RIS309476 Bijlage Inventarisatie vervoersarmoede G4
Tekst van het document
Aanleiding Doelstelling Doelgroep
Werkzoekenden
Gebied
Rotterdam
Periode
Doorlopend, in ieder geval sinds de afgelopen 10 jaar.
Verantwoordelijke
Gemeente Rotterdam, afdeling werk en inkomen. Werk bepaalt en Inkomen voert uit.
Uitvoering
Gemeente Rotterdam, RET en Piekfijn zijn betrokken bij de uitvoering. Het is aan de casemanager of iemand een vergoeding krijgt. De uitvoering gaat goed. De casemanagers kunnen als iemand een vergoeding krijgt een voucher uitprinten of per e-mail toesturen aan de werkzoekende. In het geval van een OV-vergoeding gaat er dan ook een e-mail naar de RET, wanneer de werkzoekende met de voucher bij de RET komt vindt er een controle plaats en wordt er OV-tegoed geladen. De hoogt van de vergoeding hangt af van het aantal reiszones op het af te leggen reistraject. Voor het OV is het ook mogelijk voor werkzoekende om de backoffice een papieren kaartje te laten toesturen.
56
Resultaat
Het gebruik wordt bijgehouden, geëvalueerd en bijgestuurd indien nodig.
Effect Huidige status
Lopend
Geleerde lessen Overig
4.35
MaaS beleving Rotterdam MaaS beleving Stad
Rotterdam
Thema
Deelmobiliteit en MaaS
Beschrijving inhoud
De Verkeersonderneming heeft in 2019 experimenterend onderzoek gedaan naar het verschillend gebruik van mobiliteitsdiensten via MaaS door diverse sociale groepen. Ze hebben 100 inwoners (goede mix – afspiegeling van stad) een MaaS aanbod gedaan. Eerste fase duurde 4 maanden. Daarin kregen de deelnemers een reisbudget per maand. Dat konden ze gebruiken voor deelmobiliteit maar ook voor OV. De tweede fase duurde 2 maanden. Het was een keuze of je daarin nog mee wilde doen (70% deed mee). In die fase kreeg je niet zoveel geld meer, maar moesten mensen zelf meebetalen. Mensen konden kiezen uit mobiliteitsbudget om zelf te gebruiken (keuze uit 25/50/150/250 per maand). De Verkeersonderneming betaalde dan 40%. Pay as you go was ook mogelijk (alleen betalen voor wat je daadwerkelijk gebruikt), dan betaalde de Verkeersonderneming 10 of 15%.
Type interventie
Experimenterend onderzoek
Aanleiding Doelstelling
Onderzoeken wat mensen doen met een MaaS aanbod en of de aannames en vooroordelen over MaaS wel kloppen.
Doelgroep
Alle inwoners van de stad. Een mix van mensen als deelnemer aan het experiment.
Gebied
Hele stad
Periode
2019
Verantwoordelijke
Kate Spierings (Verkeersonderneming/Ideate) was projectleider.
Uitvoering Resultaat
Het onderzoek is gerealiseerd en was succesvol
Effect
Er zijn enquêtes, interviews, whatsapp onderzoekjes uitgevoerd en veel inzichten opgehaald. Daaruit bleek dat het deelmobiliteit aanbod voor heel veel mensen interessant was, culturele achtergrond was daarbij niet zo van belang. Het was vooral belangrijk of het aanbod goed was (bijv. op Zuid kon de deelscooter niet voor de deur staan). Daarnaast lessen geleerd over drempels voor MaaS.
Huidige status
Deze kennis delen ze zodat het voor andere projecten en beleid ook gebruikt kan worden. Het is bijvoorbeeld zo dat
57
deelaanbieders vooral in Rotterdam-Noord willen zitten. Kun je in vervolgexperimenten meer de sociale business case bewijzen? Zodat je ook tegen commerciële aanbieders kunt zeggen: vestig je ook op Zuid. Geleerde lessen Overig
4.36
Stimuleren deelmobiliteit Stimuleren deelmobiliteit Stad
Den Haag
Thema
Deelmobiliteit en MaaS
Beschrijving inhoud
Het stimuleren van deelmobiliteit. Het gaat dan om scooters, deelfietsen, OV-fietsen, HTM-fietsen. Ze stimuleren dat door een ruimhartig vergunningsbeleid zodat partijen plek hebben voor de deelvoertuigen. En door partijen bij elkaar te brengen. Partijen die succes hebben, mogen veel voertuigen plaatsen. Tarieven zijn gewoon de tarieven van de commerciële marktpartijen, daar sturen ze niet op als gemeente. Bij ontwikkeling van nieuwbouw kunnen bouwers afwijken van de parkeernorm als ze een aanbod van deelmobiliteit verzorgen. Nu op een klein gebied maar gaat nog uitgerold worden naar de toekomst. Aanbieders van deelmobiliteit wordt gevraagd om rekening te houden met een goede toegankelijkheid van het systeem, ook voor mensen met een kleinere beurs die bijv. niet over een creditcard beschikken.
Type interventie
Beleidsmaatregel
Aanleiding
Onderzoek geweest naar leefstijlen. Daar bleek wel, ook bij lagere inkomens, interesse voor deelmobiliteit.
Doelstelling
Stimuleren deelmobiliteit, verlagen parkeerdruk.
Doelgroep
Inwoners en bezoekers.
Gebied
Den Haag
Periode
sinds 2020 uitgerold
Verantwoordelijke
Gemeente Den Haag, DSO afdeling Mobiliteit
Uitvoering
Vergunningverlening door DSB in samenspraak met DSO Mobiliteit
Resultaat
Er zijn zeven aanbieders van deelmobiliteit (scooters en fietsen) met een breed verspreidingsgebied.
Effect
Er wordt wel gemonitord. Het is ook een eis dat als je een vergunning krijgt, je dat soort informatie moet leveren. Gemeente krijgt zo informatie over het gebruik. Op dit moment nog geen sturing, daarvoor is het nog te kort bezig.
Huidige status Geleerde lessen Overig
58
Lopend
4.37
Experimenten deelmobiliteit Experimenten deelmobiliteit Stad
Amsterdam
Thema
Deelmobiliteit en MaaS
Beschrijving inhoud
Project om te onderzoeken of Amsterdammers met weinig geld gebruik kunnen en willen maken van deelmobiliteit. Het idee is om experimenten op te zetten waarbij deelmobiliteit voor een lage prijs wordt aangeboden. Uit een enquête onder de doelgroep kwam geen heldere vervoersvraag, vooral een compensatie in de kosten was de wens van minima. De aanname is dat deelmobiliteit op zichzelf niet te betalen is voor deze doelgroep. De aanname die de gemeente wil testen is of als ze het goedkoper maken, mensen het dan wel willen en kunnen gebruiken. Hoe populair wordt het dan? En lukt het mensen ook om er gebruik van te maken. Wat voor beperkingen zijn er eventueel? Draagt het bij als oplossing voor vervoersarmoede / meer participatie in de maatschappij? Hoe dat goedkoper maken in de toekomst eventueel zou kunnen (bijv. met subsidie van de gemeente), daar gaat het nu niet om. Het gaat om twee verschillende experimenten: één met gewone fietsen en één met scooters (deelvervoer is er in Amsterdam voor 5 vervoersmiddelen: gewone fiets, elektrische fiets, elektrische bakfiets, scooter, auto). Er is nu gekozen voor gewone fiets en scooter o.a. omdat die betaalbaar zijn. Als het een succes is, dan wordt het experiment misschien herhaald met een bakfiets of deelauto.
Type interventie
Experimenten
Aanleiding
In één van de beleidskaders was de wens geformuleerd om uit te zoeken of deeltijdmobiliteit ook voor minima een rol kan spelen. Met als doel om de doelgroep aan te laten haken bij ontwikkelingen (zoals deeltijdmobiliteit) die voor heel Amsterdam lopen.
Doelstelling
Onderzoeken of mensen die weinig te besteden hebben deelmobiliteit willen en kunnen gebruiken als ze korting krijgen.
Doelgroep
Amsterdammers met een laag inkomen. Zij zijn betrokken geweest bij de uitwerking van het experiment in de vorm van een enquête onder de doelgroep.
Gebied
Zuidoost
Periode
Experiment deelmobiliteit: start hopelijk eind dit jaar, maar waarschijnlijk begin 2021.
Verantwoordelijke
Gemeente Amsterdam, afdeling CTO.
Uitvoering
Uitvoering door de gemeente Amsterdam in samenwerking met de Stadspas en aanbieders deelmobiliteit. Op dit moment is het idee dat er 100 mensen mee gaan doen aan het experiment met de deelfiets, en 100 met de scooter.
59
Later mogelijk opschaling. De gemeente Amsterdam is nu bezig met de uitwerking van de experimenten. De werving van mensen zal via de Stadspas gaan. Ze hebben nog geen uitvoerende partij gevonden, er wordt nu contact gelegd met partijen. Het is vooral belangrijk dat het een partij is die de financiering kan organiseren. Dus het product ook eenvoudig kan stoppen als iemand niet meer aan de voorwaarden voldoet. Resultaat Effect Huidige status
Experimenten zijn nog niet van start gegaan
Geleerde lessen Overig
4.38
Mobiliteitsgeluktest Mobiliteitsgeluktest Stad
Rotterdam
Thema
Overig
Beschrijving inhoud
De mobiliteitsgeluktest is een vragenlijst die mensen kunnen invullen over hun mobiliteitsgeluk. De test kan als ‘thermometer’ gebruikt worden om te onderzoeken hoe het met de mobiliteit en het mobiliteitsgeluk zit in een bepaald gebied of bijvoorbeeld voor een bepaalde groep mensen. Je krijgt er deelscores uit en kunt zien waarop goed en slecht gescoord wordt (bijvoorbeeld sociale veiligheid, of een type bestemming die niet goed bereikbaar is). Deze ‘thermometer’ is in feite een 0-meting. Als je een project/interventie uitvoert, zou je de test nog een keer kunnen doen en dat is dan de 1-meting. De test is beschikbaar voor gemeenten die vallen in het gebied van de Verkeersonderneming, om mobiliteitsgeluk te inventariseren. De test bestaat al een tijdje en in 2019 is hij geprofessionaliseerd. De test is bijvoorbeeld ingezet in Prins Alexander (aan de ene kant een villawijk, rondom station veel sociale huur). Test wordt ingezet als raadgeving, hoe zit het in het gebied met mobiliteit.
Type interventie
Project
Aanleiding Doelstelling
Inzicht krijgen in mobiliteit en mobiliteitsgeluk bij een bepaalde groep mensen
Doelgroep
Gemeenten, onderzoekers
Gebied Periode
2019-heden (‘professionele’ test)
Verantwoordelijke
Verkeersonderneming
Uitvoering Resultaat Effect
60
De mobiliteitsgeluktest is op verschillende plekken ingezet.
Huidige status Geleerde lessen Overig
4.39
Verkenning mobiliteit voor mensen met een beperking Verkenning mobiliteit voor mensen met een beperking Stad
Amsterdam
Thema
Overig
Beschrijving inhoud
Het focusteam van de gemeente is bezig een visie te schrijven hoe ze zorgen voor een inclusief vervoerssysteem in Amsterdam, zodat mensen met een beperking zich ook goed kunnen bewegen door de stad. Deze visie omvat onder andere: •
Hoe het OV te verbeteren
•
Hoe doelgroepenvervoer te verbeteren
•
Hoe andere vormen van vervoer te gebruiken
•
Hoe OV en AOV* beter te laten samenwerken
Tot nu toe is vooral veel data verzameld. De intentie is om een experiment te gaan doen op gebied van een reisplanner voor mensen met een beperking. De informatievoorziening is best wel slecht (bijv. halte niet toegankelijk terwijl dat wel zou moeten, lift kapot terwijl je dat niet weet). De gemeente wil meer gepersonaliseerde informatie geven. Er wordt nu een prototype gemaakt dat komende maand (eind nov 2020) aan de doelgroep wordt voorgelegd. Collega’s zijn in gesprek met GVB en VRA, uiteindelijk moet het landen in een bestaand iets. Er wordt dan een voorstel geschreven voor partij die het over kan nemen. Een ander idee waar het focusteam mee bezig is, is een lamp die op (bus)haltes komt zodat een chauffeur (of mensen bij de halte) kunnen zien dat er iemand met een beperking aankomt. Dit bevindt zich nog in de verkennende fase. * Aanvullend Openbaar Vervoer, bestemd voor inwoners van Amsterdam die 75 jaar of ouder zijn of inwoners die niet in staat zijn zelfstandig, eigen of openbaar vervoer te gebruiken. Type interventie
Verkenning
Aanleiding Doelstelling Doelgroep Gebied
Amsterdam
Periode Verantwoordelijke
Gemeente Amsterdam, afdeling CTO, Focusteam
Uitvoering Resultaat Effect
61
Huidige status Geleerde lessen Overig
4.40
Onderzoek Strategische kennisagenda en inclusiviteitsmatrix Onderzoek Strategische kennisagenda en inclusiviteitsmatrix Stad
Amsterdam
Thema
Overig
Beschrijving inhoud
Strategische kennisagenda en inclusiviteitsmatrix. Team Onderzoek en Kennis heeft een strategische kennisagenda, ze werken veel in opdracht van derden, collega’s van beleid, die hen vragen stellen. De kennisagenda is bedoeld om voor te bereiden op de vragen van morgen. Het gaat om meer fundamentele vragen, gewoon het begrijpen. Wat er dan uitkomt, is niet noodzakelijkerwijs een beleidsmaatregel. Doel van dit onderzoek is om een inclusiviteitsmatrix op te zetten voor beleidsmakers die zij kunnen gebruiken bij beslissingen over vervoersmaatregelen.
Type interventie
Onderzoek
Aanleiding
Inclusiviteit staat net als nieuwe Nederlanders hoog op de politieke agenda. Daarom zijn deze twee onderwerpen onderdeel van de strategische kennisagenda van team Onderzoek en Kennis. Hieruit is het onderzoek naar de inclusiviteitsmatrix voort gekomen.
Doelstelling
Doel van het onderzoek is om tot een inclusiviteitsmatrix te komen. Doel van de inclusiviteitsmatrix is om beleidsmakers bewust te maken van inclusiviteit en gevolgen van hun beslissingen op het gebied van vervoersmaatregelen voor bepaalde doelgroepen. De gehoopte uitkomst is dat beleidsmakers in de toekomst inclusiviteit kunnen meewegen in beslissingen over vervoersmaatregelen.
Doelgroep
De doelgroep is op dit moment nog niet betrokken maar het is de bedoeling dat ze als onderdeel van het onderzoek mensen uit de doelgroep gaan interviewen.
Gebied
Amsterdam
Periode
Juli – december 2020
Verantwoordelijke
Gemeente Amsterdam: cluster Ruimte en Economie: afdeling Verkeer en Openbare Ruimte: afdeling Kennis en Kader: team Onderzoek en Kennis
Uitvoering
Het onderzoek heeft een aantal componenten. Er heeft eerst een literatuuronderzoek naar vervoersarmoede en inclusiviteit plaatsgevonden. Vervoersarmoede gaat over het kunnen en willen maken van reizen. En inclusiviteit gaat alleen over het kunnen maken van reizen. Hieruit zijn mogelijke risicofactoren voor vervoersarmoede voort gekomen.
62
Vervolgens is er een dataonderzoek voor verschillende delen van de stad Amsterdam uitgevoerd om op wijkniveau te kijken waar er problemen voor vervoersarmoede optreden. In een stad als Amsterdam liggen wijken vrij ver buiten de stad. Nieuw-West, Noord, Zuid-Oost zijn geïdentificeerd als gebieden waar de risico’s op vervoersarmoede zich opstapelen: er wonen veel migranten (fiets gebruik), er zijn veel bewoners met lage inkomens, de gebieden liggen ver van het centrum en er zijn hoge criminaliteitscijfers wat kan resulteren in angst om bijvoorbeeld ’s avonds te reizen en diefstal van bijvoorbeeld fietsen. Voor de inclusiviteitsmatrix zelf ontwikkelt de gemeente persona’s, hier is ook een psycholoog bij betrokken. Ze kijken nu naar de doelgroepen en de psycholoog maakt nu persona’s voor de matrix. De persona’s worden afgezet tegen de beleidsmaatregelen. Bijvoorbeeld vergunningen voor parkeren, gaat dat positief of negatief voor mensen die slecht ter been zijn. Op dit moment is de matrix nog in ontwikkeling. Het is de bedoeling om collega’s te inspireren om de matrix ook te gebruiken. Daarom gaan ze het eerst toepassen op een bestaand project (mogelijk het project autoluw) en proef draaien. Resultaat Effect Huidige status
Lopend
Geleerde lessen Overig
4.41
Inventarisatie inclusiviteit Inventarisatie inclusiviteit Stad
Amsterdam
Thema
Overig
Beschrijving inhoud
Er is een inventarisatie gemaakt over inclusiviteit vanuit een breder perspectief dan het Beleidskader inclusieve mobiliteit van de VRA. Het Beleidskader gaat alleen over mensen met een beperking, de inventarisatie ook over mensen die minder geld hebben, minder intelligent zijn, etc. De inventarisatie gaat daarnaast ook over andere modaliteiten dan alleen het OV. In de inventarisatie is onderzocht: • Welke groepen zijn er? • Welke modaliteiten zijn er? • Hoe kun je het (mobiliteit dus) voor die groepen beter behapbaar maken?
Type interventie
Onderzoek
Aanleiding Doelstelling Doelgroep
63
Gebied
Amsterdam
Periode
2019/2020
Verantwoordelijke Uitvoering
Uitvoering door de Vervoerregio Amsterdam. Methode: Een eigen quick scan op basis van een VN publicatie over ‘age-friendly cities’ die door de onderzoekers is uitgebreid.
Resultaat
De conclusie: de aanleg van kwalitatief goede zaken, waarbij gezorgd wordt voor nabijheid en ze zorgen voor een goed systeem. Bijvoorbeeld geen loszittende stoeptegels, vergevingsgezinde fietspaden et cetera.
Effect Huidige status Geleerde lessen Overig
64
Volgend jaar gaat de VRA er mee verder.
5
Bijlage 2: Geïnterviewde personen
65