RIS309878 bijlage 1a
Tekst van het document
Onderwijs, Welzijn en Maatschappelijke Zorg Onderwijs, Welzijn en Maatschappelijke Zorg
In dit bestemmingsplan wordt onderscheid gemaakt in Maatschappelijk - 1 en Maatschappelijk - 2 waarbij alleen bij de laatste bestemming ook religieus gebruik is toegestaan. Dit betreffen de bestaande kerken.
Sport en recreatie Sport
Binnen het plangebied bevinden zich geen sportvoorzieningen.
83
bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)
Erfgoed Typering te beschermen culturele waarden en archeologie Het historisch patroon van straten, stegen, open ruimten en waterlopen in samenhang met de schaal van de bebouwing ter plaatse.
Vertaling in het bestemmingsplan
De bestaande ruimtelijke structuur is ongewijzigd op de plankaart overgenomen. Het historische patroon van straten, stegen en open ruimten is geborgd door middel van de daaraan toegekende bestemmingen. De schaal van de bebouwing wordt gewaarborgd door het opnemen van bouwvlakken. Daarbij zijn de huidige goot- en bouwhoogtes opgenomen. De hoogte van de hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan op de plankaart staat aangegeven. De profilering en inrichting van de openbare De gemeente stuurt als eigenaar op de profilering en ruimte inrichting van de openbare ruimte (buiten het bestemmingsplan om). De verkavelings- en bebouwingsstructuur De verkavelings- en bebouwingsstructuur is geborgd door per perceel een bouwvlak op te nemen waarbinnen de hoofdbebouwing is gerealiseerd. Slechts in enkele situaties is hiervan afgeweken en een bebouwingspercentage opgenomen. De vormgeving van de bebouwing, in het De vormgeving van de bebouwing wordt gereguleerd bijzonder de kappen en gevels door de Welstandsnota. De Erfgoedwet legt de verplichting op om in De archeologische waarden worden in dit nieuwe bestemmingsplannen en bij wijziging van bestemmingsplan beschermd: de dubbelbestemming bestaande bestemmingsplannen met de Waarde - Archeologie is gericht op behoud en archeologische waarden rekening te houden (zie bescherming van deze waarden.
Voor paragraaf 3.3.2 Archeologie) bouwwerkzaamheden die de grond roeren zijn Bestemmingsplannen moeten een juridische aanvullende bouwregels gesteld; voor regeling bevatten die voldoende bescherming werkzaamheden geen bouwwerken zijnde, die de biedt tegen werkzaamheden die tot een grond roeren is een omgevingsvergunning voor het verstoring van het bodemarchief zouden kunnen uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van leiden. werkzaamheden, verplicht gesteld.
5.6
Toelichting op de regels
De regels zijn als volgt ingedeeld: 1. Inleidende regels. De inleidende regels Artikel 1 Begrippen en Artikel 2 Wijze van meten lichten de begrippen toe die in de regels voorkomen en ook de wijze van meten (hoogte, diepte et cetera) die moet worden gehanteerd. 2. Bestemmingsregels. De bestemmingsregels (artikel 3 tot en met 16) bevatten voor elke bestemming een omschrijving van de bestemming en bouwregels. Als specifiek voor een bestemming een afwijkingsbevoegdheid geldt, is deze in het betreffende artikel opgenomen. 3. Algemene regels. De algemene regels (artike17 tot en met 24) bevatten voor alle bestemmingen geldende regels: algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingssregels, algemene wijzigingsregels en algemene procedureregels. 4. Overgangs- en slotregels. Het overgangsrecht is opgenomen in Artikel 25, de slotregel in Artikel 26.
84
bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)
5.6.1
Inleidende regels
In Artikel 1 worden belangrijke begrippen die in het plan veel voorkomen, nader gedefinieerd. Aandacht verdienen de begrippen aan-huis-gebonden bedrijf, en aan-huis-gebonden beroep. Wanneer in de bestemmingsregels wonen is toegestaan, is impliciet ook het uitoefenen van een aan-huis-gebonden bedrijf en/of beroep toegestaan. Op basis van jurisprudentie mogen deze activiteiten: geen hinder voor de woonsituatie opleveren; naar de aard en visueel geen afbreuk doen aan het karakter van de woning; geen detailhandel en/of horeca betreffen; geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen parkeerproblemen in de omgeving veroorzaken. In Artikel 2 is aangegeven hoe afstanden en maten die in de regels worden voorgeschreven, moeten worden gemeten. Het definiëren van begrippen en de aanwijzingen voor het meten vergroten de duidelijkheid en de rechtszekerheid. De regeling voor bestaand gebruik dat afwijkt van de bestemming is onderdeel van de algemene gebruiksregels. 5.6.2
Bestemmingsregels
Artikel 3 Bos Deze bestemming is opgenomen ten behoeve van een nabij de Laan van Meerdervoort gelegen strook, die van oudsher onderdeel uitmaakt van het aan de overzijde van de Laan van Meerdervoort gelegen bos 'Meer en Bos". Het consolideert de bestaande situatie. Artikel 4 Gemengd Deze bestemming heeft zowel betrekking op het in het plangebied gelegen winkelcentrum aan het Alphons Diepenbrockhof als de bebouwing op de hoek van de het Arnold Spoelplein en de Aaltje Noordewierstraat. Het betreft hier diverse gebruiksvormen, waaronder detailhandel, lichte horeca, dienstverlening en welzijnsvoorzieningen en wonen. Op deze bestemmingen aanwezige kiosken zijn met een functie-aanduiding op de verbeelding aangegeven. Artikel 5 Groen In dit bestemmingsplan is het aanwezige groen in het plangebied relatief gedetailleerd aangegeven. Op de verbeelding zijn in ieder geval alle waardevolle plantsoenen die onderdeel uitmaken van de groene hoofdopzet van de wijk, met deze bestemming opgenomen. Kleine snippers, zoals grasbermen, die geen deel uitmaken van een groenstructuur op buurtniveau, zijn opgenomen binnen de verkeersbestemmingen. Artikel 6 Maatschappelijk 1 Deze bestemming heeft betrekking op: a. medische en paramedische voorzieningen; b. jeugd-/kinder-/buitenschoolse opvang; c. peuterspeelzalen d. onderwijs; e. openbare dienstverlening; f. verenigingsleven; g.
welzijnsvoorzieningen; h. zorgappartementen. en ter plaatse van de functieaanduiding "gm" een gemaal en ter plaatse van de functieaanduiding "b" een bedrijfsactiviteit, behorende tot categorie 2 in de bij deze regels gevoegde staat van inrichtingen, dan wel een timmerwerkplaats. Artikel 7 Maatschappelijk-2
85
bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)
De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.
religie; medische en paramedische voorzieningen; jeugd-/kinder-/buitenschoolse opvang; peuterspeelzalen onderwijs; openbare dienstverlening; verenigingsleven; welzijnsvoorzieningen.
Artikel 8 Verkeer - Hoofdverkeersweg Hoofdverkeerswegen bestaan uit wegen welke doorgaande routes voor (on)gemotoriseerd verkeer en openbaar vervoer betreffen en in hoofdzaak ten behoeve van de algemene ontsluiting van wijken zijn bedoeld. Binnen het plangebied betreft het de Laan van Meerdervoort, de Ockenburghstraat en de Pisuissestraat. Artikel 9 Verkeer - Straat, Artikel 10 Verkeer - Verblijfsgebied en Artikel 11 Verkeer - Verblijfsstraat Deze bestemmingen zien op straten met doorgaande rijbanen ten behoeve van de ontsluiting van de woonwijken en -clusters binnen het plangbied, alsmede straten die niet bedoeld zijn voor doorgaand verkeer en straten die met name voor voetgangers en fietsers bestemd zijn. Artikel 12 Water Binnen het plangbied zijn de belangrijkste watergangen opgenomen in de bestemming water. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
water; waterweg; vijver; waterberging; waterkering; waterstaat; oever; steiger; taluds; bruggen voor fietsers en voetgangers.
Artikel 13 Wonen Deze bestemming heeft betrekking op de overige woningen die zijn gelegen in het plangebied. De bestemming staat toe: a. wonen; b. bergingen; c. autoboxen; d. toegangsportalen, ontluchtingsmiddelen en daarmee vergelijkbare bouwwerken; e. tuinen en erven. Daarnaast is met twee afzonderlijke functie-aanduidingen een aanwezige kleine buurtwinkel en dienstverlening toegestaan op de locaties waar zij zich thans bevinden. De binnen het plangebied op deze bestemming aanwezige garageboxen zijn eveneens met een functie-aanduiding aangegeven. Artikel 14 Leiding - Riool, Artikel 15 Leiding - Water en Artikel 16 Waarde - Archeologie Het betreft hier zogenaamde dubbelbestemmingen. Hiermede worden naast de daar voorkomende bestemmingen de aanwezige riolen, waterleiding en archeologische waarden beschermd. 5.6.3
Algemene Regels
Artikel 17 Anti-dubbeltelregel: Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een
86
bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)
bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 18 Algemene bouwregels: De algemene bouwregels gelden voor alle bestemmingen. In de eerste plaats wordt hierin nu ook algemeen gesteld dat bouwwerken niet buiten bestemmings- en bebouwingsgrenzen mogen worden gebouwd. Kleine overschrijdingen van deze grenzen voor stoepen, kozijnen en dergelijke zijn wel toegestaan. Grote overschrijdingen van deze grenzen voor overstekende daken en soortgelijke delen van gebouwen zijn tot een bepaalde omvang ook toegestaan. Verder is algemeen voorgeschreven dat bouwwerken beneden peil uitsluitend zijn toegestaan binnen een bouwvlak, dat deze ondergrondse bebouwing uit niet meer dan één bouwlaag mag bestaan en is de bouw van installaties voor mobiele telecommunicatie in principe toegestaan op alle gebouwen met uitzondering van rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of gebouwen in een rijksbeschermd stadsgezicht. Afwijken van deze algemene bouwregels wordt geregeld in de algemene afwijkingsregels, in Artikel 21. Artikel 19 Algemene gebruiksregels: In dit artikel is een algemeen gebruiksverbod opgenomen: het is verboden de in het plan begrepen gronden en de zich daarop bevindende opstallen te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de bestemming of met de regels van het plan.
Er is expliciet aangegeven dat onder zulk gebruik ook wordt begrepen het gebruik als opslagplaats voor voorwerpen, stoffen en materialen die niet meer bruikbaar zijn of niet meer worden gebruikt waarvoor ze zijn bedoeld en het gebruik als sekswinkel, seksinrichting, paddoshop, belwinkel of garagebedrijf: functies die voorheen in de Leefmilieuverordening werden verboden of althans gereguleerd. Als in de bestemmingsregels wonen is toegestaan, is impliciet ook het uitoefenen van een aan huis verbonden bedrijf en/of beroep toegestaan. In de algemene gebruiksregels is ook een regeling vervat voor het uitoefenen van een aan huis verbonden bedrijf en/of beroep: De activiteiten mogen geen hinder voor de woonsituatie opleveren en mogen niet op grond van de milieuwetgeving vergunning- dan wel meldingplichtig zijn. Op grond van de Wet milieubeheer vergunning- of zelfs meldingplichtige activiteiten passen uiteraard niet in de woonomgeving. Maar ook indien een activiteit niet vergunning- of meldingplichtig is, bestaat er kans op ongewenste overlast voor de omgeving, bijvoorbeeld geluid- of geurhinder. Dit kan met name het geval zijn bij de meer ambachtelijke beroepen. Van geval tot geval dient de (kans op) hinder voor de woonsituatie te worden nagegaan.
Uitgangspunt bij de beoordeling is dat de hinder in principe niet onevenredig veel groter mag zijn dan in redelijkheid bij 'normale' bewoning (zonder beroepsuitoefening) het geval zou zijn. De activiteiten mogen naar de aard en visueel geen afbreuk doen aan het karakter van de woning. Van belang is dat het karakter van de woning duidelijk herkenbaar blijft en dat de nadruk niet komt te liggen op de beroepsuitoefening. Ter illustratie: reclame-uitingen, anders dan een bescheiden 'bordje naast de deur' of de uitstalling van goederen op het bijbehorende erf betekenen reeds dat aan het karakter van de woning afbreuk wordt gedaan. De activiteiten mogen geen detailhandel en/of horeca betreffen. Detailhandel en horeca leveren in de regel een zodanig ongewenste verkeersaantrekkende werking op, dat het toelaten ervan in woongebied niet zonder meer passend wordt geacht. De activiteiten mogen aan de woonfunctie geen afbreuk doen en dienen daaraan ondergeschikt te zijn, in die zin, dat de woonfunctie de belangrijkste functie dient te blijven en de praktijkruimte maar een deel van de bebouwde oppervlakte mag bedragen. Ook deze (direct meetbare) voorwaarde draagt eraan bij dat de eventuele hinder voor de omgeving wordt beperkt.
Wanneer bijvoorbeeld de woning (vrijwel) geheel zou worden aangewend voor de beroepsuitoefening, is de kans op een ongewenste uitstraling naar de omgeving relatief groot. Afwijken van de algemene gebruiksregels, ook het afwijken voor het meest doelmatige gebruik, wordt geregeld in de algemene afwijkingsregels, in Artikel 21. Het bevoegd gezag kan in geringe mate afwijken van de maatvoering die in de bouwregels is bepaald en ook voor geringe afwijkingen in de begrenzing van bestemmings- en/of bebouwingsgrenzen. Verder is afwijken mogelijk voor de bouw van kleine nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en containers voor huishoudelijk afval.Ten slotte is afwijken mogelijk voor het bouwen beneden peil, buiten het bouwvlak. Een belangrijk element van dit artikel is de afwijking van het algemene gebruiksverbod: het bevoegd
87
bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)
gezag kan afwijken van het algemeen gebruiksverbod, indien strikte toepassing van het algemene gebruiksverbod leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Wel moet dit andere gebruik aansluiten bij het gebruik conform de bestemming en mag toepassing van de afwijking niet leiden tot een bestemmingswijziging. IArtikel 22 Algemene wijzigingsregels heeft betrekking op het in het plan opgenomen wijzigingsgebiedArtikel 23 Algemene procedureregels Artikel 23 Algemene procedureregels De algemene procedureregels regelen de procedure die het bevoegd gezag moet volgen als zij het wil wijzigen. Overgangs- en slotregels Artikel 25 Overgangsrecht De overgangsregels hebben als doel tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan de rechtstoestand vast te leggen van bouwwerken die op het tijdstip van de inwerking treding van het plan zijn gebouwd of nog gebouwd kunnen worden - dat wil zeggen waarvoor vergunning is verleend of nog te verlenen is - en die afwijken van de bouwregels in dit plan. Het tweede lid van dit artikel heeft betrekking op het gebruik van gronden en bouwwerken, voor zover dit gebruik op het tijdstip van inwerking treden van dit bestemmingsplan afwijkt van dit plan.
Artikel 26 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam de regels van het bestemmingsplan moeten worden aangehaald: 'Regels bestemmingsplan Waldeck 2021 '
88
bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Het bestemmingsplan Waldeck 2021 vormt in hoofdzaak een nieuw juridisch-planologisch kader voor een bestaande situatie. De regeling gaat uit van consolidatie van de bestaande situatie en aan de uitvoering hiervan zijn geen kosten verbonden die ten laste komen van de gemeente. Bovendien zijn met dit bestemmingsplan geen (nieuwe) bouwplannen voorzien, zoals genoemd in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), waarop kostenverhaal mogelijk is. Bij toepassing van de in het plan opgenomen wijzigingsbevoegdheid zal kostenverhaal, zowel voor apparaatskosten, aanleg van openbare ingrepen als planschadevergoedingen via af te sluiten anterieure overeenkomsten verzekerd zijn.De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is daarmee gewaarborgd.
89
bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)
90
bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)
Hoofdstuk 7 7.1
Overleg en inspraak
Artikel 3.1.1 Bro-overleg
Het concept van het ontwerp-bestemmingsplan is op 14 januari 2020 in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening aan de volgende instanties toegezonden: 1. Provincie Zuid-Holland 2. Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid 3. Hoogheemraadschap van Delfland 4. Dunea 5. GGD Haaglanden 6. Omgevingsdienst Haaglanden 7. Gemeente Delft 8. Politie Eenheid Den Haag 9. Veiligheidsregio Haaglanden 10. HTM Personenvervoer NV 11. Tennet Regio West 12. NV Nederlandse Gasunie 13. Stedin B.V. Van de volgende instanties is een reactie ontvangen: 2. Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid Inhoud: Kijkend naar de belangen van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, zie ik geen aanleiding voor een reactie op dit plan. Rijkswaterstaat blijft in de toekomst graag op de hoogte van ruimtelijke plannen in uw gemeente die een relatie hebben met het hoofd(vaar)wegennet en hoofdwatersysteem. Reactie: De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 3. Hoogheemraadschap van Delfland. Inhoud: In het kader van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening heeft u het Hoogheemraadschap van Delfland het voorontwerp van het bestemmingsplan Waldeck 2021 in Den Haag toegezonden. U verzoekt Delfland een reactie kenbaar te maken op het voorontwerp van het bestemmingsplan. Advies Wij geven u graag advies ten aanzien van de wateraspecten in het plan.
Specifiek hebben wij opmerkingen over waterkwantiteit. We vragen u de paragraaf waterkwantiteit in 3.5.6 aan te passen. Er is een nieuwe peilstijging op deze locatie, namelijk 30 cm. Daarnaast is de waterbergingsregeling van 325 m3/hectare verouderd. Daarom verwijzingen hiernaar graag verwijderen uit het bestemmingsplan. De zinnen over de vereiste berging kunnen verwijderd worden aangezien er tegenwoordig geen wateropgave meer ligt in het boezemgebied. Vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie wel graag blijven benoemen dat het zoeken naar mogelijkheden voor regenwaterinfiltratie belangrijk blijft. In de het boezemgebied is op dit moment wel voldoende berging, maar hierin zit weinig marge. Reactie: Wij kunnen ons met de aanbevelingen en voorstellen van het Hoogheemraadschap
91
bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)
verenigen. De tekst van de toelichting is hierop aangepast. 6. Omgevingsdienst Haaglanden Inhoud: Het plan is beoordeeld op de volgende thema's: Op de tekst van het concept bestemmingsplan worden de volgende 2 opmerkingen gemaakt: Artikelsgewijs: Artikel 4 Gemengd 4.3. Specifieke gebruiksregels 3. een andere geluidsgevoelige functie als bedoeld in artikel 1 Wet geluidhinder is niet toegestaan. Opmerking bij 4.3.3: art. 1 Wgh definieert een 'ander geluidgevoelig gebouw', dat is uitgewerkt in het Besluit geluidhinder art. 1.2.
'
Daarmee is niet meteen duidelijk of met art. 4.3.3 wordt bedoeld dat andere geluidgevoelige functies dan alle die genoemd worden in of via art. 1 van de Wgh niet zijn toegestaan, óf dat hier praktisch gezien alleen woningen worden toegestaan en geen ander geluidgevoelig gebouw' zoals dit als zodanig is gedefinieerd in art. 1 van de Wgh. Toelichting: 4.4 Geluid Opmerking: sinds 2012 verwijst art. 1 Wgh naar art. 1.2 van het Besluit geluidhinder voor de opsomming van (andere) geluidgevoelige gebouwen. De lijsrt zou hieraan als volgt aangepast kunnen worden: a. b. c. d. e. f. g. h.
woningen; onderwijsgebouwen *; ziekenhuizen en verpleeghuizen *; verzorgingstehuizen *; psychiatrische inrichtingen *; kinderdagverblijf *; woonwagenstandplaatsen; ligplaatsen voor woonschepen.
(*) geldt niet voor de delen van een gebouw die een andere bestemming hebben dan genoemd in artikel 1.1, lid 2 onder d van het Besluit geluidhinder. In paragraaf 4.3 (externe veiligheid) wordt ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg verwezen naar het routeringsbesluit van 27 juni 2013. De beschreven routering is bij besluit van 16 mei 2019 gewijzigd. De tekst met betrekking tot de venstertijden en de Utrechtsebaan dient te worden verwijderd. Onder het kopje 'Gasleiding'wordt verwezen naar de Circulaire zonering langs hogedruk aardgastransportleidingen, van 26 november 1984. Met het in werking treden van het Besluit externe veiligheid buisleidingen is deze circulaire komen te vervallen. De tekst dient in zijn geheel te worden geschrapt. De conclusie dient overeenkomstig te worden aangepast aangezien het invloedsgebied van genoemde buisleiding 220 m en niet 95 m bedraagt. De 10-6 per jaar plaatsgevonden risicocontouren vanwege het LPG-tankstation aan de Ockenburghstraat zijn niet correct op de verbeelding weergegeven. De juist contouren zijn hieronder weergegeven.
92
bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)
In paragraaf 5.3..2 worden de mogelijke ontwikkelingen in het plangebied beschreven. Alle ontwikkellocaties liggen buiten het invloedsgebied van de buisleiding en het LPG-tankstation. De beoogde woningbouwlocatie ter plaatse van het gemaal aan de Ouverturesttraat ligt buiten de 200 m zone van de N211 (vervoer LPG). Een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) is daardoor niet vereist. De locatie ligt wel binnen het invloedsgebied (355 m ) van de N2121. Er dient aandacht te worden besteed aan de mogelijkheid voor zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.
en
De school aan de Sonatinestraat ligt wel binnen 200 m van de N211.Hiervoor dient een QRA te worden uitgevoerd. Ook hier is bijzondere aandacht voor de aspecten zelfredzaamheid bestrijdbaarheid gewenst. De Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) dient om advies te worden gevraagd. Het bestemmingsplan dient eenduidig te zijn ten aanzien van de hierboven beschreven ruimtelijke ontwikkelingen. De verantwoording groepsrisico kan bij de toekomstige uitwerking plaatsvinden. Dit moet dan wel expliciet in de toelichting worden geregeld.
Bodem. Voor dit gebied stellen wij de onderstaande tekst voor. Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het
93
bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)
natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) regelt zaken rond bodembescherming en bodemsanering. Vertrekpunt van de Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van het plangebied of de projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht saneren. De wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik; het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging; het wegnemen van actuele risico's. Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico's die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. Het is niet nodig de hele locatie aan te pakken.
Er kan ook sprake zijn van deelsaneringen of een gefaseerde aanpak. Situatie in het plangebied Het plangebied is in gebruik geweest bij agrarische bedrijven. In de 17e eeuw zijn er naast boerderijen ook buitenplaatsen gebouwd. Verder waren er tot de jaren '80 van de 19e eeuw veel tuinbouwbedrijven gevestigd. In Waldeck en in de directe omgeving hebben, naast tuinbouwbedrijven, slechts enkele bedrijven met bodembedreigende activiteiten hun vestiging gehad. Het gaat hierbij om een drukkerij en een chemische wasserij. Verder hebben bij woongebouwen in de wijk ondergrondse huisbrandolietanks gelegen. Een beperkt aantal woongebouwen wordt nog verwarmd met huisbrandolie; de tanks zijn hier dan ook nog aanwezig. In Waldeck en in de directe omgeving zijn bodemonderzoeken uitgevoerd in verband met aangetroffen verontreinigingen, herinrichting en/of bouwplannen. Hieruit is gebleken dat er sprake is van meerdere gevallen van ernstige bodemverontreiniging. Hiervan is sprake bij een gemiddelde overschrijding van de interventiewaarde in meer dan 25 m3 vaste bodem en/of 100 m3 grondwater (bodemvolume) of bij de overschrijding van de norm voor asbest van 100 mg/kg.ds. Enkele zijn (deels) gesaneerd waarbij er soms restverontreiniging is achter gebleven waardoor er gebruiksbeperkingen zijn.
Op een aantal locaties is de bodem verontreinigd met minerale olie ten gevolge van lekkage van de ondergrondse olietanks. Tijdens het verwijderen van de tanks zijn deze verontreinigingen veelal gesaneerd .Tevens is ter plaatse van de chemische wasserij aan het Alphons Diepenbrockhof 82 een bodemv·erontreinigingmet oplosmiddelen geconstateerd. Hier is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.Ter plaatse van de Pisuissetraat (binnenterrein Pisuissestraat / Aaltje Noordewierstraat / Louis Davidsstraat)is een grondwaterverontreiniging met arseen aangetroffen. Deze verontreiniging is vermoedelijk ontstaan ten gevolge van de tuinbouwactiviteiten uit het verleden. Voor dit geval van ernstige bodemverontreiniging is een bodemsanering uitgevoerd . Er is een beperkte restverontreiniging in het grondwater achtergebleven. Er gelden gebruiksbeperkingen m.b.t. de restverontreiniging met arseen in het grondwater hiervoor geldt een beperking voor grondwateronttrekking. Ter plaatse van het Arnold Spoelplein 75 liggen drie gevallen van ernstige bodemverontreiniging met PCB, lood en minerale olie. Er is een deelsanering uitgevoerd ter
94
bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)
plaatse van één van de gevallen. Zeer plaatselijk worden in het gebied sterk verhoogde gehalten aan zware metalen in de grond aangetroffen. Uit de bodemkwaliteitskaart gemeente Den Haag blijkt dat de bovengrond (0-0,5 m-maaiveld) in het plangebied gemiddeld licht verontreinigd is met lood zink en PAK (teerachtige stoffen). In de diepere bodemlagen worden geen verontreinigingen meer aangetoond. Op nog niet alle verdachte deellocaties in het plangebied heeft bodemonderzoek plaatsgevonden. Het plangebied is niet gelegen in een drinkwaterbeschermingsgebied. Voor die delen van het plangebied waar herinrichting en/of nieuwbouw plaats zal vinden en waar nog geen onderzoek en/of sanering heeft plaatsgevonden, zal bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd en eventueel gesaneerd moeten worden. Naast het feit dat nog niet overal bodemonderzoek heeft plaatsgevonden, zijn er locaties waar het uitgevoerde bodemonderzoek verouderd is (ouder dan vijf jaar). Indien op deze locaties herinrichting en/of nieuwbouw zal plaatsvinden, zullen de bodemonderzoeken geactualiseerd moeten worden. Conclusie: De behandelde thema's vormen geen belemmering voor een verdere planvorming. Wel wordt geadviseerd de tekstuele aanbevelingen over te nemen. Reactie: Wij kunnen met de reactie van de ODH instemmen. De voorgestelde aanpassingen zijn in de toelichting en regels verwerkt. 10.
HTM Personenvervoer NV Inhoud: In het kader van het vooroverleg ex art 3.1.1 Bro betreffende het ontwerpbestemmingsplan Waldeck 2021, wil ik graag het volgende opmerken. Door de Aaltje Noordewierstraat en Beethovenlaan rijdt RandstadRail 3. Beide straten hebben de bestemming “Straat”, waarin de tram niet uitdrukkelijk wordt benoemd. Dit in tegenstelling tot in de bestemming “Hoofdverkeersweg”. Graag zou ik zien dat de tram ook in deze straten positief bestemd wordt. Het eindpunt van RR3 is op het Arnold Spoelplein; hier staat een eindpuntvoorziening voor het personeel, in de vorm van een achthoekig gebouw. Dit gebouw ontbreekt nu in de Regels van art. 8 (Hoofdverkeersweg) en 18 (Algemene bouwregels). Graag zie ik dat dit gebouw in de bestemming wordt opgenomen. Voorts een verduidelijking van de tekst in de Toelichting 2.4.4.2 (openbaar vervoer): RandstadRail 3 rijdt vanaf de Laan van Meerdervoort, via de Aaltje Noordewierstraat, Beethovenlaan en Pisuissestraat door Waldeck, met eindpunt op het Arnold Spoelplein. Bus 26 rijdt via de Ockenburgstraat, Pisuissestraat en Lisztstraat door Waldeck en bus 31 rijdt langs Waldeck via de Symfoniestraat en Lisztstraat. Tram 2 en bus 21 rijden op grotere afstand van Waldeck. Verder geeft het plan geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Reactie: Wij kunnen ons met de reactie van de HTM verenigen. De voorstellen zijn overgenomen.
95
bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)
96
bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)
Bijlagen bij toelichting
97
bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)
Bijlage 1 M onumentale bomen (lijst)
98