van de wat er gedaan is, op welke manier en hoe dat wordt beoordeeld. A. Kunt u ons meenemen in de ideale werkwijze bij een casus vanaf het moment van aanmelding tot het moment van afronding? B. In hoeverre lukt het in de praktijk die ideale werkwijze ook uit te voeren? C. Welke factoren dragen daar wel/of niet aan bij? (Succes- en belemmerende factoren) D. We weten dat bij de uitvoering van de persoonsgerichte aanpak een aantal aspecten van belang zijn. Kunt u per aspect aangeven in hoeverre dit wat u betreft wel/niet op orde is (incl. doorvragen op waarom wel of niet) Duidelijkheid over doelen en uitgangspunten; 1. Een methodiek van signalering tot afschalen die gevolgd wordt; 2. Een plan van aanpak dat ingrijpt op de verschillende risico- en beschermingsfactoren van radicalisering; 3. Een beoordelingskader om de ‘mate van radicalisering’ in kaart te brengen;

98

4. De juiste ketenpartners aan tafel; 5. Duidelijkheid over eenieders rol en taak binnen het casusoverleg; 6. Een goede informatiepositie van alle ketenpartners (incl. uzelf); 7. Voldoende onderling vertrouwen tussen ketenpartners; 8. Voldoende kennis & competenties op het onderwerp radicalisering (incl. uzelf); 9. Voldoende facilitering en procesbegeleiding vanuit het Veiligheidshuis; 10. Voldoende facilitering en middelen vanuit de eigen organisatie (krijgt iemand de tijd om goed deel te kunnen nemen aan het casusoverleg bijv.); 11. Voldoende en juiste hulpverlenende partijen die individuele casuïstiek kunnen begeleiden? E. Zijn er nog punten die volgens u cruciaal zijn voor een goede uitvoering van de PGA-CTER maar die wij nu niet genoemd hebben? F. De PGA-CTER was in eerste instantie vooral gericht op jihadisme. Inmiddels zien we steeds meer verschillende vormen van extremisme in den lande (links, rechts, dieren corona, 5G klimaat etc.) In hoeverre is de PGA-CTER Den Haag in staat om ook om te gaan met deze nieuwe uitdagingen? G. Stel, u mag het casusoverleg en de PGA naar eigen inzicht veranderen. Welke huidige aspecten wilt u dan behouden en waarom? H. Wat zou u anders willen/veranderen en waarom? 3. Vragen naar opbrengsten en naar (gepercipieerd) effect Vragen naar op de resultaten en het mogelijke effect van de PGA-CTER.

Deze vragen zijn gericht op het ophalen en expliciteren van wat er aan resultaten te zien en te merken is en in wat daarvan in relatie tot de PGA-CTER mogelijk te verklaren is. A. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat het heel belangrijk is om in de persoonsgerichte aanpak aandacht te hebben voor een combinatie van leefgebieden/factoren van het individu. Zou u per leefgebied/factor kunnen aangeven in hoeverre dat aspect volgens u voldoende wordt meegenomen in de huidige PGA-CTER: 1. protectieve steun familie; 2. versterken sociaal netwerk; 3. herinterpretatie van de ideologie; 4. persoonlijke identiteit; 5. weerbaarheid (incl. mentale weerbaarheid, trauma etc.); 6. responsiviteit (mate van medewerking); 7. praktische leefgebieden op orde (huisvesting, werk etc.). B. Hoe definieert u succes/ effect? (is dat alleen recidive, of is dat ideologische afwijzing, afwijzing van het netwerk, andere/meerdere dingen)? C. Als u kijk naar de huidige PGA wat zijn dan volgens u de belangrijkste resultaten van de PGA-CTER op individueel casusniveau? D. Waaraan kunt u dat zien en/of merkt u dat? E. Welke succesfactoren dragen daar volgens u aan bij? (Waarmee doorgaan)

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10570876/1